24.C11 Bijlage I Begroting 2025 evj en bijstelling 2024 - Modulaire Gemeenschappelijke Regeling RvN
Tekst van het document
Baten Bedragen in € 1.000
Arbeidsparticipatie
B 2024
B2027w
B2028
836
279
348
557
557
557
0
308
339
373
410
451
1.092
364
455
728
728
728
70
23
29
47
47
47
1.998
974
1.171
1.705
1.742
1.783
944
315
393
629
629
629
Omzet
Gemeentelijke bijdragen
Totaal Inkomensregelingen Totaal Baten Lasten Bedragen in € 1.000
944
315
393
629
629
629
2.942
1.289
1.565
2.334
2.371
2.412
B 2024
2024W
153
B2027w 153
B2028
begeleidingskosten
546
182
228
364
364
364
begeleidingskosten
0
308
339
373
410
451
Personele lasten
96
2026W
230
Salariskosten kandidaten
77
2025W
Personele lasten
Totaal Arbeidsparticipatie Overhead
2026W
Inzet nieuw beschut
Totaal Arbeidsparticipatie
Arbeidsparticipatie
2025W
Inzet nieuw beschut Overige bedrijfsopbrengsten
Inkomensregelingen
2024W
153
2.106
702
878
1.404
1.404
1.404
2.882
1.269
1.540
2.294
2.331
2.372
60
20
25
40
40
40
Totaal Overhead
60
20
25
40
40
40
Totaal Lasten
2.942
1.289
1.565
2.334
2.371
2.412
Tabel 9 Overzicht baten en lasten nieuw beschut 2024 t/m 2028 detacheringsopbrengsten voor in totaal € 388.000. Hierbij moeten we rekening houden met een risico vanwege het niet volledig kunnen factureren van het minimaal benodigd detacheringstarief. Onze ervaring is dat we voor deze kandidaten het benodigde tarief niet uit de markt kunnen halen. In 2024 verwachten we een risico van € 168.000, in 2025 € 337.000 en in 2026 € 505.000. Dit risico
dekken we uit de budgetoverheveling 2021. De uitgaven betreffen met name de salariskosten voor de medewerkers op de detacheringsbanen. Voor uitvoering en begeleiding verwachten we 1,6 fte in te moeten zetten, oplopend tot 3,2 fte. Daarnaast betalen we werkplekaanpassingen en begeleidingsvergoedingen aan werkgevers Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
46
die ervoor kiezen de begeleiding zelf te gaan uitvoeren. Overhead Overhead MGR 213.000 (hogere lasten) De overhead kosten bestaan voor € 1,5 miljoen uit operationele lasten, € 176.000 uit kapitaallasten en € 3,9 miljoen uit personele lasten. De lasten nemen met € 213.000 toe ten opzichte van de primaire begroting. De toename wordt veroorzaak door de indexeringen van de lonen en het toevoegen van het tijdelijke budget voor de manager-IT. Daarnaast is het budget voor de programmamanager kwaliteit overgeheveld naar de module Bestuursondersteuning.
Toelichting op wijzigingen van 2025 t.o.v. de bijgestelde begroting van 2024 Inkomensregelingen Zie toelichting bij de baten. WSW en beschut werk 95.000 (lagere lasten) Zie toelichting bij de baten Arbeidsparticipatie
Instrumenten 391.000 (hogere lasten) De instrumentmiddelen nemen in 2025 ten opzichte van 2024 met € 391.000 toe. In 2025 hebben we aan instrumentgelden € 7,4 miljoen beschikbaar. Op hoofdlijnen ramen wij de uitgaven als volgt: • € 2,0 miljoen ten behoeve van lokale zichtbaarheid en accenten. Dit is circa 15% van het Participatiebudget. Dit om de regionale doelen te halen en de uitgangspunten van de regionale nota Klaar voor nieuwe kansen! te verwerken. Deze 15% wordt deels toegevoegd aan het instrumentengeld en deels aan het personele budget ten behoeve van onder andere de participatiecoaches. • € 5,0 miljoen voor de inzet van diverse voorzieningen zoals scholing, werkgeversbonussen, kinderopvang, reiskostenvergoedingen, zorgjongeren, loonwaardemetingen, jobcoaching, projecten, et cetera. • € 0,4 miljoen ten behoeve van specifieke projecten zoals de Dar, Werklab etc. Inzet nieuw beschut 100.000 (hogere lasten) Voor nieuw beschut verwachten we in 2025 € 687.000 uit te geven. Door de verwachte toename van het aantal plekken verwachten we ook een toename van de uitgaven ten opzichte van 2024 van € 100.000.
De ‘oude verplichtingen’ 50.000 (lagere lasten) De ‘oude verplichtingen’ gaat over verplichtingen in het kader van de vroegere WIW- en IDdeelnemers. Deze verplichtingen van de gemeenten heeft WerkBedrijf overgenomen. Doordat er geen instroom meer is, nemen de uitgaven jaarlijks af. We verwachten € 1,4 miljoen uit te gaan geven in 2025. De algemene uitvoering arbeidsparticipatie 22.000 (lagere lasten) De algemene uitvoering arbeidsparticipatie bestaat voor € 987.000 uit operationele lasten en voor € 6,9 miljoen uit personele lasten. De lasten nemen met € 22.000 toe. Dit wordt veroorzaakt door de indexeringen van de operationele lasten en de verwachte groei bij de uitvoering van de detacheringsbanen. Daarnaast verwachten wij op de overige personele lasten een voordeel van € 60.000 te behalen. Dit betreft de reiskosten en declaraties. Directe kosten detacheringsbanen 221.000 (hogere lasten) Door de verwachte hogere instroom in 2025 nemen de directe kosten, met name loonkosten voor de uitvoering van de detacheringsbanen, verder toe.
Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
47
Inzet tijdelijke middelen 2,4 miljoen (lagere lasten) De tijdelijke middelen nemen in 2025 ten opzichte van 2024 met € 2,4 miljoen af. Dit wordt met name veroorzaakt door de afname van de projecten Doe je mee, Collectief sociale ondernemingen, RMT en Perspectief op Werk. Deze projecten ronden we eind 2024 af, waardoor er voor 2025 geen middelen meer beschikbaar zijn. In 2025 verwachten we € 625.000 beschikbaar te hebben voor tijdelijke projecten. Deze middelen zetten we in voor de projecten: • SUWI 400.000 Dit betreft een gezamenlijk project met het UWV. In de komende jaren willen we de match tussen vraag en aanbod nog meer verbeteren en verhogen. Met die reden hebben we een uitvoeringsplan opgesteld, dat nu gericht is op het verbeteren van de gezamenlijke werkgeversdienstverlening. Wij denken dat dit nog beter kan dan dat we nu al doen. Uit onze eigen onderzoeken blijkt dat werkgevers behoefte hebben aan een meer geïntegreerde dienstverlening en betere vindbaarheid van onze diensten. Het Rijk wil daarom de werkgeversdienstverlening en matching in de regio versterken. We streven naar een inclusieve, werkende arbeidsmarkt, waarin plaats is voor iedereen. We vormen samen hét punt, waar
werkgevers ondersteund worden bij het vinden van het juiste personeel en het juiste advies. We zijn met werkgevers verbonden, omdat we hun taal spreken en die van werkzoekenden. Samen met onderwijs en kennisinstellingen, vakbonden en andere partners werken we aan inclusiviteit op de arbeidsmarkt, het optimaal inzetten van talenten, waarbij duurzaam passend werk voor velen hand in hand gaat met het bevorderen van economische groei in de regio. In de begroting van 2023 was dit budget al toegevoegd. • Individuele Plaatsing en Steun (IPS) 275.000 Dit betreft de middelen beschikbaar voor de inzet van IPS-trajecten voor 2024. Voor deze kwetsbare groep zijn met een drietal zorgleveranciers afspraken gemaakt over de uitvoering van de trajecten om deze groep naar werk te begeleiden.
Tijdelijke middelen uit de budgetoverheveling 169.000 (hogere lasten) Bij de detacheringsopbrengsten moeten we rekening houden met een risico vanwege het niet volledig kunnen factureren van het minimaal benodigd detacheringstarief. Onze ervaring is dat we voor deze kandidaten het benodigde tarief niet uit de markt kunnen halen. In 2024 verwachten we een risico van € 168.000, in 2025 € 337.000
en in 2026 € 505.000. Dit risico dekken we uit de budgetoverheveling 2021. Overhead 135.000 (hogere lasten) Aan overhead verwachten we in 2025 € 5,7 miljoen uit te geven. Dit is een toename van € 135.000. Deze toename wordt met name veroorzaakt door de indexering van de operationele lasten en een toename van de personele lasten door de hogere instroom van de detacheringsbanen.
5.2.3 Toerekening baten en lasten naar taakgebieden Onderstaand maken we een eerste stap in het toerekenen van onze baten en lasten naar de drie taakgebieden die we eerder omschreven en uitwerkten: 1. Voorkomen van instroom in de uitkering 2. Beëindigen van afhankelijkheid van een uitkering 3. Minimaliseren van publieke afhankelijkheid
Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
48
Baten Bedragen in € 1.000
Voorkomen instroom in uitkering 2024P
Gemeentelijke bijdragen P Gemeentelijke bijdragen P extra
2024W
Beëindigen afhankelijkheid uitkering
2025b
2024P
2024W
Minimaliseren publieke afhankelijkheid
2025b
2024P
2024W
2025b
0
0
0
14.908
13.202
16.231
836
0
0
586
1.010
890
0
0
0
4.970
4.949
5.018
Gemeentelijke bijdragen P Nieuw beschut
0
0
0
0
0
0
0
2.270
2.457
Bijdragen loonkostensubsidie
0
0
0
0
0
0
5.162
7.511
7.432
Bijdragen loonkostensubsidie (ADS)
0
0
0
0
0
0
944
315
393
Bijdragen OWNW
0
0
0
0
0
0
2.974
3.259
3.164
Omzet
0
0
0
0
0
0
1.092
364
455
580
300
400
1.872
3.922
802
0
0
0
0
0
0
0
0
0
320
273
279
Totaal Baten
1.166
1.310
1.290
16.780
17.124
17.033
16.298
18.941
19.198
Lasten Bedragen in € 1.000
Voorkomen instroom in uitkering
A-structurele bijdragen Overige
Personele lasten (primair)
2024P
2024W
Beëindigen afhankelijkheid uitkering
2025b
2024P
2024W
Minimaliseren publieke afhankelijkheid
2025b
2024P
2024W
2025b
845
1.003
972
8.389
9.944
8.200
2.240
Insrumenten
0
0
0
4.057
2.043
3.931
0
0
0
restant NB
0
0
0
0
0
0
0
1.684
1.770
Operationele lasten
2.109
2.128
110
57
76
1.021
1.480
987
0
0
0
Directe kosten kandidaten
0
0
0
0
0
0
2.652
884
1.105
Inzet nieuw beschut
0
0
0
0
0
0
0
587
687
Verstreke loonkostensubsidies
0
0
0
0
0
0
5.162
7.511
7.432
Vergoeding ID-participatiebanen
0
0
0
0
0
0
1.447
1.447
1.397
Vergoeding dagdelen zorgleveranciers
0
0
0
0
0
0
2.659
2.922
2.827
Inzet tijdelijke middelen budgetoverheveling
0
0
0
337
168
337
0
0
0
Overhead (operationeel/kapitaal/personeel)
211
251
243
2.977
3.489
3.578
2.138
1.798
1.852
1.166
1.310
1.290
16.780
17.124
17.033
16.298
18.941
19.198
Totaal Lasten
Tabel Toerekening baten en lasten naar de drie taakgebieden * De loonkostensubsidies die uitbetaald worden aan de MGR zijn geconsolideerd.
Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
49
We zien bij voorkomen van instroom in de uitkering vooral personele inzet die we doen voor jongeren en niet-uitkeringsgerechtigden. Bij het beëindigen van afhankelijkheid van een uitkering zien we een flink deel personele inzet, inzet instrumenten en inzet van overhead.
WerkBedrijf - onderdeel SW
Baten Bedragen in € 1.000
WSW en Beschut werk
R2023
B 2024
2024W
2025W
2026W
B2027w
2028
Gemeentelijke bijdragen
37.134
38.477
38.531
38.164
35.243
32.273
29.754
Overige bedrijfsopbrengsten
1.095
653
653
57
57
57
57
Overige bijdragen
265
195
195
218
218
218
218
Materiaal verbruik
0
-17
-17
-18
-18
-18
-18
netto omzet Totaal baten
Bij het minimaliseren van publieke afhankelijkheid zien we een stuk personele inzet, loonkostensubsidies, arbeidsmatige dagbesteding, ID-banen, kosten voor uitvoering beschut werk en overhead. We zien dat de kosten onder dit taakgebied de komende jaren toenemen. Dit komt bijvoorbeeld door de toename van het aantal loonkostensubsidies dat wij verstrekken. Ook verwachten we de komende jaren meer detacheringsbanen te gaan creëren via cao Aan de slag, wat zal zorgen voor stijgende bestedingen. Het zijn kosten die samenhangen met langjarige dienstverlening en voor een groot deel vastzitten in salarissen, loonkostensubsidies of dagdeelvergoedingen (WMO).
5.3
Onderdeel SW
In deze paragraaf staan we in detail stil bij onze begroting voor het onderdeel SW. Na het overzicht
8.320
8.165
8.330
7.947
7.526
7.052
6.692
46.815
47.473
47.692
46.367
43.025
39.581
36.702
B2027w
2028
WerkBedrijf - onderdeel SW
Lasten Bedragen in € 1.000
R2023
B 2024
2024W
-545
-330
-330
Lage inkomensvoordeel Operationele lasten WSW en Beschut werk
Overhead Totaal lasten
2025W
2026W 0
0
0
0
84
58
58
61
61
58
55
Overige kosten SW medewerkers
2.691
2.197
2.648
2.456
2.317
2.185
2.068
Personele lasten
3.951
3.666
3.881
3.725
3.575
3.431
3.293
Productiekosten
728
824
824
877
877
877
877
Salariskosten SW medewerkers
36.244
37.246
36.700
35.376
32.322
29.159
26.538
Overhead MGR
3.661
3.812
3.912
3.871
3.871
3.871
3.871
46.815
47.473
47.692
46.367
43.025
39.581
36.702
0
0
0
0
0
0
0
Saldo baten en lasten
Tabel 10 Totale baten en lasten WerkBedrijf onderdeel SW 2023 t/m 2028
van de totale baten en lasten in 2023 – 2028 en de overhead, lichten we in 5.3.1 de baten en in 5.3.2 de lasten toe. Per (sub)paragraaf lichten we de begrotingswijziging 2024 en begroting 2025 toe.
De begrotingstotalen van de sociale werkvoorziening (SW) dalen van € 47,7 miljoen in 2024 naar € 36,7 in 2028. Een afname van € 10 miljoen. Dit komt doordat er geen mensen meer in de SW stromen. Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
50
5.3.1 Baten onderdeel SW
Toelichting op de begrotingswijziging 2024
Tabel 11 Totale baten WerkBedrijf onderdeel SW 2023 t/m 2028
WSW en beschut werk WerkBedrijf - onderdeel SW
Baten Bedragen in € 1.000
WSW en Beschut werk
R2023
B 2024
2024W
2025W
2026W
B2027w
2028
Gemeentelijke bijdragen
37.134
38.477
38.531
38.164
35.243
32.273
29.754
Overige bedrijfsopbrengsten
1.095
653
653
57
57
57
57
Overige bijdragen
265
195
195
218
218
218
218
Materiaal verbruik
0
-17
-17
-18
-18
-18
-18
netto omzet Totaal SE
8.320
8.165
8.330
7.947
7.526
7.052
6.692
46.815
47.473
47.692
46.367
43.025
39.581
36.702
Daling SE's
Kostprijs per SE
Wijziging kostprijs per SE
2024P
1.039,6
2024W
1.034,2
-1%
37.010 37.256
0,7%
2025W
963,0
-7%
39.630
6,4%
2026W
889,1
-8%
39.640
0,0%
2027W
813,8
-8%
39.659
0,0%
2028W
749,9
-8%
39.677
0,0%
Gemeentelijke bijdragen 55.000 (hogere baten) De gemeentelijke bijdragen stijgen met € 55.000 ten opzichte van de primaire begroting. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door het dalen van het aantal SW-medewerkers en anderzijds wordt de daling van de lasten gedempt met een toename van de salarislasten van de SW-medewerkers door indexering van de lonen. De kostprijs per SE blijft gelijk ten opzichte van de primaire begroting 2024. De kostprijs per SE stijgt van € 34.073 in 2023 naar € 37.256 in 2024. Deze toename is in de primaire begroting 2024 al vermeld en wordt volledig veroorzaakt door de stijging van de cao SW in 2023 en de nieuwe caoafspraken voor 2024. Overige bedrijfsopbrengsten Ten opzichte van de primaire begroting 2024 zijn er geen wijzigingen in de bijgestelde begroting van 2024. De overige bedrijfsopbrengsten van de SW bestaan voornamelijk uit opbrengsten voor de praktijkdiagnose en opbrengsten voor collectief vervoer. Daarnaast bestaan de overige bedrijfsopbrengsten uit opbrengsten die als dekking zijn toegevoegd voor de taken van de Participatiewet die worden uitgevoerd Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
51
door het ambtelijke personeel van de sociale werkvoorziening. Overige bijdrage In 2024 verwachten we € 195.000 te ontvangen van de gemeente Nijmegen inzake de uitvoering van de oud WIW- en ID-banen. Netto omzet 165.000 (hogere baten) De omzet stijgt met € 165.000 ten opzichte van de primaire begroting. Dit houdt een toename van 2% in. Dit wordt enerzijds veroorzaakt doordat de tarieven met ingang van 2024 geïndexeerd worden met 6,1%. Ons gemiddelde tarief neemt echter met 3% toe. Dit wordt veroorzaakt doordat er een verschuiving is geweest van medewerkers van de hogere tarieven naar de lagere tarieven, wat een grote variatie in tarieven is. Dit heeft een dempend effect op de omzet. Anderzijds is er tevens een effect op het aantal declarabele uren. Het aantal declarabele uren is met 1% meer afgenomen dat we voorzien hadden bij het opstellen van de primaire. Dit heeft hoofdzakelijk te maken met een afname van het aantal inzetbare SW-medewerkers. Ten opzichte van de primaire begroting is er een extra afname van 8,3 fte.
Toelichting op de begroting 2025 WSW en beschut werk Gemeentelijke bijdragen 367.000 (lagere baten) De gemeentelijke bijdragen dalen met € 367.000 ten opzicht van de primaire begroting. De daling wordt veroorzaakt door een verdere afname van het aantal SW-medewerkers. De afname wordt gedempt doordat we de lasten indexeren. De kostprijs per SE stijgt met 6,4%. Dit is conform de BRN-norm. Voor 2025 verwachten we een kostprijs van € 39.630. Overige bedrijfsopbrengsten 596.000 (lagere baten) De overige bedrijfsopbrengsten dalen met € 596.000 ten opzichte van 2024. De daling wordt veroorzaakt door het wegvallen van de bijdrage voor de praktijkdiagnose.
Netto omzet 383.000 (lagere baten) De omzet neemt af met € 383.000 ten opzichte van de primaire begroting. Dit houdt een afname van 5% in. Dit wordt enerzijds veroorzaakt, doordat we verwachten ons gemiddelde tarief te kunnen verbeteren met 2,6% door scherpere afspraken met onze samenwerkingspartners te maken. Anderzijds is er een effect op het aantal declarabele uren. We verwachten dat het aantal declarabele uren is met 7,6% gaat afnemen. Dit heeft hoofdzakelijk te maken met een afname van het aantal inzetbare SW-medewerkers. Ten opzichte van 2024 verwachten we een afname van 57,2 fte. Door het ouder worden van de doelgroep verwachten we 0,6% minder productiviteit.
Overige bijdrage 23.000 (hogere baten) Dit betreft de uitvoering van de oud WIW- en ID-banen voor de gemeente Nijmegen. We ramen een bedrag aan inkomsten van € 218.000. Dit is een toename van € 23.000. De toename wordt volledig veroorzaakt door de indexeringen.
Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
52
5.3.2 Lasten onderdeel SW WerkBedrijf - onderdeel SW
Lasten Bedragen in € 1.000
R2023
B 2024
2024W
-545
-330
-330
0
0
0
0
84
58
58
61
61
58
55
Overige kosten SW medewerkers
2.691
2.197
2.648
2.456
2.317
2.185
2.068
Personele lasten
3.951
3.666
3.881
3.725
3.575
3.431
3.293
Lage inkomensvoordeel Operationele lasten WSW en Beschut werk
Productiekosten Salariskosten SW medewerkers Totaal programma Overhead Totaal Lasten
Toelichting op de bijstelling van de begroting 2024 We lichten hieronder de onderdelen toe die aan de batenkant niet zijn besproken.
Overhead MGR
2025W
2026W
B2027w
2028
728
824
824
877
877
877
877
36.244
37.246
36.700
35.376
32.322
29.159
26.538
43.154
43.660
43.780
42.495
39.153
35.710
32.830
3.661
3.812
3.912
3.871
3.871
3.871
3.871
46.815
47.473
47.692
46.367
43.025
39.581
36.702
Tabel 12 Totale lasten WerkBedrijf onderdeel SW 2023 t/m 2028
Lage inkomensvoordeel Het lage inkomensvoordeel betreft fiscaal voordeel voor het in dienst hebben van medewerkers met een laag inkomen. Wij ramen het lage inkomensvoordeel voor 2024 gelijk aan de primaire begroting 2024 ad € 330.000. Operationele lasten De operationele lasten ter grootte van € 58.000 betreffen met name productie-gerelateerde uitgaven zoals Compas. Hier verwachten we geen wijzigingen ten opzichte van de primaire begroting 2024. Overige kosten SW-medewerkers 451.000 (hogere lasten) De overige kosten SW-medewerkers ramen we op € 2,6 miljoen. Dit betreft een toename van € 0,4 miljoen ten opzichte van de primaire begroting. De reiskostenvergoeding van de SW-medewerkers neemt toe als gevolg van de cao-wijziging per 1 januari 2024. Bij het collectief vervoer verwachten we voor 2024 nagenoeg gelijke kosten te hebben als in 2023. De procentuele afname door uitstroom is nagenoeg gelijk aan Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
53
de nieuwe instroom en de door de vervoerder gehanteerde indexering. Verder verwachten we bij de Bedrijfsgezondheidsdienst een toename van de kosten. Dit is een gevolg van het huidige hoge ziekteverzuim en het indexeringspercentage dat wordt gehanteerd in de tarieven 2024. Ten slotte zullen in 2024 ook de verstrekte loonkostensubsidies Begeleid Werken worden geïndexeerd, wat kostenverhogend is.
gemiddelde loonkosten lager dan waar we bij het opstellen van de primaire begroting 2024 rekening mee hebben gehouden. Dit heeft met name te maken met het feit dat het effect van de indexeringen voor 2023 lager is uitgevallen dan we verwacht hadden. Dit heeft zijn doorwerking voor de bijgestelde begroting 2024.
Personele lasten 215.000 (hogere lasten) We verwachten dat de personele lasten met € 215.000 gaan toenemen. We hebben de caolonen van het ambtelijk personeel conform de ontwikkelingen met 6% verhoogt voor 2024.
Overhead MGR 100.000 (hogere lasten) Aan overhead verwachten we in 2024 € 3,9 miljoen te gaan uitgeven. De overheadkosten bestaan voor € 1,9 miljoen uit operationele lasten. Deze lasten bestaan voornamelijk uit kosten van de Gastheer en iRvN. De operationele lasten wijzigen niet ten opzichte van de primaire begroting 2024. Daarnaast bestaan de overheadkosten uit € 2,0 miljoen personele lasten. Door de nieuwe cao verwachten we een stijging van de ambtelijke salarislasten van € 100.000.
Productiekosten Hier verwachten we geen wijzigingen ten opzichte van de primaire begroting 2024. We verwachten op het onderdeel productiekosten € 827.000 uit te geven. Dit betreft met name de exploitatiekosten van de locatie Boekweitweg. Salariskosten SW-medewerkers 547.000 (lagere lasten) De uitstroom van de verloonde formatie is 6,3 fte hoger geweest dan waar we bij het opstellen van de primaire begroting rekening mee hebben gehouden. Hoewel de indexering van de lonen hoger is uitgevallen dan verwacht, zijn de
Overhead
Toelichting op de begroting 2025 WSW en beschut werk Lage inkomensvoordeel 330.000 (lagere baten) Vanaf 2025 komt het lage inkomensvoordeel te vervallen. Het nadeel van circa € 330.000 gaat
(deels) gecompenseerd worden in een hogere SWbijdrage vanuit het Rijk. Operationele lasten 4.000 (hogere lasten) De operationele lasten stijgen conform de BRNnorm. Deze lasten ter grootte van € 61.000 bestaan uit productie-gerelateerde kosten zoals Compas. Overige kosten SW-medewerkers 191.000 (lagere lasten) De operationele lasten stijgen conform de BRN-norm. Daarnaast neemt het budget af door de afname van het aantal SWmedewerkers. Dit betreft met name de kosten van de bedrijfsgezondheidsdienst en de diverse vervoersvoorzieningen. Deze bestaan uit de vergoeding voor reiskosten van SW-medewerkers. Daarnaast bestaat deze post uit voorzieningen collectief vervoer van de SW-medewerkers. We verwachten op dit onderdeel in 2025 € 2,5 miljoen te gaan uitgeven. Personele lasten 156.000 (lagere lasten) Deze middelen zijn bestemd voor de ondersteuning van de SW-medewerkers. Op dit onderdeel verwachten we in 2025 € 3,7 miljoen te gaan uitgeven. Door het dalen van het SW-bestand verwachten we € 156.000 aan lagere personele lasten. Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
54
Productiekosten 53.000 (hogere lasten) De productiekosten stijgen conform de BRN-norm. Het betreft met name de kosten van het pand aan de Boekweitweg. Op dit onderdeel verwachten we in 2025 € 877.000 uit te gaan teven. Salariskosten SW-medewerkers 1,3 miljoen (lagere lasten) De salarislasten van onze SW-medewerkers nemen af met € 1,3 miljoen ten opzichte van 2024. Dit is een daling van 4,1%. Het aantal fte verloond daalt in 2025 met 7%. Het verschil ontstaat door de indexeringen van de lonen in 2025. Overhead Overhead MGR 41.000 (lagere lasten) Aan overhead verwachten we in 2025 € 3,9 miljoen te gaan uitgeven. De overheadkosten bestaan voor € 2,0 miljoen uit operationele lasten. Deze lasten bestaan voornamelijk uit kosten van de Gastheer en iRvN. De operationele lasten worden geïndexeerd conform de BRN-norm en stijgen met € 65.000 ten opzichte van de gewijzigde begroting 2024. Daarnaast bestaan de overheadkosten uit € 1,9 miljoen personele lasten. De personele lasten dalen met € 106.000 door het dalen van het SW-bestand.
Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
55
5.4
Onderdeel Vastgoed
De baten en lasten 2024 zijn niet gewijzigd ten opzichte van de primaire begroting. De baten en lasten 2025 zijn geïndexeerd met de BRN-norm.
WerkBedrijf - onderdeel Vastgoed
Baten Bedragen in € 1.000 Overhead WSW en beschut werk
Gemeentelijke bijdragen Overige bedrijfsopbrengsten Overige bedrijfsopbrengsten
Totaal baten
In 2024 gaat de verbouwing van de laatste fase van de locatie Boekweitweg van start. We ronden deze verbouwing in juli 2024 af. De verbouwing kan mogelijk een effect hebben op de nu voorliggende bijgestelde begroting 2024, omdat tijdens een verbouwing niet alles te voorzien is.
Overhead Totaal lasten Saldo baten en lasten
B 2024
2024W
2025W
2026W
B2027w
2028
140
147
147
157
157
157
157
1.068
460
460
490
490
490
490
728
879
879
935
935
935
935
1.937
1.487
1.487
1.582
1.582
1.582
1.582
WerkBedrijf - onderdeel Vastgoed
Lasten Bedragen in € 1.000 WSW en beschut werk
R2023
Kapitaallasten Operationele lasten Kapitaallasten Operationele lasten
R2023
B 2024
2024W
2025W
2026W
B2027w
70
154
154
164
164
164
2028 164
1.021
695
695
739
739
739
739
28
127
127
135
135
135
135
817
511
511
544
544
544
544
1.937
1.487
1.487
1.582
1.582
1.582
1.582
0
0
0
0
0
0
0
Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
56
6 Baten en Lasten ICT Rijk van Nijmegen In tabel 14 is de meerjarenbegroting 2024 tot en met 2028, inclusief de realisatie 2023 te zien. De baten bestaan uit de gemeentelijke bijdragen, de overige bijdragen (aandeel WBRN) en de overige bedrijfsopbrengsten (plusproducten). In 2024 verwachten wij in totaal € 23,2 miljoen nodig te hebben. Ten opzichte van de primaire begroting 2024 is dit een stijging van € 585.000. Deze stijging heeft voornamelijk te maken met een toename van plusproducten, zowel binnen het onderdeel Automatisering als binnen het onderdeel Applicatiebeheer. In 2023 hadden wij € 522.000 gepland als doorbelasting in verband met het Multi Tenantsproject. Helaas zijn werkzaamheden omtrent dit project vertraagd en kunnen diverse kosten pas 2024 doorbelast worden. Dit verklaart voor een groot deel de stijging in de plusproducten voor het jaar 2024. Voor een totaaloverzicht van alle geraamde plusproducten voor het jaar 2024 wordt verwezen naar bijlage 4.
Baten Bedragen in € 1.000 Overhead
ICT Rijk van Nijmegen R 2023
Lasten Bedragen in € 1.000 Arbeidsparticipatie
B 2024 W
B 2025
B 2026
B 2027
B 2028
21.172
22.147
22.789
23.976
24.095
24.215
24.336
432
453
396
422
422
422
422
21.604
22.600
23.185
24.398
24.518
24.637
24.758
Arbeidsparticipatie Totaal baten
B 2024
ICT Rijk van Nijmegen R 2023
B 2024
B 2024 W
B 2025
B 2026
B 2027
B 2028
432
453
396
422
422
422
422
Overhead
18.987
20.044
20.455
21.490
21.610
21.729
21.850
Totaal programma
19.419
20.497
20.852
21.912
22.032
22.152
22.272
Overhead
2.186
2.102
2.333
2.486
2.486
2.486
2.486
Totaal lasten
21.604
22.600
23.185
24.398
24.518
24.637
24.758
0
0
0
0
0
0
0
Saldo baten en lasten
Tabel 14 Totale baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen 2023 t/m 2028
Daarnaast heeft € 88.000 van de stijging te maken met het begroten op basis van schaal max, trede max ten opzichte van schaal max-1 binnen het Applicatiebeheer onderdeel. De gemeentelijke bijdragen binnen Automatisering veranderen niet ten opzichte van de primaire begroting. Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
57
In 2025 neemt de meerjarenbegroting verder toe met € 1,2 miljoen. Deze stijging heeft te maken met het indexeren van de begroting conform de BRN-norm van 6,54%. Daarnaast stijgt de begroting 2025 verder vanwege de toevoeging van extra middelen in verband met het beveiligingsproject en de kostenontwikkelingen. Deze twee toevoegingen zijn reeds in de vorige begroting meerjarig verwerkt. Voor nadere details verwijzen wij naar de financiële toelichting op het onderdeel Automatisering en de financiële toelichting op het onderdeel Applicatiebeheer in de paragrafen hieronder.
Deelnemersbijdrage (bedragen in € 1 miljoen) 25,0 24,0 23,0 22,0
23,2
24,4
24,5
24,6
24,8
23,3
23,4
23,5
23,6
2025
2026
2027
2028
21,6
21,0 20,0 19,0 2024
Begroting incl. Plusproducten
Begroting excl. Plusproducten
Tabel 15 Deelnemersbijdrage inclusief en exclusief plusproducten
Bovenstaande grafiek heeft betrekking op de totale deelnemersbijdrage over de komende jaren. De bijdrage bestaat uit een gedeelte gemeentelijke bijdragen en overige bijdragen. De overige bijdragen hebben betrekking op de bijdrage vanuit WBRN. Voor de vergelijkbaarheid is in de grafiek een tweetal lijnen opgenomen. Een lijn inclusief en een lijn exclusief plusproducten. In 2024 ramen wij de totale omvang van de plusproducten op € 1,6 miljoen. Voor een detaillering van de plusproducten verwijzen wij naar de tabel in bijlage 4. Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
58
Personele lasten In tabel 16 zijn de personele lasten niet meer volledig zichtbaar, omdat een deel van deze lasten onderdeel uitmaakt van de Overhead MGR. Hierbij gaat het onder anderen over de leidinggevende functies. De personele lasten in tabel 16 bestaan uit de volledige loonsom inclusief het inhuurbudget. Overige personele lasten zijn in deze tabel buiten beschouwing gelaten.
Personele lasten Bedragen in € 1.000 Arbeidsparticipatie
ICT Rijk van Nijmegen R 2023
B 2024
B 2024 W
B 2025
B 2026
B 2027
B 2028
386
405
348
371
371
371
371
Overhead
11.680
11.815
12.407
13.218
13.218
13.218
13.218
Totaal
12.066
12.221
12.755
13.589
13.589
13.589
13.589
Tabel 16 Overzicht personele lasten ICT Rijk van Nijmegen 2023 t/m 2028
De personele lasten nemen in 2024 met € 534.000 toe ten opzichte van de primaire begroting 2024. Een gedeelte van deze stijging wordt gedekt met extra inkomsten vanuit de plusproducten. Daarnaast hebben wij voor 2024 de loonsom verhoogd met 5,5% als gevolg van de nieuwe cao-afspraken en hebben we ervoor gekozen de personele lasten binnen het onderdeel Applicatiebeheer te begroten op basis van schaal max, trede max en niet op basis van max -1. Het begroten op basis van schaal max, trede max veroorzaakt een stijging van € 88.000. In 2025 stijgen de personele lasten verder met € 834.000 ten opzichte van 2024. Dit betreft de indexering conform de BRN-norm van 6,54%.
Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
59
6.1 Onderdeel Automatisering Het onderdeel Automatisering valt volledig onder het taakveld Overhead. Wij rapportteren over de totale baten en lasten, waarbij de Overhead MGR apart is opgenomen, conform de richtlijnen van de BBV. Hieronder wordt een nadere toelichting gegeven op de begrotingswijzigingen 2024 ten opzichte van de primaire begroting 2024. Daarnaast worden de ontwikkelingen in de meerjarenbegroting 2025 – 2028 nader gespecificeerd.
ICT Rijk van Nijmegen - onderdeel Automatisering
Baten Bedragen in € 1.000
R 2023 Overige bijdragen
Overhead
Overige bedrijfsopbrengsten Gemeentelijke bijdragen
Totaal baten
B 2026
B 2027
B 2028
1.328
1.328
1.436
1.445
1.454
1.464
867
353
878
356
356
356
356
14.926
16.254
16.254
17.573
17.683
17.794
17.905
17.017
17.936
18.461
19.365
19.485
19.604
19.725
B 2024
B 2024 W
B 2025
B 2026
B 2027
B 2028
Operationele lasten
6.544
6.710
7.130
7.302
7.349
7.159
7.164
Personele lasten
7.043
7.468
7.567
7.902
7.902
7.902
7.902
Kapitaallasten
Totaal lasten
B 2025
1.224
R 2023
Totaal programma Overhead
B 2024 W
ICT Rijk van Nijmegen - onderdeel Automatisering
Lasten Bedragen in € 1.000
Overhead
B 2024
Overhead MGR
1.882
2.303
2.172
2.464
2.537
2.847
2.963
15.469
16.481
16.869
17.669
17.788
17.908
18.029
1.548
1.455
1.592
1.696
1.696
1.696
1.696
17.017
17.936
18.461
19.365
19.485
19.604
19.725
0
0
0
0
0
0
0
Toelichting begrotingswijzigingen 2024
Saldo baten en lasten
De totale baten stijgen in 2024 met € 525.000 ten opzichte van de primaire begroting 2024. Deze stijging heeft te maken met de volgende oorzaken: • De plusproducten zijn specifieke diensten of producten voor bepaalde gemeenten die éénop één doorbelast worden. In 2024 zouden wij niets meer doorbelasten in de vorm van een plusproduct in verband met het Multi Tenants-project. In 2023 werd de doorbelasting voor dit project op € 522.000 geraamd. De werkzaamheden omtrent het Tenants-project zijn echter vertraagd, waardoor de werkelijke
Tabel 17 Totale baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen onderdeel Automatisering 2023 t/m 2028
Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
60
doorbelasting in 2023 € 128.000 was. De werkzaamheden worden in 2024 verder uitgevoerd en doorbelast. Daarom zijn de plusproducten opgehoogd met het restant van € 394.000 voor 2024. • Wij verwachten in 2024 eenmalig € 150.000 aan rentebaten te ontvangen. Deze post verantwoorden we onder de overige bedrijfsopbrengsten. • Er zijn een aantal kleinere mutaties in de plusproducten 2024 doorgevoerd. Per gemeente is dit terug te vinden in de tabel in bijlage 4. De totale lasten stijgen in 2024 met € 525.000 ten opzichte van de bijgestelde begroting 2024. De verschillen per categorie worden hieronder nader toegelicht: • Operationele lasten De operationele lasten zullen in 2024 stijgen met € 420.000. Het belangrijkste deel van deze stijging heeft te maken met het Multi Tenantsproject en wordt gedekt met opbrengsten uit de plusproducten. Daarnaast verwachten wij een toename binnen de licentiekosten en gaan we ervanuit dat de oude back-up & storage omgeving nog ongeveer tot medio 2024 zal moeten blijven draaien. Deze kosten verwachten we te kunnen dekken, omdat andere posten binnen de operationele lasten meevallen.
• Personele lasten De personele lasten stijgen met € 99.000. Dit heeft ten eerste te maken met de aanstelling van een Product Owner voor 2024. Hiervoor is uit de incidentele baten voor één jaar dekking. Daarnaast hebben wij de loonkosten verhoogd met 5,5% vanwege de nieuwe caoafspraken. Vorig jaar hadden wij de BRN-norm van 4,94% gehanteerd voor 2024. Daarnaast is de formatie per bureau nieuw vastgesteld vanaf 2024. Deze nieuw vastgestelde formatie vormt de basis voor de personele begroting en het inhuurbudget is gelijk gebleven. De stijgende personele lasten kunnen gedekt worden door verwachte lagere lasten binnen de Kapitaallasten en Overhead MGR. Ten slotte is in 2023 een begrotingswijziging doorgevoerd, waarmee de personele lasten van de functie Teamleider onder de categorie Overhead MGR vallen. • Kapitaallasten De kapitaallasten zullen naar verwachten met € 131.000 dalen. Deze daling heeft te maken met een begrotingsfout in het afgelopen jaar. In de kapitaallasten waren ten onrechte de licentiekosten meegenomen. Dit overschot wordt nu gebruikt om de personele lasten te kunnen dekken. De komende jaren zullen de kapitaallasten wel verder stijgen. Dit
komt voornamelijk door het stijgende aantal gebruikers en de daarbij horende benodigde laptops en mobiele telefoons. Ook heeft de investering in de back-up & storage met een waarde van € 4,2 miljoen in 2023 invloed op de kapitaallasten voor de komende jaren. • Overhead MGR Naar verwachting zal de Overhead MGR met € 137.000 stijgen. Deze stijging heeft voornamelijk te maken met de begrotingswijziging die doorgevoerd is in 2023. Met deze begrotingswijziging komen de personele lasten van de functie Teamleider terecht binnen de categorie Overhead MGR. Deze begrotingswijziging voegt € 300.000 kosten toe aan de Overhead MGR. De begrotingswijziging wordt in mindering gebracht op de categorie personale lasten en heeft dus geen effect op de bijdrage. Daarnaast voorzien wij ook dalende kostenposten binnen de Overhead MGR. Dit heeft te maken met lagere kosten vanuit de gastheer. Wij verwachten nu lagere kosten in verband met de energielasten en de doorbelasting in verband met personele kosten vanuit de gastheer zal dalen. Dit omdat wij vanaf 2024 samen met WBRN overgaan op ons eigen financieel systeem. De gastheerschapskosten worden intern tussen het Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
61
onderdeel Automatisering en het onderdeel Applicatiebeheer verdeeld. Wel moet hierbij vermeld worden, dat de kosten in verband met de energielasten van het datacentrum nog niet volledig inzichtelijk zijn.
Toelichting begroting 2025 Voor 2025 zijn de baten geïndexeerd met de BRNnorm van 6,54%. Daarnaast zal het Multi Tenantsproject met een waarde van € 394.000 vanaf 2025 vervallen, wanneer plusproduct als mede de rentebaten van € 150.000 komen te vervallen. Daarom is er in 2025 ten opzichte van 2024 een daling te zien van de overige bedrijfsopbrengsten. Voor 2025 hebben wij de lasten geïndexeerd conform de BRN-norm van 6,54% en zullen de lasten verder stijgen in verband met het beveiligingsproject en de kostenontwikkelingen. Daarnaast vervalt in 2025 de doorbelasting in verband met de Multi Tenants. In 2025 vervallen de personele lasten die gedekt worden uit die incidentele baten. Voor de jaren 2025 – 2028 rekenen wij met een standaard investeringsvolume van € 2,5 miljoen per jaar. De kapitaallasten van deze investeringen hebben we doorvertaald naar de begroting 2025. De verdeling van de toekomstige investeringen is terug te vinden in de tabel in bijlage 9. Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
62
6.2
Onderdeel Applicatiebeheer
Het onderdeel Applicatiebeheer valt voor een gedeelte onder het taakveld Overhead en voor een gedeelte onder het taakveld Arbeidsparticipatie. Wij rapporteren over het totaal aan baten en lasten, waarbij Overhead MGR apart is opgenomen, conform de BBV-richtlijnen. Hieronder wordt een nadere toelichting gegeven op de begrotingswijzigingen 2024 ten opzichte van de primaire begroting 2024. Daarnaast worden de ontwikkelingen in de meerjarenbegroting 2025 – 2028 nader gespecificeerd.
Toelichting begrotingswijzigingen 2024 De totale baten stijgen in 2024 met € 60.000 ten opzichte van de primaire begroting 2024. Deze stijging heeft te maken met de volgende oorzaken: • De overige bijdragen zullen met € 57.000 afnemen. Deze hebben betrekking op de bijdrage van Werkbedrijf. De afname komt door een daling van de benodigde formatie. De lasten nemen met een gelijk bedrag af. • Een toename in de plusproducten van € 219.000. Plusproducten zijn specifieke diensten of producten voor bepaalde gemeenten die één- op één doorbelast worden. Voor een gedetailleerde lijst van de
ICT Rijk van Nijmegen - onderdeel Applicatiebeheer
Baten Bedragen in € 1.000 Arbeidsparticipatie Overhead
R 2023 Overige bijdragen Gemeentelijke bijdragen Overige bedrijfsopbrengsten
Totaal baten
Overhead
Saldo baten en lasten
B 2026
B 2027
B 2028
432
453
396
422
422
422
422
3.693
3.591
3.826
3.826
3.826
3.826
728
518
737
785
785
785
785
4.587
4.664
4.724
5.033
5.033
5.033
5.033
B 2024
46
B 2024 W
48
48
B 2025
B 2026
51
B 2027
51
B 2028
51
51
Personele lasten
386
405
348
371
371
371
371
Operationele lasten
285
285
271
288
288
288
288
Personele lasten
3.225
3.271
3.309
3.526
3.526
3.526
3.526
7
7
7
7
7
7
7
3.950
4.016
3.983
4.244
4.244
4.244
4.244
637
648
741
790
790
790
790
4.587
4.664
4.724
5.033
5.033
5.033
5.033
0
0
0
0
0
0
0
Totaal programma Totaal lasten
B 2025
3.427
R 2023 Operationele lasten
Kapitaallasten Overhead
B 2024 W
ICT Rijk van Nijmegen - onderdeel Applicatiebeheer
Lasten Bedragen in € 1.000 Arbeidsparticipatie
B 2024
Overhead MGR
Tabel 18 Totale baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen onderdeel Applicatiebeheer 2023 t/m 2028
Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
63
plusproducten verwijzen wij naar bijlage 4. Hierin is exact de opbouw van de plusproducten per gemeente te vinden. • De gemeentelijke bijdragen dalen met € 102.000. Ten eerste is de formatie voor Nijmegen gedaald met 1 fte met betrekking tot het Datahuis. Dit betreft een daling van € 87.000. Daarnaast is de formatie ook weer toegenomen met 0,5 fte vanwege het beheer van Forus en FoxIT. Dit heeft een stijging van € 44.000 tot gevolg. Buiten dit is ervoor gekozen om binnen het Applicatiebeheer af te wijken van de normale begrotingssystematiek, gebaseerd op schaal max-1. De begroting van onderdeel Applicatiebeheer is vanaf 2024 gebaseerd op werkelijke loonkosten, omdat dat beter past bij de aard van de dienstverlening. Dit heeft een stijging van € 88.000 tot gevolg. Ook is het additionele budget verlaagd met € 107.000, dit heeft nu een totale waarde van € 100.000. De resterende daling van € 40.000 heeft te maken met de nieuw vastgestelde formatie voor 2024. De totale lasten stijgen in 2024 met € 60.000 ten opzichte van de primaire begroting 2024. De verschillen per categorie worden hieronder nader toegelicht:
• O perationele lasten De operationele lasten zullen naar verwachting met € 14.000 dalen. Dit heeft voornamelijk te maken met de verlaging van het additionele budget naar € 100.000. Het additionele budget wordt daarmee met € 107.000 verlaagd. Daarnaast heeft de stijging binnen de operationele lasten enkel te maken met de toename van plusproducten. Hier staan weer directe opbrengsten tegenover. Voor een gedetailleerde lijst met alle plusproducten voor 2024 wordt verwezen naar bijlage 4. • Personele lasten Binnen de personele lasten verwachten wij een stijging van € 38.000. Deze stijging wordt voor € 88.000 veroorzaakt door de nieuwe begrotingssystematiek op basis van schaal max, trede max. Daarnaast stijgen de personele lasten met € 200.000 vanwege extra plusproducten, waar directe opbrengsten tegenover staan. Ook is besloten de formatie met 1 fte te verminderen vanwege het Datahuis en vervolgens met 0,5 fte te laten stijgen in verband met het beheer van Forus en FoxIT. Daarnaast hadden we vorig jaar de personele lasten voor 2024 geïndexeerd met 4,94%. Vanwege de nieuwe afspraken binnen de cao hebben we de personele lasten nu met 5,5% verhoogd. Ten slotte is in 2023 een
begrotingswijziging doorgevoerd waarmee de kosten van de functie Teamleider onder de categorie Overhead MGR vallen. Deze begrotingswijziging zorgt voor € 200.000 minder lasten in de categorie personele lasten. • Overhead MGR Naar verwachting zal de Overhead MGR met € 93.000 stijgen. De stijging heeft te maken met € 200.000 extra lasten in verband met de begrotingswijziging rondom de functie Teamleider. Daarnaast worden ook kostendalingen binnen de Overhead MGR verwacht. Deze daling heeft te maken met lagere kosten vanuit de gastheer. Wij verwachten nu lagere kosten in verband met de energielasten en dat de doorbelasting in verband met personele kosten vanuit de gastheer zal dalen. Dit omdat wij vanaf 2024 samen met WBRN overgaan op ons eigen financieel systeem. De gastheerschapskosten worden intern tussen het onderdeel Automatisering en het onderdeel Applicatiebeheer verdeeld. Wel moet hierbij vermeld worden dat de kosten in verband met de energielasten van het datacentrum nog niet volledig inzichtelijk zijn.
Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
64
Toelichting begroting 2025 De overige bijdragen, gemeentelijke bijdragen en overige bedrijfsopbrengsten zijn voor 2025 geïndexeerd met 6,54% conform de BRN-norm. Voor het begrotingsjaar 2025 zijn de lasten eveneens geïndexeerd conform de BRN-norm van 6,54%. Er zijn geen verdere inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd met een impact op de personele omvang of de materiële lasten.
Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
65
Deel 3
Paragrafen
Een begroting moet een aantal paragrafen bevatten die in de BBV voorgeschreven zijn. Dit noemen we de paragrafen. In dit deel van de begroting gaan we achtereenvolgens in op: • Weerstandsvermogen en risicobeheersing • Financiering • Bedrijfsvoering • Onderhoud kapitaalgoederen • Verbonden partijen • Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo) • Duurzaamheid Tot slot formuleren we op het eind van dit deel het besluit van het algemeen bestuur.
Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
66
7 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de MGR Rijk van Nijmegen in staat is tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: a. de weerstandscapaciteit: dit zijn de middelen en de mogelijkheden waarover de MGR Rijk van Nijmegen beschikt of kan beschikken om nietbegrote kosten te dekken; b. a lle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De paragraaf over het weerstandsvermogen bevat minimaal: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico’s; c. het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s. Voor nadere informatie verwijzen we naar de notitie risico-inventarisatie van de MGR.
Weerstandscapaciteit De MGR kiest ervoor geen weerstandsvermogen aan te houden maar mogelijk een kostenegalisatiereserve per gemeente te vormen. Dit betekent dat de risico’s worden opgenomen in de begroting en jaarrekening van de deelnemende gemeenten.
Risico’s De inventarisatie van risico’s heeft tot doel om verantwoording af te leggen over en inzicht te geven in de risico’s die voor de MGR Rijk van Nijmegen (zowel procesmatig als voor het bedrijf zelf) van belang zijn. Het is essentieel dat de risicoparagraaf voldoende vooruitkijkt naar toekomstige risico’s in beleid en uitvoering en de gevolgen daarvan voor de middelen. De risicoparagraaf geeft informatie over de houdbaarheid van de strategie voor de komende periode. In deze paragraaf benoemen we de grootste risico’s inzake: 1. wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s; 2. maatschappelijke risico’s; 3. middelen, organisatie, medewerkers en efficiency.
Ad 1 Wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s Afbouw en ontschotting Participatiebudget Per 1 januari 2023 is het gemeentefonds opnieuw ingericht, waardoor het klassieke reintegratiebudget, de begeleiding nieuw Wajong en de begeleiding nieuw regulier zijn overgeheveld naar het sociaal domein, onderdeel participatie. Daarmee is de inzichtelijkheid van de financiering voor WerkBedrijf komen te vervallen, omdat uit het onderdeel participatie meer gefinancierd moet worden dan alleen de taken die WerkBedrijf uitvoert. Hieruit moet ook het minimabeleid en de uitvoering van de uitkeringenverstrekking bekostigd worden. Voor 2024 baseren wij ons nog op de oude systematiek. Momenteel ligt er in de regio een besluit voor om met ingang van 2025 over te gaan op een verdeling van de middelen volgens het Berenschotmodel. Tevens is in dit besluit een korting opgenomen van € 1,2 miljoen. Wanneer deze korting effectief wordt, is afhankelijk van de besluitvorming rondom nieuw beschut, maar in ieder geval vanaf 2027. In het eerste kwartaal 2024 zullen de gemeenten tot besluitvorming komen op dit punt.
Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
67
Aanbieden beschut werk (nieuw) vanuit de Participatiewet Kandidaten die uitsluitend in een beschutte werkomgeving betaald werk kunnen verrichten, ondersteunen we zoveel mogelijk om actief te kunnen zijn op de arbeidsmarkt. Voor kandidaten die een positief advies beschut werk nieuw van UWV krijgen, organiseren we (indien mogelijk) een tijdelijk dienstverband in een beschutte omgeving van maximaal 23 maanden, met 100% Wettelijk minimumloon (WML). In totaal waren eind 2023 43 kandidaten aan het werk met een beschut werk (nieuw) dienstverband. We sturen op duurzame plaatsingen en bemiddelen de kandidaat naar een volgende of vaste werkplek. De kosten dekken we uit de loonkostensubsidie. Die wordt overgeheveld vanuit het bijstandsbudget (BUIG) van de gemeenten. Uit het Participatiebudget financieren we de begeleidingsvergoeding en eventuele werkplekaanpassingen. Het eerste risico is dat deze dekking afneemt of wegvalt, terwijl de loonkosten voor kandidaten met een nieuw dienstverband beschut blijven bestaan. Een tweede risico is het niet tegen kostendekkende tarieven kunnen plaatsen van kandidaten met een dienstverband. Een derde risico is de stijging van de loonkosten. Wanneer de structurele kosten niet meer gedekt kunnen worden vanuit deze middelen, ontstaat een financieel risico voor de gemeenten. Voor (naar schatting) drie
jaar hebben we dit financieel risico afgedekt, daarna niet meer. De omvang van dit risico is pas te bepalen als het aantal kandidaten met een vast dienstverband bekend is. In de begroting van 2024 bijgesteld en 2025 en volgende jaren is daar een inschatting voor gemaakt. Het aantal kandidaten dat onder deze regeling valt is nog te beperkt om een goede calculatie te maken. Het vierde risico is dat wij op dit moment substantieel minder nieuw beschut plaatsen realiseren dan onze taakstelling, terwijl we wel bekostigd krijgen op deze taakstelling. Het Rijk is voornemens om vanaf 2025 de bekostiging te baseren op basis van realisatie. In dat geval gaat de regio rond de € 1,8 minder middelen ontvangen, die nu deels voor andere uitvoeringstaken ingezet worden. Meer duidelijkheid komt hierover in de loop van 2024. Uittreden van een gemeente Uittreding van een gemeente uit de MGR of uit één of meerdere modules heeft tot gevolg dat er frictiekosten ontstaan bij de MGR. Vooral als er langlopende verplichtingen zijn aangegaan, kunnen de frictiekosten aanzienlijk zijn.
Ad 2
Maatschappelijke risico’s
Klant- en marktrisico’s onderdeel SW Hierbij gaat het voornamelijk om de volgende risicofactoren: • Lagere uurtarieven gedetacheerde SWmedewerkers; • Minder productieve uren gedetacheerde SWmedewerkers en/of lagere stijging toegevoegde waarde in beschut werk door ouder wordende doelgroep en cao-afspraken; • Onvoldoende detacheringsmogelijkheden in de markt. ICT Dit betreft met name het risico van uitval of het hacken van ICT voorzieningen. De MGR anticipeert op dit risico door het uitvoeren van tests en door permanent te werken aan het verbeteren van haar ICT omgeving. Het voldoen aan de vereisten van de BIO maakt daar onderdeel van uit. Desondanks blijft de mogelijkheid van uitval bestaan. Dit brengt risico’s met zich mee in de continuïteit van dienstverlening en kan tevens leiden tot hoge herstelkosten. De impact daarvan laat zich vooraf moeilijk bepalen.
Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
68
Ad 3 Middelen, organisatie, medewerkers en efficiency Belastingen Ten aanzien van de vennootschapsbelasting, de loonheffing en de omzetbelasting zijn momenteel geen risico’s bekend. Naleving van de fiscale regels borgen wij door instructies en toetsing achteraf bij de BTW-aangiften en bij de uitvoering van interne controles op bijvoorbeeld het gebruik van de poolauto’s, etc. Daarnaast laten wij ons bij fiscale vraagstukken bijstaan door externe deskundigen.
tijdig te kunnen voldoen aan wet- en regelgeving op het gebied van informatiebeveiliging. Het grootste risico is dat bijzondere persoonsgegevens uitlekken. Ook het uitlekken van bedrijfsinformatie valt onder deze risico’s. Ondanks de getroffen maatregelen kunnen zich dergelijke incidenten voordoen. De impact van een dergelijk incident is niet vooraf in te schatten. De maximale geldboete kan oplopen tot ruim € 20 miljoen of 4% van de omzet van een organisatie. Voor MGR houdt dit in een maximale boete van € 4,1 miljoen en er kan sprake zijn van veel negatieve publiciteit.
Juridisch Op juridisch gebied zijn op dit moment geen risico’s bekend. Naleving van wet- en regelgeving borgen we door het geven van voorlichtingsbijeenkomsten. We werken het zo concreet als mogelijk uit in instructies, verordeningen en beleidsregels. Ten slotte toetsen onze kwaliteitsmedewerkers op de naleving ervan. Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) Informatiebeveiliging vormt een belangrijk onderwerp binnen de MGR Rijk van Nijmegen. Met name aan de borging van de privacy van betrokkenen wordt veel aandacht besteed. De noodzakelijke maatregelen zijn getroffen om Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
69
Bruto risico
Bedragen in € 1
Netto (rest) risico
Politiek Landelijk politiek niveau
8.316.000
3.210.000
Regionaal politiek niveau
400.000
140.000
Subtotaal
8.716.000
3.350.000
Maatschappelijk Imagoschade
735.000
452.000
Ecologisch/milieu
0
0
Subtotaal
735.000
Ad 4 € 452.000
Juridisch/wettelijk Juridisch/ wettelijk
1.260.000
Subtotaal
435.000 1.260.000
435.000
Financieel/ economisch Economisch
1.730.000
790.000
Financieel
0
0
Subtotaal
1.730.000
790.000
ICT Algemeen
0
0
Tevredenheid regiogemeenten
400.000
210.000
Informatiebeveiliging / privacy
1.830.000
Subtotaal
705.000 2.230.000
915.000
Organisatorisch/Bestuurlijk Bestuurlijk
0
0
Personeel
1.700.000
760.000
Vastgoed
350.000
70.000
Subtotaal
2.050.000
830.000
Totaal exclusief voorzieningen
16.721.000
6.772.000
Reserves & voorzieningen Voorziening SPP Totaal risico-inventarisatie MGR
920.000
920.000 15.801.000
5.852.000
Economische risico’s
De geopolitieke ontwikkelingen in 2023, zoals de voortdurende oorlogen en het ruimte liquiditeitsbeleid van de centrale banken hebben geleid tot schaarste en oplopende prijzen. Daar ondervindt de iRvN nadeel van door oplopende prijzen, chiptekort en schaarste aan personeel. WerkBedrijf ondervindt ook nadelen, maar op dit moment nog in mindere mate dan iRvN, omdat WerkBedrijf een deel van de lasten vergoed krijgt door hogere vergoedingen vanuit het Rijk zoals het SW-budget. Conclusie risico-inventarisatie In tabel 19 staat de risico-inventarisatie. Het netto (rest)risico is het ingeschatte, te betalen schadebedrag als het risico zich daadwerkelijk voordoet. Het totale netto (rest)risico na aftrek van de voorzieningen is het risico waarmee de MGR rekening moet houden. Aangezien de MGR geen weerstandsvermogen opbouwt, betekent dit dat de deelnemende gemeenten rekening dienen te houden met dit risico bij het bepalen van hun weerstandscapaciteit. In bijlage 11 is de verdeling per gemeente te vinden.
Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
70
8 Financiering Het doel van deze paragraaf is om te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s. De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden. Op de MGR is de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) van toepassing. Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde, verstandige en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de MGR met een statuut te regelen. In 2020 is voor de MGR het treasurystatuut vastgesteld, waarin de regels over de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten en de administratieve organisatie van de financieringsfunctie zijn opgenomen. Dit is tevens de meest recente versie.
Treasurybeheer Volgens artikel 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten dient de begrotingsparagraaf betreffende de financiering in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer te bevatten. Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: • De MGR mag leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak uitsluitend verstrekken aan door het algemeen bestuur goedgekeurde derde partijen. Hierbij wordt vooraf advies ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij. • De MGR kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie, als deze uitzettingen vertrouwd zijn en niet gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het vertrouwde karakter van deze leningen c.q. uitzettingen wordt gewaarborgd met richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut; • Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.
Risicobeheer; de kasgeldlimiet en renterisiconorm De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn koersrisico’s, renterisico’s en kredietrisico’s. Koersrisico’s De MGR heeft geen leningen in buitenlandse valuta. Transacties in buitenlandse valuta komen niet of nauwelijks voor. Het koersrisico is dus nihil. De MGR heeft geen beleggingen en staatsobligaties. De MGR is verplicht eventuele overtollige middelen bij de schatkist te stallen (schatkistbankieren) en gaat dus geen nieuwe beleggingen aan. Renterisicobeheer De kasgeldlimiet geeft het renterisico op korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar. Het doel van deze limiet is om te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente, grote schokken gaan optreden in de hoogte van de rente die de MGR moet betalen. Het niveau van de kasgeldlimiet is beperkt tot 8,5% van het totaal van de primaire begroting. De wettelijk toegestane kasgeldlimiet van 8,2% is in 2023 niet overschreden. Ook het
Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
71
meerjarenperspectief is dat het niet structureel wordt overschreden.
genoemd. Hierdoor kan de MGR geen gelden meer beleggen en is ze voor rentevergoedingen afhankelijk van de vergoedingen die het Rijk geeft. De ‘overtollige middelen’ zijn de gelden boven een drempelbedrag. Dat drempelbedrag wordt bepaald aan de hand van een percentage van het begrotingstotaal. In enig kwartaal mag dit drempelbedrag aan eigen (gemiddeld) banksaldo niet worden overschreden.
Renterisiconorm De renterisico’s op de vaste schuld worden ingekaderd door de renterisiconorm. Jaarlijks mogen de renterisico’s door renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal (leningen met een looptijd vanaf 1 jaar). In tabel 20 is te zien dat de renterisiconorm de komende vier jaren ruimschoots wordt gehaald.
Gewaarborgde geldleningen De MGR is geen gewaarborgde geldleningen aangegaan bij een externe partij.
Schatkistbankieren Sinds de oprichting in 2015 is de MGR verplicht om haar overtollige middelen aan te houden bij het Rijk. Dit wordt schatkistbankieren
Bedragen in € 1.000 Begrotingstotaal
R2023
Overige geldleningen De MGR heeft in 2015 een lening afgesloten van
B2024P
B2024W
B2025W
B2026W
B2027W
B2028W
98.236
103.016
106.793
107.256
105.323
101.051
99.659
percentage renterisiconorm
20%
20%
20%
20%
20%
20%
20%
Toetsbedrag renterisiconorm
19.647
20.603
21.359
21.451
21.065
20.210
19.932
55
55
55
55
55
55
55
19.592
20.548
21.304
21.396
21.010
20.155
19.877
Aflossing Ruimte
€ 1,2 miljoen, met een jaarlijks vast aflossings- en rentebedrag van € 70.000. De looptijd is tot 2 januari 2035. In 2017 is een aflossingsvrije lening aangetrokken van € 4,5 miljoen. Deze lening is overeengekomen voor een looptijd tot 27 april 2037, met een aflossing in één termijn op het eind en een rentepercentage van 1,73%. In 2018 is een aflossingsvrije lening aangetrokken van € 2,5 miljoen. Deze lening is overeengekomen voor een looptijd tot 25 juni 2038 met een aflossing in één termijn op het eind en een rentepercentage van 1,71%.
Tabel 20 Renterisiconorm en ruimte in de periode 2023 t/m 2028 Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
72
9 Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering is de sturing en beheersing van de primaire en ondersteunende processen om het voorgenomen beleid en de daarmee samenhangende doelstellingen van de MGR te realiseren. Een goede bedrijfsvoering is een voorwaarde voor het uitoefenen van het beleid, de dienstverlening aan kandidaten en ondernemers en de uitvoering van projecten. De kwaliteit van de uitvoering van de taken van de MGR is in grote mate afhankelijk van de kwaliteit van de bedrijfsvoering. In deze paragraaf informeren wij u over de belangrijkste bedrijfsvoeringsprocessen binnen de MGR. U treft informatie aan over het beleid, de organisatie, het personeelsbeleid, informatisering, de administratieve organisatie en de kansen en bedreigingen voor de MGR.
Beleid van de bedrijfsvoering De organisatiestructuur van de MGR is een afgeleide van het zogenoemde afdelingenmodel. De organisatie staat onder algemene leiding van een algemeen directeur, tevens secretaris van de MGR.
Binnen de MGR is de planning & control cyclus ingericht. Deze start met de begroting waarin de afspraken over het te voeren beleid worden vastgelegd. Via kwartaalrapportages leggen we tussentijds aan gemeenten verantwoording af over het gevoerde beleid. Het jaar sluiten we af met een jaarrekening waarin we verantwoording afleggen over het gehele boekjaar.
Organisatiestructuur
Naast de verantwoordingsdocumenten zijn de volgende documenten opgesteld om de bedrijfsvoering verder vorm te geven: • Notitie weerstandsvermogen • Notitie en richtlijn activeren en afschrijving • Treasurystatuut • Financiële verordening • Controleverordening • Controleplan • Beschrijvingen van de primaire processen • Gastheerrol • Mandatering • Informatiebeveiligingsbeleid • Privacybeleid
Algemeen bestuur Het algemeen bestuur bestaat uit 15 leden, de voorzitter inbegrepen. Dit zijn leden van de colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten. Aan het algemeen bestuur behoren de taken en bevoegdheden toe die in de wet aan het algemeen bestuur zijn opgedragen, evenals alle bevoegdheden die op basis van de modulaire gemeenschappelijke regeling Rijk van Nijmegen aan dit orgaan worden opgedragen, en niet aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of een bestuurscommissie zijn opgedragen.
Bijgaande notities moeten waarborgen dat de MGR binnen de wettelijke en financiële kaders handelt. De resultaten hiervan leggen we aan het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur ter besluitvorming voor.
De Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen kent de volgende drie bestuursorganen: algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter. Daarnaast hebben we een bestuurscommissie Werk en een agendacommissie.
Dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur telt vijf leden inclusief de voorzitter. De leden worden door en uit het algemeen bestuur benoemd. Conform de wet en de regeling komt het dagelijks bestuur de bevoegdheid toe die in de gemeente toekomt aan
Begroting 2025 – 2028 MGR Rijk van Nijmegen
73
het college van burgemeester en wethouders. Drie zetels van de vijf zijn gevuld. De voorzitter De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur benoemd. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het dagelijks bestuur als ook het algemeen bestuur. Hij vertegenwoordigt de regeling in en buiten rechte. Bestuurscommissie Werk De leden van de bestuurscommissie worden door het algemeen bestuur benoemd. In de regel bestaan de leden uit de portefeuillehouders Werk van de aan de MGR deelnemende gemeenten. De bestuurscommissie is verantwoordelijk voor de inhoudelijke koers van WerkBedrijf. De bestuurscommissie adviseert hierin het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur. Agendacommissie De agendacommissie bestaat uit raadsleden van de zeven deelnemende gemeenten en kent zeven leden, inclusief de voorzitter. De agendacommissie heeft haar taken en rolopvatting beschreven in haar reglement van orde. Zij heeft als taak de logistieke voorbereiding en planning van de politieke besluitvorming ten behoeve van de gemeenteraden van de aan de MGR deelnemende gemeenten, en schept randvoorwaarden zodat