CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorjaarsnota 2025

Gemeenteraad 24 juni 2025, gemeente HelmondBij agendapunt: Vaststellen van de voorjaarsnota 202525.332 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.4 Indexering Bij het opstellen van de programmabegroting anticiperen we op loon- en prijsontwikkelingen door inflatie. We compenseren onze begrotingsbudgetten hiervoor door het toepassen van indexatie waarmee we de budgetten aanpassen naar het verwachte loon- en prijsniveau 2026. Onze indexatiesystematiek baseren we op landelijke ramingen voor inflatieontwikkelingen. Uw raad kan ervoor kiezen deze percentages aan te passen, als de ontwikkelingen hiertoe aanleiding geven. Gedurende het begrotingsjaar voeren we geen tussentijdse aanpassingen door voor indexatie. We bekostigen deze budgetaanpassingen voornamelijk uit de gemeentefondsuitkering. Daarin worden we gedeeltelijk door het Rijk gecompenseerd voor loon- en prijsontwikkelingen. Daarnaast passen wij ook een indexatie toe op onze opbrengstenbudgetten die we weer inzetten om onze kostenstijgingen op te vangen. De toepassing van onze reguliere indexatiesystematiek zou leidt tot de volgende percentages:  Prijsgevoelige kosten- en opbrengstenbudgetten: 2,20%;  Subsidiebudgetten: 3,16%*  Belastingtarieven, leges en (parkeer)heffingen: 2,70% ;  Huuropbrengsten: CPI-index augustus 2025;  Indexering loonkostenbudgetten: 3,00% *Bij de ombuigingen (zie paragraaf 4.2) wordt ook het indexeren van subsidies bekeken. Als gevolg daarvan kan het percentage wat opgenomen wordt in de begroting nog wijzigen.

Hieronder is een verdere toelichting op de reguliere indexatiesystematiek. Indexatie van prijsgevoelige interne budgetten Het indexeringspercentage voor prijsgevoelige budgetten baseren we op de prijs voor overheidsconsumptie netto materieel (IMOC) 2026. Deze komt uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2024. Dit percentage geldt ook voor de inkomstenposten, met uitzondering van belastingtarieven, leges en heffingen, evenals huuropbrengsten van gebouwen, die een eigen indexering hebben. Indexatie subsidiebudgetten 1 Het indexeringspercentage voor subsidiebudgetten berekenen we door het gewogen gemiddelde te 1

De bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen (MRE, GGD, ODZOB en VRBZO) indexeren we met, door henzelf berekende percentages. Dit is gebaseerd op eerder gemaakte afspraken.

18

nemen van de loon- en prijsontwikkelingen in de collectieve sector. Deze ramingen komen ook uit het CEP 2024. • Voor de prijscomponent gebruiken we de prognose van de prijs voor overheidsconsumptie netto materieel (IMOC). Deze telt voor 20% mee; • Voor de looncomponent gaan we uit van de prijs voor overheidsconsumptie, beloning werknemers. Deze telt voor 80% mee. Indexatie van belastingtarieven, leges en (parkeer)heffingen Het uitgangspunt om een inflatiecorrectie toe te passen op de tarieven hebben we vastgelegd in het tarievenbeleid. Het indexeringspercentage is de consumentenprijsindex (CPI) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op peildatum 1-1-2025. Dit percentage passen we toe op alle tarieven voor belastingen, heffingen en leges. Zoals besloten in de begroting 2025 zullen we ook de parkeertarieven vanaf 2026 jaarlijks indexeren. Als de opbrengsten van heffingen en leges door de indexatie de kosten overstijgen, stellen we de opbrengsten – en daarmee de tarieven – naar beneden bij. Indexatie huuropbrengsten De gemeentelijke gebouwen die we aan derden verhuren, indexeren we met de CBS-index voor huurprijzen in de vrije sector. We gaan hiervoor uit van de CPI van augustus 2025. Aangezien deze peildatum in de toekomst ligt, informeren we u over het percentage in de programmabegroting 2026.

Indexatie Loonkostenbudget Eind april is er een akkoord bereikt over de cao-gemeenten. De nieuwe Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) heeft een looptijd van 1 april 2025 tot 1 april 2027. In deze periode gaan de lonen in vijf stappen omhoog, wat optelt tot de loonstijging van gemiddeld 7,5%. Er is eind april nog geen duidelijkheid over de exacte invulling hiervan. Zodra er meer informatie beschikbaar is over de nieuwe cao, beoordelen we of bijsturing noodzakelijk is. Dit zullen wij verwerken in de programmabegroting 2026. Financiële implicatie De financiële implicaties van bovenstaande zijn berekend in onderstaande tabel. Deze berekening is gemaakt op basis van uitgangspunten begroting 2026. (bedragen x € 1.000 / - is negatief)

Indexering Beschikbare ruimte indexering Reguliere reservering 2024 via gemeentefonds Inflatiecorrectie OZB Stelpost indexering Totaal beschikbare ruimte Inzet voor indexering Benodigde indexering lonen op basis van uitgangspunten begroting 2026 Benodigde indexering prijzen op basis van uitgangspunten begroting 2026 Benodigde indexering subsidies op basis van uitgangspunten begroting 2026 Benodigde indexering GR-en op basis van uitgangspunten begroting 2026 Reservering indexering loon- en prijs 2029 Op te vangen binnen de middelen uit het gemeentefonds Totaal nodig voor indexering Saldo indexering

2026

2027

2028

2029 I/S

5.500 1.055 PM 6.555

5.500 1.055 PM 6.555

5.500 1.055 PM 6.555

5.500 S 1.055 S PM S 6.555

2.400 1.300 4.000 600

2.400 1.300 4.000 600

2.400 1.300 4.000 600

8.300

8.300

8.300

2.400 S 1.300 S 4.000 S 600 S -5.500 S 5.500 S 8.300

-1.745

-1.745

-1.745

-1.745

Tabel 5 Indexering De in tabel 5 Indexering benoemde cijfers zijn gebaseerd op de reguliere indexatiesystematiek.

19

3.5 Ontwikkeling woonlasten Onder woonlasten verstaan we de afvalstoffenheffing, rioolheffing en OZB. Deze woonlasten bekijken we in samenhang met elkaar. Het inflatiecorrectiepercentage voor belastingtarieven voor 2026 is 2,70%. Hiermee worden de meeste tarieven verhoogd. Uitzondering vormen de tarieven van rechten, die vallen onder een wettelijke beperking (met name rioolheffing en afvalstoffenheffing) welke maximaal kostendekkend mogen zijn. De woonlasten kunnen worden bekeken vanuit het perspectief van de gebruiker van een woning (meestal de huurder), maar ook vanuit dat van de eigenaar van dat pand. De huurder van een pand krijgt alleen te maken met de lasten voor Riool- en Afvalstoffenheffing. Hierbij wordt vooralsnog uitgegaan van de standaard-stijging met 2,7% inflatiecorrectie. Als er sprake is van een woning waarvan de eigenaar ook gebruik maakt, betaalt deze ook Onroerendzaakbelasting (OZB). In deze voorjaarsnota rekenen wij zoals ieder jaar met de standaardpercentages op basis van onze indexatiesystematiek. Hierbij gaan we vooralsnog uit van 2,7% en met dit percentage worden de meeste tarieven verhoogd. Uitzondering vormen de tarieven van rechten, die vallen onder een wettelijke beperking (met name riool- en afvalstoffenheffing) welke maximaal kostendekkend mogen zijn.

In de programmabegroting 2026 zullen wij zoals gebruikelijk voorstellen opnemen voor de belastingen.

20

4 De strategische koers voor Helmond We staan in Helmond voor belangrijke keuzes. We willen op volle kracht vooruit met het realiseren van de kwaliteitssprong in Helmond en we zijn een belangrijke partner in het realiseren van de schaalsprong in Brainport. Tegelijkertijd staan we voor grote uitdagingen. Net als alle gemeenten heeft Helmond de komende jaren te maken met bezuinigingen. Om financieel gezond te blijven moeten we keuzes maken. Ook weten we uit ervaring dat bepaalde ontwikkelingen meer tijd vergen dan we wensen. Dat vraagt van ons om balans aan te brengen. Dat doen we door een duidelijke koers te varen, door te kiezen waar we wel of geen accent op leggen en door te prioriteren. Daarbij staat de kwaliteit van leven van inwoners centraal. Bovendien zorgen we dat inwoners zich gehoord en gezien voelen.

De kwaliteit van leven van mensen staat centraal (afbeelding van PON & Telos)

4.1 De koers 4.1.1 De koers op hoofdlijnen De bedrijvigheid in Helmond is de afgelopen jaren sterk toegenomen, net als in heel Zuidoost-Brabant. Het einde hiervan is nog niet in zicht. Zo wil ASML bijvoorbeeld de komende jaren fors uitbreiden en dat zorgt direct voor een verdere toename van opdrachten aan MKB-bedrijven in de toeleveringsketen. Dat is een mooie ontwikkeling voor het concurrentievermogen, de werkgelegenheid en de koopkracht. Tegelijkertijd vraagt deze schaalsprong veel in Zuidoost-Brabant. Denk aan de benodigde explosieve groei van het aantal woningen, het investeren in extra voorzieningen en in de infrastructuur, het behouden van natuur, het beschermen van dorpse karakters, etc. Dit alles moet in een relatief kort tijdsbestek plaatsvinden, om in de pas te blijven lopen met de groei van de bedrijvigheid. De realiteit is echter weerbarstig en voor veel ontwikkelingen is een lange adem nodig. Hier zijn verschillende oorzaken voor, die deels buiten de invloedsfeer van de gemeente liggen. In veel gevallen zijn we afhankelijk van andere partijen of moet eerst financiering worden verworven. Ook bepaalt de netcongestie meer en meer het tempo waarin we kunnen werken. En soms is er oponthoud doordat de ene stap randvoorwaardelijk is voor de andere stap.

Daarbij komt dat er binnen de gemeente steeds moet worden gezocht naar balans tussen het zo goed mogelijk faciliteren van initiatiefnemers en zorgvuldige ruimtelijke procedures. Ook beschikken we niet altijd over de benodigde capaciteit door de krapte op de arbeidsmarkt.

21

We bouwen als stad van makers gestaag verder aan Helmond, voor de inwoners, ondernemers en organisaties. Maar met een realisme dat past bij deze tijd. Niet alles kan tegelijk of meteen. We zijn daarom scherper in wat we op welk moment doen. Om tempo te houden in de belangrijke zaken moeten we focus aanbrengen. Kortom, doen wat noodzakelijk is en de extra’s achterwege laten. Dat vraagt ook om slim te kiezen waar we wanneer aan werken. Vertragen kan soms zelfs tot meer rendement leiden. Helmond, stad van makers! Helmond is een echte makersstad. De makersmentaliteit uit Helmonds industriële verleden maakt dat we barsten van de doeners. En dat is mooi, want hiermee verwerft Helmond een unieke én complementaire positie in de regio. We koppelen onze makersmentaliteit via innovatie, vakkundigheid en samenwerking aan een kwalitatieve transformatie. Dat werkt door in onze strategische positionering en in de keuzes die we maken. Bijvoorbeeld op het vlak van onderwijs, bedrijvigheid en cultuur en recreatie. Brede welvaart als leidend principe De belangrijkste leidraad voor het aanbrengen van focus is brede welvaart. Dat is de bril waardoor we kijken bij het maken van afwegingen. De kwaliteit van leven van inwoners staat voorop; welvaart is slechts één van de aspecten die daarvoor van belang is.

Daarbij is het zaak om voorbij de dag van vandaag te kijken, door bij ontwikkelingen ook naar de gevolgen in de toekomst en op andere plekken te kijken. Binnen Helmond gebruiken we het model van PON & Telos als bril. De thema’s die in dit model worden gebruikt sluiten goed aan bij onze beleidsthema’s en het model biedt een concrete vertaling naar indicatoren. Bovendien wordt dit model in veel gemeenten gebruikt, waardoor het ook een goede mogelijkheid geeft voor benchmarken. Het belangrijkste uitgangspunt is dat duurzame ontwikkeling vraagt om het gelijktijdig verbeteren op sociaal-cultureel, ecologisch en economisch vlak. Dit zijn als het ware de pijlers onder de kwaliteit van leven, die allemaal even sterk moeten zijn. Verbetering binnen de ene pijler mag bovendien niet ten koste gaan van een andere pijler. Het gaat kortom om ontwikkelen in balans. Vandaar ook dat de schaalsprong hand in hand moet gaan met de kwaliteitssprong.

De ontwikkeling van brede welvaart in Helmond, incl. de beoogde ontwikkeling richting 2029

22

Het hebben van inzicht in de stand van zaken en ontwikkeling op deze drie vlakken biedt aangrijpingspunten om te bepalen op welke aspecten de komende periode het accent moet liggen. De afgelopen tien jaar is Helmond op alle vlakken gegroeid, maar op economisch vlak is de gemeente sneller vooruitgaan dan op sociaal-cultureel en ecologisch vlak. De voorsprong en sterkere groei op economisch vlak is niet verwonderlijk. De regionale economische ontwikkelingen zorgen voor kansen en die grijpen we met onze campussen, bedrijventerreinen en stedelijke werkmilieus. Tegelijkertijd, als we economisch groeien, dan móeten we ook op sociaal-cultureel en ecologisch vlak groeien. Daar leggen we de komende periode dus het accent. Dit vraagt om een meer weerbare samenleving en de verduurzaming. Op hoofdlijnen is onze koers dus dat we het been bijtrekken op sociaal cultureel vlak. Daar willen we de sterkste groei zien. Daarbij ligt de nadruk op thema’s als bestaanszekerheid, wonen, cultuur, veiligheid en woonomgeving. Ook staat het sterker worden op ecologisch vlak stevig op het netvlies. We willen de bestaande positieve trend vasthouden, vooral ook met het oog op kwaliteitssprong (lees: brede welvaart) die we in Helmond voor ogen hebben. De belangrijkste thema’s binnen deze pijler zijn voor ons klimaatneutraliteit, klimaatadaptatie, circulariteit en het energienetwerk.

Op economisch vlak willen we ook nog vooruit, maar daar willen we relatief het minst groeien. We bestendigen de lopende ontwikkelingen en leggen daarbij de focus op de voor Helmond relevante topsectoren en op het stedelijke werkmilieu in het centrum. Bovendien benutten we de economische groei zo veel als mogelijk om ook op sociaal-cultureel en ecologisch vlak te groeien. Tempo maken in gebieden Een andere manier om focus aan te brengen is door te kijken naar waar we tempo kunnen maken en houden. Dat doen we gebiedsgericht. Zo kunnen we slim en effectief verschillende ontwikkelingen combineren en dat geeft de beste mogelijkheden om aan zowel kwaliteit als groei te werken. Afgestemd op wat het beste past in het centrum, een wijk, een bedrijventerrein of een buitengebied. We richten ons in de eerste plaats op gebieden die het ’t hardste nodig hebben, bijvoorbeeld omdat deze in een neerwaartse spiraal zitten of dreigen te raken. Om ze echt weer stevig in de lift te krijgen, is een meerjarige integrale aanpak nodig. Het gaat dus om het kiezen van gebieden waarop we focus leggen. Het criterium daarvoor is dat gebieden een duidelijke meerwaarde hebben voor de kwaliteits- en schaalsprong. We focussen daarom op het ontwikkelen van het centrum en enkele wijken.

In het centrum (met daarin de deelgebieden centrum, Stationskwartier, Suytkade en Houtsdonk) werken we aan een vitaal en levendig centrum dat inwoners en bezoekers trekt en aan een uniek stedelijk woonmilieu. De ontwikkelingen in het centrum zijn essentieel voor de kwaliteit van leven in het Helmondse. Bovendien ligt hier een enorme potentie voor de schaalsprong en versterken ze de centrumfunctie die Helmond heeft in de Peel. Wat de ontwikkeling in wijken betreft verleggen we de aandacht naar Nieuw Brandevoort, Helmond-Oost, Helmond-Noord en Rijpelberg. Dat doen we zodra in de wijken Binnenstad-Oost, Helmond-West, Annawijk en de Leonardusbuurt de belangrijkste stappen zijn gezet. Op de wijk Nieuw Brandevoort leggen we focus vanwege de bijdrage aan de woningbouwimpuls. De focus op de andere genoemde woonwijken is er omdat dit de wijken zijn met de grootste opgaven, bijvoorbeeld op het gebied van sociale veerkracht, het verminderen van sociale tweedeling, leefbaarheid en veiligheid. Voor het welzijn van de inwoners in die wijken is ontwikkeling op die verschillende vlakken urgent. Dit geldt eveneens voor verbeteringen op gebied van verouderde huisvesting, openbare ruimte en wijkvoorzieningen. Overigens zijn we uiteraard in alle wijken actief, en zal ook het normale beheer en onderhoud plaatsvinden. In andere gebieden zijn we terughoudend in het ontwikkelen.

Alleen als er grote kansen zijn om winst te boeken op belangrijke thema’s (woningbouwontwikkeling, onderwijs, etc.) laten we die als het enigszins

23

mogelijk is niet liggen. Ook kijken we in deze gebieden naar mogelijkheden om werk met werk te maken. Dat is bijvoorbeeld het geval als onderhoud en beheer kan worden benut om tegelijkertijd kwaliteit toe te voegen, bijvoorbeeld meer groen of betere fietsvoorzieningen. Of als woningbouw-ontwikkeling kansen geeft om faciliteiten voor ontmoeting te realiseren, zoals een ontmoetingsruimte of een parkje.

4.1.2 De koers binnen begrotingsprogramma’s De koers op hoofdlijnen is concreter gemaakt voor de begrotingsprogramma’s en de beleidsthema’s daarbinnen. Die beleidsthema’s zijn goed te koppelen aan de drie pijlers onder brede welvaart. Daarbij is overigens te zien dat binnen diverse sociaal-culturele en economische thema’s ook wordt bijgedragen aan de ontwikkeling op ecologisch vlak.

Meedoen, rondkomen, vooruitkomen We hebben het sociaal beleid gekoppeld aan één belangrijke ambitie: alle Helmonders moeten kunnen meedoen, rondkomen en vooruitkomen. Als dat nodig is helpen we ze daarbij met hulp en ondersteuning. We willen nu en in de toekomst goede zorg en ondersteuning garanderen. Maar dan moet het wel anders. De vraag naar zorg groeit, o.a. door de dubbele vergrijzing, en de budgetten krimpen. Bovendien is het lastig om zorg en ondersteuning te blijven leveren, doordat er moeilijk aan goed personeel te komen is door krapte op de arbeidsmarkt. Tel daar de groei van de stad bij op, waardoor het aantal inwoners groeit. Daardoor wordt er automatisch een groeiend beroep gedaan op voorzieningen en ondersteuning en is leefbaarheid een aandachtspunt. Vooralsnog profiteert niet iedereen in gelijke mate van de (stijgende) welvaart in Helmond. Er is nog steeds sprake van een tweedeling in onze stad, dus er ligt een grote opgave om deze te verkleinen. Tussen inwoners en tussen wijken. Dit vraagt een omslag in denken en doen, voor een toekomstbestendig en houdbaar sociaal domein. We verleggen de focus daarom naar de ‘voorkant, samen met de stad en met netwerkpartners. In plaats van mensen te helpen zodra ze problemen hebben, willen we problemen van mensen zoveel mogelijk voorkomen en eerder signaleren. Dit doen we in de eerste plaats voor de inwoners.

Maar ook om de zorg en ondersteuning betaalbaar te houden en zo toegankelijk te houden voor de mensen die het ’t hardst nodig hebben. Dit doen we met respect voor de persoonlijke levenssfeer van inwoners. We zetten daarom via de verschillende werkvelden in op het versterken van de sociale basis 2, preventie en kansengelijkheid. Hiervoor werken we aan innovatie binnen de zorg en ondersteuning en aan het 2

Meer ontmoeting en meer naar elkaar omkijken, zodat er in wijken een sterkere sociale veerkracht is en kwetsbare inwoners worden geholpen binnen hun sociale netwerk

24

voorkomen van problemen en versterken van sociale veerkracht. De andere poot onder het verleggen van de focus naar de voorkant is het versterken van de uitvoeringskracht. Het is belangrijk dat we met onze inspanningen de juiste kwaliteit en resultaten behalen. Daarvoor verbeteren we de manier waarop we aan de maatschappelijke opgaven werken. Denk aan wijk- en gebiedsgericht werken3, inwonerparticipatie, gebruik van methoden die bewezen effectief zijn, programmatisch werken en datagedreven werken (zie het begrotingsprogramma Bestuur & Organisatie).

We maken bij dit alles scherpe keuzes: ▪ We doen de dingen die het hardst nodig zijn om (verdere) tweedeling te stoppen. Dat betekent een grote inzet op het voorkomen van problemen en het aanpakken van onderliggende oorzaken in plaats van pleisters te plakken. ▪ We zorgen dat Helmonders die hulp nodig hebben, die hulp ook krijgen. En dat die hulp steeds toegankelijker, begrijpelijker en eenvoudiger is en niet langer duurt dan nodig. ▪ We willen effectiever en efficiënter zijn in het mee laten doen van alle inwoners en ervoor zorgen dat ze kunnen rond- en vooruitkomen.

Werk & inkomen We zetten maximaal in op bestaanszekerheid voor inwoners. Een gezonde financiële thuissituatie is belangrijk voor hun welzijn en gezondheid, draagt bij aan hun veerkracht en maakt dat zij beter mee kunnen doen. Naast alles wat we daarvoor binnen ons beleid al doen, ligt de nadruk de komende periode op het inpassen van het landelijk plan ‘Basisdienstverlening Schuldhulpverlening’. Dit is gericht op het verder versterken van de kwaliteit en het bereik van de gemeentelijke schuldhulpverlening. De insteek is dat er hierdoor minder inwoners zullen zijn met problematische schulden. Een ander speerpunt in 2026 is het uitvoeren van regionale afspraken met betrekking tot arbeidsmigranten. Zij nemen in aantal toe en we zetten ons ervoor in dat zij onder fatsoenlijke omstandigheden kunnen verblijven en werken en gebruik kunnen maken van voorzieningen. Daarnaast bereiden we ons voor op drie wetswijzigingen. De ‘Participatiewet in Balans’ moet ervoor zorgen dat de wet beter aansluit op wat mensen (aan) kunnen en nodig hebben. Ook wordt de Wetswijziging Proactieve dienstverlening verwacht, die bedoeld is om ervoor te zorgen dat meer mensen weten waar zij recht op hebben, zodat er minder mensen onder het sociaal minimum terecht komen. We willen hiermee het aantal inwoners met risico’s op geldzorgen, armoede en schulden verminderen.

Dan verwachten we nog dat per 1 januari 2026 de Wet ‘Van school naar duurzaam werk’ ingaat. Hiermee krijgen scholen en gemeenten meer mogelijkheden om jongeren tot 27 jaar te ondersteunen in het voorkomen van voortijdig schoolverlaten, hen te begeleiden naar onderwijs en door te sturen op samenwerking in de regio. We willen onze programmalijnen hierop aanpassen. Er is een aantal aandachtspunten bij de implementatie van deze wetswijzigingen, bijvoorbeeld om voldoende 3

Wijkgericht werken is operationeel van aard, bedoeld om dichtbij en vanuit de leefwereld van inwoners te werken. Het gaat hier met name om dienstverlening, zoals het afhandelen van vragen, meldingen en klachten. Gebiedsgericht werken is tactischstrategisch van aard, gericht op verschillende opgaven in een gebied. Het gaat hierbij om goed prioriteren en het sturen op samenhang tussen ontwikkelingen. Zowel qua inhoud, tijd-tempo als financiën.

25

uitvoeringscapaciteit te organiseren, de ICT erop aan te passen en te zorgen voor heldere communicatie naar inwoners. Ook is het belangrijk dat we alles juridisch en praktisch goed kunnen borgen. Zorg & Welzijn Binnen de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning staan we voor de nodige veranderingen en uitdagingen. We zetten samen met partners in op vernieuwing en anders kijken. Zodat zorg en ondersteuning dichterbij, laagdrempeliger, kleinschaliger, samenhangender, effectiever en arbeidsbesparender worden. Bovendien gaan krachtige sociale teams in de wijken zorgen dat mensen meer eigen veerkracht hebben. Belangrijk aandachtspunt hierbij is het bieden van meer voorzieningen voor inwoners met complexe meervoudige problematiek. Evenals het ondersteunen van inwoners bij het vitaal ouder worden. Dit doen we onder andere door in te zetten op valpreventie en op passend wonen en doorstroming. Jeugd & Jeugdzorg Vanuit de wil om een jeugdvriendelijke stad te zijn werken we met ons Meerjarenprogramma Jeugd 20242032 impactgedreven aan een preventieve en collectieve aanpak voor de jeugd van -1 tot 27 jaar. Dat doen we op stedelijk niveau, binnen wijken en op individueel (casus)niveau. Impactgedreven betekent dat we inzetten op wat het meest bepalend is voor kansrijk, gezond en veilig opgroeien. Parallel hieraan zijn er diverse ontwikkelingen.

Denk aan het beter beheersbaar en beschikbaar maken van jeugdhulp, zoals beschreven in de Hervormingsagenda Jeugd. Ook zetten we in op een eenvoudigere, gezinsgerichte aanpak voor kind- en gezinsbescherming. Daarnaast staat in regionaal verband de nieuwe contractering van jeugdbescherming en jeugdreclassering op de agenda. Tot slot komt er een stelselwijziging aan ten aanzien van de kinderbescherming om continuïteit beter te kunnen waarborgen. Onze uitdaging wordt om de gevolgen van deze stelselwijziging te ondervangen. Denk aan een hogere kostprijs en krapte in opvang. Gebiedsgerichte aanpak voor de Helmondse jeugd In 2026 werken we aan de gebiedsgerichte aanpak voor de Helmondse jeugd. In de wijken waar gezond, kansrijk en veilig opgroeien lastig is, voeren we in samenwerking met netwerkpartners een meerjarenprogramma uit. Daarin komen onderwijs, bestaanszekerheid, jeugd- en gezinszorg, veiligheid, leefbaarheid, maatschappelijke participatie en cultuur samen. Door samen meer kennis op te doen en data te verwerven kunnen we met elkaar leren en onze aanpak verbeteren. Onderwijs We willen de toegankelijkheid en kwaliteit van onderwijshuisvesting naar de toekomst waarborgen. De huisvesting moet daarvoor steeds worden aangepast op de ontwikkelingen binnen het onderwijs, voor alle kinderen toegankelijk zijn en verduurzamen.

Ook is belangrijk dat accommodaties op een goede manier ingepast blijven en worden in de wijken, gezien de ruimtelijke veranderingen daar. Om de sociale basis te versterken kijken we ook of accommodaties meerdere functies kunnen hebben. Denk aan onderwijslocaties die ook beschikbaar zijn voor wijkactiviteiten of als ontmoetingsplek in de wijk. We leggen focus op het uitwerken van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs voor 2030 en verder. Inclusie en antidiscriminatie Iedere inwoner van Helmond verdient dezelfde kansen op een goed leven. We willen daarom samen met maatschappelijke partners en ondernemers inclusie bevorderen en discriminatie indammen. Daarom zorgen we ervoor dat inclusie en antidiscriminatie nog beter terugkomen in alles wat de gemeente doet. De komende jaren ligt de nadruk op de emancipatie en de versterking van de positie van mensen met een andere etnische afkomst en religie, mensen met een beperking en mensen met een LHBTQI+ achtergrond. In 2026 starten we ook met de uitvoering van de Inclusie en Antidiscriminatie Agenda.

26

Daarnaast zetten we in op het beperken van eenzaamheid. Dit is iets dat door de hele samenleving speelt en wat vooral bij ouderen een belangrijke factor is voor hun welzijn. Onze inzet is bijvoorbeeld gericht op het stimuleren en faciliteren van inwonersinitiatieven in wijken. Gezondheid Een lagere welstand kan leiden tot een lagere levensverwachting en meer ziekte. Bestaanszekerheid en leefomstandigheden zijn de grootste oorzaken van gezondheidsverschillen. Om de tweedeling terug te dringen of in ieder geval niet verder te laten vergroten, werken we aan ‘positieve gezondheid’. Dat gaat om zaken als gezond eten, bewegen, niet roken en het denormaliseren van alcohol- en drugsgebruik. Dit doen we binnen het Helmonds Preventieakkoord. We willen bovendien de achterliggende maatschappelijke oorzaken van een slechte gezondheid en gezondheidsverschillen aanpakken. In 2026 zal dan ook een start worden gemaakt met het vertalen van de landelijke beleidsagenda “Gezondheid in alle beleidsdomeinen” naar Helmonds gezondheidsbeleid. Sporten en bewegen Voldoende beweging en ontspanning zijn belangrijk voor de gezondheid. Naast onze inzet op preventie en het ondersteunen van verenigingen via JIBB+ 4 ondersteunen we RKSV Mierlo-Hout en Hockeyclub Helmond om hun sportaccommodaties aan te laten sluiten bij hun behoeften.

De komende periode richten we ons op de verdere ontwikkeling van campus de Braak, waarbij we uitgaan van behoud van het bestaande vastgoed en sporthal en dit willen combineren met verbetering van de openbare ruimte en het toevoegen van woningbouw. Duurzaam & leefbaar We staan voor grote uitdagingen, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, het oplossen van de woningcrisis, het versterken van de leefbaarheid in wijken en het versterken van een aantrekkelijke leefomgeving. We werken doelbewust en zorgvuldig aan de stad, met lef en doorzettingsvermogen. En met realisme, want niet alles kan tegelijk. De omgevingsvisie geeft hier belangrijke richtpunten voor:  We willen de woningvoorraad fors uitbreiden en toewerken naar een gevarieerde woningmix in wijken. Daarbij moet 70% van de nieuwbouwwoningen – zowel huur als koop – betaalbaar zijn voor een grote groep mensen.  We spannen ons in voor een prettige en veilige openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeten en bewegen en die bijdraagt aan samenredzaamheid en het naar elkaar omkijken versterkt.  We willen de basiskwaliteit voor natuur op orde hebben door landschappelijke structuren en ecologische verbindingszones. In de stad gaan we voor een robuust groen raamwerk en zichtbaarheid van de Stadse Aa. Stad en ommeland lopen vloeiend in elkaar over en zijn optimaal verbonden ten behoeve van natuur en mens.

 De stad moet nu en in de toekomst bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig zijn voor inwoners, bezoekers en bedrijven. We focussen daarvoor op duurzame en betaalbare mobiliteit, waarin de fiets, het OV en deelmobiliteit de hoofdrol spelen.  We gaan voor klimaatneutraliteit en klimaatbestendigheid (zie kader), om niet bij te dragen aan de opwarming van de aarde en goed om te kunnen gaan met de effecten van klimaatverandering; groen en water spelen bovendien een belangrijke rol voor een aantrekkelijke leefomgeving en de fysieke en mentale gezondheid. Op weg naar klimaatneutraal en klimaatbestendig We hebben de opdracht in 2035 klimaatneutraal en in 2050 klimaatbestendig te zijn. Dit vraagt grote 4

Jibb+ een stichting die bijdraagt aan een vitaal Helmond door voldoende beweging en gezonde voeding toegankelijk te maken voor iedereen, waarbij extra aandacht is voor het verkleinen van gezondheidsverschillen

27

inspanningen van ons en onze inwoners. Voor het klimaatneutraal worden zijn de energie-en warmtetransitie noodzakelijk. Gemeenten krijgen hierin een zware regierol. Voor een klimaatbestendig Helmond, zoeken we de kansen om met de aanleg van groen en water ook te werken aan een gezonde en leefbare stad. Met het oog op realisme en focus willen we de komende jaren nadruk leggen op ontwikkelingen die een prominente meerwaarde leveren voor de kwaliteits- en schaalsprong, die randvoorwaardelijk zijn voor volgende stappen. Dat vraagt om: 1. Zoveel mogelijk tempo op woningbouw 2. Focus op ontwikkelen van het centrum en Nieuw Brandevoort 3. Investeren in bestaande wijken 4. Investeren in structuurversterkende maatregelen Hierna werken we dit verder uit. Het accent op deze punten betekent automatisch dat aan andere gewenste ontwikkelingen minder prioriteit wordt gegeven. Denk aan de volgende fases in de wijk Houtsdonk. Deze raken niet uit beeld, maar worden vooral opgepakt als er kansen zijn om werk met werk te maken. Ook wordt gewerkt aan het afronden van lopende projecten. Zoveel mogelijk tempo op woningbouw De woningbouwopgave is één van de belangrijkste opgaven binnen Helmond. Om bij te dragen aan de schaalsprong en vooral ook om in te kunnen voldoen aan de woningbehoefte van Helmonders. We zetten in op meer woningen, meer keuze, meer doorstroming en een betere woningmix in wijken.

In lijn met de woonvisie en de regionale Woondeal richten we ons op voldoende ruimte voor starters, senioren en gezinnen en op diversiteit in wijken door een mix van sociale en middenhuur en betaalbare, middeldure en dure koopwoningen. De afgelopen periode zijn er al 2.500 woningen gerealiseerd. Tot 2040 willen we de woningvoorraad uitbreiden met nog zo’n 12.500 woningen. Die willen we grotendeels in en rondom het centrum en het station gebouwd zien worden. Naast de 10.000 beoogde woningen in dat gebied richten we ons op het laten verrijzen van zo’n 3.800 tot 5.000 woningen in de nieuwe wijk Nieuw Brandevoort. We leggen daar focus op woningbouw, omdat we in deze wijk we snelheid kunnen maken. Bovendien zijn de financiële risico’s binnen de grondexploitatie beperkt. In de overige wijken zoals Helmond-Oost en Helmond-Noord streven we naar de realisatie van zo’n 2.000 tot 3.000 woningen. Het uiteindelijke aantal moet volgen uit de businesscases. Om op een realistische manier meters te maken, leggen we via de woningbouwprogrammering de komende jaren het accent op kansrijke initiatieven, die ook bijdragen aan de kwaliteit van de stad en aan de beoogde woningmix. In 2026 blijft er bovendien focus liggen op het verwerven van provinciale en landelijke subsidies en rijksmiddelen, omdat het gezien de resultaten van grondexploitatie uitdagend is om business cases rond te krijgen.

Tegelijkertijd kijken we ook naar manieren om bestaande bouw beter te benutten via bijvoorbeeld woningsplitsing en kamerbewoning, omdat het realiseren van nieuwbouw veel obstakels kent en er wel op een korte termijn woonruimte nodig is. Focus op ontwikkelen van het centrum De ontwikkelingen in en rondom het centrum hebben grote meerwaarde voor de kwaliteits- en schaalsprong. Dat biedt kansen voor de huidige en nieuwe inwoners en ondernemers. In het centrum en de directe omgeving daarvan komen veel opgaven samen. We werken aan een vitaal centrum dat als uniek stedelijk woonmilieu vele levendige plekken voor werken, winkelen, horeca en cultuur combineert. Dat is essentieel voor de kwaliteit van leven in Helmond en ook de centrumfunctie die Helmond vervult in de Peel krijgt hiermee een positieve duw. Bovendien ligt hier een enorme kans om bij te dragen aan de schaalsprong. De prioriteit ligt in de eerste plaats bij het Stationskwartier. Daarnaast wordt accent gelegd

28

op het voltooien van Centrum Noord en op de eerste fase van Houtsdonk. Daarmee blijft 2026 in het teken staan van de woningbouw en het werken aan een groen en levendig stedelijk woonmilieu. Binnen de financieringsruimte krijgen projecten die al lopen prioriteit, net als projecten met een duidelijke kwantitatieve en kwalitatieve meerwaarde voor de stad. Betaalbaarheid van woningen blijft een belangrijk speerpunt. Eventuele nieuwe plannen van corporaties, ontwikkelaars en particulieren worden in beperkte mate begeleid. We zullen hardere keuzes maken, waarbij we de meeste energie steken in de meest kansrijke initiatieven. Dit is voor ons belangrijk, omdat we zo met de beperkt beschikbare capaciteit zoveel mogelijk voor de stad kunnen betekenen. Ontwikkelperspectief Centrum+ In het Verstedelijkingsakkoord van 2022 is tussen Rijk, provincie en regio afgesproken dat Helmond voor het Centrum+ gebied een ontwikkelperspectief opstelt. In het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving (BOL) en het Bestuurlijk Overleg Meerjarenplanning Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT) in november 2024 hebben Rijk en regio de ambitie uitgesproken om tijdens de bestuurlijke overleggen in 2025 (financiële) afspraken te maken over het ontwikkelperspectief en bijhorende businesscase. Investeren in bestaande wijken In de Helmondse wijken zijn de opgaven uiteenlopend van aard en omvang.

Iedere wijk is anders. Bovendien gaat het vaak om een mix van sociaal-culturele en fysieke opgaven. We werken dan ook aan verschillende zaken en willen dat er in alle wijken een breed sociaal netwerk is, dat inwoners hun wijk als leefbaar en veilig ervaren en dat de leefomgeving prettig en klimaatadaptief is. Maar vooral willen we de tweedeling in wijken aanpakken. De ene wijk staat er beter voor dan de andere. Door goede ontmoetingsplekken, een betere woningmix, een prettige leefomgeving en een beter beleven van veiligheid kunnen we dat meer gelijktrekken. Dat doen we met wijkontwikkelplannen, die we in nauwe samenwerking met inwoners opstellen en uitvoeren. Ontmoetingsplekken Voor de sociale veerkracht in de samenleving is het belangrijk dat mensen elkaar ontmoeten. We willen daar als gemeente aan bijdragen door ontmoeting te faciliteren (o.a. ten behoeve van senioren). Dat doen we door meer ontmoetingsplekken te maken. In de buitenruimte – bijvoorbeeld met parkjes en speelplekken –, in multifunctionele accommodaties en daar waar zich kansen voordoen. Denk aan kantines, de bibliotheek en de kunsthal. Daarnaast is het belangrijk dat mensen bewegen. Dat is gezond. We dragen daaraan bij door de openbare ruimte zo aantrekkelijk mogelijk te maken, bijvoorbeeld door een wandelingetje te maken of te fitnessen in de buitenlucht.

Het accent ligt de komende periode op het versterken van onderwijshuisvesting, omdat het creëren van ontmoetingsplekken hiermee samenvalt. Woningmix We werken aan een verbeterde woningmix, zodat er in Helmond en de verschillende wijken voor iedereen een geschikt woningtype is. Daarom breiden we de woningvoorraad uit met betaalbare woningen5 voor o.a. starters en met levensloopbestendige woningen waar senioren langer comfortabel zelfstandig kunnen blijven wonen. Daarnaast sturen we erop dat woningtypen meer over de wijken worden verspreid, zodat in alle wijken de bewoners samen een gemêleerd geheel vormen waardoor de samenredzaamheid wordt versterkt. Ons streven is dat 70% van de nieuwbouwwoningen in Helmond betaalbaar is voor lagere en middeninkomens. Daarnaast is het belangrijk om samen met zorgaanbieders, woningcorporaties en lokale gemeenschappen in te spelen op de groeiende behoefte aan woonzorg. Daarvoor is een uitbreiding

5

In 2025 ligt de norm voor betaalbare koop op € 405.000 en voor betaalbare huur op € 809 per maand

29

nodig van (pre)mantelzorgwoningen en andere passende woonvormen voor zorgdoelgroepen. Bij voorkeur in de vorm van flexibele en toegankelijke woonoplossingen en goed verspreid over de stad om draagkracht en draaglast van wijken in evenwicht te brengen. We ontwikkelen woonzorgzones in Helmond-Oost en Mierlo-Hout. Dit gebeurt in samenwerking met woningcorporaties en zorginstellingen. Energie- en warmtetransitie In 2026 zal de warmtetransitie een zwaartepunt worden. De verwachting is dat de nieuwe Warmtewet 6 gemeenten vanaf 2026 vergaande bevoegdheid en regie geeft om de warmtetransitie vorm te geven. We kijken daarom naar verschillende scenario’s voor de rol van de gemeente in een warmtebedrijf. Bovendien komt er in 2026 een warmteprogramma, als opvolger van de Transitievisie Warmte. Hiermee ontstaat de bevoegdheid om in bestaande gebieden een alternatieve warmtevoorziening aan te leggen en zo het gebied van het aardgas af te halen. Warmtetransitie vraagt grote inspanningen van gemeente, bedrijven én inwoners In het warmteprogramma wordt duidelijk welke warmtebronnen we nodig hebben om in de warmtevraag van de woningen te kunnen voorzien. Woningen die slecht geïsoleerd zijn, moeten vooraf verduurzaamd worden om überhaupt van het aardgas af te kunnen. Dit vraagt investeringen van woningcorporaties, particuliere verhuurders en woningeigenaren.

Als gemeente hebben we hier een motiverende, ondersteunende en regisserende rol in. We beschikken over behoorlijk wat rijksmiddelen om een start te maken, maar dit vraagt een stevige versnelling en integrale aanpak. De verduurzaming van bestaande woningen is een groot aandachtspunt. Deze moeten net als nieuwbouwwoningen energiezuinig en toekomstbestendig worden. Dat draagt bij aan wooncomfort en lagere energiekosten én aan een duurzame leefomgeving. Het accent ligt op een nieuw energieefficiëntieprogramma voor het renoveren van bestaande woningen en het bouwen van nieuwe energiezuinige huizen. Dat lanceren we samen met bouwbedrijven en woningcorporaties. Voor de energietransitie speelt bovendien het vergroten van mogelijkheden voor duurzame opwek. Hiervoor maken we afspraken binnen de regio. Aandachtspunt blijft de netcongestie (zie ‘Uitbreiden energienetwerk’ op p. 32). Leefomgeving Een aantrekkelijke, groene leefomgeving is belangrijk voor de beoogde kwaliteitssprong. Voor het welzijn van inwoners is het van belang dat de leefomgeving zo is ingericht dat:  We goed kunnen omgaan met hitte en extreme neerslag  Inwoners in een aantrekkelijke omgeving wonen en verblijven  Inwoners gemakkelijk in beweging kunnen zijn en elkaar laagdrempelig kunnen ontmoeten We leggen dan ook zoveel mogelijk groen aan in de stad, goed verdeeld over de wijken.

Zowel door grofmazige als de fijnmazige groenstructuur te versterken. Een ander aandachtspunt zijn de karakteristieke elementen in de stad, zoals historische gebouwen, kunstwerken en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Die zijn belangrijk voor het versterken van de identiteit en een gevoel van trots. De nadruk op dit vlak ligt op onderhoud. Veiligheid en leefbaarheid Wat betreft veiligheid zijn er drie aandachtsvelden die eruit springen: ondermijning, overlast en criminaliteit door jongeren en digitale criminaliteit. We willen ondermijnende criminaliteit tegengaan door in te zetten op bewustwording en het sneller en beter signaleren van problemen. Hierbij haken we aan op de preventieve inzet voor de jeugd binnen ‘Meedoen, rondkomen, vooruitkomen’. Die koppeling met de preventie inzet voor de jeugd geldt ook voor het verminderen van overlast en

6

Formeel de Wet collectieve warmtevoorziening genoemd

30

criminaliteit door jongeren. Hiervoor willen we namelijk risicojongeren een beter perspectief bieden op een veilige, gezonde en kansrijke toekomst. Terugdringen van de overlast en criminaliteit is urgent (met name binnen Helmond-West), omdat inwoners zich minder veilig voelen. Los daarvan is het voor de jongeren cruciaal, omdat de kans groot is dat zij afglijden in de drugscriminaliteit. Met wijkontwikkelingsplannen werken we samen met inwoners en partners aan een toename van het veiligheidsgevoel, de leefbaarheid en het verminderen van de tweedeling. De prioriteit ligt de eerstkomende tijd op de wijken Helmond-Oost, Helmond-West en Binnenstad. Daar zijn de uitdagingen het grootst. Dit sluit aan op de inzet vanuit de brede aanpak ‘Preventie met Gezag’. Digitale criminaliteit wordt een steeds groter probleem. De digitalisering biedt criminelen veel mogelijkheden tot misbruik. Bepaalde groepen inwoners en ondernemers zijn kwetsbaar op dit vlak. Los van de schade die wordt geleden, grijpt ook deze vorm van criminaliteit in op het veiligheidsgevoel. Het accent ligt op het verhogen van de weerbaarheid, met name van kwetsbare groepen zoals kinderen, jongeren, senioren en ondernemers.

Wijkgericht versterken veiligheid en leefbaarheid Na het afronden van de wijkontwikkelingsplannen voor Binnenstad-Oost, Helmond-West en Annawijk in 2025, zijn er in 2026 vier wijken waar we veel tempo maken, vooral ook met het oog op veiligheid en leefbaarheid. Dat zijn Helmond-Oost, Helmond-Noord, Rijpelberg en de Leonardusbuurt. Hier zijn de opgaven het grootst en is er sprake van verschillende soorten problemen die met elkaar samenhangen. Hierdoor staat het welzijn van de inwoners in die wijk onder druk, meer dan in andere wijken. In de wijkontwikkeling wordt de samenhang gezocht met andere aspecten zoals de woningbouw. Investeren in structuurversterkende maatregelen Om Helmond nu en in de toekomst aantrekkelijk te houden en een goede basis te hebben voor de kwaliteit- en schaalsprong zijn structuurversterkende maatregelen nodig. Zo moeten de natuur- en waternetwerken en de groenstructuur worden versterkt. En ook de ontsluiting en bereikbaarheid van de stad, het buitengebied, natuurgebieden en parken moeten worden gewaarborgd. Dit alles met oog voor de ecologische waarden. Daarnaast moet het energienetwerk worden uitgebreid en is een dekkend glasvezelnetwerk van belang. Versterken natuur-, groen- en waternetwerken Voor natuur en landschap werken we aan drie pijlers: versterken natuur, verstevigen klimaatbestendigheid en vergroten van de leefbaarheid.

Liefst doen we dat gebiedsgericht, zodat deze thema’s samenkomen. Zo ligt er in 2026 focus op het uitvoeringsprogramma van Landschapspark Kloostereind. Daarmee werken we integraal aan versterking en uitbreiding van natuur, landschap en recreatieve mogelijkheden. Ook richten we ons op grotere ecologische verbindingen. Zoals rondom het beekdal van de Aa, de Bakelse Aa en de Goorloop. We versterken daar de natuurwaarden en beperken tegelijkertijd wateroverlast. Daarnaast willen we in de wijken meer groen aanbrengen. Dat levert veel voordelen zoals een prettige leefomgeving, meer schaduw en betere waterberging. We versterken hiervoor zowel de grofmazige als de fijnmazige groenstructuur in bestaande wijken en in ontwikkelgebieden. Om dit groenblauwe raamwerk ook ecologisch te laten functioneren zal het een bepaalde schaal en kwaliteit moeten hebben. Hiervoor werken we aan de basiskwaliteit van natuur, zowel in als buiten de stad. We zien dat de ligging van Helmond kansen biedt om een topeconomie aan een toplandschap te verbinden. Om dit kracht bij te zetten, koersen we op verbinding met initiatieven in de regio zoals binnen de Peel en het Van Gogh Nationaal Park. Waarborgen bereikbaarheid Het waarborgen van bereikbaarheid is noodzakelijk voor veel andere ontwikkelingen, zoals de groei van het aantal inwoners en van de bedrijvigheid.

We zien nu al knelpunten, die zonder ingrijpen groter worden

31

naarmate het drukker wordt in de regio. Goede bereikbaarheid is van groot belang voor het functioneren van de Helmondse economie en heeft ook een sociale component. Elke inwoner moet de voorzieningen kunnen bereiken die nodig zijn voor bijvoorbeeld werken, leren, sociale contacten, medische verzorging, recreatievoorzieningen en winkelen. We versnellen daarom een aantal onderdelen van de mobiliteitsvisie. Actieve mobiliteit, het OV en deelmobiliteit spelen hierin de hoofdrol, ook met het oog op duurzaamheid. De uitvoering doen we in lijn met de STOMP-gedachte (stappen, trappen, openbaar vervoer, mobiliteitsmaatregelen en privéauto). Qua timing van projecten koppelen we herstructureringen waar mogelijk aan gepland onderhoud. Uitbreiden energienetwerk Voor de beoogde groei van het aantal woningen en van de bedrijvigheid is beschikbaarheid van stroom logischerwijs een basisvereiste. Temeer omdat we als maatschappij steeds meer duurzaam energie opwekken en onze huishoudens en bedrijfsprocessen op elektriciteit draaien. Door de beperking in het energienetwerk kan niet altijd in die basisvereiste worden voorzien. Dat zet een rem op ontwikkelingen. Voor het beperken van netcongestie zijn primair de netbeheerders aan zet.

Naast dat we het uitbreiden van het energiewerk stimuleren en faciliteren, leggen we zelf focus op het slimmer afstemmen van vraag en aanbod van elektriciteit, netbewust bouwen en lokale opslag van energie. Denk aan het meewerken aan het realiseren van collectieve energienetwerken op bijvoorbeeld bedrijventerreinen en het uitvoeren van pilotprojecten op het vlak van de integratie van slimme energienetwerken. Maar ook aan de toepassing van waterstoftechnologie in de industrie en het gebruiken van aquathermie en industriële restwarmte in warmtenetten. Financiering van duurzaamheid Voor specifieke maatregelen krijgen we nu nog middelen vanuit het Rijk. Het gaat om de lokale aanpak van isolatie, de aanpak van energie-armoede en versterking van de eigen organisatie op het thema klimaat en energie (o.a. energie- en warmtetransitie, aanpak netcongestie en het energieloket). Het kabinet heeft aangekondigd om hierop tenminste 10% te korten Daarnaast is de vraag hoe de financiering op de langere termijn wordt geregeld. De inzet van eigen middelen is beperkt en incidenteel van karakter. De financiering van noodzakelijke maatregelen (boven op de beschikbare Rijksmiddelen voor specifieke taken) is daarom een belangrijk aandachtspunt. In het verlengde hiervan ligt het wegzetten van de Rijksbudgetten naar bepaalde doelgroepen.

Denk aan de lokale aanpak isolatie en de aanpak van energie-armoede. Dekkend glasvezelnetwerk Het glasvezelnetwerk is gereed dankzij vele inspanningen. Nu koersen we op het benutten ervan, bijvoorbeeld door samen met netwerkpartners te kiezen voor slimme opties bij het vervangen van verkeersregelinstallaties, openbare verlichting, gemalen, etc. Economisch vitaal en aantrekkelijk We willen als tweede stad in Brainport een slimme, innovatieve en aantrekkelijke stad zijn. Met een vitale economie en een aantrekkelijk vestigingsklimaat dat talent en bedrijven aantrekt en voor langere tijd vasthoudt. We streven naar een groei zo’n 15.000 arbeidsplaatsen tot 2040. In de afgelopen jaren zijn er 3.000 arbeidsplaatsen bij gekomen. De kansen die er lagen door de regionale economische groei hebben we gegrepen. Dat heeft ervoor gezorgd dat onze economische pijler stevig staat (zie p.20). Steviger dan onze sociale-culturele pijler en de ecologische pijler. Daarom kiezen we op het economische vlak voor een gematigde koers. Dat betekent niet dat we pas op de plaats maken, maar wel dat we sterk prioriteren. De focus ligt binnen de vier strategische thema’s uit de Economische visie: lerende & innoverende stad, verbindende stad, ondernemende stad en inclusieve & voorzienende stad. Daarbij

32

kijken we expliciet ook naar mogelijkheden om met Europa mee te versnellen op de terreinen waar zij dat willen in het licht van de geopolitieke ontwikkelingen.

We maken hierbij onderscheid tussen versterken en verbeteren versus voortzetten wat goed gaat. Bij versterken en verbeteren ligt de focus op ontwikkelingen met niet alleen een grote meerwaarde voor de kwaliteits- en schaalsprong. Ze moeten ook bijdragen op sociaal-cultureel of ecologisch vlak. Wat betreft het voortzetten wat goed gaat, blijven we met energie werken aan zaken die goed op de rit staan en die essentieel zijn voor het bestendigen van de economische groei. Versterken en verbeteren Automotive De Automotive Campus is aangemerkt als één van de twintig campussen van nationaal belang. Deze campussen zijn nodig om het Nederlands en Europees concurrentievermogen te versterken. Daarom is een gestage en duurzame ontwikkeling nodig. De Automotive Campus bevindt zich nog in de groeifase: het merendeel van de gronden moet nog worden ontwikkeld. Als gemeente hebben we daarbij een bevorderende, faciliterende rol en willen we sturen op toekomstige ontwikkeling via onze positie op de campus. Vanaf 2026 willen we de nieuwe publiek-private samenwerking in werking hebben. Met de nieuwe governance en publieke sturing stellen we de campusorganisatie in staat om op een slagvaardige en overtuigende manier vorm en inhoud te geven aan de campus. Als gemeente kijken we op welke wijze en in welke mate we hieraan in de toekomst financieel bijdragen.

Food Tech Food Tech Brainport werkt in de regio actief aan groei en innovatie van de voedselverwerkende industrie. Daarvoor is er samenwerking met voedselverwerkende bedrijven, technology providers en kennisinstellingen aan een ecosysteem voor de voedselverwerkende industrie. Helmond heeft een belangrijke plek in deze ontwikkeling, als kruispunt waar de agrarische sector in de Peel en de hightechindustrie van Brainport elkaar ontmoeten. Dat is waarom we investeren in een Food Tech Campus in Helmond. Vooralsnog is de inzet op Food Tech vooral een netwerksamenwerking, o.a. in het kader van NOVEX de Peel7. De uitdaging de komende jaren is om de fysieke campus uit te breiden. Daarbij wordt samenwerking gezocht met omliggende regio’s, omdat ook zij in deze sector stappen willen zetten. Speerpunt voor de gemeente is te helpen om de voedingssector en de technologische sector met elkaar te verbinden. Stedelijke werkmilieus De groei van bedrijvigheid en werkgelegenheid zien we vooral voor ons búiten de bedrijventerreinen. Enerzijds vanwege de beperkte ruimte voor meer bedrijventerrein. Anderzijds om juist ook binnen andere sectoren te groeien. Denk aan de ICT- en de advies- en onderzoekssector. We zetten ons in om hier een 7

In NOVEX De Peel werken alle overheden, als één overheid, samen met de streek aan een duurzame toekomst voor de Peel. Rijk en regio investeren samen in de streek.

33

aantrekkelijk klimaat voor te scheppen via stedelijke werkmilieus. Dat zorgt ook voor reuring in de stad. We zien met name kansen binnen het Stationskwartier. Ontwikkelen bedrijventerreinen De afgelopen jaren zijn er stappen gezet om de beschikbaarheid van werklocaties uit te breiden, bijvoorbeeld via bedrijventerrein Varenschut. Ook staat het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost hoog op de agenda. Hier werken we samen met andere gemeenten aan. Daarvoor richten we samen een gemeenschappelijke regeling op. Het is daarnaast belangrijk om bestaande bedrijventerreinen up-to-date en meer duurzaam te maken. Daarvoor werken we in het verlengde van het samenwerkingsconvenant met de Stichting Bedrijventerreinen Helmond samen met hen aan een visie bedrijventerreinen. Cultuur en evenementen We willen meer cultuur en culturele voorzieningen, als belangrijke kwaliteit van de stad. Groei past bovendien bij de schaalsprong die we in Helmond en in de regio maken. Cultuur heeft een brede meerwaarde. Bijvoorbeeld voor de invulling van vrije tijd en sociale cohesie. Ook versterkt het de identiteit van de stad en de lokale economie. Alles bij elkaar is cultuur een belangrijke factor voor het verstevigen van de sociaal-culturele pijler binnen Helmond. We werken op zes fronten: levend erfgoed, samen actief, leven lang leren, betrokken jongeren, centrum als verbinder en ruimte voor makers.

Er is doorontwikkeling nodig. We willen meer leisurevoorzieningen aantrekken, zoals restaurants en hotels en in enige mate ook cafés, musea en podia. Ook willen we ons cultureel aanbod robuuster maken door het professioneler maken van onze musea, podia en evenementen. Daarnaast versterken we recreatiegebied Berkendonk, een plek waar natuur en recreatie hand in hand gaan, en waar ruimte is voor het organiseren van grotere evenementen. Tot slot is een breder, eigentijds aanbod van evenementen wenselijk, zodat er levendigheid is en er een aanbod is voor verschillende doelgroepen. We geven prioriteit aan zaken die veel bijdragen aan de aantrekkelijkheid van Helmond als woonstad. Initiatieven die dat beperkt doen, worden in mindere mate ondersteund. Bovendien stellen we meer expliciet de vraag wat de rol van de gemeente moet zijn. Ondernemerscollectieven, Centrummanagement, Visit Helmond en Land van de Peel hebben namelijk de hoofdrol. We willen als gemeente meer het accent op de rol van regisseur leggen; de rol van subsidieverstrekker willen we enigszins afbouwen. Voor initiatiefnemers leidt dat tot de noodzaak om andere bronnen van financiering te vinden. Daar willen we bij helpen. Aandachtspunt is het beter benutten van het levend erfgoed in Helmond, zowel het materiële als het immateriële.

Voortzetten wat goed gaat Slimme maakindustrie Helmond is vanouds sterk in de maakindustrie en dat is ook naar de toekomst een troef. Zeker nu we in Europa steeds meer onafhankelijk willen worden van bijvoorbeeld de Verenigde Staten en China. Daarvoor is wel een belangrijke stap nodig, namelijk die naar een slimme maakindustrie. We moeten meer en goedkoper gaan produceren, zonder dat dit leidt tot een grotere belasting van het milieu. Dat betekent dat bedrijven in hun totale keten effectiever moeten worden, van efficiënte toeleveringslijnen, tot geautomatiseerde en gemechaniseerde productieprocessen tot het minimaliseren van voorraden. De belangrijkste stap op dit moment is om startups en middelgrote bedrijven bewust te maken van de noodzaak hiertoe en hen te helpen om hierin vooruit te komen. Partijen zoals Brainport Industries en TNO doen hier al veel in. Als gemeente sluiten we hierop aan en blijven we ook de komende jaren inzetten op het bevorderen van pilots en samenwerking tussen bedrijven om de totale productieketen in en buiten de regio slimmer te maken. Arbeidsmarkt Een inclusieve, flexibele en duurzame arbeidsmarkt is een belangrijke voorwaarde voor het realiseren

34

van brede welvaart voor alle inwoners. Als centrumgemeente in de arbeidsmarktregio Helmond-De Peel hebben we een belangrijke rol in het regie voeren op en faciliteren van regionale samenwerking. Komende jaren zetten we in op het door ontwikkelen en borgen van regionale initiatieven. Denk aan het Werkcentrum en het ‘Work in NL’-punt voor arbeidsmigranten. We versterken bovendien de regionale samenwerking door uitvoering te geven aan de landelijke ambities rondom de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. Als arbeidsmarktregio werken we daarvoor intensief samen in de Brainportregio. Hiermee willen we doelen behalen die er zijn vanuit o.a. de Beethovendeal die we als regio met het Rijk hebben. Ook spelen we in op het groeiende aanbod van klimaatbanen en het ontwikkelen van de benodigde vaardigheden daarvoor. Accountmanagement De afgelopen jaren hebben we geïnvesteerd in het versterken onze contacten en afstemming met het georganiseerd bedrijfsleven en met individuele bedrijven. Onze koers is om dit voort te zetten. Via onze bedrijvencontactfunctionarissen en het ondernemersloket kunnen we snel reageren op verzoeken van ondernemers. Aandachtspunt is om binnen onze regelgeving en procedures flexibeler in te kunnen spelen op behoeften van ondernemers.

Circulaire economie We hebben een stevige ambitie op het opnieuw gebruiken van materialen en producten, zodat grondstoffen de waarde behouden die ze hebben. In de eerste plaats met het oog op duurzaamheid, maar ook omwille van het beperken van de afhankelijkheid van andere continenten. Ook liggen er kansen voor bedrijvigheid die hierop geënt is. We blijven ons inzetten op dergelijke economische innovatie. Maar die concentreren we op ontwikkelingen waar al afspraken over zijn of waar al financiering voor is. En eventuele nieuwe ontwikkelingen die echt meerwaarde bieden. Bestuur & organisatie Het is aan het bestuur om krachtig richting te geven aan de vele ontwikkelingen binnen Helmond. Raad en college moeten daarnaast stevig in de regio ingebed zijn om de Helmondse agenda te voeden én voor het voetlicht te brengen. De kunst is om continu te schakelen tussen wat vandaag nodig is voor Helmonders en wat nodig is om Helmond toekomstbestendig te laten zijn. De gemeentelijke organisatie staat aan de lat om alle gemeentelijke taken goed en efficiënt uit te voeren, met oog voor de Helmondse inwoners, ondernemers en organisaties. Ook is het aan de gemeentelijke organisatie om bestuurlijke ambities voor te bereiden en uit te voeren. We werken aan het versterken van het vertrouwen in de lokale overheid. Dat vraagt om een solide, wendbare organisatie die kan meebewegen met wat nodig is.

Dat betekent schakelen tussen rollen, blijven werken aan dienstverlening dicht bij de mensen, het doelmatiger maken van onze bedrijfsvoering en continu bouwen aan een competente, adaptieve organisatie. Een extra uitdaging is om onszelf steeds te heruitvinden terwijl de winkel open is. Bovendien zetten we sterk in op het beter strategisch positioneren van Helmond in de regio en daarbuiten. Besturen voor de toekomst De regio en Helmond zijn sterk in beweging. Dat biedt kansen én het stelt de raad voor belangrijke vragen. Het is belangrijk om vooruit te kijken en heldere toekomstperspectieven neer te zetten, waar we in Helmond naartoe kunnen bewegen. Samen met partners, maatschappelijke organisaties, inwoners en ondernemers. Met het oog op koersvastheid en betrouwbaarheid van bestuur zou dit de vierjaarlijkse bestuursperioden moeten overstijgen. Dat doen we door tot meer solide doorgaande ambitielijnen te komen. Om dit bestuurlijk goed in te bedden, werken we toe naar een door de raad vastgestelde visie. Daar wordt steeds de strategie voor de eerstkomende jaren vanaf geleid. Deze strategie wordt

35

vervolgens door vertaald naar uitvoering. Dit bedden we goed in de planning en control in. Schakelen tussen rollen Van ons als gemeente wordt gevraagd om continu te schakelen tussen de rol van bevoegd gezag, regisseur, stimulator, facilitator en uitvoerder. Duidelijk is dat de gemeente niet de trekker kan zijn van alle verschillende maatschappelijke opgaven. Dat doen we als samenleving met elkaar. Als gemeente willen we beter leren kiezen wat onze inzet moet zijn. Hoe verdelen we onze capaciteit, expertise en middelen zodanig dat Helmond het best gediend is? Schaarste dwingt ons om – naast onze wettelijke taakuitvoering – vaker te kiezen voor de rol van regisseur, stimulator en facilitator. We zetten daarom sterker in op het bouwen en onderhouden van netwerken en het in positie brengen en ondersteunen van anderen. Toegankelijker en betrouwbaarder Hoewel we altijd vanuit de beste intenties werken, constateren we ook dat onze dienstverlening beter kan. Toegankelijk, duidelijk, met een persoonlijke benadering, meer vanuit de leefwereld van inwoners en ondernemers en meer bij de tijd. We willen beter op het netvlies houden waar we het voor doen en ons meer inleven in inwoners en ondernemers. We werken hieraan binnen alle domeinen, vanuit het klantperspectief.

Er is via verschillende dashboards, spreekuren en bijeenkomsten goed zicht op onderwerpen die inwoners belangrijk vinden en we weten daardoor hoe inwoners de gemeente zien en ervaren. Vanuit die inzichten en signalen vanuit de stad focussen we ons op het verbeteren van onze dienstverlening en het versterken van de dienstverleningskanalen (omnichannel dienstverlening). Op die manier kunnen mensen naar behoefte contact hebben met de gemeente, informatie krijgen en producten en diensten gebruiken. Het uitbreiden van onze digitale dienstverlening is een speerpunt, om maatwerk mogelijk te maken voor inwoners die digitaal minder vaardig zijn en voor complexe, domein overstijgende vragen. We zijn daarbij transparant over de gemaakte belangenafweging tussen de diverse publieke waarden, zoals recht op privacy versus het waarborgen van informatieveiligheid. Daarnaast verbeteren we onze dienstverlening binnen ons sociaal domein. Daarbij gaat het over ons frontoffice voor informatie en advies, minimaregelingen, schulddienstverlening, Wmo-voorzieningen en trajectregie voor bijzondere doelgroepen. Ons belangrijkste speerpunt is om met onze communicatie en aanpak dicht bij de leefwereld van inwoners te staan. In 2026 starten we met het uitvoeringsplan dienstverlening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15542745/2