Voorjaarsnota 2024 gemeente Helmond
Tekst van het document
Op basis daarvan zal het college een stedenbouwkundig plan en een nieuw omgevingsplan opstellen. Stadse Aa Helmond heeft al lang de wens om de Stadse Aa weer boven de grond te brengen. Dat dient diverse doelen, zoals het voorkomen van hittestress, het verfraaien van de stad en het levert een bijdrage aan klimaatadaptatie doordat de sponswerking van de bodem hiermee wordt vergroot. Hiervoor is medewerking nodig van het waterschap. Komend jaar willen we een concreet plan gaan ontwikkelen om die ambitie verder te brengen. Daarvoor zoeken we ook de regionale samenwerking op. Focus op vergroten woningvoorraad Het is van essentieel belang dat het woningaantal in Helmond blijft groeien. De huidige marktomstandigheden zijn niet gunstig. De bouwkosten stijgen en personeel is schaars. Daarom willen we onder andere een woonfonds (mogelijk in de vorm van een reserve) gaan opzetten om de woningbouw vlot te trekken, met name in segmenten waar de business case moeilijk valt rond te krijgen. Het bestaande stimuleringsfonds voor corporaties raakt leeg. Doel is om te komende tijd tot een andere structuur te verkennen voor dit fonds. Daarbij denken we allereerst aan een vereveningsstructuur waarbij winstgevende projecten via dat fonds gaan bijdragen aan verlieslatende projecten. De gemeente wil ook werk gaan maken met het versterken van de bouwketen en het aanstellen van extra projectleiders.
Hiermee willen we snelheid in de hele keten van planvorming tot realisatie gaan vergroten. Ook vanuit het Rijk is de roep om financiële steun voor de hele MRE gehoord. Om de economische groei van deze regio te faciliteren met extra investeringen in mobiliteit, woningbouw en voorzieningen. Hoe de toegezegde rijksbijdrage precies gaat landen in Helmond is nog niet duidelijk. We zullen veel regionale inzet moeten gaan doen om onze plannen en belangen goed naar voren te krijgen bij de toekenning van deze rijksmiddelen. Tenslotte zullen we een verkenning doen naar de specifieke woonwensen van bijzondere doelgroepen. Wijkgericht werken De gemeente Helmond heeft de afgelopen jaren op verschillende manieren in kaart gebracht welke behoeften er leven in de verschillende wijken van de stad. Zo werken we met wijkontwikkelingsplannen waarin multidisciplinair naar de ontwikkeling van een wijk gekeken wordt voor de (middel)lange termijn (zie hierboven). Daarnaast spelen de verschillende disciplines en thema’s in op behoeften in de wijken. Via een wijkscan onderzoeken we op welke wijze we binnen bestaande wijken extra woningen kunnen toevoegen en hoe we daarin slimmer kunnen omgaan met de bestaande binnenstedelijke ruimte. 22
Het komend jaar zetten we in op de uitvoering van de al tot stand gekomen wijkontwikkelingsplannen. Aan het wijkontwikkelingsplan voor Rijpelberg wordt nog gewerkt. Hierin wordt naast leefbaarheids- en leefstijlinterventies ook gekeken wordt naar de mogelijkheden voor herontwikkeling van vrijkomende schoollocaties. De voorbereidingen worden getroffen voor realisatie van een multifunctionele wijkaccommodatie en we gaan aan de slag met de opwaardering van de openbare ruimte. Ook maken we de koppeling met de warmtetransitie. In Stiphout gaan we verder met de uitvoering van de gebiedsvisie, waarin het ontmoeten één van de pijlers is waaraan wordt gewerkt. Investeren in veiligheid en leefbaarheid In de aanpak van de georganiseerde drugscriminaliteit hebben we samen met onze veiligheidspartners extra ingezet op de Binnenstad met de bestrijding van de drugscriminaliteit. Handelaren in verdovende middelen werden strafrechtelijk aangepakt, op hotspots vond extra handhaving en controle plaats en waar mogelijk is de bestuurlijke maatregel ‘Damocles-beleid’ ingezet, om panden te sluiten. De aanpak van ondermijning vraagt om een lange adem. Daarom blijven we ook de komende jaren integraal stevig hierop inzetten. Uit de Veiligheidsmonitor 2023 blijkt dat het veiligheidsgevoel in onze stad gemiddeld iets is verhoogd, maar het verschil tussen de wijken is groot.
Daarom willen we ook in 2025 extra inzetten op wijkgericht werken. Daarbij zetten we samen met het zorgdomein in op Preventie met Gezag, waarbij gerichte focus op risicojongeren. We denken meer veiligheidswinst te halen door een integrale aanpak, waarbij naast de gerichte aanpak ook de zorgvraag van overlastgevers effectiever kan worden opgepakt. In het Masterplan Integrale Veiligheid 2023-2026 leggen we het accent op de thema’s ondermijning, risicojongeren en digitale criminaliteit. In de aanpak van digitale criminaliteit zetten we in op preventie, waarmee we de weerbaarheid van kwetsbare groepen vergroten. Ook op de andere veiligheidsthema’s blijft onze inzet onverminderd. Dit doen we onder meer door actief samen te blijven werken met bewoners die de ogen en oren van de stad zijn.
1.4 Hoofdopgave 3: Economisch vitale, innovatieve en aantrekkelijke stad De economische situatie in Nederland en de rest van de wereld is natuurlijk direct van invloed op de situatie in Helmond. Na jaren van economische groei, was dit niet meer het geval in 2023. Er was even sprake van recessie. Na een sterke groei van de inflatie, vooral in 2022 als gevolg van gestegen energieprijzen door de oorlog in Oekraïne, was er in 2023 weer sprake van een daling. Krappe en veranderende arbeidsmarkt Mede door de noodmaatregelpakketten vanuit de landelijke en lokale overheid waren er tijdens de coronacrisis weinig faillissementen en het aantal (vrijwillig) gestopte bedrijven was laag. In 2023 zien we dit aantal toenemen, maar blijft het aantal nog steeds laag. Het consumentenvertrouwen blijft ondanks een stijgende lijn negatief. Producenten en ondernemers zijn iets positiever. De arbeidsmarkt blijft krap; er is meer vraag naar arbeidskrachten dan aanbod. De krapte varieert per sector. Ook voor de werknemer verandert de arbeidsmarkt door een steeds verdere digitalisering. Dat kan klein zijn van gasten die via een tablet zelf de bestelling doorgeven tot fabrieken waar het meeste van het werk door robots wordt uitgevoerd. In alle branches zien we de inzet van de mogelijkheden van digitalisering en van het gebruik van data. Dit vraagt natuurlijk ook de nodige aanpassing van de werknemers.
Aanbod cultuur, horeca en andere vrijetijdsbesteding is belangrijk voor de aantrekkelijkheid In 2023 zijn er minder winkels in Helmond dan in het jaar ervoor. Sinds 2010 zien we eigenlijk van jaar op jaar het aantal afnemen. Vooral in de branches mode en luxe, vrije tijd en wonen. Steeds meer 23
mensen – jong en oud – kopen via internet. De gemiddelde winkelgrootte is in al die jaren wel toegenomen. Dat geldt ook voor de detailhandel in het centrum. Belangrijke concurrent van de fysieke winkel is het aanbod via internet. Het aantal horecagelegenheden is afgelopen 10 jaar gestegen. Vooral nam het aantal eetgelegenheden toe. Het aantal cafés is afgenomen. In 2023 werden de grote culturele instellingen in Helmond (Theater Het Speelhuis, Museum Helmond en De Cacaofabriek) vaker bezocht dan de jaren ervoor. Na de gedwongen sluiting tijdens corona weten we nu de weg weer te vinden. De horeca heeft het zwaar omdat de coronasteun moet worden terugbetaald, dat een jaar nadat de energielasten zwaar hebben gedrukt op de winsten. Van de evenementen worden de Kasteeltuinconcerten het vaakst door de inwoners bezocht. Jongeren, van 12-19 jaar geven de evenementen gemiddeld een 6,7. Netcongestie remt ontwikkelingen Door krapte op het elektriciteitsnet geeft netbeheerder Enexis op dit moment geen nieuwe grootverbuikersaansluitingen uit. Er is een wachtlijst en hoewel er de komende jaren in stappen ruimte bijkomt op het net, zal er naar verwachting tot 2035 een wachtlijst blijven voor de afname van stroom. Vooral bedrijven hebben hier last van, als zij willen uitbreiden, verhuizen of hun productie of vervoer willen verduurzamen.
1.4.1
Waar zetten we op in?
Een duurzame en flexibele arbeidsmarkt In de arbeidsmarktregio Helmond- De Peel streven we naar een duurzame en flexibele arbeidsmarkt die klaar is voor de opgaven van morgen en de uitdagingen van vandaag. Een goed functionerende arbeidsmarkt is een belangrijke randvoorwaarde om te zorgen dat iedereen kan meedoen en kan profiteren van de kansen in onze regio én om onze economische ambities en groei te kunnen blijven waarmaken. Dat betekent dat we inzetten op het vinden, binden en boeien van íeder talent. Kern hiervoor is het regionaal arbeidsmarktplan 2023-2027 waarin, op basis van het profiel van de regio, gezamenlijke ambities zijn geformuleerd. We blijven daarbij inzetten op een inclusieve arbeidsmarkt met passend werk voor ieder talent. Werken betekent immers meer dan inkomen en zorgt voor zingeving, een gevoel van erkenning, bevordert maatschappelijke participatie en draagt bij aan zelfontplooiing van alle talent (intrinsieke waarde van werk). Inzet op het aantrekken en behouden van talent blijft, zeker in de huidige arbeidsmarktkrapte, onverminderd belangrijk. Dit alles doen we onder andere vanuit het beoogde Werkcentrum HelmondDe Peel; één integrale toegang voor inwoners, werkgevers en werkenden.
Dat doen we samen met onze multi-helix partners in de arbeidsmarktregio, met de gemeente Helmond als centrumgemeente en met partners binnen de Brainportregio, provincie en landelijke overheid. Ontwikkelingen werklocaties in Helmond en de regio Diverse grote ontwikkelingen hebben invloed op de bedrijventerreinen. Denk aan de klimaatverandering, netcongestie, tekort aan arbeidskrachten en globale instabiliteit. Ook onze eigen wensen en ambities moeten vorm krijgen, denk aan de circulaire economie en vergroening. Voor de ondernemers van de stad en het oostelijk deel van de regio is bereikbaarheid een punt van zorg en daarmee van onze aandacht. De behoefte aan extra arbeidsplaatsen in de regio is ook een belangrijk onderdeel voor de schaalsprong van Helmond en waarvoor ruimte gecreëerd zal moeten worden. Dat vraagt om een visie op en ontwikkelkader voor de bedrijventerreinen, waarbij we samen optrekken met de ondernemers op de terreinen zelf. De ontwikkeling van Varenschut Noord en het Regionaal Bedrijventerrein zullen veel capaciteit vragen Op basis van het Regionaal Programma Werklocaties en een lokale bedrijventerreinenvisie bepalen we welke werklocaties ontwikkeld, gerevitaliseerd of geherstructureerd moeten worden om de gewenste groei te accommoderen en in te kunnen spelen op huidige en toekomstige inrichtingseisen. Daarnaast 24
beschrijft het welke inhoudelijke acties nodig zijn om deze groei, de gewenste ruimtelijk-economische structuur en/of de kwaliteitsimpulsen op het gebied van bijvoorbeeld ruimtelijke kwaliteit of duurzaamheid te realiseren. Verduurzaming van de bedrijventerreinen worden om verschillende redenen steeds belangrijker. Klimaatverandering vraagt om aanpassingen, maar vergroening zorgt ook voor aantrekkelijkere werklocaties. Ondernemers spelen in op de energietransitie, samen met partners wordt gewerkt aan een waterrotonde, warmterotondes en een grondstoffenrotonde. Netcongestie is ook hier een remmende factor. Bedrijven kunnen niet van het gas af, of kunnen geen zonnepanelen leggen omdat ze geen aansluiting krijgen. Nieuwe vestigingen krijgen ook geen aansluiting. Aan de hand van de Helmondse detailhandelsvisie werken we aan het kwalitatief versterken van centrumgebied, de wijkwinkelcentra en de perifere detailhandelslocaties en het terugdringen van leegstand en overtollig aanbod. Topsectoren: Automotive Campus Door campuseigenaren (Van de Ven, provincie Noord-Brabant, gemeente Helmond) wordt gezamenlijk gewerkt aan een nieuwe opzet en PPS-structuur voor de campus. Doel is om te komen tot een slagvaardige campusorganisatie. Het gaat hierbij om onderwerpen als de campusstructuur, de eigendomspositie, de zeggenschap en de financiering voor benodigde investeringen.
Voor ons staat voorop dat voldoende geborgd wordt dat de campus zich op een publiek passende manier verder ontwikkelt als zwaartepunt binnen het automotive ecosysteem in de regio. We zien dat er belangstelling is van partijen om zich te willen vestigen of uitbreiden op de Automotive Campus. Versnellen netverzwaring en efficiënter gebruik van het bestaande stroomnet in Helmond Om de krapte op het stroomnet op te lossen moet het stroomnet op alle niveaus verzwaard worden. In Brainport verband lobbyen we voor meer snelheid in onze regio, die in 2023 landelijke prioriteit heeft gekregen. Verder zijn we actief in het regionale UTEB-project om de doorlooptijd van ruimtelijke procedures voor het verzwaren van het lokale elektriciteitsnet te halveren. En we denken kritisch mee met de start van de voorbereiding voor de verzwaring van de hoogspanningslijn tussen Eindhoven en Maasbracht die uiterlijk in 2035 klaar moet zijn. Behalve het verzwaren van het elektriciteitsnet kunnen we ook het bestaande net efficiënter gebruiken. Samen met SBH stimuleren we bedrijven om op energiegebied te gaan samenwerken in zogenaamde energiehubs. In 2024 onderzoeken we als eerste de kansen op bedrijfsterrein Hoogeind. Door samenwerking, energiebesparing, betere spreiding van het elektriciteitsgebruik en bijvoorbeeld de inzet van batterijen, kan er ruimte worden gemaakt voor nieuwe ontwikkelingen.
Tot slot willen we ons ontwikkelen richting een 'netbewuste stad', die bij nieuwe plannen rekening houdt met de grenzen van het elektriciteitsnet en de plannen zo uitvoert dat ze aansluiten op en ingepast kunnen worden in het energiesysteem van de toekomst. In 2024 doen we met de regio een verkenning hoe dat energiesysteem er in de Brainport uit kan gaan zien en welke keuzes daarbij gemaakt kunnen worden. Cultuuraanbod laten meegroeien met de schaalsprong Onze stad zal de komende jaren groeien van 95.000 naar 115.000 inwoners in 2040. Dat betekent méér mensen die hier samenleven en méér mensen die hier hun vrijetijd zo prettig mogelijk willen invullen. De schaalsprong betekent vooral dat we met een groeiend aantal mensen deze stad prettig en leefbaar moeten houden. We moeten hier gelukkig kunnen (blijven) samenleven. De manier waarop we samenleven is de cultuur. De uitingen van die cultuur – zoals muziek, dans, feesten, tradities, media – beïnvloeden de manier waarop we samenleven. Met kunst en cultuuruitingen kunnen we dus bouwen aan de manier van samenleven. We kunnen ermee gezamenlijk bouwen aan onze stad. Omdat kunst en cultuur zo van betekenis zijn voor het bouwen aan onze samenleving, hebben we een toekomstvisie voor cultuur in Helmond opgesteld: de Cultuurvisie 2040. 25
De komende tien jaar moeten we onze culturele voorzieningen kwalitatief en kwantitatief laten meegroeien met de schaalsprong in aansluiting met de andere grote steden in Brabant. De cultuurvisie raakt de manier van samenleven en daarmee meerdere beleidsterreinen, wat vorm krijgt in een brede integrale benadering. Dit heeft vanzelfsprekend ook financiële consequenties. Jongerencultuur is een belangrijk onderdeel waarop we in Helmond willen inzetten. Voor de zomer van 2024 leggen wij de cultuurvisie ter besluitvorming voor aan de raad. Na besluitvorming op de cultuurvisie volgt een vertaling in een meerjarig uitvoeringsprogramma, inclusief financieel voorstel. Na de cultuurvisie volgt het evenementen uitvoeringsbeleid gekoppeld aan locatieprofielen. Dit om een aantrekkelijk evenementenaanbod, dat veilig in Helmond georganiseerd kan worden, aan te bieden. Ook onderdeel van cultuur is ons cultureel erfgoed. Daar zijn we trots op in Helmond en we dragen dat actief uit. Toekomst Fase 2 De Braak Nu de ontwikkeling in plangebied Fase 1 van De Braak grotendeels is voltooid en ook het zwembad in gebruik is genomen, buigen wij ons als gemeente over de toekomst van het resterende deel op deze campus. Op basis van de door de gemeenteraad in 2021 vastgestelde ambities werken wij momenteel een haalbaarheidsonderzoek uit.
Daarin zien we dat – ook wanneer we een aantal ambities afschalen – een budgetneutrale ontwikkeling van dit deel van de campus niet haalbaar zal zijn. Richting de begroting presenteren wij aan de gemeenteraad de uitkomsten van het haalbaarheidsonderzoek, en komen wij met een voorstel.
1.5 Bestuur & organisatie Bij een deel van de Nederlanders is het vertrouwen in de overheid laag. Met name in wat meer perifeer gelegen regio’s is dit het geval. Zij voelen politiek-maatschappelijk onbehagen. Dit uit zich onder meer – ook in Helmond – door lage opkomstpercentages bij verkiezingen. Ook hier zien we de tweedeling in de samenleving terug (zie ook Atlas van Afgehaakt Nederland, 2021). Zo verschilt het opkomstpercentage sterk van wijk tot wijk.
1.5.1 Waar zetten we op in? Andere overheid De gemeente Helmond wil voor haar inwoners, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties een betrouwbare en dienstbare overheid zijn die meedenkt, zich openstelt, transparant communiceert en dicht bij de leefwereld van de inwoner staat. We willen een Andere Overheid zijn, waarbij meer nadruk wordt gelegd op het van ‘buiten naar binnen’ werken, op samenwerking, participatie en innovatie. Het concept van de Andere Overheid is gericht op interactie van de overheid afgestemd op de beleving en behoeften van inwoners, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. De initiatieven op het terrein van Andere Overheid willen we meer met elkaar in verbinding brengen en ook versnellen. We monitoren al nu continue wat er in de stad leeft en wat de inwoners beweegt. Met de komst van het Huis voor de Stad willen we dit versterken met de vormgeving van de Newsroom; hét punt -voor de bezoeker gelijk bij binnenkomst- waar alle verzamelde informatie samenkomt. Hier komen via verschillende bronnen (als het KCC en ViP meldingen, media-analyses, omgevingsanalyses, publieksonderzoek) signalen uit de stad samen. Zij geven richting aan de dagelijkse dienstverlening voor en dialoog met de stad en vormen input om te betrekken in nieuwe ontwikkelingen en beleid.
Het is ook een hulpmiddel om als overheid betrouwbaar naar inwoners te zijn door luisteren en zenden op elkaar af te stemmen. Onverminderd wordt ingezet op heldere informatie en communicatie. In dat kader krijgt de implementatie van de Wet Open Overheid vorm en wordt nog sterker ingezet op het project “Heldere Taal”. 26
Een andere ontwikkeling is het actief participatiebeleid (op basis van het in 2024 vastgestelde Participatiebeleid) met de implementatie daarvan. In lijn daarmee past ook de aanpassing van het wijkgericht werken als werkwijze. In het sociaal domein zijn we al geruime tijd aan de slag met die andere overheid, die we verbinden aan de Helmond-Aanpak. In 2024 zetten we in op het leren van onze ervaringen en verbreding van deze integrale aanpak naar andere domeinen. Binnen het domein van de openbare ruimte doen we dat met de ViP-meldingen. Waarbij opvolging van meldingen en het contact met inwoners over hun waardering daarvan nauw gemonitord wordt en een vertaling krijgt in verbetering van de werkwijzen en processen en dialoog met inwoners, ondernemers en organisaties. Een duidelijk signaal is de behoefte om het dagelijks werk in de wijk beter te organiseren en beter in te spelen op de vraagstukken in de wijk en meer regie te voeren samen met partners daarop. Een plan om het dagelijks werk -in samenwerking inwoners en partners- verder te versterken en realiseren is in voorbereiding. Binnen het ruimtelijk domein en met de implementatie van de omgevingswet zijn de doorlooptijden bij vergunningverlening sterk verkort en is de participatie door initiatiefnemers versterkt. Deze verbeterde aanpak krijgt verder vorm in de komende jaren.
Dienstverlening Op 8 april 2024 namen we Het Huis voor de Stad in gebruik. Dit is het hart van onze dienstverlening én het visitekaartje van de gemeente Helmond. Hier krijgt de Visie op Dienstverlening ook in 2025 steeds meer gezicht. De gemeente biedt klant-gedreven dienstverlening waarbij we optimaal gebruik maken van de digitale mogelijkheden zonder de menselijke maat uit het oog te verliezen. We zorgen ervoor dat alle contactkanalen met onze inwoners en ondernemers goed op elkaar aansluiten en dat men ongeacht het gekozen kanaal altijd hetzelfde antwoord krijgt door de inzet van omni-channel aanpak. In deze dienstverlening staat de mens centraal en is niet het systeem leidend. Er wordt heldere informatie verstrekt over de beschikbare diensten, de vereiste stappen, de benodigde documentatie, eventuele kosten en de status van hun aanvraag. We maken dit op een laagdrempelige wijze toegankelijk voor de inwoners en ondernemer. Daarbij vraagt het ondervangen van de voortdurende paspoortenpiek, en toenemende druk op het klantcontact (in de fysieke en digitale omgeving) om andere werkwijzen (zoals bijvoorbeeld het thuisbezorgen van paspoorten en het verlengen van de openingstijden). Uiteraard kan ons dienstverleningsproces nog verder versterkt worden. We werken dagelijks aan verbetering en om aan de verwachtingen van onze inwoners tegemoet te blijven komen.
In 2025 betrekken we daarbij natuurlijk de resultaten van het rekenkameronderzoek (zomer 2024). Digitale stad Helmond Helmond doet actief mee met het tijdig, inclusief en verantwoord inzetten van de toenemende kansen die digitalisering en innovatie bieden om daarmee onze rol als lokale overheid op een relevante en efficiënte wijze te kunnen blijven vervullen. In 2024 is voor nagenoeg de gehele gemeente een adequaat glasvezelnetwerk gerealiseerd voor zowel huisaansluitingen als het bedrijfsleven en daarmee voor innovatieve, digitale ontwikkelingen in en vooral voor de stad. Ook de in BrabantStad-verband geïnitieerde Brabantring is operationeel geworden. In het nieuwe Huis voor de Stad is een aansluiting op de Brabantring gerealiseerd. Het blijven inzetten op het spoor van digitale inclusie zien we als een harde randvoorwaarde voor het realiseren van de maatschappelijke opgaven. De verschillende doelgroepen (o.a. ouderen, jongeren, anderstaligen) bedienen we daarbij zoveel mogelijk op maat. 27
Omgevingswet: integraal werken, participatie en een efficiënte dienstverlening De Omgevingswet trad op 1 januari 2024 in werking. Via het instrumentarium van de Omgevingswet werken we aan de grote opgaven in het fysieke domein. De vastgestelde omgevingsvisie Helmond 2040 geeft de kaders voor de uitwerking in omgevingsprogramma’s, waarin we concreter aangeven hoe we de doelen uit de visie gaan realiseren. Dit kunnen gebiedsprogramma’s zijn, maar ook thematische uitwerkingen van een beleidsdomein. We zijn al eerder begonnen met een omgevingsplan (met alle regels in het fysieke domein, voor zover we die nog willen stellen) voor het gebied Mierlo-Hout, en werken vandaaruit verder naar één gemeente-dekkend omgevingsplan, uiterlijk in 2031. Realisatiekracht Al vele jaren maakt de accountant in het jaarverslag de opmerking dat er een aanzienlijk verschil zit tussen de in de begroting opgevoerde programma’s en het vermogen van de organisatie om dit ook te leveren. Dat wordt vooral zichtbaar in het investeringsprogramma waarbij tot nu toe slechts een deel van de opgenomen bedragen ook daadwerkelijk werd uitgegeven. De stad groeit hard in de richting van 100.000 inwoners. Het Rijk erkent de noodzaak om in de regio te investeren. Tegelijk moeten we ook kunnen inspelen op onverwachte ontwikkelingen, zoals in voorgaande jaren de coronacrisis.
De organisatie moet qua omvang en kwaliteit passen bij de groei die Helmond doormaakt. Ambitie en organisatie moeten in balans zijn. In 2023 is de basis gelegd voor een vernieuwde organisatie met ‘Het verhaal van onze organisatie Samen maken we de sprong!’. In 2024 is gewerkt aan de implementatie, zowel op hoofdlijnen als qua fijnmazige inrichting, met kleinere teams als belangrijk kenmerk. De organisatieontwikkeling is echter geen doel maar een middel om een meer betrouwbare overheid te zijn die op haar taken is toegerust en haar ambities kan realiseren. In 2024 voert bureau Berenschot een benchmark-onderzoek uit, waarbij gekeken wordt de balans tussen de taken, de formatie en de kosten van ons personeel. De conclusies betrekken we bij de verdere organisatieontwikkeling in 2024 en 2025. Daarnaast sluiten we in 2024 aan bij Vensters voor Bedrijfsvoering, om zicht (en inspiratie) te krijgen op welke onderdelen we versneld kunnen en moeten verbeteren. Onze ambities realiseren we niet alleen. We werken samen met partners binnen de stad. En we ‘zetten Helmond op de kaart’ met regionale samenwerking, lobby en citymarketing. De achterstand aan investeringen uit voorgaande jaren (per 01/01/2024 ongeveer € 162 miljoen; zie ook paragraaf 3.1) wordt in aanloop naar de begroting 2025-2028 opnieuw beoordeeld en realistisch geraamd.
Dat betekent dat er voor de begroting 2025 kritisch gekeken moet worden naar de investeringen (nieuw voor oud), de hoogte, de onderbouwing, de fasering en de prioritering van de investeringen, ook in het licht van waar de actualiteit om vraagt. Op deze manier ontstaat voor 2025 een begroting die een beter beeld geeft van de plannen voor de komende jaren. Onze ambities zijn leidend voor onze prioriteiten, en het financiële meerjarenperspectief dwingt tot prioritering. We zetten in op een meerjarig strategisch financieel beleid.
1.6 Bedrijfsvoering 1.6.1
Bedrijfsvoering
Bedrijfsvoering, als integrale ondersteuning van het functioneren van de gemeentelijke organisatie, heeft de afgelopen jaren te weinig aandacht gehad. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het invullen van extra formatie zonder daarbij de noodzakelijke middelen voor ICT en huisvesting te reserveren. De benoeming 28
van een directeur Bedrijfsvoering, processturing en kwaliteitsverbetering is een eerste stap om dit te herstellen en de processen en kwaliteit te verbeteren. Helmond is (na een aantal jaren hier niet aan mee gedaan te hebben) weer aangesloten bij Vensters voor bedrijfsvoering, om daarmee evidente verbeterpunten en suggesties voor aanpassing –met de ervaringen van andere gemeenten- versneld te kunnen oppakken. Dit alles zal mogelijk leiden tot een benodigde impuls. Hierbij kijken we nadrukkelijk naar wat voor een (groeiende) gemeentelijke organisatie gebruikelijk is aan overhead. Eerder werd onvoldoende rekening gehouden met de kosten die gemoeid gaan met het personeel zoals de facilitering van werkplekken, het voorzien van een laptop, telefoon, opleidingen en dergelijke. Om een reëel beeld te kunnen geven van onze personeelsbudgetten gaan we met elke uitbreiding van formatie ook deze budgetten meetellen. Bekeken wordt hoe dit het meest effectief en realistisch kan worden georganiseerd en we komen daar met de begroting 2025 op terug. Daarmee borgen we dat nieuwe medewerkers ook voldoende faciliteiten tot beschikking blijven hebben om het werk goed uit te kunnen voeren.
1.6.2
Informatie, data en digitalisering
Waar staan we nu? Landelijk laten de gemeentelijke ICT-kosten per inwoner een voortdurende stijging zien, waarvan de afgelopen vier jaar meer dan 5,5% per jaar. In de programmabegroting 2024 zijn echter additioneel geen financiële middelen opgenomen voor informatie, data en digitalisering. De reden daarvan was dat in 2022 en 2023 veel veranderingen zijn doorgevoerd. Ook is er veel inzet geweest voor het Huis voor de Stad. Het jaar 2023 is gebruikt om een beeld te krijgen van de omissies en in 2024 is verder voortgebouwd op bestaande plannen en versterking waar nodig. Dat laat onverlet dat investeringen voor informatie, data en digitalisering in 2025 onoverkomelijk zijn. Waar gaan we heen? In 2023/2024 is een analyse gemaakt van de noodzakelijke investeringen in onze data, ICT en digitalisering. Hierbij is gekeken naar drie aspecten: -
Structurele dekking: daar waar er nog niet voorzien was in structurele dekking, is dat gekwantificeerd; Formatie: daar waar er versterking nodig is om de dienstverlening op orde te houden, is gekeken naar de formatie versus inhuur; Schaalsprong: gekeken is wat nodig is om op gebied van informatievoorziening de Schaalsprong aan te kunnen.
Het voorgaande is vertaald naar de volgende uitgangspunten voor informatie, data en digitalisering: • •
•
Het financiële plan moet sluitend zijn. Voor structurele kosten moet structurele dekking zijn. Hiermee maken we het kostenplaatje transparant, toekomstbestendig en voorspelbaar. De benodigde activiteiten voor vernieuwing en verandering stemmen we organisatiebreed af. We brengen de vraagzijde (ambities van vakafdelingen) in balans met de aanbodzijde (doorlooptijd, capaciteit, financiële middelen). Zo werken we aan realistisch plannen en begroten. We maken onderscheid in het op orde brengen van de basis, het op orde houden van de bestaande basis en het uitbreiden van de basis. Dit is hierna uitgewerkt.
Basis op orde krijgen Het huidige aanbod van digitale voorzieningen moeten we op orde krijgen. Dit betreft het beheer van ICT-voorzieningen die we nu al aanbieden aan inwoners en medewerkers. Enerzijds is dit het structureel 29
dekken van materiële kosten voor gecontracteerde voorzieningen (hardware, licenties) en anderzijds het organiseren van de benodigde formatie om deze voorzieningen structureel en zonder duurdere inhuur te kunnen onderhouden (functioneel beheerders, applicatiebeheerders). Deze versterkingen dragen direct bij aan het digitaal weerbaarder (bescherm tegen cybercrime) maken van onze organisatie. Zonder deze middelen kunnen we het huidige aanbod van digitale voorzieningen dat we beschikbaar stellen aan onze inwoners en medewerkers, niet handhaven. Basis op orde houden Elk jaar zijn er licentie- en onderhoudscontracten die ten einde lopen. Om het huidige niveau van digitalisering ook in de toekomst te kunnen handhaven, ontplooien we de noodzakelijke activiteiten voor vernieuwing. Dit vraagt een vervangingsinvestering. Het aanbrengen van veranderingen in het landschap van processen, informatie en systemen moet doordacht plaatsvinden. Doordacht, omdat de veranderingen ook moeten bijdragen aan het terugdringen van onnodige complexiteit. Dat komt ten goede aan de dienstverlening aan stad en het werk van medewerkers en aan onze IT-beveiliging. Hiervoor is uitbreiding nodig van de architectuurfunctie. Om de informatievoorziening verder te professionaliseren willen we o.a. stappen zetten in het doorvoeren van IT-servicemanagement.
Dit levert een veiligere en betrouwbaardere ICT-omgeving en leidt tot een efficiëntere bedrijfsvoering. Basis uitbreiden om ambities mogelijk te maken Om de ambities van de gemeente voor 2025 en volgende jaren te kunnen ondersteunen met digitale voorzieningen, zijn aanvullende investeringen nodig. Dit is niet alleen voor het uitbreiden op de basis ICT-infrastructuur maar betreft ook systemen en datavraagstukken voor de ambities op het fysiek en sociaal domein en voor brede burger-dienstverlening. Ook nieuwe of veranderde wet- en regelgeving leidt tot een nieuwe digitaliseringsbehoeften. Deze veranderingen vragen tijd, vandaar ook de vraag langjarig structurele middelen beschikbaar te stellen. Om tegemoet te komen aan de ambities van de organisatie, hebben we formatie-uitbreiding nodig op het gebied van datagedreven werken, architectuur en portfoliomanagement. De benodigde middelen voor 2025 lopen via de begroting 2025-2028. Ook dit jaar (2024) is er al versterking nodig. De benodigde middelen hiervoor specificeren we in de bestuursrapportage(s) 2024.
1.6.3
Mens en organisatie
Aantrekkelijk werkgeverschap Waar staan we nu? De arbeidsmarkt wordt steeds krapper. We zien dat we medewerkers alleen nog bijvoorbeeld met arbeidsmarkttoelagen aan onze organisatie kunnen binden en tegelijkertijd dat onze uitstroom groter wordt door aantrekkelijker arbeidsvoorwaarden bij andere werkgevers. Waar willen we heen / Wat hebben we nodig? In de ‘strijd’ om gekwalificeerd en talentvol personeel aan te trekken, te behouden en te ontwikkelen is het van belang dat we als werkgever een aantrekkelijk pakket van arbeidsvoorwaarden blijven houden, die aansluiten op de wensen en behoeften van medewerkers (duurzame mobiliteit). Aan de ene kant moeten we de primaire arbeidsvoorwaarden onder de loep nemen, aan de andere kant de secundaire arbeidsvoorwaarden. Zo kent onze gemeente geen reiskostenvergoeding woon-werk, waar alle omliggende gemeenten hier wel een voorziening voor hebben. Daarnaast spelen andere verwachtingen over zaken als werk-privé-balans en persoonlijke ontwikkeling een rol. Willen we als gemeente Helmond onze ambities realiseren, dan is het van groot belang, om te investeren om medewerkers te behouden en aan te kunnen trekken. Dit draagt ook bij aan productiviteit, betrokkenheid en tevredenheid van 30
medewerkers en daarmee een hogere kwaliteit van dienstverlening. Sociale cohesie en werksfeer Waar staan we nu? In 2023 is de basis gelegd voor de organisatieontwikkeling, met als doel een betrouwbare overheid te zijn die op haar taken is toegerust en haar ambities kan realiseren. Vanaf 1 juli 2024 ontstaan kleinere teams, waarmee de span of control, attention & support voor de teammanagers kleiner is: medewerkers gaan meer aandacht en sturing op prestaties en resultaten ervaren. Er ontstaan veel nieuwe teams en afdelingen, met nieuwe managers met daarbij sinds 8 april een nieuwe setting in het Huis voor de Stad. Daar komt bij dat in het post-Coronatijdperk meer medewerkers plaatsonafhankelijk en digitaal werken. Willen we de samenwerking en integraal werken vasthouden en versterken, zullen we het ‘wij-gevoel’ van de teams moeten stimuleren/faciliteren en daarmee investeren in de sociale cohesie van de teams, in teamontwikkeling en in die van afdelingen. In de huidige situatie is daar geen invulling en budget1 voor en wordt hier ad hoc door teams en afdelingen op ingezet. Waar willen we heen / Wat hebben we nodig? Het is belangrijk om extra inzet te plegen om de sociale cohesie en het leiderschap binnen de organisatie te vergroten en te verbeteren.
Het gaat dan om activiteiten en programma's zoals teambuilding-evenementen, trainingen en workshops gericht op samenwerking en communicatie. Personele strategie Waar staan we nu? De Schaalsprong, maar ook onze rol in de regio, maken dat de organisatie verder doorgroeit en moet groeien. De Schaalsprong brengt met de groei van het aantal inwoners meer inkomsten met zich mee, maar ook meer kosten. Op beide onderdelen moeten we een helder beeld krijgen. Waar willen we heen / Wat hebben we nodig? Een personele strategie over wat we kwalitatief en kwantitatief nodig gaan hebben, is in ontwikkeling. De onderlegger hiervoor is gestart met een door een extern bureau in 2022 uitgebracht rapport (‘Een stad met groeiambities, een organisatie met groeipijnen’). Als onderdeel van de personele strategie kijken we naar de balans tussen de organisatie in kwalitatieve en kwantitatieve zin, en onze ambities en opgaven. Veranderende takenpakketten, nieuwe wetgeving, een hogere mate van samenwerking, in- en uitbesteding van taken en toenemende automatisering, brengen we in samenhang met onze formatie in beeld. Door Berenschot laten we, net zoals in 2019 voor het laatst, een benchmark-onderzoek uitvoeren naar de formatie en kosten per taakveld van onze organisatie.
De benchmark geeft ons nadere duiding welke taken, formatie en kosten passen bij onze gemeentelijke kenmerken en opgaven en waar dit minder of niet het geval is. In het verlengde van wat onder ‘Aantrekkelijk werkgeverschap’ is opgenomen, moeten we ook durven kijken naar diegenen die zich niet senang voelen bij ontwikkelingen als de Schaalsprong en organisatieontwikkeling. We kijken of we qua mobiliteitsbeleid voor medewerkers extra maatregelen moeten nemen (zowel intern als naar buiten gericht). Met betrekking tot de financiën van de gemeente wordt gewerkt aan een financiële strategie om ook financieel toekomstbestendig naar de Schaalsprong toe te kunnen bewegen. We verwachten door deze personele strategie ook besparingen in de uitvoeringsbudgetten te gaan zien in de komende jaren.
1
Deze budgetten zijn jaren geleden (2016-2018) als bezuiniging ingeleverd.
31
Overige (organisatie) Wij zullen de begroting meer opstellen vanuit de voortgang in eerder gestelde doelen in het Ambitieakkoord, en waar het noodzakelijk is dat aanvullen met doelen op basis van nieuwe ontwikkelingen. Dit moet ook leiden tot compactere teksten.
1.6.4
Overhead
In december 2023 is er een nieuwe notitie Overhead verschenen. De notitie van de commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) is van toepassing vanaf de begroting 2025, met als gevolg dat de in 2016 verschenen notitie overhead vanaf deze begroting niet meer van toepassing is. De overhead komt naar voren bij de onderbouwing van lokale heffingen, inzicht in de overheadlasten bij de algemene dekkingsmiddelen en de doorbelasting van overhead naar investeringen en grondexploitatie. De nieuwe notitie Overhead geeft een duidelijkere definitie van overhead en geeft ook een summierder beeld wat we onder overhead mogen toerekenen. De grootste veranderingen: -
Functies die onderdeel uitmaken van een specifieke taak binnen een taakveld betreffen geen overhead meer. Denk hierbij aan een receptionist van het museum, een beleidsmedewerker groen of een adviseur cultuur;
-
Alleen sturende, hiërarchisch leidinggevenden zijn overhead. Coördinatoren, teamleiders, projectleiders en opdrachtgevers worden niet aangemerkt als overhead.
De gevolgen van deze veranderingen maken we inzichtelijk en nemen we mee in de Programmabegroting 2025-2028.
2.
Financieel perspectief
Het maken van een goed financieel plaatje voor de komende jaren is op dit moment complex. De dreiging van het ‘ravijnjaar’ in combinatie met de opwaartse druk op de kosten van het sociaal domein hangt al jaren als een zwaard van Damocles boven de financiën van elke gemeente in Nederland. Het demissionaire kabinet heeft medio april in de ‘Haagse’ Voorjaarsnota weliswaar enkele voorstellen gedaan die dat leed lijken te verzachten, maar dat zijn nog voorstellen waarvan de impact ongewis is en die nog door het parlement moeten worden omarmd. Tegelijkertijd is het nog onduidelijk hoe het nieuwe kabinet kijkt naar de financiën en taken van de gemeentes. De uitgangspositie van Helmond is hierbij beter dan van veel andere gemeentes, bleek ook dit voorjaar weer uit de benchmark (zie onderdeel 4.3). Maar we staan als gemeente voor een grote uitdaging: het waarmaken van onze ambities terwijl het financieel perspectief vanaf 2026 negatief is. In de programmabegroting 2024-2027 hebben we daarop geanticipeerd door een reële begroting op te stellen, met een maximaal tekort van € 5 miljoen per jaar. Omdat het tekort voor 2027 hoger was, is voor dat jaar een taakstellende stelpost van € 2,6 miljoen opgenomen. We zien kostenstijgingen op ons afkomen, terwijl de middelen uit het gemeentefonds vooralsnog lijken te dalen.
Daarbij zijn er ook aanvullende middelen nodig voor autonome ontwikkelingen en zien we nog de nodige onzekerheden die impact kunnen hebben op onze financiële positie. Bijvoorbeeld extra rentelasten als gevolg van de stijgende rente en hogere lasten door de toegenomen inflatie. En bij het sociaal domein de uitwerking van de hervormingsagenda Jeugd en de effecten van de toenemende vergrijzing. De onzekerheid met betrekking tot de rijksinkomsten maakt dat we behoedzaam met de beschikbare middelen moeten omgaan. Waarbij we de ambities uit het ambitieakkoord blijven waarmaken en blijven 32
investeren in grote opgaven als kwaliteitsverbetering als gevolg van de schaalsprong en kwaliteitssprong, verduurzaming en maatschappelijke opgaven. Met de focus op de uitvoering van het ambitieakkoord, bekijken we welke zaken we niet meer doen of op een lager ambitieniveau uitvoeren. Noodzakelijk in dit proces is om bij de nieuwe ambities de inzet van oud voor nieuw beleid in te brengen. Bij de afweging van nieuwe ambities houden we rekening met het krappe financiële perspectief vanaf 2026, het financiële afwegingskader en de slagkracht van de organisatie. Voor het opnemen van nieuwe ambities geldt als voorwaarde dat dit voorkomt uit het ambitieakkoord en dat er een concreet plan aan ten grondslag ligt. De afweging om nieuwe ambities een plek te geven wordt pas gemaakt bij de programmabegroting 2025-2028. Op dat moment wordt op integrale wijze gekeken naar hoe de beschikbare middelen en ambities kunnen worden gecombineerd, waarbij als eerste de al ingezette zaken worden uitgevoerd. In het vervolg van deze paragraaf is het geactualiseerde financiële meerjarenperspectief opgenomen, een toelichting op de autonome ontwikkelingen en knelpunten, een voorstel over de bij de programmabegroting 2025-2028 toe te passen indexeringen en de ontwikkeling van de woonlasten. De Voorjaarsnota van het Rijk is twee weken eerder verschenen dan verwacht.
Gezien het belang van deze nota hebben wij hiermee proberen rekening te houden. In de tabel met het financiële beeld treft u enkele geraamde bedragen aan onder het kopje ‘onzekerheden’.
2.1 Budgettair beeld 2.1.1 Samenvattend beeld meerjarenperspectief Voor het bepalen van het budgettair kader 2025–2028 gaan we uit van de stand bij de programmabegroting 2024-2027. Dit vormt het uitgangspunt voor de programmabegroting 2025-2028. Het meerjarige beeld wijzigt door verschillende ontwikkelingen: • Wijzigingen van het gemeentefonds, die volgen uit de circulaires: de raming in de begroting 2024 is gebaseerd op de meicirculaire 2023. Via raadsinformatiebrieven informeren we u over de gevolgen van de september- en decembercirculaire. Bij deze voorjaarsnota worden deze verwerkt in de beschikbare ruimte; • Autonome ontwikkelingen/al genomen besluiten; • Noodzakelijke ontwikkelingen; • Positieve effecten door rijksbeleid of eerdere -nog niet gekwantificeerde- besluiten; • Nieuwe ambities.
33
De volgende tabel laat het verloop van de programmabegroting zien inclusief deze genoemde ontwikkelingen. In het vervolg van dit hoofdstuk worden de nieuwe ontwikkelingen verder toegelicht. - i s nega tief en bedra gen x € 1.000
Meerjarenperspectief exploitatie (bedragen * € 1.000) Budgettair beeld begroting 2025-2028 Bezuinigingsopgave begroting 2025-2028
€
- €
- €
-2.570 €
-2.570
Saldo begroting 2025-2028
€
- €
-3.466 €
-5.001 €
-5.001
Beschikbare ruimte begroting 2025-2028 * Beschikbare ruimte gemeentefonds uit septembercirculaire 2023 Beschikbare ruimte gemeentefonds uit decembercirculaire 2023 Beschikbare ruimte gemeentefonds uit meicirculaire 2024
€ € €
- € 841 € - € pm
-3.466 € 239 € - € pm
-7.571 € 1.547 € - € pm
-7.571 1.547 pm
Totaal budgettaire ruimte na verwerking circulaires
€
841
€
-3.227
€
-6.024
€
-6.024
Bezuinigingsopgave begroting 2025-2028
€
-
€
-
€
2.570
€
2.570
Totaal budgettaire ruimte begroting 2025-2028
€
841
€
-3.227
€
-3.454
€
-3.454
Inzet reservering nieuw beleid / grote opgaven 2025 (begroting 2024) Autonome ontwikkelingen Benodigde middelen voor indexering**
€ € €
15.106 -3.570 € -2.920 €
-3.720 € -2.920 €
-4.720 -2.920
Beschikbaar 2025-2028
€
9.457
€
-11.094
Onzekerheden Accres ontwikkeling gemeentefonds Nieuwe financieringssystematiek gemeentefonds vanaf 2024 Incidentele compensatie nieuwe financieringsystematiek Schrappen oploop opschalingskorting vanaf 2026
2025
2026
2027
2028
€ € € €
-4.010 € -5.117 € 3.682 € - €
2.028 € -5.455 € 786 € 3.901 €
1.483 € -5.299 € 624 € 3.867 €
1.702 -5.162 500 3.841
Totaal budgettaire ruimte begroting 2025-2028
€
-5.445
€
1.260 €
675 €
881
Beschikbaar 2025-2028
€
4.012 €
-8.507 €
-9.419 €
-10.213
2025
2026
€
2027
-3.620 € -2.920 € -9.767
€
2028
-10.094
*bes chi kba re rui mte 2025-2027 komt ui t de begroting 2024-2027.
** Afhankelijk van de inzet van de stelpost van € 2 miljoen voor maatregelen bovenop de reguliere indexering, worden de restant middelen inzet voor de dekking van het tekort
Bij deze voorjaarsnota 2024 is de budgettaire ruimte in 2025 nog positief. Vanaf ‘ravijnjaar’ 2026 is het financiële beeld negatief. In de programmabegroting 2024-2027 hebben we het advies van de provincie en VNG opgevolgd en hebben we voor die jaren een reële begroting gepresenteerd. De tekorten hebben we zichtbaar gemaakt, maar wel met in het achterhoofd dat ook deze jaren uiteindelijk structureel sluitend moeten zijn. Vandaar dat het tekort gemaximeerd is op € 5 miljoen, waardoor vanaf 2027 een taakstellende stelpost van € 2,6 miljoen is opgenomen. Deze taakstelling wordt in de programmabegroting 2025-2028 geconcretiseerd. Los hiervan zijn er ook nog middelen noodzakelijk voor diverse opgaven en ambities in het kader van de schaalsprong en het klimaatneutraal maken van de stad. De kabinetsformatie is nog niet afgerond . Het huidige demissionair kabinet stelt alleen beleidswijzigingen en nieuw beleid voor als er een noodzaak is. We voorzien daardoor dat de meicirculaire 2024 – die als basis dient voor de programmabegroting 2025-2028– geen nieuwe financiële ruimte gaat bieden. De VNG heeft intensieve gesprekken gevoerd met het demissionaire kabinet voor een goede financiële positie voor gemeenten. Die gesprekken hebben resultaat opgeleverd.
De voorjaarsnota laat betekenisvolle stappen zien voor de gemeenten, maar het financiële probleem van gemeenten is hier niet mee opgelost. In de voorjaarsnota van het Rijk is onder andere het (grotendeels) afschaffen van de opschalingskorting, reservering voor aanvullende indexatie voor Wmo en het versneld invoeren van de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2024 opgenomen. De nieuwe financieringssystematiek wordt naar verwachting in 2024 en deels in 2025 gecompenseerd. Ook voor 2026 tot en met 2029 vindt naar verwachting compensatie plaats. Ondanks compensatie ontstaat er negatief financieel beeld. Het VNG 34
blijft in gesprek met het kabinet en we hopen dat er meer compensatie volgt. Gezien de financiële ruimte in 2025 gaan we ervan uit, dat we voor het jaar 2025 een structureel sluitende begroting aan u kunnen voorleggen. Op basis van de voorjaarsnota van het Rijk hebben we alvast een voorzichtige doorrekening gemaakt van de gevolgen voor onze gemeente. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 2.1.4. Onzekerheden en geeft een eerste indicatie. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de ‘Haagse’ Voorjaarsnota alleen voorstellen bevat. Deze moeten nog verwerkt worden in de Rijksbegroting, die op Prinsjesdag gepresenteerd wordt, en die begrotingen moeten daarna nog door de Tweede Kamer en Eerste Kamer goedgekeurd worden. Zodra de meicirculaire gepubliceerd en doorgerekend is, informeren we u via een raadsinformatiebrief over de gevolgen van het rijksbeleid voor Helmond. U ontvangt dan ook een geactualiseerd meerjarenperspectief. Landelijke ontwikkelingen Vanaf 2026 voorzien we nu een aantal landelijke ontwikkelingen die op ons af gaan komen. Het ravijnjaar -waarin gemeenten vanaf 2026 € 3 miljard minder geld ontvangen uit het gemeentefondskomt steeds dichterbij. En het ravijnjaar kan nog wel dieper zijn dan we in eerste instantie rekening mee hebben gehouden. Dit door autonome kostenstijgingen op beleidsterreinen die groter zijn dan de inflatie.
En dat terwijl de vrije beleidsruimte van gemeenten beperkt is, landelijk nog geen 20%. Nadat sinds 2020 een afvlakking van de stijgende kosten in het sociaal domein zichtbaar was, stijgen deze kosten sinds 2023 weer flink. Een belangrijk aandachtspunt blijft de tekorten op de jeugdzorg en de maatregelen die voortkomen uit de Hervormingsagenda Jeugd en dan vooral de besparing van € 1 miljard vanaf 2027. Dit effect is door het Rijk al ingeboekt en vervolgens in de begroting van de gemeente Helmond verwerkt. De door gemeenten te nemen acties uit de hervormingsagenda moeten leiden tot een besparing/beheersing van de kosten. Het effect daarvan is nu nog niet duidelijk. Het is echter niet realistisch om ervan uit te gaan, dat de effecten binnen het jeugddomein opgevangen kunnen worden. In het fysieke domein zien we de laatste jaren dat de uitgaven sterker stijgen dan de gemiddelde inflatie. Dit zien we ook terug in de kosten voor de eigen organisatie: onder andere door de CAO-stijging en de krapte op de arbeidsmarkt nemen ook deze kosten toe. Om het huidige takenpakket van gemeenten en ambities van het kabinet ongewijzigd te kunnen blijven uitvoeren is een verbetering van het meerjarig financieel perspectief noodzakelijk. Gezien de status van de kabinetsformatie is dat perspectief er niet op korte termijn.
In lijn met vorig jaar, heeft de VNG ook voor de programmabegroting 2025-2028 een begrotingsadvies uitgebracht. Het eerste deel is op 1 maart 2024 gepubliceerd, het tweede deel volgt na de meicirculaire 2024. Het advies uit het eerste deel op hoofdlijnen is: -
-
Stel een reële meerjarenbegroting 2025-2028 op; Bereid ombuigingen voor als de ingeboekte korting van € 3 miljard in het gemeentefonds vanaf 2026 niet wordt teruggedraaid. Breng deze zo goed mogelijk in kaart, maar zet ze nog niet in gang; Presenteer deze gevolgen financieel en inhoudelijk zo scherp mogelijk. Focus vooral op taken in medebewind; Beschrijf in ieder geval de 5 meest significante ombuigingsmaatregelen en hun consequenties en geef deze door aan de VNG.
35
Het advies van het VNG is om na te denken over ombuigingsmaatregelen, maar te voorkomen dat er te vroeg onnodige en onomkeerbare ombuigingen in gang gezet worden. Wij nemen dit advies van de VNG over. Momenteel zijn we met de organisatie drukdoende om mogelijke ombuigingen uit te werken. Het is de bedoeling om met uw input op de Voorjaarsnota en het volledige overzicht van wensen en mogelijkheden, bij de begroting met een integraal voorstel te komen. De gesprekken tussen VNG en het demissionaire kabinet hebben ertoe geleid dat de voorjaarsnota van het Rijk stappen laat zien voor gemeenten. De oploop van de opschalingskorting wordt structureel geschrapt, afspraken over aanvullende indexering voor zorgkosten en het versneld invoeren van de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2024 zijn onderdelen van de voorjaarsnota van het Rijk. Echter de financiële problemen van de gemeenten zijn daarmee niet opgelost. En de dreiging van bezuinigingen door een nieuw kabinet blijft bestaan.
We zoeken de balans tussen het realiseren van ambities/opgaven en de beschikbare (structurele) middelen.dekking Het doel is zorgen voor een sluitende begroting. Doordat de taken en middelen van Incidentele gemeenten vanafwe2026 uitbeschikbaar balans worden door hetkunnen kabinet, zullen en er in de Incidenteel hebben extraernstig middelen die wegebracht bij deze begroting betrekken programmabegroting ombuigingsvoorstellen opgenomen worden. kunnen inzetten voor kortlopende opgaven (bijv. pilotprojecten): • Inzetten van het jaarrekeningresultaat 2023 van ca. € 11,9 miljoen (na resultaatbestemmingen resteert er nog een bedrag van ca. € 657.000); Bedragen zijn mede onder voorbehoud van accountantscontrole. • Onderuitputting kapitaallasten. Dit bedraagt naar verwachting ca. € 2 miljoen; • Vrijval van reserves. Inzet reserves en overschotten ter dekking van structurele tekorten Dankzij een nieuwe maatregel kunnen gemeenten vanaf 2024 een deel van hun reserves en overschotten inzetten voor het dekken van structurele lasten. Hierover hebben het Rijk en de VNGafspraken gemaakt. Maximaal mag dit voor 10% van een surplus in de algemene reserve, onder de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk blijft aan 20%. Het is aan gemeenten zelf om hiervan gebruik te maken, waarbij opgemerkt wordt dat dit geen structurele oplossing is voor de financiële problemen bij gemeenten.
Wel kan het helpen om acute knelpunten op te lossen. Gezien de beschikbare ruimte voor jaarschijf 2025, adviseren wij u om geen gebruik te maken van de mogelijkheid om deze incidentele middelen voor het dekken van structurele lasten. Het inzetten van deze middelen is een tijdelijke oplossing.
36
2.1.2 Toelichting autonome ontwikkelingen en knelpunten Het betreft ontwikkelingen en knelpunten met financiële gevolgen die zich gedurende het jaar voordoen én waar de gemeente geen directe invloed op kan uitoefenen of eerdere genomen besluiten. Progr. Nr. 1 1 1 2 1 3 1 4 1 5 2 6 2 6 11 7 AD 8 AD 9 AD 10 AD 11 AD 11 AD 12 AD 12 AD 13 AD 14 Totaal
Toelichting autonome ontwikkelingen en knelpunten Indexering voor STH Indexering WMO Indexering Jeugdzorg Extra bijdrage jeugdbescherming en jeugdreclassering Taskforce Sociaal Domein Interne crisisorganisatie (onder voorbehoud) Dekking Interne crisisorganisatie Areaalontwikkeling beheer en onderhoud Hardwareontwikkeling Licentiekosten Verbetering voorzieningen/ veiligheid/ dienstverlening Indexering kapitaallasten investeringen Dekking uit accres gemeentefonds Areaalontwikkeling personele capaciteit Opbrengsten belastingen/gemeentefonds Ophoging Kapitaallastenplafond Rente Totaal
(bedragen x 1.000) 2025 2026 2027 2028 I/S € 200 € 200 € 200 € 200 S € 400 € 400 € 400 € 400 S € 600 € 600 € 600 € 600 S € 300 € 300 € 300 € 300 S NNB NNB NNB NNB S NNB NNB NNB NNB I/S NNB NNB NNB NNB S €0 €0 €0 € 41 S € 100 € 100 € 100 € 100 S € 770 € 820 € 920 € 920 S € 150 € 150 € 150 € 150 S €0 €0 €0 € 40 S €0 €0 €0 € -40 S €0 €0 €0 € 185 S €0 €0 €0 € -226 S €0 €0 €0 € 1.000 S € 1.050 € 1.050 € 1.050 € 1.050 S € 3.570 € 3.620 € 3.720 € 4.720
1. Indexering voor Sociale Teams Helmond (STH) Op basis van de overeenkomst is de afspraak gemaakt om de jaarlijkse bijdrage te indexeren. Gezien de forse cao-stijgingen die ook in 2024 doorwerken is de gemeentelijke indexering niet toereikend. 2. Indexering Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) In de overeenkomsten met de zorgaanbieders zijn afspraken gemaakt over de jaarlijkse indexering. Op basis van de AMvB reële prijzen Wmo (die al sinds 2017 bestaat) en de AMvB reële prijzen voor de Jeugdwet, per juli 2024, is het uitgangspunt is dat gemeenten aan zorgaanbieders een reële prijs betalen. Om die reden is in de overeenkomst een bepaling m.b.t. indexatie van de tarieven voorzien. 3. Indexering Jeugdzorg In de overeenkomsten met de zorgaanbieders zijn afspraken gemaakt over de jaarlijkse indexering (zie verder onder punt 2.). 4. Extra bijdrage jeugdbescherming en jeugdreclassering De tarieven jeugdbescherming en jeugdreclassering (JB-JR) voor gemeenten komen met de invoering van de nieuwe tarieven gemiddeld 20% hoger uit (ten opzichte van 2023). Het Rijk en gemeenten hebben de afspraak gemaakt dat zij beiden structureel bij zullen dragen aan de extra kosten voortkomende uit de handreiking. Het verschil tussen de huidige tarieven en het nieuwe tarief bedraagt landelijk € 60 miljoen op jaarbasis. 5.
Taskforce Sociaal Domein Binnen het sociaal domein komen enkele uitdagingen op de gemeente Helmond af. Enerzijds nemen de uitgaven toe, door ontwikkelingen rondom de eigen bijdrage WMO, verdere vergrijzing en problemen binnen het jeugdzorgstelsel. Anderzijds neemt compensatie van het 37
Rijk op het gebied van jeugdzorg af en worden budgetten rondom beschermd wonen anders verdeeld. Om deze ontwikkelingen het hoofd te bieden, is er een taskforce sociaal domein gevormd. Zo wordt in kaart gebracht waar de kansen en mogelijkheden liggen om tot een duurzaam financieel sociaal domein te komen. De taskforce stelt een set aan beheersmaatregelen op, het is uiteindelijk aan het college en de raad om hierin keuzes te maken. Daarbij is het uitgangspunt dat de tekorten zo veel mogelijk binnen het sociaal domein worden opgevangen, maar gezien de omvang van de tekorten zal het financiële vraagstuk in volle breedte van de begroting afgewogen moeten worden. 6. Interne crisisorganisatie De interne crisisorganisatie van de gemeente Helmond is geëvalueerd. Daaruit blijkt dat we de interne organisatie bij rampen en crises anders en beter kunnen inrichten. Zoals bijvoorbeeld het versterken van het opleidings- en trainingsniveau en het inrichten van lokale functies. We komen daar bij de begroting op terug.
7. Areaalontwikkeling beheer en onderhoud Jaarlijks stellen we de begroting bij voor areaalontwikkelingen die verband houden met de groei van de stad. Hierdoor kan de gemeente de toegenomen kosten in verband met bevolkingsgroei en groei van het aantal woningen opvangen. Tot en met 2027 is deze toename voorzien in het meerjarenperspectief. Voor de nieuwe jaarschijf 2028 voegen we de jaarlijkse toename van € 226.000 (€ 41.000 beheer en onderhoud en € 185.000 personele capaciteit) toe. Dit financieren we uit de verwachte extra opbrengst Onroerendezaakbelasting (OZB) in 2028 als gevolg van de toegenomen waarde van onroerend goed en uit de bijstelling van het gemeentefonds.
8. Hardware-ontwikkeling Om het dagelijkse werk te kunnen doen, rusten we onze medewerkers uit met een laptop, een telefoon en voorzieningen die daarbij horen. In de afgelopen jaren is er een structureel tekort ontstaan door toegenomen hardwarekosten en de groei van het aantal medewerkers. Tegelijkertijd hebben we enkele jaren de vervangingen getemporiseerd om deze af te stemmen op de nieuwe uitgangspunten van het hybride werken. Budgettair was er daarom toe nu toe geen probleem met de dekking. Vanaf 2025 brengen we de vervangingen weer naar een regulier niveau en halen we de achterstand in. In de kostenbegroting van de formatiegroei zijn de kosten voor ICT-middelen de afgelopen jaren niet meegenomen in de budgettering. Dit gaan we vanaf heden wel doen.
9. Licentiekosten We stellen onze medewerkers een digitale werkomgeving beschikbaar. Voor de benodigde programmatuur zijn licenties nodig en daar zijn kosten aan verbonden. Met het project werkplekautomatisering hebben we in beeld gebracht wat de benodigde licenties zijn om onze doelstellingen te realiseren. Deze kosten nemen we nu structureel op in de begroting. Zoals in de inleiding van deze paragraaf bedrijfsvoering is genoemd, nemen we in de toekomst deze kosten integraal mee bij de uitbreiding of inkrimping van het personeelsbestand. Daarnaast hebben in 2024 een aantal nieuwe systemen verworven, maar de structurele kosten hiervoor zijn tot nu toe met incidenteel geld gedekt uit het krediet. Dit gaan we nu structureel opnemen in de begroting. Het betreft systemen voor informatiebeveiliging (logging en monitoring netwerkverkeer, beheer wachtwoorden, voorziening voor veilig mailen) en voor 38
duurzame opslag van informatie (digitale archiefruimte). We hebben ook nieuwe applicaties verworven die bestaande applicaties (soms meerdere tegelijk) hebben vervangen. De kosten van die nieuwe systemen werden veelal gedekt door de vrijkomende licentiekosten vanwege het uitzetten van de oude applicaties. De reden om te vervangen waren vaak aflopende contracten waardoor we wettelijk verplicht zijn opnieuw een aanbesteding te starten.
10. Verbetering voorzieningen/ veiligheid/ dienstverlening De nieuwe huisvesting biedt betere voorzieningen voor inwoners en gebruikers waaronder een veilige verblijf- en (hybride) werkplek. De eenmalige kosten van deze voorzieningen en bijbehorende systemen waren onderdeel van het beschikbaar gestelde budget. De structurele onderhoudskosten zijn nog niet opgenomen in de exploitatiebudgetten en worden daarom in deze nota opgenomen. Dit maken we inzichtelijk bij de begroting.
11. Indexering kapitaallasten investeringen Bij de programmabegroting 2020 is besloten de vrije ruimte vanuit de kapitaallasten jaarlijks te indexeren. Hierdoor blijft het investeringsvolume in de pas lopen met de prijsstijgingen. De indexeringen voor de jaren 2025–2027 zijn al toegevoegd aan het kapitaallastenplafond in het meerjarenperspectief en voor de jaarschijf 2028 wordt de jaarlijkse toename van € 40.000 toegevoegd. De dekking komt uit het accres van het gemeentefonds.
12. Areaalontwikkeling personele capaciteit Zie punt 7.
13. Ophoging Kapitaallastenplafond In de programmabegroting 2024-2027 is het voorstel gedaan om het kapitaallastenplafond stapsgewijs op te hogen. Dit doen we om de jaarlijkse vervangingsinvesteringen te kunnen blijven doen en de ruimte die resteert wordt ingezet om de kansrijke investeringen 2026-2028 zoals gepresenteerd in hoofdstuk 3 te kunnen bekostigen.
14. Rente De afgelopen jaren hebben we investeringen uit eigen middelen kunnen bekostigen. Door de investeringsopgave waar we als gemeente voor staan, voorzien we dat we in 2025 leningen moeten aantrekken. Dit leidt tot een stijgende rentelast in de begroting, waarbij we er vooralsnog van uitgaan dat we in 2025 voor € 35 miljoen aan leningen aantrekken tegen een rente van 3%.
39
2.1.3 Benodigde middelen voor indexering De indexeringssystematiek en de daaruit volgende indexeringspercentages worden toegelicht in paragraaf 2.2.1. De toepassing van die percentages leidt tot het volgende beeld: - Is negatief / (bedragen x 1.000)