raad 1 en 4 november 2021 begrotingsbehandeling
Tekst van het document
Het stellen van vragen zal ik altijd stimuleren, zoals u in al mijn bijdragen zult zien, zeker als het gaat over het sociaal domein gaat en de problematiek die er op dat gebied is. U hebt gevraagd naar de kosten van de GR Sociaal, de budgetoverschrijdingen in de afgelopen jaren en die welke in het lopende jaar wordt voorzien, en naar de stand van zaken wat de indertijd afgesproken bezuinigingsopgave betreft. Ik vond deze vraagstelling eerlijk gezegd niet bij Gemeentebelangen passen. De heer Van der Lei: Dat is dan heel jammer. Ik hoop dat wij ook in de volgende raadsperiode onze bijdrage zullen kunnen leveren en dat ook u blijft meedenken over het ombuigen van de uitgaven op het sociaal domein, zodat wij op termijn minder kosten zullen hebben te maken. De heer Van der Laan: Mijnheer de voorzitter. Stel dat wij het bestuur en de leden waren van de Ambachtse postduivenvereniging "De Luchtbode": hoe zou onze jaarvergadering dan verlopen? Het bestuur zou het ongetwijfeld hebben over het ledental, de huisvesting en de financiën, maar zouden de leden daarvoor zijn gekomen? Ik denk van niet. Zij zouden het willen hebben over duiven, wedstrijden en scores. Zo zou de duif met nummer 1692529V van de combinatie Reedijk & Jongekrijg vast alle veren krijgen, want met 1000 punten leverde deze duif in de wedstrijd van april de snelste tijd op.
Of stel dat wij het bestuur en leden zouden zijn van de schietvereniging "Sagittarius", óók gevestigd aan de Reeweg. Wat zou het bestuur daarvan in de jaarvergadering presenteren? Het zou vast gaan over de huisvesting, de begroting en misschien de gewijzigde wetgeving betreffende het verlenen van schietvergunningen, maar zouden dit de enige onderwerpen zijn? 'Nee', zouden de leden denken, 'dit schiet niet op.' Waarvoor ze wèl zouden komen, zouden de scores, de teams en de schietresultaten zijn. Of stel dat wij het bestuur van de schaakvereniging zouden zijn: wat was dàn ons doel? Waren wij tevreden geweest als wij een goede ledenvergadering in Cascade hadden gehad? Waren wij content geweest met meer leden, meer schaakborden en meer bekers? Nee, het ging immers om het schaken, en als de leden aan zet zijn, stemt dit het bestuur tevreden.
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
59
Wij zijn echter geen vereniging, wij zijn de geméénteraad, maar er zijn wel parallellen. Het college fungeert als bestuur en formuleert de meeste voorstellen, en de leden van de raad wordt gevraagd die goed te keuren. Deze begrotingsbehandeling is toch wel de belangrijkste vergadering van het jaar en dus vergelijkbaar met de jaarvergadering van een vereniging. Ik ga naar de kern. Het doel van de genoemde verenigingen, waar wij trots op zijn, is duidelijk. Als raad hebben wij geen echte statuten, geen duiven, gelukkig geen geweren en ook – voor zover ik weet – geen schaakborden. Wat is dan toch ons doel als raad? Ik zou u kunnen vermoeien met definities van politiek, maar wees gerust, dat ga ik niet doen. Waar ging het in de afgelopen ongeveer zes uur over? Het ging over onze inwoners, ook wel 'burgers' genoemd. Laten wij met één van hen een stukje meelopen. Eén van onze pakweg 31.000 inwoners loopt door onze groene gemeente. Hij begint zijn route op de Onderdijk en constateert daar dat het er wel wat té groen is, want ook fluitekruid van 1,5 m hoog is groen, en de grote groenheid van klimop kent ook haar grens. Vrijwel iedere partij heeft dit genoemd. Wij twijfelen er dan ook aan of de uitvoering van het groenonderhoud voldoet aan de gestelde eisen. Daarom, wethouder: haal de bezem of de hark er door. Vervolgens komt de inwoner langs Cascade, waar het jeugdteam is gevestigd.
Hij heeft gelezen dat de kosten daarvan flink oplopen en snapt dat de gemeente niet zelf geld kan maken. Onze oproep is daarom: laten wij als raad – en als raden – ook kritisch in de spiegel kijken en niet volstaan met het met de vinger wijzen – wat ook wij regelmatig hebben gedaan – naar de SOJ, de Stichting Jeugdteams of het algemeen bestuur. Wij zijn verantwoordelijk voor dit beleid, want wij hebben alle stukken goedgekeurd en zijn hoogstens wat kritisch geweest bij het formuleren van een zienswijze. Als er iets moet veranderen, moeten wij het doen. Wij moeten als raad keuzes durven maken. Om daarmee een begin te maken, moeten wij misschien stoppen met het gebruik van een mantra als: 'Er mag niemand tussen de wal en het schip vallen.' Iedereen van ons wil de beste zorg, maar beloven dat niemand in een gat valt, kùnnen wij simpelweg niet. Wij moeten dus duidelijker worden over de inhoud van de jeugdzorg, de daarvoor bestaande kaders en de daarvoor beschikbare financiën. Als de inwoner verder loopt, komt hij in het mooie groene Burg. Baxpark. Hij bedenkt dat er in Ambacht wel weinig plek voor tiny houses over is en dat het realiseren daarvan ook geen heel effectief en efficiënt gebruik van het grondoppervlak zou zijn. Doorlopend ziet hij het drukbezochte skatepark. Wij zijn het met de heer Struik van AUB eens dat dit erg mooi is geworden.
Als wij zien hoeveel jongeren er vaak aanwezig zijn, is dit de extra investering zeker waard geweest. Stel echter dat die inwoner was doorgelopen en afgelopen maandagavond op de publieke tribune had plaatsgenomen. Misschien zou deze politiek vanzelfsprekend uitstekend geïnformeerd zijnde burger dan wel wat in verwarring zijn geraakt, want terwijl de fractie van EVA eerder tegen de regionale energiestrategie had gestemd, was de heer Scheurwater daarover in de eerste termijn ronduit lovend en zei hij dit beleid te steunen. De heer Scheurwater: Ik heb nooit tegen de regionale energiestrategie gestemd. Daarin vergist u zich. De heer Van der Laan: Volgens onze informatie hebt u dat wèl gedaan. Als dit onjuist is, mea culpa; wij zullen de geluidsopname van de bewuste raadsvergadering even terugluisteren. Ik ben nog bij de burger op de publieke tribune. Hij hoorde dat er werd gedacht aan een voorstel om gratis openbaar vervoer voor 65-plussers te verwezenlijken. Waarschijnlijk zou hij toen in zijn hoofd het volgende lijstje van al bestaande vervoersmogelijkheden zijn afgegaan: de Drechthopper, de Wijkhopper, de Seniorenbus, het regulier openbaar vervoer, vervoer verzorgd door vrijwilligers uit de buurt, club of kerk en vervoer door kinderen.
Ook zou deze inwoner vast hebben bedacht dat niets in de gemeente gratis is en uiteindelijk de gehele gemeenschap de kosten van zoiets dient te betalen. Daarom mijn vraag aan de mogelijke indieners van het voorstel of zij een onderzoek kunnen noemen waaruit blijkt dat ouderen gratis openbaar vervoer nodig vinden. Is dit zichtbaar geworden uit bijvoorbeeld de gebruikscijfers van gemeenten waarin dit bestaat?
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
60
De heer Doevendans: Voordat u bij één van mijn punten komt, wil ik alvast een tegenvraag stellen. Mag ik aannemen dat u die politiek op de hoogte zijnde burger hebt uitgelegd dat al dit soort zaken hier alleen maar gebeuren als politieke partijen daarvoor een amendement of een motie hebben ingediend? Er is nu nog niet met moties of amendementen gekomen. Ik heb alleen horen zeggen dat het wel aardig zou zijn om iets te doen of te onderzoeken, maar daarmee komt men er niet. Wil men dit soort zaken bewerkstelligen, dan moet men daarover een motie of een amendement indienen. De heer Van der Laan: Het was een politiek zeer geïnteresseerde burger en dus denk ik dat hij dit wel wist, maar ik ben het zeer met u eens dat je, als je in de politiek iets wilt bereiken, niet alleen met ideeën moet komen, maar ook b moet zeggen, wat in de meeste gevallen kan gebeuren door het indienen van een motie of een amendement. De heer Van der Wulp: Hebt u die burger geprobeerd uit te leggen dat het voorkomt dat een motie wel door de raad wordt aangenomen, maar door het college niet wordt uitgevoerd? De heer Van der Laan: Zo ver ben ik nog niet gekomen, maar ik zal hem naar u doorsturen; misschien wilt ù dat dan doen. Ik kom zo meteen nog terug op het onderwerp van moties en amendementen.
De bedoelde inwoner kwam natuurlijk voor de begrotingsbehandeling naar het gemeentehuis, maar stiekem deed hij dit misschien ook wel voor de lekkere versnaperingen bij de koffie. Natuurlijk had hij verwacht dat het in deze vergadering veel over geld zou gaan. Het hoofdonderwerp is immers de € 80 miljoen omvattende begroting, en die verdient deze aandacht. Wij hopen met de fractie van Gemeentebelangen dat, als onze gemeente de status van nadeelgemeente krijgt, de gevolgen daarvan zullen meevallen. Niets begrijpen wij van het verwijt van de VVD aan de wethouder van financiën dat het college zichtbare problemen zou hebben doorgeschoven. Wij zijn dan ook benieuwd of mevrouw Oelfke haar mening op dit punt inmiddels heeft bijgesteld. Mevrouw Oelfke-ten Seldam: Als u mijn betoog in de tweede termijn hebt gehoord, hebt u al het antwoord gekregen. De heer Van der Laan: Oké, dank u wel. De inmiddels bekende Ambachter had ook gezien dat er veel scholen zijn gebouwd. Hij verbaasde zich er over dat er nu publiekelijk werd getwijfeld aan de juistheid van de daarvoor gebruikte leerlingenprognoses. Ik heb nu de volgende vraag aan sommige politici hier. De scholen van de diverse denominaties worden gelijk behandeld – dit is in het verleden vaak het 'gelijke monniken, gelijke kappen'-principe genoemd – en er zijn zaken opgenomen in het IHP.
Als u thans om een nieuw rekenmodel vraagt, wat natuurlijk mag, wilt u dit dan met terugwerkende kracht ook voor andere scholen laten gelden? Het laatste wat de inwoner opviel, was dat het woord 'zorgen' veel werd gebruikt. Hij kon dat wel onderschrijven, maar dat in de speech van mevrouw Gommans dit woord acht keer voorkwam – wij hebben het even nageteld –, vond hij wat fors. Zorgen zijn er zeker naar aanleiding van de Covidpandemie, en terecht, want dat is een veelomvattend verschijnsel. Veel partijen hebben het over de vaccinatie tegen Covid gehad. Vaccinatie is belangrijk en zeer behulpzaam. Wij kunnen constateren dat onze gemeente in dit opzicht tot de koplopers in de regio behoort, maar benadrukken ook dat de lichamelijke integriteit een grondrecht is; dit werd vanavond ook al genoemd. Iedereen mag zelf beslissen wat hij wil; dat is de vrijheid die wij in Nederland hebben. In het kader van gezondheid en preventie onderschrijven wij de opmerking van de VVD over het belang van het stimuleren van het komen tot een rookvrije omgeving. Zo, die inwoner sturen wij nu naar huis, om nog wat te reflecteren op ons politieke handwerk.
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
61
Wij zitten hier als negen politieke partijen met verschillende agenda's. Met mevrouw Gommans zijn wij het eens dat onze overeenkomsten veel groter zijn dan onze verschillen, hoewel zij het in de tweede termijn net weer wat anders zei. Zo wil niemand van ons het zwembad sluiten, wil niemand Ambacht van naam laten veranderen, wil niemand de Dorpskerk afbreken en wil niemand, nog erger, fuseren met Zwijndrecht. Als je op het stemgedrag van onze partijen de statistiek zou loslaten, denk ik dat zou blijken dat wij het voor zo'n 95 % met elkaar eens zijn. Misschien helpt het ons ook dat wij uiteindelijk maar zo'n 5 % financiële beleidsruimte hebben; dit behoedt ons voor kapitale koerswijzigingen. Toch zijn wij verschillend, en dit past in een representatieve democratie. Zo mag de ene partij graag meer vluchtelingen willen herbergen en mag de andere partij dat juist niet of zo min mogelijk willen zien gebeuren. Zo mag de ene partij vinden dat de zondag een andere dag is dan de andere dagen van de week en zal een andere partij dit onderscheid niet maken. Uiteindelijk geldt in een democratie dat de meerderheid beslist en daarbij rekening houdt met de minderheid. Die meerderheid vormt een coalitie, maar iedereen mag voorstellen indienen.
Daarom luidt onze oproep aan de heer Van der Wulp: 'Maak gebruik van uw recht van initiatief; schrijf uw eigen raadsvoorstel en dien het in.' De coalitiepartijen zullen een goed voorstel niet zonder meer afwijzen. In de verkiezingscampagne, die misschien vandaag wel is gestart, mag iedereen zeggen wat hij vindt. Geen partij, ook de onze niet, ziet haar verkiezingsprogramma als gelijk aan het te sluiten coalitieakkoord. Ofwel: iedereen doet wat water bij de wijn; zó werkt het. Laten wij daarom eerlijk blijven over onze idealen, maar ook pragmatisch beseffen dat niet alles wat wij willen te bereiken is. Wij bedrijven lokale politiek, ook al hebben sommige partijen een landelijke naam, en staan allemaal voor het belang van de Ambachters. De heer Doevendans, van wie wij, gezien zijn bijdrage, even dachten dat hij met zijn lokale partij van zeer jonge leeftijd reeds nu landelijke ambities had, schetste een droombeeld, namelijk dat Realistisch Ambacht de grootste partij zal worden en dat de rust op zondag moet verdwijnen. Dit droombeeld is voor ons vooral een nachtmerrie, een woord dat, nadat wij dit hadden opgeschreven, ook door de heer Braber is gebruikt. Tot slot.
De CDA-fractie bouwde bij monde van mevrouw Van der Hee haar overtuigende betoog – waarvoor complimenten – op rondom het boek van Paus Franciscus met als titel: Laudato si, dat vertaald kan worden als: "Geprezen zijt Gij, mijn Heer." Dat is in deze week van het klimaat een passende keus, ook meer passend dan wanneer er aansluiting was gezocht bij de Week van de Werkstress, die het óók is, hoewel deze vergaderweek voor ons misschien wel wat stressverhogend is. In deze week vielen ook nog de Dag van de Stilte, Movember, Wereldveganismedag, Sandwich Day, Men Make Dinner Day, Allerzielen, World Tsunami Awareness Day, de start van de wintertijd, Cliché Day en, zeker niet te vergeten, de dag van de radioamateur. Is dit lijstje compleet? Nee, wij vergeten nog de Dankdag van gisteren en Hervormingsdag. Mevrouw Gommans-Dane: Er was ook nog Allerheiligen. De heer Van der Laan: Is dat niet hetzelfde als Allerzielen? Mevrouw Gommans-Dane: Nee. De heer Van der Laan: O, excuus. Ik zal mij er nog even in verdiepen, mevrouw Gommans. De voorzitter: De opvoeding van mevrouw Gommans verloochent zich niet! De heer Van der Laan: Ter geruststelling: ik heb maar een paar bijzondere dagen genoemd, want er zijn er nog veel meer. Zoals u misschien begrijpt, hebben wij van de gehele genoemde lijst het meest met de Dankdag en de Hervormingsdag.
Daarom komen wij, als tegenhanger van en in aansluiting op Laudato si, met twee citaten. Het eerste gaat over Franciscus van Assisi en komt uit Laudato si, namelijk: "Hij toont ons hoe
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
62
onverbrekelijk de band is tussen zorg voor de natuur, gerechtigheid voor de armen, inzet voor de samenleving en innerlijke vrede." Wat een prachtig en dankbaar doel: zorg voor de schepping, aandacht voor iedereen in de gemeenschap, inzet voor de samenleving en bovenal het zoeken naar innerlijke vrede, rust en berusting. Het tweede citaat is van Calvijn en staat in het teken van die andere bijzondere dag in deze week, namelijk Hervormingsdag. Hij schrijft in zijn belangrijkste boek, de Institutie: "Wij zijn echter niet alleen verplicht om de overheid te volgen (…) maar ook om te verdragen, want een goede regering" – dat te zijn proberen wij toch met ons allen hier – "is een getuigenis van de Goddelijke goedheid voor het heil van de mensen." De heer Van der Wulp: Met al uw citaten overtreft u nog de heer Platschorre. De voorzitter: Wilt u over De Internationale beginnen? De heer Van der Wulp: Neenee, ik neem het serieus en kom ook nog met een paar serieuze punten. Het ging allemaal heel snel en evenals de heer Platschorre dat regelmatig doet, probeerde de heer Van der Laan er een lesje in democratie doorheen te gooien, aannemend dat de begroting tòch wel zal worden vastgesteld. Er zijn heel veel dingen genoemd, met tussen de regels door ook iets over goed en kwaad, en hij staat natuurlijk achter de gebruikte citaten, evenals zijn fractie dat zal doen.
Een vraag aan de heer Van der Laan is of hij de burger met wie hij door de gemeente wandelde heeft gevraagd of deze het niet vreemd vond dat men in Ambacht deel kan uitmaken van een minderheid en toch de grootste partij in de raad kan vormen. Ik weet wel waardoor dat is gekomen, namelijk doordat het aantal stemmers op de andere partijen verhoudingsgewijs lager is geweest, maar het was wel leuk geweest als ook dit aan de bedoelde burger was voorgehouden. De heer Van der Laan: Ik heb die burger hierover niet gesproken, want ik heb hem nog nooit ontmoet, maar misschien gebeurt dat nog. Kunt u zeggen welk idee er achter uw vraag zit? De heer Van der Wulp: Nee, ik kan beter u vragen hoe u over het met een burger door de gemeente wandelen kunt spreken als u niet eens weet die die burger is. Misschien wilde die burger wel niet op de Onderdijk beginnen, maar op de Ambachtsezoom en komt hij ook op heel andere plaatsen dan u. De heer Van der Laan: Mijn antwoord op uw vraag is dat u feitelijk twijfelt aan de juistheid van de verkiezingsuitslag. U vindt die uitslag geen afspiegeling van de Ambachtse samenleving, want u zegt: jullie zijn een minderheidsgroepering maar ook de grootste partij in de raad. De heer Van der Wulp: Dat is toch een gegeven? De aanhangers van de SGP en de ChristenUnie stemmen trouwer op die partijen dan degenen die op andere partijen stemmen, met dit als resultaat.
Ik weet dus wel waaraan het ligt. U sprak verder over water bij de wijn doen. Dit brengt mij weer bij mijn punt dat er een iets vrijere bestuurscultuur zou moeten komen. Op een gegeven moment moet je als partij water bij de wijn doen, maar tot hoe ver wil je daarbij gaan? Voor ons allen geldt dat wij water bij de wijn moeten doen, maar laten wij dan in het begin niet met een volle wijnfles aankomen, maar enige ruimte laten voor het bespreken van dingen die in de looptijd van een coalitie aan de orde komen. De mogelijkheid om daarover te praten mag niet worden verstikt. Wij zijn allemaal voor de democratie, maar er kunnen onderwerpen op ons pad komen, ook in de komende vier jaar, die wij niet hadden voorzien. Men kan dan niet blijven zeggen: 'Wij doen alles keurig volgens het coalitieprogramma.' Wij zullen daarop moeten kunnen reageren en daarvoor dient dan ruimte te bestaan. De heer Van der Laan: Ik hoorde niet echt een vraag en zie wat u zegt meer als een oproep aan ons allemaal.
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
63
De heer Boudewijn: De heer Scheurwater daagde onze fractie even uit. Ik denk dat wij geen van allen twijfelen aan de juistheid van de vastlegging van het gesprokene door de heer Drexhage. In de notulen van de raadsvergadering van 5 juli 2021 lees ik dat er is genoteerd dat de fractie van EVA tegen het voorstel inzake de regionale energiestrategie stemde, overigens evenals de fracties van AUB en Realistisch Ambacht. Dit wilde ik even noemen voor het geval de heer Scheurwater daaraan geen actieve herinnering meer heeft. De heer Scheurwater: Ik heb er wèl een actieve herinnering aan. Als u mijn verhaal van 5 juli goed hebt gelezen, hebt u gezien dat ik daarin heb gezegd vóór de regionale energiestrategie te zijn, maar tegen het voorstel te zullen stemmen vanwege het ontbreken van financiële duidelijkheid. De heer Boudewijn: In de politiek ben je voor of tegen iets, en u hebt destijds tegengestemd. De heer Van der Laan: En als het om de eerderbedoelde burger gaat: deze zal hiervan echt niets hebben begrepen. Mevrouw Gommans-Dane: Ik dank de heer Van der Laan voor zijn mooie verhaal; zeker de start vond ik heel bijzonder. Gezegd werd dat er veel gelijkenis bestaat tussen alle partijen en dat zij alleen hun standpunten op andere manieren verwoorden; zo heb ik het althans begrepen.
In onze algemene beschouwing heb ik aangevoerd dat wij over zóveel dingen in dezelfde richting denken dat er zou kunnen worden nagedacht over het in de volgende bestuursperiode gaan werken met een raadsprogramma. Heb ik goed begrepen dat ook de fractie van SGP/ChristenUnie hier iets in ziet? De heer Van der Laan: Evenals de opmerking van de heer Van der Wulp wil ik dit zien als een oproep aan de gehele raad. Wij zullen erover nadenken en hierop terugkomen. Mevrouw Gommans-Dane: Op wat ik hierover maandagavond heb gezegd, had ik geen reacties gekregen. Ik heb daarom gedacht: 'Wie zwijgt stemt toe, iedereen is het ermee eens.' Wij zullen later met een voorstel komen, want ik gun iedereen de tijd om er over na te denken. Misschien zal dit een mooie start na de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 kunnen worden. De heer Platschorre: Het zou vreemd zijn als de nu zittende raad zou gaan roepen wat de nieuwe raad zou moeten gaan doen. Er is gesproken over democratie; het lijkt mij niet het toppunt van democratie als deze raad iets gaat vinden over wat de volgende raad moet gaan doen. Er komen eerst verkiezingen. Mevrouw Gommans-Dane: Wij hebben recent gesproken over de burgerraadsleden en toen kwam u met een soortgelijke reactie. Er wordt vaak gezegd dat wij naar de toekomst moeten kijken en dan is het heel verstandig om er met elkaar over van gedachten te gaan wisselen.
Ik ben er ook bijna zeker van dat de raad straks na de verkiezingen niet voor honderd procent uit andere personen zal blijken te bestaan. Zeg dat het 50 % zal zijn; die 50 % zal dan over de toekomst van de raad hebben nagedacht. De heer Van der Laan: Ik begrijp dat u vindt dat de meeste raadsleden van nu straks mogen terugkomen. Mevrouw Gommans-Dane: Dàt heb ik niet direct gezegd. Wij kunnen geen van allen de uitslag van de verkiezingen voorspellen, maar als alle kandidaten worden verkozen, komen wij misschien wel uit op een raad van 60 leden, en dat is ook niet ideaal. Als je bij alles wat vlak voor de verkiezingen aan de orde komt zegt: 'Wij willen er nu niet over praten en nadenken', kom je nooit verder. Ik heb namelijk een aantal keren na verkiezingen horen zeggen: 'Dat is wel een goed idee, maar u komt er nù mee. Wij gaan het daarover in de aanloop naar de vòlgende verkiezingen hebben.' Vandaar dat wij het nu vroegtijdig aankondigen.
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
64
De heer Doevendans: In principe is dit een punt dat je aan de orde stelt in de onderhandelingen over de vorming van een nieuwe coalitie. Je kunt dan een ander model als voorkeursmodel naar voren brengen, of je handhaaft het huidige model. Mijn vraag aan D66 is nu of u dit punt u in uw verkiezingsprogramma opneemt en dat dit voor u zelfs een breekpunt zal zijn in de onderhandelingen die over het komen tot een nieuwe coalitie zullen worden gevoerd. Mevrouw Gommans-Dane: Het zou natuurlijk 'van de zotte' zijn als ik het hier voorstel en daarna zou zeggen: 'Het is eigenlijk een vreemd systeem, wij moeten dat niet doen.' Als je kijkt hoeveel overeenkomsten er tussen de partijen zijn, denk ik dat het mogelijk moet zijn het een keer te proberen. Ik zal niet meteen roepen dat alles in beton wordt gegoten, maar het zou wèl goed zijn als hierover zou zijn nagedacht voordat er met de na de verkiezingen te voeren gesprekken wordt begonnen. De één heeft daarvoor misschien wat meer tijd nodig dan de ander en wij hebben hiervoor nu ruim de tijd. De voorzitter: Ik constateer dat uw raad er in is geslaagd om de tweede termijn royaal binnen de gestelde tijd af te ronden. Ik schors nu de vergadering tot negen uur. Schorsing van 20.46 tot 21.06 uur. De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde: 4d. Antwoord van het college in tweede termijn.
De voorzitter: De heer Doevendans suggereerde dat ik gezegd zou hebben dat er 8 extra BOA's zouden komen, maar dat is een vergissing. Ik heb dat namelijk niet gezegd. Wie dat wèl gezegd heeft, is mijn collega in Zwijndrecht. Wij moeten een beetje oppassen met het door elkaar halen van Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht, want anders lijkt het erop dat wij anticiperen op de vorming van een toekomstige gemeente Zwijndrechtse Waard, en dat zal vast niet de bedoeling van de heer Doevendans zijn geweest. In elk geval komen er in Zwijndrecht inderdaad 8 BOA's bij. In Hendrik-IdoAmbacht wordt het aantal BOA's ingehuurd dat nodig is, heb ik gezegd. In de ene periode heb je er meer nodig dan in de andere. Gezien de afspraken die wij met Dordrecht hebben gemaakt, kunnen wij ons flexibiliteit veroorloven: er komen dus méér BOA's als dat nodig is en minder als het nìet nodig is. De heer Doevendans merkte wat ludiek op dat de BOA's vanuit de bosjes controleren of de Coronachecks goed worden uitgevoerd. De BOA's leveren meer een coachende ondersteuning en een coachende handhaving. Wij plegen overleg met al degenen die de Coronacheck hebben uit te voeren en aan allen hebben wij gevraagd: 'Lukt dat?', waarop 90 % heeft geantwoord: 'Ja, dat lukt, daar zien wij kans toe.' Degenen die er moeite mee hebben, krijgen ondersteuning van de gemeente.
Wij huren er de mensen voor in – dat geldt voor de sportverenigingen en soms ook voor de horeca – en stellen die beschikbaar, zodat het mogelijk wordt de Coronachecks op een goede wijze uit te voeren. Ik noem dat meer een coachende handhaving dan een verbaliserende handhaving. Het is meer een structuur van sámenwerking met onze horeca en sportverenigingen et cetera dan dat het een kwestie van boeman spelen is; er is sprake van heel constructief overleg. Soms wordt de gemeente ook door een horecaondernemer of een andere ondernemer gevraagd hoe een praktisch punt het beste is aan te pakken, en daarover wordt dan in goed overleg een advies gegeven. Ik houd in dit opzicht meer van een dienstbare coachende overheid dan van een dirigistische overheid en zie ook dat hiervoor in Ambacht een vrij breed draagvlak bestaat. De fractie van Gemeentebelangen zei terecht dat BOA's de politie niet kunnen vervangen. De beschikbare politiecapaciteit is echter een landelijk gegeven; het staat vast wat er in de komende jaren aan capaciteit beschikbaar zal zijn. Er zitten leemten in, en met name in de signalerende taak zijn de
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
65
BOA's van belang. Er is ook sprake van een zekere verschuiving naar het handelen bij verkeersovertredingen, dus verkeershandhaving. Op het ogenblik is er ook een discussie gaande over het aan de BOA's geven van bevoegdheden – dat zal wettelijk worden geregeld – ter bekeuring van mensen die snelheidsovertredingen begaan, en dat vind ik positief, want de wijkagenten en de surveillanten zullen daardoor worden ontlast. Ik heb er dan ook een zekere verwachting van. Gevraagd werd of ik over het vuurwerkincident bij het tennispark al met vertegenwoordigers daarvan heb gesproken. Dat heb ik niet gedaan en ik kan er ook niet aan beginnen om met iedereen in wiens omgeving vuurwerk is afgestoken te gaan praten, want dan zou ik de gehele week aan het praten zijn. Ik zeg dit cynisch, want er wordt veel te veel vuurwerk afgestoken. Wel is er na het incident ambtelijk direct contact met de tennisvereniging geweest, waarbij er over de ernst van het gebeurde is gesproken, en mij is vervolgens per omgaande de forse schade die was veroorzaakt onder de aandacht gebracht. Die schade was illustratief voor de zwaarte en het gevaar van het afgestoken vuurwerk. Er wordt tegen opgetreden. Wethouder Flach: Mijnheer de voorzitter. Het doet mij deugd hier achter dit spreekgestoelte te kunnen staan, want de begrotingsbehandeling is toch wel een feest van traditie.
Toen wij maandagavond van huis gingen, wist het college wel ongeveer wat de fracties zouden gaan zeggen, terwijl zij wel ongeveer wisten wat wij zouden gaan antwoorden. De klankleur is soms verschillend, maar de ingenomen stellingen waren niet heel verrassend. Daarom zijn juist tradities zo fijn. Wij hebben vanavond de gevulde speculaas gekregen en krijgen straks – tot mijn spijt opnieuw tijdens mijn bijdrage – de kroketten. Dit gebeurde ook al toen ik tussen 2010 en 2014 de laatste woordvoerder namens het college was. Nu ik meer in het begin aan het woord ben, komen ook de kroketten in het begin; dit is kennelijk mijn lot. De voorzitter: Dit is illustratief voor wat voor de wethouder belangrijk is! Wethouder Flach: Precies, ik ben daarin wat traditioneel, net zoals ik de eenmaal per jaar voorkomende wat formele opstelling in de raadszaal kan waarderen. Ik ben verheugd dat wat het college per motie wilde bereiken – kennelijk mag het niet eens een motie indienen – in drie dagen kon worden gerealiseerd. Dus wàt nou 'een besloten bestuurscultuur'! Dit kon gewoon in drie dagen geregeld worden en kennelijk speelde de griffier daarin een heel belangrijke rol. Ik zou eens bij hem te rade gaan, mijnheer Van der Wulp.
De heer Van der Wulp: Het was dan ook een motie van het college! De heer Doevendans: Voorzitter, mag ik eens iets heel anders doen, iets wat wij hier nog nooit hebben gedaan? Het heeft met dit punt te maken. De voorzitter: Als het past in het kader van het plaatsen van een interruptie, kan dat. Ik vat het ruim op. De heer Doevendans: De heer Flach zei: 'Als college mogen wij geen motie indienen, maar wat wij voorstonden, werd door de griffier binnen drie dagen geregeld.' Je zou dan zeggen dat de meerderheid hiertoe had besloten, maar ik wil de fractievoorzitters vragen bij handopsteken aan te geven wie van hen hierover is geraadpleegd. Ik zie geen handen opgestoken worden; hoe kàn dat nu? Wethouder Flach: Kennelijk heb ik een verkeerd onderwerp aangeroerd. De voorzitter: Het is ook niet de bedoeling dat een individueel raadslid de andere leden vraagt om bij handopsteken te stemmen. De heer Doevendans: Daarom vroeg ik ook of ik eens iets ànders mocht doen!
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
66
Wethouder Flach: Ik heb mijn stapeltje reacties van onderaf opgebouwd en begin dus bij de heer Van der Laan. Met genoegen heb ik naar zijn bijdrage geluisterd, een bijdrage die bijna speels van opzet was maar wel een aantal serieuze punten aanroerde. Mijn collega's zullen daarop ingaan, omdat ik geen aan mij gerichte vragen of opmerkingen heb gehoord. Ik denk hem voor zijn bijdrage. De heer Van der Lei van Gemeentebelangen memoreerde de in de eerste termijn gestelde en onbeantwoord gebleven vraag naar de effecten van de BUIG-gelden op de begroting. Dat is lastig te zeggen; het is ook een heel technische vraag en ik meen dat er bij de beantwoording van de technische vragen ook aandacht aan is besteed. De tweede Burap van de regio Drechtsteden bevat de effecten van de tweede bijstelling van de BUIG-gelden. De definitieve bijstelling is inmiddels binnen en is licht nadelig, maar het is heel moeilijk om de effecten daarvan aan de daadwerkelijke uitgaven te spiegelen. De macro-effecten zijn vrij beperkt, ook voor Ambacht. Dit is wat ik nu kan zeggen; voor de precieze getallen moeten wij even de tweede Burap in de Drechtraad afwachten; u zult daarover nog één keer gaan beraadslagen. Een vraag die óók deel heeft uitgemaakt van de technische vragen, maar die ik best nogmaals wil beantwoorden, was waarom de ontwikkeling in de septembercirculaire niet in de begroting is verwerkt.
Dat heeft ermee te maken dat onze begroting op Prinsjesdag verschijnt, en dat is ook precies de dag waarop de septembercirculaire uitkomt. Deze moet dan nog worden uitgewerkt en op de gemeente Ambacht worden toegepast, wat betekent dat zij nooit in onze begroting kan worden verwerkt. Dat is eerder ook nooit gebeurd. Wij moeten overigens wel oppassen hierin niet opportunistisch te worden door de ontwikkeling in de septembercirculaire alleen dàn in de begroting te verwerken als zij positief is en haar in een wat negatiever jaar buiten beschouwing te laten. Mevrouw Oelfke-ten Seldam: Is het misschien een optie om de volgende keer de septembercirculaire, die bekend is als wij de begroting behandelen, ook wat de gevolgen betreft – niet heel veel later krijgen wij immers de winternota waarin de gevolgen ervan zijn te zien –, als een bijlage of memo alsnog aan de stukken toe te voegen? Ik ben het met de heer Van der Lei eens dat er nu sprake is geweest van een wat onduidelijk financieel beeld. Wethouder Flach: Dat hebben wij wel eens gedaan, naar ik meen in 2018, omdat het perspectief toen zó negatief was dat wij de begroting zelfs moesten wijzigen om haar nog sluitend te krijgen, maar het wordt wel heel onrustig als wij de septembercirculaire steeds bij de besluitvorming gaan betrekken.
Als de septembercirculaire een negatief effect heeft en er moet worden bezuinigd, heb je er maanden voor nodig om dat ordentelijk in een voorstel te gieten. Wij hebben er tot nu toe altijd voor gekozen om uit te gaan van twee belangrijke momenten, namelijk de kadernota en de begroting, documenten waarover in alle rust op basis van gedegen cijfers tot een oordeel kan worden gekomen. Ik heb als portefeuillehouder financiën geprobeerd om de zorgen uit deze begroting weg te nemen, want er is extra geld gekomen, met name in de eerste twee jaar. Wij hebben de risico's zo compleet mogelijk geschetst en één daarvan, namelijk de septembercirculaire, is meegevallen, zodat deze van het lijstje kon worden afgestreept. De fractie van Gemeentebelangen heeft gevraagd toe te zeggen dat het plan tot het realiseren van een bewaakte fietsenstalling nabij De Schoof in de commissievergadering van januari zal worden besproken, zodat daarover in de raadsvergadering van februari een besluit zal kunnen worden genomen. Ik kan dit niet in beton gieten.
Ik had gezegd dat ik in december of januari in de commissie met een stand van zaken en zo mogelijk al een voorstel zal komen, maar kan dit simpelweg niet belóven, omdat ik het precieze voorstel nog niet ken – het heeft mij nog niet bereikt – en er nog flink wat uitzoekwerk nodig is om een en ander in een voorstel te kunnen gieten, want daarvoor moet je weten waar je wàt gaat doen en wat de kosten daarvan zullen zijn, waarbij de dekking daarvan wellicht nog het minste probleem zal zijn. Het zal mij een lief ding waard zijn als het lukt te doen wat de heer Van der Lei vroeg, maar in elk geval zal ik de commissie hierover in december of anders in januari bijpraten.
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
67
In de bijdrage van de CDA-fractie zat enige dichterlijke vrijheid en daarvan heb ik genoten, temeer daar ik bij het aanhoren ervan geen aantekeningen behoefde te maken; dank daarvoor. Mevrouw Oelfke van de fractie van de VVD heeft er, heel actueel, de winternota bijgepakt, een nota die afgelopen dinsdagochtend is vastgesteld – het college heeft zich daarvoor ingespannen – en, zo begrijp ik, de raad nog op dezelfde dag heeft bereikt. De opmerking dat er iets onder de pet is gehouden, was dus misplaatst, want daarvan is geen sprake geweest. Tussen een collegebesluit en het versturen van stukken kan er geen kòrtere tijd zitten dan er nu heeft gezeten. Mevrouw Oelfke-ten Seldam: Zeker wel, want de winternota had volgens de planning een week eerder moeten zijn verzonden. Wethouder Flach: Dat is waar, maar u weet dat planningen soms weerbarstig zijn en dat wij kwaliteit boven snelheid laten gaan. Als de winternota op bepaalde onderdelen niet in orde is en er voor een complete informatie voorziening nog dingen moeten worden toegevoegd, kiezen wij ervoor er een week extra voor te nemen. De planning is voor ons een richtlijn; zij is niet heilig, maar wij hebben wel gezegd dat de winternota na de vaststelling nog dezelfde dag aan de raad moest worden verstuurd.
Mevrouw Oelfke-ten Seldam: U zegt dat de planning niet heilig is, maar u wilt toch wel voor het einde van het jaar bepaalde dingen hebben afgetikt teneinde de planning te kunnen halen? De planning is in die zin heilig dat wij met elkaar een te volgen proces hebben afgesproken. Wethouder Flach: Dat klopt, maar het is niet meer dan een constatering van een feit. Mevrouw Oelfke-ten Seldam: Dat is het van deze kant ook. Wethouder Flach: Het uitgangspunt is dat wij de raad een goede, gedegen winternota hebben willen voorleggen. U hebt er een hekel aan als wij in stukken fouten hebben laten zitten en dus willen wij de raad daaraan niet blootstellen. Wij hebben de raad nu daags na de eerste termijn van de algemene beschouwingen op de winternota willen trakteren, dit ook omdat de winternota eigenlijk niets met deze begroting te maken heeft. U noemde allerlei getallen, en dat was boeiend, maar ik ga daarop nu niet in, daar wij die getallen in december gaan bespreken en zij alleen op het lopende jaar betrekking hebben. Hier behandelen wij vanavond de begroting voor 2022 – 2025 en daarmee hebben de genoemde getallen dus niets te maken. De fractie van de VVD en wij zijn het gelukkig met elkaar eens wat de visie op de gemeentelijke belastingen betreft; dat is mooi. Mevrouw Oelfke zette wat vraagtekens bij de art.
48-vragen die de fractie van Gemeentebelangen met betrekking tot het Waterbusplein heeft gesteld. Het is voor mij wat moeilijk om daarop in te gaan nu die vragen nog niet zijn beantwoord, maar het beeld dat mevrouw Oelfke schetste, wil ik al wel nuanceren. Het is waar dat de fractie van de VVD er al bij het bespreken van het eerste plan op heeft aangedrongen goed te kijken naar het aantal benodigde parkeerplaatsen en de mogelijkheden voor openbaar vervoer, terwijl zij bij monde van de heer Ouwerkerk ook heeft gesteld – en herhaaldelijk – dat de rotonde nabij het Waterbusplein te klein zou zijn. Dit hebben wij echter niet verkeerskundig onderbouwd gezien; volgens de adviezen die wij hebben gekregen, is de rotonde geschikt voor het afwikkelen van het verkeer aldaar. Het is wel een kleine rotonde, maar dat zorgt ook voor een snelle verkeersafwikkeling. Verder heb ik de raad geïnformeerd over het aantal parkeerplaatsen dat bij het Waterbusplein zal worden gerealiseerd. Wij willen een vrij kleine driehoek middenin het bedrijventerrein inrichten met iets bijzonders, namelijk twee mooie grote gebouwen met een plein ertussen, en al in een heel vroeg stadium heb ik gezegd dat wij proberen zo duurzaam mogelijk met die ruimte om te gaan. Het gemakkelijkste zou de aanleg van een heel groot geasfalteerd terrein zijn geweest, een terrein waarop
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
68
men 's avonds de auto's zou kunnen parkeren die overdag bij de bedrijven staan, maar wij hebben gekozen voor het creëren van een zo groot mogelijk plein aan het water en voor het juist op een nieuwe, creatieve en duurzame manier kijken naar het parkeren. Wij gaan er vanuit dat veel inwoners op de fiets naar het Waterbusplein zullen gaan; de VDD heeft zelf gevraagd om het aldaar aanbrengen van een oplaadpunt voor elektrische fietsen. Het zou 'van de zotte' zijn als wij er parkeerplekken zouden aanleggen welke niet zouden worden benut. Er zijn ook goede afspraken over dubbel gebruik van parkeerplekken gemaakt. Mevrouw Oelfke-ten Seldam: Misschien had ik het in mijn betoog verkeerd verwoord, maar het was niet mijn bedoeling om van ù een antwoord te krijgen betreffende het Waterbusplein. Wij konden de kritische vragen van de fractie van Gemeentebelangen over het Waterbusplein erg waarderen, maar vonden het wel vreemd dat zij daarmee pas nu was gekomen. In de pauze hebben wij het hierover met elkaar gehad. Wij hadden niet aan ù vragen gesteld en dus had u die ook niet behoeven te beantwoorden. Wethouder Flach: Als u goed hebt geluisterd – en dat zult u hebben gedaan –, hebt u gehoord dat ik niet de art.
48-vragen van de fractie van Gemeentebelangen heb beantwoord, maar de stellingen van uw fractie heb ontkracht dat het aantal parkeerplaatsen op het Waterbusplein te gering en de rotonde te klein zou zijn. Ik wilde dit niet onweersproken laten. De VVD-fractie vroeg voorts om een verduidelijking van wat ik in eerste termijn heb gezegd over de vraag of het aantal lokalen van scholen wel voldoende is. Ik zei dat ik mij heel goed kan voorstellen dat de ontvangst van de NPO-gelden, extra gelden voor het onderwijs, heeft geleid tot klassenverkleining en dat er daardoor dus behoefte aan extra lokalen is ontstaan. Het toeval wil dat ik vanmorgen de directeur van PIT aan de lijn had, die mij zei wel klassenverkleining te willen, maar niet over de daarvoor benodigde leerkrachten te beschikken. In dit specifieke geval is daarvan dus geen sprake; het lokalentekort heeft vooral te maken met de grotere instroom. Mevrouw Oelfke-ten Seldam: Ik had nog een vraag gesteld over de energieprijzen. Is dit een vraag voor u of voor de heer Lafleur? Wethouder Flach: Hij zwaait naar mij en heeft het antwoord daarop dus paraat. Anders had ik gezegd dat wij deze vraag met een schriftelijk antwoord zouden afdoen.
Wat de bijdrage van D66 betreft, werd ik heel blij van één van de eerste zinnen, namelijk: "Doordat er in de afgelopen jaren een goed uitgebalanceerd financieel beleid is gevoerd, bevindt onze gemeente zich thans in een comfortabele situatie." Dit beschouw ik als een compliment, dat ik als portefeuillehouder namens de gehele organisatie en het college in ontvangst neem. Ik ben ook blij dat wij dit als college en raad met elkaar delen. Als ik naar andere gemeenten kijk, zijn de financiële discipline en de financiële verhouding tussen raad en college daar heel anders geregeld dan hier; men is daar veel opportunistischer. Ik prijs mij gelukkig – een compliment van mijn kant – dat ik te maken heb met een raad die gedisciplineerd met de middelen weet om te gaan en ook, de andere kant, op tijd de beurs weet te trekken als wij met mooie plannen komen. Wat mevrouw Gommans blijft intrigeren, is de trap bij het Waterbusplein. De kosten daarvan zijn in de onlangs gegeven presentatie vermeld; daarnaar verwijs ik terug. U moet zich geen hoog hekwerk voorstellen, want de trap is juist bedoeld om heel dicht bij het water te kunnen komen. Het is een element van de hoogwaardige kwaliteit van het plein.
Een vraag van mevrouw Gommans was waarom de verhoging van de afvalstoffenheffing niet wordt uitgesteld tot er een nieuw systeem van afvalscheiding komt, daar de inwoners dan met goed functionerende mollen te maken krijgen. Op zich vind ik dit geen gekke gedachte, want inwoners worden nu vaak teleurgesteld – ook ikzelf – als zij met een zware vuilniszak komen aanlopen en zo'n mol niet open gaat. Je hoopt dan maar dat daarover al door iemand is gebeld; ik ken dus het probleem. De verhoging van de afvalstoffenheffing is eigenlijk bedoeld om de door de gemeente te betalen belasting op de verbranding van afval te compenseren – een oude maatregel van het vorig jaar of het jaar
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
69
daarvoor – en wij hebben overwogen dat er, als wij nu een jaar met die verhoging zouden wachten, meteen een parallel zou kunnen worden getrokken met de invoering van het recycletarief. De inwoners zouden dan kunnen denken – en dat zou ik ook wel snappen –: 'Nu wij de afvalsoorten beter zijn gaan scheiden, gaan wij ook nog meer betalen.' Dat zouden wij dan niet uitgelegd krijgen. Wij willen daarom tot op zekere hoogte schoon schip maken voordat wij aan het nieuwe systeem gaan beginnen. Mevrouw Gommans-Dane: De inwoners zullen het óók vreemd vinden dat zij een tientje meer moeten gaan betalen voor het gebruik van apparatuur die heel vaak defect is en pas na enige tijd wordt gerepareerd. Als zij daardoor hun g.f.t. in de verkeerde container gooien, krijgen zij te horen dat zij hun afvalsoorten zo slecht scheiden. Wanneer er een nieuw systeem komt dat wèl goed functioneert en dus niet tot ergernis leidt, vindt de inwoner het wel waard om daarvoor een tientje meer te betalen. Wethouder Flach: Het eerste wat u zegt, is een wat bijzondere redenering. Ik hoop dat het niet normaal wordt gevonden dat men bij een niet goed functionerend systeem zijn restafval in de g.f.t-mol gooit. Dat vind ik nog steeds asociaal. Je loopt dan maar naar een container verderop, of je bewaart het langer thuis. Mevrouw Gommans-Dane: Je kunt soms een hele week met een vuilniszak rondlopen.
Ik heb het geluk dat ik mollen voor de deur heb staan en zie daar soms van alles gebeuren, en ik hoor dat het ook op andere plekken in de wijk wel zo gaat. Wethouder Flach: Het is echt een probleem, dat onderken ik, maar het dumpen van de grijze afvalzak in een g.f.t.-container is nooit acceptabel. Wat ik tot de inwoner zal zeggen – daar vraagt u naar; ik heb trouwens geen enkele klacht gehoord – is dat het tientje extra te maken heeft met de invoering van de afvalverbrandingsbelasting. Daar zeg ik bij dat er per huishouden nu nog steeds ongeveer € 80 minder wordt betaald dan de werkelijke kosten, en misschien is dat wel omdat het systeem nu niet volwaardig werkt. Wellicht kunnen wij, als er een nieuw systeem bestaat, in de toekomst tot een kostendekkend systeem komen, maar dit is voor ons niet per se het uitgangspunt. Wij vinden een normaal kostenniveau eigenlijk belangrijker. Wat nu als de € 1,5 miljoen uit 2022 niet gereserveerd behoeft te worden voor de herijking van de uitkering uit het gemeentefonds, zo vroeg mevrouw Gommans. Dat zal ook niet hoeven, want die herijking wordt niet in 2022 doorgevoerd. Het gaat er vooral om dat wij zicht moeten krijgen op de jaren erna, en als wij dan moeten gaan ombuigen, moeten wij daar in een reeks naar toe werken. Ik kan er nu dus nog niets over zeggen.
Ik hoop dat de uitkering uit het gemeentefonds niet of minder zal worden verlaagd, en in dat geval zullen wij in 2022 incidenteel geld vrij hebben, dus niet structureel. Als het u gaat om het dekken van structurele kosten van de lokale energietransitie, zou ik zeggen: 'Niet doen.' Daar koppel ik dan aan – daar heb ik het vaak met collega Lafleur over – dat wij ervan uitgaan dat er, om met de energietransitie echt vaart te kunnen maken, vanuit Den Haag fors meer geld zal moeten komen. Wij gaan dit niet met onze thans beperkte vrije middelen redden; het blijft dan echt bij klein bier. Het rijk zal met miljoenen moeten komen, een boodschap die daar ook duidelijk is aangekomen. Wij hebben immers ook nog heel wat andere wensen: bij het jeugdteam, dat fantastisch functioneert, bestaat behoefte aan uitbreiding van de capaciteit, wij willen wat met Cascade, wij willen de verkeersveiligheid op de Laan van Welhorst nog verbeteren, op het gebied van duurzaamheid bestaan er vergaande plannen en, niet het minste, ook onze eigen organisatie moeten wij gaan versterken om voor de komende tijd gesteld te kunnen blijven staan; zij vangt alles nog steeds op, maar de druk is hoog. Dit zijn allemaal dingen waarover het volgende college een ei zal moeten leggen en ik hoop dan ook dat er fors extra geld bij komt, zodat ons het moeten voeren van lastige discussies bespaard zal blijven.
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
70
Mevrouw Gommans-Dane: Stel dat er in Den Haag anders wordt besloten dan u vreest, zodat er hier het eerste jaar € 1,5 miljoen en het tweede jaar € 750.000 vrij komt, dus in totaal € 2,25 miljoen. Begrijp ik u nu goed dat u dat bedrag dan niet wilt aanwenden voor de energietransitie, omdat dat een druppel op een gloeiende plaat zou zijn, maar wel voor andere zaken in ons dorp die hoognodig moeten gebeuren, zoals de vernieuwing of het onderhoud van Cascade? Dat geld gaat dan dus niet direct terug naar de algemene reserve? Wethouder Flach: Ik somde op wat er verder nog aan wensen en belangrijke punten zijn; het is goed om een en ander in perspectief te zien. Om stappen te kunnen zetten op het gebied van duurzaamheid, hebben wij ander en meer geld nodig, want er zijn ongeveer acht extra mensen nodig om de warmtevisie te implementeren, en daar hebben wij nu gewoon het geld niet voor. Ik wil overigens benadrukken dat geld dat naar de algemene reserve gaat niet weg is. Wij hebben een reserve voor het sociale domein gehad en ik wil ervoor waken om voor ieder domein, zonder dat er plannen zijn, potjes te vormen. Wij hebben de gewoonte om, als er een plan komt, het daarvoor benodigde geld op dat moment uit de algemene reserve te halen.
Stel dat er met een heel goed plan voor de lokale energietransitie wordt gekomen en daarvoor een miljoen nodig is: dat halen wij dan op dat moment uit de reserve om er een potje van te maken (hilariteit), maar dit is een heel slechte woordspeling! De accountant kijkt daarnaar en zegt: 'Als je een bestemmingsreserve maakt, moet er sprake zijn van een doel en een tijdpad; anders zit het geld gewoon in je algemene reserve.' Wij moeten dus niet het beeld hebben dat er een hek om de algemene reserve staat; uw raad gaat over de besteding daarvan. Net als ik zal men hebben genoten van het feit dat onze regio afgelopen dinsdagavond de hippe naam "Smartdelta Drechtsteden" heeft gekregen. Dat men vooral beelden van Dordrecht zag, kan berekenen dat die gemeente nog het meeste werk te doen heeft, of dat daar de meeste kansen liggen. Ik weet dat er toen ook wat sheets nìet zijn vertoond, ook sheets die over Ambacht gingen, bijvoorbeeld over de Sophiapolder. Op een gegeven moment is er vanuit enig realisme een keuze gemaakt. De Sophiapolder is een getijdepark; als je daar een brug naar toe wilt leggen, zal dat leiden tot allerlei vormen van recreatie en beleving.
Van die sheets hebben wij daarom gezegd: 'Vertoon die maar niet, want die leiden meer tot onrust en tegenreacties dan tot inspiratie.' De heer Van der Wulp wil ik vragen mij de definitie te geven van zijn in tweede termijn uitgesproken wens dat ik frequenter met schoolbesturen zal gaan overleggen. Is het hem bekend hoe vaak er momenteel met schoolbesturen wordt overlegd? Zo ja, hoe vaak zou dat dan méér moeten gebeuren? De heer Van der Wulp: Zo frequent mogelijk. Die frequentie hangt af van het resultaat dat er wordt geboekt en van de uitkomsten. Het overleg dat u heden met de directeur van PIT hebt gehad, is een goed overleg geweest, want daarin is nog eens duidelijk gemaakt dat klassenverkleining nu niet aan de orde kan zijn en momenteel ook niet gaande is. Dit betekent dus dat er thans echt een tekort van drie lokalen bestaat. Hoe lang deze situatie zal duren, is niet bekend, want er komt geen uitbreiding van deze nieuwe school. Die school heeft een plan gemaakt, zo stel ik mij voor, en zit voor de langere termijn vast aan de leerlingenprognoses waarvan bij de bouw van de school is uitgegaan. Dit heeft mede te maken met de instroom van leerlingen van een andere school van dezelfde denominatie.
Ik denk dat er frequenter overleg nodig is, vooral als je aan de vooravond van de bouw van een nieuwe school van PIT staat, want daarvoor moet ook naar dàt verschijnsel worden gekeken. Wethouder Flach: Het is een lang antwoord, maar ik begrijp uit uw bijdrage in tweede termijn dat u op basis van uw bezoek aan De Meander het gevoel hebt dat wij niet frequent met het schoolbestuur overleggen, en dat weerspreek ik. Er wordt frequent overlegd. De heer Van der Wulp: Dit wil ik corrigeren, want u pakt nu net het laatste punt uit mijn – dat wil ik best toegeven – altijd te lange betoog, en daar ging het net nìet om. Wij krijgen nu weer zo'n – ik wil niet vervelend zijn – in beton gegoten antwoord over leerlingenprognoses die van een bepaalde datum zijn. Na overleg met scholen is er een school gebouwd, die na enige tijd door een verschuiving
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
71
in de verwachte leerlingenaantallen te klein is gebleken, zodat er voor langere tijd gebruik moet worden gemaakt van drie lokalen van een al gesloten school elders in de gemeente. Aan de buitenkant van die school is goed te zien dat de leerlingen daarin echt niet maar een week zitten. Dit is wat ik bedoel. U gaat uit van het oude beleid, dat heel strak was. Ik zal graag zien dat ook over dit soort zaken, waarin vele miljoenen omgaan – laten wij ook dat maar even noemen nu wij het over de begroting hebben –, indringender wordt overlegd. Ik ken óók een nieuwe school waarvan nog drie klassen léég staan, en dat is voor de toekomst prachtig, want waarschijnlijk zullen zij dan wel worden gevuld. Het gaat mij nu om een school die kampt met een lokalentekort, maar op basis van leerlingenprognoses de gevraagde uitbreiding niet krijgt en daarom drie klassen naar een ander schoolgebouw heeft moeten overbrengen. Wethouder Flach: Opnieuw een lang antwoord waarvan ik qua strekking afstand neem. Ik wil u vragen zich op feiten te baseren. U ziet een bepaalde verandering bij De Tweestroom en daaraan verbindt u conclusies die in mijn ogen niet terecht zijn. De genoemde school heeft een aanvrage betreffende aanvullende huisvesting ingediend en deze is getoetst aan een verordening die door de gemeenteraad is vastgesteld.
Die verordening liet zien dat er, kijkend naar de populatie leerlingen, niet voldoende leerlingen waren om er een lokaal bij te bouwen Ik zeg niet dat dit nooit gaat gebeuren, maar het zal zeker niet om drie lokalen kunnen gaan; dit heb ik nog vandaag met de voorzitter van PIT besproken. Ten tweede spreek ik u aan op het feit dat u mij oproept om frequenter te overleggen. Als u mij vraagt om regelmátig te overleggen, zeg ik: prima, dat is ook mijn stijl. Ik heb, denk ik, met geen enkele andere partij in mijn portefeuille zó vaak overleg als met schoolbesturen, in mijn persoon of met de projectleider. U vindt het kennelijk prettig om voortdurend te spreken over 'in beton gieten', maar dat is hier niet aan de orde. Wij hebben een leerlingenprognose uit 2018, die onderlegger van het IHP is geweest. Ik heb u maandagavond gezegd – dit heb ik nog met schoolbesturen gedeeld – dat wij, voordat wij een nieuwe school bouwen, een actuele leerlingenprognose gaan maken, maar wij moeten wel iets objectiefs hebben – 'gelijke monniken, gelijke kappen' zegt ook u – om te kunnen bepalen hoe groot een school van een denominatie moet worden. Er is daarvoor maar één objectief criterium, namelijk de leerlingenprognose. Scholen kunnen dit soms niet fijn vinden, daar zij zich onderbedeeld voelen.
Ik krijg wel eens te horen: 'Ik denk dat ik nog dertig leerlingen kan weghalen bij mijn concurrent', maar daar kan ik niets mee, want ik kan niet bij de ene school een lokaal voor de leegstand bouwen en de andere school er een lokaal bij geven. Ik bestrijd al met al dat er sprake is van te weinig overleg met de schoolbesturen of van in beton gegoten plannen. De heer Van der Wulp: De basis voor het bouwen van een school is de leerlingenprognose, zegt u, en dan kan er dus gebeuren wat er nu aan de hand is en wat niemand wil, ook de raad niet, namelijk dat drie klassen voor langere tijd in een ongezonde school zitten. Zegt u nu gewoon: 'Dat is dan pech gehad'? Wethouder Flach: Nee, dat zeg ik helemaal niet. De school die wij hebben gebouwd, is in 2015 geopend en de toen geldende leerlingenprognoses vielen veel lager uit, want ik moet constateren dat PIT het goed gedaan heeft en een deel van de weglek naar de SOL heeft teruggehaald. Inmiddels zit De Tweestroom vol en is er naar eigen zeggen sprake van een extra groep. Dat wil ik best geloven, maar juist voor die situatie hebben wij een verordening opgesteld die zegt wanneer je voor een extra lokaal in aanmerking komt. Ik ga hier niet beloven dat alle nieuwe scholen in de toekomst perfect op maat zullen zijn.
De totaliteit aan kinderen blijft wel gelijk, zodat ook het totale aantal lokalen klopt, maar er zullen altijd verschuivingen kunnen plaatsvinden. De twee vrije lokalen in de Willem de Zwijgerschool worden binnenkort zodanig ingenomen dat De Tweestroom er kan blijven zitten. Op die manier wordt er met lokalen omgegaan, en ik moet zeggen dat hierover ook tussen de schoolbesturen in behoorlijke mate redelijk overleg plaatsvindt. Ik heb eigenlijk altijd de houding aangenomen: niet te veel en niet te weinig; want iedereen wordt chagrijnig van leegstand maar ook van tekorten. Volgens mij liggen onze doeleinden niet zo ver uit elkaar.
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
72
Ik ga naar iets luchtigers: de koek die in de eerste termijn werd rondgedeeld – één van de tradities – kwam uit Alblasserdam, evenals de koek die wij vanavond ontvingen. In het verleden kwam de koek uit Zwijndrecht en dus vind ik dit eerlijk gezegd al een verbetering! De heer Van der Wulp: Daarmee ben ik het eens. Wethouder Flach: Ik heb geprobeerd dit te koppelen aan uw opmerking over samenwerking in de regio, want ook u zult wel eens in een buurgemeente boodschappen doen. Heel eerlijk: het is ons niet gelukt – de bode heeft er echt serieuze pogingen toe ondernomen – om met een lokale bakker een stabiele afspraak te maken, niet alleen wat deze speculaas betreft, maar ook wat het leveren van versnaperingen in het gehele jaar aangaat. Ik wil het best nòg een keer proberen, want ook ik vind het jammer. De heer Van der Wulp wilde niet veel zeggen over het onderwerp van een bewaakte fietsenstalling en dus doe ook ik dat maar niet. Overigens gaat men in Papendrecht de personele bewaking bij de fietsenstalling weghalen. Als het om dat punt g aat, behoeft hij dus niet meer zo jaloers te zijn, maar misschien wel wat de toepassing van moderne methodes tot bewaking van elektrische fietsen betreft; daar kijken wij ook serieus naar. Aan de bestuurscultuur in Ambacht hebt u, mijnheer Van der Wulp, zowel in de eerste als in de tweede termijn heel wat woorden gewijd.
Het college heeft er ook over nagedacht. Ik heb de indruk dat het nogal uitmaakt vanuit welk standpunt je naar dit onderwerp kijkt. Het college en wellicht ook de coalitiepartijen zijn van mening dat hier sprake is van een open bestuurscultuur en dat dit tot uiting komt in het coalitieprogramma. Maandagavond heb ik enkele voorbeelden genoemd van daarin voorkomende punten die rechtstreeks uit verkiezingsprogramma's van andere partijen zijn gekomen, dit nadat aan die andere partijen was verzocht zulke punten aan te leveren. Dat getuigt van een open bestuurscultuur. Voorts hebben wij in de nu bijna afgelopen vier jaar heel wat grote besluiten genomen, ook over onderwerpen welke niet in het coalitieprogramma stonden, of die daarin niet exact waren uitgewerkt. Neem bijvoorbeeld het preventieplan; dat stond wel in het coalitieprogramma, maar wij hadden er toen geen idee van hoe dat er zou kunnen komen uit te zien. Dat plan hebben wij met elkaar opgesteld en het is vervolgens unaniem of bijna unaniem aanvaard. Dit is ook gebeurd met het plan bedrijventerrein Ambachtsezoom. De gehele raad was daarover enthousiast, maar in mijn geheugen was het de heer De Groot van D66 die na een excursie naar Hoofddorp het meest enthousiast naar mij toekwam en zei: 'Dit moeten wij ook in Ambacht hebben.' Dat plan hebben raad en college sámen gemaakt.
Kijk voorts naar de verhuizing van het Jeugdspeelpark. Ik vind het ook mooi dat wij samen opgetrokken zijn met betrekking tot de uitbreiding van De Schoof, ook toen deze uiteindelijk niet doorging. Over de bouw van scholen hebben wij best stevige discussies gevoerd, maar wij delen allen het uitgangspunt dat wij voor ieder kind een hoogwaardig, modern en gezond schoolgebouw willen realiseren. Een ander voorbeeld is het plan voor het Waterbusplein, onze trots in de komende jaren. Voordat er daarover met een voorstel is gekomen, was ik al een aantal keren bij u allen langs geweest om ideeën op te halen. Kortom, ik zie niet wat er juist is aan uw kritiek, mijnheer Van der Wulp, op de Ambachtse bestuurscultuur. Als ik u vraag om met concrete voorbeelden te komen, zult u wel de motie noemen waarin werd gevraagd om nabij De Schoof een bewaakte fietsenstalling te realiseren, maar dat was nota bene een motie die vroeg om uitvoering van een punt in het coalitieprogramma dat daarin uit uw verkiezingsprogramma was overgenomen. Ik ben het met u eens dat er heel laat naar de mogelijkheden tot uitvoering van de motie is gekeken, maar dat heeft ermee te maken dat beoogd was dit onderwerp te betrekken bij de Centrumontwikkeling. Die ontwikkeling is nog niet klaar en inmiddels is het ook duidelijk dat een fietsenstalling niet aan die kant, maar aan de andere kant van De Schoof zou moeten komen.
Daardoor hebben wij twee jaar verloren, zo geef ik direct toe, maar van ònwil is bij ons geen sprake geweest. Wij hebben niet gedacht: 'De heer Van der Wulp vraagt dit, wij zetten de hakken in het zand en gaan dit niet doen'. Integendeel, ik sloof mij er behoorlijk voor uit – u zou dit bij de projectleider kunnen navragen – om de realisering van de fietsenstalling nog voor elkaar te krijgen. Het is alleen een behoorlijk weerbarstig onderwerp. U bent zelf vier jaar lid geweest
Vergadering van 1 en 4 november 2021.