Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 - Zienswijzen (1)
Tekst van het document
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 Zienswijzen Provincie Gelderland
Definitief PS donderdag 9 september 2021
Bezoekadres: Markt 11, 6811 CG ARNHEM Postadres: Postbus 9090, 6800 GX ARNHEM Telefoon: (026) 3599480 E-mail: post@gelderland.nl Website: www.gelderland.nl
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
Zienswijzen Overig Reactienummer:
1
Indiener:
N.N.
Samenvatting Indiener wil weten waar de uitbreidingen van industrieterreinen in de gemeente West Maas en Waal komen. Antwoord Hiervoor kunt u contact opnemen met de gemeente West Maas en Waal. De provinciale omgevingsverordening schept alleen de kaders waarbinnen gemeenten met de andere regiogemeenten afspraken moeten maken over bedrijventerreinen. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Overig Reactienummer:
2
Indiener:
N.N.
Samenvatting Indiener tekent protest aan tegen de kennisgeving van actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening in de huis-aan-huisbladen. Indiener vindt de kop en tekst te ambtelijk en moeilijk leesbaar. Indiener geeft aan dat Nederland 2,5 miljoen laaggeletterden heeft, die deze teksten niet kunnen lezen en begrijpen. Dit taalgebruik schrikt ook mensen af die wel kunnen lezen, wat de kloof tussen hen en de politiek vergroot. Indiener daagt ons uit om de plannen uit te leggen op een manier die laaggeletterden kunnen volgen. Antwoord Wij nemen het protest van indiener mee bij volgende veranderingen en aankondigingen van de omgevingsverordening. De noodzaak om via B1 taalniveau zoveel mogelijk inwoners te bereiken, onderschrijven we zeker. Ook omdat in Gelderland ruim 200.000 laaggeletterden leven en werken, dat is 10% van de Gelderse bevolking. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Overig Reactienummer:
3
Indiener:
N.N.
Samenvatting Indiener is van mening dat verkabelen van hoogspanningsleidingen in stedelijke gebieden genoemd moeten
donderdag 9 september 2021
Pagina 1 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
worden in de omgevingsvisie. Indiener geeft aan dat verkabelen een positief effect heeft op gezondheid, veiligheid, duurzaamheid en kwaliteit van de leefomgeving. Daarnaast kunnen op de grond ontwikkelingen plaatsvinden waarboven de hoogspanningslijnen hangen. In het besluit van 8 november 2018 van de Minister van Economische Zaken en Klimaat staan een aantal Gelderse gemeenten die voor verkabeling van hoogspanningsnetten in aanmerking komen. De provincie wordt stakeholder genoemd in de Wet Voortgang EnergieTransitie. Antwoord De omgevingsvisie maakt geen deel uit van actualisatieplan 8. Het actualisatieplan 8 betreft alleen wijzigingen in de verordening. Daarnaast is verkabelen geen beleidsdoel van de provincie Gelderland en draagt ook niet bij aan de realisatie van provinciale doelen. Omdat verkabelen niet als ambitie in de visie staat, kan het ook niet in de verordening worden opgenomen. Verkabelen is wel een Rijksdoel en verantwoordelijkheid waarbij de provincie inderdaad stakeholder, maar geen verantwoordelijke is. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Overig Reactienummer:
4
Indiener:
De Omgevingsadviseurs BV
Samenvatting Indiener vraagt om meer flexibiliteit in bestaande gemeentelijke functieveranderingsregelingen, zodat stoppende nertsenhouders meer mogelijkheden hebben voor herontwikkeling van hun bedrijfsperceel. Antwoord De provincie Gelderland heeft het zogenoemde functieveranderingsbeleid in het Streekplan 2005 vormgegeven en regio's de mogelijkheid gegeven een eigen invulling te geven. De meeste Gelderse regio's hebben daarvan gebruik gemaakt, waardoor de regie voor functieveranderingsprocessen bij de gemeenten is komen te liggen. De omgevingsverordening stelt nog slechts op enkele onderdelen regels en kaders. Wij zien ook dat er tussen regio's verschillen zijn ontstaan tussen de mogelijkheden om agrarische percelen ter herontwikkelen. Omdat iedere regio een eigen (landbouw)structuur en eigen opgaven kent, zijn deze verschillen ook te verklaren. Als een gemeente af wil wijken van het eigen functieveranderingsbeleid, kan ze overleggen met de provincie. Vaak zijn het niet provinciale regels die een ontwikkeling in de weg staan, maar moeten er op basis van een goede ruimtelijke ordening de juiste keuzes worden gemaakt. Want op vrijgekomen agrarische bouwpercelen kan niet iedere functie ingezet worden. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Natuur Reactienummer:
5
Indiener:
N.N.
Samenvatting donderdag 9 september 2021
Pagina 2 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
Indiener maakt bezwaar tegen de opname van enkele percelen, gelegen aan de Bokkerijweg in Vaassen, in het Gelders natuurnetwerk (GNN). Volgens indiener bestaan deze percelen uit kwalitatief goede landbouwgrond en is er geen enkele ecologische verbindingszone met andere gebieden in het GNN. Volgens indiener liggen deze percelen in het Landbouw Ontwikkelingsgebied (LOG) waar nieuwe agrarische bedrijven zich moeten kunnen vestigen. Ook moeten bestaande bedrijven zich verder kunnen ontwikkelen om in de toekomst wat betreft inkomen en schaalgrootte levensvatbaar te blijven. Antwoord De percelen aan de Bokkerijweg liggen al vele jaren in het GNN. Bij deze actualisatie is de begrenzing niet aangepast. De percelen hebben een agrarische bestemming en zo lang de bestemming niet wordt aangepast zijn er geen beperkingen aan het agrarisch gebruik. De percelen liggen in het GNN omdat we de ambitie hebben deze percelen om te vormen naar natuur. De omvorming naar natuur kan alleen maar als de grondeigenaar hieraan wil meewerken. In dat geval bestaan er subsidiemogelijkheden voor de waardedaling, de inrichting en het uiteindelijke beheer van de aangelegde natuur. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Natuur Reactienummer:
6
Indiener:
Vogelwerkgroep Zutphen e.o
Samenvatting Indiener is tegen het verkleinen van ganzenrustgebieden om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. Ganzenrustgebieden moeten op voor ganzen gunstige plaatsen blijven liggen. Ook is indiener tegen het nog steeds mogelijk maken van windenergie in het Gelders natuurnetwerk (GNN) en Natura 2000 gebieden. Daarbij verwijst indiener naar de Beleidslijn Windenergie. Antwoord Ganzenrustgebieden zijn relatief grote gebieden. De buitengrens ligt op duidelijk herkenbare structuren als wegen, dijken en sloten. Op die manier is het voor een jager in het veld goed te zien waar de jager ganzen mag verstoren en waar niet. In de ganzenrustgebieden kunnen daardoor hele stukken liggen, zoals fabrieksterreinen en andere bebouwing, die niet door ganzen gebruikt worden. Wij hebben daarom besloten dat voor ruimtelijke ontwikkelingen in de ganzenrustgebieden maatwerk mogelijk moet zijn. Belangrijk is dat de rust in het gebied niet ernstig verstoord raakt en er voldoende grasland overblijft waar de ganzen kunnen foerageren. Daarmee is bewust afgeweken van de oudere beleidslijn, waarin de plaatsing van windturbines in ganzenrustgebieden vooraf was uitgesloten. De nieuwe omgevingsverordening verandert niets aan de mogelijkheden voor windenergie in het GNN. In het GNN sluiten we niet vooraf bepaalde activiteiten uit. We kijken naar de gevolgen die een activiteit heeft op de natuur.
Welke gevolgen er zijn moet worden onderzocht. Zijn er geen negatieve gevolgen voor de natuur, dan kan de activiteit doorgaan. Daarnaast kennen we, voor windenergie, speciale verkenningsgebieden in het GNN. Deze gebieden liggen langs snelwegen waar al enige mate van verstoring van het GNN is. Ook binnen deze gebieden sluiten we specifieke activiteiten niet uit. De omgevingsverordening stelt geen regels voor de bescherming van Natura2000-gebieden. Deze gebieden worden nu nog beschermd via de Wet natuurbescherming. In de toekomst zal de bescherming plaatsvinden via de Omgevingswet. donderdag 9 september 2021
Pagina 3 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Natuur Reactienummer:
7
Indiener:
Landgoed Middachten
Samenvatting Indiener verzoekt om in de bijlage Kernkwaliteiten GNN en GO bij deelgebied 154 Havikerwaard - Fraterwaard als ontwikkelingsdoelen de volgende tekst op te nemen: ontwikkeling van de zichtas van kasteel Middachten richting IJssel en Doesburg evenals de ontwikkeling van cultuurhistorische patronen en de relatie tussen uiterwaardgebied en buitenplaatsenzone. Antwoord We vinden dit een goede aanvulling en zullen de bijlage Kernkwaliteiten GNN en GO hierop aanpassen. Wijzigingen De zienswijze geeft aanleiding om de tekst in bijlage Kernkwaliteiten GNN en GO aan te passen. Ingevoegd in bijlage Kernkwaliteiten GNN en GO deelgebied 154 onder ‘natuur en landschap Groene ontwikkelingszone’: ●
Ontwikkeling van de zichtas van kasteel Middachten richting IJssel en Doesburg
●
De ontwikkeling van cultuurhistorische patronen en de relatie tussen uiterwaardgebied en
Natuur Reactienummer:
8
Indiener:
Landgoederen Gerven &Hell
Samenvatting Indiener vraagt om in de bijlage over de Kernkwaliteiten GNN en GO enkele aanvullingen te doen die betrekking hebben op de omschrijving van het gebied Veldbeek - Oldenaller (126) waar landgoederen Gerven & Hell, onderdeel van uitmaken. Bij de beschrijving van de kernkwaliteiten mist indiener de gaafheid van het cultuurhistorische landschap met zandwegen, hoge en lage gronden, verschillende grenswallen, eikenlanen e.d. Ook wordt de bijzondere fraaie es Hell niet genoemd. Dit betreft Middeleeuwse overblijfselen, deze zijn in het landschap nog altijd leesbaar en daarmee uniek. Onder ontwikkelingsdoelen vraagt indiener het beschermen en versterken van dit landschap op te nemen. Grenswallen verdienen hierbij bijzondere aandacht omdat deze kwetsbaar zijn. Antwoord We vinden dit een goede aanvulling en zullen de bijlage Kernkwaliteiten GNN en GO hierop aanpassen. Wijzigingen De zienswijze geeft aanleiding om de tekst in bijlage kernkwaliteiten GNN en GO aan te passen. Ingevoegd in bijlage Kernkwaliteiten GNN GO onder ‘kernkwaliteiten natuur en landschap’:
donderdag 9 september 2021
Pagina 4 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
●
Definitief PS
De gaafheid van het cultuurhistorische landschap met zandwegen, hoge en lage gronden, verschillende grenswallen, eikenlanen.
●
De bijzondere fraaie es Hell als Middeleeuws relict.
Overig Reactienummer:
9
Indiener:
Nederlandse Kampeerauto Club
Samenvatting Indiener verwijst naar de koersnotitie 'Beleef het in Gelderland'. Indiener wil een gebalanceerde groei en spreiding van toerisme jaarrond binnen Gelderland. Dit geldt ook voor camperlocaties, campings waar kampeerplaatsen geschikt worden gemaakt voor campers en kleinschalige recreatievoorzieningen bij een agrarisch bedrijf. Volgens indiener moet toerisme en recreatie centraal staan in het beleid van de provincie en gemeenten. Hierbij moeten er het hele jaar door exploitatiemogelijkheden zijn. Antwoord Toerisme en recreatie is belangrijk voor de provincie Gelderland. Gelderland is binnenlandse vakantieprovincie nummer één. Deze positie willen we behouden, maar met een focus op kwalitatief toerisme. Daarom hebben wij in 2018 de koersnotitie ‘Beleef het in Gelderland’ vastgesteld. Samen met onze toeristische partners werken we aan de uitvoering van het beleid in deze koersnotitie. Hiervoor kunnen wij gebruik maken van verschillende instrumenten. De omgevingsverordening is slechts één van de instrumenten waarmee wij uitvoering geven aan ons beleid. Andere instrumenten zijn subsidies, opdrachten, procesondersteuning en kennis- en netwerkbijeenkomsten. Onze omgevingsverordening legt geen beperkingen op voor het exploiteren van bijvoorbeeld een camperlocatie. Wel hebben wij in de omgevingsverordening gebieden aangewezen waarbinnen regels gelden voor ontwikkelingen.
Ook stellen gemeenten vaak in gemeentelijke plannen en in de Algemene Plaatselijke Verordening voorwaarden aan exploitatie van bijvoorbeeld een camperlocatie. Voor wat betreft kleinschalige recreatievoorzieningen bij een agrarisch bedrijf hebben wij in onze kadernota Agrifood 'Toekomst voor de Gelderse boer' aangegeven dat het belangrijk is dat een agrariër een goed inkomen kan verdienen. Inkomen uit recreatie en toerisme kan hierbij helpen. De exploitatie hiervan het hele jaar rond zal een positieve ontwikkeling zijn hiervoor. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Natuur Reactienummer:
10
Indiener:
N.N.
Samenvatting Indiener vindt de aanwijzing van het perceel aan de Vossenstraat in Doetinchem als Groene ontwikkelingszone (GO) om een aantal redenen onacceptabel. Op de eerste plaats is na overleg met provincie en gemeente in 2020 het perceel op de Ambitiekaart van het Natuurbeheerplan niet meer aangemerkt voor functieverandering.
donderdag 9 september 2021
Pagina 5 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
Natuurgebied de Zumpe en het Gelders natuurnetwerk houden op waar het perceel van indiener begint en indiener wil dat graag zo houden. Indiener is van mening dat een GO hier niet van toepassing is. Ook het perceel met woonhuis, oprit en paardenstallen is onderdeel van de GO. Natuurontwikkeling is hier onmogelijk en is een beperkende factor voor eventueel toekomstige (functie)veranderingen van het woonhuis. Ook leidt dit tot een waardevermindering van het woonhuis. Het perceel van indiener is een van de weinige percelen in de Vossenstraat dat is aangewezen als GO. Indiener verwacht dat men met het gelijkheidsbeginsel ook gelijk te worden behandeld. En als laatste argument geeft indiener aan dat ook de gemeente Doetinchem geen goede reden heeft om de GO in haar plannen op te nemen, behalve dat zij door de provincie hier toe wordt verplicht. Indiener verzoekt de aanduiding van GO in Actualisatieplan 8 te verwijderen van adres van indiener. Antwoord Het perceel waar indiener op doelt was in 2020 nog grotendeels onderdeel van het Gelders natuurnetwerk (GNN). Omdat wij voor dat deel geen ambitie hebben om dit om te vormen naar natuur, is het perceel uit het GNN gehaald. Over het algemeen worden percelen die uit het GNN gaan omgezet in GO. De aanduiding GO brengt geen beperking in het gebruik met zich mee, zo lang dit gebruik maar binnen het bestemmingsplan past.
Maar ook nieuwe ontwikkelingen, waarvoor wel een aanpassing van het bestemmingsplan nodig is, zijn mogelijk binnen de GO. Afhankelijk van de omvang van de nieuwe ontwikkeling wordt een versterking van de natuurkwaliteit gevraagd. Het is dus niet onze bedoeling om op deze locatie natuur te ontwikkelen en er is ook geen sprake van een waardevermindering. Omdat de nabij gelegen woonpercelen ook niet als GO zijn begrensd, vinden wij het redelijk dat ook het woonperceel van indiener uit de begrenzing van de GO wordt gehaald. Het gaat hierbij om het bebouwde deel van perceel nr. 4385. Wijzigingen De zienswijze geeft aanleiding om de begrenzing van GO aan te passen. Het bebouwde deel van perceel van indiener wordt uit de begrenzing van de GO gehaald.
Provinciale wegen Reactienummer:
11
Indiener:
N.N.
Samenvatting Indiener maakt zich zorgen om de verkeersveiligheid op de N831, in de bebouwde kom van Ammerzoden. Indiener heeft een rapport bijgevoegd met een analyse van het aantal voertuigen per dag en de gemiddelde snelheden op die weg. Indiener ervaart ook geluidsoverlast van het verkeer op de N831. Antwoord We hebben afgelopen jaren regelmatig contact gehad met indiener en al eerder een inhoudelijke reactie gegeven op het rapport. Daar verwijzen we naar. Over geluid en geluidsoverlast het volgende: de provincie stelt langs alle wegen geluidsproductieplafonds vast. We zorgen ervoor dat deze niet worden overschreden. Als overschrijding lijkt te ontstaan zal de provincie maatregelen nemen (geluidreducerend asfalt, geluidschermen, en dergelijke.). Als maatregelen niet mogelijk of doelmatig zijn wordt het plafond opgehoogd. Hierbij kunnen bijvoorbeeld woningen die daardoor een te hoge geluidbelasting ondervinden van geluidsisolerende maatregelen voorzien. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
donderdag 9 september 2021
Pagina 6 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
Natuur Reactienummer:
12
Indiener:
N.N.
Samenvatting Indiener heeft naar aanleiding van Actualisatieplan 7 gevraagd voor de percelen op en rondom Steenfabriek 3 en 5 in Heesselt het Gelders natuurnetwerk (GNN) niet te wijzigen in Groene ontwikkelingszone (GO). Dit in verband met legalisatie van illegale horeca-activiteiten. Omdat deze wijziging toch is doorgevoerd wil indiener dat ook de eigen percelen worden omgezet van GNN naar GO. Het gaat hierbij om grotendeels verhard erf. Indiener wenst dat de volgende in eigendom zijnde percelen worden omgezet naar GO: VRK00-C-478, C-479 en C-481, VRK00-E-1124 en E-1126. Antwoord Van het deel dat beschouwd kan worden als woonerf/verharding kan de begrenzing worden aangepast. Dit betekent dat perceel E-1126 en het westelijke hoekje van perceel C-481 wordt omgezet naar GO. Het oostelijk deel van perceel C-481 en perceel E-1124 en geheel perceel C-479 blijven onderdeel van het GNN. Wijzigingen De zienswijze geeft aanleiding om begrenzing van GNN aan te passen. Bij twee van de vijf percelen wordt de begrenzing van het GNN aangepast.
Natuur Reactienummer:
13
Indiener:
Bruil Projectontwikkeling I Ede B.V.
Samenvatting Een perceel grond van indiener (kadastraal bekend gemeente Ede, sectie C, nummer 3346) heeft in het actualisatieplan de aanduiding Gelders Natuurnetwerk (GNN) gekregen. Het perceel heeft de bestemming "kantoor". Hier mag worden gebouwd tot 15 meter hoog op 60% van het terrein. Indiener verzoekt om de aanduiding GNN te verwijderen omdat het perceel geen natuurlijke waarden heeft. Het betreft een gladgeschoren gazon en met de gemeente Ede is afgesproken dat hier woningbouw komt. Kennelijk is bij actualisatieplan 7 per ongeluk het perceel als GNN aangemerkt. Antwoord Het perceel van indiener heeft inderdaad per ongeluk in actualisatieplan 7 de aanduiding GNN gekregen. We zullen deze fout herstellen. Wijzigingen De zienswijze geeft aanleiding om begrenzing van Gelders Natuurnetwerk aan te passen. Perceel van indiener (kadastraal bekend gemeente Ede, sectie C, nummer 3346) wordt uit de begrenzing van het GNN gehaald.
Natuur Reactienummer:
14
Indiener:
N.N.
donderdag 9 september 2021
Pagina 7 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
Samenvatting Indiener geeft aan dat in een bijlage bij de omgevingsverordening de Groene ontwikkelingszone (GO) in deelgebieden is opgeknipt. Per deelgebied worden kernkwaliteiten beschreven. Gemeenten moeten hiermee bij de planvorming rekening houden. Indiener wil dat de beschrijving van de kernkwaliteiten wordt aangepast. Het gaat om een aantal deelgebieden rondom de A1. Indiener verzoekt aan de tekst toe te voegen dat gestreefd wordt naar het opheffen van de barrièrewerking voor wilde dieren en het voorkomen van onomkeerbare ontwikkelingen. Dit met het doel de aanleg van een ecoduct bij Terschuur in de toekomst mogelijk te maken. Antwoord Indiener doelt op een verbindingszone tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug ter hoogte van Terschuur. Wij zien niet de noodzaak edelherten te laten migreren via die verbindingszone. De provincie steekt in op de verbinding via de uiterwaarden bij Wageningen. De noodzaak voor de aanleg van een ecoduct bij Terschuur ontbreekt dan ook. Uit onderzoek is naar voren gekomen dat de populatie edelherten op de Veluwe er goed voorstaat. Aan de wettelijke vereisten van een goede staat van instandhouding wordt voldaan. Omdat we zo min mogelijk versnippering willen, was er aanvankelijk wel de wens om voor kleinere doelsoorten als amfibieën, reptielen en marterachtigen bij Terschuur een grote faunatunnel aan te leggen.
Inmiddels is dat idee ook achterhaald omdat zowel Utrecht als Gelderland inzetten op de versterking van de natte natuur in de Gelderse Vallei zelf. Het verbinden van twee droge gebieden als de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug door een nat tussengebied vinden we voor deze doelsoorten niet zinvol. Gezien het voorgaande vinden wij het dan ook niet nodig de tekst van de bijlage Kernkwaliteiten GNN en GO van de deelgebieden rondom de A1 aan te passen. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Zonneparken Reactienummer:
15
Indiener:
N.N.
Samenvatting Indiener vindt opwarming van de omgeving als gevolg van zonneparken een risico en wil dat als eis wordt opgenomen dat zonneparken niet tot lokale opwarming of verdroging mogen leiden. Antwoord We werken met kennisinstituten samen om meer inzicht te krijgen in de effecten van zonneparken op bodem, water en biodiversiteit en zullen dit punt daar inbrengen. Op dit moment zijn bij ons geen onderzoeken bekend die aantonen dat warmtestraling van zonneparken de kwaliteit van de leefomgeving negatief beïnvloedt. Voor nu is het geen reden om een regel hiervoor op te nemen. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Overig Reactienummer:
15
donderdag 9 september 2021
Pagina 8 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Indiener:
Definitief PS
N.N.
Samenvatting Indiener heeft een aantal opmerkingen over het beoordeling- en afwegingskader. 1. Indiener stelt dat via de Crisis- en herstelwet de Grondwet wordt uitgeschakeld 2. Indiener stelt dat de omgevingsverordening ten onrechte deels berust op de Crisis- en herstelwet, omdat geen sprake is van crisisregelgeving in de verordening. 3. Indiener verzoekt om regelgeving te maken, die door de rechter getoetst kan en mag worden aan de Grondwet. 4. Volgens indiener is het Actualisatieplan (de omgevingsverordening) in strijd met Europese en nationale weten regelgeving. Antwoord 1. De Crisis- en herstelwet maakt het mogelijk om af te wijken van de in artikel 2.4 genoemde wet- en regelgeving. De Grondwet wordt in die opsomming niet genoemd. 2. De Crisis- en herstelwet wordt al geruime tijd gebruikt om toestemming te krijgen voor experimenten met de nieuwe instrumenten uit de Omgevingswet. De naam ‘Crisis- en herstelwet’ is in dit verband misschien wat misleidend, maar wel de juiste juridische weg. Het beoordelingskader is als experiment aangemeld, omdat wij maatwerk en meer flexibiliteit mogelijk willen maken. Daarmee willen we niet wachten op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze motivatie is aangegeven in actualisatieplan 7 waarin ook het beoordelingskader is toegevoegd. 3. Wetgeving kan niet worden getoetst aan de Grondwet in Nederland.
Deze provinciale verordening moet voldoen aan de regels van de Omgevingswet. Het is niet mogelijk om in bezwaar of beroep te gaan tegen het vaststellen van een verordening. De bestuursrechter kan de omgevingsverordening wel toetsen als beroep wordt ingesteld tegen een besluit van een gemeentebestuur, waarbij een of meer van de instructieregels uit die verordening zijn betrokken. 4. Bij het opstellen van de omgevingsverordening is gekeken of de regels gesteld mogen worden op basis van de Omgevingswet of andere wetgeving. Omdat daar bij het in Actualisatieplan 7 opgenomen beoordelingskader twijfel over was, is dat kader aangemeld voor een alternatieve wettelijke grondslag: de 23e tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Voor de wijzigingen in actualisatieplan 8 die onder de omgevingswet vallen, is die alternatieve grondslag niet meer nodig. De Omgevingswet is de grondslag voor de regelgeving in deze verordening. Het is uiteindelijk aan de bestuursrechter om in beroepszaken te toetsen of de regels voldoen aan de Omgevingswet. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Natuur Reactienummer:
16
Indiener:
Landgoed de Wiersse BV
Samenvatting Indiener stelt voor om in de bijlage kernkwaliteiten GNN – GO, ‘Nr. 29 - Landgoederen Ruurlo – Vorden’, tekst op te nemen over het cultuurlandschap en het groene Rijksmonumentale erfgoed. In ieder geval moeten donderdag 9 september 2021
Pagina 9 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
de landschapselementen en de Rijksmonumentale tuinen genoemd worden. Ook is indiener van mening dat het voor dit gebied kenmerkende rode erfgoed, in ieder geval Rijksmonumentale gebouwen, genoemd moeten worden. Indiener vindt dat bij iedere afweging het grote belang van dit groene en rode erfgoed tenminste meegenomen moet worden. Antwoord We vinden dit een goede aanvulling en zullen de bijlage Kernkwaliteiten GNN en GO hierop aanpassen. Wijzigingen De zienswijze geeft aanleiding om de tekst in bijlage kernkwaliteiten GNN en GO aan te passen. Ingevoegd in bijlage Kernkwaliteiten GNN GO onder ‘kernkwaliteiten natuur en landschap’: ●
De landschapselementen en de Rijksmonumentale tuinen en gebouwen van landgoed de Wiersse.
Natuur Reactienummer:
16
Indiener:
Landgoed de Wiersse BV
Samenvatting Indiener is van mening dat de regeling van de Groene ontwikkelingszone (GO) nu zo is geformuleerd dat het moeilijker wordt om bij grote ingrepen versterking van de natuurwaarden te bereiken. Bij alle ingrepen (zowel groot als klein van aard) moet verplicht versterking plaatsvinden. Dat is te beperkend. Ook legt dat impliciet een maatregel op aan beheerders van landgoederen die in het verleden veel natuurwaarden hebben weten te behouden. In de huidige verordening staat in artikel 2.53 lid 3 een uitzondering voor de onder de Natuurschoonwet gerangschikte opstallen. Deze uitzondering komt niet terug in de nieuwe regeling. Dit bemoeilijkt het exploiteren van en de herbestemming van monumentaal erfgoed op landgoederen die vaak binnen Gelders natuurnetwerk (GNN) en Groene ontwikkelingszone (GO) liggen. Op een landgoed hangen veel dingen met elkaar samen en moet een integrale benadering mogelijk zijn. Een toets alleen gericht op natuur is te simpel. De natuurwaarden op historische landgoederen zijn juist zo hoog (en daarom vaak binnen GNN en GO gerangschikt), omdat daar altijd integraal beheer is gevoerd en bijvoorbeeld weinig ruilverkaveling heeft plaatsgevonden. Indiener pleit voor een algemene uitzondering gericht op het erfgoedbelang.
Indiener is van mening dat het niet zo kan zijn dat de gerealiseerde natuurwaarden voor de toekomst onoverkomelijke beperkingen gaan opleggen. Bijvoorbeeld voor het onderhoud noodzakelijke exploitatie van het rode erfgoed en pleit ervoor om in iedere afweging die gemaakt wordt, ook het groene en rode erfgoedbelang mee te nemen. Antwoord Met de aanpassing van de regels voor de Groene ontwikkelingszone willen we regels vereenvoudigen. We willen regels niet verzwaren voor landgoederen. In de GO wordt niet getoetst op verslechtering. Hier geldt dat ontwikkelingen over het algemeen mogelijk zijn als tegelijkertijd de kernkwaliteiten worden versterkt. De mate van de versterking is afhankelijk van de omvang en/of de impact van de ontwikkeling. Als een ontwikkeling weinig omvang en/of impact heeft op de GO of zelfs een positieve invloed heeft, en dat kan natuurlijk (groen) erfgoed zijn, dan is er ook weinig of zelfs geen versterking nodig. Cultuurhistorische elementen worden soms als kernkwaliteit benoemd in de bijlage Kernkwaliteiten GNN en GO. Volgens de huidige omgevingsverordening geldt de uitzondering alleen voor landgoederen, voor zover het
donderdag 9 september 2021
Pagina 10 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
daarbij gaat om opstallen als bedoeld in het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928. In het nieuwe artikel 5.20 staat dat de uitzondering alleen geldt voor landgoederen in de zin van de Natuurschoonwet. Om duidelijk te maken dat wij geen verschil bedoelen met de huidige regels, zullen wij de oude teksten weer opnemen (alleen opstallen en in de toelichting verwijzen naar de kwalificatie van 'landgoed'). Wijzigingen De zienswijze geeft aanleiding om in artikel 5.20 na "een uitbreiding van een landgoed in de zin van de Natuurschoonwet 1928" toe te voegen: voor zover het daarbij opstallen betreft als bedoeld in het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 betreft.
Glastuinbouw Reactienummer:
17
Indiener:
N.N.
Samenvatting Indiener maakt bezwaar tegen het voornemen om glastuinbouwbedrijven de mogelijkheid te geven om uit te breiden naar 2 hectare kas. Daarnaast wil indiener het behoud van het glastuinbouwconcentratiebeleid. Antwoord Het glastuinbouwconcentratiebeleid blijft behouden in de omgevingsverordening. Wel wordt de definitie van een glastuinbouwbedrijf qua schaalgrootte verruimd naar 2 ha. Hiermee worden kleinschalige glastuinbouwontwikkeling onderdeel van het afwegingskader van de gemeente en niet meer van de provincie. De gemeente gaat over het toekennen van deze agrarische bouwpercelen en het voorkomen van eventuele wildgroei. De provincie richt zich op de concentratie van grotere glastuinbouwcomplexen. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Glastuinbouw Reactienummer:
18
Indiener:
N.N.
Samenvatting Indiener maakt bezwaar tegen het voornemen om glastuinbouwbedrijven de mogelijkheid te geven om uit te breiden naar 2 hectare kas dan wel nieuw te vestigen met deze grootte. Antwoord Zie voor het antwoord zienswijze 17. Wijzigingen Zie voor wijzigingen zienswijze 17.
Natuur
donderdag 9 september 2021
Pagina 11 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Reactienummer:
19
Indiener:
Melkveebedrijf Wijers
Definitief PS
Samenvatting Indiener wijst erop dat de Groene ontwikkelingszone (GO) is uitgebreid met percelen grond die horen bij twee melkveebedrijven. De uitbreiding is niet nodig en beperkt mogelijk de bedrijfsvoering. Het gaat tegen afspraken in die met de projectorganisatie zijn gemaakt over de dijkverlegging Voorsterklei. De uitbreiding moet daarom ongedaan worden gemaakt. Antwoord Het gebied dat aan de GO is toegevoegd vormt landschappelijk een geheel met het gebied dat al begrensd was als GO. Door de grens van de GO op de nieuwe dijk te leggen ontstaat er een samenhangend geheel. De GO bestaat vooral uit landbouwgebied waarin natuur- en landschapswaarden aanwezig zijn. De aanduiding betekent niet dat het huidig gebruik moet worden gewijzigd. Maar nieuwe, ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de aanleg van een recreatieterrein of een zonneveld, kunnen hier alleen doorgaan als tegelijkertijd de natuur- en landschapswaarden worden versterkt. Dat geldt niet voor nieuwe agrarische bedrijfsgebouwen. Die moeten enkel met beplanting in het landschap worden ingepast. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Meerdere onderwerpen Reactienummer:
20
Indiener:
LTO Noord Regio Oost
Samenvatting Indiener heeft een aantal opmerkingen over verschillende onderwerpen. 1. Indiener stemt in met de voorgestelde wijzigingen voor de Groene ontwikkelingszone (GO). In de regels geldt een uitzondering voor grondgebonden veehouderij. Voor de niet-grondgebonden veehouderij geldt deze uitzondering niet maar geldt wel het zogenoemde plussenbeleid. Deze bedrijven zijn al verplicht om te investeren in de omgeving. Indiener is van mening dat deze bedrijven, die gelegen zijn in het GO, geen onderzoek hoeven te doen naar de kernkwaliteiten. Dit is volgens indiener dubbelop en brengt nodeloos kosten met zich mee. Indiener vraagt of GS het met deze interpretatie eens is en of dit in de toelichting opgenomen kan worden. 2. Indiener maakt bezwaar tegen de eenmalige uitbreidingsmogelijkheid voor solitair gelegen glastuinbouwbedrijven. In de verordening wordt de term 'eenmalig' echt als eenmalig gehanteerd. Indiener ziet liever dat per bestemmingsplanperiode van 10 jaar een solitair bedrijf een 'eenmalige' uitbreidingsmogelijkheid krijgt. Dit betekent dat zij elke bestemmingsplanperiode een nieuw besluit kunnen nemen voor een eenmalige uitbreiding. Omdat de verplaatsingsregeling glastuinbouw wordt afgebouwd zou dit voldoende perspectief moeten bieden voor de huidige solitair gelegen bedrijven. 3. Indiener pleit ervoor dat zonneparken op landbouwgrond worden uitgesloten.
Indiener is van mening dat er geen planologische gedachte zit achter de ontwikkeling van zonneparken en dat de provincie de regie in handen moet nemen. Belangen zoals landbouwstructuur en landschap overstijgen vaak de gemeentelijke kaders, waardoor ze in de gemeentelijk afweging niet tot hun recht komen. Artikel 5.74 geeft hier onvoldoende
donderdag 9 september 2021
Pagina 12 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
invulling aan. 4. Indiener geeft aan dat windturbines minder ruimte in beslag nemen dan zonneparken en een klein effect hebben op de landbouwstructuur. Toch zou indiener zou graag zien dat het effect op landbouwstructuur een toetsingscriterium wordt en verzoek de provincie dit criterium toe te voegen. Antwoord 1. Het Plussenbeleid is van toepassing op niet-grondgebonden landbouwbedrijven. Deze bedrijven kunnen uitbreiden als er geïnvesteerd wordt in zogenoemde bovenwettelijke maatschappelijke 'plussen', zoals milieu, dierenwelzijn en ruimtelijke kwaliteit. De omgevingsverordening stelt dat bij ontwikkelingen in de GO rekening moet worden gehouden met de kernkwaliteiten. Dat zijn dus wettelijke verplichtingen en geen bovenwettelijke prestaties. In GO moet het Plussenbeleid worden toegepast onafhankelijk van de versterking die op basis van de omgevingsverordening is vereist. 2. We hebben met de start van het glastuinbouwconcentratiebeleid de solitair gelegen glastuinbouwbedrijven gedurende 15 jaar de mogelijkheid geboden om met behulp van de verplaatsingsregeling te verplaatsen naar een glastuinbouwontwikkelingsgebied. Daarmee hebben de bedrijven die met een eenmalige uitbreiding niet uit de voeten kunnen de ruimte gekregen te verplaatsen. We zien dan ook geen basis om de aanduiding van 'eenmalig' te verruimen na één keer per bestemmingsplanperiode.
Bovendien is die 10-jaarlijkse actualiseringsplicht per 1 juli 2018 komen te vervallen. 3. Om voldoende duurzame energie op te wekken zijn zonneparken nodig. Niet lukraak, maar op zorgvuldige vooraf gekozen locaties, afgewogen en in samenhang met de mogelijkheden in de bebouwde omgeving. Dit vergt regie van gemeenten, die zijn verantwoordelijk voor de afweging. We zien dat verschillende gemeenten in Gelderland daar goed invulling aan geven. Een moratorium sluit hier niet bij aan. In de verordening stellen we een aantal criteria waar gemeenten rekening mee moeten houden. Met als doel een zorgvuldige ruimtelijke afweging. Gemeenten moeten motiveren hoe ze deze criteria hebben meegewogen of meewegen bij het omgevingsplan en het toestaan van zonneparken. Daar ziet 'rekening houden met' op toe. Dit punt zullen we ook in de verdere uitwerking van de RES 1.0 onder de aandacht houden. 4. Het effect op landbouwstructuur wordt inderdaad niet uitdrukkelijk genoemd. Het grondgebruik en de ruimtelijke kwaliteit spelen wel een belangrijke rol bij de afweging. Daar hoort landbouw(structuur) en de gevolgen ook bij. Maar dat kunnen ook andere functies betreffen (b.v. defensieterrein, stortplaats, zandwinplaats, etc.). We hebben daarom bewust geen lijst van functies opgenomen.
Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Glastuinbouw Reactienummer:
21
Indiener:
N.N.
Samenvatting Indiener maakt bezwaar tegen het voornemen dat college van Burgermeester en Wethouders de mogelijkheid krijgen om maatwerk te leveren op het gebied van glastuinbouwbedrijven. Daarnaast maakt indiener bezwaar tegen de mogelijkheid om uit te breiden naar 2 hectare kas. Antwoord Het uitgangspunt van de Omgevingswet is "decentraal, tenzij". In aansluiting op dit uitgangspunt maken we in donderdag 9 september 2021
Pagina 13 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
deze omgevingsverordening duidelijk welke provinciale belangen met de gestelde regels worden behartigd en welke doelen ermee worden nagestreefd. Een ander uitgangspunt van de Omgevingswet is een ruime mate van flexibiliteit creëren, waardoor maatwerk geleverd kan worden.Voor glastuinbouw betekent dit het volgende. Het glastuinbouwconcentratiebeleid blijft behouden in de omgevingsverordening. Wel wordt de definitie van een glastuinbouwbedrijf qua schaalgrootte verruimd naar 2 ha. Hiermee worden kleinschalige glastuinbouwontwikkeling onderdeel van het afwegingskader van de gemeente en niet meer van de provincie. De gemeente gaat over het toekennen van deze agrarische bouwpercelen en het voorkomen van eventuele wildgroei. De provincie richt zich op de concentratie van grotere glastuinbouwcomplexen. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Natuur Reactienummer:
22
Indiener:
B.V. Landgoed Het Jagershuis
Samenvatting Indiener is van plan een natuurbegraafplaats te realiseren op een deel van haar bos- en landbouwgrond, passend binnen de visie van het landgoed om het areaal en de kwaliteit van de natuur fors te vergroten. In december 2020 heeft het landgoed medewerking gekregen van het college van Burgermeester en Wethouders van de gemeente Doetinchem. In de omgevingsverordening hadden alle Gelders natuurnetwerk (GNN) gronden op het landgoed tot voor kort de aanduiding "Verkenningsgebied Natuurbegraven onder voorwaarden mogelijk". In Actualisatieplan 7 is deze aanduiding komen te vervallen in verband met de verwachte grondwaterstanden in het gebied. Voor het landgoed is deze wijziging problematisch. Het landgoed werkt momenteel aan een nieuw bestemmingsplan. Hoewel de beleidsafweging van de provincie begrijpelijk is, stelt indiener dat de gebruikte grondwaterdata te globaal en mogelijk verouderd zijn. Ter onderbouwing van het nieuwe bestemmingsplan moet het landgoed een hydrologisch onderzoek opstellen, waarin onderzocht wordt of het plan voor natuurbegraven is toegestaan op grond van de Wet op de Lijkbezorging. De landelijke wetgeving voorziet dus al in een verbod op natuurbegravingen op gronden met een te hoge wintergrondwaterstand. In de ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan wordt zo gewaarborgd dat er niet begraven kan worden op gronden die te vochtig zijn.
Indiener verzoekt het "Verkenningsgebied Natuurbegraven onder voorwaarden mogelijk" opnieuw toe te kennen aan de GNNgronden op het landgoed. Antwoord Wij zijn het eens met indiener. De (on)mogelijkheid om stoffelijke resten te mogen begraven is gewaarborgd door landelijke wetgeving (artikel 5 van het Besluit op de Lijkbezorging). Het uit de begrenzing halen biedt in dit geval geen juridisch-planologische meerwaarde. Daarnaast heeft de gemeente Doetinchem al haar medewerking toegezegd. Daarom kennen wij de aanduiding "Verkenningsgebied Natuurbegraven onder voorwaarden mogelijk" opnieuw toe aan de GNN-gronden van indiener. Wijzigingen De zienswijze geeft aanleiding om "Verkenningsgebied Natuurbegraven onder voorwaarden mogelijk" opnieuw toe te kennen aan de GNN-gronden van indiener.
Meerdere onderwerpen donderdag 9 september 2021
Pagina 14 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Reactienummer:
23
Indiener:
Gemeente Zaltbommel
Definitief PS
Samenvatting Indiener heeft een aantal opmerkingen over verschillende onderwerpen. 1. In de reactienota van het ontwerp-actualisatieplan 7 Omgevingsverordening staat vermeld dat bij het bedrijf HOWA aan de Waaldijk 18 in Zuilichem de begrenzing van het Gelders natuurnetwerk (GNN) is aangepast zoals aangegeven op de ingediende zienswijze van HOWA. Volgens indiener lijkt de begrenzing niet te zijn aangepast. Het gebied dat door HOWA is aangegeven in hun zienswijze, lijkt nog altijd te zijn aangeduid als Groene ontwikkelingszone (GO) en GNN. Indiener verzoekt de begrenzing als aangegeven in de zienswijze van HOWA op het ontwerp-actualisatieplan 7 aan te passen. 2. De indiener verzoekt om de begrenzingen van de glastuinbouwontwikkelingsgebieden van Brakel en Zuilichem in overeenstemming te brengen met het inpassingsplan Bommelerwaard. De indiener maakt bezwaar tegen de aanpassing van de definitie van een glastuinbouwbedrijf dat pas met een schaalgrootte van 2 ha onder het glastuinbouwconcentratiebeleid valt. Daarnaast wil indiener het behoud van het glastuinbouwconcentratiebeleid. 3.
Indiener verzoekt om de aanduiding 'Nationaal landschap buiten Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone en Nieuwe Hollandse Waterlinie' te verwijderen van de tuinbouwgebieden Brakel-Oost en Poederoijen, de extensiveringsgebieden in Poederoijen en ten westen van Brakel en ook van de overige percelen ten westen van Brakel (deels binnen de bebouwde kom) die buiten het plangebied liggen van het opgestelde paraplu-bestemmingsplan Buitengebied Nieuwe Hollandse Waterlinie. De aanduiding kan volgens de gemeente mogelijk belemmerend werken voor de tuinbouwontwikkeling in de verordening aangeduide glastuinbouwontwikkelingsgebieden. Ook wil de gemeente mogelijke belemmeringen voorkomen voor de woningbouwopgave in Poederoijen en vooral Brakel. De gemeente zegt concrete plannen te maken voor de ontwikkeling van Brakel in westelijke richting; aangezien een ontwikkeling in zuidelijke richting niet mogelijk is vanwege de inundatievelden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. 4. In verband met het revitaliseren van een camping op termijn door de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten moet camping 't Meulenhuis nabij Bruchem in westelijke richting in waardevol open gebied uitgebreid worden.
Indiener verzoekt om de aanduiding waardevol open gebied op deze locatie te verwijderen en stelt ter compensatie voor om een stuk grond aan de noordoostelijke kant van de camping toe te voegen aan het waardevolle open gebied. 5. Indiener heeft het dorp eerder aan de zuidoostzijde uitgebreid en wil daarmee verder gaan, maar komt dan terecht in de aanduiding waardevol open gebied. Een alternatief zou uitbreiding aan de noordzijde van het dorp zijn, maar de gemeente is van mening dat de noordzijde van het dorp meer een waardevolle en te behouden openheid heeft dan het gebied aan de zuidoostzijde van het dorp. Indiener stelt voor om de aanduiding waardevolle openheid ter compensatie dan aan de noordzijde van het dorp te leggen. Ook beroept indiener zich op een streekplanuitwerking verstedelijking van 2006 toen hier een zoekzone wonen is opgenomen. Antwoord 1. HOWA heeft in haar zienswijze op Actualisatieplan 7 verzocht de begrenzing van de aanduiding natuur aan te passen zoals aangegeven op een kaart die is meegestuurd. We hebben met dit kaartje de begrenzing van het GNN aangepast en GNN omgezet in Groene ontwikkelingszone. Dit is gelijk aan het verzoek van HOWA. 2. Het inpassingsplan Bommelerwaard is door de Staten vastgesteld. De kaarten in de verordening over de
donderdag 9 september 2021
Pagina 15 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
glastuinbouwontwikkelingsgebieden worden hierop aangepast. Het glastuinbouwconcentratiebeleid blijft behouden in de omgevingsverordening. Wel wordt de definitie van een glastuinbouwbedrijf qua schaalgrootte verruimd naar 2 ha. Hiermee worden kleinschalige glastuinbouwontwikkeling onderdeel van het afwegingskader van de gemeente en niet meer van de provincie. De gemeente gaat over het toekennen van deze agrarische bouwpercelen en het voorkomen van eventuele wildgroei. De provincie richt zich op de concentratie van grotere glastuinbouwcomplexen. 3. Bij Brakel is inderdaad overlap tussen de aanduiding nationaal landschap en de door ons in dezelfde verordening bepaalde glastuinbouwgebieden. Meer wezenlijk is het punt dat er in de provinciale omgevingsverordening nu twee aanduidingen Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn. Namelijk de aanduiding “Nieuwe Hollandse Waterlinie” (HNW) (volgens het Unesco-nominatiedossier) en daarnaast de aanduiding “Nationaal landschap buiten GNN, GO en NHW”. Elke aanduiding kent een eigen set regels en verwijst naar een andere bijlage waarin de kernkwaliteiten worden geduid. Uit de bijlage Kernkwaliteiten nationale landschappen bij de verordening blijkt het hier te gaan om het nationaal landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie. Onder de Omgevingswet wordt de begrenzing van de NHW door het Rijk zelf vastgelegd bij ministeriële regeling.
Die begrenzing werkt dus automatisch door in onze verordening. De zienswijze geeft ons aanleiding om de aanduiding “Nationaal landschap buiten GNN, GO en NHW” voorzover het nationaal landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie betreft van de kaart te verwijderen. Overigens betekent dat niet dat net buiten de grens van de NHW alles kan. Een enorm flatgebouw net buiten een historisch inundatiegebied zou een inbreuk op de 'omgeving van het monument' kunnen zijn. Dat begrip van 'omgeving van het monument' zal onder de Omgevingswet een wettelijke basis hebben. 4 en 5. In beide gevallen gaat het om een afweging van het belang van de landschappelijke waarden van het gebied (waardevolle openheid) tegen het belang van de huisvesting van arbeidsmigranten en woningbouw. Voor dit soort afwegingen is met actualisatieplan 7 van de provinciale omgevingsverordening een uitdrukkelijke afwegingsprocedure opgenomen in hoofdstuk 1a van de verordening. Wij stellen de gemeente voor om voor uitbreiding van de camping bij Bruchem een ontheffing in te dienen (zie de artikelen 1a.3, 2.66 en paragraaf 6.1 van de Omgevingsverordening Gelderland, geconsolideerde versie). Over de woonwijk bij Aalst gaan wij graag met u in gesprek en geven de mogelijkheid van een ontheffing in overweging.
Voordelen van toepassing van hoofdstuk 1a zijn dat het volledige dossier (onderbouwing van afgewogen alternatieven; motivering dwingende redenen van groot openbaar belang en de compensatie) ter inzage komt, wat de transparantie van het proces voor andere belanghebbenden (initiatiefnemers, grondeigenaren, omwonenden) ten goede komt en Provinciale Staten via de wensen en bedenkingenprocedure optimaal geïnformeerd en betrokken worden. De aanvraag ontheffing (hoofdstuk 1a verordening) lift mee met een besluit van de gemeente tot wijziging van het bestemmingsplan of tot verlening van een afwijkvergunning. Daarvoor worden de ontwerpbesluiten ter inzage gelegd. Als de ontheffing tijdig verleend wordt, kan de gemeente die toevoegen aan de ter inzage liggende stukken. Omdat het een gemeentelijk besluit is, is beroep op het besluit mogelijk. Wijzigingen Deze zienswijze geeft aanleiding om het volgende aan te passen: 2. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van de kaarten glastuinbouwontwikkelingsgebied in de verordening.
donderdag 9 september 2021
Pagina 16 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
3. De aanduiding “Nationaal landschap buiten GNN, GO en NHW” voorzover het nationaal landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie betreft van de kaart verwijderen. De andere punten leiden niet tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Meerdere onderwerpen Reactienummer:
24
Indiener:
Gemeente Berkelland, mede namens de gemeenten Aalten, Bronckhorst, Doetinchem, Oost Gelr IJsselstreek en Winterswijk
Samenvatting Indiener heeft een aantal opmerkingen over verschillende onderwerpen. 1. In deze actualisatie zijn teksten en opbouw aangepast naar de eisen van de Omgevingswet. De omgevingsverordening kan dan ook niet eerder dan de Omgevingswet inwerking treden. Het actualisatieplan maakt niet duidelijk wanneer de wijzigingen inwerking treden. Indiener verzoekt om duidelijk aan te geven dat de huidige omgevingsverordening van toepassing is op lopende procedures. 2. Het lijkt er op dat artikel 4.48 en 5.70 van actualisatieplan 8 van de verordening verstrekkender zijn dan artikel 2.34 van actualisatieplan 7. Het artikel 2.34 uit actualisatieplan 7 is van tijdelijke aard en Provinciale Staten kunnen het nog in heroverweging nemen. Gemeenten hoefden daarom tot nu toe deze regels nog niet op te nemen in hun bestemmingsplannen. Bij actualisatieplan 8, artikel 4.48 en 5.70 lijkt het er op dat er geen heroverweging meer plaats gaat vinden door Provinciale Staten en dat het tijdelijke verbod omgezet is naar een meer definitief (gemeentelijk) verbod. 3. Indiener merkt op dat de instructieregel over het verbod op solitaire recreatiewoningen komt te vervallen. Zij zien graag bevestigd dat zij beleidsvrijheid hebben solitaire recreatiewoningen te mogen weigeren. 4.
Indiener wenst dat gemeenten in de toekomst de ruimte blijven houden om vast te houden aan de uitbreidingsmogelijkheden voor solitaire glastuinbouw, zoals die zijn bepaald in de huidige Omgevingsverordening. En vindt het bezwaarlijk dat de definitie van glastuinbouw verruimd is van 2.500 m2 naar 2 ha. 5. De regeling zoals opgenomen in artikel 5.59 voorziet in twee beperkingen in vergelijking met de huidige regeling. Er is sprake van ‘hergebruik van de bestaande bebouwing’ terwijl tot nu toe sprake was van functieverandering. En eerst was er een afwijkingsmogelijkheid als er sprake van functieverandering óf afspraken binnen het regionaal programma werklocaties. Nu is dat functieverandering én afspraken binnen het regionaal programma werklocaties. Antwoord 1. Vanwege uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, is de inwerkingtredingsdatum van de actualisatie deels gewijzigd. Wij hebben de keuze gemaakt om de veranderingen in het actualisatieplan die mogelijk zijn buiten de Omgevingswet wel zo snel mogelijk in werking te laten treden. De wijzigingen die worden gedaan vanwege de Omgevingswet zullen tegelijkertijd met de Omgevingswet inwerkingtreden, voorlopig is dat per 1 juli 2022. 2. In de toelichting van artikel 5.70 staat aangegeven dat de instructieregel van tijdelijke algemene aard is.
Onderzoeken naar de oorzaak van de verhoogde kans op longontsteking bij omwonende van geitenhouderijen lopen nog. Zolang deze niet zijn afgerond is het niet mogelijk voor gemeenten om concrete regels in de gemeentelijke omgevingsplannen op te nemen. Artikel 5.70 geeft daarom gemeenten hiervoor
donderdag 9 september 2021
Pagina 17 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
uitstel totdat de onderzoeken afgerond zijn en de oorzaak wel duidelijk is zodat gepaste maatregelen genomen kunnen worden. Recent is gebleken dat de resultaten van het onderzoek pas eind 2024 afgerond kunnen worden. Om de tijdelijkheid van het verbod aan te geven en dat er nog heroverweging plaats moet vinden door Provinciale Staten, zullen we de toelichting verduidelijken en de datum van 1 januari 2024 aanpassen naar de laatste inzichten. 3.De instructieregels voor bijvoorbeeld landschap en natuur bieden genoeg bescherming om te voorkomen dat solitaire recreatiewoningen op ongewenste locaties worden gebouwd. Daarmee is de reden voor het artikel vervallen. Het blijft de keuze van een gemeente om medewerking te verlenen aan een verzoek tot de wijziging van een bestemmingsplan om de bouw van een solitaire recreatiewoning mogelijk te maken. 4. In de verordening is de algemene eenmalige uitbreidingsmogelijkheid nog steeds aanwezig alleen is die niet beperkt tot 20%. Er is geen bovengrens op genomen. Deze bovengrens zullen we ambtshalve toevoegen. Het glastuinbouwconcentratiebeleid blijft behouden in de omgevingsverordening. Wel wordt de definitie van een glastuinbouwbedrijf qua schaalgrootte verruimd naar 2 ha. Hiermee worden kleinschalige glastuinbouwontwikkeling onderdeel van het afwegingskader van de gemeente en niet meer van de provincie.
De gemeente gaat over het toekennen van deze agrarische bouwpercelen en het voorkomen van eventuele wildgroei. De provincie richt zich op de concentratie van grotere glastuinbouwcomplexen. 5. Wij begrijpen de onduidelijkheid die de omschakeling van functieverandering naar hergebruik van bestaande bebouwing oplevert. De verandering van "of" naar "en" was onbedoeld. Wij zullen beide wijzigingen terugdraaien. Wijzigingen Deze zienswijze geeft aanleiding om het volgende aan te passen in de tekst van de omgevingsverordening: 2. Datum van artikel 5.70 aanpassen naar 1 januari 2026. Toelichting van artikel 5.70 aanpassen. Laten vervallen: ‘Om die reden is de verplichting tot overheveling van dit verbod naar het gemeentelijke omgevingsplan uitgesteld tot 1 januari 2024. Als de onderzoeksgegevens binnen afzienbare tijd gereedkomen en ook voldoende zicht geven op een of meer mogelijke oorzaken, kunnen in plaats van dit verbod meer concrete regels in het omgevingsplan worden opgenomen. Door het uitstel in artikel 5.70 worden dus administratieve lasten voorkomen van een tussentijdse wijziging van het omgevingsplan, die voor de geitenhouderij geen wijziging met zich brengt.’ en wijzigen in: ‘ en zo te voorkomen dat gemeenten onnodig administratieve lasten maken. Om die redenen is de verplichting tot overheveling van dit verbod naar gemeentelijke omgevingsplannen uitgesteld.
Nadat de uitkomsten van de onderzoeken gereed zijn en Provinciale Staten het verbod hebben kunnen heroverwegen zal door gemeenten pas concrete regels opgenomen kunnen worden. Verwacht wordt dat de resultaten van de onderzoeken eind 2024 gereed zijn.’ 5. Lid 2 onder a van artikel 5.59 aanpassen. 'sprake is van hergebruik van de bestaande bebouwing; en' vervangen door 'sprake is van functieverandering; of'. De andere punten leiden niet tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Water Reactienummer:
25
Indiener:
Gemeente Druten
Samenvatting
donderdag 9 september 2021
Pagina 18 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
Indiener heeft een aantal opmerkingen over verschillende onderwerpen. 1. Indiener stelt dat het niet de bedoeling kan zijn dat de gemeente als houder wordt aangewezen om een zwemlocatie te beheren en te onderhouden als de gemeente daarvoor geen financiële middelen heeft. 2. Daarnaast kan het niet de bedoeling zijn dat de gemeente benadeeld wordt door het vervallen van de financiële bepalingen uit hoofdstuk 3 van de huidige omgevingsverordening. 3. In een grondwaterbeschermingsgebied mag zonder melding geen baggerspecie worden toegepast waarvan de kwaliteit de achtergrondwaarde overschrijdt, met uitzondering van het verspreiden van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen. Waarom zou eenzelfde uitzondering niet kunnen gelden voor een gemeente voor een toepassing als bijvoorbeeld bermaanvulling langs een weg? 4. Indiener vraagt zich af of sprake is van een omissie in de omgevingsverordening, omdat in de 'Instructieregels rangorde bij waterschaarste' geen van de wateren van Waterschap Rivierenland is aangewezen. Zover bekend hanteert Waterschap Rivierenland voor zijn beheergebied wél een rangorde bij waterschaarste. Antwoord 1. Een voornemen om een (nieuw) zwemwater en een houder aan te wijzen wordt afgestemd met de waterbeheerder, de locatiebeheerder of exploitant (als die er is) en de gemeente.
Daarnaast kennen we hiervoor een wettelijke voorbereidingsprocedure. Het aanwijzen van een houder voor het beheer en onderhoud op zwemlocaties vindt tegelijk plaats met de jaarlijkse aanwijzing van de zwemwateren door de provincie. Op de voorbereiding van de aanwijzing van zwemwateren door Gedeputeerde Staten is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (volgens artikel 16.25 Omgevingswet). Dit betekent dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure wordt gevolgd. Er wordt een ontwerp van het te nemen besluit, met de bijbehorende stukken, ter inzage gelegd en over dat ontwerp kunnen zienswijzen worden ingediend. Als de gemeente in het besluit wordt aangewezen als houder kan de gemeente dus ook een zienswijze indienen, bijvoorbeeld uit kostenoverweging. In dat geval kan een zwemverbod worden ingesteld of een negatief zwemadvies worden afgeven voor de zwemlocatie. Er moet namelijk worden voorkomen dat er door een groot aantal mensen gezwommen wordt op een plek waar geen beheer en onderhoud wordt uitgevoerd. Naast het geven van een negatief zwemadvies of het instellen van een zwemverbod, kan het dan wenselijk zijn om de toegang tot het water onaantrekkelijk of onmogelijk te maken. 2. De gemeente wordt niet benadeeld door het vervallen van de financiële bepalingen uit hoofdstuk 3 van de huidige omgevingsverordening.
De nieuwe regels voor nadeelcompensatie in de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht bieden bijna hetzelfde kader. Verschillen zijn gelegen in de beslistermijnen van het bestuursorgaan; die zijn iets korter geworden. De gemeente hoeft hierover onder de nieuwe regels geen rol meer te vervullen als bestuursorgaan. De instructieregels (aan de gemeenten) over de grondwaterbeschermingsregels worden namelijk gewijzigd in rechtstreeks werkende regels op grond van de omgevingsverordening, met alleen nog de provincie als bevoegd gezag. 3. Vanwege de risico's voor de kwaliteit van het grondwater is het van belang dat er binnen een grondwaterbeschermingsgebied zo min mogelijk baggerspecie wordt toegepast waarvan de kwaliteit de achtergrondwaarde overschrijdt. Het verspreiden van baggerspecie over aan de watergang grenzende percelen is een (eeuwenoude) vorm van actief bodembeheer en noodzakelijk om voldoende ruimte te hebben voor onderhoudsbaggerspecie die ontstaat uit werkzaamheden van de waterhuishouding. Om die werkzaamheden voor de waterhuishouding niet onnodig te frustreren is deze uitzondering (altijd al) opgenomen, maar dat geldt dus niet voor andere toepassingen. 4. Het betreft geen omissie in de omgevingsverordening. Ook in de huidige Waterverordening waterschap Rivierenland zijn geen regels opgenomen over een specifieke rangorde bij waterschaarste.
En zoals aangegeven donderdag 9 september 2021
Pagina 19 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
is de inhoud van de waterverordeningen voor de waterschappen beleidsneutraal overgenomen in de omgevingsverordening. Dat betekent dat de bestaande regels alleen worden verplaatst naar de omgevingsverordening omdat de Omgevingswet dat verplicht. Aan de regels zelf verandert niets. Het vastleggen van een rangorde voor regionale wateren is alleen nodig als specifieke afwijkingen gewenst zijn van de landelijke rangorde van waterschaarste (zoals vastgelegd in artikel 3.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving). Voor zover ons bekend is dat niet het geval voor regionale wateren binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Dat betekent dat de landelijke rangorde bij waterschaarste van toepassing is en door het Waterschap kan en zal worden gehanteerd. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Glastuinbouw Reactienummer:
26
Indiener:
Gemeente Maasdriel
Samenvatting Indiener heeft een aantal bezwaren. 1. de wijzigingen zijn niet gezamenlijk in afstemming met de andere glastuinbouwprojecten in de Bommelerwaard besproken. 2. het veranderen van de aanduiding reserveglastuinbouwontwikkelingsgebied Velddriel naar de algemene aanduiding van glastuinbouwontwikkelingsgebied. Daarmee vervalt de beschermde status als 'reservegebied' en bestaat de kans dat dit gebied te snel tot ontwikkeling komt, voordat de andere intensiveringsgebieden volgebouwd zijn. 3. het wijzigen van de definitie voor glastuinbouw van 2.500 m2 naar 2 ha. Indiener is bang dat dit tot verrommeling leidt van het landschap. 4. Tot slot merkt indiener op dat er eerst duidelijkheid en afspraken moeten komen over de toekomst van glastuinbouw en paddenstoelenteelt in de Bommelwaard, voordat de verordening kan worden aangepast. Antwoord 1, en 4. De wijzigingen van de paragraaf glastuinbouw in de verordening ziet toe op een vereenvoudiging van de regels. Daarbij worden minder strikte regels door de provincie gesteld. Dat wil niet zeggen dat er daarmee meer mag. De gemeente krijgt juist meer ruimte om haar eigen beleid hierin vorm te geven. Voor het (glas)tuinbouwbeleid in de Bommelerwaard wordt nog een apart traject gelopen samen met de sector en beide gemeenten.