Bijlage III Ontwerpbegroting 2027-2030 (en bijstelling 2026) MGR RvN
Tekst van het document
immers geen nieuwe deelnemers in de regeling instromen.
De Rijksbijdrage 2026 voor de SW bedraagt op basis van de septembercirculaire 2025 € 35,8 miljoen. In de stand van september 2025 is nog niet meegenomen de indexering over 2026. Deze wordt met de meicirculaire bekend gemaakt. WerkBedrijf vraagt voor 2026 een SW bijdrage van € 34,9 miljoen. Dit houdt vooralsnog een overschot in van € 0,9 miljoen. Dit overschot zal naar verwachting met de meicirculaire verder toenemen doordat op dat moment de indexering over 2026 ontvangen wordt. Hierboven het verwachte verloop van de Rijksbijdragen tot en met 2030.
Ten opzichte van de primaire begroting 2026 neemt de omzet met € 392.000 af. De tarieven worden in 2026 geïndexeerd met 4,9%. Ondanks de tarievenverhoging met 4,9% is de verwachting dat de omzet zal afnemen ten opzichte van de primaire begroting. We zien in de bijgestelde begroting 2026 een daling van 49,5 werkbare fte’s ten opzichte van de primaire begroting 2026. Dit met als gevolg dat het aantal declarabele uren met 8% is afgenomen ten opzichte van de primaire begroting. De gehanteerde indexering in de tarieven leidt tot een voordelig prijsverschil van € 258.000. De afname van het aantal werkbare fte’s leidt tot een financieel nadeel van € 650.000. In de primaire begroting is rekening gehouden met een ziekteverzuim van 19%. In de bijgestelde begroting is het percentage ziekteverzuim 20%.
Overige bijdrage € 34.000 afname baten
De overige bijdrage betreft de van de gemeente Nijmegen overgenomen oud WIW-medewerkers. Ten opzichte van de primaire begroting 2026 nemen de overige bijdragen met € 34.000 af. Dit betreft een afspraak in afbouw. Er kunnen
Netto omzet € 392.000 afname baten
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
47
Overige bedrijfsopbrengsten € 96.000 toename baten
De overige bedrijfsopbrengsten betreft met name opbrengsten uit bijdragen van ondernemers in de vervoerkosten van SW-medewerkers. Ten opzichte van de primaire begroting 2026 nemen deze overige bedrijfsopbrengsten met € 96.000 toe. Dit komt omdat we betere afspraken in het kader van vervoervergoeding hebben kunnen maken.
Toelichting op de begroting 2027 ten opzichte van de bijgestelde begroting 2026 Gemeentelijke bijdragen (inclusief het taakveld overhead) 1,8 miljoen afname baten
In het kader van de begrotingsrechtmatigheid wordt een deel van de gemeentelijke bijdrage ad € 29,1 miljoen onder het taakveld WSW en beschut werk verantwoord en € 4,0 miljoen onder het taakveld overhead. In totaal bedraagt de gemeentelijke bijdrage daarmee € 33,1 miljoen. De gemeentelijke bijdrage daalt met € 1,8 miljoen ten opzichte van de bijgestelde begroting 2026. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door een daling van SE’s met 4% anderzijds heeft de daling een dempend effect door de indexering
van de lonen SW met gemiddeld 5,3%. Daarnaast wordt met ingang van 2026 het loonkostenvoordeel van toepassing binnen de SW. Voor 2027 betekent dit een te verwachten ontvangen bijdrage loonkostenvoordeel van € 1,0 miljoen. De kostprijs per SE in 2027 neemt met 3,5% toe ten opzichte van de bijgestelde begroting 2026. Een toename van € 40.694 per SE in de bijgestelde begroting 2026 naar € 42.126 in de begroting van 2027. De toename past binnen de BRN norm van 4,15%. De Rijksbijdrage 2027 voor de SW bedraagt op basis van de septembercirculaire 2025 € 33,9 miljoen. In de stand van september 2025 is nog niet meegenomen de indexering over 2026 en 2027. Deze wordt met de meicirculaire 2026 en 2027 bekend gemaakt. WerkBedrijf vraagt voor 2027 een SW bijdrage van € 33,1 miljoen. Dit houdt vooralsnog een overschot in van € 0,8 miljoen. Dit overschot zal met de meicirculaire 2026 en 2027 verder toenemen doordat op dat moment de indexering over 2026 respectievelijk 2027 ontvangen gaat worden. Op de vorige pagina het verwachte verloop van de Rijksbijdragen tot en met 2030.
Overige bijdrage € 7.000 hogere baten
Nijmegen overgenomen oud WIW-medewerkers. Ten opzichte van de bijgestelde begroting 2026 nemen de overige bijdragen met € 7.000 toe. Dit betreft een afspraak in afbouw. Er kunnen immers geen nieuwe deelnemers in de regeling instromen. In 2027 verwachten we geen uit stroom en zijn de kosten wel geïndexeerd.
Netto omzet € 215.000 lagere baten
In 2027 verwachten we € 215.000 lagere omzet. De tarieven zijn conform 2026 ook in 2027 geïndexeerd met 4,9%. De verwachting is dat het aantal werkbare fte’s afneemt met 70,2 fte’s ten opzichte van de primaire begroting 2027. De indexering leidt tot een financieel prijsvoordeel van € 357.000. De afname van het aantal werkbare fte’s leidt tot een financieel nadeel van € 572.000. Voor het overige zijn bij het bepalen van de omzet 2027 dezelfde uitgangspunten gehanteerd als voor 2026.
Overige bedrijfsopbrengsten € 0
De overige bedrijfsopbrengsten betreft met name opbrengsten uit bijdragen van ondernemers in de vervoerkosten van SW-medewerkers. Ten opzichte van de bijgestelde begroting 2026 verwachten we geen wijziging.
De overige bijdragen betreft de van de gemeente
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
48
5.3.2 Lasten onderdeel SW Tabel 12 Totale lasten WerkBedrijf onderdeel SW realisatie 2025 en begroting 2026 tot en met 2030 →
Toelichting op de bijstelling van de begroting 2026 ten opzichte van de primaire begroting We lichten hieronder de onderdelen toe die aan de batenkant niet zijn besproken.
Loonkostenvoordeel € 1,2 miljoen hogere baten
Met ingang van 2026 kunnen we voor SW-medewerkers die volledig gedetacheerd zijn gebruik maken van het fiscaal gunstige loonkostenvoordeel. Dit leidt tot € 1,2 miljoen aan extra baten, nagenoeg alle medewerkers in de sociale werkvoorziening zijn bij werkgevers geplaatst.
Overige kosten SW-medewerkers € 96.000 lagere lasten
De afname wordt deels veroorzaakt door de uitstroom van SW-medewerkers en efficiëntere werkafspraken. In het vervolg bespreken we de belangrijkste dalingen en stijgingen:
Werkbedrijf Rijk van Nijmegen Onderdeel SW Bedragen in 1.000
R 2025
B2026(P)
2026 Wijziging
B2027
B2028
B2029
B2030
Lasten Loonkostenvoordeel
0
0
-1.155
-1.001
-888
-772
Operationele lasten
98
61
61
64
64
64
64
Overige kosten SW medewerkers
2.109
2.132
2.036
1.985
1.937
1.882
1.814
Personele lasten
3.520
3.718
3.774
3.657
3.510
3.373
3.373
Productiekosten
767
852
639
740
755
778
802
Salariskosten SW medewerkers
37.123
33.392
33.128
31.047
28.379
25.186
22.009
Totaal Programmalasten WSW en beschut werk
43.616
40.156
38.484
36.492
33.757
30.511
27.407
WSW en beschut werk
Overhead
Totaal lasten
Overhead MGR
-655
4.058
3.990
3.948
3.948
3.872
3.799
3.799
47.675
44.146
42.432
40.440
37.629
34.310
31.205
• Betere afspraken met de arbodienstverlener leiden tot een daling van de kosten van de arbodienstverlening met € 120.000. Een deel van de taken van de arbodienstverlener hebben we zelf opgepakt waardoor we efficiënter zijn gaan werken. • We verwachten € 28.000 lagere lasten bij de uitbetaling van loonkostensubsidie ten behoeve van begeleid werken. Dit als gevolg van het besluit om bestaande loonkostensubsidies niet te indexeren. • De opleidingskosten nemen met € 48.000 af. In de primaire begroting is destijds een te groot bedrag aan opleidingskosten ingeschat.
• We verwachten bij het collectief vervoer een toename van € 35.000 als gevolg van het mogelijk meer inzetten van collectief vervoer bij één van onze opdrachtgevers. Deze toename wordt voor een belangrijk deel gecompenseerd door extra inkomsten van de opdrachtgevers. • We verwachten dat de reiskosten van de SW-medewerkers met € 31.000 toenemen doordat meer medewerkers een tegemoetkoming in de reiskosten krijgen dan waar rekening mee is gehouden in de primaire begroting.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
49
Productiekosten € 213.000 lagere lasten
Dit betreft met name de exploitatiekosten van de locatie Boekweitweg. Het kostenverloop daarvan is vrij autonoom en ook beperkt te beïnvloeden. Ondanks dat sprake is van een dalend aantal SW-medewerkers is tot op heden de bezetting van de Boekweitweg goed, omdat oudere medewerkers vanuit buiten terugkomen naar de locatie, omdat ze het buiten minder goed kunnen volhouden. Door hogere verhuuropbrengsten en lagere lasten binnen Vastgoed is de bijdrage van WSW en beschut werk naar beneden bijgesteld voor 2026.
Salariskosten SW-medewerkers € 264.000 lagere lasten
De salariskosten van de SW worden jaarlijks in de bijgestelde begroting herrekend op basis van de realisatie van het voorgaande jaar, de verwachte ontwikkeling van de salariskosten en de verwachte uitstroom van de verloonde formatie. De afname van de salariskosten valt als volgt te verklaren: • In de primaire begroting 2026 is uitgegaan van € 44.211 aan gemiddelde loonkosten per fte. Op basis van de bijgestelde begroting zijn de gemiddelde loonkosten 44.671 per fte. In de realisatie 2025 zijn de verloonde fte’s
harder gedaald dan oorspronkelijk begroot (begroot 825 – realisatie 815). Op basis hiervan is het gemiddelde verloonde fte’s in de bijgestelde begroting aangepast naar 721,6. Dit houdt in dat de loonkosten daarmee afnemen met € 1,2 miljoen. Het restant van de LPO 2025 ad 2,98% wordt vanaf januari 2026 verwerkt in de lonen. Daarnaast wordt per 1 juli 2026 een toename van 2,35% verwacht. In de primaire begroting is rekening gehouden met een toename van 2,0%. In de afname van de loonkosten is ook het onderhandelingsresultaat van de nieuw cao sociale werkvoorziening 2026-2028 meegenomen. Het onderhandelingsresultaat brengt € 240.000 aan extra kosten met zich mee. Dit als gevolg van aanpassing loonschalen per 1 mei 2026 en het niet meer kunnen verhalen van de WGA-premie op de werknemer. • Vanaf 1 juli 2026 worden de uitbetaalde transitievergoedingen niet meer vergoed door UWV. Op basis van SW-medewerkers die de termijn van 104 weken ziek zijn bereiken is in de loonkosten een bedrag van € 745.000 (uit te betalen transitievergoedingen) in de salariskosten opgenomen. • SW-medewerkers die een transitievergoeding ontvangen kennen een hoger verlof
urensaldo. Hiervoor is rekening gehouden met een bedrag aan uit te betalen verlofuren van € 149.000.
Toelichting op de begroting 2027 ten opzichte van de bijgestelde begroting 2026 WSW en beschut werk
Loonkostenvoordeel € 154.000 lagere baten
De daling van het loonkostenvoordeel wordt volledig veroorzaakt door de verwachte daling van het aantal medewerkers in de sociale werkvoorziening. We ontvangen een bijdrage per verloond uur. Omdat het aantal verloonde uren door de daling van het aantal SW-medewerkers afneemt, neemt tevens het loonkostenvoordeel af.
Personele lasten € 117.000 lagere lasten
We verwachten dat de personele lasten met € 117.000 gaan afnemen. De mutatie is het gevolg van een afname van het aantal SW-medewerkers en daarmee een daling van de ambtelijke formatie. Daarnaast nemen de cao lonen in 2027 toe met 1,6% als gevolg van lopende cao afspraken.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
50
Productiekosten € 101.000 hogere lasten
De productiekosten betreft met name de exploitatie van de Boekweitweg. Deze nemen met €101.000 toe als gevolg van hogere kapitaallasten. Vanwege de herinrichting van de Winkelsteeg zijn we genoodzaakt om de parkeervoorziening op de Boekweitweg aan te passen. Daarnaast staat op het onderhoudsprogramma vervanging van de cv-ketels en de screens. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met het duurzaamheidsaspect.
Overhead MGR € 37.000 hogere lasten
Aan overhead verwachten we in 2027 € 3,9 miljoen te gaan uitgeven. De overheadkosten bestaan voor € 1,9 miljoen uit operationele lasten. Deze lasten bestaan voornamelijk uit kosten van de gastheer en iRvN. De operationele lasten stijgen conform de BRN norm. Daarnaast bestaan de overheadkosten uit € 2,0 miljoen personele lasten.
Salariskosten SW-medewerkers € 2,1 miljoen lagere lasten
De salariskosten van de SW worden jaarlijks in de bijgestelde begroting herrekend op basis van de realisatie van het voorgaande jaar, de verwachte ontwikkeling van de salarislasten en de verwachte uitstroom van de verloonde formatie. Het restant van de LPO 2026 schatten wij in op 3,0% en wordt vanaf januari 2027 verwerkt in de lonen. Daarnaast verwachten we per 1 juli 2027 een toename van 2,4%. Hierdoor nemen de lonen ten opzichte van 2026 af met € 2,0 miljoen. Aan uit te betalen transitievergoedingen is de verwachting dat deze kosten met € 42.000 afnemen ten opzichte van 2026.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
51
5.4
Onderdeel Vastgoed
In deze paragraaf staan we in detail stil bij onze begroting voor het onderdeel Vastgoed. In tabel 13 is de meerjarenbegroting 2026 tot en met 2030 weergegeven. Tabel 13 Totale baten en lasten WerkBedrijf onderdeel Vastgoed 2025 (realisatie) en begroot 2026 t/m 2030 →
Werkbedrijf Rijk van Nijmegen Onderdeel Vastgoed
R 2025
Bedragen in 1.000
Baten onderdeel Vastgoed Overige bedrijfsopbrengsten €273.000 lagere baten
De overige bedrijfsopbrengsten bestaan uit de doorbelasting aan WSW en beschut werk voor het gebruik van het pand aan de Boekweitweg. Door hogere verhuuropbrengsten en lagere lasten binnen Vastgoed kan de bijdrage van WSW en beschut werk naar beneden worden bijgesteld.
2026 Wijziging
B2027
B2028
B2029
B2030
Baten WSW en beschut werk
Overige bedrijfsopbrengsten
767
912
639
740
755
778
802
Overhead
Gemeentelijke bijdragen
137
161
161
148
148
148
148
Overige bedrijfsopbrengsten
543
504
593
617
643
670
697
1.447
1.577
1.393
1.505
1.546
1.596
1.647
155
191
187
187
187
Totaal baten
Lasten WSW en beschut werk
Kapitaallasten
140
169
Operationele lasten
667
725
610
636
662
689
718
Overhead
Kapitaallasten
115
138
127
157
154
153
153
526
544
501
522
543
566
589
Totaal Programmalasten
1.447
1.577
1.393
1.505
1.546
1.596
1.647
Totaal lasten
1.447
1.577
1.393
1.505
1.546
1.596
1.647
Exploitatieresultaat voor toevoeging/ontrekking aan reserves
0
0
0
0
0
0
0
Toevoeging/ontrekking aan reserves
0
0
0
0
0
0
0
Exploitatieresultaat na toevoeging/ontrekking aan reserves
0
0
0
0
0
0
0
Operationele lasten
Toelichting op de begrotingsbijstelling 2026 ten opzichte van de primaire begroting 2026
B2026(P)
Overige bedrijfsopbrengsten € 89.000 hogere baten
De hogere baten worden verklaard door extra verhuuropbrengsten, voortkomend uit de komst van een nieuwe huurder (Driestroom) die per medio 2025 is ingestroomd.
Lasten onderdeel Vastgoed Kapitaallasten € 25.000 lagere lasten
De investeringsuitgaven in 2025 vallen lager uit, doordat investeringen zijn doorgeschoven naar 2026. Hierdoor zijn de afschrijvingslasten voor 2026 lager dan primair begroot. Dit bestaat uit €14.000 lagere lasten voor het taakveld WSW
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
52
en beschut werk en € 11.000 lagere lasten voor taakveld Overhead.
Operationele lasten € 159.000 lagere lasten
De lagere operationele lasten worden voornamelijk veroorzaakt door: • Lagere energiekosten, als gevolg van gunstigere energietarieven en een lager verbruik door energiebesparende maatregelen die zijn ingevoerd. • Lagere onderhoudskosten. Deze vallen lager uit doordat is gekozen voor volledige vervanging van de cv-ketels in plaats van regulier onderhoud. Dit leidt wel tot hogere investeringsuitgaven in 2026. De lagere lasten zijn onderverdeeld in € 115.000 lagere lasten voor taakveld WSW en beschut werk en € 44.000 lagere lasten binnen taakveld overhead.
Toelichting op de begroting 2027 ten opzichte van de bijgestelde begroting 2026 De baten en lasten voor de jaren 2027 tot en met 2030 zijn geïndexeerd conform de BRN-norm. Hierna worden de baten en lasten voor 2027 toegelicht.
Baten onderdeel Vastgoed
Lasten onderdeel Vastgoed
Overige bedrijfsopbrengsten € 101.000 toename baten
Kapitaallasten € 66.000 toename lasten
De overige bedrijfsopbrengsten bestaan uit de doorbelasting aan WSW en beschut werk voor het gebruik van het pand aan de Boekweitweg. Voor 2027 bedraagt deze doorbelasting € 740.000. De toename ten opzichte van 2026 is het gevolg van hogere lasten in 2027, waardoor de bijdrage eveneens hoger uitvalt.
Gemeentelijke bijdrage € 13.000 afname baten
De gemeentelijke bijdrage voor 2027 bedraagt € 148.000. Doordat het pand aan de Sint Teunismolenweg niet meer wordt onderhouden door de MGR kan de gemeentelijke bijdrage vanaf 2027 afnemen.
De kapitaallasten voor 2027 zijn begroot op € 348.000, waarvan € 191.000 voor WSW en beschut werk en € 157.000 voor overhead. De hogere kapitaallasten houden verband met de investeringen 2026 met een verwachte omvang van € 1,2 miljoen. De investeringen zijn nader toegelicht in bijlage 9 “staat van investeringen”.
Operationele lasten € 47.000 toename lasten
Voor de operationele lasten wordt in 2027 geen substantiële stijging verwacht ten opzichte van 2026. De lasten zijn daarom uitsluitend geïndexeerd conform de BRN-norm. De operationele lasten zijn voor 2027 begroot op € 1,2 miljoen. Onderverdeeld in € 636.000 voor WSW en beschut werk en € 522.000 voor Overhead.
Overige bedrijfsopbrengsten € 24.000 toename baten
De overige bedrijfsopbrengsten uit verhuur van het pand aan de Boekweitweg zijn voor 2027 geraamd op € 617.000.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
53
5.5 Onderdeel Arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen In de Kaderbrief is bij de uitgangspunten voor het financieel kader een vierde onderdeel bij de module WerkBedrijf opgenomen, namelijk de Arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen. De MGR treedt op als kassier voor de arbeidsmarktregiomiddelen. Om de transparantie te verbeteren nemen we vanaf 2026 dit separate onderdeel op. Voorheen rapporteerden we hierover in het onderdeel Werk (en bijlage) in zowel het beleidsmatige als financiële deel van de jaarstukken. Hierdoor was de kassierfunctie van de MGR ten behoeve van de Arbeidsmarktregio onvoldoende helder. Door het opnemen van een separaat onderdeel ontstaat in de jaarstukken ook een duidelijke scheidslijn tussen enerzijds de kassierfunctie en anderzijds de inhoudelijke betrokkenheid van WerkBedrijf als één van de partners in het samenwerkingsverband. Over de inhoudelijke betrokkenheid van WerkBedrijf rapporteren we in het deel Wat willen we bereiken? (zie paragraaf 2.4). In deze paragraaf 5.5 rapporteren we over de kassierfunctie ten behoeve van de arbeidsmarktregio. Dit kunnen we niet goed doen zonder eerst in te gaan op wat de arbeids-
marktregio is (5.5.1), het Regionaal Beraad (5.5.2) en het Werkcentrum (5.5.3). Vanaf 5.5.4 lichten we de baten en lasten ten behoeve van de arbeidsmarktregio toe.
5.5.1 Wat is de Arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen? In Nederland zijn 35 arbeidsmarktregio's. Rijk van Nijmegen is één van die 35 arbeidsmarktregio's. De regio-indeling van de arbeidsmarktregio's is juridisch vastgelegd in een combinatie van wet, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen (wet en besluit Structuur Uitvoeringsorganisaties Werk en Inkomen en besluit werkgebieden UWV). Binnen deze regio's werkten allereerst gemeenten en UWV samen aan dienstverlening voor werkgevers en werkzoekenden. Naar aanleiding van het sociaal akkoord van april 2013 hebben sociale partners en gemeenten afgesproken zogenaamde regionale werkbedrijven op te richten die aansloten bij de bestaande arbeidsmarktregio’s. Deze regionale werkbedrijven kunnen worden gezien als het bestuurlijk overleg tussen gemeenten, UWV en sociale partners. Het hoofddoel van de vorming van de 35 arbeidsmarktregio’s was het creëren van sluitende regionale infrastructuur om meer mensen (met een arbeidsbeperking)
duurzaam aan het werk te helpen. De aanleiding lag in de noodzaak voor een betere afstemming tussen verschillende uitvoeringsinstanties en de behoefte aan één gezamenlijk loket voor werkgevers. Het bestuurlijk overleg is in vele regio’s aangevuld met onder andere onderwijsinstellingen, ondernemersnetwerken en sociale werkvoorziening. In Rijk van Nijmegen is invulling gegeven aan het bestuurlijk overleg door de oprichting van de Stuurgroep Arbeidsmarkt Rijk van Nijmegen (SAR) in 2015, opgevolgd door de Regionale Tafel Arbeidsmarkt (RTA) in 2017. Per 1 juli 2025 is de RTA vervangen door het Regionaal Beraad. De oprichting van het Regionaal Beraad is één van de rijksmaatregelen om de arbeidsmarktinfrastructuur te hervormen. Deze landelijke hervorming is een traject om de dienstverlening aan werkzoekenden en werkgevers in Nederland te verbeteren en te vereenvoudigen. Het doel is om de versnippering tussen gemeenten, UWV en private partijen te beëindigen en te komen tot één herkenbaar en toegankelijk loket per regio. De hervorming rust op de volgende vier samenhangende maatregelen:
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
54
1. Eén regionaal loket: Het Werkcentrum
In elke arbeidsmarktregio's komt één fysieke en digitale locatie waar werkzoekenden en werkgevers met hun vragen over werk, ontwikkeling en personeelsvraag terecht kunnen. In paragraaf 5.5.3 wordt de ontwikkeling van het Werkcentrum in Rijk van Nijmegen beschreven.
2. Versterken van het 'Van-werk-naar-werk'stelsel Er wordt extra ingezet op preventie om te voorkomen dat mensen werkloos raken. Dit gebeurt door vroegtijdige ondersteuning bij baanverlies en het stimuleren van mobiliteit tussen sectoren. Deze maatregel wordt door de sociale partners uitgevoerd.
3. Meer centraal zetten van de mens
De dienstverlening moet ontschot worden, waarbij de individuele behoefte van de werkzoekende of werkgever leidend is in plaats van de regels van de specifieke instantie.
4. Publiek-private samenwerking: Landelijk Beraad en Regionale Beraden De samenwerking met private partijen (zoals sociale partners en opleiders) wordt geïntensiveerd om de expertise en het netwerk van de gehele arbeidsmarkt te benutten. Deze samen-
werking krijgt vorm in een Landelijk Beraad en in 35 Regionale Beraden. De werkwijze van het Regionaal Beraad in Rijk van Nijmegen wordt in 5.5.2 beschreven.
In het Regionaal Beraad bespreken de kernpartners uitdagingen en kansen op de arbeidsmarkt om die beter te laten werken voor mensen. De aangesloten kernpartners zijn:
De juridische basis voor deze hervorming wordt vastgelegd in een herziening van de Wet SUWI, met de beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2027.
• Sociale partners. Vanuit de werknemersorganisaties zijn dit de vakbonden FNV en CNV. Vanuit de werkgeversorganisaties is dit VNO-NCW Midden. • Onderwijsinstellingen. Dit zijn de Hogeschool Arnhem en Nijmegen en het ROC Nijmegen. • Centrumgemeente. In onze regio is dit de gemeente Nijmegen. • Publieke uitvoeringsorganisaties. In de regio zijn dit UWV rayon Arnhem-Nijmegen en WerkBedrijf Rijk van Nijmegen. Beide organisaties zijn actief in de arbeidsbemiddeling en - ontwikkeling van werkzoekenden op de arbeidsmarkt. • Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven (SBB). Deze publieke organisatie is verantwoordelijk voor het erkennen en begeleiden van leerbedrijven, het ontwikkelen van de kwalificatiestructuur mbo, het leveren van stage- en arbeidsmarktinformatie, en het maken van afspraken tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven over de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt.
5.5.2 Regionaal Beraad Arbeidsmarkt regio Rijk van Nijmegen Per 1 juli 2025 kent de arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen het Regionaal Beraad. Het Regionaal Beraad legt de koers van de arbeidsmarktregio vast. De samenwerking tussen partners in het sociale, economische en onderwijsdomein in de arbeidsmarktregio is een strategische netwerksamenwerking, gericht op het verbeteren van de arbeidsmarktdienstverlening en het goed functioneren van de regionale arbeidsmarkt. De partners in de samenwerking hebben ieder hun eigen (wettelijke) taken en verantwoordelijkheden in relatie tot de arbeidsmarktdienstverlening. De netwerksamenwerking treedt niet in de plaats van deze eigen taken en verantwoordelijkheden, maar is aanvullend en versterkend daarop.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
55
In onze regio werkten deze partners al samen binnen de Regionale Tafel Arbeidsmarkt (RTA). Gekozen is om met dezelfde partners door te gaan in het Regionaal Beraad. Gemeenten wor- den hierbij vertegenwoordigd door de centrumgemeente en WerkBedrijf Rijk van Nijmegen. De partners hebben per 1 juli 2025 een samenwerkingsconvenant afgesloten, waarvoor het landelijk opgestelde (voorbeeld)convenant uitgangspunt was. Onder andere het doel van de samenwerking tussen de arbeidsmarktpartners, de samenstelling van het Beraad en de rol, taak en verantwoordelijkheid van de partners staan in het samenwerkingsconvenant beschreven. De gezamenlijke partners zetten zich in voor het realiseren van de volgende doelstellingen: • Het verbeteren van de arbeidsmarktdienstverlening voor werkenden, werkzoekenden en werkgevers; • Het bieden van mogelijkheden aan de inwoners om zich te blijven ontwikkelen (leven lang ontwikkelen)/kansrijk op te leiden om de arbeidspositie te versterken; • Het bevorderen van een inclusieve arbeidsmarkt en inclusief werkgeverschap; • Het bevorderen van duurzaam aan het werk helpen van inwoners.
De taken van het Beraad staan in het convenant opgesomd, de belangrijkste zijn:
termijn (vijf jaar) en de concrete acties (twee jaar) vastgesteld.
• Meerjarenagenda vaststellen: De strategische koers voor de lange termijn bepalen in de beleidsagenda en de ambities van de regio concretiseren in de uitvoeringsagenda. • Begroting en middelen beheren: Zorgdragen voor de financiële onderbouwing van de regionale ambities door de (meerjaren)begroting vast te stellen en middelen te bundelen. • Publiek-private samenwerking bevorderen: Actief de verbinding zoeken met het bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en andere maatschappelijke partners om de slagkracht te vergroten. • Dienstverlening via het Werkcentrum ontsluiten: Zorgen dat de strategische visie wordt vertaald naar concrete, toegankelijke en effectieve dienstverlening voor alle inwoners en werkgevers.
Regionaal Beraad in de bredere context van de arbeidsmarktdienstverlening
Het indertijd door de RTA opgestelde meerjarenperspectief is, zolang het Regionaal Beraad geen nieuwe meerjarenagenda heeft opgesteld, leidend. De verwachting is dat het Regionaal Beraad in de tweede helft van het jaar 2026 de meerjarenagenda 2027-2031 opstelt. Hierin wordt de strategische koers voor de lange
De samenwerking in de arbeidsmarktregio is complex. Er zijn veel partijen betrokken bij de samenwerking. Ieder met zijn eigen cultuur, inrichting, aansturing en belangen. Buiten de arbeidsmarktregio is er nog een bredere context die van invloed is op wat het Regionaal Beraad doet en waarbij diverse partners betrokken zijn. Hieronder een opsomming. Sociale partners (werkgeversorganisaties en vakbonden) opereren binnen de sectorale arbeidsmarktinfrastructuur. Zij maken onder andere afspraken over opleidingseisen voor functies en beroepen, over scholingsmogelijkheden binnen de sector (veelal bekostigd via opleidings- en ontwikkelfondsen (O&O-fondsen)), over sociale plannen en cao's. Sociale partners reguleren binnen wettelijke kaders de afspraken over verschillende onderwerpen zelf, en zijn ook de uitvoerders en controleurs van de afgesproken regulering. Onderwijsinstellingen en SBB ontwikkelen gezamenlijk de kwalificatiestructuur. In deze
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
56
structuur worden kwalificatiedossiers samengesteld waaraan opleidingen moeten voldoen als ze opleiden richting een bepaalde beroepsgroep. Het experiment “Ruimte voor de regio” stelt mbo-scholen in staat om samen met arbeidsorganisaties nieuwe, op de regio afgestemde opleidingen te ontwikkelen. Hierdoor wordt de verbinding tussen onderwijs en de (regionale) arbeidsmarkt versterkt. De provincie Gelderland samen met de zes Gelderse arbeidsmarktregio’s heeft het Gelrepact opgezet, waarbij een financiële bijdrage wordt geleverd aan projecten op het gebied van een Leven Lang Ontwikkelen en de aanpak van tekorten in kraptesectoren. The Economic Board, de Groene Metropoolregio en de Provincie Gelderland hebben het personeelsvraagstuk omarmd en een Human Capital Agenda opgesteld. De Human Capital Agenda van de regio Arnhem-Nijmegen neemt een ‘vitale economie’ als uitgangspunt, waarin wordt gewerkt aan het aantrekken, activeren en behouden van talent. Dit raakt ook aan wat wij in de arbeidsmarktregio doen. Het oplossen van de krapte op de arbeidsmarkt is voor de arbeidsmarktregio geen doel op zich. De arbeidsmarktregio maakt gebruik van de kansen die de
krapte op de arbeidsmarkt biedt voor mensen met zwakkere arbeidsmarktpositie, zodat ook zij zoveel als mogelijk door middel van werk kunnen participeren in de maatschappij. Gemeenten, WerkBedrijf en UWV zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de publieke arbeidsmarktdienstverlening. Hierbij gaat het om het bemiddelen en re-integreren van uitkeringsgerechtigden richting werk, maar de publieke organisaties hebben een breder takenpakket. Gemeenten zijn onder andere vanuit Economische Zaken ook verantwoordelijk voor een goede infrastructuur waarin arbeidsorganisaties kunnen floreren en het afgeven van vergunningen. WerkBedrijf voert ook de arbeidsmatige dagbesteding uit, zodat mensen die (nog) niet kunnen participeren op de arbeidsmarkt ook ervaring opdoen met werk en (weer) in een werkritme komen. UWV heeft als landelijke uitvoeringsorganisatie een divers takenpakket: het fungeert onder andere als ‘poortwachter’ bij de Ziektewet, geeft tewerkstellingsvergunningen af voor werknemers buiten de Europese Unie en brengt arbeidsmarktinformatie in beeld. De landelijke hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur biedt de arbeidsmarktregio Rijk
van Nijmegen een unieke kans. Het jaar 2026 staat in het teken van: • De ontwikkeling van een meerjarenagenda die uitmondt in een uitvoeringsagenda waaraan de partners in de jaren daarna gaan werken. • De (verdere) invoering en ontwikkeling van het Werkcentrum in de regio. De officiële opening van het Werkcentrum is gepland in het eerste kwartaal van 2026 (paragraaf 5.5.3). • Het versterken van de Arbeidsmarktregio. De hervorming is een moment om niet alleen te voldoen aan nieuwe richtlijnen, maar om de gezamenlijke dienstverlening aan werkzoekenden, werkenden en werkgevers fundamenteel te verbeteren en te versterken. Deze nieuwe infrastructuur moet de partners in de regio in staat stellen om slagvaardiger en integraler te opereren. Het laatstgenoemde punt, versterken van de Arbeidsmarktregio, krijgt vorm in een ondersteuningsteam waar strategie, beleid en uitvoering in de regio samenkomen. Dit om de bekende kloof tussen strategische visie en realiteit in de uitvoeringspraktijk te overbruggen. De functies coördinator en adviseur bestonden al voor de regio, deze worden nu aangevuld met de functie projectleider. Dit team fungeert als
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
57
Aspect
Adviseur Arbeidsmarktregio
Projectleider Arbeidsmarktregio
Coördinator Werkcentrum
Niveau
Strategisch & bestuurlijk
Beleidsmatig & tactisch
Uitvoerend & tactisch
Focus
Lange termijn, visie, externe positionering (landelijk, regionaal)
Vertaling van strategie naar diensten
Dagelijkse coördinatie, signaleren van knelpunten in de praktijk
Primaire taak
Adviseren van het Regionaal Beraad en verbinden van alle stakeholders
Ontwikkelen, invoeren en bewaken van regionale acties, diensten en producten
Faciliteren van de samenwerking tussen gidsen en dedicated medewerkers
de 'ruggengraat' van de regio en zorgt voor een informatiestroom en afstemming met en ter ondersteuning van de partners, van de werkvloer tot de bestuurstafel. De coördinator van het Werkcentrum is per 1 januari 2026 ingevuld, de overige functies zullen in de loop van 2026 worden ingevuld.
SBB, UWV, WerkBedrijf en ROC Nijmegen. Het is de plek (fysiek, telefonisch en digitaal) voor iedereen (werkzoekend, werkend of werkgever) met vragen over werk, ontwikkelen of op zoek naar medewerkers. De werkwijze is gebaseerd op drie fundamentele uitgangspunten uit het convenant van het Regionaal Beraad:
Gezamenlijk vormt dit team de motor die besluiten van het Regionaal Beraad voorbereidt en vertaalt naar concrete actie, en de inzichten uit de praktijk terugkoppelt naar de bestuurstafel, waarmee de slagkracht van de regio wordt versterkt. De dagelijkse praktijk van het Werkcentrum vormt hierin de cruciale basis.
• De vraag van de inwoner en werkgever staat centraal, niet het aanbod van de kernpartners. • Het is een netwerksamenwerking die aanvullend is op de reguliere dienstverlening van de partners; ieders eigen verantwoordelijkheid blijft behouden. • Alle kernpartners helpen inwoner en werkgever om de juiste dienstverlener te vinden die het beste aansluit bij de vraag.
5.5.3 Het Werkcentrum: het uitvoerende hart Het Werkcentrum is de netwerkorganisatie die de publieke en private arbeidsmarktdienstverlening in de regio ontsluit. De uitvoerende partners in het Werkcentrum zijn CNV, FNV,
Het succes van het Werkcentrum hangt af van het samenspel tussen drie cruciale rollen die de dienstverlening aan inwoners en werkgevers vormgeven, namelijk de gidsen in de eerste lijn, de dedicated medewerkers in de tweede lijn en de coördinator.
De gidsen: het eerste aanspreekpunt
De gidsen vormen de onafhankelijke eerste lijn van het Werkcentrum. Zij zijn het eerste aanspreekpunt voor iedereen met een vraag. Hun kerntaken zijn het verhelderen van de vraag achter de vraag, het bieden van directe ondersteuning waar mogelijk, en het warm doorverwijzen naar de juiste specialistische dienstverlener binnen het netwerk. De (wettelijk verplichte) gidsfunctie wordt uitgevoerd door UWV en WerkBedrijf, als vertegenwoordiging van gemeenten. Werkzoekenden, werkenden en werkgevers kunnen zich rechtstreeks tot deze gidsen wenden. Ook kan deze gidsfunctie de 'gidsen op de arbeidsmarkt' van iedere partner ondersteunen en adviseren. Tenslotte blijft gelden dat een vraag van een inwoner of werkgever bij iedere partner kan binnenkomen, en iedere partner kan die vraag naar de passende arbeidsmarktdienstverleners leiden. Alle partners fungeren daarmee als 'gidsen op de arbeidsmarkt'.
De dedicated medewerkers: de brug naar reguliere dienstverlening
De dedicated medewerkers opereren in de cruciale tweede lijn. Zij zijn het aanspreekpunt binnen hun eigen partnerorganisatie (UWV, SBB, FNV, CNV, WerkBedrijf of ROC Nijmegen) en vor-
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
58
men de brug tussen de generalistische gidsen en de specialistische kennis en dienstverlening van hun organisatie. Zij zorgen ervoor dat een doorverwijzing effectief wordt opgepakt.
De coördinator: de verbindende schakel
De coördinator is de spil die zorgt voor de dagelijkse samenhang en afstemming tussen de gidsen en de dedicated medewerkers. De coördinator faciliteert het interprofessioneel (casus) overleg voor gidsen en dedicated medewerkers, stimuleert kennisdeling en signaleert structurele knelpunten of hiaten in de dienstverlening. Deze signalen zijn essentieel voor de continue verbetering van het gehele systeem.
5.5.4 Baten en lasten ten behoeve van de Arbeidsmarktregio De MGR treedt als kassier voor de Arbeidsmarktregio op voor de rijksmiddelen die de centrumgemeente ontvangt. De sociale partners, UWV en SBB ontvangen rechtstreeks van de rijksoverheid middelen om hun bijdrage in de arbeidsmarktregio te leveren. De centrum gemeente ontvangt twee decentralisatieuitkeringen ten behoeve van de arbeidsmarkt(regio):
Arbeidsmarktregio bedragen in 1.000
Balansstand 31-12-2025
B2026(P)
2026 Wijziging
B2027
B2028
B2029
B2030
Baten
0
0
827
1.117
1.129
1.033
862
impulsbudget 2025
1.007
0
157
0
0
0
0
RTA t/m 2024
1.254
0
0
0
0
0
0
Totaal
2.261
0
984
1.117
1.291
1.033
862
impulsbudget 2026 evj
1. DU impulsbudget arbeidsmarktregio 2. DU Versterking arbeidsmarktregio Ad 1. DU impulsbudget arbeidsmarkt De besteding het impulsbudget arbeidsmarktregio vindt plaats op advies van het Regionaal Beraad. Dit krijgt vorm in besluitvorming in het bestuurlijk overleg van het Regionaal Beraad en hun vaststelling van de meerjarenagenda 2027-2031. In de tabel zijn voor nu enkel de baten over de komende jaren opgenomen. De tot nu overgehevelde middelen staan vooralsnog op de balanspost bij de MGR. Zodra het Regionaal Beraad heeft geadviseerd over de besteding van deze middelen, verwerken we deze in de begroting. Het streven van de kassier is om dit in de tussenrapportage 2026 te kunnen verwerken.
Toelichting
Op de balans staan nog de resterende regiomiddelen (zoals perspectief op werk en dichterbij dan je denkt en de DU impulsbudget 2025). Deze bedragen per 31 december 2025 €2,2 miljoen. De bijdragen over 2026 tot en met 2030 zijn de bedragen die door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn gepubliceerd. De bijdrage in 2026 ad € 157.000 betreft de eenmalige verhoging van de DU, zoals in decembercirculaire gecommuniceerd. Voor alle bedragen 2026 tot en met 2030 geldt dat deze nog naar de MGR overgeheveld moeten worden. Ad 2. DU Versterking arbeidsmarktregio De besteding van de andere decentralisatieuitkering, namelijk het budget voor de verster-
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
59
Arbeidsmarktregio
king van de arbeidsmarktregio, vindt plaats via de MGR-begroting. Hiermee borgt de centrum gemeente de afstemming met de andere gemeenten in de regio ten aanzien van besluiten hierover en is de centrumgemeente transparant over de besteding en verantwoording.
Toelichting
Op de balans staan nog de resterende middelen voor de versterking van de arbeidsmarktregio. Deze bedragen per 31 december 2025 € 1,9 miljoen. De bijdragen over 2026 tot en met 2030 zijn de bedragen die door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn gepubliceerd. Hiervoor geldt dat deze nog naar de MGR overgeheveld moeten worden. Vanuit de balanspost wordt vooralsnog jaarlijks een bedrag ad €129.000 bij geraamd om de tot nu toe geraamde lasten te dekken. Op taakveld arbeidsparticipatie worden de personele lasten voor de gidsen en de programmalasten geboekt. De programmalasten bestaan uit een ontschot interventiebudget ten behoeve van de versteviging van de arbeidsmarktpositie van inwoners en voor werkgevers. Ook worden hieruit de professionaliseringskosten van gidsen, coördinator en dedicated medewerkers betaald. Vooralsnog worden deze lasten van-
R 2025
bedragen in 1.000
B2026(P)
2026 Wijziging
B2027
B2028
B2029
B2030
Baten Arbeidsparticipatie
versterking AMR 2026 evj
0
0
649
649
649
649
versterking AMR 2025
0
0
129
129
129
129
129
0
0
778
778
778
778
778
0
0
135
135
135
135
135
Totaal baten
649
Lasten Arbeidsparticipatie
Werkcentrum (gidsen)
0
0
150
150
150
150
150
Totaal Programmalasten
Programmalasten
0
0
285
285
285
285
285
Overhead
0
0
350
350
350
350
350
Ondersteuningsteam
0
0
143
143
143
143
143
Totaal overhead
Bedrijfsvoering
0
0
493
493
493
493
493
Totaal lasten
0
0
778
778
778
778
778
Exploitatieresultaat voor toevoeging/ontrekking aan reserves
0
0
0
0
0
0
0
Toevoeging/ontrekking aan reserves
0
0
0
0
0
0
0
Exploitatieresultaat na toevoeging/ontrekking aan reserves
0
0
0
0
0
0
0
uit de versterking van de arbeidsmarktregio betaald. Op het taakveld overhead worden de personele lasten van het ondersteuningsteam betaald. Het gaat om de adviseur en projectleider van de arbeidsmarktregio en de coördinator van het Werkcentrum. In de bedrijfsvoeringskosten zijn vooralsnog de huur van kantoorruimte, telefoon-
dienst, beheer van de website, communicatie, licenties en verantwoording opgenomen. Hierbij is ook een post onvoorzien geraamd om op actuele verzoeken te kunnen reageren.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
60
6 Baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen ICT Rijk van Nijmegen Bedragen in 1.000
Realisatie 2025
B2026(P)
2026 Wijziging
B2027
B2028
B2029
B2030
Baten
Overhead Arbeidsparticipatie Totaal baten
25.456
25.114
26.255
27.326
27.456
27.456
27.456
343
396
318
331
331
331
331
25.799
25.510
26.573
27.658
27.788
27.788
27.788
Lasten
Overhead
343
22.711
23.839
24.810
24.940
24.940
24.940
Arbeidsparticipatie
22.604
396
318
331
331
331
331
25.271
Totaal Programmalasten
22.947
23.107
24.157
25.141
25.271
25.271
Overhead MGR
2.435
2.403
2.416
2.516
2.517
2.517
2.517
Totaal lasten
25.382
25.510
26.573
27.658
27.788
27.788
27.788
417
0
417
0
0
0
0
0
0
417
0
0
0
0
417
0
0
0
0
0
0
Exploitatieresultaat voov toevoeging/ontrekking aan reserves Toevoeging/ontrekking aan reserves Exploitatieresultaat na toevoeging/ontrekking aan reserves
Tabel 14 totale baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen 2025 realisatie en begroting 2026 t/m 2030 ↑ In tabel 14 is de meerjarenbegroting 2026 tot en met 2030, inclusief de realisatie 2025 te zien. De baten bestaan uit de gemeentelijke bijdragen, de overige bijdragen (aandeel WerkBedrijf) en de overige bedrijfsopbrengsten (plusproducten).
Toelichting op hoofdlijnen van de begrotingsbijstelling 2026 en de primaire begroting 2027 In de bijgestelde begroting 2026 verwachten we in totaal € 26,6 miljoen nodig te hebben. Ten opzichte van de primaire begroting 2026 is dit een stijging van € 1,1 miljoen. Deze stijging heeft te maken met een verandering binnen de (gemeentelijke en overige) bijdragen en een
toename in de plusproducten binnen het onderdeel Automatisering. De bijdragen binnen het onderdeel Automatisering veranderen in verband met de telefooncentrales (GT-Connect 2 & Nemesys). Deze worden uit de bijdragen gehaald en worden vanaf 2026 apart gefactureerd (plusproduct). Daarnaast worden vanaf 2027 de bijdragen opgehoogd in verband met de back-up M365. Voor het
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
61
Deelnemersbijdrage (bedragen * € 1 miljoen) 29
jaar 2026 wordt de back-up M365 doorbelast als plusproduct. Ook stijgen de bijdragen en plusproduct-opbrengsten in verband met het MDM-beleid en de regionale cloudstrategie. De bijdrage binnen het onderdeel Applicatie beheer wordt verlaagd. Dit heeft te maken met de afname van twee formatieplaatsen en minder operationele lasten in verband met de overgang van het jeugdvolgsysteem terug naar gemeente Nijmegen. Ten slotte zijn de bijdragen vanaf 2027 geïndexeerd conform de BRN-norm van 4,15%. Een gedetailleerd overzicht van de ontwikkelingen in de bijdragen per jaar, per deelnemer en een overzicht van alle verwachte plusproducten in 2026 is terug te zien in bijlage 4. De verwachte opbrengsten in verband met de plusproducten binnen het onderdeel Automatisering nemen toe vanwege incidentele inzet MDT/M365, inschatting Topdesk-doorbelasting, de back-up M365 en de regionale cloudstrategie en MDM-beleid. Daarnaast zijn vanaf 2026 de telefooncentrales toegevoegd aan de plusproducten en zijn deze niet langer onderdeel van de bijdragen. De plusproducten worden één-op-één doorbelast aan de betreffende gemeenten en hebben geen effect op het uiteindelijke resultaat.
28 27
26,6
26 25 24
23,7
23 22 2026
2027
2028
2029
2030
Begroting incl. Plusproducten
Voor een totaaloverzicht van alle geraamde plusproducten voor het jaar 2026 wordt ver wezen naar bijlage 4. Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de financiële toelichting op het onderdeel Automatisering en de financiële toelichting op het onderdeel Applicatiebeheer in de paragrafen hieronder. Bovenstaande grafiek heeft betrekking op de totale deelnemersbijdrage over de komende jaren. De totale bijdragen bestaan uit een gedeelte gemeentelijke bijdragen en overige
Begroting excl. Plusproducten
bijdragen. De overige bijdragen hebben betrekking op de bijdragen vanuit WerkBedrijf. Figuur 15 deelnemersbijdragen inclusief en exclusief plusproducten ↑ Voor de vergelijkbaarheid is in de grafiek een tweetal lijnen opgenomen. Een lijn inclusief en een lijn exclusief plusproducten. In 2026 wordt € 2,9 miljoen aan totale doorbelastingen in verband met plusproducten verwacht. Voor een overzicht van alle verwachte plusproducten wordt nogmaals verwezen naar bijlage 4.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
62
IRvN- Personele lasten bedragen in 1.000
Realisatie 2025
B2026(P)
2026 Wijziging
B2027
B2028
B2029
B2030
Baten
Overhead Arbeidsparticipatie Totaal
10.958
13.874
14.080
14.029
14.029
14.029
14.029
309
344
318
331
331
331
331
11.267
14.217
14.398
14.360
14.360
14.360
14.360
Tabel 16 overzicht personele lasten ICT Rijk van Nijmegen 2025 t/m 2030 ↑
Personele lasten In tabel 16 zijn de totale verwachte personele lasten te zien. Dit betreft de salarislasten (volledige loonsom), inhuurkosten en de overige personele lasten. Ook de personele lasten in verband met overhead-functies zijn hierin meegenomen. De personele lasten zijn gebaseerd op de max-1 systematiek. Enkel de personele lasten in verband met personeel voor WerkBedrijf en de ODRN, binnen het onderdeel Applicatiebeheer zijn gebaseerd op de werkelijke loonkosten. Ook de personele lasten in verband met plusproducten zijn gebaseerd op de werkelijke loonkosten.
De personele lasten zullen in 2026 naar verwachting met 181.000 stijgen ten opzichte van de primaire begroting 2026. De verwachte stijging binnen de personele lasten heeft ten eerste te maken met een te hoge raming binnen de primaire begroting 2026, in verband met een destijdse (te hoge) inschatting van de cao-ontwikkelingen. Inmiddels weten wij waarmee de salarissen zullen stijgen in 2026 en kunnen de personele lasten nauwkeuriger ingeschat worden. Daarnaast dalen de personele lasten binnen het onderdeel Applicatiebeheer vanwege een aframing van twee formatieplaatsen. Binnen het onderdeel Automatisering zullen de personele lasten tegelijkertijd stijgen. Dit heeft onder anderen te maken met de toevoeging van extra inzet MDT/M365 (€ 290.000). Dit wordt gedekt uit de plusproduct-opbrengsten.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
63
ICT Rijk van Nijmegen onderdeel Automatisering
R 2025
Bedragen in 1.000
B2026(P)
2026 Wijziging
B2027
B2028
B2029
B2030
Baten Overhead
Gemeentelijke bijdrage
17.604
18.387
18.269
20.350
20.469
20.469
20.469
Overige bedrijfsopbrengsten
1.855
573
2.124
763
763
763
763
Overige bijdrage
Totaal baten
1.452
1.503
1.503
1.673
1.684
1.684
1.684
20.911
20.463
21.896
22.787
22.917
22.917
22.917
2.548
2.390
2.753
2.860
2.626
2.625
Lasten Overhead
Kapitaallasten Operationele lasten
7.839
7.886
8.935
9.660
9.683
9.917
9.918
Personele lasten
8.401
8.378
8.921
8.656
8.656
8.656
8.656
18.774
18.813
20.247
21.069
21.199
21.199
21.199
Totaal Programmalasten Overhead
2.533
Overhead MGR
Totaal lasten Exploitatieresultaat voo toevoeging/ontrekking aan reserves Toevoeging/ontrekking aan reserves Exploitatieresultaat na toevoeging aan reserves
6.1 Baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen onderdeel Automatisering Het onderdeel Automatisering valt volledig onder het taakveld Overhead. Er wordt gerapporteerd over de totale baten en lasten, waarbij de Overhead MGR apart is opgenomen, conform de richtlijnen van de BBV. In tabel 17 is de realisatie 2025 en de meerjarenbegroting tot en met 2030 van het onderdeel Automatisering te zien.
1.720
1.651
1.650
1.718
1.718
1.718
1.718
20.493
20.463
21.896
22.787
22.917
22.917
22.917
417
0
417
0
0
0
0
0
0
417
0
0
0
0
417
0
0
0
0
0
0
Tabel 17 totale baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen onderdeel Automatisering 2025 realisatie en begroting 2026 t/m 2030 ←
Toelichting begrotingswijzigingen 2026
Baten
Hieronder volgt een toelichting op de afwijkingen tussen de primaire begroting 2026 en de gewijzigde begroting 2026 (B2026(P) vs. 2026 Wijziging). De wijzigingen worden per taakveld toegelicht en zijn onderverdeeld in baten en lasten. Daarnaast worden de ontwikkelingen in de meerjarenbegroting 2027 – 2030 nader gespecificeerd.
De totale baten stijgen in 2026 met 1,4 miljoen ten opzichte van de primaire begroting 2026. Deze stijging heeft te maken met de volgende oorzaken:
Gemeentelijke bijdrage € 118.000 lagere bijdrage
Ten eerste worden de gemeentelijke bijdrage verlaagd met € 118.000. Dit betreft de telefooncentrales (GT-Connect 2 & Nemesys). Deze
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
64
worden vanaf 2026 apart gefactureerd in de vorm van een plusproduct (Overige bedrijfsopbrengsten) en zijn daarom terug te vinden in de plusproducten-tabel in bijlage 4. Een gedetailleerd overzicht van de ontwikkelingen binnen de bijdragen is ook terug te vinden in bijlage 4.
Lasten
Overige bedrijfsopbrengsten 1,6 miljoen hogere opbrengsten
Kapitaallasten € 158.000 lager lasten
De overige bedrijfsopbrengsten zullen naar verwachting met € 1,6 miljoen stijgen. Dit betreft uitsluitend plusproducten en de stijging heeft voornamelijk met de volgende (nieuwe) plusproducten te maken: € 290.000 incidentele inzet M365, € 151.000 back-up M365, € 170.000 inschatting doorbelasting Topdesk-producten, € 118.000 telefooncentrales (GT-Connect 2 & Nemesys), € 650.000 implementatie regionale cloudstrategie, € 270.000 implementatie en projectkosten MDM-beleid en € 30.000 voor de tenantsplitsing van WerkBedrijf. Daarnaast veranderen inschattingen van andere (al bestaande) plusproducten voor 2026. Voor een gedetailleerd overzicht van de verwachte plusproducten per deelnemer voor 2026, zie bijlage 4.
Overige bijdrage
De overige bijdragen veranderen niet ten opzichte van de primaire begroting 2026.
De totale lasten stijgen 2026 met € 1,4 miljoen ten opzichte van de primaire begroting 2026. De wijzigingen en ontwikkelingen worden hieronder per taakveld nader toegelicht.
De kapitaallasten zullen naar verwachting met € 158.000 afnemen. Deze daling heeft te maken met minder investeringen in het jaar 2025 dan begroot. Dit komt door een vertraging binnen de netwerk-investeringen. De investering in de netwerkapparatuur zal grotendeels 2026 plaatsvinden. Het overschot op de kapitaallasten wordt in 2026 gebruikt om tekorten elders op de begroting (operationeel) te kunnen dekken.
Operationele lasten € 1,1 miljoen hoger lasten
De verwachting is dat de operationele lasten in 2026 met € 1,1 miljoen zullen stijgen. Dit heeft gedeeltelijk te maken met een stijging binnen de plusproducten. Nieuwe operationele plusproducten zijn: € 151.000 back-up M365, € 170.000 inschatting Topdesk-producten, € 30.000 tenantsplitsing WerkBedrijf, een gedeelte in verband met de regionale cloudstrategie en hogere doorbelastingen licenties. Ook verwachten wij
prijsstijgingen en hogere lasten binnen de vaste kosten ICT-Beheer. Dit betreft grotendeels de licenties en onderhoudscontracten. Deze kunnen wij gedeeltelijk dekken door een incidenteel overschot op de kapitaallasten.
Personele lasten € 543.000 hogere lasten
De verwachte personele lasten stijgen in totaliteit met € 543.000. Ten eerste dalen de personele lasten vanwege het definitieve cao-besluit voor 2026 (35 euro nominaal vanaf 1 januari 2026 en vanaf 1 juli 2026 een stijging van 1,25%). In de primaire begroting is een te hoge inschatting van de personele lasten (loonsom) per fte gemaakt. De personele lasten zijn ingeschat volgens de max-1 systematiek en het inhuurbudget verandert niet. Buiten dat stijgen de personele lasten vanwege nieuwe (personele) plusproducten. Namelijk €290.000 voor incidentele inzet MDT / M365, € 250.000 implementatie regionale cloudstrategie en € 270.000 implementatie en projectkosten MDM-beleid.
Overhead MGR
De overhead MGR zal onder aan de streep nauwelijks veranderen ten opzichte van de primaire begroting 2026. Aan de ene kant verwachten wij ook hier lagere personele lasten van de overhead-functies. Aan de andere kant verwachten
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
65
wij hogere opleidings- en reiskosten. Wel moet hierbij vermeld worden dat de huidige inschatting van de gastheerschapskosten gebaseerd is op de afrekening van 2025. De totale gastheerschapskosten worden intern tussen het onderdeel Automatisering (57%) en het onderdeel Applicatiebeheer (43%) verdeeld.
Reserve € 417.000 hogere baten
Gedurende het jaar 2025 zijn diverse IP-adressen verkocht met een waarde van € 417.000. Wij hebben voor hetzelfde bedrag een reserve gevormd en zijn voornemens deze middelen, in afstemming met de gemeenten in te zetten voor de datamigratie van de gemeenten.
Toelichting op de begroting 2027 ten opzichte van de bijgestelde begroting 2026 Gemeentelijke- en overige bijdragen € 2,3 miljoen hogere bijdragen
De gemeentelijke- en overige bijdragen zijn voor 2027 geïndexeerd conform de BRN-norm (4,15%). Daarnaast wordt vanaf 2027 de bijdragen opgehoogd met de structurele toevoeging van de back-up M365 en een structurele toevoeging in verband met het MDM-beleid. De ontwikkeling van de bijdragen is terug te zien in bijlage 4.
Overige bedrijfsopbrengsten € 1,4 miljoen lagere opbrengsten
De overige bedrijfsopbrengsten zijn ook met 4,15 % geïndexeerd en zullen desondanks met € 1,4 miljoen dalen. De daling heeft te maken met het verdwijnen van een aantal plusproducten. € 30.000 Tenant-splitsing, € 290.000 incidentele inzet MDT / M365, € 151.000 back-up M365, € 650.000 implementatie regionale cloudstrategie en € 270.000 implementatie en projectkosten MDM-beleid.
Kapitaallasten € 363.000 hogere lasten
De kapitaallasten stijgen met € 363.000. Deze stijging komt voort uit de budgetoverheveling naar 2026, waardoor wij ervan uitgaan in 2026 in totaal € 2,8 miljoen te investeren. Dit heeft te maken met de vertraagde investeringen in de netwerkapparatuur. Voor de jaren na 2026 is met het standaard investeringsvolume van € 2,5 miljoen per jaar gerekend.
De operationele lasten zullen verder moeten dalen om de stijgende kapitaallasten op te kunnen vangen.
Personele lasten € 265.000 lagere lasten
De personele lasten zullen naar verwachting in 2027 met € 265.000 dalen. Deze daling heeft voornamelijk te maken met het verdwijnen van de plusproducten implementatie regionale cloudstrategie en de implementatie en projectkosten MDM-beleid.
Overhead MGR € 68.000 hogere lasten
De Overhead MGR is voor 2027 enkel geïndexeerd conform de BRN-norm. Het gevolg hiervan is een verwachte stijging van € 68.000.
Operationele lasten € 725.000 hogere lasten De operationele lasten zullen stijgen met € 725.000. Ten eerste verdwijnt een aantal plusproducten. Daarnaast zijn ook de operationele lasten geïndexeerd conform de BRN-norm (4,15%) en zullen deze verder stijgen in verband met structurele kosten MDM-beleid.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
66
ICT Rijk van Nijmegen onderdeel Applicatiebeheer
R 2025
Bedragen in 1.000
B2026(P)
2026 Wijziging
B2027
B2028
B2029
B2030
Baten Overhead
Gemeentelijke bijdrage Overige bedrijfsopbrengsten
Arbeidsparticipatie
Overige bijdrage
Totaal baten
3.609
3.842
3.589
3.738
3.738
3.738
3.738
936
809
769
801
801
801
801
343
396
318
331
331
331
331
4.889
5.047
4.676
4.870
4.870
4.870
4.870
Lasten Overhead
Arbeidsparticipatie
7
7
7
7
7
7
7
Operationele lasten
257
303
194
202
202
202
202 3.532
Kapitaallasten Personele lasten
3.566
3.588
3.391
3.532
3.532
3.532
Operationele lasten
38
52
0
0
0
0
0
Personele lasten
305
344
318
331
331
331
331
4.173
4.294
3.910
4.072
4.072
4.072
4.072
715
753
767
799
799
799
799
4.889
5.047
4.676
4.870
4.870
4.870
4.870
0
0
0
0
0
0
0
Totaal Programmalasten Overhead
Overhead MGR
Totaal lasten Exploitatieresultaat voor toevoeging/ontrekking aan reserves Toevoeging/ontrekking aan reserves
0
0
0
0
0
0
0
Exploitatieresultaat na toevoeging/ontrekking aan reserves
0
0
0
0
0
0
0
6.2 Baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen onderdeel Applicatiebeheer
In tabel 18 is de realisatie 2025 en de meer jarenbegroting tot en met 2030 te zien.
Het onderdeel Applicatiebeheer valt voor een gedeelte onder het taakveld Overhead en voor een gedeelte onder het taakveld Arbeidsparticipatie. Er wordt gerapporteerd over het totaal aan baten en lasten, waarbij Overhead MGR apart is opgenomen, conform de BBV-richtlijnen.
Toelichting begrotingswijzigingen 2026 Hieronder volgt een toelichting op de afwijkingen tussen de primaire begroting 2026 en de gewijzigde begroting 2026 (B2026(P) vs. 2026 Wijziging). De wijzigingen worden per taakveld toegelicht en zijn onderverdeeld in baten en
Tabel 18 totale baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen onderdeel Applicatiebeheer 2025 realisatie en begroting 2026 t/m 2030 ←
lasten. Daarnaast worden de ontwikkelingen in de meerjarenbegroting 2027 – 2030 nader gespecificeerd.
Baten De totale baten dalen 2026 met € 371.000 ten opzichte van de primaire begroting 2026. Deze daling heeft te maken met de volgende oorzaken:
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
67
Gemeentelijke bijdrage € 253.000 lagere baten
De gemeentelijke bijdrage daalt met € 253.000 waarvan € 195.000 te maken heeft met de afname van twee formatieplaatsen. Daarnaast vallen de kosten voor het jeugdvolgsysteem weg, omdat dit contract vanaf 2026 overgedragen is aan de gemeente Nijmegen. Ten slotte zijn de personele lasten voor het personeel van de ODRN € 21.000 lager. Een jaaroverzicht met de ontwikkelingen van de bijdragen is te zien in bijlage 4.
Overige bedrijfsopbrengsten € 40.000 lagere baten
De overige bedrijfsopbrengsten bestaan uitsluitend uit de plusproducten en deze dalen met € 40.000 vanwege een afname van het aantal plusproducten. Plusproducten worden één-opéén doorbelast en hebben geen effect op het uiteindelijke resultaat. Een overzicht van alle verwachte plusproducten per gemeente voor het jaar 2026 is terug te vinden in bijlage 4.
Overige bijdragen € 78.000 lagere baten
De overige bijdragen dalen met € 78.000. Dit betreft de bijdrage vanuit WerkBedrijf. De daling heeft voor € 26.000 te maken met een minder inzet van personeel en het beëindigen
van het additionele budget van € 52.000.
Lasten De totale lasten dalen 2026 met € 371.000 ten opzichte van de primaire begroting 2026. De wijzigingen en ontwikkelingen worden hieronder per taakveld nader toegelicht.
Operationele lasten (Overhead) € 109.000 lagere lasten
De operationele lasten nemen af met € 109.000. Dit betreft de kosten in verband met het jeugdvolgsysteem voor alle regiogemeenten. Deze taak is overgeheveld aan de gemeente Nijmegen. De operationele lasten binnen het onderdeel Applicatiebeheer bestaan vanaf 2026 enkel uit het additionele budget van de gemeente Nijmegen en een drietal plusproducten zijnde de scaninrichting, Siteimprove en Anonimiseringssoftware.
Personele lasten (Overhead) € 197.000 lagere lasten
op basis van de werkelijke loonkosten. Voor gemeente Nijmegen worden de personele lasten begroot middels de max-1 systematiek.
Operationele lasten (Arbeidsparticipatie) € 52.000 lagere lasten
Het taakveld Arbeidsparticipatie heeft enkel betrekking op werkBedrijf. De operationele lasten dalen met € 52.000. Dit betreft het beëindigen van het additionele budget van de werkBedrijf. De bijdrage vanuit WerkBedrijf daalt met hetzelfde bedrag.
Toelichting begroting 2027 ten opzichte van de bijgestelde begroting 2026 Voor het begrotingsjaar 2027 is de begroting van het onderdeel Applicatiebeheer geïndexeerd conform de BRN-norm van 4,15 %. De indexering leidt tot een toename van baten en lasten met €194.000. Verder zijn geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd met een wezenlijke impact op de personele en/of materiële lasten.
De actuele verwachting is een daling van € 197.000 binnen de personele lasten en deze heeft grotendeels te maken met de afname van twee formatieplaatsen. Voor ODRN en werkBedrijf worden de personele lasten begroot
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
68
Deel 3 Paragrafen Een begroting moet een aantal paragrafen bevatten die in de BBV voorgeschreven zijn. Dit noemen we de paragrafen. In dit deel van de begroting gaan we achtereenvolgens in op: 7 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 8 Financiering 9 Bedrijfsvoering 10 Onderhoud kapitaalgoederen 11 Verbonden partijen 12 Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo) 13 Duurzaamheid Tot slot formuleren we op het eind van dit deel het besluit van het algemeen bestuur.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
69
7 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de MGR Rijk van Nijmegen in staat is tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: a. de weerstandscapaciteit: dit zijn de middelen en de mogelijkheden waarover de MGR Rijk van Nijmegen beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken; b. alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De paragraaf over het weerstandsvermogen bevat minimaal: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico’s; c. het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s. Voor nadere informatie verwijzen we naar de notitie risico-inventarisatie van de MGR.
Weerstandscapaciteit De MGR kiest ervoor geen weerstandsvermogen aan te houden maar mogelijk een kosten egalisatiereserve per gemeente te vormen. Dit betekent dat de risico’s worden opgenomen in de begroting en jaarrekening van de deelnemende gemeenten.
Risico’s De inventarisatie van risico’s heeft tot doel om verantwoording af te leggen over en inzicht te geven in risico’s die voor de MGR Rijk van Nijmegen (zowel procesmatig als voor het bedrijf zelf) van belang zijn. Het is essentieel dat de risicoparagraaf voldoende vooruitkijkt naar toekomstige risico’s in beleid en uitvoering en de gevolgen daarvan voor de middelen. De risicoparagraaf geeft informatie over de houdbaarheid van de strategie voor de komende periode. In deze paragraaf benoemen we de grootste risico’s inzake: 1. wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s; 2. maatschappelijke risico’s; 3. middelen, organisatie, medewerkers en efficiency.