CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

raad 1 en 4 november 2021 begrotingsbehandeling

raadsvergadering openbaar 6 december 2021, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Notulen56.261 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

73

van een fractie die deel uitmaakte van de coalitie en tóen heb ik u hierover niet gehoord. Ik durf de stelling aan dat er toen géén sprake was van een andere bestuurscultuur. Daarom zeg ik, concluderend, dat het voor de beleving van iets kennelijk uitmaakt of je tot de coalitie behoort, of daar buiten staat. U gaat over uw eigen beleving, maar ik zet die van mij er tegenover. De heer Van der Wulp: Ik begrijp wat u zegt, en maandagavond heb ik ook zelf aangevoerd dat er een groot verschil bestaat tussen het als raadslid deel uitmaken van een partij die in de coalitie zit en het als raadslid deel uitmaken van een partij die in de oppositie zit. Beide posities zijn overigens interessant om politiek te bedrijven, in mijn beleving in de commissies nog meer dan hier. U hebt nu enkele grote zaken genoemd die in deze raadsperiode zijn gerealiseerd, maar hebt u ook een lijstje van zaken die hier zijn bediscussieerd en niet zijn doorgegaan omdat de oppositie het er niet mee eens was? De ons voorgelegde plannen waarmee iedereen het eens was, waren toch wel bijna allemaal in beton gegoten. Overigens heb ik, nadat ik mijn punt had gemaakt, van alles horen noemen waarover ik het niet gehad heb, zoals Zwijndrecht en een raadsbreed programma.

Er is ook gezegd dat elke partij wel eens water bij de wijn moet doen, maar voor mijn gevoel wordt er altijd met een volle fles begonnen en redeneert men: 'De kurk zit op de fles, aan die fles komen wij niet meer.' Het zou juist mooi zijn om de kurk er af te laten, zodat er ruimte blijft om tot bijstellingen van het beleid te kunnen komen. Er moet niet meer gezegd worden: 'Dit is nu eenmaal zo afgesproken en daarvan kunnen wij niet afwijken.' Na een goed overleg had er bijvoorbeeld met betrekking tot het zwembad door middel van een kleine pennenstreek tot het ook op zondag openstellen daarvan kunnen zijn besloten, ook al had het coalitieprogramma daarin niet voorzien; dat had dus heel snel geregeld kunnen worden. De burgers, dus degenen wier belangen wij hier hebben te behartigen, zouden dat wel hebben begrepen. Ik zou die burgers ook wel eens over het voorgaande willen horen. Wethouder Flach: Eén keer in de vier jaar horen wij de burgers uitdrukkelijk. Alle partijen stellen een programma op en vragen de burgers om het vakje in te kleuren van de partij bij welke zij zich het meest thuis voelen. Zelfs dan hebt u er moeite mee dat de uitslag soms in een bepaalde richting wijst en zegt u: 'U vormt een minderheid, hoe kunt u dan in de raad de grootste partij zijn?', maar ja, zo werkt democratie.

Wij hebben aan mensen die bij de verkiezingen thuis waren gebleven nooit gevraagd waarom zij niet waren gaan stemmen. Zelf heb ik die vraag wel eens gesteld en ik kreeg toen als antwoord dat a. de lokale politiek veel mensen niet interesseert en b. dat het in Ambacht toch eigenlijk wel goed ging. Men keek dan niet naar details, maar naar de hoofdlijnen. Ik durf de stelling aan dat dit kwam door juist de constructieve samenwerking tussen coalitie en oppositie die wij in Ambacht kennen. Voor ervaringen met zoiets als een raadsprogramma verwijs ik u naar onze buurgemeente Zwijndrecht. U durft toch niet te beweren dat het daar beter gaat en dat daar daadkrachtiger wordt bestuurd dan hier? Ik zou dat niet voor mijn rekening willen nemen. Het werken met een raadsprogramma kan enorm verlammen als je niet op een aantal essentiële onderdelen afspraken maakt. Je bent daarna vrij om discussies te voeren over andere onderwerpen, onderwerpen die u 'water' noemt. Ik vind dat u zichzelf te kort doet als u alleen water aan de wijn wilt toevoegen, want daarna smaakt wijn vaak helemaal niet meer. Laat er gewoon ruimte voor zijn. De heer Van der Wulp: Ik hoor weer Zwijndrecht genoemd worden, maar toen ik over dit onderwerp begon, heb ik die gemeente helemaal niet genoemd. Ook heb ik het niet over een raadsbreed programma gehad, want dat heb ik absoluut niet bedoeld.

Laten wij er als raad eens goed met elkaar verder over praten, bijvoorbeeld in de bijeenkomst over dualisme die georganiseerd gaat worden. Wethouder Flach: In Ambacht is het dualisme sinds 2002 best wel gegroeid. De heer Doevendans: Ter aanvulling op wat de heren Van der Wulp en Flach hebben gezegd: de samenwerking tussen coalitie en oppositie is in deze raad inderdaad over het algemeen goed, en dat is positief, maar waar het om gaat, is dat, als er een collegeprogramma bestaat en een oppositiepartij een

Vergadering van 1 en 4 november 2021.

74

keer met een amendement of een motie komt, zo'n amendement of zo'n motie òf door de gehele coalitie wordt gesteund òf tegengehouden. Er zijn heel weinig uitzonderingen op die regel geweest. Dat waren er maar twee, namelijk toen het ging over de bouw van een school en over de uitbreiding van het skatepark. Alle andere amendementen en moties werden òf door ons allen aangenomen òf door de coalitie afgewezen en alleen door de oppositie onderschreven. Dat is gewoon een feit; ik heb dit ooit nagevraagd bij de griffier en dus is hierover informatie bekend. Dit is precies wat de heer Van der Wulp zegt. Er bestaat dus, als het over amendementen en moties gaat, wel degelijk een onderscheid tussen een oppositiepartij en een coalitiepartij. Aan de andere kant: ook dat is democratie; een coalitie heeft nu eenmaal de meerderheid van stemmen. Wethouder Flach: Met uw laatste zin ben ik het het meest eens. Laten wij vooral niet de illusie hebben dat niet ook een raadsprogramma een optelsom van geven en nemen is. Ook daarin spreek je met elkaar dingen af die de één wenselijk vindt terwijl zij dat voor de ander minder zijn. Dat is nu eenmaal de reden waarom je een programma opstelt. Anders kon je net zo goed zeggen: 'College, ga aan de gang en kom naar ons toe met wat je daarbij tegenkomt.' Helemaal nìets afspreken is dan de ultieme vorm van democratie.

Naar aanleiding van de opmerkingen van de heer Doevendans constateer ik dat in deze raad het indienen van moties en amendementen weinig voorkomt. Er werd voorheen wel eens gevraagd – de heer Dogger deed dit indertijd – waar de oppositie bleef. Nu zegt de heer Doevendans het andersom: als je iets voor elkaar wilt krijgen, moet je daarover een motie of amendement indienen. Misschien mogen wij ons wel gelukkig prijzen dat dit heel zelden nódig is. Over grote vraagstukken en grote projecten overleggen wij vooraf zóveel met elkaar dat de desbetreffende voorstellen op het moment van besluitvorming bijna hamerstukken zijn geworden. De heer Van der Wulp opende overigens wel het zicht op 'de roze olifant', want kennelijk gaat het hem vooral om de openstelling van het zwembad op zondag, en dat nu juist het daartoe niet overgaan een punt is dat heel bewust in het coalitieprogramma is opgenomen en door de meerderheid van de raad is aanvaard. Het is een spel geweest van geven en nemen, een spel dat de heer Van der Wulp zelf ook kent. De heer Doevendans noemde twee voorbeelden van door de gehele raad aangenomen moties. Ik noem ook nog de motie van de heer Van der Laan waarin werd gevraagd om het groen nabij scholen te behouden, een motie die door de beide andere coalitiepartijen nìet werd gesteund. Zoiets komt dus toch wel regelmatig voor.

De vraag van de fractie van AUB over de bomenplant langs de Ambachtsezoom is aan collega Lafleur gericht. Bij mijn weten vormt dit geen onderdeel van het project bedrijventerrein Ambachtsezoom. De fractie van EVA kwam terug op het onderwerp hondenbelasting. Deze belasting bestaat al sinds 1440 en werd toen voldaan in zout in plaats van in geld. Zij heeft allerlei functies gehad. Het grappige is dat uit de historie blijkt dat de opbrengst van de hondenbelasting in het verleden deels werd gebruikt om maatregelen tegen hondenoverlast te nemen en dat overschotten vaak werden benut ten bate van de armen in de samenleving. Het was dus toen al heel gebruikelijk om overgebleven geld in te zetten voor de armen. Ik vind het te ver gaan om nu een parallel naar Ambacht te trekken, maar stel dat wij van de hondenbelasting geld zouden overhouden en dit via de algemene middelen zouden besteden ter dekking van een tekort op jeugdzorg of op de uitvoering van de WMO. Daarmee heb je dan dat oude idee terug. Ik durf echter ook wel te zeggen dat er in onze regio geen gemeente is waarin de hond zozeer wordt gepamperd als in Hendrik-Ido-Ambacht. Ook hierin zit een zekere wederkerigheid: met deze belasting wordt de hondenbezitter geholpen, evenals de niet-hondenbezitter die de overlast ondervindt van wat honden af en toe doen.

Het is dus in wezen een heel solidaire belasting, en wat er over is, besteden wij aan goede dingen. De heer Scheurwater: U hebt eerder gezegd dat wat bij afschaffing van de hondenbelasting zou worden gemist, door middel van de onroerendzaakbelasting weer zou moeten worden opgebracht. Als er van de hondenbelasting een ton wordt overgehouden – ik weet niet of dat zo is en vandaar mijn verzoek hierover met een notitie te komen –, wordt de onroerendzaakbelastingbetaler daarmee

Vergadering van 1 en 4 november 2021.

75

gepamperd, want in wezen is dat geld uit de algemene middelen. Wij zouden hiernaar eens moeten gaan kijken. Ik had hierover een motie kunnen indienen en heb dat ook overwogen, maar ik ben het met de heer Van der Wulp eens dat die het niet zou hebben gehaald. Ik vind dat ik een redelijk verzoek doe als ik u verzoek te komen met een notitie waarin met betrekking tot de hondenbelasting wordt uiteengezet wat de kosten en de opbrengsten zijn en wat daarvan naar de algemene middelen gaat. Wethouder Flach: Het college denkt er wat anders over. Ik heb gezegd dat men in Ambacht op een heel hoog comfortabel niveau een hond kan hebben, en dat kost wat. Het overschot waaraan u denkt, bevindt zich absoluut niet in die orde van grootte. Sterker nog: als wij met de gevraagde notitie zouden komen, zou daaruit kunnen blijken dat het overschot heel dicht bij de nul zou uitkomen. De heer Scheurwater: Het zal heel goed zijn als u dat zo zult kunnen laten zien. Wethouder Flach: Het komen met zo'n notitie vind ik geen goed idee. Wij hebben twee soorten lasten voor onze inwoners: heffingen en belastingen. Heffingen hebben rechtstreeks betrekking op een gemeentelijk product of een gemeentelijke dienst waarbij naar kostendekkendheid wordt gestreefd, en verder zijn er belastingen.

U zegt zelf dat de hondenbelasting geen doelbelasting is en dus niet direct aan allerlei door de gemeente verleende diensten is te koppelen. Neem even wat u zelf hebt opgesomd: faciliteiten in de hondenuitlaatgebieden, het onderhouden van die gebieden, de handhaving door de BOA's. De kosten daarvan worden niet apart geregistreerd; als een BOA naar buiten gaat, houden wij niet bij of hij zich bezighoudt met afval of een hond, want dat zit gewoon in zijn reguliere taak. Dit doen wij ook niet wat de onroerendzaakbelasting betreft, en daarin zit iets solidairs. Een huizenbezitter betaalt onroerendzaakbelasting, een huurder niet, en daar praten wij niet over. Wanneer wij echt zouden teruggaan naar het beginsel dat alles ten goede moet komen van degenen die het hebben opgebracht, zou het eigenlijk geen belasting meer zijn, maar een heffing. Vandaar dat wij dit geen goed idee vinden. Over het Perenlaantje komen wij binnenkort met een raadsinformatiebrief waarin uitgebreid op de situatie ter plaatse zal worden ingegaan. In de eerste termijn heb ik in dit verband iets gezegd over de veiligheid en waterdrukproblemen en dit wordt in die raadsinformatiebrief nader toegelicht. Wij zulken zeker ook onze inwoners over dit onderwerp informeren. Tot slot kom ik bij het betoog van de fractie van Realistisch Ambacht.

Terwijl de ene partij vindt dat er meer leerlingenprognoses moeten worden gemaakt en dat deze vaker moeten worden geactualiseerd, zegt de heer Doevendans dat de raad in het verleden bijna wékelijks gewijzigde leerlingenprognoses voorgelegd kreeg. Dat was niet het geval; wat er is gebeurd, is dat een school die ooit voor kinderen van drie denominaties was bedoeld uiteindelijk een school voor kinderen van één denominatie werd en daardoor steeds kleiner werd, dit overigens zeer tot vreugde van de inwoners in de omgeving. Door het lange proces was er een aantal leerlingenprognoses aan de orde gekomen, die soms tot kleine aanpassingen hebben geleid. De kern is dat wij, voordat wij een school gaan bouwen, altijd een actuele leerlingenprognose laten maken. Ik ga niet meer in op de term 'nepniews' die ik had gebruikt. Degenen die dat willen, kunnen dit nog nalezen op Twitter. De heer Doevendans had gezegd: "Ondernemers, verenigingen en scholen e.d. zijn de dupe." Daarvan heb ik afstand genomen, want dat is niet het geval; het geld gaat één op één naar de bedoelde organisaties en bedrijven terug. Het is ook op verzoek van de ondernemers zelf dat wij met het voorstel tot instelling van het ondernemersfonds zijn gekomen. Vandaar dat ik de gewraakte term heb gebruikt. Wethouder Lafleur: Mijnheer de voorzitter.

Over het groenonderhoud hebben vele fracties al in de eerste termijn iets gezegd en ook in de tweede termijn is dit onderwerp aan de orde gekomen. Ik snap dit best, maar vraag mij wel af of sommige fracties wellicht de groenontwikkeling en het bevorderen van de biodiversiteit waarmee wij momenteel in de gemeente bezig zijn enigszins met elkaar verwarren. Je ziet her en der in de gemeente dat wij het gras vanwege het belang van de biodiversiteit wat hoger laten groeien en dat wij op meerdere plekken bijenlinten aan het aanleggen zijn. Als dit tot

Vergadering van 1 en 4 november 2021.

76

enige verwarring leidt, moeten wij een en ander beter uitleggen. Het zal goed zijn om bij het op 18 november te brengen bezoek aan de GKB Groep een goed gesprek te gaan voeren over de ideeën die in de raad over de beeldkwaliteit van het groen in de gemeente bestaan. U kunt daarover kritische vragen stellen en u goed laten informeren. Ik nodig u allen daarom nogmaals uit om aan dat bezoek deel te nemen. Dat bezoek vindt plaats in aansluiting op het bezoek aan het bedrijventerrein Ambachtsezoom en het wordt dus een heel interessante middag. De heer Doevendans: Wanneer wij bij die groenondernemer op bezoek gaan en zeggen dat wij over de huidige uitstraling van Ambacht niet happy zijn en een betere kwaliteit van het groenonderhoud zouden willen, zal die ondernemer daartoe dan onmiddellijk en zonder prijsverhoging overgaan? Nee, er zal daarover met een voorstel moeten worden gekomen waarover wij als raad zullen moeten besluiten. Wij kunnen bij dat bezoek dus wel laten weten wat wij van het groenonderhoud vinden en wat wij zouden willen zien gebeuren, maar zal dat dan naar uw mening tot een verandering leiden? Wethouder Lafleur: Dat zal afhangen van wat die verandering inhoudt. Wij moeten eerst maar eens met elkaar vaststellen of wij bij de huidige beeldkwaliteit krijgen waarvoor wij betalen.

Daarover gaan wij het gesprek aan, want wij hebben misschien allemaal een andere beeldkwaliteit voor ogen. Als het ten slotte ieders mening is dat er een andere beeldkwaliteit moet komen, wil ik daar wel geld bij, want dat hoort er dan bij. Het is boter bij de vis. Mevrouw Oelfke-ten Seldam: Ik ben het helemaal eens met wat u over de afgesproken beeldkwaliteit hebt gezegd, maar kunt u ons voorafgaande aan het bezoek een stuk over de huidige beeldkwaliteit toesturen? Wij hebben het dan in ieder geval over hetzelfde vertrekpunt. Wethouder Lafleur: Ik ga u op uw wenken bedienen, want dit was ik eigenlijk al van plan. Het leek mij namelijk goed de raad vooraf van informatie te voorzien, ook omdat dit het over dit onderwerp praten wat gemakkelijker maakt. Ik ben bezig met het opstellen van een raadsinformatiebrief of iets dergelijks, zodat u zich goed op het te voeren gesprek kunt voorbereiden. Dank dat u mij aan het nut hiervan nog hebt herinnerd. De fractie van EVA vroeg in verband met het woningtekort of het niet zinvol zou zijn de raad een verordening 'Zelfwoonplicht' te laten vaststellen. De fractie van Gemeentebelangen had het in haar eerste termijn ook over de binnenkort van kracht wordende Wet Opkoopbescherming. Ik weet wat er gaande is, maar ga eerst in gesprek met woningcorporaties en makelaars om het probleem scherp te krijgen.

Vervolgens kunnen wij dan bekijken hoe dat probleem het beste zou kunnen worden opgelost. De heer Scheurwater: Dat steunen wij helemaal. Wethouder Lafleur: Het is goed om dat te horen. Wanneer ik een beeld van het probleem heb, zal ik met een voorstel aan de raad komen. Wat de heer Scheurwater over communicatie heeft gezegd, ga ik uitzoeken. De signalen die hij daarover heeft ontvangen, neem ik natuurlijk serieus. Ik zal zijn tekst doorgeven aan de afdeling communicatie met de vraag of de vermelding van aangevraagde en verleende vergunningen iets kan worden vereenvoudigd en zo beter leesbaar gemaakt. Een vraag van de heer Struik van de fractie van AUB had ik in mijn antwoord in eerste termijn kennelijk wat ruim geïnterpreteerd. De vraag betrof de smalle strook tussen het fietspad langs de Ambachtsezoom en de weg. Op die strook kunnen wij niet zo heel veel doen. Ik zie niet voor mij dat wij er een rij bomen zouden kunnen neerzetten, maar ga wel kijken wat wij er wèl kunnen doen, waarbij ik denk aan het zorgen voor een leuk bloemenmengsel of het realiseren van een bijenlint, zaken waarvan je bij het binnenrijden van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht vrolijk wordt. De heer Van der Wulp zei dat hij graag met mij wil meedenken, en dat waardeer ik. Inzake het onderwerp wonen heb ik al gezegd in gesprek te zijn met woningcorporaties en makelaars.

Als dat resultaten oplevert, kom ik daarop terug.

Vergadering van 1 en 4 november 2021.

77

Het door HVC opkopen van uit Engeland afkomstig afval gebeurde in het verleden, dus nu niet meer. Men probeert nu nieuwe afvalleveraars binnen te halen, zodat er van voldoende aanvoer van afval sprake zal blijven. Recent heeft zich weer een aantal gemeente bij HVC aangesloten, waardoor er extra afvalstromen zijn ontstaan. De heer Van der Wulp: Er is een tekort aan afval voor het op volle capaciteit kunnen laten functioneren van de verbrandingsovens, iets wat ook van belang is voor het warmtenet. Als wij het in Ambacht goed doen door minder kilo's afval aan te leveren maar HVC afval van elders inkoopt om de ovens aan de gang te houden, wat zal dan nog de milieuwinst zijn en wat zal dat gegeven doen met de motivatie van de burgers om de hoeveelheid aan te leveren afval te verkleinen? Het gaat toch niet alleen om het geld. Wethouder Lafleur: Er is wel degelijk sprake van milieuwinst, want het gaat uiteindelijk om gròndstoffen. Er bestaat op de markt concurrentie, want naast HVC en de AVR bestaan er meerdere afvalverwerkingsbedrijven. Zij proberen klanten bij concurrenten weg te trekken; wij hebben niet voor niets laatst een brief van de AVR gekregen. Er blijft echter vooropstaan dat wij met ons allen moeten proberen zo weinig mogelijk afval te produceren.

Dat afval bestaat in de kern uit grondstoffen, stoffen waarvan nieuwe producten te maken zijn, en dat is beter voor ons milieu. Dat zal zeker zorgen voor motivatie bij onze inwoners om tot goede afvalscheiding te komen. Er bestaat in Ambacht een prachtig systeem dat het mogelijk maakt eigenlijk alle afvalsoorten van elkaar te scheiden, en dit gedurende 24 uur per dag. Dat vind je nergens elders in Nederland. Laat men daarvan dus vooral gebruik maken. Voor mij staat de motivatie van de burgers buiten kijf. De bedrijven moeten onderling blijven concurreren, maar uiteindelijk gaan wij er naar toe dat de hoeveelheid afval steeds verder afneemt. Dat is ook het rijksbeleid; het rijk is daarom met de verbrandingsbelasting gekomen. De kosten van verbranding worden steeds hoger en daarom gaan wij straks met elkaar discussiëren over invoering van het recycletarief. Je wilt goed gedrag belonen en dat ga je daarmee doen. Dat afvalverbranding ook als warmtebron wordt gebruikt, is mooi, maar als er geen afval meer wordt aangeleverd – misschien komen wij nog eens in die ideale situatie te verkeren –, zullen er andere duurzame energiebronnen zijn – denk aan aquathermie, geothermie en waterstof – waarmee wij ons warmtenet zullen kunnen benutten.

Genoeg motivatie dus, zou ik zeggen! De heer Van der Wulp: Als wij minder afval gaan aanleveren en HVC daarom afval uit andere gemeenten moet gaan inkopen, zou het mooi zijn als er met die gemeenten contractueel zou worden overeengekomen dat ook zij hun afvalsoorten goed gescheiden moeten aanleveren, want anders zou de hier behaalde milieuwinst in de ovens verdwijnen. Wethouder Lafleur: Ja, maar zoals HVC ons helpt om tot een goede afvalscheiding te komen – door middel van communicatie, een afvalkalender en een afval-app –, doet het bedrijf dit ook in die andere gemeenten, met als doel om de hoeveelheid afval zo klein mogelijk te doen worden. Uiteindelijk betaalt elke gemeente zelf de rekening, want hoe meer afval er wordt aangeleverd hoe hoger de rekening wordt. Het beleid van HVC in àlle gemeenten is erop gericht tot een zo goed mogelijke scheiding van afvalsoorten te komen. In de eerste termijn kwam de heer Van der Wulp met het idee een energietransitiefonds te gaan vormen. Momenteel voeren wij met allerlei doelgroepen gesprekken: met VvE's, ondernemers, inwoners en sportverenigingen, met als doel een beeld te krijgen wat zij allen nodig hebben om tot verduurzaming van hun gebouwen en huizen te kunnen overgaan. Wanneer wij dat scherp hebben, gaan wij bekijken welke oplossing er het beste bij past en komen wij met voorstellen aan de raad.

Daarbij kijken wij ook naar wat er bij het rijk beschikbaar is. Er is zeker geld van het rijk nodig, want het gaat om enorme bedragen, zoals al bij de behandeling van de regionale energiestrategie en de transitievisie warmte is vastgesteld. Wij willen absoluut voorkomen dat de rekening van dit alles bij onze inwoners wordt gelegd en dus is het noodzakelijk dat het rijk met geld over de brug zal komen. Ik verwacht dat

Vergadering van 1 en 4 november 2021.

78

wij van het nieuwe kabinet dat geld inderdaad gaan krijgen. Als gemeente Hendrik-Ido-Ambacht hebben wij ook uitvoeringsmacht nodig om alle te formuleren voorstellen te kunnen realiseren. Er bestaat hiervoor aandacht en ik ga ervan uit dat het uiteindelijk goed komt. Over de door mevrouw Gommans genoemde klachten over de werking van het huidige afvalinzamelsysteem heeft collega Flach al het een en ander gezegd. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid vind ook ik het vervelend als zich storingen voordoen. Met de leverancier hebben wij een onderhoudscontract en ik roep daarom iedereen op om een storing direct te melden, zodat daaraan snel iets zal kunnen worden gedaan. Gebeurt dat niet, dan ga ik er desnoods persoonlijk voor zorgen dat een probleem snel wordt opgelost. Het is heel belangrijk om onze inwoners tot afvalscheiding te stimuleren, maar dan moet het systeem wèl goed werken. Vandaar dat er een onderhoudscontract bestaat. Ik merk zelf wel eens, zeker als wij naar de winterperiode gaan, dat de accu's minder goed functioneren, daar zij aan het einde van hun levensduur zijn, maar wij hebben niet voor niets een onderhoudscontract en daaraan moeten wij het betrokken bedrijf ook hóuden. Wat wij vooral niet moeten doen, is een grijze afvalzak in de groencontainer gooien, want daardoor zal de gehele voorraad groen uit zo'n container worden afgekeurd, zodat zij moet worden verbrand.

De gemeente moet daarvoor dan weer extra betalen, zodat het gehele systeem weer duurder wordt. Laat men, als een container vol is of niet open gaat, alstublieft even naar een wèl functionerende container lopen die zich 75 m verderop bevindt. Er bestaat in Ambacht qua containers namelijk een behoorlijke dichtheid. De heer Doevendans: In uw in de decembervergadering te behandelen voorstel inzake invoering van het recycletarief gaat u van die 75 m naar 200 m, dus een substantieel grótere afstand. Wethouder Lafleur: Dat klopt. In den lande is het gemiddeld 300 m, zodat 200 m nog niet zo héél ver is; in Hendrik-Ido-Ambacht zijn wij alleen heel erg verwend. Wat er ook gaat gebeuren, is dat het gehele systeem wordt vernieuwd, zodat de kans op een storing minimaal wordt. Als u die 200 m gaat lopen – als u het afval heel goed scheidt, behoeft u dat maar heel beperkt te doen, misschien maar één keer in de maand –, verdient u het heel snel terug. Een beetje beweging is nog gezond ook! De vraag van mevrouw Oelfke over de door de gemeente te betalen energieprijzen deed mij eraan denken dat ik ook eens moet bekijken hoe het met de door mijzelf te betalen energieprijzen zit. Ik heb het even snel opgevraagd: wij maken deel uit van de regio die een meerjarig contract heeft gesloten dat in een centrale inkoop van energie voorziet.

Ook wij zullen overigens best wel met hogere energieprijzen te maken gaan krijgen. Op de vraag of het mogelijk is om de huidige infrastructuur qua gasleidingen te behouden, is het antwoord dat dit niet kan op plaatsen waar het warmtenet wordt aangelegd, want dat mag niet. Waar een warmtenet wordt aangelegd, wordt de bedoelde infrastructuur dus weggehaald. maar dat zullen wij sowieso pas doen als er een goed alternatief bestaat. Wat het onderwerp van gebrek aan personeel betreft, kan ik niets zeggen over het personeelsbeleid van andere organisaties, maar waarop ikzelf trots ben en het college trots is, is dat er Hendrik-IdoAmbacht een heel mooi trainee-programma loopt. Het is ons daardoor gelukt om jonge mensen aan de gemeente te binden, wat ons helpt bij het opvullen van gaten die in de formatie zijn ontstaan. De eerste trainees die wij in de afgelopen anderhalf jaar hebben aangenomen, zitten bij mijn weten nu allemaal op vaste plekken. Dat is dus goed nieuws. Het is nu de uitdaging om te proberen al die mensen ook vast te houden. Met betrekking tot het onderwerp wonen riep de heer Lagendijk het college ertoe op om creatief te denken. Dat proberen wij ook. In december ga ik weer de afspraken tekenen die als PALT worden aangeduid, afspraken die ik met de woningcorporaties maak.

Ik heb gelezen dat zij graag willen gaan werken met een doorstroommakelaar, dus iemand die moet proberen om mensen die in een grotere woning wonen naar een kleinere woning te laten verhuizen. Wij zijn met alle betrokken partijen in gesprek in de zoektocht naar mogelijke creatieve oplossingen. Ik ben benieuwd tot welke resultaten de doorstroommakelaar zal weten te komen.

Vergadering van 1 en 4 november 2021.

79

Het CDA vroeg om aandacht voor mogelijkheden tot opslag van duurzaam opgewekte energie. Dit is ook genoemd bij de behandeling van de regionale energiestrategie en ik heb toen geantwoord dat wij op dit gebied heel nauw met Stedin samenwerken. Stedin is ook bij het opstellen van de regionale energiestrategie betrokken geweest. Wij volgen heel nauwgezet met welke renovaties er wordt gekomen. Vrij recent heb ik mij aangemeld als lid van de commissie energietransitie van Stedin, dit juist met als doel de vinger aan de pols te houden en dicht bij het vuur te zitten. Als zich nieuwe ontwikkelingen voordoen, zal ik die aan uw raad melden. Eind november zal ik de eerste bijeenkomst van die commissie bijwonen. Met de fractie van het CDA ben ik het eens dat het bij het komen tot een betere afvalscheiding vooral gaat om het bewerkstelligen van een gedragsverandering. Er is mij gevraagd een reactie te geven op de motie over reclamefolders die de fractie van het CDA voornemens is in te dienen. Voor energie geldt dat je wat je bespaart niet behoeft op te wekken en dit kun je ook met betrekking tot reclamefolders zeggen; je moet daarbij zorgvuldig te werk gaan. Met collega Flach ben ik het eens dat wij eerst op zoek moeten gaan naar alternatieven voor reclamefolders, want het verspreiden daarvan dient natuurlijk een doel.

Als het maken van reclame op een andere en papier besparende manier is te organiseren, zal dat natuurlijk alleen maar beter zijn voor het milieu. De heer Van der Lei informeerde naar de stand van zaken in het onderzoek naar mogelijkheden van flexwonen. Voor de korte termijn zie ik wel kans om door middel van flexwonen iets ter vermindering van de woningnood te ondernemen en ik ben dan ook heel benieuwd naar wat de hierover binnenkort te voeren gesprekken gaan opleveren. Zodra ik iets kan melden, bent u de eerste die het hoort. Van het betoog van de heer Van der Laan heb ik onthouden dat het deze week met al die verschillende themadagen heel druk is. Dit zeg ik even als grapje, maar ik merk dat het niet aanslaat… Wethouder Van Die: Mijnheer de voorzitter. Volgens de theorie van de heer Doevendans zou nu zo'n beetje iedereen ingezakt en uitgecheckt moeten zijn. Ik moest in de eerste termijn ook zelf een beetje voor die situatie waken, want nadat de eerste drie fracties hun algemene beschouwing hadden gehouden, was er nog met geen woord gerept over het sociaal domein, zodat ik mij een beetje zorgen begon te maken, maar gelukkig heeft de heer Van der Wulp er later een aantal woorden over gesproken. Mijn antwoord in tweede termijn kan in elk geval een stukje korter zijn dan die van mijn collega's.

De heer Van der Wulp legde een relatie tussen jeugdhulp en mijn leeftijd; ik zou daarmee dichter bij de doelgroep staan. Het eerste waaraan ik bij die uitspraak dacht, was het óuderenbeleid, want ook om het dáárover te hebben behoef ik niet heel ver van huis te lopen. De heer Van der Wulp: Ik bedoelde inderdaad dat u er dichter bij zit dan het gemiddelde raadslid. Wethouder Van Die: Het onderwerp van het ouderenbeleid nemen wij straks natuurlijk op in het overdrachtsdossier. Ik wil zelfs alle partijen ertoe oproepen dit in hun verkiezingsprogramma op te nemen, want wij weten één ding zeker: het zal onderstreept en dikgedrukt in het volgende coalitieprogramma terechtkomen. Aangaande de door de heer Van der Wulp genoemde toeslagenaffaire – de schriftelijke vragen die de fractie van EVA hierover heeft gesteld, zullen nog worden beantwoord – kan ik zeggen dat het in Ambacht om circa 50 gezinnen gaat. Ik wil inzake dit onderwerp enige voorzichtigheid betrachten, maar het lijkt erop dat het in Ambacht niet is voorgekomen dat er naar aanleiding van de toeslagenaffaire kinderen uit huis zijn geplaatst en dat van de regio kan worden gezegd dat dit met slechts een zeer klein aantal kinderen – te tellen op de vingers van één hand – is gebeurd. Daarmee ben ik dus heel blij. De heer Van der Wulp refereerde aan de inzet die in het kader van dit onderwerp in de regio is gepleegd.

Dat klopt; er zijn teams gevormd die de betrokkenen zijn gaan helpen bij het oplossen van

Vergadering van 1 en 4 november 2021.

80

vraagstukken op de gebieden van huisvesting, het aflossen van schulden en zorgverlening en opvoeding. Het is voor de volledigheid goed hierbij te vermelden dat het college in juli van dit jaar heeft besloten om voor de door de toeslagenaffaire getroffen Ambachtse huishoudens de in de betaling van gemeentelijke belastingen ontstane schulden kwijt te schelden. Volgens de heer Van der Wulp zijn er in de regio gemeenten die een stapje verder zijn gegaan. Dat weet ik niet, maar ik zal daarnaar in de regio informeren en bezien of wij lokaal nog een stap verder kunnen zetten. Een gezonde gemeente is namelijk een gemeente waarin alle inwoners kunnen meedoen; gelukkig bestaat daarover geen politieke discussie. De heer Van der Wulp: U kunt hierover uw licht opsteken bij uw collega Heijkoop in Dordrecht, die in een televisieprogramma aandacht voor dit onderwerp heeft gevraagd. Wethouder Van Die: Ik denk dat u nu refereert aan afgelopen zaterdag, toren wij in de studio van Nieuwsuur zaten. Ik zal zeker contact met hem opnemen en nagaan wat er in Dordrecht is gedaan en ook wat er in andere gemeenten in de regio is gedaan. De vraag van de fractie van Gemeentebelangen over de BUIG-gelden is door collega Flach beantwoord. Verder maakte die fractie een opmerking over bezuinigingen, uitgaven en inkomsten. Daarover heb ik in de eerste termijn al iets gezegd.

De realiteit op dit moment is dat er voor de gemeente inkomsten bij zijn gekomen, namelijk ruim € 1,5 miljoen, zoals u in de begroting voor het volgend jaar kunt zien, waardoor er nu voor dat jaar geen sprake meer is van een tekort. In de winternota – u hebt die nog niet gelezen, maar mevrouw Oelfke wel – ziet u voorts dat wij extra middelen hebben ontvangen voor het sociaal domein/de jeugdhulp, waarvan naar aanleiding van de eerste Burap SOJ 5 ton is uitgegeven en ruim drie ton in een stelpost is ondergebracht voor het opvangen van eventuele tegenvallers in de tweede Burap. Wij moeten dus proberen af te stappen van het idee dat er sprake is van een groot tekort op het sociaal domein. Er gaat op dat domein zeker heel veel geld om en wij willen ook niet te véél uitgeven, maar de aankomende jaren zullen in financiële zin jaren van wat meer rust en ruimte zijn. Dit betekent niet dat wij moeten afzien van het nemen van de in het aanjaagplan afgesproken maatregelen; er bestaat in de regio een breed besef dat daarmee moet worden doorgegaan. Dit geldt voor de serviceorganisatie, de Stichting Jeugdteams en de gemeenten. In die driehoek zullen de maatregelen moeten worden uitgevoerd. Bij de behandeling van de tweede Burap van de SOJ – in deze raad wordt altijd pittig over die Buraps gediscussieerd – wil ik uw raad een overzicht van de genomen maatregelen geven.

Bij elke volgende Burap zal ik dat overzicht actualiseren, zodat u twee keer in het jaar kunt zien wat de stand van zaken is. Wat de GR Sociaal betreft, heeft bijvoorbeeld de Drechtraad geen bezuinigingsopdrachten gegeven. Dat kon ook niet, want de gemeenten gaan vanaf 1 januari zèlf over deze gemeenschappelijke regeling. Uw raad gaat straks zelf het beleid en de verordeningen vaststellen en u krijgt dan de kans om, als u dat zou willen, het beleid en de verordeningen te gaan versoberen. Ik heb zelf de hoop dat wij in de tijd van rust op financieel gebied die er aan komt, een volgende lijn zullen kunnen uitzetten, een lijn die goed is voor onze inwoners en in en buiten deze zaal breed zal worden gedragen. De algemene en financiële beschouwingen worden hierop gesloten. 5. Besluitvorming over de Programmabegroting 2022 – 2025. De voorzitter geeft ruimte voor het afleggen van een stemverklaring. De heer Struik: Mijnheer de voorzitter. Elk jaar geven wij een stemverklaring betreffende asielzoekers en statushouders. Wij gaan akkoord met de programmabegroting, maar maken een voorbehoud op die onderdelen van de begroting die betrekking hebben op de begrote kosten van opvang, begeleiding en inburgering van asielzoekers en statushouders. De desbetreffende paragrafen in de begroting kunnen wij niet goedkeuren.

Vergadering van 1 en 4 november 2021.

81

De heer Platschorre: Mijnheer de voorzitter. Bij de agendapunten 5 en 6 kan ik namens de fractie van SGP/ChristenUnie als stemverklaring vermelden dat wij kunnen instemmen met de begroting voor 2022 en met de vaststelling van de subsidieplafonds 2022 en 2023, maar een voorbehoud maken met betrekking tot die activiteiten welke de zondagsrust raken of tegen de normen van de bijbel ingaan. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten, met inachtneming van de stemverklaringen van de fracties van AUB en SGP/ChristenUnie. 6. Voorstel tot vaststelling van de subsidieplafonds 2022 en 2023 en tot kennisneming van het uitvoeringsprogramma. De heer Struik: Mijnheer de voorzitter, de eerder afgelegde stemverklaring geldt ook voor dit agendapunt. De heer Doevendans: Mijnheer de voorzitter. Wij hebben gekeken naar de subsidieplafonds in de afgelopen jaren, te beginnen in 2018, en hebben gezien dat er ieder jaar is afgesproken de subsidies met een bepaald percentage te verhogen, maar dat zij in de praktijk elke keer met veel méér werden verhoogd. Het subsidieplafond is iedere keer overschreden en heeft dus eigenlijk heel weinig waarde. De subsidies gaan nu ten opzichte van het vorig jaar met 30 % omhoog.

Met dit voor ogen wil ik afsluiten met de fameuze uitspraak van de heer Wiegel: 'Sinterklaas bestaat en hij zit dáár.' Realistisch Ambacht gaat niet akkoord met dit subsidievoorstel. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten, met inachtneming van de stemverklaringen van de fracties van SGP/ChristenUnie en AUB en onder aantekening dat de fractie van Realistisch Ambacht geacht wil worden te hebben tegengestemd. 7. Sluiting. De voorzitter: Alvorens de vergadering te sluiten, wil ik er mijn waardering voor uitspreken dat de kijkers en luisteraars thuis deze twee vrij lange begrotingsvergaderingen goed hebben kunnen volgen. Mijn dank aan degenen die dit mogelijk hebben gemaakt. Waardering bestaat er ook voor wat ons in deze vergaderingen is voorgezet. Normaal zou ik hiervoor de beide bodes Esther en Carla hebben bedankt, maar Carla zit thuis vanwege Corona. Esther heeft het nu voor het eerst alléén moeten doen, waarbij zij ook nog voor de eerste keer een begrotingsbehandeling meemaakte. Zij heeft dat goed gedaan en daarvoor is waardering op haar plaats. (Applaus.) Ik stel voor de beide bodes een bloemetje te geven, Carla thuis en Esther hier. Morgenavond vindt het zogenoemde begrotingsdiner plaats en dat is een mooie traditie.

Nadat wij op een zakelijke manier en naar mijn mening ook in een goede toonzetting de beide begrotingsvergaderingen hebben gehouden, met als resultaat dat de begroting unaniem kon worden vastgesteld – dit nadat er flink is gediscussieerd over het wel of niet in beton gegoten zijn van allerlei zaken –, wil ik mijn waardering uitspreken voor de wijze waarop er is gediscussieerd en voor het feit dat wij in het komend jaar weer alles kunnen oppakken wat in het belang van de inwoners van Ambacht is. Ik nodig een ieder hartelijk uit tot deelneming aan het begrotingsdiner van morgenavond en sluit de vergadering. (22.36 uur.) Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 december 2021. De griffier,

De voorzitter,

Vergadering van 1 en 4 november 2021.

drs. ing. G.H. Logt.

alg. verslagbureau drexhage c.s.

82

J. Heijkoop

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10856250/1