raad 1 en 4 november 2021 begrotingsbehandeling
Tekst van het document
Wij hebben heel vroegtijdig geïnventariseerd wat er nodig zou zijn en of dat zou kunnen worden geleverd, en na goed overleg wòrdt dat ook geleverd. De BOA's die in Hendrik-Ido-Ambacht optreden, worden betrokken van de gemeente Dordrecht. Dat die gemeente op de vingers is getikt – enkele sprekers wezen daarop –, komt doordat het bij de aanbesteding van BOA-werk bij enkele grote organisaties waarmee Dordrecht samenwerkt niet helemaal goed is gegaan, maar dit laat onverlet dat Dordrecht de gemaakte afspraken gestand kan doen. Voor de komende drie jaar is er weer een dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Dordrecht aangegaan, en dit zonder tariefverhoging. De dienstverlening zal fors toenemen, hetgeen mede vanuit de van het rijk ontvangen Coronagelden wordt gefinancierd. Naast wat er op de korte termijn gaat gebeuren, komt de vraag aan de orde hoe wij een en ander degelijk kunnen gaan regelen. Op korte termijn, namelijk tussen nu en vier weken, krijgt uw raad een
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
30
feitenoverzicht over de status van toezicht en handhaving in Hendrik-Ido-Ambacht voorgelegd in de vorm van een nieuwe vierjarennota veiligheid, het zogenoemde Meerjarenbeleidsplan Integrale Veiligheid. Wij hopen dat in januari of februari informeel met de raad te bespreken en dat zal dan informatie opleveren voor de uitvoering van dat meerjarig beleidsplan, maar wellicht ook informatie die van pas zal komen bij de onderhandelingen over de vorming van een nieuw college. Wij hopen dat meerjarig beleidsplan bij leven en welzijn in de volgende zomer te kunnen vaststellen. Daarin kunnen wensen die de raad in eerdere overleggen heeft verwoord worden opgenomen, evenals de uitkomsten van de collegeonderhandelingen op het gebied van openbare orde en veiligheid. Een en ander is dan ordentelijk geregeld in een procedure waarin de raad tot zijn recht is gekomen en een aantal zaken structureel is aangepakt. Ik heb in die weloverwogen aanpak alle vertrouwen, een aanpak waarin er ook, uitgaande van de beschikbare middelen, een afweging ten opzichte van andere prioriteiten zal hebben plaatsgevonden, dit alles met het oog op het bereiken van de mate van veiligheid die wij allen voorstaan. Na een evenwichtige discussie zullen wij er met elkaar zeker uit gaan komen.
Voor de korte termijn zullen wij naar bevind van zaken handelen door krachten in te huren als dat nodig is en door de aanpak van alle partijen die met het veiligheidsbeleid te maken hebben voort te zetten. Naar aanleiding van wat er is gezegd over het huisvesten van vluchtelingen wil ik uitleggen dat het om drie soorten van huisvesten gaat. - De huisvesting van statushouders is een reguliere taak van alle gemeenten in Nederland, gerelateerd aan hun aantal inwoners; dit geldt dus ook voor Hendrik-Ido-Ambacht. - De gewone opvang van vluchtelingen is een verplichting waaraan de regio Zuid-Holland-Zuid in ruime mate voldoet. Dit gebeurt in de gemeenten 's Gravendeel en Gorinchem, waar zich daarvoor beschikbare en ingerichte grootschalige locaties bevinden en er tevens sprake is van een draagvlak voor die opvang bij de omgeving. De regio levert hiermee een bovengemiddelde inspanning. Er komt bij dat het rijk eigenlijk geen locaties met minder dan honderd vluchtelingen wil. In Ambacht zijn er geen locaties die boven dat aantal zouden kunnen uitkomen. - De derde categorie betreft de zogenoemde noodopvang, die aan de orde komt wanneer alle reguliere voorzieningen blijken niet te voldoen. Gemeenten zullen, als de nood aan de man is – zo heet het desbetreffende plan ook –, sporthallen met bedden inrichten en daarin noodvoorzieningen treffen.
De burgemeesters in de veiligheidsregio plegen over dit alles overleg met elkaar. De regie ligt voor een deel bij de provincie Zuid-Holland. Dat doet zij best goed – de gezamenlijke provincies doen het op dit gebied overigens beter dan het rijk – en daarin heb ik dan ook vertrouwen. Wethouder Flach: Mijnheer de voorzitter. Ik wil beginnen met te zeggen dat ik het op één punt eens ben met de heer Doevendans: ook het college mist in deze vergadering het spreekgestoelte. Het is toch wel mooi om één keer per jaar allemaal met een zekere gedragenheid terug te blikken op het bijna afgelopen begrotingsjaar en vooruit te kijken naar het komende begrotingsjaar. Het college overweegt dan ook om met een motie te komen waarin zal worden gevraagd in de tweede termijn weer van het spreekgestoelte gebruik te gaan maken! Maar alle gekheid op een stokje, want er zijn heel serieuze dingen gezegd. Ik loop ze langs in de volgorde waarin de fracties hebben gesproken, waarbij ik zaken die ook door andere fracties zijn verwoord tezamen zal behandelen, hopend zo iedereen recht te doen. De heer Boudewijn noemde namens de fractie van SGP/ChristenUnie onder meer het plan tot realisering van een bewaakte fietsenstalling nabij De Schoof. Dit onderwerp heeft van diverse kanten in de raad veel aandacht gekregen.
Wij zijn hierover in intensief gesprek met de winkeliers en er staat ook al het een en ander op papier. Ik zeg toe dat ik in de commissievergadering van december, uiterlijk januari met een voorstel zal komen. Het voorstel ziet er goed uit en zal ook voor andere plekken in de gemeente perspectief kunnen bieden. Wij verkeren in de gelukkige omstandigheid dat wij het CAI-fonds hebben en met middelen daaruit een heel aantal mooie voorzieningen hebben kunnen realiseren. Wij werken nu aan nieuwe projecten, iets wat deels ook in de volgende raadsperiode zal moeten gaan gebeuren.
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
31
Terecht herinnerde de heer Boudewijn eraan dat er met een nota over gebonden partijen zou worden gekomen. Eigenlijk is dit punt in deze periode blijven liggen, iets wat wij niet hadden voorzien. Het heeft weinig zin om nu nog middenin een verbouwing met die nota te komen; ik verwacht ook dat het in deze periode niet meer zal lukken haar te schrijven, en in dat geval is het een mooie start voor het nieuwe college om haar op papier te gaan zetten. Voorts waarschuwde de heer Boudewijn voor het financiële gesternte waarmee het nieuwe college te maken zal krijgen. Wij zullen daarover het een en ander opnemen in het overdrachtsdocument. De septembercirculaire was wel weer wat positiever, maar alles staat of valt met de vorming van het nieuwe kabinet, met wat dat kabinet zal willen uittrekken voor de uitvoering van aan de gemeenten opgedragen taken en met – de andere grote onzekerheid – de herverdeling van het gemeentefonds. Dit zal in belangrijke mate de toolkit van het nieuwe college gaan bepalen. De fractie van Gemeentebelangen heeft voor haar beschouwing een groter lettertype gebruikt, wat het lezen ervan gemakkelijker maakt. Over de financiën zei mevrouw Vogelaar dat het volgens haar fractie nog niet zeker is dat onze gemeente een nadeelgemeente wordt. Dat klopt, en wij doen er ook van alles aan om dit te voorkomen.
Ik ben vanmiddag nog met collega Vat uit Sliedrecht bij de SGP-fractie in de Tweede Kamer geweest – ook met andere fracties aldaar bestaan er contacten – om aandacht te vragen voor de problemen die gemeenten kunnen gaan ervaren als zij nadeelgemeente worden. Hendrik-Ido-Ambacht kent problemen, maar de gemeente Sliedrecht kent die in véélvoud. Zekerheid op dit punt bestaat er dus nog niet. Wel vond ik het grappig dat mevrouw Vogelaar zei: "Wij vinden het vreemd dat hierop al wel is voorgesorteerd " en dat mevrouw Oelfke later ongeveer het tegenovergestelde zei, namelijk: "U heeft helemaal niet op dat soort dingen voorgesorteerd en dat vinden wij kwalijk." Degene die gelijk heeft, is mevrouw Vogelaar, want wij hebben er in deze begroting wel degelijk op voorgesorteerd. Deels – dat is een kenmerk van een begroting – maak je ramingen betreffende dingen die je met enige zekerheid kunt aannemen, en daarop volgt dan de afweging of iets dusdanig zeker is dat het in de begroting moet worden verwerkt of in de risicoparagraaf moet worden opgenomen. Dat Ambacht een nadeelgemeente kan worden, is nog niet zeker genoeg om de gevolgen daarvan te kunnen begroten; vandaar dat dit in de risicoparagraaf is vermeld. Ik zal straks in mijn antwoord aan mevrouw Oelfke uitleggen dat wij, zoals men van ons gewend is, wel degelijk dingen hebben gedaan en niet naar de toekomst hebben doorgeschoven.
Terecht zei mevrouw Vogelaar dat de besteding van de door het rijk beschikbaar gestelde Coronagelden pas in de winternota zal worden verantwoord. Deze begroting betreft 2022 en verder, en kort hierna – ik denk deze week – krijgt de raad de winternota, de nota waarin wordt verantwoord wat wij in 2021 met ons geld hebben gedaan. Daarbij zal ook het een en ander worden gezegd over de besteding van de Corona-gelden. Daarmee hebben wij best veel gedaan, iets waarover ik straks ook nog iets zal zeggen in mijn antwoord aan de heer Van der Wulp. Wij verkeren in de gelukkige omstandigheid dat wij als gemeente financieel gezien niet substantieel zijn getroffen. Er zijn gemeenten waar de inkomsten van het parkeren en de toeristenbelasting zijn weggevallen, gemeenten die dus veel harder zijn geraakt. Ik zal hierover in de winternota iets verantwoorden. Over het onderwerp van realisering van een bewaakte fietsenstalling heb ik eerder al iets gezegd. Het was mooi om te zien dat de fractie van het CDA de encycliek Laudato si als inspiratiebron voor haar algemene beschouwing heeft gebruikt. Ik hoorde daaruit laatst ook uitgebreid citeren – natuurlijk niet geheel toevallig – door onze voormalige premier Balkenende; hij zal morgen te gast zijn in de kwartaalbijeenkomst van de Drechtsteden. Met betrekking tot deze encycliek vinden protestanten, katholieken en seculieren elkaar wel, zo denk ik.
Het CDA kondigde een samen met de VVD te nemen initiatief aan. Dit kwam voor mij als een verrassing. Ik wil mevrouw Van der Hee en ook mevrouw Oelfke voorhouden dat het misschien goed zal zijn eerst in overleg te gaan met een aantal winkeliers. De reclamefolder is namelijk het meest onderschatte reclamemiddel voor winkeliers. Een aantal van hen heeft het niet gemakkelijk; na een heel lastig Corona-jaar zijn zij nu bezig weer op te krabbelen en ik weet uit ervaring dat in een goede marketingmix het werken met folders daarbij onmisbaar is. Op basis van folders worden heel veel aankopen gedaan, een feit dat winkeliers van andere ondernemers onderscheidt. Ik wil dus ten eerste in overweging geven om overleg te plegen met winkeliers, want uit onderzoek is gebleken dat 46 %
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
32
van de lezers van folders op basis van die folders tot aankopen overgaat. Mevrouw Van der Hee zei terecht: 'Wij laten dit nog open', maar de praktijk is – dit is ook in andere gemeenten gebleken – dat veel mensen gewoon vergeten een ja-sticker op hun brievenbus te plakken. Ten tweede wil ik in overweging geven om mij op te dragen er ook op een andere manier nog eens naar te kijken. Er bestaat al langere tijd een digitaal alternatief voor folders en samen met de winkeliers zouden wij daaraan als gemeente nog eens heel expliciet aandacht kunnen geven. Voorts zijn er in onze gemeente al heel veel mensen, met name in de hoogbouw, die een nee-sticker op hun brievenbus hebben geplakt. Alleen is de hoeveelheid folders die bij de verspreider wordt neergezet op het oude niveau gebleven, waardoor deze honderden of duizenden exemplaren van folders moet weggooien. De verspreider heeft er geen enkel belang bij om hieraan iets te doen. U zou mij – ik zeg dit zowel tot mevrouw Van der Hee als tot mevrouw Oelfke – de opdracht kunnen geven dit te gaan aanpakken, want dat zou daadwerkelijk wat opleveren. Mevrouw Oelfke merkte op dat het tarief van de afvalstoffenheffing 'wederom' wordt verhoogd. Dat woord suggereert dat dit een hobby van het college en de gemeenteraad is, maar het tegendeel is het geval. Wij zijn met het verhogen van de afvalstoffenheffing heel terughoudend geweest.
Terwijl andere gemeenten het vorig jaar de stijging van de verbrandingsbelasting in één keer in hun tarief hebben doorberekend, hebben wij dit tot een derde daarvan beperkt. Het volgend jaar wordt het per huishouden een tientje extra, omdat het gat anders te groot wordt. U weet dat wij aan onze inwoners € 1,2 miljoen minder doorbelasten dan het daadwerkelijke kostenbedrag. Dit brengen wij nu terug naar 9 ton, wat betekent dat wij nog altijd 9 ton nìet doorbelasten. Dit vangen wij op met gebruikmaking van andere middelen, die wij dan dus niet aan andere dingen kunnen uitgeven. Het werkt óók door in de verdeelsleutel van het gemeentefonds. De fondsbeheerder gaat er namelijk van uit dat wij zorgen voor kostendekkende heffingen. Haal je 9 ton te weinig op, dan heb je pech; je had het dan maar anders moeten regelen. Wij laten dus met elkaar een forse veer, maar het college vindt dit verantwoord in het licht van wat wij al in rekening brengen. Mevrouw Oelfke-ten Seldam: Ik noemde alleen een feit. Met het noemen van de verhoging van de afvalstoffenheffing betichtte ik u niet van het beoefenen van een hobby. Het is alleen een feit dat deze heffing wederom wordt verhoogd, want het vorig jaar hebben wij hierover precies dezelfde discussie gevoerd, evenals waarschijnlijk in het jaar dáárvoor, en in de komende jaren zal deze discussie ook nog wel voorkomen.
Met het woord 'wederom' hebben wij alleen gezegd dat dit niet de eerste keer is dat de afvalstoffenheffing wordt verhoogd. Wethouder Flach: Daar kan ik niks tegen inbrengen, want dit is feitelijk zo. Ik heb geprobeerd om, indien de geschetste indruk al bestond – zo niet bij u dan wel bij luisteraars –, deze te ontkrachten. U sprak voorts over tegenstrijdige getallen en in eerste instantie dacht ik: 'Dat klopt niet, hier moet ik tegen ingaan', maar kijkend naar wat er in de beantwoording van de technische vragen is gezegd, realiseer ik mij dat het aan onszelf ligt, daar er een foutief deel van een antwoord bij u is terechtgekomen. Op pag. 52 is de exacte berekening van de afvalstoffenheffing te vinden en daaruit blijkt dat alle toerekenbare kosten en opbrengsten daarin een plek hebben gekregen; in het BBV wordt ook aangegeven hoe dat moet gebeuren. Inkomsten als die van Gevudo en Nedvang staan vermeld bij 'Inkomsten/niet zijnde heffingen'. Er wordt daar duidelijk dat wij een bedrag van 9 ton hebben geschat. Ten slotte zei mevrouw Oelfke dat de onroerendzaakbelasting weliswaar niet wordt verhoogd, maar dat er heel wat aanvullende maatregelen moeten worden genomen om tegenvallers op te vangen. Daarvan zei ik al dat wij proberen dit zo goed mogelijk in kaart te brengen.
Wij zijn naar alle waarschijnlijkheid een nadeelgemeente, wat wij als gesternte meegeven aan het volgende college. Er staat tegenover dat de niet in deze begroting opgenomen septembercirculaire deels positief uitvalt. Tegelijkertijd zullen degenen die de begroting goed hebben gelezen hebben gezien dat wij in 2022 en 2023 een overschot hebben en dit reserveren voor het zodanig kunnen opvangen van eventuele tegenvallers dat wij daarvoor niet direct zullen behoeven te gaan bezuinigen, want dat wil niemand van ons. Wij willen een stabiele begroting met wat schokdempers, zodat wij niet bij elk piekje omhoog
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
33
het geld meteen opmaken en niet bij elk schok naar beneden in een paniekstand gaan bezuinigen. Wij willen een stabiel beleid waarin onze partners qua inkomsten en qua beleid op ons kunnen rekenen, en naar mijn idee zit dit heel goed in deze begroting verwerkt. Anders had ik haar niet eens aan u durven voorleggen. Enkele fracties, waaronder D66, hebben iets gezegd over onderwijshuisvesting en kleine scholen. Daardoor is het beeld ontstaan dat die scholen wel eens te klein zouden kunnen zijn; er zijn ook relaties met leerlingenprognoses gelegd. Ik wil benadrukken dat het opstellen van leerlingenprognoses geen hobbywerk is, maar dat dit heel gedegen gebeurt; er wordt daarbij gekeken naar de groei van de gemeente, het aantal woningen, de gemiddelde gezinsgrootte, economische omstandigheden en de spreiding over de wijken. Kortom, alles krijgt daarin een plek. De leerlingenprognoses zijn dus behoorlijk nauwkeurig. In het IHP hebben wij ze als onderlegger genomen. Voor een heel aantal scholen is vervolgens de realisering van méér lokalen ingepland dan er eigenlijk op basis van die leerlingenprognoses nodig zou zijn; het ging soms om een geheel lokaal extra. Wel is te zien dat bijvoorbeeld De Tweestroom op dit moment een aantal lokalen aan de P.C. Hooftsingel gebruikt. Die school heeft ook een aanvraag tot uitbreiding ingediend, maar voldoet niet aan de daarvoor te hanteren norm.
Het probleem is, onparlementair gezegd, niet groot genoeg om op de afgesproken wijze voor een extra lokaal in aanmerking te komen. Wij denken ook dat het probleem tijdelijk is. Omdat De Tweestroom een mooie, nieuwe kleinschalige school is, trekt zij extra leerlingen aan. Wij gaan in de toekomst ook De Meander aan de Witte de Withstraat verbouwen, een school van dezelfde denominatie, en wij verwachten dat die interesse dan wat zal 'uitmiddelen'. Scholen hebben overigens in het kader van de Coronapandemie extra geld ontvangen en te zien is dat zij dat deels voor klassenverkleining gebruiken; zij betalen dus ook een deel zelf. Zolang de VNG dit niet verwerkt in de normen voor het aantal klaslokalen, kunnen wij daarmee echter niets. Er bestaat een norm van 24 kinderen per lokaal; als dat 20 wordt, hebben de scholen in heel Nederland een probleem. Dit is nu niet aan de orde, maar weet dat wij er bovenop zitten en met de schoolbesturen bekijken wat er nodig is. Een raadselachtige zin in de beschouwing van mevrouw Gommans is – ik hoop dat zij die kan toelichten – dat het vorig jaar de vreugde van D66 over de verkoop van hectares van het bedrijventerrein Ambachtsezoom door de wethouder niet werd overgenomen. Dit herken ik niet.
Mevrouw Gommans-Dane: In onze vorige algemene beschouwing hebben wij gezegd dat wij op internet hadden gelezen – er werden ook filmpjes bij vertoond – dat er op 24 september 2020 een contract was getekend over de verkoop van gronden op het bedrijventerrein Ambachtsezoom. Wij waren daarover verbaasd, maar ook heel enthousiast, want nu dat ene schaap over de dam was, zouden er wel meer volgen. In uw reactie op onze algemene beschouwing hebt u daarover echter niets gezegd, waarop ik mij ging afvragen of er soms iets niet zou kloppen. Er wordt wel eens gezegd dat wij als raad achter de feiten aanlopen, maar die verkoop betekende toch wel een forse stap in de goede richting. Later hebben wij in de krant kunnen lezen dat er een feestelijke start met de bouw op de betrokken gronden was gemaakt. Dat u er niet op had gereageerd, vond ik jammer; het zat mij dwars en ik heb mij toen ook in die zin uitgelaten. Dit heb ik deze keer even in herinnering willen brengen, want ik blijf het gebeurde bijzonder vinden. Wethouder Flach: Ik begrijp nu wat u bedoelt. De vreugde was wel degelijk ook bij ons aanwezig, maar over het moment waarop dit aan de orde kwam, hebben wij het toen al gehad. Het ging destijds om een uiting van de ontwikkelaar zelf terwijl er nog geen handtekeningen waren gezet en er ook nog stevig werd onderhandeld.
U zult begrijpen dat ik pas met zoiets naar buiten kom als er handtekeningen zijn gezet, en wij delen dan de vreugde daarover. Het gaat met de grondverkoop op het bedrijventerrein Ambachtsezoom overigens heel goed – ook de heer Scheurwater zei daarover iets –, want meer dan de helft is verkocht, terwijl op het restant optie is genomen. Wij gaan op 18 november met de raad op dit bedrijventerrein op bezoek en gaan dan alle schade inhalen.
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
34
Wat de trap bij het Waterbusplein betreft, wijs ik erop dat er ook een hekwerk zal komen en wel om precies de reden die mevrouw Gommans noemde, dus het daar aanwezig zijn van een sterke stroming. Dit gebeurt in overleg met Rijkswaterstaat; men zal door dat hekwerk niet onverhoeds door golfslag kunnen worden meegesleurd. Mevrouw Gommans-Dane: Er staat daar inderdaad een enorme stroming. De aanwezigheid van een hek zal er ook toe kunnen uitdagen om te zien wie er het snelst overheen kan klimmen. Ik neem aan dat het geen hek van 3 m hoog wordt, maar een hek dat als een soort leuning aan het water zal fungeren. Bij zo'n gigantische investering als die op het Waterbusplein zou er toch wel voor een oplossing kunnen worden gekozen die vooral voor jonge bezoekers een stuk veiliger zou zijn. Wethouder Flach: Het voert te ver om hierop nu diep in te gaan, maar wees ervan overtuigd dat er een zo veilig mogelijke oplossing komt. Er zijn honderd meter naar rechts of naar links genoeg mogelijkheden om onverantwoorde dingen te doen; dat voorkom je nooit. Op wat de heer Van der Wulp over onderwijshuisvesting heeft gezegd, meen ik in het voorgaande al voldoende te zijn ingegaan. Ook bepleitte hij om creatief te kijken naar onderscheidene vormen van koop, huur en sociale huur. De eerste contouren daarvan ziet men al in het Centrumgebied.
Ook voor het college – in mijn portefeuille in het kader van De Volgerlanden en ook wat andere projecten – staat dit onderwerp wekelijks op de agenda. De urgentie ervan voelen wij dus met u. Er gaat zeker nog iets gebeuren bij de Ambachtsezoom. Ook daarvoor verwijs ik naar het op 18 november te brengen bezoek. Het is er nu – dat ben ik met u eens – nog niet bepaald duurzaam en groen om te zien, maar al het moois moet nog komen, en dan heb ik het over groene gevels, groene kamers en het aanplanten van groen op de middentocht. Dat er borden met 'te huur' zouden komen te staan, was helder. Het was van te voren duidelijk dat een deel van de panden kant en klaar, vanaf de plank, aan lokale ondernemers zou worden verhuurd. Dat gebeurt nu en ook dat gaat goed. Naar aanleiding van de bijdrage van de heer Van der Wulp wil ik tot slot ingaan op wat hij heeft gezegd over de bestuurscultuur. Dat is een hip fenomeen; er wordt op landelijk niveau veel over gesproken en van de weeromstuit zouden wij de vergissing kunnen maken dat er ook in de bestuurscultuur in Ambacht van alles niet klopt, maar dat is niet het geval. Ik herken ook niet veel van wat er is gezegd over het in beton gegoten worden van beleid.
Dat wij wel eens discussies hebben over de vraag hóe wij dingen zullen gaan uitvoeren, is zeker, maar het fenomeen van een coalitieakkoord is nu eenmaal dat het is gesloten door enkele partijen die op voor hen aangelegen thema's compromissen hebben gesloten. Elke partij of groepering had daarbij haar eigen prioriteiten. De heer Van der Wulp weet dat, want hij heeft acht jaar lang zelf in een situatie gezeten waarin er compromissen moesten worden gesloten. Soms moesten daarbij dingen worden gelaten en soms werden er dingen binnengehaald, een ervaring die elke partij in een coalitie zal hebben opgedaan. Dit is in deze coalitieperiode niet veranderd. Er komt bij dat, als het zou kloppen wat de heer Van der Wulp over de bestuurscultuur in Ambacht heeft gezegd, dit zou betekenen dat hier veelal besluiten langs de lijnen van oppositie en coalitie zouden worden genomen, maar dat is niet het geval. Er bestaat in Ambacht de cultuur om te proberen een zo groot mogelijke meerderheid achter plannen en voorstellen te krijgen. Dat doen wij door zo veel mogelijk naar onze ondernemers, verenigingen en stichtingen te luisteren. Door veel partijen wordt dat herkend en vandaar dat de steun die wordt verkregen vrijwel altijd groter is dan met de omvang van de coalitie overeenkomt.
Voor mij is dat de prettige bestuurscultuur waarin in ieder geval ik gedij; het is niet de bestuurscultuur die de heer Van der Wulp beschreef. De heer Van der Wulp: Ik zal er in de tweede termijn zeker op terugkomen, maar wil nu al zeggen dat ik meen dat u met uw antwoord bevestigt dat er dingen moeten veranderen. U hebt helemaal gelijk in wat u over de gang van zaken in Ambacht beschrijft, maar willen ook alle andere partijen dit, dus ook partijen die niet in de coalitie zitten? Het maakt voor een partij heel wat uit of zij wel of niet
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
35
in een coalitie zit. Ik vind dat dit nìet het geval zou moeten zijn, maar dit is nu juist de bestuurscultuur in Ambacht waarover ik het heb. Dit heb ik inderdaad aan den lijve ondervonden. Ik loop nu bijna acht jaar mee als lid van een niet-coalitiepartij en zo kan ik mooi het verschil tussen de coalitieperiode en deze periode waarnemen. In beide situaties hebben wij de partijprincipes boven tafel gehouden, en dat zullen ook de andere partijen doen. Wij merken bij bijvoorbeeld het indienen van moties dat de coalitiepartijen elkaar bewust of onbewust altijd opzoeken. Omdat zij de meerderheid vormen, heeft de rest geen kans; in een discussie zal de rest het altijd verliezen. Je kunt dan besluiten die discussie toch aan te gaan, of dat na te laten. Ik ben dus erg blij met uw antwoord, want daarmee bevestigt u wat wij hebben betoogd. Wethouder Flach: Wij raken hiermee een essentieel punt en daarom ga ik er even verder op in. Het maakt inderdaad verschil of je in of buiten een coalitie je werk in de raad doet. Een partij die dat buiten de coalitie doet, zal ongetwijfeld het gevoel hebben dat het ànders zou moeten gaan, terwijl het, als die partij deel gaat uitmaken van een coalitie, precies andersom gaat.
U hebt dat meegemaakt en weet dus hoe het kan werken, maar u kunt niet de stelling huldigen dat in Ambacht daarmee de kous af is, want u weet ook dat in het huidige coalitieprogramma dingen staan die daarin zijn opgenomen omdat zij ook voor bùiten de coalitie staande partijen van belang waren. U noemde al het onderwerp van het realiseren van een fietsenstalling nabij De Schoof; dat lag u na aan het hart en is ook in het coalitieprogramma terechtgekomen. Hetzelfde geldt voor het onderwerp dat Ambacht een Fairtrade-gemeente zou moeten worden, vanavond weer genoemd door mevrouw Gommans. Dit is juist gebeurd in een poging om in de Ambachtse bestuurscultuur een en ander, naast de afspraken die er worden gemaakt, zo veel mogelijk mèt elkaar te doen en daarbij verschillen te overbruggen. Dat een aangenomen motie niet altijd in het gewenste tempo wordt uitgevoerd – ik denk te weten waarop u dan doelt; er zijn moties die een flinke doorlooptijd vergen –, komt niet zozeer doordat wij wezenlijk van mening verschillen, maar doordat er dingen zijn die vertraging oplopen. Kijkend naar de bestuurscultuur vind ik echt dat wij met name met betrekking tot de grote thema's en de grote trajecten en projecten proberen die gezamenlijk aan te vatten.
Neem bijvoorbeeld de participatienota en het preventieplan, dingen die niet tot stand waren gekomen als alleen de partijen van de coalitie er hun handtekening onder hadden moeten zetten. Deze bestuursperiode is bijna afgelopen, maar dit college staat er echt voor om van beide kanten van de collegetafel steun te verkrijgen. Ik neem aan dat dit ook de cultuur van het volgende college zal worden. Wij zouden best eens een aparte avond over dit onderwerp kunnen spreken, maar dat is dan meer iets voor in de pantry dan in deze raadszaal. De fractie van EVA maakt zich zorgen over het Perenlaantje, een onderwerp waarover ook de fractie van Gemeentebelangen vragen heeft gesteld. Het Perenlaantje is al een vrij lange tijd afgesloten en blijft dat ook nog wel even, dit puur met het oog op de veiligheid van de inwoners. Er gebeurt daar nu namelijk veel en wij willen niet dat dit tot ongelukken zal kunnen leiden. De andere kant is dat wij er flink wat geld in steken om het Perenlaantje in conditie te houden, waarbij het grondwaterpeil een belangrijk punt is. Om er voor te zorgen dat dit laantje toekomst heeft, moet er nu even behoorlijk worden ingegrepen, ook wat het verwerken van het grondwater aangaat. Daartoe moeten nu enkele bomen verdwijnen, om straks door nieuwe te worden vervangen. Anders zal het niet lukken om het laantje te midden van de woningbouw aldaar goed te houden.
Weet dat ik dit bijna als een kindje bewaak, mijnheer Scheurwater. Ik ben van mening dat in het antwoord op de technische vragen de besteding van de hondenbelasting voldoende is toegelicht. Er is in Ambacht geen dier dat zóveel aandacht krijgt en waarvoor zóveel faciliteiten bestaan als de hond. Ik wil er daarom vanaf dat er steeds wordt gevraagd wat er voor de hondenbelasting gebeurt. Laat u met collega Lafleur gaan bezien waaraan de hondenbezitters behóefte hebben. Zelf denk ik bijna: wat hebben zij hier nog te wensen! Ik dank de heer Scheurwater voor zijn complimenten aangaande het bedrijventerrein Ambachtsezoom.
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
36
Ik heb goed naar het betoog van de heer Doevendans geluisterd, maar meen daarin geen vragen betreffende mijn portefeuilles te hebben gehoord. Over droombeelden matig ik mij geen mening aan; daar blijf ik verre van. Wethouder Lafleur: Mijnheer de voorzitter. Ik dank de fracties voor de vragen die over mijn portefeuille zijn gesteld. Net als collega Flach zal ik proberen bepaalde vragen bijeen te nemen; daarna zal ik de overgebleven vragen langslopen. Ik begin met het door alle fracties aangeroerde onderwerp groenonderhoud. Het voelde bijna aan alsof er in Ambacht nòg een crisis gaande was, namelijk een groencrisis, maar zo erg wil ik het zeker nog niet maken. Wij gaan op 18 november bij de GKB Groep langs – over de uitnodiging tot dat bezoek bent u door de griffier geïnformeerd – en dat lijkt mij een goede gelegenheid om met dat bedrijf over het onderwerp beeldkwaliteit van gedachten te wisselen. Wellicht weet u dat door veranderde wet- en regelgeving de onkruidbestrijding op een andere wijze plaatsvindt dan voorheen, en op sommige plaatsen lijkt het erop dat het onkruid daardoor sneller terugkomt. In het verleden zijn wij een andere beeldkwaliteit gewend geweest dan die welke nu soms in de straten te zien is. In het nieuwe bestek zijn afspraken over het kwaliteitsniveau B gemaakt en dat komt misschien niet overeen met het beeld dat wij eerder gewend waren.
Wij zijn nog steeds bezig met het wegwerken van de achterstanden. Verleden jaar zijn wij gestart met het renoveren van plantvakken, waarvoor gebruik is gemaakt van het incidentele geld dat wij voor 2021 en 2022 extra hebben ontvangen. Hiermee gaan wij het volgend jaar door. Tevens zijn wij bezig met het opstellen van een groenbeheerplan. De uitkomsten daarvan zullen wij gebruiken voor het formuleren van aan de raad te leggen voorstellen inzake het op orde krijgen en houden van het onderhoud van het openbaar groen, dit inclusief het klimaatbestendig maken en het vergroten van de biodiversiteit. Ik nodig u allen van harte uit om, als wij met ons allen het bedrijventerrein Ambachtsezoom hebben bezocht, daarna ook in te gaan op de uitnodiging van de GKB Groep. Het tweede onderwerp waarop ik wil ingaan, is wonen. Op dat gebied bestaat er momenteel inderdaad een crisis. Als college proberen wij daarop in de bouwplannen te reageren. Zo worden er in het plan voor het Centrumgebied sociale koopwoningen en sociale huurwoningen gerealiseerd, terwijl er in de Oranjebuurt voor de te slopen woningen meer woningen zullen terugkomen, wat een forse opgave is. Wij zijn ons er dus van bewust dat wij waar de nood het hoogst is tot extra woningbouw moeten zien te komen. Recent is er een vergunning aangevraagd voor de bouw van twaalf starterswoningen aan de Onderdijk.
Zo proberen wij de nood onder de doelgroepen zo veel mogelijk te lenigen. Daarnaast zijn wij bezig om ook mogelijkheden tot realisering van vormen van flexwonen te onderzoeken. Wij willen bekijken waar er in onze gemeente wellicht ruimte aanwezig is voor het neerzetten van tijdelijke woningen, woningen waarmee onze jongeren en ook mensen die met spoed naar een woning zoeken kunnen worden bediend. Ambacht is een kleine gemeente en dus moet er goed worden nagegaan waar dit het beste zou kunnen gebeuren. Ik ga hierover binnenkort met een aantal makelaars en woningcorporaties een gesprek aan. Ik kom nu aan het beantwoorden van een aantal afzonderlijke vragen. De heer Boudewijn vestigde nog even mijn aandacht op de pilot waarin oplaadpunten voor elektrische voertuigen in lantaarnpalen worden aangebracht. Toen dit eerder aan de orde kwam, heb ik gezegd dat wij bezig zijn met het formuleren van een integrale visie op de laadinfrastructuur. Wij volgen deze pilot nauwgezet en zullen zo te zien krijgen welke kansen er in dit verband bestaan. Een andere vraag van de heer Boudewijn was in hoeverre de participatienota al wordt toegepast. Dat gebeurt eigenlijk constant; je merkt dat het de organisatie ook steeds meer in de genen gaat zitten.
De regionale energiestrategie, de transitievisie warmte, het mobiliteitsplan, de Omgevingswet en het nieuwe skatepark zijn allemaal voorbeelden van onderwerpen ten aanzien waarvan er participatie heeft plaatsgevonden. Dit gebeurt dus bij bijna alle planvormingen. De ene keer gebeurt het uitgebreid en de andere keer blijft het bij het informeren van burgers over wat de gemeente ergens zal gaan doen. Mevrouw Vogelaar vroeg of de nieuwe Wet Opkoopbescherming ook in Hendrik-Ido-Ambacht zal worden toegepast. Deze recent door de Eerste Kamer aangenomen wet treedt in januari 2022 in werking en biedt de mogelijkheid om beleggers te verplichten tot het eerst zelf gaan bewonen van
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
37
een gekochte woning, dus voordat zij deze gaan verhuren. Het doel hiervan is te voorkomen dat vooral goedkope en middeldure woningen voor alleen beleggingsdoeleinden worden opgekocht. De vraag of dit ook in Hendrik-Ido-Ambacht nodig zal zijn, kan ik zelf nog niet goed beantwoorden, maar ook dit punt zal ik binnenkort met de makelaars bespreken. Ik ben benieuwd naar hun meningen; wij hebben in elk geval nog de tijd om dit te gaan onderzoeken. Mevrouw Van der Hee wees op de kwetsbaarheid van het netwerk van Stedin voor de elektriciteitsvoorziening. Stedin is aan de voorkant sterk betrokken bij de regionale energiestrategie en de transitievisie warmte. Ik snap haar zorg, een zorg die ook ik heb, maar Stedin is al aan het anticiperen op alle plannen in het kader van de regionale energiestrategie. Het is de bedoeling de netten waar nodig tijdig te verzwaren. Het aanleggen van groene wandelpaden vind ik een heel leuk idee, maar wij moeten dit na de groenonderhoudsdiscussie die net is gevoerd wel heel goed aan de inwoners kunnen uitleggen, om te voorkomen dat dit idee op een andere dan de bedoelde manier wordt geïnterpreteerd. Wij kunnen er zeker een keer over van gedachten wisselen. Het was fijn van mevrouw Oelfke te horen dat haar fractie de in het mobiliteitsplan beschreven aanpak onderschrijft.
Ik weet dat de VVD-fractie een groot voorstandster van nascheiding van afvalsoorten is, maar uit het onderzoek dat in verband met het voornemen tot invoering van het recycletarief is uitgevoerd is gebleken dat nascheiding duurder is en op maar een beperkt deel van het afval kan worden toegepast. HVC biedt dit wel aan, maar het kan alleen gebeuren met plastics en drinkkartons. Dit is voor Hendrik-Ido-Ambacht dus geen oplossing; het zou de verwerking alleen maar nog duurder maken, dit terwijl wij juist bezig zijn te proberen de kosten te verlagen. Mevrouw Gommans sprak over het beperken van het vrachtverkeer door het dorp. Dit is een aandachtspunt in het mobiliteitsplan waarover wij elkaar binnenkort komen te spreken. Er bestaat dus zeker aandacht voor. Het is mooi te kunnen vaststellen dat het de gemeente en de projectgroep die het fairtrade-gemeenteproject trekt waarschijnlijk nog in deze coalitieperiode zal lukken om Hendrik-Ido-Ambacht tot een fairtrede-gemeente te maken. Alle complimenten voor de projectgroep! Over de lokale bestuurscultuur heeft collega Flach al het nodige gezegd. Het is niet waar dat wij niet naar de oppositie luisteren, dat doen wij juist heel góed. Wij proberen altijd om er door middel van compromissen uit te komen. Naar het idee van de heer Van der Wulp om een babybos te stichten, heb ik een keer een onderzoek laten uitvoeren.
Daar kwam niet helemaal uit wat hij had gewenst, maar ik denk dit te kunnen compenseren met de mededeling dat wij in de komende maanden nog drie tiny forests gaan aanleggen, en tiny forest en babybos lijken wel wat op elkaar. Ik nodig hem van harte uit om het begin van de aanleg van het eerste tiny forest bij te wonen. Dit dient ook een educatief doel, want deze aanleg gebeurt samen met scholen. Ik meen dat dit een mooi alternatief is voor wat de heer Van der Wulp voor ogen stond, want uiteindelijk willen wij allen meer vergroening bereiken. De heer Van der Wulp bepleitte het instellen van een transitiefonds waaruit burgers subsidies of leningen kunnen verkrijgen voor het treffen van maatregelen in het kader van de verduurzaming. Ik heb recent met de Stichting Volkshuisvesting Nederland gesproken over de vraag welke mogelijkheden zij ziet om de gemeenten te helpen bij de uitvoering van het beleid dat wij nog met elkaar moeten vaststellen. Zij biedt heel interessante duurzaamheidsleningen met een heel laag rentepercentage aan. In het college moeten wij ons hierover nog een mening vormen, maar wij kijken dus wel degelijk naar mogelijkheden die de uitvoering van de duurzaamheidslag kunnen helpen. De heer Van der Wulp: Hiermee bevestigt u dat de hierover in de bijdrage van de PvdA gemaakte opmerking een góede opmerking was.
De meeluisterende burger hoort nu voor het eerst dat er waarschijnlijk zoiets onderweg is, of dat er althans over wordt gedacht. Eerder had hij daar geen weet van.
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
38
Wethouder Lafleur: Ik weet niet of u op zoek bent naar complimentjes, maar dit college is voortdurend bezig om te zoeken naar mogelijkheden ter bevordering van de duurzaamheid en het daarbij helpen van onze inwoners. U noemde het instellen van een transitiefonds en ik zeg dat ik nog bekijk hoe er op een andere manier tot uitvoering van de duurzaamheidsopgave kan worden gekomen. Daarnaast doen wij veel andere dingen, zoals pogingen om subsidies binnen te halen. Ik voel dat de gehele raad het belangrijk vindt dat wij de inwoners hierbij een stap verder helpen, en daarmee is het college ook voortdurend bezig. De heer Van der Wulp: Bedoelt u, nu u zo breed op mijn opmerking ingaat en er zelfs de gehele raad bij betrekt, te bagatelliseren wat ik naar voren heb gebracht? Ik denk dat ik een heel belangrijk punt heb aangeroerd en dat u dit nu voor de tweede keer hebt bevestigd. Wethouder Lafleur: Ik kan uw bijdrage niet groter of kleiner maken dan zij is. De heer Van der Wulp: Mocht u mij een compliment willen geven: dank u wel! Wethouder Lafleur: U hebt het intussen drie keer genoemd en dus… De voorzitter: Of oppositie en coalitie zijn het gewoon met elkaar eens, maar daar ga ik niet over. Wethouder Lafleur: De heer Struik van AUB noemde het tekort aan huisartsen in Ambacht.
Collega Van Die heeft al eens verteld dat er met een aantal initiatiefnemers een gesprek had plaatsgevonden over mogelijkheden tot het stichten van een paramedisch centrum. Eén van hen heeft tot het eind van dit jaar de ruimte gekregen om te onderzoeken of dit in het gebied van Zuidwendezuid zou kunnen worden gerealiseerd. Dat onderzoek loopt nu; ik hoop dat hierover voor het einde van dit jaar iets bekend zal worden. Het zou mooi zijn als wij met elkaar tot een goed plan zouden kunnen komen. Wat het onderwerp 'speelplaatsen' betreft, zal het de heer Struik bekend zijn dat wij in 2022 14 speelplekken gaan aanpakken; de aanbesteding daarvan heeft plaatsgevonden. Voor het bedrijventerrein Ambachtsezoom geldt de herplantplicht; er komt daar dus hetzelfde aantal bomen terug als er is weggehaald, of wellicht zelfs meer. In de komende tijd zullen wij weer aandacht besteden aan acties als 'tegel er uit, plantje er in' en 'groene daken'. Wanneer dat het beste kan worden gedaan, hangt af van het seizoen; vaak vinden dergelijke acties in het voorjaar plaats. De heer Scheurwater vermeldde dat er in het afgelopen jaar in diverse straten bomen zijn verwijderd. Dat gebeurt vaak vanuit veiligheidsoverwegingen, bijvoorbeeld als bomen ziek zijn. Veelal worden zij door andere bomen vervangen.
In de voorlichting hierover aan de inwoners in de directe omgeving van een te verwijderen boom gaat er misschien wel eens iets fout, maar normaliter krijgen zij van de gemeente een brief waarin wordt vermeld om welke reden een boom wordt weggehaald en wat voor boom ervoor terugkomt; als er een keuze uit soorten bomen kan worden gemaakt, wordt ook dat aan die inwoners voorgelegd. Dit is de eerste trede op de ladder van participatie. Wordt er naar aanleiding van incidenten gereageerd, dan zetten wij dat weer recht. Ik denk te weten waarop de heer Scheurwater doelde. Onze groenman is daar met de betrokken inwoners gaan praten, waarna alles weer goed was. Voorts kwam de heer Scheurwater met het idee om aan het natuurspeelpark bij de Schildmanstraat tijdelijk een andere invulling te geven. Ik snap deze gedachte, ook gelet op de woningcrisis, maar het traject dat in deze zaak wordt gevolgd, bevindt zich al in een zeer ver gevorderd stadium. Dit geldt ook wat de participatie betreft; er zijn daardoor bij de omwonenden hoge verwachtingen gecreëerd. Het is de bedoeling dat ik dit natuurspeelpark in het begin van het volgend voorjaar zal kunnen openen. De noodzaak om iets aan de woningcrisis te doen, onderschrijf ik, maar daarvoor ga ik liever op zoek naar een àndere plek.
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
39
De heer Scheurwater: Ik heb nog gesteld dat de doorstroming financieel aantrekkelijk zou moeten worden gemaakt. Ik weet nu niet hoe dat zou kunnen, maar misschien kan hierover eens met hoger bestuur worden gesproken. Wethouder Lafleur: Ik heb dit opgeschreven en kan er later op terugkomen. Wij komen ook sowieso nog over het woondossier te spreken. De heer Doevendans zei dat het erop lijkt dat het idee om Diftar te gaan invoeren vlak voor het einde van deze collegeperiode nog even uit de lucht is komen vallen. Ik voer echter uit wat ik met de raad heb afgesproken toen in 2019 het grondstoffenbeleidsplan werd vastgesteld. Daarin werd de invoering van een recycletarief volgens het principe 'de vervuiler betaalt' als één van de mogelijke maatregelen genoemd. Alle andere maatregelen heb ik intussen doorgevoerd, maar die hebben een beperkt effect gehad. De laatste nog te nemen maatregel is nu de invoering van Diftar. Wij komen hierover nog nader met elkaar te spreken, maar het is zeker geen idee dat ineens uit de lucht is komen vallen. Wethouder Van Die: Mijnheer de voorzitter. Over het sociaal domein zijn vanavond vele woorden gesproken. Als ik naar de diverse politieke bijdragen en de in De Brug verschenen stukjes van de partijen kijk en daar wat dit onderwerp betreft de stofkam doorheen haal, constateer ik dat wij allen een sterk sociaal en zorgzaam Ambacht willen.
Gezien wordt dat het sociaal domein niet per definitie iets van de gemeente of misschien wel jùist niet iets van de gemeente is. Het begin veel dichter bij huis: bij familie en vrienden, bij mensen in de buurt, bij verenigingen en kerken. Het bekende Afrikaanse gezegde: "It takes a village to raise a child " is één van de grondgedachten van het preventieplan en geeft weer waarom wij ons zo sterk op preventie richten. Dit spreken wij uit in een periode waarin er op het sociaal domein voortdurend wisselingen zijn geweest, zowel aan de inkomstenkant als aan de uitgavenkant, en met name wat de jeugdhulp betreft. In dit nu bijna afgelopen jaar hebben wij hierover ook flink met elkaar gesproken. Aan de inkomstenkant zal er in de komende tijd een periode van relatieve rust en stabiliteit aanbreken als gevolg van het feit dat het rijk meer middelen beschikbaar heeft gesteld. Op de achterkant van een bierviltje heb ik eens onder elkaar gezet wat wij sinds 2015, dus sinds de start van de decentralisaties naar de gemeenten, ieder jaar aan jeugdhulp hebben uitgegeven. Als je de voor- en nadelen in die zeven jaren tegen elkaar wegstreept en rekening houdt met wat wij nu verwachten, zou er opeens over de periode van 2015 t/m 2022 sprake zijn van een voordeel van 2,5 ton. Dit wordt met name veroorzaakt door de € 1,6 miljoen in 2022, de grote klap die u ook in de begroting hebt zien staan.
Ik zeg dit niet om de ambities die door uw raad of het bestuur zijn aangescherpt los te laten – sterker nog: zij zullen en moeten doorgaan –, maar ik merk ook wel dat er energie in deze zaal zit als wij met partners over het preventieplan spreken en zij uitleggen wat zij met de kinderen doen, waarom dat goed is en waarom preventie goed is. Te zien is dat het preventieplan ook door hen wordt gedragen. De heer Struik refereerde aan die bijeenkomst; zoals gezegd, was er toen sprake van goede energie, zowel in de raadszaal als op locatie bij De Meander. Wie vanmorgen het regiokatern van het AD opensloeg – het stond ook al op de voorpagina –, kon lezen dat in de regio Zuid-Holland-Zuid in Hendrik-Ido-Ambacht het relatief gezien – op Hardinxveld-Giessendam na – kleinste aantal kinderen jeugdhulp ontvangt. Wij zitten hiermee dus onder het regionaal gemiddelde, wat betekent dat wij het niet per se verkeerd doen. Wij willen het wel nog béter doen, en soms ook een beetje strenger, enerzijds om de financiën te beheersen en anderzijds omdat wij – het CDA noemde dit terecht – kinderen die geen jeugdzorg nodig hebben ook geen jeugdzorg moeten willen geven. Wie als kind of als gezin eenmaal in het systeem van de jeugdzorg zit, komt er niet gemakkelijk meer uit. Wanneer er geen jeugdzorg nodig is, gunnen wij de kinderen dus graag wat ànders dan jeugdzorg.
Dit heb ik eigenlijk ook wel in alle bijdragen van de fracties geproefd. Met de nieuwe inkomstenstrategie gaat er in de basis heel veel veranderen, ook politiek gezien. De VVD noemde al dat wij het moeten gaan hebben over de definiëring van 'jeugdhulp'. Dit staat al langer op de agenda, maar de politieke discussie daarover is noodzakelijk, want ik leerde al bij mijn
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
40
vorige werkgever dat, als er iets mis gaat, dit in het begìn gebeurt. De beginvraag in een discussie over jeugdhulp is wat jeugdhulp nu eigenlijk is. Een externe spreekster over deze materie, mevrouw Den Outer, zei hier onlangs: 'Calculeer niet meteen de miljoenen in als je met elkaar de jeugdhulp hebt gedefinieerd', maar er bestaat in dezen wel een zekere winstverwachting. De tweede belangrijke verandering betreft de sturing, namelijk dat per 1 januari 2022 het aantal zorgaanbieders dat toegang krijgt tot de markt drastisch zal verminderen als gevolg van het feit dat wij bij een aantal inkoopsegmenten het open house-model zullen verlaten. Zorgpartijen krijgen zo te maken met een veel strengere toets voordat zij op onze markt worden toegelaten, àls zij daarop überhaupt al worden toegelaten. Doordat er minder zorgaanbieders zullen komen, wordt voor ons de controle aan de poort eenvoudiger, en dat is goed voor de sturing. Voorts wil ik hier de introductie van een normenkader noemen. Per 1 januari 2022 gaan er bij sommige vormen van zorg normen gesteld worden aan de duur van de zorg en aan de intensiteit ervan. Dit geldt per die datum sowieso voor nieuwe indicaties en, naar ik meen, ook voor herindicaties, maar niet voor lopende indicaties die over het kalenderjaar heengaan.
Dit vraagt wel enigszins tijd, omdat de jeugdprofessionals daarmee aan de slag moeten gaan; zij moeten zich die werkwijze en de nieuwe producten eigen maken en moeten er uiteindelijk ook met ouders over spreken. Ik kan u verzekeren dat zowel de Serviceorganisatie Jeugd als de Dienst Gezondheid & Jeugd en de gemeente er bovenop zitten. Ik nodig u uit tot bijwoning van de regiobijeenkomsten die in november weer gaan plaatsvinden, waarin de directeur van de serviceorganisatie nog veel beter en strakker dan ik kan uitleggen wat er verandert. In het kader van de lokale bestuurscultuur, waarover al veel is gezegd, wil ik aan de fractie van Partij van de Arbeid twee complimentjes uitdelen en wel voor het noemen van zaken op de gebieden van het ouderenbeleid en het armoedebeleid waarmee wij – dit ben ik van harte met de heer Van der Wulp eens – in de volgende raadsperiode iets kunnen of misschien zelfs wel iets móeten doen. Als wij door de oogharen naar de toekomst van de ouderenzorg kijken – ik heb mij hierbij een beetje laten inspireren door de directeur-bestuurder van De Blije Borgh –, gaat er het nodige veranderen, zowel aan de intramurale kant, de zorg in het verpleeghuis, als aan de extramurale kant, de thuiszorg. Hij sprak over 'de dubbele vergrijzing'. Het aantal ouderen in de samenleving wordt relatief steeds groter en ook hun gemiddelde leeftijd stijgt nog steeds.
In principe is daar niets mis mee, maar het betekent wel iets voor de intramurale zorg, namelijk dat wij in Ambacht en ook landelijk meer intramurale plekken of verpleeghuisplekken nodig hebben. Ook betekent dit iets voor de zorgzwaarte, want geschetst werd dat het verpleeghuis van de toekomst meer het karakter zal krijgen van een longstay hospice, een instelling waarin men de laatste zes tot negen maanden van het leven nog verblijft. Ten derde betekent dit iets voor de gemeentelijke kant, of voor de visie op welzijn wat de oudere inwoners betreft. Het huidige medisch model gaat heel erg uit van het willen toevoegen van dagen aan het leven, maar je zou ook kunnen denken aan het toevoegen van meer leven aan de dagen. Dat is echt een welzijnsvraagstuk en naar mijn mening zal de gemeente zich hierover in de volgende bestuursperiode zeker moeten gaan buigen. Betreffende de extramurale kant werd het beeld geschetst dat aan door het als ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen, door het rijk in 2015 geïntroduceerd, steeds meer haken en ogen komen te zitten, met name in situaties waarin sprake is van mantelzorg. Er zijn steeds minder mantelzorgers op wie een beroep kan worden gedaan en ook zijn zij overbelast, daar het in de praktijk heel lastig blijkt te zijn om arbeid en mantelzorgverlening te combineren.
Ik ben het er dus geheel mee eens dat in de toekomt zowel aan de welzijnskant als aan de woon-zorgkant als aan de mantelzorgkant grote opgaven op ons afkomen. Ik ben dan ook blij dat wij bijvoorbeeld in De Volgerlanden aan het experimenteren zijn – of gaan – met bijvoorbeeld 'Knarhofjes', waarmee al voorzichtig wordt geprobeerd met antwoorden te komen. Ik zie nu iemand lachen, en 'Knarhofje' is ook een wat gekke naam, maar het gaat om een hybride woon-zorgmodel waarin ouderen die net niet de indicatie 'verpleeghuis' hebben, met ondersteuning van een beetje zorg vanuit De Blije Borgh of een andere aanbieder redelijk zelfstandig kunnen wonen. In samenwerking met de woningcorporatie De Rivieren gaan wij in De Volgerlanden zoiets neerzetten.
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
41
Zonder er veel over uit te weiden, wil ik zeggen dat wij in Ambacht natuurlijk ook veel doen ter bestrijding van eenzaamheid, onder meer door signalerende huisbezoeken e.d. Voor het armoedebeleid geldt dat per 1 januari jl. de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening is ingegaan. In Hendrik-Ido-Ambacht zijn wij in maart of april met de toepassing van die wet gestart. Afhankelijk van de hoogte van een schuld krijgt een inwoner een brief van de gemeente of van de sociale dienst. Omdat dit pas loopt, kan ik nog niet zeggen wat de respons van inwoners daarop is geweest en in hoeverre zij gebruik maken van het hulpaanbod dat hun is gedaan. Er is hierover laatst een presentatie gegeven door de financieel adviseur van het wijkteam. Afhankelijk van wat straks de respons blijkt te zijn geweest, moeten wij bezien of wij een stap verder zullen moeten gaan dan het verzenden van een brief. Sommige gemeenten gaan hierin al verder dan wij, maar ik wil hiermee enigszins voorzichtig zijn, want de gemeenten Dordrecht en Zwijndrecht kennen de zogeheten 'er-op-af-teams', die opeens bij een inwoner voor de deur komen staan met het verhaal dat er schulden zijn. Aan de signaleringskant gebeurt er het nodige, en dat is goed, want zoals de heer Van der Wulp terecht zei, is armoede een trigger voor het ontstaan van andere problemen. Hij noemde het terecht 'het spook van de armoede'.
Ook aan de materiele kant gebeurt er al best het een en ander. Er is de Stichting Leergeld, die voor gezinnen die dat nodig hebben de contributies aan sportverenigingen en de bijdragen voor schoolreisjes enzovoort betaalt. Ik noem ook de kindersportkledingbeurs van Hi5Ambacht, waar kinderen gratis sportkleding kunnen ophalen. In het preventieplan zit voor 2022 het voorstel – dit komt binnenkort uw kant op – om in samenwerking met de Stichting Leergeld te bezien of de gemeente ook in materiële zin iets meer kan gaan betekenen voor gezinnen en vooral kinderen die in armoede verkeren. Dat is belangrijk, want het geluk in de jeugd draait vaak om kleine dingen, maar dingen die wel een grote impact kunnen hebben; ieder kind wil met vriendjes kunnen fietsen, wil 's ochtends ontbijten en heeft een luisterend oor nodig. Een ander politiek punt is de bibliotheek, die bij elke begrotingsbehandeling door minimaal één fractie wordt genoemd, in dit geval door de fractie van de PvdA. Ik heb de opmerking hierover opgevat als het willen voeren van een kerntakendiscussie over het werk van de bibliotheek. Daarover gaat u al eind november op eigen verzoek met de bibliotheek in gesprek. U kunt het resultaat daarvan gebruiken als input voor uw verkiezingsprogramma, waarin u op dit onderwerp gaat terugkomen.
Naast deze grote thema's op het sociaal domein zal ik ingaan op een aantal zelfstandige vragen. De fractie van het CDA vroeg aandacht voor de wenselijkheid van verzelfstandiging van Hi5Ambacht. Ik ben het met haar eens dat Hi5Ambacht toe is aan de volgende stap, want in praktische zin loopt deze organisatie nu tegen beperkingen aan doordat zij geen juridische entiteit is. Het is een heel goed functionerende netwerkorganisatie, die juridisch gezien echter niets is. Voordat wij de raad kunnen voorstellen de volgende stap te gaan zetten, heb ik echter wel een gedegen advies nodig, omdat je qua structuurverandering onderscheidene kanten op kunt gaan. In de winternota is vermeld dat wij nog dit jaar de opdracht zullen geven om hierover met een advies te komen. Wij hopen uw raad nog vóór de komende verkiezingen, of anders erna, een voorstel te kunnen presenteren. Voorts vroeg het CDA of er in de begroting voldoende ruimte zit om Cascade straks te kunnen transformeren. De raad zal worden gevraagd een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen en daarbij zullen u ook een visie en het programma van eisen worden voorgelegd.
Het beschikbaar stellen van dat voorbereidingskrediet zal niet de moeilijkheid zijn, want het zal gaan om een beperkt bedrag, maar als er later van een voorlopig ontwerp naar een definitief ontwerp is gegaan en er flinke investeringen moeten worden gedaan, zal de raad daarvoor om een apart krediet moeten worden gevraagd. Ik denk dat wij de hiervoor benodigde ruimte in de begroting zullen kunnen vinden, maar hierover zal ik wel met de raad en het college in overleg moeten treden. Ook als wij qua vernieuwing van Cascade niets zouden ondernemen, zou ik de raad overigens om beschikbaarstelling van middelen moeten vragen, aangezien er voor Cascade ook groot onderhoud op de rol staat en er inzake de gemeentelijke accommodaties ook bepaalde duurzaamheidsambities bestaan. Wij hopen natuurlijk tot een slimme combinatie van onderhoud en vernieuwing te kunnen komen.
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
42
Inzake de middelen voor preventie deed het CDA de oproep om de daarvoor bestaande reserve goed gevuld te laten. Dit vind ik op zich een heel sympathieke oproep. In de afgelopen jaren hebben wij niet altijd overschotten in die reserve gestopt, net zo min als wij altijd tekorten daaruit hebben gedekt. In het college is besproken dat er voor goed preventiebeleid natuurlijk altijd geld is, of dat daarnaar in de begroting zal worden gezocht, zodat hiervoor geen specifiek potje behoeft te worden gevormd, net zo min als dat op andere beleidsterreinen gebeurt. Ik kan mij dus goed indenken dat wij, als de reserve na een aantal jaren leeg is en wij nieuwe voorstellen willen doen, de middelen daarvoor uit de algemene reserve halen. Zo beperken wij het aantal potjes in de begroting. De fractie van D66 kwam met de waarschuwing dat zij in de tweede termijn misschien met een motie zal komen waarin op het realiseren van gratis openbaar vervoer voor 65-plussers in de Drechtsteden zal worden aangedrongen. Dit is een sympathiek idee. Net als die fractie hebben wij zorgen over de onder ouderen bestaande eenzaamheid, maar het verkleinen van dat probleem is niet per se afhankelijk van financiën. Dit veronderstellen zou dit thema ook geen recht doen. Het gaat meer om de vraag of eenzame ouderen de bestaande voorzieningen goed weten te vinden.
Verder bestaan er momenteel in de gemeente en in de regio reeds diverse soorten van vervoer. Ik noem De Drechthopper voor de mensen van 75 jaar en ouder, waarmee men door de gehele regio kan reizen, de Wijkhopper, dus die kleine elektrische karretjes waarmee men in de gemeente naar de kapper en kennissen enzovoort kan worden gereden, en de Seniorenbus voor de Zwijndrechtse Waard, waarvan ook door inwoners van Ambacht gebruik kan worden gemaakt. Er zijn naar mijn mening dus al voldoende mogelijkheden voor het vervoer van senioren, zodat het daarvoor uitgeven van een gratis sticker niet nodig is. De fractie van EVA vroeg of er op dit moment wordt geïnvesteerd in de samenwerking tussen sportverenigingen en de gemeente, dit naar aanleiding van het rekenkameronderzoek. Dat gebeurt; er is een sportakkoord opgesteld op basis waarvan wij met Hi5Ambacht en de sportverenigingen in contact staan over dingen die wij willen bereiken. Ook voer ik periodiek, namelijk twee keer per jaar, bestuurlijk overleg met een aantal verenigingen, met name voetbalverenigingen. De kleine verenigingen spreek ik iets minder vaak, maar die komen wij wel weer tegen in het sportoverleg. Wij zijn de banden dus aan het aanhalen. Als ik mij het rekenkameronderzoek goed herinner, zat daarin ook de opdracht aan de raad om met de sportverenigingen in contact te blijven.
Dit is een keer gebeurd door middel van de presentatie die over het sportakkoord werd gegeven. In dat sportakkoord zit ook een aantal acties welke deze lijn bestendigen. De heer Scheurwater: Is dat sportakkoord van recente datum, of is het het sportakkoord van enkele jaren geleden? Wethouder Van Die: Het is een heel recent sportakkoord. Het is enkele maanden geleden door Hi5Ambacht aan de raad gepresenteerd. Wij gaan er in de komende jaren op voortbouwen. De voorzitter: Hiermee zijn wij gekomen aan het einde van het in de eerste termijn door het college te geven antwoord. Dat heeft iets langer geduurd dan was gedacht, maar dat betekent een compliment voor de raad, die de goede vragen heeft gesteld en de goede opmerkingen heeft gemaakt. De vergadering wordt zo meteen geschorst, maar voordien wil ik van de gelegenheid gebruik maken om u allen te attenderen op de Drechtstedenmiddag die morgen plaatsvindt met als thema 'Inspiratie, ontmoeting en verbinding.' Dit is de eerste bijeenkomst in de nieuwe opzet, bedoeld voor de gezamenlijke colleges, alle raadsleden en vertegenwoordigers van onderwijs en bedrijfsleven, tezamen enkele honderden mensen. Ik heb mij laten vertellen dat de bijeenkomst over de wijze van samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven heel informatief zal zijn.
Hoewel dit voor een ieder van ons een heel drukke week is, wil ik u vragen deze bijeenkomst bij te wonen. De heer Ouwerkerk: De vorige week vrijdag was de bijeenkomst al volgeboekt. Het is mooi dat u mensen er enthousiast voor maakt, maar dat enthousiasme zal snel verdwijnen als zij vanavond of morgen merken dat zij er niet meer bij kunnen.
Vergadering van 1 en 4 november 2021.
43
De voorzitter: Dit bevestigt mijn stelling dat het een waardevolle bijeenkomst zal zijn! De heer Ouwerkerk: Ja, maar uw uitnodiging werkt niet meer. De voorzitter: Als puntje bij paaltje komt en er raadsleden zijn die er toch heel graag naar toe gaan, zie ik daarvoor wel mogelijkheden, aangezien de bijeenkomst primair voor raadsleden is bedoeld. Er is ook in de nieuwe Drechtstedenopzet nog sprake van een zekere flexibiliteit. Ik schors de behandeling van agendapunt 4 en de vergadering tot donderdag 4 november 2021. (22.56 uur.) * *** * De voorzitter heropent op 4 november 2021 om 19.00 uur de vergadering en heet wederom iedereen welkom. Afwezig met kennisgeving is mevrouw Kamphuis-Stuij. (Aanwezig zijn alle raads- en collegeleden, met uitzondering van mevrouw Kamphuis-Stuij en de later ter vergadering komende leden Vlasblom-van der Vlies en Van der Laan.) De voorzitter: Tussen het moment van de schorsing van de vergadering op maandagavond en de heropening heeft er het een en ander plaatsgevonden. Ik noem ten eerste de door het kabinet gegeven presentatie over de nieuwe aanbevelingen in het kader van de Coronapandemie. Eén daarvan hield het weer serieus in acht gaan nemen van de minimale afstand van 1,5 m tot elkaar in. Daarom heeft de griffier de inrichting van de vergaderzaal daarop afgestemd.