CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I Eindrapport Evaluatie WerkBedrijf Rijk van Nijmegen

Raad 10 maart 2022, gemeente HeumenBij agendapunt: Evaluatie WerkBedrijf Rijk van Nijmegen33.785 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

daten na hun leertraject betaald aan het werk kunnen. Ook kandidaten uit andere regiogemeenten namen deel aan deze projecten. Voorbeelden van kansberoepenprojecten zijn: Talent in het groen, Talent in de keuken en Verzorgende 3 IG •

100-banenplan. Eind 2020 is WerkBedrijf gestart met het 100-banenplan. 71 Daarmee biedt

WerkBedrijf 100 kandidaten uit de Participatiewet via een detacheringsconstructie een baan aan bij BlueView. BlueView is een commercieel bedrijf dat sinds 2020 de productieverant-

woordelijkheid heeft overgenomen van de sociale werkvoorziening van Rijk van Nijmegen

(zie verder paragraaf 3.2.2). Het 100-banenplan dient verschillende doelen. Het type werk

sluit aan bij de kwaliteiten van de kandidaten. Kandidaten worden begeleid op de werkplek en als het contract afloopt worden zij verlengd (via detachering), rechtstreeks in dienst genomen of bemiddeld naar een volgende baan. Met deze constructie behoudt WerkBedrijf ook industrieel werk in de regio dat aansluit op competenties van kandidaten.

•

Project Doe je mee. WerkBedrijf werkt samen met de gemeenten Beuningen, Druten,

Mook en Middelaar en Nijmegen aan een meerjarig project tot en met 2024 om hun aanvul-

lende re-integratiemiddelen vanaf 2021 in te zetten bij WerkBedrijf. 72 De overige gemeenten hebben gekozen voor versterking van de eigen dienstverlening aan hun bijstandsge-

rechtigden. De centrale vraag is hoe WerkBedrijf en de gemeenten een impuls kunnen ge-

70

Jaarstukken 2019.

71

Jaarstukken 2020.

72

Begroting 2022 – 2025 en bijstelling 2021.

53

ven aan brede dienstverlening voor bijstandsgerechtigden in de regio. De kern is dat Werk-

Bedrijf met meer bijstandsgerechtigden in persoonlijk contact komt en beter behoeften van

mensen kan detecteren op de leefgebieden werk, participatie, activering, financiële situatie en gezondheid. En op basis hiervan een passend vervolg aan (reguliere) dienstverlening kan bieden.

Tevredenheidsonderzoek onder kandidaten

WerkBedrijf laat met enige regelmaat onderzoek onder kandidaten uitvoeren. Zo vindt er

doorlopend tevredenheidsonderzoek plaats. Ook heeft WerkBedrijf opdracht gegeven tot het onderzoek ‘De rode draad in de kandidaat’. 73 De tevredenheid van kandidaten wordt door

WerkBedrijf gezien als een kritieke succes factor (KSF). Uit de tevredenheidsonderzoeken blijkt dat kandidaten relatief tevreden zijn over de dienstverlening op het vlak van arbeidsbemiddeling.

In het meeste recente tevredenheidsonderzoek geven kandidaten WerkBedrijf gemiddeld het

cijfer 7,5. 74 Kandidaten zijn met name tevreden over de consulent. Die krijgt gemiddeld het

cijfer 8. Van de fases scoren de intake (7,5) en bemiddeling (7,7) het hoogst en de diagnose (6,7) en interventie (7,2) het laagst. Het relatief lage cijfer voor diagnose hangt mogelijk samen met de omstandigheden waarin deze fase wordt ingezet. De diagnose is nodig voor kandidaten

waarvan de bemiddelbaarheid niet snel ingeschat kan worden. Deze kandidaten worden dus nog niet bemiddeld naar werk en blijven daardoor wat langer in traject.

Het meest positief zijn kandidaten over de vriendelijkheid van de consulent, de ervaren

veiligheid in het intakegesprek, de mate waarin het intakegesprek stimulerend was, het feit dat kandidaten zich bij bemiddeling klaar voelen voor de vervolgstap en de geboden

ondersteuning. De meeste kandidaten vinden de frequentie van de gesprekken bij intake en

bemiddeling precies goed (73-75%). 13-16% zou vaker een gesprek willen hebben. Minder

positief volgens kandidaten zijn de informatie over rechten en plichten, de duidelijkheid van de

afspraken, de NOA talentenscan (voor diegene die deze hebben ingevuld) en de mogelijkheden voor de toekomst. Ook worden de ontwikkeltrajecten en leerwerktrajecten minder positief beoordeeld dan de andere trajecten die kandidaten volgen.

Kijkend naar de verbetersuggesties volgens kandidaten, dan blijkt dat zij behoefte hebben aan

meer persoonlijk contact met consulenten, meer aandacht voor de beleving van de

kandidaat en voor de wensen van de kandidaat. Ook blijkt dat hoog opgeleide kandidaten

meer begeleiding en passende hulp wensen. De huidige voorzieningen zijn naar hun mening

te veel gericht op laagopgeleiden en mensen met een beperking. Kennelijk voorziet de

‘Denktank’, dat is een door WerkBedrijf gefaciliteerde praatgroep voor kandidaten met een hbo/wo-opleiding 75, onvoldoende in de behoeftes van deze groep.

Het onderzoek ‘De rode draad in de kandidaat’ laat op basis van interviews met kandidaten zien dat kandidaten het gevoel hebben dat ze serieus genomen worden en dat er voor hen de tijd

wordt genomen. De begeleiding die wordt geboden door WerkBedrijf wordt als prettig ervaren. De kritische kanttekeningen die in het onderzoeksrapport worden geplaatst, komen overeen met die uit het doorlopend tevredenheidsonderzoek. De dienstverlening kan meer gericht

73

Mulkom, S. van (2021). De Rode Draad in Kandidaat. Nog niet gepubliceerd.

74

De tevredenheidsonderzoeken zijn na inlog online beschikbaar voor medewerkers van WerkBedrijf.

75

Dienstenboek Meer dan werk, p. 14.

54

worden op wat iemand wil en niet alleen wat iemand kan. Kandidaten kregen het gevoel dat de

focus werd gelegd op een zo hoog mogelijk uitstroom. Daarbij werden wel eens de voorkeuren van kandidaten vergeten.

Verbetering bejegening kandidaten

Uit de jaarstukken van WerkBedrijf blijkt dat WerkBedrijf de feedback van kandidaten heeft

aangegrepen om de bejegening te verbeteren. De Kandidatenraad van WerkBedrijf bevestigt

dit. De toonzetting en begrijpelijkheid van de brieven die WerkBedrijf stuurt is in 2018

aangepast na feedback van de Kandidatenraad. 76 De oorspronkelijke toon werd door sommige kandidaten als dreigend ervaren. Aangezien kandidaten zich in een afhankelijke positie

bevinden én relatief vaak laaggeletterd zijn, is er behoefte aan eenvoudig en enthousiasmerend taalgebruik.

Ook bevat de brief nu duidelijkere informatie over wat WerkBedrijf is en wat er gaat gebeuren,

omdat bleek dat voor kandidaten niet duidelijk is wat de rol van WerkBedrijf is ten opzichte van die van de gemeente of UWV WERKbedrijf. Op basis van feedback uit het

tevredenheidsonderzoek over de eerste kennismaking met WerkBedrijf zijn in 2018 aanpassingen in de groepsbijeenkomsten gedaan.

Klachtenafhandeling

We zien dat WerkBedrijf jaarlijks relatief weinig klachten over de dienstverlening ontvangt

(tussen 3 en 11 per jaar; zie tabel 3.1). 77 Klachten gaan onder meer over het niet-nakomen van

afspraken door WerkBedrijf, het gevoel dat er onvoldoende hulp werd geboden of dat er

onvoldoende inlevingsvermogen werd getoond, het gebrek aan coördinatie van processen,

onjuist verstrekte informatie of het zoekraken van een e-mail. De ontvangen klachten zijn bijna allemaal minnelijk door WerkBedrijf afgehandeld binnen de geldende wettelijke termijn.

Tabel 3.1

Aantal klachten ontvangen en behandeld

2015

2016

2017

2018

2019

2020

10

11

6

8

8

3

Bron: Jaarverslag klachtafhandeling WerkBedrijf (meerdere jaren)

Tevredenheidsonderzoek onder ondernemers

WerkBedrijf laat met enige regelmaat onderzoek onder ondernemers uitvoeren. 78 De

tevredenheid van ondernemers wordt door WerkBedrijf gezien als een kritieke succes factor

(KSF). Het meest recente klanttevredenheidsonderzoek dat WerkBedrijf in 2021 bij ondernemers heeft verricht, laat zien dat deze groep over het algemeen (zeer) tevreden is met de

dienstverlening. In het klanttevredenheidsonderzoek geven ondernemers de dienstverlening een 7,8, de bereikbaarheid een 7,9 en de contactpersoon een 8,3.

Uit het klanttevredenheidsonderzoek blijkt tevens dat ondernemers vinden dat de consulent goed uitleg geeft over de ondersteuning die WerkBedrijf kan bieden en over wet- en

76

Jaarstukken 2019.

77

Jaarverslag klachtafhandeling Werkbedrijf 2019; Jaarverslag klachtafhandeling Werkbedrijf 2020.

78

Ook hiervan zijn de resultaten na inlog online beschikbaar voor WerkBedrijf.

55

regelgeving. De kennis van consulent over branchespecifieke ontwikkelingen vinden

ondernemers wat beperkt. Sommige ondernemers die wij hebben gesproken krijgen de indruk dat de werkdruk onder consulenten de afgelopen maanden hoog is. Ze merken ook dat meer

zaken schriftelijk worden afgedaan. Regelmatig persoonlijk contact – in de vorm van een face-to-

face gesprek op het bedrijf – wordt zeer op prijs gesteld.

Ondernemers die klant zijn bij WerkBedrijf zeggen ook dat ze weten waar WerkBedrijf voor staat en dat WerkBedrijf over het algemeen duidelijke en volledige informatie verschaft. Het beeld van WerkBedrijf is dat van een organisatie die afspraken nakomt, deskundig, adviserend en gericht op samenwerking is.

3.2.2

Sociale werkvoorziening

Masterplan Beschut en evaluatie daarvan

Sinds de oprichting van WerkBedrijf heeft de focus gelegen op de beweging ‘van binnen naar buiten’, dat wil zeggen mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt zo regulier

mogelijk aan het werk helpen bij reguliere ondernemers. Daarbij bouwde WerkBedrijf voort op de plannen die al in gang waren gezet door voorloper Breed. Voor de groep SW-medewerkers waarbij regulier werk bij reguliere ondernemers niet haalbaar is, garandeert WerkBedrijf een ‘beschutte’ werkplek met goede werkomstandigheden. De aandacht voor de beweging ‘van

binnen naar buiten’ in de jaren voor en vlak na oprichting van WerkBedrijf, heeft er volgens WerkBedrijf toe geleid dat minder aandacht is uitgegaan naar de aansturing van de SW-

medewerkers op beschutte werkplekken. 79 De volgende knelpunten werden in 2016 door WerkBedrijf geconstateerd: • •

SW-medewerkers ontvingen niet genoeg en onvoldoende passende begeleiding.

De fysieke omstandigheden van het gebouw aan de Boekweitweg schoten tekort. Knelpunten betroffen het binnenklimaat, de indeling van werkruimtes en het verouderde meubilair.

•

Door onvoorspelbaarheid in personele capaciteit en productiematerialen was het lastig om

een continu werkaanbod aan te bieden. Daardoor konden SW-medewerkers soms een aan-

tal uur of dagdeel geen werkzaamheden verrichten. •

De gesplitste aansturing van mens en productie was niet efficiënt voor de productieplanning en leidde tot onduidelijkheid onder professionals en SW-medewerkers over rol-en taakafbakening.

•

De werkcultuur was ‘top-down’ en mensen spraken elkaar weinig aan op elkaars gedrag, regels of verantwoordelijkheden.

Deze knelpunten hebben, in combinatie met de overgang van SW-medewerkers van Breed naar WerkBedrijf, geleid tot ontevredenheid en onrust bij een deel van de medewerkers en een

stijging van het ziekteverzuim en de leegloop. 80 Tegen deze achtergrond heeft WerkBedrijf in 2017 het Masterplan Beschut opgesteld. Doel was het verbeteren van de

werkomstandigheden, werkaanbod, cultuur en begeleiding van SW-medewerkers en het

79

Toekomst Beschut Werk, 8 februari 2016.

80

Tijdelijk geen werk dat aangeboden kan worden aan SW-medewerkers.

56

verlagen van het ziekteverzuim. 81 Het plan moest leiden tot een prettige, rustige en stabiele

werkomgeving met een passend werkaanbod en de juiste begeleiding voor SW-medewerkers. Uit de evaluatie die WerkBedrijf in 2019 uitvoerde, blijkt dat de werkomstandigheden zijn

verbeterd door de verbouwing van de Boekweitweg. De werkplek sloot beter aan bij het type

werk en de beperking van de SW-medewerker. Ook SW-medewerkers zijn volgens WerkBedrijf tevreden(er) over hun werkplek. De evaluatie laat verder zien dat het werkaanbod is verbeterd.

Voor medewerkers op de beschutte afdeling is er een continu werkaanbod omdat het logistieke proces is geoptimaliseerd en WerkBedrijf afspraken heeft gemaakt met (grote) opdrachtgevers. Het is WerkBedrijf naar eigen zeggen minder goed gelukt om medewerkers afwisselend werk

aan te bieden. Afwisselend werk is voor iedereen iets anders en tegelijkertijd moet het wel werk

zijn dat door een grotere groep SW-medewerkers verricht kan worden, vermeld WerkBedrijf in

de evaluatie. Voorts blijkt dat het combineren van de productie- en leidinggevende taken in de

functie van werkcoach efficiënt is. Tegelijk is er volgens WerkBedrijf nog ruimte voor

verbetering, met name in de aansturing door voorlieden. Ten slotte zijn medewerkers in de SW gecoacht op het nemen van eigen verantwoordelijkheid, samenwerken en leren van elkaar.

Volgens WerkBedrijf heeft dit geleid tot verbeteringen, maar is de cultuur en manier van werken niet geheel veranderd.

Aanpak ziekteverzuim en onderzoek naar ziekteverzuim

Sinds 2017 heeft WerkBedrijf een aantal veranderingen doorgevoerd om het relatief hoge

ziekteverzuim te verminderen. Op de eerste plaats moest het Masterplan Beschut resulteren in daling van het ziekteverzuim. Naast het Masterplan zijn ook specifieke acties uitgevoerd om

het verzuim te doen dalen. Zo moesten de teammanagers in de SW in 2016 plannen van aanpak

opstellen om het verzuim binnen hun team te verlagen. 82 Ook volgden diverse functionarissen in

dat jaar workshops in het kader van deskundigheidsbevordering op het vlak van verzuim. In

2018 is een extra functionaris aangesteld, de coach Arbeid en Gezondheid om de bestaande

functionarissen (bedrijfsarts en arboarts) te ondersteunen. 83 WerkBedrijf constateert in de

hierboven genoemde evaluatie uit 2019 van het Masterplan Beschut dat SW-medewerkers

zeggen dat ze de verzuimregels kennen en dat er meer aandacht is voor verzuim. In hoofdstuk 4 gaan we dieper in op de prestaties van WerkBedrijf waaronder het verloop van het ziekteverzuim.

Beweging naar buiten: samenwerking BlueView

De eerder genoemde ambitie van WerkBedrijf om meer SW-medewerkers ‘naar buiten’ te detacheren bij een ondernemer, resulteerde in 2018 in samenwerking met BlueView. 84

BlueView is een onderneming en verzorgt productie- en montagewerk voor kleine en grote

(inter)nationale opdrachtgevers. In oktober 2018 opende BlueView een nieuwe vestiging in het pand van WerkBedrijf: BlueView Noviomagum. In 2019 startte 30 SW-medewerkers via een

groepsdetachering bij BlueView Noviomagum. Deze SW-medewerkers werken dus nog op een vertrouwde locatie onder aansturing van een ondernemer en dus ‘buiten de muren van WerkBedrijf’.

81

Samenvatting Evaluatie Masterplan Beschut.

82

MGR Regio Rijk van Nijmegen. Derde kwartaalrapportage 2016.

83

Jaarstukken 2018.

84

Al sinds 2012 werd er samengewerkt met BlueView, maar niet op locatie van WerkBedrijf.

57

In 2020 constateerde WerkBedrijf dat de beweging naar buiten ook een keerzijde heeft: de

productiefaciliteit op de Boekweitweg wordt kwetsbaarder, zowel in financieel opzicht als wat betreft personeel. De deskundigheid voor wat betreft het runnen van een productiefaciliteit

wordt steeds fragieler en het aantal SW-medewerkers werkzaam in de productiefaciliteit (350

fte) neemt af, waardoor voordelen van schaalgrootte verdwijnen. Tegen deze achtergrond is de samenwerking met BlueView in 2020 uitgebreid. Een belangrijke overweging was ook dat door de samenwerking meer gevarieerd werk geboden zou kunnen worden aan SW-medewerkers.

BlueView heeft de ‘resterende’ 350 fte werkzaam op de Boekweitweg ingeleend en de

productieverantwoordelijkheid overgenomen. WerkBedrijf blijft verantwoordelijk voor de

begeleiding en ontwikkeling van de SW-medewerkers. De samenwerking heeft een scope van

vijf jaar. Hoe SW-medewerkers denken over de samenwerking met BlueView is niet ter sprake

gekomen in onze gesprekken.

Tevredenheidsonderzoek onder SW-medewerkers

Ook onder SW-medewerkers vindt met enige regelmaattevredenheidsonderzoek plaats. In

2017, nog voor de veranderingen in het kader van het Masterplan Beschut, vulde ongeveer de helft van de medewerkers het tevredenheidsonderzoek in. 85 Voor het werken bij WerkBedrijf

geven zij gemiddeld een 6,4. De meerderheid vindt dat de leiding prettig met hen omgaat. SWmedewerkers willen zich graag ontwikkelen. Maar er zijn ook aandachtspunten: frequenter

werkoverleg, meer aandacht voor de persoon en meer duidelijkheid over de toekomst. In 2019 is opnieuw een medewerkerstevredenheidsonderzoek uitgevoerd. 86 WerkBedrijf kreeg hierin

een gemiddeld rapportcijfer van een 6,7. De tevredenheid is dus licht gestegen.

3.2.3

Arbeidsmatige dagbesteding

In de eerste jaren na de start van WerkBedrijf bleef de aanlevering van kandidaten voor

arbeidsmatige dagbesteding achter bij het beschikbare budget. 87 Vanaf 2016 heeft WerkBedrijf

daarom ingezet op het vergroten van de bekendheid van deze voorziening, zowel intern als

extern. 88 Zo zijn klantmanagers van gemeenten, professionals uit zorg- en welzijnsorganisaties

en consulenten van WerkBedrijf op structurele basis geïnformeerd over de mogelijkheden. Om het aantal dienstverbanden in de arbeidsmatige dagbesteding te vergroten, heeft WerkBedrijf sinds 2017 in de aanbesteding van arbeidsmatige dagbesteding een sociale return

verplichting opgenomen. 89 Partijen aan wie de opdracht gegund wordt, zijn sindsdien verplicht beschutte werkplekken te realiseren.

In 2019 is de dienstverlening vernieuwd en heet arbeidsmatige dagbesteding Op Weg Naar

Werk. 90 Het traject is sinds dat jaar meer gericht op ontwikkeling en een opstart voor een

vervolgstap richting werk. De financiering is daarmee veranderd naar trajectfinanciering in plaats van vergoedingen per dag en verantwoording vindt plaats op basis van resultaat.

85

Jaarstukken 2017.

86

Jaarstukken 2019.

87

Jaarstukken 2016.

88

Jaarstukken 2017.

89

Jaarstukken 2017.

90

Jaarstukken 2019.

58

In dat jaar is WerkBedrijf ook gestart met het verbeteren van de aansluiting tussen WerkBedrijf en aanbieders, sociale teams en maatschappelijke instellingen. 91 WerkBedrijf werkt toe aan een

gezamenlijke intake voor ontwikkelingsgerichte– en arbeidsmatige dagbesteding (‘lokale toegangspoorten’), aan een gezamenlijke aanpak van WerkBedrijf en maatschappelijke

instellingen, sociale teams en onderwijs en inrichting van een Werkplaats gericht op kwetsbare

jongeren (met onder andere onderwijs, gemeenten, HAN), om kennis op te bouwen en te delen. In 2020 moest een aantal aanbieders van arbeidsmatige dagbesteding door corona hun locatie (tijdelijk) sluiten. 92 De coronacrisis had ook gevolgen voor de ondersteuning van kandidaten.

Een groot deel van hen zat, met name tijdens de eerste golf, noodgedwongen thuis en kon niet

terecht op de werkplek. Met ondersteuning vanuit WerkBedrijf slaagden de aanbieders erin om de dienstverlening aan de kandidaten zoveel mogelijk (thuis of op de werkplek) voort te zetten.

3.3

Ervaringen met en opvattingen over dienstverlening In deze paragraaf beschrijven we de ervaringen met, en opvattingen over de werkwijze en

dienstverlening van WerkBedrijf. Dat doen we vanuit het perspectief van respectievelijk

kandidaten, ondernemers, gemeenten en aanbieders van arbeidsmatige dagbesteding. Ook

geven we de reflecties van WerkBedrijf over de eigen dienstverlening weer. We starten met een

algemeen beeld.

3.3.1

WerkBedrijf is een volwassen organisatie geworden

De meeste geïnterviewde betrokkenen, binnen en buiten het WerkBedrijf, geven aan dat

WerkBedrijf een volwassen organisatie is geworden. WerkBedrijf is een op zichzelf staande,

functionerende organisatie geworden. En dat wordt door een aantal betrokkenen als een hele

prestatie benoemd. WerkBedrijf wordt getypeerd als een volwaardig bedrijf, dat een belangrijke positie heeft verkregen in de regio en in de markt.

Er is over het algemeen waardering voor de structuur die in vijf jaar tijd is neergezet. Die wordt

ervaren als functioneel. Door werknemers wordt benoemd dat er eenheid binnen de organisatie is ontstaan, waarbij de verschillende achtergronden van werknemers, afkomstig uit zeven

verschillende gemeenten, op de werkvloer geen rol meer spelen. De professionaliteit van de werknemers en van de organisatie als geheel heeft zich ontwikkeld.

In de loop der jaren heeft zich duidelijk uitgekristalliseerd wat WerkBedrijf doet en wat

gemeenten doen. Die taken en rollen zijn nu (over het algemeen) helder, maar dat heeft wel tijd en ook spanningen gekost.

3.3.2

Kandidaten en SW-medewerkers

Uit onze gesprekken met (vertegenwoordigers van) kandidaten, blijkt dat kandidaten over het

algemeen tevreden zijn met de dienstverlening, maar ook vinden dat er duidelijke verbeterpunten mogelijk zijn.

91

Ontwerpbegroting 2018-2021 en bijstelling 2017.

92

Jaarstukken 2020.

59

Op de eerste plaats hebben sommige kandidaten behoefte aan meer persoonlijke aandacht.

Verblijf in de uitkering is voor veel kandidaten een vernederende ervaring die veel impact heeft op het geloof in eigen kunnen. Hoewel de huidige contacten met de consulenten van

WerkBedrijf over het algemeen worden gewaardeerd, vinden deze contacten niet vaak face-toface plaats en zijn de contactmomenten niet voor alle kandidaten voldoende lang of frequent.

De aandacht van de consulent gaat bovendien vooral uit naar werk en minder naar de

persoonlijke omstandigheden en beleving van de kandidaat. Persoonlijke aandacht en

intensieve persoonlijke begeleiding door één ‘dedicated’ professional kan kandidaten met een

negatief zelfbeeld, stress of problemen in de privésfeer helpen om het (zelf)vertrouwen terug te winnen en stapjes in de richting van participatie en betaald werk te zetten. 93

Op de tweede plaats willen sommige kandidaten dat er meer geluisterd wordt naar hun

wensen. De focus in de dienstverlening van WerkBedrijf ligt op wat kandidaten kunnen en op

de mogelijkheden op de arbeidsmarkt en minder op wat mensen willen. Meer aandacht voor de wensen van de kandidaat kan ook het geloof in eigen kunnen versterken. Sommige

geïnterviewde kandidaten kregen het gevoel dat de focus door de consulent werd gelegd op een zo hoog mogelijk uitstroom. Daarbij werden wel eens de voorkeuren van kandidaten vergeten. Dat kan tot gevolg hebben dat kandidaten na verloop van tijd weer uitvallen.

Overigens ontstaat uit de gesprekken die wij met alle betrokken hebben gevoerd niet het beeld dat WerkBedrijf altijd voor de snelle plaatsing gaat. Consulenten lijken wel degelijk mensgericht

te zijn en aandacht te hebben voor duurzame plaatsing. In de beleving van sommige kandidaten mag het accent daarbij dus meer komen te liggen op de wensen van de kandidaat. Op de derde plaats hebben sommige kandidaten behoefte aan nazorg. Uit het

tevredenheidsonderzoek onder kandidaten blijkt dat ongeveer twee derde van de kandidaten

naar eigen zeggen na plaatsing geen contact meer heeft met de consulent. Kandidaten die aan het werk zijn zouden graag contact met WerkBedrijf willen blijven houden. De Kandidatenraad merkt op dat “mensen van het werkbedrijf” nauwelijks kijken op de werkvloer bij kandidaten.

WerkBedrijf heeft weliswaar beschikking over jobcoaches, maar deze kunnen en hoeven niet bij iedere kandidaat ingezet te worden.

In de afgelopen jaren heeft WerkBedrijf gezien dat kandidaten moeilijker bemiddelbaar zijn geworden omdat ze te maken hebben met complexe problematiek. Kandidaten hebben

bijvoorbeeld beperkte werknemersvaardigheden, spreken slecht Nederlands, hebben geen goed beroepsbeeld, hebben gedragsproblemen of zijn op bepaalde leefgebieden beperkt

redzaam. Vaak is sprake van een combinatie van voorgaande belemmeringen, terwijl kandidaten nog wel voldoende loonwaarde hebben om in aanmerking te komen voor bemiddeling naar werk.

De huidige voorzieningen van WerkBedrijf voorzien nog onvoldoende in begeleiding op andere leefgebieden dan werk. Dit knelpunt in de dienstverlening wordt door onze gesprekspartners gesignaleerd, maar ook door WerkBedrijf in de evaluatie van de

ontwikkeltrajecten. Er is in de kandidaatsdienstverlening van WerkBedrijf dus behoefte aan een stelselmatige inbedding van trajecten gericht op zorg, ondersteuning, gedrag en persoonlijke effectiviteit, al dan niet verzorgd door samenwerkingspartners van WerkBedrijf.

Zie ook: Ruig, L. de (2021). ‘Persoonlijke begeleiding in de Participatiewet: drie veelbelovende gemeentelijke pilots’. In: Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 37.3 (2021) 296-309.

93

60

Uit de gesprekken met kandidaten blijkt dat het grote aantal instrumenten en voorzieningen

voor kandidaten wordt gewaardeerd. Het grote dienstenaanbod maakt het ook mogelijk voor

kandidaten om een traject op maat te volgen. Hiermee sluit de kandidaatsdienstverlening aan

bij de visie die is neergelegd in Sterke Werkwoorden. Tegelijkertijd ontbreekt in de ogen van onze gesprekspartners de samenhang in het instrumentarium. De interne WerkWijzer van

WerkBedrijf beschrijft met name de processtappen vanuit het perspectief van de kandidaat en de consulent, maar koppelt dit niet aan de precieze mogelijkheden van de kandidaat. Er is

behoefte aan een duidelijk en samenhangend overzicht van instrumenten en voorzieningen die bijvoorbeeld zijn opgedeeld in ‘routes’ voor kandidaten met een bepaald bemiddelingsprofiel. Uit de gesprekken die wij hebben gevoerd met (vertegenwoordigers van) SW’ers concluderen

we dat een groep SW-medewerkers weinig perspectief heeft en zich niet gezien en gehoord voelt. Het gaat bijvoorbeeld om medewerkers die door hun beperking weinig kansen of

mogelijkheden hebben, om medewerkers die zich door een vermeende “angstcultuur” niet durven uit te spreken tegen hun werkbegeleider over knelpunten in de organisatie, of om medewerkers die teleurgesteld zijn omdat er door de rechtsvoorgangers van WerkBedrijf mondelinge beloftes zijn gedaan over doorgroeimogelijkheden zonder dat in de

personeelsdossiers te verwerken. Het is niet mogelijk om deze signalen, die afkomstig zijn van enkele gesprekspartners, te kwantificeren.

3.3.3

Ondernemers

Uit de gesprekken die wij hebben gevoerd met ondernemers blijkt dat ondernemers tevreden zijn over de dienstverlening. De ondernemers die wij hebben gesproken, vinden het prettig dat zij een vast contactpersoon hebben, en vinden deze contactpersoon deskundig, flexibel,

meedenkend en goed bereikbaar. De woorden “warm contact” en “fijne samenwerkingspartner” vallen regelmatig in de gesprekken met ondernemers. “Als het niet goed dreigt te gaan, hebben

we heel intensief contact”, zegt een ondernemer.

Hoewel de meeste ondernemers tevreden zijn over de dienstverlening, vinden (sommige)

ondernemers dat WerkBedrijf niet altijd (tijdig) passende kandidaten aandraagt. Ook zouden

ondernemers vooraf meer informatie over kandidaten willen hebben. Volgens een

ondernemer levert WerkBedrijf soms kandidaten aan die niet reageren op telefoontjes en

mailtjes. Een andere ondernemer vindt dat sommige kandidaten geen goed zelfbeeld hebben

en te snel verwachten meer taken te krijgen en meer uren te werken. Sommige ondernemers die wij hebben gesproken, merken dat het aantal geschikte kandidaten opdroogt; hun vacatures

staan lang open. Meerdere ondernemers wensen vooraf meer informatie over de achtergrond en mogelijke beperkingen van kandidaten. Vaak komen die pas op een later moment boven water, wat volgens ondernemers veel onrust en gedoe kan geven.

Wanneer kandidaten geplaatst zijn, dan verwachten ondernemers wat vaker een driegesprek tussen de kandidaat, consulent (of jobcoach) en de ondernemer. Sommige ondernemers

merken dat de motivatie en betrokkenheid van sommige kandidaten na plaatsing kan

verminderen. Kandidaten melden zich bijvoorbeeld vaak ziek, kunnen minder uren werken dan afgesproken, of komen (andere) verplichtingen niet na. Ondernemers denken dat een langere nazorgperiode vanuit WerkBedrijf na plaatsing van een kandidaat dit soort knelpunten kan verminderen.

61

Kennelijk wordt het voor WerkBedrijf vanwege de in hoofdstuk 2 gesignaleerde veranderingen in het kandidatenbestand moeilijker om tijdig passende kandidaten aan te leveren.

De ondernemers die wij hebben gesproken vinden dat WerkBedrijf veel en bruikbare

voorzieningen voor ondernemers heeft. Een ondernemer heeft de HARRIE training gevolgd en

is daar erg tevreden over. Een andere ondernemer vertelt dat hij onder de indruk is van het trainingsaanbod. Meerdere ondernemers vinden het voorzieningenaanbod echter niet

overzichtelijk. Zo heeft WerkBedrijf een Productenboek dat ondernemers naar eigen zeggen

pas relatief laat tijdens de contacten te zien krijgen. Het Productenboek zou ook op de website

van WerkBedrijf beschikbaar gesteld moeten worden, zo stellen enkele ondernemers. Daarnaast vinden meerdere ondernemers de voorlichting over het voorzieningenaanbod voor

buitenstaanders niet altijd helder. Een ondernemer wenst “extra voorlichtingsmateriaal in 'Jipen Janneketaal' over de diverse subsidiemogelijkheden en bijbehorende afkortingen”.

3.3.4

Gemeenten

De vertegenwoordigers van gemeenten die wij hebben gesproken, hebben over het algemeen waardering voor de manier waarop WerkBedrijf zijn taken uitvoert. WerkBedrijf heeft

volgens gemeenten een groot regionaal netwerk van ondernemers en samenwerkingspartners

opgebouwd. WerkBedrijf is ook ondernemersgericht waar gemeenten geneigd kunnen zijn om vooral vanuit de inwoner te redeneren. De vertegenwoordigers van gemeenten die wij hebben

gesproken, realiseren zich dat ondernemers nodig zijn om kandidaten te kunnen plaatsen en dat ondernemers ook tevreden gehouden moeten worden. Daarnaast is als voordeel benoemd dat WerkBedrijf er, vanwege de schaal, in is geslaagd een professionele organisatie op te bouwen

waar veel deskundigheid zit. Professionals kunnen zich goed ontwikkelen en zich toeleggen op hun kerntaak, namelijk bemiddelen van vraag en aanbod. Gemeenten geven aan profijt te hebben van die deskundigheid en professionaliteit. WerkBedrijf beschikt daarbij over

specialistische functies waarover kleine gemeenten niet over kunnen beschikken, zoals

consulenten bedrijfsdienstverlening met sectorale kennis, jobcoaches, arbeidsdeskundigen en arbo- en bedrijfsartsen. Vertegenwoordigers van gemeenten zijn ook positief over de

verbeteringen in de SW, in het bijzonder over de samenwerking met BlueView, en over specifieke projecten, zoals het 100-banenplan.

Er zijn gemeenten die zich afvragen of moeilijk bemiddelbare kandidaten wel voldoende

dienstverlening krijgen. Zij hebben het beeld dat WerkBedrijf zich uitsluitend op de makkelijk

bemiddelbare kandidaten richt. Er is behoefte bij een aantal gemeenten om meer in te zetten

op innovatie in de dienstverlening, zodat er voor diverse doelgroepen een passend aanbod van dienstverlening is. Aan de andere kant zijn er ook betrokkenen van gemeenten die zeggen dat

WerkBedrijf wel degelijk moeilijk bemiddelbare kandidaten actief dienstverlening aanbiedt. Met de start van project Doe je mee is de afspraak dat WerkBedrijf zich meer richt op de

bijstandsgerechtigden die langdurig in de uitkering zitten en die minder goed in beeld zijn. Wat betreft de uitvoeringspraktijk is er met name kritiek van gemeenten op de samenwerking op kandidaatsniveau. Soms moet een consulent van WerkBedrijf met een professional van een

gemeente samenwerken rond een specifieke kandidaat. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij

aanmelding van een nieuwe kandidaat, bij inzet van voorzieningen zoals schuldhulpverlening of

terugmelding van een kandidaat aan de inkomensconsulent van de gemeente vanwege het nietplaatsbaar zijn van de kandidaat of bij zogeheten maatregelwaardig gedrag. De gemeentelijke

62

uitvoerders die wij hierover hebben gesproken vinden dat de samenwerking met WerkBedrijf rond kandidaten niet altijd optimaal verloopt.

Een knelpunt is de soms gebrekkige informatieoverdracht. Inkomensconsulenten hebben vaak behoefte aan informatie over het voortraject bij WerkBedrijf. Het systeem EVA dat WerkBedrijf

hanteert is daarbij onvoldoende gebruiksvriendelijk en bevat niet altijd de gewenste informatie. Het gevolg is dat kandidaten soms hun verhaal meerdere malen moeten vertellen. Persoonlijk contact tussen consulenten van gemeenten en WerkBedrijf vindt niet altijd plaats, of inkomensconsulenten weten niet wie de consulent is van de kandidaat. Ook zeggen

inkomensconsulenten dat de werkwijze van consulenten bij terugmeldingen van kandidaten verschilt. Deze knelpunten en ervaringen hebben tot gevolg dat de samenwerking door gemeentelijke professionals als ‘moeizaam’ wordt gekenmerkt.

3.3.5

Aanbieders arbeidsmatige dagbesteding

De aanbieders van arbeidsmatige dagbesteding zijn tevreden over de samenwerking met

WerkBedrijf. Die samenwerking heeft zich wel moeten ontwikkelen. Bij de start van WerkBedrijf was veel onduidelijk: wat verstaan we onder arbeidsmatige dagbesteding? Wat verwachten we van begeleiders? In de eerste jaren hebben aanbieders en WerkBedrijf samen veel moeten

uitvinden. Daardoor voelen aanbieders zich erg betrokken bij de keuzes die WerkBedrijf maakt. Er zijn (inmiddels) ‘korte lijntjes’ en aanbieders hebben regelmatig overleg met WerkBedrijf.

Bij de aanbesteding van Op Weg Naar Werk en bij de financiële verantwoording achteraf komt volgens aanbieders veel administratie kijken. Eén aanbieder die wij hebben gesproken vond

de aanbesteding niet professional. Een aantal geïnterviewde aanbieders zeggen dat ze veel contracten voor verschillende doelgroepen hebben waaraan weer verschillende regels en

tarieven zijn gekoppeld. Dat komt mede doordat WerkBedrijf ook voor andere doelgroepen

dan de geïndiceerde Wmo-doelgroep arbeidsmatige dagbesteding wil aanbieden. Dat leidt volgens aanbieders tot een enorme bureaucratie. Aanbieders zouden liever zien dat de

beschikbare werkplekken het uitgangspunt (van verantwoording en financiering) zijn in plaats van de verschillende doelgroepen.

Aanbieders zien de afbakening van arbeidsmatige dagbesteding en de aansluiting van deze

voorziening op andere voorzieningen binnen arbeidsbemiddeling als een belangrijk vraagstuk voor de toekomst. Enerzijds vragen aanbieders zich af of de populatie die geen ontwikkeling doormaakt wel binnen Op Weg Naar Werk past. Anderzijds signaleren aanbieders dat de populatie die wel een ontwikkeling doormaakt, moeilijk vanuit de Wmo-gefinanciering

voorzieningen is door te geleiden naar voorzieningen die vanuit de Participatiewet gefinancierd worden.

3.3.6

WerkBedrijf

De geïnterviewde medewerkers van WerkBedrijf vinden dat er een sterke organisatie staat met een eigen identiteit. Bij de start van WerkBedrijf moest eenheid gesmeed worden uit de fusie van zeven gemeentelijke afdelingen werk en een grote SW-organisatie. Die fusie is volgens de geïnterviewde medewerkers geslaagd. Inmiddels is er één organisatiecultuur, verbinden medewerkers zich aan WerkBedrijf en zijn de ‘eilandjes’ uit de startfase van WerkBedrijf

verdwenen. De missie van WerkBedrijf (‘iedereen is van waarde’) is volgens de geïnterviewde

63

medewerkers ook ‘geland’ in de organisatie. Consulent zijn oprecht betrokken bij de doelgroep

en hebben een mensgerichte blik volgens de geïnterviewden.

De geïnterviewde medewerkers zijn ook van mening dat er echt een regionale aanpak is ontwikkeld voor kandidaten en ondernemers met een goede balans tussen die twee.

Arbeidsbemiddeling vraagt om kennis van en focus op beide groepen. Medewerkers van WerkBedrijf vinden dat de organisatie flexibel is en meebeweegt met de wensen van

werkzoekenden en ondernemers. Ook vinden ze dat WerkBedrijf een positie heeft verworven onder ondernemers in de markt van arbeidsbemiddeling.

Kenmerkend voor WerkBedrijf is volgens de geïnterviewden ook doelgerichtheid.

Medewerkers kijken naar eigen zeggen naar de mogelijkheden, naar wat wel kan en doen over

het algemeen wat is afgesproken met de kandidaat en ondernemer. De organisatie is volgende de geïnterviewden medewerkers dan ook daadkrachtig en veranderingsgezind. De

geïnterviewde medewerkers die voorheen bij een gemeente hebben gewerkt, vinden dat gemeenten niet dezelfde mate van doelgerichtheid hebben. Ze ervaarden meer politieke inmenging in de uitvoering en meer gerichtheid op wetten en regels in plaats van op het uiteindelijke doel.

Medewerkers van WerkBedrijf benoemen enkele verbeterpunten in de uitvoering van de

taken op het vlak van arbeidsbemiddeling. Ondanks de doelgerichtheid gaat soms snelheid

verloren. Bijvoorbeeld als een werkgever een acute personeelsbehoefte heeft en WerkBedrijf

veel tijd nodig heeft om een geschikte kandidaat te vinden. En net als ondernemers, zeggen ook medewerkers van WerkBedrijf dat kandidaten niet altijd goed zijn voorbereid op de plaatsing. Zowel kandidaten als ondernemers zouden meer moeten worden ‘meegenomen’ in het

plaatsingsproces. Wat verwacht de ondernemer van de kandidaat? Wat moet de kandidaat

vooraf weten over de werkplek? Hoe kan de functie aangepast worden zodat een betere match mogelijk wordt? Het komt volgens de geïnterviewde medewerkers dus neer op beter

verwachtingenmanagement bij ondernemers en betere informatievoorziening rond de plaatsing aan ondernemers en kandidaten. Medewerkers van WerkBedrijf zien net als gemeenten ook dat de samenwerking in de uitvoering voor verbetering vatbaar is. Een laatste verbeterpunt betreft de nazorg aan kandidaten. WerkBedrijf heeft niet bij alle kandidaten goed in beeld welke

begeleiding zij op de werkvloer ontvangen, hoe duurzaam plaatsingen zijn en wat er gebeurt als een kandidaat uitvalt. De focus van de nazorg ligt op kandidaten met een arbeidsbeperking die vaak ook een jobcoach hebben. Medewerkers van WerkBedrijf suggereren om een visie en aanpak rond duurzame inzetbaarheid van kandidaten te ontwikkelen.

Een deel van de medewerkers van WerkBedrijf staat kritisch tegenover de integrale werkteams die per september 2021 zijn gestart. Ze vragen zich af of deze teams een

verbetering vormen. De teams zijn volgens hen ingedeeld op basis van de te behalen SWomzet, niet op basis van een mix van deskundigheid. De vrees bestaat dat de specifieke deskundigheid gericht op jongeren en statushouders verloren gaat.

3.4

Deelconclusie WerkBedrijf heeft na de start dienstverlening ingericht voor arbeidsbemiddeling en

arbeidsmatige dagbesteding. WerkBedrijf kon in de eerste jaren voortbouwen op de sociale

werkvoorziening die al aanwezig was bij voorloper Breed. In de eerste jaren na oprichting heeft

64

WerkBedrijf – een fusie van acht organisaties – geïnvesteerd in het creëren van eenheid door het

formuleren van een gedeelde missie, het werken aan een gedeelde organisatiecultuur en het inrichten van een duidelijke organisatiestructuur. Hierdoor staat er inmiddels een adequaat

functionerende organisatie met een regionale aanpak voor kandidaten, werkgevers, sociale

werkvoorziening en arbeidsmatige dagbesteding. WerkBedrijf is er in het bijzonder in geslaagd een groot netwerk van ondernemers op te zetten waar zij kandidaten kunnen plaatsen. Dat

brengt zodoende meer kansen voor kandidaten met zich mee. Er is veel professionaliteit en deskundigheid opgebouwd binnen de organisatie en daar hebben gemeenten profijt van.

De aangeboden dienstverlening en werkwijze van WerkBedrijf sluiten goed aan bij de visie die is neergelegd in Sterke Werkwoorden. WerkBedrijf voert arbeidsbemiddeling uit met als doel

zoveel mogelijk uitstroom van kandidaten naar regulier werk. WerkBedrijf heeft in de praktijk

oog voor zowel de vraag van de ondernemer als de mogelijkheden van de kandidaat. In de ervaringen en opvattingen van stakeholders horen wij impliciet de kernwaarde terug dat

‘iedereen van waarde is’. Ook ligt het accent in de dienstverlening op wat mensen wel kunnen, conform de kernwaarde uit Sterke Werkwoorden.

WerkBedrijf is op veel punten ook een wendbare organisatie gebleken. We zien dat met name in de SW, waar bij de start van WerkBedrijf de al aanwezige knelpunten rond ziekteverzuim, arbeidsomstandigheden, werkaanbod, begeleiding en cultuur zijn aangepakt. Ook de

samenwerking met BlueView laat zien dat WerkBedrijf adequaat blijft inspelen op kansen en

bedreigingen in de SW. De arbeidsmatige dagbesteding heeft in de loop der jaren steeds meer vorm gekregen, waarbij de nu resterende uitdaging is hoe deze voorziening zo soepel mogelijk kan aansluiten op de arbeidsbemiddeling.

Ook op het gebied van arbeidsbemiddeling zien we dat WerkBedrijf veranderingen heeft doorgevoerd, al zijn die beperkter dan bij de andere taken. WerkBedrijf heeft onderzoek

verricht naar de arbeidsbemiddeling en de uitkomsten aangegrepen om knelpunten op te lossen of dienstverlening te verbeteren. Ook heeft WerkBedrijf feedback van kandidaten

aangegrepen om de bejegening en communicatie te verbeteren. We merken op dat de door

WerkBedrijf zelf uitgevoerde evaluaties nog enkele grote uitdagingen bevatten die voor zover wij weten, nog niet zijn opgepakt.

Bij een relatief grote groep moeilijk bemiddelbare kandidaten wordt de standaard

dienstverleningstermijn van twee jaar overschreden. Dit roept vragen op: heeft WerkBedrijf voldoende geschikte voorzieningen voor deze moeilijk bemiddelbare groep? Vindt er

voldoende contact plaats tussen deze kandidaten en hun consulenten? Horen deze kandidaten

thuis bij WerkBedrijf of bij de gemeenten? Daarnaast zijn de voorzieningen in de dienstverlening voor het werkfit maken en ontwikkelen van kandidaten niet toereikend (meer), en sluiten ze onvoldoende aan op overige voorzieningen zoals bemiddeling naar regulier werk,

leerwerkplekken en arbeidsmatige dagbesteding. Dit raakt aan de fundamentele vraag: is

WerkBedrijf (nog steeds) een arbeidsbemiddelingsbedrijf of (ook) een mensontwikkelbedrijf?

Feit is dat WerkBedrijf ervoor heeft gekozen een bemiddelingsbedrijf te zijn, maar steeds meer kandidaten in het bestand heeft die meer thuishoren in een ontwikkelbedrijf.

De stakeholders – kandidaten, ondernemers en gemeenten – zijn over het algemeen behoorlijk

tevreden met de dienstverlening van WerkBedrijf en de wijze waarop WerkBedrijf zijn taken

uitvoert. WerkBedrijf wordt gezien als een deskundige, doelgerichte organisatie met een groot netwerk en een sterke bedrijfsdienstverlening. Er is vanuit ondernemers en kandidaten veel

65

waardering voor de consulenten, die gezien worden als vriendelijk, flexibel, deskundig en

meedenkend. Maar er zijn volgens stakeholders ook duidelijke verbeterpunten. Die komen neer op een (verdere) investering in de samenwerking met gemeenten rond individuele kandidaten, meer persoonlijke aandacht voor (de beleving en wensen van) kandidaten, beter

verwachtingenmanagement rond het matchen van kandidaten en ondernemers, meer nazorg en duidelijke, eenvoudige informatie voor ondernemers en kandidaten over de voorzieningen van WerkBedrijf.

.

66

Prestaties van WerkBedrijf In dit hoofdstuk evalueren we de prestaties van WerkBedrijf. Eerst kijken we naar de prestatie-indicatoren en verantwoording daarover (4.1). Vervolgens beschrijven we de resultaten per taakgebied: arbeidsbemiddeling, sociale werkvoorziening en arbeidsmatige dagbesteding (4.2). We baseren ons daarbij op de verantwoordingsgegevens van WerkBedrijf. Aansluitend gaan we in op de doelmatigheid van de prestaties (4.3). Daarna geven we de opvattingen van stakeholders over de prestaties weer (4.4). We sluiten het hoofdstuk af met een tussenconclusie (4.5).

4.1

Prestatie-indicatoren en verantwoording door WerkBedrijf WerkBedrijf rapporteert jaarlijks in de jaarstukken over de prestaties op het vlak van

arbeidsbemiddeling, sociale werkvoorziening en arbeidsmatige dagbesteding. In deze

paragraaf beschrijven we de prestatie-indicatoren en doelstellingen die WerkBedrijf hanteert en de opvattingen van de door ons geïnterviewde stakeholders over de verantwoording door WerkBedrijf. We sluiten af met onze beoordeling over de toereikendheid van de prestatie-

indicatoren.

4.1.1

Arbeidsbemiddeling

De verantwoording in de jaarstukken is in de onderzoeksperiode regelmatig gewijzigd. Dan

gaat het zowel om de indicatoren waarmee de inhoudelijke voortgang en prestaties worden

67

bijgehouden als om de doelstellingen die op die indicatoren zijn geformuleerd. In tabel 4.1

presenteren we de indicatoren waarover WerkBedrijf in de jaren 2016 tot en met 2020 heeft

gerapporteerd. Een rood gekleurd vakje betekent dat over die indicator in het betreffende jaar is gerapporteerd. Een getal tussen haakjes verwijst naar de doelstelling die dat jaar gold of het

aantal dat begroot is voor dat jaar. Over vier indicatoren is alle jaren consequent gerapporteerd: het aantal unieke relaties met ondernemers; het aantal kandidaten dat werkt met behoud van uitkering; het aantal plaatsingen op parttime werk; de uitstroom uit de bijstand naar werk.

Tabel 4.1

Indicatoren die gebruikt zijn bij jaarlijkse verantwoording rond

arbeidsbemiddeling (tussen haakjes doelstellingen/begrote aantallen) 2016

Aantal kandidaten in dienstverlening

(4.000)

Aantal aanmeldingen van kandidaten

(3.600)

2017

2018

2019

2020

(4.300)

Aantal terugmeldingen van kandidaten Aantal unieke relaties met ondernemers Aantal kandidaten dat werkt met behoud met behoud van uitkering

(1.400)

Plaatsingen op werk (fulltime)

(1.850)

Plaatsingen op parttime werk

(900)

Plaatsingen van jongeren op werk

(1.078)

(900)

(450)

(450)

Plaatsingen van 55-plussers op werk Plaatsingen van mensen met

(150)

arbeidsbeperking op werk

Plaatsingen van statushouder op werk Aantal kandidaten met arbeidsbeperking

(400)

aan het werk (geweest)

Uitstroom uit bijstand naar werk

(1.100)

(1.100)

(1.100)

(1.100)

(1.100)

Uitstroom jongeren naar onderwijs Bron: Begrotingen en Jaarstukken WerkBedrijf (meerdere jaren)

Sinds 2020 is de verantwoording geharmoniseerd en is een nieuw Informatieprotocol

opgesteld. 94 Doel hiervan is om alle aangeboden informatie te stroomlijnen en aan te haken bij

de gemeentelijke planning- en controlcylus. In het huidige Informatieprotocol wordt

onderscheid gemaakt tussen kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s) en kritieke succesfactoren

(KSF’s). Op deze KPI’s zit ook een doelstelling die jaarlijks wordt vastgesteld en vastgelegd in de begroting van WerkBedrijf. Naast de generieke KPI’s kunnen in de

dienstverleningsovereenkomst tussen de deelnemende gemeente en WerkBedrijf aanvullende

KPI’s worden vastgelegd. Het valt ons op dat er in het Informatieprotocol geen indicatoren voor Op Weg Naar Werk zijn benoemd, terwijl er wel indicatoren en doelen in de begrotingen en jaarstukken staan vermeld.

94

Informatieprotocol 2020. MGR Rijk van Nijmegen.

68

Box: KPI’s en KSF’s genoemd in Informatieprotocol 2020 Kritieke prestatie-indicatoren: • Het aantal kandidaten dat volledig is uitgestroomd naar werk op basis van de bijstandscijfers van gemeenten. •

Het aantal plaatsingen op betaald werk (parttime en fulltime, met daarbij een onderscheid naar aangewezen prioritaire doelgroepen).

•

Resultaten SW-voorziening: verdeling van de werkvormen; ziekteverzuim; toegevoegde waarde per fte

Kritieke succesfactoren: • De tevredenheid van kandidaten, SW-medewerkers en ondernemers over (de dienstverlening van) WerkBedrijf •

Het aantal kandidaten in een actief arbeidsbemiddelingsproces

•

Het aantal plaatsingen op werk met behoud van uitkering (ontwikkeltraject, leerwerkplek, Op weg naar werk)

•

Het aantal kandidaten dat is uitgestroomd naar onderwijs (m.n. jongeren en statushouders)

•

Duur van de dienstverlening (o.a. indicatie van intensiteit van de begeleiding)

•

Het aantal unieke relaties met ondernemers.

De vertegenwoordigers van gemeenten die wij hebben gesproken, vinden de verantwoording van WerkBedrijf over het algemeen adequaat, vooral sinds WerkBedrijf de verantwoording en vormgeving in de jaarstukken vanaf 2018 heeft geüniformeerd en verbeterd. Wethouders zijn van mening dat zij zich met de aard van de verantwoordingsinformatie ook goed kunnen

verantwoorden aan de gemeenteraden. Bij gemeenten bestaat wel de neiging om vooral naar

de verantwoording op gemeenteniveau te kijken en minder dan de overkoepelende prestaties van WerkBedrijf, zoals we ook in hoofdstuk 2 bespraken.

Hoewel gemeenten de verantwoording adequaat vinden, zijn er ook aanvullende wensen bij de verantwoording. Die komen er op neer dan de verantwoording zowel kwantitatief als kwalitatief diepgravender mag worden. Hoe duurzaam is de uitstroom? Welke verhalen hoor je van

kandidaten? Welke tussenstapjes zetten kandidaten op weg naar werk? Daarbij maken sommige gemeenten wel de kanttekening dat extra verantwoording wel doelmatig moet zijn en niet

gepaard moet gaan met een forse stijging van de administratieve lasten voor WerkBedrijf en/of gemeenten. In de interviews met vertegenwoordigers zijn de volgende concrete suggesties gegeven: •

WerkBedrijf zou meer informatie kunnen verstrekken over de duurzaamheid van uitstroom.

•

WerkBedrijf zou kunnen laten zien in welke gemeente kandidaten worden geplaatst, zodat

•

WerkBedrijf zou zich ook kwalitatief kunnen verantwoorden en de verhalen van kandidaten

discussies niet alleen gaan over de uitstroom per gemeente.

kunnen ophalen over de kwaliteit van de plaatsing en de betekenis van de dienstverlening van WerkBedrijf voor de kandidaat. •

WerkBedrijf zou de verhouding tussen wel/niet aangemelde kandidaten vanuit gemeenten kunnen weergeven.

69

•

WerkBedrijf zou ook doelstellingen kunnen formuleren op het vlak van participatie (tussenstappen in de richting van werk) en zich daarover kunnen verantwoorden.

•

WerkBedrijf zou duidelijker kunnen maken in hoeverre uitstroom van kandidaten uit de uitkering daadwerkelijk is toe te rekenen aan de dienstverlening van WerkBedrijf en niet aan andere oorzaken.

•

4.1.2

WerkBedrijf zou gemeenten toegang moeten verschaffen

Sociale werkvoorziening

WerkBedrijf rapporteert jaarlijks in de jaarstukken ook over de prestaties voor de sociale

werkvoorziening. De indicatoren zijn in de jaren 2016 tot en met 2020 niet veranderd, de

doelstellingen in beperkte mate. Tabel 4.2 geeft de indicatoren weer waarover WerkBedrijf

rapporteert en de doelstellingen indien die geformuleerd zijn.

Tabel 4.2

Indicatoren die gebruikt zijn bij jaarlijkse verantwoording over de sociale werkvoorziening (tussen haakjes doelstellingen/begrote aantallen) 2016

2017

2018

2019

2020

Aantal SW-medewerkers in dienst

.

.

.

.

.

Toegevoegde waarde per fte SW

.

(€ 7.100)

(€ 7.587)

(€ 7.761)

(€ 7.918)

(12,5%)

(15%)

(15%)

(15%)

(15%)

.

.

.

.

.

Ziekteverzuim in de SW Percentage gedetacheerde SW’ers

Bron: Begrotingen en Jaarstukken WerkBedrijf (meerdere jaren)

Onze gesprekspartners bij gemeenten hebben geen opvattingen over de verantwoording rond

de SW. Alleen vanuit de Kandidatenraad is opgemerkt dat WerkBedrijf (te) veel stuurt op ‘harde’ kwantitatieve indicatoren die te weinig zeggen over de daadwerkelijke ervaringen van mensen. Gezien de aard van de SW – mensen ontwikkelen – zou de verantwoording ook meer daarop

gericht moeten zijn.

4.1.3

Arbeidsmatige dagbesteding

Ook over de prestaties op het vlak van arbeidsmatige dagbesteding rapporteert WerkBedrijf in

de jaarstukken. Er is één indicator: het aantal kandidaten dat actief is (geweest) binnen Op Weg Naar Werk. De doelstelling voor deze indicator is in 2017 en 2019 verhoogd naar 400

respectievelijk 475 kandidaten. Tabel 4.3 geeft de indicator weer waarover WerkBedrijf rapporteert en de doelstellingen die geformuleerd zijn.

Tabel 4.3

Indicatoren die gebruikt zijn bij jaarlijkse verantwoording over arbeidsmatige dagbesteding (tussen haakjes doelstellingen/begrote aantallen)

Aantal kandidaten actief (geweest)

2016

2017

2018

2019

2020

300

400

400

475

475

Bron: Begrotingen en Jaarstukken WerkBedrijf (meerdere jaren)

70

Onze gesprekspartners hebben geen opvattingen over de verantwoording en indicatoren voor de prestaties op het vlak van arbeidsmatige dagbesteding.

4.1.4

Toereikendheid prestatie-indicatoren

Wij signaleren dat de cijfers die WerkBedrijf heeft over prestaties – en die zijn aangeleverd ten

behoeve van deze evaluatie – beperkingen hebben. Hierdoor zijn ze niet toereikend om een

compleet inzicht te verkrijgen in de effectiviteit van de dienstverlening, in langetermijntrends en

in de prestaties van de arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen in vergelijkend perspectief. Specifiek signaleren wij de volgende beperkingen: •

De registratiesystemen van WerkBedrijf zijn niet ontwikkeld met het oog op onderzoek of

benchmarking, maar met het oog op (financiële) verantwoording en management van werkprocessen. WerkBedrijf Rijk van Nijmegen is hierin niet uniek. Ook vergelijkbare organisa-

ties uit andere arbeidsmarktregio’s hanteren hetzelfde soort prestatie-indicatoren en baseren zich op dezelfde soort gegevens, zoals we in het volgende hoofdstuk zullen zien.

•

In 2019 is door WerkBedrijf een ander registratiesysteem ingevoerd (EVA). We zullen verderop zien dat dit heeft geresulteerd in trendbreuken.

•

Cijfers over uitstroom uit de bijstand naar werk worden aangedragen door gemeenten aan WerkBedrijf. Deze indicator zegt niet per se iets over de prestaties van WerkBedrijf, omdat uitstroom uit de bijstand naar werk ook door andere factoren veroorzaakt kan zijn.

•

De beschikbare data van gemeenten en WerkBedrijf bevatten geen informatie over de bemiddelbaarheid van kandidaten (zoals motivatie, zelfredzaamheid) en over de ingezette

voorzieningen. Dit zijn relevante factoren bij het interpreteren van de effecten van WerkBedrijf. •

Relevante indicatoren zoals de duur van de dienstverlening, de duurzaamheid van uit-

stroom, herinstroom of parttime uitstroom uit de uitkering worden niet (systematisch) geregistreerd of zijn niet gemakkelijk aan te leveren. •

De regio Rijk van Nijmegen neemt niet deel aan de Divosa Benchmark Werk & Inkomen. Sommige vergelijkbare werkbedrijven doen dit wel. Cijfers over (her)instroom, uit-

stroom(bestemmingen) en de samenstelling van het bijstandsbestand zijn daardoor niet te vergelijken met andere arbeidsmarktregio’s. •

De gegevens die vanuit de regio Rijk van Nijmegen worden aangeleverd aan CBS ten behoeve van de Statistiek Re-integratie Gemeenten komen niet overeen met de gegevens over inzet van voorzieningen bij WerkBedrijf.

4.2

Resultaten per taakgebied In deze paragraaf beschrijven we de resultaten per taakgebied: arbeidsbemiddeling, sociale werkvoorziening en arbeidsmatige dagbesteding.

4.2.1

Arbeidsbemiddeling

Hieronder bespreken we de realisaties op de prestatie-indicatoren waarover voor meer jaren

informatie beschikbaar is. We baseren ons hierbij op door WerkBedrijf aangeleverde gegevens over: 1.

Het aantal kandidaten in de dienstverlening.

71

2.

Het aantal unieke relaties met ondernemers.

4.

Het aantal verstrekte loonkostensubsidies en de gemiddelde loonwaarde.

3. 5. 6.

7. 8.

Het aantal kandidaten dat werkt met behoud van uitkering.

Het aantal plaatsingen op werk, uitgesplitst naar prioritaire doelgroepen. Het aantal kandidaten dat de uitkering is uitgestroomd naar werk.

Het aantal kandidaten dat is uitgestroomd naar onderwijs. Het aantal terugmeldingen van kandidaten.

In tegenstelling tot wat genoemd staat in het Informatieprotocol 2020, beschikt WerkBedrijf niet over gegevens over de duur van de dienstverlening.

Ad 1) Aantal kandidaten in de dienstverlening

Bij de start van WerkBedrijf is afgesproken ongeveer 4.000 kandidaten dienstverlening aan te bieden. In 2018 is in de begroting het aantal van 4.300 genoemd. Dit zijn geen ‘harde’

doelstellingen, maar geschatte aantallen die gebruikt worden voor de begroting. Tussen 2016 en 2021 heeft WerkBedrijf jaarlijks ongeveer 4.200 tot 4.800 kandidaten in de dienstverlening

(figuur 4.1). In de regio Rijk van Nijmegen waren volgens CBS in die periode ongeveer 9.600 tot ruim 10.000 personen die een bijstandsuitkering ontvingen. WerkBedrijf heeft dus ongeveer 40 procent van het aantal bijstandsontvangers in de regio Rijk van Nijmegen in de dienstverlening. Het aantal mensen in de dienstverlening is de afgelopen jaren iets afgenomen.

Figuur 4.1

Aantal kandidaten in dienstverlening WerkBedrijf Rijk van Nijmegen

6000 5000

4804

4708

2016

2017

4232

4208

4195

2018

2019

2020

4000 3000 2000 1000 0

Bron: GWS, EVA

Wanneer we kijken naar de samenstelling van het kandidatenbestand, dan zien we dat de

grootste groep uit jongeren tot 27 jaar bestaat. Daarna volgt de leeftijdsgroep 35 tot 44 jaar.

WerkBedrijf bedient in de afgelopen jaren een toenemend aantal jongeren tot 27 jaar (zie figuur 4.2). Het aandeel kandidaten met een leeftijd van 45 jaar of ouder neemt iets af. De leeftijdsgroep van 27 tot 45 jaar blijft ongeveer gelijk.

72

Figuur 4.2

Percentage kandidaten in de dienstverlening uitgesplitst naar leeftijdsgroep

100%

9%

10%

9%

9%

8%

21%

21%

20%

20%

17%

20%

22%

22%

20%

19%

20%

20%

20%

21%

29%

27%

30%

32%

34%

1-1-2016

1-1-2017

1-1-2018

1-1-2019

1-1-2020

0-26

35-44

90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

27-34

45-54

20%

>55

Bron: GWS, EVA

Ad 2) Aantal unieke relaties met ondernemers

Het aantal unieke relaties met ondernemers is in de jaren 2016 tot en met 2019 toegenomen van ruim 1.500 naar ruim 1.800. In 2020 telt WerkBedrijf 1.238 unieke relaties met ondernemers. In

dit jaar is WerkBedrijf kritischer gaan kijken wat als unieke relatie telt: alleen ondernemers waar in het afgelopen jaar een kandidaat is geplaatst, tellen als unieke relatie.

Figuur 4.2

Aantal unieke relaties met ondernemers

2000 1500

1543

1714

1756

1859

1238

1000 500 0

2016

2017

2018

2019

2020

Bron: Jaarstukken

Ad 3) Aantal kandidaten dat werkt met behoud van uitkering

Voor kandidaten bij wie de stap naar een reguliere werkplek te groot is, biedt WerkBedrijf

werken met behoud van uitkering aan. Voorbeelden zijn: proefplaatsingen, leerwerkplekken, ontwikkeltrajecten, taalstages en oriëntatietrajecten. Het aantal kandidaten dat werkt met

behoud van uitkering is de afgelopen jaren gehalveerd: van bijna 1.500 in 2016 naar bijna 700

73

in 2020. Daarvoor zijn vier verklaringen. Op de eerste plaats speelt de eerder genoemde

invoering van het registratiesysteem EVA een rol. Dit veroorzaakt vanaf 2019 een trendbreuk.

Op de tweede plaats spelen de coronabeperkingen in 2020 een rol. Op de derde plaats speelt een structurele ontwikkeling mee: meer kandidaten (met arbeidsbeperking) gaan met loonkostensubsidie aan de slag. Op de vierde plaats blijkt dat de consulenten de

ontwikkeltrajecten – een van de vormen van werken met behoud van uitkering – minder vaak

inzetten (zie hoofdstuk 3).

Figuur 4.3 1600

Aantal kandidaten dat werkt met behoud van uitkering 1499

1400

1340

1200

1242 1055

1000 800

674

600 400 200 0

2016

2017

2018

2019

2020

Bron: GWS, EVA

Ad 4) Het aantal verstrekte loonkostensubsidies en de gemiddelde loonwaarde

Werken met behulp van het instrument loonkostensubsidie fungeert bij WerkBedrijf steeds meer als substituut voor werken met behoud van uitkering, met name voor kandidaten met een arbeidsbeperking. Bij loonkostensubsidie is geen sprake van werken met behoud van de

volledige uitkering, maar ontvangt de kandidaat loon van de werkgever en wordt de werkgever

door WerkBedrijf gecompenseerd voor de verminderde arbeidsproductiviteit van de kandidaat. Het aantal verstrekte loonkostensubsidies nam toe van 233 in 2016 naar 657 in 2020.

Loonkostensubsidies worden gemeten per verstrekking, niet per persoon. Figuur 4.4

Aantal verstrekte loonkostensubsidies

800 700

668

657

2019

2020

548

600 450

500 400 300

233

200 100 0

2016

2017

2018

Bron: GWS, EVA

74

De loonwaarde van kandidaten is in de jaren 2019 en 2020 geregistreerd. De loonwaarde is de economische waarde van de arbeidsprestaties van een kandidaat afgezet tegen een

normfunctie, uitgedrukt in een percentage. In 2019 bedroeg de gemiddelde loonwaarde 59%, in 2020 56%.

Ad 5) Het aantal plaatsingen op werk

Het aantal plaatsingen van kandidaten met een bijstandsuitkering op werk is een belangrijke

prestatie-indicator. Van 2016 tot en met 2018 stijgt het aantal plaatsingen op werk. In 2017 is het toenmalige doel van 1.850 plaatsingen ruimschoots behaald. In 2019 en 2020 ligt het aantal

plaatsingen ten opzichte van het ‘piekjaar’ 2017 circa 15-25% lager. De afname in 2019 wordt

mogelijk (deels) verklaard door gebruik van een ander registratiesysteem, terwijl de afname in 2020 waarschijnlijk verklaard wordt door de coronabeperkingen. Figuur 4.5

Aantal plaatsingen op werk (fulltime en parttime)

3000

2427

2500 2000

2413 2018

1776

1778

1500 1000 500 0

2016

2017

2018

2019

2020

Bron: GWS, EVA

In figuur 4.6 is te zien dat het aantal plaatsingen op een parttime baan toeneemt, met

uitzondering van het coronajaar 2020. De doelen van respectievelijk 900 en 1.078 worden in

2018 en 2019 behaald. Het doel van 900 plaatsingen in 2020 is niet behaald. De groei van het

aantal plaatsingen op parttime werk tot 2020 komt enerzijds doordat het aanbod parttime werk groeit, anderzijds doordat parttime werk voor sommige kandidaten – zoals kandidaten met een arbeidsbeperking – het hoogst haalbare is.

75

Figuur 4.6

Aantal plaatsingen op parttime werk

1400

1182

1200

946

1000 800 600

1147 750

532

400 200 0

2016

2017

2018

2019

2020

Bron: GWS, EVA

De meerderheid van de plaatsingen op werk betreft jongeren tot 27 jaar. Van alle plaatsingen op werk is de kandidaat in 33% van de gevallen (in 2018) tot 41% van de gevallen (in 2020)

jonger dan 27 jaar. Hoe ouder de kandidaat, hoe kleiner het aandeel in het aantal plaatsingen

op werk (zie figuur 4.7). Ook valt op dat in het coronajaar 2020 het aandeel plaatsingen op werk bij de jongere leeftijdsgroepen (< 27 jaar en 27-34 jaar) is toegenomen, terwijl het aandeel

plaatsingen op werk van oudere leeftijdsgroepen (45-54 jaar en 55-plussers) is afgenomen. Dat duidt erop dat relatief gemakkelijk bemiddelbare kandidaten in het coronajaar vaker aan werk zijn geholpen dan moeilijker bemiddelbare kandidaten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11116582/1