CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 - Zienswijzen (1)

Commissie Fysieke Leefomgeving 7 oktober 2021, gemeente HeumenBij agendapunt: Zienswijze Wijchen actualisatieplan omgevingsverordening34.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Uit dit overleg hopen we tot een gemeenschappelijke invulling van het (glas)tuinbouwbeleid te komen die dan door de verschillende overheidspartijen ook in hun ruimtelijke plannen en visies verwerkt wordt. Ieder voor zijn deel van de verantwoordelijkheid. 2. Het schrappen van de aanduiding 'reserve' bij het glastuinbouwontwikkelingsgebied Velddriel verandert niets in de beschermde status van het gebied. Deze blijft hetzelfde. Er mogen zich geen ontwikkelingen voordoen die de ontwikkeling van de glastuinbouw in de toekomst kunnen belemmeren. Alleen stelt de provincie in haar concept-verordening voor om de tijdsvolgorde van ontwikkeling los te laten. Daarmee krijgen alle glastuinbouwconcentratiegebieden een gelijke status. Er blijft voor de gemeente altijd nog de mogelijkheid zelf hier actief op te sturen. Met de overdracht van de bevoegdheden uit het provinciaal inpassingsplan Bommelerwaard kan de gemeente zelf bepalen wanneer dit gebied aan bod komt. Het donderdag 9 september 2021

Pagina 20 van 71

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen

Definitief PS

glastuinbouwconcentratiebeleid blijft daarmee bestaan, alleen de gemeenten krijgt meer mogelijkheden om haar eigen beleid te voeren. 3. Het glastuinbouwconcentratiebeleid blijft behouden in de omgevingsverordening. Wel wordt de definitie van een glastuinbouwbedrijf qua schaalgrootte verruimd naar 2 ha. Hiermee worden kleinschalige glastuinbouwontwikkeling onderdeel van het afwegingskader van de gemeente en niet meer van de provincie. De gemeente gaat over het toekennen van deze agrarische bouwpercelen en het voorkomen van eventuele wildgroei. De provincie richt zich op de concentratie van grotere glastuinbouwcomplexen. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.

Natuur Reactienummer:

27

Indiener:

N.N.

Samenvatting Indiener van de zienswijze verzoekt om de Kale(n)berg, Lochemerberg en de Paaschberg bij Lochem onderdeel te maken van het nationaal landschap zodat de kwaliteiten van deze gebieden beschermd worden en om in de verordening te bepalen dat wijziging van deze beschermde status daarna niet meer mogelijk is. Antwoord De genoemde bergen maken deel uit van het nationaal landschap Graafschap, zoals te zien op de kaart in de bijlage "Kernkwaliteiten nationale landschappen". Omdat deze gebieden ook een natuur-aanduiding hebben (Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelzone) en dit een strenger beschermingsregime heeft dan die van het nationaal landschap. Daarom heeft deze aanduiding op de kaarten bij de verordening de voorkeur. Gevolg is dat op de kaart landschap deze bergen niet zijn aangeduid als nationaal landschap, omdat daarop alleen dat deel van het nationaal landschap staat dat geen overlap met natuur-aanduidingen kent. Op de kaart natuur kunt u zien dat deze bergen een groene natuur-aanduiding hebben en dus beschermde status hebben. Deze status betekent niet dat in die gebieden alles is uitgesloten, maar ruimtelijke ontwikkelingen moeten wel te voldoen aan de voorschriften die bij het Gelders natuurnetwerk of Groene ontwikkelingszone horen.

Het ligt niet voor de hand om die (dubbele) beschermde status van deze bergen te verwijderen, maar dat kan niet voor de eeuwigheid beloofd worden. Regels zijn niet zo bestendig of standvastig als bergen. Toekomstige ontwikkelingen kunnen niet worden voorzien, zeker niet op de zeer lange termijn. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.

Water Reactienummer:

28

Indiener:

Gemeente Nijmegen

Samenvatting Indiener heeft vragen en opmerkingen over grondwaterverontreinigingen en de regels die daarover zijn

donderdag 9 september 2021

Pagina 21 van 71

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen

Definitief PS

opgenomen. 1. Artikel 4.38 Lid 1: geldt voor alle graafactiviteiten boven>I. Dus ook voor kabelaars, maar die hebben geen zeggenschap over de grond. Hoe wil de provincie daar mee omgaan? 2. Vaak zijn er niet eens gegevens bekend over het grondwater. Moet voor die graafactiviteit dan onderzoek worden gedaan naar grondwater? 3. De gemeente wil misschien gebieden gaan aanwijzen waarin bodemonderzoek voor activiteit bouwen niet nodig is. Hoe past dat? Moet er voor de provinciale omgevingsverordening dan toch onderzoek worden gedaan? 4. Artikel 4.38 lid 2: Bijlage VC gaat (in geconsolideerde versie) over invasieve exoten, moet vermoedelijk Vd zijn; 5. Artikel 4.38 lid 3: hoe moet het nader bodemonderzoek er uit zien? Op welke vragen moet dat onderzoek antwoord geven? 6. Artikel 4.38 lid 4: aangenomen wordt dat het hier alleen gaat om gezondheidseffecten die de gevolgen zijn van verontreiniging in grondwater en niet in de grond. Klopt dat? 7. Artikel 4.38 lid 2 en 3: de terminologie vervolgbodemonderzoek en nader bodemonderzoek leidt tot verwarring. Als wij het goed begrijpen is vervolgbodemonderzoek geen fysiek bodemonderzoek. 8. Artikel 4.38 lid 2, 3 en 4: Als er uit het vervolgbodemonderzoek blijkt dat er een relatie is tussen gronden grondwaterkwaliteit moet er een nader bodemonderzoek worden uitgevoerd.

Als kwetsbare objecten op een grote afstand liggen van een locatie, worden onderzoekskosten voor initiatiefnemer hier onnodig mee verhoogd, terwijl een van de doelen van de Omgevingswet is onderzoeklasten te verlagen. Voorgesteld wordt om de locatiespecifieke beoordeling al mee te nemen in het vervolgbodemonderzoek. Als daarvoor onvoldoende informatie is kun je dat aanvullen met een nader bodemonderzoek. Daarmee is ook helder wat het doel is van het nader bodemonderzoek. 9. Artikel 4.39: De Provincie moet worden geïnformeerd over uitkomst. Er is geen meldingsplicht. Toetst provincie wel? Hoe houdt de provincie zicht op of initiatiefnemers deze informatieplicht naleven? Ziet de provincie hier een rol in voor gemeenten of omgevingsdiensten? 10. Artikel 4.40: Sanering volgens lid 1 volgens aanpak 4.1242 BAL: verwijdering van verontreiniging tot norm voor functieklasse. Hoe verhoudt zich dat tot het in lid 2 gestelde “zoveel mogelijk”? 11. Wat wordt verlangd als de bron op het terrein van verschillende eigenaren zit? 12. Wil de provincie achteraf na sanering niet worden geïnformeerd? 13. Algemeen: Zijn er regels voor de onttrekking van verontreinigd grondwater? Zo nee waarom niet? 14. Waar en hoe wordt het voorkomen van (extra) verspreiding van grondwaterverontreinigingen als gevolg van bemalingen geregeld? Waar staan de regels over grondwatersanering? Antwoord 1.

Het is inderdaad niet wenselijk om van kabelaars te verwachten een bronsanering uit te voeren. De regels zullen worden aangepast, zodat ze niet op dergelijke situaties van toepassing zijn. 2. Als op grond van de regels voor onderzoek in het Besluit activiteiten leefomgeving (NEN 5725 en NEN 5740) wel onderzoek naar grondwater vereist is, zal alsnog onderzoek naar de grondwaterkwaliteit moeten worden gedaan. 3. Ja, in de eerste plaats moet in ieder geval op basis van vooronderzoek en verkennend onderzoek worden bekeken of onderzoek naar grondwaterkwaliteit vereist is en zo nodig worden uitgevoerd. Daarbij kan eerst worden gekeken of risico’s voor kwetsbare objecten wel aan de orde is. Voor een groot deel van het stedelijk gebied zal daar geen sprake van zijn en is onderzoek vanuit de omgevingsverordening ook niet vereist. donderdag 9 september 2021

Pagina 22 van 71

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen

Definitief PS

4. Correct, dit wordt aangepast. 5. De minimumvereisten staan in het vierde lid van artikel 4.38. 6. Dat klopt. Gezondheidsklachten als gevolg van grondverontreiniging zijn al onderdeel van de beoordeling door de gemeente. 7. Het vervolgonderzoek heeft betrekking op de relatie tussen aanwezige grond- en grondwaterverontreiniging. Dit is geen fysiek onderzoek, maar niet als dat nodig is om deze relatie beter inzichtelijk te maken. Als sprake is van een relatie volgt het nader onderzoek. 8. Dat kan. De aangegeven volgorde is niet verplicht. Zoals in reactie op vraag 3 aangegeven kan ook eerst worden nagegaan of sprake is van kwetsbare objecten en of risico’s voor deze kwetsbare objecten dus wel aan de orde (kunnen) zijn. Hierover wordt een passage opgenomen in de toelichting. 9. De gemeente is het bevoegd gezag voor de activiteiten ‘graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit’ en ‘saneren van de bodem’ op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Dat betekent dat initiatiefnemers over genoemde activiteiten verplicht een melding moeten doen bij de gemeente en dat de gemeente deze meldingen als het bevoegd gezag moet beoordelen en afhandelen. De regels in de omgevingsverordening zijn maatwerkregels ‘bovenop’ de landelijke regels over genoemde activiteiten.

Dat betekent dat de gemeente bij de beoordeling en afhandeling niet alleen toetst of wordt voldaan aan de relevante regels van het Bal, maar ook of wordt voldaan aan de relevante (maatwerk)regels van de omgevingsverordening. Wanneer het gaat om de bestuursrechtelijke handhaving blijkt uit de Omgevingswet (en het Bal) dat ook in het geval van maatwerkregels, die taak kortgezegd berust bij het bevoegd gezag dat de regels heeft gesteld, in dit geval dus de provincie. Dat betekent dat standaard de provincie het bevoegd gezag is, wanneer het op toezicht en handhaving aan komt van deze provinciale (maatwerk)regels. Wij zien dit als een onduidelijkheid in de landelijke regelgeving en zullen bij het Rijk om opheldering vragen. Indien nodig en gewenst is het mogelijk om gebruik maken van de flexibiliteitsregeling over het bevoegd gezag die de Omgevingswet biedt (om de handhavingsbevoegdheid over te dragen). Tot die tijd zullen wij het toezicht en de handhaving van onze regels op ons nemen. De kop en de toelichting bij artikel 4.39 zullen hiermee in overeenstemming worden gebracht. 10. Met artikel 4:40 lid 1 is aangegeven dat niet kan worden volstaan met een afdeklaag, maar dat verwijdering van verontreiniging moet plaatsvinden.

Lid 2 is aanvullend op lid 1 en stelt dat zoveel mogelijk verwijdering moet plaats vinden van de verontreinigingsbron in de vaste bodem, die verband houdt met de verontreiniging in het grondwater. 11. Een eigenaar/initiatiefnemer kan alleen de vaste bodem (zo veel als mogelijk) verwijderen gelegen op zijn eigen terrein. 12. Over de vastlegging en uitwisseling van informatie na saneren kunnen afspraken worden gemaakt tussen provincie en gemeente (opname in het databestand Squit-iBis). 13. Er zijn geen specifieke regels voor onttrekking van verontreinigd grondwater opgenomen in onze omgevingsverordening. In ons regionaal waterprogramma is wel beleid opgenomen over onttrekken van (verontreinigd) grondwater (bijlage 10). Bij dergelijke onttrekkingen is het waterschap bevoegd gezag voor de lozing van het onttrokken water. 14. Er zijn nog geen specifieke regels voor het voorkomen van (extra) verspreiding van grondwaterverontreinigingen als gevolg van bemalingen. Wel geldt op grond van de Waterwet een brede beoordeling bij een vergunningaanvraag voor een onttrekking en zijn in ons regionaal waterprogramma beleidsregels opgenomen (bijlage 10). Specifieke regels zullen nog samen met de waterschappen die bevoegd gezag zijn voor de meeste onttrekkingen worden ingevuld. Er zijn in de omgevingsverordening

donderdag 9 september 2021

Pagina 23 van 71

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen

Definitief PS

geen specifieke regels opgenomen voor grondwatersaneringen. Wijzigingen Deze zienswijze geeft aanleiding tot de volgende wijzigingen in de tekst van de omgevingsverordening: 1. In artikel 4.37, eerste lid, wordt aan "Deze paragraaf is van toepassing op de activiteiten saneren van de bodem en graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit" toegevoegd: met uitzondering van werkzaamheden ten behoeve van kabels en leidingen. 4. In artikel 4.38, tweede lid, wordt “bijlage Vc” vervangen door: bijlage Vd. 9. In de kop van artikel 4.39 wordt "bevoegd gezag" vervangen door: Gedeputeerde Staten. 1. In de toelichting bij artikel 4.37 wordt na "Aanvullend op deze Rijksregelgeving [...] bij grondwaterverontreiniging" de volgende zin ingevoegd: Deze regels zijn niet van toepassing als de activiteiten ‘saneren van de bodem’ en ‘graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit’ alleen (moeten) worden uitgevoerd ten behoeve van aanleg of onderhoud van kabels en leidingen. 4. De toelichting bij artikel 4.38 komt te luiden: De initiatiefnemer is verplicht een aantal onderzoeken te doen om de risico’s als gevolg van een verontreiniging in het grondwater te kunnen vaststellen. Het staat vrij om zelf de volgorde van deze onderzoeken te bepalen.

Zo kan eerst worden onderzocht of negatieve gezondheidseffecten of risico’s voor kwetsbare objecten aan de orde kunnen zijn (nader bodemonderzoek), vóórdat wordt onderzocht of de verontreiniging in het grondwater verband houdt met een verontreinigingsbron in de vaste bodem op de locatie (vervolgbodemonderzoek). Als risico’s op voorhand zijn uit te sluiten, kan het zogenoemde vervolgbodemonderzoek ook achterwege blijven. 9. De toelichting bij artikel 4.39 komt te luiden: De gemeente is het bevoegd gezag voor de activiteiten ‘graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit’ en ‘saneren van de bodem’ op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Dat betekent dat initiatiefnemers genoemde activiteiten verplicht moeten melden bij de gemeente. Als het bevoegd gezag moet de gemeente deze meldingen beoordelen en afhandelen. De regels in de omgevingsverordening zijn maatwerkregels ‘bovenop’ de landelijke regels over genoemde activiteiten. Dat betekent dat de gemeente bij de beoordeling en afhandeling niet alleen toetst of de initiatiefnemer voldoet aan de relevante regels van het Bal, maar ook of wordt voldaan aan de relevante (maatwerk)regels van de omgevingsverordening. Wanneer het gaat om de bestuursrechtelijke handhaving volgt uit de Omgevingswet (en het Bal) dat die taak kortgezegd berust bij het bevoegd gezag dat de regels heeft gesteld.

Dat is in dit geval dus de provincie. Dit betekent dat Gedeputeerde Staten standaard het bevoegd gezag zijn wanneer het in deze gevallen op toezicht en handhaving aan komt van de provinciale (maatwerk)regels. De andere punten leiden niet tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.

Meerdere onderwerpen Reactienummer:

29

Indiener:

Vereniging HOBAMA ( "Houd landelijk Barchem Mooi en Aantrekkelijk")

Samenvatting Indiener vindt Actualisatie 8 een verbetering voor het beschermen en versterken van de natuur in de provincie. Een zonnepark is een grote industriële energiecentrale en hoort niet thuis in het Gelders natuurnetwerk (GNN) of de Groene ontwikkelingszone (GO). Indiener doet de volgende concrete voorstellen: 1. Indiener doet een concrete suggestie voor het herformuleren van de regels voor het GNN, zodat een

donderdag 9 september 2021

Pagina 24 van 71

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen

Definitief PS

nieuwe ontwikkeling alleen nog mogelijk is bij een versterking van het GNN. 2. Fysieke compensatie in het GNN zou altijd aansluitend aan het plangebied moeten plaatsvinden, niet ergens anders in het GNN. Compensatie buiten het plangebied is in strijd met het uitgangspunt dat samenhang tussen natuurgebieden moet worden versterkt. Ook hiervoor doet indiener een concrete suggestie. 3. Bij de voorwaarden en criteria voor nieuwe activiteiten moet geen onderscheid meer worden gemaakt tussen GNN en verbindings- en zoekzones en met gelijke regels en zeker geen zachtere voorwaarden voor GO's, EVZ ’s en aangrenzend Nationaal landschap. 4a. Sluit in Natura 2000-gebieden, GNN, GO, Ecologische Verbindingszones en aangrenzende delen van Nationale landschappen grote projecten, zonneparken en windturbines onvoorwaardelijk uit. 4b. Neem, voor zover zonneparken buiten GNN of GO worden geplaatst, een bruto (plangebied) en netto (oppervlakte percelen) verhouding op in de regels met als richtlijn 50/50. 5. Neem de volledige zonneladder op en pas uw tekst en regels aan en completeer. Zorgt bovendien voor dat andere instanties in de provincie (inclusief de RES) deze zonneladder en op dezelfde manier hanteren.

Schrijf voor dat gemeenten proactief bij voorbaat en vooraf aan het in behandeling nemen van aanvragen voor bouw van zonnepark projecten een kwantitatieve schatting moeten hebben gemaakt van ruimte binnen haar grondgebied. 6. Projectontwikkelaars moeten onderzoek doen naar nadelige gevolgen voor de natuur. Zij schrijven op wat men wil horen. Gemeenten zijn niet in staat deze rapporten te doorgronden. Daarom moet de provincie aan gemeenten voorschrijven dat gemeenten onderzoek laten uitvoeren naar de effecten van een project op de natuur. De gemeente moet inwoners in staat stellen op kosten van de gemeente een tegenonderzoek te laten uitvoeren. 7. De verordening moet voorschrijven dat inwoners in een veel eerder stadium moeten worden betrokken bij het zoeken naar locaties voor zonne-energieinstallaties en inrichting van projecten in overeenstemming met de recente voorstellen van de Commissie Brenninkmeijer. Bovendien moet de gemeente het niet overlaten aan de initiatiefnemers om inspraak te organiseren, maar toezien op en zorgdragen voor een integer proces en verslaggeving. 8.

Neem in de verordening op dat er bij voorbaat voldoende langlopende privaatrechtelijk overeen te komen financiële garanties worden gesteld of een reservefonds wordt opgebouwd op een derden rekening voor de gemeente door de projecteigenaar en grondeigenaar voor het, na aflopen van de tijdelijke vergunning, verwijderen van zonneenergie installaties en duurzaam en milieuvriendelijk recyclen van de panelen en verdere installatieonderdelen. 9. Warmtestraling moet in aanmerking worden genomen bij beoordeling van de locatiekeuze en milieueffecten van een zonnepark. 10. Verduidelijk vage en voor meerdere uitleg vatbare begrippen, terminologie voorwaarden in artikel 5.74 om meer bestuurlijk houvast te geven. Antwoord 1. Het tekstvoorstel van indiener leidt er toe dat we alle nieuwe ontwikkelingen in het Gelders natuurnetwerk (GNN) gaan toestaan als er maar een versterking van oppervlakte, kwaliteit en samenhang plaatsvindt. Deze vorm van toelatingsbeleid (ja, mits) past niet binnen de regels die het Rijk over de bescherming van het natuurnetwerk stelt. Het GNN is natuur en die willen we via de regels van de verordening zoveel mogelijk beschermen tegen nieuwe ontwikkelingen. Dit in tegenstelling tot de Groene ontwikkelingszone (GO) waar ontwikkelingen zijn toegestaan als er tegelijkertijd een versterking van de kernkwaliteiten plaatsvindt. Wij zien donderdag 9 september 2021

Pagina 25 van 71

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen

Definitief PS

het tekstvoorstel van indiener als een verzwakking van de bescherming van de natuur. 2. Met het plangebied wordt het gemeentelijke omgevingsplan bedoeld. Onder de Omgevingswet geldt één omgevingsplan voor de gemeente. Wij zijn het met indiener eens dat compensatie zo dicht mogelijk bij de ingreep moet plaatsvinden. Dit is niet altijd mogelijk. Daarom staan wij compensatie ook toe in een andere gemeente binnen de provincie Gelderland. 3. Wij maken wel onderscheid in de voorwaarden en criteria tussen de verschillende gebiedscategoriën. Het landelijke natuurnetwerk Nederland is een stelsel van natuurgebieden van internationaal of nationaal belang dat de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten tot doel heeft. Daarnaast zijn er zones die deze gebieden met elkaar verbinden. In Gelderland liggen de natuurkernen in het GNN en de ecologische verbindingszones in de GO. Wij zullen de toelichting bij artikel 5.4 hierop aanpassen. Daarnaast onderscheiden we nog de ganzenrustgebieden en de weidevogelgebieden die ook binnen het nationale natuurnetwerk vallen, maar een eigen beschermingsregime hebben. De reden dat we in het GNN en in de weidevogelgebieden terughoudend zijn met nieuwe ontwikkelingen is omdat de functie van natuur voorop staat. In overige gebieden, zoals GO en nationale landschappen is de combinatie van natuur met andere functies mogelijk. 4a.

Provincie Gelderland wil maatwerk mogelijk maken in beschermde gebieden. Dat betekent dat wij zo weinig mogelijk activiteiten uitsluiten maar juist beoordelen op hun gevolgen voor de natuur. Wij delen het uitgangspunt dus niet dat het wenselijk is om projecten als zonneparken en windturbines uit te sluiten. Deze projecten zijn uitsluitend mogelijk als zij het GNN niet aantasten of de GO versterken. 4b. De afwegingen zullen per locatie/gebied/landschap/functie/gemeente verschillen. Dit is afhankelijk van de kwaliteit en functie van het gebied of de locatie. Zo zullen activiteiten in gebieden als een (voormalige) stortplaats, zandwinplas of langs infrastructuur een andere impact op de ruimtelijk kenmerken, identiteit of de functie/gebruik van een gebied hebben dan activiteiten ergens anders. Daarom nemen we geen standaard regel of verhouding op in de omgevingsverordening. Gemeenten zullen deze regel verder moeten motiveren/vertalen in kaders en randvoorwaarden voor vergunningverlening die passen bij de situatie. Uitgangspunt daarbij is dat de natuurlijke en landschappelijke kwaliteit behouden en liefst versterkt wordt. 5. De toepassing van een zonneladder verschilt in Nederland en in Gelderland. Allemaal vanuit het principe om tot zorgvuldige locatiekeuze te komen en gebieden die minder impact hebben voorkeur te geven boven gebieden waar de impact groter is.

De toepassing/uitwerking vergt keuzes die kunnen verschillen. Hierbij speelt niet alleen de landschappelijke en natuurlijke kwaliteit een rol, maar zal ook de huidige gebruiksfunctie (bijvoorbeeld vuilstort, landbouwgrond, of defensieterrein), hoe het gebied wordt beleefd, waar de aansluitingen van het elektriciteitsnet liggen en/of in een gebied al plannen zijn voor een andere of betere inrichting, meegewogen moeten worden. Het gaat dus om een goede motivering van locatie- of gebiedskeuze die per gemeente kan verschillen. Daarom stellen we niet één uitwerking centraal, maar richten we ons op de criteria die bij de afweging een rol spelen. Deze afweging dient vooraf, en niet pas bij het in behandeling nemen van een aanvraag voor een concreet project, gemaakt te worden. 6. Wij maken uit de zienswijze op dat indiener weinig vertrouwen heeft in de capaciteit van gemeenten om ecologische onderzoeken te beoordelen. Wij hebben dit vertrouwen in gemeenten wel. Bovendien betrekken gemeenten de provincie bij (grote) ontwikkelingen in het GNN en GO. Het is niet de taak van de gemeente om ecologische onderzoeken te betalen voor (commerciële) ontwikkelingen. Het is ook niet de taak van de gemeente om op haar kosten inwoners een tegenonderzoek te laten doen. Het is de taak van de gemeente om de initiatieven en de gevolgen op de natuur te beoordelen.

Daarbij kan de gemeente altijd de provincie betrekken. 7. In de Omgevingswet ligt het initiatief voor een goede participatie bij de initiatiefnemer. Gemeenten kunnen

donderdag 9 september 2021

Pagina 26 van 71

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen

Definitief PS

hierover regels stellen. In de omgevingsverordening hoeft hiervoor dus niets (aanvullend) geregeld te worden. In een eigen inspraak- en/of participatieverordening zal voor de projecten waarvoor Gedeputeerde Staten bevoegd gezag zijn een en ander geregeld worden over vroegtijdige betrokkenheid van inwoners. Daarbij wordt uiteraard ook het recente advies van de onafhankelijke commissie Brenninkmeijer betrokken. Voor nadere informatie over dit advies verwijzen wij kortheidshalve naar de informatie op de website https//www.rijksoverheid.nl/doe-mee. 8. De Omgevingswet en het Omgevingsbesluit regelen in welke gevallen een financiële zekerheidsstelling kan of moet worden opgelegd. Het gaat in alle gevallen om bodembedreigende activiteiten, zoals ondergrondse opslag van gevaarlijke of brandbare stoffen in tanks, het storten van baggerspecie en ontgrondingen. Voor een nietbodembedreigende activiteit als het plaatsen en gebruiken van zonnepanelen biedt deze regelgeving (op dit moment nog) geen mogelijkheid om financiële zekerheidsstelling te eisen. 9. Ons zijn geen voorbeelden bekend dat warmtestraling (naast andere relevante parameters) van zonneparken de kwaliteit van de leefomgeving beïnvloedt. We werken met kennisinstituten samen om meer inzicht te krijgen in de effecten van zonneparken op bodem, water en biodiversiteit en zullen dit punt daar inbrengen.

Het is voor ons geen reden om hier nu een extra regel voor op te nemen. 10. Op basis van de zienswijze verduidelijken we de tekst van het eerste lid, onderdeel a, van artikel 5.74. De toelichting geeft nadere duiding. De uitwerking zal per gemeente en door de gemeente moeten gebeuren. Uiteraard spelen regels voor natuur en landschap daar een belangrijke rol bij. In de toepassing en verdere uitwerking van de regels zullen voorwaarden voor zonneparken een plek krijgen. Wijzigingen Deze zienswijze geeft aanleiding om in de tekst van de omgevingsverordening: 3. In de toelichting bij artikel 5.4 verduidelijken wij het verschil tussen de Groene ontwikkelingszone en het Gelders natuurnetwerk. 10. Artikel 5.74, eerste lid, onderdeel a te verduidelijken. De tekst 'de behoefte aan energieopwekking met zonne-energie' wordt vervangen door: de bijdrage van zonne-energie aan de energiebehoefte in de gemeente. De andere punten leiden niet tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.

Natuur Reactienummer:

29

Indiener:

Vereniging HOBAMA ( "Houd landelijk Barchem Mooi en Aantrekkelijk")

Samenvatting Indiener stelt dat er onvoldoende koppeling is met onze Omgevingsvisie "Gaaf Gelderland", met name wat betreft het uitbreiden van ruimte voor meer cyclische landbouw en natuurgebieden. Ook is de koppeling met ons beleid Bosontwikkeling en Biodiversiteit onvoldoende zichtbaar. De mogelijkheid open laten om de samenhang tussen het Gelders natuurnetwerk (GNN), de Groene ontwikkelingszone (GO) en de Ecologische verbindingszones (EVZ's) te doorbreken door toe te staan dat industriële zonne-energie installaties worden aangelegd, staat haaks op het uitgangspunt bij de actualisatie dat de samenhang van het GNN, de GO en de EVZ's moet worden gewaarborgd. Alle gebieden met natuurwaarden moeten uitgesloten worden van de aanleg van industriële zonne-energie installaties. Antwoord Zonneparken die afbreuk doen aan de waarden van het GNN of die niet leiden tot een versterking van de GO donderdag 9 september 2021

Pagina 27 van 71

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen

Definitief PS

(waarbinnen ook de EVZ's vallen) of waardoor de samenhang van de GO verloren gaat, zijn niet toegestaan op grond van de omgevingsverordening. De belangen van beschermde gebieden (zoals GNN, GO en EVZ's) spelen juist een essentiële rol bij de motivering van gemeenten wat de gevolgen zijn voor de ruimtelijke kwaliteit van gebieden en locaties waar zonneparken mogelijk zijn, en de samenhang met het omliggende landschap. Niet per project(locatie), maar vooraf bij het omgevingsplan als ruimtelijk kader en de voorwaarden voor vergunningverlening die daar uit voortkomen. De omgevingsverordening richt zich op het borgen van de natuurwaarden en niet op het vooraf uitsluiten ontwikkelingen in gebieden. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.

Natuur Reactienummer:

30

Indiener:

Stichting Milieuzorg Zeist e.o.

Samenvatting Indiener staat positief tegenover de zogenaamde "lagenbenadering" van de omgevingsverordening. Ook geeft indiener aan dat in een bijlage bij de Omgevingsverordening de Groene ontwikkelingszone in deelgebieden is opgeknipt. Per deelgebied worden wezenlijke kenmerken beschreven. Gemeenten moeten hiermee bij de planvorming rekening houden. Indiener wil de beschrijving van de kenmerken aanpassen. Het gaat om een aantal deelgebieden rondom de A1. Indiener verzoekt bij de beschrijving van de verbindingszone uitdrukkelijk de aanleg van een ecoduct bij Terschuur in de tekst op te nemen. Antwoord Zie voor het antwoord zienswijze 14. Wijzigingen Zie voor wijzigingen zienswijze 14.

Glastuinbouw Reactienummer:

31

Indiener:

N.N.

Samenvatting Indiener maakt bezwaar dat de provincie in de ontwerp omgevingsverordening glastuinbouwcomplexen tot 2 hectare ook buiten zogenaamde concentratiegebieden toestaat. Een glastuinbouwcomplex van 2 hectare is groot en heeft een enorme negatieve impact op het landschap. Antwoord Het glastuinbouwconcentratiebeleid blijft behouden in de omgevingsverordening. Wel wordt de definitie van een glastuinbouwbedrijf qua schaalgrootte verruimd naar 2 ha. Hiermee worden kleinschalige glastuinbouwontwikkeling onderdeel van het afwegingskader van de gemeente en niet meer van de provincie. De gemeente gaat over het toekennen van deze agrarische bouwpercelen en het voorkomen van eventuele wildgroei. De provincie richt zich op de concentratie van grotere glastuinbouwcomplexen. Wijzigingen

donderdag 9 september 2021

Pagina 28 van 71

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen

Definitief PS

Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.

Natuur Reactienummer:

32

Indiener:

Belangengroep Velp-Zuidoost

Samenvatting Indiener heeft een aantal opmerkingen op het gebied van natuur. 1. Indiener is verbaasd dat het gebied ten zuidoosten van het toe te voegen gebied in de Velperwaarden (ca. 1,5 ha) niet wordt toegevoegd aan het Gelders natuurnetwerk (GNN). Het gebied valt onder de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. Indiener verzoekt dit gebied toe te voegen aan het GNN. 2. In het projectgebied Rivierklimaatpark IJsselpoort is in een jaar tijd 350 meter meidoornhaag verdwenen en 350 meter zeer ernstig geruïneerd. Indiener verzoekt de aftakeling van het landschap te stoppen en weer over te gaan tot opbouw van de natuur. 3. Indiener verzoekt om de verkenningsgebieden voor windturbines in alle uiterwaarden die ook Natura 2000 zijn, te verwijderen. Vooral de IJsseluiterwaarden langs Rijksweg A12 omgeving brug over de IJssel. 4. Indiener vindt dat de (over)compensatie in het gebied zelf moet plaatsvinden en niet in andere gebieden. Het is anders oncontroleerbaar en leidt tot fraude. Antwoord 1. De grond waar indiener op doelt is eigendom van Natuurmonumenten en in erfpacht zonder beperkingen uitgegeven. De belangrijkste natuurwaarden liggen op de oeverwal en niet op dit perceel. Vanuit het vastgestelde Voorkeursalternatief voor het Rivierklimaatpark IJsselpoort is hier de overgang richting natuurinclusieve landbouw aangegeven.

Percelen die in gebruik blijven als agrarische grond worden niet in het GNN opgenomen. Door onderdeel te laten zijn van de Groene ontwikkelingszone is hier agrarisch natuurbeheer mogelijk. 2. Wij betreuren het als er meidoornhagen verdwijnen uit het landschap, maar de omgevingsverordening is niet het instrument om landschapselementen te beschermen. Houtkap wordt geregeld door het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming. 3. De verkenningsgebieden in het GNN overlappen niet met Natura 2000-gebieden. Toetsing van negatieve effecten van windturbines op Natura 2000 gebeurt op basis van de Wet natuurbescherming. 4. Compensatie is niet altijd mogelijk in het gebied zelf. Om die reden staan wij compensatie ook in andere gebieden toe. De initiatiefnemer moet de manier waarop gecompenseerd wordt en de manier waarop aandacht aan voorkomende soorten wordt besteed vastleggen in een natuurversterkingsplan. Dit maakt onderdeel uit van het omgevingsplan. Hierdoor is de compensatie controleerbaar vastgelegd en wordt fraude voorkomen. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.

Natuur donderdag 9 september 2021

Pagina 29 van 71

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen

Reactienummer:

33

Indiener:

N.N.

Definitief PS

Samenvatting Volgens indiener is in ontwerp-actualisatieplan 8 Omgevingsverordening Gelderland de aanduiding van een deel van het terrein van indiener veranderd met de aanduiding: "Groene ontwikkelingszone ERAF'. De voorgestelde bestemmingswijziging is gebeurd zonder overleg met indiener. Indiener maakt hiertegen bezwaar. Antwoord In Actualisatieplan 8 hebben we geen wijzigingen in de begrenzing van de Groene ontwikkelingszone (GO) op de locatie van indiener aangebracht. De wijziging waar indiener op doelt heeft plaatsgevonden in Actualisatieplan 7. Dat plan is op 31 maart 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. Het perceel van indiener is bij die actualisatie uit de begrenzing van het Gelders natuurnetwerk (GNN) gehaald. De reden dat we dit gedaan hebben is omdat het GNN bestaat uit gronden die natuur of bos zijn. Bebouwde percelen of verharde terreinen, zoals die van indiener, horen daar niet bij. Als een perceel uit het GNN gaat wordt het onderdeel van de Groene ontwikkelingszone. Dit is geen aanduiding of verandering van een bestemming, want bestemmingen worden bepaald door het gemeentelijk bestemmingsplan. Met de aanduiding als GO zijn nieuwe ontwikkelingen waarvoor het bestemmingsplan moet worden aangepast alleen maar mogelijk, als er tegelijkertijd ook een versterking van de natuurkwaliteit plaatsvindt.

Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.

Glastuinbouw Reactienummer:

34

Indiener:

Ekeby B.V.

Samenvatting Indiener heeft bezwaar tegen dat de ontwerp- verordening, glastuinbouwcomplexen tot 2 hectare ook buiten zogenaamde concentratiegebieden toestaat. Een glastuinbouwcomplex van 2 hectare is groot en heeft een enorme negatieve impact op het landschap en een belangrijke verstoring van de natuur, onder andere door sterke lichtvervuiling. Antwoord Het glastuinbouwconcentratiebeleid blijft behouden in de omgevingsverordening. Wel wordt de definitie van een glastuinbouwbedrijf qua schaalgrootte verruimd naar 2 ha. Hiermee worden kleinschalige glastuinbouwontwikkeling onderdeel van het afwegingskader van de gemeente en niet meer van de provincie. De gemeente gaat over het toekennen van deze agrarische bouwpercelen en het voorkomen van eventuele wildgroei. De provincie richt zich op de concentratie van grotere glastuinbouwcomplexen. Via de milieuregelgeving (Activiteitenbesluit) wordt de lichthinder door glastuinbouw beperkt; de gemeente is daarvoor bevoegd gezag. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.

donderdag 9 september 2021

Pagina 30 van 71

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen

Definitief PS

Natuur Reactienummer:

35

Indiener:

Van Westreenen B.V.

Samenvatting In Actualisatieplan 8 is het verkenningsgebied voorwaarden natuurbegraven in het Gelders natuurnetwerk (GNN) in de gemeente Apeldoorn uitgebreid. Hierdoor is het mogelijk om agrarische grond in het GNN om te vormen naar natuur met een natuurbegraafplaats. Aan een deel van de gronden van cliënt van indiener is deze aanduiding toegekend. Dit betekent dat het gebied voldoet aan de criteria voor verkenningsgebied natuurbegraven. De gemeente Apeldoorn overweegt een deel van de gronden van cliënt bij de al bestaande begraafplaats te betrekken en deze te ontwikkelen tot natuurbegraafplaats. Nu hebben deze plannen betrekking op meer gronden dan in het actualisatieplan van de Omgevingsverordening opgenomen. Indiener verzoekt daarom de aanduiding verkenningsgebied voorwaarden natuurbegraven ook op een ander deel van de gronden van cliënt op te nemen, zoals aangegeven op het bij de zienswijze toegevoegde plaatje. Het betreft 5 percelen met een oppervlakte van ruim 15 ha. Antwoord Wij hebben bij deze actualisatie de begrenzing van het verkenningsgebied voorwaarden natuurbegraven op verzoek van initiatiefnemer, de gemeente Apeldoorn, aangepast. De uitbreiding van deze begrenzing, zoals indiener voorstelt, zal in ieder geval op haalbaarheid nader onderzocht moeten worden. Wij adviseren indiener hierover in contact te treden met de gemeente.

Nadat de haalbaarheid is onderzocht kunnen wij beoordelen of we de grens van het verkenningsgebied aanpassen. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.

Natuur Reactienummer:

36

Indiener:

Natuurbegraven Nederland

Samenvatting Indiener geeft aan dat op haar natuurbegraafplaats de natuurkwaliteit voorop staat en de biodiversiteit in de afgelopen jaren is toegenomen. Indiener heeft de volgende vragen en opmerkingen: 1. Waar is de kaart ‘verkenningsgebied natuurbegraven onder voorwaarden in GNN' op gebaseerd? Deze criteria moeten openbaar zijn. 2. Gebieden met een grondwaterstand hoger dan 145 cm zijn uit de kaart gehaald. Dit is overbodig omdat op grond van de Wet op de lijkbezorging begraven in die gebieden sowieso niet is toegestaan. 3. De grondwaterkaarten waar de provincie zich op baseert bij het bepalen van geschikte gebieden zijn verouderd. De grondwaterstand is bovendien dynamisch. Gebieden moeten niet vooraf worden uitgesloten maar pas na het doen van onderzoek in het gebied zelf. 4. Het is noodzakelijk in de verordening duidelijk te maken dat de kaart ‘verkenningsgebied natuurbegraven onder voorwaarden mogelijk in GNN’ aangepast kan worden als uit onderzoek blijkt dat natuurbegraven hier mogelijk is. De criteria voor wijziging moeten inzichtelijk in de verordening komen. donderdag 9 september 2021

Pagina 31 van 71

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen

Definitief PS

5. De provincie moet toezien op de uitvoering van het natuurversterkingsplan, niet de gemeente zoals in het actualisatieplan wordt voorgesteld. Inspreker verzoekt de koppeling tussen omgevingsplan en natuurversterkingsplan los te laten en te werken met een privaatrechtelijke overeenkomst tussen initiatiefnemer en provincie. Antwoord 1. Gebieden in het GNN die zijn uitgesloten voor natuurbegraven zijn: A-locaties bos, grote eenheden natuur, natuurparels, terreinen waarvoor habitattypen zijn gedefinieerd, beschermingsgebieden natte landnatuur, beïnvloedingszones voor kwel, HEN (Hoogst Ecologisch Niveau)- en SED (Specifiek Ecologische Doelstelling)wateren en gebieden waarvan uit de bodemkaart van Nederland blijkt dat de grondwatertrap een gemiddelde hoogste grondwaterstand heeft hoger dan 145 cm. 2. De wet verbiedt begraven in gebieden met een grondwaterstand hoger dan 145 centimeter. Daarom kunnen deze gebieden van de kaart worden afgehaald. Dit is duidelijk voor iedereen. 3. Grondwaterstanden variëren, en er is zeker de afgelopen jaren sprake van verdroging. Maar in veel gebieden en met name in het GNN willen we de droogte bestrijden en de van oorsprong natte gebieden herstellen. Daarom staat op de kaart de gebieden waar natuurbegraven zijn uitgesloten, gebaseerd op grondwaterstanden die er nu niet meer zijn, maar waar herstel wel mogelijk is.

Zouden we deze gebieden niet uitsluiten en wordt hier een natuurbegraafplaats ingericht, dan is herstel van de grondwatersituatie niet meer mogelijk. 4. Op basis van een gedegen onderzoek naar de lokale grondwatersituatie kan een verzoek tot aanpassing van de begrenzing van het verkenningsgebied voor natuurbegraafplaatsen worden ingediend. We zullen dit verzoek vervolgens beoordelen en voorleggen aan Provinciale Staten. Wij vinden het niet nodig om deze mogelijkheid uitdrukkelijk in de verordening op te nemen. 5. Gemeenten moeten de regels over het GNN (waaronder natuurbegraafplaatsen) verwerken in hun omgevingsplannen. Dit is volgens de regels van de Omgevingswet. Wij herkennen niet dat gemeenten de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het natuurversterkingsplan niet willen dragen. Daarom nemen wij het voorstel om privaatrechtelijke afspraken te maken tussen initiatiefnemer en provincie niet over. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.

Water Reactienummer:

37

Indiener:

Vitens

Samenvatting 1. Indiener geeft als aandachtspunt mee dat een boorgat het gevolg is van een boring en op zichzelf niet in gebruik is. Indiener constateert dat in enkele artikelen grondwaterbedreigende activiteit ‘buiten gebruik stellen van een boorgat’ is opgenomen. De gerealiseerde put of peilbuis op basis van de boring kan wel in gebruik zijn en wanneer deze buiten gebruik wordt gesteld is het van belang dat het boorgat op een juiste manier wordt opgevuld. 2. Indiener stelt voor om voor bepaalde stoffen (die uit de gebiedsdossiers en monitoringsresultaten naar voren komen) te onderzoeken of deze specifiek opgenomen kunnen worden in de lijst van schadelijke stoffen en is graag betrokken bij de nadere invulling daarvan.

donderdag 9 september 2021

Pagina 32 van 71

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen

Definitief PS

3. Over het verbod op het gebruik van meststoffen in waterwingebieden stelt indiener voor om het extensief gebruik van specifieke meststoffen voor natuur- of terreinbeheer wel toe te staan. Antwoord 1. Wij zijn van mening dat een boorgat wel op zichzelf in gebruik kan zijn, in de meeste gevallen inderdaad voor een (waterwin)put of peilbuis. Met de terminologie van ‘boorgat’ kiezen we bewust voor het allesomvattende begrip. Voor de bescherming van het grondwater is het van belang dat boorgaten zo snel mogelijk worden opgevuld en afgedicht wanneer deze niet meer worden gebruikt. In dat verband zijn de bestaande (middel)voorschriften (zoals opgenomen in onderdeel F van de Bijlage Grondwaterbescherming van de huidige Omgevingsverordening Gelderland) nog steeds relevant en deze zullen uitdrukkelijk worden opgenomen in het Digitaal Stelsel Omgevingswet als maatregelen waarmee kan worden voldaan aan het doelvoorschrift. In de huidige regels is het ‘buiten gebruik stellen van een boorgat’ een onderdeel van de voorschriften voor boringen en grond- of funderingswerken. In de nieuwe regels is er gekeken naar de nieuwe terminologie en indeling van grondwaterbedreigende activiteiten en bewust voor gekozen om het ‘buiten gebruik stellen van een boorgat’ als afzonderlijke activiteit op te nemen.

Dit in verband met het grote belang van een correcte opvulling en afdichting van boorgaten gekeken naar de risico’s voor de kwaliteit van het grondwater en de praktijk waarin het ‘buiten gebruik stellen van een boorgat’ vaak ‘los’ staat van de activiteit boren, omdat het buiten gebruik stellen ervan pas zoveel tijd later plaatsvindt. Als gevolg van de zienswijze hebben we zelf wel een ander gebrek geconstateerd in de regels de activiteit ‘buiten gebruik stellen van een boorgat’. De vergunning- en meldingsplicht en algemene voorschriften omtrent deze activiteit zijn net als bij de activiteit ‘roeren van de bodem’ alleen relevant vanaf een diepte van meer dan 2 of 3 meter onder het maaiveld. Gelijk aan de activiteit ‘roeren van de bodem’ hebben we deze diepten nu ook opgenomen bij de activiteit ‘buiten gebruik stellen van een boorgat’. 2. We vinden dit een goed voorstel en zullen hierover in het najaar van 2021 een afspraak maken met indiener. Stoffen die op basis van het onderzoek schadelijk blijken te zijn kunnen dan bij de eerstvolgende actualisatie van de Omgevingsverordening worden opgenomen in de lijst van schadelijke stoffen. 3. Omdat het gaat om een verwaarloosbaar risico voor het grondwater nemen we dit over in de regels, maar wel op een andere manier dan indiener specifiek voorstelt.

In zowel de huidige omgevingsverordening als de nieuwe omgevingsverordening onder de Omgevingswet nemen we een nieuwe begripsomschrijving op voor het begrip ‘meststoffen’. Die nieuwe begripsomschrijving zorgt er voor dat alle meststoffen zoals bedoeld in het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet en dierlijke uitwerpselen onder het begrip meststoffen vallen, behalve de door indiener genoemde uitzonderingen. Daarbij vertalen we de uitzonderingen naar concrete maximale hoeveelheden. De gehanteerde concrete maximale hoeveelheden vormen een vertaling van extensief gebruik, zoals dat ook is gehanteerd in het Besluit gebruik meststoffen. In de regels voor activiteiten worden enkele wijzigingen doorgevoerd om de reikwijdte van de verbodsbepalingen weer op de juiste manier in overeenstemming te brengen met de nieuwe begripsomschrijving. Wijzigingen Deze zienswijze geeft aanleiding tot de volgende wijzigingen in de tekst van de omgevingsverordening: 1. In de begripsbepalingen wordt een nieuwe begripsomschrijving opgenomen voor meststoffen: meststoffen als bedoeld in de zin van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet en dierlijke uitwerpselen, met uitzondering van: a. dierlijke meststoffen die worden gebruikt voor natuur- of terreinbeheer in een hoeveelheid van maximaal twintig kilogram fosfaat per hectare per jaar; b.

dierlijke uitwerpselen als gevolg van beweiding voor natuur- of terreinbeheer door maximaal anderhalf grootvee- eenheden per hectare per jaar. 3. De artikelen over activiteiten met meststoffen binnen waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden worden met de nieuwe begripsomschrijving (zie hierboven) in

donderdag 9 september 2021

Pagina 33 van 71

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen

Definitief PS

overeenstemming gebracht. Ambtshalve zullen we de regels over de activiteit ‘buiten gebruik stellen van een boorgat’ aanvullen met de bijbehorende diepten.

Natuur Reactienummer:

38

Indiener:

Stichting Natuur- en Milieuzorg NW-Veluwe

Samenvatting Indiener heeft een aantal opmerkingen op het gebied van natuur. 1. Indiener verzoekt de begrenzing in overeenstemming te brengen met het geldende bestemmingsplan. Op deze manier is er een eenduidig beleid en worden zowel de belangen van natuur als van agrariërs gediend. Ook verzoekt indiener de instructieregels voor gemeenten uit te werken zodat gemeenten niet steeds opnieuw het wiel moeten uitvinden. Indiener vraagt om passende aandacht in de verordening voor de verschillende beschermingsregimes die op dit gebied van toepassing zijn. Daarmee doelt indiener op het bestemmingsplan, de aanwijzing als Natura2000-gebied en het verbod op scheuren van blijvend grasland in het kader van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid-vergroening. Ook vraagt indiener om passende aandacht voor de discussie rondom “normaal beheer, onderhoud en gebruik”. 2. Indiener ondersteunt de wijziging om de overlap met weidevogelgebied weer aan het ganzenrustgebied toe te voegen. 3. Delen van de polder Arkemheen zijn nu geen Groene ontwikkelingszone maar weidevogelgebied en ganzenrustgebied. Daardoor wordt niet meer verwezen naar aanwezige kernkwaliteiten. Indiener verzoekt de systematiek aan te passen zodat ook aan weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden kernkwaliteiten worden toegekend. 4.

Indiener vraagt aandacht voor de Voorthuizerpoort als onderdeel van de verbindingszone tussen de Veluwe en de Utrechtse heuvelrug. Er moet een ruimtelijke reservering worden gemaakt voor een ecoduct of passage over of onder de A1. 5. Indiener vindt dat het verkenningsgebied voor windturbines bij Diermen (tussen Nijkerk en landgoed Oldenaller) van de kaart moet. De locatie ligt veel te dicht bij het Natura 2000-gebied, ook weidevogel- en ganzenrustgebied. Daarnaast ligt het ook dicht bij het landgoed Oldenaller met belangrijke watervogelconcentraties en een reigerkolonie. 6. Het kaartmateriaal over erfgoed is zeer beperkt. Voor afwegingen over ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ook natuurbegraven, is informatie over erfgoed van groot belang. Indiener verzoekt om dit in de volgende actualisatie op te nemen. Antwoord 1. Wij nemen het voorstel om de begrenzing van het weidevogelgebied Arkemheen in overeenstemming met het gemeentelijke bestemmingsplan te brengen in overweging. Daarvoor zal met de gemeente worden overlegd. 2. We nemen kennis van dit standpunt van indiener. 3. De kernkwaliteiten voor het GO zijn bedoeld om bij ontwikkelingen te kunnen bepalen of er kernkwaliteiten worden aangetast en welke er versterkt kunnen worden. Maar in weidevogelgebieden willen we helemaal geen

donderdag 9 september 2021

Pagina 34 van 71

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen

Definitief PS

ontwikkelingen toestaan, dus is er geen beschrijving van de kernkwaliteiten nodig. De inspanningen en doelen voor Arkemheen worden verwoord in het natuurbeheerplan en in het Natura 2000 beheerplan. 4. Zie voor het antwoord zienswijze 14. 5. Binnen het Gelders natuurwerk (GNN) kennen we al sinds 2017 gebieden waar andere regels gelden voor het plaatsen van een windturbine dan voor de rest van het GNN. Deze gebieden werden eerder aangeduid als Verkenningsgebied voorwaarden windturbines Gelders natuurnetwerk. Omdat deze term verwarring veroorzaakte, duiden wij deze gebieden in het vervolg aan als “GNN windturbines onder voorwaarden mogelijk”. De gebieden liggen langs snelwegen, vanuit het idee dat verstoring langs snelwegen sowieso optreedt en daarmee het effect op soorten minder zal zijn. Binnen deze gebieden is het onder voorwaarden mogelijk een windturbine te plaatsen. Er is niet gekeken naar de aanwezige natuurwaarden binnen deze gebieden. Gemeenten en initiatiefnemers zullen altijd nog onderzoek moeten doen naar de effecten op aangewezen natuurgebieden en soorten en de daarbij horende regelgeving. De mogelijkheden van windturbines in het gebied bij Diermen zijn dan ook afhankelijk van de uitkomsten van de genoemde onderzoeken. Wij delen de mening van indiener dan ook niet dat dit gebied bij voorbaat van de kaart zou moeten.

Wel merken wij op dat wij in het kader van de Regionale Energiestrategie (RES), de gebieden in het GNN waar onder voorwaarden windturbines mogelijk, zijn nader zullen bekijken. Mogelijk dat de vertaling van de RES naar ons provinciaal beleid gevolgen heeft voor deze gebieden. 6. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen diverse onderzoeken te worden gedaan. De informatie over erfgoed die indiener noemt is hierbij inderdaad van belang. In de praktijk wordt kaartmateriaal gebruikt zoals de Cultuurhistorische DNA-kaart Gelderland of Archeologische verwachtingskaart van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Onderzoek naar erfgoed en naar archeologische vindplaatsen is verplicht en geregeld via andere regelgeving. Hierover iets opnemen in de verordening zou dubbelop zijn. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening. Wel nemen wij het voorstel om de begrenzing van het weidevogelgebied in overeenstemming met het bestemmingsplan te brengen in overweging. Mogelijk dat dit in een volgende actualisatieronde leidt tot wijziging van de kaart met de weidevogelgebieden.

Natuur Reactienummer:

39

Indiener:

Branchevereniging voor echte Natuurbegraafplaatsen in Nederland

Samenvatting Indiener vraagt over het onderwerp natuurbegraven aandacht voor twee punten: 1. Indiener vraagt om de selectie van de gebieden inzichtelijk te maken. De praktijk leert dat de beschikbare onderzoeksgegevens bij een dergelijke selectie vrij globaal en niet meer actueel kunnen zijn. Dat kan er toe leiden dat een locatie voor een natuurbegraafplaats met hoge potenties voor natuur niet kan worden benut omdat deze buiten het kaartbeeld valt. Indiener vraagt om de mogelijkheid van een tussentijdse aanpassing van de kaart te bieden, of het op andere manier alsnog mogelijk maken van een natuurbegraafplaats, wanneer de initiatiefnemers objectief kunnen aantonen dat de beoogde natuurbegraafplaats de gewenste bijdrage levert

donderdag 9 september 2021

Pagina 35 van 71

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen

Definitief PS

aan herstel en ontwikkeling van natuurwaarden. 2. In het ontwerp-Actualisatieplan 8 wordt de beoordeling en de handhaving van het natuurversterkingsplan bij de gemeente neergelegd. Indiener verwacht niet dat dit goed zal werken omdat de vereiste expertise niet bij de gemeente beschikbaar is en de primaire verantwoordelijkheid bij de provincie ligt. Indiener stelt voor om bijvoorbeeld aan de door de gemeente te verlenen omgevingsvergunning de voorwaarde te verbinden van een tussen provincie en initiatiefnemer overeen te komen natuurversterkingsplan (op privaatrechtelijk basis). Antwoord Zie voor het antwoord zienswijze 36. Wijzigingen Zie voor wijzigingen zienswijze 36.

Natuur Reactienummer:

40

Indiener:

Vereniging Landschap en Milieu Hattem e.o.

Samenvatting Indiener vindt dat de regels over zonneparken een vooruitgang zijn en vraagt aandacht voor de ecologische verbindingszones (EVZ) en de bescherming van het Gelders natuurnetwerk (GNN). Provincie Gelderland moet wel beter toezien op naleving van de instructieregels in bestemmingsplannen en het toepassen van het bestemmingsplan in de praktijk. Indiener noemt een aantal voorbeelden waar het fout is gegaan, waaronder een zonneveld op Natura 2000 / GNN in Hattem. Daarnaast verzoekt indiener om het GNN beter te beschermen. De kwaliteit van de Natura 2000-gebieden voldoet volgens indiener niet aan de wettelijke eisen. Compensatie moet pas plaatsvinden nadat is aangetoond dat sprake is van een groot openbaar belang en er geen alternatieven zijn. Antwoord Wij zijn het met indiener eens dat gemeenten de instructieregels van de provincie moeten toepassen in hun omgevingsplan. Wij controleren dit. Enkele jaren geleden hebben wij een onderzoek laten uitvoeren waaruit blijkt dat gemeenten dit goed doen. Ook maken wij afspraken met gemeenten dat ontwikkelingen in het Groene ontwikkelingszone (GO) of het GNN van tevoren worden besproken met de provincie. Wanneer dit niet gebeurt, dienen wij een zienswijze in tegen het bestemmingsplan of omgevingsplan. Toch kan het voorkomen dat een gemeente een omgevingsplan vaststelt in strijd met onze omgevingsverordening.

Ook kan een gemeente de regels in haar bestemmingsplan niet toepassen. In dat geval heeft indiener de mogelijkheid een handhavingsverzoek in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. Ook kan indiener Gedeputeerde Staten hiervan op de hoogte stellen. In deze actualisatieronde verandert de bescherming van het GNN niet. In de vorige ronde hebben wij de bescherming wel veranderd, maar niet verminderd. Het GNN valt voor een groot deel samen met Natura 2000. Als iemand een ontwikkeling wil uitvoeren in het GNN én in Natura 2000-gebied, dan gelden daarvoor de regels van het GNN en Natura 2000. Deze regels bestaan naast elkaar. De regels GNN verbieden een ontwikkeling die leidt tot nadelige gevolgen voor de kwaliteit, oppervlakte of samenhang van het GNN. In de zienswijze en de bijlagen maakt indiener duidelijk wat de regel vanuit Natura 2000 is. Wij willen graag het misverstand uit de wereld helpen dat een ontwikkeling in het GNN niet hoeft te voldoen aan de regels vanuit Natura 2000. Natuur die zowel GNN als Natura 2000 is, wordt dubbel beschermd. Voor het in de zienswijze genoemde voorbeeld in Hattem geldt dat GS op 23 juni 2020 kenbaar heeft gemaakt

donderdag 9 september 2021

Pagina 36 van 71

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen

Definitief PS

open te staan voor een gesprek om de locatie verder te onderzoeken binnen de geldende regelgeving (GNN en Natura 2000). Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.

Water Reactienummer:

41

Indiener:

Omgevingsdienst Rivierenland

Samenvatting Indiener heeft een aantal opmerkingen op het gebied van water. 1. De regels in de paragraaf 4.4.2 ‘Activiteiten op of in de bodem’ zullen lastig uitvoerbaar en handhaafbaar zijn, omdat het bevoegd gezag niet ligt bij de instantie die de meldingen voor graven en saneren ontvangt. 2. Door het brede toepassingsbereik van artikel 4.37, in combinatie met artikel 4.38 lid 1, moet bij iedere melding ook de kwaliteit van het grondwater worden betrokken. Is het mogelijk om de regels een beperkter toepassingsbereik te geven door gebieden of gevallen aan te wijzen waar ze gelden? 3. Volgt niet automatisch bij een correcte uitvoering van het bodemonderzoek volgens de NEN 5740 dat het grondwater moet worden onderzocht als er een verdenking bestaat dat het verontreinigd is? 4. Volgens de toelichting bij artikel 4.39 moet de initiatiefnemer melden bij de provincie. Het is onduidelijk wie dit controleert en handhavend optreedt als de initiatiefnemer niet meldt. 5. Het is onduidelijk wie bevoegd is om de sanering te controleren en te handhaven. Daarbij ontbreekt het in de Omgevingswet aan verder juridisch instrumentarium om een bronsanering af te dwingen. Indien het de bedoeling is van de provincie dat de gemeente of omgevingsdienst het bevoegd gezag wordt voor het uitvoeren van deze taak, ontvangt indiener daar graag meer handvatten voor. Antwoord 1.

De provincie geeft met genoemde regels aan dat bij de activiteiten saneren van de bodem en graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde in bepaalde situaties, zoals benoemd in artikel 4.38, niet kan worden volstaan met alleen een leeflaag of een afdeklaag. Deze beoordeling maakt deel uit van de beoordeling door de gemeente als onderdeel van deze activiteiten (in het kader van het Besluit kwaliteit leefomgeving). 2. Het is inderdaad niet wenselijk om van bijvoorbeeld kabelaars te verwachten een bronsanering uit te voeren. Het toepassingsbereik van de regels zal worden aangepast, zodat ze niet op dergelijke situaties van toepassing zijn. 3. In het eerste lid van artikel 4.38 is benoemd in welke situatie de regels gelden (bij overschrijding van de interventiewaarde). In het tweede lid van artikel 4.38 wordt een nadere invulling gegeven. Daarbij is gebruik gemaakt van de term 'verkennend onderzoek' volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het klopt dat de regels voor het verkennend onderzoek aangeven of wel of geen onderzoek van het grondwater nodig is. Het is ook mogelijk om eerst te kijken of risico’s voor kwetsbare objecten te verwachten zijn; de aangegeven volgorde is niet verplicht. Hierover wordt een passage opgenomen in de toelichting. 4. De gemeente is het bevoegd gezag voor de activiteiten ‘graven in bodem met een kwaliteit boven de

donderdag 9 september 2021

Pagina 37 van 71

Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen

Definitief PS

interventiewaarde bodemkwaliteit’ en ‘saneren van de bodem’ op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Dat betekent dat initiatiefnemers over genoemde activiteiten verplicht een melding moeten doen bij de gemeente en dat de gemeente deze meldingen als het bevoegd gezag moet beoordelen en afhandelen. De regels in de omgevingsverordening zijn maatwerkregels ‘bovenop’ de landelijke regels over genoemde activiteiten. Dat betekent dat de gemeente als het bevoegd gezag bij de beoordeling en afhandeling niet alleen toetst of door de initiatiefnemer wordt voldaan aan de relevante regels van het Bal, maar ook of door de initiatiefnemer wordt voldaan aan de relevante (maatwerk)regels van de omgevingsverordening. Wanneer het gaat om de bestuursrechtelijke handhaving blijkt uit de Omgevingswet (en het Bal) dat ook in het geval van maatwerkregels, die taak kortgezegd berust bij het bevoegd gezag dat de regels heeft gesteld, in dit geval dus de provincie. Dat betekent dat standaard de provincie het bevoegd gezag is wanneer het op toezicht en handhaving aan komt van deze provinciale (maatwerk)regels. Wij zien dit als een onduidelijkheid in de landelijke regelgeving en zullen bij het Rijk om opheldering vragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10628104/1