Bijlage - Overzicht ingekomen stukken raadsvergadering 16 december 2021
Tekst van het document
Zaak Document
: :
54030 86467
Resultaat van de ondersteuning Net als voorgaande jaren draagt de ondersteuning bij aan de zelfredzaamheid en kwaliteit van het leven. Ook hier zijn de scores vergelijkbaar met vorig jaar. Respondenten beoordelen de hulp of ondersteuning die men krijgt met een 7,5. Regiovergelijking De vergelijking laat zien dat Heumen en Mook en Middelaar goed scoren, maar Druten en Nijmegen achterblijven op een paar stellingen over het regelen van hulp. Als het gaat om het kunnen vinden van de hulpen, scoren Heumen en Mook en Middelaar significant beter dan Druten, Nijmegen en Wijchen. Als het gaat om de snelheid waarmee cliënten geholpen worden, scoort Heumen significant beter dan Druten, Nijmegen en Wijchen. Mook en Middelaar scoort daarmee ook goed, maar de verschillen zijn niet altijd significant. Bij de stelling over of men serieus is genomen, is het verschil minder uitgesproken. Bij de stelling over, of men betrokken is bij het zoeken naar een oplossing voor de hulpvraag, is het verschil ook minder uitgesproken. Alleen in Heumen zijn cliënten significant tevredener dan in Nijmegen. Conclusie De resultaten zijn positief en vergelijkbaar met vorig jaar. Een aantal uitkomsten geven geen vergelijkbaar beeld. 42% van de deelnemers geven aan dat zij in 2020 een (keukentafel)gesprek hebben gehad t.o.v. 28% in 2019. Dit is een stijging van 14%.
In 2019 gaf 39% van de deelnemers aan dat zij alleen het (keukentafel)gesprek hebben gevoerd t.o.v. 25% in 2020. Het is een positieve ontwikkeling dat het gesprek meestal met een naaste wordt gevoerd, omdat je op deze manier meer informatie tot je kan nemen. In de vragenlijst werd een vraag gesteld hoe men de wachttijd ervaart vanaf het eerste contact tot het (keukentafel)gesprek. In 2020 gaf 14% aan dit niet meer te weten. In 2019 was dit nog 33%. In 2021 zijn we gestart met continumeten. De vragenlijsten worden twee keer per jaar verstuurd. Hierdoor wordt beter aangesloten op de klantreis en gaan we ervan uit dat deelnemers een specifieker antwoord kunnen geven i.p.v. weet ik niet of geen mening. Cliëntervaringsonderzoek Jeugd Het CEO voor jeugdhulp is vormvrij; gemeenten mogen zelf bepalen hoe ze de tevredenheid van cliënten evalueren en welke thema’s ze willen uitvragen. Heumen voert sinds vorig jaar kwantitatief onderzoek uit. Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van een op maat gemaakte vragenlijst. Samen met de regiogemeenten is geïnventariseerd welke thema’s belangrijk zijn om uit te vragen. De vragenlijst over jeugdhulp gaat in op de volgende thema’s: aanvraag, (keukentafel)gesprek, contact en kwaliteit en effect. De doelgroep van dit onderzoek zijn jongeren van 12 jaar en ouders/verzorgers van kinderen van 0 tot en met 15 jaar die jeugdhulp hebben ontvangen.
Voor dit onderzoek zijn 248 ouders/verzorgers gevraagd om (online)vragenlijst in te vullen. Hiervan hebben 66 ouders/verzorgers deelgenomen aan dit onderzoek. De respons is 27%. Daarnaast zijn er ook jongeren aangeschreven. 48 van de 185 jongeren hebben deelgenomen aan dit onderzoek. De respons is 26%.
2
Hieronder volgt een beknopte weergave van de resultaten. Het rapport met de uitgebreide resultaten vindt u in de bijlagen. Toegang naar jeugdhulp De respondenten zijn vooral te spreken over de toegang tot de gewenste ondersteuning. 89% van de ouders/verzorgers weet waar men terecht kan als zij hulp nodig hebben tegenover 70% van de jongeren. 87% geeft aan dat zij de hulp kunnen krijgen die het kind nodig heeft en 91% dat zij snel geholpen zijn. Resultaat van de hulp De meeste respondenten ervaren positieve effecten van de jeugdhulp: ze voelen zich beter 83%, door de hulp gaat thuis beter 79% en voelen 96% zich als ouder/verzorger geholpen met de hulp. Respondenten is tenslotte gevraagd om een rapportcijfer te geven voor de hulp die het kind heeft gekregen. Het gemiddelde rapportcijfer is een 7,9. Jongeren geven gemiddeld een 8,1. Regiovergelijking Het enige onderdeel waarop een statistisch significant verschil is tussen gemeenten, is de snelheid waarmee ouders/verzorgers aangeven dat zij werden geholpen. Heumen (91% vaak tot altijd) scoort daarop beter dan Mook en Middelaar (66%) en Nijmegen (62%). Conclusie De resultaten komen overeen met vorig jaar. Een verschil is te benoemen in wachttijd vanaf het eerste contact tot aan het (keukentafel)gesprek. In 2019 heeft 19% van de respondenten aangegeven dat zij langer dan zes weken moesten wachten.
In 2020 is de wachttijd tussen vier en zes weken het langst en scoort 17%. Verder is er een toename te zien in tevredenheid over het Kernteam. Dit is toegenomen van 66% naar 83%. 23 november 2021 Burgemeester en wethouders
Dirk van Eeten Gemeentesecretaris
Marriët Mittendorff Burgemeester
Bijlagen: Onderzoeksrapportage Wmo 2020 Regiovergelijking Wmo 2020 Factsheet CEO Wmo 2020 Onderzoekrapportage Jeugdhulp Jongeren 2020 3
Onderzoekrapportage Jeugdhulp Ouders/verzorgers 2020 Regiovergelijking Jeugd 2020 Factsheet CEO Jeugdhulp Jongeren 2020 Factsheet CEO Jeugdhulp Ouders/verzorgers 2020
4
Geacht lid van de Gemeenteraad, Hierbij sturen wij u de compilatie van het debat Ziek van School. In dit debat, dat op 1 oktober jongstleden in de Raadzaal van Amersfoort heeft plaatsgevonden, zijn kinderen en jongeren in gesprek gegaan met politici over onderwijs aan hoogbegaafden dat niet past. Aanwezig was onder meer Mariëlle Paul (VVD). Bijzonder hoogleraar Begaafdheid en lector bij Fontys Hogeschool Anouke Bakx en bijzonder hoogleraar Identification, Support and Counseling of Talent Lianne Hoogeveen waren beiden aanwezig en zijn ingegaan op de leer- en ontwikkelbehoeften van hoogbegaafde kinderen, wat er nodig is en wat er gebeurt met een kind wanneer daar niet aan voldaan wordt en welke zorg deze kinderen nodig hebben als ze ziek worden van school. Ook waren er ervaringsdeskundige kinderen, jongeren en ouders aanwezig die de ernst van de niet-passendheid van het onderwijs onder de aandacht hebben gebracht en welke, vaak ernstige, gevolgen dit heeft voor hun leven nu en in de toekomst. Op ons YouTube-kanaal kunt u de compilatie terugvinden. In de bijlage vindt u een tekstuele compilatie van het event. Aan bod komen de thema’s ‘Wat gebeurt er met je als je ziek wordt van school?’, ‘Hoe word je ziek van school?’ en ‘Passende oplossingen’. Hierbij verwoorden de kinderen en jongeren heel duidelijk hun eigen ervaringen en inzichten.
Eind april hebben wij u ons manifest Hoogbegaafdenonderwijs aangeboden, samen met de compilatie van het debat dat op 16 april heeft plaatsgevonden, waarin wij oproepen tot onderwijs voor hoogbegaafden dat past. Daarbij gaven wij aan dat wij graag het gesprek met u aangaan. Wat kunt u voor deze kinderen en jongeren doen, zodat niet morgen maar vandaag een stap wordt gezet naar onderwijs dat past en een betere leef, ontwikkel- en leeromgeving met de juiste onderwijsondersteuning? Hoe kunt u ervoor zorgen dat gedurende de komende regeerperiode structureel, gedegen en weloverwogen beleid op dit onderwerp wordt gevoerd, dat leidt tot beter onderwijs, minder uitval en verhoogd welzijn en levensgeluk? Wij, Werkgroep Onderwijs en de Broedplaats Jongeren, gaan dit gesprek graag samen met u aan en nodigen u dan ook van harte uit om met ons in contact te treden. U kunt direct contact opnemen met Marije Miltenburg, Coördinator Werkgroep Onderwijs. Voor achtergrondinformatie of nadere inlichtingen kunt u contact opnemen met Marijke van der Pal, verantwoordelijk voor de portefeuille Media & Maatschappij.
Marije Miltenburg Coördinator Werkgroep Onderwijs Stichting Hoogbegaafd! 06 2427 6457 secretaris@stichtinghoogbegaafd.nl
Marijke van der Pal Werkgroep Onderwijs, portefeuille Media & Maatschappij 06 1933 0411
RAADSMEDEDELING
Onderwerp:
Beantwoording schriftelijke vragen ex art. 39 RvO wet vrachtwagenheffing 29 november 2021
Datum:
Vragen: Op 28 oktober 2021 zijn door de fractie DGH vragen gesteld over de wet vrachtwagenheffing. In deze raadsmededeling geven wij antwoord op de gestelde vragen. Hieronder staan de vragen zoals deze zijn ontvangen: “Geachte college, In de Tweede Kamer is het wetsvoorstel “Vrachtwagenheffing” in voorbereiding. Uit de stukken hierover is af te leiden dat het de bedoeling is dat er vanaf 2026 een heffing komt voor het gebruik van de Nederlandse snelwegen door het beroepsgoederenvervoer. Naast de A-wegen (snelwegen) zijn er ook een aantal N-wegen (provinciale wegen) aangewezen waar deze heffing moet gaan gelden. De tot nu toe aangewezen N-wegen waarop deze heffing geldt zijn veelal wegen die een verbinding vormen tussen A-wegen. Zo ook de N321 vanaf de A73 bij Cuijk tot aan de N324 in Grave en vandaaruit tot aan de A59 Oss-Oost. Meer sluipverkeer via N846 Het tracé N846 (Heumen-Nederasselt) en de N845, (Nederasselt-A326/A50) zijn niet aangewezen als routes met heffing. Omdat het tracé Cuijk-Grave-Oss vrijwel dezelfde verbinding verzorgt als de verbinding Heumen-Nederasselt-Wijchen, vragen we ons af of er door het heffen van tol op het tracé Cuijk-Grave-Oss (of gedeeltes daarvan) het vrachtvervoer tussen Heumen en Nederasselt zal toenemen.
Verkeersveiligheid door sluipverkeer In de voortgangsrapportage van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van 19 april 2021 is te lezen dat er door SWOV (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) is vastgesteld dat er een mogelijke toename van 2 verkeersdoden kan ontstaan als effect van het mogelijke uitwijkgedrag van chauffeurs. Deze toename wordt dan gecompenseerd door de mogelijke afname op de heffingstrajecten en daarmee geneutraliseerd. Vragen aan het college: 1. Bent u bekend met de voorbereiding van de wet Vrachtwagenheffing? 2. Bent u het met ons eens dat het niet meenemen van het tracé N846-N845 als heffingstracés, het vrachtsluipverkeer zal toenemen? 3. Bent u het met ons eens dat een mogelijke toename van verkeersdoden in Heumen, Overasselt of Nederasselt niet acceptabel is? 4. Welke initiatieven gaat u nemen om de kwestie bij het ministerie aan de orde te stellen en te vragen naar de mogelijkheden om ook het tracé N846 en N845, Heumen-OverasseltNederasselt-Wijchen, mee te nemen als heffingstracé? “
Zaak Document
: :
98021 99289
Antwoorden van het college van burgemeester en wethouders: 1. Bent u bekend met de voorbereiding van de wet Vrachtwagenheffing? Ja, wij zijn in het najaar van 2019 geïnformeerd dat deze wet in voorbereiding is. 2.
Bent u het met ons eens dat het niet meenemen van het tracé N846-N845 als heffingstracés, het vrachtsluipverkeer zal toenemen? Nee, dat is op voorhand niet te zeggen. De route N845 – N846 kost een vrachtwagenchauffeur meer tijd dan de route A73 – A326. Tevens heeft de route N845 – N846 meer rotondes en verkeerslichten dan de route A73 – A326 waardoor het brandstofverbruik op die route hoger is dan de route via de A73. 3.
Bent u het met ons eens dat een mogelijke toename van verkeersdoden in Heumen, Overasselt of Nederasselt niet acceptabel is? Ja, dat zij wij met u eens. Wij hebben daarom ook een verzoek bij de provincie Gelderland ingediend om binnen de bebouwde kommen van Overasselt en Nederasselt de snelheidslimiet te verlagen tot 30 km/h. zodat de verkeersveiligheid wordt verhoogd. 4.
Welke initiatieven gaat u nemen om de kwestie bij het ministerie aan de orde te stellen en te vragen naar de mogelijkheden om ook het tracé N846 en N845, HeumenOverasselt-Nederasselt-Wijchen, mee te nemen als heffingstracé? De N845 en N846 zijn wegen die in beheer zijn van de provincie Gelderland. Beide wegen maken onderdeel uit van het monitoringsnetwerk. Ons standpunt is dat alle provinciale wegen die door onze gemeente lopen gemonitord dienen te worden zodat er na invoering van de maatregel een discussie gevoerd kan worden op basis van meetgegevens. De reden van dit standpunt is dat het op voorhand moeilijk te voorspellen is wat de precieze effecten gaan zijn van deze maatregel en het voorbarig is om lokale ondernemers op voorhand te confronteren met een tolheffing tot aan de voordeur. De provinciale wegen in onze gemeente zijn opgenomen in het monitoringsnetwerk en het wetsvoorstel heeft geen aanleiding geboden om een zienswijze in te dienen. 23 november 2021 Burgemeester en wethouders
Dirk van Eeten Gemeentesecretaris
Marriët Mittendorff Burgemeester
2
RK
Aan de colleges en raden in de regio Rijk van Nijmegen
REGIO RIJK VAN NIJMEGEN
Datum 26 november 2021
Contactpersoon Ina Hol
Onderwerp Beleidsmatige en financiële kaders voor meerjarenbegroting 2023 2026
Direct telefoonnummer 024 3293198
-
Geachte leden van het college en de raad, In deze brief schetsen we de hoofdlijnen voor de begroting van de Modulaire gemeenschappelijke regeling (MGR) voor het jaar 2023. Net als voorgaande jaren heeft u de mogelijkheid om hierop een zienswijze te geven, nog voordat de ontwerpbegroting wordt opgesteld. Zo bent u betrokken en kunt u sturen op de inhoud van de ontwerpbegroting. De zienswijze op de kaderbrief 2023 kan tot uiterlijk 1 februari 2022 bij ons bestuur worden ingediend. De ontwerpbegroting 2023 2026 bevat óók een wijziging van de vastgestelde begroting 2022. Daarom gaan we in deze kaderbrief ook in op het jaar 2022. De ontwerpbegroting ontvangt u vóór 1 april 2022. Uiteraard krijgt u daarna ook de mogelijkheid een zienswijze te geven op dat ontwerp. -
De MGR heeft een platformfunctie voor de samenwerking in de regio. Daarnaast kennen we twee modules waarin werkzaamheden worden uitgevoerd: WerkBedrijf en iRvN. Onderstaand gaan we in op de financiële kaders voor de MGR als geheel en benoemen we relevante inhoudelijke ontwikkelingen voor beide modules en de platformfunctie. Algemeen
We hanteren bij het opstellen van de begroting de kaders 2023, opgesteld door uw regionale adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen (BRN normen). De gevolgen van de BRN normen voor de module iRvN brengen we in de komende begroting in beeld. Inhoudelijk gaan we hier verder op in bij de paragraaf over de module iRvN. De BRN normen gelden niet voor de module WerkBedrijf. Hiervoor geldt dat we de septembercirculaire 2021 hanteren voor de bepaling van de rijksbudgetten 2022 en 2023-2026. Vanaf 2022 gaat de wet- en regelgeving rondom de rechtmatigheid wijzigen. Gemeenschappelijke regelingen worden op dat moment zelf verantwoordelijk voor het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording. De voorbereidingen lopen. De MGR heeft de jaren 2020 en 2021 als oefenjaren gebruikt.
Bezoekadres: Nieuwe Dukenburgseweg 21a, 6534 AD Nijmegen I Postadres: Postbus 38165, 6503 AD Nijmegen I T: 024-7517500 I KvK: 615357021 IBAN-nr: NL291NGB0007338615 t.n .v. MGR Rijk van Nijmegen I Bic-code: INGBNL2A I btw-nr: 854380140.1301 1 www.regiorvn.nl
MGR Rijk van Nijmegen
Platformfunctie
De MGR biedt een platform voor samenwerkingen afstemming inde regio Rijk van Nijmegen, In maart 2022 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Dit betekent mogelijk iets voor de bestuurssamenstelling van de MGR. We gaan er vooralsnog vanuit dat in alle deelnemende gemeenten de colleges rond het zomerreces gevormd zijn. We zullen daarom vanaf september voor onze bestuurders in het dagelijks en algemeen bestuur een introductie in de juridische regeling MGR en in het bijzonder de mogelijkheden die de platformfunctie biedt voor samenwerking en afstemming, verzorgen. Voor onze bestuurders betrokken bij onze modules zullen we een introductie in de betreffende module verzorgen. WerkBedrijf
WerkBedrijf bemiddelt, ontwikkelt en begeleidt werkzoekenden met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt naar werk. Iedereen verdient namelijk een (werk)plek in onze maatschappij. Onze ambitie We willen maatschappelijk effect realiseren op de (duurzame) arbeidsparticipatie van inwoners in de regio Rijk van Nijmegen. Onze aandacht gaat uit naar werkzoekenden met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. We willen dat mensen aan het werk gaan en dat zij dit werk ook kunnen behouden. Hierop zijn onze inspanningen gericht. Het maatschappelijk effect vertalen we in de meerjarenbegroting 2023 en verdere jaren in ambities op drie onderdelen: a.
b.
c.
Arbeidsbemiddeling WerkBedrijf voert de Participatiewet uit met betrekking tot de ondersteuning bij arbeidsinschakeling. WerkBedrijf voert de matching van werkgevers en kandidaten uit. WerkBedrijf heeft hierbij de verantwoordelijkheid vanaf de aanmelding tot en met plaatsing en nazorg en begeleiding na plaatsing van kandidaten op de markt. Arrangementen in Op Weg Naar Werk WerkBedrijf voert de regie over de arbeidsmatige dagbesteding. Dit houdt in dat WerkBedrijf de begeleiding inkoopt, de toeleiding en doorstroom organiseert en/of uitvoert. Sociale werkvoorziening WerkBedrijf biedt aan de medewerkers die onder de voormalige Wet sociale werkvoorziening vallen, passend werk aan. Bij voorkeur doet WerkBedrijf dit samen met ondernemers. De onderscheiden werkvormen zijn: begeleid werken, individuele detachering en (beschutte) groepsdetachering.
De huidige arbeidsmarkt biedt kansen. We zien dat er meer vacatures dan werkzoekenden op de arbeidsmarkt zijn. Daartegenover zien we ook dat er nog steeds een (kwalitatieve) mismatch is. Deze spanning blijft een uitdaging voor ons. Via combinatietrajecten bestaande uit werk- en scholingsactiviteiten, investeren we in de kwalificatie van onze kandidaten. We ondersteunen ondernemers door te adviseren bijvoorbeeld jobcarving toe te passen, om zo de beschikbare vacature passender te maken voor onze kandidaten. We zien ook kansen voor nieuwe (of uitbreiding van) werkgelegenheid in onze regio, voor onze kandidaten. Op het moment dat een ondernemer een vestigings- of uitbreidingswens heeft, stemmen we af met de afdelingen Economische zaken (en of Grondzaken) van uw gemeenten. Werkgelegenheid, met banen op laaggeschoold niveau in bijvoorbeeld de maak- en productiesector is wenselijk, gezien de mogelijkheden van onze kandidaten. Dit wordt nog kansrijker nu we meer groepsgewijs kunnen plaatsen (al dan niet via detacheren met behulp van de nieuwe Cao-aan de Slag).
MGR Rijk van Nijmegen
Ontwikkelingen in beleidsmatig kader Het beleidsmatige kader voor de realisering van maatschappelijke effecten en ambities wordt gevormd door: •
De Participatiewet en aanverwante wet- en regelgeving;
• Het regionale beleidskader Werk voorop!; • De dienstverleningsovereenkomst tussen college en bestuur MGR. Deze wet- en regelgeving biedt in principe voldoende ruimte om werkzoekenden in de huidige omstandigheden naar werk te bemiddelen en te begeleiden. Dit neemt niet weg dat in de komende periode wijzigingen zullen optreden. Hieronder lichten we deze op hoofdlijnen toe. Inburgering Per 1januari 2022 treedt de Wet Inburgering 2021 in werking. Een deel van de taken op grond van deze wet voert WerkBedrijf uit voor de regiogemeenten. Het gaat met name om de zogenoemde Module Arbeidsmarkt en Participatie uit de Wet Inburgering. Gemeenten en WerkBedrijf hebben het voornemen hiervoor eind 2021 een addendum af te sluiten op de dienstverleningsovereenkomst. We informeren de gemeenten inhoudelijk hierover in onze ontwerpbegroting. Vooralsnog heeft deze extra taak geen financieel effect op onze begroting over 2022. De eventuele impact op de begroting 2023 bepalen we op basis van de ervaringen in 2022. Op dit moment kunnen we het financiële effect vanaf 2023 en verder nog niet bepalen. Breed Offensief In 2022 verwachten we dat regeringsvoorstellen de Participatiewet te wijzigen door de Tweede Kamer worden vastgesteld. Deze wetsvoorstellen zijn bekend onder de noemer Breed Offensief, een brede agenda om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten.
Een deel van de wijzigingen (met name rondom het harmoniseren van de werkwijze wettelijke loonkostensubsidie) is wel doorgevoerd, andere delen niet (onder andere aanvraagmogelijkheid voor ondersteuning op maat). Volledige invoering van de brede agenda speelt waarschijnlijk in 2022 en uitvoering in 2023. Dienstverleningsovereenkomsten De huidige dienstverleningsovereenkomst tussen gemeenten en WerkBedrijf kent een looptijd tot en met 2022. In het komende jaar worden de voorbereidingen getroffen een nieuwe overeenkomst af te sluiten per 1januari 2023. Sociaal ontwikkelbedrijf Begin 2021 is een initiatiefnota van SP en CDA over het sociaal ontwikkelbedrijf in de Tweede Kamer behandeld. Medio 2021 hebben Cedris, VNG en Divosa in een gezamenlijke brief aan minister Koolmees het belang van een stevige publieke sociale infrastructuur voor het realiseren van een inclusieve arbeidsmarkt, benadrukt. Naast het maatschappelijk belang bestaat hiervoor ook een economische noodzaak. Op dit moment staan mensen aan de kant die willen en k(innen werken, maar hierbij wel enige ondersteuning nodig hebben. We verwachten in de loop van 2022 of 2023 dat een nieuw kabinet de handschoen oppakt en er (mede) voor zorgt dat iedereen kan meedoen op de arbeidsmarkt.
Evaluatieonderzoek WerkBedrijf In 2021 hebben we een (onafhankelijke) evaluatie naar WerkBedrijf en de realisatie van het maatschappelijke effect uit laten voeren. Op het moment van schrijven van de Kaderbrief 2023 wordt het evaluatieonderzoek afgerond. Ons dagelijks bestuur zal het evaluatieonderzoek medio december bespreken en vervolgens aan de deelnemende gemeenten toesturen. De resultaten en aanbevelingen uit het evaluatieonderzoek zijn nu niet in de Kaderbrief 2023 opgenomen. We gaan ervanuit dat we deze wél in onze ontwerpbegroting kunnen verwerken.
MGR Rijk van Nijmegen
4
Ontwikkelingen en accenten op uitvoeringsniveau Arbeidsmarktkansen zien en pakken Een belangrijke rode draad in onze koers is en blijft de zoektocht naar kansen op de arbeidsmarkt. Zonder ondernemer is er geen werkplek en is er geen sprake van een geslaagde match op de arbeidsmarkt. Onze uitdaging is die externe oriëntatie op de arbeidsmarkt en het verder professionaliseren van onze dienstverlening aan ondernemers. Momenteel zien we dat ondernemers moeilijk aan personeel kunnen komen. Er is op de huidige arbeidsmarkt zelfs sprake van meervacatures dan werkzoekenden. Vaak gaat het om vacatures voor specialistisch werk in onder andere de zorg, techniek en bouw. Onze kandidaten zoeken juist werk voor praktisch geschoold werk. De (kwalitatieve) mismatch op de arbeidsmarkt zoals voor de coronapandemie bestaat nog steeds en zal ook de komende periode de nodige tijd en investeringen vragen. Juist daarom blijft het voor ons van belang, óók nu er meer vacatures dan werkzoekenden zijn, te investeren in werkgelegenheid voor praktisch (geschoolde) mensen. Investeringen voor een inclusieve arbeidsmarkt, een arbeidsmarkt waarop iedereen kan meedoen zijn van groot belang. Ontwikkelen van producten en het (mee)creëren van randvoorwaarden voor geschikte werkplekken bij die ondernemers, betekenen kansen op duurzaam werk voor onze kandidaten.
Het gaat om verschillende interventies, zoals jobcarving, rendementscoaching van ondernemers, detacheren waardoor praktische belemmeringen bij de ondernemer weg worden genomen en openingen creëren waardoor een ondernemer kiest om eenvoudig werk in onze regio te organiseren. Arbeidsbemiddeling blijft óók investeren in kandidaten door het bieden van kwalificatietrajecten, het ontwikkelen en ontdekken van competenties en als het nodig is ondersteuning op een werkplek (blijven) bieden. Detacheren Detacheren is één van de manieren om ondernemers te ondersteunen in hun personeelsvraag en kandidaten betaald te laten werken. Detacheren kennen we vanuit de SW en zetten we ook in bij de PW (bijvoorbeeld het 100-banenplan). We willen ons aanbod in het detacheren van PW-kandidaten verder ontwikkelen. Een detachering is voor een kandidaat altijd een opstap naar regulier werk. We streven ernaar dat de kandidaat vanuit een detachering doorstroomt naar een regulier dienstverband bij een ondernemer. Detachering is daarom altijd tijdelijk. Kandidaten zo regulier mogelijk plaatsen en de plaatsing verduurzamen blijft onze focus. Het detacheren van kandidaten kunnen we op verschillende manieren vormgeven. We onderzoeken in welke mate we met marktpartijen (private detacheerders) kunnen samenwerken om detacheren mogelijk te maken.
Daarnaast kunnen we vanaf 1januari 2022 (onder voorbehoud van positieve besluitvorming) detacheren vanuit de MGR conform de cao Aan de slag voor een specifieke groep kandidaten met een indicatie banenafspraak of beschut werk. We zijn momenteel met de voorbereiding hiervan bezig. We voorzien voor de uitvoering van deze extra taak een financieel effect die we in onze begroting verwerken. We verwachten de exploitatie van de uitvoering van de cao Aan de slag niet kostendekkend te realiseren. Dit heeft met name te maken met dat we voor deze groep geen dekkende uurtarieven uit de markt kunnen halen. De uitvoering kan betekenen dat onze meerjarenbegroting jaarlijks tussen € 0,3 en € 0,4 miljoen uitzet. We hebben dit onderbouwd in onze brief over de uitvoering van de cao Aan de slag. In onze ontwerp-meerjarenbegroting stellen we een dekking voor. Begeleiding SW op orde SW-medewerkers hebben in de loop van hun dienstverband bij ons meer aandacht en begeleiding nodig. Uit een (kwalitatieve) uitvraag onder SW-medewerkers naar hun beleving en hun ideeën over
MGR Rijk van Nijmegen
werk en ziekteverzuim, blijkt dat als begeleiders meer tijd en aandacht zouden kunnen geven de SWmedewerker beter gehoord wordt. Dit verhoogt het werkplezier en vermindert de stress en ziekteverzuim. We onderzoeken momenteel twee alternatieven om ziekteverzuim te verlagen. Eén alternatief is nagaan of er mogelijkheden zijn voor vervroegde (gedeeltelijke) uittreding voor SWmedewerkers (bovenop de recente mogelijkheden hiervoor in de cao WSW). Het tweede alternatief is extra investeren in begeleiding, zodat er meer aandacht is voor de SW-medewerkers. Deze kosten schatten we nu in op jaarlijks € 0,21 miljoen. In onze ontwerp-meerjarenbegroting maken we een keuze en stellen voor het gekozen alternatief een dekking voor. Simpel switchen: Op Weg Naar Werk Het doel van de (WMO-)voorziening arbeidsmatige dagbesteding is dat kwetsbare inwoners met enig arbeidsvermogen naar vol vermogen kunnen meedoen en zich hierin zo ver als mogelijk ontwikkelen, als het kan naar betaald werk. Onder intensieve begeleiding leveren zij enige productie op een werkplek, zonder werkdruk. Met de sluiting van de WSW en veranderingen in de Wajong vanaf 2015 is deze dagbesteding voor deze groep inwoners een noodzakelijke voorziening geworden om mee te kunnen doen.
Momenteel is WerkBedrijf met (een aantal) aanbieders en (een aantal) gemeenten aan het experimenteren met het simpel switchen bij de arbeidsmatige dagbesteding en ontwikkelingsgerichte dagbesteding. De pilot die we uitvoeren is gericht op de zogenoemde stabiele groep deelnemers. Deze deelnemers nemen deel aan dagbesteding naar vermogen en hebben baat bij bestendigen van deze dagbesteding en geen perspectief (meer) op betaald werk. Anderzijds kan het zijn dat binnen de groep deelnemers aan ontwikkelingsgerichte dagbesteding wel potentie is op het vergroten van het arbeidsvermogen. Centrale vraag is op welke wijze kunnen we bereiken dat aanbieders eenvoudig kunnen inzetten wat nodig is, of dit nu ontwikkelingsgericht is, arbeidsmatig of hybride vormen? Per 1januari 2023 lopen de huidige contracten met aanbieders voor de arbeidsmatige dagbesteding af. De pilot levert leerervaringen op die we mee kunnen nemen bij het nieuwe aanbestedingstraject voor (de inkoop van) intensieve begeleiding bij arbeidsmatige dagbesteding dat in 2022 start. Project Doe je mee? In het najaar 2021 zijn we gestart met (de voorbereidingen van) het project Doe je mee?. Dit is een meerjarig project (tot en met 2024) en gericht op alle bijstandsgerechtigden die in de gemeenten Beuningen, Druten, Mook en Middelaar en Nijmegen wonen.
De overige gemeenten hebben gekozen voor versterking van de eigen dienstverlening aan hun bijstandsgerechtigden. De centrale vraag is hoe we een impuls kunnen geven aan brede dienstverlening voor bijstandsgerechtigden in onze regio. De kern is dat we met meer bijstandsgerechtigden in persoonlijk contact komen en beter behoeften van mensen kunnen detecteren op de leefgebieden werk, participatie, activering, financiële situatie en gezondheid. En op basis hiervan een passend vervolg aan (reguliere) dienstverlening kunnen bieden. Kenmerken van het project zijn: bijstandsgerechtigden worden in gezamenlijkheid door Werk en Inkomen gesproken en in beeld gebracht; -
-
-
uitgangspunt is dat alle bijstandsgerechtigden worden gesproken; juist degenen die al langere tijd een uitkering ontvangen en niet (meer) aangemeld zijn bij WerkBedrijf; het in beeld brengen is niet beperkt tot werk. Ook andere leefgebieden worden meegenomen, zoals participatie, activering, financiële situatie en gezondheid.
WerkBedrijf en gemeenten geven zo gezamenlijk een impuls aan de verbetering van de dienstverlening aan individuele bijstandsgerechtigden. Voor WerkBedrijf geldt dat we baat hebben bij een omvangrijker aantal kandidaten, die een stap kunnen zetten naar werk. De verdere ontwikkeling van detacheren (zie hiervoor) biedt ook meer kansen voor kandidaten om stapsgewijs aan het werk te komen. Het project levert daarnaast input op voor de verdere ontwikkeling van de gezamenlijke
MGR Rijk van Nijmegen
dienstverlening en producten voor bijstandsgerechtigden. Ve rantwoording en voortgang van het project nemen we mee in onze rapportages aan (alle) deelnemende gemeenten. Uitgangspunten De uitgangspunten voor het financiële kader wijzigen in 2022 en 2023 niet ten opzichte van voorgaande jaren. Dit betekent dat we: Administratief de financiële resultaten voor sociale werkvoorziening, participatie en arbeidsmatige dagbesteding inzichtelijk blijven maken. In 2023 wijzigt de verdeelsystematiek van rijksbudgetten. We volgen de ontwikkelingen nauwgezet op effecten voor WerkBedrijf en de afspraken over de overheveling van gemeenten naar MGR. We streven ernaar om deze effecten in onze ontwerp-meerjarenbegroting te verwerken. Voor de komende meerjarenbegroting blijft gelden dat we conform de afspraken op de financiële resultaten op de drie onderdelen begroten en verantwoorden. •
Voor onderdeel SW op twee sturingselementen rapporteren: ziekteverzuim en omzet (toegevoegde waarde per SW-medewerker). Net als in eerdere jaren houden we rekening met een kostendekkende bijdrage per gemeente voor het onderdeel SW. Er wordt een kostprijs per SE berekend. Deze prijs vormt de basis voor de bijdrage van iedere gemeenten.
•
Voor onderdeel WERK rapporteren op (minimaal ) het sturingselement: aantallen uitstroom uit de bijstand naar werk en plaatsingen op werk. Gemeenten leggen hun participatiebudget in. De bijdrage voor de loonkostensubsidies wordt bepaald per gemeente op basis van de verwachte te realiseren aantallen. Voor beschut werk houden we hierbij aan wat het rijk van onze regio verwacht. Vanaf 2020 en verder beheert WerkBedrijf rijksmiddelen voor de uitvoering van Perspectief op Werk. WerkBedrijf is één van de uitvoeringspartijen van dat programma.
•
Voor onderdeel Op Weg Naar Werk (arbeidsmatige dagbesteding) rapporteren over (minimaal ) het aantal gerealiseerde plekken.
ICT Rijk van Nijmegen (iRvN) I RvN
lCT Rijk van Nijmegen (iRvN) beheert, exploiteert en ontwikkelt de technische ICT-infrastructuur van en voor de gemeenten in de Regio Rijk van Nijmegen en voor de MGR. Voor WerkBedrijf en de Omgevingsdienst in het Rijk van Nijmegen verzorgt iRvN tevens het functioneel Informatie- en Applicatiebeheer. Dat laatste gebeurt ook voor het overgrote deel van het applicatielandschap van Gemeente Nijmegen en daarnaast verzorgt iRvN daar waar gewenst ook het functioneel Informatieen Applicatiebeheer voor andere gemeenten in de regio. Ontwikkelingen Technologische ontwikkelingen en innovaties De Informatietechnologie staat absoluut niet stil. Voor onze gemeenten zijn de ontwikkelingen en innovaties op het gebied van cloudcomputing (wo. Software as a Service), mobiele (samen)werkomgeving, loT, Datawarehouse en Business Intelligence (datagedreven werken) de komende jaren de belangrijkste. In nauwe samenwerking met de gemeenten wordt een Cloudstrategie opgesteld inclusief de financiële, personele en organisatorische randvoorwaarden voor alle partijen. Dit is noodzakelijk om de voorziene migratie van 'on-premis'-informatiesystemen naar SAASinformatiesystemen (abonnementen) die elders (in de cloud) door leveranciers aangeboden worden,
MGR Rijk van Nijmegen
soepel te laten verlopen. Dit raakt investeringen, onderhoud- en beheerkosten. iRvN zal daar zoveel mogelijk op anticiperen om de innovatie binnen de (lokale) overheidsinformatievoorziening te stimuleren en te faciliteren. Mogelijk dat technologische innovaties in de toekomst een kostenverschuiving kunnen laten zien in de verschillende vormen van beheer. Zelden is er sprake van verlaging van beheerkosten, integendeel. Daarnaast heeft het verleden aangetoond dat de technologisch innovaties binnen de (lokale) overheid minder snel geadopteerd worden dan in de markt. Mobiel tenzij....
De ontwikkeling naar de 100% mobiele werkplekken, werken op afstand, etc. vereisen een flexibele maar vooral ook een (informatie)veilige inrichting van de mobiele devices en van het door alle gemeenten in gebruik zijnde samenwerkingsplatform Microsoft365. Samen met grote gemeenten, VNG en Microsoft streven we continu naar een optimale, flexibele en veilige (AVG-proof) standaard inrichting, -gebruik, -beheer en ondersteuning. Informatieveiligheid
Informatieveiligheid (BIO, AVG, etc) blijft uiteraard veel aandacht vragen. Wij blijven alle landelijke ontwikkelingen, wetgeving, aanbestedingen, etc. volgen en lopen waar mogelijk mee voorop bij implementatietrajecten. Evolautie iRvN
PWC heeft in oktober 2021 haar eindrapport "Evaluatie iRvN en de regionale l&A-organisatie, met het oog op de toekomst" opgeleverd. Dit rapport geeft een beeld over de positie van iRvN en haar rol de komende jaren. Momenteel wordt de besluitvorming m.b.t. de door PWC geadviseerde ontwikkelingen voorbereid door uw colleges. Ontwikkelingen organisatie ICT-Rijk van Nijmegen
De taken van iRvN gaan veranderen, ICT-beheer zal zich van uitvoering geleidelijk in de richting van regie gaan ontwikkelen. De focus zal, naast directe dienstverlening aan de (mobiele) eindgebruikers, steeds meer gericht zijn op data- en informatie(stromen)beheer en vooral op informatiebeveiliging en privacy. I&A-denkkracht (1-beleid en -ontwikkeling) blijft nadrukkelijk de verantwoordelijkheid van gemeenten. Beheerkracht is regionaal belegd bij iRvN, primair lCT-infrastructuur en, daar waar gewenst, applicatiebeheer. Slagkracht (implementatie van nieuwe informatiesystemen) vraagt nadrukkelijk om steeds meer (projectmatige)inzet van iRvN. Het is nog onduidelijk of de totale iRvN-formatieomvang voldoende zal zijn om alle geschetste ontwikkelingen te kunnen gaan ondersteunen. Het zal echter wel verandering van taak- en functieinhoud tot gevolg hebben. Het strategisch iRvN personeels- en organisatieplan (2018) zal aangepast worden met de huidige (externe) ontwikkelingen en de besluitvorming naar aanleiding van het PWCevaluatieonderzoek zowel met betrekking tot opleiding en loopbaanontwikkeling als met betrekking tot mobiliteit en iRvN-organisatie. Bezuiniging
Zoals afgesproken zal de invulling van de derde 1%-korting vanaf 2023 betrokken worden bij de resultaten van het PWC-evaluatieonderzoek. Er heeft nog geen definitieve besluitvorming plaatsgevonden met betrekking tot de conclusies en aanbevelingen. Informatieveiligheid vraagt in toenemende mate aandacht en passende maatregelen en beveiligingsvoorzieningen. Naar verwachting zullen noodzakelijke investeringen en exploitatiekosten voor het borgen van de informatieveiligheid toenemen. Deze kostenontwikkeling is niet meegenomen in de begroting 2022-2023. Terwijl ook de opgelegde bezuinigingsopdracht vanaf 2023 nog niet is meegenomen. Dit alles betekent dat het onwaarschijnlijk is dat de inspanningen voor de informatieveiligheid binnen de huidige financiële kaders gerealiseerd kunnen worden.
MGR Rijk van Nijmegen
Kostenverschuiving: Naast de bezuiniging zullen ook voor gemeenten kostenverschuivingen zichtbaar worden als gevolg van de migratie van informatiesystemen naar de cloud (Software-as-a-Service). De verwerkingskosten verschuiven geleidelijk van iRvN naar externe providers/leveranciers die de informatiesystemen (via internet) als een dienst aanbieden. Deze ontwikkeling gaat gefaseerd en bestrijkt een periode van jaren. Deze "Going-to-the-Cloud" beweging heeft organisatorische en financiële consequenties voor iRvN én voor gemeenten. In december 2021 geeft iRvN een aanzet voor een eenvoudige, transparante en rechtvaardige verrekening die door iRvN en gemeenten in 2022 verder uit gewerkt kan worden tot een voorstel hoe, m . n. de financiële gevolgen opgevangen kunnen worden zodat de ontwikkeling soepel begeleid kan gaan worden. Datagestuurd werken: We zien dat enkele gemeenten plannen maken, en m . n. Gemeente Nijmegen al verdere stappen zet, in datagestuurd werken en Business-Intelligence. Dat vraagt nadrukkelijk andere vormen van data- en informatiebeheer. Conform het iRvN bedrijfsplan (2015) en nogmaals bevestigd door het evaluatieonderzoek PWC is (en blijft) dit de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Uiteraard speelt iRvN hierbij een rol omdat zij vooral in technische zin de data beheren.
In samenspraak met Nijmegen wordt ook deze ontwikkeling, de rol en de consequenties voor iRvN in 2022 uitgewerkt. Common Ground: iRvN blijft aangesloten bij alle ontwikkelingen in het kader van Samen Organiseren en Common Ground zodat het een lCT-infrastructuur aan haar deelnemende gemeenten kan blijven aanbieden die hen in staat stelt optimaal gebruikte maken van de landelijke ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat de regionale iRvN-infrastructuur geen belemmering vormt om het eigen tempo te kunnen bepalen in welke mate zij mee wil ontwikkelen met de technologische innovaties binnen gemeentelijke informatievoorziening. Uitgangspunten • Administratief blijven de financiële resultaten voor de onderdelen Automatisering en Informatie- & applicatiebeheer apart inzichtelijk. •
IRvN levert naast standaardproducten en diensten ook plusproducten en diensten. Deze worden kostenneutraal in rekening gebracht. Als deze plusproducten en diensten een meerjarig karakter hebben, zijn ze nu al in de meerjarenbegroting van 2021 opgenomen. Tussentijds zal de begroting voor het lopende jaar worden bijgesteld op basis van inschatting van de totale omvang van alle plusproducten.
•
Voor onderdeel Automatisering is de generieke korting van 1% in 2022 (bovenop de 1% generieke korting die al in 2021 is doorgevoerd) verwerkt.
•
2022 (bovenop de 1% generieke korting die al in 2021 is doorgevoerd) verwerkt. Voor onderdeel Informatie- & applicatiebeheer is een structurele bezuiniging slechts te realiseren indien de formatie wordt teruggebracht. Dit is alleen mogelijk als Gemeente Nijmegen aangeeft welke applicaties niet meer door iRvN beheerd hoeven te worden (zoals besproken in de begroting, p. 56).
MGR Rijk van Nijmegen
Tot besluit
Op maandag 13 december is door uw raadsgriffies een (online) informatiebijeenkomst georganiseerd waarin de gemeenschappelijke regelingen hun financiële uitgangspunten en beleidsmatige kaders voor 2023 kunnen toelichten. We maken hier graag gebruik van en zullen onze Kaderbrief 2023 tijdens de bijeenkomst vanaf 20:45 uur toelichten.
Hoogachtend, Algemeen Bestuur modulaire gemeenschappelijke regeling Rijk van Nijmegen, De Voorzitter,
De Secretaris,
drs. H.M.F. Bruis
J. Hol
Mt>Y
RAADSMEDEDELING
:::: gemeente
S/
Heumen
Pijpleiding tussen Valkstraat 19a en 28 te Overasselt, beplanting op
Onderwerp:
Valkstraat 19a en de sloop van een schuur op Looistraat 32a te Heumen 30 november 2021
Datum:
Samenvatting
Door DGH zijn raadsvragen ingediend over de pijpleiding tussen Valkstraat 19a en 28 te Overasselt, de te realiseren beplanting op Valkstraat 19a te Overasselt en over de sloop van een schuur op Looistraat 32a te Heumen. In deze raadsmededeling beantwoordt het college deze vragen. Voor de vragen beantwoord worden brengt het college het volgende onder uw aandacht. De pijpleiding tussen de Valkstraat 19a e 28 te Overasselt is zonder vergunning gerealiseerd. Er is dus sprake van een illegale situatie waarvoor inmiddels een omgevingsvergunning is aangevraagd. De aangevraagde omgevingsvergunning heeft betrekking op 3 activiteiten: het uitvoeren van een werk of werkzaamheid; het milieuneutraal wijzigen van de inrichting; het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (afwijken van het bestemmingsplan). Het college realiseert zich dat er over deze zaak de nodige onrust is geweest en wellicht nog leeft. De wijze waarop initiatiefnemer hier heeft geopereerd is hier, naar onze mening, voor het overgrote deel debet aan. Het college realiseert zich dat er nog gemengde gevoelens over deze zaak leven in de gemeenschap en wellicht ook binnen uw raad.
Ondanks deze omstandigheden legt het college u als raad separaat een voorstel voor om voor de activiteit het afwijken van het bestemmingsplan omgevingsvergunning (planologische medewerking) te verlenen door een verklaring van geen bedenkingen af te geven. Deze verklaring kan alleen onthouden worden als er planologische bezwaren zijn tegen de beoogde legalisering. In het voorstel aan uw raad zullen wij aangeven dat naar onze mening van dergelijke bezwaren geen sprake is. Beoogd effect De legalisatie van de reeds aangelegde leiding en het gebruik van deze leiding ten behoeve van het agrarische bedrijf op Valkstraat 19-19a-28 te Overasselt. De gestelde vragen worden hieronder puntsgewijs beantwoord. Toelichting 1.
Aanvraag omgevingsvergunning d.d. 18-05-2021 voor de pijpleiding tussen Valkstraat 28 en 19A te Overasselt.
Deze aanvraag bij de ODRN betreft een omgevingsvergunning voor de in 2018 illegaal geboorde ondergrondse leiding van perceel Valkstraat 28 naar perceel Valkstraat 19A. De schriftelijke vragen van de DGH en PvdA uit november 2018 zijn door het college als volgt beantwoord: "De buisleiding vormt de verbinding tussen de agrarische bedrijven Valkstraat 28 en Valkstraat 19A, met het risico dat mest van Valkstraat 28 verplaatst kan worden naar Valkstraat 19A. Om er verzekerd van te blijven dat beide bedrijven van elkaar gescheiden blijven hebben wij besloten
Zaak Document
94926 99917
Mt Y1
:::: gemeente
'
&/
Heumen
hieraan geen medewerking te verlenen. De aangelegde leiding moet verwijderd worden of onbruikbaar worden gemaakt." Volgens de aanvraag is geen sprake van het boren van een nieuwe pijpleiding maar van een omgevingsvergunning voor de reeds geboorde leiding. la. Blijft het college bij haar toenmalige standpunt dat men hier geen medewerking aan zal verlenen? lb. Op welke wijze is gecontroleerd en/of vastgesteld dat de leiding verwijderd dan wel onbruikbaar is gemaakt? le. Indien de pijpleiding zich nog in de bodem bevindt op welke wijze is die dan daadwerkelijk onbruikbaar gemaakt? Ad. la Het staat eenieder vrij om alsnog een aanvraag om omgevingsvergunning in te dienen. Ook als dit in strijd met de regels (zonder vergunning) al is gerealiseerd. Voor de betreffende ondergrondse leiding is, zoals eerder is aangegeven, op 18 mei een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend. De aangevraagde omgevingsvergunning heeft betrekking op 3 activiteiten: • het uitvoeren van een werk of werkzaamheid; • het milieuneutraal wijzigen van de inrichting; • het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (afwijken van het bestemmingsplan). Om voor de activiteit het afwijken van het bestemmingsplan omgevingsvergunning (planologische medewerking) te kunnen verlenen is een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig.
Voor het afwijken van het bestemmingsplan dient de aanvrager een ruimtelijke onderbouwing aan te leveren. Aan de hand daarvan wordt beoordeeld of deze vergunningsaanvraag ruimtelijk aanvaardbaar is. De beoordeling daarvan is aan uw raad. Het college legt hiervoor aan uw raad een voorstel voor, dat inhoudt dat het college geen ruimtelijke bewaren ziet en uw raad voorstelt om de benodigde verklaring van geen bedenkingen af te geven. Indien uw raad van mening is dat er wel ruimtelijke bezwaren bestaan tegen deze pijpleiding, dan is het aan uw raad om te besluiten om de verklaring van geen bedenkingen te weigeren. Het raadsvoorstel inzake de verklaring van geen bedenkingen wordt u aangeboden voor besluitvorming in de raadsvergadering van 3 februari 2022. Ad lb./lc. De bedrijfseigenaar is door de gemeente gevraagd om de pijpleiding niet te gebruiken. De bedrijfseigenaar heeft vervolgens de uiteinden van de pijpleiding afgedopt. De pijpleiding is hiermee buiten gebruik gesteld maar niet zo onbruikbaar gemaakt dat deze door het ongedaan maken van het afdoppen na het legaliseren van de situatie, niet in gebruik kan worden genomen. 2.
Verlening omgevingsvergunning d.d. 21-05-2013 voor de bouw vaneen loods op Valkstraat 19a te Overasselt. Bij het verlenen van deze vergunning zijn in de ruimtelijke onderbouwing de volgende voorwaarden opgenomen. Punt 2.2 Toekomstige situatie: Biz. 9 "In ruil voor de realisatie van de akkerbouwloods aan de Valkstraat wordt de bestaande loods aan de Looistraat gesloopt." 2
MA4 Y:::: gemeente
•• Heumen &/
Blz.11 "Aan de wegzijde zal een houtwal gerealiseerd worden van 6 meter breed. Met deze maat wordt een voldoende robuuste groenelement gerealiseerd." 2a. Op welk moment zal de loods aan de Looistraat 32a worden gesloopt? 2b. Wanneer zal deze houtwal worden gerealiseerd? Ad. 2a. Op 12 juni 2012 heeft de bedrijfseigenaar met de gemeente een overeenkomst gesloten betreffende o.a. de verplaatsing van een loods naar Valkstraat 19a te Overasselt en de sloop van een schuur op Looistraat 32a te Heumen. De nieuwe loods aan de Valkstraat 19a is begin dit jaar gereedgekomen. Op grond van voornoemde overeenkomst heeft de bedrijfseigenaar zich verplicht om binnen 6 weken na oplevering van de loods op Valkstraat 19a de in de overeenkomst aangegeven schuur op Looistraat 32a te Heumen te verwijderen. Deze schuur is tot op heden niet verwijderd. Wij hebben de bedrijfseigenaar onlangs aangeschreven om deze sloopverplichting na te komen. Ad.2b Bij brief van 11 juni 2020 is de bedrijfseigenaar verzocht zorg te dragen dat de ontbrekende landschappelijke inpassing op Valkstraat 19a in december 2020 is gerealiseerd. In oktober 2021 is geconstateerd dat de aangebrachte beplanting afwijkt van het beplantingsplan. Hierop is de bedrijfseigenaar in de gelegenheid gesteld een voorstel te doen voor een ander beplantingsplan.
Wij hebben vervolgens ingestemd met de door de bedrijfseigenaar voorgestelde gewijzigde uitvoering van de landschappelijke inpassing. De wijziging houdt het volgende in. De aanwezige beukenhaag langs de weg van ca. 1 m. hoogte zal tot 2 m. hoogte groeien. Tussen de beukenhaag en de erfverharding wordt een rij bomen geplant met een onderlinge plantafstand van 4 meter. De keuze voor de bomen is de Carpinus betulus 'Fastigiata' met een stam hoogte van 2 meter. Er ontstaat dan een hoge groene wand die het zicht vanaf de weg op de loods wegneemt. De aanwezige lage onderbegroeiing blijft staan. Aan de zijde van perceel Valkstraat 19a, grenzend aan Valkstraat 19, zullen 4 knotwilgen met een meidoornhaag worden geplant. De meidoornhaag zal tot 2 m. hoogte groeien. De bedrijfseigenaar zegde toe dit in december 2021 te realiseren. Door de gemeente zal hierop een controle worden uitgevoerd.
23 november 2021 burgemeester en wethouders
Dirk van Eeten Gemeentesecretaris
Marriët Mittendorff Burgemeester
3
WIJ -
\/\/
AFSCHRIFT LLE
MALEXAN DER,
DE GRATIE GODS,
KONING DER NEDERLANDEN, PRINS VAN ORANJE-NASSAU, Besluit van
27 augustus 2021 2021001578
ENZ. ENZ. ENZ.
houdende ontslag van een burgemeester
Op voordracht van Onze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 10 augustus 2021, nr. 2021-0000419229 Directoraat-Generaal Bestuur, Ruimte en Wonen/Directie Democratie en Bestuur/Afdeling Politieke Ambtsdragers en Weerbaarheid; G e 1 e t o p artikel 61b, eerste lid, van de Gemeentewet en op artikel 3.2.19, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;
HEBBEN GOEDGEVONDEN EN VERSTAAN:
aan mevrouw drs. G.M. Mittendorff op haar verzoek met ingang van 13 januari 2022 eervol ontslag te verlenen als burgemeester der gemeente Heumen met dank voor de als zodanig bewezen diensten.
Onze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de uitvoering *$ van dit besluit. r/e')h
De minister v
en Koninkrijksrelaties,
090921Batch426
,
o.
or easr k7 _ " E1C2— EN
MJJN
HET
RAADSMEDEDELING
Onderwerp:
Toezegging aan de raad om te onderzoeken of er alternatieven zijn voor een vuurwerkloze oud-en-nieuwviering, hoe toe te zien op de handhaving van het verbod op import van vuurwerk en de communicatiecampagne. 2 december 2021
Datum:
Samenvatting In de raadsvergadering van 15 april 2021 heeft de burgemeester twee toezeggingen gedaan in verband met het vuurwerkverbod, namelijk de mogelijkheden onderzoeken voor een alternatief evenement en het leveren van een overzicht van de communicatiecampagne. Op 8 april 2021 is toegezegd om import van vuurwerk in de gezagsdriehoek aan de orde te stellen. Hierbij de reactie op deze drie toezeggingen. Toezegging 1 Heumen is na Nijmegen de tweede gemeente in de regio waar een permanent vuurwerkverbod geldt. Het is het hele jaar verboden consumentenvuurwerk af te steken in onze gemeente, ook tijdens de jaarwisseling. Op basis van landelijke regelgeving mag wel fop- en schertsvuurwerk (categorie F1) worden afgestoken. Het initiatief van de gemeenteraad voor het verbod op het afsteken van vuurwerk werd beargumenteerd met: slecht voor het milieu, onveilig, lawaaiig, overlast gevend, het levert hulpdiensten handenvol werk op en het werkt vandalisme in de hand. Elke jaarwisseling wordt weer voor duizenden euro’s aan openbare bezittingen opgeblazen. Daarnaast werd in de raad aandacht gevraagd voor de positieve sociale aspecten; de gezelligheid, het samen plezierig beleven van de jaarwisseling waarbij vuurwerk afsteken een belangrijke rol speelt. Op basis van deze argumentatie is de toezegging gedaan om te bezien of een ander evenement georganiseerd kan worden.
Jaarwisseling 2021-2022 De verkoop en het afsteken van vuurwerk wordt net als vorig jaar de komende jaarwisseling 20212022 verboden. Dit om een extra belasting vanwege Corona van de zorg, handhavers en hulpverleners zo veel mogelijk te voorkomen. De ministerraad heeft op voorstel van minister De Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en staatssecretaris Van Weyenberg van Infrastructuur en Waterstaat ingestemd met dit tijdelijke verbod. Net als vorig jaar zullen vuurwerkondernemers passende compensatie ontvangen. Alternatief voor jaarwisseling De besmettingsaantallen blijven hoog, elke dag komen er besmettingen bij. Gezien de huidige ontwikkelingen en de onzekerheid die dit met zich meebrengt heeft het college besloten dat het onverstandig is om een alternatief voor de jaarwisseling te faciliteren of te organiseren. Het college heeft dit standpunt ingenomen gelet op het navolgende. Gegeven de omstandigheden is het op dit moment ongewenst dat grotere groepen samenkomen. Daarnaast is het onzeker welke regels er exact gelden tijdens de jaarwisseling en welke bijeenkomsten wel of niet zijn toegestaan. Zaak Document
: :
95134 99677
Toezegging 2 Gezagsdriehoek Een tweede toezegging betreft het door de burgemeester in de Gezagsdriehoek aan de orde stellen van de import op vuurwerk. Op 16 september hebben de bestuurders dit onderwerp in de Gezagsdriehoek besproken. De conclusie was dat er geen regionale of lokale aanpak nodig is omdat importeren van illegaal vuurwerk landelijk wordt aangepakt. Toezegging 3 Communicatie De derde toezegging had betrekking op communicatie rondom het lokale vuurwerkverbod. Vanwege het opnieuw afgekondigde landelijke vuurwerkverbod voor de jaarwisseling 2021-2022, sluiten we dit jaar wederom aan op de landelijke communicatielijn vanuit de Rijksoverheid. Jaarwisseling 2022-2023 Voor de jaarwisseling 2022-2023 is het mogelijk om vuurwerkshows of lasershows per dorpskern als alternatieve activiteiten of één centrale show te organiseren. Het voordeel van een lasershow is dat door de opstellingen in de vier kerkdorpen de show met lichtstralen in de lucht gelijktijdig door iedereen kan worden bewonderd. Deze show kan vanaf elke plek in de buitenlucht bekeken worden. De kosten voor deze lasershow bedragen echter ca. 30.000 euro Voor een professionele vuurwerkshow behoren benodigde vergunningen te worden aangevraagd, onder andere van Gedeputeerde Staten.
Voor nader onderzoek en/of de organisatie is geen formatie in huis dus hiervoor zouden we extra middelen moeten vragen, bovenop de kosten van de show. 30 november 2021 Burgemeester en wethouders
Dirk van Eeten Gemeentesecretaris
Marriët Mittendorff Burgemeester
2
Geachte raadsleden, De gemeenteraad in Delft heeft 18 november jl. het initiatiefvoorstel ‘Delftse principes voor digitale soevereiniteit’ unaniem aangenomen. Dit is een heel goed initiatief op een onderwerp wat in alle gemeenten speelt, vandaar dat wij dit bij u onder de aandacht willen brengen. Wij verwelkomen het als uw gemeente zich aansluit bij dit initiatief en ook kiest voor meer digitale soevereiniteit. Dan kan er door samenwerking momentum op gang komen en kan dit belangrijke onderwerp in het hele land een succes worden.
Betreft: terugverplaatsing hondenrenveldje Geacht college van B&W, (cc de gemeenteraad) Graag uw aandacht voor en reactie op onderstaande. Bij de bouw van de Veldschuur is het grasveld achter onze woning (naast de volkstuintjes) gebruikt als grondbank. We waren sceptisch, waren bang voor overlast, kregen die overlast ook, maar kregen de belofte dat alles bij het oude hersteld zou worden. Helaas is nog niet alles hersteld. Ondertussen groeit er weer gras, maar het hondenrenveldje is nog niet terugverplaatst. Graag zie ik terugverplaatsing (conform belofte) zodat hondenbezitters makkelijker hun hond daar zullen laten loslopen. Momenteel rennen (en poepen) de honden verspreid over het hele grasveld, met alle overlast van dien. De huidige ligging achteraan is onlogisch (wel verklaarbaar als tijdelijke keuze destijds). Uw ambtenaar heeft onvoldoende budget om het hondenrenveldje te laten terugverplaatsen en houdt daarmee een overtreding van het bestemmingsplan in stand. Dit veldje noemt ze als beter gebruikt dan de vorige locatie en nauwelijks hondenpoep op het overige gedeelte van het natuurveld. Mijn dagelijkse waarneming achter mijn woning is, uhm, anders.
Om juridische procedures of handhavingsverzoeken te voorkomen wil ik u vragen om spoedige prioritering binnen de gemeentebegroting (ofwel een factuur voor terugverplaatsing door te belasten aan de bouwers van de Veldschuur.) Wat is nodig voor terugverplaatsing conform toezegging van de gemeente? Is een terugverplaatsing binnen 3 maanden te veel gevraagd? Moet ik komen inspreken op een raadsvergadering hiervoor? Dank voor uw inzet voor onze gemeente Heumen.
Geachte gemeenteraadsleden, Met deze brief wenden wij ons tot u met het volgende. De afgelopen tijd is er veel aandacht voor de discussie over discriminatie en racisme in Nederland. Er bestaat steeds meer interesse in hoe gemeenten, bedrijven en scholen in deze discussie staan. Ook in onze gemeente wordt deze discussie actief gevoerd, met name in de Sinterklaasperiode rondom de figuur Zwarte Piet. Een meerderheid van de Nederlanders is het ermee eens dat de Sinterklaasviering een feest voor alle kinderen moet zijn, zo blijkt uit peilingen. Al op 27 juni 2017 oordeelde het gerechtshof Amsterdam: ‘het maatschappelijke debat over de (on)wenselijkheid van “Zwarte Piet” is in beweging en neigt ernaar “Zwarte Piet” te ontdoen van stereotyperingen die als kwetsend kunnen worden ervaren door groepen in de samenleving.’ Inmiddels hebben een aantal grote bedrijven, zoals Facebook, Bol.com, Nickelodeon, Hema en Pathé, het goede voorbeeld gegeven. Omdat iedereen zich bij hen welkom moet voelen, besloten zij het gebruik van de afbeelding van Zwarte Piet op hun producten, tijdens (commerciële) activiteiten en/of op hun platform niet meer toe te staan. De Piet met beledigende en stereotyperende kenmerken zou geen onderdeel horen te zijn van het Sinterklaasfeest. Het Sinterklaasfeest zou voor iedereen moeten zijn en zou vrij moeten zijn van beledigende en discriminerende aspecten.
Of dit racisme nu bedoeld of onbedoeld is: de figuur draagt bij aan stereotypering, discriminatie en racisme tegen zwarte mensen. Ook door instanties als het College voor de Rechten van de Mens, de Kinderombudsman en de VN is al kritisch geoordeeld over de figuur Zwarte Piet. Ons Verzoek De afgelopen tijd riepen meer dan 2700 gemeenten in heel Nederland op om te stoppen met het financieren en faciliteren van zwarte piet. Een gemeente die er voor al haar burgers moet zijn en de macht en taak heeft om racisme in de openbare ruimte te bestrijden, zou een intocht die veel mensen buitensluit niet moeten subsidiëren, financieren of faciliteren. Samen met al deze Nederlanders doen wij een beroep op u om pal te staan voor een sinterklaasintocht en viering die niemand buitensluit. Bijgaand treft u een voorbeeld motie om uw collega-raadsleden en het College B&W te verzoeken om in 2022 de intocht niet langer te faciliteren noch te financieren zolang Zwarte Piet onderdeel uitmaakt van de intocht; zowel op gemeentelijk- als op wijkniveau. Tevens vraagt de motie dat de gemeente alles op alles zet om intocht comités, winkeliersverenigingen en andere organisatoren van sinterklaas festiviteiten over te laten stappen op een inclusieve viering die veilig is voor alle kinderen.
Ook al vinden de veranderingen voornamelijk plaats in de bredere samenleving, uw keuzes en rol als volksvertegenwoordiger zullen als inspiratie dienen voor de inwoners van uw gemeente en daarbuiten, nu en in de toekomst. Ik hoop dat u er met mij en anderen voor wilt zorgen dat Sinterklaas écht een feest wordt voor iedereen in uw gemeente. Wij zien uw antwoord met belangstelling tegemoet. Met vriendelijke groet, Kick Out Zwarte Piet*
*Kick Out Zwarte Piet is een initiatief van de Zwarte Piet Is Racisme-campagne (een initiatief van Stichting Nederland Wordt Beter) en Stop Blackface (een initiatief van New Urban Collective). Deze actie wordt ondersteund door DeGoedeZaak. Stichting Nederland Wordt beter www.nederlandwordtbeter.nl
Aangenomen raadsbreed
MOTIE 16 van 2021 Transitievisie warmte via griffie@velsen.nl
Aan de voorzitter van de Raad Geachte voorzitter, Hierdoor delen wij u mede dat wij onder verwijzing naar artikel 44 Reglement van Orde een motie met als onderwerp Transitievisie Warmte, indienen met betrekking tot het raadsvoorstel nummer: R21.063, behorende bij agendapunt 10 van de raadsvergadering van 28 oktober 2021. De motie luidt als volgt: De raad van de gemeente Velsen constateert dat: - Met de vaststelling van de TRANSITIEVISIE warmte en het aanwijzen van de woonkernen IJmuiden en Velsen-Noord als startwijken, waar voor 2030 wordt gestart met het aardgasvrij maken, en waarvoor uitvoeringsplannen opgesteld moeten worden waar veel geld mee gemoeid is. -
Voor zowel de gemeente Velsen, die voor de transitie hoge kosten moet maken, als voor huurders van woningen, die voor de verduurzaming van hun woning voor hoge kosten komen te staan en voor huurders van woningen die in slecht geïsoleerde woningen wonen zullen de kosten stijgen, zeker gelet de te verwachten stijging van de gasprijzen.
-
Gelet op deze ontwikkeling dient het Rijk zo spoedig mogelijk duidelijk te maken hoeveel structurele middelen gemeenten krijgen, zodat de gemeenten uitvoering kunnen geven aan de warmtevisie. Daarnaast dienen de kosten voor onze inwoners tijdens de warmtetransitie niet te stijgen.
-
Als er geen structureel voldoende geld van het Rijk komt, de gemeente niet kan overgaan tot uitvoering van de transitie warmte.
En verzoekt het college / de Griffie: • Namens de gemeenteraad van Velsen bij de VNG het nadrukkelijke verzoek te doen om bij het Kabinet erop aan te dringen, dat er op korte termijn besloten wordt welk bedrag daadwerkelijk voor de uitvoering van de TRANSITIEVISIE warmte, in relatie met het Klimaatakkoord, voor gemeenten (waaronder Velsen) beschikbaar komt, zodat zo snel mogelijk tot uitvoering van de TRANSITIEVISIE warmte overgegaan kan worden. • Dit door middel van het indienen van een motie tijdens de bijzondere algemene ledenvergadering van de VNG op 26 november 2021. • De griffier te verzoeken deze motie door te sturen naar Raden in Verzet, zodat deze motie ook de aandacht krijgt van Raden in Verzet. • De griffier te verzoeken deze motie onder de aandacht te brengen bij de gemeenteraden in Nederland.