CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij raadsvoorstel 7.1 Jaarstukken 2022 gemeente Hendrik-Ido-Ambacht (met was-getekend verklaring)

raadsvergadering openbaar 3 juli 2023, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Jaarstukken 202235.794 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Grote beleidstrajecten niet voortvloeiend uit het coalitieprogramma - Informatieveiligheid De regionale CISO-functie heeft een tijd vacant gestaan. De belangrijkste zaken werden uitgevoerd door een waarnemer. In de zomer is een nieuwe CISO van start gegaan, samen met een senioradviseur informatiebeveiliging. Hiermee heeft informatiebeveiliging een nieuwe impuls gekregen en worden allerlei activiteiten opgestart. Rapportages worden verbeterd, de voorbereidingen voor het verhogen van bewustzijn bij de medewerkers zijn gestart en in het laatste kwartaal is een jaarplan voor 2023 gemaakt. Duidelijk is het belang om de veiligheidsmaatregelen op orde te hebben. Kijkend naar de ontwikkelingen en de toenemende ransomware-incidenten, is het net zo belangrijk om gesteld te staan voor een situatie waarbij ingebroken wordt op onze systemen. De eerste stappen om de samenwerking met de gemeentelijke crisisorganisatie te verstevigen zijn genomen. Ook dit jaar heeft een ENSIA-zelfevaluatie plaatsgevonden. In de ENSIA-zelfevaluatie rapporteren wij over de stand van informatiebeveiliging en basisregistraties op verschillende vakgebieden zoals burgerzaken, sociale dienst en belastingdienst. Deze gegevens worden aangeleverd bij de toezichthoudende instanties.

De ENSIA bevat ook een algemeen deel waarop een zelfevaluatie VOOR WAARMERKINGSwordt uitgevoerd op gebieden zoals organisatie, facilitaire zaken, inkoop, privacy, enz. Het DOELEINDEN resultaat van de ENSIA over 2022 is over het algemeen positief. We scoren goed op vrijwel alle onderdelen. Waar nodig zijn verbeterpunten gedefinieerd, die in de loop van Verstegen het jaar opgepakt accountants zijn. en adviseurs B.V.

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

47

03/07/2023 d.d. ...................

- Smart Delta Drechtsteden en Groeiagenda In 2017 is de Groeiagenda 2030 vastgesteld. Hierin zijn de ambities verwoord om de sociaaleconomische problematiek in de Drechtsteden krachtig aan te pakken. De Groeiagenda 2030 is de strategische visie voor de (midden)lange termijn op het ruimtelijk–economisch domein. Het bevat de gemeentelijke ambities. Er is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het realiseren van de visie. In 2022 is een nieuwe bestuursperiode gestart en zijn we gaan samenwerken in de Smart Delta Drechtsteden. Er zijn ook mondiale, landelijke en lokale ontwikkelingen. Dit alles geeft aanleiding om de huidige Groeiagenda te actualiseren. Dit proces is in 2022 van start gegaan; de eerste stappen zijn gezet. De Groeiagenda is de overheidsagenda en vormt de input voor de Smart Delta Agenda. Deze wordt opgesteld met de triple helix partners in onze regio.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 48

03/07/2023 d.d. ...................

Indicatoren begroting 2023

Hendrik-IdoAmbacht

Let op: alle getallen, bedragen en percentages zijn afgerond

2020

Hendrik-IdoAmbacht

Papendrecht

Sliedrecht Zwijndrecht

Alblasserdam

Dordrecht

HardinxveldGiessendam

Bron

Toelichting

2021

Programma 4 Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen Veiligheid

Diefstal/inbraak woningen (per 10.000 inwoners) 11 Vernielingen c.q. zaakbeschadigingen (per 10.000 inwoners) 37

7

5

5

10

8

7

4

Waarstaatjegemeente.nl

Aantal diefstallen en inbraak woningen

44

33

29

37

40

37

27

Waarstaatjegemeente.nl

Specifiek het aantal vernielingen c.q. zaakbeschadigingen

Middelen

Netto schuld (per inwoner)

€

3.079

€

2.807

€

1.430

NB

€

2.563

€

1.667

€

1.391

€

995 Jaarstukken gemeenten

Vaste schulden met een looptijd >1 jaar minus uitstaande leningen, afgezet tegen het totaal aantal inwoners.

Reserves (per inwoner)

€

1.035

€

785

€

1.726

NB

€

662

€

412

€

321

€

628 Jaarstukken gemeenten

Alleen algemene reserves (weerstandsvermogen)

Berekeningen netto schuld per inwoner

Hendrik-IdoAmbacht 2020

Hendrik-IdoAmbacht 2021 €

Netto schuld

€ € €

Aantal inwoners Schuld per inwoner

€

Berekeningen reserves per inwoner

Hendrik-IdoAmbacht 2020

Algemene reserves per 1-1-2021

€

Vaste schulden met looptijd > 1 jaar Uitstaande leningen

Aantal inwoners per 1-1-2021 Reserves per inwoner

€

101.750.000 5.678.000 96.072.000 31.205 3.079

91.875.000

€

4.152.000

€

87.723.000

€

31.255

€

2.807

Hendrik-IdoAmbacht 2021

32.307.000 € 31.205 1.035 €

Papendrecht

Sliedrecht Zwijndrecht

€ 64.084.000 € 18.087.000 € 45.997.000

€ € €

32.170

€

1.430

Papendrecht

24.529.000 € 55.523.000 32.170 31.255 785 € 1.726

Alblasserdam

119.835.000 € 5.031.000 € 114.804.000 €

20.135

2.563 €

1.667 €

Sliedrecht Zwijndrecht

€

Alblasserdam

29.671.000 € 44.800

€

Dordrecht

36.079.000 € 194.555.000 € 2.515.000 € 28.820.000 € 33.564.000 € 165.735.000 €

44.800

€

662 €

HardinxveldGiessendam

119.120

18.413

1.391 €

995

HardinxveldGiessendam

Dordrecht

8.286.000 € 20.135 412 €

18.360.000 37.000 18.323.000

38.247.000 € 119.120

321 €

11.557.000 18413 628

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 49

03/07/2023 d.d. ...................

Wat heeft het gekost ? Bedragen x € 1.000

4 - Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen

Primaire begroting

Begroting t/m wijz. raad december

Taakveld Bestuur Burgerzaken Overhead Treasury OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds Overige baten en lasten Vennootschapsbelasting (VpB) Mutaties reserves Resultaat van de rekening van baten en lasten Crisisbeheersing en brandweer Openbare orde en veiligheid Samenkracht en burgerparticipatie Totaal

Lasten 2.214 976 6.997 -15 50 199 12 219 1.640 190 218 2.052 450 15.202

Baten -299 -24 -155 -4.147 -1.639 -195 -44.308 -50 -1.469 -20 -52.306

Saldo 2.214 677 6.973 -170 -4.097 -1.440 -183 -44.089 1.590 -1.279 218 2.052 430 -37.104

Specificatie begrotingswijzigingen t/m raad december Kadernota Resultaatbestemming jaarrekening 2021 Winternota Diversen Saldo begrotingswijzigingen

970 408 2.059 -838 2.599

-3.844 -1.033 -4.612 -1.463 -10.952

-2.874 -625 -2.553 -2.301 -8.353

Lasten 2.403 1.074 7.099 -15 50 199 12 195 138 4.014 -267 2.169 730 17.801

Baten -299 -122 -155 -4.147 -1.733 -195 -50.222 -158 -6.081 -146 -63.258

Saldo 2.403 775 6.977 -170 -4.097 -1.534 -183 -50.027 -20 -2.067 -267 2.169 584 -45.457

Werkelijk Lasten 2.188 1.140 6.685 -11 84 211 13 322 21 4.954 -3.844 2.252 631 14.646

Baten -1 -390 -151 -139 -4.112 -1.929 -193 -50.864 -196 -5.673 -42 -64 -63.754

Resultaat Saldo 2.187 750 6.534 -150 -4.028 -1.718 -180 -50.864 126 21 -719 -3.844 2.210 567 -49.108

Uitsplitsing van het eindresultaat naar lasten en baten (op basis van gewijzigde begroting) Lasten Bestuur Burgerzaken Overhead Treasury OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds Overige baten en lasten Vennootschapsbelasting (VpB) Mutaties reserves Resultaat van de rekening van baten en lasten Crisisbeheersing en brandweer Openbare orde en veiligheid Totaal

Begroot 2.403 1.074 7.099 -15 50 199 12 195 138 4.014 -267 2.169 730 17.801

Werkelijk 2.188 1.140 6.685 -11 84 211 13 322 21 4.954 -3.844 2.252 631 14.646

Saldo -215 66 -414 4 34 12 1 -195 184 21 940 -3.577 83 -99 -3.155

Baten Bestuur Burgerzaken Overhead Treasury OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds Overige baten en lasten Mutaties reserves Crisisbeheersing en brandweer Openbare orde en veiligheid Totaal

Begroot -299 -122 -155 -4.147 -1.733 -195 -50.222 -158 -6.081 -146 -63.258

Werkelijk -1 -390 -151 -139 -4.112 -1.929 -193 -50.864 -196 -5.673 -42 -64 -63.754

Saldo -1 -91 -29 16 35 -196 2 -642 -38 408 -42 82 -496

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 50

03/07/2023 d.d. ...................

Saldo W-B -216 -25 -443 20 69 -184 3 -837 146 21 1.348 -3.577 41 -17 -3.651

Wat heeft het gekost? Programma 4 Lasten Bestuur Vanaf 2022 worden de pensioenen van alle (voormalige) wethouders door de gemeente beheerd. Deze voorziening moet altijd op de juiste hoogte zijn. Om deze voorziening op de juiste hoogte te krijgen, is voor de voormalige wethouders een extra storting van € 226.000 nodig(zie ook toelichting onder taakveld overige baten en lasten). Daar tegenover staat een vrijval op dit taakveld voor de actieve wethouders van € 179.000, als gevolg van de hogere rekenrente. Omdat per saldo is gedoteerd in de voorziening pensioen (voormalige) wethouders is deze vrijval boekhoudkundig verwerkt als negatieve dotatie. Burgerzaken Doordat er meer legesinkomsten zijn bij burgerzaken, zijn ook de afdrachten aan het Rijk hoger dan geraamd. Overhead Er zijn veel meer directe uren toegerekend (€ 450.000) aan taakvelden dan begroot. Dit levert op de taakvelden een nadeel op. Per saldo is dit neutraal. Aan de grondexploitaties en de begraafplaats zijn meer uren doorgerekend, aan het taakveld riolering minder uren. Per saldo levert dit op de neutrale functies een voordeel op van € 50.000. De personele kosten geven per saldo een nadeel van € 100.000. Dit wordt voor € 56.000 veroorzaakt door de extra uitkering in november voor het personeel en voor € 36.000 extra kosten in verband met werving en selectie.

Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds Vanuit het Rijk worden specifieke gelden toegekend aan de algemene uitkering. Deze middelen worden in eerste instantie als uitgaven bij de algemene uitkering geparkeerd. De werkelijke uitgaven zitten op de diverse taakvelden. Overige baten en lasten Vanaf 2022 worden alle pensioenen van de (voormalige) wethouders door de gemeente beheerd. Om deze voorziening op de juiste hoogte te krijgen, is voor de voormalige wethouders een extra storting van € 226.000 nodig. Daar tegenover staat een vrijval voor de actieve wethouders van € 179.000, als gevolg van de hogere rekenrente (zie ook toelichting onder taakveld bestuur). Aan salarissen is € 30.000 minder uitgegeven dan geraamd. Mutaties reserves Op dit taakveld vinden alle mutaties op de reserves plaats. Alle vermeerderingen en verminderingen staan gespecificeerd in deel III jaarrekening. Resultaat van de rekening van baten en lasten Bij de Winternota 2022 is besloten het volledige geprognosticeerde saldo in de algemene reserve te storten. Door een verkeerde uitgangspositie, het genoemde saldo na Kadernota 2023, was het saldo van de jaarschijf 2023. Hierdoor is bij de Winternota een te hoog saldo van € 267.000 in de algemene reserve gestort. VOOR WAARMERKINGS-

DOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 51

03/07/2023 d.d. ...................

Crisisbeheersing en brandweer Voor de crisisopvang aan de Weteringsingel zijn een deel van de kosten door de gemeente betaald. Deze ontvangen we terug van de Veiligheidsregio. Daarnaast zijn er meer uren op dit taakveld toegerekend dan begroot. Openbare orde en veiligheid Vanuit het Rijk zijn specifieke middelen ontvangen voor de naleving van de controle coronatoegangsbewijzen. Niet al deze middelen zijn uitgegeven. Deze middelen moeten worden terugbetaald. Per saldo (lasten en baten) is dit neutraal. Daarnaast zijn er meer uren (€ 33.000) toegerekend aan dit taakveld dan begroot.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 52

03/07/2023 d.d. ...................

Baten Burgerzaken Er zijn meer legesinkomsten bij burgerzaken dan geraamd, ook de afdrachten aan het Rijk zijn hierdoor hoger. OZB niet-woningen De OZB-opbrengst niet-woningen is van veel en moeilijk te bepalen of te beïnvloeden factoren afhankelijk. Hierdoor kunnen de opbrengsten significant afwijken van de ramingen, onder meer omdat nieuwbouw of wijziging (bijvoorbeeld sloop of leegstand) van grote fiscale objecten een grotere impact heeft op de belastingopbrengsten en gedurende drie jaar voor een bepaald belastingjaar aanslagen kunnen worden verzonden. In verband met de coronacrisis is gemeld dat de aanslagoplegging voor niet-woningen is vertraagd, wat komt doordat winkels veel omzet misten en volgens ondernemers moest dat invloed hebben op de WOZ-waarde van hun panden. Daarom is hier nadrukkelijk naar gekeken bij GBD. Bij de waardeontwikkeling van niet-woningen is sprake van een neerwaartse trend. Zo worden veel kantooren winkelpanden lager gewaardeerd door bijvoorbeeld huurverlagingen in verband met de coronacrisis. De per saldo hogere opbrengst OZBG niet-woningen heeft onder andere te maken met het feit dat de vertraging in de waarderingen in 2022 is 'ingelopen' en de leegstand in kantoren in de Drechtsteden in 2021 drastisch is afgenomen.

Areaaluitbreiding door de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen die niet was geraamd is mede een verklaring voor de hogere incidentele meeropbrengst OZBE nietwoningen. Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds Na berekening van de decembercirculaire geeft de algemene uitkering een voordeel van € 640.000. In dit bedrag is een bedrag van € 459.000 opgenomen voor de energietoeslag 2023, die via resultaatbestemming wordt overgeheveld naar 2023. Mutaties reserves Op dit taakveld vinden alle mutaties op de reserves plaats. Alle vermeerderingen en verminderingen staan gespecificeerd in deel III jaarrekening. Openbare orde en veiligheid Vanuit het Rijk zijn specifieke middelen ontvangen voor de naleving van de controle coronatoegangsbewijzen. Niet al deze middelen zijn uitgegeven. Deze middelen moeten worden terugbetaald. Per saldo (lasten en baten) is dit neutraal.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 53

03/07/2023 d.d. ...................

Uitgaven 2022 Programma Uitgaven

Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen

95-04 U

Realisatie. HI-Ambacht Totaal Apparaatskosten 4.138 Begrotings- of exploitatie saldo Materieel 1.462 Rente & Afschrijving 155 Reserve mutaties 1.110 Rijksbijdragen 162 Subsidies en overdrachten 2.055 Verbonden Partijen 5.311 Voorzieningen 253 Eindtotaal 14.646

253; 2% 4.138; 28% 5.311; 36%

Apparaatskosten Begrotings- of exploitatie saldo Materieel Rente & Afschrijving Reserve mutaties ; 0%

Rijksbijdragen Subsidies en overdrachten

1.462; 10%

Verbonden Partijen Voorzieningen

155; 1% 2.055; 14%

Inkomsten 2022 Programma Inkomsten

162; 1%

1.110; 8%

Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen

95-04 I

Realisatie. HI-Ambacht Apparaatskosten Dividenden Lokale heffingen Overige inkomsten Rente & Afschrijving Reserve mutaties Rijksbijdragen Subsidies en overdrachten Voorzieningen Eindtotaal

90; 0% 40; 75; ; 0% 0% 0%

Totaal

248; 0% 6.656; 11% 64; 0%

90 75 6.656 248 64 5.673 50.909 40

5.673; 9% Apparaatskosten Dividenden Lokale heffingen Overige inkomsten Rente & Afschrijving

63.754

Reserve mutaties Rijksbijdragen Subsidies en overdrachten Voorzieningen 50.909; 80%

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 54

03/07/2023 d.d. ...................

II - Paragrafen

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 55

03/07/2023 d.d. ...................

1. Weerstandsvermogen en risicoparagraaf Inleiding Om de financiële positie van de gemeente te kunnen beoordelen, moeten we ook de risico’s in kaart brengen. Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente Hendrik-IdoAmbacht en de weerstandscapaciteit om die risico’s op te vangen. De weerstandsratio is de weerstandscapaciteit gedeeld door de omvang van de risico’s. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit algemene reserves en onbenutte belastingcapaciteit. Bestemmingsreserves en voorzieningen zijn in feite niet vrij beschikbaar en tellen niet mee voor de weerstandscapaciteit. In de Nota Reserves en Voorzieningen 2011 is het beleid voor het gewenste weerstandsvermogen vastgesteld. De reserve projecten is in 2021 ingezet voor het waterbusplein en het I.H.P., de algemene reserve is ingezet voor het traject "i.c.t. verandert" en de algemene reserve Grondbedrijf is (tijdelijk) ingezet voor het I.H.P. Ook is bestemmingsreserve I.H.P. gevormd. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit richt zich op de gemeentelijke heffingen: de OZB, de afvalstoffenheffing, het rioolrecht en de overige rechten. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit wanneer het gemeentelijke OZB-tarief lager is dan het normtarief dat geldt voor artikel 12-gemeenten en/of wanneer de ander genoemde tarieven niet kostendekkend zijn.

Voor een toelichting op de kostendekking verwijzen we naar de paragraaf Lokale Heffingen. Weerstandscapaciteit (x 1.000)

31-12-2021

31-12-2022

per inw.

Algemene reserves (na bestemming)

24.529

23.864

742

Incidenteel beschikbaar

24.529

23.864

742

25

25

1

1.081

286

9

-

0

0

Opbrengst volgens art. 12 norm

8.238

8.875

276

Opbrengst volgens tarief HIA

5.865

6.041

188

Vrije ruimte

3.454

3.120

97

Marktgelden

59

60

2

Begraafplaatsen

0

0

0

Wabo

-237

132

4

Burgerzaken

789

821

26

overige leges

76

202

6

4.143

4.334

135

-

-

-

28.697

28.223

877

Beschikbaar voor "Onvoorzien" Onbenutte belastingcapaciteit Afvalstoffenheffing Riolering OZB

Totaal vrije ruimte belastingen Totaal weerstandsvermogen (Incidenteel + Structureel)

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 56

03/07/2023 d.d. ...................

Risicobeleid De doelstellingen voor risicomanagement zijn:  tijdig inzicht krijgen in de risico’s en het beheersen van deze risico’s  het beperken van de gevolgen van risico’s;  het risicobewust maken, ter voorkoming van risico’s of het beperken van de gevolgschade;  de beoordeling van het weerstandsvermogen in het kader van de BBV. Definitie: In dit kader gaat het om financiële risico’s, dat wil zeggen: gebeurtenissen die onze vermogenspositie positief of negatief beïnvloeden. Het risico wordt daarbij nader geconcretiseerd met de formule “kans x impact”. Risico´s met een structureel karakter hebben structurele maatregelen nodig, zoals het afsluiten van verzekeringen, het treffen van voorzieningen, het bijsturen van de administratieve organisatie, het aanpassen van beleid en de begroting etc. Tegenvallers met een structureel karakter kunnen we incidenteel opvangen met het weerstandsvermogen, maar moeten vervolgens van structurele maatregelen worden voorzien. Exploitatierisico´s die samenhangen met een recessie worden daarom (incidenteel) gerekend tot de risico´s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen: het risico op lagere rijksbijdragen, bijstandsverlening, bouwleges etc., maar moeten structureel worden aangepakt. Het bepalen van de risico’s is altijd een momentopname en moet daarom regelmatig worden herijkt (liefst binnen de P&C cyclus).

Bij de inventarisatie van de risico’s in deze paragraaf betreft het de actuele risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen. Dit zijn risico’s:  die niet op een andere manier zijn te ondervangen;  die een financieel nadelig gevolg kunnen hebben;  die relevant zijn (lees: risico van materieel belang);  die met redelijke zekerheid zich gaan voordoen en  niet direct beïnvloedbaar zijn. Voor de inventarisatie van de risico’s gelden de volgende criteria:  In het kader van het weerstandsvermogen zijn in principe alleen de financiële risico’s van toepassing waarvoor vooralsnog geen of onvoldoende beheersmaatregelen aanwezig zijn.  Voor invulling van het begrip ‘risico van materiële betekenis’ is gekozen voor een norm van 0,5% van de totale uitgaven van de gemeente, t.w. € 0,3 mln. Dus richten we ons op risico’s die een financiële impact kunnen hebben van € 0,3 miljoen of meer. Door clustering van een aantal kleinere risico’s binnen een programma, kan eventueel een al te strikt gebruik van deze minimum norm worden ondervangen.  Voor de beschouwing van de risico’s wordt een tijdshorizon gehanteerd van vier jaar. De risicoberekening Per risico wordt op hoofdlijnen toegelicht wat het risico inhoudt. Vervolgens maken we op basis van de beschikbare informatie een inschatting over de omvang van het risico en de mate van zekerheid dat het risico zich voordoet.

De mate van zekerheid duiden we als volgt: zeer laag (10%), laag (30%), gemiddeld (50%) en hoog (80%). Daarnaast wordt bekeken of het risico structurele of incidentele gevolgen heeft. Risico verbonden partijen Wij zijn eigenaar van een aantal verbonden partijen. Daardoor lopen wij ook indirecte risico's. Voor WAARMERKINGSonze grote verbonden partijen maken we een inschatting welk risico wij alsVOOR eigenaar in onze eigen risicoparagraaf moeten opnemen. Dit zijn: DOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 57

03/07/2023 d.d. ...................

De GRD: onze begrote bijdrage was circa € 18,2 miljoen (5,4%), waarvan 5,2 miljoen doeluitkering inkomensvoorziening (BUIG), in werkelijkheid is dat € 19,1 miljoen geworden en € 4,8 miljoen BUIG.  De OZHZ: onze begrote bijdrage was circa € 500.000 (2,1%), in werkelijkheid is dat € 600.000 geworden.  De VRZHZ: onze begrote bijdrage was circa € 1,9 miljoen (5,4%), werkelijk € 2,0 miljoen  De Dienst Gezondheid & Jeugd: onze begrote bijdragen waren zo’n € 1,8 miljoen (6,8%) en SOJ € 8 miljoen (6%), in werkelijkheid is dat 1,9 miljoen en 8,1 miljoen geworden  Drechtwerk: onze (verlies) bijdrage is circa € 200.000 (4,0% van de inwonerbijdragen), begroot en werkelijk. In de P&C stukken van deze partijen zijn de risico's niet altijd in cijfers uitgedrukt en zeker niet opgeteld tot een gewogen gemiddelde. Inhoudelijk hebben veel risico’s een relatie met rijksmaatregelen en/of decentralisaties, m.n. op het gebied van sociale zekerheid. Ons risico schatten wij in als maximaal 10% van onze bijdragen. Specifieke risico's In de begroting hielden we rekening met extra tekorten bij de SDD en de Serviceorganisatie van de DG&J. Met beide organisaties is afgesproken dat ze moeten bijsturen om de groeiende kosten in de hand te houden. Het gaat daarbij om grote bedragen. Daarnaast is er de (ook landelijke) lobby van gemeenten voor méér middelen van het Rijk.

Voor dit onderdeel hebben we in de begroting een extra risicopost van 10 % op van de bijdrage SDD excl. BUIG en de bijdrage SOJ meegenomen bovenop de al eerder meegetelde 10 procent van onze totale bijdrage. In de werkelijkheid blijken de tekorten minder groot dan verwacht, daarom wordt het percentage van 10% bijgesteld naar 5%. De uitbraak van COVID-19 (Corona) eind februari 2020 leidde tot een flink onzekerheid in de begroting. De omvang van dit risico viel op het moment van schrijven met geen mogelijkheid in te schatten. Daarbij gingen we er vooralsnog vanuit dat het Rijk haar belofte nakwam om de extra kosten te vergoeden aan gemeenten. Die belofte is het Rijk inderdaad nagekomen. In de begroting werd nog gesproken over een mogelijk risico bij de verkoop van de aandelen in Eneco Groep N.V. door de oud-aandeelhouders van REMU N.V. Zeer recent is gebleken dat dit risico kan worden afgevoerd. Conclusie verbonden partijen Alles tezamen resulteert een cumulatief bedrag van ongeveer € 2,7 miljoen algemeen en € 0,9 miljoen specifiek (i/s) met een hoge kans van optreden (80%) vanwege Corona, Oekraïne e.d. Beheersmaatregel: het actief bewaken in de ambtelijk en bestuurlijke overlegvormen. Risico Grondexploitaties Voor de grondbedrijfcomplexen geldt dat het niet alleen om negatieve, maar ook om positieve risico’s gaat.

De begrote eindwaarde kan door marktrisico's immers zowel nadeliger als voordeliger uitvallen dan de prognose. Daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden tot bijsturing, bijvoorbeeld in tempo, programmering etc. Ook eventuele subsidies kunnen een positief risico met zich meebrengen. Jaarlijks leggen we de risico’s van de lopende grondexploitaties ter kennisname voor aan de raad in de geactualiseerde GREX’en. Als we een verlies voorzien, wordt een 'voorziening' gevormd. Voor de algemene en specifieke risico’s is een algemene reserve Grondbedrijf gevormd (en een 'voorziening' voor ons aandeel in het voorziene verlies De Volgerlanden). Grondexploitaties kennen algemene risico’s zoals rente- en prijsmutaties, tijdsplanningen en afzetrisico’s en specifieke projectrisico’s. Bovendien geldt dat de risico's in zo’n grex op basis van onderzoek zo goed mogelijk, maar enigszins voorzichtig worden geraamd. Hierdoor kunnen zowel

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 58

03/07/2023 d.d. ...................

voor- als nadelen optreden. Voor een uitgebreide toelichting op de Grex'en en risico’s verwijzen we naar de paragraaf Grondbeleid en de Grex'en zelf. Volgerlanden Deze Grex 2022 kende een klein positief verwacht saldo op netto contante waarde van 0,3 miljoen. Op basis van die actualisatie en door de risicobeheersingsmethodiek die we hanteren, was voor de korte termijn (3 jaar) met 90% zekerheid een risicobuffer van € 3,4 miljoen voldoende. De concept Grex 2023 kent een negatief verwacht saldo op eindwaarde van € 7,4 miljoen dat door een voorziening is afgedekt. Op basis van die actualisatie en door de risicobeheersingsmethodiek die we hanteren, was voor de korte termijn (3 jaar) met 90% zekerheid een risicobuffer van € 1,4 miljoen voldoende. In 1 jaar kan het saldo dus als gevolg van marktontwikkelingen behoorlijk fluctueren. Dit risico wordt niet meer samen met de gemeente Zwijndrecht gedeeld (eventuele winsten nog wel). Ambachtsezoom De Grex 2022 fase 1 kende een maximale risicobuffer van € 1,5 miljoen (met 90% zekerheid), en een verwacht positief saldo van 2,9 miljoen (waarvan in 2021 voor € 0,9 mln winst is genomen). De concept Grex 2023 fase 1 kent een maximale risicobuffer van € 1,1 miljoen (met 90% zekerheid), en een verwacht positief saldo van € 3,8 miljoen (voor winstneming ad € 1,8 miljoen).

Genieterrein-Waterbusplein De Grex 2022 kende een maximale risicobuffer van € 0,1 miljoen (met 90% zekerheid), en een verwacht negatief saldo van € 3,4 miljoen op netto contante waarde, dat door een voorziening was afgedekt. In de concept Grex 2023 is het maximale risico berekent op € 0,3 miljoen en het tekort € 4,3 miljoen op netto contante waarde. Conclusie grondexploitaties Om het gecombineerde risico te bepalen, moet ook rekening worden gehouden met het positieve resultaat Ambachtsezoom dat nog niet in de boeken is verwerkt. Dat is voor € 1,8 miljoen als winstneming in de boeken opgenomen. Op basis van de concept grex'en 2023 is ons aandeel in het risico Volgerlanden, Genieterrein-Waterbusplein plus het risico Ambachtsezoom, minus het positieve resultaat Ambachtsezoom een gecombineerd risico van € 0,8 miljoen met een hoge kans van optreden (80% structureel). Risico Algemene uitkering / decentralisaties De effecten van rijksmaatregelen zijn voor de middellange termijn allerminst zeker. De macroeconomische ontwikkelingen (Corona, Oekraïne etc) zijn moeilijk te voorspellen, laat staan de bestuurlijke vertaling door het Rijk naar de uitkeringen voor gemeenten en/of verdeelmodellen. Dat geldt in het bijzonder voor het sociale domein.

Voor de drie decentralisaties Jeugdhulp, WMO en Participatiewet met hun kortingen zijn de effecten zorgwekkend, zowel voor het totaal als voor een individuele gemeente (het verdeelmodel). Deze middelen zijn immers onderdeel geworden van de algemene uitkering. We zullen dit actief blijven monitoren. Gemeentefonds Tegelijkertijd speelt de herijking van de algemene uitkering en het zogenaamde ravijn 2026 plus stelselwijziging. Voor de herijking was onze gemeente in de eerste berekening een flinke voordeel gemeente, in de definitieve berekening zijn we nu een flinke nadeelgemeente van €63 per inwoner (dus circa 2 miljoen) in stappen van maximaal €15 per jaar. De eerste stappen (€7,50 / €22,50 / €37,50) zijn doorgevoerd voor 2023 t/m 2025. De stappen daarna zijn onzeker, er zou eerst een tweede herijking moeten plaatsvinden. De kans van optreden voor het restant (€63-€37,50) is hoog en structureel (80%). VOOR WAARMERKINGS-

DOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 59

03/07/2023 d.d. ...................

Specifiek risico In een bestuurlijk overleg van kabinet en VNG heeft het Rijk extra middelen voor Jeugdzorg ter beschikking gesteld. De extra middelen zijn wel onderwerp van een 'hervormingsagenda' met als doel de extra rijksmiddelen in 10 jaar overbodig te maken. Vanwege de gezamenlijke verantwoordelijkheid is hiervoor vooralsnog geen extra risicopost opgenomen. Conclusie algemene uitkering en doeluitkeringen In onze P&C instrumenten anticiperen we zo goed mogelijk op plannen van het Rijk (taakstellingen). Dat geldt ook voor eventuele herverdelingseffecten. Voor deze risicoparagraaf houden we rekening met een nadelig restrisico ter grootte van 5% van ons taakveld Algemene Uitkering = € 2,5 miljoen en met een gemiddelde (50%) kans van optreden. Beheersmaatregelen: Actief volgen en indien noodzakelijk maatregelen nemen tot bijsturing, met name bij Kadernota of begroting. Incidentele, algemene risico’s Naast de specifieke risico's kennen we ook incidentele, algemene risico's, zoals een beroep op onze achtergestelde garantieverstrekkingen van circa € 69 miljoen. Ook een hogere loon- of prijsstijging dan geraamd valt hieronder: een omzet van circa € 113 miljoen, inclusief GREX’en en verbonden partijen. De kans hierop wordt ingeschat op extreem laag, oftewel 1 procent. Recapitulatie SAMENVATTING (x € 1.000)

JR 2021

JR 2022

6.380

4.340

Programma 1 - Sociaal, Welzijn en Educatie Verbonden partijen algemeen Verbonden partijen SDD en SOJ specifiek

1.510

Programma 2 - Ruimtelijke Ordening, Economie en Wonen Grondexploitaties

1.500

1.280

2.950

2.500

Programma 4. Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen Algemene uitkering en overige rijksbijdragen Herijking gemeentefonds

1.310

Algemeen

1.750

1.130

Totaal risico's

12.580

12.070

Weerstandscapaciteit

28.697

28.223

2,3

2,3

Weerstandsratio Omdat de risico's van verbonden partijen en rijksuitkeringen semi structureel zijn, worden deze tweemaal meegeteld in de totaal telling.

Financiële kengetallen in relatie tot de financiële positie Hierna volgt een overzicht gegeven van de verplichte, financiële kengetallen afgezet tegen de normen van de VNG. Zoals bekend is onze schuldquote hoog door onze relatief grote grondexploitatie Volgerlanden. Tegelijkertijd zien we dat door ons voorzichtige, solide, financiële beleid de trend van alle financiële kengetallen positief is. Dat geldt ook voor onze weerstandsratio die we hiervoor berekend hebben. Wanneer we de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie bekijken, kunnen we concluderen dat de gemeente financieel gezond is. Recapitulatie

voldoende

onvoldoende

Netto schuldquote

<100%

>130%

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

JR21

JR22

VOOR WAARMERKINGS88% 83% DOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. 60

03/07/2023 d.d. ...................

Netto schuldquote gecorr. voor verstrekte leningen

<100%

>130%

85%

81%

Solvabiliteitsratio

>50%

<30%

29%

28%

Grondexploitatie

>0,6%

<0%

63%

57%

Structurele exploitatieruimte

<50%

>100%

0,7%

5,5%

Belastingcapaciteit

<100%

>120%

107%

99%

Voor de gedetailleerde berekening van bovenstaande kengetallen wordt verwezen naar de bijlage. Beleidsindicatoren bedrijfsvoering

JR 2021 JR 2022

Formatie (fte per 1.000 inwoners, excl griffie)

2,7

2,6

Bezetting (fte per 1.000 inwoners)

2,6

2,6

Apparaatskosten per inwoner

319

361

Externe inhuur excl. VP (% totale loonkst + inhuur)

17%

22%

Overhead (% van totale lasten excl. toev. reserves)

5,9%

6,0%

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 61

03/07/2023 d.d. ...................

2. Financiering Inleiding In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente, Dit zijn risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financierings- en schuldpositie, het kasbeheer en de informatievoorziening. Het kader voor het geldstromenbeleid is het op 8 december 2015 door de gemeenteraad vastgestelde ‘Financieringsstatuut’ en de algemene ‘Wet financiering decentrale overheden’ (Wet fido). Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat dit zo goedkoop mogelijk gebeurt door de kasgeldlimiet optimaal te benutten en zoveel mogelijk (goedkoop) kort vermogen wordt aangetrokken. Bij het aantrekken van lang geld proberen we zoveel mogelijk te anticiperen op de meerjarige kapitaalbehoefte en het spreiden van renterisico's. Rente ontwikkelingen De inflatie is in 2022 verder gestegen. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft daarom meerdere renteverhogingen doorgevoerd die doorwerken in de marktrentetarieven. Ook heeft de centrale bank het opkoopprogramma van staatsleningen gedurende 2022 gestaakt. Het stoppen van dit programma heeft een opwaarts effect op met name de lange rente. Ook de verwachte inflatie op de lange termijn spelen een belangrijke rol. De 10-jaarsrente bedroeg begin januari 2022 ongeveer 0,3%. Eind december 2022 was dit tarief gestegen naar 3,2%.

De driemaands Euribor begon het jaar met een rentetarief van -0,57%. Gedurende het jaar is dit rentetarief gestegen naar 2,18% in eind december. Deze stijging is in lijn met de renteverhogingen die de ECB heeft doorgevoerd. In 2023 zijn er inmiddels al renteverhogingen doorgevoerd en aangekondigd, dus de verwachting is dat de driemaands Euribor nog verder zal stijgen. Onder de huidige marktomstandigheden blijft het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen, de kasgeldlimiet zoveel mogelijk te benutten en kort te financieren. De financieringsfunctie van de gemeente dient uitsluitend de publieke taak. Zij voert een vooruitziend beleid binnen de kaders die zijn gesteld in de ‘Wet financiering decentrale overheden’ (Wet fido). De ontwikkeling van de rente gedurende 2022 kan als volgt worden weergegeven:

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 62

03/07/2023 d.d. ...................

Bij het verstrekken van lange financiering berekenen banken liquiditeitsopslag bovenop de IRSniveaus. Voor bijvoorbeeld een tienjarige lening bedroeg deze opslag eind 2022 circa 0,1 % Langlopende leningen De totale gemeentelijke langlopende leningenportefeuille valt in twee delen uiteen: een deel voor de Algemene Dienst en een deel voor De Volgerlanden. In 2022 is voor de algemene dienst één nieuwe lening aangetrokken voor een bedrag van € 10 miljoen. De looptijd is 20 jaar. De leningen zijn aangetrokken als herfinanciering van aflossingen op bestaande leningen en als aanvullende concernfinanciering. Er is in totaal € 4,6 miljoen afgelost. Voor de Volgerlanden zijn dit jaar twee leningen volledig afgelost van € 12,3 miljoen. Er heeft geen herfinanciering plaatsgevonden. De totale langlopende leningsschuld van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht bedroeg per 31 december 2022 € 84,9 miljoen en kan als volgt worden gespecificeerd: • Voor Algemene dienst (acht leningen): € 55,3 miljoen • Voor de Volgerlanden (drie leningen): € 29,7 miljoen De gemiddelde rente over de totale leningportefeuille bedroeg per eind 2022 1,33% (eind 2021: 0,98%). De leningportefeuille van de Algemene Dienst heeft een gemiddelde rente van 1,45% tegenover 1,04% per ultimo 2021 leningenportefeuille

Stand per

Nieuwe lening

Aflossingen

Stand per

(x € 1.000)

1-1-2022

2022

2022

31-12-2022

Algemene Dienst

€ 49.875

€ 10.000

€ 4.625

€ 55.250

De Volgerlanden

€ 42.000

€-

€ 12.333

€ 29.667

Totaal

€ 91.875

€ 10.000

€ 16.958

€ 84.917

Renterisico korte termijn: de kasgeldlimiet De externe financieringsbehoefte wordt ingevuld met kortlopende en langlopende leningen. Bij het aantrekken van kortlopende geldleningen met een looptijd tot één jaar, moet rekening worden gehouden met de kasgeldlimiet, gemaximeerd in de Wet fido. De kasgeldlimiet is gelijk aan 8,5% van het begrotingstotaal. De Wet fido bepaalt ook dat maximaal drie achtereenvolgende kwartaaloverschrijdingen zijn toegestaan. Oogmerk van het door het SCD uit te voeren gemeentelijke saldobeheer is om de limietruimte optimaal te benutten. In 2022 is de kasgeldlimiet vanaf het tweede kwartaal overschreden. Dit is binnen het door de Wet fido toegestane maximum van drie kwartaaloverschrijdingen. Vanaf medio augustus zijn echter weer kasgeldleningen aangetrokken. Deze leningen waren gemiddeld bijna € 10 miljoen groot tegen een negatieve rente van gemiddeld -0,40%. Gedurende het jaar zijn er 16 kasgeldleningen aangetrokken. Het gemiddelde bedrag was € 8,5 miljoen en de gemiddelde rente 0,3%. Berekening kasgeldlimiet

Bedragen x € 1.000 1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

Gemiddeld. netto vlottende schuld (+) of gemiddeld netto vlottend overschot (-)

€ 6.905

€ 11.358

€ 8.941

€ 8.826

kasgeldlimiet

€ 8.242

€ 8.242

€ 8.242

€ 8.242

Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

€ 1.337

€ 3.116-

€ 699-

€ 584-

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 63

03/07/2023 d.d. ...................

Renterisico lange termijn: de rente risico norm De Wet fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met de renterisiconorm biedt de Wet fido een richtsnoer om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te spreiden. De norm heeft als doel om het toekomstig renterisico op de lange financiering te beperken door spreiding in de aflossingen en renteherzieningen af te dwingen. Deze norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht bedroeg in 2022 € 19,4 miljoen. Uit onderstaande berekening komt naar voren dat de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht in 2022 de renterisiconorm niet heeft overschreden. Rente Risico Norm

Bedragen x € 1.000

Renterisico's

2022

Aflossingen

€ 16.958

Renterisico

€ 16.958

Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal

€ 96.967

Percentage regeling

20%

Renterisiconorm

€ 19.393

Toetsing aan norm:

€ 2.435-

Liquiditeitsrisico Liquiditeitsrisico is het risico dat de gemeente vanwege een tekort aan geldmiddelen niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is dit risico beperkt, onder meer vanwege een met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) per 1 januari 2019 herziene kredietlimiet van € 8 miljoen. Kredietrisico's De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht loopt kredietrisico op verstrekte geldleningen en leningen waarop een borgstelling is afgegeven. Het totaalbedrag aan verstrekte geldleningen per eind 2022 is: • Leningen aan woningcorporaties: € 0,04 miljoen • Woningfinancieringen gemeentepersoneel: € 1,3 miljoen • Veiligheidsregio ZHZ (kazerne): € 1,2 miljoen • Startersleningen: € 0,03 miljoen • Lening VVOG: € 0,2 miljoen • Totaal: € 2,8 miljoen Daarnaast stond de gemeente per 31 december 2022 voor € 69,2 miljoen garant. Hiervan heeft € 60,3 miljoen (87 procent) betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (indirecte borgstelling). Gezien de rond het WSW gebouwde zekerheidsstructuur is aan deze garantstellingen een relatief laag risico verbonden. VOOR WAARMERKINGS-

DOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 64

03/07/2023 d.d. ...................

Het bedrag aan directe borgstellingen bedroeg per eind 2022 € 8,9 miljoen. De belangrijkste directe borgstellingen worden gevormd door: o HVC Alkmaar (1,15 procent-belang; "getrapt" via GR Gevudo): € 7,0 miljoen o Woningstichting Rhiant € 1,9 miljoen (1 lening) De specificatie van alle door de gemeente gewaarborgde leningen is te vinden in de Staat van gewaarborgde geldleningen elders in deze jaarrekening. Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mag de gemeente een bedrag van 2% van het begrotingstotaal buiten de schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. Wanneer de gemeente het drempelbedrag overschrijdt moet het meerdere afgestort worden in de schatkist van het Rijk. Begin 2022 ontvingen we nog rente op negatieve banksaldo's. Door de stijgende rente is er inmiddels weer sprake van rentevergoeding op positieve banksaldo's en de schatkistrekening en is er rente verschuldigd op negatieve banksaldo's. In onderstaande tabel staat per kwartaal aangegeven wat het gemiddelde positieve banksaldo was. Hieruit blijkt dat in 2022 binnen het drempelbedrag van € 1,9 miljoen is geopereerd. Berekening drempel Begrotingstotaal

€ 96.967

Relevant percentage Drempelbedrag (afgerond)

2,00% € 1.939.340

Kwartaaluitkomsten benutting drempelbedrag 1e kwartaal Gemiddelde positieve banksaldi

72

2e kwartaal 2

3e kwartaal 313

4e kwartaal 260

Rente toerekening Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar de investeringen hanteren we een omslagrente van 0,5%. Het kan zijn dat de werkelijke rentelasten afwijken van de voorgecalculeerde renteomslag die is toegerekend. Volgens de ‘BBV-notitie Rente’ kan de gemeente besluiten tot correctie. Correctie is zelfs verplicht als deze afwijking groter is dan 25%. In onderstaand renteschema zetten we de werkelijke rentelasten uiteen, die gezamenlijk het renteresultaat bepalen. Daarnaast bepalen we of de eerdergenoemde afwijking niet groter is dan 25 %. Hieruit blijkt dat de afwijking niet groter is dan 25%.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 65

03/07/2023 d.d. ...................

Berekening rente omslag percentage 1-1-2022 Boekwaarde investeringen per

Werkelijk 2022

160.934.189

- grex Volgerlanden en het voorzien verlies

-52.825.120

A. Totaal boekwaarde

108.109.069

AF: Boekwaarde investeringen niet in omslag betrekken

-23.016.290

B. Boekwaarde waarover rente wordt verdeeld

85.092.779

C. Totaal financiering

111.818.862

D. Financieringstekort + of overschot - (A-C)

-3.709.793

E. Totale rentelasten

546.959

AF: Rente niet in omslag te betrekken:

-200.542

F. Te verdelen rente

346.417

Werkelijk percentage omslagrente is F/ B *100

0,41%

Afgerond percentage omslagrente* (na wijziging)

0,50%

rentetarief grex (VV/BT * gewogen %)

0,47%

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 66

03/07/2023 d.d. ...................

3. Lokale heffingen Inleiding Lokale heffingen kunnen we onderverdelen in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding is gekoppeld aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelastingen (OZB) en de hondenbelasting. Deze heffingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen. Deze paragraaf heeft betrekking op beide categorieën heffingen. In het vervolg gaan wij in op de volgende aspecten: a. Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen. b. De opbrengst van de gemeentelijke heffingen. c. Een duiding van de lokale lastendruk en tarieven. d. Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen plus kostendekking. e. Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Ontwikkelingen en rijksbeleid Ondernemersfonds De OZB zijn na de uitkering uit het Gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron en bestaan uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen en een gebruikersbelasting voor de niet-woningen. De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. Daarnaast is een gedeelte, namelijk € 94.000 in 2022, bestemd voor het Ondernemersfonds. Dit bedrag komt tot stand door een extra verhoging van de OZB-belasting op niet-woningen voor eigenaren en gebruikers (sinds 2016). De gemeente keert de opbrengst als subsidie uit aan de Stichting Ondernemersfonds, die deze als 'trekkingsrecht' toewijst aan de gebieden of sectoren evenredig met wat deze opgebracht hebben. Overzicht belastingopbrengsten en belastingdruk Onderstaande tabel is een overzicht van de gerealiseerde opbrengsten over 2022 en, ter vergelijking, 2021. Wij merken op dat de verschillen tussen de verantwoording 2021 en 2022 geen indicatie geven van de stijging of daling van de tarieven, maar van de totale opbrengst. Factoren zoals ontwikkelingen in de WOZ-waarde en areaaluitbreiding spelen bij de onroerendezaakbelastingen een belangrijke rol. Meer of minder afgegeven omgevingsvergunning kunnen de legesopbrengst sterk beïnvloeden.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 67

03/07/2023 d.d. ...................

Belastingopbrengsten (x € 1.000)

JR 2021

BG 2022

JR 2022

perc van totaal

5.865

5.880

6.041

40%

190

195

193

1%

Algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen) Onroerendezaakbelastingen

Hondenbelasting Precariobelasting

539

0

0

0%

6.594

6.075

6.234

41%

Afvalstoffenheffing

3.954

4.275

4.297

28%

Rioolheffing

2.349

2.408

2.408

16%

562

491

441

3%

Subtotaal

Gebonden heffingen

Lijkbezorgingsrechten Bouwleges

1.583

926

1.282

8%

Burgerzaken + overige leges

456

385

481

3%

Marktgeld

36

47

39

0%

Subtotaal

8.940

8.532

8.948

59%

TOTAAL

15.534

14.607

15.182

100%

Belastingdruk

2019

2020

2021

2022

Gemiddelde WOZ-waarde

255.000

281.000

309.000

336.000

OZB-eigenaar

306,51

311,34

325,37

327,26

Afvalstoffenheffing (meerpers.)

326,16

334,56

350,64

373,68

Rioolheffing eigenaar

122,64

125,76

128,52

130,31

Rioolheffing gebruiker (meerpers.)

56,88

58,32

59,52

60,24

Ontwikkeling lastendruk

812

830

864

891

% stijging tov vorig jaar

1,4%

2,2%

4,1%

3,2%

Toelichting Woonlasten zijn de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. In de volgende tabellen worden over de laatste vijf jaren de ontwikkeling van de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden weergegeven. De OZB is berekend op basis van de geactualiseerde gemiddelde WOZ-waarde van woningen voor het desbetreffende jaar. Deze waarde is berekend naar de peildatum 1 januari van het voorgaande jaar. De WOZ-waarde 2022 is dus berekend naar de waardepeildatum 1 januari 2021. Onroerendezaakbelastingen (OZB) De OZB is na de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. Deze heffing bestaat uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen (bedrijven, enz.). De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De gemeenteraad bepaalt de tarieven en daarmee de door belastingplichtigen te betalen belasting. De heffingsgrondslag is de waarde van de onroerende zaak. Deze wordt vastgesteld op basis van de ‘Wet waardering onroerende zaken’ (WOZ). Voor de WOZ 2022 gelden de waarden met als waardepeildatum 1 januari 2021. Sinds 2009 is de verschuldigde OZB een percentage van de waarde van de onroerende zaak.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 68

03/07/2023 d.d. ...................

Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing dekt de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval. Rioolheffing De rioolheffing dekt kosten die gemeenten maken voor haar rioolstelsel. Ook de kosten van de wettelijke watertaken, zoals zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand kunnen hiermee bekostigd worden. Welke kosten worden verhaald moet met het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) zijn vastgesteld. OZB

2019

2020

2021

2022

Eigenaar woning

0,1202

0,1108

0,1053

0,0974

Eigenaar niet-woning

0,2507

0,2579

0,2593

0,2808

Gebruiker niet-woning

0,1985

0,2039

0,2093

0,2288

Afval

2019

2020

2021

2022

Meerpersoons

326,10

334,56

350,64

373,68

Eenpersoons

229,56

235,44

246,00

265,20

1,5%

2,6%

4,7%

7,1%

Stijging

Riool

2019

2020

2021

2022

Eigendom

122,64

125,76

128,52

130,31

Gebruik meerpersoons

56,88

58,32

59,52

60,24

Gebruik eenpersoons

28,44

29,16

29,76

30,12

Stijging

1,0%

2,5%

2,1%

1,3%

Vergelijking andere gemeenten Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen. Vergelijking is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2022 (op www.coelo.nl) en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden weer. Gemeente

Gemiddelde

tarief

OZB

Rioolheffing

Afvalstoffen

lasten 2022

WOZ-waarde

OZB

eigenaar

eig/gebr

heffing

Totaal

Rangnr.

meerp.huish.

Dordrecht

308.000 0,0974

300

205

313

818

Sliedrecht

311.000 0,0751

234

277

316

827

60 69

Alblasserdam

326.000 0,1084

353

159

358

870

123

Hardinxveld-G'dam

332.000 0,1101

365

217

319

901

158

Hendrik-Ido-Ambacht

375.000 0,0974

365

191

374

930

200

Zwijndrecht

315.000 0,0957

301

306

373

980

256

Papendrecht

324.000 0,1257

407

161

420

988

264

Landelijk gemiddelde

409.000 0,0978

380

207

317

904

0

De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 69

03/07/2023 d.d. ...................

Kwijtschelding Als een belastingplichtige door financiële omstandigheden een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk niet kan betalen, kan kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de Rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen deze inkomensgrens verruimen naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats. Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst om zo de administratieve lasten voor de burger te verminderen en de afhandeltermijn te verkorten. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. De bedragen aan kwijtschelding zijn: (x € 1.000)

JR 2021

BG 2022

JR 2022

Rioolheffing

20

23

20

Afvalstoffenheffing

133

139

137

Totaal

154

162

157

Kostendekking kostendekkendheid Kosten taakveld incl kwijtschelding Mutatiereserve Inkomsten excl. heffingen Netto kosten taakveld

riool

afval

begraven

markt

bouwleges

burgerzk

overig

1.503.447

3.819.572

669.100

88.504

763.030

1.051.473

152.350

595.923

-

-296.048

-

-

-

-

-

-237.504

-139.236

-15.881

-

-

-

2.099.370

3.582.067

233.816

72.623

763.030

1.051.473

152.350

100.091

290.170

206.876

10.048

630.951

157.652

141.402

Overige toe te rekenen kosten: Overhead

248.292

710.930

-

16.341

19.174

1.925

-

Totale kosten (a)

2.447.753

4.583.167

440.692

99.012

1.413.155

1.211.049

293.752

Opbrengst heffingen (b)

2.447.753

4.297.255

440.692

39.001

1.281.622

390.123

91.271

0

285.912

0

60.011

131.533

820.926

202.481

100%

94%

100%

39%

91%

32%

31%

Btw

Onbenut Dekking (b/a*100)

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 70

03/07/2023 d.d. ...................

4. Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Wegen, riolering, water, openbaar groen, gebouwen en afvalinzamelingsvoorzieningen zijn niet alleen belangrijke schakels in de gemeentelijke infrastructuur, maar leveren ook een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de gemeente. Ze hebben daarmee waarde voor de bereikbaarheid, de economie, de omgevingskwaliteit en de veiligheid. Om die waarde duurzaam en efficiënt in stand te houden, is een systematisch en planmatig beheer noodzakelijk. Het beheer is dan ook gericht op het duurzaam in stand houden van de gemeentelijke voorzieningen. Dit houdt in dat we kapitaalgoederen op een zodanige manier onderhouden dat tegen zo beperkt mogelijke kosten de voorzieningen voortdurend goed functioneren en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is dat de veiligheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte op voldoende wijze gewaarborgd blijven en daar waar mogelijk een vorm van burgerparticipatie wordt ingebouwd. Volgens het ‘Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten’ (BBV), artikel 12, lid 2, moet in de begroting over het onderhoud van kapitaalgoederen worden aangegeven: 1. Het actuele beleidskader (met betrekking tot beheerplannen: wanneer vastgesteld of geactualiseerd). 2. Het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau.

3. De vertaling van de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau in de begroting. Voor het beheer zijn beheersystemen beschikbaar om de beheertaak te ondersteunen en om goede financiële ramingen te maken. De beheersystemen hebben als doel het beheer binnen vastgestelde kwalitatieve normen zo effectief en efficiënt mogelijk in te richten. Dat betekent: op het aan te houden kwaliteitsniveau gerichte maatregelen op de juiste plaats en op de juiste momenten tegen de laagst mogelijke kosten. Bij het bepalen van prioriteiten worden risico's afgewogen. In de beleidsplannen worden alle afwegingen en de consequenties daarvan inzichtelijk gemaakt. Op deze wijze komen wij tot effectief en efficiënt beheer. Leidend voor het daadwerkelijke onderhoudsprogramma zijn de resultaten van de jaarlijkse inspecties van kapitaalgoederen. Voor de financiële aspecten van het beheer wordt verwezen naar de programma's (met name "3. Buitenruimte") en de staat 'reserves en voorzieningen' (reserve ‘Wegen en voorziening Riolering’). Kapitaalgoederen Onderstaand overzicht geeft de actuele beleids- en beheerplannen weer. In de beleidsplannen zijn de kaders en ambities opgenomen. De beheerplannen geven aan hoe het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd.

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 71

03/07/2023 d.d. ...................

Onderdeel openbare ruimte 1. Wegen

Beleid- en beheerplan

Vastgesteld

Planning/ actualisering

Beleidsplan wegenbeheer 2013-2023

13-5-2013

2023

Wegenbeheerplan (inclusief civiele kunstwerken, verkeersvoorzieningen en 10-5-2022 straatmeubilair) 2022 -2026

2026

Mobiliteitsplan 2021-2030

8-11-2021

2030

Beleidsplan openbare verlichting 2020-2024

7-10-2019

2024

Beheerplan openbare verlichting 2021-2025

10-5-2022

2025

Beleidsplan infrastructurele kunstwerken 2015-2023

12-01-2017

2023

Beleidsplan verkeersvoorzieningen 2015-2023

25-08-2015

2023

Beleidsplan straatmeubilair 2015-2023

25-08-2015

2023

2. Riolering

Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2019-2023

3-12-2018

2023

3. Water

Baggerplan 2019

8-7-2019

2024

Beheer- en onderhoudsplan oeverbeschermingen 2018-2026

5-3-2018

2026

Beeldkwaliteitsplan Groen 2015-2019

1-12-2016

2023

4. Openbaar groen

Beleidsplan bomen 2019-2033

3-12-2018

2033

Groenstructuurplan 2013- 2023

21-5-2013

2023

Groenbeheerplan plus 2022-2026

15-3-2022

2026

Beleidsplan begraafplaatsen 2020-2030

2-3-2020

2030

Beheerplan begraafplaatsen 2009-2014

17-3-2008

2022

Speelruimteplan 2020-2030

15-6-2020

2030

Beheerplan speelvoorzieningen 2021-2026

8-3-2022

2026

5. Gebouwen

Meerjaren onderhoudsplannen gemeentelijke gebouwen 2022-2026

24-5-2022

2026

6. Afvalinzameling

Grondstoffenbeleidsplan 2019-2023; uitwerking in Implentatieplan recycletarief 2024

7-2-2022

2025

Zwerfafval- uitvoeringsplan 2019-2023

2-7-2019

2023

VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 72

03/07/2023 d.d. ...................

Kerncijfers Onderwerp Wegen

Kunstwerken

Riolering

Groen

Gebouwen

Afval

Verlichting

Kerncijfers 2021

Kerncijfers 2022

Totaal areaal

Totaal areaal

1.500.722 m2

1.456.889 m2

Asfalt

Asfalt

411.835 m2

390.630 m2

Elementen

Elementen

1.080.331 m2

1.054.641 m2

Half verharding (wandelpaden)

Half verharding (wandelpaden)

8.556 m2

7.693 m2

Bruggen en onderdoorgangen (tunnels)

Bruggen en onderdoorgangen (tunnels)

93

89

Overige kunstwerken

Overige kunstwerken

91

92

Vrijverval riolering

Vrijverval riolering

gemengd riool: 57 km

gemengd riool: 57 km

vuilwaterriool: 51 km

vuilwaterriool: 51 km

regenwaterriool: 66 km

regenwaterriool: 66 km

drainage: 13 km

drainage: 15 km

totaal: 188 km

totaal: 189 km

Rioolgemalen

Rioolgemalen

rioolgemalen: 27

rioolgemalen: 27

in beheer van het waterschap: 2

in beheer van het waterschap: 2

Drukrioleringen

Drukrioleringen

pompunits: 123

pompunits: 122

drukriolering: 26 km

drukriolering: 28 km

Peilbuizen

Peilbuizen

33

33

Lengte watergangen

Lengte watergangen

31 km

33 km

Aantal bomen

Aantal bomen

12.440

12.276

Gazon

Gazon/gras

761.561 m2 (incl. bermen)

851.864 m2 (incl. bermen)

Plantsoen

Plantsoen

259.035 m2

249.161

Aantal speelplekken

Aantal speelplekken

144

166

Aantal gebouwen in onderhoud

Aantal gebouwen in onderhoud

14

14

Aantal molsystemen (ondergrondse afval inzamelsysteem)

Aantal molsystemen (ondergrondse afval inzamelsysteem)

717

680

Aantal afvalbakken

Aantal afvalbakken

510

581

Aantal lichtmasten 7.536

Aantal lichtmasten 7.681 WAARMERKINGSVOOR

DOELEINDEN

Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 73

03/07/2023 d.d. ...................

Toelichting 1. Wegen

1.A Wegenbeheer Wat hebben we in 2022 gedaan? Er is onderhoud aan de elementenverhardingen uitgevoerd in de Landmanshof, Soeteliefskamp, Vlassersingel, Vlasserstraat en Marcel Doodkorteplein. Asfaltonderhoud is uitgevoerd in het Spoor van Ticheltplantsoen en in de Zuidwende. Het kruispunt Reeweg/Weteringsingel is gereconstrueerd en de bushalte aan de Antoniuslaan, ter hoogte van De Spiegel, is toegankelijk gemaakt voor mindervaliden. Beleidskader De algemene doelstelling voor het wegbeheer is het voeren van een duurzaam wegbeheer waarbij de veiligheid voor de verkeersdeelnemers in stand wordt gehouden. Comfort en aanzien van de weg spelen hierbij een beperkte rol. In 2022 is het Beheerplan Wegen 2022-2026 vastgesteld. 1.B Verkeer en vervoer Wat hebben we in 2022 gedaan? Er is veel afstemming geweest, zowel in- als extern. Vele interne projecten zijn de revue gepasseerd, zoals de Laan van Welhorst, kruising Reeweg/Weteringsingel, het onderhoud in Kruiswiel, de voorbereidingen voor projecten als Noordoevers, Ambachts Lint, Ambachtsezoom, Veersedyck en natuurlijk De Volgerlanden. Extern hebben we veel bijgedragen aan de toekomstige projecten van Rijkswaterstaat, zoals de Brug over de Noord, Noordtunnel en Drechttunnel. Ook is er veel aandacht uitgegaan naar de ‘Regionale Verkeer en Milieu Kaart’ en naar toekomstig oplaadbeleid voor elektrische voertuigen.

Belangrijk is dat we veel meldingen van inwoners hebben ontvangen en naar iedere melding hebben gekeken. Daarbij wegen we het algemene belang af. Daardoor konden we soms direct actie ondernemen als dit goed was voor het algemene belang. Bij een aantal meldingen bleek dit niet mogelijk, omdat het algemene belang daarmee in het gedrang zou komen. Beleidskader Het Mobiliteitsplan 2021-2030 is door de raad vastgesteld. Hierin zijn de kaders opgenomen voor het beleid voor de komende jaren. Naast het mobiliteitsplan zijn er ook andere beleidsplannen voor het verkeer in Hendrik-Ido-Ambacht. Hierbij valt te denken aan het "actieplan geluid" en de "beleidsregels oplaadinfrastructuur elektrische voertuigen gemeente Hendrik-Ido-Ambacht". 1. C Openbare verlichting Wat hebben we in 2022 gedaan? In 2022 hebben wij, volgens het beleidsplan ‘Openbare Verlichting’, een vervangingsplan opgesteld voor het vervangen van 250 armaturen. Deze nieuwe slimme en duurzame ledarmaturen zijn eind 2022 (en begin 2023) opgehangen in de buitenruimte en vervangen daarmee de conventionele verlichting. Beleidskader In 2019 is het Openbare Verlichting 2020-2024 door de raad vastgesteld. 1.D Infrastructurele kunstwerken Wat hebben we in 2022 gedaan? De oppervlaktebehandeling van de brugdekken nabij De Heerenhof 48 en Silverkamp 2 zijn vervangen.

De brug aan de Burgemeester Jonkerkade, ter hoogte van de Pompe van Meerdervoortsingel, is door lange levertijden net niet in 2022 vervangen maar wel begin 2023. Beleidskader Binnen de openbare ruimte bevinden zich infrastructurele kunstwerken, dieVOOR de kruising van WAARMERKINGS(water)wegen of andere natuurlijke barrières mogelijk maken. Dit zijn onder andere bruggen, DOELEINDEN keermuren, trappen, tunnels en viaducten. Het huidige beleid is erop gericht de kunstwerken op het Jaarstukken 2022

Hendrik-Ido-Ambacht

Verstegen accountants en adviseurs B.V. 74

03/07/2023 d.d. ...................

kwaliteitsniveau "basis" te onderhouden. Uitgangspunt is een zodanig kwaliteitsniveau dat de kunstwerken en bruggen naar behoren functioneren en er dus geen sprake is van achterstallig onderhoud of gevaarlijke situaties. Bij het beheer heeft het voorkomen van gevaarlijke situaties eerste prioriteit. Tweede prioriteit is zorgdragen voor het goed functioneren van de voorzieningen, gevolgd door het wegwerken van eventueel achterstallig onderhoud. In 2022 is het "Uitvoeringsplan Civiele Kunstwerken", als onderdeel van het "Beheerplan Wegen 2022-2026", vastgesteld. 1.E Verkeersvoorzieningen Wat hebben we in 2022 gedaan? De buitendienst voert het dagelijks onderhoud uit inclusief eventuele vervangingen met uitzondering van (integrale) projecten waarin het gelijk wordt meegenomen. Beleidskader Verkeersvoorzieningen zijn verkeersborden, straatnaamborden, ANWB-bebording, schrikhekken en verkeerspalen. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden volgens het uitvoeringsplan. De verkeersvoorzieningen worden op het basisniveau onderhouden, waarbij niet meer wordt uitgegaan van een kwaliteitsdifferentiatie per gebied omdat deze voorzieningen qua plaatsing, beheer en onderhoud moeten voldoen aan wettelijke bepalingen en landelijke richtlijnen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12966821/1