CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I Toelichting en regels

Raad 21 oktober 2021, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Oude Rijksweg 1 Nederasselt18.934 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1 Gemeente Heumen

NL.IMRO.0252.BUbpOudeRijksweg1-VA01 | Vastgesteld Projectnr. W-20099 | 21 oktober 2021

Gemeente Heumen Bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Toelichting Regels Verbeelding

Vestigingsadres: Schoenaker 10, 6641 SZ Beuningen Telefoonnummer 024 - 675 23 56 Emailadres info@burowaalbrug.nl Website www.burowaalbrug.nl Rekeningnr. IBAN NL98 RABO 0302 2351 59 KvK Nummer 58365524 BTW Nummer NL8530.06.453.B01

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend(e) bestemmingsplan(nen) 1.4 Leeswijzer

6 6 6 7 8

Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

10 10 11

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie

13 13 14 16 20

Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Lucht 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Vormvrije MER-beoordeling

21 21 21 22 24 25 26 27 30 32 34 35 36

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplan

37 37 38

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Overleg 6.3 Inspraak 6.4 Zienswijzen

40 40 40 40 40

Bijlagen bij toelichting

41

Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

42

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

43

Bijlage 3

Digitale watertoets

44

Bijlage 4

Quickscan Wet natuurbescherming

45

2

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Regels

47

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

48 48 51

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Landschap Groen - Landschappelijke beplanting Wonen Waarde - Archeologische verwachting 2

52 52 55 57 59

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

62 62 62 62 62

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

63 63 63

Bijlagen bij regels

64

Bijlage 1

65

Landschappelijke inpassing en beplantingsplan

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

4

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Toelichting

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aanleiding voor het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is het voornemen van initiatiefnemer om de agrarische bedrijfsactiviteiten op de locatie Oude Rijksweg 1 te Nederasselt definitief te beëindigen en de locatie te herontwikkelen tot twee woonpercelen. De locatie bestaat uit een voormalige kwekerij met kas en bedrijfsgebouw en bijbehorende opslag voor het hoveniersbedrijf. Het agrarisch bedrijf heeft haar bedrijfsactiviteiten al gestaakt. Dit bestemmingsplan is opgesteld om functieverandering op de locatie mogelijk te maken en, in ruil voor het slopen van de kas en het bedrijfsgebouw, ter plaatse één nieuwe vrijstaande burgerwoning op te richten. De bestaande bedrijfswoning wordt tegelijkertijd omgezet naar een burgerwoning en het geheel wordt landschappelijk ingepast. Voor de herbestemming naar wonen wordt gebruik gemaakt van het gemeentelijk beleid voor omschakeling van agrarisch bedrijf naar wonen.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen direct ten westen van de oude Rijksweg In Nederasselt, op relatief korte afstand van de Drutenseweg (N845). Het plangebied is kadastraal bekend gemeente Nederasselt, sectie D, nr. 479 (deels) en heeft een oppervlakte van circa 8.420 m². Navolgende afbeeldingen tonen globaal de ligging en de begrenzing van het plangebied in de omgeving:

Globale ligging plangebied (rode druppel, Bron: maps.google.nl)

6

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Globale begrenzing plangebied (rode omkadering, Bron: maps.google.nl) Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

1.3

Geldend(e) bestemmingsplan(nen)

Voor de gronden in het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Heumen 2009', zoals de gemeenteraad dat heeft vastgesteld op 16 december 2010. Ter plaatse van het plangebied geldt de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' en is een agrarisch bouwvlak aanwezig van circa 5.000 m². Tevens is het hele plangebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2'.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan met globale begrenzing plangebied (rode omkadering) Omdat binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' de realisatie van burgerwoningen niet is toegestaan (en de beoogde ontwikkeling ook niet past binnen de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheden uit sublid 5.6.4 en sublid 5.6.6), is het noodzakelijk om de bestemming voor de gronden in het plangebied te herzien. Op deze wijze kan tevens het agrarisch bouwvlak van de verbeelding verwijderd worden om de gewenste functieverandering van agrarisch bedrijf naar wonen mogelijk te maken.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet.

8

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd. Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Bestaande situatie

Het plangebied was voorheen in gebruik als agrarisch bedrijf in de vorm van een kwekerij met bijbehorende opslag voor het hoveniersbedrijf. In het plangebied bevinden zich een kas van circa 1.000 m² en een bedrijfsgebouw van circa 400 m², met een overkapping daar tussen van circa 60 m². In totaal is er dus een kleine 1.500 m² aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing aanwezig. De bedrijfswoning bevindt zich direct ten oosten van het bedrijfsgebouw. Ook is er aan de zuidzijde van het perceel een paardenbak aanwezig. Een groot deel van de noordwestzijde van het perceel is voorzien van terreinverharding, waarop ook buitenopslag plaatsvindt.

Impressie bestaande bebouwing in plangebied

Luchtfoto bestaande situatie in plangebied in zuidelijke richting

10

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Impressie bestaande bebouwing in plangebied gezien vanaf de Oude Rijksweg

2.2

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie mag in ruil voor het slopen van de kas en het bedrijfsgebouw en het laten vervallen van het agrarisch bouwvlak, ter plaatse één nieuwe vrijstaande burgerwoning opgericht worden. Deze woning komt ten zuiden van de al bestaande woning en bestaat uit maximaal twee bouwlagen met kap. De huidige bedrijfswoning blijft behouden en wordt omgezet naar een burgerwoning. Beide woningen beschikken verder over een eigen bijgebouw, elk bereikbaar via een eigen inrit. Daarnaast wordt het geheel landschappelijk ingepast. Op navolgende afbeelding is de beoogde situatie in combinatie met de landschappelijke inpassing weergegeven:

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

De bestaande beplanting op het perceel wordt gehandhaafd (onderstaande nummers komen overeen met de nummering op de inpassingstekening): 1. Struweel/ houtsingel bestaande uit zwarte els, beuk, witte berk, laurier en braam; 2. Twee Walnootbomen; 3. Struweel/ houtsingel bestaande uit zwarte els, beuk, witte berk en laurier. De beplanting wordt aangevuld met de volgende onderdelen: 4. Beukenhaag aan voorkant en zijkanten van de twee woningen; 5. Meidoornhaag aan de achterzijde tussen beide woonpercelen; 6. Vijf bomen tussen de meidoornhaag; 7. Zes fruitbomen voor de nieuwe woning.

12

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De kaders van het rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). In de SVIR schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. De structuurvisie gaat uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Dit betekent dat de verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid meer bij provincies en gemeenten komen te liggen. Het Rijk zal zich alleen bezig houden met de zaken die prioriteit hebben. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. De structuurvisie is juridisch vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), zie 3.1.2. Planspecifiek Dit bestemmingsplan heeft geen relatie met de nationale belangen, zoals deze in de SVIR zijn opgenomen. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de SVIR. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek Dit bestemmingsplan heeft geen relatie met de nationale belangen, zoals deze in het Barro zijn opgenomen. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Conform actuele jurisprudentie wordt een ontwikkeling van 12 woningen of meer gezien als stedelijke ontwikkeling. Aangezien het de ontwikkeling van één woning betreft in ruil voor het slopen van bestaande overtollige agrarische bedrijfsbebouwing, is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals dit in het Bro wordt gedefinieerd. Het doorlopen van de ladder is daarmee niet noodzakelijk. 3.1.4

Conclusie

In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Algemeen

Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn beide op 1 maart 2019 in werking getreden. De Omgevingsvisie en –verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast. Op 16 april 2021 is de laatste actualisatie van de Omgevingsverordening Gelderland in werking getreden. 3.2.2

Omgevingsvisie

De komende decennia komt er veel op Gelderland af: het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. De provincie zet in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal.  Gezond en veilig; dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is ook voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En dat is ook aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid.  Schoon en welvarend; dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen, alsmede het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.

Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden.

14

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling draagt bij aan het ontstenen van het buitengebied. In ruil voor de sloop van een kleine 1.500 m² aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (een mix van een kas en bedrijfsgebouwen) wordt één vrijstaande woning gerealiseerd.

Dit betreft een woning die zal voldoen aan de meest recente BENG-(isolatie)normen. Samen met de te behouden voormalige bedrijfswoning wordt de nieuwe vrijstaande woning landschappelijk ingepast in het ter plaatse aanwezige landschap dat is gelegen op de overgang tussen de komgronden en het oeverwallengebied. Dit draagt bij aan de provinciale ambitie om voor een ieder een passende woning te hebben en het geheel is in lijn met de provinciale duurzaamheids- en biodiversiteitsambities. Voor onderhavige plangebied zijn verder geen specifieke doelstellingen geformuleerd in de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 3.2.3

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek In artikel 2.2 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt, als de ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Aangezien het toevoegen van één wooneenheid passend is binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma (dat op zijn beurt past binnen de subregionale woonagenda, zie subparagraaf 3.3.3), is de voorgenomen ontwikkeling niet strijdig met de Omgevingsverordening. Voor onderhavige plangebied zijn verder geen specifieke regelingen geformuleerd in de Omgevingsverordening.

Vandaar dat de Omgevingsverordening geen belemmering vormt. 3.2.4

Conclusie

In het plangebied zijn geen provinciale belangen in het geding.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Heumen 2025

De gemeenteraad heeft de Structuurvisie Heumen 2025 op 13 februari 2014 vastgesteld. Het is een structuurvisie die van toepassing is op het gehele grondgebied van de gemeente Heumen. In deze visie wordt ten aanzien van de verschillende (gewenste) ruimtelijke ontwikkelingen een toekomstbeeld gegeven tot het jaar 2025. Het geeft het kader aan waarbinnen onderhavige ontwikkeling plaats moet vinden. In het buitengebied vindt geen nieuwe woningbouw plaats, met uitzondering van kleinschalige ontwikkelingen in het kader van nieuwe landgoederen, plattelandswoningen als gevolg van rood voor rood (ruimte voor ruimte) regelingen en langs de Rijksweg (N844) in relatie tot het verbeteren van de stedenbouwkundige kwaliteit en het verbinden over de weg heen van natuur en landschap. Planspecifiek Op onderhavig perceel wordt gebruik gemaakt van de rood-voor-rood regeling (zie subparagraaf 3.3.2 voor een toetsing aan dit beleid). Hiermee wordt bewerkstelligd dat de (landschappelijke) kwaliteit van het buitengebied wordt versterkt door middel van het verwijderen van (in onbruik geraakte) bebouwing. In casu wordt een kleine 1.500 m² aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (een mix van een kas en bedrijfsgebouwen) en een grote oppervlakte aan terreinverharding verwijderd, in ruil voor de bouw van één vrijstaande burgerwoning.

Samen met de te behouden voormalige bedrijfswoning (in de toekomst: burgerwoning) wordt de nieuwe vrijstaande woning landschappelijk ingepast in het ter plaatse aanwezige landschap dat is gelegen op de overgang tussen de komgronden en het oeverwallengebied. Daarmee past het plan binnen de kaders uit de gemeentelijke structuurvisie. 3.3.2

Beleid voor omschakeling van (agrarisch) bedrijf naar wonen

In het bestemmingsplan 'Buitengebied Heumen 2009' zijn binnen de agrarische bestemmingen 'Agrarisch', 'Agrarisch met waarden - Landschap' en 'Agrarisch met waarden - Landschap en natuur' een aantal afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Deze zogenaamde flexibiliteitsbepalingen geven ontwikkelingsmogelijkheden weer, naast de mogelijkheden die reeds bij recht worden gegeven. Voor agrarische bedrijven en glastuinbouwbedrijven zijn in de toelichting van het bestemmingsplan 'Buitengebied Heumen 2009' specifieke regelingen beschreven. Alle bedrijfsgebouwen, die niet als monumentaal of karakteristiek kunnen worden aangemerkt, moeten worden gesloopt. Wanneer alle glasopstanden worden gesloopt gelden mogelijkheden voor herbouw. Hierin wordt aangehaald dat bij sloop van 1.000 tot 2.500 m² glasopstanden één woongebouw mag worden herbouwd tot maximaal 800 m³. Dit functieveranderingsbeleid is in 2017 (gedeeltelijk) vervangen door het nieuw vastgestelde functieveranderingsbeleid van de gemeente Heumen. Op 5 september 2017 heeft de gemeente Heumen functieveranderingsbeleid vastgesteld voor het gebied gelegen binnen de gronden van het bestemmingsplan 'Buitengebied Heumen 2009'. Dit beleid maakt het mogelijk om van een (agrarische) bedrijfsbestemming in het buitengebied om te schakelen naar wonen. Voor deze omschakeling zijn in het beleid voorwaarden opgenomen.

Navolgend wordt het planvoornemen getoetst aan deze voorwaarden: Planspecifiek a. Beëindiging bedrijf: Het bedrijf moet ter plaatse beëindigd zijn of vast moet staan dat het bedrijf beëindigd wordt. Alle milieuvergunningen moeten worden ingetrokken. Het bedrijf ter plaatse wordt beëindigd, de bedrijfsgebouwen worden gesloopt en het betreffende bedrijf wordt uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel.

16

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

b. Sloop van alle voormalige bedrijfsopstallen en kassen: 1. Alle aanwezige bedrijfsgebouwen en kassen worden gesloopt. Monumentale of beeldbepalende bebouwing wordt meegerekend bij het aantal te slopen m², maar mag behouden blijven. Na ingewonnen advies van het Gelders Genootschap besluit de gemeenteraad of er sprake is van monumentale of beeldbepalende bebouwing. Alle aanwezige bedrijfsgebouwen en kassen worden gesloopt. Een deel van de fundering van het grotere bedrijfsgebouw zal hergebruikt worden als fundering voor het nieuwe bijgebouw bij de te behouden voormalige bedrijfswoning. 2. Bij sloop van minimaal 750 m² aan bedrijfsgebouwen, geen kassen zijnde, mag één vrijstaande woning worden opgericht. Bij sloop van 1.500 m² of meer aan bedrijfsbebouwing, niet zijnde kassen, mogen maximaal twee vrijstaande woningen worden opgericht. 3. Bij sloop van minimaal 2.500 m² aan kassen mag één vrijstaande woning worden opgericht; bij sloop van minimaal 8.000 m² aan kassen mogen maximaal twee vrijstaande woningen worden opgericht. 4. Van de voorgeschreven maatvoering kan worden afgeweken als er sprake is van aanzienlijke kwaliteitswinst. Het moet bijvoorbeeld gaan om gebouwen die niet passen in de omgeving, zoals industrieachtige loodsen en vervallen gebouwen.

Stikt formeel past het initiatief niet binnen het functieveranderingsbeleid omdat deze regeling niet voorziet in een combinatie van het slopen van kassen (circa 1.000 m², = 40 % van 2.500 m²) en bedrijfsbebouwing (circa 460 m², = 61 % van 750 m²). Omdat er op voorhand sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een aanzienlijke kwaliteitsverbetering wordt de ruimte-voor-ruimte regeling toegepast onder een afwijkende te saneren oppervlakte. Met deze 'investering c.q. tegenprestatie' wordt een bijdrage geleverd aan de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving en kan worden afgeweken van het bepaalde onder voorwaarde 2 en 3. Hiermee wordt de bouw van één vrijstaande burgerwoning met bijgebouw mogelijk gemaakt. c.

Ruimtelijke zonering: Wanneer het om agrarische bedrijfsbeëindiging gaat wordt de ruimte voor ruimte regeling in beginsel alleen toegepast buiten het primair agrarisch gebied. Dus niet in de Teerse Sluispolder en het Neder- en Overasseltse Broek. Het plangebied valt niet binnen het primair agrarisch gebied. d. Landschappelijke inpassing: Zowel de bestaande als de nieuwe woonbebouwing wordt landschappelijk ingepast. Als referentie voor streekeigen aanplant geldt het natuurbeheerplan Gelderland. Op basis van de uitgangspunten van Stichting Landschapsbeheer Gelderland, die een kaart met streekeigen erfinrichtingen heeft opgesteld, heeft buro Waalbrug een landschappelijke inpassing opgesteld (zie paragraaf 2.2) voor zowel de bestaande als het nieuwe woonperceel in het plangebied. De nieuwe ruimtelijke inrichting van zowel het erf als de omliggende gronden draagt bij aan de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit ter plaatse van het plangebied dat is gelegen op de overgang tussen de komgronden en het oeverwallengebied. e. Verevening: 1. Naast landschappelijke inpassing vindt tevens verevening plaats middels de aanleg van landschapselementen. De mate van verevening is mede afhankelijk van de te realiseren landschappelijke inpassing. Het aspect verevening is meegenomen in de landschappelijke inpassing (zie hiervoor onder d). 2.

In gebieden met een zeer hoge natuur waarde, zoals het Gelders Natuur Netwerk en de Groene Ontwikkelzone worden in overleg met een deskundige op het gebied van natuur en landschap extra eisen gesteld met betrekking tot het behoud van de landschappelijke en/of natuurwaarden van dit gebied. Het plangebied is niet gelegen binnen het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

f.

Cultuurhistorische inpassing: In gebieden met een zeer hoge cultuurhistorische waarde en in waardevolle cultuurhistorische ensembles, zoals aangegeven in het cultuurhistorisch beleid van de gemeente worden in overleg met het Gelders genootschap extra eisen gesteld met betrekking tot het behoud van het cultuurhistorisch aanzien van het gebied. Het plangebied is niet gelegen in een gebied met een zeer hoge cultuurhistorische waarde of in een waardevol cultuurhistorisch ensemble. g. Beeldkwaliteitsplan: De nieuwbouw moet passend in de omgeving zijn. In het bestemmingsplan wordt een beeldkwaliteitsplan opgenomen. Het plangebied is op de Welstandskaart 'Gemeente Heumen 2019' gelegen binnen het welstandsgebied 'Oeverwallenlandschap'. Hier gelden de volgende welstandscriteria voor 'Boerenerven (Agrarisch) buitengebied', waarbij voor het plangebied wordt aangesloten en waar op de inpassingstekening rekening mee is gehouden: Plaatsing c.q. situering  Nieuwbouw past qua plaatsing binnen het bestaande bebouwingspatroon.  In een lint blijft de openheid tussen twee hoofdgebouwen of bebouwingscomplexen bewaard.  Nieuwbouw wordt geplaatst binnen de uitersten van de bestaande rooilijnen langs het lint.  Er wordt aansluiting gezocht bij de (kavel)structuurlijnen in het landschap.

Massavorm  De hoofdvorm van de nieuwe woning bestaat uit een enkelvoudige bebouwingsmassa met een duidelijke kap.  Een bouwmassa kan zijn eigen karakteristiek hebben, maar moet wel passen bij de bouwmassa’s in de omgeving.  De bouwhoogte past in het landschap: de nieuwe woning wordt tot 1,5 bouwlaag met kap gebouwd. Gevelopbouw en -indeling  Zijgevels die duidelijk zichtbaar zijn vanaf de openbare weg moeten als voorgevel behandeld worden.  De architectuur kan een eigentijdse interpretatie zijn van agrarische boerderijen, maar heeft in ieder geval een landelijke uitstraling:

Kleuren en materialen  De hoofdkleur en het overwegend materiaalgebruik zijn afgestemd op de karakteristiek van het landschap, waarbij het gebruik van gedekte kleuren en natuurlijke materialen voorop staan.  Daken zijn gedekt met (gebakken), bij voorkeur antracietkleurige, pannen.  Gevels bestaan uit (rode/bruinrode) baksteen en/of donker gekleurd hout.

18

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

h. Nabij gelegen waarden en functies: 1. Nabijgelegen waarden en functies mogen niet in onevenredige mate worden aangetast of in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad. 2. Nabijgelegen bedrijven en andere gebruiksfuncties worden niet in hun hoedanigheid geschaad. In de directe omgeving liggen agrarische weidegronden met landschappelijke waarde en een bestaande woonbestemming zuidoostelijk van het perceel. Noordoostelijk van het plangebied ligt een melkveebedrijf. De afstand van de nieuwe woning tot de stallen van dit bedrijf bedraagt meer dan 100 m. Daardoor worden de ontwikkelmogelijkheden van het bedrijf niet geschaad. Het voornemen voldoet aan alle voorwaarden van het functieveranderingsbeleid voor omschakeling van agrarisch bedrijf naar wonen in het buitengebied. Daarmee past het voornemen binnen het gemeentelijk beleid. 3.3.3

Woonvisie Heumen 2017

De gemeenteraad heeft de 'Woonvisie Heumen 2017' op 14 december 2017 vastgesteld. Bij het opstellen van de woonvisie zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:  De bestaande woningvoorraad staat centraal, nieuwbouw dient als aanvulling;  De gemeente Heumen is onderdeel van een regionale woningmarkt en handelt binnen de bandbreedte van het (sub)regionale en door de provincie goedgekeurde woningbouwprogramma en de regionale huisvestingsverordening;  Het overgrote deel van de woningvoorraad is in handen van particuliere woningbezitters. De invloed van de gemeente op de woningvoorraad is daardoor beperkt. Woningbezitters zijn primair zelf verantwoordelijk voor de eigen woning;  De gemeente Heumen kent een rijke traditie van samenwerken met verschillende partners, zoals de woningcorporatie, inwoners, maatschappelijke organisaties, ondernemers en andere overheden. Het motto van de woonvisie is: 'prettig wonen in een groene en landelijke omgeving'. Om dit te bereiken zijn vier ambities geformuleerd:  Prettig wonen voor alle levensfasen en inkomensklassen;  Prettig wonen in een duurzame omgeving;  Prettig zo lang als mogelijk zelfstandig wonen;  Prettig wonen in leefbare kernen. Planspecifiek De gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen hebben in oktober 2020 gezamenlijk de 'subregionale woonagenda 2020 - 2030' vastgesteld.

Op basis van een analyse van de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agenda meer dan 16.000 woningen worden gebouwd. Voor Heumen komt dit neer op circa 490 woningen. De voorgenomen ontwikkeling van één duurzame vrijstaande woning past kwantitatief gezien binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma van 490 woningen en daarmee binnen de subregionale woonagenda. Ook draagt de ontwikkeling kwalitatief bij aan de ambities uit de woonvisie. In de visie is aangegeven dat woningbouw buiten de bestaande kernen onderbouwd moet worden. In dit bestemmingsplan gaat het om een woningbouwlocatie buiten de kern. Ter plekke is sprake van herontwikkeling van een voormalige agrarische bedrijfslocatie, waarmee wordt bijgedragen aan een duurzame leefomgeving. Er vindt beëindiging en transformatie plaats van een bestaande agrarische functie. Daarnaast wordt het plangebied landschappelijk ingepast; hiervoor is een landschappelijke inpassing opgesteld, zie verder paragraaf 2.2. Met de uitvoering van deze inpassing wordt bijgedragen aan het 'prettig wonen in een groene landelijke gemeente'. Daarmee past het voornemen binnen de woonvisie van de gemeente Heumen.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

3.4

Conclusie

Het plan is passend binnen c.q. niet strijdig aan het beleid van de verschillende overheden.

20

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Hoofdstuk 4

Milieu- & omgevingsaspecten

4.1

Verkeer & parkeren

4.1.1

Verkeer

De bestaande woning wordt voor motorvoertuigen ontsloten via de bestaande inrit en het pad aan de noordzijde van het plangebied richting de Oude Rijksweg. Voor de nieuwe woning wordt een nieuwe inrit aan de zijde van de Oude Rijksweg gerealiseerd. Om de voertuiggeneratie van de nieuwe vrijstaande koopwoning te bepalen is gekeken naar de ligging van het plangebied. De gemeente Heumen is qua stedelijkheidsgraad aan te merken als een 'weinig stedelijk' gebied en het plangebied maakt onderdeel uit van het 'buitengebied' waardoor de verkeersgeneratie volgens publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' van het CROW (uitgaande van het gemiddelde van de aangegeven bandbreedte) uitkomt op:  8,2 voertuigbewegingen per vrijstaande woning per etmaal. Dit betekent dat er 8,2 voertuigbewegingen extra per etmaal via de Oude Rijksweg zullen plaatsvinden. Planologisch gezien is het overigens in de bestaande situatie toegestaan om agrarische bedrijfsactiviteiten uit te voeren en daarvoor met voertuigen van en naar het plangebied te rijden. Deze verkeersbewegingen met vaak wat zwaarder materieel verdwijnen uit het plangebied en er komen (vrijwel) uitsluitend personenvoertuigbewegingen voor terug. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. 4.1.2

Parkeren

Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is gebruik gemaakt van CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. De gemeente Heumen is qua omgevingsadressendichtheid aan te merken als een 'weinig stedelijke gemeente' en het plangebied is gelegen in het 'buitengebied'. De parkeerkencijfers uit de publicatie worden weergegeven in de vorm van een bandbreedte. De gemeente Heumen gaat bij het bepalen van de parkeerbehoefte uit van het gemiddelde van deze bandbreedte: Woningtype

Aantal

Parkeernorm (inclusief Totale parkeerbehoefte bezoekersparkeren)

vrijstaande koopwoning

1

2,4

2,4

Bij beide woningen is voorzien in 3 parkeerplaatsen op eigen erf. In totaal zijn er dus minimaal 6 parkeerplaatsen. Zoals te zien op de inpassingstekening (zie paragraaf 2.2) is er vanwege de grootte van de woonpercelen ruimschoots voldoende plek om in deze parkeerplaatsen te voorzien. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.2

Bodem

4.2.1

Regelgeving

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). 4.2.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Verkennend bodem- & asbestonderzoek Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in het plangebied. Dit onderzoek is als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. Voor het plangebied is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. In de boven- en ondergrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor cadmium, kobalt, nikkel en zink aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Verhoogde gehalten voor OCB zijn niet aangetoond. In het grondwater is een sterk verhoogd gehalte voor kobalt aangetoond. Daarnaast zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor barium en nikkel aangetoond, ten opzichte van de betreffende streefwaarden. De voormalige teeltlaag en het gebruik van bestrijdingsmiddelen hebben niet geleid tot een (ernstige) bodemverontreiniging met OCB. Middels de voorliggende onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het plangebied in voldoende mate vastgesteld, rekening houdend met onderstaande aanbeveling / advisering: Uit de resultaten blijkt wel dat vooralsnog een sterk verhoogd gehalte voor kobalt aanwezig is in het grondwater, waarvoor formeel gezien een nader onderzoek noodzakelijk is. Tijdens het veldwerk, het plaatsen van de peilbuis, kunnen metaaldeeltjes echter zijn losgekomen van de grond en in het grondwater terecht zijn gekomen.

Hierdoor kan onterecht een verhoogd gehalte voor kobalt worden gemeten in het grondwater. Een nader onderzoek in deze situatie is niet zinvol en niet noodzakelijk. Wel wordt geadviseerd om het grondwater uit peilbuis PB05 over enkele maanden te herbemonsteren en de analyseresultaten te vergelijken met de eerdere bemonstering. Naar verwachting blijkt hieruit een fluctuatie voor wat betreft het gehalte voor kobalt en een bevestiging van bovenstaande argumentatie. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.3

Geluid

4.3.1

Regelgeving

Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten.

22

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde 'dove' gevel heeft.

Een 'dove gevel' is een bouwkundige constructie:  waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering;  waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. 4.3.2

Wegverkeerslawaai

Regelgeving In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 m uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel 76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.

Overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB. 4.3.3

Doorvertaling bestemmingsplan

Er is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd in het plangebied. Dit onderzoek is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. Hogere waarden Een hogere waarde is niet nodig omdat de berekende geluidsniveaus komend van de Oude Rijksweg, de N845, de N324 en de Eindsestraat onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB liggen.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Bouwbesluit en woon- en leefklimaat Benodigde gevelwering (wegverkeerslawaai) De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt ten hoogste 53 dB aan de oostzijde van het plangebied. De vereiste karakteristieke geluidwering Ga;k bedraagt dan maximaal 20 dB (standaardeis uit het Bouwbesluit). Een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels is niet nodig. Woon- en leefklimaat De milieukwaliteit wordt geclassificeerd als ‘Goed’ tot ‘Redelijk’. Het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van het plangebied wordt als acceptabel aangemerkt. Op basis van de toelichting in het onderzoek kan gesteld worden dat de cumulatieve geluidbelasting (wegverkeer) een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat niet in de weg staat. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.4

Milieuzonering

4.4.1

Regelgeving

Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht te worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied.

Voor het vaststellen van de genoemde minimum richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.

Richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Voorgaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig.

24

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

4.4.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Er zijn geen niet-agrarische bedrijven/ instellingen (met een milieucontour die tot in het plangebied reikt) gelegen in de directe nabijheid van het plangebied. Voor het aspect geur wordt verwezen naar paragraaf 4.6. Voor de omliggende woonpercelen treedt daarnaast een verbetering op qua milieuzonering omdat in het plangebied sprake is van het vervallen van een agrarische bedrijfsfunctie. Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.5

Lucht

4.5.1

Regelgeving

Op 15 november 2007 is de wijziging van de Wet milieubeheer in werking getreden. Deze wet vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005' en is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om:  negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken.  mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De paragraaf luchtkwaliteit in de Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als:  er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.  een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt.  een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3 % ten opzichte van de grenswaarde).

Het gaat hier bijvoorbeeld om woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 nieuwe woningen, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen.  een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking is getreden nadat de EU in april 2009 derogatie heeft verleend. Als aannemelijk kan worden gemaakt dat aan één of meerdere van de bovengenoemde criteria wordt voldaan, kan het project zonder toetsing aan de gestelde grenswaarden voor luchtkwaliteit worden uitgevoerd. In de Ministeriële regeling 'niet in betekenende mate bijdragen' zijn voor verschillende categorieën van projecten grenzen gesteld aan de projectomvang, waaronder een project met zekerheid NIBM bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) extra bescherming: substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 m van een provinciale weg of 300 m van een rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. De zones worden afgemeten vanaf de rand van de weg.

In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

4.5.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan zorgt weliswaar voor de realisatie van één extra vrijstaande gasloze woning, maar planologisch gezien is er tegelijkertijd sprake van het vervallen van de agrarische bedrijfsbestemming. Dit betekent dat er per saldo sprake zal zijn van een verbetering van de luchtkwaliteit. Bovendien is zelfs in het geval dat alle woningen nieuw zouden zijn (zonder te kijken naar de huidige agrarische bedrijfsfunctie), sprake van een plan dat zorgt voor een NIBM-bijdrage aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarom is onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk. Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter hoogte van het plangebied. Met de NSL-monitoringstool en de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten (GCN en GDN) zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 langs de Drutenseweg (N845) bepaald. Daaruit blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 respectievelijk circa 15,3 µg/m3, 17,6 µg/m3 en 11,1 µg/m3 bedragen in 2020. Daarmee worden de jaargemiddelde grenswaarden van 40 µg/m 3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet overschreden.

Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.6

Geur

4.6.1

Regelgeving

Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt:  voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv)) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object;  voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie navolgende tabel:

Binnen bebouwde kom

Buiten bebouwde kom

Concentratiegebied

Niet-concentratiegebied

diercategorieën Rgv

maximum 3 ouE/m³

maximum 2 ouE/m³

andere diercategorieën

minimum 100 m t.o.v. geurgevoelig object

minimum 100 m t.o.v. geurgevoelig object

diercategorieën Rgv

maximum 14 ouE/m³

maximum 8 ouE/m³

andere diercategorieën

minimum 50 m t.o.v. geurgevoelig object

minimum 50 m t.o.v. geurgevoelig object

Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop:  de geurbelasting wordt bepaald;  de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten.

26

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). Geur bij niet-agrarische bedrijven Het voorkomen van (nieuwe) geurhinder is het algemene uitgangspunt in het rijksbeleid. Dit uitgangspunt is uitgewerkt in het landelijk informatiedocument ‘Handleiding Geur Industrie’ en beschrijft de methodiek voor de bepaling van het aanvaardbaar hinderniveau voor geur ten gevolge van bedrijfsmatige activiteiten. Vanwege het lokale aspect van geurhinder is de hoogte van het aanvaardbaar hinderniveau niet landelijk vastgelegd. Het bevoegd gezag moet daar een eigen afweging in maken. De provincie Gelderland heeft deze afweging uitgewerkt in de ‘Beleidsregels geur bedrijven (niet-veehouderijen) Gelderland 2017’ voor de industriële bedrijven waarvoor de provincie het bevoegde gezag is.

Daarin is het aanvaardbaar geurhinderniveau vertaald naar streef-, richt- en grenswaarden. De streefwaarde is de waarde waaronder geen sprake is van hinder. De grenswaarde is de waarde waarboven sprake is van ernstige hinder. Over het algemeen wordt een geurcontour die ligt tussen streef- en grenswaarde als aanvaardbaar geurhinderniveau vastgesteld en vastgelegd in de milieuvergunning voor een industrieel geurrelevant bedrijf. 4.6.2

Doorvertaling bestemmingsplan

In de directe nabijheid van het plangebied zijn uitsluitend grondgebonden veehouderijen gelegen. Het meest nabij gelegen, en daarmee maatgevende, melkrundveebedrijf is gelegen aan de Oude Rijksweg 4, even ten noordoosten van het plangebied, aan de andere zijde van de Oude Rijksweg. Melkrundvee betreft dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld. In die gevallen hoeft er geen geurberekening te worden uitgevoerd, maar geldt dat buiten de bebouwde kom een afstand van 50 m tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de gevel van een geurgevoelig object, zoals een woning, in acht moet worden genomen. De afstand tussen de bestaande bedrijfswoning in het plangebied en de dichtstbijzijnde stal van de melkrundveehouderij aan de Oude Rijksweg 4 bedraagt al meer dan 100 m. De nieuwe vrijstaande woning komt zelfs nog wat verder van dit bedrijf af te liggen. Daarmee is er in het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en worden de belangen van de veehouderijen in de omgeving niet geschaad. Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.7

Externe veiligheid

4.7.1

Regelgeving

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas.

bestemmingsplan "Buitengebied, Oude Rijksweg 1" (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Buitengebied, Oude Rijksweg 1

Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1 %-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1 % van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied). Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij woningen, kantoren, ziekenhuizen, scholen of winkels. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf de inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van ruimtelijke plannen met externe veiligheid rekening te houden. Het gaat daarbij niet alleen om het oprichten van of veranderen van inrichtingen of projecteren van nieuwe bestemmingen. Ook bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan moet de externe veiligheid worden beoordeeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10547475/1