Verslag raad 9 november 2021
Tekst van het document
extra drempels op moeten gooien om nog meer regels te doen. Dus ons advies is om niet over te nemen maar dat is direct aan mijn collega’s ook samen. De voorzitter: Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Ik vind het een beetje jammer dat deze discussie nou met de wethouder gevoerd wordt en niet tijdens mijn inbreng. Want dan was het misschien ook een beetje duidelijk geworden dus ik vind het eigenlijk een beetje een verrassende … De voorzitter: Nee we zijn hier nou om te discussiëren dus het staat u allen vrij om er nu ook wat van te vinden dus ik zou zeggen, gaat gerust uw gang. Neem de gelegenheid te baat. Wethouder die adviseert iets dus u mag er allemaal iets van vinden. Dus dat is goed. Ik zie mijnheer Van den Bogaard ook dacht ik. Mevrouw Maráczi: Ik wil wel nog even op reageren waarom dat wij hem ingediend hebben en hoe dat hier in elkaar zit. De voorzitter: Mevrouw Maráczi gaat uw gang. Daar zijn we voor bij elkaar. Mevrouw Maráczi: Want het gaat er natuurlijk niet om dat we allerlei regels opdringen. Op een gegeven moment zullen wij iets moeten en waar ik ook in de motie, die staat er volgens mij, ik weet niet of u de motie gelezen heeft, en er nu nog gewoon veel te weinig aandacht is. Alleen dus over energiebesparing en energieopwekking terwijl het groen uit de stad verdwijnt. Wij gaan een schaalsprong maken, er wordt meer gebouwd dus er zal ook meer groen bijkomen.
Dat heeft alles te maken met klimaatverandering. Dan kunnen wij wel zeggen ja dan gaan wij ook maar afwachten tot woningcorporaties initiatieven en zo willen nemen, maar wij zullen er ook op de een of andere manier een richting en sturing aan moeten geven want anders gebeurt er niks. Dit hoort gewoon bij het nieuwe bouwen, niet alleen energie maar ook groen. De voorzitter: Iedereen doet mee dus prima. Mijnheer Van den Bogaard dan de heer De Mare, dan de heer Van Lierop en dan de heer Van der Burgt. De heer Van den Bogaard. De heer Van den Bogaard: Dank je wel voorzitter. Onze fractie heeft deze motie geïnterpreteerd niet als een verplichting. Want ik hoor nu meerdere fracties zeggen: dat wordt dan verplicht opgelegd en zijn er weer extra regels. Maar volgens mij staat er ook het woordje ‘kan’ afgedwongen worden dus het betekent niet dat het een verplichting is. Dus ik denk dat dat wel een goeie is om daar ook in mee te nemen. Daarnaast zijn er natuurlijk nog andere maatregelen die genomen kunnen worden. Dit zijn dus alleen twee voorbeelden neem ik aan. Dus als we het op die manier kunnen interpreteren dan kunnen wij er zeker mee instemmen. De voorzitter: De heer De Mare. Nee we gaan om de beurt. De heer…: Een interruptie op mijnheer Van den Bogaard … De voorzitter: Dan blijven we aan de gang. We geven iedereen de kans. De heer De Mare en dan kan iedereen reageren op elkaar.
De heer De Mare: Dank u wel voorzitter. Ten eerste wil ik die woorden van de heer Van den Bogaard ondersteunen. Het gaat inderdaad om een middel. Maar ik wil daarnaast ook even aan het CDA en VVD: ik denk dat u toch ook bewust bent van dat er in dit land het afgelopen jaar, per jaar strengere duurzaamheid ten aanzien van de energiezuinigheid aan nieuwbouwwerken wordt geleverd. We zijn met elkaar al tientallen
jaren bezig in een proces om wonen steeds duurzamer te maken. Dus u moet nu niet een beetje framen alsof de SP en partijen die hier voor zijn extra regels instellen en het bouwen moeilijker maken. Dit is een ontwikkeling in bouwregelgeving om te zorgen dat we onze maatschappelijke vastgoed verduurzamen over het verloop van tientallen jaren. De voorzitter: Ik wil de heer Van Lierop het woord geven dan de heer Van der Burgt en dan de heer Vervoort. Van Lierop. De heer Van Lierop: Dank u wel voorzitter. Dan gaat de discussie nou beginnen. Mevrouw Maráczi, wat we ons meteen afvraagt, u zegt dan ja er is niet zoveel groen. Ik vind dat we behoorlijk wat groen in de stad aan het brengen zijn. Het mag natuurlijk altijd meer zijn maar ik vraag me dan ook af, want u hebt het hier meteen over woningcorporaties, die noemt u hier overwegende dat, hebt u daarmee gesproken? Hebt u gevraagd wat de reden is waarom u vindt dat ze niet genoeg aan klimaatadaptatie doen? Wat ook de heer De Mare zegt klopt natuurlijk, de bouwregels veranderen continu waardoor inderdaad corporaties al veel duurzamer aan het bouwen zijn. Maar we moeten echt niet uit het oog verliezen dat die bouwkosten zo gigantisch zijn opgedreven dat ik me echt vraag wat dit meer gaat kosten.
Desalniettemin vinden we het een hele sympathieke motie, laten we dat vooropstellen, maar ik denk dat niemand daar anders over denkt in deze raad. We maken ons wel zorgen of dit wel gaat passen naar de toekomst toe. Wat ik me ook afvraag, want ik vind dit eigenlijk ook iets wat in Den Haag thuishoort, stel je nou eens voor wij doen het, andere gemeentes doen het niet. Dit is toch iets wat we ook heel landelijk op zouden moeten pakken. De voorzitter: Mevrouw Maráczi mag reageren want zij heeft de motie ingediend en dan gaan we naar de heer Van der Burgt en de heer Vervoort. Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Ik hoor heel veel, ik hoor ook heel veel over kosten en over regels en of woningbouwcorporaties het wel willen, kunnen, voor de toekomst. Ik denk juist voor de toekomst, het gaat er om in deze motie vragen wij daar extra aandacht voor om net zoals ik al zei, het zit nog niet bij de woningcorporaties en alle bouwinitiatieven in de genen. Dit moet gewoon in zijn geheel meegenomen worden. Niet alleen energie maar ook dit hoort erbij. Daarom vragen wij daar extra aandacht voor en er staat nog altijd ‘kan’. Op een gegeven moment als het niet genoeg is, dan denk ik dat je als overheid wel dingen moet kunnen afdwingen omdat wij dus ook met een klimaatverandering te maken hebben waar we ook maatregelen voor moeten nemen in deze stad. De voorzitter: Dank je wel.
De heer Van der Burgt en dan de heer Vervoort. De heer Van der Burgt: Heel goed dat deze discussie loskomt daar zitten we hier ook voor. De eerste, ik snap wat mevrouw Maráczi zegt maar er zit al heel veel in de landelijke regels en in de bouwregels, die verduurzaming in de brede zin des woord. Dus daar willen wij eigenlijk ons op conformeren. En zegt mevrouw Maráczi: er verdwijnt al zoveel groen. Wat wij geïnvesteerd hebben in deze stad in groen: het Weverspark, het Geukerspark, de Braak. Wat wij extra miljoenen geïnvesteerd hebben daarin. Ik snap dat die discussie op enig moment gevoerd wordt maar dan hoort die eigenlijk thuis bij de omgevingswet. Want dan zit die maatwerkvoorschriften komen dan aan de orde bij de omgevingswet en dan kunnen ook alle inwoners maar ook de woningbouwcorporaties hun inbreng hebben en dan zit die op het juiste moment. Waarom dit moment afgedwongen kan worden dat vind ik heel vergaand. De voorzitter: De heer Vervoort en dan gaan we naar de heer Tuerlings en zelfs het publiek tribune mengt zich in de discussie, helemaal prima. De heren Klaus en De Mare.
De heer…: Sorry wij zijn toch allemaal raadsleden? De voorzitter: Nee dat is ook goed, de raadsleden mengen zich ook op de discussie. De heer Vervoort gaat uw gang. De heer Vervoort: Dank je wel. We hebben ook zeer veel moeite met het woord ‘afgedwongen kan worden’. Ik denk dat iedereen ervan bewust is hoe meer groen hoe liever dat we het hebben. Ik denk dat er ook geen discussie tussen ons ontstaat. Wat ik ook al heb aangegeven, er zijn landelijke regels die enorm veel al zijn, we moeten ook geen willekeur krijgen. Van het ene plan wil ik dit hebben van het andere plan wil ik dat hebben. Het moet voor de ontwikkelaars, de bouwers duidelijk zijn: dit zijn de kaders en ik kan niet zomaar iets weer afdwingen. We moeten ook pleiten in ieder geval voor neutraal energiezuinige woningen en ik denk dat we met bewustzijn bezig moeten zijn. Als ik zie in de bestaande wijken hoeveel tuintjes wel omgezet in ‘…’, dan denk ik hier is het niet goed. Op het moment als we die ‘…’ er uithalen en we zouden alle tuintjes bij de mensen vergroenen is dat ook een behoorlijke opgave. Om nieuwe woningen allemaal af te ‘…’ : dit willen we, dit moeten we. Ik denk dat dat geen goeie ontwikkeling is. De voorzitter: Mevrouw Maráczi kan daarop reageren en dan gaan we naar de heer Tuerlings. Mevrouw Maráczi: Nou zegt de heer Vervoort precies waar deze motie over gaat, over bewustzijn.
Ja dat kan afgedwongen worden dat staat er, de mogelijkheid. De voorzitter: Dank je wel. De heer Tuerlings was dan en dan komt de heer de Mare en dan de heer Klaus. De nog heer Tuerlings: Ja dank u wel voorzitter. Het gaat bij deze motie volgens mij ook een beetje om de maatschappelijke norm. Dat is ook een van de redenen dat wij die motie mede ondertekenen. Het gaat om het omdraaien van de maatschappelijke norm. Het is niet meer nee, tenzij er nog wat geld is. Maar het is ja, tenzij het echt fysiek onmogelijk is of op andere manieren onmogelijk wordt gemaakt. Daar gaat het hele stukje om en ik denk dat het omdraaien van die maatschappelijke norm dat Helmond daar een voorbeeld in zou kunnen zijn voor landelijk … Zoals ik in mijn bijdrage ook aangaf, activisme werkt wel degelijk dat hebben we ook gezien afgelopen weekend. Dus dit zou een mooie stap zijn vanuit Helmond. Een reactie op mijnheer Van der Burgt, altijd verwarrend die gelijkenissen: het gaat volgens mij ook om het omgevingsplan en het wordt van toepassing in het omgevingsplan. Dus niet per vandaag in wat wij aan alle regels hebben maar wanneer we dat omgevingsplan vaststellen. De wethouder moet mij daar maar op corrigeren als het niet zo is, maar dat zou dus betekenen dat deze motie ook in zou gaan op het moment dat de omgevingswet in werking treedt, klopt dat? De voorzitter: De wethouder gaat dadelijk antwoorden.
Dan gaan we naar de heer De Mare en de heer Klaus. De heer De Mare: Dank u wel voorzitter. Ja ik wil toch even aanvullen. Ten eerste inderdaad die opmerking dat de mensen daar ook gewoon raadsleden zijn die vandaag even toevallig niet op hun plek kunnen zitten maar ten tweede dat het inderdaad een mogelijkheid is en dat wil ik benadrukken. Anders dan de landelijke wetgeving over energiezuinigheid biedt dit een mogelijkheid om in sommigen omgevingsplannen een aanvullende eis op te leggen. Ik kan mij dat levendig voorstellen. In Strijp-S daar staat een toren met allemaal groene balkons, je zou bijvoorbeeld bij een centrumontwikkeling kunnen zeggen: we willen daar wat hoger bouwen maar dat is zo’n verstening dat we in dat specifieke geval een aanvullende bepaling opzetten. Je kan je voorstellen dat je een duurzaam bedrijventerrein wil hebben waarin je zegt: voor dit bedrijventerrein stellen we deze bepaling als beperking. Dat is niet dat je het automatisch over almaar stelt en dat je dat maar moet
vergelijken met de verstening van de tuintjes en bestaande woningen. Het is een mogelijkheid om op te leggen en daartoe roepen wij graag samen de SP op. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Klaus. De heer Klaus: Voorzitter ik sta er echt van te kijken. Ik heb dit onderwerp volgens mij al drie of vier keer in een commissie aangekaart en dan geeft er niemand ook maar één moment commentaar op en nu ineens schijnt het allemaal dan te liggen. Maar ik wil eigenlijk het volgende zeggen: Nederland is zeer klein. Iedere dag, maar dan ook iedere dag verdwijnen er heel veel vierkante meters groen in Nederland doordat wij bouwen. We moeten bouwen, we moeten ook wegen aanleggen, voor sommige fracties heel veel zelfs. Die meters zijn allemaal weg groen en dat is heel slecht voor ons klimaat en ook voor ons als mensen. Daken zijn eigenlijk vrij nutteloos; je hebt ze in de lucht hangen en onder haal je het groen weg. Het enige voordeel is maak er boven groen van waardoor je eigenlijk de meter groen boven weer terug laat komen en dan verlies je dus niks. Als wij dus niks doen in dit land gaat dit helemaal fout. Bijvoorbeeld Singapore is een stadstaat, die is niet groter als die is en daar heeft men het gewoon wettelijk verplicht voor iedere vierkante meter groen moet anderhalve meter terugkomen anders projectontwikkelaar kan niks beginnen.
Daarmee voorkomen zij dat hun hele stad versteent en door temperaturen onleefbaar wordt. Dat is eigenlijk het enige dat in dit voorstel volgens mij belangrijk is. Maar ik begrijp eigenlijk dat een flink deel van deze raad daar niet aan toe is, komt misschien later wel. Maar de gebouwen zijn dan al gebouwd en om het achteraf nog aan te passen gaat heel veel meer geld kosten als dus nu in het begin zo iets aan leggen. De heer Van der Burgt: Voorzitter, mag ik daarop reageren? De voorzitter: Ja oké de heer Van der Burgt … De heer Van der Burgt: Ik vind dat de heer Klaus wel behoorlijk overdrijft. Daarom zeggen wij ook steeds: wij leggen de daken eerst vol met zonnepanelen en we gaan ze niet in onspaarzaam buitengebied in het groen allemaal leggen die zonnepanelen. Dus wij denken wel degelijk aan het groen. In het binnenstedelijke snap ik het ook heel goed maar wij doen veel. De voorzitter: Dank je wel. De heer Klaus reactie? De heer Klaus: Ja maar de heer Van der Burgt ontkent dus dat er groen verdwijnt ofzo? Begrijp ik dat goed van ‘m? Wij doen al heel veel? Wij doen helemaal niks, we halen gewoon iedere week zoveel vierkante meters groen weg om er stenen neer te leggen dat doen we in Nederland. Wij stellen alleen maar voor om de daken nu in plaats daarvan ook groen te maken zodat je zo min mogelijk groen verliest. Dat is wat wij voorstellen.
De heer Van der Burgt: Ik stel voor dat we de daken gebruiken om zonnepanelen op te leggen. De heer Klaus: Mijnheer Van der Burgt dat kan gewoon beiden dat is geen enkel probleem. Als u zich er een beetje in wil verdiepen dan weet u dat dat gewoon kan. De voorzitter: Het is goed dat we die discussie voeren en ik denk niet dat we helemaal tot elkaar komen vandaag. Alleen al de discussie is waardevol. Ik zou tot slot de heer Michael Rieter het eindwoord willen geven en dan overgaan naar de wethouder. Dan gaan we hiermee verder want je hebt straks ook de gelegenheid in de stemverklaring om nog een punt te maken. Dus Michael Rieter.
De heer M.P.J. Rieter: Ik wou het even anders formuleren dan de heer Van der Burgt zegt. Ik ben blij met de opmerking van de heer Ger Klaus want ik zie in hem een bondgenoot om in ieder geval het buitengebied niet vol zonnepanelen te leggen want daar hekel ik mij dus groen en geel aan. Daar hebben we dus groen ook al zeggen sommige mensen het is geen waardevol groen maar het is wel groen. Of er nou gras staat met paardenbloemen of dat je er zonnepanelen oplegt vind ik toch wel een heel erg groot verschil. Dus chapeau mijnheer Klaus. De voorzitter: Dank je wel. We gaan naar wethouder Van den Waardenburg. Mevrouw Van den Waardenburg: Dank je wel voorzitter. Ik vond het een mooie en wezenlijke discussie ook want het gaat natuurlijk over de toekomst van de stad en ook een schaalsprong waar eventjes over werd gehint, daar kom ik dadelijk nog op. Ik snap heel goed dat er ook zorgen zijn, is het nou niet kost verhogend en leidt het niet tot vertraging van procedures. Dat laatste punt, de heer Van der Burgt: het hoeft niet tot vertraging van procedures te leiden. Als je kijkt aan de voorkant alvorens meegeeft aan ontwikkelaars en kunnen ze ook bij de planvorming daarmee rekening houden. Ik denk dat wij gewoon zo veel mogelijk moeten aansluiten bij de uitvoeringsagenda, die ook in de motie staat, die is ook aangenomen door u.
Volgens mij gaat het vooral, wat ook mevrouw Maráczi zegt, om het in de genen te krijgen. Wij als gemeente Helmond hebben al heel erg veel ingezet op klimaatadaptatie, nooit genoeg. Mijn collega De Vries is daar ook druk mee bezig. We hebben al parken aangelegd maar volgens mij moet het ook in de genen komen van degenen die bijvoorbeeld gaan bouwen. Wijzelf zijn ook bijvoorbeeld bezig geweest met hangende tuinen bij Doorneind, hadden we het net al over. Maar het zou mooi zijn als je het hier en daar in de stad gewoon veel meer structureel terug ziet komen. Ik zoek een beetje ook ruimte in de motie om ook u met elkaar te verbinden door te zeggen neem het mee met de omgevingsplannen. De omgevingsplannen komen allemaal nog naar u terug. Mierlo-hout zal de eerste zijn. Daar zul je zien dat een hele rits aan landelijke regels in staan maar ook maatwerk voorschriften die wij zelf kunnen opleggen. Ik denk dat je dan misschien veel meer moet uitgaan van dat in eerste instantie rekening moet worden gehouden met klimaatadaptatie maar dat je daar van kunt afwijken. Ik heb ook heel specifiek in mijn bijdrage gezegd dat bijvoorbeeld wat je op het dak legt of hangt in de tuin dat dat voorbeelden zijn. Want ik vind bijvoorbeeld Tyboschplein heb ik onlangs mogen start bouw. Daar hebben ze juist in het midden een heel stuk gesloopt, want dat was natuurlijk voorheen een werf.
In het midden gaan ze een heel groot park een mooi binnenterrein aanleggen, ook een vorm van klimaatadaptatie. Dus ik denk dat we het een en het ander niet moeten laten uitsluiten maar geef ons als college ook de ruimte in een omgevingsplan, want dat was ook nog een vraag: wanneer treedt het dan in werking? Zodra het eerste omgevingsplan door uw raad is vastgesteld, dan geldt zo’n maatwerkvoorschrift ook en we moeten de ruimte … De heer Van der Burgt: Voorzitter. Ik werd aangesproken door de wethouder. Ik snap wat u hier allemaal zegt en terecht, geef ons de ruimte. Maar dat geeft deze motie niet meer. Bij het uitwerken van de omgevingsplannen, en daar staat heel veel van in maar dan kan ook juist wat we eigenlijk waar we naartoe en die omgevingswet ook zegt: participatie en draagvlak. En dan kunnen al die inwoners en al die verbonden partners zoals de woningbouwcorporatie die kan meepraten en die weten dan wat er gebeurt. De heer M.P.J. Rieter: Een interruptie voorzitter want wat ik ook wou zeggen: afdwingen, zou dat niet kunnen vervangen worden door optimaal te stimuleren? Dat is net iets vriendelijker en dan heb je hetzelfde bereik als je praat over ‘kan worden afgedwongen’ kan dat ook iets verzacht worden dat volgens mij veel meer wordt omarmd? Want het gaat erom dat je het wil bereiken lijkt mij. De voorzitter: Mevrouw Maráczi.
Mevrouw Maráczi: Ik snap dat hier mensen het op een negatieve manier uit willen leggen. Er staat nog steeds altijd ‘kan’ dus het is gewoon een mogelijk. Het is net wat de wethouder zegt, en ook een beetje wat mijnheer Tuerlings zegt, het moet gewoon op een of andere manier in de genen komen. Dan kunnen wij niet, want u heeft het over participatie, maar hebben wij ook aan de bewoners en onze Helmondse bewoners gevraagd of wij zo’n grote schaalsprong willen maken? De voorzitter: Sorry ik wou dat we stoppen met die interrupties want anders kunnen we er nog een uur over discussiëren, ik vind dat prima. Ik denk dat het goed is dat we in het kader van de omgevingswet … Heb je een nieuw punt? Anders zou ik zeggen dan de wethouder wil ik nu afronden. Ik kom terug. Elke keer in de commissies u hebt dadelijk de gelegenheid om door middel van een stemverklaring er nog iets van te vinden. Mocht het zo zijn dat de initiatiefnemers zouden nog een aanpassing kunnen doen als ze dat willen. Dus ik denk dat we het daar voor dit moment eigenlijk bij moeten laten want anders blijven we er over in rondjes aan het draaien. Dus ik stel voor dat de wethouder dit afrondt en dat we volgende punten behandelen. Wethouder Van den Waardenburg. Mevrouw Van den Waardenburg: Dank je wel voorzitter. Dan ga ik over op een ander onderwerp: afvalbeleid. Lokaal Sterk heeft daar een vraag over gesteld.
Zoals ook aangegeven in de raadsinformatiebrief 119 is er inmiddels een eerste evaluatie uitgevoerd ook op verzoek van uw raad wat we tot op heden hebben bereikt. Er is nu al duidelijk een positief effect zichtbaar als het gaat om de scheidingspercentages. Dat is verhoogt van 53 procent naar 67 procent en dat is een heel mooi resultaat. Lokaal Sterk vraagt eigenlijk hoe het gaat rondom afvalscheiding maar ook dumpingen. Daar wil ik u vragen: wij gaan aan het einde van het jaar het hele jaar evalueren en zoals eerder toegezegd gaan we daar beiden ook echt in meenemen. Dus dan wordt u meegenomen in het gehele jaar en waarom zeg ik dat. Omdat je eigenlijk ook alle seizoenen daarin mee moet nemen. Dan de brandveiligheid bij gebruik van nieuwe technologieën, de motie van 50PLUS. 50PLUS vraagt in haar motie aandacht voor brandveiligheid bij het gebruik van nieuwe technologieën, ze vraagt hierover een rapportage aan te leveren. Wij willen heel graag tegemoetkomen aan de motie door een inventarisatie te doen van de gemeentelijke parkeergarages en we komen daar dan bij u op terug. U heeft het tweede punt aangepast heb ik begrepen dus daar ga ik niet verder op in. Dan de schaalsprong tot slot voorzitter. De groei van de Brainpoort-regio biedt ook voor Helmond enorme kansen.
De tienduizend woningen moeten niet alleen bijdragen aan aantrekkelijke en gezonde Helmondse woningbouwmarkt maar vooral ook bijdragen aan onze andere maatschappelijke opgaven. Ik noem er aantal: het versterken van de sociale basis van onze stad, energie en klimaat, goede voorzieningen zoals onderwijs, cultuur, OV en een sterk en duurzame economie. Oftewel, de groei is geen doel op zich. De heer Vervoort vraagt naar een impactanalyse van de schaalsprong. Uit het MIRT-onderzoek wat ook eerder aan u is voorgelegd ter vaststelling, is gebleken dat het toevoegen van circa tienduizend woningen en alles wat hierbij komt kijken een realistisch perspectief is voor Helmond. Een ontwikkelperspectief dat kansen biedt om onze maatschappelijke opgave, zoals zojuist ook benoemd, mee te realiseren. Op basis hiervan heeft uw raad ook dit perspectief vastgesteld en omarmd. De voorzitter: De heer Michael Rieter. De heer M.P.J. Rieter: Daar moet ik dan toch op reageren want dat is volgens mij ook in een soort bijeenkomst gehad waarbij Omroep Brabant mevrouw huppelepup, ik weet haar naam even … De Koning geloof ik, Cindy de Koning. Toen zagen wij dat de stad, met name de traverse, een hele vuile CO2-rand is en dat we aan die kant van het huidige plek waar het nieuwe Huis van de Stad komt, des de beoogde locatie.
Toen heb ik gevraagd en daar is ook op geantwoord toen: is dat niet een beetje dat we vragen om ontzettend veel extra investeringen omdat we de overlast die we ‘…’. En er werd toen beaamt door al die deskundigen daar en daar
schrok ik van dat we dus gaan bouwen op een plek waar zoveel last vlak naast ligt die betekent dat je op die plek dus extra moet gaan investeren om daar goed kunnen wonen. Wat je bijvoorbeeld niet had, maar goed, ik ben blij met het Havenpark, sorry, Burgemeester Geukerspark, ik ben het eigenlijk niet want ik heb altijd gezegd wacht ermee want daar kunnen we bouwen. Die plek was natuurlijk veel beter geweest. Dat is gebeurt dat is een gepasseerd station. Maar we gaan bouwen op een plek en er zijn door deskundigen gezegd daar moet heel veel extra kosten in gedaan worden om daar überhaupt te kunnen mogen bouwen volgens de normen die er zijn. Ik verzin het niet, u kunt het terugluisteren. De voorzitter: Dank je wel, duidelijk ja. Wethouder? Mevrouw Van den Waardenburg: Die MIRT-studie die is veel breder dan … De heer M.P.J. Rieter: Maar we hebben het over tienduizend woningen. Mevrouw Van den Waardenburg: Maar wat ik wil aangeven is dat de MIRT-onderzoek uiteindelijk leidt tot een schaalsprong. Daarbij kijken we ook naar de wegenstructuur dat is een van de onderdelen. Hoe de traverse zich in de toekomst ontwikkelt dat kan ook heel erg ten positieve. Wij hebben bijvoorbeeld als we kijken naar de OV met elkaar ook vaak aangegeven, zeker rondom spoor maar ook andere OV vormen, daar moet ook gebruik van gemaakt worden. Daar heb je een bepaalde omvang voor nodig.
Als wij van het Rijk en ProRail willen dat er vaker stoptreinen rijden of hier vaker intercity’s stoppen, dan hebben we ook een bepaalde omvang nodig en daar hebben we het Rijk voor nodig. Dus het is juist heel erg fijn dat we nu de aandacht samen met Eindhoven ook hebben van het Rijk. Die MIRT-studie dat is echt een heel doorwrochte stuk, daar hebben echt heel veel mensen aan gewerkt. Daar blijkt dus uit dat die tienduizend een realistisch perspectief is voor Helmond. Wat dus ook juist pijlers kan dragen die we belangrijk vinden. Ik heb cultuur gehoord, ik heb voorzieningen gehoord, OV-bereikbaarheid maar ook sociale tweedeling. Dat zijn zaken die je allemaal hierin mee kunt nemen en zo kijken wij er ook naar. Het is geen doel op zich die tienduizend, we sluiten ook aan bij uw betoog. Dus wij kijken naar een veel breder gebied dan alleen maar daar bij het Huis van de Stad. Wij kijken zowel naar BSD maar ook het centrum: hoe kun je daar nou een groeisprong met elkaar maken, waarbij je zo met Oostende, Oranjekade, de Weef en alles wat we aan die kant van het centrum al willen realiseren en op Suytkade bij elkaar al echt een hele smak aan woning realiseert. Daar willen we die extra plus er nog op doen om ook die schaalsprong met elkaar te maken. Een vraag? De voorzitter: Een interruptie van de heer Vervoort.
De heer Vervoort: De schaalsprong kan je in ieder geval ook heel breed trekken. Dat was denk ik onze vraag: het heeft zo veel gevolgen voor de hele stad, kan heel positief zijn maar kan ook wel negatief uitpakken. Met de afweging om die tienduizend woningen in het centrum er bij te zetten en te vergroten: heeft dat gevolgen? Als het goed is hebben jullie met de afweging gekeken: wat zijn die gevolgen? Niet alleen voor de toekomst, maar ook met het verleden voor gemaakte keuzes. Graag zouden wij die impactanalyse van u krijgen: waar lopen we nou allemaal tegenaan? Wat moeten we doen? Wat kunnen we doen? Waar kunnen we aan verbeteren? Hoe graag trekt de inwoners? Gaan we voor jongeren? Al die dingen. D’r zijn zo veel voor- en nadelen aan hoe het wordt neergezet en wat voor gevolgen kan hebben. Kunt u dat toezeggen dat wij die analyse nog krijgen? Mevrouw Van den Waardenburg: Ik zou graag mijn betoog vervolgen want daar zit het eigenlijk in. Want het is zo dat bij het MIRT-onderzoek is aangegeven dat het vervolgonderzoek juist op verschillende terreinen noodzakelijk is om verder de impact ook te concretiseren. Daar zijn we mee bezig in stappen want 2040 is niet
zomaar morgen. De totale reikwijdte van deze plannen die loopt nogal ver uiteen. Maar om te weten wat deze schaalsprong uiteindelijk ook met de stad doet en welke invloed het zal hebben willen wij juist ook aansluiten bij de motie van GroenLinks die eigenlijk oproept bijvoorbeeld in de begroting mee te geven: welk effect heeft het op de stad? Maar ook: waar staan we nu? De stand van zaken. Waarbij ik wel de motie wil meegeven dat wij dus in de begroting best een passage kunnen wijden aan: wat is de laatste stand van zaken en zijn we op de goede weg? Maar we dus niet eigenlijk een uitwerking per beleidsvoorstel voorstaan omdat dat, dat vraagt echt heel veel ambtelijke capaciteit. Maar zeker als, u gaf ook volgens mij in uw betoog aan: we leggen het zo uit dat er gewoon zeker aandacht voor moet zijn. Dat kunnen wij toezeggen. De voorzitter: De heer Tuerlings. De heer Tuerlings: De wethouder en ambtelijk apparaat en het volgende college moeten het ook vooral zien als een dynamisch hoofdstuk. Gaandeweg, de komende jaren wordt natuurlijk steeds duidelijker wat die schaalsprong voor Helmond gaat betekenen in concrete zin. Dus hoe dichter we bij die bestemming aankomen hoe concreter die impactanalyse gemaakt kan worden natuurlijk. Ik snap dat je nu voor over twintig jaar niet een hele concrete analyse kunt maken maar gaandeweg wordt dat natuurlijk steeds duidelijker.
Mevrouw Van den Waardenburg: Je verwoordt het heel netjes zo is het ook zoals wij het zien. In de MIRT is in die zin veel gerekend maar ook wat hoog over en je wordt steeds concreter. Ik denk dat de vraag van de heer Vervoort en de motie van GroenLinks in die zin heel goed op elkaar aansluiten. En u wordt op uw wenken bedient want ook bij het overdrachtsdossier zal uitgebreid aandacht ook zijn voor de schaalsprong, is ook een wezenlijk onderdeel van het overdrachtsdossier. Tot zover voorzitter, de moties die bij mij lagen. De voorzitter: Dank je wel. Dan dank ik u voor uw bijdrage wethouder Van den Waardenburg. Dan komen we tot slot bij wethouder Dortmans, die zal als laatste namens het college het woord voeren. Mevrouw Dortmans: Dank u wel voorzitter. Collega De Vries begon als eerste wethouder met de woorden ‘wat vliegt de tijd’ en als laatste spreker ben je dan altijd geneigd om in de verleden tijd te gaan praten, wat vloog de tijd. Want ik weet dat ik hier begon als wethouder en dat ook iemand tegen mij zei: hou er rekening mee, die vier jaren zijn zo voorbij. Ik dacht nog ach vier jaar dat is toch een mooie periode. Maar als ik dan nu zie dat we nu al na drie en een half jaar hier staan na het begin van die periode, dan vloog de tijd inderdaad tot nu toe.
Als mensen mij nu vragen hoe is het om in Helmond wethouder te zijn dan zeg ik een paar dingen: een stad met geweldige ambities en uitdagingen en dat blijkt ook wel uit de begrotingen die u allen heeft mogen ontvangen. En ik zeg er tegelijkertijd bij: het is een stad met een hele prettige schaalgrootte want je komt heel makkelijk in contact met mensen en organisaties om samen het werk mee te doen, want als overheid kun je dat lang niet altijd alleen. Ik wil een paar voorbeelden van samenwerkingen op verschillende dossiers. Vanaf één januari zijn we als gemeente verantwoordelijk voor de wet inburgering, dus alle inburgeraars vallen dan onze directe verantwoordelijkheid. Die voorbereiding hebben we opgepakt met gemeenten in de regio maar ook met de LEV-groep, het Stadsleerbedrijf, Senzer, het ROC Ter AA en heel veel andere partijen die we daar keihard bij nodig zullen hebben om dat tot een succes te maken. U hebt bij de voorjaarsnota een motie aangenomen om te kijken naar preventieve jongerenvoorziening voor die jongeren die op school buiten de boot dreigen te vallen. We zijn op 27 oktober met, bleek bij daglicht inmiddels, want we vertrokken om half zeven ’s ochtends met de bus van Hellemond Sport naar Zutphen gereden om daar kennis te maken met WALHALLAb.
Een voorziening in Zutphen waar jongeren van verschillende leeftijden bij elkaar komen die op school even de weg kwijt zijn en daar weer gewoon hun pad kunnen vinden. Dat hebben we gedaan met vertegenwoordigers uit het onderwijs, twee directeuren van grote bedrijven hier in Helmond maar ook de LEV-groep was daarbij vertegenwoordigd, Senzer was daarbij vertegenwoordigd. Nog weer een
voorbeeld van samenwerking zoals dat hier in de stad gelukkig heel gebruikelijk is. Met de aangenomen motie geef ik hierbij ook aan dat we bezig zijn met de uitvoering dat ik hoop u daarover binnenkort nader te kunnen informeren. We zijn ook gestart met een taskforce heet dat dan waarmee we ook de urgentie willen uitstralen als het gaat over het tegengaan van thuiszitters. Want elke jongere op de bank is er wat ons betreft een te veel. Dat heeft bijvoorbeeld ook alweer geleid tot een mooie samenwerking tussen ROC Ter AA en de Huijbregts Groep. Om een laatste voorbeeld nog te noemen: afgelopen donderdag hebben we met veel partijen samen een manifest mogen tekenen als het gaat over bewustwording bij jongeren als het gaat om hun datagebruik. Dit zijn een paar voorbeelden waarmee ik hartstikke trots ben op dat gene wat in Helmond gebeurt, wat voor Helmond wat mij betreft ook uniek is en waar we heel veel partijen heel erg dankbaar voor mogen zijn. Als ik dan terugkijk naar het coalitieakkoord, heb ik laatst eens gedaan: wat viel er eigenlijk allemaal binnen mijn portefeuille? Wat hebben we allemaal voor elkaar gekregen? Dan is dat nagenoeg gelukt en meer en dan zelfs dankzij of ondanks corona. Daarom wil ik de ambtenaren die veel met mij te maken hebben binnen mijn portefeuille ook hierbij heel, heel hartelijk bedanken voor al hetgeen wat ze gedaan hebben.
Want zelfs door corona en een aantal van jullie hebben dat ook al aangehaald is dat toch maar allemaal mooi gelukt. Dus dank jullie wel zeg ik hierbij alvast. Maar ik wil ook uw raad bedanken. Want als het gaat over die samenwerking dan heb ik in de afgelopen drie en een half jaar een buitengewoon constructief en positief kritische raad mogen ontmoeten. Dat blijkt onder andere al wel het licht vandaag ook voor formeel in de begroting, de middelen die jullie vrij zullen gaan maken naar alle waarschijnlijkheid later vanavond voor Jan van Brabant en de nieuwe huisvesting Molenstraat. Ik hoop dat u zich allen realiseert dat u in deze periode bijna dertig miljoen euro beschikbaar hebt gesteld voor onderwijshuisvesting en dat is een prestatie van formaat, ook iets waar u zelf heel erg trots op mag zijn. Dan ga ik nu in op een aantal punten die aan de orde zijn gesteld. De fractie van de VVD heeft gevraagd op welke wijze er eigenlijk controle wordt uitgeoefend op jeugdzorgaanbieders. Dat doen wij aan de voorkant door verscherpte kwaliteitscriteria vast te stellen. Dat hebben we in verband met elf gemeenten gedaan en tien voor de jeugd. Voordat een organisatie een contract kan krijgen moet aan die kwaliteitscriteria worden voldaan. Aan de achterkant voeren we contactmanagement.
Dus we kijken ook op basis van data en rapportages of die zorgaanbieders financieel en inhoudelijk datgene geleverd hebben wat ze ook zouden leveren. Is een proces dat in ontwikkeling is maar de eerste stappen daarin zijn al zeker gezet. Een aantal fracties heeft gerefereerd aan de extra middelen voor jeugdhulp, jeugdzorg. Wij zijn blij met die extra ontvangen jeugdmiddelen en de gemeente Helmond investeert structureel extra middelen bovenop de Rijksdelen om het tekort op jeugdzorg te dekken. Met andere woorden, we komen elk jaar tekort. Nu kunnen we daar in ieder geval een deel van de nog incidentele middelen die we hebben gekregen voor benutten. De overige incidentele middelen investeren wij om op de langere termijn tot een duurzaam, houdbaar maar vooral ook inhoudelijk beter stelsel te komen. Want daar ligt namelijk de grootste uitdaging. Met die 1,3 miljard hier vanuit het Rijk naar alle gemeenten hebben gekregen lag ook die hervormingsagenda jeugd voor. Dus daar zijn we nu lokaal, regionaal maar ook landelijk heel hard mee aan het werk gegaan. We zetten bijvoorbeeld in op het verkorten van wachttijden, effectieve preventie en het doorbreken van intergenerationele gezinsproblemen. Niet eenvoudig, zeer uitdagend en in ieder geval ook heel erg belangrijk. De fractie van de VVD heeft gepleit voor genoeg speelruimte voor onze jeugd.
Als het dan gaat over van die collectieve voorzieningen dan kan ik het daar alleen maar van harte mee eens zijn. Dan treft het dat er ook al een uitgebreid speelplan ligt. Dat hebben we in samenspraak met jongeren uit ons jeugdpanel van Jeugdvriendelijke Stad vormgegeven. Maar ook hebben we daar de verschillende wijken bij betrokken. Dus dat plan is er, de uitvoering daar is ook mee van start gegaan en dat zal de komende jaren ook verder vorm krijgen. De voorzitter: De heer Van der Burgt.
De heer Van der Burgt: Voorzitter. Heel fijn wethouder om te horen maar we hebben straks ook gehoord dat wijkraden her en der toch niet optimaal functioneren. Die hebben daar wel een belangrijke stem in en een rol in. Dus mijn pleidooi zou zijn: kijk daarnaar want als dat daardoor blijft liggen, dan hebben we onze kinderen die hebben de speelruimte die ze eigenlijk verdienen die blijft dan een beetje achter. Dat zou ik toch heel jammer vinden. De voorzitter: De heer Smits erop aanvullen. De heer Smits: Voorzitter dank je wel inderdaad. Ik kan uit eigen ervaring spreken en ik kan de heer Cor van der Burgt gerust stellen want met name in Mierlo-hout zijn ze bezig inderdaad met het traject uitrollen inderdaad met betrekking tot speelterreinen. Ik moet wel zeggen er zit wel enige vertraging in. De firma Speelplan, want zo heet dat, die helpt daarbij. We hebben onlangs gehoord dat effe iets langer duurt om die plannen verder uit te werken maar zoals mijnheer van der Burgt dus graag wil hebben, volgens mij zijn we zo bezig in de stad. Mevrouw Dortmans: Dank u wel voorzitter. Het is ook zo dat we in verschillende wijken ook verschillende gesprekken hebben gevoerd en dat hebben we gelukkig nog allemaal voor de coronaperiode kunnen afronden. Het klopt wel, dat zeg ik er eerlijkheidshalve bij, dat in sommige wijken de aanloop groter was dan in andere wijken.
Maar dat weerhoudt ons er niet van om zo veel mogelijk mensen erbij te betrekken. De stand van zaken Jan van Brabant, Molenstraat zeg ik er dan altijd volledigheidshalve bij. Op dit moment zijn we met de bestuurder en directeur in constructief overleg over de inhoudelijke financiële en juridische uitgangspunten van de doordecentralisatie. Ik heb dat volgens mij in commissieverband ook al eens gezegd: het is daarbij wel belangrijk dat we zowel als gemeente en Jan van Brabant College uiteindelijk ons senang voelen bij die nieuwe eventuele werkwijzen. Want doordecentralisatie is geen doel op zich; het moet voor allebei de partijen uiteindelijk tot een goeie uitkomst leiden maar daarover zijn we in goed gesprek. Daarover hoort u nog voor de verkiezingen geïnformeerd. Ja punt. De voorzitter: De heer Van der Burgt. De heer Van der Burgt: Een vraag, sorry voorzitter. Dank voor uw constructieve opstelling, zeker ook richting Jan van Brabant. Je hebt er echt voortvarend aan gewerkt. Maar mijn vraag was ook: wanneer krijgen wij meer inzicht in welke locatie? Want als ik naar een locatie kijk dan kijk ik naar omgevingsprocedure, ik ben effe geneigd om bestemmingsplannen maar daar gaan we straks vergeten maar dan is het wel ruimtelijke afweging. Dus dat heeft tijd nodig. Dus vandaar mijn vraag: wat voor termijn of kunt u daar iets meer over zeggen? Mevrouw Dortmans: Voorzitter dat kan.
Want ook over die locatie zijn we op dit moment in gesprek en wordt op dit moment de locatiestudie uitgevoerd. Het is zo dat we ook middelen beschikbaar hebben gesteld vanaf, en dan zeg ik het even uit mijn hoofd want het staat natuurlijk in de begroting, vanaf 2023 voor alle voorbereidingen. Maar wij nemen nu de tijd om met elkaar tot die locatiekeuze te komen daarover wordt u ook voor de verkiezingen nog geïnformeerd en als dat zou betekenen dat er een wijziging van een bestemmingsplan nodig is dan is dat wat ons betreft zou dat op tijd moeten zijn voor de voorbereidingen voor de start van de bouw. Mijn streven is om voor de verkiezingen met u het gesprek te voeren over de locatie. Brainport Smart District. Je zou bijna denken dat het artikel van vanochtend in het Eindhovens Dagblad en de inbreng van een aantal van u een soort van gecoördineerde actie is maar ik kan u zeggen, ik ben alleen maar hartstikke blij dat we bij elke gelegenheid die er is over Brainport Smart District met elkaar kunnen praten. Binnenkort zal dat ook veel uitgebreider kunnen. U hebt op zeven oktober een uitgebreide toelichting gehad:
de grondexploitatie, het beeldkwaliteitsplan, het stedenbouwkundig plan en de innovatie financiering en daarover komen we zeer specifiek met u vanaf januari uitgebreid in gesprek. Toch is er vandaag een aantal opmerkingen gemaakt voorzitter waarop ik graag zou willen ingaan, zonder dat hele debat met u al te voeren want wat ik al zeg dat komt op een later moment nog uitgebreider. Brainport Smart District is de innovatieproeftuin van Nederland op het gebied van bouwen, wonen en samenleven. Daarnaast is ’t het initiatief dat de innovatiekracht van de regio verbindt, aan verstedelijkings- en bereikbaarheidsopgaven en grote maatschappelijke transities. Niet voor niets werken de provincie Noord-Brabant, Brainport Development, de Universiteit van Eindhoven maar ook de Universiteit van Tilburg hierin met ons mee als gemeente. Het is de ambitie om een duurzame, circulaire en sociaal samenhangende buurt te realiseren. BSD is nu vier jaar in ontwikkeling. Van niets tot start bouw. De eerste woningen zijn inmiddels ook gerealiseerd en de doorlopende bouwstroom is voorzien vanaf volgend jaar en dat is sneller dan de gemiddelde ontwikkeltijd in Nederland van zeven jaar. De ambities en doelen zijn bovendien actueler dan ooit en vinden steeds meer gehoor en draagvlak in de samenleving.
Een recent rapport laat bijvoorbeeld zien dat investeren in Smart Cities meerwaarde heeft ten opzichte van traditionele woningbouw omdat daarin de driehoek People Planet Profit veel meer in samenhang centraal staat. Als het dan gaat over de verhouding van die nieuwe ontwikkeling ten opzichte van het bestaande Brandevoort. Daarover ging onder andere het artikel in het Eindhovens Dagblad vanochtend. Ruimtelijk maar ook in sociaal en economische zin is er wel degelijk sprake van samenhang tussen het, ik zeg maar even, traditionele Brandevoort en het nieuwe Brandevoort, BSD. Als je kijkt naar het stedenbouwkundig plan bijvoorbeeld dan is één element uit De Veste als basis genomen voor de inrichting van BSD. Aan de ene kant hebben wij ook die beelden die maken wij en dat stedenbouwkundige plan dat is gemaakt maar tegelijkertijd blijven we er ook bij zeggen: dit is hoe het eruit kan zien. Want dit wordt een proeftuin, wij gaan dit ook niet in één keer realiseren daar gaan meerdere jaren over heen, we leren van elke fase en het zou best wel kunnen dat op termijn dan ook dingen worden aangepast. Maar uiteraard moeten we ergens vanuit gaan en dat doen we onder andere door middel van die stedenbouwkundige visie en dat beeldkwaliteitsplan. Het wordt een buurt van de toekomst maar het maakt onderdeel uit van de wijk Brandevoort.
Wat ik al zei, de basis van de inrichting, zowel als het gaat om steen maar ook om groen want groen is ook een belangrijk element in Brandevoort ‘…’, zeg ik maar even, ligt ook in BSD dadelijk zeer duidelijk aan de basis. Het is een uitdagende manier van wonen dat klopt. Maar dat hebben we in Helmond toch al wel vaker voor elkaar gekregen? Als je kijkt naar Dierdonk, als je dan kijkt naar Brandevoort en als je ziet welk reacties BSD oproepen dan zou ik denken: dat kunnen we toch wel degelijk nog een keertje met elkaar voor elkaar krijgen? Ik wil u er ook aan herinneren dat u tot nu toe akkoord bent gegaan met al datgene dat wij als basis hebben genomen om tot verdere uitvoering te komen. In februari 2018 bent u unaniem akkoord gegaan met het plan van aanpak en in februari van dit jaar met het zogeheten kwaliteitsboek, het Q-boek. Het zou dan ook nogal wat betekenen om nu te zeggen dat draaien we om, we gaan het nu even helemaal anders aanpakken. Want we hebben ook met verschillende partners, ik noemde daarnet al die twee universiteiten maar ook verschillende bedrijven, zijn we langs die lijnen die u zelf hebt vastgesteld verder in die uitvoering bezig geweest. Wat ons betreft en dan bedoel ik het college en ik hoop ook de raad, houden we die lijn dan ook vast.
Ik begrijp dat er nu meer vragen en aandachtspunten naar boven komen want het wordt concreter, het wordt zichtbaarder, je ziet de beelden en dat levert reacties op dat snap ik maar al te goed. Aan de andere kant, ik zei het al, we voeren nog uitgebreid met elkaar die discussie en ik hoop dat we met elkaar voor die inclusieve duurzame wijk blijven gaan met nieuwe vormen van mobiliteit en die wijk van de toekomst hier in Helmond kunnen realiseren. Op een paar vragen en opmerkingen die gesteld zijn, gemaakt zijn, wil ik nog graag afzonderlijk ingaan. Want de fractie van het CDA heeft zich afgevraagd of mensen wel huizen willen kopen en parkeren aan de rand. Maar uit informatie die wij tot nu toe krijgen van makelaars, ontwikkelaars en bouwers maar ook van woningcorporaties blijkt dat er volop interesse is. U weet dat we recent een aanvraag hebben ingediend voor het Nationaal Groeifonds en
toevallig hebben we vandaag in het college een raadsinformatiebrief vastgesteld met nadere informatie over die aanvraag dus die komt waarschijnlijk morgen uw kant op. Dan leest u ook over de verschillende bedrijven en hun bereidheid om te investeren in Brainport Smart District. Onder andere als antwoord op de vraag: is er eigenlijk wel vraag naar wat er allemaal staat te gebeuren? Ook is het signaal afgegeven dat er nog maar één pionier over zou zijn van het zogeheten KavelLAB. Ik kan gelukkig zeggen dat dat niet het geval is. D’r zijn ruim dertig woningen in ontwikkeling nu binnen het KavelLAB waar veertien burgers actief bezig zijn met een plan. De ruimtelijke procedure en de vergunningsaanvraag start bouw is vanaf begin december ook mogelijk. Want mede op verzoek van uw gemeenteraad en terecht, is speciaal voor deze groep burgers ingezet op een snelle ruimtelijke procedure. Ze waren immers al een tijd bezig en het zou in die zin voor hen ook qua motivatie belangrijk zijn dat ze niet de hele bestemmingsplanprocedure, de formele planprocedure zouden moeten afwachten om te kunnen beginnen. De fractie van Mì Hellemonders geeft aan dat tweehonderd woningen niet zouden passen in de visie onderscheidend bouwen. Nu is het zo dat het plan is goedgekeurd door het kwaliteitsteam, het quality team, dat team van deskundigen dat mede is vastgesteld of benoemd door uw raad.
D’r is al een lijst van geïnteresseerden voor die woningen en de toewijzing start ook binnenkort. De fractie van de VVD stelde dat met het bestemmingsplan Brandevoort II nu zou kunnen worden begonnen met bouwen maar dan moet ik u toch teleurstellen. Want zo ver uitgewerkt was dat allemaal niet datgene wat er lag. Er lagen plannen maar die waren nog niet volledig uitgewerkt in bestemmingsplannen. Dus de contouren lagen er maar de definitieve uitwerking niet. Als wij nu zouden moeten beginnen, als ik even mijn zin af mag maken, voorzitter? Als wij nu zouden moeten beginnen met die uitwerking van een bestemmingsplanprocedure zijn we sowieso minimaal anderhalf jaar kwijt dus daarin moet ik u teleurstellen. De voorzitter: Dank je wel wethouder. De heer Michael Rieter. De heer M.P.J. Rieter: Even terug naar die tweehonderd woningen. Wat wel is opgevallen dat er onder andere, u bent ook de wethouder inclusie om het zo maar te zeggen dat er huizen met trapjes zitten. Dat betekent wel dat als je inclusief denkt dat je feitelijk veel meer eigenlijk altijd bereikbaar zou moeten zijn. Als je nu met iets nieuws gaat bouwen al begint met trapjes dan maak je het al onmogelijk voor bepaalde doelgroep ooit in bepaalde huizen te wonen. Dat is sowieso al vind ik zeker in deze wijk, een verkeerd signaal. Dat zou je dus helemaal niet moeten willen.
Dus die kritiek of opmerking hebben wij al eerder geplaatst en volgens mij gebeurt het nog steeds. Dat is één. Ten tweede, wat we gezien hebben, dan kunt u wel zeggen dat is goedgekeurd en er is een club die dat beoordeeld, het is een eenheidsworst waar ik van schrok dat meen ik serieus. U weet dat ik als geen ander heb gezegd: wij praten dat het over onze wijk is, het is juist de wijk van ons allemaal van de regio. Ook Veldhoven moet zeggen ‘dit is onze wijk’, dat is ooit gezegd zo hebben we het verkocht. Ik heb het gevoel dat steeds meer toch een Helmondse wijk, natuurlijk het ligt ook in Helmond maar dat we ook een Helmonds probleem gaan oplossen. Dan denk ik: dan gaat het volgens mij mis. Waar zie ik het of verkeerd of is er toch een verandering geweest die ik dan toch moet zien te passen in het mooie initiatief wat eigenlijk bedoeld was? De voorzitter: Wethouder Dortmans. Mevrouw Dortmans: Het is zo dat er van die tweehonderd woningen, maar dat zal ook voor de toekomst gelden voor andere woningen dat het thema inclusiviteit wel degelijk een rol speelt. Maar niet alle huizen hoeven op de begane grond plaats te hebben want niet iedereen heeft een beperking waarmee het beklimmen van een trap tot een uitdaging is. Maar er zal wel degelijk ruimte ook zijn voor mensen met een beperking voor wie specifieke huizen beschikbaar zijn. BSD is een wijk …
De heer M.P.J. Rieter: Ik wil toch ingrijpen. Dan vind ik dat u geen goed beeld heeft van het VN-verdrag handicap. Want VN-verdrag handicap interpreteert u nu als dat het mensen gaat met een beperking. Dat is het niet. Het VN-verdrag handicap is nadrukkelijk, ik ben zelf namelijk ook VN-ambassadeur. Doordat mijn partner dat ook is en die heeft mij en die heeft mij dat ook gemaakt dus ik ben ook redelijk op de hoogte, zeg ik zeker niet veel op de hoogte. Maar dit past dan niet in het VN-verdrag handicap dat meen ik serieus. Als je nu in deze tijd en ik weet van twintig jaar geleden dat we het toen al over hadden: we gaan zorgen dat we bouwen bij wijze van spreken dat deuren negentig centimeter breed zijn. Ja dat gaan we doen. We zijn nu twintig verder het is nog met kaarslichtjes vaak te zoeken, het is niet bereikbaar. Je hebt niet alleen mensen met beperking: mensen die oud zijn ouder worden, mensen die kunnen niet drempeltjes of trapjes op. Dus huisjes met trapjes dat bouw je toch anno 2021 niet die zijn gewoon niet bereikbaar dat meen ik serieus. U zegt ja we maken ook nog huizen die wel voor mensen met een beperking bereikbaar zijn. Dan stop je ze in een hok dan zijn het een soort konijntjes die ook in een apart plekje wel er in kunnen. Dat meen ik serieus dat doet mij zeer. De voorzitter: Wethouder Dortmans. Mevrouw Dortmans: Dank je wel voorzitter.
Ik kan hier nu een enorm betoog houden over de inclusieve gedachten achter BSD, die gaat ook zeer veel breder dan alleen datgene van het VN-verdrag voor mensen met een handicap betreft. Ik sprak vorige week nog een van de kavelaars zoals wij ze noemen, die samen met een aantal andere mensen met een woonconcept is gekomen dat juist bestemd is voor oudere mensen ook. Bouwen voor de toekomst ook voor henzelf. Dus er zijn allerlei mogelijkheden er zijn allerlei huisvestingsvormen denkbaar die juist aan die inclusieve gedachte tegemoet zullen komen. Wij hebben nu ook met woningcorporaties al gesprekken over op welke andere manier kan die inclusiviteitsgedachte vorm krijgen. Dus ik kan de heer Rieter geruststellen: op allerlei mogelijke manieren geven wij invulling aan het thema inclusiviteit. De voorzitter: De heer Van der Burgt. De heer Van der Burgt: Voorzitter dank je wel. Mevrouw Dortmans daagde me uit over de ruimtelijke structuur. Juist het stuk van vanmorgen vond ik heel constructief wat erin stond want er stond eigenlijk: hij roept op tot de menselijke maat en hij moet uitgangspunt zijn en gemeenschapsgevoel.
En zegt er ook bij, want zeker zo’n experiment zoals dit vraagt om ruimtelijke structuur die mensen met oude en nieuwe visies, ideeën en technieken op een vanzelfsprekende manier bij elkaar brengt en zegt BSD mag absoluut niet tot verwijdering en controle versies leiden. Dat spreekt mij enorm aan want ik wil die voortgang houden en als je die ruimtelijke procedures moet voeren dan moet je daarmee beginnen want anders verlies je tijd. Uiteindelijk hebben wij daar heel veel geld in zitten van ons grondbedrijf en dat wil ik gewoon voor onze inwoners in de stad wat voor terugzien want als we daar wat terugkrijgen dan kunnen we daar vanzelfsprekend weer nieuwe investeringen van doen. De voorzitter: De heer Vervoort. De heer Vervoort: Nog een aanvulling erop en nog op een paar andere onderwerpen waar u op gereageerd. Wat betreft pioniers daar kom ik graag op terug want ik kreeg de informatie dat er nog één pionier van de veertig over is. U zou het project zeer nauwlettend in de gaten houden en daar ons laten verrassen zo zal ik het zeggen. Onze voormalig wethouder heeft ook aangegeven dat er heel veel combinaties mogelijk zijn, zeker op het verduurzamen, vernieuwen al die ontwikkelingen hoeven elkaar echt niet in de weg te lopen. Maar u geeft ook aan dat hij echt is geschrokken voor de voorgestelde stedenbouwkundig opzet en de ‘…’ dat hij heeft
gekregen. Dan hebben we een paar weken misschien een maand geleden bij het Speelhuis hebben we ook gezien wat er staat te gebeuren. Dan denk ik ook vanuit hier is dit de goeie weg? Alles wordt steeds concreter en je moet niet iets afschieten wat je nog niet helemaal zeker weet maar ik krijg ook van makelaars te horen: hier is geen behoefte van in Helmond om parkconstructies met parkeer aan de randen. Die signalen krijgen wij. Het zou als raadslid echt niet gepast zijn om aan te geven ‘we hebben het niet gehoord we hebben het niet verteld’. Nee ik denk dat we met elkaar de verantwoordelijkheid hebben voor een toekomstige wijk wat niet tien jaar mee moet, niet twintig jaar nee we hopen dat we over zestig jaar nog zeggen: we hebben een prachtige wijk voor Helmond gebouwd waar we trots op kunnen zijn. Die signalen willen we overbrengen en we maken ons echt oprecht zorgen en niet om iets af te schieten maar om samen sterker te maken. Dat is onze oproep. Mevrouw Dortmans: Voorzitter. Ik kan het alleen maar eens zijn met de briefschrijver van vanochtend in het Eindhovens Dagblad dat het belangrijk is om die samenhang tussen die twee onderdelen van Brandevoort te realiseren, maar daarbij wel aangeven dat we ook nu gebruik kunnen maken van de nieuwste kennis, de nieuwste technologie en ook de nieuwste behoeften.
Het is ook geenszins onze bedoeling, ook nooit geweest, om volstrekt losgezongen te raken van Brandevoort I. En verder ben ik het geheel en al met de heer Vervoort eens: alle signalen die dit project tot een succes maken zijn van harte welkom, sta ik ook zeker voor open. Dus ik wilde de handreiking op het einde doen maar ik doe het nu. Alles wat u hebt, alle signalen die u hebt, elk persoon die u gesproken hebt met zorgen vragen et cetera, laat die in contact treden met ons want dat kan het project alleen maar beter maken. Dit is ook een wijk die we in samenspraak met toekomstige inwoners, toekomstige geïnteresseerde partijen willen samenstellen. Dus wat mij betreft staat die handreiking wijd open om het contact aan te gaan. Kan er alleen maar beter van worden. Dan is er nog een feitelijke vraag gesteld over de hectaren die nog beschikbaar zijn voor het bedrijventerrein. Dat ligt uiteindelijk ook aan het stedenbouwkundig plan dat u vaststelt. Maar het voorstel dat nu voorligt dat hebt u ook op zeven oktober gepresenteerd gekregen, is dat er nog ruimte is voor vier hectare bedrijfsterrein en vier hectare woon-werk combinatie. Tot slot heeft de heer Mol gevraagd naar de planning. En ik kan u vertellen dat we in januari met het stedenbouwkundig plan, het beeldkwaliteitsplan, de grondexploitatie en de innovatiefinanciering in uw richting komen.
Dat we de besluitvorming daarover met u hopen af te ronden voor de aanstaande verkiezingen. Voor wat betreft erfpacht, want daar zijn ook opmerkingen over gemaakt, toevallig of niet ook daar het lijkt bijna sprake van een gecoördineerde actie maar niet van onze kant zeg ik er nadrukkelijk bij. Zijn de laatste weken interessante artikelen verschenen in Binnenlands Bestuur, in het Financieel Dagblad nog afgelopen weekend. Er zijn veel gemeenten die op zoek zijn naar manieren van financiering of een actievere grondpolitiek als het gaat over het realiseren van betaalbare woningen voor meerdere mensen dan diegene met een hele grote portemonnee. En dan noem ik bijvoorbeeld de gemeente Ede en Vlaardingen als voorbeeld. Ik wil u tot slot, en dan ga ik nog kort op de moties in die nog zijn ingediend binnen mijn portefeuille. Ik wil u van harte uitnodigen en die uitnodiging staat breed voor alle raadsleden, burgers, commissieleden om op elf december naar BSD te komen, een kijkje te nemen in de CASA-woningen die daar inmiddels al gerealiseerd zijn. En dan krijgt u ook nog de gelegenheid om met verschillende partijen in gesprek te gaan: directeuren van woningcorporaties maar ook Ben van Berkel, de architect van UN-studio die verantwoordelijk is voor stedenbouwkundig plan, u bent allen van harte uitgenodigd. En daarna dan begint dus het formele besluitvormingsproces in uw raad.
Overigens over het bestemmingsplan, want daarover refereert de heer van der Burgt ook, dat is voorzien dat het in de zomer september van volgend jaar in uw raad ter besluitvorming voorligt. Dus alle voorbereidingen daarvoor worden ook op dit moment al getroffen. Dan kom ik bij de twee moties. Een motie van Mì Hellemonders mede ingediend door de fractie van het CDA over laaggeletterdheid. En ik kan u eigenlijk zeggen er is goed nieuws want we zijn al heel hard bezig met een plan. We zijn bezig met een plan in afstemming met onderwijs, kinderopvang, als het gaat over de preventieve
kant maar ook met de werkgevers, met de medische sector omdat we heel graag de vindplaatsen van mensen met een taalachterstand of met een digitale vaardighedenachterstand zeg ik maar even, om die te kunnen ondersteunen te kunnen vinden en te kunnen helpen. Op dertig september bent u als raad ook in het gebouw van de LEV-groep bij meegenomen over datgene waar we mee bezig zijn. U vraagt verder in uw motie om structurele financiering. Ik kan u vertellen dat er in ieder geval tot en met 2024 budget is vrijgemaakt. En dan gaat het over een totaal budget van zes ton over drie jaar, dus twee ton per jaar ruwweg gezegd. Wat mij betreft kan dat zeker een structureel bedrag worden, maar daar gaat uw raad over en ik zou u adviseren om dat dan ook in een nieuwe raadsperiode als verantwoordelijkheid eventueel te zien. Ook omdat we dan kunnen kijken: wat houdt het plan nu in, wat vraagt het precies om financiering en wat vraagt het ook van de gemeente. In dat licht, alhoewel dus zeer sympathiek zou ik de motie willen ontraden omdat eigenlijk al invulling is gegeven datgene wat in het dictum is opgenomen. Dan had ik nog een motie, even kijken waar heb ik dat, die is hier.
Dat was een motie van de fractie van Lokaal Sterk over een budget voor de werkgroep van het VN-verdrag en deze motie omarmen wij als college, want we hebben laatst als gemeente het convenant ‘Iedereen doet mee’ ondertekend samen met de werkgroep van het VN-verdrag en ORO. We zien deze motie dan ook als ondersteuning van het commitment dat we met hen zijn aangegaan. Dus van harte bereid om die motie te steunen van het kant van het college. Dat was het voorzitter. De voorzitter: Dank u wel wethouder. Michael Rieter. De heer M.P.J. Rieter: Daar had ik een vraag over. Het bedrag vind ik wat klein in die zin. Ik ben blij want wij zijn ook mee positief over stemmen. Maar het lijkt mij zo een klein bedrag, ik weet niet wat je daarmee kunt doen. Als ik weet dat vier jaar geleden heb ik een motie ingediend die omarmd is want die was veel te ruim opgesteld door mijn partner. Toen is in ieder geval de knop gerealiseerd bij de deur en ik weet dat dat al een technische ingreep is die je niet voor honderd euro laat betalen. Dus het zijn geen zaken die je bij wijze van spreken effe bij de Hubo of Karwei haalt om iets inclusief te maken. Daar hangt vaak een exclusief prijskaartje aan bij inclusiviteit om het zo maar te zeggen. De voorzitter: Dank je wel. De vraag zouden we voor moeten leggen aan de indieners want het is niet de wethouder die indient. Dus mevrouw Spierings.
Mevrouw Spierings-van Deursen: Daar kan ik wel even op ingaan. Wij hadden misschien ook wel iets meer voorzien maar we weten eigenlijk niet precies om hoeveel geld het gaat. Die werkgroep heeft op dit moment al hartstikke veel gedaan zonder budget. Dus een klein beetje budget helpt waarschijnlijk al om vandaar onze hele vriendelijke en lichte vraag: mocht dan dadelijk blijken dat dat niet voldoende is dan denk ik dat het ook aan de nieuwe raad is om te gaan kijken of we daar meer geld voor vrij kunnen maken zodat al die tussentijdse zaken waar mensen tegenaan lopen dat die dan kunnen worden opgelost. De voorzitter: Dank je wel. Dat is dan ook duidelijk. Dan wil ik wethouder Dortmans bedanken voor haar bijdrage. Er is ruimte voor een korte tweede instantie en dat is meer voor vragen die zijn blijven liggen. Anders gaan we zo dadelijk over naar de moties en het amendement. De heer Van den Bogaard. De heer Van den Bogaard: Voorzitter. Niet echt een vraag die is blijven liggen, was eigenlijk een vraag voor wethouder Dortmans. Maar die is nu heel snel weg dus ik weet niet of ze nog terug kan komen. Het is goed om in beweging te blijven. De voorzitter: Kan mogelijk via de interruptiemicrofoon even antwoorden. Wat is uw vraag?