Bijlage - Overzicht ingekomen stukken raadsvergadering 16 december 2021
Tekst van het document
7
Nijmegen besloten hebben. Ons bestuur heeft besloten deze korting niet op onze uurtarieven door te voeren. Met dit besluit zal de korting dus gerealiseerd moeten worden met takenreductie. In de begroting 2022 gaven we aan dat de korting van 2% in de advieslijsten van 2022 is meegenomen en daarmee in de begroting verwerkt is. Vanaf 2023 hebben we rekening gehouden met een aanvullende korting op de baten van de deelnemende gemeenten met 1% (van 2% in 2022 naar 3% vanaf 2023) waarmee de korting volledig in onze meerjarenbegroting verwerkt is. Onze deelnemende gemeenten zullen in overleg met ODRN een besluit nemen moeten over de taakreductie waarmee deze korting geeffectueerd wordt.
5 Afloop ontwikkelagenda en ontwikkelbudget vanaf 2024 De meerjarige inzet (realisatie 2020 en begroot vanaf 2021) van het ontwikkelprogramma is als volgt: Realisatie 2020 1.500
Begroting 2021 1.017
Begroting 2022 0
BW AB 4 november 2020
-800
800
0
BW begroting 2021
-98
98
0
BW begroting 2021
0
310
0
Overheveling naar 2022/2023
0
-757
447
602
1.468
447
In €* 1.000 Oorspronkelijk begroot
(Verwachte) inzet
Begroting 2023
Totaal 2.5174 310
310 310
2.827
Met uitzondering van de verwachte overschrijding van het budget implementatiekosten OW verwachten we geen overschrijdingen van dit budget. Wel zijn we bezorgd over het feit dat deze middelen aflopen. We ramen een beperkt opleidingsbudget (2% van de loonsom) en ramen geen budget voor onvoorzien. Is dat genoeg? De Commissie van Aartsen plaatst een kritische kanttekening bij het scholings- en opleidingsbudget van Omgevingsdiensten. ‘ In verreweg de meeste gevallen hanteren omgevingsdiensten een percentage van de loonsom voor kennisontwikkeling (1,5 tot 4%). De vraag is of deze norm adequaat is, gelet op het gegeven dat de omgevingsdienst een organisatie in ontwikkeling is in een domein dat sterk verandert en innoveert. Het versterken van de slagkracht zou wel eens veel hogere investeringen in scholing en opleiding kunnen vragen.’ (Om de Leefomgeving, 4 maart 2021)
Met een opleidingsbudget van 2% van de loonsom zitten we aan de onderkant van de door de Commissie van Aartsen genoemde bandbreedte van 1,5% - 4%. Het zou wenselijk zijn dit budget vanaf 2023 of 2024 op te hogen naar bijvoorbeeld 4% van de loonsom. Dat betekent een uitzetting van jaarlijks € 2,9 ton. Daarover gaan we graag het gesprek aan.
4 € 2.317.000 bijdrage van deelnemers en € 2 ton inzet opleidingsbudget.
8
6 Bevindingen Commissie van Aartsen, het onderzoek Handhaven in het Duister van de Algemene Rekenkamer en de financieringssystematiek vanaf 2023 De signalen van diverse landelijke onderzoeken liegen er niet om: het gaat niet goed met onze leefomgeving. De aanpak van grote vervuilers laat te wensen over, er is weinig gemeenschappelijkheid en er zijn kritische opmerkingen over de positionering van omgevingsdiensten ten opzichte van deelnemende gemeenten en provincies. Het moet anders. Hoe en met welke consequenties? Dat weten we nog niet. De behandeling van de adviezen van Van Aartsen en de Algemene Rekenkamer zouden er bijvoorbeeld toe kunnen leiden dat de intensiteit van inspecties moet worden opgevoerd en de datakwaliteit moet worden verbeterd. Dit zal extra middelen kosten die we nog niet begroot hebben. We wachten verdere discussie en besluitvorming af en komen hier bij de behandeling van de jaarcijfers 2021 en de begroting 2023 op terug. We proberen met verkenningen van een andere financieringssystematiek vanaf 2023 al wel op ontwikkelingen te anticiperen. We streven naar een systematiek die gezamenlijkheid bevordert en waarbij we meer ruimte krijgen om meerjarig en regionaal te programmeren zodat we onze middelen zo effectief mogelijk in kunnen zetten. Ook hopen we dat een andere systematiek het inhoudelijke gesprek in plaats van gesprekken over de euro’s bevordert.
We beogen een andere systematiek budgettair neutraal in te voeren en met minimale herverdeeleffecten. Deze kunnen we echter niet uitsluiten. We rekenen momenteel verschillende scenario’s door en we zullen de uitkomsten hiervan eind van dit jaar aan u voorleggen.
Bijlagen:
9
Nota Risicobeheersing en weerstandscapaciteit Nota Indexering vanaf 2023
50 PLUS
Bergen op Zoom
Gemeenteraadsfractie SOPLOS Bergen op Zoom Motie vreemd aan de orde van de dag "Borstonderzoek" De gemeenteraad van Bergen op Zoom, in vergadering bijeen op donderdag 4/icMYlbe--2021. Constaterende dat: •
• • •
•
de staatssecretaris voor Volksgezondheid heeft besloten het tijdsinterval voor het periodiek borstonderzoek voor vrouwen tijdelijk te verlengen van tweejaarlijks naar driejaarlijks; als reden hiervoor is vermeld dat het momenteel en de komende drie jaar n iet mogelijk is landelijk consequent aan de termijn van twee jaar te kunnen voldoen; het wenselijk zou zijn om ook de leeftijdsgrens voor het borstonderzoek te verlagen van 50 naar 35 jaar; het hier weliswaar gaat om landelijk beleid, maar dat ook de raden als primaire volksvertegenwoordiging op het terrein van volksgezondheid een belangrijke politieke signaalfunctie hebben. wij hebben afgesproken dat preventieve zorg een speerpunt van ons is.
Overwegende dat: • deze maatregel op korte en langere termijn leidt tot verslechtering van deze uiterst belangrijke preventieve voorziening; • ongeveer 1 miljoen vrouwen vanaf vijftig jaar in Nederland van deze preventieve voorziening gebruik maken; • de meeste vrouwen die borstkanker krijgen ouder zijn dan 50 jaar en dat de kans om borstkanker te krijgen bij hen veel groter is. • in Nederland 1 op de 7 vrouwen borstkanker krijgt en derhalve het via bevolkingsonderzoek belangrijk is dit zo vroeg mogelijk te ontdekken. De kans op een succesvolle behandeling is dan groter. • Er dan vaak een minder ingrijpende behandeling nodig is waardoor er veel leed bespaard wordt. Spreekt uit: • dat de genomen maatregel ongewenst en onverantwoord is en moet worden gestopt; • dat dit signaal vanuit de volksvertegenwoordigingen in ons land zo breed mogelijk moet worden overgebracht naar de staatssecretaris. Besluit de griffier opdracht te geven: • er bij de demissionaire staatssecretaris, door toezending van deze motie, op aan te dringen dat hij de maatregel intrekt ener alles aan doet om te realiseren dat de tweejarentermijn zo consequent mogelijk wordt toegepast; • deze motie bij de gemeenteraden in Nederland en de leden van de Tweede Kamer, op advies van de Gezondheidsraad bekend te maken. En gaat over tot de orde van de dag. aal Realisme,z.Œ SP
en op Zoom
PvdA
GroenLinks
0'66
BSD
SamenO~-
➔ ve? CDA
dres: Hof van Merksem 11 * :625ET Bergen op Zoom* T~8 E-mailadres: fractie.5oplusboz@outlook.com
B121 brief gemeente Lelystad borstonderzoek
Het bestand B121 brief gemeente Lelystad borstonderzoek kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://heumen.raadsinformatie.nl/document/10787490/1/B121 brief gemeente Lelystad borstonderzoek
College van Burgemeester en Wethouders gemeente Heumen Kerkplein 6 6581AC Malden
Onderwerp: Datum: Uw brief: Ons kenmerk: Behandeld door:
Secretariaat R. Krijnen Adres Postbus 200 6580 AZ Malden E-mail bar@heumen.nl
ADVIES
Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp 1 november 2021 53229 Bij beantwoording datum en ons kenmerk vermelden Renate Krijnen
Geacht college, De BAR heeft op 12 oktober 2021 de aangepaste Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp besproken in bijzijn van mevrouw J. Poelen. We zijn tot het volgende advies gekomen. Advies: We kunnen ons in grote lijnen vinden in uw voorgenomen besluit. We adviseren u om onderstaande overwegingen mee te nemen in uw besluit en enkele onderdelen uit uw besluit zoals onderstaand is verwoord te heroverwegen.
We complimenteren het college met de voorliggende aangepaste verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2022. De aanpassingen met betrekking tot de aanwijzing van toezichthouders in de Jeugdwet; de aanvulling met betrekking tot de jaarlijkse waardering voor pleeggezinnen en de doorontwikkeling van de uitbetaling van de Pgb’s via de Sociale Verzekeringsbank zijn duidelijk verwerkt. Evenals de beweging van Beschermd wonen naar Beschermd thuis, en de toevoeging dat de gecertificeerde instelling ook als wettelijke verwijzer casemanagement kan inzetten zijn goed en duidelijk verwerkt.
Belang van een inclusieve samenleving. Ten eerste wijzen we u op de recent vastgestelde Strategische Visie. De gemeente zet zich de komende 10 jaar in op een inclusieve samenleving. Dit is de basis van uw beleid. Wij roepen u dan ook op om dit centraal te stellen bij de uitgangspunten van de aangepaste Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp
We zien de nadere invulling van de bevoegdheid van het college graag tegemoet zodat we ook hier een advies over kunnen uitbrengen. We zien in de aangepaste verordening dat het college op verschillende onderdelen de bevoegdheid heeft nadere regels vast te stellen. Dit geldt bijvoorbeeld over de hoogte van het Pgb. Ook kan het college nadere voorwaarden stellen aan de verstrekking van een Pgb aan een persoon die behoort tot zijn sociaal netwerk. Daarnaast stelt het college nadere regels op over de controle op de besteding. De uitwerking van bovenstaande punten is ons niet helder. Daarom zien we de nadere invulling graag tegemoet zodat we hier advies over kunnen uitbrengen. 97288
De bewaartermijn van de Pgb-administratie verkorten. Specifiek vragen we uw aandacht voor de naar ons idee lange bewaartermijn voor de Pgb-administratie van 7 jaar. We vragen u of deze termijn niet verkort kan worden. De PGB-houder wordt zo verplicht om een groot dossier bij te houden. Dit is naar ons idee onnodig lang belastend. Is het duidelijk voor de PGB houder wat hij wel of niet moet bewaren?
Zorg voor een maatwerkoplossing voor mantelzorgers die huishoudelijke hulp willen inzetten. In de aangepaste verordening maakt uw college de keuze om huishoudelijke hulp voor mantelzorgers af te schaffen. Als onderbouwing hiervoor geeft u in onze vergadering aan dat er niet of nauwelijks gebruik van werd gemaakt. We pleiten als BAR ervoor dat mocht er in 2022 wel mantelzorgers gebruik van deze regeling willen maken voor hen in ieder geval een ‘maatwerk’ oplossing komt.
We willen met u in gesprek over de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp. Naar aanleiding van uw keuze om vanaf 2020 de huishoudelijke hulp in de vorm van een maatwerkvoorziening aan te bieden willen we graag met u in november in gesprek over de evaluatie van de huishoudelijke hulp. We hebben als BAR recent signalen ontvangen over de uitvoering ten gevolge van deze keuze.
We zijn blij met de toegankelijkheid van de verordening. We zijn blij met de vereenvoudigde versie in begrijpelijke taal van de verordening voor burgers. Wel zien we graag dat er nog verder aan geschaafd wordt met een goede inhoudsopgave, een goede toegankelijkheid voor mensen met een beperkte visus en een ingekorte versie. Dit alles om de toegankelijkheid en leesbaarheid voor onze inwoners te bevorderen. Tot slot verzoeken wij u dit advies inzake de aangepaste verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2022 te doen toekomen aan de gemeenteraad.
Met vriendelijke groet,
Namens de Burgeradviesraad van de gemeente Heumen
Agnes Coumans Voorzitter
Renate Krijnen Secretaris
2
1
Kaderbrief 2023 Veiligheidsregio Gelderland-Zuid Inleiding Vanuit de gedachte in verbinding te willen staan met gemeenten wil de VRGZ dat gemeenten aan de voorkant van het begrotingsproces komen. Daarom willen wij u met deze Kaderbrief 2023 op hoofdlijnen informeren over de ontwikkelingen en het beleid voor het jaar 2023 van Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ) en de verwachte financiële consequenties. We schetsen u achtereenvolgens de financiële uitgangspunten, inhoudelijke ontwikkelingen en risico’s voor 2023. Hiermee is deze kaderbrief een eerste stap in de voorbereiding op de Programmabegroting voor 2023. Op deze Kaderbrief verzoeken wij gemeenteraden te reageren met een zienwijze. Met medeneming van deze reacties wordt de concept-begroting in het voorjaar van 2022 opgesteld en wordt u vóór 1 april 2022 aangeboden.
Algemeen De VRGZ voert taken uit die voor de inwoners en bedrijven van groot belang zijn als het gaat om het borgen van veiligheid of het herstellen van een veilige omgeving. De activiteiten van de brandweer, ambulancezorg en meldkamer zijn alom bekend en cruciaal voor een snelle hulpverlening aan mensen in nood. De werkzaamheden van de sector crisisbeheersing in het kader van crisis- en rampenbestrijding zijn door de coronacrisis veel zichtbaarder geworden. Samen met gemeenten en andere partners heeft de sector een centrale rol in de regionale crisisorganisatie. De Ambulancezorg Gelderland-Zuid is onderdeel van de VRGZ. In deze kaderbrief worden relevante ontwikkelingen qua beleid en risico’s opgenomen. Voor de financiële uitgangspunten vinden onderhandelingen plaats met zorgverzekeraars. Dit onderdeel is niet opgenomen in deze kaderbrief.
Financiële uitgangspunten Vooralsnog ligt de algemene reserve op de bestuurlijk gewenste norm1. Het Dagelijks Bestuur is voornemens een beleidsarme begroting op te stellen die uitzettingen zoveel als mogelijk beperkt. Desondanks is er een aantal onderwerpen dat mogelijk noodzakelijke investeringen met zich meebrengt naast de reeds vastgestelde standaard uitgangspunten (zie hieronder) zoals indexering. Het bestuur acht de financiële ondergrens verantwoord zonder de primaire dienstverlening aan te hoeven tasten.
1
De gewenste norm is 5% van de omzet.
2
Voordat hierna de toekomstige inhoudelijke ontwikkelingen worden beschreven waar de VRGZ voor staat en wat dit financieel mogelijk betekent achten wij het raadzaam, de historische financiële context weer te geven waarin de VRGZ zich bevindt. Met dit inzicht kan de onderhavige kaderbrief 2023 beter op zijn merites worden beoordeeld.
Historische context De VRGZ is vanaf 2015 er steeds in geslaagd om forse bezuinigingen te realiseren (oplopend tot € 4,1 miljoen) en positieve rekeningresultaten terug te storten naar gemeenten (totaal € 3.670.000,-). Lastenverzwaring a.g.v. nieuw beleid De VRGZ heeft in de achterliggende jaren niet alle uitzettingen aan gemeenten gepresenteerd, vanuit begrip voor de lastige – financiële- positie van gemeenten. Meer dan eens is voor deze extra kosten de eigen begroting “belast”, waarvan voorbeelden zijn extra lasten van de nieuwe blusboten t.o.v. de oude (€ 185.000,-) en de -wettelijk verplichte- 24/7 functie van calamiteitencoördinator2 (€ 100.000,-). Aantasting dienstverlening Het Dagelijks Bestuur heeft zich altijd ten doel gesteld dat de dienstverlening van de VRGZ aan burgers, bedrijven, instellingen en gemeenten adequaat moet zijn om de veiligheid te borgen. Daarbij werd aangetekend dat indien gevraagd wordt om aanvullend op de reeds uitgevoerde taakstellingen en efficiencyslagen nog meer te bezuinigen dit direct negatieve invloed heeft op het primaire proces van de veiligheidsregio, omdat het “vet niet meer op de botten zit”. De VRGZ heeft dit in financiële rapportages in de afgelopen jaren gemeld. Het zoeken van bezuinigingen in de bedrijfsvoering dan wel de ‘kaasschaafmethode’ is met andere woorden niet meer aan de orde.
Bovendien zouden verdere bezuinigingen in de bedrijfsvoering een negatieve uitwerking hebben voor de processen in de gehele organisatie en daarmee alle sectoren flink ontregelen. Overigens zou dit in negatieve zin niet alleen de VRGZ raken, maar tevens de regionale GGD, die voor een groot deel afhankelijk is van de dienstverlening door de sector bedrijfsvoering van de VRGZ. Indien gemeenteraden desondanks kiezen voor een taakstelling zal dit gevolgen hebben voor operationele prestaties en dienstverlening die vanuit de professie geredeneerd niet zijn aan te bevelen. De gevolgen vertalen zich merkbaar naar onze inwoners, gemeenten, bestuurders en samenwerkingspartners ▪
hulpverlening die trager op gang komt bij incidenten, rampen en crises;
▪
hulpverlening/brandbestrijding die minder compleet is, kwalitatief lager van niveau door gemis aan middelen en materieel en goede voorbereiding;
2
De calamiteitencoördinator is verantwoordelijk voor de coördinatie op de meldkamer tijdens een
multidisciplinaire calamiteit.
3
▪
informatie-uitwisseling tussen ketenpartners die tijdens incidenten rampen en crises te traag op gang komt;
▪
het stoppen van de dienstverlening/advisering aan gemeenten;
▪
een groter afbreukrisico voor bestuurders;
▪
afbreuk aan samenwerking op het gebied van crisisbeheersing.
Het bovenstaande heeft ertoe geleid dat in navolging van een grote meerderheid van gemeenten het Algemeen Bestuur voor de begroting 2022 heeft afgezien van bezuinigingen in verband met het verlies aan kwaliteit van de operationele dienstverlening. Wel heeft het Algemeen Bestuur de directie va de VRGZ gevraagd een QuickScan uit te voeren op de bedrijfsvoeringskosten om de raden meer inzicht te bieden in de bedrijfsvoeringskosten van de VRGZ. De resultaten van dat onderzoek worden begin 2022 verwacht.
Algemene uitgangspunten Er zijn drie typen uitzettingen van de begroting die in aanmerking komen voor een voorstel tot een extra bijdrage van gemeenten: ▪
Nieuwe beleidsvoorstellen o.a. in relatie tot de uitwerking van onze meerjarenstrategie en beleidsontwikkelingen binnen gemeenten;
▪
Buitengewone prijsstijgingen: prijsstijgingen, waar de VRGZ geen invloed op heeft en niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere indexering;
▪
Autonome ontwikkelingen: niet door de VRGZ beïnvloedbare stijgingen die voortkomen uit bestaand beleid. Bijvoorbeeld wet- en regelgeving of noodzakelijke uitzettingen in verband met toename van het inwoneraantal in de regio.
Loon- en prijscompensatie De door het Algemeen Bestuur vastgestelde systematiek voor loon- en prijscompensatie heeft voor de begroting 2023 een indexering van de gemeentelijke bijdrage van 0,60% tot gevolg. Deze bestaat uit een nacalculatie over 2021 van -1,37% en voorcalculatie over 2023 van 1,97%. Deze compensatie is het gevolg van feitelijk gestegen lonen, sociale lasten en pensioenpremie in 2021 en een trendmatige verhoging voor loon- en materiële kosten in 2023, gebaseerd op cijfers van het Centraal Economisch Plan van maart 2021. In de nacalculatie voor 2021 kan alleen nagecalculeerd worden over de werkgeverslasten omdat de nieuwe cao nog niet afgesloten is. Dat betekent dat de nacalculatie in de volgende begroting (2024) een dubbel effect heeft omdat nagecalculeerd wordt over de loonindex 2021 én 2022. In bijlage I is de methodiek opgenomen. Deze is ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.
4
Inhoudelijke ontwikkelingen en risico’s Onderstaand benoemen we de belangrijkste ontwikkelingen die relevant zijn voor beleid en financiën van de VRGZ. Waarbij nogmaals zij opgemerkt, dat ontwikkelingen altijd zullen worden getoetst aan de algemene uitgangspunten voor de financiële huishouding.
Regionaal Beleidsplan 2020-2023 (RBP) Het beleidsplan is in 2019 aan gemeenteraden voorgelegd. De daarin beschreven lijn wordt door de raden onderkend en goedgekeurd. In het beleidsplan 2020-2023 is beschreven dat de VRGZ voornemens is de in de tweede alinea genoemde basistaken te continueren. De adviestaken op het gebied van fysieke veiligheid blijven intact. De uitvoering van het beleidsplan loopt door de coronacrisis op een aantal punten vertraging op, omdat capaciteit onttrokken is ten behoeve van de crisisorganisatie. Met inachtneming hiervan krijgen de navolgende vijf accenten aandacht: 1. Samenwerken en afstemming 2. Risicogericht werken 3. Een weerbare samenleving 4. Een toekomstbestendige veiligheidsregio 5. Risico’s met extra focus. Deze betreffen: ▪
Gevolgen cyberrisico’s
▪
Gevolgen criminaliteit voor fysieke leefomgeving/ fysieke veiligheid
▪
Gevolgen extreem weer
▪
Gevolgen energietransitie
Evaluatie Wet veiligheidsregio’s Eind 2020 heeft de door het kabinet ingestelde evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s (Wvr) haar eindrapport opgeleverd. De voorgestelde wijzigingen van de Wvr en adviezen kunnen grote consequenties hebben voor veiligheidsregio’s. Daarom heeft de (landelijke) Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) een taskforce ingesteld met als opdracht te onderzoeken welke (wijziging in) wetgeving noodzakelijk is zodat de veiligheidsregio’s de eigen rol ten aanzien van crisisbeheersing en brandweerzorg goed kunnen vervullen. Inmiddels heeft deze taskforce een analyse opgesteld, die aan het Veiligheidsberaad3 zal worden voorgelegd. De bevindingen van de evaluatiecommissie en de analyse van de taskforce sluiten nauw aan bij de ontwikkelingen zoals geschetst in het Regionaal Beleidsplan van de VRGZ. Daarmee zijn de stappen
3
Veiligheidsberaad is een landelijk bestuurlijk overleg, bestaande uit de 25 voorzitters van veiligheidsregio’s
5
die regionaal worden gezet een goede voorbereiding op de komst van een eventuele nieuwe wet, zoals nadruk op samenwerking met partners en flexibele opschaling van de crisisorganisatie. Of en welke concrete gevolgen kunnen optreden voor de organisatie van de veiligheidsregio’s, de governance en de reikwijdte van de taken zal bij eventuele wijziging van de Wvr nader worden bezien.
Duiktaak In het verleden heeft het Algemeen Bestuur besloten dat de brandweer VRGZ geen eigen duiktaak heeft. Tegelijkertijd werd ingestemd met het voorstel om voor de invulling van de duiktaak voor Gelderland-Zuid afspraken te maken met de veiligheidsregio’s Gelderland-Midden en Brabant-Noord. Immers, tussen het moment van het opheffen van de duiktaak en het aangaan van een dienstverleningsovereenkomst met de genoemde regio’s waren geen harde afspraken over de inzet van een duikteam. In de nadere uitwerking bleken de twee regio’s een compensatie in de kosten te vragen, in totaal €130.000, om als volwaardig duikteam te opereren, gericht op redding en berging. Er kon niet meer worden uitgegaan van het vertrouwen op burenhulp met gesloten beurzen Voor 2021 is toen een dienstverleningsovereenkomst aangegaan met de genoemde twee regio’s. De kosten voor de inzet in 2021 is incidenteel gedekt uit de begroting 2021. Daaropvolgend zijn mogelijke alternatieven onderzocht om te bezien of private partijen de duiktaak structureel kunnen uitvoeren en wat dit betekent voor veiligheid, kosten en kwaliteit. In de vergadering van 23 september 2021 van het Algemeen Bestuur werd de einduitkomst gerapporteerd. Conclusie is dat geen van de onderzochte alternatieven een reële optie biedt voor invulling van de duiktaak van de brandweer binnen de VRGZ.
In het onderzoek naar alternatieven voor invulling van de duiktaak zijn ook andere veiligheidsregio’s bevraagd. Drieëntwintig van de vijfentwintig regio’s hebben één of meer eigen duikteams. Twee regio’s, waaronder Gelderland-Zuid, hebben geen eigen duikteam. De andere regio zonder duikteam heeft voor de invulling van de duiktaak een convenant met de buurregio’s afgesloten. Gezien deze omstandigheden heeft op 23 september 2021 het algemeen bestuur besloten om voor het verzorgen van de duiktaak in onze regio een structurele overeenkomst aan te gaan met de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en Veiligheidsregio Brabant-Noord. Daarmee is de inzet van hun duikteams voor redden en bergen in ons verzorgingsgebied geborgd. Omdat het voorzien in de duiktaak door deze regio’s een uitbreiding van de brandweerzorg is, betekent dit een kostenuitzetting in de begroting van structureel € 130.000,-. Conform de door het bestuur vastgestelde financiële spelregels wordt aan de gemeenteraden voorgesteld om voor de uitvoering van deze duiktaak een extra structurele bijdrage te leveren vanaf het jaar 2023. Hierbij is het voornemen uitgesproken om de financiële uitzetting van € 130.000,- voor 2022 incidenteel te dekken uit het verwachte positieve resultaat van de jaarrekening 2021 van de VRGZ. Voor de uitvoering van de duiktaak wordt een bestemde reserve gevormd.
6
Meldkamer De vijf meldkamers van de veiligheidsregio’s Gelderland-Midden, Gelderland-Zuid, Twente, Noorden Oost-Gelderland en IJsselland worden samengevoegd tot één Meldkamer Oost-Nederland (MON) in Apeldoorn (planning 1ste kwartaal 2023). In de aanloop naar de inrichting van deze landelijke meldkamer, vormt de bezetting van de meldkamer een toenemend zorgpunt.
Toekomstig brandweerstelsel Gebleken is dat de rechtspositie van brandweervrijwilligers op dit moment strijdig is met Europese wet- en regelgeving. Toepassing van deze Europese regels zou er toe leiden dat vrijwillig brandweerpersoneel mogelijk recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden heeft als de beroepsbrandweer (en kunnen gezien worden als deeltijdwerkers). Dit heeft enorme financiële consequenties. Op landelijk niveau is daarom een bestuurlijke “denktank taakdifferentiatie brandweer” ingesteld. Deze denktaak heeft een aantal bouwstenen ontwikkeld om te komen tot een mogelijke differentiatie in taken tussen vrijwilligers en beroepspersoneel. Op 21 juni 2021 hebben het Veiligheidsberaad en de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) decharge verleend aan de ‘denktank taakdifferentiatie brandweer’ en een nieuwe ‘stuurgroep toekomstbestendig brandweerstelsel’ ingericht. Deze stuurgroep heeft twee opdrachten: 1
Taakdifferentiatie
Implementatie van de eerste bouwsteen uit de denkrichting taakdifferentiatie. Deze houdt in dat de vrijwilliger werkt op basis van vrijwilligheid en niet kan worden verplicht om taken uit te voeren en beschikbaar te zijn op een bepaald moment. Het Veiligheidsberaad stelt hierbij als voorwaarde dat de minister van JenV alle incidentele en structurele kosten van de implementatie hiervan op zich neemt. 2
Toekomstig brandweerstelsel
De tweede, aanvullende opdracht voor de Stuurgroep betekent dat zij gaat onderzoeken wat andere wenselijke thema’s zijn om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel. Daarbij worden relevante brandweerontwikkelingen, zoals slagkracht en paraatheid betrokken. Het Veiligheidsberaad en de minister van JenV bespreken de uitgewerkte onderzoeksopdracht in hun gezamenlijke vergadering in het voorjaar van 2022. Het voornemen is dat aan het algemeen bestuur te zijner tijd een voorstel wordt gedaan met betrekking tot taakdifferentiatie, waarin de mogelijke operationele en financiële consequenties zijn opgenomen. Deze zijn nu nog ongewis.
7
Update Brandweerzorgplan De brandweer werkt aan een update van het ‘Brandweerzorgplan basisbrandweerzorg’, dat in april 2018 door het Algemeen Bestuur VRGZ is vastgesteld. In 2021 worden eerst de uitgangspunten opgesteld en aan het Algemeen Bestuur ter instemming voorgelegd. In 2022 wordt het plan met betrokkenheid van vrijwilligers, gemeenten en Algemeen Bestuur verder uitgewerkt. Dan wordt inzichtelijk, of, en zo ja, welke financiële en beleidsmatige gevolgen deze update heeft.
Omgevingswet De ingangsdatum van de Omgevingswet is verschoven van 1 januari 2022 naar 1 juli 2022. Uit een landelijk onderzoek door het extern adviesbureau Cebeon dat in maart 2021 gepresenteerd is, blijkt dat de kosten door de nieuwe werkprocessen gemiddeld twintig procent stijgen ten opzichte van de huidige situatie. Eerste helft van het jaar 2022 wordt inzichtelijk gemaakt wat dit concreet voor de VRGZ betekent.
Duurzaamheid De organisatie houdt nu al rekening met duurzaamheid bij de aanschaf en gebruik van materiaal en middelen, zoals dienstvoertuigen en de (ver)bouw en onderhoud van kazernes. Als VRGZ worden de ontwikkelingen op het terrein van duurzaamheid op de voet gevolgd. Dit binnen de bestaande budgetten.
Informatieveiligheid Landelijk is door de voorzitters van de veiligheidsregio’s, verenigd in het Veiligheidsberaad, ingestemd met het zogenaamd Versnellingsprogramma Informatiebeveiliging om te komen tot een geborgd basisniveau van informatieveiligheid in de veiligheidsregio’s. In de afgelopen jaren is reeds door de VRGZ gewerkt aan betere informatieveiligheid vanuit de noodzaak om voor Ambulancezorg Gelderland-Zuid en de GGD te voldoen aan de normen van de informatiebeveiligingsstandaard voor de zorg, NEN7510. Met de aanstelling van een CISO-functionaris wordt aan de hand van een regionaal opgesteld plan het onderwerp informatieveiligheid bedrijfsbreed opgepakt en activiteiten gecoördineerd. Onderdeel daarvan is dat risico-inventarisaties worden uitgevoerd en maatregelen worden vastgesteld. Tevens wordt binnen VRGZ een bewustwordings-campagne gestart voor alle medewerkers.
Pensioenpremies De pensioenpremies voor 2022 zijn nog niet vastgesteld. Echter, het ABP verwacht dat de pensioenpremie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen per 1 januari 2022 stijgt met 1,5%-
8
punt van 25,9% naar 27,4%. Mocht deze stijging doorgang vinden, dan resulteert dit in een extra loonstijging van bijna € 250.000,-. Deze stijging heeft pas in 2024 effect op de gemeentelijke bijdrage. In de vastgestelde indexeringsmethodiek is deze werkwijze vastgesteld (zie ook bijlage I). In 2022 en 2023 zal dit bedrag gefinancierd worden uit het weerstandsvermogen.
Nieuwe wet- en regelgeving Naar aanleiding van nieuwe wet- en regelgeving, komt een aantal ontwikkelingen op de VRGZ af, die consequenties heeft voor de begroting van 2023. Een bijzonder voorbeeld is de rechtmatigheidsverantwoording.
Rechtmatigheidsverantwoording De verantwoordelijkheid voor de rechtmatigheid van het gevoerde -financiële- beleid ligt, nu en straks, bij het Dagelijks Bestuur (DB). Het DB richt daarvoor de administratie en interne beheersing zodanig in, dat het verantwoording kan afleggen aan het Algemeen Bestuur. Het DB is verantwoordelijk voor het vermijden van rechtmatigheidsfouten en het daartoe optimaliseren van de bedrijfsprocessen. Op dit moment brengt de accountant hierover verslag uit. In de toekomst (vanaf het verslagjaar 2022) moet het DB zelf een verantwoording opstellen, die opgenomen wordt in de jaarrekening. De accountant zal overigens wel blijven toetsen of de jaarrekening getrouw is. Oftewel, conform de realiteit. De rechtmatigheidsverantwoording wordt onderdeel van de jaarrekening. De accountant controleert dus straks ook of deze verklaring van het DB getrouw is. De werkzaamheden om te komen tot een rechtmatigheids-verklaring betreft dus een eigen verantwoordelijkheid van de VRGZ De accountantsdienst zal werkzaamheden gaan uitvoeren om de verklaring te toetsen. Om de toename van (controle)werkzaamheden op te vangen en de onafhankelijkheid te borgen wordt momenteel onderzocht op welke wijze concerncontroltaken kunnen worden uitgevoerd. Daarbij wordt rekening gehouden met het gegeven dat de GGD diensten op het gebied van bedrijfsvoering afneemt van de VRGZ.
Afhankelijk van de invulling kunnen lasten mogelijk worden gedeeld.
9
Hoe verder Met inachtneming van bovenomschreven informatie en de zienswijzen van gemeenten op deze kaderbrief wordt de begroting VRGZ 2023 in het voorjaar 2022 opgesteld en vóór 1 april 2022 aan u toegestuurd.
Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd,
De voorzitter,
drs. H.M.F. Bruls
de secretaris,
drs. J.A.P. van Kastel
10
Bijlage I
Methodiek indexering (let op; voorbeeld) 1
Het centraal economisch plan (CEP) gepubliceerd in maart 2021 is gebruikt als basis voor indexering. Het gaat dan om het CEP 2021 bijlage Middelen en Bestedingen 2023.
2
Uit de onder 1 genoemde bijlage wordt genomen: “beloning werknemersoverheidssector, prijsmutatie uit de kolom bestedingen“ als indexering voor het loondeel.
3
Uit de onder 1 genoemde bijlage wordt het Bruto Binnenlands Product marktprijzen, prijsmutatie” als indexering voor de materiele lasten genomen.
4
Deze indexering wordt met een weging van 70% loon/30% materieel berekend tot één index voor de gemeentelijke bijdragen
5
Er wordt nagecalculeerd. Afwijkingen worden opgenomen in de eerstvolgende begrotingscyclus (t+2).
Beide indexen zijn met een weging van 70% loon/30% materieel berekend tot één index voor de gemeentelijke bijdragen.
Aan:Gemeenteraden Tav: Burgemeester
Directie Prof. Bellefroidstraat 11 6525 AG Nijmegen Postbus 1120 6501 BC Nijmegen
Datum: Betreft: Bijlage(n):
Contactpersoon Rinie Verhoeven
16 november 2021 Oprichting en deelname stichtingen 1
Geachte voorzitter van de gemeenteraad,
Op 4 oktober jl. heeft het Veiligheidsberaad, het overlegorgaan van de 25 voorzitters veiligheidsregio, mede op advies van de Bestuurlijke Advies Commissie Brandweer het principebesluit genomen tot het oprichten van een stichting Risicobeheer, die veiligheidsregio’s adviseert op het thema risicobeheer rondom ongevallen en schade en voor de veiligheidsregio’s verzekeringen inkoopt.
Het algemeen bestuur van uw veiligheidsregio is bevoegd tot het oprichten van een stichting indien de gemeenschappelijke regeling in deze mogelijkheid voorziet en dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht te zijn voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Voorts wordt het besluit niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Dit is op basis van artikel 31a, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
De gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Gelderland-Zuid voorziet in de mogelijkheid tot het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon. Hieronder licht ik u toe waarom de oprichting van de hierna genoemde stichtingen wordt geacht bijzonder aangewezen te zijn van het daarmee te dienen openbaar belang.
Huidige situatie De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) is enige tijd aan de slag met het thema ‘Goedwerkgeverschap na dienstongevallen’. Ten tijde van de regionalisering van de brandweer zijn de aanspraken bij ongevallen, zoals die golden bij de gemeentelijke en regionale brandweren via nieuwe verzekeringspolissen samengevoegd. Hierbij is veelal geen bewuste afweging gemaakt rondom aanspraken bij ongevallen.
Als gevolg van een aantal interne en externe ontwikkelingen is een toenemend bewustzijn bij veiligheidsregio’s ontstaan over de aard en hoogte van aanspraken van medewerkers als gevolg van ongevallen tijdens het werk. Dit bewustzijn is de afgelopen jaren gegroeid door een toenemende onderlinge samenwerking van veiligheidsregio’s op dit vlak. In de loop der tijd bleek dat de dekking van de ongevallenverzekering niet in alle gevallen (meer) aansloot bij de verwachting die zowel de veiligheidsregio als ook de medewerker hadden. Veelal spitst zich dit toe op de vraag of aan alle elementen van ongevalsdefinitie is voldaan, terwijl de medewerker evident letsel heeft opgelopen tijdens zijn werk. Daarnaast is sprake van een ‘verharding’ van de verzekeringsmarkt, hetgeen inhoudt dat het aantal aanbieders afneemt, premies stijgen en voorwaarden versoberd worden met als gevolg dat de verzekerbaarheid onder druk komt te staan. Dit alles heeft bijgedragen aan de gedachte dat verzekeren ‘slechts’ een van de mogelijke opties is om financiële risico’s als gevolg van schade bij ongevallen op te vangen. In feite is daarmee de stap gezet van ‘verzekeringsdenken naar risicodenken’. Ook is de stap van ‘verzekeringsdenken naar het denken in aanspraken’: niet de verzekering, maar de aanspraak dient leidend te zijn voor de medewerker.
Landelijk wordt ook nagedacht over de ontwikkeling van een stichting waarborgfonds die verantwoordelijk is voor het innen van de premiebetalingen en het uitkeren van de schades van de verzekeringsvoorwaarden die niet elders ingekocht kunnen worden of die goedkoper ingekocht kunnen worden dan bij een verzekeringsmaatschappij. Indien een regio zelfstandig opereert kan zij voor deze onverzekerbare risico’s worden aangeslagen voor een groot schadebedrag. Bij de ontwikkeling van een zogenaamd waarborgfonds kunnen regio’s deelnemen en dragen collectief de risico’s. Omdat het hier kan gaan om grote bedragen is het zinvol voor de VRGZ om hieraan deel te nemen. Door deelname worden de lasten verdeeld.
De veiligheidsregio’s kunnen door samenwerking een beter antwoord bieden op deze interne en externe ontwikkelingen. Zij willen in het kader van goed werkgeverschap een gezamenlijke lijn hanteren bij de afhandeling van schades na ongevallen. Door het uniformeren ontstaat eenzelfde verzekering voor veiligheidsregio’s, waardoor beter op de behoefte van de veiligheidsregio’s wordt aangesloten. De samenwerking levert naar verwachting behalve een kwaliteitsslag ook een efficiencyslag Daarnaast is gebleken dat de verzekeringsfunctie binnen de veiligheidsregio’s veelal kwetsbaar is ingevuld door ‘eenpitters’ met beperkte formatie en beperkte kennis en ervaring. Door onderling samen te werken en verbindingen te leggen met externe expertise in bestuurlijke context kan deze kwetsbaarheid worden verminderd.
Om invulling te geven aan deze uitdagingen is op landelijk niveau door de Raad van commandanten directeuren veiligheidsregio’s (afgekort RCDV) het Project Risicomanagement & Verzekeringen gestart om via landelijke samenwerking, antwoord te vinden op bovenstaande ontwikkeling. Kort gezegd is het de bedoeling om: Landelijk te komen tot één set van aanspraken bij dienstongevallen Het collectief inkopen van één ongevallenverzekering (voor verzekerbare aanspraken); Een waarborgfonds op te richten om een oplossing te bieden voor (in ieder geval) de nietverzekerbare aanspraken; Het oprichten van een (landelijk) expertisebureau dat kan adviseren en bemiddelen; Het aangaan van strategische samenwerkingsverbanden, w.o. met de VNG. De aangewezen rechtsvorm voor het expertisebureau risicobeheer is een stichting. Deze stichting behoeft bovendien een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Toekomstige situatie De veiligheidsregio’s hebben straks een gezamenlijk expertisebureau risicobeheer waarmee zij collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. Op termijn kunnen ook andersoortige risico’s door dit expertisebureau worden opgepakt en vindt ook de
Pagina 2 van 4
schadebehandeling centraal plaats. Hiermee ontstaat een professionele organisatie die invulling geeft aan het risicobeheer van de veiligheidsregio’s. Het expertisebureau risicobeheer heeft bovendien samenwerkingsverbanden afgesloten met soortgelijke organisaties, zoals VNG Risicobeheer en Verzekeringsbedrijf Groot Amsterdam om het initiatief waar mogelijk te versterken. Deelname aan het expertisebureau risicobeheer is vrijwillig.
Naar verwachting levert de samenwerking behalve een efficiency- en kwaliteitsslag op termijn ook een besparing op door één gezamenlijke inkoop van de ongevallenverzekering en het collectief afhandelen en registreren van schades.
Privaatrechtelijk Voor de activiteiten van het expertisebureau risicobeheer is een vergunning van de Autoriteit Financiële Marken (AFM) vereist. Dit vloeit voort uit wet- en regelgeving over het adviseren en bemiddelen rondom verzekeringen. Deze vergunningsplicht heeft tot gevolg dat het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon noodzakelijk is. Het is niet mogelijk om deze activiteiten onder te brengen bij een veiligheidsregio of een andere rechtspersoon. Hier liggen drie overwegingen aan ten grondslag: 1. Het is de verwachting van juridisch experts dat de AFM niet akkoord gaat met het onderbrengen van deze activiteiten bij een rechtspersoon met andersoortige activiteiten; 2. Het samenvoegen van de activiteiten van het expertisebureau met de werkzaamheden van een veiligheidsregio leidt tot aansprakelijkheidsrisico’s voor de veiligheidsregio’s; 3. Het expertisebureau is wettelijk verplicht om een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Net als de AFM zal de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar bedenkingen hebben bij het samenvoegen van activiteiten.
Stichting De aangewezen rechtsvorm voor deze samenwerking is een stichting. De keuze voor de stichting is afgeleid van het reeds gegeven advies over de rechtsvorm voor een waarborgfonds. Dit fonds is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van niet-verzekerbare risico’s. Dit heet ‘verzekeren’ en is daarmee een activiteit die een vergunning van De Nederlandse Bank (DNB) vereist. Er kan echter voor het fonds een beroep worden gedaan op een vrijstelling van deze vergunningsplicht. Hierbij is het dan wel van belang dat geen sprake is van een winstoogmerk. Dat maakt dat gekozen moet worden tussen de rechtsvorm ‘stichting’ en de rechtsvormen ‘onderlinge waarborgmaatschappij’. Dit laatste is een bijzondere verenigingsvorm. Gelet op de wens voor een lichte structuur wordt voor het waarborgfonds een stichting beoogd (een vereniging is in dat opzicht veel omvangrijker). Om de activiteiten van het expertisebureau hierop te laten aansluiten ligt een stichting eveneens voor de hand. Hiermee wordt geen zwaardere structuur opgetuigd dan strikt noodzakelijk is.
Vervolg waarborgfonds Wat volgt is een waarborgfonds, dat eveneens een (separate) stichting dient te zijn. Dit fonds beoogt een financieringsoplossing te zijn voor in ieder geval niet-verzekerbare risico’s. Naar verwachting is een voorstel hierover in de eerste helft van 2022 gereed. Voor dit fonds moet ook een zienswijzeprocedure worden gevolgd. Hoewel met betrekking tot de activiteiten van het genoemde waarborgfonds nog niet alles is uitgezocht, maar de verwachting is dat de lasten daarvan budgetneutraal verlopen, wordt om tweemaal een tijdrovende zienswijzeprocedure te voorkomen en beide onderwerpen nauw met elkaar samenhangen, voorgesteld om tegelijkertijd te besluiten tot oprichting van de stichting expertisebureau risicobeheer én de stichting waarborgfonds. Of uiteindelijk daadwerkelijk zal worden deelgenomen aan het waarborgfonds is afhankelijk van de financiële implicaties.
Pagina 3 van 4
Verzoek Gelet op het bovenstaande verzoek ik u hierbij om eventuele wensen en bedenkingen ten aanzien van de oprichting en deelname aan de stichting risicobeheer veiligheidsregio’s en de oprichting en mogelijke deelname aan het waarborgfonds kenbaar te maken. Graag ontvang ik uw reactie vóór 1 februari 2022. Voor een snelle administratieve verwerking verzoek ik u de zienswijze te versturen naar rinie.verhoeven@vrgz.nl.
Bijgevoegd vindt u het ontwerpbesluit. Het voornemen is dit besluit te agenderen voor de vergadering van het Algemeen Bestuur van 10 maart 2022.
Met vriendelijke groet,
Het Algemeen Bestuur VRGZ,
de voorzitter,
drs. H.M.F. Bruls
Pagina 4 van 4
ONAFHANKELIJK
MOERDIJK
Motie Vreemd aan de Orde: Periodiek Borstonderzoek De raad van de gemeente Moerdijk in vergadering bijeen op 4 november 2021 behandelend bij agendapunt 12;
Constaterende:
. . o
Dat de Staatssecretaris voor Volksgezondheid heeft besloten de tijdsinterval voor het periodiek borstonderzoek voor vrouwen tijdelijk te verlengen van tweejaarlijks naar driejaarlijks. Dat als reden hiervoor is vermeld dat het momenteel en de komende drie jaar niet mogelijk is landelijk consequent aan de termijn van twee jaar te kunnen voldoen. Dat het hier weliswaar gaat om landelijk beleid, maar dat ook de raden als primaire volksvertegenwoordiging op het terrein van volksgezondheid een belangrijke politieke signaalfunctie hebben.
Overwegende:
. o . o .
Dat deze maatregel op korte en langere termijn leidt tot een verslechtering van deze uiterst belangrijke preventieve voorziening. Dat ongeveer 1 miljoen vrouwen vanaf vijftig jaar in Nederland van deze voorziening gebruik maken. ln Nederland 1 op de 7 vrouwen borstkanker krijgt. Het bevolkingsonderzoek bedoeld is om borstkanker zo vroeg mogelijk te ontdekken waardoor de kans op een succesvolle behandeling dan vanzelfsprekend groter is. Ook is vaak een minder ingrijpende behandeling nodig. Dat de genomen maatregel ongewenst en onverantwoord is en moet worden gestopt. Tevens overwogen moet worden om de leeftijdsgrens te verlagen van 50 naar 35
iaar.
r Dat dit signaal vanuit de volksvertegenwoordigingen in ons land zo breed mogelijk moet worden overgebracht naar Staatssecretaris Blokhuis.
Verzoekt het College om: Er bij de demissionair en toekomstige staatssecretarissen, door toezending van deze motie, op aan te dringen dat de maatregel wordt ingetrokken en er alles aan doen om te realiseren dat de tweejarentermijn zo consequent mogelijk wordt toegepast. Verzoekt de griffie om: Deze motie namens de gemeenteraad van Moerdijk ter kennis te brengen bij de leden van de Tweede Kamer en alle gemeenteraden in Nederlandse gemeenten. En gaat over tot de orde van de dag
Moerdijk Lokaal
Onafhankelijk Moerdijk
P.M
C.S,P
ln te vullen door de griffier: h Motie is aangenomen / ve*mrpe+ met J3 stemmen van OM, WD, CDA, Moerdijk Lokaal, stemmen van OM, VVD, CDA, Moerdijk PvdA, SP, CU, BBM, D66 en Fractie Tak voor en Lokaal, PvdA, SP, CU, BBM, D66 en Fractie Tak tegen. o Motie is i I aan
RAADSMEDEDELING
Onderwerp: Datum:
Raadsvragen inzake woningbouw Nederasselt 23 november 2021
Inleiding Naar aanleiding van een bezoek aan het dorpsplatform Nederasselt is door de fractie Democraten Gemeente Heumen een aantal vragen gesteld over de woningbouw in Nederasselt. Alvorens in te gaan op deze vragen, wordt hieronder eerst een korte schets gegeven van het door de raad vastgestelde kader voor de woningbouw in de gemeente en inzicht gegeven in het aantal in Nederasselt in de afgelopen periode opgeleverde woningen. Op 14 december 2017 heeft de gemeenteraad vastgesteld de “Woonvisie Heumen 2017”. In paragraaf 5.1 van de Woonvisie is een woningbouwprogramma opgenomen voor de periode t/m 2021. Dit programma voorzag in deze periode in de realisering van gemiddeld 5 woningen per jaar in Nederasselt. Op 20 februari 2020 heeft de raad de uitgangspunten voor het gemeentebrede woningbouwprogramma vastgesteld. Dit programma voorziet in de realisering van 440 woningen in de periode 2019 – 2024 en 270 woningen in de periode 2024 – 2029. In totaal dus 710 woningen. Volgens de vastgestelde uitgangspunten zouden er in Nederasselt in de periode 2019 – 2024 15 woningen gerealiseerd moeten worden en in de periode 2024 – 2029 een aantal van 10. In totaal dus 25 woningen. Gestelde vragen en de beantwoording daarvan 1.
Hoeveel woningen van het door de raad vastgestelde quotum, zijn inmiddels gebouwd en welke aantallen kunnen nog gebouwd worden? Antwoord: In de periode van 2019 t/m 2020 zijn in Nederasselt 17 woningen opgeleverd. Van deze woningen zijn er 16 aan de Coehoornhof gerealiseerd en 1 elders. Verder wordt dit jaar de oplevering van nog 1 woning verwacht, eveneens aan de Coehoornhof. Op dit moment zijn voor Nederasselt geen verdere woningbouwplannen in voorbereiding. Dit betekent dat er van het vastgestelde quotum van 25 woningen nog 7 woningen gebouwd kunnen worden. 2. Als er nog aantallen woningen uit dit quotum gebouwd kunnen worden, waar worden deze dan gerealiseerd? Antwoord: Zoals hiervoor aangegeven zouden In Nederasselt volgens het door de raad vastgestelde quotum in de periode t/m 2028 nog 7 woningen gerealiseerd kunnen c.q. moeten worden. Daarvoor is op dit moment nog geen locatie in voorbereiding, behalve uiteraard het Ecodorp, welk plan voorziet in indicatief 40 woningen. Dit haalbaarheid van dit plan is echter hoogst onzeker en er heeft ook nog geen besluitvorming over plaatsgevonden.
Zaak Document
: :
96340 100151
3. Heeft het college zicht op de woonbehoefte op dit moment van de inwoners van de kern Nederasselt? Antwoord: Op 3 oktober 2019 zijn de uitkomsten van een in gezamenlijk opdracht van de gemeenten Berg en Dal en Heumen en Oosterpoort Wonen uitgevoerd woningmarktonderzoek aan de raad gepresenteerd. In dit onderzoek is de woonbehoefte voor de periode 2019 t/m 2028 in beeld gebracht op basis van 4 mogelijke scenario’s. Bij het hiervoor al benoemde raadsbesluit van 20 februari 2020 heeft de raad ingestemd met een keuze voor het scenario aan de bovenkant van de bandbreedte. Dit betekent dat in Nederasselt in de periode 2019 t/m 2028 invulling moet worden gegeven aan een behoefte aan 25 woningen. Recentere onderzoeksgegevens met betrekking tot de specifieke behoefte in Nederasselt dan die uit 2019 zijn niet beschikbaar. In 2022 gaat er echter in regionaal verband opnieuw een woningmarktonderzoek uitgevoerd worden. De uitkomsten van dit onderzoek zullen in ieder geval inzicht geven aan de woningbehoefte op regionaal niveau en op gemeenteniveau. Wanneer dit onderzoek geen inzicht biedt in de woningbehoefte op kernniveau, kunnen we overwegen een verdiepingsslag uit te voeren. 4. Heeft het college zicht op mogelijke inbreidingslocaties voor woningbouw in de kern van Nederasselt? Antwoord: Nee op dit moment is er geen zicht op mogelijk in- en uitbreidingslocaties in Nederasselt.
Wij zijn voornemens om de keuzemogelijkheden voor in- en uitbreidingslocaties in en bij alle kernen van de gemeente in beeld te brengen in het in de loop van 2022 aan de raad voor te leggen Koersdocument voor het opstellen van de Omgevingsvisie. Uitgangspunt van de op 1 juli 2021 door de raad vastgestelde Strategische visie is overigens dat gelet op de beoogde bescherming van de waarden van het buitengebied inbreiding gaat boven uitbreiding. Het toevoegen van uitbreidingslocaties aan Nederasselt ligt dus niet direct voor de hand.
23 november 2021 Burgemeester en wethouders
Dirk van Eeten Gemeentesecretaris
Marriët Mittendorff Burgemeester
2
RAADSMEDEDELING
Onderwerp: Datum:
Raadsmededeling Update crisisbeheersing coronavirus 22 november 2021 23 november 2021
Samenvatting Hiermee wil ik u informeren over de stand van zaken in de crisisbeheersing van het coronavirus. Deze brief aan de gemeenteraden binnen de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid volgt op de brief van 29 juni waarin u bent geïnformeerd over de afschaling van de crisisorganisatie GRIP 4 in de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Toelichting De afgelopen maanden zijn de burgemeesters, ondanks de afschaling, periodiek geïnformeerd door de GGD, de Veiligheidsregio en onze eigen gemeenten over de stand van zaken rondom vaccinatie, testen, bron- & contactonderzoek en handhaving landelijke maatregelen, waaronder het coronatoegangsbewijs. De coronabesmettingen zijn de afgelopen weken sterk gestegen en leiden tot een toename van de opname van covid-patiënten in de ziekenhuizen. Gecombineerd met de druk die er is op de reguliere zorg leidt dit inmiddels tot een (te) hoge druk op de zorg. Waardoor het noodzakelijk wordt om keuzes in de zorg te maken en verdere aanscherping van landelijke maatregelen noodzakelijk blijkt. Gezien alle ontwikkelingen hebben wij als burgemeesters gemeend om u middels deze raadsbrief opnieuw te informeren over de ontwikkelingen in Gelderland-Zuid. Vooralsnog zijn wij niet opgeschaald in de regionale crisisorganisatie.
Door bij afschaling op 1 juli 2021 taken en verantwoordelijkheden duidelijk te beleggen, contactpersonen per organisatie te benoemen, blijken we als Gelderland-Zuid goed in staat om tot nu toe de nauwe samenwerking vast te houden. Omdat we echter inmiddels zien dat de ambtelijke en bestuurlijke druk aan het toenemen is als gevolg van de actuele stand van zaken, zullen wij op korte termijn een besluit nemen met betrekking tot de eventuele aanpassing van de crisisstructuur. Besmettingen moeten omlaag; strengere landelijke regels om contacten te beperken Tijdens de persconferentie van vrijdag 12 november jl. hebben de Minister-President en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verdere aanscherping van de landelijke maatregelen aangekondigd met ingang van zaterdag 13 november 2021, 18:00 uur. De maatregelen zijn erop gericht om het aantal contactmomenten per dag te verminderen, met name in de avond. Vanaf zaterdag 13 november 18.00 uur gelden de volgende maatregelen: Houd 1,5 meter afstand op die plekken waar geen coronatoegangsbewijs verplicht is. Wanneer er geen coronatoegangsbewijs verplicht is geldt een mondkapjesplicht.
Zaak Document
: :
45670 100556
Niet-essentiële winkels en -dienstverlening zoals kledingwinkels, contactberoepen zoals de kapper en casino’s zijn open tot 18.00 uur. Horeca en essentiële winkels, zoals supermarkt, dierenwinkel en drogisterij, zijn open tot 20.00 uur. In de horeca is een coronatoegangsbewijs én een vaste zitplaats verplicht. Evenementen kunnen plaatsvinden tot 18.00 uur met een coronatoegangsbewijs én een vaste zitplaats. En met een maximum van 1250 personen per ruimte. Deze verplichte sluitingstijd geldt niet voor kunst- en cultuurvoorstellingen in bijvoorbeeld bioscopen, theaters en concertzalen. Publiek bij sport, zowel bij de professionals als amateurs, is niet toegestaan. Verder is alle sport toegestaan. Het thuiswerkadvies wordt aangescherpt naar ‘Werk thuis, tenzij het echt niet anders kan’. Ontvang thuis maximaal 4 gasten per dag. Als een huisgenoot besmet is dan gaat die in isolatie. Alle andere (beschermde en nietbeschermde) huisgenoten moeten in quarantaine. (In verband met de benodigde tijd voor de uitwerking van het beleid en de implementatie ervan, gaat dit beleid naar verwachting vrijdag 19 november 2021 in. De exacte ingangsdatum wordt later gecommuniceerd. Tot die tijd is vrijwillig in quarantaine gaan verstandig.) Voor het MBO, HBO en universiteiten geldt een maximale groepsgrootte per zelfstandige ruimte (excl. personeel) van 75 personen.
Dit geldt niet voor ruimten gebruikt voor tentamens en examens.
Voor een nadere toelichting, zie https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2021/11/12/besmettingen-moeten-omlaag-strengereregels-om-contacten-te-beperken Voorgenomen maatregelen langere termijn De minister-president en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben in hun persconferentie aangekondigd dat er wordt overgegaan op een bredere inzet van het coronatoegangsbewijs. Zoals bij niet-essentiële detailhandel (bijvoorbeeld kledingwinkels en tuincentra) of op het werk (de werkplek). Hiermee zou volgens het kabinet de samenleving weer zo veel mogelijk en zo veilig mogelijk open kunnen. Over de wetsvoorstellen hiertoe vindt op dit moment discussie plaats in de Tweede Kamer en op korte termijn ook in de Eerste Kamer. De situatie wordt op vrijdag 3 december opnieuw beoordeeld. Voor een nadere toelichting over planning en inhoud van deze wetsvoorstellen, zie de kamerbrief hierover: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/11/15/kamerbrief-overplanning-wetsvoorstellen-verbreding-inzet-ctb
Handhaving corona maatregelen De corona maatregelen worden over het algemeen goed nageleefd in de regio Gelderland-Zuid. De aankondiging van nieuwe landelijke maatregelen heeft wel tot gemengde reacties geleid. Naast 2
emotionele reacties, o.a. op sociale media, zien we over het algemeen ook wel begrip bij onze inwoners, ondernemers en verenigingen. Maar met name de horecaondernemers zijn teleurgesteld en voelen zich gedupeerd. Regionaal Het afgelopen weekend hebben we nadrukkelijk gecontroleerd op de sluitingstijden. Over het algemeen kunnen we stellen dat het weekend goed is verlopen. Helaas zien en horen we ook in onze gemeenten dat controle van het coronatoegangsbewijs soms onzorgvuldig is. Wat soms in incidentele gevallen tot wat strubbelingen leidt. Daar waar mogelijk zijn ondernemers en verenigingen gewezen op de maatregelen. Bij evidente overtredingen zullen we handhavend optreden. Lokaal Het lokale handhavingsbeeld laat geen bijzonderheden of excessen zien. De ondernemers houden zich, zoals we ook al eerder hebben gezien, heel keurig aan de verscherpte maatregelen. Het kabinet heeft besloten via de veiligheidsregio’s een specifieke uitkering te verstrekken aan gemeenten voor het ondersteunen van de naleving van de controleplicht van het coronatoegangsbewijs op locaties waar dat nodig is. Deze specifieke uitkering is bedoeld voor de bekostiging van de inzet van arbeidskrachten die coronatoegangsbewijzen controleren of de controle van coronatoegangsbewijzen bevorderen en vergemakkelijken.
De lokale invulling hiervan is uitgewerkt: er wordt ingezet op het ondersteunen van sportverenigingen/sportaccommodaties die vrijwilligers inzetten en organisatoren van evenementen. Stand van zaken infectieziektebestrijding Door de explosieve stijging van het aantal besmettingen in de afgelopen weken heeft de GGD weer fors moeten opschalen voor het testen en bron- en contactonderzoek. Inwoners merken een langere wachttijd voor een testafspraak. De vaccinatiegraad (volledig gevaccineerd) is in onze regio gemiddeld 83%. De vaccinatiegraad in de regio Nijmegen ligt daarbij iets hoger dan in de regio Rivierenland.
Op dit moment wordt er op diverse locaties in onze regio gevaccineerd en getest: Bellweg 2 Culemborg (vaccineren), vanaf december wordt hier ook getest (ipv Bellweg 50) Bellweg 50 Culemborg (testen) sluit in december. De Biezen 1 Nijmegen (testen, vanaf december ook vaccineren) Biezenwei 2 Tiel (vaccineren en testen) 3
Havenweg 4 Wijchen (vaccineren), vanaf december nieuwe locatie in Wijchen voor testen Hogeweg 65 Zaltbommel (testen) sluit in december. Nieuwe locatie voor testen en vaccineren wordt ingericht.
De GGD zoekt in Neder-Betuwe naar een vaste locatie voor testen en vaccineren. De GGD focust momenteel op het versneld vaccineren met de ‘boosterprik’. Vanaf 18 november is de boostercampagne voor mobiele 80-plussers gestart. Daarna worden 60-plussers uitgenodigd. Zorginstellingen starten ook in november met vaccineren. Instellingen die niet zelf hun bewoners vaccineren, worden door de GGD vanaf januari gevaccineerd. Zorgmedewerkers met patiëntencontact worden door de GGD vanaf 19 november gevaccineerd. Op basis van de vaccinatiegraad zal de GGD zo snel als mogelijk weer inzetten op fijnmazig vaccineren. Ten slotte Op dit moment bevinden we ons in een ernstige situatie. Het aantal COVID-patiënten in de kliniek en op de IC stijgt. Gezien de druk op de zorg is een betere naleving van de huidige maatregelen, en de dringende adviezen zoals 1,5 meter afstand houden en ‘werk thuis, tenzij het echt niet anders kan’, nodig. De burgemeesters blijven kritisch kijken naar de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de maatregelen in samenhang met al het andere werk dat de gemeenten en politie te doen hebben. Het begint met naleving van de geldende adviezen en maatregelen. Een maatregel als het dragen van mondkapjes in de openbare ruimte werkt alleen als hij door iedereen wordt nageleefd. Het coronatoegangsbewijs heeft effect als het middel op de juiste manier wordt gebruikt.
De volgende stap is de controle op de naleving en pas als laatste heeft handhaving een functie. 23 november 2021 Burgemeester en wethouders
Dirk van Eeten Gemeentesecretaris
Marriët Mittendorff Burgemeester
4
RAADSMEDEDELING
Onderwerp: Datum:
Cliëntervaringsonderzoek Wmo en jeugdhulp 2020 23 november 2021
Samenvatting Gemeenten zijn verplicht om jaarlijks cliëntervaringsonderzoeken uit te voeren onder inwoners die zorg ontvangen op basis van de Wmo en de Jeugdwet. Gemeente Heumen heeft voor de maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp samen met andere gemeenten in het Rijk van Nijmegen onderzoeksbureau Zorgfocuz de opdracht gegeven om de cliëntervaringsonderzoeken (CEO) uit te voeren. De uitkomsten van de CEO’s geven een beeld van de door inwoners ervaren kwaliteit van hulp en ondersteuning vanuit de Wmo en de Jeugdwet. Toelichting Cliëntervaringsonderzoek Wmo Voor dit onderzoek zijn 629 Wmo-cliënten benaderd die in 2020 een maatwerkvoorziening hebben ontvangen. Hiervan hebben 289 inwoners deelgenomen aan dit onderzoek. De respons is 46%. De vragenlijst Wmo bestaat uit een aantal verplichte vragen over hoe cliënten het contact met de gemeente, de kwaliteit van voorzieningen en het effect van de ondersteuning of hulp t.b.v. de zelfredzaamheid ervaren. Daarnaast hebben we in afstemming met de regio een aantal aanvullende vragen gesteld. De vragen gaan in op de volgende thema’s: het (keukentafel)gesprek, het oordeel over de contacten voor het regelen van de ondersteuning en de verschillende vormen van ondersteuning. Hieronder volgt een beknopte weergave van de resultaten. Het rapport met de uitgebreide resultaten leest u in de bijlagen.
Contact met de gemeente In Heumen wist 76% van de respondenten waar zij moesten zijn met de hulpvraag. Van de respondenten geeft 87% aan dat zij het (helemaal) eens zijn met de stelling dat zij snel werden geholpen. 86% van de respondenten is van mening dat zij in gesprek met de medewerker samen naar oplossingen hebben gezocht. 42% van de respondenten geeft aan dat men gebruik kan maken van een onafhankelijke cliëntondersteuner. Kwaliteit van ondersteuning De kwaliteit van de ondersteuning wordt zeer positief beoordeeld. 81% van de respondenten vindt de kwaliteit van ondersteuning die zij krijgen goed. Ook vinden respondenten dat de ondersteuning past bij de hulpvraag met 82%.