raad 7 en 10 november 2022 begrotingsbehandeling
Tekst van het document
Mijn amendement regelt dat de gemeente de hondenbezitters alleen de werkelijke kosten in rekening gaat brengen. Vindt u het gerechtvaardigd om de hondenbezitters méér dan de werkelijke kosten te laten betalen? De heer Van den Wollenberg: Zoals ik al heb uitgelegd, vinden wij het ongerechtvaardigd dat hondenbezitters extra worden belast met het doel om inkomsten voor de gemeente te genereren. In het komende jaar gaan wij over een integraal hondenbeleid spreken, dus ook over de wederprestaties die de gemeente levert. Als men nu zegt dat men het tarief van de hondenbelasting wil reduceren, gaat het maar om de helft van het verhaal. Ik merk hierbij op dat het college dat er in 2019 zat heeft gezegd dat het bij de hondenbelasting om een doeluitkering ging. Zo stond het in de tekst die ik heb geciteerd, want ik was al bang dat een spitsvondige wethouder er iets van zou kunnen gaan vinden. Wij gaan het volgend jaar zien wat het hondenbeleid zal worden. De heer Scheurwater: Het moet een doelbelasting worden, zodat alleen de werkelijke kosten in rekening worden gebracht. Dat is het item van het amendement. Ik moet nog steeds constateren dat de kosten thans maar € 50 zijn, terwijl er per hondenbezitter € 134,78 binnenkomt. De heer Van den Wollenberg: U noemt het bedrag van € 50, maar daarin betrekt u niet wat de gemeente daarvoor aan tegenprestaties levert.
Misschien zijn de hondenfaciliteiten ondermaats en moet er een grotere tegenprestatie tegenover komen te staan. De heer Scheurwater: Op vragen die wij deze zomer aan het college hebben gesteld, werd geantwoord dat het in 2022 en 2023 gaat om € 50 structurele kosten per hondenbezitter; met de incidentele kosten erbij wordt er uitgekomen op € 60. Dat is de situatie. Dat er nu veel meer dan dat wordt binnengehaald, moeten wij als partijen toch niet willen. De heer Van den Wollenberg: Daarom gaan wij op korte termijn naar het hondenbeleid kijken, zoals ook de portefeuillehouder heeft gezegd. Hoogbouw. De fractie van D66 vroeg hoe de andere fracties denken over het gaan maken van een uitzondering op de huidige regel dat hoogbouw wordt gelimiteerd tot zes woonlagen. Voor de Ambachtse VVD is dit een onderdeel van een bredere discussie over het wonen in Ambacht. In beperkte mate zou de keuze voor bouw in meer dan zes lagen misschien aan een vergroting van het woningaanbod kunnen bijdragen, maar er staat tegenover dat hoogbouw een impact heeft op de leefomgeving en dat de kwaliteit van woningen in hoogbouw over het algemeen lager is dan die van een eengezinswoning, want een woning in de hoogbouw heeft uiteraard geen achtertuin.
Vergadering van 7 en 10 november 2022.
71
Mevrouw Gommans-Dane: Wij denken bij ons voorstel alleen maar aan woningen die in het gebied aan de Noord zouden kunnen worden gebouwd. Wij zeggen dus niet dat er op elk vrij plekje in Ambacht wel een flat van tien etages zou kunnen komen, want wij willen deze gemeente graag een gemeente met veel laagbouw laten blijven. Aan de Noord, dus aan de waterkant, zijn er voor het plegen van hoogbouw minder problemen en zou de omgeving er ook geen last van hebben. Door de hoogte in te gaan, zouden de woningen ook betaalbaarder worden. Het gaat ons dus alleen om een stukje van het gebied aan de Noord, niet om plekken in het dorp zelf. De heer Van den Wollenberg: Een vraag aan de wethouder is dan in hoeverre het huidige plan voor het betrokken gebied nog zou kunnen worden veranderd. Als dat plan op de agenda komt te staan, zullen wij het er verder over kunnen hebben. Dat lijkt mij een logische gelegenheid daarvoor. Afronding. Tijdens deze algemene beschouwingen zijn er aan het adres van het college veel oproepen gedaan. Daarmee heeft iedere fractie uiting gegeven aan wat volgens haar de prioriteiten voor het college moeten zijn. Vele daarvan zijn omarmd, maar daarmee begint de uitvoering ervan natuurlijk pas. Het jaar 2023 wordt dus een jaar van het concretiseren en uitvoeren van de omarmde oproepen.
De vraagstukken zijn groot, evenals de verwachtingen die de Ambachtse VVD van het college heeft, maar de aanpak van die vraagstukken ziet de fractie met veel vertrouwen tegemoet. Namens de Ambachtse VVD bedanken wij de ambtelijke ondersteuning en de griffier. Op persoonlijke titel dank ik ook mevrouw Verlijsdonk en de heren Ouwerkerk en Wijnmalen, want het gaat per slot van rekening om een gezamenlijke inspanning. Dank voor jullie steun! De heer Nugteren: Mijnheer de voorzitter. Allereerst een woord van dank aan de medewerkers van de ambtelijke organisatie: bedankt voor jullie inspanningen tijdens de vorming van deze coalitie en natuurlijk ook bij het maken van deze begroting. Ook de griffie, onze steun en toeverlaat, wordt bedankt voor alle inspanningen, terwijl Carla en Esther worden bedankt voor hun goede zorgen in alle vergaderingen waaraan wij mogen deelnemen. Voorts danken wij alle portefeuillehouders voor hun uitgebreide antwoorden op de in eerste termijn gestelde vragen, antwoorden waarop ik nu zal ingaan. Op onze vraag omtrent de zondagopenstelling van het zwembad antwoordde portefeuillehouder Van Die dat daarover gesprekken zullen worden gevoerd. Dat antwoord was niet heel specifiek.
Kan hij zeggen wanneer die gesprekken gaan plaatsvinden, gezien de urgentie die dit dossier al geruime tijd heeft? Portefeuillehouder Flach wordt bedankt voor het antwoord op onze vraag over de mogelijkheid van toepassing van het instrument van opkoopbescherming. Wij kijken belangstellend uit naar de hierover op te stellen startnotie. Zijn opmerking dat de materialen voor een fietsenstalling nabij De Schoof zijn besteld en zijn toezegging dat deze nu zo snel mogelijk zal worden gerealiseerd, stemmen ons hoopvol. In de eerste termijn is ons wat het nieuwe hondenbeleid betreft iets niet geheel duidelijk geworden. Portefeuillehouder mevrouw Oelfke zei dat er gewerkt wordt aan het opstellen van een nieuw hondenbeleid, dit terwijl portefeuillehouder Flach maandagavond ook al iets over dit onderwerp had gezegd. Kunnen deze portefeuillehouders aangeven wat thans de stand van zaken met betrekking tot het komen met het nieuwe hondenbeleid is? Portefeuillehouder mevrouw Oelfke wordt bedankt voor haar antwoord dat er een actie wordt gepland om iets te gaan doen aan de verzakkingen in enkele straten in De Volgerlanden. Het was goed om te vernemen dat daarbij meteen ook tot een aanpassing van de riolering aldaar zal worden overgegaan. Een door onze fractie gehouden schouw in de wijk Krommeweg heeft geleerd dat veel straten daar te lijden hebben onder worteldruk.
Is dit bij het college bekend en kan er een plan worden ontwikkeld om daartegen iets te gaan doen? Wellicht kunnen de portefeuillehouders 'grijs en groen' in dezen samen optrekken, zodat beide problemen zullen worden bekeken. De fractie van Gemeente Belangen bedankt portefeuillehouder Lafleur voor zijn uitleg over de
Vergadering van 7 en 10 november 2022.
72
aanpak van het bevorderen van duurzaamheid. Het was goed om te horen dat er al zo veel acties lopen die onze inwoners helpen om op hun energiekosten te besparen. Wij kijken voorts uit naar het met de wethouder te voeren gesprek over het opstellen van een duurzaamheidsprogramma. Wij snappen dat voor de uitvoering daarvan middelen nodig zullen zijn en zullen voorstellen tot beschikbaarstelling daarvan dan ook ondersteunen. Ook het door de wethouder genoemde duurzaamheidsfonds-in-wording zal onze inwoners kunnen helpen om hun woningen te verduurzamen. Wij kunnen ons zeker in een voorstel tot oprichting van zo'n fonds vinden en zeggen dus: ga vooral door op de ingeslagen weg. De fractie van Gemeente Belangen was blij verrast door het feit dat ook de fractie van Realistisch ambacht zich voorstandster betoonde van het terugbrengen van de hoeveelheid restafval. In eerste termijn heeft de heer Doevendans gezegd dat de hoeveelheid restafval thans veel te groot is en dat het uitstekend is om de mensen te informeren over mogelijkheden om die hoeveelheid te verkleinen. Dit zijn belangrijke pijlers van het gaan werken met een recycletarief, iets waarvoor ook wij ons inzetten. Het enige verschil in opvatting met Gemeente Belangen in dezen is dat de heer Doevendans sprak over dwang en dat wij dit een zaak van vrije keuze noemen.
Het staat de mensen vrij om ervoor te kiezen om hun afvalsoorten goed of nog beter te gaan scheiden en zo minder duur uit te zijn. Maken zij die keuze niet, dan zullen zij daarvoor de eerlijke prijs moeten betalen. Van dwang is hierbij geen sprake, het is alleen een zaak van vrije keuze. Juist dit laatste moet de heer Doevendans als voormalig VVD'er aanspreken. De heer Doevendans: Ik heb het al eerder een zaak van vrije keuze horen noemen. Voor wie er zijn best voor doet, is het helemaal niet zo moeilijk om afvalsoorten goed te scheiden en zo geld te besparen, maar dit neemt niet weg dat dit wel degelijk een kwestie van dwang en drang is, want de gemeente dwingt mensen ertoe om zo weinig mogelijk zakken afval te gaan inleveren – waar iedereen voor is – door er een prijsprikkel tegenover te zetten. Er wordt niet gezegd: 'Als u nu heel goed uw best doet door weinig tot geen afval meer in te leveren, gaan wij u een bonus geven', neen, het is andersom: 'Voor elke zak die u inlevert, betaalt u een boete van € 2,50.' Zo zien wij dit en dat noemen wij inderdaad 'dwang en drang'. Het is jammer dat dit zo gaat, want de insteek van ons allen is de hoeveelheid restafval te verkleinen. De discussie gaat ook niet dáárover, maar over de manier waarop dit te bereiken is.
Bovendien moeten wij ons – dit heb ik in eerste termijn al gezegd – niet blindstaren op alleen het restafval, maar ook kijken naar het gehéél van de afvalstromen. Dat was ook de oproep die wij aan de wethouder hebben gedaan: neem de gehele hoeveelheid afval in beschouwing en kijk of je die kunt terugbrengen, maar het liefst op vrijwillige basis en niet door middel van een boete per ingeleverde afvalzak. De heer Nugteren: Dank voor uw toelichting. De heer Van der Wulp: Er moet in deze discussie niet worden gedacht dat het bij het nieuwe systeem om een verdienmodel gaat, want de inwoners gaan daaraan heus niets verdienen. Het betekent voor hen alleen dat zij minder méér zullen moeten gaan betalen. Ik heb indertijd namens de gemeente een congres bijgewoond waarin een prachtige presentatie werd gegeven – ik herhaal mijn vraag of die presentatie ook een keer in deze raadszaal kan worden gegeven – met als titel 'Het eerlijke verhaal'. Ook daarin werd gezegd dat de mensen niet moest worden voorgehouden dat zij aan het goed scheiden van afvalsoorten zouden kunnen gaan verdienen, wel dat zij daardoor minder méér zouden moeten gaan betalen. Men gaat dus wel meer betalen. De heer Nugteren: Dank voor deze sympathieke toevoeging, die zeker klopt.
In onze eerste termijn hebben wij al geconstateerd dat de belastingen alleen maar hoger worden en dat bij het omhoog gaan van de brandstofprijzen het verbranden van afval niet zal verminderen. Dit is dus een herhaling van zetten, maar het is fijn dat u dit nog eens opmerkt.
Vergadering van 7 en 10 november 2022.
73
De heer Doevendans bedankte ik al voor zijn toelichting, waarin hij met heel veel woorden bevestigde wat ik zei, namelijk dat er tussen ons een verschil van inzicht over dwang en vrije keuze bestaat. Wat de heer Doevendans in verband met diens amendement citeerde als een uitspraak van de fractie van Gemeente Belangen kunnen wij uiteraard onderschrijven. In onze eerste termijn hebben wij ook verklaard waarom wij dat amendement niet kunnen steunen en wel met de volgende woorden: "Veel inwoners hebben reeds geïnvesteerd, al of niet met behulp van subsidie, in het isoleren van hun woning, of in het leggen van zonnepanelen op hun dak. Hiermee kan een deel van de hoge energierekening worden gedekt. Gemeente Belangen ziet graag dat de subsidie voor de verduurzaming van een woning een structureler karakter krijgt, zodat woningen beter warmte zullen gaan vasthouden en/of zelf meer energie gaan opwekken. Er bestaan meerdere manieren waarop de gemeente hieraan kan bijdragen. Gemeente Belangen vraagt de portefeuillehouder eens naar deze mogelijkheden te kijken en hierover met de raad in gesprek te gaan." Wanneer wij, zoals de heer Doevendans voorstelt, het begrotingsoverschot van € 1,4 miljoen aan de inwoners uitkeren, wordt dat misschien wel over heel veel jaren uitgesmeerd, zodat men vele malen meer dan de eenmalige € 100 zal ontvangen.
Om die reden zijn wij het niet met het amendement eens. Verder dacht de heer Doevendans even dat er tussen de partijen Gemeente Belangen en Realistisch Ambacht wellicht tot een fusie zou kunnen worden gekomen. Op zich is dat niet zo'n gekke gedachte, daar wij ongeveer dezelfde ideeën hebben en hij eerder ook al eens Gemeente Belangen in de politiek heeft vertegenwoordigd. In de bestuurscultuur in Ambacht, een onderwerp dat de heer Van der Wulp in diens algemene beschouwing noemde, ziet de fractie van Gemeente Belangen wel degelijk veranderingen. Zo zijn wij naar een coalitie van vier partijen gegaan en is de rol van de raad bij de start van het formuleren van beleid prominenter geworden. Dat er feitelijk nog steeds coalitie- en oppositiepartijen bestaan en er met een coalitieprogramma en een collegewerkprogramma wordt gewerkt, doet in onze beleving niets af aan de vaststelling dat er sprake is van een andere bestuurscultuur. De instrumenten zijn dezelfde gebleven, maar naar ons idee gaat het in de bestuurscultuur om waarden, ideeën, het feitelijke gedrag van een ieder en de wijze waarop individuele gedragingen de ideeën van anderen kunnen beïnvloeden.
In zijn reactie op het amendement van Realistisch Ambacht zei de heer Van der Wulp dat de vier coalitiepartijen dat amendement per e-mail snel en eensgezind hadden afgewezen, zodat de kans op het aangenomen worden daarvan direct al heel klein werd. Daarna zei hij echter ook dat hij wat het amendement wil liever op een andere manier geregeld zou willen zien. Ik vraag mij nu af waarom hij het zo heeft verwoord en niet gewoon heeft gezegd om welke redenen de Partij van de Arbeid het amendement afwijst. Hij heeft nu gewoon de oude bestuurscultuur in stand gehouden. De heer Van der Wulp: In eerste termijn heb ik heel mild geconstateerd dat er in de bestuurscultuur wel veranderingen zijn opgetreden, maar dat er toch nog wel veel te doen valt, gelet op het feit dat de vier coalitiepartijen eensgezind en in vrijwel gelijkluidende bewoordingen – het leek er dus op dat het bij afspraak gebeurde – het door de fractie van Realistisch Ambacht aangekondigde amendement al direct per e-mail hadden afgewezen. Zelf moest ik de wijze waarop ik op het amendement zou reageren natuurlijk eerst met mijn fractie afstemmen. Tot de manier waarop wij in deze raad te werk gaan, behoort dat een amendement of een motie tijdens een vergadering wordt ingediend en dat er na een discussie door een meerderheid van de raad wordt beslist of dat amendement of die motie wordt aangenomen.
Zo is het niet gegaan en daarover kan ik hier in het openbaar mijn mening geven. Ik zou nu bijna zeggen: 'Vergeef mij mijn reactie', maar wat ik doe is toch puur politieke democratie en ook nog in het openbaar, zodat iedereen het kan volgen. U mag het anders zien, maar ik heb verteld wat er feitelijk is gebeurd. De heer Nugteren: Wat u hebt geschilderd, is een aanname, een aanname die u van een context hebt voorzien die in ùw werkelijkheid past. Mijn vraag aan u is wat de zin ervan is om, als u zelf al inhoudelijk tegen het amendement bent, te zeggen: 'De vier coalitiepartijen hebben het amendement
Vergadering van 7 en 10 november 2022.
74
al afgewezen en dus zal het wel niet doorgaan.' Wanneer u de sociale mening van de Partij van de Arbeid verwoordt en het amendement op grond daarvan afwijst, wat is er dan de meerwaarde van om daar de vier coalitiepartijen bij te betrekken? De heer Van der Wulp: Dat is de vaststelling dat één en één twee is. De heer Nugteren: Dus waar u voor staat vindt u minder belangrijk om te vermelden dan de vaststelling dat de coalitiepartijen kennelijk eensgezind zijn in hun afwijzing van het amendement en dat het alleen om die reden niet zal kunnen worden aangenomen. Ik bestrijd dit; u verkoopt hiermee pure onzin. De heer Van der Wulp: In het verleden hebben wij gezegd dat er aan wat knoppen moest worden gedraaid om de bestuurscultuur in Ambacht te veranderen, bijvoorbeeld wat de behandeling van moties en amendementen betreft. U denkt nu niet: 'Aha, de PvdA doet nog hetzelfde als voorheen, want na even snel te hebben geteld hoeveel voor- en tegenstanders er van het amendement zijn, doet het er voor haar niet meer toe of ook zij er iets over zal zeggen, omdat het tòch niet zal worden aangenomen'? Ik had óók kunnen zeggen: 'Ik ben het eens met het amendement, maar dat doet er niet toe.' Nee, ook ik ben er tegen, maar heb wel moeten constateren dat het amendement door de vier coalitiepartijen al heel snel werd afgewezen; dat deden zij binnen een uur en in vrijwel dezelfde woorden.
Méér dan een constatering was dat niet. De heer Nugteren: U sprak over het verleden. In 2018, toen de eerste coalitie werd gevormd waaraan ook Gemeente Belangen deelnam, zei u: 'Wij gaan niet terugkijken', maar nu doet u dat zelf. Kijk nu vooruit en stem in met wat de coalitiepartijen hebben gezegd, namelijk dat wij in alles als één raad moeten opereren. Laat het verleden achter u en ga bekijken hoe wij met ons allen de Ambachtse inwoners kunnen bedienen. De heer Van der Wulp: Mijn laatste interruptie – deze discussie duurt voor deze avond te lang; er komen nog genoeg avonden waarop wij hierover verder kunnen praten – is dat de coalitiepartijen er goed aan zouden hebben gedaan om wat minder eensgezind op het amendement te reageren en te zeggen:' Laten wij onze mening hierover in de raadsvergadering verwoorden en zo laten zien hoe de democratie werkt.' De heer Nugteren: Een feit blijft dat u via andere fracties uw mening over het amendement hebt gegeven. Wellicht gaan wij hierover op een ander moment verder, en wat mij betreft graag. Ik zie ernaar uit. Over de inhoud van de begroting is er al heel veel gezegd. Als wij daarop nog accenten zouden gaan aanbrengen, zou dat ons inziens neerkomen op een herhaling van zetten. Dat is dus overbodig.
Kijkend naar de algemene beschouwingen van alle fracties in deze raad, zien wij dat er sprake is van grote eenduidigheid over hetgeen ons te doen staat; er bestaat dus consensus over de zogenoemde 'Wat te doen?'-vraag. Kortgezegd willen wij allemaal het beste voor onze inwoners doen en wel op een eerlijke wijze. Het is prettig dit te kunnen constateren. Ongetwijfeld zullen wij inhoudelijk nog wel van mening kunnen verschillen over de wijze waarop wij het beste voor onze inwoners kunnen bereiken. De fractie van Gemeente Belangen ziet uit naar de samenwerking in de raad en naar het kunnen voeren van een goed, scherp en inhoudelijk debat over de vraag hoe wij onze inwoners zo goed mogelijk kunnen bedienen. Op die manier zullen wij extern kunnen waarmaken wat wij intern hebben beloofd. Terugkomend op de bestuurscultuur – ik zei al dat het daarbij gaat om waarden, ideeën, het feitelijke gedrag van een ieder en de wijze waarop individuele gedragingen de ideeën van anderen kunnen beïnvloeden – meent de fractie van Gemeente Belangen dat wij op dat gebied nog wel wat stappen kunnen zetten. Wanneer wij op de social media zien dat raadsleden of burgerraadsleden speerpunten van andere partijen voorzien van de begeleidende tekst: 'Beste kiezer, u bent er ingeluisd', of dat zij
Vergadering van 7 en 10 november 2022.
75
andere partijen betichten van kiezersbedrog, van het verlaten hebben van hun idealen en ze 'volksverlakkerijpartijen' noemen, is er in onze beleving nog een lange weg te gaan voordat er tot een goede dialoog met elkaar zal kunnen worden gekomen over de wijze waarop de aan de inwoners gedane beloften kunnen worden nagekomen. Naar de mening van de fractie van Gemeente Belangen is dit niet de manier waarop wij als raad en college met elkaar moeten omgaan. Ik ben benieuwd of andere partijen hierover een andere mening zijn toegedaan. Met betrekking tot het amendement van de fractie van EVA en de motie van Realistisch Ambacht wachten wij de reacties van de portefeuillehouder af. De heer Boudewijn: Mijnheer de voorzitter. Wij danken het college voor de antwoorden op onze in de eerste termijn gestelde vragen en genoemde aandachtspunten. In de tweede termijn zullen wij hierop waar nodig nader ingaan, evenals op enkele bijdragen van collega-fracties, waarbij wij ons tot enkele thema's zullen beperken. Het was goed om te horen dat er in onze raad over veel thema's grote eensgezindheid bestaat. Veel belangrijke en dus relevante aandachtspunten werden door meerdere fracties en soms door alle fracties genoemd. Dat is een goede basis voor ons werk in deze raadsperiode, waarin er nog veel ruimte is om met elkaar aan die diverse punten invulling te geven.
Wij willen dan ook iedere fractie – of het nu een fractie van een coalitie- of een oppositiepartij is – oproepen om hieraan actief bij te dragen en deze uitdaging niet alleen bij de coalitiepartijen of het college te laten liggen. Het groenonderhoud is door bijna iedere fractie genoemd. Onze observatie is dat er twee zaken door elkaar lopen, namelijk de overeengekomen beeldkwaliteit van het groen en de kwaliteit van de uitvoering van het onderhoud. Wij weten nog niet of de beeldkwaliteit echt omhoog moet, of dat er eerst kritisch moet worden gekeken naar de kwaliteit van de uitvoering van het onderhoud. Onze vraag is dan ook: is het huidige onderhoud wel in lijn met de afgesproken beeldkwaliteit? Het lijkt ons overigens geen goed idee dat de raad hierover met de GKB Groep als uitvoerder in gesprek zal gaan, want dat is geen rol van de raad, maar van de portefeuillehouder en de ambtelijke organisatie. Wat wellicht wèl goed zal zijn, is dat wij als raad weer eens op willekeurige plaatsen in ons dorp een schouw uitvoeren om ons zo een beeld te vormen van de staat van het groen en het groenonderhoud. Ook de verkeersveiligheid kwam regelmatig aan de orde. Dank aan de portefeuillehouder voor zijn toezegging dat er inzake de verkeerssituaties op en nabij de Laan van Welhorst om een second opinion zal worden gevraagd.
Er moeten namelijk goede afwegingen kunnen worden gemaakt voordat er mogelijk ingrijpende maatregelen zullen worden getroffen. In aanvulling op wat er over de verkeersveiligheid is gezegd, vragen wij om speciale aandacht voor de fietsers in het verkeer en hun interacties met overige weggebruikers. Wij bepleiten het zorgen voor zo veel mogelijk eenduidigheid op bijvoorbeeld rotondes. Er is nu voor fietsers sprake van een mix van eenrichtings- en tweerichtingsverkeer, soms zelfs op een rotonde. Op de meeste rotondes is tweerichtingsverkeer voor fietsers niet noodzakelijk en naar onze mening mogelijk zelfs onveiliger dan eenrichtingsverkeer. Voorts vragen wij om aandacht voor nieuwe ontwikkelingen, zoals op het Waterbusplein, waar het pad voor fietsverkeer in twee richtingen wat bijzonder op dat plein aansluit. Wij menen dat er zowel bij het onderhoud van rotondes als bij de aanleg van nieuwe rotondes goed moet worden gekeken naar de combinatie van rotondes en fietsverkeer. Wij pleiten inderdaad – dit tot mevrouw Gommans – voor het realiseren van een tweede viaduct over de A16. Wij danken de betrokken portefeuillehouders ervoor dat zij dit onderwerp in de gesprekken met Rijkswaterstaat actief willen oppakken. Zo'n tweede viaduct is vooral van belang voor een goede doorstroming van het verkeer van en naar de A16 en voor de bedrijven aan de Ambachtse Zoom.
Ook wij menen dat het goed zal zijn om in de hierover met Rijkswaterstaat te voeren gesprekken tevens het doortrekken van de geluidswal aan de orde te stellen, ook als dit waarschijnlijk niet tot een volledige reductie van het geluid van het verkeer op de A16 en de A15 zal leiden. Met enige verbazing hoorden wij enkele fracties pleiten voor het overgaan tot hoogbouw en dan blijkbaar ook ècht hoog. De vraag is of dit bij Ambacht past, zeker omdat het niet tijdelijk of voor
Vergadering van 7 en 10 november 2022.
76
even zou zijn om de woningproblematiek op te lossen – een suggestie die mevrouw Gommans in tweede termijn bij interruptie wekte –, maar het er minimaal de komende vijftig jaar zou staan. Ook werd er gepleit voor het realiseren van hoogbouw in het gebied aan de Noordoevers. In de afgelopen vijfentwintig jaar zijn voor dat gebied verschillende bouwplannen voorbij gekomen, waaronder plannen met hoogbouw, maar zij zijn onhaalbaar gebleken. Er bestaat een door de raad vastgestelde nota van uitgangspunten voor dit gebied, dat ook reeds tot het opstellen van een haalbaar lijkend plan heeft geleid. Het lijkt ons goed om na vijfentwintig jaar met de uitvoering daarvan meters te gaan maken, wamt anders komen er helemáál geen woningen bij. Laten wij dus hieraan vasthouden en er voortvarend mee doorgaan. Het viel ons op dat er in verscheidene bijdragen nogal negatief werd gesproken over jongeren; zij zouden zorgen voor onveiligheid, overlast en vernielingen. 'Er is voor jongeren in dit saaie Ambacht niets te doen', zo werd gezegd. Onze fractie is positiever gestemd over de veiligheid en over de jongeren in Ambacht en staat hier dan ook relativerend tegenover, dit zonder dit te willen bagatelliseren. Er is ook voor jongeren in Ambacht genoeg te doen, onder andere door activiteiten van verenigingen, waaronder sportverenigingen, en kerkelijke activiteiten.
De fractie waarvan de leden een hoge – wellicht de hoogste – gemiddelde leeftijd kennen, deed de oproep te proberen het idee van de vorming van een jongerenraad nieuw leven in te blazen. Wat ons betreft, betrekken wij jongeren actief bij de in deze raad bestaande politieke partijen; enkele fracties zijn daarvan reeds een voorbeeld. Onze fractie is in elk geval blij dat er jongeren zijn die actief meedoen. Wij vinden dat een aanrader. Realistisch Ambacht diende na onze bijdrage in eerste termijn een amendement in, zodat wij daarop nog niet hebben gereageerd. Wij kunnen ons vinden in de vele reeds genoemde argumenten om het amendement niet te steunen, wat wij dan ook niet zullen doen. Wat wij voorstaan, hebben wij al in onze eerste termijn genoemd. De fractie van Realistisch Ambacht danken wij ervoor dat zij dit heeft geciteerd, maar het zou goed zijn geweest als zij ook onze tégenargumenten had aangehaald. De heer Doevendans vermeldde dat er in andere gemeenten een bedrag van € 75 aan de inwoners wordt teruggegeven en vond dat Ambacht toch niet als minder sociaal dan die andere gemeenten bekend zou moeten komen te staan. Die € 75 is echter een arbitrair bedrag, terwijl het hier geldende bedrag van € 63 een duidelijke onderbouwing kent. Er is een aantal keren over het begrotingsoverschot gesproken.
Het lijkt wel alsof er wordt gedacht dat dat geld al binnen is, maar wij hebben het nu over een begroting, die wij nog met elkaar moeten gaan proberen te realiseren. Deze begroting is gebaseerd op staand beleid. Er zal in het collegewerkprogramma nog met plannen worden gekomen en voor de uitvoering daarvan zal geld nodig zijn. De vraag is dus of het nu begrote begrotingsoverschot daarvoor toereikend zal zijn, waarbij wij nog even voorbijgaan aan de wensen die diverse fracties in de eerste termijn hebben verwoord. Het is dan ook mogelijk dat dit begrotingstekort veel te weinig zal blijken te zijn. Het verbaasde ons dat Realistisch Ambacht zich kantte tegen een eventuele extra indexatie van de subsidies indien dat nodig mocht zijn. Wij willen er juist voor pleiten om, als de huidige indexatie niet toereikend is, ook de verenigingen in de gaten te houden en ze waar nodig via maatwerk voor kostenstijgingen te compenseren. Dit was overigens ook bij de behandeling van de kadernota een onderwerp van discussie, want er is toen al geconstateerd dat een indexatie van 3 % wellicht niet toereikend zou zijn. In het voorstel waarmee er nu is gekomen, heeft het college daarop geanticipeerd, onder meer vanwege de duurder uitvallende nieuwe CAO Welzijn. Wij vinden het prima dat dit in dat voorstel is verwerkt. De heer Doevendans: U spreekt namens de Staatkundig Gereformeerde Partij...
De heer Boudewijn: En ChristenUnie. De heer Doevendans: Uiteraard. De Staatkundig Gereformeerde Partij kennen wij als een zeer gezagsgetrouwe partij; zij conformeert zich aan de wetten, waaronder de democratisch tot stand gekomen wetten. U hebt het nu over een indexatie van de subsidies, maar de crux van onze motie betreft
Vergadering van 7 en 10 november 2022.
77
de kaderstellende rol van de gemeenteraad. Wij vinden vanuit de bestuurskant dat je die rol van de gemeenteraad moet laren prevaleren boven ad hoc-subsidieverhogingen welke niet overeenkomen met wat wij met ons allen hebben vastgesteld. Denkend aan de kaderstellende rol van de gemeenteraad had ik van in ieder geval de SGP, gelet op haar achtergrond, volledige steun voor ons amendement verwacht. De heer Boudewijn: Als wij het op de letter beschouwen, hebt u formeel misschien wel gelijk, maar toch vind ik dit een beetje flauw opgemerkt. Wij hebben kaders gesteld die bedoeld waren om bij de opstelling van de begroting te worden gehanteerd. Onze fractie vindt het heel goed dat het college kritisch nagaat of wat er in die kaders is aangegeven ook realistisch is; wij zijn inmiddels immers een half jaar verder. Voor ons is het heel duidelijk – ook de heer Van den Wollenberg merkte dit op – dat het college met voorstellen komt en dat wij nog steeds vanuit onze kaderstellende rol en op basis van het budgetrecht bepalen of wij daarmee wel of niet zullen instemmen. De heer Doevendans: Als er zo gemakkelijk met de kadernota wordt omgegaan, kunnen wij haar net zo goed afschaffen. De heer Boudewijn: Nee, zeker niet. De kadernota is voor de opstelling van de begroting een richtinggevend document. Laten wij het college de ruimte geven om naar bevind van zaken met voorstellen te komen.
Het zou niet goed zijn als het college strak aan dat kader zou vasthouden en zou toelaten dat de ene na de andere vereniging een zieltogend bestaan zou gaan leiden. De heer Doevendans: Inderdaad, maar als dat nodig is, kun je nog met aanvullende voorstellen komen. De heer Boudewijn: Er zit nu een aantal daarvan in deze begroting. Met uw amendement wilde u overgaan tot het uitdelen van wat extra geld, maar laten wij onze verenigingen en instellingen zien als de ruggengraat van veel voorzieningen in onze gemeenschap en ze dus in stand houden. Het is dan ook heel goed dat het college hiervoor zijn verantwoordelijkheid heeft gevoeld door op een aantal punten van de algemene lijn van een indexatie met 3 % af te wijken. Het valt overigens nog best mee, want veel posten hebben niets met de indexatie te maken, iets wat in de toelichting ook heel duidelijk is verwoord. Het onderwerp van de hondenbelasting heeft van veel fracties nogal wat aandacht gekregen. Wij vragen ons af wat daarmee nu eigenlijk het probleem is. Toen ik naar het gemeentehuis kwam, heb ik geen protesterende hondenbezitters gezien die zeiden de hondenbelasting te hoog te vinden. Ik vond het wel mooi dat de heer Scheurwater zei zelf geen hond te hebben. Ik ben wèl een hondenbezitter en kan zeggen dat ik geen enkel probleem met de hondenbelasting heb. In deze context is onder meer het woord 'rechtvaardigheid' gevallen.
Je kunt je nu afvragen of het wel gerechtvaardigd is dat hondenbezitters wel hondenbelasting moeten betalen en kattenbezitters gaan kattentax. Zo gezien, zouden wij misschien niet moeten spreken over het hondenbeleid, maar over het huisdierenbeleid. Bij een eerdere gelegenheid heeft de heer Scheurwater al eens een motie over de hondenbelasting ingediend, maar daarvoor vond hij toen onvoldoende steun. Ook wij waren er niet voor en het zal hem dan ook niet verbazen dat wij ook zijn amendement niet zullen steunen. De heer Scheurwater: Uw fractievoorzitter was hierover in de eerste termijn al heel duidelijk. Wij zijn van mening dat de aanslagen in de hondenbelasting niet hoger behoeven te zijn dan de kosten de op dit gebied worden gemaakt. Verder sprak u over het idee van het instellen van een jongerenraad, waarbij u kennelijk aan mijn fractie refereerde – u had het over 'de fractie met leden van een hoge gemiddelde leeftijd' –, maar ik heb het over het instellen van een jongerenparlement gehad, waarbij ik opmerkte dat de eerdere minister van Binnenlandse Zaken, mevrouw Ollongren, zich voor het in Den Haag installeren van een jongerenparlement had uitgesproken.
Vergadering van 7 en 10 november 2022.
78
De heer Boudewijn: Hier past het spreekwoord: 'Wie de schoen past, trekke hem aan.' U betrekt het nu op uzelf, maar ik had een andere fractie op het oog zonder deze te noemen. De heer De Groot: U begon die passage met iets over 'de gemiddelde leeftijd', maar volgens mij heeft de kwaliteit van een inbreng in deze raad niets met iemands leeftijd te maken, en dat geldt ook voor het onderhouden van contacten met jongeren. Daarom hebben wij uw uitspraak maar even gelaten voor wat zij was. De heer Boudewijn: Heel goed. Onze oproep is met name gebruik te maken van de jongeren die in de eigen politieke partijen te vinden zijn. Zelf hebben wij daarmee goede ervaringen en ook in andere fracties werkt dat goed. Ik gun ook uw partij dit van harte. Dit is dus een wens. Wij zeggen de portefeuillehouder dank voor de toezegging dat er een verkennend onderzoek zal worden verricht naar een mogelijk alternatief voor het meldpunt antidiscriminatie. Wij willen, nogmaals gezegd, geen afbreuk doen aan de noodzaak van het bestrijden van racisme en discriminatie, maar menen wel dat er moet worden bekeken of er een kosteneffectiever alternatief mogelijk is. Wij zien het resultaat van het onderzoek graag tegemoet. Het was goed om te horen dat er van het rijk extra middelen komen voor het kostendekkend maken van de opvang van Oekraïners.
De hierover gestelde vragen waren voornamelijk gericht op de groep die is opgevangen op het cruiseschip, maar laten wij ook denken aan de inwoners die in hun eigen huis een veilige plek aan Oekraïners bieden. Onze waardering gaat uit naar de medeburgers die zich hiervoor inzetten, evenals naar de velen die dit ook doen voor andere medemensen die in nood verkeren of hulp nodig hebben. Ten slotte. De begroting voor 2023 laat een positief saldo zien – het gevolg van een consistent beleid – en de meerjarenbegroting is sluitend. De SGP-ChristenUnie is er voorstandster van om het degelijke beleid van de afgelopen jaren te continueren. Wij stemmen in met de begroting en nemen kennis van de meerjarenbegroting. Met het uitvoeringsprogramma en subsidiebeleid zullen wij onder voorbehoud instemmen. Dat voorbehoud – dit is meteen een stemverklaring – heeft betrekking op die activiteiten die de zondagsrust raken of tegen de normen van de Bijbel ingaan. Wij wensen het college, de ambtenaren en de raad in het komende jaar bij de uitvoering van deze begroting nogmaals veel wijsheid en bovenal Gods zegen toe. De voorzitter: Wij zijn hiermee gekomen aan het einde van de algemene beschouwingen in tweede termijn. De vergadering wordt nu voor een kwartier geschorst, waarna het college zal overgaan tot beantwoording van wat in de tweede termijn naar voren is gebracht.
Schorsing van 21.10 tot 21.25 uur. De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde: 4d. Antwoord van het college in tweede termijn. Wethouder Flach: Mijnheer de voorzitter. Van diverse kanten is ook het college gevraagd de antwoorden vanavond iets korter te doen zijn dan zij maandagavond waren. Ik kan niet voor alle collega's spreken, maar zelf ga ik er mijn best voor doen. De bijdragen van de fractie in tweede termijn liggen op hun kop, zodat ik begin bij de fractie die het laatst heeft gesproken; dit zal men mij niet euvel duiden. Ik heb met interesse geluisterd naar wat de heer Boudewijn naar voren bracht en stel vast dat daarin geen opmerkingen zijn gemaakt die om een reactie van mij vragen.
Vergadering van 7 en 10 november 2022.
79
Bij de fractie van Gemeente Belangen komend, richt ik eerst een felicitatie aan mevrouw Vogelaar. Fijn om je verjaardag in het bijzijn van zoveel mensen te vieren! Bij deze fractie bestond nog enige onduidelijkheid met betrekking tot de hondenbelasting. Het is heel eenvoudig: het hondenbeleid is een zaak voor collega Oelfke en het heffen van belastingen raakt de wethouder van financiën. Natuurlijk is er sprake van interactie, maar omdat er was gezegd dat de hondenbelasting zou moeten worden afgeschaft, hebben wij beiden er maandagavond iets over gezegd. Ook de heer Van den Wollenberg van de fractie van de VVD kwam met een boeiende bijdrage. Zijn verzoek met betrekking tot de afschaffing van de bouwvrijstelling beluister ik als een wens om daarover adequaat geïnformeerd te willen worden. Dit heb ik maandagavond gedaan aan de hand van de geringe informatie waarover wij toen beschikten, namelijk dat wij teruggaan naar de situatie die vóór 2019 bestond en dat dit alle projecten gaat raken waarvoor nog geen onomkeerbare vergunning is verleend. Meer dan dit kan ik hierover en in de nabije toekomst niet zeggen, maar naarmate er meer duidelijkheid over doorlooptijden en methodieken komt, zal ik de raad daarover informeren.
Ik zal dan proberen dit in het algemeen te doen, waarbij ik voorbeelden zal noemen van projecten die door de afschaffing van de bouwvrijstelling worden geraakt, bijvoorbeeld te bouwen scholen en woningbouwprojecten. Het heffen van hondenbelasting noemde de heer Van den Wollenberg 'een onrechtvaardige wijze van het innen van gemeentelijke inkomsten'. Ik respecteer zijn mening, maar hecht er wel aan, ook ten behoeve van de luisteraars, dat het bij het gebruik van het woord 'onrechtvaardige' om niet méér dan een mening gaat, want de hondenbelasting is een juridisch gezien juiste belasting. 'Rechtvaardigheid' is een ethische of filosofische term. Men zou kunnen denken dat de gemeente met het heffen van hondenbelasting iets doet wat onoorbaar is, maar dat is niet het geval en ik ben ervan overtuigd dat ook de heer Van den Wollenberg dit niet heeft bedoeld. Men kan bij deze belasting een minder fijn gevoel hebben, maar zij is wel een middel dat aan de gemeenten is gegeven om inkomsten te verwerven. Dit geldt ook voor de onroerendzaakbelasting en andere belastingvormen. Helaas bestaat er geen kattenbelasting. Als de mogelijkheid van het instellen daarvan had bestaan, had ik dit de raad al lang geleden voorgesteld, maar er bestaat daarvoor geen wettelijke basis. Had die wel bestaan, dan zou ik deze ongelijkheid zeker hebben willen wegnemen.
De heer Boudewijn: Daarom noemde ik het niet 'kattenbelasting' maar 'kattentax'. Wethouder Flach: In mijn eigen tuin heb ik meer last van katten dan van honden. Zij zijn trouwens niet van mijzelf. De heer Doevendans van de fractie van Realistisch Ambacht bezorgde ons in de tweede termijn een uitgeschreven bijdrage en daardoor was ik aangenaam verrast. Volstond hij maandagavond nog met een velletje papier met een aantal bullets, nu kregen wij een heel boekwerk, waarvoor dank. Een aantal opmerkingen daarin vraagt om een reactie. De heer Doevendans riep de heer Van den Wollenberg ertoe op om vooral een motie in te dienen als de VVD vindt dat er onderscheid moet worden gemaakt in de vaste lasten van de afvalverwerking. Wij verwijzen in dezen natuurlijk naar het antwoord dat de heer Lafleur heeft gegeven, namelijk dat het niet verstandig zou zijn om dat onderscheid nu te gaan maken. Ik moest ook terugdenken aan het voormalige raadslid de heer Dogger, die de heer Dóevendans enkele keren tot het indienen van een motie of amendement opriep. In die zin zou hij nu trots op de heer Doevendans zijn. Diens reactie op de oproep weet ik ook nog: 'Ach, het heeft toch geen zin.' Op het onderwerp 'hoogbouw in het gebied van de Noordoevers' kom ik terug in mijn antwoord aan mevrouw Gommans.
Voorts stelde de heer Doevendans de vraag of ook SOL, die meelift op het gascontract dat de gemeente heeft gesloten, een vergoeding van het rijk zal krijgen. Ik weet dat er apart wordt gekeken naar het toekennen van een compensatie aan scholen. Die zal dus niet gekoppeld zijn aan de compensatie voor de gemeente. Wij betalen het gascontract van SOL namelijk niet, zij lift alleen mee op ons contract.
Vergadering van 7 en 10 november 2022.
80
De vraag van de heer Doevendans of door zijn amendement de in 2023 uit te voeren plannen in gevaar zullen komen, beantwoord ik nog steeds met 'ja', want als aan de ene kant de financiële ruimte voor dat jaar wordt weggegeven en er vervolgens nog wel met te vervullen wensen wordt aangekomen, wordt het jaar 2023 op slot gezet. Dit is een financiële constatering, een constatering die de heer Doevendans er nu toe brengt te gaan proberen er een speld tussen te krijgen. De heer Doevendans: Het zou toch wat zijn als u al uw ambitieuze plannen zou moeten realiseren met alleen het begrotingsoverschot van € 1,4 miljoen. U zult ongetwijfeld heel veel plannen gaan indienen, plannen die ook om veel financiën zullen gaan vragen. U gaat dan bekijken hoe u ze kunt dekken, en één van de dekkingsmogelijkheden die u altijd hebt en waarvan u ook veelvuldig gebruik maakt, is de algemene reserve. Die algemene reserve is er nu al en wordt met het amendement niet minder. Wellicht weet u ook nog andere potjes, want ook dàt ben ik van u gewend. U vindt over het algemeen voldoende financieringsmogelijkheden. Wij zeggen alleen dat wij de algemene reserve nu een keer niet moeten gaan laten toenemen, maar dit geld aan de inwoners moeten teruggeven, omdat zij het in deze tijd heel moeilijk hebben.
Voor de rest kunt u nog steeds plannen indienen en daarvoor in de algemene reserve en andere potjes dekking zoeken. Ik zie dus geen gevaar. Wethouder Flach: Jammer genoeg heb ik uw bijdrage in de eerste termijn niet meer bij mij, maar ik weet nog wel dat er in stond 'onder andere zaken op het gebied van veiligheid en groenonderhoud' en dat zijn zaken die om structurele middelen vragen. Die structurele middelen kunt u niet uit reserves dekken; er zal een structurele dekking voor moeten worden gevonden. Als u voor in elk geval het jaar 2023 de ruimte weggeeft, kan ik er pas in 2024 mee starten. Het woord 'doelmatig' had ik ook gebruikt. Ik ga niet in op de vraag of besluiten die in de raad van Dordrecht zijn genomen doelmatig zijn. Wat ik heb willen zeggen, is dat 'doelmatig' – een feitelijke term – betekent dat je je doel met zo weinig mogelijk geld probeert te bereiken, en dáárover ging maandagavond de discussie. Het is op zich een legitiem doel om te proberen mensen die het moeilijk hebben of die kwetsbaar zijn een financieel steuntje in de rug te geven. Als wij dat willen doen, moeten wij zoeken naar mogelijkheden òm dat te doen. Wij hebben daarvoor allerlei mogelijkheden, ook in de portefeuille van collega Van Die.
Wanneer wij dit echter gaan doen door het complete begrotingsoverschot onder alle inwoners te verdelen, blijft het mijn stelling dat je op die manier met hagel schiet en dus niet doelmatig bezig bent. Dit is geen waardeoordeel over uw intenties – integendeel, misschien delen wij die zelfs wel –, maar wij vinden de door de heer Doevendans voorgestelde manier van werken niet doelmatig. Ik voelde mij aangesproken door wat de heer Doevendans in het kader van de subsidies zei over het budgetrecht van de raad en door zijn vraag of het college zich daaraan wel heeft gehouden. Met wat de heer Boudewijn hierover heeft gezegd, ben ik het geheel eens. Het is inderdaad de raad die de kaders vaststelt en ik weet dat de heer Doevendans reeds in de raadsvergadering van juli de indexatie met 3 % eigenlijk te veel vond. Dat is dan ook het signaal dat hij aan de verenigingen geeft. Ik benadruk dat wij juist bekijken of onze kwetsbare inwoners bij die verenigingen terecht kunnen. De indexatie met 3 % vinden wij dus wel degelijk gerechtvaardigd, zoals wij ook in juli in de discussie over de kadernota hebben gezegd. De door de raad vastgestelde kaders zijn, zo mag ik hopen, niet in beton gegoten.
Een kader is ook niet een besluit, maar zegt: 'Dit is waar wij aan denken.' Er zit de gedachte in: 'Als het college om goede redenen met iets anders wil komen, leg dit dan voor aan de raad, die vervolgens controleert of het om een adequaat voorstel gaat.' Als ik het voorstel van de heer Doevendans letterlijk zou nemen, zou het betekenen: 'De raad stelde in juli iets vast, waarna het college enkele maanden de ogen mocht sluiten voor de werkelijkheid om vervolgens te komen met een voorstel dat al in juli vaststond.' Dit is niet wat het college heeft bedacht en daarom zit er in de begroting ruimte voor het geval er verenigingen zijn die als gevolg van de inflatie een iets hógere compensatie moeten ontvangen. Wij willen niet vanaf de vaststelling van de kadernota, die vaak al in april is opgesteld, onze ogen sluiten.
Vergadering van 7 en 10 november 2022.
81
Wat de CDA-fractie betreft, ben ik het mooie betoog over Bhutan nog niet vergeten. Daarin komt echter wel een klein barstje als mevrouw Van der Hee het geluk van mensen naar het inkomen per hoofd van de bevolking corrigeert. Mevrouw Van der Hee-Pasterkamp: Dat corrigeer ik zeker niet, maar met het komen met een lijstje waarop Nederland als vijfde van de gelukkigste landen in de wereld is vermeld, wat gelukkig nog steeds correct is, ging u wat voorbij aan de bedoeling van ons betoog. Wethouder Flach: Dat snap ik. Het was van mijn kant een opmerking-met-een-knipoog. De heer Libregts zei dat de fractie van de PvdA blij is dat het ondernemingsfonds thans ook aandacht besteedt aan verenigingen en stichtingen. Dat doet dat fonds niet alleen, wij doen dat ook, maar het is goed dat dit nog werd benadrukt. Wij hebben de verenigingen en stichtingen pas een jaar later dan de bedrijven bij de vorming van dit fonds kunnen betrekken, en dat vind ik nog steeds jammer, want daardoor hebben zij terecht het gevoel gekregen dat zij op achterstand staan. Het is goed om te weten dat de verenigingen en stichtingen een eigen trekkingsgebied in het ondernemersfonds krijgen. Ook hebben zij nu een eigen bestuurslid in de persoon van mevrouw Van Os, de directeur van Cascade. Wij hebben allen genoten van de gevulde speculaas van bakker Prins uit Alblasserdam.
Ook ik had heel graag gewild dat wij zulke dingen lokaal zouden kunnen kopen. Het gaat mij niet om de kwaliteit van het product van de genoemde bakker, want die was uitstekend, maar wel zouden ook wij zoiets het liefst lokaal willen kunnen kopen. Dit is ook serieus geprobeerd, maar het is niet gelukt – ik ga niet uitweiden over de redenen – om met een lokale bakker af te spreken dat wij het gehele jaar door bij kleine en grote evenementen van wat lekkers zouden worden voorzien. Op een avond als deze gaat het om een heel grote bestelling, maar er zijn uiteraard ook heel wat kleinere gelegenheden waarbij wat te vieren is en er gebak op tafel moet komen te staan, zoals bij de Fairtrade-commissie, om maar wat te noemen. Wij blijven er alert op; het blijft in mijn handelen een serieus aandachtspunt. Mevrouw Gommans kwam met een warm pleidooi om ook het gebied Noordoevers tot een plek te maken waar onze jongeren zullen kunnen wonen. Nog even los van de vraag of zij graag op die plek zouden willen wonen – het is namelijk wat ver van de voorzieningen gelegen – onderschrijf ik de vaststelling van de heer Boudewijn dat wij al vijfentwintig jaar met planvorming voor dit gebied bezig zijn. In februari 2021, dus nog heel recent, heeft de raad voor dit gebied een nota met stedenbouwkundige uitgangspunten vastgesteld die een heel aantal eisen bevat.
Eén daarvan is het bouwen in zes of zeven lagen; dit is vastgesteld als een kader voor ontwikkelaars die met plannen zouden willen komen. Van hen is er één zo ver dat hij binnenkort een plan aan de gemeente zal voorleggen. Wij moeten dus wel aan dat kader vasthouden, daar wij anders een onbetrouwbare overheid zouden worden. Wij kunnen dus niet nu nog, te elfder ure, de vastgestelde kaders wijzigen, dit nog los van de vraag of wij dit zouden moeten willen, want ik heb ook een aantal fracties horen zeggen dat in Ambacht hoogbouw niet heel gewenst is. De heer De Groot: Als je iets niet helemaal kunt volgen, moet je maar een vraag stellen, zo is mij altijd verteld. Wij begrijpen dat de bedoelde ontwikkelaar een vergevorderd plan heeft waarin wij niets meer moeten willen veranderen, daar dat waarschijnlijk alleen maar claims en ellende zou opleveren. Er blijft naar onze mening buiten dat plangebied echter nog een heel lang onbebouwd stuk langs de oever van de Noord over. Wij gaan er nu even vanuit dat er over het gaan bebouwen daarvan nog geen afspraken met ontwikkelaars zijn gemaakt.
Daar is het dan toch mogelijk om af te wijken van wat er in de aangehaalde stedenbouwkundige nota is vastgesteld? Hierbij moeten wij bedenken dat er sprake kan zijn van voortschrijdend inzicht vanwege het feit dat de woningnood thans heel goot is, zowel voor ouderen en starters op de woningmarkt als voor jongeren. Om voor hen te bouwen woningen betaalbaar te kunnen houden, is het daarmee hoger gaan dan zes bouwlagen zeker een optie. Wanneer wij het hierover als raad eens kunnen worden, kunnen wij toch van de
Vergadering van 7 en 10 november 2022.
82
vastgestelde kaders afwijken? Of zijn er soms met ontwikkelaars voor de delen die nu worden schoongemaakt al zó ver gaande afspraken gemaakt dat wij daarvan niet meer kunnen afwijken? Wethouder Flach: Het antwoord is genuanceerd, omdat het om diverse plekken langs de Noord gaat. Overigens moet de omvang daarvan niet worden overschat; er kunnen daar niet nog enorme oppervlakten worden bebouwd. Over een plan voor het grootste deel kom ik al de volgende maand met u te spreken. Over het bebouwen van andere plekken is nog best te praten, maar u weet ook dat daar onlangs een sanering heeft plaatsgevonden die een enorme impact heeft, ook in financieel opzicht. Blijft wel staan dat de nota van stedenbouwkundige uitgangspunten voor de gehele zone geldt. Zij zijn niet op basis van subjectieve overwegingen bedacht. Er is door een landschapsarchitect… De heer De Groot: Dat snap ik best, maar dat was een paar jaar geleden en in de tussentijd zijn er door de toegenomen behoefte aan woningen behoorlijk wat zaken veranderd. Het enige wat wij in Ambacht nog kunnen doen – verder zijn er geen locaties meer, daar wij hebben afgesproken niet in het groen te zullen bouwen –, is het bebouwen van het oevergebied van de Noord. Naar onze mening is de enige optie om woningbouw aldaar betaalbaar te doen zijn dat daarmee in de hoogte zal worden gegaan.
Wethouder Flach: De genoemde nota dateert niet van een aantal jaren geleden, maar van het vorig jaar, en sindsdien is de wereld niet schokkend veranderd. Wel zijn de prijzen gestegen en nog harder dan was gedacht; dáár zit nu de kern van het probleem. Vijf jaar geleden was het ook voor de meeste jongeren heel goed te doen om in Ambacht een woning te kopen; voor wie dat als alleenstaande probeerde te doen, was het ook toen al lastig. Wij proberen daaraan in het Centrumgebied iets te doen. Qua intentie verschillen wij niet van mening, want ook het college is bezig – als portefeuillehouder zie ik dit als één van de eerste prioriteiten – met het bevorderen van het bouwen van woningen, ook voor onze jongeren. De plekken waarop dit kan gebeuren kunnen wij in een commissievergadering nog eens goed tegen het licht gaan houden, want in het kader van deze algemene beschouwingen voert dit iets te ver. In de commissie ga ik er graag met u over in gesprek. De heer De Groot: Dank u wel voor deze opening. Ik begrijp nu in ieder geval dat er wel opties zijn en dat wij daarover in gesprek kunnen gaan, ook wat de Noordoevers betreft, en eventueel ook over het gaan bouwen in meer dan zes lagen. Wethouder Flach: Nee, dat heb ik niet gezegd. Ik reken op de heer Drexhage, die altijd alles keurig vastlegt.
Een aardige vraag van mevrouw Gommans was waarom raadsleden met de vaststelling van de begroting het college en niet elkaar feliciteren. Raadsleden kunnen elkaar niet met de vaststelling feliciteren, want het is hun besluit geweest, en de raad is de baas. Het college is heel deemoedig met een voorstel tot vaststelling van de begroting gekomen en heeft daarvoor een meerderheid gevonden, en dat is een felicitatie waard. Het is misschien ook een aanmoediging in de zin van: 'U hebt nu een jaar om het geld uit te geven, die daarmee goede dingen.' Dat is wat er achter zo'n felicitatie zit. Ik stel voor deze traditie in ere te houden. Tijdens mijn antwoord aan D66, waarin ik het woord 'voorzieningen' in de mond nam, besefte ik dat ik nog een vraag van de heer Doevendans heb te beantwoorden. Ik kom hierop terug als ik ook de fractie van EVA heb geantwoord. De fractie van EVA maakte een opmerking over de leges. Het is goed even te duiden dat leges worden geheven op rijbewijzen, paspoorten en identiteitskaarten. De kostendekkendheid is daar maar 27 %, wat komt doordat de tarieven voor die stukken vastliggen.
Voor de overige leges is de kostendekkendheid groter, maar het lastige bij leges is dat je aan de ene kant een opstelling hebt van alle kosten die in de leges mogen worden verwerkt en aan de andere kant met de vraag zit of het wel reeel is om iemand die een huis of een school of wat dan ook wil bouwen met al die kosten te belasten. Daartussen moet voortdurend een balans worden gezocht. Wij proberen hierin een enigszins
Vergadering van 7 en 10 november 2022.
83
stabiel patroon toe te passen, want de kostendekkendheid schiet per jaar alle kanten op. Zij is nu al een aantal jaren lager dan 100 %. Ik realiseer mij dat, maar vraag mij ook af of het momenteel in onze gemeente, waarin wij zo van nieuwe ontwikkelingen en impulsen afhankelijk zijn, goed zou zijn om aan de leges te gaan morrelen, dus of dat zou helpen bij het bereiken van de doelstellingen die wij hebben. Ik denk dat dit niet het geval zou zijn en stem niet in met de suggestie wat wij de leges eens goed tegen het licht zouden moeten gaan houden. De heer Scheurwater: Ik heb het alleen over de bouwleges gehad, dus leges die vooral door aannemers moeten worden betaald als zij vergunningen aanvragen. Ook dacht ik hierbij niet aan de sociale woningbouw, maar aan de woningbouw in de vrije sector. Dat er voor de scholen een ander regime wordt gevolgd, kan ik mij nog voorstellen. Wethouder Flach: Dat was mij helder, maar wat aannemers aan leges betalen berekenen zij over het algemeen aan hun afnemers door en dat raakt onze inwoners dan weer. Op wat de heer Scheurwater over de hondenbelasting heeft gezegd, behoef ik naar ik meen niet opnieuw in te gaan. Op de strekking van zijn in tweede termijn ingediende amendement heb ik al in mijn eerste termijn gereageerd met de vaststelling dat het college er niet voor is.
Ik zal het woord 'appreciatie' niet gebruiken, want dat heeft een allergische uitwerking op de heer Doevendans. Tot slot ga ik in op de eerder vergeten opmerking van Realistisch Ambacht. In de eerste termijn heb ik gezegd dat, als het om de hoogte van de lokale lasten, de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht zich op de tweehonderdste plek bevindt en dat onze gemeente qua voorzieningenniveau in de top-10 van Nederland verkeert. De heer Doevendans zij dat niet te herkennen en ons voorzieningenniveau juist minimaal te vinden. Daarover verschillen wij dan fundamenteel van mening. Als ik zie hoe de gemeente er bij ligt, wat de staat van onderhoud van de wegen is, hoe groen de gemeente is, hoe onze mooie parken er bij liggen, hoe er vrijwel overal vrijliggende fietspaden zijn, dat wij een mooi zwembad hebben – misschien wel het mooiste in de regio – dat tijdens de Coronapandemie gewoon open is gebleven, dat wij een mooi cultureel centrum hebben, één van de mooiste in de regio, dat wij in het centrum van de gemeente nog een prachtige bibliotheek hebben en dat wij sportgelegenheden hebben die middenin de gemeente in het groen zijn gelegen, wil ik met deze opsomming niet zelfgenoegzaam klinken, maar denk ik wel dat onze inwoners – ik kom straks nog wel met een onderbouwing hiervan – het met mij eens zijn dat de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht een heel hoog voorzieningenniveau kent.
De heer Doevendans: Ik hoor u allemaal zaken noemen die wij in onze gemeente fantastisch voor elkaar hebben, maar hebt u hiervan een vergelijkend lijstje opgesteld, of is het uw eigen interpretatie dat onze gemeente qua voorzieningenniveau tot de top-10 van Nederland behoort? Wethouder Flach: Het antwoord hierop is 'ja en nee'. Er is op landelijk niveau geen lijstje van voorzieningenniveaus beschikbaar, om de simpele reden dat zij niet met elkaar te vergelijken zijn. Amsterdam heeft een Rijksmuseum en wij niet, maar de inwoners van die gemeente wìllen dat ook. De inwoners van Ambacht verlangen een ànder voorzieningenniveau. Het lijstje van voorzieningen waarop ik mij nu baseer, draagt het opschrift – ook uw raad heeft dit lijstje een tijdje geleden gekregen –: Nulmeting aantrekkelijkheid woongebied Regiodeal. De tien gemeenten in ons gebied zijn hiertoe onderzocht, waarbij de inwoners naar hun mening over tal van voorzieningen is gevraagd – vragen als: 'Hoe aantrekkelijk vind je je woonomgeving?' en dergelijke –, en daar is Ambacht er op afstand als de beste uitgekomen. Het wordt dus ook door onze inwoners als zodanig gevoeld. Ik wil het gebied best uitbreiden tot geheel Nederland, maar in deze regio staan wij op eenzame hoogte. Wethouder Lafleur: Mijnheer de voorzitter. Ik voel enige druk, want er is mij gevraagd mijn antwoord in tweede termijn kort en krachtig te houden.
U kent mij en weet dus dat ik dit lastig vind. Ik zou nu kunnen zeggen dat ik het over drie onderwerpen ga hebben, namelijk afval, groen en duurzaamheid – onderwerpen waarop eigenlijk alle aan mij gestelde vragen betrekking hebben –, dat ik
Vergadering van 7 en 10 november 2022.
84
daarmee bezig ben en er ook verder mee ga, maar dan zou ik de vragenstellers geen recht doen en dus ga ik toch maar even per fractie de vragen beantwoorden. Hierbij zal ik er alert op zijn geen vragen dubbel te behandelen. Tot de fractie van EVA kan ik zeggen dat de afspraak bestaat dat alle meldingen die doordeweeks over de nieuwe afvalzuilen binnenkomen, meteen worden behandeld en dat een probleem nog op dezelfde of eventueel de volgende dag wordt opgelost. Er bestaat daarvoor een systeem, dat elke dag in werking is. Voor het weekend geldt dat er is afgesproken dat op vrijdagmiddag alle gemelde storingen moeten zijn weggenomen en dat op maandagmorgen nieuwe storingen meteen in behandeling worden genomen. Gelukkig kan men, als een zuil een storing vertoont, altijd nog naar een andere zuil in de buurt gaan. In De Brug van afgelopen woensdag is voorlichting gegeven over de wijze waarop men snoeihout kan aanbieden. Ik had toegezegd dat dit zou gebeuren, daar het foutief aanbieden van snoeihout één van de belangrijkste oorzaken was van het feit dat een groenzuil op 'storing' kan staan. Voorts vroeg de heer Scheurwater mij de raad over verdere ontwikkelingen op dit gebied te informeren. Dat ik dit zal doen, had ik eerder al toegezegd.
In een raadsinformatiebrief heb ik laten weten dat ik e raad vanaf 1 januari 2024 bij het gehele proces te zullen betrekken en het werken met het nieuwe systeem ook tussentijds te willen gaan evalueren. In de eerste termijn heb ik al gezegd op zoek te zijn naar een geschikte locatie voor de door de heer Scheurwater bepleite instelling van een bomenbank. Zijn suggestie hiervoor in de Sandelingen een plek te zoeken, zal ik bezien, maar ik denk wel dat dit lastig zal zijn, omdat het beheer van dat gebied door Staatsbosbeheer wordt uitgevoerd. Wat een evaluatie van het bomenbeleidsplan betreft, wil ik voorstellen dat ik in de gesprekken die wij regelmatig met elkaar over het groen voeren ook de laatste stand van zaken met betrekking tot de bomen aan de orde zal stellen. Eerder is men al geïnformeerd over het grote aantal extra bomen die wij intussen hebben geplant en over de nieuwe opgave die nu op tafel ligt. De fractie van D66 zei zich zorgen te maken over het zich kunnen gaan voordoen van afvaldumpingen. Zoals ik eerder heb gezegd, gaan wij zorgen voor goede communicatie. Ook beschik ik over extra budget voor de handhaving. Verder vertrouw ik op onze inwoners, vaststellend dat wij niet de gemeente Enschede zijn. De heer Libregts van de fractie van de PvdA vroeg of er bij elk winkelcentrum een extra PMD-container kan blijven staan.