Verslag raad 9 november 2021
Tekst van het document
Die bereikbaarheid geldt overigens niet alleen voor het centrum, maar alle delen van de stad. Het is ons echt te kort door de bocht om te zeggen dat we in Helmond toch vier stations hebben. En dat iedereen daarheen of daarvandaan de fiets of de benenwagen kan gebruiken. De inzet op deelauto’s hebben wij nooit begrepen. Onderzoeken tonen immers aan dat deze deelauto zeker niet het middel van de toekomst wordt. In praktische zin blijkt daarnaast ook nog eens dat mensen er nauwelijks voor openstaan. De eerste stap in het bereikbaar houden van de stad zou in onze ogen een behoeftepeiling onder onze inwoners en werkenden in onze stad moeten zijn. Alvorens middelen te promoten. Daarom zal plan! met meer Mi Hellemonders, de PvdA, 50Plus, GroenLinks, Helder Helmond en D66 een motie indienen met als doel te onderzoeken waar de behoefte van inwoners en werkenden ligt ten aanzien van het vervoer. Tot slot, voorzitter. Over een aantal maanden vinden de verkiezingen plaats. Wij richten ons in dit licht daarvan tot onze 36 collega’s. Onze taak als gemeenteraadsleden kent een drietal pijlers: een vertegenwoordigende, een controlerende, en een kaderstellende. Met name dit laatste facet biedt de mogelijkheid om bij de installatie van een nieuwe gemeenteraad in gezamenlijkheid vast te stellen welke drie of vier majeure onderwerpen door de nieuwe coalitie zeker opgepakt dienen te worden.
Deze oproep, en we hebben hem eerder geplaatst, loopt dwars door coalitie en oppositie heen. Het wil het handelen en denken in oude politiek doorbreken, en sluit aan bij de plannen die deze raad heeft om op een andere manier te gaan werken. Een manier die dichter bij de inwoners staat. Helmonders mogen van hun gemeenteraad immers verwachten, dat ze handelen in het belang van de stad. Een raadsakkoord met majeure onderwerpen zal bij onze inwoners dan ook lof en respect oogsten, en zeker ook bijdragen aan het herstel van vertrouwen in lokale politiek. Eenheid in verscheidenheid. Een kleine stap op weg naar een nieuwe politiek in Helmond. Voorzitter, tot zover in de eerste instantie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Lierop. Ik zie een … Ja, de heer Stevens. De heer Stevens: Eén. Ik vind het een mooi idee hoor, dat raadsbrede werken, zeg maar. Maar ik heb een praktische vraag. Stel dat je dus met alle partijen die er zijn een heel breed akkoord wil gaan doen, hoe ga je dan toch bepalen wie ons bestuur wordt? Dus wie worden onze wethouders en wie gaat die dan leveren? Hoe ga je dat bepalen? De heer Van Lierop: Uiteindelijk werken wij hier nog steeds met een meerderheid, dus zal uiteindelijk ook die meerderheid, die zal uiteindelijk die coalitie volgen … vormen en ook daar die wethouders leveren.
Maar die wethouders krijgen wel bijvoorbeeld vier of drie opdrachten mee waar ze zeker iets van te vinden. En het voordeel is, als het om de echt belangrijke onderwerpen gaat, dan zijn er toch wel heel veel onderwerpen die unaniem aangenomen worden. Of met een hele grote meerderheid. Het is veel prettiger om daar aan de
voorkant aan meegedacht te hebben. Dat geeft ook een gevoel dat je niet, ja gewoon … Uiteindelijk als je niet meedoet ook inderdaad niet meer meedoet, of het gevoel hebt dat je niet meer meedoet. En uiteindelijk denk ik dat daar uiteindelijk onze voorstellen sterker van worden. De heer Stevens: Eén aanvullende vraag. Dus dan heb je toch, omdat je over meerderheden spreekt, een soort van coalitie oppositie. Toch weer die oude termen als ik hem even zo mag gebruiken. Ik heb er ook een hekel aan hoor, maar … Dat hou je dan toch een beetje, dan. De heer Van Lierop: Ja, vooral ook omdat ik denk dat we daar nog niet aan toe zijn om dat helemaal los te laten. We moeten natuurlijk wel een beetje realistisch blijven. Kijk, als het aan ons ligt zouden we het helemaal anders doen. Maar dan moet je een ruime meerderheid hebben. En ik hoop dat we het heel goed gaan doen met de verkiezingen, maar ik denk toch dat 19 zetels erg lastig gaat zijn. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smits en dan de heer Manders. De heer Smits: Dat denk ik, mijnheer Van Lierop. Maar denkt u dan in de vorm van een raadsprogramma? Of bijvoorbeeld zoals het gebeurd is afgelopen periode in Laarbeek, dat alle partijen gewoon meededen inderdaad in de gemeenteraad, wat uiteindelijk ook geflopt is laten we wel wezen.
Maar denkt u in de richting van een raadsprogramma? De voorzitter: De heer Manders ook op dit punt? Dan kunnen we het combineren. De heer Manders: Nee, ik heb een ander punt maar dat kunnen we makkelijk combineren denk ik. Kijk, we hebben het elke keer over de betrokkenheid van burgers, dat die afneemt. Als we met ze alle eruit komen dan vraag ik me af … Op zich een goede gedachte hoor, ik vind het heel mooi dat plan! met dit plannetje, luchtballonnetje, komt. Maar valt er nog wel iets te kiezen voor inwoners? Want inwoners gaan juist naar de stembus wanneer er iets te kiezen valt, wanneer er verschillen zijn. Dat is ook … En we proberen er met zijn allen uit te komen, in Helmond gaat dat heel goed. Van links naar rechts komen we uiteindelijk met een coalitie die een goede, een heel goed cijfer van u krijgt. Maar ik vraag me af als we zo al beginnen, of dan de inwoner niet helemaal denk: Nou, het is van tevoren al bekokstoofd, het heeft helemaal geen zin meer. Ik bedoel, politiek betekent ook dat er verschillen zijn en dat de keuzemogelijkheden zijn voor inwoners om op die of die partij te stemmen. En dan zijn er nou eenmaal dan andere oplossingen voor bepaalde problemen. Hoe kijkt u daar tegenover? De voorzitter: De heer Van Lierop. De heer van Lierop: Dank u wel.
Ik denk dat het … En of je het nou een raadsakkoord of een raadsprogramma noemt, het beestje kan maar een naam hebben. Ik denk ook niet dat alles … De heer Smits: Het gaat ook niet om de naam, het gaat om wat mijnheer Manders ook bedoelde inderdaad. Probeer je alle verschillen die in de raad zitten, probeer je die samen te brengen in één programma? Het gaat niet om de naam. Nogmaals, probeer inderdaad alle facetten die de raad heeft, alle verschillen mijnheer Manders, probeer die samen te brengen in één programma, die we gezamenlijk gaan uitvoeren. Volgens mij probeert u dat te zeggen. Daar wilt u naartoe, denk ik. De heer van Lierop: Nou, ik heb het over drie of vier majeure projecten. Ik bedoel, ik heb het niet over een compleet dichtgetimmerd programma. Daar heb ik het niet over. Ik denk dat we als we nou eens gewoon heel
simpel kijken. Sport- en beleefcampus, daar hadden we best het een en ander van kunnen vinden. Het zwembad, misschien hadden we dan aan de voorkant wel afgesproken dat dat bubbelbad had moeten komen. Of dat er een paar andere zaken hadden moeten komen.. Dan hadden we denk ik een hele hoop tijd bespaard, die we meteen hadden kunnen inzetten om daadwerkelijk iets goeds neer te zetten. En ik ga er ook niet van uit dat iedereen daarmee akkoord is. Het kan best zijn dat een partij helemaal vindt dat het niet moet komen, dat de oude locatie had moeten blijven, en die gaat dan niet akkoord met dat stukje. Ik bedoel, hier in de raad gaat nog steeds niet om dat alles unaniem moet zijn. In de raad gaat nog steeds over dat er een ruime meerderheid is. Maar met elkaar samenwerken aan een paar belangrijke projecten, is denk ik een eerste stap naar een andere soort raad. Maar dat zullen we überhaupt met zijn allen dan wel moeten willen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Selten. De heer Selten: Dank u wel. Ik begrijp de zorg van de twee collega’s ook wel, dat vertrouwen van de burger niet voor dat soort raadsakkoorden hebben. In de kern zoals zij denken dat een raadsakkoord moet zijn, maar de VNG heeft ook een routekaart gemaakt voor raadsakkoorden, waarbij we verder kijken.
En één van de vormen is zoals de heer Van Lierop aangeeft, namelijk: pak een X aantal thema’s, zeg vier, waar je als raad wel het over eens bent. En de rest is aan de raad. En als we dan kijken naar hoe wij de Tweede Kamer kennen, waarin er een coalitie is en een oppositie is. Goed, dat hebben we hier ook wel voor een deel natuurlijk gezien. Dat is de klassieke vorm die we kennen. Maar er zijn meer vormen dan alleen maar raadsbreed en oppositiecoalitie. En wij staan er als D66 ook altijd wel voor open om te kijken naar: kan het ook anders, en wat draagt er dan aan bij? Waarmee ik niet wil zeggen: een raadsakkoord is de beste vorm. Maar ik vind het wel een brainstorm waard. De voorzitter: Misschien nog een reactie van de heer Van Lierop, want mijnheer ‘…’ maakt net nog een sanitaire stop, dus dan kunnen we hem mooi even volmaken. De heer Van Lierop: Oké, dank u wel voorzitter. Ik denk wat de heer Stelten aangeeft, we zeggen ook niet dat het per se het één of het ander moet zijn, ik vind dat we daar eens goed over na moeten denken. En dit is nou weer een periode, we gaan weer naar nieuwe … naar de verkiezingen toe, waar we straks weer met elkaar praten. Probeer met elkaar daar aan de slag mee te gaan. En hoe het dan uiteindelijk vorm geeft, laten we in ieder geval gewoon eens een poging wagen om die drie of vier majeure projecten eens gewoon op te pakken.
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Tuerlings. De heer Tuerlings: Dank u wel, voorzitter. Dan doet de heer Van Lierop mijn denken aan twee voorbeelden. Eentje uit de vorige periode, en eentje uit deze. Ik meen dat we bij de Woonvisie die we in de vorige periode hebben vastgesteld, een aantal werksessies hebben gehad met de raad. Waar ook burgercommissieleden bij betrokken waren. Waarin alle partijen mee konden praten over de inhoud van de Woonvisie. En volgens mij is in deze periode ook de Brainport Smart District, is een voorbeeld van waar de raad in brede zin en verder op de inhoud ook in meegenomen wordt. En ook heeft mee kunnen brainstormen, laatst in Het Speelhuis. Zijn dat dan voorbeelden zoals u die bedoelt, of moet ik dat nog anders zien? De heer Van Lierop: Dat zijn inderdaad goede voorbeelden, de heer Tuerlings. Maar wat ik ook eigenlijk bedoel is hoe het niet moet, dat is Huis voor de Stad. Uiteindelijk pakken we dat uiteindelijk wel weer goed op, maar het is buitengewoon jammer dat we elkaar even niet begrepen. En dat had voorkomen kunnen worden. En daar gaat het vooral om. Om te zorgen dat er … Dat stukje frustratie dat had niet gehoeven. En uiteindelijk hebben een hele goede inhaalslag gemaakt en zijn we uiteindelijk goed voortvarend aan de slag gegaan. Maar
dat is nou net niet hoe het moet. En de voorbeelden die u noemt, dat zijn inderdaad de zaken zoals het wel moet. De voorzitter: Dan de heer Martijn Rieter en dan de heer Selten. De heer Rieter: Ja, heel kort ook over dit punt. Het begint gewoon bij heel summier raadsakkoord, collegeakkoord. We hebben het voorbeeld gehad, net met de onderhandelingen van de OZB-verhoging. Dat is dus eigenlijk een mooi punt, zoiets gedetailleerd punt dat staat er dan niet in. En dan heb je dus op hoofdlijnen ga je dan akkoorden sluiten met elkaar en dan kan dus ook GroenLinks dan ook af en toe op een ander punt meestemmen, of dan wel niet. Dus dat is als het ware een mooi voorbeeld dat we net hebben meegemaakt. En dan kan je ook verschillende meerderheden hebben. En ik denk dat het ook best wel lastig is, de heer Selten noemt het net al, om dat te gaan vormgeven. Maar ik denk ook onze fractie, die juicht dat in ieder geval ook wel toe, om in ieder geval te kijken naar de mogelijkheden om dat wel te gaan vormgeven. Maar toch ook even dat voorbeeld van net toch even aanstippen. Want dat was eigenlijk een beetje van: Ja, we hebben als het ware wat afgesproken en ik snap ook wel in de oude politiek dat dat zo werkt, maar wellicht dat in de nieuwe politiek dat je dan op hoofdlijnen en dan ook met raadsbrede … Dat je dan toch in de richting gaat waarbij het merendeel van de raad wil.
De voorzitter: Dank u wel. Ik zie daar twee interrupties maar het moet werkelijk wat toevoegen hè, niet nieuw. Want anders blijven we ronddraaien. Iedereen heeft zijn punt kunnen maken. De heer Selten, mijnheer Manders. Behoefte aan een reactie nog kort? De heer Manders: Hele korte reactie. Je hoort dit geluid natuurlijk ook in landelijke politiek. Je ziet hoe moeilijk het gaat. Ik ben benieuwd. Het kabinet is bijna rond begreep ik net uit een nieuwsberichtje. Maar elke partij zal beloftes doen. Niet al die beloftes kunnen waargemaakt worden aan de kiezers. Aan de andere kant wil na de verkiezingen wil de kiezer ook dat een aantal van die beloftes in dat coalitieakkoord terecht komt. En het is dan wel heel makkelijk om te zeggen: we moeten een breed akkoord. Vol majeure thema’s. Ik hoor daar bouw, bouwen, daar zullen politieke verschillen zijn in de verkiezingscampagne. Dus om nu al te zeggen: daar komen we allemaal uit. Dat is altijd de vraag. Politiek is wel politiek. Daar zijn verschillen, anders waren we hier … zaten we hier met één partij. De voorzitter: Akkoord, dank u wel. Dan de heer Selten tot slot. En dan … De heer Selten: Als we straks alle verkiezingsprogramma’s compleet hebben dan zullen we eens kijken wat er allemaal overeen komt. Want het zou me niet verbazen als dat best wel veel is. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Lierop tot slot.
De heer Van Lierop: Natuurlijk zijn er de nodige verschillen. Maar er zijn ook veel meer overeenkomsten. En daar heb ik het vooral over. Laten we het vooral over die overeenkomsten het eens worden, en die verschillen die zal op een gegeven moment een coalitie waarschijnlijk ook wel met elkaar gaan uitruilen, jij dit, wij dat. Daar is ook helemaal niks mis mee. Maar laten we met die overeenkomsten aan de slag. En dat is denk ik gewoon een goede stap voorwaarts. De voorzitter: Dank u wel. U hebt één motie die ingediend gaat worden. Dank je wel. Wat betreft de motie. Onderzoek naar de behoefte aan openbaar vervoer in Helmond en het dictum luidt als volgt: binnen drie maanden verzoekt het college binnen drie maanden de raad een voorstel voor te leggen dat voorziet in een
onderzoek naar de korte- en lange termijn behoefte aan openbaar vervoer bij de inwoners van Helmond. Ruim voldoende ondertekend, maakt deel uit van de beraadslagingen, dank u wel. Dan komen we bij de elfde spreker van vandaag. Dat is de laatste spreker van de zijde van de gemeenteraad van vandaag. En dat is de heer Michael Rieter namens Mi Hellemonders. De heer Rieter: Dank u wel, voorzitter, collega raadsleden, burgercommissieleden, onze ambtenaren, maar vooral al die Hellemonders thuis voor de buis. Vandaag gaat de nieuwste Helmondse politieke beweging en partij Mi Hellemonders voor het eerst een bijdrage leveren aan de vaststelling van onze begroting, en in dit geval die van 2022. Voorzitter, huizen, huizen, maar vooral heel veel betaalbare huizen voor onze inwoners. Want er komen steeds meer mensen van buiten Helmond naar onze mooie stad toe om hier te komen wonen. Dat is prima. Want dan krijgen we meer inwoners. En overschrijden we eerder de al heel lang gedroomde grens van het magische aantal van honderdduizend inwoners. En daarmee meer dan honderdduizend Hellemonders. Het voordeel daarvan is dat de stad van meer dan honderdduizend inwoners heel veel meer geld van het Rijk krijgt. Vanuit Den Haag. En dat is helaas nog niet het geval bij maar 99.999 inwoners, dat is één te weinig of zelfs nog minder.
Moet en mag dat een doel zijn? Ik hoorde dat vandaag meerderen al zeggen. Of, zoals toch velen vinden, dat het juist het doel moet zijn. Mi Hellemonders vindt dat nadrukkelijk niet. Want helpen wij hiermee onze inwoners van nu, ruim 92 duizend, daar wel mee? Wij van Mi Hellemonders vinden en stellen nadrukkelijk nee, nee, nee. Mi Hellemonders is dan een nee-partij, nee, of een tegenpartij, nee, nadrukkelijk is Mi Hellemonders juist een ja-partij. Maar wel een ja-partij nadrukkelijk Mi Hellemonders. Vrij vertaald: met Helmondse inwoners. De Helmonders van nu, die ruim 92 duizend inwoners die er al wonen, en waarvan er heel veel zijn die al jaren wachten om aan de beurt te komen om een woning te mogen huren. Maar zelfs ook niet kunnen kopen. Dus, mi en vur Hellemonders. Vrij vertaald, met en voor de Helmondse inwoners. Bij Mi Hellemonders rijst dan ook de vraag, na gesproken te hebben met Hellemonders, of we als Helmond wel opgezadeld willen worden om binnen onze bebouwde kom tienduizend woningen extra te moeten gaan bouwen. Er zijn al heel wat steden, volgens mij was Utrecht de eerste heb ik in de Volkskrant gelezen, maar er zijn er inmiddels meer. Maar we weten niet of dat er al inmiddels veel meer zijn. Die daar nadrukkelijk grote zorgen over hebben. En die vinden dat dat enorm naar beneden moet worden bijgesteld.
Als je het Mi Hellemonders nu vraagt, maar wij merken dat het ook als we met Helmonders praten, dat op z’n zachtst gezegd je dat serieus moet gaan afvragen. Waar past Helmond in dit rijtje? De voorzitter: Ik zie een interruptie. Ik zie een interruptie van de heer Stef Stevens. De heer Stevens: Dank u wel, voorzitter. Ik worstel een beetje met uw uitspraak ‘de huidige Helmonders’. Wie zijn dat dan? Ik ben van oorsprong geen Helmonder, maar ik voel mij wel zo. Ik woon hier nu ook elf jaar. U heeft mij niet gevraagd en er zijn ook nog mensen van andere culturen die hier zijn gekomen. Die hier korter zijn gekomen, zijn dat dan ook de Helmonders die u bedoelt? Welke, wie zijn nou uw Helmonders? Of onze Helmonders. De heer Rieter: Mag ik daar antwoord op geven? Dat zijn alle Helmonders. En u woont in Helmond, in principe bent u een Helmonder. Als u zegt ik ben in het buitenland, waar komt u vandaan? Waar woont u? U woont in Helmond, dan bent u een Helmonder. U krijgt straks ook stemmen van mensen die hier zijn komen wonen. Waarschijnlijk ook heel veel stemmen die u helemaal niet kent. Omdat ze of D66 of u hebben zien acteren en denken: daar ga ik op stemmen.
Dus dat zijn al die Helmonders, in dit geval dan achttien plus, die mogen stemmen en er kunnen dan nog mensen opstaan zelfs van veertien plus die in de periode dat de raadsverkiezingen zijn, waar je voor gekozen wordt, dan ook achttien worden. Nou, dat zijn allemaal Helmonders die stemmen. Dan wordt echt niet gekeken of het van westerse achtergrond hebt, of niet-
westerse achtergrond of hij uit Engeland komt of Polen of weet ik wat meer. Dat zijn voor ons allemaal, die tellen ook mee hè. We hebben 29 duizend inwoners en dat zijn gewoon Helmonders, dat zijn geen Amsterdammers lijkt mij zo. Maar goed. Ik weet dat er ook import bij zit en ik heb de vraag ooit een keer gesteld aan de heer Ferwerda. En die zei heel narrig: Ik ben geen Helmonder en ik voel me geen Helmonder. Toen zei ik alleen tegen hem: wat doet u dan in de raad? Want ik vind dat als je in de raad zit dan moet je toch in ieder geval met en voor die Helmonders acteren. Maar goed. Ik ben dat ik hier duidelijk mee geweest ben. Wij zien alle mensen die in Helmond wonen die beschouwen we als Helmonders. Dat mag denk ik hè. De heer Stevens: En die heeft u dan allemaal ook gevraagd? De heer Rieter: Nee, die heb ik natuurlijk nog lang niet allemaal gesproken. De heer Stevens: Nee maar ik bedoel in ieder geval … De heer Rieter: Nee, mensen … Wij stellen ook nog niks, wij vragen ons af of – en dan moet je goed luisteren wat ik gezegd heb hè – maar dat kunt u terugzien hè … De heer Stevens: Daarom vraag ik … De heer Rieter: Wij stellen nu voor om ons af te vragen of dit wel de goede stap is. Naar voorbeeld van andere steden. Het is niet dat Helmond voorop loopt met al die … Utrecht die wil het halveren. Er zijn steden zelfs die het zelfs naar nog een kwart willen maken.
Want het heeft nogal wat impact. Het heeft wat impact. En daar kom ik nu toe. Tienduizend woningen, dat is een kwart meer dan de veertigduizend woningen die we nu al in Helmond hebben. Mi Hellemonders vindt dat we eerst moeten oplossen dat er zoveel woningen in handen komen van projectontwikkelaars en andere grote jongens. Die de prijs zodanig opjagen dat onze eigen Hellemonders, dus de mensen die in Helmond wonen, die niet kunnen betalen voor wat betreft huur. Het moet ook betaalbaar zijn om te kopen. Wie nu zijn huis aanbiedt voor bedrag X, weet nu al bij voorbaat, dat er niet zoals vroeger, vrij recent nog overigens, van de prijs wat afgedaan moest worden. Om deze te kunnen verkopen. Maar er wordt nu al meteen overgeboden. Ik heb het twee deuren van mij heb ik het meegemaakt. Dat dertig kopers, die allemaal boven de gevraagde prijs zaten, die hebben ze ook uitgenodigd. Het moet toch niet gekker worden. Maar het wordt nog steeds gekker. Daar moeten we als lokale overheid alle mogelijke middelen voor in gaan zetten om dat tij te keren. Voor onze eigen inwoners. Nu. Cultuur. Voorzitter, u zult er niet verbaasd over zijn dat Mi Hellemonders ook een nadrukkelijke cultuurpartij is. Wij hebben dat dan ook nadrukkelijk in onze statuten zelfs opgenomen.
Wij zijn dan ook heel blij dat de vier HART-directeuren, van speelhuis Cacaofabriek, Kunstkwartier, bibliotheek en van het Museum Helmond, een terecht pleidooi hadden om ons als gemeente meer geld, veel meer geld te laten uitgeven voor en te investeren in cultuur. Helaas, zowel landelijk maar helaas ook lokaal, is cultuur echter vaak, heel vaak het sluitstuk van de begroting. Toen bijvoorbeeld in september 2013, iets meer dan acht jaar geleden, bleek dat de ambitie om samen met de vier andere B5-gemeenten, in 2018 samen culturele hoofdstad van Europa te worden, helaas niet door ging, lag er nog negen miljoen op de plank voor cultuur. Van het in totaal door de gemeente Helmond beschikbare budget van tien miljoen euro. Eén miljoen euro daarvan was opgegaan aan de voorbereidingen en initiatieven, zoals een bidbook, om te proberen dat wel te bereiken. Deze overgebleven negen miljoen euro, ook voor cultuur in Helmond te blijven bestemmen, werd bij de eerste de beste begrotingsbehandeling in november 2013, zeg maar vandaag acht jaar geleden, geheel aan andere beleidsterreinen doorgeschoven. En als het daar nou nog bij bleef. Maar vervolgens mij het collegeprogramma, en u kunt zich dat stellig nog herinneren, van 2014 ook nog eens nadrukkelijk op te nemen dat in 2018 structureel nog eens een extra miljoen moest worden bezuinigd op cultuur.
En in die periode werd ook nog eens de afdeling cultuur van Helmond officieel
opgeheven. U kunt zich dan ook voorstellen, dat Mi Hellemonders heel blij is met dit initiatief van die vier HART-directeuren. Afgelopen donderdag hebben wij dan ook een heel bijzonder inspirerende … donderdag, bijeenkomst gehad, van bijna twee uur, met twee van die vier hartdirecteuren. HART, dat zijn de hoofdletters H, hoofdletter A R T. Het hart voor cultuur, en de A is art en de H is Helmond. En vooral voor de kijkers thuis voor buis. De voorzitter: En ik zie, sorry, een interruptie van de heer Manders. De heer Manders: Ja, dank je wel. De heer Rieter pleit voor cultuur. Prima, ik ben voorstander van cultuur, ook volkscultuur trouwens. Want daar genieten ook heel veel Helmonders van. Maar aan de andere kant zegt u: ik wil niet dat Helmond groeit boven de honderdduizend. Nou is juist een gemeente boven de honderdduizend, als je gaat kijken in Nederland, welke gemeentes staan er financieel beter voor? Dan zijn financieel gezondere gemeentes de gemeentes boven de honderdduizend. Dat is ook het hele overheidsbeleid op gericht. Dus juist door te groeien hebben we een financiële gezondere gemeente en kunnen we meer geld investeren in die cultuur. Die ook de gemeenschap en de Helmonders bindt. Want dat is ook een functie van cultuur.
En die ervoor zorgt dat wij interessant zijn ook voor mensen die hier willen gaan wonen die niet alleen woningen zoeken, maar ook inderdaad die cultuur zoeken. Dus dat is een beetje in tegenstrijd vind ik, wat u zegt. De heer Rieter: Nee, ik ben blij dat u dat zegt. Want ik was slecht in wiskunde op de middelbare school. Terwijl mijn opa nog leraar wiskunde was op het Carolus. En ik heb de rekenspecialisatie gedaan op de Pedagogische Academie 42 jaar geleden. Dus ik kan nog wel tellen. Het is slechts achtduizend inwoners die we nodig hebben om die honderdduizend te halen. En daar wil ik best voor gaan. Dat vind ik zelfs prima. Want maar die achtduizend inwoners, die leveren dan voordeel op. Maar we hebben het hier over de droom die we ook in 2000 hadden. Toen gingen we er nog echt van uit dat wij vorig jaar op 125 duizend inwoners zouden zitten. Dat was echt het perspectief van bureau van Riek, die iets meer zei. En nu zijn we ook weer met het getal 125 duizend hoor ik. Dus ik ben helemaal niet tegen honderdduizend, ik geef juist aan de voordelen dat er zijn. Maar 125 duizend is toch wel iets meer dan honderdduizend. De voorzitter: De heer Manders.
De heer Manders: Maar realiseert u zich wel dat we in de sterkst groeiende economische regio van het land zitten? En dat wilt u dus tegenhouden, en dan gaan die mensen wonen in de gemeentes, kleinere gemeentes, rondom Helmond en Eindhoven. Die gaan elke dag op en neer. Dan krijg je weer een vernieuwde suburbanisatie die je nu in de randstad ook ziet. Willen we dat dan? Dat lijkt me toch ook geen goede ontwikkeling. De heer Rieter: Het is jammer, mijnheer Manders, want u blijft niet luisteren. Ik zou juist graag die honderdduizend willen bereiken, want dat zijn maar achtduizend mensen. En van veertigduizend woningen … Ja, dat meen ik serieus. Dat maakt wel een groot verschilt uit. U heeft het over wel heel veel meer huizen, heel veel meer woningen. Dus ik, ja, volgens mij kunt u dan niet tellen. Dus ik hoop niet dat u wethouder financiën wordt in het volgende college, want dan hebben we het hard te halen. Met … De voorzitter: Laten we niet op de man spelen. De heer Rieter: Nee, nee, maar goed dat is even … De voorzitter: Nee ik laat me niet … Even tot slot op dit punt.
De heer Manders: Ik ga maar niet in op de cijfers die ik had verrekend vroeger. Maar het gaat mij er even om, dat dit buiten de werkelijkheid is. We leven hier, en in die zin wordt er ook niet geluisterd, we leven hier in een heel sterk groeiende economische regio. Dus die mensen komen er. Dan is de vraag: waar huisvest je die mensen? Doe je dat in de dorpjes eromheen, omdat je per se als Helmond maar 101 duizend inwoners wil hebben? Of ga je ook ruimer kijken en ga je ook je verantwoordelijkheid nemen. En dit is wel heel simpel gedacht vind ik persoonlijk, maar daarbij leg ik nu de discussie … De voorzitter: Mevrouw Meulenbroek nog op dit punt, kort? Mevrouw Meulenbroek: Nee ik sluit me aan bij wat de heer Manders zegt. Enig realisme en misschien ook, maar dat is dan heel persoonlijk, iets minder indringende toon want ik raak u kwijt. De voorzitter: De heer Selten, gaat u maar. De heer Selten: Ja, dank u wel, voorzitter. Er wordt wel gesteld: vroeger hadden we de ambitie om nu al op de 125 duizend inwoners te zitten. Hadden we die ambitie niet gehad, hadden we misschien helemaal nu niet op de 92 duizend gezeten. Dus je moet wel ergens een ambitie stellen om ook in de buurt daarvan te geraken. Dus een ambitie voor 125 duizend is niet vreemd, als er dan maar eindigen op 105, 110. Dus laten we niet precies dat als doel hebben. Wat we ook zelf al, wat u als maximum wilt bereiken.
Want dan komen we er zeker niet. De heer Rieter: Nee, maar wat ik dacht duidelijk te maken is dat we ook een problematiek hebben hier in het Helmondse zelf. En dat er natuurlijk mensen zijn die al heel lang wachten om aan een huis te komen. En inderdaad, de economische up waar we in zitten, mijn huis is inmiddels onvoorstelbaar keer over de rug … Of hoe heet het, over de kop gegaan. En ja. Alleen, ik zei net ook heel zachtjes tegen Nathalie, sorry mevrouw Peijs, ik kan echt niet met mijn huis in de winkelwagen gaan. Van: dit is mijn huis, dat is heel veel geld waard, mag ik dan gratis boodschappen doen? Dat gaat echt niet. Maar tuurlijk, we hebben nu een punt staan, dat we tienduizend woningen willen plaatsen. En als we er vijfduizend plaatsen, hè, maal tweeënhalf, zitten we 12,5 duizend, is vierduizend, zitten we op 105 duizend inwoners. Dat lijkt me al een hele mooie stip. Maar goed, ik vind ‘…’ dus dat vind ik een beetje jammer. De voorzitter: Nee, nee, we lopen nu drie kwartier buiten de tijd, is het echt een toevoeging mijnheer Stevens? Gaat uw gang. De heer Stevens: Ja. Toch wel. Ik krijg elke keer een waas over … Ik weet niet hoe ik het moet zeggen. Ik heb een raar gevoel. Ik krijg een gevoel van eigen volk eerst. Eigen Hellemonders eerst.
Moeten wij dan mensen die van buiten hier naar binnen komen, moeten we die dan weigeren, die nieuwe woningen die gemaakt worden, om hier te komen? Dat is het gevoel wat u mij geeft. En dat vind ik een beetje een eng gevoel. De heer Rieter: Nou, dat is het laatste dat ik zou willen. Wat ik wel erg vind, dan ben ik volksvertegenwoordiger, mijn geachte collega Van Lierop heeft gezegd: we hebben drie taken, de kaderstellende, de controlerende en de volksvertegenwoordigende. En ik vind het wel heel erg triest dat er zo veel mensen als zo lang zijn aan het wachten om … En ik denk dat je daar ook aan … Dus dat was zo ook niet om nu tienduizend woningen te bouwen. Want dan is het nog maar de vraag. Als de prijs hoog is, of de huurprijs hoog is, dan kunnen ze het dus nog niet betalen. Maar dat is een andere discussie. Ik ga zeker niet … Want dan zou ik zeggen: stop, nu hoeft er niets meer bij, we gaan alleen voor onze eigen Hellemonders iets doen of voor de mensen die in Helmond wonen. We mogen die ook …
De voorzitter: Interruptie, laatste keer want we blijven hier maar rondjes draaien. En ‘…’ Mevrouw Meulenbroek: Dank u wel, voorzitter. Het is een onderwerp waar ik al een paar keer naar gerefereerd heb. Wij moeten gewoon op de hoofdlijn blijven en uitkijken met rekensommetjes. Want als u het rekensommetje maakt, 2,5 inwoner per huishouden, dan gaat dat ook weer niet op van tegenwoordig is er enorm sprake van verdunning. Er wonen heel vaak maar één inwoner in een huis. Laten we nu bij de hoofdlijn blijven zoals mijnheer Manders hier ook heeft aangegeven: wij zitten in een regio met enorme economische groei. Het is ook helemaal niet gezegd, want dat is foute framing, dat die huizen die we gaan bouwen niet voor Helmonders zijn. En aan de marktwerking, dat huizen op dit moment zo belachelijk duur zijn, daar kunnen we ook wel wat aan doen maar dan zullen we een hele forse systeemwijziging moeten gaan doorvoeren. En daar gaan we dan in deze raadsperiode denk ik niet meer over praten met elkaar. Maar dat zou ik wel graag met u willen aangaan in de volgende periode. Laten we gewoon bij de kern blijven. Groei brengt veel positiefs. We zitten in een regio waar van groei sprake is. Niet gaan goochelen met cijfers, op de hoofdlijn blijven alstublieft. De voorzitter: De heer Smits. De heer Smits: Voorzitter. Mijnheer Rieter, ik ben even de weg kwijt.
Dat zal wel aan mij liggen, maar ik wil graag van u toch een uitleg. In eerste instantie pleit u ervoor om huizen te gaan bouwen. Bouwen, bouwen, bouwen. Dat hebben we al vaker gehoord. Maar in tweede instantie gaat u die tienduizend woningen inderdaad minder, wil u minder woningen gaan bouwen. Ik ben even de weg kwijt. Dus eerst: zorgen dat het problemen op de huizenmarkt, en vervolgens gaan pleiten van die tienduizend woningen om er minder voor te gaan bouwen. Ik ben even de weg kwijt, ik snap het niet. De voorzitter: De heer Rieter. De heer Rieter: Nou, ik kan het nog een keer uitleggen. Tienduizend woningen erbij, dat wil zeggen een kwart meer dan we nu hebben. Dat betekent dat we de huidige voorzieningen die we bijvoorbeeld hebben, en daar is ook het verhaal van de heren van HART, dat die dan dus daar niet aan voldoen. Dus een kwart erbij, hè. Dat betekent dus, nou ja goed, het theater is te klein, weet ik wat meer. Of zeggen we: nee, als je hier komt wonen moet u naar de Stadsschouwburg in Eindhoven gaan of u gaat … Dat moeten we toch niet willen. Dus het betekent ook dat je, dat dat er allemaal bij komt. Dat moet je je toch realiseren. De heer Smits: Dat is geen antwoord op de vraag. Geef nou eens gewoon antwoord op de vraag.
De heer Rieter: We hebben het over tienduizend woningen, en wat betreft getallen, er is hier net genoemd, die tienduizend rekenen we voor het gemakt. Ik heb 2,5 is gezegd en dat zijn 25 duizend mensen. Ik heb het hier gehoord vanavond. De voorzitter: Ik zou voorstellen dat u uw betoog vervolgt, want we blijven hier weer ronddraaien en dan zijn we over een kwartier nog aan de gang. Toegevoegde waarde mijnheer Stevens? De heer Rieter: Nou ik zou voorstellen, voorzitter, dat wij … Want ik vind het een belangrijk onderwerp. Want als je nu kijkt wat bij de mensen het grootste probleem is. Voor de wereld ben ik het eens, ik heb dat laatst ook volgens mij in de raadshelft gezegd. Wie is de grootste klimaatscepticus, hè, in positieve zin, hoe erg is het? Toen heb ik gezegd dan doe ik er twee keer zo erg, ik ben twee keer zo erg. En dan lossen we het nog niet op. Maar goed, dat is een andere discussie. Vandaar dat ik vandaag niks over het klimaat zeg. Maar juist die
huizenproblematiek is in de aandacht te brengen. Want ik vind dat wij daar als raad over zouden moeten kunnen en mogen discussiëren. Wat ook mevrouw Meulenbroek zegt. De voorzitter: Dat gaan we ook doen, in Woonvisies et cetera, maar de laatste kans nu voor de heer Tuerlings en de heer Manders. En dan gaan we echt verder. Anders gaat het vanavond niet meer goedkomen. De heer Tuerlings: Dank u wel, voorzitter. Dan vraag ik me af of de heer Rieter heil ziet in onze motie Impactanalyse schaalsprong. Want ik denk dat die heel erg antwoord geeft op de vragen die de heer Rieter in zijn betoog opwerpt. De voorzitter: Dan gaan we naar mijnheer Manders. En dan gaan we even bundelen, mijnheer Rieter, en dan gaan we verder. Want anders … De heer Manders: Ik begrijp dus mijnheer Rieter goed. Dus u zegt: we moeten minder huizen bouwen dan gepland. Dat betekent dat de huizenprijzen nog meer zullen stijgen, want de vraag die blijft. En is dat dan goed voor die Helmonders? Want u bent toch met Helmonders bezig om te zorgen dat ze een betaalbare woning krijgen? De voorzitter: Dank u wel. En de heer Rieter tot slot op dit punt. De heer Rieter: Daar kan ik nu geen antwoord op geven. Ik doe net een pleidooi, juist dat we dus met elkaar over dit soort hele belangrijke onderwerpen niet alleen als een onderwerpje binnen een begrotingsbehandeling praten, maar dat serieus nemen.
Ik denk dat het heel belangrijk is. Het belangrijkste dat mensen willen hebben, is een dak boven zijn hoofd. Dat is echt het belangrijkste. Echt het belangrijkste. En dan komt het volgende, maar daar kom ik ook nog even op, trouwens. En de vraag van u. Ik zal u zeggen: ik was er eigenlijk niet voor omdat hij groei zei. Maar nu zal ik zeker voor stemmen. Want die kan mij of overtuigen dat het wel kan, of u geef mijn gereedschap dat ik zeg: nou, ik ga … Dus juist ik ben altijd … Ik heb altijd gezegd: onderzoek is goed, en dit is eigenlijk een vorm van onderzoek. Dus ik zeg het bij dezen toe, terwijl ik in de fractie zei we doen het niet, dezen toe. Sorry jongens. Maar dat ik toch voor gaat stemmen hiermee data, facts, informatie krijgt. Goed, even kijken. Ik heb nog, oh god, we kunnen nog een half uur door gaan als we kijken op het aantal interrupties. Dus we waren blij met het initiatief van die HART-directeuren. Afgelopen donderdag hebben wij dan ook een heel bijzonder inspirerende bijeenkomst gehad. Oh ja. Daarbij heeft Mi Hellemonders ook onder andere aangegeven dat wij, zonder ook maar alle andere culturele organisaties en initiatieven ook maar te kort te willen doen, vooralsnog met name het HomeComputerMuseum Helmond missen. Omdat dit museum, dat veel meer is dan een museum, namelijk ook een sociaalmaatschappelijke speler van formaat in Helmond.
Bijvoorbeeld vorig jaar de Brabantse erfgoedprijs heeft gewonnen. Maar ook door haar bijzondere formule, aanpak van onder andere museum en maatschappelijk werk te combineren, een pilot en voorbeeldfunctie is bij het ministerie in Den Haag. Geroemd wordt om haar collectie, niet alleen in binnenland maar ook buiten, en als laatst ook heel veel bezoekers trekt. Mi Hellemonders steunt dan ook het initiatief dat er binnen zeer afzienbare tijd een heel goede Helmondse cultuurvisie moet komen. Met meer geld, met heel veel meer geld, want we hebben sowieso sinds 2013 een achterstand opgelopen en in te halen. We willen verder vooruit. Want wil Helmond toekomstige inwoners trekken en behouden, dan is cultuur van heel groot belang. Misschien wel de belangrijkste na wonen. Overigens is de grootste zorg van HART, ook van Mi Hellemonders, en ook van meerderen hier vanavond, dat de cultuursector, meerdere sectoren, maar zeker de cultuursector, voor het grootste deel draait op vrijwilligers. Dat is prima, want dat zien we als het cement, het bloed van onze maatschappij. Sowieso moeten we dat blijven koesteren, en stimuleren, en onderhouden. Maar die sterven wel op een gegeven moment uit,
want die zijn aan het verouderen. En of we nu die geweldige bluesroute in Helmond hebben, sinds 2011, die inmiddels een grote naam heeft. Niet alleen in de regio, maar ook in Nederland en zelfs over de grens. Ik was in het weekend twee mensen tegengekomen die zijn uit China overgekomen. Maar ze waren maar twee, niet alle Chinezen, dan was het druk geweest hier. Die kwamen uit China speciaal naar Helmond voor de bluesroute. En zo zijn er … Maar ook het Annatheater, ons nieuwe Museumloods, twintig met de draaiorgels en ‘…’-collectie en zo zijn er nog tientallen, waarschijnlijk honderden, andere grotere en kleinere culturele initiatieven die Helmond, Helmond maken. En dat is logisch, want cultuur is zo oud als de mensheid. En dat is inmiddels al zo’n honderdduizend jaar. Want naast wonen en jagen, was cultuur het eerste wat de mensheid deed. Zingen, dansen, muziek maken, rituelen et cetera. Zonder cultuur geen leven in de brouwerij. Conclusie. Alweer vier jaar geleden, in 2017, heb ik bij het vaststellen van de begroting 2018, ik sla dat over, daar nemen we de motie voor aan. Communicatie. Toverwoord bij alles, maar dan ook bij alles. Is dat je naar elkaar luistert, maar dan moet je wel elkaar begrijpen. En hoewel we juist wel dezelfde taal praten, is er veel te veel sprake van ruis. Maar je moet ook wel met elkaar willen delen om er samen uit te komen.
Om samen te zoeken naar oplossingen. Taal is daarbij als basis de belangrijkste voorwaarden. Als we in Nederland ook allemaal, ook tenminste allemaal Nederlands kunnen spreken, bevordert dat sowieso het naar elkaar luisteren. Het naar elkaar kunnen luisteren. Voor Mi Hellemonders blijft een van de belangrijkste zaken dat alle mensen in Nederland, maar natuurlijk in het bijzonder in Helmond, Nederlands kunnen spreken. En als je dan weet dat van de ruim zeventien miljoen Nederlanders, er zo’n 1,3 miljoen mensen laaggeletterd zijn, die daardoor een achterstand hebben. Alleen al met communiceren is dat een grote zorg. Eerst en vooral voor deze mensen zelf. In Helmond zijn er meer dan twaalfduizend laaggeletterden. Ik wil u dan ook wijzen op de motie die is voorbereid samen met het CDA en die ik hier heb. Dan sluit ik af met gezondheid, alstublieft. Misschien wel het belangrijkste, nee, het belangrijkste voor de mensen, is hun gezondheid. En om nu de afgelopen twee jaar … De verkeerde. Om nu de afgelopen twee jaar met zijn allen te hebben mogen ervaren dat de gezondheidszorg na tientallen jaren van bezuiniging op bezuiniging en vermaakt tot marktwerking bijna geheel is uitgekleed, is des te zorgwekkender.
De corona is, waarvan in maart vorig jaar nog werd gedacht dat hij tegen de zomer van 2020 wel zou zijn uitgeraasd, is vandaag de dag na anderhalf jaar nog steeds niet … De voorzitter: Ja, ook u krijgt twee zinnen om het af te ronden mijnheer Rieter. De heer Rieter: Tot slot, voeding wil ik nog wat van zeggen. Terug naar voeding. Ik heb als raadslid het geluk gehad dat ik de afgelopen … Dat wil ik wel even kunnen delen, dat is wel een belangrijk onderwerp. Dat is het enige wat ik nog heb. Terug naar voeding. Ik heb als raadslid het geluk gehad dat de afgelopen anderhalf jaar twee jaar de mensen van de Stadstuin Helmond, die in 2012 waren begonnen aan de Katoenstraat, heb mogen en kunnen helpen verhuizen naar hun nieuwe stek aan de Meanderlaan in Brouwhuis. Twee maanden geleden heeft wethouder De Vries, als locoburgemeester deze nieuwe Stadstuin geopend. En het is er prachtig geworden. Mede door sponsoring en hulp van de gemeente Helmond, en vele andere sponsoren heeft dat kunnen gebeuren. Met het belangrijkste doel: gezonde mensen en aarde. En ik kom regelmatig, wekelijks, bij de twee initiatiefnemers en uitbaters van deze biologisch-dynamische tuin, mevrouw Van de Rijt en de heer Kloft, over de tuinvloer. Al was het alleen maar voor de wekelijkse mand gezonde groenten.
Ik mag het college vanaf deze plaats, en daar wil ik ook mee eindigen, namens hen dan ook nogmaals hartelijk danken. Ze hebben op dit moment niets te klagen, ook geen mensen, alleen vernamen ze van de vele bezoekers en kopers uit Helmond, maar ook de regio, dat de tuin moeilijk is te vinden. En ze vragen, met name in het kader van bewustwording over gezondheid, natuur en milieu te vergroten, of u iets kunt betekenen dat een klein stukje goede bewegwijzering kan komen naar de Stadstuin. Daar heb ik geen budget voor. En er zijn, dat is al genoemd, we hebben een aantal moties en amendementen daar ook mee ondersteund. Dank u wel.
De voorzitter: Ja, dank u wel, mijnheer Michael Rieter. Er is één motie ingediend door uw partij en dat betreft de motie Project laaggeletterdheid voortaan structureel dekking geven. En het besluit opdracht te geven aan BOW om samen met maatschappelijke partners en het Taalhuisnetwerk in de stad een meerjarig stadsplan basisvaardigheden op te stellen. Waar het bestrijden van laaggeletterdheid en die is volgens dit schrijven zestien procent in Helmond, onderdeel van uit maakt. En als tweede: de financiering ervoor te zoeken in de programma’s gezonde en digitale stad. En geld daarvoor laaggeletterdheid uit het gemeentefonds. Is voldoende ondertekend, waarvoor dank. Maakt deel uit van de beraadslagingen. Daarmee, dames en heren, komen we aan het slot van de eerste bijdrage van de raadsfracties. We zijn een uur buiten tijd gelopen. We hebben toch tot een overleg met de wethouders besloten om de schorsing van een uur aan te houden. Zodat zij de gelegenheid hebben om hun antwoorden voor te bereiden. De loco heeft nu dubbel werk omdat de burgemeester er niet is. Dus daar zullen we dan gelegenheid toe geven. Voor de raadsleden is in de afzonderlijke fractiekamers staat een hartige hap opgesteld. En ik zou nogmaals willen verzoeken om de raadszaal te verlaten. Dan beginnen we hier bovenaan. Houd die anderhalve meter afstand. En tot over een uur. We beginnen weer om zes uur, dank u wel.
De voorzitter: Dames en heren, het is ruim zes uur en ik heropen de vergadering. Ik wil eigenlijk op voorhand beginnen met twee punten ter attentie voor jullie. Met dank aan Ad Spruijt moet ik zeggen. Die heeft gezien dat in het raadsbesluit een fout staat. Eer dat we daar over gaan discussiëren lijkt het me verstandig dat jullie daar even kennis van nemen. In het raadsbesluit, op de allerlaatste pagina, en dan punt negen, daar staat: voor evenementen in 2021 in het subsidieplafond. En dat moet natuurlijk zijn: 2022. Ja, een detail, maar toch niet onbelangrijk. En ik wil even op voorhand melden, maar de heer Frans Mol zal dat straks meteen bevestigen maar dan hoeven we ook die discussie niet te voeren, zijn motie is aangepast. En het onderdeel opslagverwerking, zonnepanelen en accu’s is er uitgegooid. Dus dan is dat meteen ook duidelijk. En dat wordt nog geëffectueerd. En ik begreep dat Thomas ook nog een punt van orde of anderszins … De heer Tuerlings: Ja, dank u wel, voorzitter. Heel simpel, zou de verwarming aan mogen. Want het is hier behoorlijk koud aan het worden. De voorzitter: In kader van de gasprijzen is het de vraag. Wethouder? Ik geef de wethouder meteen het woord, dan kan hij zijn eerste bijdrage … De heer Van De Brug: Ja, ik moet zeggen, de verwarming bij de collegetafel hier is helemaal optimaal. Dus wij hebben hier een lekkere temperatuur.
Het moet ergens vandaan komen natuurlijk, hè. Voorzitter, ik ga beginnen als dat mag. Ik heb het genoegen om af te trappen als wethouder financiën en te reageren op de bijdragen van de partijen die we zojuist hebben gehoord. En ik zal u om te beginnen zo meteen eerst meeneem in de financiële stand van zaken, waarna ik graag in ga op de andere onderdelen van mijn portefeuille. Meerdere fracties hebben het al genoemd, maar dit is de laatste begroting van deze collegeperiode. Ik ben begin 2020 begonnen als wethouder financiën aan deze mooie uitdaging, en ik kan u vertellen dat ik trots ben op wat we samen met u als raad toch bereikt hebben de afgelopen jaren. Toen ik begon kregen we meteen corona over ons heen, dus dat voorspelde niet heel erg veel goeds als wethouder economie. Maar we zijn er toch in geslaagd om ook het bedrijfsleven toch aardig vooruit te helpen, en ook onze inwoners vooruit te helpen middels ook de keuze voor de ‘…’nota. Die had toen gedacht, dat we op de dag van vandaag nog steeds te maken zouden hebben met de gevolgen van de coronapandemie? In mei bijdrage voor de begroting vorig jaar sprak ik over een crisis, waarvan we de economische en financiële gevolgen niet konden overzien. Heel veel sectoren hebben het moeilijk gehad tijdens de lockdown, en sommigen nog steeds. Maar ik vind het een prestatie van formaat dat het gros van de ondernemers zich
staande houdt in deze moeilijke tijd. Ik ben trots op deze begroting als laatste van deze periode. We zijn financieel gezond en we leggen hiermee een stevig financieel fundament voor de uitdagingen voor de toekomst. We hebben in de afgelopen jaren voor een gezond financieel beleid dan ook kunnen inspelen op de onvoorziene kosten. Zoals u heeft kunnen zien, staat deze begroting niet vol met nieuwe investeringen. Maar zetten we ons als college vooral in, op afmaken waar we aan begonnen zijn. En vinden we het belangrijk dat een nieuw college volgend jaar de ruimte heeft om nieuwe keuzes te maken. Door financieel beleid hebben we de afgelopen jaren geld kunnen vrijmaken voor grote ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld De Braak, het Huis van de Stad, en deze begroting ook voor de ‘…’ van Brabant. En niet te vergeten, aan de extra impuls van bijna twaalf miljoen, die we kunnen doen om de stad te ondersteunen in tijden van coronacrisis. En waar andere gemeenten soms worstelden met de financiering van het sociaal domein, hebben we ook hier dit goed deels overeind kunnen houden. Zonder de financiële spelregels die we in het coalitieakkoord hebben afgesproken met elkaar te moeten doorbreken. Ik ben daar oprecht trots op. Bij de behandeling van de voorjaarsnota was er nog geen duidelijkheid over de manier waarop de begroting sluitend zouden kunnen krijgen.
In deze begroting heeft u kunnen zien, dat de tegemoetkoming voor jeugd van het Rijk voor 2022 en verder, inmiddels duidelijk is. We gaan ervan uit dat er de komende jaren extra rijksmiddelen hiervoor beschikbaar blijven. Maar het onderwerp ligt bij een nieuw kabinet. Door de extra uitkering van het Rijk, en door kritisch te kijken naar onze eigen investeringen is er ruimte ontstaan die ingezet wordt als dekking voor deze begroting. We hebben nu een meerjarig sluitende begroting kunnen aanbieden. Wat betreft de motie van Helder Helmond, over de inwonersbegroting kan ik aangeven dat we dit graag over laten aan een nieuwe raad. We gaan in 2022, begin 2022, met u als raad wel in gesprek over de aanpassingen met betrekking tot de programma-indeling van de diverse financiële stukken krijgt. En kijken we naar verdere verbeterslagen. Het weerstandsvermogen laat zien in hoeverre Helmond nog voorbereid is op mogelijke risico’s. In deze begroting ziet u dat ons weerstandsvermogen gestegen is van 2,17 naar 2,27. Dit is ruimschoots boven het minimum van 1,5 wat we met elkaar hebben afgesproken met het inzetten gaan we terughoudend om. We hebben de afgelopen tijd kunnen zien hoe belangrijk het is om financiële ruimte te hebben, en in tijden van crisis daarnaar te kunnen handelen.
De stijging van de woonlasten blijft, ondanks de stijging van de afvalstoffenheffing, ook in 2022 voor de inwoners beperkt. Dit betekent dat de stijging van de belastingdruk beperkt blijft tot 0,69 procent. En dat is nog geen zes euro per jaar meer ten opzichte van 2021. Voor een gemiddeld huishouden. We hebben het tarief van de OZB aangepast. We zien namelijk dat de waarde van de woningen harder stijgt dan dat we verwachtten toen we de begroting opstelde. In de belastingverordening doen we een voorstel voor de verlaging van het tarief van de OZB. Om te voorkomen dat inwoners meer betalen dan begroot. Omdat de waarde van de koopwoningen stijgt, heeft dit gevolgen voor de belastingaangifte. Dit staat los van de aanpassing van het tarievenbeleid. Deze aanpassing doen we om de lasten voor alle inwoners met een koopwoning niet meer te laten stijgen dan de afspraken die we hiervoor hebben gemaakt in ons coalitieakkoord. Dit is dan ook de reden dat we het amendement van de PvdA over de hoge OZB-baat inzetten voor uitbreiden van de proef voor duurzame woningen, niet kunnen omarmen. De motie van de VVD voor het niet opleggen van precariobelasting 2022, kunnen wij omarmen. De kosten hiervoor, circa 86 duizend euro, dekken we uit algemene reserves en de coronamaatregelen. Dan ga ik graag over naar mijn reactie op de vragen opmerkingen uit de rest van mijn portefeuille.
De motie van GroenLinks, over het invoeren van de groene pluim, kunnen wij omarmen. We vinden het een goed initiatief dat het bedrijfsleven anderen kan voordragen voor deze erkenning als het gaat om duurzaamheid. We hopen hier begin 2022 op terug te komen met een concreet voorstel. Dan de Automotive Campus. De fractie D66 vraagt wat de stand van zaken is. U zult begrijpen, dat er meer vragen zijn ontstaan door de verkoop van de hightech campus in Eindhoven. We hebben met de ontwikkelcombinatie afgesproken dat ze uiterlijk aan het einde van dit jaar met een aangepast plan van aanpak voor de Automotive Campus aan ons presenteren. In 2022 komen wij hier bij u op terug. We houden hier meer vast aan onze intensieve communicatie met u hierover, zoals dat
reeds eerder ook gedaan hebben. Boost. Als het gaat om werken, willen we mensen die zoeken naar werk of hun talent, willen we door ontwikkelen optimaal faciliteren. Dat doen we met de komst van Boost, het loket waar werknemers, werkgevers, studenten, starters uit de totale arbeidsmarkt hier uit Helmond-Peel terecht kunnen voor ondersteuning. Voor het einde van dit jaar opent het loket haar deuren op de Brainport Human Campus. Er wordt dan gestart met een communicatiecampagne voor inwoners en bedrijven, om hen de juiste weg naar het loket te wijzen. Bewust te maken en te activeren voor een leven lang ontwikkelen. Ook Stageregio krijgt hierin een plek. 50Plus vraagt om aandacht van open hiring. Ik kan u … Mevrouw Peijs: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Peijs. Mevrouw Peijs: Wethouder, u vertelt over boost, daar heeft u eerder over gesproken, goed initiatief. Wij hadden in de raad straks een beetje een discussie, of we waren het eigenlijk met elkaar eens, over Boost voor het mbo. Dat het zo belangrijk is dat dat weer de waardering krijgt en zeker de technische vakken. Maakt dat ook onderdeel uit van Boost, of denkt u dat op een andere manier nog een boost te kunnen geven? De heer Van De Brug: Nee. Het is een totaal loket dat we daar ontwikkelen, waar uiteraard ook onderwijs een plek gaat krijgen.
We zitten op de Brainport Human Campus, je ziet er ook een aantal opleidingsinstituten zitten. Het is een geweldige omgeving. Maar binnenkort gaan we daar meer mee buiten komen en dan hoop ik daar u, dat u daar ook een keer een bezoek gaat brengen. Maar zeker van belang, ja, want we moeten het samen doen hè. Overheid, onderwijs, bedrijfsleven. Even kijken, waar was ik. De heer Mol: Open hiring. De heer Van De Brug: Oh ja, open hiring. Dank u wel, mijnheer Mol. 50Plus vraagt om aandacht voor open hiring. Ik kan u melden dat we hier aandacht voor hebben gevraagd in de regiegroep onderwijs en arbeidsmarkt. Dit heb ik u tijdens de commissievergadering over begroting van 3 november 2020 ook al medegedeeld. Wij hebben het onderwerp Boost ook onder aandacht gebracht. Of we hebben dit onderwerp ook bij Boost onder de aandacht gebracht. Ze hebben dit geagendeerd als een van de onderwerpen voor een werkgeversevenement dat zij gaan organiseren. En dat organiseren zij in nauwe samenwerking met de Start Foundation. En zij zijn specialist in Nederland als het gaat over het open hiring concept. Dus het krijgt zeker wel de aandacht, maar wij gaan daar nog met communicatie bij u op terug komen. Wat ik u toen ook heb aangegeven, was dat door corona een aantal activiteiten als het ging over open hiring, toch wel wat vertraging opliepen, laat ik het zo zeggen.
En op dit moment is de arbeidsmarkt ook wel weer zodanig veranderd dat heel veel werkgevers zitten te wachten op arbeidskrachten. En dat zij zelf ook al wel met innovatieve dingen bezig zijn, om ook mensen met een beperking tot de arbeidsmarkt, ook op een andere manier, toch in dienst te kunnen nemen. Al is het maar voor een paar uur. Dus daar wordt wel volop aan gewerkt. Voorzitter, als afsluiter wil ik graag voor eens en altijd de zorgen van het CDA wegnemen. Ik heb het vorig jaar ook al geprobeerd uit te leggen aan het CDA, maar ik doe het graag nog een keer. De kritiek van het CDA op het interen van de bestemmingsreserve is echt ongegrond. Het uitgangspunt voor een gezonde financiële huishouding is dat de bestemmingsreserve, oftewel het spaargeld voor de plannen die we hebben, ook echt uitgeven. Sterker nog, als de bestemmingsreserves niet binnen drie jaar worden aangeboord voor de afgesproken bestemmingen, dan vervallen deze reserves en komen ze weer toe aan de algemene reserve. Dus als we de bestemming reserve niet uitgeven, dan doen we iets niet goed. Als we nieuwe plannen maken met uw raad, zullen we de spaarpot uiteraard weer aan met die bestemmingsreserves. Dat is ook al door een aantal van u verteld. Ik wil u graag op het hart drukken: bestaan er in Helmond echt financieel goed voor. Erg
goed zelfs. En ik denk dat menig gemeente hier jaloers op zal zijn, met de weerstandratio die wij hebben. En met deze begroting leggen wij met de raad een stevig financieel fundament voor de uitdagingen voor de toekomst. Voorzitter, dat was mijn bijdrage. De voorzitter: Ja, mijnheer Vervoort. En, sorry? En de heer Van Der Burgt. Ja. De heer Vervoort: Voorzitter. U daagt me uit. We hebben er daarstraks al een hele discussie over gehad, over het financiële in ieder geval, dat de bestemmingsreserves moeten worden gebruikt, prima, maar op het moment als u er ook geld uithaalt zou u er ook op een gegeven moment weer geld in moeten duwen. Op het moment als dat onvoldoende gebeurt, teren we echt terug. Dat weet u ook als ondernemer. Dus met uw visie vallen wij in het vizier van: bestemmingsreserves mogen allemaal op. Dat delen wij dus niet. En dan hebben we een ander gebeurens, en dan weet ik niet of ik bij u moet zijn of bij de andere wethouder, het gaat over de Brainport Smart District en dan over het industriegedeelte. In het verleden is daar een toe wijziging gekomen van een groot aantal hectares voor bedrijven en voor een combinatie van wonen en bedrijven. Wij hebben op dit moment informatie gekregen dat het substantieel is afgeschaald ten nadele van de ondernemers.
Kunt u hier ons meenemen hoe het hiermee voorstaat? De voorzitter: Sorry, ander punt? Ja, dan kunt u deze vraag beantwoorden, wethouder. De heer Van De Brug: Als het over die bestemmingsreserves gaat, ga het nog één keer proberen. Kijk, als wij iets willen investeren, bijvoorbeeld in het nieuwe Huis van de Stad, nou ja verkeerd voorbeeld. We willen iets investeren, dan maken we daar een pot voor. Een bestemmingsreserve. Met de bedoeling het daar aan uit te geven. Het is niet zo, dat dat potje dan weer opnieuw aangevuld moeten worden. Nee, wij gaan als raad, of u als raad, gaat opnieuw die afwegingen maken en u gaat bekijken, waar we u weer … In ieder geval uw uitgaven aan wil doen, of in ieder geval wilt investeren. En daar gaat u dan ook voor dat specifieke potje, gaat u daar weer een reserve vormen. Dus het is niet zo, dat wij huidige bestemmingsreserves weer gaan aanvullen. Dat is niet zo. Zij moeten, als we het goed doen, moeten we juist die reserves moeten gewoon afnemen. En als raad maakt u dadelijk uw eigen afwegingen weer, voor nieuwe uitdagingen, om weer nieuwe bestemmingsreserves te vormen. Als het gaat over BSD, het afschalen van het bedrijventerrein, het is een … Even denken hoor. In 2018 … Wij maken regionaal afspraken als het gaat over bedrijventerreinenprogrammering. En die … Even denken, ik ben even jaartallen kwijt.
Maar wij hebben daar als SGE recent nieuwe afspraken gemaakt. Vier jaar geleden hebben we dat ook gedaan. Toen hebben wij heel veel terreinen afgeschaald. De hele regio. Omdat wij gewoon teveel aan bedrijventerreinen hadden. In ieder geval, we konden ze niet weggezet krijgen. Dat had ook te maken met economische omstandigheid zoals dat toen was. Dus we hebben daar inderdaad moeten afschalen. Maar dat is echt in regionaal verband, het is niet zo dat we dat als Helmond alleen doen. Dat is echt in regionaal verband hebben we dat moeten doen. Maar nog steeds is daar capaciteit, of in ieder geval om daar bedrijventerreinen te ontwikkelen. Natuurlijk wel in mindere mate dan toentertijd zeg maar aangegeven is. De voorzitter: Reactie van de heer Vervoort. De heer Vervoort: Dank u wel, wethouder. Ja, we weten dat volgens de oorspronkelijke plannen was het 27 hectare, of 34 hectare, dat getal zijn we kwijt. We weten dat we in 2018 dat substantieel is terug geschaald, daar zijn we ook van op de hoogte. Maar wij krijgen informatie dat het op dit moment terug is gebracht zelfs naar vier hectare bedrijventerreinen, en vier hectare combinatie wonen en werken. En dan is het toch wel weer de helft van de oorspronkelijke plannen. Maar, ik weet niet of die klopt, dus ik vraag van u vanuit hier die
informatie die ik heb net zojuist heb gekregen, klopt die of zit er nog andere terreinen op andere gedeeltes, nog acht hectare beschikbaar? Ik weet het niet. De heer Van De Brug: Wat ik in ieder geval weet is dat er nog een aantal bedrijventerreinen hectares liggen om daar echt bedrijven te realiseren. Maar dat er ook een hele hoop opgaves daarvan, in het totale BSD terugkomt, als het gaat over de vermenging stedelijke woon-werkmilieus. Daar komt dadelijk ook weer een BSD terecht. De exacte omvang, hoe precies de verhouding is, ja dat moet ik u even schuldig blijven op dit moment. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Van Der Burgt. De heer Van Der Burgt: Ja, die vraag heb ik … Ik ga even door met de vraag van de heer Vervoort. Die vraag heb ik ook bij BSD gesteld. Ik heb gevraagd: geef mij eens een overzicht wat er met die grond gebeurt. Want wij hebben, volgens mij was het bedrijventerrein Berenbroek heette dat eerst, 27 hectare groot, hebben we afgeschaald met de SGE, volgens mij veertien hectare. Toen bleef er nog dertien hectare over. Voor mijn beeldvorming. En ik heb bij BSD toen een keer gevraagd: geef me eens een overzicht, wat is er gebeurd met die veertien hectare? En dat zou eigenlijk heel goed zijn, wethouder, als u daar een overzicht van zou krijgen. Van hoe die verhoudingen nu liggen.
Ik kan me voorstellen, dat er een aantal hectares richting innovatieve ontwikkeling naar BSD gaan, daar kan ik me iets bij voorstellen. Maar ik zou wel graag dan een overzicht daarvan krijgen. Dat dat nu niet kan, dat snap ik ook. De voorzitter: Wethouder Van De Brug. De heer Van De Brug: Nee, wat ik net al aangaf, een stukje bedrijventerrein is er nog steeds, alleen omdat er inderdaad ook een aantal hectares land in BSD met gewoon het stedelijk werkmilieu, zeg maar, daar in passen. Die combinatie van wonen en werken. Hoe precies de verhouding is, wat ik net al aangaf, die heb ik nou niet zo paraat. Maar ik kan u toezeggen dat dat alsnog nagezonden wordt. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Van Den Burgt nog … De heer Van Der Burgt: Ja, ik had een andere vraag. En dat ging … Want wethouder Van De Brug, die gaat in op het amendement, en ik heb straks met mevrouw Peijs al een debatje gehad, kort. We hebben even wat vragen gesteld. Nou, u hebt hem heel goed beantwoord, wethouder. Wij hebben gezegd, of u hebt gezegd: wij gaan voor de burgers, gaan we niks verhogen. Dus … Maar … Ik kreeg een heel mooi overzicht, met dank aan de griffier. Allerlei amendementen en moties stonden er heel mooi in. En wat mij enorm verbaasde, was dat er een handtekening van 50Plus onder stond. En dat die juist wel voor onze burgers de lasten wil verhogen. En ik kijk ik naar 50Plus voor de ouderen.