Verslag raad 6 juli
Tekst van het document
De voorzitter: O u hebt nog een motie. Oké. Daar is de motie, dank je wel. De motie die ingediend wordt is een Collectieve Particuliere Opdrachtgeverschap van woningbouwcorporaties, CPO genoemd. Verzoekt het college om een impuls te geven aan het Collectief Particulier Opdrachtgeverschap, onderzoek te doen naar kansrijke
locaties en de gemeenteraad te informeren over de voortgang. Is ondertekend door Cor van der Burgt VVD Helmond, en maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. Alstublieft griffier. Dan gaan we naar de vierde spreker van vandaag en dat is de heer Vervoort van de fractie CDA. De heer Vervoort, aan u het woord. De heer Vervoort: Ja, nou doet hij het wel. Voorzitter, wethouders, raad en burgerleden en alle geïnteresseerden. De jaren 2020-2021 waren voor de meesten van ons vreemde jaren waarin het normale leven heeft stilgestaan. Er zijn weinig leuke dingen gebeurd, alleen maar werken, vergaderen en thuisblijven tot het coronavirus is uitgewoekerd. Op dat punt zijn we hopelijk nu beland. Wij als CDA hebben de stad ruim zeventig jaar meebestuurd met uitzondering van de laatste drie jaren. Die jaren in de oppositie was voor ons een hele omschakeling. Aan de ene kant is het prima, je kunt als CDA de standpunten op elk moment delen en je hoeft geen rekening te houden met coalitieakkoord of met de coalitiepartners. Aan de andere kant is het ook heel frustrerend. Je ziet bepaalde ontwikkelingen in de stad, maar dat zijn niet onze keuzes. Maar terugkijkend hebben wij altijd in onze ogen objectief, meedenkend en weloverwogen, voor of tegen gestemd.
Het CDA Helmond stelt zich steeds meer de vraag: waarom zijn we hier als politieke partij in Helmond actief? Wat is ons doel? Waarom zitten wij hier met z’n allen in deze raadszaal? Waarom hebben we een gemeenschap, en waar, wat willen we met die gemeenschap? Ons antwoord hierop: gezamenlijk komen we verder. Samen vormen we een vangnet als het erop aankomt. En samen kunnen we de mensen ook daadwerkelijk helpen. We kijken niet weg als het nodig is. Ook gezamenlijk kunnen we de basis leggen voor een goede infrastructuur, goede woonmogelijkheden en goede sportaccommodaties. Daar willen wij als CDA ons dagelijks voor blijven inzetten. Maar dat kan niet zonder alle vrijwilligers, de mantelzorgers. Ik wil namens het CDA deze mensen dan ook ontzettend bedanken voor hun inzet en hulp die ze bieden. Samen kunnen we Helmond voor onze inwoners mooier en beter maken. Zonder hen was het geen samenleving zoals wij voor ogen hebben. Dan gaan we nu naar de voorjaarsnota 2021. In 2018 hebben we het stokje overgedragen aan de huidige coalitie. Na jaren van bezuinigen stonden we er financieel goed voor met een vrije bestedingsruimte van ruim drieënhalf miljoen. Het CDA heeft al bij de aftrap van dit college uitgesproken dat de huidige coalitie teveel ambities heeft. Het gevolg daarvan is dat deze ambities een aanslag zijn op onze financiële huishouding.
Het geld dat we nu extra lenen om deze ambities waar te maken moet weer een keer terug. Wij als CDA hebben niet voor niets drie jaar geleden al uitgesproken dat Sinterklaas niet bestaat. Deze visie blijkt ook nu werkelijkheid. Als de landelijke overheid niet met meer geld over de brug komt, zitten we met een structureel tekort van ongeveer drie en een half miljoen per jaar. Dan zullen we helaas de broekriem weer moeten aan gaan trekken, of we moeten de lasten gaan verhogen. Daarnaast lopen we tegen de maximale capaciteit van ons ambtelijk apparaat aan met te veel projecten, te lange doorlooptijden, we zijn gewoon te veel bezig met projecten die niet tot uitvoering leiden en waar ook voor geen draagvlak is. Kijk als voorbeeld naar de zonnevelden in Stiphout. Ruim anderhalf jaar zijn er diverse partijen bij dit project betrokken. Ambtenaren, investeerders en op een later moment de betrokken bewoners. Toen dit ter ore kwam bij de bewoners was het al vroeg duidelijk dat er geen draagvlak voor is, voor een groot zonnepark aan de rand van Stiphout. En bij het stadsbestuur werd het gedacht dat dit plan wel op draagvlak kon rekenen. Gelukkig voor de bewoners en de natuur heeft het college enkele weken geleden voorgesteld een streep te zetten door dit project. De voorzitter: Mevrouw Maráczi heeft een interruptie.
Mevrouw Maráczi: Ja voorzitter, ik weet niet hoe mijnheer Vervoort erbij komt dat het college er maar van uit ging dat er draagvlak was. Volgens mij heeft nooit niemand dat gezegd. Gewoon dat er een proces gevolgd wordt, dat er een vergunning ingediend wordt en dat we dan verder gaan kijken.
De voorzitter: De heer Vervoort. De heer Vervoort: Ik heb eigenlijk een wedervraag hierop. Het college heeft diverse vragen van heel veel partijen continu moeten beantwoorden van waar we mee bezig zijn, en op het moment als ze zo’n verzoek gaat indienen dan heeft het college toch een bepaald doel bij. Een bepaald doel is tot het realiseren van een park. Mevrouw Maráczi: Dit is echt een verkeerde voorstelling van zaken voorzitter en daar maak ik ook bezwaar tegen want de vragen die zijn beantwoord ja, maar het is steeds gezegd: er moet een vergunning aangevraagd worden en dan kunnen wij pas oordelen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Manders ook op dit punt. De heer Manders: Ja exact hetzelfde, ik wil mijn collega ondersteunen. Er is door de wethouder naar de raad heel nadrukkelijk gecommuniceerd: het project gaat door indien er voldoende draagvlak is. En dat draagvlak wordt op een gegeven moment niet geconstateerd en het college heeft precies zoals ze beloofd hebben uiteindelijk het plan teruggetrokken. Dus ik snap uw bewering echt niet dat hier zaken tegen de raad in doorgedrukt worden. Het is juist precies gegaan zoals beloofd is aan de raad. De voorzitter: De heer Vervoort. De heer Vervoort: Als het college was begonnen met draagvlak te toetsen was er heel veel ellende bespaard gebleven. Zowel bij mensen … De voorzitter: De heer Tuerlings. De heer Tuerlings, op dit punt.
De heer Tuerlings: Ja voorzitter, ik vind dit toch een hele lastige, want volgens mij kun je draagvlak alleen toetsen als je weet waarover het gaat. Als er geen vergunning is ingediend of vergunning is aangevraagd, kun je niet aan inwoners vragen of daar draagvlak voor is. Want ik kan nu ook de stad in gaan en zeggen: is hier draagvlak voor? En als ze mij dan vragen: waarvoor? Ja, dat weet ik ook nog niet. Dan krijg je toch natuurlijk geen draagvlak? Kom. De voorzitter: De heer Selten. De heer Selten: Volgens mij wordt er inderdaad een verkeerd beeld geschetst, namelijk een plan van een externe partij die een vergunning aanvraagt bij de gemeente. Het is geen plan van de gemeente, het is een vergunningsaanvraag geweest en daar heeft de gemeente pas op het moment dat de vergunning aangevraagd wordt een rol in. Zo is het. De voorzitter: Oké, dan kijk ik even, de heer Rieter. De heer M.P.J. Rieter: Ja dank je wel voorzitter maar ik ben het daar dus niet mee eens, want ik denk dat je hier te maken hebt met het gegeven dat we weten dat er wellicht, want daar hebben we niet voor niks de zonevisie of de voor vastgesteld voor … De heer …: De ladder.
De heer M.P.J. Rieter: … ja, met de ladder erbij hebben we vastgesteld vorig jaar in de raad, waarbij we nadrukkelijk uitgingen van eerst de daken, dan de velden. Als de mensen, de inwoners daarna dan horen dat er sprake is dat er wellicht velden komen, dan vind ik dat ik de volksvertegenwoordigende rol heb, want daar ben je volksvertegenwoordiger voor, om niet te wachten tot er misschien eens een plan komt, maar wel te luisteren naar de zorgen van die mensen en daar dan mee te bespreken om te kijken of dat wel wijs is. Dat zijn misschien, daar ver… dan heeft u bezig toch … De voorzitter: Even kort en zakelijk, en uw vraag is? De heer M.P.J. Rieter: Dat wij gerust volksvertegenwoordigend bezig mogen zijn voordat er überhaupt een plan ligt, want als er ‘…’ De voorzitter: Uw vraag is? De heer M.P.J. Rieter: Nou dat het nu lijkt alsof je dat niet zou mogen en dat vind ik een beetje vreemd want … De voorzitter: Ja, oké. Duidelijk. Mevrouw Maráczi nog kort. Mevrouw Maráczi: Dat zegt niemand mijnheer Rieter, maar wel, u moet wel eerlijk blijven in het hele verhaal en het is zo dat wij in de visie af hebben gesproken dat de draagkracht, of draagvlak, in eerste instantie door de exploitant geregeld zou worden.
En dit is een gewoon een hele vervelende zaak geweest, er zijn alleen maar verliezers geweest, maar ik vind wel dat wij hier wel gewoon moeten duiden zoals het is, en niet allerlei aannames moeten doen. De voorzitter: De heer Selten. De heer Selten: Ik ben het eens met de heer Rieter dat wij als volksvertegenwoordigers inderdaad daar een rol in hebben, alleen het college wordt hier aangevallen en dat vind ik onterecht. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vervoort, tot slot ook kort op dit punt. De heer Vervoort: Tot slot voorzitter. Zoals elke ontwikkelaar gaat van tevoren gaat hij voor hij een plan heeft gaat hij even toetsen bij het college: is hier draagvlak voor, kan het uitgevoerd worden? Op het moment als dat positief is gaat de ontwikkelaar echt aan de gang, en die gaat eerst geen plan maken van een half miljoen of misschien nog wel meer, eerst kosten maken en als blijkt van het is allemaal leuk en aardig geweest maar het heeft totaal geen draagvlak. Nee, er wordt eerst gevraagd van is hier dit zien wij zitten, kan daar, kunnen we daarmee verdergaan? Het antwoord is ja , wordt een projectleider op gezet, en dan gaat het hele circus aan de gang. We hebben tussentijds in die anderhalf jaar hebben wij als raad ook tussentijds veel foto’s, veel beeldmateriaal gezien, hoe enorm het project zou gaan worden.
Dus het had van tevoren veel eerder een stop achter gezet kunnen worden, en niet eerst alle bewoners die initiatieven laten optuigen, zodat we een hoop wrevel krijgen binnen de gemeenschap. Is geen goede zaak geweest. De voorzitter: Oké. Het punt is gemaakt en iedereen heeft daar andere beelden bij, dus mijnheer Vervoort u vervolgt uw betoog. De heer Vervoort: Ik heb nog één regeltje betreft het zonnepark. Wij als CDA zijn vanaf dag één tegen zonneparken, onze voorkeur gaat namelijk uit naar zonnepanelen op daken. Bij de start van dit college, van de collegeperiode zagen we hoe de burgers werden betrokken bij diverse plannen. Toen dachten wij als CDA: dat
doen ze ontzettend goed. Hiervan hebben wij nog veel van kunnen leren. Maar in de loop van de tijd bleef er niet veel meer van over. De communicatie en de participatie met de burger schiet helaas tekort. De burger voelt zich niet meer gehoord en men met moet er van alles in beweging in brengen om wel gehoord te worden. Zie de zonneparken, Binderen, het MFC in Stiphout. Voor deze laatstgenoemde, het MFC in Stiphout, het gebouw waar we als Helmond zelf eigenaar van zijn, gebeurt wederom van alles. Een projectontwikkelaar wil het MFC inbouwen zodat er niets meer van overblijft. Elke wijk in Helmond verdient een representatief toegankelijk en goed functionerend wijkhuis. Wij vragen aan het college om de regie te pakken. Samen met de projectontwikkelaar en samen met het bestuur van het MFC tot een structurele oplossing te komen dat gedragen wordt door het Stiphoutse verenigingsleven. Vraag aan het college: kan het college dit toezeggen? De voorzitter: Mevrouw Maráczi heeft een interruptie. Mevrouw Maráczi: Ja ik maak hier weer even een punt, want u doet hier weer een hele aanname die gewoon nog eigenlijk helemaal nergens op slaat. Dus, ja ik zou wel, en dat vroeg ik ook in mijn, eigenlijk mijn bijdrage, waar is nou het algemeen belang hè? En dat wij wel hier gewoon vertellen hoe het zit, en niet zelf allerlei aannames doen waar we eigenlijk nog helemaal niet zeker van zijn.
Ik zou wel willen dat we gewoon bij de feiten kunnen blijven. De voorzitter: De heer Smits. De heer Smits: Ja dank je wel voorzitter. Ik wil eigenlijk de bijdrage van de heer Vervoort en mevrouw Maráczi even van wat uitbreiden, want er gebeurt op dit moment in Stiphout heel veel. We kennen de situatie rondom fruithandel Manders, we kennen de situatie rondom De Greef. Dus ik doe eigenlijk een oproep aan mijnheer Vervoort om het uit te breiden zodat het college eens ons gaat informeren wat er allemaal in Stiphout, met name in het centrum, te doen staat. Want daar weten we inderdaad nog helemaal niks van en ik steun inderdaad uw initiatief om te zorgen dat het college daar meer inzicht in gaat geven. De voorzitter: De heer Van der Burgt, dank u wel. De heer Van der Burgt: Ja ik ondersteun eigenlijk wat mevrouw Maráczi zegt. Er ligt totaal geen enkele, ik snap de bezorgdheid, maar er ligt totaal geen enkele aanvraag. En om dan het college op die manier aan te vallen, dat vind ik niet correct. Dus, en ik snap wel de zorgen maar laat duidelijk zijn dat er totaal geen aanvraag ligt. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Vervo… De heer Smits nog? ‘…’ De heer Smits: Ja mijnheer Van der Burgt, maar bent u met mij eens inderdaad dat er in het centrum van Stiphout, en u woont daar natuurlijk, door ‘…’ alles te gebeuren.
Rondom fruithandel Manders, rondom De Greef en nu ook rondom ’t Aambeeld. Daar moet meer inzicht komen ook in deze raadszaal door het college. De voorzitter: De heer Van der Burgt. De heer Van der Burgt: Nou u noemt die fruit… Manders. Manders is een vergunde situatie. De voorzitter: Oké. Volgens mij het punt gemaakt. Mevrouw Maráczi op dit punt nog? Mevrouw Maráczi: Ik wil daar nog heel even op reageren op mijnheer Smits ook, er gebeurt in ieder geval inderdaad van alles, maar ik denk niet dat het onze rol is om hier in de raadszaal daar allerlei aannames over doen als wij het ook niet weten. Dat is was eigenlijk mijn punt.
De voorzitter: De heer Smits. De heer Smits: Nee ik wil het niet hebben over aannames mevrouw Maráczi, maar ik wil zeggen dat wij op een goede manier moeten worden geïnformeerd, en dat is mijn vraag. De voorzitter: Oké, dank u wel. Nou dat is de heer Mol. De heer Mol: Dank u wel voorzitter. Ik had nog een vraag aan de heer Vervoort. Is het CDA wel in Stiphout voor de aanleg van een kleiner zonneveld? Zou u daar wel akkoord mee kunnen gaan? De voorzitter: Oké. De heer Vervoort. De heer Vervoort: Op dat laatste te antwoorden van, zo lang als de daken in Helmond niet vol zitten, wordt er geen een zonnepaneel op grond gelegd. Dus ik denk dat dat heel duidelijk is. Betreft mevrouw Maráczi betreft Stiphout en ontwikkelingen. Op het moment als een projectontwikkelaar een plan wil gaan invullen, dan is er altijd contact met de gemeentelijke organisatie. Want dan moet menscapaciteit vrijgemaakt worden, het gaat in een traject het hele gebeuren. Er zijn ook meerdere gesprekken geweest tussen collegeleden en de stichting in het hele gebeuren, dus het college is daadwerkelijk betrokken bij dit project. In welke stadium dat die aanvraag is, daar zijn we niet bij, maar als u het rumoer hoort wat er in Stiphout gebeurt betreffende het verenigingsleven, dan moet er worden, regie worden genomen, want die verenigingen mogen daar direct niet buiten staan en in de kou. De voorzitter: Oké.
Mevrouw Meulenbroek, dan de heer Van Lierop, dan mevrouw Maráczi. Mevrouw Meulenbroek. Mevrouw Meulenbroek: Ja om niet in herhaling te vervallen, maar ik hoor nu vanavond heel veel over de rol van de raad, de rol van het college, de rol van ontwikkelaren en dergelijke, en ik ben inderdaad met veel voorgangers van mij eens: wij moeten daar wel allemaal helderheid over betrachten. Want ik kan u ook de vraag stellen: als u zo veel zorgen hebt, waarom gaat u dan als volksvertegenwoordiger niet rechtstreeks praten met de ontwikkelaar? Ik vind dat wij nu heel veel vervelende ballen naar elkaar aan het toespelen die daar niet horen. Laten we gewoon helder zijn over waar we voor zitten. Als u zorgen heeft, praat dan met degene als volksvertegenwoordiger die daar uw zorgen over kunnen wegnemen. Zolang er nog geen vergunning ligt en geen plannen kan het college daar niks mee. Laten we gewoon nou helder zijn over waarvoor we zitten hier. De voorzitter: De heer Van Lierop. De heer Van Lierop: Dank je wel voorzitter. Ik had me hier eigenlijk niet willen moeien want volgende week hebben we het er nog een keer uitgebreid over. Maar wat me wel een beetje stoort is dat de heer Vervoort wel dan doodleuk instemt met de zonvisie. Wij voorzagen dat toen al. Wij hebben toen al duidelijk aangegeven dat wij bang waren dat dit proces zou gaan vertrekken.
En dan verbaast het me dat er net als een aantal andere partijen, dat we meehuilen met de wolven in het bos. Daar moeten we toch echt voor waken. De voorzitter: Mevrouw Maráczi.
Mevrouw Maráczi: Ik kom nog één keer terug want volgens mij begrijpt mijnheer Vervoort mijn punt niet. Mijn punt gaat er niet om dat er allerlei plannen zijn, mijn punt gaat erover dat u net in uw betoog een aanname doet die je nog niet kunt maken. Want u gaat er al van uit wat dat er gebeurt dus die plannen, ja, u zegt … De heer Vervoort: Nee. Mevrouw Maráczi: … er is geen wijkhuis dadelijk meer. En daar, daar heb ik het over. De voorzitter: De heer Vervoort. De heer Vervoort: Als laatste op mevrouw Maráczi. Wij vragen het college om de regie te pakken dat de verenigingen op een goede manier kunnen landen. Dat is onze vraag aan het college. En niet op de manier hoe dat nu gaat, dat de projectontwikkelaar tegen de verenigingen staat, nee het moet gezamenlijk want we zijn mede-eigenaar van het gebouw. Dus die oproep die doe ik aan het college. Dat is één. Betreft mevrouw Meulenbroek, die vroeg van ‘…’ gaat u nu spreken met de projectontwikkelaar, wat zou er gebeuren. Ik denk dat wij als raadsleden hier allemaal een onafhankelijke rol hebben. Wij moeten namelijk vertellen vanuit dus hier van wat is onze opdracht, wat is het gebeuren. En op moment als de ontwikkelaar hier met alle raadsleden gaat spreken zijn we niet meer onafhankelijk.
Dus ik vind dat we hier gezamenlijk met het college moeten aangeven van wat wel goed is en wat niet goed is, en niet hier met alle organisaties gaan spreken. De voorzitter: Mevrouw Meulenbroek. Mevrouw Meulenbroek: Ja daar wil ik wel even op reageren want dan zegt u impliciet dat wij met helemaal niemand zouden kunnen praten want dan zijn we nooit onafhankelijk. Dus waarom zouden we wel met verenigingen, stichtingen en wie dan ook kunnen praten en niet met een ontwikkelaar? Dat is een stukje integriteit, daar zijn we allemaal zelf verantwoordelijk voor. Dus ik ben het niet met u eens. De voorzitter: De heer Vervoort. De heer Vervoort: Wij spreken met heel veel mensen die betrokken zijn bij bijvoorbeeld een MFC, bij andere projecten, dus wij zijn gelukkig veel de straat op. Dus wij proberen een zo neutraal mogelijk signaal op te vangen en worden we als Helmond beter van worden. De voorzitter: Oké, u vervolgt uw betoog. De heer Vervoort: Ik had gevraagd in ieder geval om een toezegging voor de regierol van het MFC aan het college. Door de coronabeperkingen hebben er veel vernielingen plaatsgevonden. De jeugd verveelde zich, kon zich niet uiten en kon niet aan, kon niet naar school en kon zelfs niet sporten, waardoor velen van hen in een neerwaartse spiraal terechtkwamen.
Wij zien op tal val plekken dat er jeugdigen samenschoolden, samen drugs gebruikten en overgingen tot vernielingen. Dit is een zeer kwalijke zaak. Daarbij heeft de jeugdzorg veel moeite om de jeugdigen te bereiken en dus ook veel moeite om ze te kunnen helpen om dit probleem het hoofd te bieden. Dit baart ons echt grote zorgen. Om de jeugd te bereiken kan sporten een hele goede uitlaatklep zijn. Sporten in de wijk welteverstaan. De jeugdigen kunnen binnenkort gebruikmaken van het mooie functionele sportpark De Braak, waar een robuust sportpark is aan de noordkant van Helmond. Wat we tekortkomen is een zelfde type sportpark aan de zuidkant van Helmond, namelijk in de wijk Mierlo-Hout. Die opdracht ligt al drie jaar te wachten en het is tijd om dit project in uitvoering te brengen, want de gebouwen aan de zuidkant zijn bijna 70 jaar oud en voldoet niet meer aan deze tijd. Wij verzoeken het college om dit
plan op te nemen in het overdrachtsdossier zodat het in de komende collegeperiode kan worden uitgevoerd. Voor dit plan is erg veel draagvlak zowel bij de sporters, de verenigingen en bij de scholen. Wij vragen het college een toezegging om dit project over te nemen in het overdrachtsdossier. Woningbouw, bedrijvigheid en de infrastructuur. Onze welvaart, om onze welvaart naar en hoger plan te tillen is het van belang dat er voldoende kwalitatieve woningen zijn. We horen regelmatig dat er voor velen van ons onvoldoende woningen of niet de juiste woningen zijn. Als wij dan kijken naar ons centrum en het college wil daar 10.000 woningen gaan bouwen, dan denken wij: dat is toch onmogelijk? Of krijgen we torenflats van twintig verdiepingen hoog? Dit is toch niet wat wij als Helmond willen? Vraag: kan het college op korte termijn uitwerken hoe zij dit plan voor zich ziet en als die 10.000 woningen niet gerealiseerd kunnen worden in het centrum, hoe gaan we dan het woningtekort oplossen? Graag een reactie hierop. Daarnaast roepen we het college op: ga meer sturen in passende woonruimte die de Helmonder ook daadwerkelijk wil. We kunnen wel mooie plannen maken maar de Helmonder moet er wel in willen gaan wonen. Daarnaast is ons ambtelijk apparaat zwaar belast. Ga kijken wat er kan gebeuren om beter, sneller en voortvarender de vergunning te verlenen.
We krijgen nu signalen dat de aannemers de werkvoorraden zien opdrogen en in onze beleving mogen de bouwvakkers niet stil komen te staan. Dan naar onze Houtse Akker. Er zijn 26 gezinnen de dupe van de misstanden die zijn opgetreden bij de bouw van de woningen en deze gezinnen gaan al enkele jaren gebukt onder zeer zware stress. Buiten hun schuld zijn ze beland in een horrorverhaal. Er zijn in elk fatsoenlijk land maatregelen genomen om de burgers te beschermen. In dit project hebben onze inwoners precies volgens de regels gewerkt, en toch zijn ze de dupe. En dat is onrecht. Onlangs hebben wij het positieve bericht ontvangen, zelfs vandaag, even kijken. Onlangs hebben we het positieve bericht ontvangen dat er een akkoord aan zit te komen. Wij als CDA hebben twee jaar geleden een oproep gedaan aan de raad om deze mensen ook te helpen. Gelukkig heeft het college de regie genomen en alle betrokken partijen erbij gehaald en een dringend beroep gedaan om de slachtoffers te helpen. Ik wil namens het CDA dan ook de complimenten geven aan de burgemeester, de wethouders en de ambtenaren die ervoor hebben gezorgd dat deze 26 gezinnen weer een toekomst hebben met minder zorgen.
Wij doen een oproep aan het college om dit voorval voor te leggen aan Den Haag met het verzoek om erbij te zorgen dat Den Haag het juridisch zo regelt of gaat regelen dat elke inwoner in Nederland niet meer in zo’n situatie kan belanden. Bedrijvigheid. Bedrijvigheid kan alleen verbeteren als er ruimte is om uit te breiden, te verplaatsen of zelfs nieuwe bedrijven aan te trekken. Wij maken ons ernstig zorgen dat er bijna geen mogelijkheden meer zijn om nieuwe bedrijven naar Helmond te halen. Dit zal de groei en de welvaart in de weg staan. Daarnaast is een goede infrastructuur zowel voor bedrijventerreinen, in wijken, maar ook van het centrum van cruciaal belang. Wij doen een oproep aan het college om hiervan een speerpunt te maken en om met een gedragen voorstel naar de raad te komen voor uitbreiden van industrieterreinen met een goede ontsluiting. Kunt u dat toe… De voorzitter: U gaat afronden? De heer Vervoort: Ja. Ik wou net komen tot een afronding. We zien volop mogelijkheden om de stad naar een hoger plan te trekken. Dit kunnen we alleen als we samenwerken met coalitie en oppositie, en ook samen met onze ondernemers en onze inwoners. Wij doen dan hier ook een oproep aan iedereen: doe mee, participeer en geniet samen van de mooie initiatieven die ontplooid kunnen worden in onze mooie stad Helmond. Dank voor jullie aandacht. De voorzitter: Dank u wel.
Dank u wel de heer Vervoort. Ik zie een aantal interrupties. De heer Tuerlings en dan de heer Smits. De heer Tuerlings.
De heer Tuerlings: Ja dank u wel voorzitter. Ik heb een aantal punten. De heer Vervoort praat om twee uur ’s middags over Sinterklaas die niet zou bestaan, terwijl het best een tijdstip is waarop kleine kindertjes zouden kunnen kijken. Ik vind dat zonde. Net sluit de heer Vervoort zijn betoog af met de vraag, of met de oproep dat wij zowel als coalitie als oppositie als gehele raad en college onszelf hard moeten maken voor de stad, ambities moeten tonen. Maar even eerder in zijn betoog klaagt de heer Vervoort dat we te veel geld uitgeven omdat we zo veel ambities hebben en dan wil ik eigenlijk de vraag terug stellen: hebt u liever dat er heel veel geld op de plank ligt, of hebt u liever dat het geld in de stad gestopt wordt zodat er iets met de stad kan gebeuren? Dat is eerste vraag. Dan tweede vraag: ik hoor de heer Vervoort een harde uitspraak doen over de zonnevelden, in, niet in reactie op de heer Van Lierop van plan!, maar ik miste daarop nog wel een reactie, want de heer Van Lierop van plan! gaf terecht aan dat het CDA de zonnevisie ondersteund heeft. De heer Vervoort geeft nu harde uitspraak aan dat er geen zonnevelden komen zo lang niet ieder dak in Helmond vol ligt, maar dat staat haaks op de zonnevisie die het CDA mede vastgesteld heeft, mede ondersteund heeft.
Bent u in een jaar zodanig van mening veranderd dat u uw besluit van toen wilt herzien? En is dat gekomen door de situatie rondom Stiphout? Want dat zou wel een toonbeeld zijn van opportunisme denk ik en dat vind ik jammer in deze raad. En tot slot gaat het over de onafhankelijkheid van ons als raad dat we niet zouden mogen praten met projectontwikkelaars, maar vervolgens wel met spandoeken op demonstraties mogen staan van partijen die tegen projectontwikkelaars zijn. Ik zie heel veel inconsistenties in dit betoog en ja, ik ben daar een beetje allergisch voor. Tot zover. De voorzitter: Oké, de heer Smits. De heer Smits: Dank je wel voorzitter. Nou, ik ben niet zo allergisch wat dat betreft. Mijnheer Vervoort vraagt nu aandacht inderdaad voor een plan in Mierlo-Hout, ik noem het maar gewoon de sport- en beleefcampus Mierlo-Hout. Daar kwam eind vorige collegeperiode kwam dat inderdaad op tafel. Dat heeft nog een klein beetje doorgesudderd zullen we maar zeggen in het begin van deze raadsperiode. Toen hebben initiatiefnemers gezegd: wij stoppen ermee, want als we zien dat er een PM staat dan zien we er weinig heil in. Maar even de vraag aan de heer Vervoort: heeft u nu signalen van diezelfde initiatiefnemers dat ze dit weer willen gaan oppakken? Wat u wil het in het overdrachtsdossier hebben. De voorzitter: Oké. De heer Vervoort tot slot.
De heer Vervoort: Dan zal ik weer beginnen met de heer Tuerlings over Sinterklaas. Ik geloof niet dat kinderen in deze leeftijd die nog volop in Sinterklaas geloven op hier naar gaan zitten kijken, of ‘…’ hiervan dus bij dezen dus, ik geloof niet dat ik ze wakker heb geschud. Betreft de ambities, te veel geld en veranderingen. De voorzitter: ‘…’ op die stoel. De heer Vervoort: Uiteraard willen wij dat een stad als Helmond ambities heeft, maar wel op de juiste sectoren waar we denken dat waarop we met z’n allen bezig zijn. Wij zien op dit moment te veel andere dingen waar we denken van dat kan beter de stad op andere dingen doen. Betreft de zonnevelden … De heer Tuerlings: Voorzitter mag ik daar meteen op reageren? De voorzitter: Mag hij even afmaken welke verhaal want anders dan duurt het helemaal heel erg lang hoor, dus en het hoeft niet allemaal reactie op reactie hè, want …
De heer Vervoort: Nou, de zonnevelden, de zonneladder. Als het CDA twee jaar geleden op dat moment gezegd heb van nou dus hiervan… wij willen volop inzetten op gronden en minder op daken dan hebben wij de zonnevisie op dat moment verkeerd begrepen. Maar wij denken vanuit dus hier van het moet eerst op daken zijn en dan op grond. Dat is altijd ons uitgangspunt geweest. De onafhankelijkheid van als rol als wij als volksvertegenwoordigers, nou ik denk dat het van belang is dat wij met iedereen kunnen spreken, maar wij spreken wel het meeste uiteraard met de gewone Helmonder. Het belang van de gewone Helmonder heeft ons een hoger belang als een individuele projectontwikkelaar, dus bij dezen. De heer Smits betreft De Beemd. Onlangs is er een bijeenkomst geweest van diezelfde initiatiefnemers samen met iemand van die, vanuit de gemeenteraad, of nee vanuit de gemeente in ieder geval. Er is een gesprek geweest om te kijken vanuit dus hier wat is er mogelijk op de Beemd, dus eigenlijk dezelfde sessie als drie, vier jaar geleden. En dat ligt nu tussen, ja, op de bureaus zo zal ik het zeggen. Dus het is absoluut inzichtelijk bij het college van waar we mee bezig zijn. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dank u wel. De heer Tuerlings en de heer Smits, en dat tot slot echt hè. De heer Tuerlings: Ja, dank u wel voorzitter.
De heer Vervoort geeft aan dat de stad ambities moet hebben en dat hij dat graag wil ondersteunen, maar dat de ambities die er nu zijn wat hem betreft niet goed zijn. Betekent dat dan dat als het CDA ambities heeft dat u daar wel graag geld voor vrij wilt maken, en als andere partijen ambities hebben dat die geen geld mogen kosten? De heer Vervoort: Dan heeft u … De voorzitter: De heer Smits, en dan … De heer Smits: Ja. Ja dank u wel voorzitter. Inderdaad, ik begrijp dat de heer Vervoort inderdaad vanuit zijn positie van de voetbalvereniging Mierlo-Hout daar iets meer kennis van heeft, maar ik vind het wel jammer dat wij dan als gemeenteraad hier toch een kleine informatieachterstand hebben. Dus ik roep eigenlijk het college op om iedereen te informeren inderdaad over wat de ontwikkelingen zijn met betrekking tot MierloHout. De voorzitter: De heer Vervoort tot slot. De heer Vervoort: Dan hebben we het over ambities. Nou, het CDA heeft andere ambities als dit college en dat mag. Dat wil niet zeggen van nou, wij zijn tegen alle ambities, absoluut niet, maar wij zouden een andere keuze hebben gemaakt als dit college. Dat wil ik aangeven. De voorzitter: Oké. Dank je wel. Dank je wel de heer Vervoort. U had geen moties neem ik aan. Nee? Dank je wel. De heer Stevens: Voorzitter, mag ik iets vragen aan u? De voorzitter: Ja natuurlijk. De heer Stevens: O, fijn.
U zei net een paar keer van: eer… mensen moeten eerst de vragen stellen en vaak wilden mensen even meteen reageren. Volgens mij op het moment dat je meteen reageert dan krijg je echt een debat. Ik heb nog een beetje het gevoel dat het debat een beetje doodbloedt, of het nou de onderwerp
juist is of niet. Maar ik heb het even over de techniek. Dus ik zou willen vragen om toch ook het gesprek en het debat proberen op gang te laten houden als dat … Het kan weer, dat is toch mooi? De voorzitter: Ja. Wij hebben ook een eindtijd, als we dan ook met elkaar afspreken dat we om elf uur gewoon stoppen, dan, en dan morgen doorgaan als we … Dus ik probeer en tijd en effectiviteit en efficiëntie en het debat gaande te houden. Dus oké, ik ga door met zeg maar de vergadering. Ik zou graag mevrouw Spierings het woord geven. Mevrouw Spierings. Mevrouw Spierings-van Deursen: Dank je wel voorzitter. Geachte voorzitter, wethouders, raadsleden en toehoorders via de livestream. Wat hebben we een bijzondere periode achter de rug. COVID-19 beheerste ons hele doen en laten. Hopelijk zijn de versoepelingen die we nu meemaken, en daar, waardoor wij nu in elk geval alle raadsleden fysiek hier aanwezig kunnen zijn, blijvend. De coronacrisis heeft uiteraard ook veel invloed gehad op onze stad. Vorig jaar hadden we in plaats van een voorjaarsnota een perspectiefnota, in het najaar gevolgd door de crisis- en herstelnota, waarmee we aangaven niet lijdzaam toe te willen zien. We danken dan ook allen die onder moeilijke omstandigheden hun steentje hebben bijgedragen en waar we nu staan als stad.
Als centrale opgave hebben we samen met het college er vol op ingezet om de tweedeling in onze stad te voorkomen en verminderen, maar toch ook Helmond verder te ontwikkelen zodat we sterker uit deze crisis kunnen komen. Er wordt gebouwd, verbouwd, bijvoorbeeld Loods20 waarmee we weer een culturele hotspot in onze gemeente hebben gerealiseerd. Ook de voortgang van Sport- en Beleefcampus De Braak, de voorbereidingen voor de bouw van het nieuwe zwembad als ook Brainport Smart District dat steeds meer vorm krijgt, stemmen ons tevreden. Het slopen van het stadskantoor, of moet ik zeggen oogsten, want ruim 99 procent wordt hergebruikt, waar straks het nieuwe Huis voor de Stad zal verrijzen zodat ook onze ambtelijk apparaat een goede basis heeft om haar werkzaamheden te verrichten, is volop in gang. Als gemeente hebben we de ambitie om te groeien naar 100.000 plus-gemeente. Wij vinden daarnaast dat onze gemeente ook niet moet uitgroeien tot een metropool, omdat dan het gevaar op de loer ligt dat Helmond en de regiogemeenten via annexatie worden gevormd tot één grote megastad. Voorlopig zijn we heel tevreden met het huidige inwonersaantal, maar het verhaal: te klein voor het laken en te groot voor het servet zal verleden tijd zijn wanneer we de grens van 100.000 inwoners passeren. We vinden dat het vergroten van de woningvoorraad vooral ook vorm moet krijgen via inbreiding.
Er zijn volgens ons nog genoeg plekken in onze stad die zich daarvoor lenen. Wij willen dit even benadrukken. Voorzitter, vaak is de plek waar je wieg staat al voor een groot deel bepalend voor hoe je toekomst eruit zal zien. Dit kan het begin zijn van een maatschappelijke en economische tweedeling. Wij vragen aandacht voor deze tweedeling. We hebben in de kadernota sociaal domein al zaken in gang gezet om ervoor te zorgen dat meer inwoners van onze stad kunnen meedoen, rondkomen en vooruitkomen. Daar mag wat Lokaal Sterk betreft sterk op blijven te worden ingezet. Als je in armoede moet opgroeien, als er schulden zijn dan moet je vele stappen meer zetten om iets te bereiken. Vooral voor kinderen die opgroeien in armoede is het belangrijk dat wij hen kansen bieden. Laaggeletterdheid, leefstijl, digitale vaardigheden. Deze zaken zijn zo belangrijk om mensen een goede basis voor de toekomst te bieden. Als gemeente hebben we al veel voorzieningen waar deze mensen gebruik van kunnen maken, maar we moeten daar volop blijven inzetten. Ook mensen met een beperking willen we zo volledig mogelijk laten participeren in onze samenleving. Denk aan de VN Global Goals. Ook hier zijn we inhoudend al goed op weg. Belangrijk is dat we luisteren naar de mensen die het aangaat en maatwerk leveren. Voorzitter, in 2022 zou, naar alle waarschijnlijkheid, de Omgevingswet echt worden ingevoerd.
Deze wet vraag van ons om samen met onze inwoners te kijken naar wat wel kan en op welke manier. Participatie is het sleutelwoord. Echter, we moeten ervoor waken dat dit bij onze inwoners te grote verwachtingen wekt. Immers, soms zul je samen tot de conclusie komen dat dingen ook niet kunnen, dat je dus niet altijd je zin kan hebben. We zijn in deze benieuwd naar de nieuwe omgevingsplannen, waaronder die op dit moment in
voorbereiding voor ‘t Hout. We moeten immers voor 2030 alle bestemmingsplannen omzetten en omgevingsplannen en dit moet participatief gebeuren. Drie keer op geoefend. Als het gaat over veiligheid merken we nog steeds dat het veiligheidsgevoel bij veel inwoners te wensen overlaat. We zien in statistieken vaak positieve staatjes. En ja, we zien dat het aantal woninginbraken het overlopen jaar is teruggelopen. We waren immers met z’n allen veel meer thuis. Echter, de sociale overlast die zeker van invloed is op dit veiligheidsgevoel is toegenomen. We zien dat er flink geïnvesteerd wordt bij de afdeling handhaving. Handhavers krijgen bodycams en er wordt ingezet op jeugd- en jongerenwerkers. De ondermijnende criminaliteit vraagt veel aandacht, maar de veiligheid van de leefomgeving wordt ook bepaald door goede verlichting en het onderhoudsniveau van de openbare ruimte. We horen en zien dat er veel bereikt is, maar we zullen de komende jaar moeten zorgen dat de leefbaarheid en veiligheid onze volledige aandacht krijgen en houden. Er wordt voorgesteld het budget met onder andere 200.000 te verhogen voor onder andere een stadsmarinier en een projectleider informatieknelpunt. Alles in het belang van onze veiligheid. Voorzitter, we hebben de prachtige impressies gezien van Sport- en Beleefcampus De Braak en het nieuwe zwembad.
Wij vragen hier nogmaals aandacht voor de mogelijkheid van een bewaakte fietsenstalling. Op de beelden van het nieuwe zwembad gaf de architect aan dat dit mogelijk onder het zwembad redelijk makkelijk te realiseren zou zijn. Veel mensen zullen gebruik gaan maken van deze campus. Een goede fietsenstalling zou het komen met fiets, aankoppelbikes, scootmobielen en dergelijke vergroten zodat mensen deze vaak dure zaken veilig kunnen wegzetten. Wethouder, kunt u onderzoeken wat de kosten hiervan zijn en dit aan ons terugkoppelen? De aanleg van glasvezel in onze stad verloopt goed. Veel wijken zijn reeds aangesloten. Bij iedereen die zich aansluit bij een provider komt de glasvezelkabel tot in huis. Zou het niet mogelijk zijn om de glasvezel overal tot in huis te leggen ook als mensen nu nog geen aansluiting willen bij hun provider? Als het net straks gebruikt gaat worden voor bijvoorbeeld een zorgcircuit of alarmering dan kan iedere inwoner hier laagdrempelig aan deelnemen als dat voor hen wenselijk of noodzakelijk is. Wij begrijpen dat dit extra investering vraagt van de gemeente, maar op die manier komen we wel sneller tot een inclusieve stad. En als het gaat om de energietransitie dan pleiten wij ervoor hier heel realistisch naar te kijken. Van cruciaal belang is het draagvlak bij onze inwoners.
Dat wordt voor een groot deel bepaald door het tempo en de betaalbaarheid van deze ontwikkelingen. Er zijn al stappen gezet om hiervoor te zorgen, maar het blijft een aandachtspunt. Zoals te lezen is in de accountsverklaring van de jaarrekening 2020 wordt opnieuw veel aandacht gevraagd voor de IT-omgeving van onze gemeente. We zullen digitaal weerbaar moeten zijn en blijven om cybercriminaliteit te voorkomen. We zien in de voorjaarsnota dat u als speerpunten heeft benoemd informatieveiligheid en privacy. Dit ondersteunen wij van harte. Wij zien onder het hoofdstuk mogelijk positieve ontwikkelingen dat zowel vanuit landelijk als gemeentelijk perspectief er mogelijk positieve effecten te verwachten zijn. De eerste resultaten van de nieuwe integrale verdeling van het gemeentefonds pakken positief uit voor Helmond. En er is in de Tweede Kamer een motie aangenomen om de loonkostensubsidie onderdeel te laten zijn van het BUIG-budget. En omdat Senzer aanzienlijk meer plaatsingen heeft dan gemiddeld is het erg aannemelijk dat er een positieve bijstelling komt van deze BUIG-middelen. Wij als fractie Lokaal Sterk hopen dat deze ontwikkelingen waarheid worden voor onze stad. Voorzitter, we zijn blij dat erop wordt ingezet om lopende zaken door te kunnen laten gaan, en dat het college zuinig is met nieuwe initiatieven.
We moeten immers een nieuwe raad en een nieuw college niet voor de voeten lopen, en niet over ons graf heen regeren. Wij wensen het college veel wijsheid met het opstellen van de begroting 2020, en we hebben geen moties of amendementen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Spierings. De heer Smits, een interruptie.
De heer Smits: Dank u wel, voorzitter. In het begin, mevrouw Spierings, had u het over een megagemeente. Bedoelt u dan dat wij… U bent er geen voorstander van om op termijn ooit met Eindhoven samen te gaan of wilt u samen met peelgemeentes een metropeel… Kunt u uitleggen wat u precies bedoelde? De voorzitter: Mevrouw Spierings? Mevrouw Spierings-van Deursen: Nou, binnen onze fractie is eigenlijk de bedoeling dat we niet willen dat we vast komen te zitten aan Eindhoven vooralsnog, omdat we ook die groene long tussen Helmond en Eindhoven graag willen houden. Dat is eigenlijk de bedoeling van dat. De heer M.P.J. Rieter: Een interruptie. De voorzitter: Ja, de heer Rieter. De heer M.P.J. Rieter: Wat is vooralsnog? Een jaar? Vijf jaar, tien jaar? Mevrouw Spierings-van Deursen: Als het aan ons ligt misschien wel blijvend, maar daar hebben wij niks over te zeggen. Maar wij hopen dat we als stad als wij dadelijk die 100.000 inwoners hebben dan niet blijven groeien en door blijven groeien waardoor ons, de hele groene long zeg maar, tussen al die gemeenten wegvalt. Dus dat is eigenlijk de insteek van die. De heer M.P.J. Rieter: Oké. Dan ben ik blij dat ik uw hulp heb dat vooralsnog in ieder geval iets anders is dan wat het waarschijnlijk taalkundig betekent. Mevrouw Spierings-van Deursen: U heeft gelijk. De voorzitter: Oké. Dank u wel, mevrouw Spierings voor uw inbreng.
Dan zou ik willen vragen, met uw goedvinden, naar de zesde spreker, dat is de heer Stevens van D66. De heer Stevens: Nu is het aan. Voorzitter, op de eerste plaats mevrouw Maas gefeliciteerd met haar verjaardag. Volgens mij is ze vandaag jarig. Dus dat is wel een hele gedenkwaardige dag voor haar. Voorzitter, eindelijk kunnen we weer in levenden lijve vergaderen, en dit roept bij mij best wel dubbele gevoelens op. Iemand had het ook al eerder. Aan de andere kant ben ik zo blij dat het weer kan. Ik heb er ook een beetje kriebels van in mijn buik. Ik heb eigenlijk een beetje plankenkoorts. Ben ik niet meer gewend. Dat is echt waar. De afgelopen maanden waren zwaar. Zwaar voor alle mensen. De maatregelen, de beperkingen, maar ook het leed wat het virus aangericht heeft in families. Maar ook de politiek. Daar wil ik het even over hebben. Over de Helmondse politiek. Die heeft ook best wel een jasje uitgedaan. We gingen van één vergadering zo’n beetje per week, naar twee naar drie en soms vier dagen in de week, en allemaal achter dat schermpje. Discussies waren bijna niet mogelijk. Vorige week had ik een interruptie, het bekende handje omhooghouden, ik had het niet gezien. Ik dacht op een gegeven moment: laat maar gaan ook. Het is toch maar even. En dat was dus niet prettig, maar ook de zogenaamde derde helft was er niet meer.
Na een vergadering wat konden drinken, dat je mekaar kon spreken ook over je privésituatie. Dat brengt respect naar mekaar toe, en dan ga je beter met mekaar om, dus laten we daar in de toekomst in ieder geval ook, zodra het weer kan, echt gebruik van gaan maken. Het is in het belang van Helmond dat we weer beter met elkaar omgaan, en dat is daardoor allemaal mogelijk live daarna, noem maar op. Dan de voorjaarsnota. De voorjaarsnota is een beetje een buitenbeentje. Veel zaken zijn nog niet duidelijk, omdat we niet precies weten wat de financiële gevolgen zijn van de coronacrisis en daardoor is deze nota niet budgetneutraal. Moeten we ons daar nu zorgen over maken? Ja,
objectief gezien wel. Maar niets is normaal in deze tijd, en hebben we het volste vertrouwen in dat de komende tijd steeds meer duidelijk wordt en dat het dubbeltje de goede kant op zal gaan vallen voor Helmond. En voorzitter nu enkele onderwerpen waar D66 de nadruk op zou willen leggen. En te beginnen met cultuur. Kortgeleden hebben wij een seminarie georganiseerd, online natuurlijk, en we hebben dat genoemd Cult-Uur. Alle kopstukken van onze Helmondse cultuur waren aanwezig om over de toekomst van de cultuur in Helmond te praten en om te kijken wat onze stad nu echt nodig heeft. En één van de conclusies was in ieder geval dat de cultuur eigenlijk een eerste levensbehoefte is. Cultuur is verweven met onze maatschappij. Cultuur, excuses aan mijn medepartijen, is geen linkse hobby, maar van iedereen. Cultuur kan bijdragen aan de ontwikkeling van mensen, en daarbij helpen om de tweedeling in de maatschappij tegen te gaan. Een voorbeeld bijvoorbeeld is laaggeletterdheid, om dit proberen terug te dringen. Wij willen het college de volgende twee punten meegeven. Een, kijk hoe je mensen die onbekend zijn met de vele cultuurmogelijkheden in Helmond kennis te laten maken met ons aanbod. Dit is de tijd ervoor. Twee, verhoog het structurele budget richting het niveau van Eindhoven.
Hoe meer we richting het niveau van Eindhoven gaan, hoe meer je hetzelfde aanbiedingsniveau kan halen als Eindhoven. Dit is goed voor het verleiden van mensen om zich in Helmond te vestigen, wat weer goed is voor onze economie en onze ambitie om te groeien naar een 100.000 plus stad. Hoe meer reuring in de stad, hoe meer mensen je hier ook heerlijk kan laten recreëren, werken et cetera. En voorzitter, dan iets anders. Er lopen op dit moment een aantal mooie projecten gericht op onze jeugd met een sterke preventieve werking. Denk hierbij aan Cleannet, de Gezonde Schoolkantine en Storm. Dit soort projecten hebben een sterk educatieve waarde en moeten wat ons betreft ook de komende jaren ook doorgang kunnen vinden, en we roepen het college dan ook op om hier voldoende middelen voor beschikbaar te stellen. Op dit moment komt het niet terug in de voorjaarsnota, maar kijk er nog eens naar richting de begroting. Helmond, makers van de toekomst, een uitstekende slogan. Wij omarmen het gevoel en het doel wat deze zin uitstraalt. Nu nog naar handelen. Geen woorden, maar daden. College, kom met goede initiatieven en betrek iedereen erbij die maar enigszins wat kan betekenen. Denk aan ondernemers, opleidingen, cultuurinstellingen – daar is het weer – Brainport , et cetera. Laat uw fantasie de vrije loop, en omarmen de zogeheten vierde industriële … En daar had ik niet op geoefend.
De vierde industriële revolutie en bekijk wat dit voor Helmond kan betekenen. En voorzitter, natuurlijk moeten wij het nog eventjes hebben over het coffeeshopbeleid. Hoe zou het ook anders kunnen? Zeven jaar zit ik in de raad, en zeven jaar zijn we niet veel opgeschoten. Ik had hier iets anders staan, maar ik hou het netjes. Ik begrijp u als u zegt dat u gehoopt had op het wietexperiment. Helaas ging dat onze neus voorbij. En dan nu. We hebben een webinar gehad, en naar aanleiding daarvan heeft u het initiatief genomen om een onafhankelijk onderzoek te starten. Heel goed. En het onderzoek is afgerond. En wat blijkt? Qua afzetmogelijkheden is er ruimte voor vijf coffeeshops. Kijk, voorzitter, en dat biedt mogelijkheden. We krijgen nu toch een beetje hoop. Willen wij dan nu vijf coffeeshops? Natuurlijk niet. Dat zou een beetje veel zijn. De illegale straathandel zal je nooit helemaal uit kunnen bannen, dus dat is niet reëel, daar sluiten we onze ogen ook niet voor. D66 pleit er wel voor om drie schaarse vergunningen af te geven. Net zoveel als bij de speelautomaten. Concurrentie is goed voor de kwaliteit van de dienstverlening of het product, en dat is dus goed voor de consument. Ook qua voorlichting, niet onbelangrijk, is het beter als je meerdere shops hebt, want dan heb je meerdere plekken om die voorlichting te kunnen geven. Dat kan je niet in de illegaliteit doen.
Dat kan je wel in die coffeeshop doen, en daar kan je ook eisen aan stellen, dus vandaar drie. We kunnen ook een groter publiek bereiken. Een coffeeshop kan zo dus meehelpen aan het voorkomen van verslaving, dus daarom drie vergunningen. En voorzitter, dan nog even kort over de brug bij Aarle. Hoe zou het ook anders kunnen. ‘t Gulden Land krijgt langzaam steeds meer vorm. De gemeente Laarbeek heeft geld vrijgemaakt. Hartstikke goed. Kan de wethouder aangeven hoe het nu staat met het recreëren op het water tussen Aarle en Helmond en hoort dat dan ook bij in de zomer dat de brug af en toe open kan? Dat zou fijn zijn. Zeven jaar vraag ik ernaar, en het gaat mij een keer lukken. Voorzitter, tot slot. Wij vragen veel aandacht voor onderwerpen. Toch dienen wij
geen moties of amendementen in. Dit omdat er veel onzekerheid is over de financiële situatie naar en door corona, maar dat is niet alles. Onze ambtenaren hebben door alle omstandigheden genoeg op hun bord liggen. Daar ben ik dus eens met mevrouw collega van de SP. Corona heeft… We hebben ook te weinig personeel, en we hebben ook nog een verhuizing op dit moment in verband met het Huis voor de Stad, dus we willen de werkdruk ook niet nog eens een keer opvoeren daardoor. Voorzitter, ik hoop dat meerdere partijen dat zouden doen, maar dat hebben ze ook gedaan zonder dat we overlegd hebben, dus we zitten toch aardig op één lijn tegenwoordig. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, de heer Stevens. De heer Rieter heeft een interruptie. De heer M.P.J. Rieter: Dank u wel, voorzitter. Ik ben altijd heel blij, al zeven jaar, dat de heer Stevens de brug in Aarle-Rixtel noemt. En ik heb u ook al zeven jaar verteld dat, dat mag ik ook met plezier zeggen, gelukkig niet aan Aarle-Rixtel is dat die open of dicht gaat, maar ik weet ook dat de wethouder al heeft gezegd: wij doen dat in goede harmonie met de gemeente Aarle-Rixtel. Ik heb het wel eens laten draaien, en ik heb vrij recent, een paar jaar geleden ook gevraagd, of dat nog steeds het geval is, en inderdaad als je Rijkswaterstaat belt dan gaan zij kijken, en dan niet in de spits, maar buiten de spits dat die voor u gedraaid kan worden.
En volgens mij gebeurt dat ook met - kinderen kijken geloof ik nog – als Sinterklaas naar Helmond komt en er is een boot dan kan die ook door de brug of onder de brug van Aarle-Rixtel doorvaren. Dat vertel ik al zeven jaar, maar ik ben wel benieuwd hoe de wethouder hierop zal reageren of het dat nog steeds is dat we in goede harmonie… Volgens mij kan het altijd gedraaid worden als het moet. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. De heer Tuerlings. De heer Tuerlings: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoorde de heer Stevens toen hij naar het spreekblok liep zeggen: dat zijn vier zessen. En ik heb met de heer Vervoort even gecheckt wat uw leeftijd was. U bent geen 66, maar 56, geloof ik. De heer Stevens: Nog niet. De heer Tuerlings: Nog niet? Oké. De heer Stevens: Maar sinds een paar jaar 25. De heer Tuerlings: Waar staat die vierde zes dan voor, of waar staan de zessen voor? De heer Stevens: Nee, we spreken nog maar zes van D66, en het zijn er vier. Nee, het zijn er drie. De voorzitter: Ja, dank u wel. De heer Stevens: Maar u bent wakker. De voorzitter: De heer Manders? De heer Manders: Dank u wel, voorzitter. Drie zessen is het getal van de duivel, dus ik zou het niet hardop willen noemen dat het bij een partij hoort, maar goed. Even een opmerking over uw betoog. Het leek wel of u aandelen had of hebt in een coffeeshop. De heer Stevens: Nee, want dan had ik gezegd…
De heer Manders: U gaat in op dat er meer coffeeshops zou meer verslaving kunnen voorkomen. Met diezelfde redenering zou u kunnen zeggen: meer sigaretten openbaar niet achter de plank, want dat voorkomt verslaving, overal alcohol verkopen, want dat voorkomt verslaving. Maar goed, uw vraag is, u wilt meer coffeeshops, maar in de discussies hier in de raad gaat het niet vaak over of nieuwe coffeeshop bij moet, maar of we de regelgeving met betrekking tot de vestiging van coffeeshops of we die moeten loslaten. En ik vraag u nu op de man af: is D66 straks bereid om meer coffeeshops zo belangrijk te vinden dat u zegt: ja, dan mogen ze ook naast een school komen te staan. Want dat is één van de regels die we nu hebben, het moet op een bepaalde afstand van die school. Want, ja, na school is het niet erg, want dat voorkomt alleen maar verslaving. Kan ik dat lezen of redeneren? Kan ik dat begrijpen uit uw opmerking: ja, we willen naar vier of vijf coffeeshops. Dat u ook die regels wilt loslaten om dat te bereiken? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Stevens? De heer Stevens: Ja, dank u wel, voorzitter. Het zijn geen vier, vijf coffeeshops. Ik zei drie vergunningen. Drie vergunningen wil niet zeggen dat er ook mensen komen die die vergunningen gaan gebruiken. Ik hoop het wel, ik ga er ook vanuit. Ze moeten natuurlijk gescreend worden. Over de scholen.
Als een supermarkt om de hoek zit bij een school waar alcohol verkocht moet worden staat het gewoon, kan je het overal doen. Kinderen mogen een coffeeshop niet binnen. Binnen wordt er trouwens ook niet meer gerookt, dus het is eigenlijk gewoon een horecagelegenheid waar je niet eens ziet wat er gebeurt. Kinderen die zien dat niet, die beseffen dat niet. Dus ik vind die regel van het moet 250 of 300 meter van de school zijn klinkklare onzin. Ja, dat zou ik los willen laten. De voorzitter: Oké. Helder antwoord. De heer Rieter? De heer M. Rieter: Ja. Even kort hierop ook aanvullend. We hebben hier volgens mij ook al met verschillende fracties over gehad over die criteria, dus volgens mij dat stadium zijn we ook al voorbij, en heeft de burgemeester ook al de ins en outs daarover. Maar goed, we kunnen er wel met iedere fractie erover… De heer Stevens: Zou u iets dichterbij kunnen praten? De heer M. Rieter: We kunnen wel met iedere fractie over het aantal meters gaan praten, maar ik denk dat dat inderdaad al voorbij is. Tot zover. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dat is een stelling. De heer Vervoort? De heer Stevens: Ik zat er al op te wachten. Die had ik nu toch wel verwacht. De heer Vervoort: Ja, we hadden gedacht: gaan we hier nu iets op zeggen. U weet heel goed het standpunt van het standpunt van het CDA. We willen absoluut geen extra coffeeshops.
Maar we hebben ook die presentatie onlangs gekregen, en dan ging het in onze beleving veel te veel uit over het winstmodel van de coffeeshop op zich, maar wij verplaatsen ons in de gebruikers en de families die erachter zitten. Wat wij het belangrijkste vinden is dat de gezinnen rust krijgen. Mensen willen als ze drugs gebruiken dat ze daar zeggen: daar willen we niks mee te maken hebben, want de rust binnen de familie is ontzettend verstoord door het drugsgebruik. En wij doen veel meer een oproep: preventie. Gebruik geen drugs net als alcohol, net als sigaretten. Alles moet in principe wat zuiver en clean zijn. En dan denk ik jongens, hoe kunnen we dan verkondigen: we willen meer coffeeshops. Dat pas echt niet in ons beeld.
De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Stevens: Ik wil daar wel even op reageren als dat even mag? De voorzitter: Is dit hetzelfde punt, de heer Van Lierop? Ja, even de heer Van Lierop, en dan mag u daarop reageren. De heer Van Lierop: Nee, de criteria qua afstand. Wij hebben al een keer gezegd 25.000 meter lijkt ons een prima criterium. Maar u bent landelijk aan zet. Zorg nu dat u het landelijk oplost. Kijk, we hebben niet voor niks ook meegestemd van de proef die helaas niet is doorgegaan. Zolang je het niet aan de achterkant oplost zullen wij niet voor een extra coffeeshops zijn. En dat gaat ook het nodige gedoe opleveren, en meerdere coffeeshops zodra op een gegeven moment de locatie bekend wordt, want dan moet ik nog eens maar zien of ze dan nog wel allemaal eens zijn. De voorzitter: Oké. De heer Stevens? De heer Stevens: Op de reactie van de heer van Lierop: ja, wij zijn landelijk aan zet. En we hebben zoals u weet ook als D66 gigantisch veel energie, tijd en lobby en weet ik het allemaal ingestoken. Alleen, wij hebben niet 50% plus 1, en daarom zijn we gebonden aan bijvoorbeeld een CDA die erin zit zoals ze erin zitten, en totaal tegenover ons staat. Dus ja, als wij het alleen voor het zeggen hadden dan was het al lang geregeld. Het is nota bene toch te gek voor woorden dat 2 weken geleden Mexico, nota bene Mexico, gewoon cannabis uit het strafrecht haalt.
En wij zitten hier nog als, noem het maar op, anti-liberalen. Ik weet het niet. Iedereen moet vrij zijn om te kunnen gebruiken wat die wil, is mijn mening. En of het nu alcohol is of drugs… Alcohol is trouwens de zwaarste drugs die er is, en bijna 1 miljoen in Nederland gebruikers van alcohol die probleemdrinkers… Niks aan de hand, maar kom niet aan de bisschopswijn van het CDA, want dan is het een lijntje naar Jantje in het las. Ja, maar om daar nog even op terug te komen. Ik snap uw insteek wel, en ik maak me natuurlijk zorgen voor mensen die echt verslaafd zijn, maar dat is een verslaving op elk gebied. Verslaving is nooit goed. Daar ben ik het helemaal met u eens. Maar om dingen te verbieden, en in de illegaliteit terug te dringen los je de verslaving niet op. Iets verbieden wil niet zeggen dat het er niet meer is. En daarom is het zo belangrijk dat wij het naar de bovenkant halen en niet naar de onderkant waar de illegaliteit de criminelen alleen maar rijker maakt. De voorzitter: Oké. De heer Vervoort? De heer Vervoort: Nou, een goed glas bier is ook niet verkeerd in plaats van de bisschopswijn, maar daaraan toe. Wat wilde ik nu precies zeggen? Als u ziet wat er gebeurt door drugs te gebruiken, en iedereen is natuurlijk vrij dat ze willen, maar we willen onze inwoners zoveel mogelijk beschermen op allerlei gebieden. Gezond eten, minder roken, minder drinken.
Lachgas is ook iets uit de lucht komen te vallen. We willen onze kinderen opvoeden met een gezonde toekomst. Dan past hier drugs absoluut niet bij, is onze beleving, en daar staan wij ver uit elkaar, dat weten we… De heer Stevens: Nee, we staan niet zo ver uit mekaar. We zijn het echt met mekaar eens, want daar ben ik het met u eens. Alleen door het te verbieden is het niet weg. Daarbij is niet elke gebruiker van wat dan ook, want we hebben bijvoorbeeld al 1 miljoen probleemdrinkers, maar wij hebben ook 7, 8 miljoen mensen die gewoon van een borreltje genieten. Niet iedereen die gebruikt is meteen verslaafd. Daarom goede voorlichting. Daarom voorkomen dat er verslaving komt. Daar verschillen wij niet van.
De voorzitter: De heer Vervoort? De heer Vervoort: Maar als ik dan de uitspraken van de burgemeester enkele weken geleden aangaf dat wij hier in Helmond echt een unieke situatie hebben dat op verschillende manieren wordt gedeald, wordt afgenomen dan is dat denk ik op dit moment nog niet zo verkeerd. Dus alles wat gebruikt is is uiteraard verkeerd, maar een extra coffeeshop erbij geeft nog meer problemen, is onze instelling. De heer Stevens: De situatie zegt u nu hier in Helmond dat er toch drugsgebruik wordt via deze twee kanalen is op zich niet zo verkeerd. Dus voel ik hier nu een beetje een draai dan toch? De heer Vervoort: Voorzitter, mijnheer Stevens gaat proberen woorden in mijn mond te leggen die zo niet zijn bedoeld. Wij willen gewoon dat er in principe geen drugs wordt gebruikt, geen extra coffeeshops gebruikt, en we sluiten onze ogen niet dat er gebruikt wordt, maar die wordt ook in Helmond op een unieke manier verspreid, en dat is in onze beleving nog niet de aller slechtste manier. Het liefst hadden we dat helemaal niemand dat deed, dus het is niet andersom, hé? De voorzitter: De heer Rieter junior, en daarna de heer Rieter senior. De heer M. Rieter: Ja, heel kort, voorzitter.
Ik vind het wel een beetje een hypocriete stelling van de heer Vervoort, want hij zegt ook dat hij dus de inwoners wil beschermen tegen drugs, alcohol, lachgas, maar wilt de heer Vervoort dan ook het Havenplein sluiten of dergelijke? Ik bedoel, ik vind het echt een hypocriete stelling, maar goed. Tot zover. De voorzitter: Ja, u bent… De heer Vervoort reageert u maar. De heer Vervoort: Nee, uiteraard wil ik het Havenplein niet sluiten, en ik wil geen één café sluiten, maar we willen wel gewoon te veel drankmisbruik terugdringen, dus een normale iets gebeuren daar is niks mis mee. Een normaal glas bier of een wijntje of iets anders dan zeg ik ‘…’ voor de rest goed om te hebben. De heer Stevens: Ja, een laatste opmerking die ik dan mag maken, alstublieft, voorzitter? Voor u is een biertje, een wijntje heel normaal, maar er zijn ook mensen die een keer een jointje willen roken waar het heel normaal is, en die daar ook niet verslaafd aan zijn. En dat is nu je inleven in de behoeftes van een ander. U heeft die behoefte niet, maar er zijn ook mensen die willen niet eens drinken of die weet ik veel. Iedereen heeft zijn eigen behoeftes, dus sluit je ogen niet voor de behoeftes van een ander, want u kunt dit niet zomaar wegwuiven. Het zal er zijn. Het zal er altijd zijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Rieter senior, en dan de heer Mol. De heer M.P.J.
Rieter: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik had even niet willen deelnemen aan de discussie, maar ik heb al 20 jaar geleden verteld en gesteld dat het probleem wat mij betreft het probleem is van met twee maten meten. En de coffeeshop is natuurlijk alleen voor softdrugs en je hebt te maken met een veel grotere problematiek, dat zal iedereen onderschreven, is natuurlijk door problematiek van de harddrugs. Dus je lost inderdaad de drugsproblematiek niet op met de coffeeshops, maar als ik coffeeshops ga vergelijken, en dan pik ik er toch weer voor de zoveelste keer, het geweld achter de voordeur. En geweld achter de voordeur vindt volgens mij voor 90%, en misschien is het inmiddels 85, dat maakt me niet uit, maar het is voor 90% de oorzaak van alcohol en niet van drugs. En dat vind ik het ergere dat je de alcohol kunnen kopen, én in het café én in de supermarkt én in speciale drankwinkels, en dat je dus softdrugs dat je daar moeilijk over doet, terwijl