raad 12 april 2021
Tekst van het document
Mevrouw Gommans-Dane zegt de wethouder hartelijk dank voor diens uitgebreide antwoord. Zij had niet de indruk dat hij zich realiseerde dat ook de fractie van D66 zich grote zorgen maakt èn over het gedachte tijdspad èn over alle kosten en onzekerheden en daarom nog niet geheel van de wenselijkheid om met dit voorstel in te stemmen overtuigd was. Zij heeft zich voorts enigszins verbaasd over de uitspraak van de wethouder dat het aangaan van de DVO's alleen een zaak voor het college is, dus niet ook van de raad. Met de heer Doevendans is zij het geheel eens – dit gebeurt niet vaak, maar in dit geval wel – dat de raad vanwege zijn budgetrecht in dezen nog wel degelijk iets te zeggen heeft. Alvorens alles wordt geregeld dient de raad daarover te worden geïnformeerd. De raad moet dus ook bij het vervolg worden betrokken, in welke vorm dan ook, en zal niet, gelet op de mogelijke financiële consequenties daarvan, voor voldongen feiten mogen worden geplaatst, maar zal vooraf moeten worden ingelicht over wat er te gebeuren staat. Dit is niet te zien als een blijk van wantrouwen. De fractie van D66 zal instemmen met het voorstel, maar wil straks nog wel een stemverklaring afleggen. De heer Mol verklaart dat ook de fractie van Gemeentebelangen het eens is met wat de heer Doevendans heeft betoogd over de wenselijkheid om de raad bij dit alles betrokken te doen blijven.
Een en ander is te belangrijk om van die betrokkenheid af te zien. De fractie bepleit tevens het besteden van aandacht aan de behartiging van de belangen van het betrokken personeel, maar is het weer niet met de heer Van der Wulp eens dat ook niet meer nodig zijnde personeelsleden naar de nieuwe samenwerkingsvorm moeten kunnen overgaan. Een verzoek aan de wethouder is nog om wat duidelijkheid te scheppen met betrekking tot het vervolg. Er zal nu een antwoord uitgaan op de brief van de gemeente Dordrecht, maar op welke termijn zal een en ander kunnen worden gerealiseerd? Met het voorstel kan sprekers fractie instemmen. Wethouder Flach constateert dat in de tweede termijn zowel het woord 'vertrouwen' als het woord 'wantrouwen' is gevallen, het eerste bij monde van de heer Ouwerkerk en het tweede – overigens in ontkennende zin – bij monde van mevrouw Gommans. Dit laat zien dat de cirkel rond is. Het moet helder zijn dat het college bij het aangaan van overeenkomsten met Dordrecht niet alleen van vertrouwen zal uitgaan. Wel heeft men ook in de landelijke politiek gezien hoe belangrijk het bestaan van vertrouwen is voor het überhaupt met elkaar kunnen samenwerken. Daarnaast moet men zakelijk zijn wanneer men het nìet met elkaar eens is en het vertrouwen op een lager pitje komt te staan.
Het hebben van vertrouwen is dus de basis om überhaupt te kunnen vertrekken, maar ook juridisch moet men de zaken goed geregeld hebben.
Vergadering van 12 april 2021.
16
Wetende dat de heer Ouwerkerk een warm voorstander is van de Drechtstedelijke samenwerking en met lede ogen aanziet dat zij teloor gaat, deed het spreker oprecht wat dat de fractie van de VVD vanuit het in hem uitgesproken vertrouwen toch met dit voorstel akkoord kan gaan. Hij zal proberen dat vertrouwen waar te maken, ook in het vervolgtraject; dank daarvoor. De heer Doevendans begon een discussie over de vraag of er Duitse of Engelse termen dienen te worden gebruikt. Spreker vindt dat men het Duits gewoon moet laten staan – als men zijn naam zou veranderen, zou dat ook niet klinken – en is het dus geheel met de heer Doevendans eens, maar deze begon er zelf over en dus ging spreker maar even mee in het jargon. Serieuzer: de heer Doevendans heeft gelijk dat een SLA en een DVO feitelijk hetzelfde betekenen, maar toch bedoelt het college er iets anders mee. Voor het basispakket aan dienstverlening wordt een servicelevelagreement gesloten; daarin zal worden aangegeven wat men mag verwachten, hetgeen voor alle betrokken gemeenten ongeveer hetzelfde zal zijn.
Wil men op sommige onderdelen variëren – een gemeente kan behoefte hebben aan wat extra dienstverlening, bijvoorbeeld, om maar wat te noemen, in de vorm van het op blauw papier versturen van de gemeentelijke belastingaanslagen –, dan zal daarvoor ter aanvulling van het servicelevelagreement een dienstverleningsovereenkomst worden gesloten. Die DVO's zijn altijd specifiek en bevinden zich binnen de daarvoor gegeven kaders. Als de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht bijvoorbeeld voor een project als het plan voor het Centrumgebied een communicatiemedewerker nodig heeft, kan zij deze door middel van het aangaan van een aanvullende dienstverleningsovereenkomst inhuren. Daarvoor zal het college dan niet eerst de raad inschakelen, want dat zou een enorme stapel papier met zinloze informatie betekenen; er zou ook worden gebleven binnen het budget en de kaders die de raad het college heeft gegeven. Vandaar dat spreker in eerste termijn zei dat het college over zoiets niet met de raad in discussie zal gaan. Dat heeft het nóoit gedaan, dus waarom zou het dit nu dan wèl doen? Meerdere fracties hebben gevraagd om de raad te informeren wanneer er kaders in de knel komen of de financiën onder druk komen te staan. Dit is voor spreker gesneden koek, want als hij dat zou nalaten, zou hij zijn bevoegdheden verre te buiten gaan.
De raad gaat over het budget en heeft de kaders aangegeven en dus dient hij de raad te informeren als er kaders, ook beleidskaders, worden overschreden. Binnen de grenzen daarvan heeft het college de ruimte – ook wettelijk gezien – om de bedrijfsvoering vorm te geven. Komt het college daar een centimeter buiten, dan kan spreker verzekeren dat hij de raad daarover eigener beweging zal informeren. De heer Doevendans komt terug op het voorbeeld dat hij in zijn tweede termijn noemde, namelijk de openingstijden van loketten; het gaat dus niet alleen om geld. Over die openingstijden zullen afspraken worden gemaakt, evenals over bijvoorbeeld de tijd waarbinnen er moet worden geantwoord op zaken die zijn aangedragen. Het gaat hem vooral over de dienstverleningstaken die de ìnwoners raken en ten aanzien waarvan er keuzes zullen worden gemaakt. De raad zou over die keuzes moeten kunnen meedenken en kunnen zeggen of daarmee wel of niet kan worden ingestemd. Wethouder Flach acht dit volkomen helder. Hieraan is te zien hoe snel ook woorden tot misverstand kunnen leiden. Bij wat hij over de dienstverlening zei, dacht hij aan de dienstverlening aan de ìnwoners van de gemeente. Als men nog maar op twee in plaats van op vier dagen per week terecht zal kunnen voor het aanvragen van een paspoort, is het logisch dat dit met de raad zal worden besproken.
Thans gaat het echter vaak om dienstverlening aan medewerkers van de gemeente, een onderwerp waarover ook nu eigenlijk niet met de raad wordt gecommuniceerd, behalve dan door middel van een bepaalde standaardbrief bij de toekenning van een nieuwe functie, maar dat houdt de raad dan niet sterk bezig. Men mag erop vertrouwen dat het college de sensitiviteit heeft om zich met de raad te verstaan – ook als dat niet hóeft – als zich iets voordoet wat de raad aangaat, of de raad kan interesseren, of waarover het college graag de mening van de raad wil vernemen. Spreker kan nu opnieuw toezeggen dat het college de raad zal informeren als dat móet en als een onderwerp de taak van de raad raakt. Met de informatievoorziening daarover zal het college niet krenterig zijn. Wanneer echte backoffice-zaken slimmer ànders kunnen worden uitgevoerd, zullen die niet eerst in een enkele
Vergadering van 12 april 2021.
17
maanden durend proces van behandeling door college en raad worden gegoten, maar neemt het college aan dat men het de vrijheid geeft om achter de schermen een en ander zo slim en efficiënt mogelijk te regelen. Dit is nu wel af te spreken. De heer Van der Wulp suggereerde dat de raad in de hoek was gezet met een uitspraak als: 'Daar gaat u tòch niet over.' Men kent spreker als enthousiaste dienaar van de raad; hij zou de raad dus nooit in de hoek zetten. Wel heeft hij geprobeerd duidelijk te maken wie waarover gaat en waarvoor wel of niet de instemming van de raad wordt gevraagd. Instemming van de raad is nodig wanneer het budgetrecht van de raad in het geding is, of als dat het geval is met de kaderstellende taak van de raad, of als het over beleid gaat. De bedoeling van spreker in eerste termijn was dus helder te maken wie waarover gaat. Overigens kijkt hij ernaar uit dat de heer Van der Wulp een keer een servicelevelagreement in plat Ambachts zal voorlezen; daarvoor houdt hij zich zeker aanbevolen. Volgens de heer Van der Wulp en enkele andere woordvoerders zou het een mooi gebaar jegens het personeel van de huidige gemeenschappelijke regeling zijn als er voor vier jaar een baangarantie zou kunnen worden afgegeven.
In eerste termijn heeft spreker gezegd dat het voor dat personeel van betekenis kan zijn als er met de servicegemeente Dordrecht een overeenkomst voor de duur van vier jaar wordt aangegaan. Voor die gemeente zal het dan namelijk gemakkelijker zijn om mensen aan zich te binden, zodat de behoefte aan reorganisaties minder zal zijn. Zal men al na twee jaar afscheid van elkaar moeten nemen, dan moet er sprake zijn van een grotere flexibele schil en minder vaste aanstellingen. Wat spreker niet kan garanderen, ook niet als er een overeenkomst voor vier jaar wordt aangegaan, is dat in de gehele transitie niemand zijn functie zal kunnen verliezen of niemand zal kunnen worden ontslagen. Een aantal functies zal namelijk gaan verdwijnen, zoals de ondersteuning van de Drechtraad; alleen al om die reden kan de gevraagde toezegging niet worden gegeven. Verder kent de gemeenschappelijke regeling Drechtsteden nu een concernstaf, bestaande uit een directiesecretaris, een concerncontroller en mensen die zich bezighouden met planning en control. Zij zullen op de een of andere manier in de Dordtse organisatie moeten worden ingevlochten. Voor hen komen geen functies als algemeen directeur of directiesecretaris beschikbaar, want die zijn er in de Dordtse organisatie al.
Wel bestaat bij de gemeente Dordrecht in deze tijden van personeelskrapte de bereidheid om deze mensen een vergelijkbare functie in haar organisatie aan te bieden. In de meeste gevallen gaat het om mensen die hebben bewezen goed werk te kunnen leveren, de regio goed kennen en de stap naar de Dordtse organisatie ook graag willen zetten. Kortom, de bereidheid bestaat om alle betrokkenen waar het mogelijk is een passende functie te bieden, maar er moet voor Dordrecht ook wel de ruimte zijn om van mensen die disfunctioneren afscheid te kunnen nemen. Afgesproken is dat het personeel snel duidelijkheid zal worden gegeven en dat het zo veel mogelijk naar de Dordtse organisatie zal kunnen overgaan. Op wat ook de heer Scheurwater over de DVO's heeft gezegd, is spreker in het voorgaande al ingegaan. De heer Lagendijk somde nog even de drie omstandigheden op waarin de raad zou moeten worden geïnformeerd. Als er op de brief van het college een reactie van Dordrecht komt met als inhoud dat er niet aan bepaalde voorwaarden zal kunnen worden voldaan, komt er een nieuw afwegingsmoment. Er moet dan worden bekeken of dit feit voor Ambacht zo zwaar is dat er van deelname moet worden afgezien, of dat er aanvullende afspraken moeten worden gemaakt. Het college zal de raad daarover dan informeren.
Dit zal ook gebeuren als het niveau van de dienstverlening afwijkt van wat er mag worden verwacht, of als de kosten daarvan de pan uitrijzen. In oktober van het vorig jaar is bepaald dat de dienstverlening op minimaal hetzelfde niveau moet blijven tegen gelijkblijvende kosten. Het gaat dan niet over transitiekosten, maar over vaste kosten. Mevrouw Gommans sloot zich aan bij de wens de raad bij het vervolg te betrekken. Spreker heeft die wens van harte ondersteund, want het college betrekt de raad altijd graag bij wat zich voordoet. Men ziet elkaar tegenwoordig nog maar twee of drie keer per maand en dus dient men het dan met elkaar over belangrijke dingen te hebben. Wel moet men een goed onderscheid maken tussen informatieverstrekking en besluitvorming.
Vergadering van 12 april 2021.
18
Het tijdspad waarnaar de heer Mol vroeg, is hier en daar pijnlijk snel. Om een voorbeeld daarvan te noemen: aanstaande woensdag om acht uur zal spreker deelnemen aan een ontbijtsessie met een aantal collega's in de regio en een delegatie van Dordrecht. Dat vindt hij pijnlijk vroeg, want degenen die hem kennen, weten dat dit voor hem niet de beste tijd van de dag is; hij begint dus al op achterstand. Er zit een flink tempo in het proces; halverwege mei zullen de volgende stappen worden gezet. Voor Dordrecht betekent het ook nogal wat. Die gemeente kent een organisatie van zo'n 800 mensen en deze zal met 50 % gaan groeien. Dat is dus een mega-operatie, maar er is Dordrecht alles aan gelegen om dit proces dit jaar af te ronden. Mevrouw Gommans-Dane wil even terugkomen op een antwoord aan de heer Lagendijk, namelijk dat de wethouder de raad zal informeren als blijkt dat de gemeente Dordrecht zich niet in de op- en aanmerkingen van Hendrik-Ido-Ambacht kan vinden. Dat vond zij een wat magere reactie, want als de gemeente Dordrecht enkele voor de raad van Hendrik-Ido-Ambacht belangrijke punten niet wil overnemen, dient deze daarover niet alleen te worden geïnforméérd, maar moet hij er ook nog over van gedachten kunnen wisselen. Wethouder Flach noemt dit in sterke mate een 'als… dan'-discussie.
Hij vindt de door het college verwoorde randvoorwaarden niet raar en heeft ook al gezegd dat in een gesprek met het college van Dordrecht daarover herkenning en geruststelling zijn ervaren. Er wordt dus niet verwacht dat zij een struikelblok zullen kunnen opleveren. Hij gaat ervan uit dat er een proces gaat volgen waarin mogelijke hobbels één voor één zullen worden gladgestreken. De heer Lagendijk noemde drie gevallen waarin het college de raad zal informeren. Als het over het budget of over een verandering in beleid gaat, heeft het college zelfs de ìnstemming van de raad nodig. Bij majeure afwijkingen, die spreker niet verwacht, zal hij de raad dus niet alleen informeren, maar deze ook om tóestemming vragen. Gaat het om kleinere afwijkingen, dan zal de vraag aan de orde komen of zij belangrijk genoeg zijn om de raad daarover te informeren. Er zit geen groot verschil tussen een antwoord van de raad nadat deze is geïnformeerd en een reactie van de raad nadat er een concreet besluit is genomen. Het college zal een ordentelijk juridisch proces volgen waarin de bevoegdheden van de raad intact blijven en er van optimale informatievoorziening sprake zal zijn. De voorzitter geeft mevrouw Gommans gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring.
Mevrouw Gommans-Dane wil nogmaals benadrukken dat de fractie van D66 zich grote zorgen maakt over de vraag of het tijdspad zal worden gehaald, over het nog niet bekend zijn van de kosten van de transities en over de inhoud die de DVO's zullen krijgen. Naar haar mening moet de raad over besluiten van het college dienaangaande worden geïnformeerd en moet hij zich daarover ook kunnen uitspreken. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten. 8. Welzijn, Onderwijs, Sociale Zaken. 8.1 Vervanging toneelhijsinstallatie in cultureel centrum Cascade. Mevrouw Vlasblom-van der Vlies wil na de uitgebreide behandeling van dit agendapunt in de commissie ook via deze weg de Stichting CAI Fonds bedanken voor de toezegging om 75 % bij te dragen in de investering die voor het vervangen van de toneelhijsinstallatie nodig is. Cascade is een belangrijke voorziening in Hendrik-Ido-Ambacht en de fractie van het CDA vindt het dan ook goed om thans het gevraagde besluit te nemen, zodat er hopelijk in september, als de omstandigheden met betrekking tot het Covid-virus het zullen toestaan, weer met het geven van voorstellingen van start zal kunnen worden gegaan. Zij kan dus instemmen met dit voorstel.
Vergadering van 12 april 2021.
19
Mevrouw Oelfke-ten Seldam brengt naar voren dat ook de fractie van de VVD blij is met de toezegging van de Stichting CAI Fonds dat zij 75 % van de investering in de nieuwe toneelhijsinstallatie wil bijdragen. Daarvoor dankt de fractie de stichting van harte. Zij is benieuwd of in de aanbestedingsprocedure zal blijken dat de nu geschatte benodigde investering voldoende zal zijn. Een vraag betreft het tijdspad. Uit de stukken en een raadsinformatiebrief is het bekend dat de huidige toneelhijsinstallatie reeds eind 2019 is afgekeurd, maar dit voorstel tot vervanging ervan is de raad pas in april 2021 voorgelegd, met daarbij het verzoek ermee in te stemmen – bijna met spoed – opdat er in september met een nieuwe toneelhijsinstallatie zal kunnen worden gewerkt. Misschien kan de portefeuillehouder uiteenzetten waaraan het heeft gelegen dat er zo lang met dit voorstel is gewacht. De fractie is blij dat Cascade, als de toneelhijsinstallatie is vervangen, haar theaterprogramma kan uitvoeren en dat ook diverse verenigingen van deze mooie voorziening gebruik zullen kunnen blijven maken. De voorzitter deelt mede dat inmiddels ook mevrouw Kamphuis-Stuij aan de vergadering deelneemt; hij heet haar welkom. Mevrouw Gommans-Dane kan namens de fractie van D66 heel kort zijn.
Cascade is het paradepaardje van Hendrik-Ido-Ambacht en het vervangen van de huidige toneelhijsinstallatie is een must om de theatervoorstellingen op een veilige wijze te kunnen laten doorgaan. Dat de Stichting CAI Fonds in de hiervoor benodigde investering wil bijdragen, verheugt de fractie zeer. Zoals men weet, is zij van mening dat de middelen van het CAI-fonds in wezen zijn bijeengebracht door wat de inwoners van Hendrik-Ido-Ambacht jarenlang voor hun aansluiting op de CAI hebben betaald. Het is dus mooi dat geld uit dat fonds nu op deze manier besteed gaat worden, want dit komt de bezoekers van Cascade, onder wie veel inwoners, rechtstreeks ten goede. De fractie gaat akkoord met dit voorstel, hopend dat de vervanging op tijd zal kunnen plaatsvinden, zodat men straks, als het Covid-virus het zal toestaan, weer mooie voorstellingen zal kunnen bijwonen. De heer Doevendans noemt het belangrijk dat bij het werken met een toneelhijsinstallatie de veiligheid voorop staat. Het is goed te lezen dat die veiligheid niet in het gedrang is geweest – door het treffen van noodvoorzieningen kon men Cascade in de afgelopen tijd blijven bezoeken –, maar dat er nu een nieuwe toneelhijsinstallatie gaat komen, is inderdaad nodig.
Voor sprekers fractie is het net als voor mevrouw Gommans, met wie zij het wederom eens is, een must dat dit gebeurt, want Cascade is een enorm belangrijke voorziening in Hendrik-Ido-Ambacht, een voorziening waarvan iedereen op elke dag van de week gebruik kan maken. Veel mooier dan dat zal men het niet krijgen. Ook spreker is uiteraard heel blij met het feit dat de Stichting CAI Fonds genegen is gebleken om in de voor de nieuwe toneelhijsinstallatie benodigde investering een fors bedrag bij te dragen. Zo zal er na afloop van de Corona-perikelen weer van allerlei voorstellingen kunnen worden genoten, iets waarnaar ook hijzelf uitziet. In de commissievergadering heeft spreker gezegd dat het nu genoemde bedrag dat voor de nieuwe toneelhijsinstallatie nodig is erg fors is. Dat was voor hem aanleiding te vragen of er misschien van te zware eisen werd uitgegaan. Op die vraag is geen afdoend antwoord gekomen en daarom wil hij de wethouder verzoeken daarop thans in te gaan. Inmiddels loopt de aanbestedingsprocedure en spreker neemt aan dat er al offertes van leveranciers zijn ontvangen, daar de nu genoemde bedragen anders niet al in de openbaarheid zouden zijn gebracht.
Als er inderdaad al offertes bestaan, hoe kan het dan dat de bedragen in dit voorstel niet zijn gewijzigd? Komen de offertes soms precies met die bedragen overeen – dat zou heel verbazingwekkend zijn –, of moeten zij nog worden aangepast, zodat men nog op een meevaller kan rekenen? De heer Scheurwater deelt mede dat de fractie van EVA met dank aan de Stichting CAI Fonds met dit voorstel tot beschikbaarstelling van een krediet voor het vernieuwen van de toneelhijsinstallatie van Cascade akkoord gaat. Zo behoudt Cascade haar functie als cultureel centrum in het midden van
Vergadering van 12 april 2021.
20
het dorp. De fractie heeft nog wel de vraag of er voor de nieuwe toneelhijsinstallatie een onderhoudscontract voor twaalf jaar wordt gesloten, dus een contract dat gedurende de afschrijvingstijd zal gelden. De heer Struik memoreert dat dit voorstel in de commissievergadering van 16 maart jl. in vertrouwelijkheid uitvoerig is besproken. In het voorstel is te lezen dat de Stichting CAI Fonds genegen is om een deel van de kosten van het vervangen van de bestaande toneelhijsinstallatie voor haar rekening te nemen en wel in de vorm van 75 % van de te plegen investering, zijnde € 337.000. De stichting stelt hierbij echter wel de voorwaarde dat bij een vòlgende vervanging van de toneelhijsinstallatie de gemeente de daarvoor dan benodigde financiën ter beschikking zal hebben. Ook heeft zij in haar toezeggingsbrief concreet aangegeven hoe dit in de gemeentelijke administratie kan worden verwerkt. Op 8 april is er over deze voorwaarde een positief gesprek gevoerd tussen de portefeuillehouder financiën en de penningmeester van de Stichting CAI Fonds. De uitkomst daarvan was dat de gemeente de intentie heeft om aan de genoemde voorwaarden te gaan voldoen. Dit zal worden verwoord in een aan het bestuur van de stichting te verzenden brief. Op dit moment is de toezegging van de stichting formeel dus nog onder voorbehoud gedaan.
Dit houdt in dat zij, indien zij niet met de inhoud van de bedoelde brief zal kunnen instemmen, de toezegging van de bijdrage zal kunnen intrekken, zodat de gemeente alsnog het volledige bedrag voor haar rekening zal moeten nemen. Kan de wethouder zeggen hoe reëel met deze mogelijkheid rekening moet worden gehouden? Het totaal benodigde bedrag voor de vervanging van de huidige toneelhijsinstallatie door een nieuwe toneelhijsinstallatie zijn door de externe adviseur op € 450.000 inclusief b.t.w. geraamd. In dit bedrag zitten ook de kosten van het verwijderen en afvoeren van de huidige toneelhijsinstallatie, de kosten van het maken van een ontwerp voor de nieuwe toneelhijsinstallatie, de kosten van het monteren en het keuren daarvan en de kosten van externe advisering en begeleiding. In het bedrijfsleven wordt men kriegelig bij het lezen van het woord 'raming', want dat betekent dat de omvang van de kosten niet duidelijk is.
Is er uitgegaan van de prijspeilen van 2020/2021 en zijn er nog stelposten? Het mag niet gebeuren dat, als de raad nu met dit voorstel akkoord gaat, over enige tijd – zeg na 1 september, wanneer de installatie in orde moet zijn –, de portefeuillehouder bij de raad terugkomt met de mededeling: 'Sorry, maar het is toch wat duurder geworden dan wij eerst dachten.' De fractie verneemt van de portefeuillehouder of portefeuillehouders graag wat hun reactie hierop is. De heer Van der Wulp dacht eerst alles over dit voorstel al wel te weten, maar toch zijn er nog enkele vragen over gesteld; hij is benieuwd naar het straks te ontvangen antwoord daarop. Voor de vervanging van de toneelhijsinstallatie in Cascade is een enorm bedrag nodig, zo luidde de eerste reactie van de PvdA-fractie. Zij is overigens voor dit voorstel, omdat Cascade hierdoor goede en aansprekende voorstellingen kan blijven verzorgen. Wel had zij graag gezien dat er met meerdere offertes voor het aanbrengen van de nieuwe toneelhijsinstallatie was gewerkt. Er is de commissie duidelijk gemaakt – zo heeft spreker het althans begrepen – dat er slechts één bedrijf is dat een toneelhijsinstallatie kan fabriceren en monteren. In het voorstel is het nog niet duidelijk dat de Stichting CAI Fonds het toegezegde bedrag inderdaad zal bijdragen. Zonder zo'n bijdrage zal er een grote financiële hobbel moeten worden genomen.
Mèt een bijdrage van het fonds valt er een milder oordeel te vellen. De fractie hoopt dan ook dat die bijdrage er zal komen. Het is jammer dat de portefeuillehouder bij de behandeling van dit voorstel nog geen definitieve uitspraak over de toezegging van de Stichting CAI Fonds kan doen. De heer Van der Lei voert aan dat dit voorstel in de commissievergadering van 16 maart jl. in beslotenheid is behandeld. De fractie van Gemeentebelangen is blij dat de stukken die aan dit voorstel ten grondslag liggen, thans ook voor de inwoners beschikbaar zijn. Zij hecht namelijk grote waarde aan transparantie en openheid in de verhouding met de inwoners. Bedenkingen heeft de fractie van Gemeentebelangen nog bij de geraamde kosten van € 450.000 voor het vervangen van de toneelhijsinstallatie. Zij wil graag van de portefeuillehouder horen of de aan te
Vergadering van 12 april 2021.
21
schaffen toneelhijsinstallatie niet aan te hoge eisen moet voldoen. Tevens verzoekt zij hem om jaarlijks in het meerjarig duurzaam onderhoudsplan een bedrag te reserveren voor het geval op termijn de nieuwe toneelhijsinstallatie zal moeten worden vervangen. Dit wordt ook door de Stichting CAI Fonds van de gemeente verlangd. Een andere vraag is of de portefeuillehouder kan aangeven wat de strekking is van de opmerking in het voorstel dat door het werken met individuele trekken veranderingen gemakkelijker en sneller en met inzet van minder personeel doorgevoerd kunnen worden, wat een positief effect op de bedrijfsvoering zal hebben. Betekent dit dat het personeel zich over de aanschaf van de nieuwe toneelhijsinstallatie zorgen moet gaan maken? De fractie van Gemeentebelangen vindt dat de veiligheid van de burgers die het theater bezoeken vooropstaat. Wanneer de huidige toneelhijsinstallatie niet wordt vervangen, zal dit buiten het feit dat die veiligheid niet kan worden gegarandeerd ook grote nadelige gevolgen hebben voor het toneel- en theateraanbod en het verenigingsleven in en buiten Hendrik-Ido-Ambacht. Verschraling van het aanbod op zich zal weer leiden tot verlaging van de inkomsten van Cascade.
De fractie van Gemeentebelangen is van mening dat, wanneer er niet tot vervanging van de huidige toneelhijsinstallatie zal worden overgegaan, de functie van Cascade als cultureel centrum ernstig onder druk komt te staan en het culturele leven in de gemeente zal verschralen. De heer Boudewijn acht het bekend dat de fractie van SGP/ChristenUnie geen voorstandster is van het gebruik van gemeentelijke middelen om een professioneel theater in de lucht te houden, daar zij vindt dat dit niet tot de kerntaken van de gemeente behoort, zeker niet van een relatief kleine gemeente als Hendrik-Ido-Ambacht. Naar haar mening is het bijwonen van een theatervoorstelling een vorm van vrijetijdsbesteding waarvoor een toegangsprijs mag worden gevraagd die de kosten geheel dekt, zodat er geen overheidsgelden benodigd zijn. Daarnaast heeft de fractie regelmatig moeite met de inhoud van voorstellingen, reden waarom zij jaarlijks bij de vaststelling van de toe te kennen subsidies een kanttekening maakt. Het voorliggende voorstel betreft het plegen van een investering in het vervangen van de toneelhijsinstallatie van het theater Cascade. De gemeente heeft indertijd de verplichting op zich genomen te zorgen voor het onderhoud van deze installatie, zodat zij medeverantwoordelijk is voor het veilig kunnen gebruiken daarvan.
Omdat dit een gemeentelijke verantwoordelijkheid is, zal de fractie met dit voorstel instemmen, met inachtneming van haar eerder gemaakte opmerkingen. Wethouder Van Die stelt vast dat veel vragen betrekking hebben op de hoogte van het te investeren bedrag, de voorwaarden die de Stichting CAI Fonds bij haar toezegging van een bijdrage heeft gesteld, de looptijd van het proces en de aanbesteding van de vervanging van de huidige toneelhijsinstallatie. Hij zal proberen ze langs deze lijn te beantwoorden, dit nadat hij evenals de raad zijn waardering heeft uitgesproken voor de leden van het bestuur van de Stichting CAI Fonds voor het feit dat zij deze grote investering mogelijk maken. De gemeente en ook Cascade mogen de stichting erkentelijk zijn voor haar royale opstelling, evenals voor de tijd die de bestuursleden in dit project hebben gestoken en voor het proces dat zij in de afgelopen maanden met de gemeente hebben doorlopen. Hij hoopt dat dit proces een voorbode mag zijn van het succes van wellicht toekomstige projecten die de gemeente samen met het stichtingsbestuur wil gaan uitvoeren. De aanleiding om met dit voorstel te komen, was niet leuk, namelijk dat de bestaande toneelhijsinstallatie op grond van aangescherpte veiligheidsvoorschriften was afgekeurd.
Voor de vernieuwing ervan is een groot bedrag nodig, maar met deze investering wordt bereikt dat er, wanneer Cascade straks weer mag opengaan, met een goed functionerende toneelhijsinstallatie zal kunnen worden gewerkt, zodat er in de theaterzaal niet alleen door professionals kan worden opgetreden, maar er ook activiteiten van plaatselijke verenigingen kunnen worden uitgevoerd. Over de noodzaak van dit voorstel bestaat dan ook geen twijfel. Het bestuur van het CAI-fonds heeft bij zijn toezegging wel een aantal voorwaarden gesteld; de heer Struik refereerde daaraan al. De eerste voorwaarde is dat de gemeente 25 % van het benodigde be-
Vergadering van 12 april 2021.
22
drag investeert, de tweede voorwaarde is dat de investering in de vorm van een onderhoudsvoorziening in de begroting wordt opgenomen – daarvoor is overigens ook politiek aandacht gevraagd –, en de derde voorwaarde is dat het bestuur bij de aanbesteding wordt betrokken. Dit zijn heel heldere voorwaarden, en als de raad daarmee kan instemmen, kan ook de gemeente dat doen. Het zijn voorwaarden die bij ieder investeringsvoorstel kunnen worden gesteld, dus dat deze netjes wordt opgenomen in de begroting en in de meerjarige onderhoudsplanning, zodat zich over twaalf jaar – de meesten van de deelnemers aan deze vergadering zullen dit politiek gezien niet meer meemaken – niet wederom een verrassing als deze zal kunnen voordoen. Ook het college werd erdoor verrast doordat de noodzaak de toneelhijsinstallatie om de zoveel jaar te vervangen niet goed in de begroting was opgenomen. Met het nu te nemen besluit gebeurt dat wel; de nieuwe kapitaalslasten worden in de begroting verwerkt en de huidige kapitaalslasten worden doorgetrokken. Het grote verschil is voorts dat thans wèl een onderhoudsvoorziening wordt getroffen. Dit biedt de garantie dat er ook in de toekomst met een goede toneelhijsinstallatie zal kunnen worden gewerkt. De kosten van de vervanging van de huidige toneelhijsinstallatie zijn niet misselijk, maar wel noodzakelijk om het huidige aanbod van Cascade te kunnen handhaven.
Zoals in de raadsinformatiebrief en in het voorstel is gezegd, kan de constructie van de huidige toneelhijsinstallatie de belasting die zij moet kunnen ondervinden niet aan; er zijn daarin ontoelaatbare buigingen gemeten. Om de veiligheid van de installatie te kunnen garanderen is er niet over één nacht ijs gegaan, maar zijn enkele knappe koppen op dit gebied en enkele mensen van de gemeente met contraexpertise met elkaar in conclaaf gegaan om te bezien en te berekenen welk model toneelhijsinstallatie voor deze theaterzaal en deze accommodatie passend zou zijn. Dat is per definitie maatwerk, want geen enkele theaterzaal en geen enkele accommodatie is hetzelfde. Dit heeft geleid tot dit voorstel, dat erin voorziet dat het gewicht van de toneelhijsinstallatie wordt verdeeld; zij wordt dus anders opgebouwd dan de huidige toneelhijsinstallatie. De werking van de installatie zal nu door monitoring in de gaten kunnen worden gehouden; in de commissie is dit al door een deskundige uitgelegd. Wat maakt de kosten van vervanging nu zo hoog? Men maakt onderscheid tussen het besturingsdeel, dus het beweegbare deel, en het bouwkundige deel. Het beweegbare deel slijt wat sneller.
Onderdelen die minder aan slijtage onderhevig zijn, zijn bijvoorbeeld de stalen liggers die aan het plafond worden bevestigd, de liggerbrug en de trussen, de balken waaraan de verlichting en de decorstukken worden opgehangen. Voorts moet het secundaire staal opnieuw gedimensioneerd worden en moet er in algemene zin naar de dakconstructie worden gekeken, want zij moet straks het gewicht van de nieuwe toneelhijsinstallatie kunnen houden. Dit alles tezamen vergt het geschatte bedrag van € 450.000. Uit de aanbesteding zal moeten blijken of dat voldoende is. De raad wordt gevraagd met de beschikbaarstelling van dat bedrag akkoord te gaan, geen cent meer of minder. De inschrijvingstermijn van de aanbesteding is de vorige week vrijdag gesloten en spreker kan dus nog niet zeggen hoeveel bedrijven hebben ingeschreven, maar gelet op alle expertise waarvan gebruik is gemaakt, meent hij dat het heel reëel is om te verwachten dat er voor het genoemde bedrag een nieuwe toneelhijsinstallatie zal kunnen worden aangebracht. Het proces dat is doorlopen, heeft iets langer geduurd, wat in deze Corona-tijd ook mogelijk was; dit was dus een klein voordeel daarvan. In de commissie heeft spreker uiteengezet dat de gemeente met betrekking tot het initiële voorstel een second opinion wenste.
Het voldoen aan die wens bleek relatief weinig tijd te vergen, want in de zomer van 2020 waren de ingeschakelde experts het wel eens over wat er moest gebeuren; er bestonden dus al gedeelde conclusies. Na het zomerreces hebben collega Flach en spreker hierover gesproken met een afvaardiging van het bestuur van de Stichting CAI Fonds, waarna ook daar de bal is gaan rollen. Dat heeft weer enige tijd geduurd vanwege de afstemming die er tussen dat bestuur en de gemeente moest plaatsvinden. De heer Doevendans hoorde de wethouder zeggen dat de inschrijvingstermijn intussen gesloten is. Betekent dit dat de inschrijvers ook al offertes hebben ingediend, of dat zij zich alleen als geïnteresseerden in dit project hebben aangemeld?
Vergadering van 12 april 2021.
23
Wethouder Van Die antwoordt dat het eerste is gebeurd. Na sluiting van de inschrijvingstermijn liggen er biedingen van één of meer inschrijvers – hij weet niet hoeveel het er zijn –, welke deze maand zullen worden besproken door de begeleidingscommissie. Als zij een keuze heeft gemaakt, zal het bedrag van de betrokken inschrijving het bedrag zijn waarvoor dit project zal worden uitgevoerd. Dat het proces wat langer heeft geduurd, kwam mede doordat er gesprekken met het bestuur van de stichting moesten worden gevoerd, terwijl dat bestuur moest overleggen met de eigen raad van toezicht, want het gaat bij de toegezegde bijdrage om een fors bedrag. Tevens is dat bestuur zich ook zelf in de materie gaan verdiepen. Dit resulteerde in een telefonisch onderhoud op donderdag jl. tussen collega Flach en de penningmeester van het bestuur om de laatste punten op de i's te zetten. Als de raad met de voorwaarden van de stichting kan instemmen, zal dit per brief worden bevestigd, een brief waarin de gemeente het bestuur hartelijk voor de bijdrage zal bedanken, want de deal is dan rond. Zoals al gezegd, was de Corona-tijd in dit geval in het voordeel van de gemeente, want alle sporen konden compleet en grondig met elkaar worden besproken.
De streefdatum daarbij is altijd 1 september 2021 geweest, in de verwachting – mede gelet op de field-experimenten die landelijk zijn uitgevoerd – dat het theater dan weer benut zou kunnen worden. Voor het gehele proces, vanaf het moment van ontwerp tot en met de keuring van de nieuwe toneelhijsinstallatie, is ongeveer vijf maanden nodig. Gaat de raad met dit voorstel akkoord, dan zal er begin september met een goede toneelhijsinstallatie kunnen worden gewerkt. De heer Scheurwater vroeg of het onderhoud van de nieuwe toneelhijsinstallatie in de aanbesteding begrepen zal zijn. Dat is zeker het geval; het aangaan van een onderhoudscontract maakt er deel van uit. Verder stelde de heer Van der Lei een vraag aangaande het hierbij betrokken personeel van Cascade. Dat personeel zit nu zeker niet op hete kolen. Het werken met de huidige toneelhijsinstallatie is een zeer arbeidsintensieve klus; men moet telkens weer omhoog klimmen om aanpassingen te verrichten. Met de nieuwe toneelhijsinstallatie wordt de noodzaak daarvan voorkomen; wellicht is zij ook wat simpeler in het gebruik, zodat er minder specifieke kennis voor nodig zal zijn. Het uitgangspunt is dat er een goede nieuwe en veilige toneelhijsinstallatie komt waarmee het personeel van Cascade uit de voeten zal kunnen.
Spreker beseft heel goed dat dit een lastig voorstel is, daar men de noodzaak om hiermee te komen niet heeft voorzien. De raad moest hiermee dus worden verrast, net zoals het college ermee is verrast. De vervanging van de huidige toneelhijsinstallatie kost veel geld, maar gelukkig kan een groot deel van de kosten worden gedragen door de Stichting CAI Fonds. Te hopen is dat het theater en de Ambachtse verenigingen straks weer hun kunsten zullen mogen vertonen. De heer Van der Wulp dankt de wethouder voor diens antwoord. De fractie had eerst begrepen – maar dus ten onrechte – dat er maar van één inschrijver sprake was en dat het bedrag van € 450.000 uit diens offerte was gekomen. De wethouder zei het aantal inschrijvingen nu nog niet te weten, en dat moet spreker dus aannemen, maar stel dat er meerdere inschrijvingen zijn, aan de hand van welke afwegingen wordt er dan een keuze gemaakt? De heer Van der Lei zegt de portefeuillehouder eveneens dank voor zijn antwoord. Eén vraag is onbeantwoord gebleven, namelijk of de aan te brengen toneelhijsinstallatie niet overgekwalificeerd is. De fractie vergelijkt dit voorstel even met het aanschaffen van een Tv-toestel: daarop zitten allerlei toeters en bellen die men waarschijnlijk nooit zal gebruiken. Het niet instemmen met dit voorstel zal voor de inwoners van Hendrik-Ido-Ambacht grote sociale en culturele gevolgen hebben.
De fractie van Gemeentebelangen is blij en dankbaar dat een groot deel van de kosten van de nieuwe toneelhijsinstallatie wordt gedekt door de bijdrage van € 337.000 van de Stichting CAI Fonds. Zij zal dan ook met dit voorstel instemmen. De heer Struik sluit zich aan bij de aan de wethouder gerichte dank voor de beantwoording van de vragen. Of het geschatte bedrag van € 450.000 voor de nieuwe toneelhijsinstallatie voldoende zal zijn, blijft nog een beetje in de lucht hangen. De Stichting CAI Fonds gaat hierin € 337.000 bijdragen. Stel
Vergadering van 12 april 2021.
24
nu dat er toch een hóger bedrag dan die € 450.000 nodig blijkt te zijn – de ontvangen inschrijvingen zullen dat kunnen uitwijzen –, zal de stichting haar bijdrage dan verhogen? Wethouder Van Die brengt naar voren – dit aan het adres van de heer Van der Wulp – dat het in het voorstel opgenomen geraamde bedrag is gebaseerd op het ingewonnen advies. Hij weet op dit moment oprecht niet hoeveel inschrijvingen de aanbestedingsprocedure heeft opgeleverd; hij is er zelf niet bij betrokken en zit ook niet in de begeleidingscommissie. Wel kan hij zeggen dat, als er meerdere inschrijvingen zullen zijn, deze langs de meetlat van het bestek en het programma van eisen zullen worden gelegd. Uiteindelijk moet zo de beste prijs-kwaliteitsverhouding tot stand komen. Hierbij moet wel worden bedacht dat er in Nederland maar een paar bedrijven zijn die dergelijke toneelhijsinstallaties maken. De vraag is dus wel of er straks erg veel te kiezen zal zijn. Als spreker aan het einde van de maand verneemt wat de aanbestedingsprocedure heeft opgeleverd, zal hij dat de raad natuurlijk laten weten. Wanneer de kadernota zal worden behandeld, zal het definitief benodigde bedrag bekend zijn, maar voorlopig blijft hij uitgaan van de € 450.000.
De heer Doevendans begrijpt eerlijk gezegd niet dat de wethouder niet wat nieuwsgieriger is en niet voorafgaande aan deze vergadering een belletje heeft gepleegd om de uitslag van de aanbestedingsprocedure te weten te komen en die met het geschatte budget te vergelijken. Hij neemt aan dat de wethouder daarmee niet nog twee weken gaat wachten. Wethouder Van Die repliceert dat men op dit punt enigszins voorzichtig moet zijn. Natuurlijk is hij nieuwsgierig naar het resultaat van de aanbesteding, ook om te weten te komen of hij de raad eventueel iets zal moeten uitleggen. Alleen is de inschrijvingsprocedure nèt gesloten en weten de inschrijvers zelf ook nog niet op wie de keuze is gevallen. Het zou dan ook voorbarig zijn om nu al in de openbaarheid te vermelden dat er een keuze is gemaakt en het definitief benodigde bedrag al bekend is. Hij wil daarmee wachten tot het gehele proces is doorlopen en alle inschrijvers van de gemaakte keuze op de hoogte zullen zijn gebracht. Tot de heer Van der Lei kan spreker zeggen dat de nieuwe toneelhijsinstallatie niet overgekwalificeerd is. In de commissie zei hij al dat het geen toneelhijsinstallatie-de-luxe is. Hij heeft zich laten vertellen dat de nieuwe toneelhijsinstallatie overeenkomt met wat er in de theaterzaal van Cascade mogelijk is en dan nog steeds als een minimale variant moet worden gezien.
Bekeken is of de nu voorgestelde toneelhijsinstallatie zal kunnen voldoen aan de eisen die het huidige programma-aanbod stelt, niet of hiermee extra programma-aanbod zou kunnen worden gecreëerd. Dit neemt niet weg dat er een forse investering nodig is. De vraag van de heer Struik wat er gebeurt als het bedrag van de gekozen inschrijving boven de € 450.000 uitkomt is een 'als… dan'-vraag en in de politiek heeft spreker geleerd dat men zulke vragen niet moet beantwoorden. Op dit moment is het nog niet zeker wat de uitkomst van de procedure zal zijn. Er bestaat de goede hoop dat er binnen het nu voorgestelde bedrag zal kunnen worden gebleven. Wordt het meer, dan komt spreker bij de raad terug, en is het minder, dan zal er sprake zijn van een meevaller. Het is dus nog even afwachten. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten. 9. Ruimtelijke Zaken –De Volgerlanden. 9.1 Vaststellen bestemmingsplan Vrouwgelenweg achter nr. 80. 9.2 Vaststellen bestemmingsplan Rijksstraatweg 42b e.o. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform deze beide voorstellen besloten. 10. Comptabiliteitsbesluit.
Vergadering van 12 april 2021.
25
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel besloten. Aan de orde is de door de fractie van de PvdA aangekondigde motie vreemd aan de orde van de dag. De heer Van der Wulp wil eerst opmerken dat de motie mede zal worden ondertekend door de fracties van AUB en Realistisch Ambacht. In de raadsvergadering van 1 maart jl. is het inrichtingsplan voor het Waterbusplein op hoofdlijnen vastgesteld. Tijdens de behandeling van dat voorstel in de commissievergadering die daaraan was voorafgegaan, hebben meerdere fracties naar voren gebracht dat het goed zou zijn om op dat plein een oplaadpunt voor elektrische fietsen te plaatsen en daarmee als gemeente bij de inrichting dus rekening te houden. Er kwam wel min of meer een toezegging van de wethouder dat hij zich er hard voor zou maken, maar daarmee werd het nog niet zonneklaar dat er inderdaad een oplaadpunt voor elektrische fietsen op het Waterbusplein zal komen. Daarnaast werd in de commissievergadering aandacht gevraagd voor de wenselijkheid van het realiseren van een watertappunt op het Waterbusplein; daarvan staan er elders in Hendrik-Ido-Ambacht al enkele. De wethouder adviseerde daarover contact op te nemen met Oasen en dat bedrijf te vragen of het dit zou willen laten sponsoren. Spreker heeft daarover inderdaad contact opgenomen met Oasen, maar daar werd hij terugverwezen naar de gemeente.
Om toch te proberen te bereiken dat er aan de beide wensen zal worden voldaan, wordt thans de volgende motie ingediend: "De raad van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, in vergadering bijeen op maandag 12 april 2021, overwegende dat: - er op 1 maart 2021 akkoord is gegaan met het voorstel tot vaststelling van het inrichtingsplan voor het Waterbusplein; - het Waterbusplein daardoor een nieuw en modern uiterlijk krijgt; - de PvdA-fractie herhaaldelijk aandacht heeft gevraagd voor het opladen van elektrische fietsen en een watertappunt; - de fractie over het watertappunt, op advies van de portefeuillehouder in de commissievergadering, contact opnam met Oasen, maar terugverwezen werd naar de gemeente; van mening zijnde dat: - een oplaadpunt voor elektrische fietsen tegenwoordig een passend onderdeel is van een plein dat aan de eisen van de tijd voldoet, - een tappunt voor water een logisch onderdeel is van een nieuw ingericht plein, waar mensen verblijven en voor hen die onderweg zijn, - de plaatsing van een tappunt voor water plastic afval voorkomt en het gebruik van zo'n tappunt milieuvriendelijk en gezond is; gelet op onder meer artikel 43 van het Reglement van Orde voor de raad van Hendrik-Ido-Ambacht 2020, verzoekt het college: - te bevorderen dat op het vernieuwde Waterbusplein een oplaadpunt voor elektrische fietsen wordt gerealiseerd, - met Oasen in overleg te treden over het
realiseren van een tappunt voor water op het vernieuwde plein, en gaat over tot de orde van de dag." De motie is ondertekend door spreker namens de fractie van de PvdA en wòrdt thans mede ondertekend door de heer Struik namens de fractie van AUB en de heer Doevendans namens de fractie van Realistisch Ambacht. Mevrouw Vogelaar-Korpershoek constateert dat er met deze motie niets mis is, maar alvorens de fractie van Gemeentebelangen haar oordeel hierover geeft, wil zij het antwoord van de wethouder afwachten.
Vergadering van 12 april 2021.
26
Mevrouw Van der Hee-Pasterkamp noemt de wensen om op het Waterbusplein een watertappunt en een laadpaal voor elektrische fietsen te realiseren niet de grootste zaken waarmee de raad zich vanavond bezighoudt, maar relatief kleine zaken kunnen soms toch een groot verschil maken, in dit geval wat de aantrekkelijkheid en de uitstraling van het Waterbusplein betreft. De CDA-fractie vindt dit dan ook een heel mooie motie, iets wat na de toelichting van de heer Van der Wulp niet nog behoeft te worden beargumenteerd. Het aanbrengen van een watertappunt op het Waterbusplein klinkt zeer logisch. Bij het realiseren van zulke voorzieningen dient altijd een afweging tussen de te plegen investering en de verwachte opbrengsten te worden gemaakt. Er komt, zo heeft de raad besloten, al een fors aantal oplaadpalen voor elektrische auto's. Gezien de toezegging die de wethouder in de commissievergadering van 16 februari jl. heeft gedaan, hoopt de fractie dat de motie overbodig zal blijken te zijn. Voordat zij er verder op ingaat, wil zij graag de reactie van de wethouder horen. De heer Van Hartingsveldt vindt de motie van de PvdA zeer sympathiek. In de commissievergadering van 16 februari jl.
is hij namens de fractie van SGP/ChristenUnie het burgerraadslid van de PvdA de heer Scheurwater bijgevallen in diens pleidooi voor het op het Waterbusplein realiseren van een oplaadpunt voor elektrische fietsen, terwijl hij eveneens steun gaf – zij het in mindere mate – aan de wens om op dat plein een watertappunt te verwezenlijken, maar toch verbaast de motie de fractie enigszins. In de genoemde commissievergadering heeft hij de portefeuillehouder gevraagd de wenselijkheid van het plaatsen van een oplaadpunt voor elektrische fietsen onder de aandacht van de exploitant van de waterbus te brengen, menend dat dit de klantenbinding zou kunnen bevorderen, en de heer Scheurwater sloot zich daar toen bij aan; vandaar dat de nu ingediende motie spreker enigszins verbaast. De portefeuillehouder zei in de commissie dat ernaar zou worden gekeken en daarom wacht de fractie nu graag even af wat dat heeft opgeleverd. Verder riep de heer Scheurwater in de genoemde commissievergadering zelf ertoe op om op zoek te gaan naar een sponsor voor het plaatsen van een watertappunt. Laat men dit dus afwachten. De fractie is benieuwd naar wat de portefeuillehouder daarover te vertellen heeft. Na de reactie van de portefeuillehouder op de motie zal sprekers fractie zich er verder over uitspreken.
Mevrouw Gommans-Dane noemt de motie een mooie motie, daar het bekend is dat het gebruik van elektrische fietsen enorm toeneemt – iedereen wil zo'n fiets kopen – en er ook sterk wordt gestimuleerd dat mensen meer gaan fietsen. Laat men dus waar mogelijk een door iedereen te gebruiken laadpunt voor elektrische fietsen neerzetten. Ook het realiseren van een watertappunt zal heel goed zijn. Elders in het land ziet men ook watertappunten staan en zo'n voorziening past ook zeker op een plek waar de waterbus aanmeert; het is te zien als serviceverlening aan voorbijgangers. De fractie van D66 is dus voor de motie. De heer Doevendans is mede-indiener van de motie en staat er dus volkomen achter. Te zien is dat steeds meer mensen gaan fietsen, wat heel gezond is en dus moet worden gestimuleerd. Het Waterbusplein moet straks een lokker worden voor Ambachters en voor mensen die naar Ambacht komen, en dan is het investeren in voorzieningen waarvan zij gebruik kunnen maken nuttig besteed geld. Spreker hoopt dan ook dat na het antwoord van de wethouder ook de andere fracties deze motie zullen kunnen steunen. Het zou toch heel fijn zijn als men op een heerlijke warme dag op de fiets naar het Waterbusplein zou kunnen gaan en er een glaasje water zou kunnen drinken, terwijl men, als het een elektrische fiets is, deze ondertussen zou kunnen opladen.
Daarna kan men dan kijken naar de bomen die aan de overkant van de rivier tegen de huidige fabriek van Nedstaal zullen staan; het wordt daar gewoon heel mooi. Mevrouw Oelfke-ten Seldam verklaart dat de fractie van de VVD de motie steunt op grond van de argumenten welke al zijn genoemd.
Vergadering van 12 april 2021.
27
De heer Scheurwater moet zeggen nìet zo voor deze motie te zijn. De heer Doevendans had het over de mogelijkheid om op het Waterbusplein een glaasje water te drinken en ondertussen de elektrische fiets op te laden, maar het inrichtingsplan voor dat plein voorziet in de vestiging van horecabedrijven. De horeca zorgt meestal zelf voor de plaatsing bij restaurants van oplaadpunten voor elektrische fietsen; dat laten vele voorbeelden zien. Het gaan uitvoeren van de motie lijkt de fractie van EVA dan ook dubbelop. Verder zal men, als er nog geen horeca op het Waterbusplein is, daar niet enkele uren willen staan wachten tot de elektrische fiets is opgeladen. Ook spreker wacht na deze eerste reactie op de motie graag het antwoord van de wethouder af. De heer Van der Wulp is blij met de steun die aan de motie is gegeven en is nu reuze benieuwd naar de reactie van de wethouder, want daarvan zal kennelijk veel afhangen. Wethouder Flach zou de onderwerp van de motie, gezien in het licht van de voorstellen die vanavond zijn behandeld, 'klein bier' kunnen noemen, maar dat zijn ze niet, hoewel op het Waterbusplein klein bier niet zou misstaan.
Grappig is het dat de fractiegenoot van de heer Van der Wulp, de heer Scheurwater, en spreker het er in de commissievergadering van de vorige maand eigenlijk al over eens waren dat de bepleite voorzieningen op zich mooie voorzieningen zijn, welke ook goed op het Waterbusplein zouden passen. Hoewel niet iedere in de ene maand gedane toezegging de volgende maand in een motie behoeft te resulteren, is deze motie op zich wel sympathiek. Meestal wordt dat dan gevolgd door 'maar', maar in dit geval wil hij ingaan op enkele dingen waarmee hij bij de uitvoering van zo'n motie komt te zitten. In de commissievergadering van de vorige maand heeft hij toegezegd te zullen proberen in de contacten met de horeca te regelen dat er op het Waterbusplein een oplaadpunt voor elektrische fietsen zou komen. Een reden daarvoor is dat in de praktijk mensen die alleen van de waterbus gebruik maken niet een elektrische fiets op het Waterbusplein zullen stallen, daar zo'n situatie te diefstalgevoelig is; ofwel de accu van zo'n fiets ofwel de gehele fiets zou kunnen worden weggehaald. Men moet er dus van uitgaan dat het zal gaan om mensen die de horeca zullen bezoeken, of langs het water zullen flaneren enzovoort. Mevrouw Gommans zei dat zij in het land steeds vaker oplaadpunten voor elektrische fietsen tegenkomt en ook spreker ziet ze regelmatig staan.
Juist de horeca is er enorm op gebrand om zelf zulke oplaadpunten aan te bieden. Daarmee bindt men mensen niet alleen gedurende enige tijd aan het terras, het heeft ook praktische voordelen, want de oplaadpunten hebben onderhoud nodig, moeten worden schoongemaakt en er moet enig toezicht op het gebruik ervan zijn. Zij moeten op zodanige plaatsen staan dat mensen die op het terras zitten zich niet zenuwachtig behoeven af te vragen of hun fiets er nog wel staat. Een oplaadpunt zelf is ook nog wat vandalismegevoelig. Er is dus veel voor te zeggen om de plaatsing ervan te koppelen aan de horecavoorzieningen op het Waterbusplein en hierover met hen in contact te treden. De vraag is nog wel even bij wèlke horecagelegenheid er een oplaadpunt zou kunnen komen, want het is nog niet bekend wat voor horecagelegenheden zich er zullen vestigen. Over het aanbrengen van een watertappunt heeft spreker al in de commissie gezegd niet exact te weten hoe de verantwoordelijkheid voor zo'n voorziening tussen Oasen en de gemeente is geregeld. Hij heeft wel eens begrepen dat Oasen een speciaal potje heeft waaruit dat bedrijf dit soort voorzieningen betaalt. Er bevinden zich op een paar plaatsen in de gemeente watertappunten, bijvoorbeeld op de Sophiapromenade; daarvan wordt een heel druk gebruik gemaakt door o.a. voetballende jeugd.
Rondom zo'n watertappunt kan het, als men niet uitkijkt, een beetje een rommeltje worden, terwijl het ook een vandalismegevoelige situatie is. Verder zit spreker er een beetje mee dat de grond bij het Waterbusplein voor een fors bedrag wordt verkocht voor het aldaar gevestigd worden van horecagelegenheden, in de verwachting en de hoop dat, als er dorstige fietsers aankomen, dezen op één van de terrassen een versnapering zullen gaan gebruiken. Het zou wat sneu zijn wanneer de gemeente in de nabijheid van die horecagelegenheden pontificaal een watertappunt zou realiseren, want dat zou er bijna op lijken dat zij zou proberen die dorstige fietsers bij de horeca weg te houden. Wel is het voorstelbaar dat de gemeente, als straks de horecagelegenheden zich aan het Waterbusplein zullen hebben gevestigd, met de betrokken ondernemers gaat bekijken of er een plek is waarop een watertappunt zou kunnen komen te staan, maar dan
Vergadering van 12 april 2021.
28
zal men al wel bijna twee jaar verder zijn. Kortom, de motie is qua strekking sympathiek en past ook in wat de vorige maand met de heer Scheurwater van de PvdA is besproken, maar spreker kan zich indenken dat de indiener straks òf zal zeggen: 'Ik bewaar de motie nog even en kom er over anderhalf jaar op terug, dus wanneer het duidelijk zal zijn hoe het plein er precies gaat uitzien', òf ermee akkoord zal gaan dat er enige vrijheid in de motie wordt aangebracht door aan de passage: "te bevorderen dat op het vernieuwde Waterbusplein een oplaadpunt voor elektrische fietsen wordt gerealiseerd " toe te voegen: "bij voorkeur beheerd door de daar aanwezige horeca." Wat de passage: "met Oasen in overleg te treden over het realiseren van een tappunt voor water op het vernieuwde plein" betreft, wil spreker de indiener vragen ermee in te stemmen dat een watertappunt pas zal kunnen worden gerealiseerd als het plein kláár is en er ook pas dàn een plaats voor kan worden gekozen. Momenteel is het nog te vroeg om een keuze te maken. Als het de indiener van de motie gaat om het bereiken van het doel en de weg daarheen, vinden hij en spreker elkaar wel. Dat zou dan een prima uitkomst van dit debat kunnen zijn. De heer Van der Wulp vindt het goed dat er naar de in de motie verwoorde wensen zal worden gekeken.
De motie wordt daardoor trouwens sterker, want er is antwoord gekomen op alle punten die in de motie zijn genoemd. Wat het realiseren van een oplaadpunt voor elektrische fietsen aangaat, is er een voorzet gegeven, terwijl er met betrekking tot het verwezenlijken van een watertappunt is geadviseerd nog even te wachten met het daartoe indienen van een aanvraag bij Oasen. Dit betekent niet dat de motie moet worden gewijzigd, want daarin staat niet dat de bedoelde voorzieningen er morgen moeten komen. Er wordt de raad alleen gevraagd uit te spreken dàt die voorzieningen zullen worden gerealiseerd en dat dit door de gemeente zal worden geregeld. De gemeente zou in het programma van eisen waarmee de horecagelegenheden zullen moeten werken kunnen opnemen dat zij ten behoeve van hun personeel voor de plaatsing van drie oplaadpunten voor elektrische fietsen zullen moeten zorgen. Dit zou de geméénte geen geld kosten, maar zij zou zo de komst van deze voorzieningen wel bevorderen. De door de wethouder voorgestelde toevoeging is dan niet nodig, want als de horecagelegenheden het niet zouden willen doen, zou naar de mening van spreker nog steeds de gemeente ervoor moeten zorgen. Van de toevoeging zou de motie dus niet sterker worden. De motie wil voorts dat er al bij de inrichting van het Waterbusplein rekening zal worden gehouden met de komst van een watertappunt.
Het is prima dat de wethouder zegt aan het eind van de uitvoering van het inrichtingsplan te willen bekijken waar en hoe er een watertappunt zal kunnen komen. Misschien zal er dan nog met een motie over de plaatsbepaling worden gekomen, maar dan heeft de raad vanavond in elk geval besloten dat de bedoelde voorzieningen zullen moeten worden gerealiseerd. Spreker wil de motie al met al in de huidige formulering in stemming gebracht zien. De heer Van Hartingsveldt dankt de wethouder voor diens uitleg. Als de motie op de door de wethouder voorgestelde wijze wordt aangepast, zal de fractie van SGP/ChristenUnie deze van harte kunnen steunen. Voor haar is het dus belangrijk dat die aanpassingen inderdaad zullen worden aangebracht. Mevrouw Vogelaar-Korpershoek geeft te kennen dat de fractie van Gemeentebelangen het antwoord van de wethouder duidelijk vond. Met de heer Scheurwater is de fractie het eens dat de plaatsing van laadpalen voor elektrische fietsen een zaak is voor de horecagelegenheden die zich aan het Waterbusplein zullen vestigen. Voordat zij een beslissing over de motie neemt, wil zij de voorgestelde aanpassingen graag nog even exact geformuleerd zien.
Mevrouw Van der Hee-Pasterkamp laat weten dat de CDA-fractie, gelet op de toevoeging die de heer Van der Wulp daarnet heeft verwoord en waarmee hij eigenlijk met het antwoord van de wethouder instemde, met de motie akkoord kan gaan. Deze kan nu worden geïnterpreteerd als: 'De laadpalen voor elektrische fietsen kunnen in overleg met de horeca geplaats worden' en: 'Met Oasen gaan wij in overleg over de plaatsing van een watertappunt en dat mag eventueel nog anderhalf jaar duren als dat praktisch gezien een betere termijn is.' De fractie laat dit heel graag over aan de uitvoerders
Vergadering van 12 april 2021.
29
van het inrichtingsplan voor het Waterbusplein. Zo gezien kan zij achter de motie en de daaruit sprekende intentie gaan staan. Wethouder Flach constateert dat er misschien enige verwarring is ontstaan. Van de enkele aanpassingen van de motie die hij heeft voorgeteld, zei de heer Van der Wulp dat zij eigenlijk antwoorden op diens vragen zijn en dat de motie in haar huidige formulering in stemming kan worden gebracht; zo heeft spreker het althans beluisterd. In de eerste termijn heeft hij de heer Van der Wulp enkele dilemma's voorgelegd. Spreker wil het plaatsen van een oplaadpunt voor elektrische fietsen tot onderwerp van overleg maken met de horecagelegenheden die zich aan het Waterbusplein zullen vestigen; dit kan namelijk niet als eis worden gesteld. Wel kan men hem vragen om hierover te gelegener tijd in gesprek te gaan met de horecagelegenheid die het grootste deel van het publiek zal gaan opvangen. Dit kan men dan nu afspreken. Hij kan zich bijna niet voorstellen dat die horecagelegenheid dan niet bereid zou zijn om tot de realisering van een oplaadpunt voor elektrische fietsen over te gaan, zeker niet wanneer de gemeente er ook nog wat geld voor beschikbaar zou willen stellen.