Bijlage I Regioprogramma Jeugd Rijk van Nijmegen 2023-2028
Tekst van het document
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ............................................................................................................................................... 2 Belangrijke landelijke en regionale ontwikkelingen.............................................................................. 3
2.
Ambitie en visie .................................................................................................................................. 5 Disclaimer ................................................................................................................................................ 6 Terugblik ................................................................................................................................................... 7
3.
Doelen en opgaven ............................................................................................................................. 9 Meten = weten .......................................................................................................................................... 9 Leeswijzer ............................................................................................................................................... 11 3.1
Opgave 1 .................................................................................................................................... 11
Meer inclusie in de basis. Versterken kinderopvang en onderwijs, goede aansluiting onderwijs en jeugdzorg. ............................................................................................................................................... 11 3.2
Opgave 2 ..................................................................................................................................... 16
Versterken mentale veerkracht. ........................................................................................................... 16 3.3
Opgave 3 ..................................................................................................................................... 22
Het organiseren van passende hulp voor complexe situaties bij jeugdigen en hun gezinnen. ......... 22 3.4
Opgave 4 ..................................................................................................................................... 25
Terugdringen residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk. .................................................................... 25 3.5
Opgave 5 ..................................................................................................................................... 31
Scheiden zonder schade voor alle gezinsleden. .................................................................................. 31 3.6
Opgave 6 ..................................................................................................................................... 34
Veiligheid voor gezinnen, samen voor veilig. ........................................................................................ 34 4.
Regionaal inkoopkader jeugdzorg ................................................................................................. 39
5.
Hervormingsagenda jeugd 2023-2028 .......................................................................................... 42 5.1 De
met bijbehorende beleidsmaatregelen. ...................................................................... 43
5.2 Besparingen en financiële afspraken ............................................................................................. 58 Bijlage 1
Lokale teams ............................................................................................................................ 60
Bijlage 2
Doelenboom Regioprogramma Jeugd .................................................................................... 63
Bijlage 3
Afkortingen en begrippenlijst .................................................................................................. 65
Publicatieversie d.d 19-09-2023
1
1.
Inleiding
In het rijk van Nijmegen werken we1 met 7 gemeenten samen in het jeugddomein; Berg & Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook & Middelaar, Nijmegen en Wijchen. In 2012 zijn we gestart met het opzetten van een stevige regionale samenwerking als voorbereiding op nieuwe taken die we in 2015 hebben gekregen. In 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor de jeugdzorg2 en de nieuwe wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Dit wordt de decentralisatie van de jeugdzorg genoemd. Doel hiervan was aan de ene kant de jeugdzorg minder complex maken, en aan de andere kant zou dit een forse bezuiniging opleveren. De zorg zou zo ook beter passend en dichterbij de jeugdige en het gezin geleverd worden, namelijk vanuit gemeenten en niet vanuit het rijk en provincies. Dit bleek een ware beproeving voor gemeenten, ook voor onze regio. Hoe zorgen we dat alle kinderen gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien? En dat jeugdhulp kwalitatief, toegankelijk en betaalbaar blijft voor kinderen die dat nodig hebben? En wat moeten we dan anders gaan doen met elkaar? Want dat het anders moet is duidelijk: we zien de vraag naar jeugdhulp toenemen en de kosten de pan uit rijzen. Wij hebben elkaar in de regio daarom hard nodig om samen de jeugdzorg goed te regelen.
Gemeenten kunnen dit niet zonder ouders, aanbieders van hulp- en zorg, ervaringsdeskundigen, onderwijs en kinderopvang, en iedereen die betrokken is bij de zorg voor onze jeugd. Veranderen doen we samen. Jaarlijks sluiten we voor onze regionale samenwerking een overeenkomst af. In deze samenwerking organiseren we de inkoop van jeugdhulp en Wmo-taken regionaal met een samenwerkingsverband, 3. Naast het ROB omvat de regionale samenwerking ook afstemming tussen de verschillende disciplines van de gemeenten: portefeuillehouders, beleid, financiën, backoffices en handhaving. Tot 2022 hebben we de taken waaraan we werken vastgelegd in een regionaal werkprogramma. We zijn er achter gekomen dat de opgaven voor jeugd om een stevigere sturing vragen. Ze zijn namelijk zowel inhoudelijk als financieel flink. Daarbij zijn veel partners met verschillende belangen betrokken en worden meerdere domeinen doorkruist zoals onderwijs, jeugdzorg, en gezondheidszorg. Bovendien stuurt het Rijk aan op stevige regionale sturing. Daarom hebben we besloten de samenwerking te professionaliseren en door te groeien naar een regionale programmasturing op jeugd. De regionale samenwerking heeft vanaf 2023 daarom ook een Regioprogramma Jeugd met een door de burgemeesters gemandateerde programmamanager.
Start Regioprogramma Jeugd De regionale programmasturing heeft in juli 2022 geleid tot een eerste schematische opzet voor een regioprogramma jeugd 2023. Hierbij zijn opgaven in kaart gebracht waaraan we werken in de regio. We werken namelijk opgavegericht. Dat betekent dat de opgave leidend is. De samenwerking om de opgave te bereiken gaat daarbij over de grenzen van organisaties heen.
1
Met
wordt in dit programma de 7 regiogemeenten van het rijk van Nijmegen bedoeld.
2 Jeugdzorg is de verzamelnaam voor drie typen hulp: jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering (NJI). Jeugdhulp is
alle hulp die in vrijwillig kader aan een kind en jongere wordt gegeven. Jeugdbescherming zijn kinderbeschermingsmaatregelen zoals een door de rechter opgelegde ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Jeugdreclassering wordt aan een jongere opgelegd vanuit het jeugdstrafrecht. 3 In de regio is de samenwerking op het gebied van jeugdhulp vastgelegd in het regionaal opdrachtgeverschap jeugdhulp. Dit conform de landelijke Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO). Met de NvO erkennen gemeenten dat voor sommige vormen van weinig voorkomende en specialistische vormen van hulp bovenregionale samenwerking vereist is. De norm schetst hoe ze dat willen regelen. Het gaat daarbij vooral om de beschikbaarheid van weinig voorkomende en specialistische vormen van hulp. Publicatieversie d.d 19-09-2023
2
In november en december 2022 is deze schematische opzet voor het regioprogramma jeugd 2023 met de ROB begroting 2023 vastgesteld door de zeven colleges van burgemeester en wethouders in de regio. Door vaststelling van deze opzet hebben we een basis voor één visie, één opdracht waaraan in de regio gewerkt wordt. De Hervormingsagenda jeugd speelt daarbij een belangrijke rol omdat daarin vanuit het Rijk veel verwachtingen en verplichtingen worden bepaald, regionaal én lokaal. In januari 2023 is onder leiding van een regionaal programmamanager een bevlogen regionaal team gestart om die schematische opzet verder uit te werken en aan te haken bij de Hervormingsagenda Jeugd. Doel was het meerjarig regioprogramma voor de zomer 2023 vast te laten stellen door alle gemeenteraden. Dit bleek niet haalbaar omdat de Hervormingsagenda Jeugd pas op 20 juni 2023 definitief is vastgesteld en aangeboden aan de Tweede Kamer en Eerste Kamer. Daarom is dit verschoven naar het najaar van 2023. Het regioprogramma wordt net als de Hervormingsagenda Jeugd voor vijf jaren vastgesteld, waarbij 2023 voor het regioprogramma het aanloopjaar is. Wat we als regio doen voor onze jeugd staat in dit regioprogramma geschreven. We werken daarbij samen vanuit een gezamenlijke ambitie:
In het rijk van Nijmegen versterken we kinderen en gezinnen zodat inzet van jeugdzorg minder vaak noodzakelijk is. Dat is onze ambitie, daar gaan we samen voor staan! Belangrijke landelijke en regionale ontwikkelingen. Wij moeten bij het bepalen van het regioprogramma rekening houden met bestaande wet- en regelgeving, maar ook met landelijke en regionale ontwikkelingen. Sommige ontwikkelingen spelen namelijk een grote rol in de manier waarop wij de jeugdzorg vorm geven. We kunnen ze niet allemaal opsommen, maar de meest recente of meest bepalende benoemen we hier. Duidelijk is dat verandering in de jeugdzorg nodig is, en dat alle betrokkenen hiervoor aan de slag willen. Op 10 juni 2020 is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de landelijke resolutie Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd vastgesteld. Hiermee erkennen alle gemeenten in Nederland dat specialistische jeugdhulp de schaal van een individuele gemeente te boven gaat. Regionale en bovenregionale samenwerking is vereist om de jeugdhulp zo goed en efficiënt mogelijk in te richten. Dit heeft geleid tot het opzetten van de landelijke Hervormingsagenda Jeugd . De Hervormingsagenda Jeugd is een pakket van maatregelen om de jeugdzorg te verbeteren en tegelijkertijd betaalbaar te maken.
De Hervormingsagenda is opgesteld door het ministerie van VWS, zorgaanbieders, cliënten(vertegenwoordigers), professionals en de VNG. Dit blijkt geen gemakkelijke opgave want sinds de start in 2019 zijn vele versies de revue gepasseerd en overeenstemming tussen Rijk en VNG kan lange tijd niet worden bereikt. Na vier jaar van onderhandelen wordt op 20 juni 2023 de Hervormingsagenda Jeugd definitief vastgesteld, ondertekend en aangeboden aan de Tweede Kamer en Eerste Kamer. De Hervormingsagenda brengt ingrijpende veranderingen voor de manier waarop de jeugdzorg is ingericht. In de agenda staan maatregelen genoemd waardoor flinke financiële besparingen worden verwacht. Zo zijn er maatregelen die bepalen dat lokale teams moeten te gaan samenwerken in een formele regeling. De samenwerking die het rijk van Nijmegen al eerder Publicatieversie d.d 19-09-2023
3
is aangegaan is dus een goede zet gebleken! In hoofdstuk 5 brengen we de Hervormingsagenda Jeugd in kaart.
Toekomstscenario kind en gezinsbescherming Een belangrijke ontwikkeling in de jeugdbeschermingsketen is het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Dit scenario is in opdracht van de ministeries van Justitie & Veiligheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ontwikkeld met de VNG. Het biedt perspectief hoe de jeugdbeschermingsketen er over 5 tot 10 jaar slimmer en effectiever uit kan zien. Hierbij staat het belang van kind én gezin centraal. In Gelderland-Zuid wordt vanuit dit scenario samengewerkt mét kinderen, gezinnen en huishoudens. Hierbij staat een verbetering van hun situatie in de veiligheidsketen centraal. Die veiligheidsketen is nu te complex, met schotten tussen de betrokken professionals waardoor het te lang duurt voordat passende hulp komt. De achterliggende problematiek betreft verschillende leefgebieden die nog te weinig samen worden bekeken. In Gelderland-Zuid zijn twee proeftuinen gestart. In Zaltbommel en in Nijmegen, stadsdeel Dukenburg. In deze proeftuinen worden gezinswerkers van lokale teams gekoppeld met jeugdbeschermers van Gecertificeerde Instellingen, medewerkers van Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en Moviera (vrouwenopvang). Ook maken een sociaal psychiatrisch verpleegkundige en ervaringsdeskundige deel uit van het team. Het team wordt ondersteund door een teamleider/coach en een gedragswetenschapper.
Al deze teamleden pakken problematiek in het huishouden gezamenlijk aan, los van de organisatie waar ze normaal voor werken, maar met gebruik van hun ervaring en kennis. De aanpak is gericht op probleemoplossing en het herstellen en behouden van veiligheid. Dit alles sámen met het gezin. Hierdoor kunnen oplossingen worden bedacht die niet standaard zijn maar wel groot effect zullen hebben. Het Toekomstscenario betekent een grote innovatie en verandering waarbij wordt overgestapt van een kind- naar een gezins-/systeemgerichte benadering. Het Toekomstscenario schetst een toekomstbeeld maar is nog geen uitgewerkt plan. Daarvoor wordt de aankomende jaren landelijk een programmaplan opgesteld.
Publicatieversie d.d 19-09-2023
4
2.
Ambitie en visie
Alles wat we bedenken, ontwikkelen en realiseren vanuit dit meerjarige regioprogramma, komt vanuit de gezamenlijke ambitie. We kijken hoe we met alle partners een verandering kunnen maken en gaan bewegen naar een andere kijk op zorg voor onze jeugd.
In het rijk van Nijmegen versterken we kinderen en gezinnen zodat inzet van jeugdzorg minder vaak noodzakelijk is.
In een inclusieve samenleving doet iedereen mee, ongeacht kwetsbaarheid of beperking. Dit vraagt niet alleen om vertrouwen in en versterking van de sociale basis (goed onderwijs, kinderopvang, sportvoorzieningen, speeltuinen, jongerenwerk, bibliotheken, etc.) maar vooral vertrouwen. Vertrouwen in het oplossend vermogen en eigen regie van kinderen, gezinnen, hun informele netwerk en leefomgeving. Hobbels en problemen bij opgroeien en opvoeden zijn normaal. Niet ieder probleem hoeft aangepakt te worden met de inzet van professionals. De jeugdige en zijn omgeving zijn bepalend voor de inzet, de professionals vormen zich daarnaar. Wij versterken kinderen, de gezinnen en de omgeving waarin ze opgroeien. We kijken naar duurzame oplossingen zodat kinderen en jongeren het zelf kunnen. Hierdoor is de inzet van jeugdzorg minder vaak noodzakelijk. Als het wel noodzakelijk is, kijken we eerst in de eigen omgeving van de jeugdige naar oplossingen. Zo dichtbij en eenvoudig mogelijk. Hierdoor worden ondersteuning en zorg rondom en dichtbij de jeugdige ingezet die passend en effectief is. Professionals zijn passanten die tijdelijk helpen. We hechten grote waarde aan de inzet van ervaringsdeskundigen, lotgenoten, informele ondersteuners en relevante anderen uit de eigen omgeving. Zij blijven waar professionals gaan. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan jeugdzorg de oplossing zijn.
Dit zal in de regio de wachtlijsten positief beïnvloeden. Hierdoor is jeugdzorg ook beschikbaar als dat nodig is. Deze verandering vraagt verdraagzaamheid, een lange adem en een hernieuwde en gedeelde visie hoe naar problemen en oplossingen wordt gekeken en hoe jeugdhulp wordt aangeboden en ingezet. Dat betekent een verandering van bestaande denkwijzen, structuren en werkwijzen. De focus ligt nog te vaak te veel binnen het jeugddomein, op het kind In plaats daarvan leggen wij de focus op de context en omgeving waarin het kind opgroeit: wat hebben kinderen nodig om gezond, veilig en kansrijk op te groeien? We kijken daarbij naar wat kan in plaats van naar beperkingen. Dit vraagt om een breed maatschappelijk debat over het herstellen van sociale gemeenschappen, wijkgericht werken, bestaanszekerheid, gezondheid en kansengelijkheid. Deze ambitie gaat gemeentegrenzen, bestaande structuren en individuele organisaties te boven. Dit betekent dat we verbinding moeten maken met alle betrokken partijen, van onderwijs tot jeugdhulp, van gemeenten tot jeugdigen en hun leefwereld. Verandering gaat gepaard met beweging. Zonder beweging geen verandering. Dit kost tijd.
Verbinding maken, kijken naar wat kan in de eigen leefwereld van het kind of de jongere, en samen gaan bewegen. Publicatieversie d.d 19-09-2023
5
Verbinding: we gaan met alle betrokken partners de verbinding aan. Met kinderen, jongeren en hun leefomgeving, met hulpaanbieders, ervaringsdeskundigen, onderwijs en natuurlijk gemeenten. Niet de afzonderlijke professionals bepalen de inzet, maar dat doen zij samen; met elkaar maar vooral met het kind en zijn omgeving. Hiervoor moeten alle betrokkenen aan elkaar worden verbonden en elkaar stevig vasthouden. Verandering kan namelijk alleen als we dit echt in gezamenlijkheid gaan doen.
Wat kan: de focus is positief. We kijken naar wat kan. Naar oplossingen in de eigen leefwereld van de jongere. We kijken naar de beste inzet vanuit verschillende visies en belangen. We denken niet vanuit institutionele, traditionele of verkokerde beperkingen, maar vanuit mogelijkheden. Wat kan en wat werkt vanuit cliëntperspectief en kwaliteit.
Beweging: er moet iets gaan veranderen in de manier waarop wij het jeugdstelsel inrichten. We werken aan verbindingen in de samenleving en gaan uit van de eigen kracht van jeugdigen en hun gezin. Niet door te medicaliseren of problematiseren van het gewone, soms niet makkelijke leven, maar juist door oplossingen te vinden in de eigen leefwereld. Dat vraagt een andere, brede en hernieuwde manier van kijken naar problemen en oplossingen. Dit vraagt ook om een beweging in verwachtingen en de manier van samenwerking. De oorzaken voor het toenemend beroep op jeugdhulp liggen namelijk vaak buiten het jeugddomein. Dit vraagt om een brede integrale benadering binnen het sociaal domein. Deze beweging vraagt lef, daadkracht, commitment en vertrouwen. Dit alles doen we lerend. Binnen het regioprogramma hechten we veel waarde aan leren. We leren van ervaringen door met elkaar daarover het gesprek aan te gaan. We staan open voor andere ervaringen en visies. Daardoor staan we open voor andere oplossingen dan die we al kennen. Ervaringsdeskundigen denken met ons mee. In het regioprogramma wordt een duurzame inzet van ervaringsdeskundigen ontwikkeld. Ook leren we van landelijke ontwikkelingen. In het rijk van Nijmegen hebben we niet de illusie dé oplossing te hebben, maar we hebben wel lef, daadkracht en commitment om met elkaar voor verbinding en beweging te zorgen.
Op die manier gaan we in de regio ons jeugdstelsel veranderen, ook als dat met kleine stapjes is. Hierdoor veranderen we samen de zorg voor onze jeugd in de regio!
Samen staan we sterk voor onze jeugd. Samen kleuren we de toekomst.
Disclaimer We hebben als regio een fantastische ambitie, maar we moeten realistisch zijn. We hebben geen controle over het daadwerkelijk slagen. We zijn afhankelijk van alle partners in de zorg voor onze jeugd, van ouders, van de maatschappij als geheel, van onderwijs en (zorg)aanbieders tot overheidsinstanties. We zijn afhankelijk voor de uitvoering van de ambitie, maar ook voor de financiële en juridische kaders. Zo ligt veel druk op ons programma vanuit (landelijke) bezuinigingen. Landelijke en (boven)regionale besluiten raken ons ook. Ontwikkelingen gaan ook bij alle partners door. Daarnaast zitten in bijvoorbeeld financiën en arbeidsmarktproblematiek bij aanbieders, uitvoerders, maar ook gemeenten. Maar niets doen is voor ons geen optie, Laten we verbinding met elkaar maken, samen anders kijken naar problemen en oplossingen, en samen gaan bewegen! Publicatieversie d.d 19-09-2023
6
Afbeelding 1: Kaart jeugdzorg, opgebouwd van de normale leefwereld van de jeugdige en het gezin, naar de kring daaromheen en op grootste afstand in de buitenste ring specialistische hulp.
Terugblik De afgelopen jaren hebben we in het rijk van Nijmegen al hard (samen)gewerkt binnen het jeugddomein. Wat hebben we gedaan in de regio? Hieronder een korte terugblik.
Normaliseren en onderwijs Samen met het onderwijs hebben we in onze regio preventie en welzijnswerk versterkt. Zo zijn we in 2021 op verschillende voortgezet (speciaal) onderwijs scholen gestart met preventiepilots voor GGZproblematiek. Samen met samenwerkingspartner Karakter hebben we vijf principes opgesteld voor normaliseren: Iedereen is anders (en dat is maar goed ook), werk vanuit de mogelijkheden van het kind, ik ben omdat wij zijn, samen kom je verder en kinderen en jongeren hebben niet allemaal dezelfde kansen. We hebben ingezet op de aanpak van voortijdig schoolverlaten. Dit heeft een positief effect gehad en daarom gaan we hiermee door, dat komt hierna terug in de uitwerking van onze doelen en opgaven.
Publicatieversie d.d 19-09-2023
7
OPH en RET Regionaal bieden we passende hulp in complexe situaties. Dit hebben we enkele jaren gedaan via het Overleg passende Hulp, het OPH. Dit overleg is doorontwikkeld naar een Regionaal Expert Team, het RET, dat per 1 januari 2023 is gestart. Het Regionaal Expertteam is een netwerk van specialisten die werken bij diverse jeugdzorgaanbieders. Zij denken graag mee met jeugdbeschermers en medewerkers van lokale teams in (complexe) vastgelopen casuïstiek. In de uitwerking hierna van onze doelen en opgaven komt het RET terug.
Het InVerbindingsteam met JIM In het Rijk van Nijmegen is sinds 2020 het InVerbindingsteam actief. Dit is een multidisciplinair team dat intensieve en systeemgerichte behandeling geeft aan gezinnen met complexe problemen. Dit doen ze met behulp en inzet van een JIM. JIM staat voor Jouw Ingebrachte Mentor, en is een familielid, vriend of bekende van de jongere. De JIM wordt gevraagd om advies en ondersteuning te bieden aan jongeren tussen de 12-23 jaar, én een luisterend oor te zijn. Daarnaast wordt de JIM uitgenodigd om de hulpverleners te adviseren over de juiste behandelrichting en aanpak. Door het duurzaam versterken van gezinnen en hun omgeving, zal de noodzaak voor uithuisplaatsing afnemen en kunnen kinderen zoveel mogelijk opgroeien in hun eigen gezin en omgeving.
Steungezinnen Dit initiatief is gebaseerd op een oude gedachte: opvoeden doen we samen. Gezinnen die het zwaar hebben worden gekoppeld aan een stabiel gezin in de buurt. Op laagdrempelige, gelijkwaardig en alledaagse wijze krijgen kinderen extra aandacht en worden ouders ontlast. In de regio wordt sinds enkele jaren aandacht gegeven aan deze manier van hulp door werving en begeleiding van steungezinnen en de koppeling van vraaggezinnen. In de uitwerking van de doelen en opgaven hierna komen de steungezinnen terug.
Pleegzorgcampagne In onze visie gebeurt opvoeden en opgroeien in eerste instantie in een gezin. Als het nodig is, zoeken we met aanvullende hulp naar verbetering. Is thuis wonen voor een kind niet (meer) mogelijk en uithuisplaatsing onvermijdelijk? Dan kijken we als eerste optie naar pleegzorg. Steeds minder mensen melden zich aan als pleegouder en er zijn dan ook te weinig pleeggezinnen. Daardoor komen kinderen in zwaardere jeugdzorg terecht. Of ze blijven onnodig lang in jeugdzorginstellingen, terwijl ze een nodig hebben. In 2019 vonden we voor maar 66% van de jongeren een pleeggezin. Landelijk was dit 50%. Daarom besloot de regio Nijmegen in 2020 een stevige impuls te geven aan pleegzorg. Daarom hebben we de pleegzorgcampagne gestart. Over pleegzorg lees je hierna meer in de doelen en opgaven.
Publicatieversie d.d 19-09-2023
8
3.
Doelen en opgaven
Het meerjarige regioprogramma jeugd heeft een gezamenlijke ambitie en zes hogere doelen. Deze zijn verwoord in zes opgaven en bijbehorende acties die helpen die ambitie en hogere doelen te bereiken. We gaan daarbij uit van leidende principes; de eigen leefwereld staat centraal, zo normaal en dichtbij mogelijk, domeinoverstijgend kijken, vakmanschap en eenvoud. Het regionale team zorgt voor een breed draagvlak bij, en samenwerking met partners in de regio. Deze partners zijn vanzelfsprekend de 7 gemeenten, maar ook onderwijsinstellingen, samenwerkingsverbanden, zorg- en hulpaanbieders, ervaringsdeskundigen en niet te vergeten de kinderen, jongeren en hun omgeving zelf. Omdat de visie op jeugd een regionale visie is en aan één regionale opgave wordt gewerkt, zijn ook de lokale adviesraden in gezamenlijkheid betrokken. Daarnaast is het regionale team goed aangehaakt in bovenregionale en landelijke overleggen en samenwerkingen. De programmamanager en het regioteam jeugd zorgen voor samenhang en uitvoering van de opgaven en acties. Meten = weten We monitoren de voortgang en de resultaten van de verschillende opgaven en actielijnen van het programma. We gebruiken daarvoor indicatoren die laten zien of we per opgave de beweging maken die we willen. Die beweging is niet één op één uit te drukken in cijfers.
De cijfers helpen ons wel, maar moeten we aanvullen met ervaringen van alle betrokken partijen. Sturen en verantwoorden gaat dan niet alleen om het afvinken van een indicator. We monitoren op de gewenste beweging en sturen op de maatregelen die deze beweging moeten bevorderen. Aan de hand daarvan weten we of we (nog) op de goede weg zijn en sturen we bij waar nodig. We hebben voor elke opgave en aantal indicatoren bepaald. Die indicatoren geven in grote lijnen een beeld of de (globale) doelen per opgave worden bereikt. Voor het monitoren van deze indicatoren maken we gebruik van gemeentelijke data en van data van onze samenwerkingspartners. Als nulmeting gebruiken we cijfers uit 2022, het jaar vóórdat het regioprogramma startte. Wanneer in 2022 nog geen cijfers beschikbaar zijn nemen we het eerste jaar dat de cijfers beschikbaar zijn als nulmeting. Gedurende de looptijd van het programma breiden we indicatoren uit als blijkt dat we meer informatie nodig hebben om effectief te sturen. Daarnaast gaan we gedurende de looptijd van het programma sturen op de uitvoering van het programma met SMART4-doelen.
4
Een SMART-doel is Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden.
Publicatieversie d.d 19-09-2023
9
We monitoren de verbeteringen in het programma in een doorlopende cyclus. Doordat het een cirkel is, worden de stappen continu herhaald. Dit leidt uiteindelijk tot voortdurend verbeteren. Zo weten we welke opgaven en bijbehorende actielijnen op de goede weg zijn, en stellen we bij waar dat nodig is. Hierbij spelen actuele (landelijke) ontwikkelingen een rol. Door deze monitoring houden we alle jaren van het regioprogramma vinger aan de pols en wegen we continu af of we de juiste dingen doen. Jaarlijks stellen we een evaluatie op van de voorgang en bevindingen.
doelen en opgaven
leren en (bij)sturen
Ambitie
kaders
meten = weten
De opgaven en bijbehorende indicatoren bij de start van het regioprogramma jeugd: 1.
Meer inclusie in de basis. Versterken kinderopvang en onderwijs, goede aansluiting onderwijs en jeugdzorg. Minder instroom in speciaal onderwijs Minder schooluitval en langdurige thuiszitters Hogere score mentaal welbevinden
2.
Versterken mentale veerkracht. Minder instroom in specialistische ggz jeugd Versnellen uitstroom uit specialistische ggz jeugd Minder directe inzet GGZ door huisarts, meer verwijzing naar lokaal team
3.
Het organiseren van passende hulp voor complexe casuïstiek bij jeugdigen en hun gezinnen. Meer consultaties van het Regionale Expertise Team (RET) Minder doorstroom van kinderen in verblijf Meer inzet van een doorbraakaanpak
4.
Terugdringen residentiele jeugdhulp: zo thuis mogelijk. Minder instroom in verblijf Meer inzet van informele zorg Minder kinderen op de regionale wachtlijst voor pleegzorg
Publicatieversie d.d 19-09-2023
10
5.
Scheiden zonder schade voor alle gezinsleden. Meer consultaties van het Regionaal Expertise Punt Scheidingen (REPS) Minder inzet jeugdzorg omdat verwijzers effectief advies van REPS ontvangen
6.
Veiligheid voor gezinnen, samen voor veilig. Toename aanmeldingen bij de jeugdbeschermingstafel Verkorting duur van ondertoezichtstellingsmaatregel
Leeswijzer Bij elke opgave wordt het doel van de opgave weergegeven en de context waaruit de opgave is ontstaan. Om het doel te kunnen bereiken zijn actielijnen uitgezet; wat is nodig om het doel te kunnen bereiken, dus wat doen we. Verder wordt vanuit de betreffende opgave, of waar mogelijk per actielijn, bekeken wat de betekenis daarvan is lokaal dan wel regionaal. Waar in dit programma wordt gesproken over gezin, wordt de samenstelling van de thuissituatie van het kind of de jongere bedoeld. Waar gesproken wordt over ouders, worden ook verzorgers bedoeld. Waar gesproken wordt over kind, worden kinderen tot 12 jaar bedoeld. Waar we het hebben over jongeren bedoelen we vanaf 12 jaar. Waar we praten over jeugdigen worden kinderen én jongeren bedoeld.
3.1
Opgave 1
Meer inclusie in de basis. Versterken kinderopvang en onderwijs, goede aansluiting onderwijs en jeugdzorg.
Doel Inclusiever onderwijs. Een inclusieve samenleving waarin iedereen kan meedoen, iedereen is tenslotte anders. Onderwijs is een domein waar een groot deel van de ontwikkeling van kinderen plaatsvindt, daar moet sprake zijn van inclusie. Dit betekent dat scholen voor alle kinderen en jongeren, ook degenen met een kwetsbaarheid of beperking, een veilige plek zijn. Een plek waar zij niet alleen leren, maar de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben en waar hun veerkracht kan groeien.
Context Een inclusieve samenleving voor jeugd heeft goed en inclusief onderwijs, kinderopvang, ruimte om te spelen en te sporten én een plek waar je als jeugdige of ouder met vragen terecht kunt. Dit vinden we algemene (basis)voorzieningen. Hoe sterker die basis, hoe beter en preventiever vragen en problemen die bij opgroeien horen, in het gewone leven kunnen worden opgepakt. Onderwijs en kinderopvang zijn onderdeel van deze sociale en pedagogische basis. Om die reden is het belangrijk om hen stevig aan het jeugddomein te verbinden en andersom. We vragen van partijen die werken aan deze pedagogische basis dat ze de verbinding met elkaar gaan maken en beter samenwerken. Onderwijs en zorg zijn verschillende domeinen waar schotten tussen staan. Hierdoor kan niet vloeiend worden samengewerkt. Wij willen dat domeinoverstijgend wordt gekeken naar wat een jeugdige nodig heeft, dus niet alleen vanuit onderwijs of vanuit zorg, maar vanuit het geheel. We gaan professionals die dagelijks met kinderen en jongeren werken beter ondersteunen én zorgen voor meer verbinding en samenwerking. Publicatieversie d.d 19-09-2023
11
Wat doen we? Actielijnen. 1. Opstellen ontwikkelagenda met primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs voor betere aansluiting onderwijs met jeugdhulp. Inzet op preventie, collectieve financiering van jeugdhulpverlening op de scholen en versterken school als basis. We werken al lang samen met onderwijs om zo veel mogelijk kinderen en jongeren mee te laten doen in het onderwijs. Maar er is meer nodig om het onderwijs inclusiever te maken. Inclusief onderwijs gaat over kinderen en jongeren met én zonder een extra ondersteuningsbehoefte. Ze gaan samen naar school en volgen zoveel mogelijk samen onderwijs. Het onderwijs, samenwerkingsverbanden, gemeenten en ouders hebben hier een gezamenlijke verantwoordelijkheid in. Dit vraagt een sterke pedagogische basiskwaliteit en een intensieve samenwerking tussen regulier en speciaal onderwijs en tussen onderwijs en zorg. We willen ondersteuning beter passend, maar ook betaalbaar houden. Daarvoor is het belangrijk om na te denken hoe we met budgetten vanuit zowel onderwijs als (jeugd)hulp kunnen werken om passende ondersteuning te bieden. Om dat voor elkaar te krijgen maken we verdergaande afspraken in een zogenoemde ontwikkelagenda inclusief onderwijs. Deze agenda geeft richting aan de gezamenlijke beweging die we willen maken en laat zien welke ambities we met elkaar hebben om het onderwijs inclusiever te maken.
Eind 2022 heeft een eerste verkenning plaatsgevonden en in 2023 werken we visie, en ambities verder uit. Deze ambities reiken mogelijk verder dan het onderwijs en de jeugdhulp. Het gaat namelijk niet alleen om inclusief onderwijs, maar ook om een meer inclusieve samenleving. Zo is het ook belangrijk om welzijnsvoorzieningen, zoals bijvoorbeeld jongerenwerk, dichtbij of aan het onderwijs te verbinden. Bovendien hebben we in de ontwikkelagenda inclusief onderwijs ook aandacht voor aanvullende domeinen zoals onderwijshuisvesting en leerlingenvervoer, maar ook gezondheid of armoede. We beginnen hierin niet opnieuw, maar hebben in 2023 en voorgaande jaren regionaal al activiteiten uitgevoerd die bijdragen aan inclusiever onderwijs. De overige actielijnen in deze opgave zijn een uitwerking hiervan.
Lokaal/regionaal/wie? De ontwikkelagenda wordt regionaal vormgegeven met nauwe betrokkenheid van alle gemeenten en het onderwijs. Hierbij is verbinding met lokale beleidsmakers nodig om de lokale ontwikkelagenda en de regionale ontwikkelagenda naadloos op elkaar te laten aansluiten.
2. Versterken zorgteams op school, verbinden onderwijs, jeugdhulp en lokale teams. Borging en doorontwikkeling regionale aanpak Jongeren naar school of werk. In de aanpak Jongeren naar school of werk 2020-2024 hebben we een stevige ambitie: iedere jongere gaat naar school of werkt en ontvangt daarvoor zo nodig een aansluitend zorgaanbod. We voorkomen schooluitval van leerlingen met ondersteuningsvragen en zorgproblematiek. Deze jongeren worden vroegtijdig ondersteund vanuit zowel het onderwijs als de jeugdhulp. Een betere aansluiting tussen onderwijs en zorg heeft hierbij hoge prioriteit. Er is behoefte aan meer ontschotting en versterking van de zorgstructuur binnen de school. We werken in dit kader nauw samen met onderwijs en werkgevers. Leerlingen en studenten komen vanuit de gehele regio naar onderwijsinstellingen in de regio. De inzet is daarmee bij voorbaat regionaal. Versterken van de zorgteams op school wordt regionaal verder vormgegeven waarbij aandacht en ruimte is voor lokale uitwerkingen hiervan. Alle regiogemeenten en het onderwijs zijn nauw betrokken in de bestuurlijke en ambtelijke structuur van de aanpak Jongeren Publicatieversie d.d 19-09-2023
12
naar School of Werk. De activiteiten worden afgestemd met lokaal beleid en uitvoering. De projecten worden gestart vanuit de aanpak Jongeren naar school en werk 2021-2024. Het regioprogramma draagt zorg voor de borging en verduurzaming na 2024. Wat doen we in de aanpak Jongeren naar school of werk? a. We voorkomen schooluitval van mbo-studenten met ondersteuningsvragen door vroegtijdige ondersteuning vanuit onderwijs én zorg. Met de Time-in aanpak wordt extra onderwijsondersteuning ingezet in de groepen waarin veel kwetsbare studenten zitten die extra ondersteuningsbehoefte hebben. We investeren op verbinding en samenwerking met externe partners: er worden verschillende activiteiten georganiseerd waardoor zorgprofessionals in en om school elkaar beter (gaan) kennen en beter (gaan) samenwerken. We bieden preventieve ggz ondersteuning op school; jongeren kunnen terecht voor een gesprek, docenten en studieloopbaanbegeleiders worden geadviseerd. Een onderzoeksbureau is betrokken voor de monitoring om na 2024 te kunnen bepalen of het zinvol is deze inzet structureel te maken. b. We willen collectieve financiering van zorg binnen onderwijs (zbo) in het voortgezet speciaal onderwijs (vso).
In Nederland is het voor leerlingen met een intensieve ondersteuningsvraag nodig om de zorg en ondersteuning bij verschillende loketten aan te vragen wat vervolgens verschillende hulpverleners in de klas oplevert. We zijn dit schooljaar 2023-2024 gestart met pilots op vso-scholen in de regio rijk van Nijmegen om te zorgen dat niet ieder kind zijn eigen hulpverlener meeneemt, maar dat één aanbieder de gehele zorg voor de school organiseert met vaste hulpverleners. Hierdoor kan hulp efficiënter ingezet worden en geeft het duidelijkheid. De samenwerking tussen school en hulpverlening wordt sterker. Minder partijen betekent ook minder wisselende afspraken, verwachtingen en afstemmingsoverleggen. We monitoren deze werkwijze gedurende de pilotperiode, zodat we weten of de zorg voor de leerlingen ook beter wordt en betaalbaar blijft. c. We sluiten lokale teams aan bij de zorgstructuur in het voortgezet onderwijs. In 2022 is met een aantal scholen gestart om de lokale teams van de gemeenten beter aan te laten sluiten op de zorgstructuur van het voortgezet onderwijs. Daarnaast starten we een pilot waarbij een aantal scholen met de buurtteams Jeugd en Gezin (gemeente Nijmegen) met elkaar toewerken naar een stads breed en uiteindelijk regionaal voortgezet onderwijsteam.
De medewerker van het lokale team is een aantal uren per week aanwezig op school en werkt zeer nauw samen met het zorgteam van school. De medewerker van het lokale team begeleid, ondersteunt en indiceert (waar nodig) alle leerlingen in afstemming met het schoolmaatschappelijk werk. Dit maakt het zowel voor scholen als voor ouders en leerlingen makkelijker om snel de juiste ondersteuning te krijgen. Op basis van een cijfermatige en inhoudelijke analyse stellen we met het onderwijs en lokale teams vast welke scholen in aanmerking komen voor deze pilot. Ook onderzoeken we in de uitwerking of andere externe partners onderdeel kunnen worden van een voortgezet onderwijs-team. d. We gaan de volgende stap zetten met de aanpak ziekteverzuim en thuiszitters. Deze aanpak heeft sinds 2018 veel aandacht. We hebben gewerkt aan een uniform werkproces waarin alle rollen en taken van school, leerplicht en de jeugdarts zijn beschreven. Met ingang van schooljaar - 23 werken alle voortgezet onderwijs-scholen op deze manier en heeft (ziekte)verzuim al in een vroeg stadium de aandacht. Je wordt als leerling gemist, maar ook gezien. Waar het ziekteverzuim zorgwekkend is, wordt door school al vroeg afstemming gezocht met de leerplichtambtenaar en jeugdarts. In 2023 Publicatieversie d.d 19-09-2023
13
wordt onderzocht welke (doorbraak)aanpak in het onderwijs nodig is om jongeren die langer dan vier weken thuiszitten weer tot ontwikkeling te laten komen.
3. Organiseren van een passend en dekkend aanbod voor dyslexie en onderzoeken inzet preventie. We zijn als gemeenten verantwoordelijk voor de dyslexiezorg aan jeugdigen van 7 tot 13 jaar. Met ingang van 1 januari 2023 zijn regionaal nieuwe contracten afgesloten met negen aanbieders. De contracten zijn voor twee jaar afgesloten, met drie keer de mogelijkheid tot tweejarige verlenging. Gedurende de contractperiode onderzoeken we mogelijkheden om preventie in te zetten. Uit onderzoek is gebleken dat goed taalonderwijs mogelijk kan voorkomen dat leerlingen (onnodig) diagnostiek en/of behandeling voor dyslexie nodig hebben. Zij kunnen mee blijven doen in de klas zonder specialistische zorg. Dit bevordert de inclusie van deze leerlingen en voorkomt zorgkosten. Landelijk lopen enkele pilots bij verschillende scholen en dyslexie-aanbieders om preventie van dyslexie te onderzoeken. De effecten van deze pilots op preventieve maatregelen volgen we nauwkeurig zodat we bij een positief effect kunnen afwegen of wij dit in het rijk van Nijmegen ook gaan inzetten.
Lokaal/regionaal/wie? De inkoop en het contractmanagement worden regionaal uitgevoerd door het regionaal ondersteuningsbureau (ROB). De activiteiten worden afgestemd met lokaal beleid en uitvoering. Het toekennen van dyslexiezorg is een lokale toegang. De zogenoemde poortwachter binnen de gemeente toetst de aanvraag en toekenning van de dyslexie.
4. Realiseren van een kwalitatief, voordelig en dekkend aanbod dagbehandeling/ dagbesteding in aansluiting op de beweging naar een stevige lokale basis. We gaan in de regio dagbehandeling en dagbesteding jeugd opnieuw inkopen voor 2024 en verdere jaren. Hierbij streven naar een zo eenvoudig mogelijk zorglandschap voor ouders, verwijzers en professionals. Eenvoud zorgt voor duidelijkheid, vermindert bureaucratie en voorkomt onnodige discussies in de samenwerking. Daarnaast zien we dat steeds meer een beroep wordt gedaan op (voorschoolse) dagbehandeling en dagbesteding, waardoor deze leerlingen in de meeste gevallen instromen in het speciaal onderwijs. Dit staat haaks op de ambitie van inclusiever onderwijs. Jongeren moeten zo veel mogelijk in de eigen omgeving, op reguliere scholen tot ontwikkeling komen en minder worden verwezen. Dit betekent dat meer gekeken moet worden naar de context (wat heeft een kind nodig om hier te kunnen ontwikkelen) in plaats van te kijken naar de beperkingen van het kind. Wat kan staat centraal. Ook is een verband zichtbaar tussen de instroom in voorschoolse dagbehandeling en het beleid op voorschoolse en vroegschoolse educatie (VVE). Daarom zoeken we aansluiting bij het VVE-beleid om te onderzoeken op welke manier de VVE-groepen versterkt kunnen worden om kinderen meer inclusief mee te laten doen.
Hiervoor haken we de lokale gemeenten goed aan zodat de regionale aanpak en lokale aanpak elkaar niet bijten.
Lokaal/regionaal/wie? De inkoop van dagbehandeling en dagbesteding wordt regionaal uitgevoerd door het ROB. Omdat we de instroom in de voorschoolse dagbehandeling willen verminderen en meer kinderen in de reguliere setting mee willen laten doen, ontwikkelen we regionaal een gemeenschappelijke visie en kaders
Publicatieversie d.d 19-09-2023
14
rondom het (lokale) VVE-beleid. De lokale gemeenten geven daarbinnen hun eigen kleur aan de uitvoering en inzet. Op regionaal niveau delen we onze ervaringen en leren we gezamenlijk elkaar.
5. Implementeren STORM5 -aanpak depressiviteit onder jongeren in het voortgezet onderwijs. Psychisch gezond zijn is essentieel om gezond op te kunnen groeien. Uit de GGD6 Gelderland-Zuid Gezondheidsmonitor Jeugd 2021/2022 blijkt dat veel leerlingen die al uit balans waren, door de coronaperiode verder uit balans zijn geraakt. Onder andere psychosociale problemen en somberheid namen toe. Daarom hebben we de verbinding gezocht met onderwijsinstellingen in de regio, GGDGelderland Zuid en Karakter Kinder- en Jeugdpsychiatrie om jeugdigen die depressieve klachten of gedachten over suïcide hebben eerder en beter te bereiken en ondersteunen. Hiervoor is vanuit de regio de STORM-aanpak ingezet die op enkele scholen is ingezet. De STORM-aanpak legt meer focus op het vroegtijdig signaleren van depressieve klachten waardoor jongeren sneller en eenvoudiger worden ondersteund. Deze vroegtijdigheid is belangrijk omdat bij jongeren, die te laat in beeld komen en te laat hulp krijgen, de kans groter is dat de problemen op latere leeftijd blijven aanhouden. De STORM-aanpak sluit aan bij de Landelijke Agenda Suïcidepreventie 20212025. Eén van de doelstellingen van deze agenda is suïcidepreventie in de wijk en op school verstevigen. In het rijk van Nijmegen volgen leerlingen van deelnemende scholen een speciaal programma.
Door het lesaanbod leren jongeren wat mentale gezondheid betekent, hoe ze klachten bij zichzelf of bij klasgenoten herkennen, en hoe en bij wie zij zelfhulp kunnen vragen als het nodig is. Ook worden problemen rondom mentale gezondheid beter bespreekbaar gemaakt op school. Uit andere die al werken met deze aanpak is bekend dat met deze aanpak jongeren succesvol worden bereikt.
Lokaal/regionaal/wie? De STORM-aanpak voeren we in 2023 en 2024 stapsgewijs in op alle voortgezet onderwijs-scholen in de regio. In 2025 haken we ook het mbo hierbij aan. De gezamenlijkheid is een voorwaarde van het rijk om subsidie en ondersteuning te krijgen voor het uitrollen van de STORM-aanpak. We hebben in 2022 een financieringsaanvraag ingediend bij het Rijk om de STORM-aanpak in de regio uit te kunnen rollen. De aanvraag is toegekend door het Rijk en zij subsidiëren gedurende drie jaren de helft van de aanpak. De kosten die daarmee nog niet zijn gedekt, worden naar rato over de gemeenten verdeeld. In 2023 wordt hiervoor een nieuwe verdeelsleutel besloten. Het vierde jaar komt volledig ten laste van de gemeenten.
5 STORM staat voor Strong Teens and Resilient Minds. 6
Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst.
Publicatieversie d.d 19-09-2023
15
3.2
Opgave 2
Versterken mentale veerkracht.
Doel Grotere mentale veerkracht en waar nodig het versterken van gezinnen. We willen de veerkracht van onze kinderen en jongeren versterken. Dit draagt bij aan hun algehele welzijn en het omgaan met uitdagingen in het leven van het hele systeem bevorderd. Dat leidt tot minder inzet van jeugdzorg en vermindering van wachtlijsten. Hierdoor worden zij veerkrachtige volwassenen en hoeven daardoor minder vaak een beroep te doen op professionele hulp. Voor jeugdigen en gezinnen die hulp nodig hebben is tijdig passende hulp en ondersteuning beschikbaar. Die vindt dan zo veel mogelijk plaats binnen het eigen netwerk en de eigen leefwereld waar kinderen en jongeren opgroeien en zich ontwikkelen. Dus thuis, op school en in de eigen sociale context.
Context Door de groeiende vraag naar jeugdhulp en de steeds langere duur van jeugdhulptrajecten nemen de wachttijden toe en stijgen de kosten. Het systeem zit in de knel. Daarom moet het in de jeugdzorg echt anders: meer preventie, sterkere samenredzaamheid en verbinding, en alleen waar nodig specialistische jeugdhulp bieden. Opgroeien en opvoeden gaat niet altijd zonder problemen, dat hoort bij het leven. We willen voorkomen dat normale ontwikkelingspijn onnodig als probleem wordt gezien dat behandeld moet worden. We zijn maatschappelijk doorgeschoten in het idee dat voor elk probleem of klacht een behandeling of diagnose (nodig) is. Professionele zorg of ondersteuning hoort aanvullend en ondersteunend te zijn. Dit vraagt ruimte voor professionals om te mogen luisteren zonder oordeel, en zonder een pasklaar antwoord te hebben voor elke vraag of probleem. De focus ligt niet op van . De focus ligt op het bevorderen van gezondheid, veerkracht en ontwikkeling en aansluiten bij wat (al) wél kan of lukt. Hierbij gaan we ons meer richten op het inzetten van vrij toegankelijke collectieve ondersteuning en hulp in plaats van individueel. We maken meer gebruik van ervaringsdeskundigen, het eigen netwerk en de eigen leefwereld Deze visie is niet nieuw maar komt binnen het huidige systeem niet goed op gang. De jeugdzorg is te los van elkaar georganiseerd.
Het denken in als antwoord op normale levensvragen versterkt het marktdenken en heeft een aanzuigende werking op de jeugdzorg. Daarom zetten we een andere beweging in gang.
Publicatieversie d.d 19-09-2023
16
Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) De VNG, GGD GHOR7 Nederland, Zorgverzekeraars Nederland en het ministerie van VWS maakten gezamenlijk afspraken op het gebied van gezondheid en welbevinden. In het GALA staan afspraken over het bereiken van een gezonde generatie in 2040. Hiermee wordt bedoeld weerbare, gezonde mensen die opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis. Het GALA richt zich vooral op het bouwen van een basis voor een gerichte aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis. Een gezonde samenleving staat daarbij centraal. Het GALA raakt sterk aan deze opgave. We gaan samen met de GGD kijken hoe de actielijnen binnen deze opgave en GALA elkaar versterken.
Ecosysteem Mentale Gezondheid: GEM In de volwassen-ggz is nieuwe in opkomst met een nieuwe visie op psychisch lijden. Behandeling in de ggz is met name gericht op specialistische aanpak volgens evidence-based richtlijnen. Die benadering sluit vaak niet genoeg aan bij het dagelijks leven waarin mensen willen leren te doen, ondanks meer dan gemiddelde psychische kwetsbaarheid. Hier komt GEM met een omslag; bij psychisch lijden wordt gekeken vanuit de sociale context. Een ggz die veel meer in verbinding staat met de samenleving, de plekken waar mensen zijn en verblijven, zodat ze daar de vaardigheden kunnen ontwikkelen om zich staande te houden en te ontwikkelen. Binnen deze opgave onderzoeken we hoe GEM kan worden vertaald naar onze jeugd. Uitgangspunten vanuit GEM: Het betrekken van het kind/de jongere, ouders/verzorgers en andere relevante belangrijke betrokkenen bij het nemen van beslissingen over behandeling en ondersteuning. Het begrijpen van unieke behoeften, krachten en voorkeuren van kind en gezin staat centraal. Omarmen van GEM door de jeugdzorg waardoor niet alleen wordt gekeken naar de specifieke gedrags- of emotionele problemen, maar ook de bredere context waarin het kind opgroeit. Door deze factoren in de behandeling en ondersteuning op te nemen wordt een brede (en duurzame) aanpak geboden.
7
GHOR staat voor Geneeskundige HulpverleningsOrganisatie in de Regio
Publicatieversie d.d 19-09-2023
17
Vroegtijdige interventie en preventie is nodig. Denk bijvoorbeeld aan vrij beschikbare informatie en ondersteuning voor ouders/verzorgers, of aan schoolbrede sociaal-emotioneel leren. Het benutten van technologie en e-mental health. Denk bijvoorbeeld aan online platforms waar jongeren en ouders informatie kunnen vinden maar ook door chatcontact direct ondersteuning kunnen krijgen.
Wat doen we? Actielijnen waarin het GEM gedachtengoed als rode draad aanwezig is. 1) Inzetten ondersteuning jeugdigen vanuit het gewone leven, met voorzieningen en mensen in de eigen omgeving. Door herstelondersteunende gesprekken, inzet van ervaringsdeskundigen en steunend netwerk (zoals jouw ingebrachte mentor). Om jeugdigen en hun gezinnen duurzaam te versterken wordt eerst naar zo eenvoudig mogelijke oplossingen gekeken. Deze oplossingen komen vanuit het normale leven van de jeugdige en het gezin en zo dichtbij mogelijk. Door hulpvragen, daar waar het kan, op te lossen binnen het gezin, het netwerk en de directe leefomgeving kunnen we professionele expertise gerichter inzetten voor de meest kwetsbare kinderen en gezinnen. Zodat er ook voor hen snel passende hulp is, zonder lang te moeten zoeken naar of wachten op hulp. Vanuit de GEM gedachte starten we met een ontwikkel atelier over de Herstelondersteunende intake (HOI) vertalen naar de jeugdzorg en we gaan daarbij ook ervaringsdeskundigen inzetten. We vinden herstelondersteunende intake eigenlijk geen passende naam voor de jeugdzorg. Het gaat namelijk niet altijd om herstellen. Omdat we de relatie willen leggen met de ontwikkelingen binnen de volwassenggz, houden we hier toch deze naam aan. In de volwassen-ggz worden goede ervaringen opgedaan met de HOI.
Deze intake is erop gericht om samen met de cliënt en een door hem gekozen naastbetrokkene te onderzoeken en te bespreken wat de hulpvraag is en welke aanpak daar het beste op aansluit. Daarbij wordt gekeken naar wat eerder heeft gewerkt, wat de mogelijkheden van de cliënt zijn en wat ervoor nodig is om nu tot een oplossing te komen. Hierbij wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de eigen kracht van de cliënt, de normale leefwereld en het eigen netwerk. We gaan aan de slag om de HOI, of een vergelijkbare aanpak zoals een netwerkintake, aan te passen en in te zetten in de jeugdhulp. We starten met de jeugd-ggz en breiden het verder uit naar andere sectoren binnen de jeugdhulp. Met de HOI zetten we een stap in het normaliseren van belemmeringen in de ontwikkeling. De toestroom naar specialistische jeugdhulp vormen we hiermee om naar ander vormen van ondersteuning. Die vormen sluiten beter aan bij wat nodig is en meest helpend.
Lokaal/regionaal/wie? We starten in een werkatelier waarin wij samen met (ggz-)aanbieders, ondersteuners van huisartsen en lokale teams een pilot HOI voor jeugd uitwerken en direct in de praktijk kunnen brengen. Belangrijk in dit atelier is het domeinoverstijgend leren kijken en denken. Gezinsproblematiek zoals geldzorgen, armoede, schulden en huisvestingsproblematiek zijn vaak onderliggende oorzaken van jeugdproblematiek. Het is daarom belangrijk dat we hier meer oog voor gaan krijgen en domeinoverstijgend werken. We starten met het eerste atelier in het najaar van 2023. De evaluatie zal eind 2024, begin 2025 plaatsvinden. HOI heeft het meeste kans van slagen wanneer deze binnen de Publicatieversie d.d 19-09-2023
18
eigen leefomgeving van de jeugdige wordt gedaan. Dit vraagt om een goede lokale inbedding, dit vereist van de deelnemende gemeenten bereidheid en inzet om anders te kijken en te doen.
2) Vergroten integrale hulp in de wijk. Betere verbinding jeugd-ggz en andere (jeugdhulp)aanbieders met lokale teams, onderwijs, welzijn en (ondersteuners van) huisartsen. a. We creëren een betere verbinding tussen jeugd-ggz en andere (jeugdhulp) aanbieders, onderwijs en het steunend netwerk in de gewone leefwereld. Om het jeugdhulpgebruik te verminderen en het systeem te wijzigen is een maatschappelijke dialoog nodig over normaliseren en het versterken van het gewone leven. Tegelijkertijd zullen we ook nu al stappen moeten zetten om het systeem in de jeugdzorg een andere wending te geven. Bijvoorbeeld door de inzet van een zelfgekozen steunfiguur zoals de JIM (Jouw Ingebrachte Mentor8) en door beter gebruik te maken van lokale formele en informele voorzieningen). De Hervormingsagenda Jeugd benadrukt het belang van een sterke en stevige lokale pedagogische basis. De inzet is dat jeugdigen en gezinnen zoveel mogelijk antwoorden op hulpvragen laagdrempelig vinden zonder dat direct wordt doorverwezen naar specialistische jeugdhulp. Lokale teams moeten daarvoor zelf voorzien in een breed hulpaanbod met een gerichte aanpak op preventie. Ook zijn onderwijs en kinderopvang nodig bij ondersteuning voor jeugdigen die aansluit bij de eigen leefwereld. Onderwijs en kinderopvang zijn naast het eigen gezin de belangrijkste plek waar kinderen en jongeren zich vormen en ontwikkelen.
Wanneer het niet goed gaat valt dat op school of de kinderopvang vaak het eerst op. Binnen school is laagdrempelig hulp beschikbaar zodat een verwijzing minder snel nodig is. Scholen zijn hier nog niet voldoende op toegerust. Jeugdhulp en (passend)onderwijs zullen elkaar meer moeten versterken. In 2024 worden de kaders gesteld. Hierbij speelt de Hervormingsagenda Jeugd een grote rol omdat deze de reikwijdte van de jeugdwet beperkt. Deze opgave valt samen met opgave 1, meer inclusie in de basis. De verandering van inzet van jeugdhulp start binnen onderwijs (primair en voortgezet). Op elke school is of komt een goede basis voor ondersteuning voor alle leerlingen. Leerlingen die een hulpvraag of ondersteuningsbehoefte hebben krijgen dat binnen de context van de school. Alleen indien (hoog) specialistische zorg nodig is wordt dat buiten de school verkregen of wordt verwezen naar speciaal onderwijs. Ook dan is zo nabij mogelijk met inzet van het eigen steunend netwerk het uitgangspunt. Samen met partners uit het veld verkennen we de inzet van jeugd-ggz in de gewone leefwereld. We zetten in op meer groepsgericht aanbod. Door intensievere contractsturing op jeugd-ggz en andere jeugdhulpaanbieders zetten we de in beweging in gang richting het GEMgedachtengoed. Daarnaast zullen we hen uitnodigen om zelf ook met innovatieve ideeën te komen.
b.
We organiseren (aanvullende) expertise dichtbij voor betere analyse en integrale hulp.
De weg naar jeugdhulp kent vele verwijzers: lokale teams, huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, rechters, jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders. 90% van de verwijzingen naar de jeugd-ggz verliep in 2022 in onze regio via de huisarts. Analyse van data leert dat de ingezette/verwezen 8 JIM staat voor Jouw Ingebrachte Mentor en is een familielid, vriend of bekende van de jongere. De keuze van een jongere voor
een JIM wordt ondersteund door ouder(s), waarna JIM optreedt als ambassadeur van de jongere. De JIM is de vertrouwenspersoon, een steunfiguur voor de jongere. In die rol treedt hij/zij op als vertegenwoordiger richting de ouder(s) en professionals. Iedere jongere kiest zijn eigen JIM. Iemand die hij al kent en vertrouwt of waar hij heen gaat als het thuis even niet lekker loopt. Publicatieversie d.d 19-09-2023
19
zorg niet altijd direct aansluit bij wat nodig is voor de jongere en zijn omgeving. We hebben een betere (brede) analyse nodig om te beoordelen mét een gezin en jeugdige wat nodig is en waar hulp geboden kan worden (binnen of buiten de jeugdzorg). Wanneer een jongere wordt doorverwezen naar specialistische hulp, is deze vaak zo georganiseerd dat de behandeling of hulp is losgekoppeld van de eigen leefomgeving. Jeugdigen moeten voor jeugdhulp laagdrempelig en dicht bij huis terecht kunnen. Daarvoor zijn stevige lokale teams nodig met voldoende kennis en expertise en verbinding met specialistische hulp. Teams die met ouders en jeugdigen kijken naar wat echt nodig is. Ondersteuning en behandeling vanuit lokale voorzieningen die beschikbaar zijn voor het brede sociale domein. De eigen leefomgeving en het normale leven worden zoveel mogelijk betrokken om de inzet zo duurzaam mogelijk te laten zijn. Binnen deze actielijn wordt gewerkt aan de volgende ontwikkelingen: We professionaliseren lokale teams (zie bijlage 1). We zetten ons in de regio samen in voor stevige lokale teams. Vanuit de regio vormen we kaders, wordt houvast geboden en samenwerking aangegaan. Lokaal wordt de vertaalslag gemaakt naar de praktijk die past binnen de gemeente.
We hebben in de regio in alle gemeenten een POH-jeugd (praktijkondersteuner huisarts gericht op jeugd), SOH-jeugd ggz (specialistische ondersteuner huisartsenzorg jeugd ggz), SOJ (Specialistisch Ondersteuner Jeugdgezondheidszorg) of een vergelijkbare ondersteuner voor huisartsen. Zo wordt laagdrempelig hulp geboden en worden huisartsen ondersteund in hun verwijzende taak. Binnen de regio worden ervaringen en effecten verzameld die we laten terugkomen in (leer)bijeenkomsten. We ontwikkelen jeugd-ggz in de wijk met lokale teams voor laagdrempelige hulp. Minimaal 2 regiogemeenten zullen naar verwachting in het eerste kwartaal van 2024 starten met jeugd-ggz in de wijk. We kijken hoe we kunnen aansluiten op de pilots volwassen ggz in de wijk. Binnen de regio worden ervaringen en effecten verzameld die we laten terugkomen in (leer)bijeenkomsten. We creëren (meer) aandacht bij verwijzers voor verwijsmogelijkheden anders dan jeugd-ggz. We onderzoeken in ateliers hoe de verklarende analyse zich verhoudt tot de HOI. Binnen de regio worden ervaringen en effecten verzameld die we laten terugkomen in (leer)bijeenkomsten. We creëren aandacht voor en stimuleren de inzet van een verklarende analyse bij verwijzers. Door de verklarende analyse komt beter zicht op het ontstaan van de klachten en op helpende en belemmerende factoren.
Als sneller een verklaring in beeld komt, kan sneller de juiste hulp worden ingezet. Het is een leidraad voor professionals in de gesprekken met ouders en jeugdigen. Binnen de regio worden ervaringen en effecten verzameld die we laten terugkomen in leerbijeenkomsten. De regio zal hierin ook aansluiten bij de behoefte en het tempo van de lokale teams.
3) Realiseren van een passender, voordeliger en dekkend aanbod begeleiding en respijtzorg (oppas, weekendopvang, logeren). De regionale contracten van de ambulante jeugdhulp zijn met twee jaar verlengd tot en met 2024. Een nieuwe aanbesteding komt er aan. De voorbereidingen hiervoor starten in 2023.
Publicatieversie d.d 19-09-2023
20
We maken meer onderscheid in de doelgroepen zodat we een beter en meer dekkend aanbod hebben. We sturen in de nieuwe aanbesteding meer op samenwerking met, en terugkeer naar gewone (lokale) voorzieningen. Dus we zoeken naar zoveel mogelijk hulp in de normale leefwereld van de jeugdige. Dit geldt ook voor specialistische begeleiding. Dit betekent een beweging naar de lokale teams. Bij de voorziening respijtzorg gaat het om ondersteuning/overname van zorgtaken bij overbelaste ouders. Binnen de jeugdwet is niet goed beschreven wanneer en voor welke doelgroep respijtzorg is bedoeld. We zien dat respijtzorg in de regio verschillend wordt uitgelegd en ingezet. Aanbieders geven aan dat respijtzorg niet kostendekkend is. Daardoor zijn de afgelopen jaren een paar aanbieders gestopt met het leveren van logeeropvang of ze hebben dat overwogen. Ook zien we dat respijtzorg vaak lang doorloopt waardoor de kosten per kind hoog kunnen oplopen. Daarom moeten we aandacht gaan hebben dat deze zorg tijdelijk bedoeld is.