Bijlage III Jaarstukken 2022 ODRN
Tekst van het document
HR-Gesprekcyclus De huidige formele HR-gesprekcyclus past niet goed meer in deze tijd. Met een vertegenwoordiging van medewerkers en de OR hebben we een pilot opgestart waarbij het zogenaamde persoonlijke gesprek centraal staat. In 2023 wordt de pilot verbreedt en verder vervolgd.
Medezeggenschap Iedere zes weken is er een medezeggenschapsoverleg en ook buiten deze overleggen om is er regelmatig afstemming om de medezeggenschap goed vorm te geven en verder te ontwikkelen. In 2022 zijn er meerdere thema’s aan de orde geweest in de informele en formele overleggen tussen de OR en de Directeur, zoals: werving en selectie nieuwe directeur, nieuwe Arbo-beleid, het traineeproject, Pilot HR gesprekcyclus ed.
Focus op aantrekken en behoud personeel Met een ‘Aanvalsplan Aantrekken, Binden en Boeien van personeel’ hebben we 10 pijlers opgesteld die ons moeten helpen om op voldoende sterkte te blijven in onze personeelsbezetting. Belangrijke factoren zijn goede arbeidsvoorwaarden, hybride werken, ontwikkelmogelijkheden, focus op werkplezier en betrokkenheid bij de organisatie. Een aantal van deze onderwerpen is al goed uitgewerkt en geïmplementeerd. In 2023 pakken we een volgend aantal op.
“Het is ons gelukt met een beperkte capaciteit alle aanvragen te verwerken. Onze zorg is wel dat collega’s deze hoge werkdruk niet altijd aan blijven kunnen. Afgelopen jaar is er te weinig tijd geweest voor achterstallig werk, studie en ontwikkelingen. Dat moet aankomend jaar anders. We staan vaker stil bij wat er misgaat, maar we mogen niet vergeten dat het meeste zo goed gaat! Daar put ik veel energie uit.” Esther Janssen afdelingsmanager Vergunningverlening BRIKS
43
Onboarding Met onboarding geven we nieuwe collega’s een goede start. Om ervoor te zorgen dat zij zich snel thuis voelen bij de ODRN, gebruiken onze leidinggevenden de checklist ‘Nieuwe medewerker in Dienst’. aangeschaft. Nieuwe medewerkers krijgen via de onboardingtool ‘Happynizr’ periodiek een vragenlijst over hoe zij hun start ervaren. Een dashboard laat de antwoorden op medewerkersniveau en per afdeling zien. De ervaringen leren ons de onboarding verder te verfijnen. Traineeprogramma We hebben een traineeship voorbereid waarmee we jonge afstudeerders klaarstomen voor een baan binnen de ODRN. Zo willen we ook voor jongeren een aantrekkelijke werkgever zijn en hopen we bovendien iets te doen aan het tekort aan personeel. Bij de afdeling Milieu zijn vijf junioren gestart met een basisprogramma van een halfjaar. De trainees maken kennis met diverse aspecten van ons werk, zoals vergunningverlening, wet- en regelgeving, luchtemissies en geluid. Na een halfjaar is er ruimte voor specialisatie. Met dit traineeprogramma sluiten we aan op de wensen van jonge afstudeerders binnen het ruimtelijk domein. Zij geven aan het liefst te werken binnen een jong team en graag van elkaar te leren. Ook vinden zij opleidingsmogelijkheden belangrijk. Met een opleidingsprogramma, coaching en intervisie zorgen we ervoor dat onze starters snel mee kunnen draaien op de werkvloer.
Het Hybride Werken Om de toekomstige manier van werken optimaal te ondersteunen, hebben we de kantooromgeving aangepast. We hebben een visie ontwikkeld op het Nieuwe Werken en samen met de Ondernemingsraad hebben we principes en kaders geformuleerd waarbinnen we het plaats- en tijdonafhankelijk werken verder vorm gaan geven. Er zijn gezamenlijke afspraken gemaakt hoe we het hybride werken in de praktijk verder vorm geven. Wanneer zijn we op locatie om elkaar te ontmoeten, samen te werken en te overleggen, hoe zorgen we ervoor dat collega’s weten hoe en wanneer we bereikbaar zijn en wanneer werken we thuis. Om de thuiswerkplek goed en arbo-proof in te richten hebben medewerkers de mogelijkheid om extra faciliteiten op ICT en facilitair gebied te bestellen. Vitaliteitsbeleid We willen als goede werkgever bijdragen aan gezonde en vitale medewerkers. En daarmee investeren in de ontwikkeling en het werkgeluk van medewerkers. Het resultaat daarvan moet zijn dat we een aantrekkelijke werkgever zijn, dat we minder verzuim kennen en medewerkers zich verbonden voelen met onze organisatie. Het MT heeft ja gezegd en de ODRN Vitaliteitsaanpak 2022 vastgesteld. In juni vond de feestelijke kickoff plaats. De aanpak bestaat uit een reeks van activiteiten die in de loop van 2022 plaats hebben gevonden. Thema’s variëren van gezond eten, meer bewegen tot een betere balans tussen werk en privé.
Op basis van de ervaringen van de komende tijd gaan we in 2023 aan de slag met het ontwikkelen van een duurzaam vitaliteitsbeleid.
44
Ziekteverzuim Ziekteverzuim heeft onze continue aandacht. We blijven sturen op een zo laag mogelijk verzuim. Zeker nu uit de cijfers over de laatste twee jaar weer een lichte stijging zichtbaar is. In onze uurtarieven 2022 houden we rekening met een norm van 5% voor ziekteverzuim. Het werkelijke verzuim in 2022 was 6,48%. Daarmee komen we boven de norm uit en is ook een lichte stijging te zien ten opzichte van 2021, toen het ziekteverzuim gemiddeld 6,10 % was. Uitgesplitst naar verzuimduur ziet het ziekteverzuim er over 2022 in vergelijking met 2021 als volgt uit: Verzuimduur
2022
2021
Kort (t/m 7 dagen)
1,03 %
0,40 %
Middel (8 t/m 42 dagen)
1,57 %
1,80 %
Lang (43 t/m 365 dagen)
2,82 %
3,30 %
Bijzonder lang (366 t/m 730 dagen)
0,53 %
0,30 %
Verzuim > 2 jaar
0,52 %
0,30 %
Totaal
6,48 %
6,10 %
De meldingsfrequentie blijft relatief laag. Dat wijst erop dat er geen echte verzuimcultuur bestaat binnen de ODRN. Het kort verzuim is ten opzichte van 2021 gestegen. Kort verzuim wordt gezien als een voorbode voor langverzuim en is vaak gerelateerd aan stress op werk. Het meeste verzuim is niet werk gerelateerd. Het verzuim is vaak (middel)lang. Dit kan duiden op een hoge ervaren drempel bij de terugkeer naar werk. Daaraan geven we extra aandacht. We houden daarom regelmatig contact en bieden zoveel mogelijk extra ondersteuning.
Productiviteit De productiviteit in 2022 was voor ons eigen personeel 71,3% (norm 72%) en voor inhuur 98,4% (95%). De productiviteit van ons eigen personeel is lager dan de norm. Dat komt door het hoge ziekteverzuim.
Personele bezetting Op 31 december 2022 was onze personele bezetting 219,1 fte (eigen 171,4 fte en inhuur 47,8 fte). De bezetting is ten opzichte van de stand ultimo 2021 van 214,7 fte (eigen 168,7 fte en inhuur 46,0 fte) met 4,6 fte toegenomen. Nieuwe directeur In 2022 hebben heeft het directeurschap van de ODRN een bijzondere plaats gehad. Het contract met Marieke Prins liep af op 1 mei 2022. In Hans van der Noord is per 1 april 2022 een vervanger gevonden via een wervingsbureau. Helaas heeft hij kort daarop onze organisatie weer verlaten om een functie als wethouder in te vullen. Er is een nieuwe
45
procedure gestart en daaruit is Steve Kuils naar voren gekomen. Steve is op 1 november 2022 als directeur van de ODRN begonnen. In de tussenliggende periode heeft Robert Kraan waargenomen als directeur. Kwartiermaker milieu Afgelopen jaren is onze milieutak sterk gegroeid en we verwachten dat deze verder zal groeien. Met de komst van de Omgevingswet en met de opvolging van de aanbevelingen van de commissie VTH neemt ook de complexiteit toe. Dat brengt de vraag met zich mee hoe we de inrichting en sturing van onze organisatie op deze ontwikkelingen kunnen aanpassen. Om deze vraag te beantwoorden hebben we een kwartiermaker milieu aangetrokken.
Eedaflegging en integriteit Nieuwe medewerkers in 2022 hebben in de raadzaal van Nijmegen gezamenlijk de ambtseed of belofte afgelegd. Na de eed volgt ritueel een bespreking over integriteit in navolging van het citaat van Ien Dales’ “Een beetje integer bestaat niet”. Aan de hand van voorbeelden wordt met elkaar besproken over dilemma’s en integriteitskwesties.
46
10. Bedrijfsvoering en verplichte paragrafen
47
Focus op ontwikkeling Ontwikkelagenda In 2020 zijn we gestart met een doorontwikkeling van de organisatie na een analyse door adviesbureau Seinstra & Partners. Dat is benoemd in een ontwikkelagenda tot 2022. Ons Algemeen Bestuur heeft in de vergadering van maart 2022 besloten om de ontwikkelagenda formeel af te ronden. In deze vergadering hebben we verantwoording afgelegd over de resultaten tot en met 2021. Een aantal onderdelen liep in 2022 nog door. Belangrijk onderdeel van de agenda was het klaarstomen van onze organisatie voor de Omgevingswet. Dit kost door het uitstel van de invoeringsdatum meer geld dan voorzien. Ons Algemeen Bestuur besloot daarom in juli 2022 over een bestemmingsreserve ‘Invoeringskosten Omgevingswet’ van € 3,4 ton. Omdat we dit budget in 2023 nodig hebben, heeft ons Algemeen Bestuur in december 2022 besloten deze reserve in 2023 vrij te laten vallen.
Dienstverleningsovereenkomsten In nauw overleg met onze deelnemers zijn we gestart met de uniformering van de specificaties die onderdeel uitmaken van de dienstverleningsovereenkomsten. Dit ronden we in 2023 af.
Begroting en werkplannen 2023 en jaarstukken 2021 Het Algemeen Bestuur heeft op de vergadering van 13 juli 2022 de jaarstukken 2021 en de begroting 2023 vastgesteld. Deze stukken hebben we naar het Ministerie van BZK gestuurd. Zij hebben ons laten weten dat wij onder het repressieve toezicht blijven vallen. Dat houdt in dat wij de uitgaven mogen doen zoals in de begroting opgenomen en niet vooraf toestemming hoeven te vragen.
Werkplannen 2023 We hebben in 2022 werkafspraken voor 2023 met onze opdrachtgevers gemaakt. Dat was geen makkelijke opgave. De effecten van de Omgevingswet en de wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zijn nog moeilijk te voorspellen. De werkplannen zijn voor het eerst opgesteld op basis van de vereenvoudigde bedrijfsvoering met minder producten en uniforme uurtarieven. Deze plannen leveren input voor de begroting van ons en die van onze opdrachtgevers. In 2023 leggen we ons Algemeen Bestuur een actualisatie van de begroting 2023 voor.
Kadernota ‘Actualisatie begroting 2023 en begroting 2024’ In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 13 oktober 2022 is de Kadernota ‘Actualisatie begroting 2023 en begroting 2024’ vastgesteld. We hebben deze nota voor zienswijzen aan onze deelnemers verzonden. Digitale raadsbijeenkomst hebben we de kadernota toegelicht en vragen van raadsleden beantwoord.
48
Bestuurs- en klantrapportages In de bestuurs- en klantrapportages (van 1 april en 1 augustus 2022) hebben we ons bestuur en onze opdrachtgevers geïnformeerd over de tussentijdse cijfers en ontwikkelingen in 2022. In de rapportage van 1 augustus 2022 prognosticeerden we een tekort van € 4 ton. Beide bestuursrapportages zijn met de bestuursleden gedeeld zodat zij daarmee de colleges, raden en staten kunnen informeren. Informeel stemmen we veel vaker voortgang en resultaten van ons werk af. Zo overleggen onze accountmanagers regelmatig met ambtelijk opdrachtgevers van onze deelnemers.
Communicatie De nasleep van de gebeurtenissen in 2021 was in 2022 nog duidelijk voelbaar. Duidelijk is dat ons werk niet onbelangrijk wordt gevonden. Dat grijpen we dan ook aan in onze communicatie. Niet om een mooier beeld te scheppen, daar heeft niemand iets aan, maar te laten zien wat we dagelijks doen. Als organisatie moeten we meer laten zien van ons werk, de dilemma’s, de kaders en verwachtingen. In ons regelmatig contact met bewoners in het wijkoverleg blijkt ook dat deze zichtbaarheid werkt in het onderlinge vertrouwen. Vast staat dat we kwaliteit willen leveren en dat we ons betrokken voelen bij onze opdracht. Werken aan zichtbaarheid en transparantie In 2022 hebben we 2 keer de deur opengezet voor raadsleden en statenleden uit onze regio om persoonlijk kennis te kunnen maken met onze medewerkers en hun werk. In totaal zo’n 35 raadsleden hebben ons bezocht. Veel raadsleden hebben zeer positief gereageerd op deze mogelijkheid elkaar beter te leren kennen. Er zijn veel vragen gesteld aan onze medewerkers en ook voor onze organisatie was het een prettige ervaring. De open dagen worden daarom nu jaarlijks op de kalender gezet voor alle raadsleden in de regio. Vanaf begin 2022 hebben we gewerkt aan het ontwikkelen van een aantal boegbeelden van onze organisatie. Een aantal medewerkers en hun werk worden uitgelicht om onze expertises zichtbaar te maken.
Zo creëren we aandacht voor onze expertises, zoals legionella, onze bijdrage aan de circulaire economie en een thema als water. Naast de samenwerking met de Gelderse Omgevingsdiensten hebben we zelf ook veel aandacht besteedt aan onze vacatures, de teksten en plaatsing in social media. We hebben het jaar 2022 aangegrepen om onze social media weer nieuw leven in te blazen. Om nieuwe medewerkers te vinden maar ook onze verhalen te vertellen. Er is daarvoor een contentkalender ontwikkeld die in 2023 verder verfijnd en aangevuld wordt. In tegenstelling tot 2021 bracht 2022 minder persvragen met zich mee. Er is meer aandacht geweest voor kleinere regionale zaken, vooral gericht op bouwen. Daarnaast is er meer tijd besteed aan het voorkomen van persaandacht door een goede voorbereiding van enkele dossiers. Er is meer dan voorheen proactief gepubliceerd met aandacht voor
49
het beantwoorden van vragen vooraf (QenA’s). De website wordt in 2023 verder uitgebreid om dit beleid voort te zetten. Brieven Al enige tijd werken we toe naar het naar buiten brengen van onze nieuwe beter leesbare brieven. De implementatie van de nieuwe brieven in de ICT-systemen blijkt daarbij verloopt niet optimaal zodat de invoering van nieuwe brieven vaker is uitgesteld. Eind 2022 is een eerste deel van de brieven die horen bij vergunningverlening gelanceerd, we hopen in 2023 het overige deel te kunnen gebruiken. Een Klinkende Taal Tool in de tekstverwerking helpt medewerkers direct in hun taalgebruik in brieven. In 2021 sloten we een Direct Duidelijk Deal. Dat gaf ons in 2022 de gelegenheid gebruik te maken van “Cafe Bep” tijdens de Libelle Zomerweek om onze brieven te testen en verschillende mensen te vragen naar onze leesbaarheid. De reacties op onze nieuwe brieven waren zeer positief. Café Bep introduceren we ook op de open dagen voor raadsen statenleden zodat we blijven monitoren op de leesbaarheid van onze brieven. Formatie communicatie Er is afgelopen jaren veel sprake geweest van wisselingen en inhuur van personeel om de continuïteit op peil te houden. Eind 2022 is de formatie van inhuur naar een vaste formatie omgezet zodat vanaf 2023 een structureel team staat.
Openbaar maken en publiceren Wet elektronische publicaties (Wep) De Wep is uitgesteld tot 1 januari 2023. Dit heeft ons de ruimte gegeven om het digitaal ter inzage leggen van voorgenomen besluiten verder te automatiseren. Wet open overheid (Woo) Er worden onverminderd stukken opgevraagd op basis van de Woo. Om dat aantal te verminderen en omwille van de toegankelijkheid willen we vanuit de ODRN meer en gericht stukken actief openbaar maken. We zijn hierover in gesprek met onze opdrachtgevers. Onze verslaggevingsrichtlijnen schrijven voor dat we jaarlijks in de begroting aandacht moeten besteden aan beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo en in de jaarlijkse verantwoording verslag moet doen van de uitvoering van de Woo in relatie tot die beleidsvoornemens. We kunnen hier nog niet aan voldoen. Er is namelijk nog geen inschatting te geven over kwaliteit en aantal documenten. Dat komt omdat onze opdrachtgevers nog geen keuzes gemaakt hebben over wat we openbaar gaan maken. We weten ook nog niet wanneer we beginnen met openbaar maken. PLOOI, het platform waarop wij de documenten moeten plaatsen die onder de actieve openbaarmaking vallen, is nog niet beschikbaar. We maken in 2023 een keuze: wachten op de ontwikkelingen rondom PLOOI of openbaar maken op een eigen platform. Hieraan zijn extra kosten verbonden.
En we lopen het risico dat we later alsnog moeten omzetten naar PlOOI.
50
Anonimiseren We zien dat burgers en pers de weg naar het archief goed weten te vinden. Ook voor architecten en bedrijven die stukken opvragen moeten deze geanonimiseerd worden. Dat is erg tijdrovend. Vanaf 2023 gaan we daarom leveranciers van rapporten en bijlagen bij aanvragen vragen om ook geanonimiseerde stukken aan te leveren waar dat mogelijk is.
Processen en informatievoorziening In 2022 hebben we op ICT-gebied verder gewerkt aan een efficiënte inzet van middelen en een goede bestuurbaarheid van de organisatie. We sturen aan op een procesgerichte inrichting van de werkzaamheden. Bij Informatievoorziening gaan we over het reguliere beheer van de workflows en hebben we doorontwikkeld op de volgende punten:
Implementatie en inbouwen nieuwe, op Omgevingswet aangepaste, werkprocessen in het WRS zaaksysteem.
Nieuwe processen voor de Bestuurlijke Boete
Aanpassen Wob-proces naar Woo
Koppeling tussen ons zaaksysteem WRS en het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
Proces-analist We hebben het team versterkt met een proces-analist om de informatievoorziening sneller te verbeteren en uit te bouwen. Dit is onder andere belangrijk vanwege de invoering van de Omgevingswet. I-GO Binnen I-GO is er in 2022 nog geen vernieuwd programmaplan opgesteld. Wel is gekeken naar een efficiënte en effectieve uitvoering van het programma voor data gestuurd werken. Besloten is om dit in 2023 als stelsel verder op te pakken in relatie tot het Interbestuurlijk programma (IBP). Informatieveiligheid We hebben het informatieveiligheidsbeleid vastgesteld. Uit een inventarisatie is gebleken dat we met de implementatie van de Baseline Informatieveiligheid Overheden (BIO) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) maatregelen in control zijn. Om dit te blijven monitoren hebben we een applicatie aangeschaft, Cybermanager. Daarnaast zijn wij voor onze informatieveiligheid voor een groot deel afhankelijk van IRvN. Zij hebben op basis van een analyse voorstellen gedaan om de regionale informatieveiligheid aanzienlijk te verbeteren. Project digitaal verzenden We gaan vergunningen en bijbehorende stukken niet meer fysiek, maar digitaal versturen. In 2022 hebben we een besparing ingeboekt op de reprokosten vanwege de overgang naar het digitaal verzenden van onze besluiten met bijlagen.
Vanwege onderbezetting bij IRvN (ESB) is dit project tijdig afgerond waardoor de besparing niet is
51
gerealiseerd. Het ziet er naar uit dat we onze stukken wel vanaf het eerste kwartaal in 2023 digitaal kunnen versturen. Vervangen bedrijfsapplicaties Ons onderzoek naar een nieuw zaaksysteem is nagenoeg afgerond. In het voorjaar 2023 neemt het MT hierover een besluit. Gezien de noodzakelijke vervanging van andere applicaties zoals ons financiële systeem, wordt ook een integrale afweging gemaakt over het tijdspad van de vervanging van ons zaaksysteem. Inmiddels heeft het bestuur van de ODRN besloten om eigen softwarepakketten voor onze bedrijfsvoering (financieel, tijdschrijven en HRM) aan te schaffen en niet mee te gaan met het vervangingstraject van de gemeente Nijmegen (gastheerschap. Inmiddels zijn wij gestart met het traject van een Europese aanbesteding. Dashboard Ons dashboard, dat we met behulp van Power BI weergeven, is in het eerste kwartaal van 2022 live gegaan. In het dashboard kunnen afdelingsmanagers en coördinatoren algemene overzichten van heel ODRN en gedetailleerde overzichten van hun eigen afdeling vinden. We delen informatie over productiviteit, formatie en bezetting, productiecijfers en werkvoorraden en voegen steeds nieuwe informatie aan het dashboard toe. Dit stelt ons in staat om beter te sturen. Manual master We hebben Manual Master aangeschaft en inmiddels volledig geïmplementeerd.
In Manual Master staan rond de 750 procesbeschrijvingen, werkinstructies, werkafspraken en hulpdocumenten. In 2023 starten wij reviewcycli om te zorgen dat de documenten actueel en volledig zijn en blijven. Centrale planningstool We zijn met onze coördinatoren in gesprek over een centrale planningstool. Deze voeren we vanaf 2023 in. Met deze tool gaan we de inzet van ons primaire personeel over de afdelingen verdelen en plannen. We gebruiken hiervoor de afspraken in de werkplannen als uitgangspunt.
52
Verplichte paragrafen Algemeen Het jaarverslag van de ODRN moet minimaal de volgende paragrafen bevatten:1
Financiering
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Bedrijfsvoering
Openbaarheidsparagraaf in het kader van de Wet open overheid
Het verslag over bedrijfsvoering en Wet open overheid is in voorgaande paragraaf al gedaan. De overige paragrafen zijn hieronder terug te vinden.
Financiering Deze paragraaf bevat de beleidsvoornemens over het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. De uitgangspunten zijn nader uiteengezet in het Treasurystatuut Omgevingsdienst Regio Nijmegen 2021. Dit statuut bepaalt dat elk jaar verslag wordt gedaan van de ontwikkelingen gedurende het jaar. We geven enkele aandachtspunten weer: Ons beleid is om geen eigen financieringsportefeuille te hebben. De gelden die we niet nodig hebben voor onze exploitatie staan op de rekeningcourantrekening bij de Bank van Nederlandse Gemeenten (BNG) en het Rijk (schatkistbankieren). We financieren onze activiteiten met eigen middelen. We hebben geen vreemd geld aangetrokken en de kasgeldlimiet is in 2022 niet overschreden. De rente-risiconorm is vanwege het ontbreken van leningen niet van toepassing. In de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing nemen we alle risico’s op en lichten deze toe. Volgens de BBV-voorschriften mag alleen met werkelijke rente worden gerekend. Het rentepercentage in de jaarrekening bedraagt 0%. Voor het bepalen van ons uurtarief hanteren we een extracomptabele kostentoerekening.
Hierbij betrekken we naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, ook reserves en voorzieningen voor de financiering van de activa die in gebruik zijn. Het renteresultaat over 2022 bedraagt € 0.
1. Dit is conform artikel 9 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Het BBV schrijft ook de paragrafen lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en grondbeleid voor. Deze zijn niet van toepassing voor de ODRN.
53
Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf bespreken we de volgende onderwerpen:
de weerstandscapaciteit
een inventarisatie van de risico’s
het beleid voor de weerstandscapaciteit en de risico’s
Weerstandscapaciteit Met weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen en de mogelijkheden waarover we beschikken of kunnen beschikken om niet-begrote kosten te dekken. Een batig saldo kunnen we toevoegen aan onze reserves tot een maximum dat nodig is conform het door het algemeen bestuur bepaalde weerstandsvermogen. Dit maximum is met AB-besluit van 30 september 2021 vastgesteld op 5% van onze begrote baten. Voor 2022 gaat het om € 1.182.724 (€ 23.654.483* 5%). Onze risico’s dekken we in beginsel af met ons weerstandscapaciteit. Risico’s die deze capaciteit overschrijden dienen met weerstandscapaciteit van deelnemers afgedekt te worden. Inventarisatie van risico’s In Bijlage 5 Risicobeheersing vindt u een tabel met een risico-inventarisatie. Hierin geven we een overzicht van onze risico’s, met vermelding of het risico financieel [1] of nietfinancieel [2] is. Vervolgens geven we aan wat de gevolgen zijn als het risico zich voordoet en gaan we in op de te nemen beheersmaatregel. Het totaal van de risico’s becijferen we op 2022 € 2.860.000 (2021: € 1.222.500). We hebben de inventarisatie geactualiseerd. Daarvan ziet u in volgende tabel een samenvatting: Risico Inflatie
2022
2021
1.575.000
250.000
Achterblijvende omzet
526.500
100.000
Begrotingsrisico WEP Uitval automatisering Ziekteverzuim
10.000 37.500 37.500 75.000
10.000 37.500 37.500 75.000
Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelatie
25.000
25.000
Krapte op de arbeidsmarkt
175.000
100.000
250.000 100.000 vervalt vervalt 2.811.500
250.000 250.000 62.500 25.000 1.222.500
Privatisering van bouwregelgeving (WKB) Omgevingswet Complexiteit van de stelseltaken COVID-19 Totaal
Het totale risicobedrag is fors verhoogd van € 1,2 miljoen in 2021 naar € 2,8 miljoen in 2022. Meest opvallend zijn toegenomen risico’s voor inflatie en het risico op achterblijvende omzet waardoor dekking voor onze overhead en indirect productieve inzet
54
wegvalt. Op basis van de CAO-onderhandelingen 2023 en de ontwikkeling van de CPIindex, gaan we uit van een aanzienlijke kostenstijging in 2023. Hiermee hebben we in de begroting 2023 onvoldoende rekening gehouden. Het risico op achterblijvende omzet is verhoogd vanwege de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. We proberen reële werkafspraken te maken, maar we hebben moeite met het aantrekken van personeel. In 2022 bleef de realisatie daardoor achter. Dit vormt ook voor 2023 een reëel risico. Het financiële risico van de Omgevingswet is verlaagd. Er is een risico dat de invoeringskosten hoger zijn dan begroot. Maar als de wet is ingevoerd, betalen onze opdrachtgevers de structurele kosten. We rekenen immers al onze productie af op nacalculatie van uren. Het risico krapte op de arbeidsmarkt hebben we verhoogd. Dit risico doet zich in toenemende mate voor. Om aan personeel te komen, moeten we vaker inhuren of arbeidsmarkttoelages betalen. Een aantal risico’s vervalt omdat we beter afstemmen en onze processen beter op orde hebben. De risico’s programma aanpak stikstof en COVID-19 zullen zich naar verwachting niet meer voordoen. Risico’s die samenhangen met het terughalen van de BRIKS taken door de gemeente Nijmegen zijn niet in onze risico inventarisatie meegenomen.
We gaan ervan uit dat de gemeente Nijmegen de hieraan gerelateerde kosten betaalt en zelf met de risico’s rekening houdt bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Weerstandsratio De weerstandsratio geeft de verhouding weer tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. Het gaat om een momentopname. Risico’s veranderen immers voortdurend. Het totaal van de risico’s voor 2022 bedraagt € 2.811.500. Omdat niet alle risico’s zich gelijk zullen voordoen, passen we een dempingsfactor toe van 0,6. 2 Dit geeft een benodigd weerstandsvermogen van € 1.686.900. De weerstandscapaciteit bestaat uit vrij besteedbare reserves. Eind 2022 gaat het om € 104.177 (totaal eigen vermogen € 443.177 min de bestemmingsreserve voor invoeringskosten van de Omgevingswet € 339.000). De weerstandsratio ultimo 2022 bedraagt (€ 104.177 /1.686.900) = 0,06. Volgens de waarderingstabel die is opgenomen in de nota ‘risico’s en weerstandscapaciteit’ 3 is dit ruim onvoldoende. We zullen onze deelnemers aangeven dat ze hiermee bij de bepaling van hun benodigde weerstandscapaciteit rekening houden zodat een deel van onze risico’s bij onze deelnemers afgedekt wordt.
2. Deze factor is conform 2020 en wordt landelijk gehanteerd. 3 Het Algemeen Bestuur heeft op 30 september 2021 met deze nota ingestemd.
55
Om de risico’s te kwantificeren hebben we de financiële impact ingeschat. Vervolgens hebben we een inschatting gemaakt van de kans dat een risico zich voordoet. Daarbij gebruiken we de volgende kans-klasse indeling: Klasse
Waarschijnlijkheid
Kans
1
Zeer klein
10%
2
Klein
25%
3
Middel
50%
4
Groot
75%
5
Zeer groot
90%
Kengetallen In deze paragraaf geven we u inzicht in een aantal kengetallen die een indicatie geven van onze financiële uitgangspositie. Netto-schuldquote en netto-schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Omschrijving
2021
2022
0
0
B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV)
2.234.107
2.941.087
C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV)
1.497.170
966.588
A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV)
D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV)
0 3.588.537
3.954.294
F Liquide middelen (cf art. 40 BBV)
376.389
135.295
G Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (excl. mutaties reserves))
76.609
43.137
23.599.040
23.061.013
-1,31%
-1,08%
De netto schuldquote = (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Een laag percentage is gunstig. De netto-schuldquote van de ODRN is ruim voldoende. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de ODRN in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het eigen vermogen, gedeeld door het totaal van de passiva is ultimo 2022:
56
€ 443.177/€ 4.986.297 = 8,9% (2021: 20,6%).4 Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de ODRN. Met een ratio van 9,4% scoort de ODRN onvoldoende.5 Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is niet van toepassing, omdat er binnen de ODRN geen structurele exploitatieruimte aanwezig is.
4. Het eigen vermogen zoals bedoeld in artikel 42 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) 5 Voor de solvabiliteitsratio wordt uitgegaan van de signaalwaarden 20% en 0%. Bij een ratio onder de 0% (negatief eigen vermogen) staat de organisatie financieel onder water. Een ratio tussen 0% en 20% is onvoldoende en boven 20% is deze voldoende.
57
Financiële verantwoording
58
Samenvatting financiële verantwoording In 2022 realiseren we € 23,1 miljoen baten en we sluiten het jaar af met een tekort van € 6,1 ton (-2,7%). Vooral krapte op de arbeidsmarkt, inflatie en een nieuwe voorziening voor bovenwettelijk verlof en verlofsparen hebben weerslag gehad op het financiële resultaat. Dat we rode cijfers schrijven betekent niet dat we niet in control zijn. We hebben al in de bestuursrapportages van 2022 een tekort voorspeld. Ons Dagelijks Bestuur heeft naar aanleiding hiervan een winstwaarschuwing afgegeven.
Weerstandscapaciteit Het tekort van € 6,1 ton kunnen we met onze reserves dekken. Maar dit is wel een flinke aanslag op onze weerstandscapaciteit. We hebben nagenoeg geen vet meer op de botten. We houden eind 2022 € 1 ton aan vrij besteedbare reserves over. En de risico’s zijn fors. De grootste bijstelling betreft de inflatie 2023. De verwachte kostenstijging is nog niet in onze begroting vertaald. Ook hebben we het risico op achterblijvende omzet waardoor dekking voor de overhead wegvalt opgehoogd. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt is dit een reëel risico. Deze en andere risico’s hebben we gekwantificeerd op € 1,7 miljoen. Veel meer dus dan onze reserves. We vragen onze deelnemers om bij het bepalen van hun benodigde weerstandscapaciteit, rekening te houden met het deel van risico’s die wij niet kunnen afdekken.
Realisatie Personeelstekort maakt dat we alle zeilen hebben moeten bijzetten om de werkplannen van 2022 te realiseren. In overleg met onze opdrachtgevers hebben we ons personeel zo efficiënt en effectief mogelijk ingezet. Doen wat echt nodig is en helaas soms ook neeverkopen. We hebben door het personeelstekort de werkplannen 2022 voor € 1,6 miljoen (7%) niet kunnen realiseren. Doordat de focus erg gericht is geweest op productie hebben we, net als in 2022, weinig besteed aan opleiding. Het budget hiervoor is maar deels ingezet en dat is zorgelijk. Personeelstekort heeft er ook voor gezorgd dat we, meer dan we zouden willen, hebben moeten inhuren. We begroten 20% inhuur en komen uit op 26%. De meerkosten van inhuur hebben een negatief effect op het resultaat gehad. Ook de inflatie heeft bijgedragen aan het tekort van 2022. De kosten van ons personeel zijn afgelopen jaar met zo’n 3% toegenomen. Hier stonden geen extra baten tegenover. Deze hebben we in 2022 niet geïndexeerd.
Voorziening Nieuw is dat we in 2022 een voorziening van € 4 ton voor bovenwettelijk verlof en verlofsparen hebben gevormd. Medewerkers kunnen verlofuren sparen om, met behoud van salaris, een langere periode vrij te nemen. Dat legt een latente claim op onze organisatie. De verslaggevingsrichtlijnen schrijven voor dat we hiervoor een voorziening dienen te treffen. Ook dit heeft bijgedragen aan het tekort in 2022.
59
Factureren In 2022 hebben we het onderhanden werk definitief met onze opdrachtgevers afgerekend. Vanaf 2023 zijn we overgegaan op afrekenen op basis van geschreven uren. We hebben afscheid genomen van onze vaste prijs producten en daarmee ook van het onderhanden werk (nog niet afgerekende inzet op vaste prijs producten).
Meevallers We hebben in 2022 ook enkele meevallers gerealiseerd. Zoals genoemd is het budget voor opleiding niet volledig ingezet. Verder waren er voordelen op het budget voor stelseltaken, de kosten gastheerschap Nijmegen en we boekten een vrijval op de voorziening harmonisatietoelage. Door deze meevallers en ook door goed op onze uitgaven te sturen, hebben we de overheadkosten beperkt weten te houden. Het aandeel overhead van de totale kosten is in 2022 27% (begroot 29%).
60
Grondslagen waardering en resultaatbepaling De waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op de volgende grondslagen:
De jaarrekening is opgesteld volgens de voorschriften van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten.
Tenzij bij de desbetreffende balanspost anders vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde.
Voor zover het BBV niet anders voorschrijft, zijn de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.
Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.
Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Materiële vaste activa Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. We nemen duurzame waardeverminderingen van vaste activa onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking. We schrijven annuïtair (jaarlijks) af. De looptijden zijn afhankelijk zijn van het soort investering: Inrichting
10 jaar
ICT: applicaties
5 jaar
ICT: pc’s e.d.
3 jaar
Uitzettingen en overlopende activa We waarderen vorderingen tegen de nominale waarde. Met eventuele oninbaarheid hebben we in de waardering rekening gehouden. Liquide middelen De liquide middelen zijn tegen de nominale waarde opgenomen en omvatten het banksaldo. Bestemmingsreserve Met een bestemmingsreserve bedoelen we een reserve waaraan het bestuur een bepaalde bestemming heeft gegeven.
61
Nog te bestemmen rekeningresultaat Het nog te bestemmen rekeningresultaat is het resultaat in het boekjaar. Dit leggen we ter bestemming voor aan het Algemeen Bestuur. Voorzieningen Hieronder vallen voorzienbare verplichtingen, verliezen en/of risico’s voor zover de omvang hiervan redelijkerwijs is in te schatten, dan wel van derden verkregen middelen die specifiek moeten worden besteed. We hebben de voorzieningen opgenomen tegen nominale waarde Vaste schulden De leningen met een looptijd langer dan een jaar nemen we hieronder tegen de nominale waarde op, verminderd met de al gedane aflossingen. Vlottende passiva De vlottende passiva hebben een looptijd korter dan een jaar. We hebben de vlottende passiva gewaardeerd tegen nominale waarde. Borg- en garantstellingen Buiten de balanstelling wordt – voor zover van toepassing – het bedrag genoemd waarvoor er borg- of garantstellingen zijn afgegeven. Resultaat na bestemming Het resultaat na bestemming is het resterende resultaat na al bestemde mutaties in de reserves. Het resultaat leggen we ter besluitvorming voor aan het Algemeen Bestuur. Afronding op hele euro’s Tenzij anders vermeld zijn alle bedragen in de jaarrekening afgerond op hele euro’s.
62
Het overzicht van baten en lasten We geven het overzicht van baten en lasten op twee manieren weer: naar programma en met een categoriale indeling.
Staat van baten en lasten – programma-indeling In het volgende overzicht ziet u de indeling naar taakveld en programma. Begroting Omschrijving
Realisatie
Lasten 2022
Baten 2022
Lasten 2022
Baten 2022
7.4 milieubeheer Vergunning behandelen Toezicht en handhaven Advies en projecten
4.086.932 2.744.915 3.165.342
5.434.127 3.649.734 4.208.749
3.675.631 2.854.843 3.104.368
4.887.247 3.795.898 4.127.675
Totaal milieubeheer
9.461.012
13.292.610
9.634.842
12.810.819
4.020.875
5.346.295
2.376.284 1.253.403
3.159.590 1.666.568
7.650.562
10.172.453
8.3 bouwen & wonen Vergunning behandelen
3.876.704
Toezicht en handhaven Advies en projecten
3.211.887 704.432
5.154.599 4.270.636 936.637
Totaal bouwen & wonen
7.375.061
10.361.873
Vrijval voorziening harmonisatietoelage Overhead
6.818.409
Totaal lasten en baten
23.654.483
Resultaat negatief
77.742 6.389.502 23.654.483 -
23.674.906
23.061.013 -613.893
De baten 2022 van € 23,1 miljoen betroffen voor € 12,8 miljoen oftewel 56 % (2021: 55%) taakveld milieubeheer en voor € 10,2 miljoen oftewel 44 % (2021: 45%) taakveld bouwen & wonen. We realiseren een tekort van € 6 ton. Dit lichten we toe in de staat van baten en lasten in de categoriale indeling.
63
Specificatie van de overhead In volgende tabel ziet u een specificatie van de overheadkosten 2022. nr.
Omschrijving
2
Salariskosten management en staf
3
Opleidingskosten
4
Piofah taken gastheer
5 6 7
Bijdrage regionaal stelsel
Begroting
Rekening
2022
2022
2.353.538
2.245.843
291.881
175.808
2.763.369
2.650.733
Kapitaallasten
325.000
300.364
Overige materiele kosten
728.825
747.036
355.796
269.719
Totaal overhead
6.818.409
6.389.502
Totaal lasten
23.654.483
23.674.906
29%
27%
Overhead als percentage van de totale lasten
Het gerealiseerde percentage overhead als percentage van de lasten is met 27% lager dan begroot (29%) en ook lager dan in 2021 (28%). Het totaal van € 6,4 miljoen overhead blijft € 4 ton achter bij de begroting van € 6,8 miljoen. Dat komt vooral doordat we het opleidingsbudget niet volledig inzetten, we een aantal voordelen op de gastheerschap realiseren en doordat we een meevaller op de stelseltaken boeken. Deze vallen deels goedkoper uit en deels schuift de uitvoering hiervan door naar 2023.
Staat van baten en lasten – categoriale indeling De volgende staat van lasten en baten gaat uit van categorieën: begroting 2022
werkelijk
verschil
Salarissen en sociale lasten Opleidingskosten Kosten ontwikkelprogramma Inhuur Materiële kosten tbv opdrachtgevers Piofah gastheer Kapitaallasten Overige materiele kosten Bijdrage regionaal stelsel
14.594.071 291.881 774.052 3.721.488 100.000 2.763.369 325.000 728.825 355.796
13.721.822 175.808 730.601 4.797.432 281.391 2.650.733 300.364 747.036 269.719
872.249 116.073 43.451 -1.075.944 -181.391 112.636 24.636 -18.211 86.077
Totaal lasten
23.654.483
23.674.906
-20.424
Deelnemersbijdragen Ontwikkelbijdrage Baten bovenregionale taken Subsidies en overige Vrijval voorziening harmonisatietoelage
20.345.609 699.052 2.097.804 512.018
20.153.567 655.601 1.816.597 357.507 77.742
-192.042 -43.451 -281.207 -154.511 77.742
Totaal baten
23.654.483
23.061.013
-593.469
Omschrijving nr.
Lasten 1 2 3 4 5 6 7 8 9
Baten 10 11 12 13 14
Resultaat 2022, verschil tussen baten en lasten
-613.893
64
Toelichting op verschillen Salarissen en sociale lasten Ten opzichte van de begroting geven we € 9 ton minder uit aan salarissen en sociale lasten. Door krapte op de arbeidsmarkt lukt het ons onvoldoende om vast personeel aan te trekken. We moeten daarom meer inhuren, zie onder inhuur. Een deel van de salariskosten, € 2 ton, is inzet voor het ontwikkelprogramma en is verantwoord onder kosten ontwikkelprogramma. De bezetting aan het eind van 2022 bedraagt 219,1 fte (vast personeel: 171,4 fte en inhuur: 47,8 fte). Eind 2021 was de bezetting 214,7 fte. Er is in 2022 een toename van 4,4 fte. Opleidingskosten We begroten 2% van de begrote salarissen en sociale lasten voor opleidingskosten. De krappe bezetting maakt dat er weinig tijd is voor opleidingen. De focus is erg gericht geweest is op productie en te weinig op opleiding en ontwikkeling. We hebben het budget dan ook niet volledig ingezet. Kosten ontwikkelprogramma De inzet in 2022 bedroeg € 7,3 ton. We hebben hiermee op € 43.451 na de begrote middelen ingezet. De inzet dekken we deel uit budget van de ODRN en voor en deels uit bijdragen van de deelnemers. Dit ziet u ook in het volgende overzicht.
Saldo 31 12 2021
Besteding 2022
Saldo 31 12 2022
800.052
655.601
144.451
75.000
0
730.601
144.451
Bijdrage deelnemers Budget ODRN Totaal
800.052
De niet-bestede bijdrage van deelnemers bedraagt aan het einde van 2022 € 144.451. Dit verantwoorden we op de balans als verplichting. Hiermee dekken we de inzet in 2023. Inhuur De overschrijding van inhuur met € 1,1 miljoen hangt vooral samen met krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor weten we onvoldoende vast personeel aan ons te binden. Een deel van de inhuurkosten, in totaal € 2 ton, betreft inzet voor het ontwikkelprogramma en is verantwoord onder kosten ontwikkelprogramma. De inhuurkosten in 2022 van € 4,8 miljoen zijn € 5 ton gestegen tov 2021 (€ 4,3 miljoen). Dat komt door uitbreiding van het aantal fte inhuur gemiddeld + 3,6 fte en door inflatie. We blijven ernaar streven ons aandeel inhuur te beperken, waarbij we rekening houden met de wenselijke flexibele schil vanwege toekomstige ontwikkelingen. De volgende tabel laat het percentage inhuur van de salariskosten en inhuur zien.
65
Omschrijving
Begroting 2022
2022
Salariskosten
14.594.071
13.721.822
Inhuur
3.721.488
4.797.432
Totaal
18.315.560
18.519.254
20%
26%
Aandeel inhuur van totaal
Rekening
We begroten een aandeel inhuur van 20%. Met een realisatie van 26% halen we deze ambitie niet. Het percentage van 26% is overigens wel in lijn met 2021 (25%). Materiële kosten voor opdrachtgevers Dit betreft diverse materiële kosten die we aan onze opdrachtgevers doorbelasten. Het gaat bijvoorbeeld om de inkoop van specialistisch adviezen over onder andere milieueffectrapportages en asbestonderzoeken. Ook hebben we ambtshalve wijzigingen bouwbesluittoetsen door derden laten uitvoeren. De hogere realisatie hangt ook weer samen met onze krappe personele bezetting waardoor we ondersteuning moeten inkopen. PIOFAH-taken We realiseren een voordeel van € 1 ton, doordat vanaf medio 2022 een procesanalist Basis- en GEO-informatie heeft opgezegd. Verder valt de rekening voor facilitaire kosten lager uit als gevolg van het nieuwe werken en door een herberekening. Kapitaallasten We realiseren een klein voordeel doordat we hebben minder hebben geactiveerd dan voorzien. Met het oog op voorgenomen vervanging van WRS zijn we behouden om ontwikkelkosten WRS te activeren. Verder kopen we veel software af met licenties en deze activeren we niet. Overige materiële kosten Overige materiële kosten betreft diverse uitgaven.
Omschrijving
Begroting
Realisatie
Verschil
Communicatiekosten
89.999
151.627
-61.628
Overige specifieke k
57.456
75.060
-17.604
Reiskst zakelijk
57.424
74.954
-17.530
Advieskosten
95.042
56.359
38.683
Controle kosten accountant
52.362
45.200
7.162
Software en ov ICT
30.902
41.689
-10.787
Parkmobile/fietsstal
40.971
38.437
2.534
Arbokosten en thuiswerken
55.916
36.915
19.002
Verzekeringen
27.787
32.637
-4.849
Ov personeelskosten
31.181
31.886
-705
Personeelsact ext locatie
39.410
29.682
9.728
Leasekosten
28.678
27.782
896
Overig < € 25.000
121.695
104.808
16.887
Totaal
728.825
747.036
-18.211
66
We lopen met een overbesteding van € 18.211 nagenoeg in de pas met de begroting. Binnen de kostenposten zien we wel wat verschillen. We boeken een overschrijding op communicatiekosten doordat we als gevolg van onderbezetting op de afdeling communicatie communicatiediensten hebben ingekocht. Onder overige specifieke kosten hebben we onder andere de aanschaf van klein meubilair geboekt. Reiskosten nemen, nu de COVID pandemie voorbij is, weer toe. Bijdrage regionaal stelsel We boeken een voordeel van € 86.077 doordat diverse stelseltaken lager uitvallen dan begroot. Zo is er, in afwachting van een besluit, geen inzet geweest op de datagestuurd werken. Dit leverde een voordeel op van € 37.751. Deelnemersbijdragen De in 2022 gerealiseerde bijdragen van € 20,2 miljoen blijven achter op de begroting van € 20,3 miljoen. De werkplannen geven een actueler inzicht in onze productieafspraken en zijn daarom relevanter dan de begroting. In de volgende tabel ziet u daarom per deelnemer de gerealiseerde bijdrage versus de werkplannen
Deelnemer
Werkplan 2022
Afrekening 2022
Verschil
Provincie Gelderland
6.840.159
6.596.540
-243.619
Gemeente Berg en Dal
2.146.097
2.073.657
-72.439
-3%
Gemeente Beuningen
1.546.724
1.730.511
183.787
12%
Gemeente Druten
539.787
546.267
6.480
1%
Gemeente Heumen
843.583
803.621
-39.961
-5%
Gemeente Nijmegen
8.503.373
7.478.134
-1.025.239
-12%
Gemeente Wijchen
958.971
924.835
-34.136
-4%
21.378.694
20.153.567
-1.225.127
-6%
Totaal
-4%
We hebben werkafspraken gemaakt voor in totaal € 21,4 miljoen. Met een realisatie van € 20,2 miljoen, lopen we € 1,2 miljoen (6%) achter. Opvallende uitschieters zijn de gemeente Beuningen +12% en de gemeente Nijmegen -12%. In Beuningen hebben we vooral meer ingezet op bouwen. Omdat de woningbouwmarkt daar sterk in ontwikkeling is sterk in ontwikkeling is, hebben meer vergunningen afgeven en toezicht gehouden. Ook hebben we bij Beuningen veel werk verricht voor projecten bij Bunswaard en Geertjesgolf. Krapte op de arbeidsmarkt en het beperkt aantal geconstateerde overtredingen maken dat de realisatie bij Nijmegen achter is gebleven. Ook zijn er gedurende het jaar een aantal budgetten aan de werkplannen van Nijmegen toegevoegd. Deze hebben we niet helemaal uit kunnen voeren. In bijlage 3 geven we een nadere detaillering van de omzet. Ontwikkelbijdrage Zie hiervoor bij Kosten ontwikkelprogramma.
67
Baten bovenregionale taken Dit gaat om werkzaamheden die we voor andere omgevingsdiensten en de provincie Overijssel uitvoeren. In de volgende tabel ziet u de uitsplitsing hiervan:
Werkplan 2022
Afrekening 2022
Verschil
861.951
890.010
28.059
Provincie Overijssel
3%
Omgevingsdiensten Gelders Stelsel
1.276.954
906.102
370.853
33.072
20.486
12.586
-29%
Overige Omgevingsdiensten
-38%
Totaal
2.171.977
1.816.597
355.380
-29%
Bij de inzet voor de omgevingsdiensten van het Gelders stelsel blijven we € 3,5 ton (29%) op de werkplannen achter. Dat komt vooral doordat er minder om advies is gevraagd. Ook komt het achterblijven van de omzet door een pilot in de laatste drie maanden van 2022. In deze pilot hebben lokale OD’s zelf aanvragen behandeld van instellingen die in het kader van de Omgevingswet overgaan van provinciaal naar gemeentelijk bevoegd gezag. Subsidies en overige opbrengsten In totaal gaat het om € 357.507 waarvan € 288.137 subsidies en € 69.370 overige opbrengsten. In de volgende tabel ziet u een uitsplitsing van de subsidiebijdragen 2022: Subsidie Nederlandse overheidslichamen DCMR ODNL Specifieke uitkering Interbestuurlijk programma VTH
Besteed in 2022 181.028 75.431 14.838
Specifieke uitkering Extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht Totaal
16.839 288.137
68
Voor de inzet van subsidies van DCMR en ODNL hebben we over 2022 afspraken gemaakt. De volgende tabel laat de in 2022 beschikte en bestede bedragen zien: Subsidie Nederlandse overheidslichamen
Beschikking 2022
DCMR
117.523
ODNL
125.577
Besteed in 2022
Beschikt minus besteed in 2022
181.028
-63.505
75.431
50.146
Bij DCMR is er sprake van een overbesteding. De inzet op een aantal MJA-projecten is groter geweest dan begroot. Met name het project ZZS heeft veel meer landelijke afstemming gevraagd. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in het opzetten van een brede landelijke werkgroep onder het Interbestuurlijk programma ‘Versterking VTH’ van het ministerie I&W. Die werkgroep richt zich niet meer alleen op het Brzo-werkveld. Ook is vanwege onderbesteding op het totale landelijke MJA-programma besloten om de inzet op communicatie niet vanuit de reservering bij de zes Brzo-diensten te financieren maar ten laste te laten komen van het MJA-programma. De subsidiebijdrage van ODNL is in 2022 niet volledig ingezet. Bij de twee specifieke uitkeringen (SPUK) gelden meerjarige afspraken. De niet in 2022 bestede bijdrage verantwoorden we op de balans als vooruit ontvangen bijdragen. De overige opbrengsten van € 69.370 betreft een meevaller uit 2021 van € 22.325 en baten van diverse kleinere opdrachtgevers € 47.045. Vrijval voorziening harmonisatietoelage Het vertrek van vier medewerkers met harmonisatierechten leidt bij de voorziening harmonisatietoelage tot een vrijval van € 77.742. Deze reservering hoeven we niet meer aan te houden, omdat we voor de vervangers van die vertrokken medewerkers geen toelage verschuldigd zijn. Deze vrijval is als eenmalige opbrengst in het resultaat opgenomen.
69
Balans bedragen in euro's Activa
ultimo
ultimo
2021
2022
Passiva
VASTE ACTIVA
VASTE PASSIVA
Materiele vaste activa
Eigen vermogen
Investeringen met een economisch nut
1.086.898
853.572
Algemene reserve
TOTAAL VASTE ACTIVA
1.086.898
853.572
Bestemmingsreserve
VLOTTENDE ACTIVA
ultimo
ultimo
2021
2022
457.704
718.070
0
339.000
Resultaat boekjaar
599.366
-613.893
Totaal eigen vermogen
1.057.070
443.177
Voorziening harmonisatietoelage
293.473
178.703
Voorziening verlof stuwmeren
46.613
456.742
Totaal voorzieningen
340.085
635.445
1.397.155
1.078.622
Voorraden Onderhanden werk
0
0
2.613.532
973.544
975.005
2.980.750
376.389
135.295
Uitzettingen met een rentetypische looptijd <1 jaar -Vorderingen op openbare lichamen -Uitzettingen in 's Rijks schatkist -Overige vorderingen Liquide middelen
Voorzieningen
TOTAAL VASTE PASSIVA VLOTTENDE PASSIVA
Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd <1 jaar 76.609
43.137
-Schulden aan openbare lichamen
1.848.942
1.670.232
385.165
1.270.855
-Verplichtingen
1.497.170
966.588
TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA
3.731.277
3.907.675
TOTAAL
5.128.433
4.986.297
-Overige schulden TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
TOTAAL
70
4.041.535 4.132.725
5.128.433 4.986.297
Overlopende passiva
Toelichting op de balans Vaste activa Materiële vaste activa In het volgende overzicht ziet u het verloop van de materiële vaste activa in het boekjaar. Over de gedane investeringen in 2022 hebben we gerekend met een afschrijving van een half jaar en 0% rente. Over de eerdere investeringen hebben we met een heel jaar rente en afschrijving gerekend. Investeringen met
Boekwaarde
economisch nut
31-12-2021
Boekwaarde Investeringen Afschrijvingen
I
II
31-12-2022
III
I+II-III
Inrichting
770.835
67.038
137.411
700.462
ICT applicaties
291.123
-
150.257
140.866
ICT Pc's e.d.
24.940
-
12.695
12.244
1.086.898
67.038
300.364
853.572
Totaal
Vlottende activa Onderhanden werk
0
In de omzet van 2022 is begrepen de afrekening van het ohw. We rekenen vanaf 2023 onze productie af op basis van nacalculatie van uren en kennen daarom geen ohw meer. We hebben de stand per 31 december 2022 onder aftrek van het vooruit gefactureerde saldo op 31 december 2021 met onze opdrachtgevers verrekend. Door een afname van het ohw in 2022, leidde dit tot een creditering van in totaal € 71.371. In volgende tabel ziet u de afrekening van het ohw:
Deelnemers
Provincie Overijssel
Overige opdracht
Vooruit gefactureerd 31 dec 2021 Ohw 31 december 2022 Eindafrekening 2022
Totaal
gevers
1.397.899
59.152
-
1.306.545
66.324
12.812
-91.354
7.172
12.812
1.457.051 1.385.680 -71.371
Uitzettingen met een rentetypische looptijd van < 1 jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar waarderen we tegen de nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid hebben we geen voorziening in mindering gebracht.
71
Vorderingen op openbare lichamen
973.544
Dit gaat om het debiteurensaldo per ultimo 2022: Deelnemers afrekening 4e kwartaal 2022
323.940
Stelsel OD’s afrekening 4e kwartaal 2022
451.543
DCMR en ODNL afrekening 2022
128.985
Overige
69.075
Totaal
973.544
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist
2.980.750
Met ingang van januari 2014 is de ODRN verplicht te ‘schatkistbankieren’. Dit houdt in dat we alles boven € 1.000.000 op de rekening courant bij de BNG moeten afstorten bij het Rijk, die dit gebruikt als eigen financieringsmiddel. Bij behoefte kunnen we over dit tegoed beschikken. Zoals uit het volgende overzicht blijkt is in 2022 het drempelbedrag niet overschreden. kwartaal
kwartaal
kwartaal
kwartaal
Omschrijving
1
2
3
4
Drempelbedrag
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
schatkist aangehouden middelen
391.733
426.194
567.822
480.621
Ruimte onder het drempel bedrag
608.267
573.806
432.178
519.379
0
0
0
0
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks
Overschrijding
Liquide middelen
135.295
Eind 2022 bedroeg het saldo bij de BNG € 135.295.
Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen Deze post bestaat uit:
43.137
Afrekening stelseltaken 2022
30.650
Opdrachtgevers eindafrekening 2022
6.917
Diversen
5.570
Totaal
43.137
De afrekening van onze bijdrage aan de stelseltaken heeft geleid tot diverse terugvorderingen van in totaal € 30.650. Begin januari 2023 hebben we de factuur over 2022 opgesteld. De omzet is, onder inhouding van betaalde omzet en voorschotten, bij de opdrachtgevers in rekening gebracht. De kwaliteitscontrole die we daarna hebben uitgevoerd leidde tot een aantal correcties, te vorderen € 6.719, die we alsnog gaan verrekenen.
72
Vaste passiva Eigen vermogen
443.177
Het eigen vermogen bestaat uit het saldo van de reserves van € 1.057.070 plus het gerealiseerde en nog te bestemmen resultaat over 2022 van – € 613.893. In de volgende tabellen geven we u een overzicht hiervan.
Overzicht reserves in €
Saldo 31 december 2021
Resultaat bestemming 2021
Saldo 31 december 2022
457.704
260.366
718.070
339.000
339.000
599.366
-599.366
-
1.057.070
-
1.057.070
Algemene reserve Bestemmingsreserve invoeringskosten OW Resultaat 2021 Totaal reserves
Het gerealiseerde resultaat over 2021 van € 599.366 is door het Algemeen Bestuur bestemd bij vaststelling van de rekening 2021. Bij dit besluit heeft het Algemeen Bestuur een bestemmingsreserve voor invoeringskosten van de Omgevingswet gevormd. Aan deze reserve is € 339.000 toegevoegd. Het restant van € 260.366 is aan de algemene reserve toegevoegd. Het Algemeen Bestuur dient het gerealiseerde resultaat over 2022 nog te bestemmen. Gerealiseerd resultaat Gerealiseerd resultaat per 31-12-2021
599.366
Bestemd tgv de algemene bedrijfsreserve Bestemd tgv de bestemmingsreserve invoeringskosten Omgevingswet Gerealiseerd resultaat 2022 Nog te bestemmen resultaat 2022
Voorzieningen
-339.000 -260.366 -613.893 -613.893
635.445
Het Dagelijks Bestuur heeft op 4 september 2014 besloten tot de instelling van drie voorzieningen. Dit was noodzakelijk omdat de provincie Gelderland de verplichtingen aan de ODRN, voortkomend uit het Gelders Sociaal Plan (GSP), heeft afgekocht. Het gaat om de afkoop van:
Harmonisatietoelage: het verschil tussen werkelijk brutosalaris bij de provincie en het salaris volgens het functiehuis bij de ODRN tijdens het dienstverband van de medewerker.
Verlofstuwmeer: verlofsaldi per 1 april 2013 maal het per medewerker betreffende uurtarief.
73
Reiskosten woon- werkverkeer: Opgeheven per 1 april 2017.
We vormen in 2022 een nieuwe voorziening voor bovenwettelijk verlof en verlofsparen. De CAO 2023 biedt namelijk de mogelijkheid om bovenwettelijk verlof om te zetten naar verlofsparen. Verlofspaaruren blijven onbeperkt geldig. Medewerkers kunnen deze gebruiken om, met behoud van salaris, een langere periode vrij te nemen. Dat legt een latente claim op onze organisatie. De verslaggevingsrichtlijnen schrijven voor dat we hiervoor een voorziening dienen te treffen. We voorzien het saldo uren verlofsparen en bovenwettelijk verlof per 31 december 2022 voor 100%.
Mutatieoverzicht harmonisatie
verlof bovenwettelijk
totaal
toelage
stuwmeer
verlofsparen
293.473
46.613
0
340.086
bij: toevoegingen
0
0
423.119
423.119
af: onttrekkingen
114.769
12.990
0
127.759
-werkelijk uitbetaald
37.027
12.990
-vrijval
77.742
saldo per 31-12-2021
saldo per 31-12-2022
178.703
50.017 77.742
33.623
423.119
635.445
We onttrekken de werkelijke kosten aan de voorzieningen harmonisatietoelage en verlofstuwmeer. We brengen deze ten gunste van de exploitatie, waarmee deze kosten budgettair neutraal zijn. Het vertrek van vier medewerkers met harmonisatierechten leidt bij de voorziening harmonisatietoelage tot een vrijval van € 77.742. Voor de vervangers van de vertrokken medewerkers hoeven we geen harmonisatie te betalen. Deze vrijval boeken we als eenmalige opbrengst in het resultaat.
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Schulden aan openbare lichamen Deze post bestaat uit:
1.670.232
BTW 4e kwartaal 2022
540.181
Loonheffing december 2022
931.864
Pensioenpremie december 2022
198.186 1.670.232
Overige schulden Deze post bestaat uit:
1.270.855
Slotfacturen deelnemers
843.681
Afrekeningen met andere omgevingsdiensten
87.960
74
Overige crediteuren
339.214 1.270.855
Overlopende passiva Verplichtingen
966.588
De verplichtingen bestaat uit de volgende bedragen: Vooruitontvangen SPUK bijdragen
320.769
N.t.b. kosten inhuur 2022
304.184
Vooruitontvangen bijdrage ontwikkelprogramma 2022
144.451
Eindafrekening gastheerovereenkomst 2022
67.839
Eindafrekening 2022
51.379
Diverse nog te betalen kosten 2022
45.209
Vooruitontvangen bijdragen Provincie Gelderland
21.136
N.t.b. Afrekening stelseltaken
11.621
Totaal
966.588
Een aantal van de bedragen lichten we hierna toe. Vooruitontvangen SPUK bijdragen We hebben voor twee SPUK uitkeringen in 2022 € 352.446 ontvangen. In 2022 hebben we € 31.677 besteed. Het restant van € 320.769 verantwoorden we als vooruit ontvangen. Dit zetten we na 2022 in. In volgende tabel ziet u het verloop per uitkering:
SPUK Interbestuurlijk programma VTH SPUK Extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht Totaal
Saldo 31-12-2021
Ontvangen 2022
Besteed in 2022
Saldo 31-12-2022
-
200.000
14.838
185.162
152.446 352.446
16.839 31.677
135.607 320.769
0
Vooruitontvangen bijdrage ontwikkelprogramma 2022 Het saldo vooruitontvangen ontwikkelbijdrage ultimo 2021 minus de besteding in 2022 nemen we op 31 12 2022 als verplichting op. Dat ziet u in volgende tabel:
Saldo 31 12 2021
800.052
Besteding 2022
655.601
Saldo 31 12 2022
144.451
Eindafrekening 2022 Begin januari 2023 hebben we de factuur over 2022 opgesteld. De omzet hebben we, onder inhouding van betaalde omzet en voorschotten, bij de opdrachtgevers in rekening
75
gebracht. Daarna hebben we een kwaliteitscontrole uitgevoerd. Dit heeft geleid tot een aantal correcties, na te betalen € 51.379. Vooruitontvangen bijdrage provincie Gelderland We hebben in 2021 € 83.271 ontvangen voor diverse in 2022 uit te voeren projecten. Deze bijdragen zijn in 2022 grotendeels besteed. Het resterende bedrag van het project IPPC van de provincie Gelderland zetten we in 2023 in. In deze tabel geven we een overzicht hiervan:
Saldo 31 12 2021
Besteed in 2022
Saldo 31 12 2021
IPPC Pr GLD
53.271
32.135
21.136
Circulaire ec Pr Gld
10.000
10.000
Opleidingen BRZO Overijssel
20.000
20.000
Totaal
83.271
62.135
76
21.136
Overige onderwerpen In deze paragraaf lichten we een aantal overige onderwerpen toe: niet in de balans opgenomen verplichtingen, vennootschapsbelasting, inzicht in artikel 28 en de bezoldiging van onze topfunctionarissen en bestuurders op basis van de Wet Normering Topinkomens.
Niet in de balans opgenomen verplichtingen De gemeente Nijmegen voert als gastheer de PIOFAH-taken voor de ODRN uit.6 Deze taken zijn beschreven in de Samenwerkingsovereenkomst ODRN – Gemeente Nijmegen 2020-2023. Ons Dagelijks Bestuur heeft op 16 december 2020 deze overeenkomst vastgesteld voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2023. De huur van ons kantoorpand is onderdeel van deze overeenkomst. De omvang van deze overeenkomst is voor 2023 € 2,5 miljoen (prijspeil 2022).
Vennootschapsbelasting Nagenoeg alle taken van de ODRN zijn door wetgeving voorgeschreven. Deze overheidstaken zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting (VPB). De verrekening van de zeer geringe overige taken (bijvoorbeeld het geven een workshop) gebeurt tegen kostprijs, waardoor geen VPB verschuldigd is. In de financiële verordening is opgenomen dat resultaten voor commerciële activiteiten terugbetaald worden aan de opdrachtgever.