CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I Toelichting en regels

Raad 21 oktober 2021, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Oude Rijksweg 1 Nederasselt18.934 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het besluit is op 27 oktober 2004 in werking getreden. Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Daarin wordt geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico’s langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van Gasunie zijn het meest relevant. De risico’s worden met name bepaald door de maximale druk en diameter van de leiding, maar ook door getroffen maatregelen. Op 1 april 2015 is de Wet basisnet in werking getreden. De Wet basisnet voorziet in een wijziging van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen ('Wvgs') ter verankering van een landelijk basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het basisnet is een samenstel van wegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen waaraan een bepaalde risicoruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt toegekend. Als deze risicoruimte, de zogenaamde risicoplafonds, door een groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, moet de minister maatregelen nemen. De risicoplafonds moeten daarnaast in acht worden genomen bij het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes. Op deze manier kan de veiligheid langs de transportroutes voor gevaarlijke stoffen in toenemende mate worden gegarandeerd.

Gelijktijdig met de Wet Basisnet zijn ook andere regelingen in werking getreden zoals de wijziging van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen (Bvgs), de Regeling basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is een aandachtsgebied gedefinieerd waarbinnen het groepsrisico verantwoord moet worden (200 m). Buiten deze zone hoeft in het invloedsgebied alleen ingegaan te worden op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid (beperkte verantwoording). 4.7.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Op navolgende afbeelding is een uitsnede weergegeven van de provinciale risicokaart. Hierop is informatie weergegeven ten aanzien van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, transportroutes en buisleidingen:

28

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Uitsnede risicokaart met globale aanduiding plangebied (blauwe omcirkeling, Bron: www.risicokaart.nl) Inrichtingen c.q. bedrijven Uit de zowel de gegevens vanuit de provinciale risicokaart als de gemeentelijke signaleringskaart blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen het invloedsgebied van een risicovolle inrichting. De meest nabijgelegen inrichting is een propaantank van een kwekerij gelegen aan de Eindsestraat 3 op meer dan 300 m ten zuidoosten van het plangebied. De 10-6 plaatsgebonden risicocontour van de propaantank bedraagt echter slechts 25 m. Daarmee wordt ruimschoots aan de benodigde afstand voldaan. Vervoer van gevaarlijke stoffen Uit zowel de gegevens vanuit de provinciale risicokaart als de gemeentelijke signaleringskaart blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen het invloedsgebied van een transportroute voor gevaarlijke stoffen over weg, water en/of spoor. De vaarroute over de Maas ligt op ruim 400 m ten zuiden van het plangebied, maar het plaatsgebonden risico daarvan is beperkt (de 10-6 plaatsgebonden risicocontour ligt op 0 m van de rand van de rivier). Voor zover het plangebied al is gelegen binnen het invloedsgebied van een vervoersas, is deze in ieder geval buiten het aandachtsgebied gesitueerd. Het vervoer van gevaarlijke stoffen is dan ook niet van invloed op deze ontwikkeling.

Aangezien met dit bestemmingsplan geen kwetsbare functies (ouderenzorg, kinderopvang, school) worden gerealiseerd, hebben de bewoners voldoende mogelijkheden tot zelfredzaamheid. Het vervoer van gevaarlijke stoffen is dan ook niet van invloed op deze ontwikkeling. Vervoer van gevaarlijke stoffen door een buisleiding Uit de zowel de gegevens vanuit de provinciale risicokaart als de gemeentelijke signaleringskaart blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen het invloedsgebied van een buisleiding.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Gelet op de hiervoor genoemde overwegingen zijn er voldoende mogelijkheden voor de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij een zwaar ongeval op de eerder genoemde transportroutes. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan gesteld hoeven te worden in het kader van het aspect externe veiligheid. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.8

Waterhuishouding

4.8.1

Regelgeving

Algemeen Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rivierenland. Voor het plangebied is het volgende waterhuishoudkundige beleid van toepassing:  Rijksbeleid: Waterwet, Nationaal Waterplan 2016 - 2021, Waterbeleid in de 21e eeuw en Nationaal Bestuursakkoord Water;  Provinciaal beleid: Omgevingsvisie Gelderland;  Waterschapsbeleid: Waterbeheerprogramma 2016 – 2021 'Koers houden en kansen benutten', Nota riolering 'Samen door één buis' (2018) en de Keur voor waterkeringen en wateren;  Gemeente: Waterplan Heumen (2008) en het Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (VGRP) 2018 - 2022. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, wordt door de overheid het volgende criterium met betrekking tot het duurzaam omgaan met water gehanteerd. Doordat een toename van het verhard oppervlak ertoe leidt dat het afvoerverloop niet meer natuurlijk is, is het beleid erop gericht het regenwater zoveel mogelijk te infiltreren in de zone tot aan het freatisch vlak, waardoor een meer natuurlijk afvoerverloop ontstaat. Dit vertaalt zich in de volgende richtlijnen: 1. Nieuwe plannen moeten voldoen aan het principe van het 'hydrologisch neutraal' bouwen. Hierbij moet de hydrologische situatie, voor wat betreft de afvoer van hemelwater, minimaal gelijk blijven aan de oorspronkelijke situatie.

De oorspronkelijke landelijke afvoer (naar het oppervlaktewater) mag niet overschreden worden. 2. In aansluiting op het landelijk beleid hanteert het waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht moet worden hoe met het schone hemelwater omgegaan kan worden. 3. Bij alle nieuwbouwplannen moet (vuil) afvalwater en (schoon) hemelwater gescheiden worden behandeld. Het schone en vuile water worden daarbij apart aangeleverd aan de riolering of, indien mogelijk, wordt het schone water aan de natuur teruggegeven. Dit is ook het geval als in openbaar gebied nog steeds een gemengd rioolstelsel aanwezig is. Bij de inrichting, het bouwen en het beheer moeten zo min mogelijk vervuilende stoffen aan het bodem- en oppervlaktewatersysteem worden toegevoegd. Hierbij verdient het materiaalgebruik speciale aandacht: uitloogbare of uitspoelbare bouwmaterialen moeten worden vermeden om wateren bodemvervuiling te voorkomen. Uitgangspunten Waterschap Rivierenland De uitgangspunten die door het waterschap worden gehanteerd in het kader van de watertoets kunnen worden verwoord als:

30

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

a. Waterneutraal inrichten. Om te voorkomen dat door de aanleg van nieuw verhard oppervlak wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging van belang om het verlies aan waterberging in de bodem te compenseren. b. Schoon inrichten. Om te voorkomen dat de waterkwaliteit van het oppervlaktewater negatief wordt beïnvloed. Binnen het stedelijk gebied zal daarom schoon hemelwater van nieuwbouwprojecten gescheiden van het vuilwater moeten worden afgevoerd: afkoppelen. Het waterschap streeft naar 100 % afkoppeling van schoon hemelwater van verharde oppervlakken (gebouwen, wegen en ander terreinverharding). c. Veilig inrichten. Door nieuwbouwplannen mag de veiligheid van een (primaire) waterkering, het waterkerend vermogen, niet worden aangetast. Dit geldt niet alleen voor de dijk zelf, maar tevens voor de beschermingszones ter weerszijden van de dijk. Voor het lozen van overtollig hemelwater op het oppervlaktewater, hetzij rechtstreeks, hetzij via een bestaande of een nieuwe inrichting (zoals een regenwaterriool), is een watervergunning noodzakelijk. Daarnaast moeten in die gebieden die onderhevig zijn aan rivierkwel de effecten van de voorgenomen plannen op de kwel in beeld worden gebracht. Dat is hier niet het geval overigens.

Indien compensatie vereist is hanteert Waterschap Rivierenland de volgende twee ontwerp(eisen)buien ten aanzien van de benodigde bergingscapaciteit:  De T=10+10% neerslag (bij lozing op het oppervlaktewater). Hierbij mag het peil (van het oppervlaktewater) niet meer dan 0,2 of 0,3 m stijgen, afhankelijk van het deelgebied waarin de ontwikkeling plaats vindt. Vuistregel hierbij is 436 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 43,6 mm.  De T=100+10%-neerslag (bij berging op eigen terrein). Hierbij is een peilstijging toegestaan tot laagste putdekselhoogte op wijkniveau. Vuistregel hierbij is 664 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 66,4 mm. Deze vuistregel geldt met name voor droogvallende voorzieningen. Indien de waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van droogvallende retentie, wordt onderscheid gemaakt tussen systemen waarbij infiltratie naar de ondergrond wel en niet mogelijk is. In dat laatste geval moet de bodem van de voorziening zich minimaal 0,5 m boven de GHG bevinden en mag bij een ontwerpbui T=100+10% het systeem tot aan maaiveld gevuld zijn. De ledigingstijd van het systeem moet 48 tot 96 uur te bedragen.

Uitgangspunten gemeente Heumen De gemeente Heumen heeft als beleid (los van het beleid van het waterschap) dat ze bij (ver)nieuwbouw geen nieuw regenwater afkomstig van verharde oppervlakken inneemt in het openbaar gebied. In beginsel moet al het regenwater daarom op eigen perceel worden opgevangen. Ook lozing via afstroming of overloop is niet toegestaan. 4.8.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Er is sprake van een behoorlijke afname van de hoeveelheid verhard oppervlak binnen het plangebied. Er wordt immers een kleine 1.500 m² aan agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Hier komen slechts 1 vrijstaande woning met bijgebouw en een nieuw bijgebouw bij de bestaande woning voor terug. Ook wordt behoorlijk wat terreinverharding, vooral aan de noordwestzijde van het plangebied, verwijderd. Er is daarmee geen sprake van een bergingsopgave. Bij nieuwbouw is het uitgangspunt dat hemelwater van het verhard oppervlak voor 100% gescheiden wordt afgevoerd. Het waterschap gaat bij nieuwbouw van woningen uit van een (duurzaam) gescheiden rioleringsstelsel. Het dakoppervlak van de nieuwe vrijstaande woning in het plangebied wordt afgekoppeld en gescheiden aangeboden op de perceelsgrens. Er wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende bouwmaterialen. De B-watergang aan de noordzijde van het perceel en de C-watergang aan de oostzijde, liggen beiden net buiten de plangrens en zijn verder niet van invloed op de beoogde ontwikkeling. Beide watergangen kunnen vanaf de openbare weg onderhouden worden. Voor de nieuwe inrit aan de oostzijde wordt een duiker aangelegd in de C-watergang conform de eisen van het waterschap.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Uitsnede vastgestelde legger waterschap Rivierenland met aanduiding plangebied (rode omkadering) Voor onderhavige ontwikkeling is de digitale watertoets ingevuld. Deze is te vinden in bijlage 3. Hieruit is gebleken dat het plan op basis van de oppervlakte in de normale watertoetsprocedure terecht is gekomen. Uit de toets van de verschillende 'lagen' van de watertoets, is gebleken dat geen relevante belangen van het Waterschap Rivierenland zijn gemoeid met het plan. Er is sprake van een afname van de oppervlakte verharding. Overleg met het waterschap is dan ook niet noodzakelijk. Het aspect 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.9

Ecologie

4.9.1

Regelgeving

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Het gaat om de volgende beschermingsregimes: 1. Vogels (paragraaf 3.1): alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn; 2. Dieren en planten (paragraaf 3.2): alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; 3. Overige soorten (paragraaf 3.3): soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen. De verboden en afwijkingsmogelijkheden die zijn opgenomen in de paragrafen 3.1 en 3.2, zijn direct overgenomen uit de genoemde richtlijnen en verdragen. Deze bepalingen zijn dus ook uitsluitend van

32

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit deze richtlijnen en verdragen. De bepalingen in paragraaf 3.3 zien op de “overige soorten” die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb. Laatstgenoemde groep is te vergelijken met de Tabel 2-soorten uit de Flora- en faunawet.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming De Wnb brengt voor de bescherming van soorten in ieder geval de volgende drie voor de praktijk belangrijke wijzigingen met zich: 1. Allereerst zal onder de Wnb niet langer de minister van Economische Zaken, maar gedeputeerde staten van de provincies het bevoegd gezag zijn voor het verlenen van ontheffingen. 2. Ten tweede kunnen de in de praktijk gehanteerde “tabelsoorten” niet langer gebruikt worden. In plaats daarvan zal met de nieuwe indeling van de Wnb gewerkt gaan worden. 3. Ten derde is de inhoud van de verboden en de ontheffingsgrondslagen gewijzigd. In de Wet natuurbescherming worden de bevoegdheden van het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de vergunningen en ontheffingen. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Onder de Wnb geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten of maatregelen genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. 4.9.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Er is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd in het plangebied. Deze is als bijlage 4 bij de toelichting gevoegd. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of het Gelders Natuurnetwerk. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een AERIUS-berekening, een voortoets en/of een ‘nee, tenzij’-toets zijn niet noodzakelijk.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Soortenbescherming Het plangebied heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten en is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. In de beoogde ingreep zijn geen kapwerkzaamheden voorzien. Een meldingsplicht in het kader van Wnb is niet van toepassing. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot overtreding van soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wnb. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden moet rekening worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels (in het kader van Algemene zorgplicht). Voor deze soorten moeten maatregelen worden getroffen om effecten te voorkomen: Te treffen maatregelen  Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht).  Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, moet direct contact opgenomen worden met een ter zake deskundige.  Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden.

 Het plangebied tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel).  De werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (medio maart t/m medio juli). Als de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd moet voor de aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd worden of er broedvogels aanwezig zijn. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als dit niet mogelijk is moeten de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt worden. Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.10

Archeologie & cultuurhistorie

4.10.1 Regelgeving In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wet is de Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal in 2022 opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Daarbij is voorzien in overgangsrecht. De bedoeling is dat in de Erfgoedwet een betere integratie met verschillende soorten erfgoed komt. Daarnaast zijn de procedures uniformer en daarmee overzichtelijker. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 met betrekking tot de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Omgevingswet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stadsen dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Hierbij wordt wel als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet.

Voor de onderdelen die in de Omgevingswet zullen worden opgenomen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de tussenliggende periode. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt.

34

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente. 4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie Op grond van de archeologische dubbelbestemming hoeft pas bij een aanvraag voor een reguliere omgevingsvergunning voor het bouwen voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 2.500 m² een rapport worden overlegd, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, in voldoende mate zijn vastgesteld. De beoogde ontwikkeling van één vrijstaande woning met bijgebouw is ruimschoots kleiner dan 2.500 m², zodat er geen nader archeologisch onderzoek hoeft plaats te vinden. Cultuurhistorie Blijkens de provinciale cultuurhistorische waardenkaart worden er, ten aanzien van de thema’s historische geografie en historische stedenbouw en archeologie, geen waarden toegekend aan het plangebied. Volgens de gemeentelijke Cultuurhistorische waarderingskaart zijn in het plangebied geen specifieke cultuurhistorische waarden aanwezig. Wel zijn de Oude Rijksweg ten oosten van het plangebied en het informele pad direct ten noorden van het plangebied aangeduid als 'weg, voor 1832'.

Dit heeft verder geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied. 4.10.3 Conclusie De aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' vormen geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

4.11

Leidingen

4.11.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd:  gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen;  aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”;  defensiebrandstoffen;  warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, aardgas, brandstof en/of hoogspanningsverbindingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones moeten worden opgenomen.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

4.12

Vormvrije MER-beoordeling

4.12.1 Regelgeving Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:  belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk;  belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. 4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De voorgenomen activiteiten in het plan liggen ruim onder de plandrempel waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’.

De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.

36

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere bestemmingsplannen van de gemeente Heumen. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningsvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht. 5.1.1

Inleidende regels

Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. 5.1.2

Bestemmingsregels

In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In deze bepaling zijn specifieke gebruiksregels voor aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten, bed & breakfast en kamerverhuur gesteld.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

5.1.3

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat algemene gebruiksregels omtrent strijdig gebruik van gronden en bouwwerken. Algemene afwijkingsregels Deze bepaling bevat algemene afwijkingsregels omtrent de voorgeschreven maatvoering, bouwgrenzen, het bouwen van nutsvoorzieningen en het oprichten van antennes. Overige regels In deze bepaling is ten aanzien van parkeren opgenomen dat voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. 5.1.4

Overgangs- en slotregels

Overgangsregels Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.2

Bestemmingsplan

In het plangebied komen de volgende (dubbel)bestemmingen voor: Artikel 3 Agrarisch met waarden - Landschap De gronden buiten de woonbestemming behouden de agrarische bestemming. De bestemmingsregels zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan, met dien verstande dat de regeling is aangepast aan de functie van de resterende gronden, namelijk extensief agrarisch gebruik in de vorm van weidegronden/graslanden. Artikel 4 Groen - Landschappelijke beplanting De delen van het perceel met primair landschappelijke beplanting hebben vanwege hun omvang en uitstraling een eigen specifieke groenbestemming gekregen. Artikel 5 Wonen Ter plekke van de nieuw te bouwen woning en de bestaande bedrijfswoning is de bestemming 'Wonen' opgenomen. De begrenzing van de bestemmingsvlakken 'Wonen' is afgestemd op de voorgenomen inrichting van het gebied. De inhoud van de woonbestemming komt overeen met de regeling in het bestemmingsplan Buitengebied namelijk: de bestaande woning wordt als bestaand geregeld zowel op de specifieke locatie als voor wat de maatvoeringseisen betreffen. De nieuw te bouwen woning moet worden gesitueerd binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning'.

38

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Artikel 6 Waarde - Archeologische verwachting 2 (dubbelbestemming) De regeling ter bescherming van archeologische verwachtingswaarden is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Heumen 2009'. De dubbelbestemming werkt primair ten opzichte van de onderliggende enkelbestemming. Om in beeld te brengen of archeologische waarden ter plaatse aanwezig zijn, geldt een onderzoeksplicht voor het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander moet worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, moet een exploitatieplan worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Alle kosten die gemaakt moeten worden voor het opstellen van een bestemmingplan zijn voor rekening van de initiatiefnemers. Hiervoor is een overeenkomst afgesloten, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade is geregeld. Daarmee zijn de kosten voor de planontwikkeling anderszins verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan niet aan de orde. Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

6.2

Overleg

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het voorliggende bestemmingsplan toegezonden aan diverse overlegpartijen. Er zijn geen vooroverlegreacties ingediend.

6.3

Inspraak

In het kader van de inspraak hebben de initiatiefnemers op 20 april 2021 een brief in de bus gedaan met uitleg over de plannen bij Oude Rijksweg 2 en 4 en er is de mogelijkheid geboden om (op afstand vanwege Covid-19) in overleg te gaan over de plannen. Deze twee adressen zijn de enige direct omwonenden. De bewoners van nr. 4 hebben een vraag gesteld of de nieuwe woning niet leidt tot extra hinder voor de bedrijfsvoering van hun agrarische veehouderij. Hierop hebben de initiatiefnemers aangegeven dat, zoals in paragraaf 4.6 al aangegeven, de afstand tussen de bestaande bedrijfswoning in het plangebied en de dichtstbijzijnde stal van de melkrundveehouderij aan de Oude Rijksweg 4 al meer dan 100 m bedraagt. De nieuwe vrijstaande woning komt zelfs nog wat verder van dit bedrijf af te liggen. Daarmee worden de belangen van hun veehouderij niet geschaad. Van de bewoners van nr. 2 is geen reactie ontvangen.

6.4

Zienswijzen

Na afronding van het vooroverleg start de formele bestemmingsplanprocedure. Eventuele aanpassingen die volgen uit de overlegreacties worden te zijner tijd verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Indien nodig worden er ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van maandag 5 juli 2021 tot en met maandag 16 augustus 2021 (gedurende zes weken) ter visie gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

40

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Bijlage 1

42

Verkennend bodemonderzoek

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Bijlage 3

44

Digitale watertoets

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Bijlage 4

Quickscan Wet natuurbescherming

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

45

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

46

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Regels

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

47

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1 met identificatienummer NL.IMRO.0252.BUbpOudeRijksweg1-VA01 van de gemeente Heumen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan huis verbonden beroepsmatige activiteiten het uitoefenen van een beroep of bedrijf door de bewo(o)n(st)er van de woning op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, kunstzinnig dan wel ontwerptechnisch gebied, alsmede het beroepsmatig verlenen van diensten op deze gebieden dan wel het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingsplichtig is; 1.6 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.7 bed & breakfast een inpandige voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt als ondergeschikte toeristisch recreatieve activiteit; 1.8 bestaand a.

bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald. 1.9 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.10 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.11 bijgebouw een niet voor bewoning bestemd vrijstaand gebouw, dat door zijn constructie en/of afmetingen ondergeschikt is en een gebruikseenheid vormt en dienstbaar is aan een woning, een stacaravan of een recreatiewoning; 1.12 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.13 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

48

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

1.14 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.15 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die (in)direct met de grond verbonden is, hetzij (in)direct steun vindt in of op de grond; 1.16 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling voor verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.17 erf al dan niet bebouwde perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.18 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.19 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.20 kelder een bijzondere bouwlaag waarbij de vloer van de bovengenoemde bouwlaag onder het gemiddeld aangrenzend peil is gelegen, en tussen de buitenzijde van de gevels; 1.21 overkapping: een bouwwerk bestaande uit maximaal twee al dan niet tot de constructie behorende wanden; 1.22 paardenbak een

omheind terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of ander doorlatend materiaal ten behoeve van het rijden op paarden; 1.23 permanente bewoning bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een recreatiewoning, stacaravan of andere, voor wisselende bewoning bedoelde, ruimte als hoofdverblijf c.q. vaste woonof verblijfplaats; 1.24 recreatiewoning een gebouw dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning, waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; 1.25 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.26 stacaravan een caravan die als een bouwwerk in de zin van de Woningwet valt aan te merken; 1.27 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt;

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

49

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

1.28 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

50

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; Voor de berekening van de inhoud van een bouwwerk wordt tevens meegeteld ruimte die door vier wanden, scheidingsmuren en/of dakvlakken is omsloten, maar niet door middel van een dak is afgesloten. De inhoud van deze ruimte wordt gemeten tussen de bovenzijde van de vloer, de binnenzijde van de wanden, scheidingsmuren en/of dakvlakken en de projectie van het dak, waarbij de hoogte van deze projectie wordt bepaald aan de hand van de gemiddelde hoogte van de vier wanden, scheidingsmuren en/of dakvlakken.

2.5 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 peil de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter plaatse.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

51

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden - Landschap

3.1

Bestemmingsomschrijving

3.1.1

Algemene bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden - Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden agrarisch grondgebruik; b. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de aanwezige landschappelijke waarden; c. extensief recreatief medegebruik; d. voorzieningen voor de waterhuishouding; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ontsluitingsvoorzieningen, parkeervoorzieningen binnen het bouwvlak en de bestaande nutsvoorzieningen. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Bebouwing is slechts toegestaan indien dit ten dienste staat aan deze bestemming. 3.2.2

Gebouwen

Gebouwen zijn niet toegestaan. 3.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, moeten voldoen aan de volgende kenmerken: a. paardenbakken zijn niet toegestaan, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - paardenbak'; b. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 2,0 m; c. de maximum bouwhoogte van naar de openbare weg gekeerde erf- of terreinafscheiding bedraagt 1,0 m. 3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1

Schuilgelegenheden, melkstallen en veldschuren

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sublid 3.2.2 voor het bouwen van schuilgelegenheden, melkstallen en veldschuren buiten het bouwvlak, mits: a. advies is verkregen van een onafhankelijke instantie op het gebied van agrarische bedrijfsvoering inzake de noodzakelijkheid voor een doelmatige bedrijfsvoering; b. de gezamenlijke maximum oppervlakte van schuilgelegenheden, melkstallen en veldschuren buiten het bouwvlak per bedrijf maximaal 30 m² bedraagt; c. de maximum bouwhoogte 3,0 m bedraagt.

52

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

3.3.2

Paardenbakken

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sublid 3.2.3 voor het aanleggen van paardenbakken voor hobbymatig gebruik buiten het bouwvlak, mits: a. de paardenbak aansluit aan het bouwvlak of de bestemming 'Wonen'; b. het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden beperkt; d. voorzien wordt in een zorgvuldige landschappelijke inpassing; e. lichtmasten en andere aan de paardenbak verwante bouwwerken niet worden gebouwd; f. de maximum oppervlakte 800 m² bedraagt; g. de maximum bouwhoogte van de omheining 1,5 m vanaf het maaiveld bedraagt; h. de omheining voldoet aan redelijke eisen van welstand. 3.3.3

Erf- en terreinafscheidingen

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sublid 3.2.3 voor het oprichten van naar de openbare weg gekeerde erf- en terreinafscheidingen tot een maximum bouwhoogte van 1,8 m, mits dit uit landschappelijk oogpunt aanvaardbaar is. 3.4 Omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden 3.4.1

Vergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in lid 3.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het ontginnen, verlagen van de bodem of afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; b. het aanleggen en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het vellen en rooien van bomen en ander houtgewas en het verrichten van handelingen, die ernstige beschadiging of de dood van bomen en ander houtgewas ten gevolge kunnen hebben; d. het aanbrengen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur. 3.4.2

Verlening

Een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 3.4.1 kan worden verleend, indien door het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke waarden van het gebied. Hieraan kunnen voorwaarden worden verbonden. 3.4.3

Nadere voorwaarde bij vellen en rooien bomen

Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend als bedoeld in sublid 3.4.1 dient tevens te worden aangetoond dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. 3.4.4

Landschapsdeskundige

Alvorens te besluiten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 3.4.1 wint het bevoegd gezag advies in bij een deskundige op het gebied van natuur en landschap.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

53

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

3.4.5

Uitzonderingen vergunningplicht

Er is geen omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 3.4.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; c. het periodiek vellen van hakhout.

54

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Artikel 4 4.1

Groen - Landschappelijke beplanting

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen - Landschappelijke beplanting' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de ontwikkeling en de instandhouding van landschappelijke beplanting als opgenomen in bijlage 1; b. voorzieningen voor de waterhuishouding; c. in- en uitritten. met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Gebouwen mogen niet worden gebouwd. 4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 2,0 m. 4.3 Omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden 4.3.1

Vergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in lid 4.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het ontginnen, verlagen van de bodem of afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; b. het aanleggen en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, uitgezonderd één in- en uitrit per woning; c. het aanbrengen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; d. het vellen en rooien van bomen en ander houtgewas en het verrichten van handelingen, die ernstige beschadiging of de dood van bomen en ander houtgewas ten gevolge kunnen hebben; e. het winnen van mos en bosstrooisel. 4.3.2

Verlening

Een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 4.3.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de instandhouding van de landschappelijke beplanting in het gebied en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoetgekomen. 4.3.3

Landschapsdeskundige

Alvorens op een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 4.3.1 te beschikken, wint het bevoegd gezag het advies in van een landschapsdeskundige.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

55

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

4.3.4

Uitzonderingen vergunningplicht

Er is geen omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 4.3.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; c. het periodiek vellen van hakhout.

56

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Artikel 5 5.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het bestaande aantal woningen; b. één nieuwe woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – nieuwe woning'; c. voorzieningen voor de waterhuishouding; d. aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten en/of bed&breakfast in hoofd- en bijgebouwen, met dien verstande dat: 1. maximaal 40 % van de vloeroppervlakte van de gebouwen tot een maximum van 100 m² mag worden gebruikt; 2. er geen detailhandel wordt uitgeoefend behoudens een beperkte verkoop in het klein van ter plaatse vervaardigde producten en direct in verband met de aan huis verbonden beroepsen/of bedrijfsmatige activiteiten; 3. het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu en de agrarische bedrijfsvoering in de omgeving mag opleveren en geen afbreuk mag doen aan het karakter van de omgeving; 4. er geen activiteiten mogen plaatsvinden die in de regel worden uitgeoefend op een industrieterrein of bedrijventerrein; 5. het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; 6. er geen etalages en vitrines mogen zijn; 7. er gelijktijdig niet meer dan twee medewerkers werkzaam mogen zijn; 8. er geen bedrijfsmateriaal buiten op het perceel opgeslagen mag worden; 9. er geen activiteiten mogen plaatsvinden die vergunningplichtig of meldingsplichtig zijn krachtens de Wet milieubeheer; e.

de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing als opgenomen in bijlage 1; f. bestaande paardenbakken. met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Hoofdgebouwen

Hoofdgebouwen moeten voldoen aan de volgende kenmerken: a. de maximum goothoogte bedraagt 6,0 m; b. de maximum bouwhoogte bedraagt 10,0 m; c. de maximum inhoud bedraagt 800 m³, dan wel de bestaande grotere inhoud; d. per bestemmingsvlak is één woning toegestaan; e. er mogen alleen vrijstaande woningen gerealiseerd worden. 5.2.2

Kelders

Kelders zijn uitsluitend onder de woning en overige gebouwen toegestaan. 5.2.3

Bijgebouwen en overkappingen

Bijgebouwen en overkappingen voldoen aan de volgende kenmerken: a. de maximum afstand tot de zijgevel van het hoofdgebouw bedraagt 15,0 m; b. de maximum afstand tot achtergevel van het hoofdgebouw bedraagt 25,0 m; c. ze moeten worden gebouwd op het zij- en achtererf op een minimum afstand van 5,0 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw; d. de gezamenlijke maximum oppervlakte per woning bedraagt 75 m²; e. de maximum goothoogte bedraagt 3,0 m; f. de maximum bouwhoogte bedraagt 5,0 m.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

57

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

5.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de maximum bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen vóór (het verlengde van) de lijn op 1,0 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt 1.0 m; b. de maximum bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen achter (het verlengde van) de lijn op 1,0 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt 2,0 m; c. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt 2,0 m. 5.2.5

Herbouw

Herbouw van de bestaande woning is uitsluitend toegestaan op de bestaande locatie met inachtneming van het bepaalde in sublid 5.2.1. 5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Paardenbakken

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.1 voor het aanleggen van nieuwe paardenbakken voor hobbymatig gebruik, mits: a. het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden beperkt; c. voorzien wordt in een zorgvuldige landschappelijke inpassing; d. lichtmasten en andere aan de paardenbak verwante bouwwerken niet worden gebouwd; e. de maximum oppervlakte 800 m² bedraagt; f. de maximum bouwhoogte van de omheining 1,5 m vanaf het maaiveld bedraagt; g. de omheining voldoet aan redelijke eisen van welstand. 5.3.2

Erf- en terreinafscheidingen

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sublid 5.2.4 onder a voor het oprichten van naar de openbare weg gekeerde erf- en terreinafscheidingen tot een maximum bouwhoogte van 1,8 m, mits dit uit landschappelijk oogpunt aanvaardbaar is. 5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1

Voorwaardelijke verplichting

Het bouwen en gebruiken van de nieuwe woning conform deze bestemming is enkel toegestaan onder de voorwaarde dat: a. de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, met uitzondering van dat deel van de voormalige loods dat kan dienen als bijgebouw van de bestaande woning, met inachtname van het bepaalde in sublid 5.2.3, gesloopt worden; b. binnen een termijn van 1 jaar na de realisatie van de nieuwe woning de landschappelijk inpassing (onderdelen 4 t/m 7) conform bijlage 1 is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden.

58

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologische verwachting 2

Bestemmingsomschrijving

De voor ´Waarde - Archeologische verwachting 2´ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Omgevingsvergunningplicht

Bij een aanvraag voor een reguliere omgevingsvergunning voor het bouwen voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 2.500 m² moet de aanvrager een rapport overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, in voldoende mate is vastgesteld. 6.2.2

Voorwaarden

Indien het oprichten van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt aangevraagd kan leiden tot aantasting van archeologische waarden, kunnen burgemeester en wethouders op basis van een bij de bouwaanvraag in te dienen archeologisch rapport in ieder geval een van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.2.3

Uitzonderingen rapport

Het overleggen van een rapport is niet nodig indien wordt aangetoond dat de grond dieper dan 0,4 m is gewoeld of indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, welke is getoetst door een archeologische deskundige, afdoende is vastgesteld. 6.2.4

Advies

Alvorens de gevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen te verlenen, vraagt het bevoegd gezag een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg om advies.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

59

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1

Werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in lid 6.1 bedoelde gronden over een oppervlakte van meer dan 2.500 m², de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, ontginnen, verlagen, afgraven of egaliseren van gronden; b. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,4 m vanaf maaiveld, over een oppervlakte van meer dan 2.500 m²; c. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen; d. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de oppervlakte van de aan te brengen verharding 2.500 m² of meer bedraagt; e. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport- energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies; f. het aanleggen van drainage; g. het graven of dempen van sloten, watergangen of vijvers. 6.3.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10547475/1