CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - overzicht ingekomen stukken raadsvergadering 4 november 2021

Raad 4 november 2021, gemeente HeumenBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken23.855 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Op dezelfde manier, maar met een lagere frequentie, wordt het beleidsplan geactualiseerd. We vatten deze manier van werken samen als ‘een cyclische manier van werken’.

Figuur 9:

Schematische weergave van de beleidscyclus.

Richtinggevende doelen voor meer hergebruik Op 31 januari 2013 heeft de gemeenteraad het Afvalbeleidsplan en het bijbehorende Uitvoeringsplan voor 2013 tot en met 2016 vastgesteld. Kern van het Afvalbeleidsplan is ‘minder afval, meer grondstoffen’. Om dat te bereiken zijn onder meer doelstellingen geformuleerd om meer afval gescheiden in te zamelen. Het gescheiden inzamelen van afval is geen doel op zich, maar een middel om te komen tot meer hergebruik (recycling). In het (raadsvoorstel bij het) Afvalbeleidsplan staan enkele doelstellingen die zich specifiek richten op het realiseren van meer hergebruik (recycling): •

Hoofddoel van het beleid is maximaal afval scheiden, zo veel mogelijk grondstoffen terugwinnen en restafval sterk reduceren;

•

De afvalketens zijn met Dar en ARN maximaal inzichtelijk en regionaal gesloten;

•

Het verder vergroten van het hergebruik van grondstoffen uit afval.

Het gaat hier om richtinggevende doelstellingen die in de context van het gehele Afvalbeleidsplan een voldoende kader bieden om te komen tot substantieel meer hergebruik. Om op deze doelstellingen te kunnen sturen, is het echter nodig die concreter te maken en te vertalen naar de uitvoering. Dat is in de praktijk niet (doelstellingen) of maar beperkt (activiteiten) gebeurd. In figuur 10 is de doelenboom opgenomen die de rekenkamer heeft gedestilleerd uit het Afvalbeleidsplan en bijbehorende uitvoeringsprogramma. Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

21

Figuur 10:

Doelenboom op basis van Afvalbeleidsplan en bijbehorend Uitvoeringsplan.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

22

Doelen beperkt vertaald naar de uitvoering In het Uitvoeringsprogramma 2013 tot en met 2016 is aangegeven welke activiteiten wanneer worden opgepakt om de doelstellingen uit het Afvalbeleidsplan te realiseren. De aard van de activiteiten varieert. Zo gaat het om vrij concrete aanpassingen in het systeem voor (gescheiden) inzameling, het uitvoeren van pilots, het opstellen van beleid voor specifieke doelgroepen, het uitvoeren van onderzoeken, maar ook om nog niet concreet gemaakte activiteiten. Qua planning ligt de nadruk in het Uitvoeringsplan op activiteiten die in of vanaf 2013 en 2014 worden uitgevoerd. Voor de jaren 2015 tot en met 2022 staan niet of nauwelijks activiteiten gepland (anders dan zaken die vanaf 2013 of 2014 uitgevoerd zullen worden). Een samenvattend overzicht van de geplande maatregelen en activiteiten is opgenomen in figuur 11. In het Uitvoeringsplan zijn geen middelen gekoppeld aan de afzonderlijke activiteiten. In het raadsvoorstel is aangegeven dat de uitvoering van het Afvalbeleidsplan mogelijk is binnen de bestaande budgetten. Op de samenwerking met andere spelers wordt slechts af en toe en dan in algemene termen ingegaan. Niet cyclisch gewerkt bij de uitvoering Uit de bestudeerde stukken en gevoerde gesprekken blijkt dat bij de uitvoering van het Afvalbeleidsplan niet cyclisch is gewerkt.

De activiteiten zoals die in 2013 geformuleerd zijn, zijn sindsdien niet geconcretiseerd, de uitvoering is niet (zichtbaar) gemonitord en de planning is nooit geactualiseerd. Er is niet gewerkt met jaarplannen. In het raadsvoorstel bij het Afvalbeleidsplan was aangegeven dat het Uitvoeringsplan 2013 tot en met 2016 in 2016 geëvalueerd zou worden. De uitkomsten van de evaluatie zouden gebruikt worden voor het Uitvoeringsplan voor 2017 en volgende jaren. Die evaluatie is niet uitgevoerd. Voor de jaren 2017 tot en met 2022 is geen Uitvoeringsplan opgesteld. Er zijn ook geen jaarplannen voor deze jaren opgesteld. Het Afvalbeleidsplan zelf – met een looptijd van 10 jaar - is tot nu toe niet geëvalueerd of geactualiseerd.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

23

Figuur 11:

Samenvattend overzicht van de planning van maatregelen en activiteiten uit het Afvalbeleidsplan.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

24

In de gesprekken is desgevraagd over (de werkwijze rond) de uitvoering van het afvalbeleid aangegeven dat het Uitvoeringsplan 2013 tot en met 2016 te ambitieus was. Toegelicht is dat veel activiteiten die bedoeld waren voor de hele looptijd van het Afvalbeleidsplan, in de eerste jaren gepland zijn. Verder werd aangegeven dat de evaluatie van het Uitvoeringsplan tussen wal en schip is geraakt, maar desalniettemin steeds gewerkt is aan de uitvoering van de activiteiten uit het Uitvoeringsplan en ook is ingesprongen op ontwikkelingen. In de meeste gesprekken die wij met medewerkers van de gemeente voerden werd verder over de uitvoering van het afvalbeleid aangegeven dat medewerkers tot nu toe veel tijd besteden aan ad-hoc zaken (vooral meldingen en vragen) en daardoor onvoldoende toekomen aan de uitvoering van geplande activiteiten. Ook werd aangegeven dat de afgelopen jaren – met succes - prioriteit is gegeven aan de realisatie van de VANG-doelstellingen. Nu de VANG-doelstellingen (bijna) gerealiseerd zijn, zal de aandacht ook gericht worden op de kwaliteit van het huishoudelijk afval. Daarbij is opgemerkt dat tot voor kort relatief weinig afval werd afgekeurd, dat de afkeur de afgelopen tijd toeneemt en er daarmee nu ook een directe aanleiding is hiermee aan de slag te gaan. Genoemd werd dat de eerste stappen daarvoor inmiddels zijn gezet.

De komende drie jaar zal achtereenvolgens gewerkt worden aan het verbeteren van de kwaliteit van GFT (2021, project gestart), Plastic+ (2022) en Textiel (2023). Voor elke stroom wordt in overleg tussen de gemeente en de Dar een actieplan opgesteld en uitgevoerd. Onvoldoende aandacht voor meer hergebruik In plaats van in een zich steeds herhalende cyclus de uitvoering van het afvalbeleid te monitoren en op basis daarvan (bij) te sturen, zijn het grote aantal ad-hoc zaken en de focus op de VANGdoelstellingen bepalend geworden voor wat wel en niet is opgepakt. De aandacht voor het realiseren van meer hergebruik (en dus de kwaliteit van gescheiden ingezameld afval) is mede daardoor naar de achtergrond geraakt. Dat geldt daardoor ook voor de (doorontwikkeling van de) inzet van instrumenten die juist belangrijk zijn voor het sturen op een betere kwaliteit van de gescheiden ingezamelde stromen. Wij doelen hierbij in het bijzonder op: •

het ontbreken van de wettelijk verplichte Afvalstoffenverordening met regels voor het gescheiden en zuiver aanbieden van afvalstoffen 16;

•

het ontbreken van een handhavingsprotocol;

•

de beperkte inzet van toezicht en handhaving;

•

het vrijwel ontbreken van resultaatafspraken voor het onderdeel afval in de DVO met de Dar;

•

het ontbreken van systematische monitoring en evaluatie van de uitvoering en daarmee bereikte resultaten;

•

de beperkte concrete afspraken met andere spelers in de keten over informatie-uitwisseling;

•

het vrijwel ontbreken van informatie-uitwisseling in de praktijk met andere spelers in de keten;

•

de beperkte concrete afspraken met andere spelers in de keten over de wijze van samenwerking en de bijpassende rol in de ketenverantwoordelijkheid.

16

In bijlage 2 is toegelicht dat de regels die in de APV (Algemene Plaatselijke Verordening) zijn opgenomen, onvoldoende zijn uitgewerkt om als alternatief te kunnen dienen voor de Afvalstoffenverordening. Wij hebben begrepen dat inmiddels gewerkt wordt aan een Afvalstoffenverordening.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

25

Dat prioriteiten worden gesteld, vindt de rekenkamer gegeven de geschetste situatie voorstelbaar. Inhoudelijk doet de gekozen prioritering in de ogen van de rekenkamer echter geen recht aan de gemeentelijke doelstellingen. Bovendien geeft deze redenering in de ogen van de rekenkamer onvoldoende blijk van bewustzijn van het risico waar landelijk al sinds de start van het VANGprogramma (en steeds sterker) op gewezen wordt, namelijk dat een ongewenst neveneffect van een focus op de VANG-doelstellingen een afnemende kwaliteit van gescheiden ingezameld huishoudelijk afval – en dus de mogelijkheden voor hergebruik - is. Procesmatig tonen de genoemde punten naar het oordeel van de rekenkamer juist aan dat het belangrijk is de uitvoering te monitoren en op basis daarvan een realistisch programma op te stellen voor het daarop volgende jaar. Die monitoring is ook nodig om de raad tijdig en volledig te kunnen informeren over de voortgang van de uitvoering en de daarmee bereikte resultaten. Op die manier kunnen zo nodig ook tijdig voorstellen voor aanpassingen in het beleid en/of de daarvoor in te zetten middelen aan de raad worden voorgelegd. Gemeenteraad nauwelijks geïnformeerd over voortgang Sinds de vaststelling van het Afvalbeleidsplan in 2013 zijn de voortgang en de daarmee bereikte resultaten niet zichtbaar aan de orde geweest in het college en de raad.

De raad is ook niet specifiek geïnformeerd over de voortgang. Opgemerkt moet worden dat de raad daar zelf ook niet om heeft gevraagd. Op onderdelen is de raad geïnformeerd via de jaarstukken 17. In het college zijn sinds de vaststelling van het Afvalbeleidsplan wel een aantal periodiek terugkerende zaken en enkele specifieke zaken rond de inzameling of verwerking van afval aan de orde geweest. Bij periodiek terugkerende zaken ging het om de DVO’s 18 met de Dar (tot en met 2016), de Nijmeegse inbreng in de AvA 19 van de Dar (altijd) en het AB van de GR MARN (sinds medio 2018). Bij de specifieke zaken ging het onder meer enkele keren om de inzameling van Oud Papier en Karton.

17

In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van de doelen, activiteiten en financiën in de begrotingen en jaarstukken vanaf 2014.

18

DVO: Dienstverleningsovereenkomst.

19

AvA: Algemene vergadering van Aandeelhouders.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

26

CONCLUSIE 5: Met de huidige wijze van sturen door de gemeente is het risico groot dat het niet lukt de doelstelling voor de hoeveelheid Restafval en de gescheiden inzameling van huishoudelijk afval voor 2025 te realiseren, én gelijktijdig het hergebruik fors te verhogen. Daarmee komt ook de realisatie van de doelstellingen voor de Circulaire Economie in 2030 in gevaar. Voor de komende jaren staan rond huishoudelijk afval stevige uitdagingen op de agenda. De doelstellingen voor de komende jaren zijn: •

•

2025: •

maximaal 30 kilo Restafval per inwoner (VANG-doelstelling);

•

90% hergebruik van huishoudelijk afval (regionale doelstelling);

2030: •

50% circulair (doelstelling van het Rijk). In het regionale uitvoeringsprogramma voor de circulaire economie is dit als volgt vertaald: •

50% minder gebruik van primaire grondstoffen;

•

voor 50% afvalloos;

•

uitfaseren afvalverbranding.

Het gaat hier om tussendoelen op weg naar 100% circulair (doelstelling Rijk) in 2050, die regionaal onder meer vertaald is naar 100% afvalloos in 2050. Kijkend naar de hoeveelheid bruikbare stoffen die in 2019 in het ingezamelde Restafval zaten en de verwachting dat de hoeveelheid huishoudelijk afval de komende jaren door afvalpreventie en duurzaam productontwerp zal afnemen, lijkt puur cijfermatig de doelstelling van maximaal 30 kilo Restafval per Nijmegenaar in 2025 haalbaar.

Wanneer alle herbruikbare stoffen uit het in 2019 ingezamelde Restafval gescheiden ingezameld zouden zijn, zou 20 kilo Restafval per inwoner zijn ingezameld. Zouden alle GFT, Plastic+, Textiel, OPK en Glas in 2019 volledig gescheiden ingezameld zijn, dan zou per Nijmegenaar 45 kilo Restafval zijn ingezameld.

Wanneer echter gekeken wordt naar de ontwikkeling in de afgelopen jaren, dan lijkt de doelstelling van maximaal 30 kilo Restafval in 2025 én tegelijkertijd een fors hoger hergebruik nauwelijks haalbaar. Met de huidige wijze van sturing door de gemeente (zie conclusie 4), is het risico groot dat het niet lukt de daarvoor benodigde trendbreuk te realiseren. Dat geldt ook als behalve alle GFT, Plastic+, Textiel, OPK en Glas ook nog eens alle Luiers 20 volledig gescheiden zouden worden ingezameld. De daling van de hoeveelheid Restafval per inwoner in de periode 2020 – 2025 zou dan gemiddeld 7,9 kilo per jaar zou moeten zijn. De afgelopen tien jaar daalde de hoeveelheid Restafval per inwoner met gemiddeld 5,8 kilo per jaar.

20

Vanaf 1 september 2021 is gestart (proef) met de gescheiden inzameling van luiers.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

27

In figuur 12 is de trend van de ingezamelde hoeveelheid Restafval in de afgelopen jaren geschetst en doorgetrokken naar het doel in 2025: 30 kilo Restafval per inwoner.

Figuur 12:

Ontwikkeling ingezamelde hoeveelheid Restafval en noodzakelijke ontwikkeling naar doel 2025 (in kg / inwoner).

Er zijn twee ontwikkelingen die de realisatie van de doelstelling van 30 kilo Restafval én meer hergebruik (waarschijnlijk) nog moeilijker maken. Het gaat om ontwikkelingen waar de gemeente geen invloed op heeft. De eerste is de verwachting die in de door ons gevoerde gesprekken met de verwerkers (ARN, VA) is uitgesproken. Zij gaven aan dat verwerkers hun acceptatiecriteria de komende jaren stringenter zullen gaan hanteren. Als redenen werden daarvoor genoemd: •

de hogere eisen die gesteld worden aan de te leveren grondstoffen;

•

de toenemende kosten voor het verwijderen en verbranden van stoorstoffen die na acceptatie nog uit de aangeleverde stroom afval worden gehaald.

Aangegeven is dat verwerkers nu nog regelmatig afzien van afkeur van een vracht als die rond de grens van de maximale vervuiling zit. Afkeur zou te veel (administratieve) rompslomp en risico met zich meebrengen, waardoor ervoor gekozen wordt de vracht te accepteren en te zien ‘waar het schip strandt’. Nu de verwerkingscapaciteit van bepaalde stromen (bijvoorbeeld GFT) afneemt en er ondercapaciteit ontstaat, zou het voor verwerkers eenvoudiger worden in dergelijke gevallen de vracht toch af te keuren. Wanneer verwerkers dit gaan doen, betekent dit dat de afkeur van de gescheiden ingezamelde stromen op het acceptatiepunt toe zal nemen. Het effect van deze ontwikkeling zou zijn: meer Restafval en een terugval in het scheidings- en hergebruikspercentage. Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

28

Waar de gemeente ook geen invloed op heeft, is dat vanaf 2024 de wijze van berekening van de hoeveelheid Restafval en hergebruik (recycling) verandert. Nu wordt die nog bepaald door het ingezamelde Restafval en de aan de poort afgekeurde stromen van het gescheiden ingezamelde afval bij elkaar op te tellen. Vanaf 2024 moeten daar de stoorstoffen bij opgeteld worden, die bij de sortering en de verwerking zelf (dus na het acceptatiepunt) uit de aangeleverde stroom verwijderd worden. Gezien de hoeveelheden die met name bij GFT, Plastic+ en Textiel uitvallen na het moment van acceptatie, moet er rekening mee worden gehouden dat de hoeveelheid Restafval toeneemt en het scheidings- en hergebruikspercentage afneemt.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

29

4. AANBEVELINGEN Op basis van de conclusies uit het onderzoek doet de rekenkamer vier aanbevelingen om meer huishoudelijk afval gescheiden in te zamelen en afval van een betere kwaliteit in te zamelen. Dit met als uiteindelijk doel het realiseren van meer hergebruik (recycling). De Rekenkamer beveelt de gemeenteraad aan: 1. Geef het college opdracht om bij het actualiseren van het afvalbeleid en het uitvoeren ervan als leidende principes te hanteren dat: a.

de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor huishoudelijk afval verder gaat dan haar wettelijke taak, zeker gezien de duurzaamheidsambities van de gemeente Nijmegen

en daarmee dat: b.

het verbeteren van de kwaliteit van huishoudelijk afval een urgent probleem is

dat voor het oplossen vraagt om: c.

een cyclische manier van werken.

Hanteer deze leidende principes als raad ook zelf bij het invullen van de kaderstellende en controlerende rol in het dossier huishoudelijk afval. 2. Afspraken met het college te maken over: a.

de betrokkenheid van de raad, inwoners en andere spelers in de keten bij de totstandkoming van het nieuwe Afvalbeleidsplan;

b.

de zaken die de raad in elk geval uitgewerkt wil zien in het nieuwe Afvalbeleidsplan;

3. Afspraken met het college te maken over de informatievoorziening aan de raad over: a.

de uitvoering van het Afvalbeleidsplan;

b.

de bereikte resultaten in de verschillende schakels in de afvalketen.

4. Onderling afspraken te maken over de behandeling van voortgangs- en verantwoordingsinformatie en de informatie over ontwikkelingen. Hierna hebben wij deze aanbevelingen meer concreet uitgewerkt. AANBEVELING 1: Geef het college opdracht om bij het actualiseren van het Afvalbeleid en het uitvoeren ervan als leidende principes te hanteren dat: a.

de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor huishoudelijk afval verder gaat dan haar wettelijke taak, zeker gezien de duurzaamheidsambities van de gemeente Nijmegen

en daarmee dat: b.

het verbeteren van de kwaliteit van huishoudelijk afval een urgent probleem is

dat voor het oplossen vraagt om: c.

een cyclische manier van werken.

Hanteer deze leidende principes als raad ook zelf bij het invullen van de kaderstellende en controlerende rol in het dossier huishoudelijk afval.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

30

Om te voorkomen dat de Afvalstoffenverordening 21, het nieuwe Afvalbeleidsplan en het bijbehorende Uitvoeringsprogramma papieren tijgers worden, acht de rekenkamer het essentieel dat raad, college en ambtelijke organisatie deze leidende principes delen en centraal stellen in hun handelen. AANBEVELING 2: Maak afspraken met het college over: d.

de betrokkenheid van de raad, inwoners en andere spelers in de keten bij de totstandkoming van het nieuwe Afvalbeleidsplan;

e.

de zaken die de raad in elk geval uitgewerkt wil zien in het nieuwe Afvalbeleidsplan.

Betrokkenheid van de raad, inwoners en andere spelers in de keten Het huidige Afvalbeleidsplan heeft een looptijd tot en met 2022. De voorbereidingen voor het opstellen van een nieuw Afvalbeleidsplan zullen binnenkort starten. De hoofddoelen voor 2025, 2030 en 2050 zijn al vastgesteld. Voor de tussendoelen, de samenwerking met andere spelers, de in te zetten instrumenten en de benodigde middelen, zijn diverse scenario’s denkbaar. De rekenkamer acht het daarom van belang dat de raad, maar ook inwoners en andere spelers in de keten, betrokken worden bij de totstandkoming van het nieuwe beleidsplan. Hiertoe beveelt de rekenkamer de raad aan om een startnotitie van het college te vragen waarin wordt ingegaan op: •

de betrokkenheid van de raad, inwoners en andere spelers in de keten;

•

scenario’s op hoofdlijnen voor de richting van het nieuwe Afvalbeleidsplan;

•

de planning voor de totstandkoming van het nieuwe Afvalbeleidsplan.

De rekenkamer beveelt de raad verder aan om op basis van die startnotitie te besluiten of, wanneer, door wie en hoe hij zich informeert in aanloop naar de vaststelling van het Afvalbeleidsplan. Te denken valt aan het voeren van gesprekken of het laten toelichten van relevante documenten. In bijlage 7 hebben wij een aantal websites opgenomen die hiervoor een hulpmiddel kunnen zijn.

In het bijzonder wijzen wij de raad hier op de mogelijkheid ondersteuning te krijgen vanuit het VANG-programma. Zo bestaat de mogelijkheid advies te krijgen over doelstellingen en de mogelijkheden deze lokaal te bereiken.

21

Aanvankelijk hadden wij de aanbeveling voor de raad opgenomen het college opdracht te geven een Afvalstoffenverordening voor te bereiden op basis van de modelverordening van de VNG. Nu inmiddels gewerkt wordt aan een Afvalstoffenverordening, hebben wij die aanbeveling geschrapt.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

31

Zaken om tenminste uit te werken in het nieuwe Afvalbeleidsplan Om tot meer hergebruik (recycling) te komen, hebben alle spelers in de afvalketen een verantwoordelijkheid. Het is de verantwoordelijkheid van producenten om producten te maken die gerecycled kunnen worden en hun producten te maken van zoveel mogelijk gerecycled materiaal. Inwoners hebben de verantwoordelijkheid hun afval zuiver te scheiden. Het is de verantwoordelijkheid van de inzamelaar er op te letten dat dit gebeurt en de aangeboden stromen niet (gescheiden) in te zamelen als deze vervuild zijn. Afvalverwerkers hebben de verantwoordelijkheid om het aangeboden afval te inspecteren aan de hand van vastgestelde acceptatiecriteria en het af te keuren als er te veel vervuiling wordt aangetroffen. De overheid (Rijk, gemeenten) heeft de verantwoordelijkheid zodanig te sturen dat zij de randvoorwaarden schept dat alle partijen in de keten, inclusief zij zelf, hun verantwoordelijkheid kunnen waarmaken. Om goed te kunnen (bij)sturen is het nodig dat de overheid doelen formuleert én organiseert dat zij in staat is werk te maken van het realiseren van die doelen. De Rijksoverheid heeft haar beleid vastgesteld in het Landelijke Afvalbeheerplan. Dit plan vormt – met de uitwerkingen in diverse programma’s - voor gemeenten het kader voor hun beleid en de uitvoering daarvan.

Bij het opstellen van het nieuwe Afvalbeleidsplan acht de rekenkamer het van belang dat gebruik gemaakt wordt van kennis en ervaring van binnen en buiten de gemeente. Landelijk is veel materiaal beschikbaar dat gebruikt kan worden bij het opstellen van het nieuwe Afvalbeleidsplan (zie bijlage 7). Geadviseerd wordt ook gebruik te maken van het overzicht van de in de gesprekken genoemde acties voor meer en beter gescheiden huishoudelijk afval (zie bijlage 5). Meer concreet adviseert de rekenkamer aan de raad om het college te vragen in het nieuwe Afvalbeleidsplan tenminste op te nemen: •

doelen die voldoende concreet en sturend zijn, waarbij het in elk geval van belang is dat: •

naast de doelen voor de lange termijn ook tussendoelen geformuleerd worden;

•

(tussen)doelen geformuleerd worden voor: •

ingezamelde hoeveelheden Restafval;

•

scheidingspercentage voor alle stromen samen én voor de grootste herbruikbare stromen afzonderlijk;

•

hergebruikspercentage (recycling), ook voor alle stromen samen én voor de grootste herbruikbare stromen afzonderlijk;

• •

de Circulaire Economie.

een visie op het instrumentarium dat het college gaat inzetten om de doelen van beleid te realiseren, waaronder in elk geval de wijze waarop: •

de cyclische manier van werken wordt ingevuld en de momenten waarop de raad in die cyclus wordt betrokken. De rekenkamer acht het wenselijk dat in dit kader ook wordt ingegaan op de wijze waarop besluiten over aanpassingen in de inzameling van huishoudelijk afval worden voorbereid;

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

32

•

•

het college de samenwerking tussen de spelers in de afvalketen gaat versterken: •

voor wat betreft de uitwisseling van data en informatie;

•

voor wat betreft het overleg daarover;

•

in afspraken en overeenkomsten;

•

invulling wordt gegeven aan voorlichting aan en communicatie met inwoners;

•

invulling wordt gegeven aan toezicht en handhaving;

•

de gemeente zelf het goede voorbeeld geeft.

een overzicht op hoofdlijnen – gedestilleerd uit het bij het Afvalbeleidsplan op te stellen meerjarig uitvoeringsprogramma – van activiteiten, waarin per activiteit is aangegeven: •

aan welk(e) (tussen)doel(en) deze een bijdrage levert;

•

of het om structurele of eenmalige activiteiten (projecten) gaat;

•

wat de samenhang is met andere activiteiten;

•

wanneer deze wordt opgepakt;

•

wie bij de uitvoering ervan betrokken worden;

•

welke middelen (personeel / financiën) voor de uitvoering nodig zijn;

•

wat de risico’s zijn bij de uitvoering.

Op deze manier krijgt de raad een realistisch beeld van de uitvoerbaarheid van het Afvalbeleid en kan volstaan worden met informatie op hoofdlijnen over de uitvoering en daarmee bereikte resultaten. Wanneer het Afvalbeleidsplan weer een looptijd krijgt van meer dan vier jaar, beveelt de rekenkamer de raad aan een moment met het college af te spreken waarop het Afvalbeleidsplan en het bijbehorende Uitvoeringsprogramma tussentijds geëvalueerd worden. AANBEVELING 3: Maak afspraken met het college over de informatievoorziening aan de raad over: a.

de uitvoering van het Afvalbeleidsplan;

b.

de bereikte resultaten in de verschillende schakels in de afvalketen.

Met het vaststellen van het Afvalbeleidsplan geeft de raad het college het kader voor de uitvoering van het afvalbeleid. Dit kader is tevens de basis voor de controle door de raad. Om daadwerkelijk te kunnen controleren, dient het college de raad te informeren over de voortgang van de uitvoering en de daarmee bereikte resultaten. De rekenkamer beveelt de raad aan concrete afspraken te maken over de zaken waarover de raad in elk geval geïnformeerd wil worden en met welke frequentie. Wij doen daarvoor de volgende suggesties: •

Voortaan in de begroting en jaarstukken te rapporteren over de volgende indicatoren: •

ingezamelde hoeveelheden Restafval per inwoner;

•

scheidingspercentage;

•

hergebruikspercentage (recycling).

Voor de volledigheid zou hier nog een indicator aan toegevoegd kunnen worden voor de energie die wordt opgewekt met de verbranding van afval van Nijmeegse huishoudens.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

33

Later, wanneer de uitvoering van het beleid voor de Circulaire Economie meer concreet vorm krijgt, is te overwegen in de begroting en jaarstukken ook indicatoren voor de meer circulaire strategiëen uit het 10R model op te nemen. •

Een keer per jaar te rapporteren over: •

ingezamelde hoeveelheden Restafval per inwoner;

•

voor in elk geval GFT, Plastic+, Textiel, OPK en Glas de hoeveelheden (in kilo’s (per inwoner) en in percentages):

•

•

die zijn ingezameld;

•

die aanwezig zijn in Restafval;

•

die afgekeurd worden aan de poort;

•

die uitvallen na sortering;

•

die uitvallen in het verwerkingsproces;

de berekende scheidings- en hergebruikspercentages voor in elk geval GFT, Plastic+, Textiel, OPK en Glas;

•

de berekende scheidings- en hergebruikspercentages voor het totaal;

•

resultaten uit de sorteeranalyse van Restafval;

•

resultaten uit sorteeranalyses per stroom als signalen of cijfers over de kwaliteit van die stroom aanleiding gaven om zo’n sorteeranalyse uit te voeren.

Met zo’n jaarlijks overzicht met de meest essentiële gegevens, krijgt de raad een goed inzicht in de ontwikkelingen. De rekenkamer acht dit echter niet voldoende en adviseert de raad om het college ook te vragen om één keer per jaar een analyse van de gegevens te geven. Daarmee wordt dan van gegevens informatie gemaakt. In die analyse zou in de ogen van de rekenkamer tenminste het volgende aan de orde moeten komen: •

een toelichting op de ontwikkeling van de cijfers;

•

een vergelijking van de Nijmeegse cijfers met die van gemeenten uit dezelfde hoogbouwklasse;

•

een inschatting van de haalbaarheid van tussen- en einddoelen;

•

(mogelijke) verklaringen voor successen dan wel tegenvallende resultaten, waarbij in elk geval een relatie wordt gelegd met:

•

•

de voortgang van de uitvoering van de activiteiten uit het Uitvoeringsprogramma;

•

externe ontwikkelingen.

een toelichting op of en hoe het college gaat bijsturen.

Het ligt het meest voor de hand het college te vragen die analyse in het najaar aan de raad aan te leveren. Dan analyseert de ambtelijke organisatie deze (en meer) gegevens immers toch al voor de jaarschijf van het Uitvoeringsprogramma voor het komende jaar. De rekenkamer adviseert de raad om bij het vaststellen van het nieuwe Afvalbeleidsplan expliciet na te gaan of hij – gegeven de (tussen)doelen in dat plan – ook nog andere gegevens wil ontvangen.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

34

AANBEVELING 4: Onderling afspraken te maken over de behandeling van voortgangs- en verantwoordingsinformatie en informatie over ontwikkelingen. Wanneer de raad afspraken met het college maakt over te ontvangen voortgangs- en verantwoordingsinformatie, is het van belang dat de raad ook afspraken maakt over hoe hij met deze informatie omgaat. De rekenkamer geeft de raad in overweging een vast moment per jaar in te plannen waarop de gegevens en de daarbij door het college opgestelde analyse wordt besproken en zo nodig naar aanleiding daarvan besluiten te nemen. De rekenkamer beveelt de raad aan dit moment ook te benutten om zich door spelers uit de keten en/of externe deskundigen over door de raad te bepalen (actuele) zaken te laten informeren. Dit moment zou eventueel gecombineerd kunnen worden met de jaarlijkse (besloten) bijeenkomst waarin de ARN onder meer raadsleden informeert en/of met het bezoek dat raadsleden vrijwel jaarlijks op uitnodiging aan de Dar brengen. Met het oog op een goede voorbereiding van deze bespreking, beveelt de rekenkamer aan dit moment op te nemen in de Lange Termijn Agenda.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

35

5. REACTIE COLLEGE De Rekenkamer heeft het college van Burgemeester en Wethouders in de gelegenheid gesteld te reageren op de conclusies en aanbevelingen uit dit onderzoek. Het college heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt. De reactie van het college is hierna opgenomen.

Op 15 september 2021 heeft u ons het onderzoeksrapport naar de kwaliteit van gescheiden ingezameld huishoudelijk afval toegestuurd voor bestuurlijk hoor en wederhoor. Deze brief bevat onze reactie op het door u uitgevoerde onderzoek. Algemeen Als eerste spreken wij onze waardering uit voor uw uitgebreide onderzoek naar dit belangrijke onderwerp. We zien diverse aanknopingspunten waar we als gemeente ons voordeel mee kunnen doen. Daarnaast geeft het rapport de raad een helder inzicht in het functioneren van de ketenstructuur van een aantal huishoudelijke afvalstromen. Dat zal zonder meer zijn meerwaarde hebben bij het nieuwe afvalbeleidsplan dat we in 2022 samen met de raad en stakeholders willen gaan ontwikkelen. Voor we ingaan op de conclusies en aanbevelingen willen we graag stilstaan bij een aantal punten. Vanuit de context van het kwaliteitsvraagstuk missen wij in het onderzoek de producentenverantwoordelijkheid die van toepassing is op verpakkingen en daarmee op plastic+, glas en (deels) oud papier en karton. Voor textiel is producentenverantwoordelijkheid in voorbereiding. Dit is om twee redenen relevant: • Producenten dragen wettelijke verantwoordelijkheid voor inzameling én verwerking van hun verpakkingen en • Producenten bepalen aan de voorkant zelf de samenstelling van hun producten. De analyse die u heeft gemaakt, start bij de inzameling.

Naar onze mening had het onderzoek een vollediger beeld gegeven als ook de eerste stap (de productie) in de keten zou zijn meegenomen. De samenstelling van een product bepaalt namelijk in hoge mate de herbruikbaarheid. Dat speelt met name voor verpakkingen en textiel. Voor fabrikanten en producenten ligt daar een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid die helaas vaak niet of matig wordt ingevuld. Daar hebben als gemeente weinig invloed op, maar is nog een wereld in te winnen. Door het onderzoek ontstaat nu het beeld alsof veel afval volledig herbruikbaar is en het kwaliteitsvraagstuk pas begint vanaf het moment van inzameling. Dat ligt in onze ogen veel genuanceerder. Een bevinding uit uw onderzoek is de constatering dat de partijen in de verschillende delen van de keten nauwelijks met elkaar in gesprek zijn. Dit onderkennen we en nemen we ook ter harte. Wij zullen met de partijen in de keten onderzoeken hoe we de samenwerking binnen de keten structureel kunnen verbeteren teneinde in gezamenlijkheid meer hergebruik te kunnen realiseren. Dat gezegd hebbende komt de terechte vraag op hoe we de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen in de keten moeten bezien. In uw onderzoek geeft u aan dat wij ons in onze verantwoordelijkheid niet moeten beperken tot onze wettelijke taken. Dat zijn wij met u eens en dat hebben wij ook altijd al gedaan.

Zo zijn we bijvoorbeeld via de MARN aandeelhouder van ARN waar ons GFT en restafval worden verwerkt. Maar wij hebben wat betreft onze verdergaande verantwoordelijkheid ook wel lering getrokken uit andere ervaringen.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

36

Zo hebben gemeenten in de periode 2015-2019 de volledige regie en formele verantwoordelijkheid op zich genomen voor de hele plastic+-keten (het ketenregie-model: van inzameling tot en met de vermarkting van uitgesorteerde fracties). Dit vanuit de ambitie van gemeenten om zo meer hergebruik te kunnen realiseren dan de doelstellingen die de Rijksoverheid aan de verpakkingsindustrie had opgelegd. Feitelijk namen gemeenten hiermee de producentenverantwoordelijkheid over van de verpakkingsindustrie. Uiteindelijk werkte dit model niet omdat er helaas te veel onderliggende tegenstrijdige belangen waren tussen partijen. Uiteindelijk is - na jarenlange onderhandelingen - de verantwoordelijkheid voor de verwerking van het plastic+ weer teruggelegd bij de verpakkingsindustrie en de verantwoordelijkheid voor de inzameling bij de gemeenten. De reden dat wij dit voorbeeld aanhalen is enerzijds om te benadrukken dat we als gemeente onze rol en betrokkenheid breder zien dan enkel en alleen onze wettelijke verantwoordelijkheid, maar anderzijds ook dat we hiervan hebben geleerd dat we niet in de primaire verantwoordelijkheid van anderen moeten willen treden. Zeker als die partijen wettelijke producentenverantwoordelijkheid dragen voor hun producten. We voelen betrokkenheid bij alle stappen in de keten, maar dragen niet voor alle stappen de primaire verantwoordelijkheid.

Vanuit die achtergrond stellen wij ons dan ook op het standpunt dat voor het kwaliteits-vraagstuk de primaire verantwoordelijkheid bij de verwerking van de ingezamelde stromen ligt bij de partijen die de producentenverantwoordelijkheid uitvoeren. Onze primaire verantwoordelijkheid als gemeente ligt bij een goede kwantiteit én kwaliteit van de gescheiden ingezamelde herbruikbare afvalstromen. Alleen ten aanzien van de verwerking van GFT zien wij een verdergaande verantwoordelijkheid en ook een goed perspectief op verbetering door ons indirecte aandeelhouderschap in ARN. Een laatste algemeen punt dat wij graag willen maken is het volgende. In Nijmegen worden 27 huishoudelijke afvalstromen gescheiden ingezameld via inzameling aan huis, wijkcontainers en milieustraten. Alle stromen tezamen produceert de Nijmegenaar gemiddeld 391 kilogram huishoudelijk afval (2019). Het onderzoek gaat over vijf herbruikbare stromen (2019: 201 kg) en fijn restafval (2019: 77 kg). Van de 201 kilo’s uit de vijf herbruikbare stromen is geconstateerd dat 11 kilogram na inzameling bij de verwerker wordt afgekeurd. Wij realiseren ons dat het afvalprobleem echter groter is dan dat.

Bijvoorbeeld omdat veel fabrikanten verpakkingen gebruiken die niet hergebruikt kunnen worden (een internationaal probleem) óf omdat sommige bestanddelen van een afvalstroom procestechnisch niet goed verwerkt kunnen worden en als stoorstof moeten worden verwijderd. Wij vinden het belangrijk dat mensen die het onderzoek lezen, zich bewust zijn van deze context. Het is ons overduidelijk dat wij aan sommige knoppen beter moeten gaan draaien en daarop komen wij op het vervolg van deze reactie terug, maar veel knoppen zitten niet op ons dashboard. Ten aanzien van de conclusies 1. De kwantitatieve doelstellingen voor de gescheiden inzameling van huishoudelijk afval zijn voor 2020 bijna gerealiseerd. Afgezet tegen de situatie in vergelijkbare gemeenten is dat een goede prestatie. Wij waarderen het dat u de positieve resultaten die we in Nijmegen behalen met de gescheiden inzameling ook benoemt. Het doet recht aan de inspanningen van onze inwoners die naast de stromen GFT, plastic+, textiel, oud papier, glas en restafval nog 21 andere stromen gescheiden kunnen aanbieden en daar ook gebruik van maken. In totaal wordt zo 391 kg per inwoner (2019) aangeboden. Daarmee wordt de beleidsdoelstelling voor 2020 van 75% gescheiden inzameling en 100 kg restafval bijna gerealiseerd.

Met de gescheiden inzameling van luiers en incontinentiemateriaal én de verdergaande aanpak op een verbeterde kwaliteit van het ingezamelde GFT en textiel zetten we aanvullende stappen hier naar toe.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

37

2. De gemeente heeft een beperkt inzicht in de kwaliteit van het gescheiden ingezamelde huishoudelijk afval en geen inzicht in het uiteindelijk hergebruik ervan. Dit komt doordat onvoldoende afspraken gemaakt zijn met andere spelers in de keten over het uitwisselen van informatie. Jaarlijks maken wij een sorteeranalyse van het restafval. Op die manier hebben een beeld van de samenstelling en de hierin nog aanwezige hoeveelheden herbruikbare bestanddelen. Voor de herbruikbare stromen hebben wij dat beeld niet. Tot op heden achtten wij dat ook niet nodig omdat deze stromen nagenoeg altijd werden goedgekeurd bij de verwerker. Daardoor is ons inzicht in de samenstelling van deze stromen inderdaad beperkt. Gezien het kwaliteitsvraagstuk is het een goede suggestie om ook van de vijf onderzochte herbruikbare afvalstromen periodiek een sorteeranalyse te laten doen. Daarmee ontstaat een beter beeld door de keten heen van de mate van hergebruik van de ingezamelde stromen. Dat biedt een basis om te bezien of en zo ja waar in de keten (bij de inzameling en/of bij de verwerking) een verbetering in kwaliteit gerealiseerd zou kunnen worden. 3. Door het weergeven van het scheidingspercentage onder de noemer hergebruikspercentage is een te positief beeld ontstaan.

Dit heeft er mede toe geleid, dat er binnen de gemeente een beperkt gevoel van urgentie en daardoor te weinig aandacht is geweest voor het verbeteren van de kwaliteit van gescheiden ingezameld huishoudelijk afval en daarmee het uiteindelijk hergebruik ervan. Het is correct dat de termen “scheidingspercentage” en hergebruikspercentage” geregeld oneigenlijk door elkaar heen zijn gebruikt. Dat kan verwarrend overkomen. Naar de toekomst toe zullen wij het gebruik van deze termen correct aanwenden. De indruk kan zijn ontstaan dat wij hiermee een probleem probeerden te verdoezelen. Dat hebben wij niet bewust gedaan en wij bieden onze excuses hiervoor aan. Vanuit oogpunt van de kwantiteit en kwaliteit van het huishoudelijk afval hebben wij ons de afgelopen jaren binnen de keten vooral geconcentreerd op de inzameling, omdat wij dat als onze primaire verantwoordelijkheid zien. Terugkijkend onderkennen we dat we eerder hadden moeten acteren op de kwaliteit van het ingezamelde GFT. Ondertussen is dit in samenwerking met Dar in 2020 opgepakt en zijn hier ook al positieve resultaten in geboekt. In het nieuwe afvalbeleidsplan zullen wij ons ook richten welke verbeteringen in kwaliteit mogelijk zijn bij de verwerking van de gescheiden ingezamelde stromen; dit in samenwerking met de verwerkers en daarbij betrokken partijen. 4.

Het Afvalbeleidsplan vormt voldoende basis om te komen tot substantieel meer hergebruik van huishoudelijk afval, maar de doelen in het Afvalbeleidsplan zijn onvoldoende concreet en het Afvalbeleidsplan is niet of nauwelijks vertaald naar de uitvoering. Mede daardoor is er in de praktijk gestuurd op het realiseren van de doelstellingen voor de hoeveelheid Restafval en het scheidingspercentage, en onvoldoende op het realiseren van de doelstellingen voor meer hergebruik. Onze reactie bij de vorige conclusie is ook hier van toepassing. Verder onderschrijven we het belang om de vertaling van het beleid naar de uitvoering goed te borgen. Het uitvoeringsprogramma 2013-2016 dat is opgesteld op basis van het vigerende afvalbeleidsplan bleek te ambitieus in de tijd en ging voorbij aan de dynamiek die met het afvalbeheer gepaard gaat. Dat neemt niet weg dat de acties merendeels zijn uitgevoerd en succesvol zijn geweest waardoor de doelstelling voor 2020 nagenoeg is behaald. De resultaten van dit afvalbeleidsplan zullen worden geëvalueerd en aan de raad worden aangeboden. Wij zien dit als een van de eerste stappen op weg naar een nieuw afvalbeleidsplan dat we samen met de raad willen ontwikkelen.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

38

5. Met de huidige wijze van sturen door de gemeente is het risico groot dat het niet lukt de doelstelling voor de hoeveelheid Restafval en de gescheiden inzameling van huishoudelijk afval voor 2025 te realiseren, en gelijktijdig het hergebruik fors te verhogen. Daarmee komt ook de realisatie van de doelstellingen voor de Circulaire Economie in 2030 in gevaar. Nijmegen is een van de weinige gemeenten in hoogbouwklasse B (totaal 61), die de doelstelling van 75% afvalscheiding en 100 kg restafval per inwoner nagenoeg hebben gerealiseerd. Desondanks is de VANGdoelstelling van 90% afvalscheiding en 30 kg restafval per inwoner in 2025 ook voor Nijmegen een enorme uitdaging zowel kwantitatief als in de tijd. En dat is eens te meer zo voor de meeste gemeenten in hoogbouwklasse B. De Rijksoverheid realiseert zich dit ook en bezint zich hoe de doelstellingen voor het huishoudelijk afval kunnen worden geherformuleerd op een zodanige wijze dat zij recht doen aan een verdergaande afvalscheiding enerzijds én een hogere mate van circulariteit van de gescheiden ingezamelde stromen anderzijds. Hoe dan ook ligt Nijmegen en alle overige gemeenten een complexe en uitdagende opgave te wachten om te komen tot meer afvalscheiding én meer hergebruik. Daarbij moeten we ons realiseren dat we principiële keuzes zullen moeten maken om echt wezenlijke progressie te kunnen boeken.

Er is geen laaghangend fruit meer. Het verder optimaliseren van de huidige bestaande inzamelstructuur en het intensiveren van de communicatie zal niet afdoende effect sorteren om onze 176.000 inwoners te bewegen het afval nog beter te gaan scheiden. Daartoe zullen wij maatregelen moeten treffen die aan de ene kant het gemak en serviceniveau om herbruikbare stromen te scheiden substantieel verhogen en aan de andere kant het serviceniveau om zich van restafval te ontdoen omlaag brengen. Deze benadering staat bekend als “omgekeerd inzamelen” en is in het huidige beleidsplan als vergezicht genoemd. Wij gaan graag het gesprek aan met de raad welke doelstellingen we willen formuleren, welke maatregelen we bereid zijn te nemen en binnen welke termijnen deze tot stand gebracht moeten worden. Terzijde merken we nog op dat de circulaire doelstellingen voor 2030 en 2050 gericht zijn op de gehele samenleving en alle afval- en grondstofstromen die hierin omgaan; en niet alleen het huishoudelijk afval dat hiervan maar een beperkt deel uitmaakt. Uiteraard maakt dit de circulaire doelstelling niet minder uitdagend, maar het is niet de exclusieve verantwoordelijkheid van de gemeente om deze doelstellingen te behalen. Alle partijen in de maatschappij hebben hierin een rol en verantwoordelijkheid. Ten aanzien van de aanbevelingen: 1.

Geef het college opdracht om bij het actualiseren van het afvalbeleid en het uitvoeren ervan als leidende principes te hanteren dat: a. de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor huishoudelijk afval verder gaat dan haar wettelijke taak, zeker gezien de duurzaamheidsambities van de gemeente Nijmegen en daarmee dat: b. het verbeteren van kwaliteit van huishoudelijk afval een urgent probleem is dat voor het oplossen vraagt om: c. een cyclische manier van werken. Hanteer deze leidende principes als raad ook zelf bij het invullen van de kaderstellende en controlerende rol in het dossier huishoudelijk afval. Als college hebben wij steeds onze verantwoordelijkheid breder betracht dan onze wettelijke zorgtaak en dat zullen we blijven doen. In dat kader wijzen we onder andere op: • de vergaande rol en verantwoordelijkheid die gemeenten in het ketenregie-model voor plastic+-afval op zich hebben genomen om te komen tot meer hergebruik van het plastic+. • de keuze om ons als gemeente Nijmegen aan te sluiten bij de statiegeld-alliantie. • de inzet van restwarmte vrijkomend bij de verbranding van restafval bij ARN voor het warmtenet en • de keuze om het huishoudelijk ingezamelde GFT in de eigen installatie bij ARN lokaal te vergisten en daarbij het vrijkomende biogas te benutten in het regionale streekvervoer.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

39

Deze aanbeveling omarmen wij dan ook met de kanttekening dat wij onze bredere verantwoordelijkheid wel steeds bezien binnen onze reële mogelijkheden. Zoals bij het algemene deel van onze reactie aangegeven, stellen we ons op het standpunt dat we niet de primaire verantwoordelijkheid van andere partijen in de keten moeten willen overnemen. Daar waar wij bevoegd zijn, zijn we leidend. Daar waar we kunnen lobbyen, bemiddelen of ondersteunen, zullen we dat doen in samenwerking met onze partners. We onderschrijven dat kwaliteit van huishoudelijk door de keten heen een urgent probleem is. Vanuit de Rijksoverheid en het programma VANG wordt dit eveneens onderkend en bezint men zich hoe de samenwerking binnen de keten kan worden verbeterd. In lijn met deze ontwikkelingen zullen wij met onze partners in de keten bekijken hoe we de samenwerking binnen de keten structureel kunnen versterken en in gezamenlijkheid meer hergebruik kunnen realiseren. De aanbeveling voor een proces van cyclisch werken nemen wij over. Wij zien het als een zinvol instrument om de betrokkenheid van en het inzicht bij de raad te vergroten bij de ontwikkeling en voortgang van het afvalbeleid. 2. Afspraken met het college te maken over: a. de betrokkenheid van de raad, inwoners en andere spelers in de keten bij de totstandkoming van het nieuwe Afvalbeleidsplan; b.

de zaken die de raad in elk geval uitgewerkt wil zien in het nieuwe Afvalbeleidsplan; Uw suggestie van de startnotitie nemen we over. Dit betekent dat we vooraf met de raad het gesprek voeren over het proces van totstandkoming. Ook kunnen we dan met elkaar bespreken welke punten in het nieuwe Afvalbeleidsplan terecht komen. 3. Afspraken met het college te maken over de informatievoorziening aan de raad over: a. de uitvoering van het Afvalbeleidsplan; b. de bereikte resultaten in de verschillende schakels in de afvalketen. Uw rekenkamer benoemt een aantal concrete punten. Het gaat om een aanpassing van de indicatoren in de begroting en jaarrekening, als ook het periodiek informeren van de raad via een rapportage en analyse. Op dit moment trachten wij de gemeenteraad ten behoeve van haar kaderstellende en controlerende rol al een zo volledig mogelijk beeld te geven. Uw aanbeveling helpt om dit aan te scherpen. Tegelijkertijd kunnen wij op dit moment nog niet volledig overzien welke impact de door u gestelde inhoudelijke verantwoording vraagt op uitvoeringsniveau. Het nieuwe afvalbeleidsplan lijkt ons inziens een mooi moment om hierin de juiste afwegingen te maken. 4. Onderling afspraken te maken over de behandeling van voortgangs- en verantwoordingsinformatie en de informatie over ontwikkelingen.

Ons college zal in het proces naar het nieuwe afvalbeleidsplan 2022 ook aandacht hebben voor de voortgangs- en verantwoordingsinformatie. Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen

mr. drs. A.H. van Hout gemeentesecretaris

drs. H.M.F. Bruls burgemeester

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

40

6. NAWOORD REKENKAMER De rekenkamer is verheugd dat het college de conclusies uit ons onderzoek omarmt en de aanbevelingen overneemt. Naar aanleiding van de reactie van het college willen wij twee opmerkingen maken. Het college mist in het onderzoek de producentenverantwoordelijkheid. Het college stelt dat nu het beeld ontstaat dat het kwaliteitsvraagstuk pas begint vanaf het moment van inzameling. De rekenkamer onderkent in het rapport het belang van de producentenverantwoordelijkheid. Echter: het is de wettelijke taak van de rekenkamer om onderzoek te doen naar het door de gemeente gevoerde bestuur. De rekenkamer heeft in het onderzoek de hele afvalketen van productie tot eindverwerking geschetst. Vanuit onze wettelijke taak hebben wij het onderzoek vervolgens afgebakend tot die schakels in de afvalketen waar de gemeente op kan sturen. De eerste schakel is dan het (laten) inzamelen van het huishoudelijk afval. In zijn reactie geeft het college aan zich betrokken te voelen bij alle schakels in de keten, maar niet de primaire verantwoordelijkheid te dragen voor alle schakels in de keten. De rekenkamer onderschrijft dit in haar rapport. Om tot meer hergebruik (recycling) te komen, hebben alle spelers in de afvalketen een verantwoordelijkheid: producenten, inwoners, inzamelaars, verwerkers.

Wij willen op deze plek graag benadrukken dat de gemeente de verantwoordelijkheid van deze partijen zeker niet over kan of moet nemen. In de toelichting op aanbeveling 2 gaan we in op de verantwoordelijkheden van de verschillende partijen. Daarbij hebben wij ook aangegeven het wel de verantwoordelijkheid van de gemeente te vinden, zodanige randvoorwaarden te scheppen dat alle partijen in de keten – inclusief de gemeente zelf - hun verantwoordelijkheid kunnen waarmaken.

Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen: Afval of grondstof?

41

M

MOTIE vreemd aan de orde Agendapunt: 9 Onderwerp: Borstonderzoek vrouwen De raad van de gemeente Druten in vergadering bijeen op 30 september 2021; Constaterende, dat: - De staatssecretaris voor Volksgezondheid heeft besloten het tijdsinterval voor het periodiek borstonderzoek voor vrouwen te verlengen van tweejaarlijks naar driejaarlijks; - Als reden hiervoor is vermeld dat het, momenteel en de komende drie jaar niet mogelijk is landelijk consequent aan de termijn van twee jaar te kunnen voldoen; - Het hier weliswaar gaat over landelijk beleid, maar dat ook de raden als primaire volksvertegenwoordiging op het terrein van volksgezondheid een belangrijke politieke signaalfunctie hebben. Overwegende, dat: - Deze maatregel op korte en lange termijn leidt tot verslechtering van deze uiterst belangrijke preventieve voorziening. - Ongeveer 1 miljoen vrouwen vanaf de vijftig jaar in Nederland van deze preventieve voorziening gebruik maken; - In Nederland 1 op de 7 vrouwen borstkanker krijgen. Het bevolkingsonderzoek is bedoeld om borstkanker zo vroeg mogelijk te ontdekken, zodat de kans op een succesvolle behandeling groter en wellicht minder ingrijpend is.

Roept het college van B&W op: - Bij de demissionair en toekomstige staatssecretarissen, door toezending van deze motie, kenbaar te maken dat wij van mening zijn dat de genomen maatregel ongewenst en onverantwoord is. Erop aandringt de maatregel in te trekken en er alles aan doet te realiseren dat de tweejarentermijn zo consequent mogelijk wordt toegepast. - Deze motie bij de gemeenteraden in Nederland en de leden van de 2e kamer bekend te maken. En gaat over tot de orde van de dag.

M

Namens de fractie(s) van: Dorpslijst Horssen

Dorpslijst Afferden

Ben van Ooijen

John Reijers

Dorpslijst Puiflijk – Druten Zuid

Dorpslijst Deest

Mustafa Enkur

Ellen Thomassen

Kernachtig Druten

Sociaal Maas en Waal

Gerard Worm

Diny Uitdehaag

CDA Druten

Welzijn Druten

Johan Wiersma

Haci Aslan

Aldus besloten in de openbare vergadering van: 30 september 2021

de raadsgriffier,

de voorzitter,

M.J. van IJsseldijk

C.A.A. van Rhee-Oud Ammerveld

gemeente

Simpelveld MOTIE VREEMD AAN DE ORDE VAN DE DAG Onderwerp: Borstonderzoek

De gemeenteraad van Simpelveld in vergadering bijeen op 7 oktober 2021 Gelet op artikel 34 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad.

Toelichting: (indien van toepassing)

Constaterende dat: • dat de staatssecretaris voor Volksgezondheid heeft besloten het tijdsinterval voor het periodiek borstonderzoek voor vrouwen tijdelijk te verlengen van tweejaarlijks naar driejaarlijks; • dat als reden hiervoor is vermeld dat het momenteel en de komende drie jaar niet mogelijk is landelijk consequent aan de termijn van twee jaar te kunnen voldoen; • wenselijk zou zijn om ook de leeftijdsgrens voor het borstonderzoek te verlagen van 50 naar 35 jaar; • dat het hier weliswaar gaat om landelijk beleid, maar dat ook de raden als primaire volksvertegenwoordiging op het terrein van volksgezondheid een belangrijke politieke signaalfunctie hebben.

Overwegende dat: • dat deze maatregel op korte en langere termijn leidt tot verslechtering van deze uiterst belangrijke preventieve voorziening; • dat ongeveer 1 miljoen vrouwen vanaf vijftig jaar in Nederland van deze preventieve voorziening gebruik maken; • in Nederland krijgt 1 op de 7 vrouwen borstkanker. Het bevolkingsonderzoek is bedoeld om borstkanker zo vroeg mogelijk te ontdekken. De kans op een succesvolle behandeling is dan groter. _____ Ook is vaak een minder ingrijpende behandeling nodig.____________________________________

Verzoekt het college: • dat de genomen maatregel ongewenst en onverantwoord is en moet worden gestopt; • dat dit signaal vanuit de volksvertegenwoordigingen in ons land zo breed mogelijk moet worden overgebracht naar de staatssecretaris; • er bij de demissionaire staatssecretaris, door toezending van deze motie, op aan te dringen dat zij haar maatregel intrekt en er alles aan doet om te realiseren dat de tweejaren termijn zo consequent mogelijk wordt toegepast; • deze motie bij de gemeenteraden in Nederland en de leden van de Tweede Kamer bekend te maken.

En gaat over tot de orde van de dag.

Pagina 1 van 2

parkstad

.^•^limburg

>

gemeente

• Simpelveld Naam en ondertekening:

3>

<

parkstad limburg

■.

MOTIE VREEMD AAN DE ORDE VAN DE DAG

VOOR: 17 TEGEN: 0 UNANIEM AANVAARD

Raadsfractie gemeente Maasgouw

MOTIE Borstonderzoek vrouwen De raad van de gemeente Maasgouw in vergadering bijeen op 5 oktober 2021; Constaterende: • Dat de staatssecretaris voor volksgezondheid heeft besloten de tijdsinterval voor het periodiek borstonderzoek voor vrouwen tijdelijk te verlengen van tweejaarlijks naar driejaarlijks. • Dat als reden hiervoor is vermeld dat het momenteel en de komende drie jaar niet mogelijk is landelijk consequent aan de termijn van twee jaar te kunnen voldoen. • Dat het hier weliswaar gaat om landelijk beleid, maar dat ook de raden als primaire volksvertegenwoordiging op het terrein van volksgezondheid een belangrijke politieke signaalfunctie hebben. Overwegende: • Dat deze maatregel op korte en langere termijn leidt tot een verslechtering van deze uiterst belangrijke preventieve voorziening. • Dat ongeveer 1 miljoen vrouwen vanaf vijftig jaar in Nederland van deze voorziening gebruik maken. • In Nederland 1 op de 7 vrouwen borstkanker krijgt. Het bevolkingsonderzoek bedoeld is om borstkanker zo vroeg mogelijk te ontdekken waardoor de kans op een succesvolle behandeling dan vanzelfsprekend groter is. Ook is vaak een minder ingrijpende behandeling nodig. • Dat de genomen maatregel ongewenst en onverantwoord is en moet worden gestopt. • Tevens overwogen moet worden om de leeftijdsgrens te verlagen van 50 naar 35 jaar.

• Dat dit signaal vanuit de volksvertegenwoordigingen in ons land zo breed mogelijk moet worden overgebracht naar staatssecretaris Blokhuis. VERZOEKT HET COLLEGE VAN B&W OM: Er bij de demissionair en toekomstige staatssecretarissen, door toezending van deze motie, op aan te dringen dat de maatregel wordt ingetrokken en er alles aan doen om te realiseren dat de tweejarentermijn zo consequent mogelijk wordt toegepast. VERZOEKT DE GRIFFIE OM: Deze motie namens Maasgouw ter kennis te brengen bij de leden van de Tweede Kamer en alle gemeenteraden in Nederlandse gemeenten. en gaat over tot de orde van de dag. Raadsleden Lokaal Belang: S. Blomen, A. van Dam, M. van Herten, G. Hilbrink, B. Impelmans, S. Oosterwaal, G. Vervoort, E. Vrinzen.

Zaaknummer: Z21 - 232220 Document: IN/21 - 453227 Overig stuk inkomend

PfWft

( M •>

S3in£

Gemeentebelangen \uxhi (ium\iml llclvoiii

PvdA GroenLinks

l-okaai de beste

^

Motie ‘Borstonderzoek vrouwen’ Betreft: agendapunt 8 Moties vreemd aan de orde van de dag De raad van de gemeente Vught bijeen in de raadsvergadering op donderdag 30 september 2021, Constaterende dat: •

de staatssecretaris voor Volksgezondheid heeft besloten het tijdsinterval voor het periodiek borstonderzoek voor vrouwen tijdelijk te verlengen van tweejaarlijks naar driejaarlijks;

•

als reden hiervoor is vermeld dat het momenteel en de komende drie jaar niet mogelijk is landelijk consequent aan de termijn van twee jaar te voldoen;

•

het hier weliswaar gaat om landelijk beleid, maar dat ook de raden als primaire volksvertegenwoordiging op het terrein van volksgezondheid een belangrijke politieke signaalfunctie hebben.

Overwegende dat: •

deze maatregel op korte en lange termijn leidt tot verslechtering van deze uiterst belangrijke preventieve voorziening;

•

ongeveer 1 miljoen vrouwen vanaf vijftig jaar in Nederland van deze preventieve voorziening gebruik maken;

•

in Nederland 1 op de 7 vrouwen borstkanker krijgen. Het bevolkingsonderzoek is bedoeld om borstkanker zo vroeg mogelijk te ontdekken, zodat de kans op een succesvolle behandeling groter en wellicht minder ingrijpend is.

Spreekt uit •

dat de genomen maatregel ongewenst en onverantwoord is en moet worden gestopt;

•

overwogen moet worden om de leeftijdsgrens te verlagen van 50 naar 35 jaar;

•

dat dit signaal vanuit de volksvertegenwoordigingen in ons land zo breed mogelijk moet worden overgebracht naar de staatssecretaris;

Zaaknummer: Z21 - 232220 Document: IN/21 - 453227 Overig stuk inkomend

Roept het college op: •

bij de demissionair en toekomstige staatssecretarissen, door toezending van deze motie, kenbaar te maken dat wij van mening zijn dat de genomen maatregel ongewenst en onverantwoord is en dat wij er op aandringen de maatregel in te trekken en er alles aan te doen om de tweejarentermijn zo consequent mogelijk toe te passen.

•

deze motie bij de gemeenteraden in Nederland en de leden van de 2e Kamer bekend te maken.

En gaat over tot de orde van de dag. Namens dejjaetiee van,

pMSSET K.H.M. Sprik

'

:e/B(ilangen B.W. PeMenl :g - van Gemert

D.J.M. Smith

(in te vullen door de griffie) Besluit van de raad van Vught van: Aangenomen /verworpen Stemverhouding met

ii

stemmen voor: stemmen tegen:

SPü),Pti/ L\) (3)

RAADSMEDEDELING

Onderwerp:

Beantwoording raadsvragen DGH over uittreden West Maas en Waal uit de GR MARN 18 oktober 2021

Datum:

Samenvatting Op donderdag 30 september zijn raadsvragen ingekomen waarin de fractie DGH haar zorgen uit over de gevolgen van de uittreding van de gemeente West en Maas en Waal uit de gemeenschappelijke regeling MARN. Aanvullend is de tijdens de vergadering van de commissie Ruimte van 7 oktober jl. een vraag gesteld over het financieel risico dat de gemeente Heumen loopt als gevolg van deelname aan de GR MARN. De gestelde vragen worden hieronder puntsgewijs beantwoord. Toelichting De Gemeenschappelijke Regeling Milieusamenwerking en Afvalverwerking Regio Nijmegen (GR MARN) is een gemeentelijke regeling bestaande uit acht gemeenten: Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen, West Maas en Waal en Wijchen. De GR MARN ondersteunt de deelnemende gemeenten bij de bescherming van het milieu, waaronder de verwijdering van afvalstoffen. Een belangrijke functie van GR MARN is dat zij aandeelhouder is van de ARN B.V.. De ARN b.v. zorgt voor de verbranding van restafval, de vergisting van gft-afval en sinds kort ook de duurzame verwerking van luierafval. 1. Wat zijn de financiële consequenties voor de gemeente Heumen? De financiële nadelen voor de MARN vanwege het uittreden wordt door gemeente West Maas en Waal gecompenseerd. Onderdeel van dit schadebedrag is de schadevergoeding die de MARN aan ARN zal zijn verschuldigd.

ARN heeft haar schade berekend en vastgesteld op €641.071. ARN heeft het bedrag vastgesteld op de (bepaalbare) schade die voortkomt uit de misgelopen opbrengst die ARN daadwerkelijk mocht verwachten voor die stromen waarvoor ARN moeilijk gecompenseerd kan worden. Het andere deel van de berekende schade betreft apparaatskosten MARN voor de komende 5 jaren en die zijn vastgesteld op € 77.127. Dit is een gangbare periode, die in dergelijke gevallen moet worden toegepast. Na deze 5 jaar (dus vanaf 2026) worden de apparaatskosten door de achterblijvende 7 gemeenten betaald (i.p.v. door 8). Dit kan als financieel nadeel worden gezien, maar dat is onvermijdelijk en het gaat over een gering bedrag (circa € 2.500/jaar1). 2. Is het denkbaar dat er aandelen overgenomen moeten worden uit de afgesloten overeenkomsten van de GR Marn? Nee, de MARN houdt aandelen in ARN en daarin verandert niets; dat blijft 51% (Remondis 49%). De gemeenten zijn niet ieder afzonderlijk houder van aandelen in ARN. De gemeenten houden 1 In 2017 heeft de verkoop van gronden plaatsgevonden en is de opbrengst van deze gronden in de jaarrekening

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10736856/1