Bijlage I Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen
Tekst van het document
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 32 -
Voorstel: 1.
2.
3.
Aansluiting op de riolering: - Vergunningplicht (OPA) voor het aansluiten op het gemeentelijk riool. - Opnemen toetsingscriterium aansluiten op riolering (bij een OPA) - Vastleggen juridische scheidingstuk in de aansluitleiding (‘locatie erfafscheiding put’). - Verantwoordelijkheden en wijze van aansluiten leggen we vast in het omgevingsplan. Lozen: - Vastleggen op kaart in welke gebieden we geen regenwater van gebouwen op de (vuilwater) riolering willen ontvangen. - Wanneer het lozen van grondwater afkomstig van bronnering of drainage is toegestaan. - Idem het lozen van industrieel proceswater en zwembadwater regelen. - Omgang m.b.t. verhard oppervlak ter plaatse van Milieu Belastende Activiteiten vastleggen. - Het voorschrijven van overkappen en opslag voor een wasstraat en benzinestation, zodat regenwater dat op het oppervlak valt en niet in het vuilwaterriool terecht komt of omgekeerd. Ruimtelijke veranderingen of veranderingen aan een bouwwerk: - Het toepassen van beschermingszones rondom rioolleidingen en voorzieningen zoals persleidingen, randvoorzieningen. - Het water dat nu in het tijdelijk omgevingsplan bestemd is als water overnemen in het omgevingsplan. - Geen (strengere) regels opnemen in het omgevingsplan dan hetgeen het waterschap of provincie al stelt ten aanzien opvangcapaciteit voor waterberging.
- Verplichting opstellen waterhuishoudkundig plan bij aanvraag ruimtelijk initiatief. - Indieningsvereisten: duidelijk maken wat we van een initiatiefnemer van een ruimtelijk plan verwachten en hoe we handelen indien het technisch niet mogelijk is om (een deel van) de wateropgave op het eigen perceel in te vullen (watercompensatiefonds/of afkoop van de rest opgave). - Vastleggen (vanaf) wanneer de gemeente haar taak voor het inzamelen van overtollige regenwater invult. - Vastleggen hoe we omgaan met hemelwater in situaties waarbij woningen worden vergroot, verbouwd of wezenlijk worden veranderd. - Vastleggen hoe we omgaan met hemelwater in situaties waarbij panden worden gesloopt en herbouwd. - Vastleggen dat we altijd gescheiden afvoer van afwater en hemelwater willen laten uitvoeren tot de erfgrens indien (gedeeltelijk)afkoppelen niet mogelijk is. - Een maximale norm bepalen voor het aantal aan te sluiten panden op een enkel-pomp drukriolering.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 33 -
5.6 Agrarische activiteiten Hoe is het nu geregeld? In het tijdelijk omgevingsplan zijn regels opgenomen voor het gebruik van gronden en bouwwerken met de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch met waarden’. Verder is geregeld wat er binnen de bestemmingen mag worden gebouwd. Er zijn alleen grondgebonden agrarische activiteiten toegestaan. Tevens is een bedrijfswoning bij agrarische activiteiten toegestaan evenals het hobbymatig houden van dieren bij overige woningen. De milieuregels waar agrarisch bedrijven aan moeten voldoen zijn geregeld in verschillende milieuwetgeving zoals de Wet geurhinder en veehouderij en het Besluit activiteiten leefomgeving. Deze milieuaspecten, voor zover relevant voor de fysieke omgeving, komen in hoofdstuk 6 Activiteit overstijgende regels/Bruidsschat en milieuthema’s aan bod.
Is er nieuw beleid? Gebiedsvisie Malden Noord. Het gaat om het gebied dat is gelegen tussen Nijmegen, Malden, Heumensoord en het MaasWaalkanaal. Er liggen in dit gebied meerdere ruimtelijke opgaven. Eén daarvan is het scheppen van mogelijkheden voor natuurinclusieve landbouw. De gebiedsvisie Malden-Noord bevat een kader en richtlijnen voor de ruimtelijke ontwikkeling die duidelijkheid scheppen voor alle initiatieven in het gebied. Plannen die in strijd zijn met het tijdelijk omgevingsplan worden op hun aanvaardbaarheid getoetst aan dit kader en deze richtlijnen. In de Omgevingsvisie is de ambitie vastgelegd om de landschapszone Malden-Noord als groene buffer tussen Malden en Nijmegen te behouden. Daarnaast ligt er vanuit provinciaal beleid de opgave om Heumensoord en het Vennengebied met elkaar te verbinden om de biodiversiteit en natuurwaarden in deze verbindingszone te bevorderen. De gebiedsvisie Malden-Noord geeft daaraan verder invulling.
Hoe gaan we het regelen? Voor de regeling van het omgevingsplan sluiten we aan bij de bestaande regels uit het tijdelijk omgevingsplan. Het wonen in de bedrijfswoning kunnen we zowel onder de functie wonen als onder agrarisch activiteiten opnemen. Het is wenselijk voor bedrijfswoningen, net als nu, andere regels te kunnen
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 34 -
stellen dan voor reguliere woningen. Het is daarom wenselijk het wonen in een bedrijfswoning apart te regelen in het omgevingsplan. De mogelijkheden uit de Gebiedsvisie Malden Noord worden vertaald naar het omgevingsplan. De raad heeft in 2017 het Beleid voor omschakeling van (agrarisch) bedrijf naar wonen vastgesteld (‘Rood voor rood regeling). Uit praktijkervaringen blijkt, dat deze regeling duidelijker kan worden geformuleerd zodat interpretatieverschillen worden uitgesloten en de toepasbaarheid wordt verbeterd. Inhoudelijk is er geen behoefte om het beleid aan te passen.
Voorstel: 1. Voor de regeling voor agrarische activiteiten in het omgevingsplan aansluiten bij de regeling in het tijdelijk omgevingsplan. 2. Gebruiks- en bouwregels opnemen voor Malden-Noord (d.m.v. juridische vertaling van de uitgangspunten zoals in de visie beschreven). 3. Herijken gebruiksregels voor agrarische percelen (zonder bouwvlak of bedrijf) (bijvoorbeeld: schuilstal/camping/hobbymatig gebruik/paarden, recreatief enz.). Uitgangspunt: geschikte landbouwpercelen behouden en hier geen afwijkend gebruik toestaan, maar de mogelijkheden op “restpercelen” opnieuw bekijken. 4. Rood voor rood regeling: keuze voor corrigeren en verduidelijken van de bestaande regeling met behoud van uitgangspunten sloopregeling (1 of 2 woningen bij een gestelde oppervlakte aan sloop). 5. Definitie bedrijfswoning aanpassen.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 35 -
6 Bouwen van bouwwerken, aanleg- en sloopactiviteiten 6.1 Bouwen van bouwwerken Hoe is het nu geregeld? (Bouw)activiteiten waarvoor in het nieuw op te stellen nomgevingsplan regels worden gesteld zijn onder de Omgevingswet niet meer automatisch vergunningsplichtig. In het omgevingsplan moet worden opgenomen of er een vergunningsplicht is, of onder welke voorwaarden een bouwactiviteit vergunningsvrij of meldingsplichtig is. Met de Omgevingswet wordt er ‘een knip’ gemaakt in de vergunningverlening voor bouwen tussen een bouwtechnische vergunning (regelt het Rijk in het Bbl) en de ruimtelijke vergunning (moet de gemeenten regelen). Voor bouwwerken waarvoor bouwtechnische eisen gelden is een vergunning of een melding op grond van de Omgevingswet vereist. De vergunningsplicht voor de ruimtelijke vergunning moet in het omgevingsplan worden opgenomen.
Nieuw beleid: De huidige regels voor het vergunningsvrij bouwen van bouwwerken nemen we over in het omgevingsplan, voor zover dit niet via het Bbl is geregeld. In principe wordt beleidsarm verhuisd maar is er toch gekeken in hoeverre het wenselijk/mogelijk is, meer bouwwerken vergunningsvrij te laten worden. Dit leidt tot minder regels voor burgers en bedrijven, minder ambtelijke uren voor het beoordelen van aanvragen maar ook tot minder legesinkomsten. Hoofdgebouwen We gaan (in hoofdzaak) beleidsarm over richting het nieuwe omgevingsplan. Om die reden blijft de omgevingsvergunningsplicht voor het bouwen van hoofdgebouwen behouden. In het omgevingsplan nemen we de huidige maatvoeringseisen en bouwvlakken uit het tijdelijk omgevingsplan over. Om het isoleren van gebouwen te stimuleren is het wenselijk om gebouwen buiten de huidige bouwvlakken iets te kunnen vergroten. Onder het onderdeel ‘Duurzaamheid en klimaatadaptatie’ is dat uitgewerkt.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 36 -
Mantelzorgwoning Wat vergunningsvrij is blijft vergunningsvrij. De overige mantelzorgwoningen die nu ook vergunningsplichtig zijn blijven vergunningsplichtig. Pré-mantelzorgwoningen willen we toestaan in situaties waar (nog) geen sprake is van een mantelzorgsituatie, maar wel al de behoefte bestaat om voor elkaar te zorgen (zie ook onderdeel: Wonen). Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken zijn in het tijdelijk omgevingsplan toegestaan binnen het bouwvlak en het (achtererf)gebied dat daarvoor specifiek is aangeduid. Voorstel: volgen regels Bruidsschat i.c. afhankelijk van perceelsgrootte tot maximaal 150 m2. In het kader van uniformering de definities voor het buitengebied opnieuw toetsen (bijv. achtererfgebied). Dakkapellen Een deel van de dakkapellen (aan de achterzijde en de niet naar het openbare gebied gekeerde zijkant en met bepaalde afmetingen) zijn via de rijksregels (Bbl) vergunningsvrij. Harmoniseren en combineren regels (aan de voorzijde) uit de Welstandsnota en de Bruidsschat. Voor dakkapellen op monumenten is het wenselijk de vergunningsplicht te handhaven. Erkers Een deel van de erkers (aan de zijkant en achterzijde en met bepaalde afmetingen) zijn vergunningsvrij. In het omgevingsplan willen we regelen dat erkers tot 1,5 m diep, 60% procent gevelbreedte en tot de bouwhoogte eerste bouwlaag vergunningsvrij zijn.
Bouwtechnische regels De bouwtechnische activiteiten die niet door het Rijk geregeld zijn, maken onderdeel uit van de bruidsschat (aansluiten op nutsvoorzieningen, bereikbaarheid voor hulpdiensten). Het voorstel is om deze regels beleidsarm over te nemen conform de bruidsschat.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 37 -
Voorstel: 1. Voor hoofdgebouwen een vergunningsplicht behouden voor het herbouwen en voor het uitbreiden boven de eerste bouwlaag (waarbij nog te onderzoeken of voor dakopbouwen aan de achterzijde van het hoofdgebouw een uitzondering kan worden gemaakt). 2. Voor hoofdgebouwen de huidige maatvoeringseisen herijken en zo veel mogelijk samenvoegen uit alle verschillende regelingen (waarbij het uitgangspunt is het behouden van de huidige mogelijkheden en rechten). 3. Activiteiten die in tijdelijk omgevingsplan al vergunningsvrij zijn ongewijzigd overnemen, in toevoeging op wat landelijk is geregeld (Bbl). 4. Ondergeschikte bouwdelen aan voorzijde (erkers, entreeportalen, bloemenraam, bepaalde gevelingrepen, carport) onder bepaalde voorwaarden vergunningvrij maken (nu vergunningsplichtig omdat het niet valt binnen achtererfgebied). 5. Bijbehorende bouwwerken die op basis van het tijdelijk omgevingsplan vergunningsvrij zijn toegestaan overnemen (met één eenduidig systeem van begrippen/regelingen). 6. Oppervlakteberekening aantal meters wat is toegestaan aan bijbehorende bouwwerken: komen tot eenduidige manier van berekenen hoeveel (m2) bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan. We willen niet inperken dus sluiten aan bij de variant die nu het meeste toestaat. De grootste mogelijkheid bij voldoende perceelruimte (vaak het geval in buitengebied) blijft max.
150 m² conform de huidige regeling vergunningvrij. 7. Behoud huidige situatie waarbij dakkapellen aan de voorzijde van woningen (inclusief welstandsgebied) vergunningsvrij zijn. Dit geldt niet voor monumenten. 8. Dakopbouw buiten het verlengde van het hoofdgebouw (bijv. op naastgelegen garage) blijft verguningplichtig vanwege de impact op het straatbeeld (+ toevoegen 2e bouwlaag). 9. De bouwtechnische activiteiten overnemen op basis van de bruidsschat afgestemd op het Bbl. 10. Opnieuw bekijken van nut en noodzaak van het behoud van een minimale afstand tot de perceelsgrens (waarbij rekening te houden met noodzakelijkheid vanwege brandveiligheid, vervuiling of privacy). 11. Molenbiotoop: overnemen tijdelijk omgevingsplan en verduidelijken van de berekening (‘vastleggen afstand toegestane bebouwing’).
6.2 Sloopactiviteiten Hoe is het nu geregeld?
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 38 -
Slopen is nu geregeld in het Besluit Bouwen Leefomgeving (hierna te noemen: BBL). In veel gevallen volstaat een melding. Als er meer dan 1 m3 sloopafval ontstaat of als er asbest aanwezig is moet een vergunning aangevraagd worden.
Nieuw beleid: De regels voor sloopactiviteiten zijn ondergebracht in hoofdstuk 7 van het Bbl. Hierin worden onder andere regels gesteld over de procedure van sloopwerkzaamheden, over inhoudelijke regels, over het scheiden van bouw- en sloopafval en het mobiel breken van bouw- en sloopafval. Dit hoeven we dus niet in het omgevingsplan te regelen.
Voorstel: Geen aanvullende eisen.
6.3 Aanlegactiviteiten Hoe is het nu geregeld? In het tijdelijk omgevingsplan zijn regels opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden en de waterkeringen. Voor bepaalde werkzaamheden is een vergunningsplicht opgenomen om nader te kunnen afwegen of deze waarden geschaad worden.
Nieuw beleid: Nee, geactualiseerde vrijstellingsregels archeologie, gekoppeld aan de aanlegvergunningsplicht zijn in voorbereiding.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 39 -
Voorstel: 1. De huidige regelingen ter bescherming van de archeologische waarden (na actualisatie) en waterkeringen, GNN en Leiding & Gas overnemen. 2. Voor grondwerkzaamheden t.b.v. het bouwen is soms (onterecht) geen aanlegvergunning vereist, omdat bodemverstoring ten behoeve van bouwen en bij aanlegactiviteiten als twee verschillende activiteiten worden getoetst. Onderzoeken of terecht is om binnen de aanlegregels dit onderscheid te blijven maken of één kader voor bodemingrepen zinvoller is. 3. Dubbelbestemming waterkering- waterstaatswerken en dijken en vrijwaringzones op één plaats reguleren (bijv. in het hoofdstuk water). 4. Harmoniseren en waar nodig corrigeren huidige aanlegregels (bijv. tegenstrijdigheid dat bepaalde activiteiten wel en andere niet aan een minimale oppervlakte en diepte zijn gekoppeld).
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 40 -
7 Milieuthema’s 7.1 Algemeen Hoe is het nu geregeld? Het opnemen van regels over milieuaspecten in een omgevingsplan is nieuw voor gemeenten. De wetgever heeft de keuze gemaakt om bepaalde milieuaspecten niet meer landelijk te regelen maar dit over te laten aan gemeenten. Gemeenten kunnen dit doen in hun omgevingsplan. De milieuaspecten maken nu onderdeel uit van de Bruidsschat. De Bruidsschat is beleidsneutraal ten opzichte van het oude recht (i.c. het Activiteitenbesluit milieubeheer).
Is er nieuw beleid/regelgeving? De wetgever gaat bepaalde milieuaspecten niet meer landelijk regelen maar laat dit over aan gemeenten om dit te regelen in het omgevingsplan. Dit betekent echter niet, dat de wetgever helemaal geen regels over de bedoelde milieuaspecten stelt. De wetgever heeft wel instructieregels gemaakt aan de hand waarvan gemeenten hun omgevingsplan moeten maken. Deze instructieregels staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving. De Bruidsschat voldoet (op onderdelen) niet aan het Besluit kwaliteit leefomgeving. In dit hoofdstuk bespreken we de keuzes die het Besluit kwaliteit leefomgeving over de betreffende milieuaspecten bevat en doen we voorstellen over de wijze van regelen in het omgevingsplan. Op dit moment wordt door de gemeente in het Rijk van Nijmegen de mogelijkheid onderzocht om voor alle gemeenten eenzelfde set milieuregels voor te bereiden.
Uitgangspunt beleidsneutraal Bij de voorstellen die we in dit hoofdstuk doen, is aangesloten bij de Bruidsschat. Dit is ook logisch omdat een andere keuze vaak vraagt om een beleidsmatige grondslag dan wel een nader onderzoek naar de gevolgen van een keuze. Daar waar het beleidsneutraal overnemen van de huidige regels niet mogelijk is (vanwege de nieuwe instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving) wordt dit uitdrukkelijk aangegeven.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 41 -
7.2 Geluid Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels (onder andere normen) voor: -
het geluid van geluid veroorzakende activiteiten op geluidgevoelige gebouwen en het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in het geluidaandachtsgebied (van wegen, spoorwegen en industrieterreinen).
Geluidgevoelige gebouwen Het Bkl bevat een definitie van geluidgevoelige gebouwen. Hier vallen gebouwen met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie (met bedgebied) en kinderopvang (met bedgebied) onder. Het Bkl bevat niet de mogelijkheid voor een gemeente om de definitie van geluidgevoelige gebouwen uit te breiden. Bij nieuwe ontwikkelingen moeten gemeenten in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wel rekening houden met geluid op niet door het Bkl aangewezen gebouwen en locaties.
Geluidveroorzakende activiteiten Het Bkl bepaalt dat het omgevingsplan waarborgt dat het geluid veroorzaakt door een geluidveroorzakende activiteit op een geluidgevoelig gebouw aanvaardbaar is. Er wordt voldaan aan dit aanvaardbaarheidsvereiste indien het omgevingsplan de standaardwaarden van het Bkl overneemt.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 42 -
Onder geluidveroorzakende activiteiten vallen nagenoeg alle activiteiten (zoals bedrijven). Het Bkl wijst de activiteiten aan die er niet onder vallen. Zo bepaalt het Bkl dat de activiteit wonen geen geluidveroorzakende activiteit is. Het Bkl bevat zelf geen definitie van het begrip wonen maar de toelichting bij het Bkl geeft aan dat een beroep of bedrijf aan huis en een ‘uit de hand gelopen hobby’ geen verband houden met de activiteit wonen.
Gebieden met functiemenging of rustige gebieden Het Bkl bevat (zoals gezegd) standaardnormen om geluidsgevoelige gebouwen te beschermen tegen geluidveroorzakende activiteiten. Het Bkl geeft gemeenten de mogelijkheid om voor gebieden met functiemenging een soepelere norm of voor rustige gebieden een strengere norm te hanteren. Als de gemeente een soepelere norm wil opnemen in het omgevingsplan moet door middel van onderzoek vaststaan dat de binnenwaarde (het geluid binnen geluidgevoelige gebouwen) niet hoger is dan de normen die het Bkl daarvoor stelt. Als de gemeente een strengere norm wil opnemen, moet aangetoond worden dat bestaande geluidveroorzakende activiteiten niet worden beperkt ten opzichte van het ‘oude’ recht (i.c. Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit milieubeheer).
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 43 -
Piekgeluid Naast de normen voor het continue geluid bevat het Bkl ook normen voor piekgeluid. Piekgeluiden zijn plotselinge en harde geluiden (bijvoorbeeld dichtslaan van autodeuren of laden en lossen met een vrachtwagen). Het Bkl bevat in tegenstelling tot het ‘oude’ recht, geen normen voor het maximale piekgeluid in de dagperiode (periode tussen 07.00 – 19.00 uur). Het Bkl bevat dus alleen normen voor het piekgeluid in de avondperiode (19.00 – 23.00 uur) en de nachtperiode (23.00 – 07.00 uur). Aan deze wijziging ligt ten grondslag dat de wetgever normen voor het piekgeluid alleen maar noodzakelijk acht met het oog op het voorkomen van slaapverstoring. Voorstel: 1. In het omgevingsplan de instructieregels van het Bkl (standaardwaarden en flexibiliteitsbepalingen) overnemen. 2. In het omgevingsplan expliciet opnemen dat een beroep of bedrijf aan huis en een uit de hand gelopen hobby niet onder de activiteit wonen vallen (en dus een geluidveroorzakende activiteit zijn). 3. Het tijdelijk omgevingsplan wordt gekenmerkt door gebieden met functiemenging. Om die reden is het voorstel om voor nu geen rustig(e) gebied(en) aan te wijzen. 4. In het omgevingsplan overeenkomstig de instructieregels van het Bkl, geen normen voor het piekgeluid in de dagperiode opnemen. In de praktijk betekent dit een verruiming van de regels en daarmee een lager beschermingsniveau.
7.3 Trillingen Hoe is het nu geregeld? Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat een instructieregel om er in het omgevingsplan voor te zorgen dat trillingen (in een frequentie van 1 tot 80 Hz.) veroorzaakt door een activiteit (anders dan wonen en doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen) in trillinggevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn. Trillinggevoelig gebouw Het Bkl verstaat onder een trillinggevoelig gebouw, met uitzondering van woonschepen en woonwagens, hetzelfde als een geluidsgevoelig gebouw (zie hiervoor). Het Bkl stelt dat er sprake is van aanvaardbaarheid, indien de standaardwaarden uit het Bkl in het omgevingsplan worden opgenomen. We kunnen in het omgevingsplan gemotiveerd (na onderzoek) afwijken van de standaardwaarden uit het Bkl en voor rustige gebieden kiezen voor een strengere norm en voor bijvoorbeeld bedrijventerreinen voor een soepelere norm. De instructieregels over trillingen (en dus ook de normering) zijn niet van toepassing op trillingen veroorzaakt door
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 44 -
activiteiten die samenhangen met het wonen (wel op beroepen en bedrijven aan huis en uit de hand gelopen hobby’s) en doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen. De gemeenteraad kan in het omgevingsplan echter wel regels over trillingen veroorzaakt door deze activiteiten stellen. Dit moet dan wel gemotiveerd worden. Bij nieuwe ontwikkelingen in de nabijheid van (spoor)wegen moeten we in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onderzoek doen naar hinder vanwege trillingen en eventueel te nemen maatregelen.
Is er nieuw beleid? Nee, er is geen sprake van nieuw beleid.
Voorstel: 1. Voor de activiteiten die niet onder de instructieregels vallen geen regels opnemen 2. Aandachtsgebied trillingshinder langs de spoorlijn Nijmegen Heyendaal opnemen.
7.4 Geur Hoe is het nu geregeld? Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat een instructieregel om er in het omgevingsplan zorg voor te dragen dat de geur veroorzaakt door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Het Bkl maakt als het gaat om geurveroorzakende activiteiten onderscheid in: -
het houden van landbouwhuisdieren; andere agrarische activiteiten; zuiveringstechnische werken; overige bronnen van geurhinder (vaak betiteld als industriële geurhinder).
Cumulatie van geurhinder De cumulatie van geurhinder (geurhinder door meerdere geurveroorzakende activiteiten op één geurgevoelig gebouw) valt blijkens de toelichting op het Bkl ook onder de ‘aanvaardbaarheidsinstructieregel’.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 45 -
Hoewel cumulatie in het oude recht (i.c. Activiteitenbesluit en Wet geurhinder en veehouderij) niet betrokken hoeft te worden bij de vergunningverlening van bedrijven is in jurisprudentie over bestemmingsplannen bepaald, dat er in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel degelijk rekening moet worden gehouden met cumulatie. Bij de evenwichtige toedeling van functies aan de locaties wordt vooralsnog de lijn uit de jurisprudentie gevolgd.
Geurgevoelige gebouwen Het Bkl bevat een definitie van het begrip geurgevoelig gebouw. Als geurgevoelig gebouw wordt aangemerkt: gebouwen met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie (met bedgebied) en kinderopvang (met bedgebied). Met het begrip geurgevoelig gebouw heeft de wetgever aansluiting gezocht bij het begrip geluidgevoelig gebouw. De gemeenteraad kan in het omgevingsplan het begrip geurgevoelig gebouw zoals gehanteerd door het Bkl uitbreiden en ook locaties als geurgevoelig aanmerken.
Geurveroorzakende activiteiten Onder geurveroorzakende activiteiten vallen nagenoeg alle activiteiten (waaronder bijvoorbeeld (agrarische) bedrijfsmatige activiteiten en horeca). Het Bkl wijst de activiteiten aan die er niet onder vallen. Zo bepaalt het Bkl dat de activiteit wonen geen geurveroorzakende activiteit is. Het Bkl bevat zelf geen definitie van het begrip wonen maar de toelichting bij het Bkl geeft aan dat een beroep of bedrijf aan huis en een ‘uit de hand gelopen hobby’ geen verband houden met de activiteit wonen. Hoewel de activiteit wonen dus in beginsel niet onder de geurregels valt, heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om hier in het omgevingsplan van af te wijken. Bijvoorbeeld door het stellen van regels over de geur van het stoken van hout in kachels en open haarden. Agrarische geurhinder Het Bkl werkt voor het houden van landbouwhuisdieren en overige agrarische activiteiten (onder andere opslag mest, substraat en voer) uit wat er in ieder geval wordt begrepen onder een aanvaardbare geurhinder. Agrarische geurkomt vrij in het buitengebied. Regels voor het hobbymatig houden van dieren. Vanwege diergezondheid en verspreiding van ziektes is het niet wenselijk dat het hobbymatig houden van dieren (nu zonder melding of vergunning) op een onhygiënische wijze in de buurt van een grootschalig agrarisch bedrijf plaatsvindt.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 46 -
Zuiveringstechnisch werk Net als bij het houden van landbouwhuisdieren en andere agrarische activiteiten werkt het Bkl geurhinder voor een zuiveringstechnisch werk uit wat er in ieder geval wordt begrepen onder een aanvaardbare geurhinder. Regels over de geurhinder van een zuiveringstechnisch werk hoeven we alleen in een omgevingsplan op te nemen indien het omgevingsplan de vestiging van een zuiveringstechnisch werk mogelijk maakt. In Overasselt is een zuiveringstechnisch werk (RWZI) gelegen ten zuiden van de Valkstraat en ten noorden van de Maasdijk. Deze locatie is gelegen in het buitengebied op meer dan één kilometer van de kern Overasselt. Voor woningen die binnen deze straal zijn gelegen wordt gekeken naar maatwerk. Bebouwingscontour geur Het Bkl bepaalt dat in het omgevingsplan de begrenzing van de bebouwingscontour geur wordt vastgelegd. De bebouwingscontour is de opvolger van het begrip bebouwde kom zoals dat in de Bouwverordening werd gehanteerd. Het gaat hierbij niet om de bebouwde kom zoals we die kennen van de verkeerswetgeving maar de stedenbouwkundige bebouwde kom, zoals ook in bestemmingplannen werd gehanteerd. De wetgever wilde een eind maken aan de begripsverwarring (wat is nu bebouwde kom in het kader van geurhinder) en heeft in het Bkl de verplichting opgenomen voor het aanwijzen van een bebouwingscontour geur.
Binnen de bebouwingscontour gelden voor de geurbronnen (Agrarische geurhinder en geurhinder door een zuiveringstechnisch werk) strengere geurnormen dan buiten de bebouwingscontour geur.
Industriële geurhinder Het Bkl heeft voor andere dan de hiervoor genoemde bronnen (agrarisch en zuiveringstechnisch) niet uitgewerkt wat er wordt begrepen onder een aanvaardbare geurhinder. Voor enkele geurbronnen (onder andere restaurants) zijn er specifieke voorschriften opgenomen in de Bruidsschat zoals een ontgeuringsfilter of een afvoerpijp (2 meter boven de daklijn). Deze specifieke voorschriften uit de Bruidsschat nemen wij mee in het nieuwe omgevingsplan.
De specifieke zorgplicht voor geurhinder die in het oude recht is opgenomen (i.c. Activiteitenbesluit milieubeheer) komt in het Bkl niet meer terug omdat de wetgever van oordeel is dat de specifieke zorgplicht voor geurhinder weinig toevoegt aan de algemene zorgplicht voor milieu. De specifieke zorgplicht voor geurhinder sluit echter goed aan op de aanvaardbaarheidseis van het Bkl en is
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 47 -
kenbaarder dan een algemene zorgplicht voor het milieu en dus ook makkelijker te handhaven. Dit omdat de specifieke zorgplicht voor geurhinder zich specifiek richt op activiteiten die geurhinder veroorzaken terwijl de algemene zorgplicht voor milieu zich richt op alle activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Daarnaast biedt een specifieke zorgplicht voor geur de mogelijkheid om een verwijzing naar het Gelderse Geurbeleid (van de provincie) op te nemen. Dit Gelderse Geurbeleid wordt ook nu al gebruikt om met behulp van specifiek onderzoek aan te tonen dat er sprake is van (on)aanvaardbare geurhinder.
Voorstel: in het omgevingsplan de specifieke zorgplicht voor geurhinder zoals die was opgenomen in het Activiteitenbesluit overnemen. De specifieke zorgplicht voor geurhinder koppelen we aan een bevoegdheid voor het nemen van een maatwerkvoorschrift zodat we in een eventuele individuele overlastsituatie concretere maatregelen kunnen voorschrijven. Daarnaast nemen we voor de vraag wat (on)aanvaardbaar is, een verwijzing op naar het Gelderse Geurbeleid.
Is er nieuw beleid? Nee, er is geen nieuw beleid.
Voorstel: 1. In het omgevingsplan een expliciete bepaling over cumulatie van geurhinder opnemen in de vorm van een bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften in een situatie waar cumulatie van geurhinder tot overlast kan leiden. 2. In het omgevingsplan het begrip geurgevoelig gebouw van het Bkl hanteren, dit begrip niet uitbreiden en ook geen geurgevoelige locaties aanwijzen. 3. In het omgevingsplan expliciet opnemen dat een beroep of bedrijf aan huis en een uit de hand gelopen hobby (een activiteit in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is) geurveroorzakende activiteiten zijn en dus niet onder de activiteit wonen vallen. 4. In het omgevingsplan geen regels opnemen voor geurhinder ten gevolge van de activiteit wonen. In het nieuwe omgevingsplan nemen we een zorgplicht op met daaraan gekoppeld een bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften. Via deze weg kunnen we in een individuele overlastsituatie ingrijpen. 5. Agrarische geurhinder: meldingsplicht voor het hobbymatig houden van dieren opnemen. 6. We wijzen een bebouwingscontour geur aan. 7. Voor de RWZI het aspect geurhinder regelen overeenkomstig de regels van de Bruidsschat. 8. In het omgevingsplan een specifieke zorgplicht voor geurhinder zoals die was opgenomen in het Activiteitenbesluit overnemen. De specifieke zorgplicht voor geurhinder koppelen we aan
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 48 -
een bevoegdheid voor het nemen van een maatwerkvoorschrift zodat we in een eventuele individuele overlastsituatie concretere maatregelen kunnen voorschrijven. Daarnaast nemen we voor de vraag wat (on)aanvaardbaar is, een verwijzing op naar het Gelderse Geurbeleid.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 49 -
7.5 Bodem Hoe is het nu geregeld? In het tijdelijk omgevingsplan zijn regels over bodembescherming opgenomen. Deze regels vonden hun juridische basis in de Woningwet, de gemeentelijke bouwverordening (bouwen op bodemgevoelige locatie), de Wet bodembescherming, het Besluit uniforme saneringen en het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat in het omgevingsplan: -
Regels worden opgenomen over het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie; Moet worden gewaarborgd dat sanerende en beschermende maatregelen in stand worden gehouden; Bodembeheergebieden kunnen worden aangewezen; De landbodem wordt ingedeeld in bodemfunctieklassen.
Naast deze instructieregels in het Bkl zijn er in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) regels opgenomen over: -
Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit; Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit; Saneren van de bodem; Het opslaan, zeven, mechanisch ontwateren en samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond of baggerspecie; Het toepassen van bouwstoffen; Het toepassen van grond of baggerspecie.
In het omgevingsplan kan de gemeenteraad door middel van een maatwerkregel afwijken van de regels zoals die in het Bal zijn opgenomen.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 50 -
Is er nieuw beleid? Voor de toepassing van het huidige recht is in het Rijk van Nijmegen de regionale Nota Bodembeleid in 2023 geactualiseerd. Hierin is verder ingevuld in welke situaties welke type bodemonderzoek noodzakelijk is. Ook is hierin verder invulling gegeven aan de mogelijkheden en randvoorwaarden voor afvoer, hergebruik en opslag van grond en baggerspecie. De bodemkwaliteitskaart, bodemfunctiekaart en het gebiedsspecifiek beleid maken onderdeel uit van deze regionale nota. De bedoeling van de kaarten is dat het toepassen (uitwisselen) van uitkomende grond eenvoudiger wordt.
Voorstel: 1. Regels overnemen die in het Rijk van Nijmegen zijn opgesteld.
7.6 Externe veiligheid Hoe is het nu geregeld? In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) worden eisen aan het omgevingsplan gesteld ten aanzien van aangewezen risicobronnen en de bescherming van gevoelige gebouwen. De gevoelige gebouwen worden opgesplitst in zeer kwetsbare gebouwen, kwetsbare gebouwen en locaties en beperkt kwetsbare gebouwen en locaties. De risicobronnen worden aangewezen in bijlage VII t/m X van het Bkl. De categorieën kwetsbare gebouwen en locaties worden aangewezen in bijlage VI van het Bkl.
Zeer kwetsbare gebouwen De categorie zeer kwetsbare gebouwen is nieuw ten opzichte van het oude recht. De gebouwen in deze categorie vielen eerder onder de categorie kwetsbare objecten. Een gebouw is 'zeer kwetsbaar' als het een gebouw is voor mensen die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen. Het gaat om de volgende gebouwen: -
woonfunctie voor 24-uurszorg; basisscholen; scholen voor minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking; dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking; gezondheidszorg met bedgebied (ziekenhuizen en verpleeghuizen); kinderopvang;
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 51 -
-
gevangenissen.
Kwetsbare gebouwen en locaties Kwetsbare gebouwen zijn alle gebouwen met een woonfunctie (niet verspreid liggende bebouwing) en kwetsbare locaties zijn locaties bestemd voor grote evenementen met meer dan 5.000 bezoekers of voor recreatief nachtverblijf voor meer dan 50 personen. Gebouwen en locaties zijn ook kwetsbaar als er veel personen een groot deel van de dag aanwezig zijn. Het gaat bijvoorbeeld om: -
woonfunctie; bijeenkomstfunctie; kantoorfunctie; sportfunctie; middelbare scholen; gezondheidszorg zonder bedgebied;
Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties De overige gebouwen en locaties zijn beperkt kwetsbaar. De instructieregels van het Bkl voor (beperkt) kwetsbare gebouwen zijn inhoudelijk vergelijkbaar met die in het oude recht (Besluit externe veiligheid inrichtingen). De gemeenteraad kan in het omgevingsplan andere categorieën van gebouwen of locaties aanmerken als zeer kwetsbaar, kwetsbaar of beperkt kwetsbaar en gebouwen of locaties meer bescherming bieden. Voorstel: in het omgevingsplan gebruik maken van de indeling van gebouwen en locaties zoals het Bkl die voorstelt. Binnen de aandachtsgebieden brand en explosie de mogelijkheid om een zeer kwetsbare functie te starten uitsluiten.
Plaatsgebonden risico In het Bkl worden instructieregels gegeven over het plaatsgebonden risico bij risicoactiviteiten. Voor zeer kwetsbare en kwetsbare gebouwen en locaties moet het plaatsgebonden risico in acht worden genomen en bij beperkt kwetsbare gebouwen en locaties moet er rekening worden gehouden met het plaatsgebonden risico. Dit betekent dat binnen een plaatsgebonden risicocontour van een risicobron geen zeer kwetsbare gebouwen of kwetsbare gebouwen en locaties mogen worden toegestaan en dat beperkt kwetsbare gebouwen of locatie pas na een beoordeling (dus vergunning) mogen worden toegestaan.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 52 -
Groepsrisico Het Bkl introduceert zogenaamde aandachtsgebieden rond risicobronnen. Deze aandachtsgebieden zijn nieuw ten opzichte van het oude recht. Als aandachtsgebied externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in brandaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied. De aandachtsgebieden gelden op grond van de Omgevingswet en Bkl en hoeven niet in het omgevingsplan aangewezen te worden. Uitgangspunt voor het nieuwe omgevingsveiligheidsbeleid is dat personen in gebouwen buiten een aandachtsgebied (brand, explosie of gifwolk) voldoende zijn beschermd. Binnen die aandachtsgebieden, of voor personen die verblijven op een locatie in de buitenlucht, zal bij nieuwe initiatieven moeten worden gekeken of en welke aanvullende beschermende maatregelen nodig en te treffen zijn. Een (deel van een) aandachtsgebied kan in het omgevingsplan worden aangewezen als voorschriftengebied. Binnen het voorschriftengebied gelden op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving aanvullende bouwvoorschriften (verbeteren van de veiligheid) voor de nieuwbouw of vervangende nieuwbouw (en dus niet voor bestaande bouw) van zeer kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare gebouwen. Er geldt een plicht tot het aanwijzen van een voorschriftengebied als in een aandachtsgebied voor explosie of brand een zeer kwetsbaar gebouw wordt toegelaten.
Dit is in de gemeente Heumen is dat niet het geval. Binnen de aandachtsgebieden worden nieuwe zeer kwetsbare gebouwen verboden. Voor de aanwezige maatschappelijke functies binnen de aandachtsgebieden betekent dit dat een verkleuring naar een zeer kwetsbaar gebouw wordt verboden.
Toelaten en uitbreiden risicobronnen De instructieregels op het vlak van externe veiligheid hebben naast de bescherming van kwetsbare gebouwen ook betrekking op het toelaten van nieuwe of de uitbreiding van bestaande risicobronnen. In de systematiek van de tijdelijk omgevingsplannen (zowel die van de kernen als die voor de bedrijventerreinen) worden de bestaande risicovolle inrichtingen aangeduid en toegestaan. Uitbreiding van deze bestaande risicovolle inrichtingen is op basis van het tijdelijk omgevingsplan niet toegestaan indien het plaatsgebonden risico daarmee groter wordt dan het bouwperceel of dan is aangeduid op de verbeelding. In bijlage VII van het Bkl is aangegeven wat er onder een risicobron wordt verstaan. Deze opsomming van risicobronnen is ruimer dan het begrip risicovolle inrichting zoals dat in het tijdelijk omgevingsplan wordt gehanteerd.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 53 -
Is er sprake van nieuw beleid? Nee, er is geen sprake van nieuw beleid. Voorstel: 1. In het omgevingsplan gebruik maken van de indeling van gebouwen en locaties zoals het Bkl die voorstelt. Binnen de aandachtsgebieden brand en explosie de mogelijkheid om een zeer kwetsbare functie te starten en uitsluiten. 2. In lijn met de huidige systematiek de plaatsgebonden risico contour voor risicoactiviteiten overnemen. Daarbij regelen dat binnen de contour geen nieuwe (zeer/beperkte) kwetsbare gebouwen en locaties zijn toegestaan. 3. De aandachtsgebieden externe veiligheid in het omgevingsplan begrenzen. 4. Binnen de aandachtsgebieden voor brand en explosie in het omgevingsplan geen nieuwe zeer kwetsbare gebouwen toestaan. 5. In het omgevingsplan gebruik maken van de indeling van gebouwen en locaties zoals het Bkl die voorstelt (l) (zeer kwetsbaar (alleen gebouwen), (ll) kwetsbaar (gebouwen en locaties), (lll) beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties). 6. Overeenkomstig de huidige systematiek in het omgevingsplan de plaatsgebonden risicocontour van risicoactiviteiten aanduiden en regelen dat binnen de contour geen nieuwe zeer kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. 7. De aandachtsgebieden en voorschriftgebieden externe veiligheid in het omgevingsplan aanhouden (water, snelweg, buizen, propaantanks) 8.
In het omgevingsplan slechts kleine risicobronnen toestaan. Alleen toestaan als het aandachtsgebied binnen het eigen terrein ligt.
7.7 Luchtkwaliteit Hoe is het nu geregeld? Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels voor luchtkwaliteit als het gaat om: -
de aanleg van een auto(snel)weg en een wegtunnelbuis, en de aanleg van wegen, spoor- en vaarwegen of het mogelijk maken van activiteiten die gevolgen hebben voor de verkeersintensiteit en het toestaan van bepaalde bedrijven in de aandachtsgebieden voor stikstofdioxide en fijnstof.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 54 -
Deze instructieregels zijn niet relevant voor het nieuwe omgevingsplan omdat de gemeente niet is aangewezen als aandachtgebied luchtkwaliteit (in de Omgevingsregeling) en het nieuwe omgevingsplan niet de aanleg van een autosnelweg en een wegtunnelbuis mogelijk maakt. De gemeente kan maatwerkregels stellen in het omgevingsplan over de luchtemissie van activiteiten. Voorbeelden zijn particuliere vuurkorven of het stoken van houtkachels. Deze activiteiten gaan we in het omgevingsplan onder een zorgplichtbepaling laten vallen met daaraan gekoppeld een bevoegdheid om in individuele gevallen van overlast maatwerkvoorschriften te kunnen nemen.
Is er nieuw beleid? Nee, er is geen sprake van nieuw beleid.
Voorstel 1. In het omgevingsplan een zorgplichtbepaling opnemen gekoppeld aan een bevoegdheid tot het nemen van maatwerkvoorschriften
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 55 -
7.8 Lozingen Hoe is het nu geregeld? De regels over het lozen van (huishoudelijk) afvalwater staan in het oude recht in het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah), het Activiteitenbesluit (voor zover uit een inrichting wordt geloosd) of in het Besluit lozingen buiten inrichtingen (Blbi). De wetgever gaat dit thema niet meer landelijk regelen zodat de regels uit deze AMvB’s moeten worden overgezet naar het gemeentelijke omgevingsplan. Per 1 januari 2024 maken deze regels dan ook onderdeel uit van de Bruidsschat en daarmee het tijdelijk omgevingsplan.
Is er nieuw beleid? Nee, er is geen nieuw beleid.
Voorstel: 1. Deze regels overzetten naar het omgevingsplan (Par. 22.3.8 c.a. Bruidsschat)
7.9 Spuiten Hoe is het nu geregeld? Momenteel is er geen regel in het tijdelijke omgevingsplan van Heumen die de omschakeling van weidegrond naar bijvoorbeeld lelieteelt kan tegen houden. Dat zou dus ook in de buurt van woningen kunnen. Er zijn twijfels over de gevolgen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de gezondheid van mensen. Hierbij spelen een aantal zaken een rol: -
-
Er is nog geen wetenschappelijk geaccepteerd model dat de combinatieblootstelling de diverse gebruikte middelen kan berekenen op een woning. Dit kan dus herontwikkelingen in de buurt van agrarische percelen frustreren. Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar de effecten van middelen op het ongeboren kind en eventuele neurodegeneratieve aandoeningen.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 56 -
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is momenteel dus onvoldoende gereguleerd om dichtbij een agrarisch perceel te kunnen bouwen. Dit is dus in strijd met de uitgangspunten van de Omgevingswet die gezondheid en natuur moet beschermen. Hierover is veel jurisprudentie ontstaan de laatste jaren. Je zou bijvoorbeeld spuitzones kunnen introduceren (50-250 meter) afhankelijk van de teelt en intensiteit van middelengebruik. Wellicht wat overgangsrecht voor bestaand gebruik etc.
Is er nieuw beleid? Nee, er is geen nieuw beleid.
Voorstel: 1. Voor de intensieve teelt waaronder bollen, fruit en bomen binnen een afstand van 50 meter met een gevoelig object (woning) c.a. een spuitvrije zone opnemen. 2. Alleen afwijken via een BOPA. Afwijken via een BOPA of wijzingen via een omgevingsplan.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 57 -
8 Wijzigingsbevoegdheden en afwijkingen 8.1 Wijzigingsbevoegdheden Hoe is het nu geregeld?: In het tijdelijk omgevingsplan (m.n. planologische kaders voor het buitengebied) zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen die nog gebaseerd zijn op het stelsel onder de Wro. Het college van burgemeester en wethouders was hierbij bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen als aan de voorwaarden zoals in de wijzigingsbevoegdheid is opgenomen werd voldaan, maar dit geldt niet meer voor wijziging van het omgevingsplan (wat altijd door de raad dient te gebeuren) Wijzigingen die op basis hiervan plaatsvonden zagen toe op het aanpassen van het bestemmingplan voor een (ingekaderd) ander bestemd gebruik. Hiervoor was het niet voldoende om een vergunning te verlenen, maar moesten ook wijzingen in de plankaart worden opgenomen om de wijziging rechtsgrond te geven. Markante voorbeelden van deze wijzigingsbevoegdheden zijn gekoppeld aan de agrarische bedrijfsbestemming, zoals de regeling voor bedrijfsbeëindiging en het omzetten naar wonen (‘ruimte-voor-ruimte’), het vergroten van bouwvlak of het omschakelen naar een andere bedrijfsvorm. Voor de woonbestemming (in buitengebied) gold de mogelijkheid om per wijziging de woning te splitsen (bij inhoudsmaat van minimaal 1.200 m³ ) en te verplaatsen, maar ook het wonen weer om te zetten naar een agrarisch bedrijf.
Ook de bestemming ‘bedrijf’ kende een wijzigingsbevoegdheid voor bedrijfswijziging of omschakelen naar wonen. Verder kenden de bestemmingsplannen algemene wijzigingsbevoegdheden bijvoorbeeld voor het wijzigen van de dubbelbestemming archeologie of het wijzigen van gronden naar de bestemming water, groen of natuur.
Is er nieuw beleid? De Omgevingswet kent het instrument wijzigingsbevoegdheid niet meer. Het is wel mogelijk dat de gemeenteraad bepaalde afwijkingen van het omgevingsplan delegeert aan het college, maar deze krijgen dan de vorm van een buitenplanse afwijkingsactiviteit (de Bopa) of een binnenplanse vergunning met vooraf ingekaderde toetsgronden. Een aantal van onze wijzigingsbevoegdheden kan goed naar vergunningseisen voor OPA’s worden vertaald, bij een deel moet een maatwerkregeling worden getroffen waarbij het proces pas compleet is afgehecht wanneer deze in het omgevingsplan is opgenomen.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 58 -
Voorstel: 1. Het afwijken van het omgevingsplan voor die situaties die nu met een wijzigingsbevoegdheid mogelijk zijn delegeren aan het college, onder dezelfde uitgangspunten en/of voorwaarden voor uitwerking zoals die nu in het tijdelijk omgevingsplan zijn opgenomen. Hierbij evt. voorwaarden wel te verduidelijken, corrigeren en zo nodig herijken ten aanzien van andere beleidsvoorwaarden.
8.2 Afwijkingen Hoe is het nu geregeld?: In het tijdelijk omgevingsplan zijn mogelijkheden opgenomen om met een omgevingsvergunning, onder voorwaarden, af te wijken van de regels voor o.a. bebouwing en planologisch gebruik. Deze afwijkingsmogelijkhedenzijn voor een groot deel opgenomen om beperkte afwijkingen, zoals bouwafwijkingen toe te staan. Doel was hierbij een toetsmoment te hebben en hierbij te beoordelen of er aan de beleidsvoorwaarden en algemene beginselen voor een goede ruimtelijke ordening werd voldaan. Ook stond de mogelijkheid van bezwaar hiertegen open. Meestal gaan de afwijkingsbevoegdheden over (beperkte) afwijkingen van de bouwregels. Markante voorbeelden zijn (in buitengebied) het toestaan van schuilgelegenheden, sleufsilo’s, paardenbakken en hogere terreinafscheidingen aan de zichtzijdes van het perceel. In de kernen gaat het bijvoorbeeld om het bouwen van bepaalde afwijkende ingrepen rondom erfafscheidingen, aan- of uitbouwen, bijgebouwen en carports. Vaak gaat het hierbij om aspecten van situering aan een zichtzijde, afwijkende hoogtes of bouwen dichtbij de perceelsgrens. De algemene 10%-regel (waarbij mits noodzakelijk en doelmatig tot 10% van de bouwvereisten kan worden afgeweken) is ook een voorbeeld, waar in het buitengebied een eigen variatie op bestaat.
Afwijken van de gebruiksregels is vaak complexer maar daarmee is beoogd binnen kaders toch extra ruimte te geven voor bepaalde ontwikkelingen die in het verlengde liggen van de bestemming. Voor de bestemmingen in het centrum zijn bijvoorbeeld afwijkingsmogelijkheden gegeven voor het toestaan van andere commerciële functies waaronder horecavoorzieningen. Voor de agrarische bestemming geldt een afwijking van de gebruiksregels voor bijv. het toestaan van nevenactiviteiten en (afzonderlijk) het toestaan van verblijfsrecreatie (o.a. op eigen terrein en tot 350 m²). Op de bedrijventerreinen geldt algemeen nog de afwijkingsmogelijkheid van de gebruiksregels waarmee onder (lichte) toetsing andere types, soorten en qua milieuklasse geïndexeerde bedrijven
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 59 -
kunnen worden toegestaan. Dit is een voorbeeld van een zwaardere afwijkingsbevoegdheid waarmee veel mogelijk kan/kon worden gemaakt. Is er nieuw beleid?: De overgang naar het stelsel onder de Omgevingswet is aanleiding om opnieuw te kijken naar alle afwijkingsregels, omdat de ‘binnenplanse’ afwijkingsmogelijkheid in feite niet meer op dezelfde manier bestaat. We moeten opnieuw bekijken of we afwijkingsbevoegdheden als Opa of Bopa willen regelen, waarbij verschillende gronden voor toetsing en bezwaar gelden. Hierbij kunnen sommige afwijkingsbevoegdheden, waarmee we de ervaringen hebben dat deze onder zekere omstandigheden altijd worden verleend, ook worden omgezet naar direct werkende regels. Voor de bedrijfsbestemmingen is de visie Bedrijventerreinen gemeente Heumen 2024 het leidende ontwikkelprincipe. Aangegeven is (samengevat) te sturen op een goed en economisch versterkend uitgangskader voor gewenste types bedrijven en hieraan vast te houden, dus op voorhand geen extra ruimte te geven voor afwijking. Overigens blijft het aanvragen van een afwijking (Bopa) altijd mogelijk. Alleen moet bij een Bopa vaak uitgebreider worden gemotiveerd en getoetst (beoordeling ETFAL).
Waar de afwijkingsbevoegdheden zoals nu zijn opgenomen – en straks op te nemen – dus op toezien zijn het versoepelen of beleidsmatig inkaderen van bepaalde afwijkingen waar we op voorhand al ruimte voor willen geven, Het is dus niet zo dat voor overige onderwerpen geen afwijking meer kan worden gevraagd.
Voorstel: 1. Herijken van de afwijkingsbevoegdheden om te komen tot een verbeterd en eenduidiger kader voor afwijking. 2. Recht doen aan afwijkingen die al zijn vergund door opname van een goed sluitend overgangsrecht.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 60 -
9 Ten slotte De geest van de Omgevingswet gaat uit van vertrouwen geven. Het geven (en waar nodig herstellen) van vertrouwen vormt daarmee de basis van de Omgevingswet en daarmee ook een centraal uitgangspunt bij het opstellen van het omgevingsplan. Vertrouwen gaat hand in hand met het nemen van verantwoordelijkheid en het elkaar aanspreken op de naleving van wat is afgesproken. Confucius (een filosoof die leefde van 555–479 v.Chr.) schreef hier al over: “Een overheid heeft drie zaken nodig: wapens, voedsel en vertrouwen. Vertrouwen is daarbij het laatste dat verloren mag gaan”. Het gaat erom dat burgers, bedrijven en overheden in onderlinge samenspraak tot een goede afweging van alle belangen komen bij het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Daarbij moet de burger er vanuit kunnen gaan, dat afspraken die gemaakt worden ook worden nagekomen. Uitgangspunt van de Omgevingswet is minder regelgeving en meer vergunningvrij mogelijk maken. Voor gemeenten zal het zoeken zijn naar het vinden van een juiste balans tussen verschillende belangen. Want minder regels en meer vergunningvrij mogelijk maken kan ook inhouden dat er sprake is van minder rechtszekerheid. Daarnaast leidt vrijheid aan de voorkant tot meer toezicht en handhaving aan de achterkant. Het makkelijk meewerken aan een ontwikkeling kan ook vertrouwen schaden.
Het is dan ook van belang dat er steeds weer sprake is van transparante besluitvorming. Het is de taak van de gemeente mee te denken bij mogelijke nieuwe ontwikkelingen maar ook om rechtsbescherming te bieden aan inwoners en ondernemers van Heumen. Integrale samenwerking met verschillende disciplines, goede participatie met als basis vertrouwen zal dan ook een stevig fundament zijn voor het omgevingsplan.
Verder aan de slag!
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 61 -
Bijlage 1: Managementsamenvatting Doel en achtergrond
De gemeenteraad van Heumen heeft op 5 juni 2025 het eerste deel van het omgevingsplan vastgesteld: het Wijzigingsbesluit voor het Werklandschap Overasselt (deelgebied 1). Dit volgt op de Nota van Uitgangspunten die in december 2024 door de raad is goedgekeurd. Het omgevingsplan wordt nu verder ontwikkeld voor de overige delen van het gemeentelijke grondgebied. Het plan vervangt de huidige tijdelijke omgevingsplannen en bestaande bestemmingsplannen en moet uiterlijk op 1 januari 2032 omgezet zijn naar een permanent omgevingsplan (POP). Na deze datum vervalt de rechtsgeldigheid van het tijdelijke omgevingsplan, waardoor ruimtelijke ontwikkelingen niet langer mogelijk zijn. Algemene uitgangspunten van het omgevingsplan •
Het omgevingsplan biedt zowel ruimte voor nieuwe ontwikkelingen als bescherming van bestaande waarden.
•
De spelregel voor het toewijzen van functies is een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).
•
In tegenstelling tot bestemmingsplannen, omvat het omgevingsplan ook milieu, water, natuur, cultuurhistorie, gezondheid en andere relevante aspecten van de leefomgeving.
•
Het plan maakt harmonisatie en uniformering van regels mogelijk en biedt kansen voor deregulering en vermindering van administratieve lasten.
•
Regels die niet expliciet in het omgevingsplan zijn opgenomen, zijn niet toegestaan (“insluiten”), zodat ongewenste situaties worden voorkomen.
Wijzigingen ten opzichte van tijdelijke omgevingsplannen •
Technische wijzigingen: redactionele en structurele aanpassingen die voortkomen uit de nieuwe juridische kaders van het omgevingsplan. Deze hebben geen invloed op bestaande rechten van inwoners en ondernemers.
•
Beleidswijzigingen: inhoudelijke aanpassingen op basis van gemeentelijk, provinciaal of rijksbeleid, zoals de omgevingsvisie en sectorale beleidsdocumenten.
•
Afwegingsruimte voor gemeenten: het plan benut lokale beleidsruimte en sluit waar mogelijk aan bij landelijke regels, tenzij deregulering of gemeentelijk beleid aanleiding geeft tot afwijking.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 62 -
•
Instructieregels van Rijk en provincie: relevante landelijke en provinciale regels, bijvoorbeeld over luchtkwaliteit en externe veiligheid, worden overgenomen.
Proces en nieuwe aanpak •
Uit ervaring met het Werklandschap Overasselt blijkt dat een thematische aanpak praktischer is dan het voorbereiden van het plan per deelgebied.
•
Voorstel: thematische voorbereiding in vier categorieën: bouwregels, planologische regels, milieuregels en lokale verordeningen.
•
Participatie, overleg met raads- en commissieleden, en informatievoorziening worden per thema georganiseerd.
•
Het formele vaststellingsproces vindt in één keer plaats (“het omgevingsplan in één keer ponsen”), waardoor tijd, kosten en juridische risico’s worden beperkt.
•
De aanpak voorkomt problemen met het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), dat geen parallelle wijzigingsprocedures ondersteunt.
Inhoudelijke keuzes en verbeteringen •
Het plan implementeert nieuw beleid en maakt inhoudelijke keuzes in plaats van alleen bestaande regels over te zetten (“beleidsarm”).
•
Voor sommige activiteiten worden administratieve lasten en regeldruk verlaagd, bijvoorbeeld door vergunningsvrijstellingen.
•
Er wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan een evenwichtige afweging tussen ruimte voor ontwikkeling en bescherming van waarden.
Voorbereiding en basis voor vervolg •
Het omgevingsplan voor Werklandschap Overasselt dient als casco voor het grotere plan.
•
Projectorganisatie en externe contacten zijn reeds ingericht en bieden praktische ervaring voor de verdere uitwerking.
•
De nieuwe procesaanpak maakt gebruik van eerder opgedane ervaringen, waardoor het vervolgtraject efficiënter kan worden uitgevoerd.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 63 -
Aanbevelingen 1.
Het proces van voorbereiding, participatie en raadsoverleg per thema voortzetten.
2.
Actieve betrokkenheid van de raadsmeedenkgroep, partners en belanghebbenden bij elke thematische voorbereiding.
3.
Het formele vaststellingsproces in één procedure afronden om efficiëntie en juridische zekerheid te waarborgen.
4.
Monitoren of de thematische aanpak werkt en, indien nodig, een alternatieve procedures voorstellen.
Conclusie De nieuwe aanpak biedt een efficiënte, juridisch houdbare en bestuurlijk robuuste methode om het gemeentelijke omgevingsplan te realiseren. Het proces combineert thematische voorbereiding met participatie en uiteindelijk één vaststelling, wat tijd, kosten en juridische risico’s beperkt, terwijl kwaliteit, betrokkenheid en afstemming op beleidskaders behouden blijven.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 64 -
Samenvatting hoofdstukken 3 t/m 6 Thema’s op basis van geldende bestemmingen 1. Cultuurhistorie en archeologie Voorstel: 1. Beperkingengebieden voor archeologie actualiseren en opnemen, waarbij verduidelijking en qua oppervlaktes herijking plaatsvindt van de huidige regels in het tijdelijk omgevingsplan. 2. Beperkingengebieden met landschappelijke waarden opnemen overeenkomstig de huidige regels tijdelijk omgevingsplan. 3. Gemeentelijke- en Rijksmonumenten opnemen op kaart. 4. Karakteristieke bouwwerken overnemen en de regels hiervoor verduidelijken en herijken. 5. De erfgoedverordening wordt (technisch) geactualiseerd en samen met het nieuwe omgevingsplan voor besluitvorming aangeboden. 2. Welstand Voorstel: 1. De bouwregels en gesloten regels over het uiterlijk van gebouwen, zoals nu o.a. opgenomen in de welstandsnota, worden geüniformeerd en gaan over naar de algemene bouwregels in het omgevingsplan. 2. Kwalitatieve regels over het uiterlijk van gebouwen waarbij toetsing door de welstandscommissie noodzakelijk blijft (‘open normen’) blijven deel van de geactualiseerde en gereduceerde Welstandsnota (‘afstemming van gevelindeling en dakvorm, kleur en materialen etc). 3. De welstandsnota wordt geactualiseerd en samen met het nieuwe omgevingsplan voor besluitvorming aangeboden. 3. Klimaatadaptatie en hittestress Voorstel: 1.
Specifieke regels ten aanzien van klimaatadaptatie opnemen. 2. Binnen alle functies de aanleg van groen en water mogelijk houden. 4. Energieprestatie Voorstel:
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 65 -
1. Het toestaan van beperkte overschrijdingen van de bouwregels voor isolatie voor bestaande gebouwen. Deze regeling niet voor monumenten opnemen. 2. Windenergie: locatie ‘Kommengebied’ + Beleidsregels Windenergie gemeente Heumen opnemen op kaart. 3. Zonenergie: locatie Energielandschap A73 opnemen op kaart. 5. Biodiversiteit Voorstel: 1. Bestaande bestemmingen opnemen in het omgevingsplan. 2. Structuurbepalende bomenlijst vastleggen op kaart. 3. Vastleggen Ecologische verbindingszone Gelders Natuurnetwerk (GGN). 4. Vastleggen maasheggen en wallen. 5. Vastleggen bakenbomen (langs de Maas). 6. Bij de realisatie van nieuwe ontwikkelingen een streven van een kroonbedekking voor bomen van 20% voor de resterende openbare ruimte bij een specifiek bouwproject. 7. Verhouding van 20% bomen, 15% struiken en middelhoge vegetatie en 20% gras in de kernen voor nieuwe ontwikkelingen in de openbare ruimte. 8. Een dooradering van landschapselementen van 10% van het perceel in het buitengebied. 9. Indieningsvereiste: groeninrichtingsplan nodig bij nieuwe initiatieven.
Functies op basis van geldende bestemmingen 6. Wonen Voorstel: 1. Aansluiten bij bestaande regelingen tijdelijk omgevingsplan. 2. Pré-mantelzorgwoningen met een kleine vergunningsplicht toestaan in situaties waar (nog) geen sprake is van een mantelzorgsituatie, maar wel al de behoefte bestaat om voor elkaar te zorgen (regelen via OPA) en waarbij voldaan wordt aan de beleidsregel pre-mantelzorg. 3. Woningsplitsing in de kernen met een kleine vergunningsplicht blijven toestaan conform de beleidsregel. 4. In de kernen: regeling voor kamerverhuur behouden zoals nu deel is van regeling aan huis gebonden beroep. 5. Onderzoeken of en onder welke voorwaarden kamerverhuur bij woonfuncties in het buitengebied kan worden toegestaan (gelijk aan de kernen). 6. Huisvesting arbeidsmigranten en realisatie flexwoningen c.a. blijven regelen via een afzonderlijke (afwijkings-) procedure (Bopa).
7. Detailhandel, Dienstverlening, Horeca, Kantooractiviteiten en Centrum-activiteiten Voorstel: 1. Aansluiten bij bestaande regels in het tijdelijk omgevingsplan.
Nota van Uitgangspunten omgevingsplan gemeente Heumen - 66 -
2. Een aan huis-gebonden-beroep voor alle (bedrijfs)woningen (in het gehele ambtsgebied) toestaan. (Nu is dit voor een beperkt aantal bedrijfswoningen op de bedrijventerreinen nog geen optie.) 3. Het (op de begane grond) behouden van kantoorfuncties , detailhandel en overige dienstverlening in de dorpscentra (niet vergemakkelijken om te transformeren naar een woning). 8. Maatschappelijke en sport- en recreatie activiteiten Voorstel: 1. De regeling voor maatschappelijk & sport in het omgevingsplan aansluiten bij de regels in het tijdelijk omgevingsplan. 2. We willen bij de sportactiviteiten meer ondergeschikte maatschappelijke activiteit op voorhand toestaan (BSO bij sportvereniging). 3. Opnieuw de definities voor sport en maatschappelijk toetsen. 9. Bedrijvigheid Voorstel: 1. Werken met de (nieuwe) VNG-handreiking Activiteiten en milieuzonering 2024. Conform deze handreiking regels voor geluid, geur regelen in het omgevingsplan. Regels voor externe veiligheid opnemen in het omgevingsplan. 2. De locaties waar bedrijfsactiviteiten mogen plaatsvinden overnemen waarbij de bestaande rechten zo veel mogelijk behouden blijven. Dit laatste gebeurt onder meer door het opnemen van eerder genomen maatwerkbesluiten voor geur en geluid over te nemen in het omgevingsplan. Bestaande veiligheidscontouren worden ogenomen in het omgevingsplan. 3.