Voorjaarsnota 2024 gemeente Helmond
Tekst van het document
Indexering (bedragen x € 1.000) Beschikbare ruimte indexering Reguliere reservering 2025 via gemeentefonds Inflatiecorrectie OZB Stelpost indexering Totaal beschikbare ruimte Inzet voor indexering Benodigde indexering lonen op basis van uitgangspunten begroting 2025 Benodigde indexering prijzen op basis van uitgangspunten begroting 2025 Benodigde indexering subsidies op basis van uitgangspunten begroting 2025 Benodigde indexering Gr'en op basis van uitgangspunten begroting 2025 Reservering indexering loon- en prijs 2028 Op te vangen binnen de middelen uit het gemeentefonds Totaal nodig voor indexering Saldo indexering
2025
2026
2027
2028 I/S
€ 5.500 € 750 PM € 6.250
€ 5.500 € 750 PM € 6.250
€ 5.500 € 750 PM € 6.250
€ 5.500 S € 750 S PM S € 6.250
€ -2.400 € -1.000 € -5.000 € -770
€ -2.400 € -1.000 € -5.000 € -770
€ -2.400 € -1.000 € -5.000 € -770
€ -9.170
€ -9.170
€ -9.170
€ -2.400 S € -1.000 S € -5.000 S € -770 S € -5.500 S € 5.500 S € -9.170
€ -2.920 €
-2.920
€
-2.920
€
-2.920
De totaal benodigde indexering bedraagt op basis van de gehanteerde uitgangspunten € 9,2 miljoen. Dit bedrag wordt gedekt uit: -
-
De jaarlijkse reservering van € 5,5 miljoen vanuit het gemeentefonds. De jaarschijf 2028 wordt bij de meicirculaire 2024 toegevoegd aan het gemeentefonds en vanuit die middelen moeten we in 2028 € 5,5 miljoen afzonderen om voldoende ruimte te hebben voor de benodigde indexering vanaf 2028. We gaan ervan uit dat de indexering in deze circulaire toereikend is om dit te kunnen opvangen. Als dat niet het geval is betrekken we het tekort bij toekomstige circulaires. De indexering van onroerendzaakbelasting (OZB). In de programmabegroting 2024-2027 is € 2 miljoen beschikbaar gesteld voor extra maatregelen boven op de reguliere indexering. De niet benutte middelen worden ingezet ter dekking van het tekort. Deze extra middelen zijn niet voldoende om de totale indexering op te vangen.
2.1.4 Onzekerheden Op 15 april heeft het kabinet de voorjaarsnota 2024 gepubliceerd. Deze geeft een vooruitblik op de Rijksbegroting voor de komende jaren. Via de meicirculaire 2024 wordt de voorjaarsnota vertaald naar gemeenten. Bij het opstellen van de voorjaarsnota voor Helmond is de meicirculaire nog niet bekend. De ‘Haagse’ voorjaarsnota laat enkele positieve ontwikkelingen zien voor gemeenten, al zijn de financiële problemen voor de gemeenten daarmee niet opgelost. Op basis van ontwikkelingen uit de Voorjaarsnota is een schatting gemaakt met de gevolgen daarvan voor onze gemeente. Bij de meicirculaire 2024 blijkt of deze schatting juist zijn. Voorstellen uit de voorjaarsnota van het (demissionaire) kabinet: Structureel schrappen opschalingskorting De afgelopen weken heeft de VNG meerdere intensieve gesprekken met het demissionaire kabinet gevoerd voor een goede financiële positie voor gemeenten. Die gesprekken hebben ertoe geleid dat de oploop van de opschalingskorting structureel wordt geschrapt.
40
Invoering nieuwe financieringssystematiek vanaf 2024 In lijn met het advies van de Raad van State wordt de nieuwe financieringssystematiek voor het gemeentefonds (koppelen aan het bbp) versneld ingevoerd vanaf 2024. Gemeenten worden incidenteel deels gecompenseerd voor de overgang. Afspraken indexatie Wmo Het kabinet heeft in samenspraak met de koepels van de medeoverheden afgesproken dat de Wmo in de toekomst niet langer via het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen vorm wordt een passende indexering bepaald. Het Rijk treft vooruitlopend op de uitwerking een reservering op voor een aanvullende indexering voor demografie boven op de BBP-systematiek.
2.2 Nieuwe ontwikkelingen 2025-2028 2.2.1 Nominale ontwikkelingen Bij het opstellen van de programmabegroting is het uitgangspunt dat bepaalde budgetten worden geïndexeerd voor loon- en prijsontwikkelingen. Deze indexeringen zijn gekoppeld aan landelijke indexcijfers. Het gaat hierbij om de verwachte stijging van de personele lasten als gevolg van caoaanpassingen en om de verwachte bijstelling van het prijsniveau van de opgenomen budgetten in de begroting. Hiermee worden deze budgetten geactualiseerd naar het loon- en prijsniveau 2025. Deze aanpassingen dekken we uit de uitkering van het gemeentefonds, waarin loon- en prijscompensatie is opgenomen, uit de inflatie van belastingen en tarieven van de gemeente Helmond, maar zoals in paragraaf 2.1.3 is aangegeven ook uit het restant van de stelpost van € 2 miljoen. Ondanks deze extra ruimte zijn extra middelen nodig om de indexeringen op te vangen. Op basis van de systematiek die we ieder jaar toepassen, worden de volgende indexeringen bij de programmabegroting 2025 toegepast: •
• • • •
Indexering van subsidiebudgetten: 4,64% (Voor de gemeenschappelijke regelingen geldt een andere, meer specifieke systematiek voor de indexering) Indexering van prijsgevoelige interne budgetten: 1,6% Indexering van belastingtarieven, leges en heffingen: 2,8% Indexering huuropbrengsten: PM Indexering van eigen loonkosten: 3%
Een toelichting op de systematiek van indexeren, is opgenomen in het vervolg van deze paragraaf. Indexering subsidiebudgetten De indexering van subsidies vindt plaats op basis van een gewogen gemiddelde (80%/20%) van de loonen prijsstijgingen voor de collectieve sector (publicatie Macro Economische Verkenning, M.E.V). Voor de prijsstijging wordt de prognose van de prijs overheidsconsumptie netto materieel (IMOC) gehanteerd. Voor de loonstijging wordt uitgegaan van de prijs overheidsconsumptie beloning werknemers. In de loop van het begrotingsjaar vinden geen tussentijdse mutaties meer plaats. Volgens de reguliere systematiek komt de indexering uit op 4,64%. In de programmabegroting stellen we de definitieve indexering vast. Politiek kan er nog voor gekozen worden om dit percentage aan te passen als de ontwikkelingen daar aanleiding toe geven. Zoals aangegeven geldt voor de gemeenschappelijke regelingen (MRE, GGD, ODZOB en VRBZO) een andere, meer specifieke systematiek voor de indexering. Dit op basis van eerder gemaakte afspraken. 41
Indexering van prijsgevoelige interne budgetten Het indexeringspercentage voor prijsgevoelige budgetten wordt gebaseerd op de prijs overheidsconsumptie netto materieel (IMOC) zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning. In de loop van het begrotingsjaar vinden geen tussentijdse mutaties meer plaats. Voor de programmabegroting 2025 komt de indexering uit op 1,6%. Deze indexering is ook van toepassing op de inkomstenposten. Dit met uitzondering van belastingtarieven, leges en heffingen en van huuropbrengsten van gebouwen. Deze hebben een eigen indexering. Indexering van belastingtarieven, leges en heffingen In het tarievenbeleid is het toepassen van inflatiecorrectie op de tarieven het uitgangspunt. In de afgesproken systematiek worden de jaarlijkse bijstellingen afgeleid van de consumentenprijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In de loop van het begrotingsjaar vinden geen tussentijdse mutaties meer plaats. Bij de bepaling van het percentage voor de programmabegroting vindt een nacalculatie over het voorgaande jaar plaats. Het indexeringspercentage voor de tarieven 2025 komt daarmee uit op 2,8%. Uitgangspunt is dat dit percentage wordt toegepast op alle tarieven voor belastingen, heffingen en leges.
Als bij heffingen en leges de opbrengsten hierdoor de kosten overstijgen, worden vervolgens de opbrengsten, en daarmee de tarieven, overeenkomstig naar beneden bijgesteld. Een verhoging van het OZB-tarief met 1% leidt tot een hogere bijdrage van € 240.000 (= voordeel voor de begroting). Indexering huurprijzen De gemeentelijke gebouwen, die aan derden worden verhuurd, worden geïndexeerd op basis van de CBS-index voor huurprijzen in de vrije sector volgens de consumentenprijsindex (CPI) met als peildatum augustus. Aangezien deze peildatum nog in de toekomst ligt, kunnen we dit pas meenemen bij het opstellen van de programmabegroting 2025. Loonkostenontwikkelingen De laatste afgesloten cao voor gemeenten loopt tot en met 31 maart 2025. Hoe de lonen zich daarna zullen ontwikkelen is nu nog niet duidelijk. We houden voor de programmabegroting 2025 rekening met een kostenstijging van 3%. Zodra er meer bekend is over de nieuwe cao zullen we bekijken in hoeverre bijsturing nodig is.
2.2.2 Ontwikkeling woonlasten Het inflatiecorrectiepercentage voor belastingtarieven voor 2025 is berekend op 2,8%. Hiermee worden de meeste tarieven verhoogd. Uitzondering vormen de tarieven van rechten, die vallen onder een wettelijke beperking (met name rioolheffing en afvalstoffenheffing) welke maximaal kostendekkend mogen zijn. De woonlasten kunnen worden bekeken vanuit het perspectief van de gebruiker van een woning (meestal de huurder), maar ook vanuit dat van de eigenaar van dat pand. De huurder van een pand krijgt alleen te maken met de lasten voor Riool- en Afvalstoffenheffing. Deze zijn nog gelijk gehouden en worden geactualiseerd zodra meer gegevens bekend zijn. Een tabel met overzicht van de huurderslasten is daarom op dit moment nog niet zinvol. Als er sprake is van een woning waarvan de eigenaar ook gebruik maakt, betaalt deze ook Onroerendzaakbelasting (OZB). Om de gevolgen van een tariefstijging in beeld te brengen zijn hierna drie varianten uitgewerkt, waarbij met stijgingspercentages van respectievelijk 2,8%, 4% en 6% is 42
gerekend. Wij komen in de begroting 2025-2028 met een afgewogen voorstel t.a.v. de woonlastentarieven. Voor de Riool- en Afvalstoffenheffing wordt uitsluitend gerekend met een kostenstijging van 2,8%, welke wordt gereflecteerd in de tarieven. Bij afvalstoffenheffing komt, door een berekening met meerdere variabelen, de tariefstijging iets lager uit. De eerste tabel geeft de situatie over het huidige jaar 2024 weer, de volgende tabellen de cijfers voor de genoemde stijgingspercentages bij een aantal verschillende woningwaardes, waarbij de eerste waarde overeenkomt met die van een gemiddelde woning. Tabel: Woonlasten eigenaar/gebruiker bij verschillende woningwaardes (in €) Woningwaarde 2024
320.000
400.000
600.000
800.000
1.000.000
Rioolheffing 2024 Afvalstoffenheffing 2024 OZB 2024 Eigenaar/ gebruiker
187,56 272,87 404,00 864,43
187,56 272,87 505,00 965,43
187,56 272,87 757,00 1.217,43
187,56 272,87 1.010,00 1.470,43
187,56 272,87 1.262,00 1.722,43
Variant 1: Uitgangspunt Riool, Afval en OZB +2,8% (in €): Woningwaarde 2025
320.000
400.000
600.000
800.000
1.000.000
Rioolheffing 2025 Afvalstoffenheffing 2025 OZB 2025 Eigenaar/ gebruiker
192,72 277,78 415,00 885,50
192,72 277,78 519,00 989,50
192,72 277,78 779,00 1.249,50
192,72 277,78 1.038,00 1.508,50
192,72 277,78 1.298,00 1.768,50
Wijziging t.o.v. 2024
2,44%
2,49%
2,63%
2,59%
2,67%
Variant 2: Uitgangspunt Riool, Afval 2,8% en OZB +4,0% (in €): Woningwaarde 2025
320.000
400.000
600.000
800.000
1.000.000
Rioolheffing 2025 Afvalstoffenheffing 2025 OZB 2025 Eigenaar/ gebruiker
192,72 277,78 421,00 891,50
192,72 277,78 526,00 996,50
192,72 277,78 788,00 1.258,50
192,72 277,78 1.051,00 1.521,50
192,72 277,78 1.314,00 1.784,50
Wijziging t.o.v. 2024
3,13%
3,22%
3,37%
3,47%
3,60%
Variant 3: Uitgangspunt Riool, Afval 2,8% en OZB +6,0% (in €): Woningwaarde 2025
320.000
400.000
600.000
800.000
1.000.000
Rioolheffing 2025 Afvalstoffenheffing 2025 OZB 2025 Eigenaar/ gebruiker
192,72 277,78 429,00 899,50
192,72 277,78 536,00 1.006,50
192,72 277,78 803,00 1.273,50
192,72 277,78 1.071,00 1.541,50
192,72 277,78 1.3390,00 1.809,50
Wijziging t.o.v. 2024
4,06%
4,25%
4,61%
4,83%
5,06%
43
3
Investeringen
3.1 Uitwerking investeringen 2024 (IVP) en kansrijke investeringen In de programmabegroting 2025-2028 worden de gemaakte keuzes met betrekking tot het investeringsprogramma voor de jaarschijf 2025 aan uw raad voorgelegd. Naast het investeringsprogramma (IVP) 2025 wordt in de programmabegroting 2025-2028 een inventarisatie opgenomen van kansrijke investeringen voor latere jaren (2026 en later). Deze vormen weer het vertrekpunt bij de voorjaarsnota 2025. Als voorbereiding op de programmabegroting 2025 en het bijhorende investeringsprogramma worden bij deze voorjaarsnota investeringswensen benoemd, die de komende jaren een rol gaan spelen in het investeringsbeleid. Openstaande investeringen Het kenmerk van investeringen is dat ze vaak niet binnen een jaar worden uitgegeven. Door een veelvoud van omstandigheden kunnen investeringen vertraging oplopen of juist versneld gerealiseerd worden. Per 1 januari 2024 staat er € 162 miljoen open aan kredieten. Dit is inclusief de vastgestelde investeringen voor 2024 en de meerjarig vastgestelde investeringen, zoals de investeringen voor het IHP-fase 1 en De Braak. In de onderstaande tabel vindt u op hoofdlijnen waar deze openstaande kredieten uit bestaan en de huidige investeringsplanning. In de begrote uitgaven van 2024 zijn de doorgeschoven uitgaven van 2023 opgenomen en het grootste deel van de gevoteerde kredieten begroting 2024.
Bedragen x € 1.000
Ambulance post (dekking kostprijs dekkende huur) Automatisering Impuls vitalisering bedrijventerreinen Bereikbaarheidsagenda Bovenwijkse voorziening centrum noord** cultuur De braak Fietsagenda Hoogspanningsmasten Brandevoort Huis van de stad IHP Jan van brabant Natuurnetwerk B5 Ondergrondse containers Onderhoud wegen/groen Sluizen sport Verduurzaming gebouwen VRI Wijkontwikkeling Zwembad Overig klein krediet
5.237.628 2.136.689 1.420.000 4.129.556 2.872.230 37.687.789 3.713.411 2.900.000 3.281.464 21.939.020 29.449.884 1.087.002 1.935.885 10.918.644 10.633.465 750.000 2.511.541 1.466.158 11.817.239 -439.301 6.980.179
4.417.628 2.136.689 1.420.000 4.129.556 3.500.000 2.208.909 21.982.826 3.713.411 1.450.000 3.281.463 3.377.630 706.089 1.019.579 1.935.885 10.388.505 386.570 750.000 2.511.541 1.466.158 8.832.340 6.870.679
Begrote uitgaven 2025 820.000 2.000.000 663.320 15.704.963 725.000 7.873.000 9.082.795 40.000 325.267 10.246.895 1.117.000 150.000
Totaal gevoteerd restant krediet
162.428.481
86.485.459
48.748.240
Investeringen (Concept cijfers 2023)
Restant krediet Begrote per 1-1-2024* uitgaven 2024
Begrote uitgaven 2026 2.000.000 725.000 8.688.390 13.600.000 10.000 220.000 680.899 -
Begrote Begrote uitgaven uitgaven 2027 latere jaren -7.500.000 2.000.000 6.061.000 17.423 29.000 594.000 593.000 -
25.924.289
1.201.423
593.000
*Restant kredieten inclusief begroting 2024, raadsbesluiten en meerjarig vatsgestelde kredieten ** In 2021 is krediet, ad € 7,5 miljoen, voor bovenwijkse voorzieningen centrum noord ter beschikking gesteld. Het krediet wordt gedekt uit de verkregen subsidie woningbouwimpuls.
Investeringsprogramma (IVP) en kansrijke investeringen Zoals aangegeven in de inleiding zijn in de begroting 2024 – 2027 de investeringen uit de volgende tabel als kansrijk opgenomen. Bij de begroting 2025 – 2028 wordt een besluit genomen over de investeringen 44
in jaarschijf 2025. De andere jaren zijn kansrijk en komen in latere jaren in het besluitvormingstraject. Aan de vervangingsinvesteringen is jaarschijf 2028 toegevoegd. Nieuwe afwegingen voor nieuw beleid worden meegenomen in de begroting 2025 – 2028, onder voorwaarden dat er een uitvoeringsplan aan ten grondslag ligt waaruit blijkt wat, wanneer en met welke capaciteit uitgevoerd wordt. Het investeringsprogramma voor de jaarschijf 2025 heeft invloed op de vrije ruimte van het kapitaallastenplafond vanaf 2026, omdat een investering het volgende jaar na gereedmelding pas kapitaallasten gaat genereren. Als nieuwe afwegingen worden toegekend, heeft dit effect op de ruimte in de kapitaallasten. Het investeringsprogramma 2025 en de kansrijke investeringen 2026-2028 op basis van de begroting 2024–2027 zijn in onderstaande tabel weergegeven. Hierbij maken we onderscheid tussen vervangingsinvesteringen, die vrijwel jaarlijks om een nieuwe investering(tranche) vragen en incidentele investeringen als gevolg van nieuw beleid, waarbij vervanging niet periodiek aan de orde is. De vervangingsinvesteringen hebben een noodzakelijk karakter en hebben een hogere prioriteit dan de investeringen als gevolg van nieuw beleid. Bedragen x € 1.000
Progr. Investeringsprogramma 2025
2025 IVP
Vervangingsinvesteringen 1 Speelvoorzieningen 1 Vervanging sportvelden 2 Wegen regulier 2 Opwaarderen openbare verlichting 2 Vervanging verkeerregelinstallaties (VRI's) 2 Openbaar groen 2 Vervanging bomen 2 Vervanging natuur en recreatie 2 Kasteel Traverse 2 Deurneseweg 2 Rioleringszorg (kostendekkend via rioolrecht) 2 Dekking rioolrecht 2 Vervanging containers 2 Dekking afvalstoffenheffing AD Onderhoud en vervanging van de ICT-infrastructuur Nieuw beleid 1 Buitenruimte Campus De Braak aanvullend krediet 1 Jan van Brabant verhoging krediet 1 Jan van Brabant infrastructurele aanpassingen 1 Herontwikkeling sportaccommodatie Mierlo-Hout 1 Ambulance post (dekking kostprijsdekkende huur) 2 Uitvoering Fietsagenda Helmond 2 Wijkinvesteringen - herstructurering en leefbaarheidsvraagstukken 2 Vergroenen van de stad 2 Vergroten aantrekkelijkheid Centrum 2 Wonen 2 Regionale Bereikbaarheidsagenda 2 Flankerende maatregelen N279 2 Uitvoering Natuurontwikkeling in kader van B5-bod 2 Nieuwbouw en infrastructuur in de stad (Houtsdonk) 2 Dekking: Nieuwbouw en infrastructuur in de stad (Rijk) 2 Uitvoering duurzaamheid/ klimaatopgave 2 Multifunctionele Accommodatie (MFA) Rijpelberg 2 WijkontwikkelingsProgramma (WOP) Rijpelberg Uitvoering duurzaamheidsopgave (vervolg Energiearmoede) 2 klimaatopgave 2 Verkeersmaatregelen Helmond Noord Adelaarplein en omgeving 2 Wijkaccommodatie de Boerderij 2
Dekking reserve stedelijke vernieuwing 2 Stationskwartier 3 Projecten cultuur 3 Projecten cultuur: evenemententerrein berkendonk AD Verduurzamen gemeentelijk vastgoed - ophoging begroting 2023 AD Dekking MJOP en Rijk Realistische raming investeringsprogramma (excl. dekking)
45
2026 2027 2028 Kansrijke investeringen
Totaal
400 390 3.600 700 1.710 450 450 225 1.700 0 1.793 -1.793 60 -60 135
250 465 3.600 700 1.870 450 450 150 1.250 0 1.793 -1.793 60 -60 323
250 330 5.000 700 1.870 450 450 150 0 1.800 1.793 -1.793 60 -60 1.202
250 330 5.000 700 1.870 450 450 150 0 1.800 1.793 -1.793 60 -60 1.202
1.150 1.515 17.200 2.800 7.320 1.800 1.800 675 2.950 3.600 7.172 -7.172 240 -240 2.862
1.600 0 0 pm 820 2.450 900 900 1.500 350 1.000 0 250 4.960 -3.220 300 2.750 500
0 0 1.970 0 0 2.125 850 900 1.500 350 4.000 0 0 4.960 -3.220 400 3.000 750
0 9.091 0 0 0 2.000 525 875 1.500 0 4.000 2.500 0 4.960 -3.220 400 3.000 750
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 4.000 0 0 0 0 0 0 0
1.600 9.091 1.970 0 820 6.575 2.275 2.675 4.500 700 13.000 2.500 250 14.880 -9.660 1.100 8.750 2.000
190
0
0
0
190
185 250 -250 1.500 1.375 850 3.125 -865 37.368
0 0 0 1.500 150 0 4.375 -415 38.191
0 0 0 1.500 500 0 4.375 -415 50.031
0 0 0 0 0 0 0 0 18.055
185 250 -250 4.500 2.025 850 11.875 -1.695 143.645
Sparen voor toekomstige opgaven Naast de bovenstaande kansrijke investeringen uit de programmabegroting 2024 liggen er voor de komende jaren ook nog grote investeringsopgaven, bijvoorbeeld IHP, BSD, Stationskwartier, en uitgaven op het gebied van duurzaamheid, mobiliteit en schaalsprong. Deze investeringen vragen veel middelen. In de begroting 2024 is een nieuwe reserve ingesteld om te sparen voor grote projecten. Hiermee bouwen we een buffer op, waardoor we én sparen én snel kunnen schakelen als dat nodig is. Jaarlijks bekijken we in het begrotingsproces welke incidentele middelen we kunnen toevoegen aan de reserve. Deze reserve wordt ingezet voor: -
Niet geraamde projecten in het lopende jaar die bijdragen aan de grote opgaven als schaalsprong, verduurzaming en maatschappelijke opgaven; Toekomstige grote projecten die bijdragen aan deze opgaven en waarvoor geen andere dekking beschikbaar is; Projecten waarvoor cofinanciering noodzakelijk is; Tekorten op al aangegane projecten, bijvoorbeeld in het geval van extreme prijsstijgingen.
In de begroting 2024 zijn incidentele middelen ingezet om de reserve te vullen. In totaal gaat het om € 18,4 miljoen. In de begroting 2025-2028 bekijken we welke incidentele middelen we kunnen toevoegen aan deze reserve.
3.2 Realisatiekracht Om te bepalen in hoeverre de openstaande kredieten/investeringen en nieuwe wensen uitvoerbaar zijn, worden ze in aanloop naar de begroting 2025 – 2028 opnieuw beoordeeld, realistisch geraamd en, indien nodig, geïndexeerd. Hierbij leggen we de relatie met het ambitieakkoord en houden we rekening met het realisatievermogen van de organisatie. Bovendien moet er een uitvoeringsplan aan ten grondslag liggen waaruit blijkt wat, wanneer en met welke capaciteit uitgevoerd wordt. Gemiddeld blijkt dat onze organisatie € 30 - 60 miljoen per jaar aan investeringen kan wegzetten. De optelsom van de openstaande kredieten (€ 48 miljoen in 2025), de investeringen 2025 (€ 37 miljoen) en investeringen voor toekomstige opgaven (PM) kunnen niet allemaal in één jaar worden gerealiseerd. Wijzigingen in de uitgavenplanning van de investeringen hebben effect op de ruimte van het kapitaallastenplafond. Door investeringen te temporiseren ontstaat in de eerste jaren (incidentele) ruimte in het kapitaallastenplafond. In latere jaren is het beslag op het kapitaallastenplafond juist hoger, waardoor de ruimte om nieuwe investeringen te doen, afneemt.
46
4
Risico's
4.1 Overzicht van risico’s De inventarisatie van de risico’s en daarmee de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit, geschiedt binnen de gemeente Helmond door de specifieke risico’s financieel te kwantificeren en algemene risico’s te benoemen. De specifieke risico’s zijn risico’s die van toepassing zijn op Helmond. Allereerst wordt een inschatting gemaakt van de kans dat dit risico zich voordoet. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • • •
Zeer klein (factor 0,1); Klein (factor 0,25); Midden (factor 0,5); Groot (factor 0,8); Zeer groot (factor 0,9).
Voor een aantal risico’s zijn al beheersmaatregelen genomen. De kwantificering van deze beheersmaatregel brengen we in mindering op het risico. Per saldo ontstaat dan een restrisico. Het totaal aan restrisico resulteert dan in de benodigde weerstandscapaciteit. Naast de specifieke risico’s kennen alle gemeenten ook algemene risico's. De verschillende risico’s lichten we in de volgende paragraaf toe. Specifieke risico's In onderstaand overzicht staan de gekwantificeerde risico’s en hiermee de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit van de gemeente Helmond. Een uitgebreide toelichting op de risico’s staan in de jaarrekening 2023 in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Deze zenden we u nog toe.
47
4.2 Omvang weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit is gedefinieerd als alle middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om risico’s te dekken, zonder dat de begroting en het beleid hiervoor aangepast dienen te worden. De beschikbare weerstandscapaciteit kent zowel een incidentele als een structurele component. Het weerstandsvermogen dat we hier presenteren is gebaseerd op de stand bij de jaarrekening 2023.
De incidentele weerstandscapaciteit € 148,9 miljoen De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit het vrij aanwendbaar deel van de algemene reserve, de algemene reserve grondbedrijf en de post voor onvoorzien. De structurele weerstandscapaciteit € 4,57 miljoen De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de onbenutte belastingcapaciteit. De gemeente Helmond kan haar belastingen verhogen en haar heffingen kostendekkend maken om financiële tegenvallers op te vangen. De omvang van de onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte tussen de feitelijke opbrengst en het totaal van de onroerendezaakbelasting, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing enerzijds en de opbrengst die de gemeente zou moeten realiseren als zij een beroep zou doen op een aanvullende bijdrage op grond van artikel 12 van de Financiële verhoudingswet (de zogenaamde artikel 12-norm) anderzijds. Volgens deze norm moeten de rioolheffing en de afvalstoffenheffing 100% kostendekkend zijn. Omvang onbenutte belastingcapaciteit De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de onbenutte belastingcapaciteit. De gemeente Helmond kan haar belastingen verhogen en haar heffingen kostendekkend maken om financiële tegenvallers op te vangen.
De omvang van de onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte tussen de feitelijke opbrengst uit het totaal van de onroerendezaakbelasting, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing enerzijds en de opbrengst die de gemeente zou moeten realiseren als zij een beroep zou doen op een aanvullende bijdrage op grond van artikel 12 van de Financiële verhoudingswet (de zogenaamde artikel 12-norm) anderzijds. Volgens die norm moeten de afvalstoffenheffing en de rioolheffing 100% kostendekkend zijn.
48
4.3 Ratio’s Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (middelen die beschikbaar zijn om risico’s te dekken) en benodigde weerstandscapaciteit (de risico’s die de gemeente loopt) van de gemeente Helmond. Deze relatie wordt uitgedrukt in een ratio weerstandsvermogen. De ratio geeft een goed beeld van de verhouding beschikbare weerstandscapaciteit en benodigde weerstandscapaciteit. Voor de gemeente Helmond bedraagt deze ratio 3,20 namelijk: € 153,45 miljoen € 47,90 miljoen Een ratio lager dan 1,0 duidt op een kwetsbare financiële positie omdat de beschikbare weerstandscapaciteit niet voldoende is om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Het is echter geen wetmatigheid dat bij een ratiowaarde kleiner dan 1,0 of groter dan 2,0 direct geanticipeerd moet worden op maatregelen in de middelensfeer. Niet alle geïdentificeerde risico’s doen zich namelijk tegelijkertijd voor. De berekende ratio voor Helmond voldoet ruimschoots aan de streefwaarde zoals opgenomen in de financiële verordening (minimaal 1,5). We zien ook een verbetering vergeleken met de meest recente ratio (uit de begroting 2024). Dit komt voornamelijk door een lagere inschatting van het risico voor onze grondexploitaties. Dit heeft voornamelijk te maken met de gewijzigde plannen voor BSD (Brainport Smart District) en positieve risico’s voor twee andere grondexploitaties.
Zoals eerder aangegeven, lichten we ook dit uitgebreid toe in de jaarrekening 2023. Ook wordt bekeken op welke wijze we in de toekomst onze gronden waarderen. De financiële consequenties verwerken we in de begroting. Financiële positie Gemeenten nemen 5 financiële kengetallen op in hun begroting en jaarrekening om inzicht te geven in hoe ze er financieel voor staan. Het bestuur wordt hiermee in staat gesteld om beter te sturen op de financiële positie. De kengetallen zijn voorgeschreven maar niet genormeerd. De berekening van de kengetallen in de begroting 2024 geven het volgende beeld.
49
Financële kengetallen
Jaarstukken
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
1.a Netto schuldquote
36,1%
28,8%
38,8%
41,5%
48,3%
50,4%
1.b Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
20,7%
28,8%
38,8%
41,5%
48,3%
50,4%
2.
Solvabiliteitsratio
53,2%
58,1%
50,9%
50,2%
47,8%
47,3%
3.
Structurele exploitatieruimte
3,9%
2,1%
3,0%
3,6%
-0,8%
-1,5%
4.
Grondexploitatie
29,7%
28,5%
23,6%
20,0%
19,7%
16,1%
5.
Belastingcapaciteit
97,0%
89,4%
90,6%
90,6%
90,6%
90,6%
De financiële positie kan beoordeeld worden aan de hand van de ratio’s solvabiliteit en netto schuldquote. Bij de herziening van het financieel beleid hebben we zelf normen vastgesteld voor de financiële positie. Om aan te sluiten bij de gemiddelde ratio’s van gemeenten met een vergelijkbare grootte, is de solvabiliteit minimaal 30% en de netto schuldquote maximaal 75%. Door de financiële positie te visualiseren is in één oogopslag duidelijk hoe de gemeente Helmond ervoor staat. De groene lijn illustreert onze norm en de kleurvakken sluiten aan op de signaleringsgrenzen van de provincie, waarbij rood slecht is, geel matig en groen goed.
1a. Netto schuldquote 140% 130% 120% 110% 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
36,1%
2022
38,8%
41,5%
2024
2025
48,3%
50,4%
2026
2027
28,8% 2023
50