Bijlage I Regioprogramma Jeugd Rijk van Nijmegen 2023-2028
Tekst van het document
Om meer grip te krijgen op deze ontwikkelingen, en ervoor te zorgen dat respijtzorg beschikbaar blijft voor de jeugdigen en gezinnen die dit écht nodig hebben gaan we regionaal werken aan: Een visie op beleid rondom de inzet, kaders en voorwaarden bij de inzet van respijtzorg Een passende inkoop van, en contractmanagement op respijtzorg Een voorstel om respijtzorg lokaal als algemene voorziening te ontwikkelen om te voorkomen dat gezinnen gebruik moeten maken van maatwerkvoorzieningen.
4) Verbeteren crisisketen, waaronder goede triage bij crises, doorstroom na opname en afstemming/ regie met lokale teams, spoedeisende zorg, crisisdienst, jeugd-ggz en volwassen-ggz. We ervaren een aantal knelpunten bij de in- en uitstroom van jeugdigen (18-) in crisishulp. Er ontbreekt vaak een duidelijke regierol, de wijkteams worden niet altijd betrokken en het doorzetten na een crisisinterventie lukt moeizaam. Het ontbreekt vaak aan een passend aanbod. Hierdoor is noodzakelijke nazorg of een vervolgtraject niet direct beschikbaar of het sluit niet goed aan. We gaan de crisisketen verbeteren. We verbinden de organisaties die verantwoordelijk zijn voor crisisinterventies aan de wijkteams. In een crisissituatie zijn de jeugdige en het gezin de regie over hun leven vaak kwijt. Het is belangrijk dat er voor de jongere en het gezin één vast aanspreekpunt is die het doorgaan van zorg bewaakt en de regierol tijdelijk kan overnemen. We maken afspraken wie verantwoordelijk is voor vervolgacties na een crisis. We maken gebruik van duurzame mogelijkheden zoals bijvoorbeeld de JIM en het eigen netwerk.
Lokaal /regionaal/wie? In deze opgave zal de regio vanuit de gezamenlijke visie kaders bieden en richtinggevend zijn hoe we de versterking van mentale veerkracht ontwikkelen en ontplooien. Hierbij betrekken wij alle gemeenten in de regio. Lokale gemeenten geven zelf kleuring en invulling binnen de gezamenlijke visie en kaders. Vanuit de regio zullen (leer)bijeenkomsten worden georganiseerd om met elkaar en van elkaar te leren. Het ROB neemt de veranderingen mee bij inkoop en contracten. Lokaal vraagt met name de Hervormingsagenda Jeugd een aantal gerichte acties zoals het verstevigen van lokale teams en het betrekken van ggz in de wijk.
Publicatieversie d.d 19-09-2023
21
3.3
Opgave 3
Het organiseren van passende hulp voor complexe situaties bij jeugdigen en hun gezinnen.
Doel Beter passende hulp voor complexe situaties. We willen voor iedere jeugdige uit de regio een passende oplossing met perspectief. Een oplossing voor nu én de toekomst. Hoe ingewikkeld de zorgvraag ook is. Hierbij kijken we naar de hele context om de jeugdige heen. We voorkomen verergering van problemen door deze vragen op te pakken. We leveren een bijdrage aan een lerend jeugdstelsel door van deze casuïstiek te leren.
Context Er zijn kinderen en ouders voor wie het standaard aanbod niet werkt omdat het niet goed bij hun situatie en leefwereld past. Vaak gaat het om gezinnen die te maken hebben met een kluwen van problemen. De kinderen hebben vormen van jeugdhulp, bescherming en nabijheid nodig waarvoor geen algemene one-size-fits-all oplossingen beschikbaar zijn. Regelmatig wordt er uithuisgeplaatst en volgen meerdere overplaatsingen. Te veel kinderen eindigen bij de jeugdbescherming of in JeugdzorgPlus. Deze gezinnen hebben maatwerk nodig terwijl in spoed en crisis goedbedoeld, maar vaak te snel, wordt gehandeld en opnieuw schade ontstaat9. Professionals moeten samen met de jeugdige en ouders op zoek naar een passend netwerk van hulp en ondersteuning. Dit betekent ook dat lokale teams en jeugdbescherming op tijd (aanvullende) specialistische hulp vragen bij complexe casuïstiek. Om samen te zoeken naar de verklaring van het gedrag van het kind in de context van het gezin. Dit past ook bij onze taak om lokale teams te verstevigen. En het betekent dat zorgaanbieders helpen bij de verklarende analyse en maatwerk gaan inzetten en daarbij met andere betrokkenen samenwerken. We moeten voorkomen dat het gesprek, vooral als het spannend wordt, gaat over wat niet mogelijk is door eigen verantwoordelijkheid, beperkt mandaat of beperkte doorzettingsmacht.
Gezinnen, hulpverleners, organisaties en onze regiogemeenten horen met elkaar in verbinding te blijven, en (achteraf) te leren van ervaringen. Op deze manier transformeren we de vertrouwde werkwijze en kan in verbinding samen bereikt worden wat niemand alleen lukt. Voor expertise in (complexe) jeugdhulpvraagstukken is in de regio ook een rol weggelegd voor het Bovenregionaal Expertisenetwerk Jeugdhulp in Gelderland (BOEG). In BOEG werken 7 samen: Achterhoek, Centraal Gelderland, FoodValley, Midden-IJssel/ Oost-Veluwe, Nijmegen, NoordVeluwe en Rivierenland. In BOEG werken de samen met ervaringsdeskundigen, aanbieders van jeugdhulp, de Gecertificeerde Instellingen en kennisinstituten aan het beter maken van de jeugdhulp. Nederland telt 8 van deze Bovenregionale Expertisenetwerken Jeugd. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geeft opdracht en financiert de bovenregionale netwerken.
In november 2022 is het onderzoek 'Betrek mij gewoon!', op zoek naar verbeterkansen voor de jeugdhulp in het casusonderzoek, afgerond. Onderzocht is hóe een klinische opname of uithuisplaatsing hebben kunnen gebeuren. Jongeren en ouders zelf hebben een centrale rol gespeeld in het onderzoek. Uitkomst is dat ondanks, of misschien soms juist wel door, het gevoel van spoed vaak te snel naar hulp wordt gegrepen die niet goed genoeg aansluit bij de behoeftes van het betreffende kind en bij de kennis over wat echt helpt. In het rapport staan aanbevelingen voor gemeenten, zorgaanbieders, professionals en opleiders. 9
Publicatieversie d.d 19-09-2023
22
Wat doen we? Actielijnen. 1. Verstevigen en meer laagdrempelig inzetten van het Regionaal Expertise Team (RET) om mee te denken bij (complexe) vastgelopen situaties van jeugdigen en hun gezin. Regionaal bieden we passende hulp in complexe situaties. Dit deden we sinds enkele jaren in het Overleg Passende Hulp (OPH). Dit overleg is doorontwikkeld naar een Regionaal Expert Team (RET) dat per 1 januari 2023 is gestart. De voorzitter en vaste deelnemers van het RET geven advies aan lokale teams en jeugdbescherming bij (complexe) vastgelopen casuïstiek. Het RET is een multidisciplinair team met experts van de grote zorgaanbieders van specialistische jeugdhulpvormen (met verblijf en klinische ggz) uit de regio. De expertise zet in op ambulante intensieve jeugdhulp. We willen daarmee een uithuisplaatsing of overplaatsingen in spoed en crisis voorkomen en ondersteunen bij terugkeer naar huis. Het RET ondersteunt lokale teams en jeugdbescherming in de zoektocht naar passende hulp. Een uitgangspunt is dat zij de ouder of jeugdige betrekken of mee laten praten. Het RET moet laagdrempelig ingezet kunnen worden. Dat betekent dat het RET bekend en vindbaar moet zijn. We hebben een paar uitgangspunten die helpen bij het succes van RET. Zo is met de komst van het RET de verplichting om een uithuisplaatsing te melden bij het OPH vervallen10.
Lokale teams en gezinsvoogden worden actief uitgenodigd om bij complexe situaties gebruik te maken van het RET. Zij kunnen laagdrempelig contact hebben met de voorzitter van het RET maar als het nodig is kan deze ook tijdelijk als procesregisseur worden ingezet. De vaste deelnemers van het RET kunnen actief betrokken blijven nadat een casus is besproken. Ook kan een daarvoor opgeleide gedragsdeskundige helpen een verklarende analyse te maken.
Lokaal/regionaal/wie? Het RET heeft lokale teams en jeugdbescherming benaderd en geïnformeerd over de nieuwe werkwijze van het RET. Medio 2023 wordt in het RET op beperkte schaal gestart met de uitvoer van de verklarende analyse. Deze inzet wordt eind 2023 geëvalueerd. Lokale teams en jeugdbescherming gebruiken het RET tijdig en maken bij de inzet van gespecialiseerde jeugdhulp gebruik van gecontracteerd aanbod. ROB en regionale beleidsadviseurs leren van vastgelopen zorgvragen en maatwerkovereenkomsten bij niet gecontracteerde zorgaanbieders van residentiële jeugdhulp. Het RET kan adviseren om expertise in te vliegen van het Bovenregionaal Expertisenetwerk Gelderland: BOEG11. Ook kan de regio aanvragen indienen om (structureel) nieuw zorgaanbod te organiseren.
10 In 2022 is de verplichting voor gecertificeerde instellingen om alle uithuisplaatsingen bij het OPH te melden losgelaten.
Voorwaarde hierbij was dat het aantal uithuisplaatsingen wel gevolgd blijft worden. Dit lukt dankzij de ontwikkeling van een nieuw regionaal dashboard Initi8 instroom verblijf. Het loslaten van de meldplicht heeft geen toename in het aantal uithuisplaatsingen laten zien. Per 1 januari 2023, bij het overgaan van het OPH in het RET is daarom ook de meldplicht voor alle verwijzers vervallen. 11 BOEG ondersteunt vanuit een onafhankelijke positie het Rijk van Nijmegen en het Regionale Expert Team (RET) in complexe en vastgelopen casuïstiek. BOEG stelt eventuele ontbrekende expertise beschikbaar om snel tot passende hulp te komen. BOEG wil leren van opgedane ervaringen, goede praktijken en knelpunten. Publicatieversie d.d 19-09-2023
23
2. Verbeteren insteek op de behoeften van jongeren en ouders door inzet van de doorbraakmethode. In de voortdurende zoektocht naar nieuwe en beter werkzame zorg moeten we meer handelen vanuit cliëntperspectief12. Hulp aan het kind is alleen effectief als voldoende aandacht is voor het gehele gezin. Als omgevingsfactoren een grote rol spelen in de problematiek van het kind, moet dat meegenomen te worden in het vinden van een passende oplossing. Met de inzet van de doorbraakmethode wordt voor ieder gezin maatwerk mogelijk én gelegitimeerd. In de aanpak wordt gewerkt volgens gedeelde waarden, die het mogelijk maken om de publieke middelen verantwoord in te zetten. Deze waarden zijn: legitimiteit (mag het?), betrokkenheid (krijgt het gezin weer grip op hun leven?) en rendement (zetten we de publieke middelen optimaal in?). Met de doorbraakmethode worden lokale teams en jeugdbescherming ondersteund om samen met het gezin buiten bestaande structuren en financiering te denken. Door inzet van de doorbraakmethode bij jeugdigen met specialistische jeugdhulp kan dat uiteindelijk een besparing opleveren omdat andere, zwaardere inzet kan worden voorkomen.
Lokaal/regionaal/wie? In samenwerking met het ROB hebben we aandacht voor kwaliteit bij aanbieders. Onderdeel hiervan is de richtlijn met ouders en jeugdigen beslissen over passende Ook vanuit BOEG is veel aandacht voor deze gelijkwaardige samenwerking tussen professionals en ouders en jeugdigen. Het RET werkt volgens het VNG-borgingsdocument Expertteams, een onderdeel hiervan is dat ouders en jeugdigen aanwezig mogen zijn bij RET. De regio stimuleert alle gemeenten de doorbraakmethode zoals ontwikkeld door het Instituut Publieke Waarden (IPW) in te gaan zetten. Vanuit de regio wordt het IPW ingehuurd om minimaal één professional per lokaal team te trainen. Ook wordt gedacht aan jeugdbescherming en andere jeugdzorgprofessionals. De deelnemers delen hun kennis met en samenwerkingspartners. Na de training wordt de aanpak toegepast bij jeugdhulp casuïstiek. Dit draagt bij aan de integrale samenwerking met uit de verschillende sociale domeinen binnen de lokale gemeentes en de regionale spelers. De regio richt een Regionaal Kennisplatform in met getrainde professionals. Dit platform wordt begeleid door het IPW. In dit platform wordt opgedane kennis gedeeld, wordt daarvan geleerd en wordt deze geborgd. Lokale teams nemen deel aan de training en gaan de aanpak toepassen waar dat kan of nodig is. Dit draagt ook bij aan het verstevigen van lokale teams.
Lokale gemeenten dienen budget te reserveren zodat hun lokale team doorbraak-oplossingen ook in kan zetten.
12 Het onderzoek 'Betrek mij gewoon!' (zie noot 7) brengt dit duidelijk naar voren. In het rapport staan aanbevelingen
geformuleerd voor zowel gemeenten, zorgaanbieders, professionals en opleiders. Publicatieversie d.d 19-09-2023
24
3.4
Opgave 4
Terugdringen residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk.
Doel Meer jeugdhulp zo thuis mogelijk. Voorkomen van uithuishuisplaatsingen door sterke gezinnen én een sterke sociale omgeving. Voor jeugdigen en gezinnen die dat nodig hebben is tijdig passende hulp en ondersteuning beschikbaar. Wanneer residentiële jeugdhulp (jeugdhulp met verblijf) nodig is, dan doen we dat zo thuis mogelijk. Daarvoor moeten we residentiële jeugdhulp transformeren.
Context: Te veel kinderen worden uit huis geplaatst door gezinsproblematiek. Veel kinderen verliezen hun bekende leven omdat ze buiten de gemeente en zelfs buiten de regio worden geplaatst. Te vaak wordt een (zorg)oplossing voor de jeugdige ingezet terwijl het passender en duurzamer is om iets in de leefwereld van het gezin te veranderen. Terugkeer uit residentieel verblijf krijgt nog onvoldoende aandacht. Jongvolwassenen (18+) lopen vast na een verblijf in jeugdhulp omdat er dan verschillende regimes gelden voor verblijf en zorg (WMO, verlengde jeugdwet of zorgverzekeraar). Het lukt ons nog onvoldoende om voor hen een passend vervolg te realiseren. We zijn in onze regio sinds enkele jaren actief bezig om de instroom in jeugdhulp met verblijf terug te dringen. We investeren als gemeenten in alternatieven voor zorg en hulp om dit te voorkomen. We hebben bijvoorbeeld de inzet van ambulante gezinsbehandeling gestimuleerd. We hebben ervaring opgedaan met de door de jeugdige zelf gekozen steunfiguur, de ingebrachte mentor (JIM). Door deze inzet is een positieve beweging gestart. We zien dat het aantal uithuisplaatsingen is gedaald. We willen de komende jaren verder gaan met deze inspanningen.
Wat doen we? Actielijnen. 1.
Het ontlasten van kwetsbare gezinnen door sociale steun van (in)formele opvoeders. De uitdrukking is niet voor niets it takes a village to raise a child Iedereen heeft een sterk netwerk nodig en dit geldt zeker voor kwetsbare gezinnen. Eén op de vier kinderen groeit op in een gezin waar een gezinslid zorg nodig heeft. Sociale steun vanuit de directe omgeving is dan nog belangrijker. Het voorkomt dat gezinnen overbelast raken. In 2020 hebben we regionaal aandacht gevraagd voor de werving van steungezinnen. Gezinnen die steun kunnen gebruiken (vraaggezinnen) worden gekoppeld aan een gezin in de buurt die laagdrempelig en praktisch ondersteuning kan bieden (steungezinnen). Een steungezin deelt met het vraaggezin de zorg voor de kinderen. Zo krijgen kinderen wat extra liefde en aandacht en worden ouders even ontlast. In de regio zijn verschillende organisaties actief die hierin bemiddelen. Een andere manier om overbelaste gezinnen te versterken is door de inzet van Zorgoppas. Ouders met een zorgbehoevend kind vinden niet zomaar een oppas. Gewoon het buurmeisje vragen kan voor hen vaak niet. Daardoor kunnen deze ouders niet los komen van de zorg over hun kinderen. Door een zorgoppas kunnen we ouders ontlasten zodat ze tijd kunnen besteden aan ontspanning of aan privé Publicatieversie d.d 19-09-2023
25
afspraken. Ook hierbij is de kracht van deze hulp alledaags en vriendelijk. Ouders betalen een eigen bijdrage voor deze zorgoppas, met uitzondering van minima tot 130% van de bijstandsnorm. Op deze manier proberen we te voorkomen dat problemen in een gezin verergeren en dragen we bij aan het fijn opgroeien van kinderen in hun eigen gezin.
Lokaal/regionaal/wie? We willen regionaal aandacht voor specifieke doelgroepen waarbij deelname aan de lokale basisvoorzieningen minder vanzelfsprekend is. Het opdrachtgeverschap van steungezinnen en Zorgoppas is een lokale taak. We willen in deze regionale actielijn elkaar inspireren. Steungezinnen worden via Buurtgezinnen gecoördineerd in Berg en Dal, Druten, Heumen, Mook & Middelaar en Nijmegen. In Wijchen gebeurt dat via Meer voor mekaar en in Beuningen via Gezinnen voor elkaar. Zorgoppas is een pilot die 1 maart 2023 gestart is in Nijmegen. We willen hierin regionaal ervaringen uitwisselen en leren van elkaar.
2.
Verstevigen pleegzorg in de regio.
We hebben te weinig pleeggezinnen voor kinderen en jongeren die een plek nodig hebben. Steeds minder mensen melden zich aan als pleegouder. Kinderen en jongeren komen in gezinshuizen of residentiële jeugdhulp terecht, terwijl ze een nodig hebben. Waar ze veilig en optimaal kunnen opgroeien tot hun 21e jaar. Dit betekent dat pleegzorg een belangrijke positie inneemt in ons zorglandschap. Daarom is aandacht geven aan pleegzorg belangrijk. Voorlichting geven over de verschillende vormen van pleegzorg is daar een groot onderdeel van: van vakantie en weekendpleegzorg tot aan pleegzorg 24/7. In oktober 2020 is na een zorgvuldige doelgroep-analyse de campagne liefde maakt het in het Rijk van Nijmegen gestart. Professionals, pleegouders en ouders zetten zich met hart en ziel in om pleegzorg te laten slagen. Samen wordt er alles aan gedaan om het verschil te maken in het leven van een kind. Daarbij willen we niet alleen pleeggezinnen werven, maar willen we ze ook behouden. We moeten aandacht hebben voor de bijzondere taak die zij op zich nemen. Een uithuisplaatsing kan rust en stabiliteit brengen, maar is ook ingrijpender en traumatischer voor kinderen en hun ouders dan wordt gedacht. Dit heeft ook impact op de pleegouders. Er zijn veel pleegzorgplaatsingen die vroegtijdig worden beëindigd.
Het aantal pleegouders dat stopt is te hoog: jaarlijks ongeveer 14% van het totaal aantal pleeggezinnen in Nederland. De Nederlandse vereniging voor pleeggezinnen helpt en ondersteunt pleeggezinnen op allerlei manieren zodat zij de zorg voor een pleegkind vol kunnen houden. We verwachten van zorgaanbieders dat zij ondersteuning bieden aan pleegouders, en er wordt een (flexibele) regeling geboden als het gaat om het maken van extra kosten (de zogeheten bijzondere kosten). In de meest ruime zin worden pleegouders in het zadel geholpen en gehouden door buiten bestaande paden om mee te denken over wat zij nodig hebben (zoals de doorbraakmethode inzetten voor het realiseren van een extra kamer in het huis). Het effect van (blijvend) campagne voeren is zichtbaar: eind 2022 is de wachtlijst van kinderen die pleegzorg nodig hebben gezakt van ruim 20 naar onder de vijf. Maar helaas zien we de wachtlijst weer klimmen. Wat nodig is, is structurele aandacht voor het werven van pleegouders. Hoe groter het aanbod van verschillende pleegouders, hoe beter de pleegzorgaanbieder kan matchen. Hoe beter de match, hoe kleiner de kans dat een pleegzorgplaatsing afgebroken wordt. Publicatieversie d.d 19-09-2023
26
Lokaal/regionaal/wie? De pleegzorgcampagne is gecreëerd door de regio. Regionaal wordt zorggedragen voor een continue online campagne op www.pleegzorgrijkvannijmegen.nl. Marketing verschijnt via Instagram, facebook en soms ook google advertisement. In de jaarlijkse week van de pleegzorg (meestal rond oktober/november) is er een piek, waarbij we regionaal extra inzetten op een piek-campagne. Regionaal wordt samen met de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen onderzoek gedaan naar goede Wat gaat goed, wat kan beter? Omdat succesvolle pleegzorg niet vanzelf gaat. In de regio worden pleeggezinnen, ouders, hulpverleners en beleidsmakers gezamenlijk betrokken. Lokale gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor het vertalen van de campagne op lokale websites, met banners in wijkcentra en een gift en/of media aandacht in de Week van de Pleegzorg. De regio stelt een toolkit beschikbaar. Lokale gemeenten hebben eigen beleid voor mantelzorgers, pleegouders en andere vrijwilligers. Elke gemeente kiest of zij een pleegzorgcompliment willen geven. Ook de nazorg aan pleegouders, het indiceren van hulp in het gezin of het realiseren van ongebruikelijke inzet is een lokale aangelegenheid.
3.
Vergroten en versterken gezinshuiszorg in de regio.
We hebben in de regio meer aanbod nodig voor jeugdigen die Gezinshuiszorg nodig hebben. In gezinshuizen wonen kinderen en jongeren tot 21 jaar die uit huis zijn geplaatst. Gezinshuizen zijn kleinschalig: maximaal 6 kinderen. Het gezinshuis staat vaak in een gewone wijk. Gezinshuiszorg neemt, naast pleegzorg, een belangrijke positie in doordat de zorg thuis is. Deze zorg kan voltijds zijn, maar deeltijd wonen hoort daar ook bij. We hebben gezinshuizen nodig als alternatief bij de afbouw van de residentiële jeugdhulp. Zorgaanbieders worden gestimuleerd om voortdurend te werken aan kwaliteitsverbetering. Daarvoor worden de nieuwe landelijke Kwaliteitscriteria Gezinshuizen gebruikt. Behalve de blijvende aandacht voor het versterken van de kwaliteit van gezinshuiszorg, is het vergroten van de capaciteit van gezinshuiszorg ook hard nodig. We willen dat voor alle jeugdigen uit de regio die dat nodig hebben, een plek in de regio beschikbaar is. Een plek die zo dichtbij mogelijk zodat ze in hun bekende omgeving kunnen blijven. Zeker voor 16+ jeugdigen is er te weinig aanbod. Daarbij gaat het ook over kinderen die dan kunnen uitstromen uit zwaardere zorg (zoals JeugdzorgPlus13 en Driemilieuvoorziening14). Op basis van historisch gebruik en de verwachte toekomstige vraag maken we een ontwerpschets die bestaat uit meerdere profielen van gezinshuizen.
In samenwerking met de wetenschap en ervaringsdeskundigen worden criteria opgesteld voor de gewenste gezinshuizen. Zorgaanbieders worden door ons uitgenodigd om initiatieven te ontwikkelen die hier aan voldoen. De beoordeling van nieuwe initiatieven vindt plaats in een select gezelschap dat bestaat uit ervaringsdeskundigen, wetenschap, professionals en gemeenten. De regio faciliteert hierin.
Lokaal/regionaal/wie? We werken deze actielijn regionaal uit. We hebben alle gemeenten in de regio nodig om passende huisvesting te vinden en de daarbij behorende vergunningen te realiseren. 13 JeugdzorgPlus is een vorm van gesloten jeugdhulp voor jongeren met ernstige gedragsproblemen die een risico vormen voor
zichzelf of anderen. 14 Een Driemilieuvoorziening is een vorm van specialistische jeugdhulp waar verblijf, scholing/werk en vrijetijdsbesteding op één terrein worden aangeboden. Publicatieversie d.d 19-09-2023
27
4.
Versterken van specialistische jeugdhulp en toewerken naar een dekkend zorglandschap.
In 2025 komt een nieuwe inkoop van Jeugdhulp met verblijf. We sluiten dan ook aan op de landelijk gehanteerde term specialistische jeugdhulp15. Specialistische jeugdhulp is het geheel van ambulante gezinsbehandeling, pleegzorg, gezinshuizen en residentiële jeugdhulp. Daarmee laten we de term met vervallen. We werken toe naar een dekkend zorglandschap voor alle kinderen waarbij een uithuisplaatsing dreigt of heeft plaatsgevonden. We toetsen daarbij de kwaliteit van het besluit om uit huis te plaatsen (de We verwachten dat alle professionals werken met de richtlijn uithuisplaatsing die als veldnorm door beroepsverenigingen is ontwikkeld. Ook verwachten we dat zorgaanbieders de landelijk vastgestelde richtlijn residentiële jeugdhulp en de kwaliteitscriteria gezinshuiszorg hanteren. Bij de inkoop wordt gevraagd om vernieuwing. Het gewone leven moet centraal staan bij alle specialistische jeugdhulpvormen: ambulante gezinsbehandeling; pleegzorg, gezinshuizen, residentiële jeugdhulp. Zo kan een zelfgekozen steunfiguur (JIM) worden ingezet bij ambulante gezinsbehandeling wat bijdraagt aan het voorkomen van een uithuisplaatsing. Als een uithuisplaatsing niet afgewend kan worden, dan groeien kinderen op in een zo huiselijk mogelijke gezinssfeer en bij voorkeur met vaste (professionele) opvoeders. Pleegzorg en gezinshuiszorg wordt gestimuleerd.
Als residentiële jeugdhulp nodig is worden ouders betrokken en wordt terugkeer naar huis bevorderd. Als dat niet mogelijk is, worden jeugdigen voorbereid op een zelfstandig bestaan of een ander helpend vervolgperspectief. We vertalen deze uitgangspunten naar een inkoopkader dat met partners wordt gedeeld en vastgesteld. Hierin is ook aandacht voor de zakelijke kant, zoals de inzet van meerzorg16, zorgplicht, acceptatieplicht en kwaliteitscriteria. We brengen in kaart welke verandering aanbieders moeten maken om hun hulpaanbod door te ontwikkelen passend binnen deze visie. Vanaf 2025 sluit het ROB meerjarige contracten volgens deze visie. In 2023 kijken we bij de inkoop ook naar jongvolwassenen die een beschut en beschermd woonzorgaanbod nodig hebben voor specialistische, intensieve problematiek. Een aantal jeugdigen die zijn opgegroeid in pleegzorg, gezinshuizen of zwaarder residentiële jeugdhulp, wil bij 18 jaar geen verblijf meer maar heeft ook geen steunend sociaal netwerk. Of is door een licht verstandelijke beperking kwetsbaar. Vaak is de relatie met ouders en familie beschadigd. Zelfstandig wonen is meestal (nog) niet haalbaar. Deze groep komt niet in aanmerking voor beschermd wonen als ze dat al willen - omdat er geen (passende) diagnose is. De kans dat deze jeugdigen dak- en thuisloos wordt is groot. Hierna in de 6e actielijn komt deze doelgroep verder terug.
Lokaal/regionaal/wie? Regionaal beleidsadviseurs en ROB starten in 2023 met de voorbereiding van de inkoop van specialistische jeugdhulp (Jeugdhulp met Verblijf) voor 2025. Er wordt geleerd van eigen data en ervaringen en die van aanbieders, lokale teams en jeugdbescherming. 15 We gebruiken momenteel
met voor meer dan alleen de jeugdhulp die met verblijf, d.w.z. een overnachting elders, wordt ingezet. Namelijk ook voor ambulante hulp. Dat is verwarrend. Landelijk (VWS, Hervormingsagenda, NJI, etc.) wordt de term gebruikt, daar sluiten wij bij aan. 16 Meerzorg betekent extra ruimte om passende zorg te organiseren, maatwerk, ook als dat initieel buiten het contract valt. Publicatieversie d.d 19-09-2023
28
Tegelijkertijd loopt vanuit de gemeente Nijmegen een aanbesteding voor jongvolwassenen die beschut woonzorgaanbod nodig hebben. Aan een geselecteerd klein aantal zorgaanbieders wordt gevraagd om in het hiaat tussen jeugdwet en WMO iets te ontwikkelen. De contractering is vooralsnog kortdurend (18 maanden) en lokaal. De financiering is jeugdwet en WMO. De inzichten worden regionaal gedeeld en van geleerd. Daarbij wordt ook gekeken naar een structurele financieringsvorm.
5.
Verbinden bovenregionale samenwerking (Gelderland, G7) op essentiële jeugdhulpfuncties.
De zeven Gelderse (G7) slaan de handen ineen voor deze weinig voorkomende hulpvragen waar hoogwaardig specialisme, samenwerking en maatwerk nodig is. Kortweg; samenwerking op essentiële functies17. Deze samenwerking heeft gevolgen voor de regionale contractering en regievoering. In de afgelopen periode is door het Rijk geïnvesteerd in de om- en afbouw van zware residentiële jeugdhulp zoals JeugdzorgPlus en Driemilieuvoorzieningen. Het ontbreekt op dit moment aan landelijke regie op een zorgvuldige om- en afbouw en aan een goede spreiding in het land. Ook een bekostiging ontbreekt die rekening houdt met de kosten voor vastgoed-ombouw, leegstand, personeelsontwikkeling en tegenvallers. Gevolg is dat enkele cruciale organisaties onder druk staan en het aanbod afneemt. Risico hiervan is dat kinderen uit Gelderland niet geplaatst kunnen worden omdat er onvoldoende beschikbare plekken zijn. Uit onderzoeken blijkt dat de zorg voor jeugdigen met complexe en samengestelde problemen op meerdere levensgebieden (in het gezin, bij het kind zelf, op school en daarbuiten) niet voldoende helpend is. Hulp is niet volledig beschikbaar, wachtlijsten zijn lang. Geen enkele zorgaanbieder kan alle benodigde hulp alleen organiseren en/of heeft expertise beschikbaar. Hierdoor is niet alle benodigde hulp dicht bij huis beschikbaar.
Ook hebben jeugdigen vaak al lange tijd hulp waarbij traject op traject stapelt. Doel van bovenregionale samenwerking op G7 niveau is clustering van de schaarse, hoogspecialistische kennis en opvang. Voor kinderen en gezinnen moet daarmee de beschikbaarheid verbeteren, maar ook de zorg transformeren. Dit vraagt overigens ook een transformatie in andere domeinen zoals onderwijs, volwassenen-ggz en woonbeleid.
Lokaal/regionaal/wie? Krachtig opdrachtgeverschap vanuit G7 is nodig, dat vereist het loslaten van autonomie door de De G7 kan dan in samenwerking met zorgaanbieders, ervaringsdeskundigen en verwijzers zoals de Gecertificeerde instellingen zorgdragen voor de benodigde verandering. Om het bovenregionale opdrachtgeverschap in te vullen hebben we uniforme tarieven en een passende bekostigingssystematiek nodig. In 2024 is de verwerving van essentiële jeugdhulpfuncties afgerond en is deze hoog specialistische residentiële jeugdhulp onderdeel van de regionale contracten.
6.
Verbeteren door- en uitstroom 18+.
Om zelfstandig te worden hebben jongeren een stevige basis nodig op de vijf grote leefdomeinen, ook wel de Big 5 genoemd. Deze leefdomeinen zijn support (terug kunnen vallen op een sociaal netwerk, een steunfiguur), wonen, school en werk, inkomen en (mentaal) welzijn. Dat geldt ook voor de meest 17 Essentiële functies is de specialistische zorg voor een kleine groep kinderen en jongeren met complexe problematiek waarbij
de veiligheid en/of de ontwikkeling in gevaar is. Publicatieversie d.d 19-09-2023
29
kwetsbare jongeren die opgroeien in pleegzorg en gezinshuizen of residentieel verblijf. Juist voor hen moet de overgang van jeugdzorg naar jongvolwassenheid beter18. Wanneer een jongere 18 wordt moet hij weg uit de residentiele instelling waar ze verblijven. Pleegzorg en gezinshuiszorg kan vrijwillig tot 21 jaar door lopen. 70% van de dakloze jongvolwassenen (18-27 jaar) hebben een verleden in de jeugdzorg. Wij willen daarom dat zorg pas stopt als jongeren daar klaar voor zijn. We kijken op tijd naar wat lokaal geregeld moet worden om het perspectiefplan van de jongere te laten slagen. Dit vraagt iets van zorgaanbieders, lokale teams en andere betrokkenen zoals woningcorporaties, werkgevers etc. Dit vergt ook een domeinoverstijgende aanpak bij gemeenten omdat er ruimte moet zijn voor doorbraak als er bijvoorbeeld knelpunten zijn in de financiën.
Lokaal/regionaal/wie? In de gemeente Nijmegen bestaat een Tussen Wal en Schip overleg (TWES) waarbij zorgaanbieders en dienstverleners met elkaar bespreken hoe de overgang naar (beschermd, beschut, zelfstandig) wonen het beste vorm kan worden gegeven. Het idee is dat jongeren worden aangemeld ruim voor hun 18e jaar. We hebben in de regio de ambitie om hier alle regiogemeenten bij aan te laten sluiten. Voorwaarde hiervoor is dat de regiogemeenten bereid zijn om te komen tot een doorbraakaanpak (zie opgave 3, actielijn 2). In 2024 onderzoeken we of de regiogemeenten ook aan kunnen sluiten bij het TWES.
De noodzaak om schade te voorkomen bij jongeren van 18+ die de residentiële jeugdhulp moeten verlaten: Een interdisciplinaire wetenschappelijke onderbouwing https://www.eur.nl/essb/nieuws/schadenota-jongeren-van-18-die-de18 Onderzoek
residentiele-jeugdhulp-moeten-verlaten Publicatieversie d.d 19-09-2023
30
3.5
Opgave 5
Scheiden zonder schade voor alle gezinsleden.
Doel Vaker zonder schade scheiden. Complexe scheidingen leiden tot ontwikkelingsbedreigingen bij kinderen, onveiligheid en kindermishandeling. Het gevolg is een grote druk op jeugdzorg en zelfs uithuisplaatsingen. Dit willen we voorkomen.
Context Voor ons zijn de landelijke Huiselijk Geweld en Kindermishandeling en Scheiden zonder schade inspiratie geweest om eigen initiatieven te ontwikkelen om deze problematiek aan te pakken. Nog steeds lijkt bij echtscheidingen het leidende uitgangspunt samen ouder, altijd samen Vanuit deze gedachte worden vervolgens oplossingen aangedragen bij complexe echtscheidingsproblematiek. Dit zorgt bij een bepaalde groep ouders voor olie op het vuur in hun strijd. In plaats van positieve veranderingen en verbeteringen in het gezin laait de strijd harder op omdat ouders niet meer mét elkaar ouder kunnen zijn, maar dit wel van hen wordt geëist. Dit leidt vervolgens tot onmacht en frustratie bij ouders zelf, maar ook bij de betrokken professionals. Voor de kinderen leidt het tot een negatieve sociaal-emotionele ontwikkeling en is sprake van een ontwikkelingsbedreiging. Onenigheid tijdens een scheiding is normaal, aanhoudende conflicten niet. De realiteit is dat de meeste ouders enige tijd na de scheiding opschuiven naar parallel ouderschap. Dit wil zeggen dat ouders hun kinderen elk op hun eigen manier opvoeden, met inachtneming van de belangen van de kinderen.
Dit vraagt om een nieuwe visie op het aanpakken van echtscheidingsproblematiek: het stoppen van de strijd en het werken aan welzijn en rust voor alle gezinsleden door te accepteren dat beide ouders na de scheiding een eigen gezin met hun kinderen zijn. Beide gezinnen hebben eigen behoeften en plannen: 2 gezinnen, 2 plannen. Daarom moeten we onderscheid maken tussen ouders die hun scheiding samen kunne regelen, en ouders die in ruzie en conflict blijven hangen. In de regio starten we met de betrokken partners een samenwerking vanuit deze nieuwe visie. Dit leidt tot welzijn en rust voor alle gezinsleden, ouders én kinderen.
Wat doen we? Actielijnen. 1.
Vormen van een samenwerkingsverband met jeugdzorg, GGZ en lokale teams voor consultatie en advies bij (complexe) scheidingen: Regionaal Expertise Project complexe Scheidingen (REPS).
We zijn in maart 2023 gestart met het Regionaal Expertise Project (complexe) Scheidingen: REPS. Het kernteam van REPS bestaat uit professionals van Sterker sociaal werk, Entrea Lindenhout, Pro Persona en Jeugdbescherming Gelderland. Het REPS is in eerste instantie gericht op het bieden van kortdurende ondersteuning in (complexe) scheidingszaken aan professionals zoals lokale teams en jeugdbeschermers die werkzaam zijn in het Rijk van Nijmegen. Deze ondersteuning is op maat en kan ingezet worden in alle fasen van de hulpverlening aan volwassenen/ouders en kinderen, ook als de hulp vastgelopen is. Dit kan zowel een telefonisch consult en advies inhouden. Maar REPS ondersteunt ook actief door samen met de professional in gesprek te gaan met ouders en/of kinderen. Het REPS neemt Publicatieversie d.d 19-09-2023
31
het niet over en voert geen casusregie. In eerste instantie doen we dit voor twee, maximaal drie jaar. Lerend samenwerken staat hierbij centraal. Het REPS wordt ambassadeur van de nieuwe visie 2 gezinnen, 2 plannen. Uitgangspunten zijn: Ouders, hun netwerk en de dienst- en hulpverlening gaan zich richten op het stoppen van de strijd; Ouders gaan toewerken naar het welzijn en rust voor de kinderen en voor zichzelf; De dienst- en hulpverlening en het netwerk richten zich op ouders en kinderen als twee aparte systemen; We werken aan wat haalbaar is, in plaats van blijven focussen op waar het vastloopt zoals communicatie en samenwerking. We blijven in nauwe samenwerking met de lokale teams en jeugdbescherming de werkwijze van het REPS verder ontwikkelen. In 2024 houden we een (eind)evaluatie.
Lokaal/regionaal/wie? We stimuleren lokale teams en jeugdbeschermers om het REPS in te zetten. Het REPS kijkt samen met hen naar de juiste oplossingsrichting waarbij zij de casusregie houden. Van het lokale team en jeugdbescherming wordt verwacht dat zij hun deskundigheid op orde hebben op het gebied van veiligheid, en bij voorkeur ook specifiek voor scheidingen. Het regionale samenwerkingsverband rondom het REPS kan trainingen verzorgen zodat lokaal binnen alle gemeenten volgens dezelfde visie wordt gewerkt. Daarbij is het nodig dat lokale gemeenten investeren in preventief beleid.
2. Realiseren van eenduidige informatie en advies aan scheidende ouders om complexe scheidingen te voorkomen. We willen dat iedere ouder na een scheiding weer een eigen gezinsleven opbouwt met hun kinderen. Bouwstenen daarin zijn ieders welzijn en rust. Dit betekent dat ouders, hun sociale netwerk en betrokken professionals geïnformeerd moeten worden over hoe de scheiding zo goed mogelijk kan verlopen. Er is nu teveel verschillende informatie beschikbaar die niet helpend is bij het doel om te scheiden zonder schade voor het hele gezin. Daarom is het nodig dat helpende, herkenbare en vindbare informatie beschikbaar is vanuit een eenduidige visie en taal.
Lokaal/regionaal/wie? We gaan het REPS een rol geven in de beoordeling van informatie die momenteel wordt verspreid door lokale teams, jeugdbeschermers, onderwijs, jeugdgezondheidszorg, advocaten en welzijnspartners. Het REPS start met het bundelen en opstellen van uniforme informatie die verspreid gaat worden. Verwachting is dat dit in 2024 gereed is.
3. Onderzoeken en realiseren van preventiemogelijkheden voor (juridische) hulp- en dienstverleners om escalatie en juridische strijd in echtscheidingen te voorkomen. Te veel echtscheidingen escaleren en leiden tot een juridische strijd. Als een echtscheiding escaleert heeft dit gevolgen voor de kinderen, het lijdt tot een bedreiging in de ontwikkeling van een kind of tot onveiligheid. De rechter ziet zich bij een echtscheiding met regelmaat genoodzaakt een kinderbeschermingsmaatregel uit te spreken. De druk op gezinsvoogden die deze maatregelen moeten uitvoeren is enorm. Zij lopen met regelmaat vast in scheidings- en omgangszaken. We willen niet alleen hulp bieden en schade beperken wanneer sprake is van een (complexe) echtscheiding, we gaan ook onderzoeken of we dit kunnen voorkomen. In de regio gaan we inzetten op preventie. Publicatieversie d.d 19-09-2023
32
Het REPS ondersteunt lokale teams en gezinsvoogden als gezinnen in beeld zijn van hulpverlening. Niet alle (complexe) scheidingen zijn in beeld bij lokale teams of jeugdbeschermers. Dit betekent dat bijvoorbeeld ook mediators en echtscheidingsadvocaten een rol kunnen spelen in het verloop of de uitkomst van een echtscheiding. Via hen willen we ouders met veel conflicten bereiken om escalatie en schade te voorkomen. Het ouders laten zien van andere mogelijkheden, is helpend om escalatie te voorkomen.
Lokaal/regionaal/wie? Vanaf 2024 willen we starten met de opbouw van een regionaal netwerk van (juridische) hulp- en dienstverleners in scheidingszaken. Om samen te leren en kennis te delen over wat leidt tot escalatie en de-escalatie. Hierbij zal ook kennis van ervaringsdeskundigen worden ingezet. Uiteindelijk willen we ook hier komen tot een goede informatiefunctie. We zetten daarbij de expertise en ervaringen van het REPS in.
Publicatieversie d.d 19-09-2023
33
3.6
Opgave 6
Veiligheid voor gezinnen, samen voor veilig.
Doel Grotere veiligheid voor gezinnen. We stellen het hele systeem en de normale leefwereld centraal bij gezinnen en kinderen waar veiligheidsproblemen bestaan. We brengen alle onderdelen van problematiek en hulpvragen in kaart. Veiligheidsaspecten zijn hier onderdeel van, geen doel op zich. We zetten sneller passende en zinvolle hulp in rondom en bij het kind en het gezin waardoor de veiligheid direct wordt vergroot.
Context Het huidige stelsel, gericht op bescherming, is complex en knelt. Te vaak wordt niet tijdig passende hulp en bescherming gerealiseerd. Daarbij is te weinig samenhang tussen zorg voor kinderen en volwassenen. Organisaties werken niet samen maar volgen elkaar als een estafette op. Daarbij doen deze organisaties hun en overlappen onderzoekstaken en hulpplannen. Voor de kinderen en gezinnen betekent dit vele wisselende gezichten en zij voelen zich onvoldoende gehoord, gezien en gesteund. Veel professionals ervaren deze manier van werken als belemmerend. We hebben een integraal werkend systeem nodig. Integraal werken houdt in dat de hulp, ondersteuning en bescherming die wordt geboden door alle betrokken organisaties en professionals één samenhangend geheel vormen. Systeemgericht werken houdt in dat dit samenhangend geheel betrekking heeft op alle individuen en hun onderlinge relaties in een bepaalde thuissituatie. Rechtsbescherming speelt hierbij een belangrijk rol. Zolang er (nog) geen gedwongen maatregelen aan de orde zijn, hebben betrokken hierin zelf de regie. De rechtsbescherming van betrokkenen moet hierbij worden geborgd. Dit betekent dat er uniforme en duidelijke uitgangspunten, richtlijnen en procedures zijn. In nauwe samenhang met de Hervormingsagenda Jeugd is het landelijke Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming tot stand gekomen.
Voor zorgaanbieders, professionals, cliëntorganisaties en het Rijk leidt het Toekomstscenario tot een nieuwe werkwijze. In elf wordt in proeftuinen een nieuwe werkwijze getest waarin efficiëntere hulp en zorg voor kinderen en gezinnen centraal staat. De gemeente Nijmegen (wijk Dukenburg) verzorgt samen met de gemeente Zaltbommel voor veiligheidsregio Gelderland-Zuid een van de elf landelijke proeftuinen, de proeftuin Aan de hand van het Kwaliteitskader Werken aan Veiligheid19 kunnen gemeenten bepalen of hun lokale teams voldoende zijn ingericht om op veiligheid integraal te werken en waar ze versterking behoeven. Belangrijk is dat het lokale team voldoende regie kan voeren bij signalen van onveiligheid en ook tijdig aanvullende zorg en expertise in weet te schakelen. De opgave vraagt korte en lange termijn acties die direct invloed hebben op de veiligheidsketen. De benodigde actielijnen vallen binnen het huidige stelsel maar kunnen leiden tot een stelselwijziging omdat nieuwe methoden worden beproefd, zoals in de proeftuin. Er wordt in eerste instantie beproefd
19 Kwaliteitskader Werken aan Veiligheid voor lokale (wijk)teams en gemeenten, VNG maart 2022. Dit kwaliteitskader heeft als
doel gemeenten te ondersteunen bij het inrichten en versterken van hun lokale teams zodat deze kindermishandeling en huiselijk geweld eerder en beter in beeld krijgen en het geweld kunnen stoppen en duurzaam kunnen oplossen. Publicatieversie d.d 19-09-2023
34
binnen de huidige wet- en regelgeving. Het ontwikkelen en implementeren van de nieuwe werkwijze leidt waar nodig tot aanpassingen daarvan.
Wat doen we? Actielijnen. 1. Verstevigen samenwerking jeugdbescherming, Veilig Thuis en lokale teams in het licht van de Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming. In april 2020 zijn de zeven in Gelderland (G7), vier Gecertificeerde Instellingen (GI20), drie Veilig Thuisorganisaties en de Raad voor de Kinderbescherming samen gekomen tot de Gelderse verbeteragenda jeugdbescherming. Aanleiding is het rapport 'Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd' van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (2019). Hieruit komen veel problemen in de organisatie en uitvoering van de jeugdbescherming naar voren, die ook in Gelderland worden herkend. Kinderen en gezinnen wachten té lang op de inzet van jeugdbescherming en passende jeugdhulp. Nadat de rechtbank een beschermingsmaatregel heeft uitgesproken, duurt het soms nog maanden voordat de hulp goed op gang komt. Doel van de verbeteragenda is om kinderen en gezinnen beter en eerder te beschermen. Hiervoor is verbetering van de samenwerking nodig. Samen doen wat nodig is voor de veiligheid van kinderen en gezinnen, op basis van vertrouwen en partnerschap. Samen is (waar mogelijk) samen met het hele gezin en het netwerk daar omheen en samen met het lokale team en andere relevante (professioneel) betrokkenen.
Lokale teams, Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en voeren in een estafettemodel en deels overlappend hun eigen onderzoekstaken en hulpplannen uit. Kinderen en gezinnen krijgen hierdoor diverse professionals over de vloer, tegen wie ze opnieuw hun verhaal moeten doen. Als sprake is van een ontwikkelingsbedreiging voor een kind kan de kinderrechter een kinderbeschermingsmaatregel opleggen zoals een ondertoezichtstelling, uithuisplaatsing of voogdij. Jongeren die een strafbaar feit hebben gepleegd kunnen een jeugdreclasseringsmaatregel krijgen. Door meer consultatie en preventieve jeugdbescherming in te zetten, dus jeugdbescherming op een vrijwillige basis, kan rechterlijke bemoeienis voorkomen worden. Hierbij zijn een sterke basis in het lokale team op het gebied van veiligheid fundamenteel en is vroegtijdige actieve consultatie met de gecertificeerde instelling noodzakelijk. Ook Veilig Thuis heeft hierin een taak omdat melding van onveiligheid bij hen binnen komen. Zij werken allen samen met een sterk netwerk van zorgaanbieders. De samenwerking heeft versteviging nodig. Hierbij is van belang dat bij onveiligheid de Jeugdbeschermingstafel vroegtijdig wordt geconsulteerd (zie hierna actielijn 3) of bij vastgelopen casuïstiek het RET (zie opgave 3). Out of the box denken is noodzakelijk om tot een passende oplossing te komen.
Lokaal/regionaal/wie? Regionaal dragen we er zorg voor dat de taken uit de Gelderse Verbeteragenda concreet worden geïmplementeerd in de regio en gaan we er op sturen en begeleiden dat in iedere jeugdhulpregio deze afspraken van de grond komen. Op G7 niveau is bepaald dat de volgende taken opgepakt worden:
20 Een gecertificeerde instelling is een instantie die wettelijk bevoegd is jeugdbeschermingsmaatregelen (ondertoezichtstelling,
uithuisplaatsing, voogdij) en jeugdreclassering uit te voeren. Publicatieversie d.d 19-09-2023
35
Een steunstructuur voor contactbeheer zodat veiligheidspartners en lokaal team elkaar weten te vinden; Werkende regionaal beschikbaarheidssoftware (beschikbaarheidstool) voor inzicht in beschikbaarheid van zorg en wachttijd/wachtlijsten; Eén aanmeldroute voor jeugdhulp met één aanmeldformulier jeugdhulp; Stevig contractmanagement op het handelingsperspectief van gecertificeerde instellingen; Coördineren en aansturen van tweejaarlijkse samenwerkingsbijeenkomsten van de veiligheidsketen; Coördineren en begeleiden van lokale leergroepen van de lokale veiligheidsketen; Regievoering/aansturing per gemeente op het geactualiseerde Kwaliteitskader Werken aan Veiligheid.
Lokaal vraagt de Gelderse Verbeteragenda om sterke lokale teams. Deze lokale teams kunnen regie voeren bij signalen van onveiligheid (zoals dreigende uithuisplaatsing en complexe scheidingen) en halen tijdig specialistische expertise erbij (zoals RET en REPS). Ook lokaal samen organiseren en acteren op samenwerkingsbijeenkomsten en lokale leergroepen.
2. Uitrollen Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming; testen nieuwe manier van (samen)werken voor meer veiligheid in gezinnen (Proeftuin). Wij vinden dat jongeren in veiligheid moeten opgroeien en volwassenen moeten in veiligheid kunnen leven. Soms is daar hulp bij nodig omdat er veel en complexe problematiek achter schuil gaat. Onderzoeken en ervaringen van de afgelopen jaren laten zien dat er nog onvoldoende in geslaagd wordt om (partner)geweld of mishandeling in een gezin of huishouden blijvend een halt toe te roepen. We hebben een andere manier nodig van kijken en samenwerken met gezinnen en huishoudens die met dit soort langdurige en zich vaak herhalende problematiek te maken hebben. Een werkwijze die gericht is op hulp aan álle leden van het huishouden en die de kracht van het gezin/huishouden en hun netwerk stimuleert. Zodat ze samen met professionele ondersteuning hun situatie kunnen verbeteren. Dit komt voort uit het landelijke Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Het toekomstscenario schetst op hoofdlijnen hoe de kind- en gezinsbescherming er over 5 tot 10 jaar uit zou kunnen zien. In de regio Gelderland-Zuid wordt in dit kader samengewerkt met de gemeenten, Veilig Thuis, Jeugdbescherming Gelderland, Jeugd Veilig Verder, William Schrikker Groep, Moviera en de Raad voor de Kinderbescherming.
Gezamenlijk wordt gewerkt aan een nieuwe beschermingsketen in de vorm van een proeftuin; een lerende beweging waarin een nieuwe, geïntegreerde gezinsgerichte aanpak wordt ontwikkeld door de expertise en de krachten van professionals en gezinnen/huishoudens te bundelen. In het Rijk van Nijmegen is een proeftuin gestart in Nijmegen, in de wijk Dukenburg. In de proeftuin ontwikkelen we één gezamenlijke werkwijze waarin de samenwerking met het gezin/huishouden centraal staan en de leefwereld van alle leden daarin. Als onderdeel van die werkwijze is een brede en samenhangende probleemanalyse ontwikkeld. Daarnaast is een monitor in ontwikkeling waardoor inzicht wordt verkregen in de effectiviteit van ingezette expertise. Ook wordt een werkproces ingericht waardoor de verschillende veiligheidspartners hun inzet efficiënt op elkaar aansluiten en dubbelingen worden voorkomen. De proeftuin vormt de voorhoede van het ontwikkeltraject om tot een nieuwe samenwerking en werkwijze te komen in de beschermingsketen.
Publicatieversie d.d 19-09-2023
36
Lokaal/regionaal/wie? Regionaal worden ontwikkeltafels opgezet om een brede regionale ontwikkelaanpak te maken. Lokaal is betrokkenheid bij de ontwikkeltafels nodig; een regionaal leer- en ontwikkeltraject waarbij de regiogemeenten -zowel vanuit de lokale toegang als vanuit beleid- in een vroeg stadium aansluiten op en bijdragen aan de ontwikkeling. Ook zorgen zij voor de kritische reflectie op leerervaringen van de proeftuin. Lokaal wordt gevraagd om actieve participatie bij de ontwikkeltafels zodat de beweging in de beschermingsketen breed wordt opgepakt en overgenomen.
3. Verbeteren positionering Jeugdbeschermingstafel (JBT). Hulpverleners van Veilig Thuis, lokale teams of gecertificeerde instellingen kunnen een verzoek tot bespreking bij de JBT doen wanneer er zorgen zijn over de ontwikkeling of veiligheid van een kind. In dit gesprek bespreken hulpverleners, ouders en jongeren 12+ samen de zorgen en wat nodig is om de zorgen weg te nemen. Visie van de JBT is: De Jeugdbeschermingstafel is van ons allen. Wij werken
hierbij kwalitatief integraal samen en nemen de cliënt en het gezin als uitgangspunt. Onze waarden zijn bewustzijn en vertrouwen en dit bereiken we door met elkaar te blijven reflecteren en te leren De JBT is een belangrijk markeermoment voor ouders bij de overgang van hulp in een vrijwillig naar een gedwongen kader. De JBT is onderdeel van een grote veiligheidsketen waar veel (landelijke) ontwikkelingen spelen zoals het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. De JBT moet in zijn huidige vorm kunnen blijven bestaan en tegelijkertijd moeten we rekening houden met mogelijke veranderingen die gaan komen na evaluatie van de proeftuinen. Om de JBT in zijn huidige vorm goed te laten functioneren moeten hulpverleners gemotiveerd zijn om een casus aan te melden bij de JBT omdat zij de meerwaarde van de JBT zien. In samenwerking met betrokken veiligheidspartners wordt met een procesbegeleider onderzocht hoe dit kan verbeteren en welke aanpassingen daarbij eventueel nodig zijn. Zo wordt het zogenoemde aan tafel toegevoegd. Dit betekent dat het einde van een ondertoezichtstelling aan de JBT wordt besproken met ouders erbij. De leden van de JBT zelf willen we gemotiveerd houden en we willen de onderlinge samenwerking verbeteren. Daarvoor is expertise ingehuurd om dit met het team op te pakken.
Ook zijn enkele praktische acties nodig om de JBT te laten voortbestaan zoals het actualiseren van overeenkomsten, protocollen en folders. Verder wordt ingezet op het vergroten van het leereffect door bestaande monitoring.
Lokaal/regionaal/wie? Regionaal wordt de JBT doorontwikkeld met oog voor de ontwikkelingen van de proeftuin. Lokale teams, gecertifieerde instellingen en Veilig Thuis moeten casussen blijven aanmelden bij de JBT. De regio en lokale teams zijn beiden verantwoordelijk om bij Veilig Thuis en gecertificeerde instellingen aanmeldingen te stimuleren.
4. Verkennen betere verbinding tussen regionaal jeugd- en veiligheidsbeleid en het Zorg- en Veiligheidshuis Gelderland-Zuid om jeugdcriminaliteit (preventief) aan te pakken. In het arrondissement Oost-Nederland hebben een aantal gemeenten en verschillende jeugdstrafrechtpartners zich gebogen over de vraag wat nodig is om de verbinding tussen de jeugdstrafrechtketen en gemeenten te verbeteren. Reden daarvoor is de gezamenlijke constatering dat Publicatieversie d.d 19-09-2023
37
een gedeelde visie op de aanpak van (ontwikkelende) jeugdcriminaliteit voor de doelgroep jongeren tot 23 jaar ontbreekt. Daarnaast is geconstateerd dat het (preventief) aanpakken van jeugdcriminaliteit wordt bemoeilijkt door bestaande schotten tussen de domeinen Openbare Orde en Veiligheid, Onderwijs, Sociaal Domein en het Jeugdstrafrecht. Dit heeft geleid tot een Ontwikkelprogramma Jeugdstrafrechtketen Oost-Nederland. In dit programma werken de verschillende strafrechtpartners waaronder de Politie, het Openbaar Ministerie en de Jeugdreclasseringsorganisaties nauw samen met de gemeenten in het arrondissement aan oplossingen voor de belangrijkste knelpunten in de keten. Naast dat de beschikbaarheid van deze bijzondere vormen van jeugdhulp onder druk staat, spelen er ook andere die het ingewikkeld maken voor de rechter en betrokken instanties om tot de juiste keuzes te komen. Doel van de inzet van jeugdhulp door de strafrechter is het voorkomen dat de jeugdige verder in de criminaliteit belandt door het behandelen van de achterliggende problematiek. Bij het (verder) voorkomen van jeugdcriminaliteit is de expertise nodig van heel veel verschillende partijen: van de wijk- of buurtteammedewerker tot de rechter en van de jongerenwerker tot de wijkagent.
Om hier een aanpak op te kunnen ontwikkelen is door het Ministerie van Veiligheid en Justitie een subsidie toegekend waarmee een aantal ontwikkellijnen worden uitgewerkt: vroeg signalering, sluitende aanpak in de keten en inhoudelijke verdieping/ leren van in de regio. Prioriteit heeft hierbij gegevensdeling, data & analyse en de inkoop van Jeugdhulp in het strafrechtelijk kader. In aansluiting op het Ontwikkelprogramma Jeugdstrafrechtketen Oost-Nederland willen we in de regio een betere verbinding verkennen tussen jeugd- en veiligheidsbeleid en het Zorg- en Veiligheidshuis Gelderland-Zuid om jeugdcriminaliteit (preventief) aan te pakken.
Lokaal/regionaal/wie? Regionaal gaan we de mogelijkheden voor verbinding verkennen. Regionaal wordt ingezet op betere inkoop in jeugdhulp voor de forensische doelgroep; forensische GGZ. Lokaal is een (betere) verbinding van het Zorg- en veiligheidsbeleid met opgave 6 van het regioprogramma nodig.
Publicatieversie d.d 19-09-2023
38
4.
Regionaal inkoopkader jeugdzorg
Wanneer we voor verandering willen zorgen in het regionale jeugddomein, moeten we ook de manier van inkoop en contractering van jeugdzorg daarop aansluiten. We weten in de regio dat een groot deel van de jeugdzorg de schaal van een individuele gemeente te boven gaat. Landelijke en (boven)regionale samenwerking is een voorwaarde om de jeugdzorg zo goed en efficiënt mogelijk in te richten. De regionale samenwerking op Jeugd betekent daarom ook dat we regionaal contracteren en jeugdzorg inkopen. Ook hierbij zijn de ambitie en leidende principes uit dit regioprogramma het uitgangspunt. Als we de jeugdzorg willen veranderen, moet de basis onder de jeugdzorg in onze regio aansluiten. Het belang van inkoop zal hierna in hoofdstuk 5 ook blijken uit de vele maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd die gaan over inkoop. In de regionale inkoop voor de komende jaren ligt de focus op het zo goed mogelijk (blijven) aansluiten van de inkoop aan dit regioprogramma. Daarbij hebben we ook aandacht voor het doorvoeren van, en voldoen aan verschillende wettelijke wijzigingen.
Regionale en bovenregionale samenwerking met gemeenten Wij kopen veel jeugdzorg regionaal in. Het Regionaal Ondersteuningsbureau (ROB) zorgt voor de inkoop, het contractmanagement, monitoring en handhaving van deze contracten met aanbieders. Het ROB vertegenwoordigt ons ook in de landelijke (VNG) en bovenregionale (G7) inkoop van hoog specialistische jeugdzorg. De verwachting is dat landelijke wet- en regelgeving ons in de komende jaren gaat verplichten in een formele regeling te gaan samenwerken. Ook worden er geformuleerd waaraan onze regionale samenwerking moet voldoen. Deze verplichtingen zijn ook onderdeel van de Hervormingsagenda Jeugd. Verder is een beweging gaande om hoog specialistische jeugdzorg gezamenlijk met de G7 te organiseren. Bijvoorbeeld rondom de af- en ombouw van gesloten jeugdzorg waar de vrijheid van kinderen wordt beperkt. Deze zorg gaat over een klein aantal kinderen en is tegelijkertijd heel erg specialistisch. Daarom is het organiseren daarvan op bovenregionaal niveau efficiënter, ook voor de zorgaanbieders. Ook wordt op dit moment gewerkt om het verblijf van uithuisgeplaatste kinderen kleinschaliger, in kleinere groepen, te organiseren. Deze kleinere groepen zijn beter voor de kinderen en jongeren die er verblijven. Kleinere groepen betekent helaas ook dat de tarieven voor het verblijf stijgen.
Een groep voor vier jeugdigen is duurder dan een groep voor acht jeugdigen. Onderzoeken naar de extra kosten van deze transformatie worden door een onafhankelijk bureau verricht, in opdracht van de VNG en VWS. Dit vraagt van ons een sterke lobby naar de VNG en het Rijk.
Samenwerking met aanbieders In lijn met de Hervormingsagenda Jeugd willen wij langjarige contracten en samenwerking met betrouwbare en kwalitatief goede aanbieders. Wij verwachten niet dat dit in de komende jaren zorgt voor grote wijzigingen in het aantal gecontracteerde aanbieders in onze regio en de manier waarop wij inkopen. Daarmee zal inkoop naar verwachting ook continuïteit betekenen voor de meeste jeugdigen die jeugdzorg ontvangen.
Publicatieversie d.d 19-09-2023
39
Bij begeleiding vindt mogelijk een afname in het aantal aanbieders plaats, of in de omvang van de begeleiding. Met de ontwikkeling van sterke lokale teams wordt in de toekomst een deel van de begeleidingsvragen opgepakt door lokale teams. Hoeveel en per wanneer lokale teams precies begeleiding kunnen oppakken weten we nog niet. Dit verschilt sterk per gemeente en doelgroep. In de contracten voor begeleiding sluiten we zo goed mogelijk aan bij het tempo van lokale gemeenten. Naast stabiliteit moeten de langjarige contracten ook flexibiliteit bieden. Ruimte om afspraken aan te passen op ontwikkelingen zoals de af- en ombouw van gesloten jeugdzorg, landelijke standaardisatie van inkoop (zie hoofdstuk 5 over de Hervormingsagenda Jeugd), wetswijzigingen en gaten in het gecontracteerde zorglandschap. Door in de contracten een mogelijkheid van aanpassing op te nemen zorgen we voor zoveel mogelijk ruimte om mee te kunnen bewegen met alle ontwikkelingen
Dekkend zorglandschap Wij streven naar een dekkend gecontracteerd zorglandschap, kwantitatief en kwalitatief. Dat betekent dat we een zorgaanbod gecontracteerd hebben dat aansluit bij de vele verschillende zorgvragen en het aantal zorgvragen. Dit vraagt om een goede samenwerking tussen partijen. Hier liggen nog ontwikkelkansen. Dit blijkt onder andere uit het aantal afgesloten maatwerkovereenkomsten21. Wij stimuleren en faciliteren gecontracteerde aanbieders om hun aanbod en dienstenpakket beter af te stemmen op de zorgvraag en beter samen te werken. Ook gaan we gericht nieuwe aanbieders contracteren.
Integriteit Wij vinden het belangrijk om alleen contracten af te sluiten met integere zorgaanbieders. Een integere zorgaanbieder is betrouwbaar, deskundig, eerlijk en oprecht, volgt de principes van de Governancecode Zorg22 en maakt geen misbruik van zorggelden. Hiervoor hebben wij verschillende toetsinstrumenten die we toepassen bij de inkoop en het contractmanagement. Een voorbeeld is de Bibob-toets23 waarbij wij toetsen of de kans groot is dat de vergunning, subsidie of aanbesteding wordt misbruikt voor bijvoorbeeld het witwassen van geld. Een ander voorbeeld is de zogenoemde financiële toets. Daarbij toetsen wij of er sprake is van buitengewone winsten of beloningen. In de komende jaren gaan we het toepassen van die toetsinstrumenten verder ontwikkelen. Daarbij hebben wij nadrukkelijk oog voor de administratie lasten die hierbij komen kijken voor aanbieders (in lijn met de Hervormingsagenda Jeugd).
Reële tarieven en een passende manier van bekostiging (bekostigingssystematiek) We verwachten dat in 2023 een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) prijzen in de Tweede Kamer wordt behandeld. Deze AMvB verplicht ons de opbouw van tarieven transparant te maken en te werken met kostprijselementen (onderdelen die samen de prijs maken). Ook wordt gevraagd om tariefdifferentiatie (dat betekent dat het tarief hoger wordt als er meer gevraagd wordt). In de regio werken wij al met kostprijselementen bij het bepalen van tarieven en passen wij 21 Een maatwerkovereenkomst is een los contract voor één specifiek geval. Er is dan geen passende zorg ingekocht of