CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

20220501 Scriptie R.J.B. van Adrichem

commissie ABA-Financiën openbaar 22 februari 2023, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Stand van zaken Openbare orde en veiligheid waarin opgenomen ook afstudeerrapport kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar preventieve maatregelen hangjongerenoverlast27.958 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Jongeren lijken dus zelf ook het signaal af te geven serieus genomen te willen worden en het gesprek aan te willen gaan. Volgens de studie van Ashford (2007) is het dan ook van belang nog een stapje verder te gaan als het gaat om wederzijds begrip en respect tussen jongeren en politie. Hij omschrijft in zijn studie dat de ontwikkelingen van een buurtpolitie (specifiek ingericht per wijk) in Engeland en Wales veel hebben opgeleverd ter voorkoming van jeugdcriminaliteit omdat de band tussen de politie met jongeren, ouders en bewoners versterkt wordt door te werken met lokale politieagenten die zich beperken tot een enkele buurt of wijk (Ashford, 2007). Daarnaast heeft het CPO (Crime Prevention Ottowa) Youth Issue Group (een groep die actief werkt aan het samenbrengen van jeugdorganisatie) een ‘gereedschapskist’ ontwikkeld die lokale politie (bijvoorbeeld de wijkagent) meer gereedschap (kennis en kunde over kinderen en jongeren) en ondersteuning biedt om actiever bij te dragen aan preventieprogramma’s (Ashford, 2007). Het werken met kinderen en jongeren kent een specifieke aanpak welke niet iedere agent wellicht kent of gevoel voor heeft, om politieagenten hier goed op voor te bereiden worden er trainingen aangeboden (Ashford, 2007). Om deze reden kent de gemeente Ede bijvoorbeeld de ‘jeugdboa’.

Jeugdboa’s zijn gemeentelijke handhavers die opgeleid en getraind zijn om met jeugd om te gaan. Daarnaast zijn ze bevoegd te bekeuren of aan te houden. De gedachtegang hiervan is dat zij in staat zijn de jeugd te corrigeren. Niet alleen repressief, maar ook preventief hebben de jeugdboa’s haar vruchten afgeworpen, meermaals worden jeugdige verdachten aangehouden op basis van doelgroepkennis van jeugdboa’s (Bervoets, 2015). Ondanks dat het werken met jeugdboa’s in het begin wat onwennig leek, zijn deze inmiddels complementair aan de politie. Volgens het onderzoek van Bervoets (2015) levert het werk van jeugdboa’s positief resultaat op . Ook de relatie naar ouders van jongeren en bewoners is voor de politie een belangrijke schakel. De Noije en Wittebrood (2009) spreken ook over een reassurance policing. Hiermee wordt de samenhang tussen burgers en politie bedoeld, waarbij wordt geïnvesteerd in het vertrouwen in de politie door makkelijker in contact te kunnen komen met bijvoorbeeld een wijkagent. In Nederland is deze intensivering en bundeling van krachten gerealiseerd door bijvoorbeeld het project Buurtsignaal (pilot). Het zwaartepunt van dit project ligt op het vergaren van informatie en draagvlak uit de omgeving (uit de gemeenschap).

Het vergaren van informatie en draagvlak van bewoners, ondernemers en veiligheidspartners is van groot belang zodat de politie een stevigere informatie- en onderhandelingspositie krijgt (Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, z.d.). 2.5 Afsluiting Bovenstaand onderzoek laat zien dat er veel factoren en actoren zijn die een rol spelen op het onderwerp hangjongerenoverlast. In hoofdlijnen richt dit onderzoek zich op vier deelgebieden. Deze vier deelgebieden hebben allen invloed op de hangjongerenoverlast. De deelgebieden zijn; de ontwikkeling en behoeftes van jongeren, activiteiten & faciliteiten, (de rol van) de gemeente en het Integrale netwerk. In het verdere onderzoek wordt dan ook vastgehouden aan deze vier deelgebieden.

16

3. Methoden van Onderzoek 3.1 Doel van het onderzoek Middels dit onderzoek wordt bepaald of er aanvullende preventieve maatregelen zijn die de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht kan hanteren om jongerenoverlast te verminderen. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd welke methodologie is toegepast. De toegepaste methodologie voor dit onderzoek is gekozen om antwoord te krijgen op de deelvragen en daarmee op de centrale vraag. Daarnaast draagt de methodologie er aan bij dat dit onderzoek repliceerbaar is en betrouwbare resultaten oplevert.

3.2 Methoden van onderzoek Om het doel van het onderzoek zo goed mogelijk te behalen is er, vanwege de verschillende betrokken partijen, zoals bewoners, functionarissen binnen het integrale netwerk maar ook jongeren zelf, gekozen voor een mixed-methods onderzoek. Sommige resultaten worden uitgedrukt in woorden en anderen in cijfers. Om een goede balans te behouden tussen beschikbare tijd en de kwaliteit van het onderzoek is er binnen dit onderzoek voor gekozen zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek te doen. In het onderzoek komen de volgende methoden terug: • • • •

Literatuuronderzoek, ten behoeve van het theoretisch kader en ter beantwoording van deelvraag 1 en 2. Kwantitatief onderzoek, enquête onder jongeren ter beantwoording van deelvraag 3. Kwantitatief onderzoek, enquête onder bewoners omgeving Sophiapark. Kwalitatief onderzoek, interviews met verschillende functionarissen uit het integrale netwerk ter beantwoording van deelvraag 4. 3.2.1

Literatuuronderzoek (deelvraag 1 & 2)

Allereerst is er gestart met literatuuronderzoek om tot de benodigde informatie te komen en een beeld te kunnen vormen van de omvang van het onderwerp. Door uitgebreid deskresearch te verrichten op internet, waaronder google scholar, is er met de volgende trefwoorden (of combinaties) gezocht: “preventive measures for youth nuisance”, “youth nuisance, using sports to control deviance and violence among youths”, “social inclusion, targeted programs”, “preventing youth nuisance in public places”, “hang around youth”, “hang around youth spots”, “voorkomen van hangjongeren overlast”, “onvervulde behoefte hangjongeren”, “street coaches youth nuisance”, “street coaches youth development” en “approach loitering youth” Door middel van deze zoektermen zijn de bronnen gevonden die opgesomd zijn in de literatuurlijst. Ook is relevante literatuur gevonden op basis van de sneeuwbalmethode waarbij steeds in de literatuurlijst van relevante artikelen werd gekeken. Wanneer in de literatuurlijst van een relevant artikel een mogelijk interessante aanvulling stond werd deze via de zoekmachine opgezocht. Daar werd dan veelal het juiste artikel gevonden en nagegaan of die ook echt relevant was voor het onderzoek of niet. Door het verzamelen van deze data kunnen deelvraag 1 en 2 worden beantwoord.

Daarnaast geeft deze data een waardevolle basis voor het opstellen van enquêtes en interviewvragen die gebruikt worden om deelvraag 3 en 4 te beantwoorden. 3.2.2

Kwantitatief onderzoek jongeren (deelvraag 3)

Een quotumsteekproef is toegepast bij het onderzoek onder (hang)jongeren. Doordat het in de wintermaanden ook wel lastig bleek voldoende jongeren te treffen op de overlast locatie is er besloten de tijd te nemen totdat er een quotum behaald werd. Aangezien de jongeren binnen dit onderzoek een grote rol spelen is er gekozen om enquêtes af te nemen. Op deze wijze konden er toch veel meningen van jongeren verzameld worden en kon het onderzoek binnen de vooraf bepaalde tijdsplanning afgerond worden. 3.2.3

Kwantitatief onderzoek bewoners

Bij het onderzoek onder bewoners is gebruik gemaakt van een doelgerichte steekproef. Omdat er gekozen is overlast te onderzoeken op een specifieke locatie in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, is 17

er doelgericht ook onderzoek gedaan naar de bewoners van die locatie. Om van de vele bewoners toch zoveel als mogelijk een respons te ontvangen, is er gekozen voor een enquête. Alle bewoners hebben op deze wijze, op het zelfde moment, respons kunnen geven. De bijdrage van de bewoners is gezien als een ‘bijvangst’ van het onderzoek. Om een globaal beeld en veel respons te krijgen is de enquête simpel, kort en bondig gehouden. 3.2.4

Kwalitatief onderzoek Integrale netwerk (deelvraag 4)

Om een beeld te krijgen van het integrale netwerk en de persoonlijke meningen van specialisten, zijn er verschillende interviews afgenomen in februari 2022, waarbij onderscheid is gemaakt in 5 verschillende subgroepen. Er is gebruik gemaakt van semigestructureerde interviews om de deelvragen gestructureerd te kunnen beantwoorden. Deze wijze gaf ook ruimte om op sommige vragen dieper in te kunnen gaan. Alle geïnterviewde personen is gevraagd of het interview opgenomen mocht worden. Allen hebben hier toestemming voor gegeven. De getranscribeerde gesprekken zijn op te vragen bij de onderzoeker.

3.3 Meetinstrumenten kwantitatief en kwalitatief onderzoek Aan het begin van de enquêtes (voor bewoners en jongeren) staat een korte introductie en wordt uitleg en een tijdsindicatie gegeven. Daarnaast wordt gevraagd toe te stemmen met deelname aan het onderzoek. Tijdens deze instructie worden de respondenten er ook op geattendeerd dat hun deelname aan de enquête op elk gewenst moment stopgezet kan worden en dat alle gegevens anoniem verwerkt zullen worden. Hierna moeten de respondenten de enquête invullen. De volledige enquêtes zijn te vinden als bijlage van dit onderzoek (bijlage 4 en 5). Voor aanvang van het interview is nogmaals uitleg gegeven over het doel van het onderzoek en het belang van een eerlijke mening. Door het karakter van een semi-gestructureerd interview konden gerichte vragen gesteld worden die een relatie hebben met het theoretische kader en kon er, wanneer dat nodig werd geacht, verdieping gezocht worden door het stellen van aanvullende vragen. Daarnaast zijn de vragen van het interview gegroepeerd in bepaalde categorieën waardoor analyse goed gedaan kon worden op basis van de categorieën. Middels het verzamelen van deze data kan deelvraag 4 worden beantwoord. Alle interviews zijn getranscribeerd en kunnen worden opgevraagd bij de onderzoeker. 3.3.1

Betrouwbaarheid en validiteit

Om de betrouwbaarheid en validiteit van het meetinstrument te waarborgen wordt de enquête aan een kleine groep jongeren, die niet direct binnen de populatie vallen, voorgelegd (ook de enquête onder bewoners is voorgelegd aan een selectieve groep volwassenen). Door een kleine pilot naar de praktische bruikbaarheid van de enquête te doen kan worden gemeten of de beoogde respondenten daadwerkelijk de vragen uit de enquête begrijpen en dus de betrouwbaarheid. Hiermee wordt ook nagegaan of middels de enquête wordt gemeten wat we willen meten en dus de validiteit. Voor enquêtes onder de bewoners zijn er geen uitzonderingen gemaakt. Elke bewoner die mogelijkerwijs last kan hebben (gehad) van jongeren in het Sophiapark, heeft de kans gehad een enquête in te vullen. Tot slot zijn de interviews afgenomen onder alle primaire deelnemers van het integrale netwerk om de betrouwbaarheid te waarborgen.

3.4 Populatie, steekproef en dataverzameling 3.4.1

Literatuuronderzoek

In de literatuur is enkel gebruikt gemaakt van bronnen niet ouder dan 15 jaar. De term ‘jeugdoverlast’ wordt vertaald als ‘youth nuisance’, echter wordt deze term in de internationale literatuur niet veel gebruikt. Deze term wordt al snel vertaald naar ‘crime’ waardoor ook veel bronnen over jeugdcriminaliteit bezocht zijn. Toch heeft deze literatuur een grijs gebied/overlap welke van toepassing lijkt te zijn op preventieve maatregelen tegen jongerenoverlast. Deze resultaten zijn dan ook geanalyseerd en het bruikbare is meegenomen in het onderzoek. Na een analyse van verschillende gevonden bronnen, ontstond een duidelijk onderscheid tussen informatie gebaseerd op een enkele bron en informatie uit verschillende bronnen die elkaar aanvulde of bevestigde. Doordat er 18

verschillende ‘single-source’ voorbeelden van preventieve maatregelen tegen jongerenoverlast te vinden zijn, veroorzaakte dit in het begin een wirwar aan uiteenlopende informatie. Om toch structuur te bieden binnen het onderzoek is er besloten de informatie te kaderen, door deze kadering is de focus komen te liggen op 4 hoofdgroepen en is er duidelijk onderscheid gemaakt tussen betrouwbare informatie en niet of minder betrouwbare informatie. Deze laatste groep komt nagenoeg niet terug in het getoonde literatuuronderzoek. De vier overgebleven groepen van het literatuuronderzoek zijn de ontwikkeling en omgeving van jongeren, activiteiten & faciliteiten, de rol van de gemeente (bestuursmaatregelen) en het integrale netwerk. Deze vier genoemde hoofdgroepen zijn ook de 4 ‘lijnen’ die in het verdere kwantitatieve en kwalitatieve onderzoek zijn toegepast om de structuur van het onderzoek te behouden. De vragen gesteld in de enquête aan bewoners en aan de jongeren, zijn gebaseerd op deze 4 hoofdgroepen. Ook de interviewvragen aan de functionarissen binnen het integrale netwerk zijn op deze wijze gestructureerd. 3.4.2

Kwantitatief onderzoek: enquête jongeren

Omdat naar verwachting en volgens de literatuur jongeren veelal buiten de schooluren (en in vakanties) op hanglocaties bij elkaar komen vond het onderzoek onder jongeren plaats in de avonduren. Om onderscheid te maken tussen voorbijgaande jongeren en daadwerkelijke hangjongeren werd vooraf eerst van enige afstand geobserveerd voordat jongeren gevraagd werd mee te werken aan het onderzoek. Voor het invullen van de enquête werden 30 jongeren gevraagd. Niet alle jongeren wilden hieraan meewerken. Er is doorgezocht totdat het quotum van 30 bereikt werd. Het onderzoek bestond uit het invullen van een enquête. Allereerst werd uitleg gegeven over het onderwerp, de rol van jongeren en het belang van het invullen van de enquête. Deze enquête stelde 36 vragen, zowel meerkeuzevragen als 5-punts Likertschaal vragen. De enquête in opgenomen in de bijlage. Binnen grotere groepen jongeren wilden niet alle jongeren meewerken aan het onderzoek. Wel viel op dat sommige jongeren zich niet lieten leiden door de groepsdruk en er voor kozen wel te willen meewerken. Daarbij moet worden vermeld dat de afname periode in december en januari plaatsvond. Twee maanden die relatief koud zijn waardoor de kans aanwezig is minder jongeren te treffen dan in warme zomermaanden. Daarentegen was december wel de maand waarin ook veel vuurwerkoverlast ervaren werd.

In die twee maanden werden de enquêtes onder jongeren afgenomen op verschillende dagen en tijden, wat bijdroeg aan een verspreid publiek aan jongeren. Alle enquêtes werden individueel ingevuld zonder overleg met elkaar, het belang hiervan is van te voren ook aangegeven. Na het invullen zijn er eveneens gesprekken geweest met de jongeren. De resultaten van de enquêtes en de gesprekken met de jongeren dragen eraan bij, antwoord te geven op deelvraag 3. In het kader van het uitgevoerde kwantitatieve onderzoek zijn alleen volledig ingevulde enquêtes verwerkt. Daarnaast zijn enquêtes enkel afgenomen bij jongeren die aanwezig zijn in het Sophiapark en in de leeftijdscategorie 12 tot 24 jaar. Voordat de data geanalyseerd kon worden zijn de enquêteresultaten verwerkt in Excel. 3.4.3

Kwantitatief onderzoek: enquête bewoners

De bewoners rondom het Sophiapark (focusgebied) waren in eerste instantie niet meegenomen in het onderzoek. Echter uit literatuuronderzoek kwam naar voren dat bewoners een belangrijke rol (kunnen) spelen als het gaat om preventieve maatregelen tegen jongerenoverlast. Dit resulteerde er echter wel in, dat het onderzoek groter werd dan gepland en dat er meer tijd genomen moest worden. Ondanks dat deelvragen van dit onderzoek niet gebaseerd zijn op de doelgroep bewoners, wordt verwacht toch relevante informatie te achterhalen. Deze informatie wordt verwerkt binnen de 4 hoofdlijnen van het onderzoek. Nagenoeg alle bewoners die mogelijk in aanraking kunnen komen met overlast van jongeren in het focusgebied (Sophiapark) hebben een enquête ontvangen. De bewoners is gevraagd hun mening te geven over de ervaren overlast, hun mening over de rol van politie en de gemeente en hun ideeën over eventuele preventieve oplossingen tegen jongerenoverlast in het Sophiapark. Door het afnemen van enquêtes wordt beoogd deze informatie te achterhalen bij zo veel als mogelijk betrokken bewoners. Om te bepalen welke bewoners betrokken zijn is er voor het uitvoeren van dit kwalitatieve onderzoek (na het literatuuronderzoek) een oriënterend gesprek geweest tussen de onderzoeker en de ‘Commissie Leefbaar Sophia’.

Een verenging die in contact staat met de bewoners en de belangen behartigt van de bewoners en op die wijze wil bijdragen aan de leefbaarheid van het Sophiapark. Uit de gesprekken kwam naar voren dat alle 3 de delen grenzend aan het Sophiapark 19

overlast ondervinden: De Pallisade, de Sophiasteate en de Sophiapromende (zie foto bijlage 2). Waarbij voor een deel van de Sophiastaete ook benoemd werd dat aan de achterzijde overlast wordt ervaren aan de aangrenzende schoolpleinen waar zich ‘s avonds ook jongeren verzamelen. Uit het gesprek kwam naar voren dat er verder vooral overlast wordt ervaren voor de winkels en op andere delen van het Sophiapark. Naar aanleiding van dit gesprek is er besloten alle betrokken bewoners een enquête voor te leggen. Door deze vorm van fieldresearch wordt beoogd een zo betrouwbaar mogelijk beeld te vormen. Deze enquête bestond uit meerkeuzevragen en 5-punts Likertschaal vragen. Zo zijn er 225 enquêtes inclusief retourenveloppen (van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht) bij bewoners in de brievenbus gestopt (zie foto’s bijlage 6). Doordat het overgrote deel van de bewoners bestaat uit ouderen is er bewust gekozen de enquêtes analoog af te nemen in plaats van digitaal. Dit vergemakkelijkt het invullen van de enquêtes voor ouderen. Op de sticker van de enveloppe is kort omschreven wat het belang van het onderzoek is en waarom de mening van bewoners van grote waarde is (zie foto bijlage 6). De enveloppen zijn in de eerste week van december verspreid.

In de uitleg van de enquête wordt bewoners verzocht de ingevulde enquête middels de bijgeleverde retourenveloppe niet later dan 31 december 2021 te versturen. Van de 225 enquêtes zijn er 123 ontvangen bij de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Eén enquête is uitgesloten van dit onderzoek vanwege onduidelijk respons. Deze hoge respons benadrukt de relevantie en urgentie van het onderzoek. Voordat de data geanalyseerd kon worden zijn de enquêteresultaten verwerkt in Excel. 3.4.4

Kwalitatief onderzoek: interviews integrale netwerk

Het integrale netwerk speelt een belangrijke rol in het onderzoek. De verschillende specialisten die vanuit hun eigen vakgebied ervaring hebben met jongerenoverlast en de bestrijding hiervan. Om beeld te krijgen wie er een rol spelen in dit onderwerp is hiervoor het netwerk inzichtelijk gemaakt (zie bijlage 1). Vanuit dit overzicht is besloten de primaire contacten (betrokkenheid bij doelgroep) te verzoeken mee te werken aan een interview. Zo zijn interviews afgenomen bij partners die daadwerkelijk een relatie hebben met hangjongeren of de overlast ervan. Voor de volledigheid is er ook gekozen contact op te nemen met de gemeente Zwijndrecht en de jongerenwerkers uit Zwijndrecht omdat zij eveneens met dezelfde doelgroep te maken hebben. Deze contacten zijn: BOA’s, politie, jongerenwerkers Hendrik-Ido-Ambacht (Baxhuis), Hi5Ambacht, beveiliging Hendrik-IdoAmbacht, straatcoaches Hendrik-Ido-Ambacht/Zwijndrecht en jongerenwerkers/gemeente Zwijndrecht. Deze partijen zijn per mail gevraagd mee te werken aan het onderzoek. In die mail is het doel van het onderzoek aangegeven en dat de gesprekken worden opgenomen voor verdere verwerking van de informatie. Alleen de beveiliging Hendrik-Ido-Ambacht kon vanwege omstandigheden niet meewerken aan het onderzoek.

Dit semi-gestructureerde interview is dan ook afgenomen onder 5 verschillende partijen: BOA’s, politie, jongerenwerkers Hendrik-Ido-Ambacht (Baxhuis), Hi5Ambacht en straatcoaches Hendrik-Ido-Ambacht/Zwijndrecht. Tot slot zijn ook de gemeente Zwijndrecht en jongerenwerk Zwijndrecht (Diverz) betrokken. Vragen uit het hiervoor genoemde interview (met verdieping) die ook betrekking hebben op de buurgemeente Zwijndrecht, zijn per mail gesteld, beantwoord en verwerkt binnen het onderzoek. Bij het stellen van de vragen is er rekening gehouden met de resultaten uit het literatuuronderzoek. De onderzoeker is opzoek gegaan naar het bevestigen dan wel ontkrachten van bepaalde gevonden literatuur. Zo zijn er vragen gesteld over de rol van de gemeente en partners van het integrale netwerk, maar ook naar het contact en de ervaringen met jongeren. Daarnaast is getracht de geïnterviewde zo veel als mogelijk vrijheid te geven in het bieden van eigen oplossingen. Tijdens de interviews heeft de onderzoeker ook bepaalde geanalyseerde gegevens van de enquêtes onder jongeren gedeeld. Op deze wijze werd gezocht naar verklaringen voor bepaalde constateringen van de onderzoeker.

3.5 Analyse van de data Zowel de enquêtes onder jongeren als de enquêtes onder bewoners zijn verwerkt in het programma Excel. Horizontaal zijn alle vragen vermeld, verticaal alle respondenten en hun antwoorden die gegeven zijn per vraag. Door de antwoorden te categoriseren kon achteraf de data makkelijk geanalyseerd worden. Ook werd op deze wijze de data snel en overzichtelijk ingedeeld waardoor ook berekeningen makkelijk gedaan konden worden. De interviews onder het integrale netwerk zijn allen getranscribeerd. Doordat vragen gesteld zijn in bepaalde volgordes konden deze op gemakkelijke wijze bij elkaar gevonden worden onder de verschillende getranscribeerde interviews. Dit maakten het opstellen van het uiteindelijk verslag gemakkelijk en helder. 20

4. Resultaten Het onderzoek is verricht onder jongeren, bewoners en het integrale netwerk. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste resultaten benoemd. Allereerst zullen de resultaten uit de enquêtes onder jongeren worden toegelicht, hier wordt gesproken over vrije tijd, activiteiten en faciliteiten, invloed via school en overlast. Aansluitend wordt het kwantitatieve onderzoek onder bewoners toegelicht, een beknopt onderzoek naar overlast, de oorzaak en mogelijke oplossingen ervan. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een verslag gemaakt uit de interviews met partners uit het integrale netwerk. Dit deel loopt uiteen van beïnvloeding uit de sociale omgeving, activiteiten en faciliteiten, effectieve bestuursmaatregelen en de onderlinge samenwerking van het integrale netwerk.

4.1 Resultaten kwantitatief onderzoek: enquête jongeren 4.1.1

Algemeen

Voor het beantwoorden van deelvraag 3 is er onderzoek gedaan onder de jongeren van Hendrik-IdoAmbacht. Van deze groep was ruim 85% man en 15% vrouw. Een groot deel (85%) van deze jongeren heeft een leeftijd tussen de 14 en 16 jaar. De overige 15% bestaat uit 12 of 13 jarige en één 17 jarige. 67% is woonachtig in Hendrik-Ido-Ambacht, het restant komt respectievelijk uit Zwijndrecht (22%) of Ridderkerk (3,7%). Door 67% van deze jongeren werd de financiële situatie thuis ingeschat als ‘geld is geen probleem’. 7,5% gaf aan dat ze ‘thuis niet veel uit te geven hebben’. 4.1.2

Vrije tijd

Jongeren geven verschillend aan hoeveel uur vrije tijd ze per week hebben. Slechts 7,5% geeft aan dat dit tussen de 1-3 uur per week is. Het overgrote deel, 70%, schat dit in tussen de 4-12 uur. Bijna een kwart (22%) ervaart vrijetijdsbesteding als meer dan 12 uur per week. In de vrije tijd houden jongeren ervan tijd te besteden aan sport, hangen met vrienden, gamen of zich bezighouden met werk. De reden dat jongeren in hun vrije tijd naar het Sophiapark komen is omdat het Sophiapark dicht bij de winkels is en het een handige centrale plek is. Meer dan de helft (56%) geeft aan omdat ze hier samenkomen met vrienden.

Aantal uur vrije tijd per week

1-3 uur 4-6 uur 7-9 uur 10-12 uur

12+ uur

Figuur 1: Aantal uur vrije tijd jongeren per week

4.1.3

Activiteiten en faciliteiten

Jongeren zijn over het algemeen bekend met de locaties die speciaal ingericht zijn voor jongeren (Baxhuis, JOP en verwijsplekken). Toch geeft nog 26% aan hier niet van op de hoogte te zijn. 74% van de jongeren gaf aan de locaties wel te kennen, maar 48% daarvan gaf ook aan dat dit niet aansloot op de behoefte. Het aanbod van activiteiten is niet bij alle jongeren bekend. Zo geeft 41% aan niet op de hoogte te zijn dat jongerenwerk activiteiten organiseert. 56% weet het wel maar hebben hier naar eigen zeggen nooit aan mee gedaan. Slechts 1 respondent geeft aan wel eens aan een activiteit te hebben deelgenomen. Van alle jongeren is 81% van mening dat er dus ook onvoldoende aanbod is wat hen aanspreekt. Op de vraag hoe het contact is met jongerenwerkers, geeft 74% aan nog nooit te hebben gesproken met een jongerenwerker. Ook 56% heeft geen idee hoe in contact te komen met jongerenwerk. Tot slot is 41% van mening dat ze eerder gebruik maken van het Baxhuis wanneer deze een vrije inloop heeft.

21

4.1.4

Invloed via school

Een enkeling geeft aan dat er op school weleens gesproken is over de invulling van je vrije tijd. Volgens 89% van de jongeren is daar op school nog nooit over gesproken. Opvallend is dat bijna 30% wel aangeeft dat er op school gesproken wordt over overlast. De andere 70% geeft aan van niet. Volgens de helft (50%) van de jongeren wordt er wel gesproken over ‘normen en waarden, hoe te gedragen in de openbare ruimte’. 4.1.5

Overlast

De jongeren zijn gevraagd naar hun mening over de overlast. Bijna de helft (48%) geeft aan nooit te zijn aangesproken door omwonende op hun gedrag. Van de overige 52% die weleens is aangesproken heeft bijna de helft geen goed gevoel overgehouden aan het gesprek. Op de vraag of men weleens is aangesproken door de politie, bevestigd 74% dit. Ruim de helft (52%) heeft dit met een ‘goed gevoel’ afgesloten. Op de vraag of er veel politiecontrole is, wordt er over het algemeen verdeeld gereageerd. De relatie met handhaving in het algemeen (BOA en Politie) ervaart 44,5% ‘neutraal’, 30% is overwegend positief. Naar eigen zeggen is 2/3de van de jongeren ervan overtuigd dat overlast kan verminderen door het bieden van werk, sportactiviteiten en (overdekte) jongerenplekken.

4.2 Resultaten kwantitatief onderzoek: enquête bewoners 4.2.1

Algemeen

Uit de 122 respondenten is 47% vrouw, 49% man en heeft 4% de enquête als echtpaar ingevuld. Over het algemeen zijn de respondenten ouder dan 50 jaar (93%), waarvan 59% de leeftijd van 70 is gepasseerd. 36 respondenten zijn woonachtig in de Palissade, 25 in de Sophiastaete, 56 op de Sophiapromenade en 5 in de toren. 4.2.2

Overlast

Van alle respondenten geeft ruim 86% aan persoonlijk weleens last te hebben gehad Jongeren niet durven aan te spreken van hangjongeren. Dit overlast varieerde van voornamelijk geluidsoverlast (vuurwerk, schreeuwen, voetbal) tot aan in de weg staan voor de winkels, afval op straat of het krijgen van een grote mond wanneer men Eens de jongeren aanspreekt. Een derde (34%) Deels eens geeft aan wel de jongeren aan te spreken. Dit gebeurt veelal op basis van regels en/of Neutraal gedrag. Echter toch 66% van de Deels oneens respondenten speekt, bij de ervaring van overlast, de jongeren niet (meer) aan. Bijna Oneens de helft (46%) van hen voelen zich onveilig rondom jongeren in het Sophiapark en durven dit niet meer. Een deel (18%) van deze populatie geeft concreet aan dat dit te maken heeft met de weerstand of een ‘grote Figuur 2: Jongeren niet durven aan te spreken mond’ die zij ervaren. Tot slot beweert ruim 52% dat de aanwezigheid van hangjongeren zijn of haar woonplezier verpest. 4.2.3

Oorzaak en oplossing

Volgens een overgroot deel van de respondenten ligt vooral het probleem, maar ook de oplossing, niet bij hen. Meer toezicht door ouders (12%) of het wegnemen van de verveling bij jongeren (33,3%) zou een oplossingsrichting kunnen zijn. Van alle respondenten is 60% er dan ook van overtuigd dat er meer activiteiten en faciliteiten moeten komen voor jongeren. Een enkeling pleit voor het verwijderen van de dug-out, de inzet van burgerpolitie of strenger bekeuren als een oplossing om de overlast te

22

verminderen. Dat de politie zich vaker moet laten zien in het Sophiapark zijn de meeste respondenten wel van overtuigd (84%). 4.2.4

Weten en willen

Een kleine 70% weet hoe in contact te komen met de gemeente, slechts 16% geeft aan niet te weten hoe ze dit moeten doen. Bij de beantwoording van deze vraag is 14% neutraal gestemd. De rol van een jongerenwerker is bij de meeste respondenten overwegend onbekend (59%), 21% geeft aan hier niet onbekend mee te zijn. Op de vraag of de respondenten het zien zitten om activiteiten samen met de jongeren te organiseren, geeft 89% aan dit niet te zien zitten. Ook in een rol als vrijwilliger heeft 95% geen interesse, verschillende respondenten geven aan dat ze zich daar te oud voor vinden.

4.3 Resultaten kwalitatief onderzoek: interviews integrale netwerk 4.3.1

Algemeen

Door onder verschillende partners van het integrale netwerk een vergelijkbaar interview af te nemen is er getracht inzicht te krijgen in wat er speelt omtrent jongerenoverlast in het Sophiapark. Met vergelijkbaar interview wordt bedoeld dat de interviewvragen voor alle partner op dezelfde wijze zijn ingedeeld in 4 verschillende categorieën, namelijk; een introductie op de overlast, (de rol van) de gemeente (bestuursmaatregelen), activiteiten & faciliteiten en het integrale netwerk. 4.3.2

Intro Problematiek hangjongerenoverlast

Een vraag die in alle interviews regelmatig de boventoon voerde is de vraag wat nu de overlast is en wat de oorzaak ervan is. De meningen hierover zijn uiteenlopend, zo denkt de politie dat een groot deel te wijten is aan de bebouwing. De opzet van de appartementen in de vorm van een kom, het niet doorvoeren van bouwkundige oplossingen (zoals isolatie) en de dubbele balkonnetjes, dragen niet bij aan het verminderen van geluidoverlast. Daarnaast trekt de locatie de jeugd ook aan. Zowel straatcoaches, jongerenwerkers als politie geven hierbij aan dat dat logisch is vanwege de centrale locatie tussen Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht, winkels, de sporthal en het voetbal- en basketveldje. Geen van de geïnterviewde is van mening dat er op dit moment excessief overlast is. Daarnaast geven verschillende partners (politie, jongerenwerk) aan dat het inmiddels bij de bewoners al erg hoog zit waardoor men erg snel van overlast spreekt terwijl dit mogelijk meevalt. Een groot deel van de omwonende geeft ook aan jongeren niet (meer) aan te spreken, waarvan een deel dat niet doet vanwege angst. De perceptie die omwonende hebben van de jongeren “Als je er open instapt en je speelt hierin een belangrijke rol.

Zo wordt door de begint een open gesprek jongerenwerker en de straatcoach aangegeven dat alle vertellen ze vanzelf ook allemaal jongeren goed aanspreekbaar zijn, het is daarbij wel leuke dingen” Jongerenwerk belangrijk jongeren op de juiste wijze te benaderen. De politie bevestigt dit en voegt toe dat de zelfredzaamheid van omwonenden (ouderen) nu eenmaal erg laag lijkt te zijn. Tot slot moet worden opgemerkt dat zowel politie, straatcoach, jongerenwerk als Hi5Ambacht aangeven dat het vaak om specifieke groepjes gaat, die voor overlast zorgen. In ieder geval de politie als ook de straatcoach hebben goed inzichtelijk om welke jongeren dit gaat. 4.3.3

Beïnvloeding via middelbare scholen en ouders

Hi5Ambacht en jongerenwerk geven beide aan dat er weinig invloed uitgeoefend wordt via de middelbare scholen. Hendrik-Ido-Ambacht kent geen middelbare scholen, jongeren vanuit HendrikIdo-Ambacht gaan voor een groot deel naar school in Zwijndrecht. De wens om bijvoorbeeld ambulante rondes te lopen tijdens de pauzes is er wel, echter lijkt dit op het moment volgens jongerenwerk niet mogelijk vanwege een convenant. Volgens de gemeente Zwijndrecht is het wel mogelijk, de gemeente Zwijndrecht geeft daarbij aan dat zij er net als jongerenwerk Zwijndrecht, positief tegenover staan. Het is zelfs nodig om een juiste en gerichte aanpak te kunnen verwezenlijken. Beïnvloeding via basisscholen lijkt naar eigen zeggen succesvol te verlopen door Hi5ambacht. Er is in Ambacht niet direct een rol weggelegd voor de ouders als het gaat om het contact met de jongeren in de wijken of op locaties waar overlast gepleegd wordt. In sommige 23

gemeentes in Nederland wordt dit bijvoorbeeld wel gedaan in de vorm van buurtmoeders of -vaders. Wel worden ouders van overlastgevende hangjongeren betrokken, zo worden ze benaderd als blijkt dat hun kind voor een bepaalde mate van overlast heeft gezorgd. De politie gaat naar eigen zeggen op bezoek bij ouders om het gesprek aan te gaan. Ook wanneer blijkt dat een jongere uit een omliggende gemeente komt, neemt de politie contact op (dan wel via politie van “Daar waar we iets kunnen en naastgelegen gemeente) met de ouders voor een goed hebben dan nemen we zeker gesprek. Volgens de gemeente Zwijndrecht is dit andersom contact op met de ouders”. Politie niet het geval, zij betrekken tot nu toe enkel de ouders van jongeren die overlast veroorzaken en woonachtig zijn in Zwijndrecht. 4.3.4

Bestuursmaatregelen – De gemeente

Op de vraag hoe het integrale netwerk aankijkt tegen de bestuursmaatregelen die de gemeente hanteert, zijn de meeste geïnterviewde van mening dat preventie meer vruchten afwerpt dan repressie. Met jongeren in gesprek kunnen gaan, weten wie ze zijn en waar behoefte aan is speelt hierin een belangrijke rol. Toch geven jongerenwerk en de politie aan dat bestuursmaatregelen wel effect hebben. Het preventief fouilleren en optreden in “burger” heeft wel indruk gemaakt maar is volgens jongerenwerk ook niet de oplossing. Het gebruik van camera’s t.b.v. kentekenregistratie lijkt steeds minder op te leveren, jongeren weten inmiddels goed hoe ze de camera’s kunnen ontwijken of houden iets voor het kenteken zodra ze het camerapunt passeren, volgens de straatcoach en politie. Wel is de politie net als BOA blij met de camera’s die bij de winkels hangen, deze leveren vaak wel wat identiteiten op in het geval van vernielingen. Het werkt wel, maar is niet de oplossing. Het samenscholingsverbod is vooral voor de politie een stok achter de deur om jongeren te verwijzen naar andere locaties, echt voorstander ervan zijn ze niet, er kleven ook nadelen aan. Dat de overlast op dat moment “Maar dan ontstaat er ook het vermindert rondom het Sophiapark is men het wel over waterbedeffect. Je lost het niet eens, echter geven BOA, politie, jongerenwerk en de op, je verplaatst het alleen”.

Politie straatcoach ook aan dat het zich enkel verplaatst naar een andere locatie. Zeker omdat jongeren tegenwoordig snel mobiel zijn door communicatie via social media (volgens jongerenwerker). 4.3.5

Activiteiten & faciliteiten

Activiteiten voor kinderen/jeugd tot de leeftijd van 12-15 jaar lijkt Hendrik-Ido-Ambacht met behulp van Hi5Ambacht goed voor elkaar te hebben. Zo worden er structurele en incidentele activiteiten georganiseerd. Er is contact via scholen met de jeugd en ook na groep 8 probeert men contact te onderhouden via Social Media. Na de leeftijd van 15, ‘stromen’ ze door naar jongerenwerk. Maar wat is er dan nog te doen voor de jongeren in Hendrik-Ido-Ambacht? Volgens de BOA heeft Hendrik-IdoAmbacht dit goed op orde. Centraal bij elkaar is er in en rondom het baxpark voor de jongeren het volgende te vinden; een sporthal, zwembad, skatepark, Hi5ambacht, het baxhuis en sportverenigingen wat ervoor zorgt dat het aanbod divers is. Een ander deel van dit netwerk geeft aan dat dit aanbod onvoldoende is en dat er nog veel ontwikkeld kan worden en meer structuur in moet komen. Jongerenwerk, politie, Hi5Ambacht en de straatcoach geven allen aan dat er onvoldoende aanbod (activiteiten en faciliteiten) is. De redenen hierover lopen uiteen. De uitgaansgelegenheden zijn minder geworden, er is geen plek meer waar jongeren tot een uurtje of 12 kunnen samenkomen (zoals de Blue “Er is te lang niet voldoende Lagoon in Zwijndrecht vroeger) volgens de straatcoach en aanbod geweest”. Hi5Ambacht Hi5Ambacht. Volgens de politie zoeken jongeren het nu op in Breda of Rotterdam.

Ook bestaan er veel verschillende jongerengroepen die ieder andere interesse hebben en daarnaast is het niet altijd verstandig om verschillende van dit soort groepjes bij elkaar te zetten (in bijvoorbeeld een Baxhuis), omdat dit volgens jongerenwerk en de straatcoach niet altijd goed matcht. Het Baxhuis levert op dit moment een beperkt aanbod voor de jongeren, door het tekort aan personeel, het nieuwe team dat de doorstart verder moet ontwikkelen, beschikbare ruimte (Baxhuis onder andere moeten delen met de muziekschool en de Ridderhal (sportzaal) regelmatig niet beschikbaar) en het sluiten van de vrije inloop kunnen jongeren alleen terecht ‘op afspraak’. Ondanks dat jongerenwerk hun handen vol heeft aan de afspraken die ze kunnen maken met de jongeren, is dit 24

volgens het integrale netwerk onvoldoende in vergelijking met de populatie jeugd in Hendrik-IdoAmbacht. Daarbij moet rekening worden gehouden dat de komende jaren er nog meer jongeren bij zullen komen in Hendrik-Ido-Ambacht door de grote aanwas van kinderen. Het Baxhuis lijkt daarnaast niet meer aantrekkelijk te zijn voor vele jongeren (zie ook enquête resultaten), er wordt hard gewerkt dit te verbeteren. Volgens Hi5Ambacht en de politie is het hierbij van belang dat het ook een positiever imago krijgt. Men associeerde het Baxhuis met een plek waar onder andere verdovende middelen worden/werden gebruikt. Dit schrikt veel jongeren (en ouders) af waardoor er minder gebruik van werd gemaakt. Er zullen ook altijd wel jongeren zijn die helemaal nergens terecht kunnen, of gewoonweg willen hangen “In Zwijndrecht worden de met vrienden. Het hoort ook wel bij de leeftijd om je te meeste JOP’s druk bezocht”. Gemeente Zwijndrecht vervelen en niks leuks te vinden (politie/BOA). Volgens Hi5Ambacht verdient iedere jongere in Ambacht een plek waar hij of zij mag zijn. Naar ieders interesse en niveau moet er dan ook voldoende aanbod zijn. Een JOP is volgens Hi5Ambacht wel een laatste stap, aldus Hi5Ambacht. De BOA heeft twijfels over de JOP, jongeren laten zich volgens de BOA niet zo makkelijk in een JOP krijgen omdat ze toch wel hun eigen plek zoeken.

Volgens de straatcoach is een JOP voor sommige groepen wel werkbaar. Uit gesprekken tussen de straatcoach en jongeren is gebleken dat het waterdicht maken van een JOP hierin een grote rol speelt. Bij uitstek ook een locatie waar straatcoaches met de jongeren in gesprek kunnen gaan. Dan moeten er ook wel voldoende “Je wilt eigenlijk voorkomen JOPs zijn volgens jongerenwerk. Ambacht kent er 2 terwijl dat jongeren naar een JOP Zwijndrecht 7 JOPs kent. Ook de container (JOP) op de gaan”. Hi5Ambacht ringdijk tussen ambacht en Zwijndrecht is niet aantrekkelijk, het is er erg donker, onhygiënisch, obscuur en onder graffiti volgens jongerenwerk. Van een MOP is niet iedereen overtuigd. Politie, BOA, jongerenwerk en de straatcoach geven aan hier wel wat in te zien, maar vragen zich af of dit voor de lange termijn werkbaar is. Doordat het niet structureel is, jongeren zich altijd verplaatsen en volgens de straatcoach ‘niemand zo’n ding voor z’n deur wil’ lijkt het onvoldoende op te gaan brengen. Ook is de politie van mening dat zo’n MOP natuurlijk maar voor een beperkt aantal jongeren beschikbaar is. Volgens politie en BOA wel het proberen waard. De straatcoach voegt er aan toe dat het wellicht meer iets is voor de wat jongeren kinderen wanneer het buiten slecht weer is. 4.3.6

Het integrale netwerk

Uit de interviews blijkt dat een groot deel van de partners behoefte heeft aan meer tijd voor de jongeren, alleen Hi5Ambacht is tevreden met de bezetting. De straatcoaches worden momenteel ingezet op projectbasis. Zij zijn werkzaam voor de gemeente Zwijndrecht en sinds kort doen ze ook projecten voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Zo zijn ze ingezet op het vuurwerkoverlast in onder andere het Sophiapark. Voor enkel het Sophiapark zegt de straatcoach al gauw 10 uur per week nodig te hebben om goed in contact te komen met de jongeren. Aangezien dit op het moment geen onderdeel is van het project wat de straatcoaches draaien zijn zij daar momenteel niet aanwezig. Jongerenwerk geeft aan dat ze ambulante rondes doen op maandag- woensdag- en vrijdagavond. Een ambulante ronde die een parttimer 1 keer per week doet en een fulltimer zo’n 2 keer per week. De wens is er om in de toekomst ook vaker ‘s middags langs te kunnen. Daarnaast bestaat het team jongerenwerk maar uit 4 personen. De BOA geeft aan enkel een half uur per week in het Sophiapark te zijn, hier zouden eigenlijk nog 2 koppels bij moeten in verhouding met het aantal bewoners in Hendrik-Ido-Ambacht. De gemeente Zwijndrecht kent 7 BOA’s en 7 wijkagenten, een stuk meer dan de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht (2 BOA’s en 5 “Wij als wijkagent worden veel wijkagenten).

Naar eigen zeggen voor Hendrik-Idoingezet voor noodhulp en dat Ambacht dus veel te weinig tijd om voldoende schuurt”. Politie aanwezig te zijn in het Sophiapark. Dit zijn ook de eerste woorden van de politie op de vraag hoe vaak men in het Sophiapark aanwezig is. De politie geeft aan dat het Sophiapark wel is opgenomen in de surveillanceronde, maar dat ze met enige regelmaat als wijkagent ook worden ingezet voor noodhulp. Waar 2 jaar geleden nog regelmatig de politie op de 25

fiets en ronde kon doen, is men vanwege het personeelstekort aangewezen op de auto (i.v.m. noodhulp) en wordt de bezetting van mensen die buiten zijn steeds beperkter. Naast beschikbare tijd speelt ook kennis een rol. Bij Hi5ambacht hebben nagenoeg alle collega’s een pedagogische achtergrond. Daarnaast geeft Hi5Ambacht aan dat expertise onderling ook veel gedeeld wordt, niet alleen intern maar ook met andere partners uit het integrale netwerk, dit versterkt elkaar. De BOA geeft aan niet alleen meer tijd te willen om zich met jongeren bezig te houden maar ziet ook het belang voor de juiste kennis en opleiding. Alleen is het pakket als senior BOA te groot om zich met de huidige bezetting er dan ook mee bezig te kunnen houden. Volgens de straatcoach is het vooral van belang het ‘in je te hebben’. De straatcoach werkt op ervaring en geeft aan dat je op zo’n groep moet durven aflopen. De geïnterviewde agenten geven aan graag de cursus ‘jeugdproblematiek’ te willen volgen. Maar door meer vraag dan aanbod is het “Bij elke nieuwe groep ben ik nerveus, lastig hiervoor in aanmerking te komen, “die krijg je je weet nooit hoe er gereageerd wordt, niet standaard’. De behoefte is er wel, men ziet de maar ze ruiken het, 100%”. Straatcoach meerwaarde ervan in, het leert je nog beter omgaan met de jeugd. 4.3.7

Externe en interne samenwerking

De relatie met Zwijndrecht is volgens de BOA op BOA-niveau niet aanwezig. Wel geeft de BOA aan dat Zwijndrecht ook sinds kort een aantal BOA’s kent en zelfs nog willen gaan uitbreiden. Er wordt verwacht dan er dan ook wel meer zal worden samengewerkt op BOA-niveau tussen de twee gemeentes. Het contact met de politie onderling verloopt al tijden goed. Wanneer ouders van jongeren uit Zwijndrecht benaderd moeten worden vanwege overlast wat ze veroorzaken in Hendrik-IdoAmbacht, dan regelt de politie dit onderling. Volgens Hi5Ambacht geldt voor hun dat zij een gezamenlijke werkgever hebben binnen de Drechtsteden en daardoor de samenwerking ook goed verloopt. Op het niveau van de jongerenwerkers is er volgens de jongerenwerker nog wel veel winst te halen. Er wordt vanuit de gemeente wel verwacht dat er contact is tussen de jongerenwerkers, maar in de praktijk blijkt dit nog steeds erg lastig. De gemeente Zwijndrecht bevestigd dit, bij calamiteiten is er afstemming maar een regulier afstemmingsoverleg is er niet. Ondanks dat de wens er vanuit de gemeente Zwijndrecht ook is, lukt het vanwege de waan van de dag en het vinden van overeenstemming in alle “Jongeren houden de grenzen agenda’s, tot op heden niet. Jongerenwerk Ambacht vindt dit ook niet aan”. Jongerenwerk zonde, er is een gedeelde doelgroep dus is het uitwisselen van informatie en het samen iets organiseren, erg belangrijk.

Wanneer men kijkt naar de samenwerking onderling in Hendrik-Ido-Ambacht, is men over het algemeen tevreden. Zo wordt er een aantal keer per jaar een breed multidisciplinair-overleg gehouden. Bij de sportverenigingen en de BOA’s is volgens de jongerenwerker nog wel wat winst te halen in de samenwerking. De BOA geeft zelf ook aan dat er veel winst te halen is. Vanuit het eigen oogpunt zien ze een nauwe samenwerking met de politie, maar niet met de andere partners uit het integrale netwerk terwijl dit naar eigen zeggen toch wel prettig zou zijn. Zo hadden ze voorheen wel goed contact met het ‘oude team’ jongerenwerkers, maar met het nieuwe team is dit er niet meer. Ook de politie bevestigd dit; ambulant jongerenwerkers liepen voorheen nog weleens binnen, nu er een nieuw team in ontwikkeling is, gebeurt dit nagenoeg niet meer. De straatcoach is tevreden, hij werkt vooral vanuit zijn eigen netwerk. Elkaar beter op de hoogte houden is wel een aanbeveling van de straatcoach. De rol van de straatcoach is volgens de literatuur niet altijd even duidelijk. Dit zorgde regelmatig in Zwijndrecht (waar de straatcoach destijds werkzaam was) voor discussie volgens de straatcoach. Ook de wijze van informatiedelen bleek niet altijd helder bij alle partners. De inzet van straatcoaches lijkt hedendaags in Hendrik-Ido-Ambacht toch wel zijn vruchten af te hebben geworpen.

Niet alleen volgens de straatcoach zelf maar ook volgens Hi5Ambacht en de BOA. Hi5ambacht kent goede ervaringen met de inzet van de straatcoaches is Hendrik-Ido-Ambacht. Het creëren van een sterk netwerk en elkaar 1 op 1 goed weten te vinden heeft hieraan bijgedragen. Volgens Hi5Ambacht kunnen de signalen van bewoners die voorheen last hadden van “Dit is erg herkenbaar, onze overlast, dit bevestigen. Volgens de straatcoach zelf wordt functie is ook onduidelijk er vaak gezegd dat het delen van informatie moeizaam geweest”. Straatcoach gaat. Dit heeft volgens de straatcoach ook een reden. In zijn werk moet hij laagdrempelig zijn, wil hij vertrouwen 26

winnen bij de jongeren en mag hij niet zomaar (volgens APV) informatie delen. Ook geeft hij aan informatie wel te moeten delen met de gemeente als het gaat om de veiligheid van jongeren. Politie bevestigd ook dat de rol van straatcoach vanwege het vertrouwen nu eenmaal anders is dan die van een BOA of politie. De BOA geeft aan wel verslaglegging in te kunnen zien om hangjongerenoverlast van overdag, ’s avonds nog eens op straat te kunnen monitoren. 4.3.8

Uitbreiding van het netwerk?

Volgens de literatuur bestaat er meer dan het huidige integrale netwerk in Hendrik-Ido-Ambacht. Zo kan er gedacht worden aan de inzet van vrijwilligers, de rol van omwonende en lokale ondernemers. Ook de jeugdBOA lijkt volgens de literatuur een effectieve bijdrage te leveren aan het verminderen van jeugdoverlast. Uit de interviews is deze mogelijke uitbreiding van het netwerk ook naar voren gekomen. Uit de interviews komt veel naar voren dat er in verhouding met de hoeveelheid jongeren, behoefte is aan meer personeel. Wanneer er gevraagd wordt naar de rol van een vrijwilliger wordt hier door de partners in twee delen op gereageerd. De Straatcoach geeft aan dat een vrijwilliger bij jongerenwerk of straatcoaches geen gek idee is zolang deze raakvlakken heeft met de doelgroep. Jongerenwerk en de BOA voegen hieraan toe, dat ze dit in de vorm van vrijwillige jongeren “Vrijwilligers? Ja, helemaal geen wel zien zitten, volgens Hi5Ambacht zijn hier ook al gek idee, wij zijn pro!”. Straatcoach vergelijkbare trajecten voor. Zo kunnen jongeren bijvoorbeeld op het gebied van sport een diploma verdienen en waarbij ze iets kunnen bijdragen aan hun wijk. Vanuit de gemeente Zwijndrecht wordt toegevoegd dat zij al gebruik maken van vrijwilligers, niet alleen jongeren maar bijvoorbeeld ook ouders. Zij worden ingezet ter ondersteuning bij inloopgelegenheden en activiteiten.

Jongeren die hun eigen activiteiten organiseren, meedenken en aanpakken maar vooral het gevoel hebben erbij te horen en de uitvoering sluit aan bij de behoeftes van jongeren. Of de bewoners een rol kunnen spelen rondom de hangjongerenoverlast in het Sophiapark zal nog moeten blijken. Het lijkt volgens verschillende partners lastig deze twee groepen nog met elkaar in contact te brengen. Jongerenwerkers, Hi5Ambacht als ook de politie achten het twijfelachtig of er ruimte is voor dit gesprek. De irritatie zit volgens de BOA al erg hoog, de BOA wordt ook regelmatig aangesproken door de bewoners omtrent dit onderwerp. Wel denken alle partners, waaronder jongerenwerk, dat dit kan bijdragen aan een oplossing. Een connectie maken zodat beide groepen elkaar beter gaan leren kennen en vooral het bevorderen van pro-sociaal gedrag, is hierbij van belang. Hi5Ambacht voegt daaraantoe dat sport een middel is om deze groepen samen te laten komen. Op het voorstel of lokale ondernemers kunnen bijdragen aan de oplossing reageren alle partners positief. BOA geeft aan dat dit een verbreding van het aanbod is en zo inspeelt op de interesses van jongeren. Het idee waarbij lokale ondernemers kunnen helpen is dat jongeren al op jonge leeftijd aan hun toekomst en ontwikkeling kunnen werken (zie het als een stage, maar dan niet vanuit school) onder begeleiding van een professional.

Hi5ambacht vindt het goed, maar benadrukt ook dat het aanbod aan activiteiten en faciliteiten moet worden verbreed. De BOA van Hendrik-Ido-Ambacht is op de hoogte van de term jeugd-BOA en staat hier positief tegenover. De politie is van mening dat het kan bijdragen, zolang men maar luistert en meedenkt met de jongeren en er een doel zit achter de inzet van de jeugd-BOA. Hi5Ambacht geeft aan dat het interessante resultaten kan opleveren zodra het preventieve aanbod niet meer goed aansluit. Ook de “Ja leuk, heel leuk, in de straatcoach is van mening dat dit preventief geen goede opleiding komen we ook jeugdstap is. Op jongeren afgaan in een uniform werkt niet, BOA’s tegen, die zou je eigenlijk jongeren zullen dan nooit hun problemen delen volgens overal moeten hebben!”. BOA de straatcoach. Om preventief jongerenoverlast aan te pakken is tot slot ook de jongerenwerker van mening om niet te investeren in jeugd-BOA’s, maar juist in meer jongerenwerkers.

27

5. Conclusies en aanbevelingen Dankzij het literatuuronderzoek is er een richting en basis ontstaan om verder op te bouwen om de centrale vraag te beantwoorden: Welke preventieve maatregelen kan de gemeente Hendrik-IdoAmbacht hanteren om jeugdoverlast te verminderen? Door aansluitend onderzoek te doen onder jongeren, bewoners en het integrale netwerk is een helder beeld ontstaan van de huidige situatie omtrent de overlast in het Sophiapark.

5.1 Investeren in relatie met de omgeving Conclusie Jongeren zijn ook gewoon jongeren. Niet alle jongeren hebben behoefte aan ontwikkeling of vermaak. Sommige van hen houden er van gewoon ‘te hangen’ met vrienden en houden van ongeorganiseerde vrijetijdsmogelijkheden (Demiryürek, 2007). Uit de gesprekken met het integrale netwerk als uit de enquêtes afgenomen onder de jongeren blijkt dat jongeren zich ook niet altijd bewust zijn van de overlast in het Sophiapark. Dat er overlast is geweest of nog weleens gebeurt valt niet te ontkennen, echter lijkt dit te worden veroorzaakt door een enkel groepje. De meeste jongeren zijn daar voor hun eigen plezier en hebben niet de intentie voor overlast te zorgen. Uit de enquêteresultaten onder omwonende geven veel (46%) omwonende aan er last van te hebben en angst te ervaren. Volgens een studie van Martineau (2006) is angst voor hangjongeren ontstaan na de ideologische ontwikkelen sinds de jaren 60. Een toenemende individualisering en persoonlijke vrijheid, de wens dat de verzorgingsstaat ook de sociale problemen oplost en de verspreiding van een geïdealiseerd beeld van esthetische woonomgevingen. De combinatie van deze ideologie en de oplopende irritaties zorgt ervoor dat het bij omwonende erg hoog zit.

Hierdoor wordt er slecht gecommuniceerd (blijkt uit de enquêtes onder jongeren en bewoners) en lijkt een grootdeel van de omwonende een verkeerde perceptie te hebben van jongeren, blijkt uit de resultaten van de enquêtes onder bewoners en interviews met het integrale netwerk. De irritatie blijft groeien. ‘Alles’ wordt gezien als overlast en omwonende nemen al snel contact op met BOA of politie om hier beklag over te doen. Op deze wijze lijkt er meer overlast te zijn of gemeld te worden dan nodig is. Aanbeveling De sociale cohesie tussen de bewoners en gebruikers van de wijk is van groot belang om de overlast te verminderen (Noije & Wittebrood, 2009). Ondanks dat omwonenden snel in de weerstand schieten en aangeven dat zij vooral geen deel zijn van de oplossing, is het wenselijk begrip te creëren (en daarmee de tolerantie te verhogen) bij de omwonenden. De jongeren kunnen hieraan bijdragen door activiteiten te organiseren voor de omwonenden. Dit kunnen opdrachten zijn vanuit school of door tussenkomst van jongerenwerk. Het in contact brengen met elkaar, bevorderen van pro-sociaal gedrag en betere normen en waarden zijn interventies die aangetoond hebben invloed te hebben op gedragsveranderingen bij overlastgevende hangjongeren (Visscher, 2017). Het beïnvloeden van de omgeving gebeurt ook via de ouders.

Uit het interview met de politie blijkt dat de politie, ook wanneer het om jongeren uit de naastgelegen gemeentes gaat, op regelmatige basis contact leggen met ouders wanneer probleemgedrag van een jongere vaker terugkomt. Beïnvloeding via middelbare scholen is daarentegen onvoldoende. Ondanks dat de wil er is, lukt het in de praktijk niet dit tot stand te brengen. Het is aan te bevelen dit wel tot stand te brengen en jongerenwerkers de ruimte te geven ook op middelbare scholen in de gemeente Zwijndrecht contact te kunnen leggen met de jongeren. Uit het onderzoek lijkt het te gaan om een misverstand tussen de jongerenwerkers Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht. De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht zou meer een bemiddelende en ondernemende rol moeten spelen om deze relatie goed tot stand te brengen. Inhoudelijk is het aan de jongerenwerkers om de samenwerking te bestendigen.

5.2 Repressie bestendigen, preventie uitbreiden Conclusie De gekozen preventieve bestuursmaatregelen zijn volgens het integrale netwerk grotendeels effectief en terecht. Toch geven delen van het netwerk ook aan dat niet alle maatregelen effect hebben voor de lange termijn. Zo weten jongeren inmiddels prima de kentekenregistratiecamera’s te ontwijken, de preventieve werking ervan verminderd. Volgens wegwijzer jeugd en veiligheid passen jongeren hun gedrag aan en wordt overlast minder of het stopt zelfs, wanneer er gekozen wordt voor het schrijven 28

van hogere boetes (Wegwijzer jeugd en veiligheid, 2017). Partners van het Integrale netwerk in Ambacht geven allen aan dat deze bestuursmaatregelen enkel op de korte termijn werken en zeker niet de voorkeur hebben. Wel zijn sommige maatregelen (bijvoorbeeld het samenscholingsverbod) een houvast voor politie of BOA om jongeren op aan te spreken of van de huidige locatie weg te sturen. Maar ook deze maatregel zorgt er op de lange termijn niet voor dat jongerenoverlast verminderd of stopt. Inzetten op preventie heeft meer effect op de lange termijn volgens het netwerk. Het in contact komen met jongeren speelt bij preventie een grote rol. Door het gesprek aan te kunnen gaan, een vertrouwensrelatie op te bouwen en te achterhalen wat er echt speelt bij de jongeren kan de overlast ook beïnvloed worden. Voor politie en BOA’s is deze rol niet altijd weggelegd. Jongeren laten nu eenmaal minder los aan functionarissen in uniform. Aanbeveling De inzet van straatcoaches of jongerenwerkers lijkt hier meer gepast. Volgens Bervoets lijkt het vaak lastig te zijn goede afspraken te maken met straatcoaches. Hierdoor blijkt de informatievoorziening vaak niet goed uit de verf te komen. Ook is het volgens Bervoets twijfelachtig of de impact van deze straatcoaches op de overlast en criminaliteit werkzaam is (Bervoets, 2015).

Ervaringen van het Integrale netwerk uit Hendrik-Ido-Ambacht, bewoners en de straatcoaches zelf spreken dit tegen. Straatcoaches geven aan bekend te zijn met dit fenomeen maar geven ook aan dat dit inmiddels niet meer het geval is. Er zijn binnen het Integrale netwerk goede ervaringen met de straatcoaches en ook het delen van (cruciale) informatie lijkt op orde volgens het Integrale netwerk. Daarnaast is de rol van jongerenwerkers onmisbaar. Zij onderhouden het contact als jongeren niet meer onder de aandacht van Hi5Ambacht vallen. Echter is jongerenwerk in ontwikkeling en beschikt enkel over 5 functies. De gemeente doet er dan ook goed aan te investeren in meer straatcoaches maar ook in meer jongerenwerkers. De verhoudingen straatcoaches en jongerenwerkers ten opzichte van het aantal jongeren in de gemeente Hendrik-do-Ambacht is onvoldoende. Straatcoaches op projectbasis wanneer er incidenteel overlast dreigt te ontstaan in het Sophiapark (of elders) en structureel meer functies bij jongerenwerk zodat jongerenwerk de aandacht kan verdelen onder de vele jongeren. Uit de resultaten van de enquête onder jongeren blijkt dat 74% van de jongeren nog nooit contact heeft gehad met een jongerenwerker. Het uitbreiden van personeel en daarmee ambulante rondes en het bieden van alternatieven moet dus hoog op de agenda komen te staan.

5.3 Activeren van faciliteiten en faciliteren van activiteiten Conclusie Er zijn faciliteiten in Ambacht aanwezig. Zo kent Hendrik-Ido-Ambacht een Baxhuis (een soort buurthuis) een Jongeren Ontmoetingsplek (JOP) en verschillende verwijslocaties. Echter zijn alle partners van het integrale netwerk, een groot deel van de omwonenden (60%), maar ook de jongeren zelf, van mening dat het onvoldoende is gezien de populatie jongeren. Ruim 70% van de jongeren is wel op de hoogte van wat er in Ambacht geboden wordt aan faciliteiten, maar 48% van hen geeft ook aan dat dit niet aansluit op de wensen. Volgens het Integrale netwerk komt dit ook door de diversiteit van jongeren en de verschillende groepen welke niet allemaal op 1 locatie te combineren zijn. Maar zoiets als een buurthuis (het Baxhuis in dit geval) is volgens het onderzoeksproject van ‘uit de marge’ juist van groot belang voor jongeren (Moris & Loopmans, 2015). Daarnaast zijn ook niet alle locaties aantrekkelijk. Wanneer een JOP of verwijslocatie geen ruimte biedt die wind- of waterdicht is, sluit dit al snel niet meer aan op de wensen van de jongeren. Door het gebrek aan faciliteiten zijn daarmee ook de activiteiten beperkt. Het Baxhuis lijkt lastig grip te krijgen op het beheer van faciliteiten zoals de sportzaal (Ridderhal) of de muziekstudio’s omdat deze gedeeld moeten worden met de muziekschool.

Het aanbod van activiteiten gaat op afspraak en met een beperkt aantal jongeren per keer. Daar waar Hi5Ambacht ruimschoots activiteiten organiseert, lijkt jongerenwerk hierop achter te lopen. 41% van de jongeren geeft aan eerder gebruik te maken van activiteiten binnen het Baxhuis als deze een vrije inloop zou hebben. Aanbeveling Niet alleen investeren in voldoende en goed opgeleid personeel is belangrijk, ook dienen er voldoende activiteiten en faciliteiten geboden worden. Het liefst zo divers mogelijk, omdat jongeren nu eenmaal niet allemaal dezelfde interesses hebben. De vrije inloop in het Baxhuis heeft eerder voor onveilige situaties en een slecht imago gezorgd, toch trok de vrije inloop wel de jongeren aan. Het is dus aan te bevelen weer voor deze openstelling te kiezen, maar de neveneffecten uitgebreid in kaart te brengen en te investeren in mitigerende maatregelen. Het is aannemelijk dat niet alle jongeren op deze ene 29

locatie terecht kunnen, dus ook het uitbreiden van geschikte JOP’s/verwijslocaties of een tweede buurthuis moet overwogen worden. JOP’s of verwijslocaties zijn geschikt als ze bestand zijn tegen alle weersomstandigheden, verlicht en schoon zijn. Het betrekken van de jongeren is aan te bevelen, dit geeft ze het gevoel erbij te horen en de uitvoering van het beleid sluit aan bij de doelgroep (Demiryürek, 2007). Voldoende en divers aanbod (faciliteiten en activiteiten) kan verveling onder jongeren voorkomen. Doordat jongerenwerk een relatief nieuw team is en zichzelf meer onder de aandacht moet brengen bij de jongeren kan dit ook gezien worden als kans. Een stappenplan zou dan kunnen zijn: Start met de uitbreiding van functies (10 fulltime functies totaal) bij jongerenwerk Hendrik-IdoAmbacht; De straat op gaan en contact leggen met jongeren, vertel wat jongerenwerk is en wat jongerenwerk kan betekenen. Persoonlijk contact zorgt voor het sneller boeien en binden van jongeren. Ook ludieke activiteiten zorgen voor aandacht, denk hierbij aan het organiseren van bijvoorbeeld een hendrik-Ido-Ambachtse Hindernisbaan/Mudmasters-versie enkel voor jongeren in een bepaalde leeftijdscategorie. Vraag na waar jongeren behoefte aan hebben en verzamel die gegevens.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12452968/1