'verslag - Raad (23.05.2024)'
Tekst van het document
De heer Van de Werff: Voorzitter, ik stel voor dat de heer Vervoort eerst zijn vraag stelt. De voorzitter: Mijnheer Vervoort. De heer Vervoort: Dank u wel. Dank u wel, voorzitter. In de vragen die onder andere het CDA heeft gesteld, vraag nummer 6, betreft de aannemers die hebben ingeschreven en het antwoord van het college, en ik citeer: alleen BAM heeft ingeschreven voor een plafondbedrag. In mijn beleving houdt dat in dat de aannemer voor een totaalbedrag maximaal in rekening kan brengen. Klopt mijn bewering of is het anders? Past het bedrag wat de BAM vraagt voor deze werkzaamheden onder dat plafondbedrag? Kunt u hier duidelijkheid aan geven? De voorzitter: Mijnheer Bonte. De heer Bonte: De BAM heeft ingeschreven voor het plafondbedrag wat we toen gedefinieerd hebben. Ik heb net vermeld dat onder andere een van de andere aannemers niet heeft ingeschreven, omdat ze dat plafondbedrag te laag vonden. Onderdeel van de aanbesteding, dat is onderdeel ook van de afspraken die je in zo'n design and construct aanbesteding maakt, is dat je als je op punten die uit nader onderzoek blijken, dus onder andere waar het ging om die pijlers, als je als aannemer ziet dat daar toch nieuwe pijlers nodig zijn of de andere aspecten die in het begin niet voorzien waren opduiken, dan kunnen daar meer kosten gemaakt worden. Dus dat is ook onderdeel van deze manier van aanbesteden.
We hebben wel, en daar heeft u ook de brief van gezien, we hebben wel een aanbestedingsjurist nog eens even laten checken van: is dit terecht en past dit ook aan de aanbestedingsvoorwaarden zoals we die aan de voorkant hebben gesteld? De conclusie is: ja dat is correct gegaan. De voorzitter: Mijnheer Vervoort. De heer Vervoort: Dank u wel voorzitter. Maar wat stelt dan het plafondbedrag in wezen voor? Op het moment als een aannemer een werk gaat zien, die moet aan de voorkant melden: ik heb daar en daar zie ik problemen. Waarom is er dan een plafondbedrag afgesproken? Want dan heeft een plafondbedrag helemaal geen functie in dit geval. Want op het moment dat er onvoorziene omstandigheden komen, kan de aannemer alsnog extra werk indienen. Dus u doet de andere aannemers die wilden inschrijven op dit gebied tekort, is mijn interpretatie. De voorzitter: Mijnheer Bonte. De heer Bonte: Dat is een onterechte interpretatie, want wij hoopten en maakten zelf de inschatting dat die pijlers hergebruikt kunnen worden, maar we wisten ook, we hebben daar nog niet heel diepgravend onderzoek naar laten doen. Dus het kan zijn, welke aannemer er ook uit was gekomen, dat er nadat de aanbesteding had plaatsgevonden, aan het licht komt dat die pijlers toch niet hergebruikt kunnen worden. En dat is uiteindelijk ook uitgekomen.
Dat wist de aannemer ook van tevoren, dus dat wisten de andere potentiële gegadigden ook, als ze zouden inschrijven en er uit het nader onderzoek zou blijken dat die pijlers toch niet hergebruikt zouden kunnen worden, dat daar ook meer kosten in rekening gebracht zouden kunnen worden boven dat plafondbudget. De voorzitter: Mijnheer Vervoort.
De heer Vervoort: Dan een specifieke vraag: wisten de andere aannemers dat ze op het moment, als er welke omstandigheden dan ook waren, tekorten waren, dat ze dat extra konden indienen bij de gemeente? Want dat snap ik niet waarom u dan zegt van: we maken een plafondbedrag, want dat is het maximale wat we in principe in rekening kunnen brengen. Op het moment, waren de andere aannemers, de andere vier, daarvan op de hoogte van: op het moment als we tegenvallers hebben, dan kunnen we alsnog een factuur indienen? De voorzitter: Wethouder Bonte. De heer Bonte: Het antwoord is ja, maar die meerkosten natuurlijk wel onder voorwaarden. Als uit het onderzoek gebleken zou zijn dat die pijlers wel hergebruikt hadden kunnen worden, dan hadden uiteraard die meerkosten niet gemaakt mogen worden. De voorzitter: Mijnheer Van de Brug. De heer Van de Brug: Ik hoor de wethouder zeggen dat er geen diepgravend onderzoek is gedaan. Ik vind dat toch wel enigszins een beetje verbazingwekkend. We hebben in 2012 al onderzoeken gedaan naar die brug, de draagkracht volgens mij. We zijn intussen weer twaalf jaar verder. Er had toch wel genoeg tijd moeten zijn om dat soort dingen allemaal uit te zoeken en dat zeker te weten hoe dat precies in elkaar zit, voordat je überhaupt een aanbesteding gaat doen.
Wat ik dan ook nog bijzonder vind, is dat een aannemer dus afgehaakt is vanwege dat plafondbedrag, het te lage plafondbedrag. Dat plafondbedrag is dus nu te laag, want ze worden nu geconfronteerd met extra werkzaamheden. Dus als dat plafondbedrag hoger zou zijn geweest, zou de mogelijkheid hebben kunnen ontstaan dat er dus meerdere inschrijvers zouden geweest zijn. En daarmee dat we een succesvolle aanbestedingsprocedure hebben, in plaats van dat we nu nou maar één partij hebben die het uiteindelijk gegund is, omdat er verder geen andere partijen meer zijn. Graag uw mening daarover. De heer Bonte: Uw eerste vraag: hadden wij niet als gemeente zelf alles heel grondig uit kunnen zoeken? Onder andere ook, kunnen die pijlers echt hergebruikt worden of niet? Dat had gekund, maar dan heb je een ander soort aanbestedingsproces. Dan doe je zelf, bijvoorbeeld het ontwerp kan je ook zelf aan de voorkant doen. Dan hadden we overigens ook tegen dezelfde situatie als advies van de welstandscommissie aangelopen. Dan hadden we ook tegen een situatie aangelopen dat we zelf geconstateerd hadden, die pijlers kunnen niet hergebruikt worden. Dus dat kan. We hebben ervoor gekozen om dat niet te doen. Dus om te zeggen: we laten dat onderzoeken en dat ontwerp ook bij de aannemer. Dat plafondbedrag is gesteld op de situatie waarin wij uitgingen van het hergebruiken van de pijlers.
Maar, en dat wisten alle potentiële gegadigden, als er uit het onderzoek van de aannemer zou blijken dat die pijlers niet hergebruikt zouden kunnen worden, dan mogen daar dus ook meer kosten in rekening gebracht worden boven het plafondbedrag. De voorzitter: Oké. Mijnheer Van de Werff. De heer Van de Werff: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog steeds geen antwoord gekregen op mijn vraag: bent u te laat met het informeren van de raad? Ja of nee? U weet het al een jaar en wij nog maar twee weken. De voorzitter: Wethouder Bonte. De heer Bonte: Het antwoord is nee. U zegt: u weet het al een jaar. Ja, we weten al een tijd dat een aantal van die meerkosten op gaan treden, maar de exacte omvang daarvan die weten we niet al meer dan een jaar. Die is in het afgelopen jaar op die verschillende aspecten, op de technische aspecten, op de kosten die we maken
voor geluidwerende maatregelen en op de kosten die voortvloeien uit het advies van de Commissie ruimtelijke kwaliteit. Die is in het afgelopen jaar aan het licht gekomen en we hebben altijd als voorwaarde gesteld: als wij boven het krediet uitkomen wat u eerder heeft verstrekt, dus die 2,4 miljoen, dat is eigenlijk het aanvankelijke krediet waarmee we op pad zijn gegaan, dan moeten we eerst langs de raad voordat die kosten ook uitgegeven kunnen worden. Dat hangt samen met het budgetrecht wat u heeft en wij gaan niet meer kosten maken dan die 2,4 miljoen voordat we van u daar toestemming voor hebben. En dat is het moment waar we nu met elkaar aangekomen zijn. De voorzitter: Oké. Nog een keer op hetzelfde punt? De heer Van de Werff: Ja, graag, als het kan. Ja, voorzitter, ik vind 4,5 ton, dat je al een jaar weet. Ik heb het daar gevraagd op die avond, is een jaar bekend, 4,5 ton overschrijding budget en wij worden niet geïnformeerd en dan heb ik het nog niet over de sierelementen, want dat is een ontwikkeling van jongstleden. Ik vind dat laat en de wethouder ontkent dit. Er zijn er heel veel hier in de raad die het daar niet mee eens zijn, wethouder. De voorzitter: Dank u wel. U vervolgt uw betoog. De heer Bonte: Dan de heer Peters die ook de vraag stelt van: is deze aanbesteding niet onzorgvuldig geweest? Nee, ik denk het niet.
Het is een keuze, die design and construct keuze die we gemaakt hebben, inherent daaraan is dat er ook lopend het proces meer kosten op kunnen treden. Is dat leuk? Nee, dat is niet leuk. Ik had liever gehad dat we het gewoon binnen het budget van die 2,4 miljoen zouden kunnen doen. Maar dat is wel ook inherent aan zo'n aanbestedingsproces. Is het onzorgvuldig verlopen? Nee. Ook dat hebben we nog extra laten toetsen door de aanbestedingsjurist Marjan Beeker. Daar heeft u de rapportage van gezien. De voorzitter: De heer Van Geel heeft een interruptie. De heer Van Geel: Vraag aan de wethouder. Is voor het design and construct-principe, is daar de ervaring mee dat dat over het algemeen juist tot lagere bedragen leidt? Wat zijn de ervaringen daarmee? De voorzitter: Mijnheer Bonte. De heer Bonte: De ervaring daarmee, of dat is de reden waarom we daar in gevallen voor kiezen, is dat de expertise, bijvoorbeeld om onderzoeken te doen of om iets als een brug of iets anders te ontwerpen, dat die expertise meer aanwezig is bij een aannemer dan dat we die zelf in huis hebben. Dus dat is de reden waarom we daarvoor kiezen. En nou ja, in dit geval is die inschatting ook gemaakt. De heer Van Geel: Directe reactie daarop: maar als je het in tweeën knipt en eerst het design doet, dan kun je toch nog steeds die expertise in open? De heer Bonte: Ja dat kan, dat hadden we hier ook kunnen doen.
Laat ik het zo zeggen: als ik geweten had dat deze dingen allemaal aan het licht zouden komen, dan had inderdaad het in tweeën knippen had beter geweest. Maar ja, dat weet je niet van tevoren. En eens in de zoveel tijd treedt dat op. We doen vaker ook gewoon via dit aanbestedingsprincipe. Dus eigenlijk moet je ook gewoon kijken, gemiddeld, over alle aanbestedingen waar je dit principe toepast, pakt dit voor de gemeente gunstiger uit. Dat is de reden waarom we daarvoor kiezen. Maar ja, eens in de zoveel tijd. dan popt er zoiets op. Het is overigens niet zo dat als wij
voor een ander aanbestedingsprincipe hadden gekozen, dat we dan per definitie goedkoper uit zouden zijn, want dan had eerder aan het licht gekomen dat we een aantal kosten hadden moeten maken. Dat is eigenlijk het verschil wat dan opgetreden had. De voorzitter: Mijnheer Peters. De heer Peters: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik hoor toch echt een tegenstelling in de beantwoording van de wethouder. Hij geeft aan de ene kant toe, voorzitter, dat hij een jaar geleden wetenschap had van een aantal zaken, maar houdt dat een jaar lang onder de pet. Maar zegt vervolgens tegen mij: nee, ik ben niet te laat. En ik weet dat deze wethouder vaak heel veel woorden nodig heeft om in zijn beantwoording, maar deze beantwoording raakt in mijn beleving toch echt kant noch wal. Ik kan hier echt helemaal niks mee. De heer Bonte: Dat laatste zou ik voor uw rekening willen houden, maar ik wil wel een poging doen om dat uit te leggen, want u poneert het als: de wethouder wist HET al een jaar geleden. Nee, ik wist niet een jaar geleden hoe de meerkosten er precies uit zouden zien. Nee, wat bij ons bekend was, is dat onder andere het feit dat de pijlers niet opnieuw hergebruikt zouden kunnen worden. Ja, dat wisten we ruim een jaar geleden. Kosten, bijvoorbeeld meer kosten die we rond geluidsmaatregelen moesten nemen. Ja, dat wisten we ook dat daar meer kosten zouden zijn.
Maar hoeveel precies, dat is eigenlijk in het afgelopen jaar helder geworden. Maar voor mij is er één ding relevant en dat is dat het budgetrecht bij u ligt. Dus dat we boven die 2,4 miljoen, waar u eerder krediet voor verleend heeft, dat we boven die 2,4 miljoen geen kosten gaan maken alvorens of voordat u daarmee instemt. Dus dat is precies wat hiervoor ligt. En als u bijvoorbeeld op het punt, dat is geen hypothetisch punt meer, als u op het punt van de extra kosten voor de esthetische verfraaiing zegt: dat half miljoen hebben we er niet voor over, dan gaan we die kosten ook niet maken. De voorzitter: Mijnheer Boetzkes. Mijnheer Peters, op dit punt nog? De heer Peters: Ja, als het kan heel graag. Want ik raak zo langzamerhand een beetje verstrikt in de beantwoording van de wethouder in deze. Ik blijf van mening dat als je ergens wetenschap van hebt, ongeveer een jaar geleden, dat je een actieve informatieplicht hebt naar de raad om ons daar, al was het in een raadsinformatiebrief, over te informeren. Ik hoor het de wethouder aan de ene kant erkennen en aan de andere kant ontkennen. En ik kan daar echt met de beste wil van de wereld, mevrouw de voorzitter, geen chocola meer van maken. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Boetzkes. De heer Boetzkes: Voorzitter, ik heb een vraag over dat aanbesteden.
Een hele terecht de vraag van de heer Van Geel over hoe dat anders had gekund en waarop u antwoordt: als ik het had geweten had het misschien anders gekund. U geeft daar ook bij aan dat, dat geen verschil had gemaakt in de meerkosten. Daar kunnen we alleen maar over speculeren, maar het had in ieder geval verschil gemaakt in dat wij bij het toekennen van budget het hadden geweten. En dat mist nu. U heeft een keuze gemaakt in uw aanbesteding om het op een bepaalde manier te doen, waardoor wij te weinig informatie hebben, een budget hebben toegekend wat niet toereikend kan. Wie is verantwoordelijk voor die aanbesteding? De voorzitter: Mijnheer Boetzkes, of mijnheer Bonte. De heer Bonte: Daar ben ik verantwoordelijk voor. Dan de heer Peters die aangeeft, nog een vraag heeft en dat gaat over de subsidie vanuit de provincie van honderdzesentachtigduizend euro, die bedoeld is voor het
aanleggen van het snelfietspad dat ook over de brug heen gaat. U zegt: wat nou…Dat geven we ook in de raadsinformatiebrief aan, dat die nog niet definitief is toegekend. Wat nou als die er niet komt? Dan zitten we inderdaad in een situatie dat ik bij u weer met een nieuwe kredietaanvraag kom. Waarom doe ik dat niet nu al? Omdat het college vindt dat wij ook niet onnodig bij u aan moeten kloppen voor extra krediet. Onze verwachting is dat deze subsidie vanuit de provincie dat die toegekend gaat worden. Dus er wijst niks op dat die niet onze richting opkomt. Maar ja, mocht onverhoopt die situatie zich voordoen, dan zullen we inderdaad bij u aankloppen voor extra krediet. Maar dat doen we niet als dat niet nodig is. De voorzitter: Mijnheer Van de Werff. De heer Van de Werff: Wethouder, wie bepaalt wanneer iets onnodig is? Daar zit een rek en ruimte in. De voorzitter: Waarvan akte weer. Mijnheer Bonte. De heer Bonte: Dan ten slotte de heer Van de Brug die ook een aantal vragen die door andere collega's zijn gesteld, heeft gesteld, maar afsluit met de vraag en ik denk dat dat ook een terechte vraag is die bij u naar voren komt: moeten we ons zorgen maken over de aanbesteding bij andere bruggen? Het antwoord is nee.
Het is wel zo dat, en dat geldt voor elke aanbesteding en zeker waar er wat meer hobbels optreden dan gewoonlijk, dat we uiteraard de ervaringen die we hier hebben opgedaan ook bij nieuwe aanbestedingen zullen betrekken. Dus de lessen die hier uit te leren zijn zullen we ook bij toekomstige aanbestedingen meenemen. De heer Van de Brug: Voorzitter, het gaat niet om de aanbesteding. Het gaat erover dat wij inzichtelijk hebben hoe de staat van de bouwwerken is in Helmond. En ik heb het idee, ook al als ik nu zie hoe het bij de Geldropseweg gegaan is, dat uiteindelijk de deskundigen van de gemeente Helmond er helemaal langs zaten, omdat de BAM uiteindelijk met een ander oordeel kwam. Dan vraag ik me af in hoeverre die onderzoeken door de gemeente Helmond, hoe die bouwwerken nu gemonitord worden. En daar maak ik me zorgen over. Niet zozeer om nieuwe aanbestedingen, maar meer inderdaad om het controleren, in de gaten houden van de huidige bruggen, of die allemaal nou veilig zijn voor de lange termijn. Aangezien dit dossier nu op mijn bureau ligt, vind ik dit wel heel erg zorgelijk, moet ik zeggen. De voorzitter: Mijnheer Bonte. De heer Bonte: Daar hoeft u zich absoluut geen zorgen over te maken. De bruggen zijn veilig en op het moment dat daar zorgen zijn, dan treden we daar ook op. Bij de Geldropseweg brug was het niet... Ja, die is einde levensduur.
Dat is juist de reden waarom we ook met de vervanging aan de slag gaan. Het is niet zo dat er dingen niet gezien zijn waar het gaat over de veiligheid van de brug. Nee, wij maakten de inschatting, of hadden de hoop, dat we de pijlers, de aanwezige pijlers voor de huidige brug dat we die zouden kunnen hergebruiken. We wisten daar overigens van, dat we dat niet met zekerheid wisten. Daarom hebben we dat ook richting de aannemer meegegeven, dat daar bij de aannemer een definitief diepgravend onderzoek naar plaats zou vinden. Dat heeft niks te maken met de veiligheid van de brug. Dat had wel wat te maken met de inschatting die we hadden, die we aan de voorkant maakten rond de aanbesteding. De voorzitter: Mijnheer Van de Werff. De heer Van de Werff: Sorry voorzitter, maar er zijn drie vragen niet beantwoord. De eerste vraag was: waarom zijn die afbeeldingen niet in de commissieavond gebruikt van de brug? Ik zag ze twee dagen later wel
in Brandevoort. Waarom heeft u geen deskundige bij de commissievergadering erbij gehaald voor de nodige uitleg? Zou heel goed geweest zijn. En u heeft nog niks gezegd over het effect op het groen. Oftewel: hoeveel bomen gaan er om? Waar ik ook om gevraagd heb. De voorzitter: Mijnheer Bonte. De heer Bonte: Waarom de afbeeldingen niet? Daar zit ik een beetje op de lijn die ook door de collega van de Partij van de Arbeid, de heer De Mare, naar voren is gebracht. Het is een advies van de Commissie ruimtelijke kwaliteit. We gaan niet, dat hebben we als college ook niet gedaan, we gaan niet de plaatjes beoordelen van: oh, balkje hier, logootje daar, op dat niveau. Dat is niet in ieder geval hoe wij als college de afweging maken. Een collega van u, de heer Van Geel, heeft gevraagd om de afbeelding, dus het is ook geen geheim. Die hebben we dus ook met u gedeeld. Maar dat is wat mij betreft niet het niveau, want daar hebben juist de Commissie ruimtelijke kwaliteit voor, waarop we met elkaar het gesprek zouden moeten voeren. Waarom geen deskundigen aanwezig in de commissievergadering? Uiteraard als u behoefte heeft aan deskundigen kunt u natuurlijk altijd aangeven dat u daarover wil spreken.
Volgens mij gaf uw fractie, of was het CDA, aan van: waarom niet iemand van de BAM die aanwezig was? Ja dat is, de BAM werkt in onze opdracht en u voert met de gemeente, of met mij als vertegenwoordiger van de gemeente, het gesprek over: hoe zit zo'n aanbesteding in elkaar? Uiteindelijk zijn we als gemeente ook verantwoordelijk voor de uitvoering van dat project. De BAM doet dat in onze opdracht. Dus dat is wel gewoon gebruikelijk om, als u een gesprek in de commissie voert, om dat met mij, eventueel met een ambtenaar, te voeren. En dan tenslotte het effect op groen, hoeveel bomen worden er gekapt? Het goede nieuws is dat aan onze kant van de brug, en zo hebben we ook de weg daar naartoe ontworpen, dat er geen bomen hoeven te verdwijnen. Aan de kant van Mierlo helaas wel twee a drie bomen. Dat is een van de uitgangspunten ook geweest, zowel bij het ontwerp van de brug als bij de weg en het fietspad. Er komt een snelfietsroute langs, dus daardoor wordt het totale wegprofiel iets breder. Maar dat hebben we zo proberen te schikken, dat het zo min mogelijk ten koste van het groen gaat en dat er geen bomen gekapt, niet onnodig gekapt hoeven te worden. Aan onze kant van het kanaal hoeft dat gelukkig niet. De voorzitter: Mijnheer Manders. De heer Manders: Ik wil toch nog even terugkomen op die tijdlijn. U zei straks: ik wist wel in ‘23 dat er wat kosten waren.
Maar als het goed is, dan is het toch zo dat vanaf 25 juli 2023 BAM aankondigt dat er meer dan honderdtweeëntwintigduizend euro bij moet. BAM zat al aan het plafond, dus vanaf dat moment wist u toch al dat er over het plafond heen gegaan zou worden en dat we dus als raad daar toestemming voor moesten vragen? Dan zegt u: ja, maar er waren misschien nog andere kosten, dus ik heb gewacht. Wanneer is nu de exacte datum dat u precies op de hoogte was van al die extra kosten die we nu hier gepresenteerd krijgen? Want als ik het goed lees, dan is dat eigenlijk 25 juli, dan wist u al dat er een overschrijding was. Dus dan had u toch al op dat moment naar de raad moeten gaan en zeggen: er komen overschrijdingen aan. We zijn nog aan het uitzoeken hoe groot die zijn, maar ze komen er in ieder geval aan. Dat is duidelijk. Want het plafond is overschreden. De voorzitter: Wethouder. De heer Bonte: Ja, er was op dat moment bekend dat er meer kosten onder andere voor de fundering gemaakt moesten worden. Dus per definitie dat je boven dat plafond uit zou komen. Wanneer hadden we het volledige plaatje? Op het moment dat we u daar ook een voorstel voor de extra kredietaanvraag hebben gedaan. Voor mij is altijd het uitgangspunt geweest: wij gaan niet over die 2,4 miljoen heen, want dat is het
budgettaire kader wat u heeft gesteld. Budgettaire kader, daar bent u leidend in. Daarbinnen opereren wij als college. Ik heb ook altijd, dat hebben de ambtenaren ook gedaan, richting de aannemer dat is: de extra kosten die je maakt zijn altijd onder voorbehoud, ook van extra krediet vanuit de raad. Daar bent u nu aan zet. Op het moment dat we het plaatje compleet hadden, dat hebben we nu, hebben we dat ook met u gedeeld. En nog voor de kostenoverschrijding plaatsvindt, voeren we met u het gesprek daarover en bent u aan zet om te bepalen op die drie verschillende onderdelen: ben ik het daar mee eens of ben ik het daar niet mee eens. Dus u bent volledig in controle wat dat betreft. De voorzitter: Mijnheer Manders. De heer Manders: Ja, dat begrijp ik, maar heel laat. Want in 2023 juli wist u al dat u de raad moest gaan vragen om meer geld. Dat klopt toch, want toen ging men al over het plafond heen? Dus toen had u toch ons al kunnen melden: dit gaat niet lukken, we zullen meer geld moeten vragen. En op dat moment wist u toch al dat er een extra onderbouw moest komen, omdat het hergebruik niet mogelijk was? Dus toen wist u al, er komen extra kosten aan. De voorzitter: We vallen in herhaling.
De heer Manders: Ja, maar ik vraag nog steeds, waarom u gewacht heeft tot u het totaalplaatje kende? U wist toch al extra kosten en op dat moment moet u toch de raad informeren over die extra kosten? De voorzitter: Wethouder Bonte. De heer Bonte: Volgens mij heb ik daar al drie keer antwoord op gegeven. Voor mij is relevant het budgetrecht van de raad. 2,4 miljoen heeft u als krediet voor de brug gereserveerd. Dus er was wat dat betreft ook geen discussie, moet die brug vervangen worden of niet. Daar zijn we het ook beide over eens. Het budgetrecht van de raad, dat staat voor mij voorop. En op het moment dat wij over het door u beschikbaar gestelde budget willen gaan, dan moeten we eerst langs u, en die voorwaarde hebben we ook altijd met de aannemer gedeeld, die voorwaarde, die staat. Dat is altijd randvoorwaardelijk voor welke stap we ook nemen. Dus daar geen discussie over. Dan zegt u: hadden we dat voorstel niet eerder kunnen doen? Hadden we het niet later kunnen doen? Wij doen dat, of we hebben dat nu op het moment gedaan dat we ook het totale overzicht hadden over de extra meerkosten. De voorzitter: Oké, nu vallen we in herhaling. Ik stel ook voor dat wethouder Bonte zijn bijdrage afrond. Dan geef ik de gelegenheid om een tweede termijn, en dan kunt u al uw vragen nog even kwijt. De heer Van de Brug: Voorzitter, ik maak daar toch even bezwaar tegen.
De wethouder geeft antwoord, alleen dat strookt toch niet helemaal met wat de aanbestedingsjurist schrijft in haar brief. Zij schrijft namelijk inderdaad dat de gemeente besloot op 25 juli 2023 opdracht te geven aan de BAM voor de sloop en verlagen van onderbouw door middel van cw001. Totaalbedrag van honderdtweeëntwintigduizend euro. Daarmee gaat u over die bedrag van 2,4 miljoen heen. Had u dus op dat moment inderdaad naar de raad moeten komen en dat heeft u niet gedaan. En dat is het punt wat wij constant willen aangeven en daar praat de wethouder iedere keer heel snel overheen. De voorzitter: Wethouder Bonte.
De heer Bonte: Altijd onder voorbehoud en dat wordt ook door de aanbestedingsjurist bevestigd, altijd onder voorbehoud van de instemming van de gemeenteraad. Het budgetrecht van de raad is voor mij heilig en dat is altijd de leidraad ook geweest in de besluiten die we genomen hebben. En ja, nu ligt, en dan kunt u zeggen: ja dat is laat, maar nu ligt het besluit voor en u heeft in volledige vrijheid de keuze om op de drie verschillende onderdelen daar aan te geven of u dat extra krediet ter beschikking stelt of niet. De voorzitter: Mijnheer Van de Werff. De heer Van de Werff: Dank u wel voorzitter. Ik heb mijn antwoorden gehoord. Ik heb de antwoorden aan mijn collega's gehoord. Ik heb een voorstel van een schorsing van vijfentwintig minuten. De voorzitter: Oké. Ik schors wel de vergadering. Als er een verzoek komt, dan wordt de vergadering wel geschorst. Wilt u op dit moment schorsen? Oké, dan schors ik nu de vergadering. Hoe laat is het nu? Tien uur. Kwart over tien zijn we er weer. Ik heropen de vergadering. Neemt u allen uw plaatsen in. Neemt u allen uw plaatsen in. Dan heropen ik de vergadering. De heer Peters heeft gevraagd om een schorsing. De heer Van de Werff heeft gevraagd om een schorsing, aan u het woord. Mijnheer Van de Werff. Maar misschien kunt u uw microfoon aanzetten, het pasje erin. De heer Van de Werff: Het pasje zit erin, ja.
De knop weigert als je aan links of rechts drukt. Voorzitter, Helder Helmond is ernstig teleurgesteld in deze wethouder. En wel om drie redenen. Eén: de raad is te laat geïnformeerd. Hierdoor zijn we pas enkele weken voor aanvang van dit project betrokken bij de essentiële wijzigingen. U wist al een jaar dat er meer werk zou zijn, blijkt uit de brief van de arbeidsjurist. Twee: de wethouder geeft de hete aardappel van het esthetisch meerwerk door aan de raad, terwijl hij daar zelf goed onderbouwd vanaf had kunnen wijken. Hij maakt zich er gemakkelijk vanaf. Drie: de aanbesteding is niet juist uitgevoerd. De Commissie ruimtelijke kwaliteit is te laat betrokken en er heeft onvoldoende onderzoek plaatsgevonden waardoor onjuiste aannames te laat zijn onderkend. En daarom zal de heer Peters het van mij aan overnemen en die komt met een motie. Tot zover. De voorzitter: Mijnheer Peters. De heer Peters: Dank u wel, voorzitter. Het feit dat wij wat langer geschorst hebben, geeft aan dat we niet lichtvaardig met dit dossier zijn omgesprongen. Collega Van de Werff al een aantal overwegingen, of in ieder geval een aantal constateringen opgenoemd, dus die laat ik omwille van de tijd achterwege, maar die leest u dan straks in de motie. Ik zal dan ook direct maar in ieder geval duidelijkheid geven wat voor de aard van de motie is. Het is een motie van afkeuring.
En bij de overwegingen geven wij aan: de gemeenteraad de bevoegdheid heeft om financiële middelen beschikbaar te stellen, budgetrecht. En de gemeenteraad geeft middels dit budgetrecht toestemming om geld uit te geven aan de afgesproken activiteit. De toegekende budgetten voor dit project zijn echter besteed aan niet afgesproken activiteiten. De gemeenteraad moet controleren of de afspraken op een doelmatige en rechtmatige wijze zijn nagekomen en hiertoe te laat in staat wordt gesteld. Roept het college van burgemeester en wethouders op de gemeenteraad voortaan tijdig en volledig te informeren over belangrijke beleidsvoornemens en de besluiten die significante impact hebben op het budgetrecht. Een evaluatie en verbeterplan op te stellen voor de interne communicatie en besluitvormingsprocessen om soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen en spreekt uit dat: het vertrouwen in het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond op dit moment ernstig is geschaad en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Dank u wel. Mag ik de motie hebben? Dank u wel. Voldoende ondertekend en maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. Dan kijk ik even naar het vervolg van dit agendapunt. We hebben een uitgebreide discussie met elkaar gehad. Eigenlijk alle motivatie is met elkaar gedeeld. Dit leidt door het indienen van deze motie. Ik wil voorstellen dat we eerst deze motie in stemming brengen, daarna het amendement, de motie en het voorstel. Het amendement, het voorstel, motie. Mijnheer Van den Boogaard. De heer Van den Boogaard: Dank u wel, voorzitter. Ik wil even kort reageren op de motie die net ingediend is. De voorzitter: Ik geef iedereen een gelegenheid voor een stemverklaring. U mag een stemverklaring geven, maar houdt u hem in ieder geval kort. De heer Van den Boogaard: Wat ons betreft is dit een heel zwaar middel. De wethouder heeft al aangegeven dat hij naar de raad kwam zodra hij wist van die meerkosten. Daarnaast lossen we het al op met de amendement en motie die er al liggen vanuit GroenLinks en PvdA. Dus wat ons betreft geen steun voor deze motie. De voorzitter: Dank u wel. Wie nog meer? Van Sas. De heer Van Sas: Van ons uit ook geen steun voor de motie. Twee van de drie elementen zijn zaken die vermijdbaar zijn en waar we ook dus uitspraak hebben gedaan dat we niet meegaan met de sierbalk, terwijl we het ander wel belangrijk vinden.
Wat betreft de kosten van fundering, of we die nou van tevoren meegenomen hadden of achteraf, het totaalbedrag voor de brug was waarschijnlijk exact hetzelfde gebleven. Wat ons betreft dus geen steun voor de motie. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Mol. De heer Mol: Dank u wel, voorzitter. Ik zet het wat harder aan. Ik vind het een schetsvertoning. Wat schieten wij hiermee op? Ik sta voor 100 procent achter onze wethouder. We zullen deze motie ook niet steunen. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Mare. De heer De Mare: Sorry, ik werd net toegefluisterd door mijn buurvrouw. Ik heb best wel begrip voor een aantal van de kritische noten die gesteld zijn, maar ik vind het middel van zo'n motie een veel te sterk middel. Ik vind de zin van: vertrouwen van de gemeenteraad in het college ernstig is geschaad, kan ik niet voor mijn rekening nemen. Dat dingen niet optimaal zijn verlopen lijkt mij hartstikke duidelijk. Het lijkt mij al een vrij zwaar middel dat wij vanuit onze gecombineerde fracties eigenlijk hebben aangegeven om onze goedkeuring als raad te onthouden aan een heel belangrijk investeringspunt. Dat lijkt me wel goed genoeg.
Het feit dat we hebben opgeroepen tot het aanpassen van een verordening om die in de toekomst duidelijker te maken lijkt mij ook een vrij duidelijke vingerwijzing en daarom zullen wij niet dit nog eens een keertje zwaarder aandikken door zo'n motie te steunen. De voorzitter: Mevrouw Spierings. Mevrouw Spierings-Van Deursen: Dank u wel, voorzitter. Ik kan me heel erg aansluiten bij de woorden van de heer De Mare. Ook wij hebben wel vertrouwen in het college en er zullen inderdaad best dingen misschien niet 100 procent gelopen zijn zoals ze hadden moeten lopen, maar ik denk dat het gewoon zoals het nu ligt, deze motie voor ons niet geschikt is en wij die dus niet zullen steunen.
De voorzitter: Mijnheer Manders. De heer Manders: Die laatste opmerking is de reden waarom we geen motie van wantrouwen indienen, maar afkeuring. Er zijn zoveel zaken gelopen die niet zo hadden moeten lopen. Het feit dat de eigen partij van de wethouder met een motie en amendement komt, wat afgelopen week nog door de wethouder werd ontraden, zegt al iets, we zien dat een beetje als een pleister. Wat daadwerkelijk staat is dat vanaf juli ‘23 bekend was dat er extra kosten moesten worden gemaakt. En toen zijn er ook extra kosten gemaakt. Dus op dat moment gaan wij daadwerkelijk over dat plafond heen. De voorzitter: Stemverklaring. De heer Manders: Dat is ook bij ons de allerbelangrijkste reden waarom wij deze motie van afkeuring steunen. Dat op dat moment we over het plafond gaan. Toen zijn er uitgaven gedaan en dat kan niet. Want toen had de wethouder ons moeten informeren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Greef. De heer De Greef: Voorzitter, de VVD-fractie zal verdeeld stemmen. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer De Mare. De voorzitter: Oké. Mevrouw Spoek. Mevrouw Spoek-van Dinther: Dank u wel, voorzitter. Ook wij steunen en dienen mee in deze motie van afkeuring. We hebben er met name heel erg veel last van dat wij merken dat wethouder Bonte echt om de hete brei heen draait. Wij krijgen voor ons gevoel geen oprechte antwoorden.
Dat is voor ons de voornaamste reden om deze motie te ondersteunen, omdat wij het heel belangrijk vinden om voor de toekomst te kunnen vertrouwen dat fouten erkend worden, dat dingen gezien worden. Dat zien wij onvoldoende terug bij deze wethouder en daarom dat wij deze motie steunen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even aan de zijde van de gemeenteraad of er nog andere stemverklaringen zijn? Zo niet, dan ga ik over tot stemming. Ik breng de motie, motie van afkeuring in stemming. Kan er gestemd worden met hand opsteken? Zo ja, wie is voor deze motie? Voor is VVD, min de heer De Greef, Helder Helmond, Forum voor Democratie, CDA en Mì Hellemonders. Wie is tegen deze motie? Tegen deze motie is DENK, D66, SP, Lokaal sterk, GroenLinks, PvdA en 50PLUS. En de heer De Greef. Ik had al gezegd dat het in ieder geval de heer De Greef…Daarmee is de motie verworpen. Dan ga ik over naar het amendement. Het amendement dat ingediend is door de heer Van Sas. Is daar behoefte aan een stemverklaring? Ja, mijnheer Peters. De heer Peters: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Het amendement dat door de collega's van GroenLinks eerder deze avond is ingediend, zal in ieder geval op steun van de CDA-fractie kunnen rekenen. De motie evenwel kan niet op steun van onze fractie, omdat wij daar toch een fundamenteel andere opvatting hebben.
College kan gewoon afwijken en heeft daar geen aanvullende instrumenten voor nodig. De voorzitter: Dank u wel. Anderen? Mijnheer Van de Werff. De heer Van de Werff: Dank u wel, voorzitter. Wij sluiten ons volledig aan bij de woorden van de heer Peters. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Mijnheer Manders.
De heer Manders: Ja, de VVD-fractie zal zowel het amendement als de motie steunen. De voorzitter: Anderen? Zo niet, dan breng ik het amendement in stemming. Kan het met hand opsteken? Ja. Wie is voor het amendement? Wie is tegen? Het is unaniem. Dan is het voorstel. Wie is voor het voorstel? Nee, nee. Eerst het voorstel, daarna de motie. Eerst het voorstel. Dat is de nieuwe verordening. Eerst het voorstel. Wie is voor het voorstel dat er ligt? Voor is GroenLinks, Lokaal sterk. Raadsvoorstel. Dit is het raadsvoorstel. Ik doe even opnieuw. We gaan eerst het amendement doen, dan het raadsvoorstel, dan de motie. Dat is de verordening. Amendement is aangenomen. Amendement is aangenomen. Nu breng ik het voorstel in stemming, het raadsvoorstel in stemming. Kan er gestemd worden met hand opsteken? Ja. Wie is voor het raadsvoorstel wat er ligt? Voor is VVD, min de heer Van de Brug, Forum voor Democratie, D66, SP, Lokaal sterk, GroenLinks, DENK, PvdA, 50PLUS en Mì Hellemonders. Wie is tegen? Tegen de heer Van de Brug, Helder Helmond en CDA. Daarmee is het aangenomen. Dan breng ik de motie in stemming. Is er nog behoefte aan de motie om daar iets over te zeggen? Zo niet, wie is voor deze motie? Voor de motie is VVD, Forum voor Democratie, D66, Mì Hellemonders, DENK, SP, Lokaal sterk, GroenLinks, PvdA en 50PLUS.
Wie is tegen? Tegen is Lokaal…Helder Helmond, CDA en daarmee is hij aangenomen. Dank u wel. Dan gaan we over naar het volgende agendapunt. 21. Vaststellen bestemmingsplan Stationskwartier – Districtsbureau De voorzitter: Dat is agendapunt 21, het vaststellen van het bestemmingsplan StationskwartierDistrictsbureau, raadsvoorstel 37. Voorbehoud gemaakt door Helder Helmond en het CDA. De heer Boetzkes. Wie van het CDA? Niemand? Mijnheer Boetzkes. De heer Boetzkes: Voorzitter, dank u wel. Tijdens de commissievergadering hebben wij al aandacht gevraagd voor het bouwvolume van dit nieuwe districtsbureau en de redenen waarom nieuwbouw voor de politie nodig is terwijl bestaande kantoorgebouwen een prima alternatief kunnen bieden, bijvoorbeeld Het Cour wat wij recent zelf hebben verlaten. Het bouwen van nieuwe kantoren heeft namelijk nieuwe leegstaande kantoren tot gevolg die dan vervolgens weer omgebouwd moeten worden tot woningen, zo hebben wij begrepen. Maar bij grote gebiedsontwikkelingen, zoals het Stationskwartier, kunnen dergelijke afwegingen gemaakt worden. En daar kunnen wij dan ook begrip voor hebben. Daarnaast zijn we erg blij met de extra werkgelegenheid die in onze stad komt door dit districtsbureau. En we zijn ook blij met de stappen die gemaakt worden in het opbouwen van het Stationskwartier. Maar, voorzitter, we hebben toch nog wel één zorg.
En dat gaat over de parkeerdruk. En ook daar hebben wij het in de commissie met elkaar over gehad. Het zijn met name de omliggende wijken, Suytkade en Annawijk, waar de parkeerdruk zal gaan toenemen. Daarom hebben we daar nog twee vragen over die wij graag beantwoord zouden zien. Dat gaat over de honderd abonnementen die zijn afgesloten om dit bestemmingsplan mogelijk te maken bij Parkeergarage Doorneind. De eerste vraag is: hoe is deze afspraak geborgd voor de lange termijn? Het politiebureau, het districtsbureau zal er nog voor vele tientallen jaren staan, maar voor de parkeergarage is dat nog maar de vraag. U creëert hiermee dus een directe afhankelijkheid tussen twee bestemmingsplannen. Hoe zit dit? En onze tweede vraag gaat over de loopafstand van Doorneind naar dat nieuwe politiebureau. Dat is ongeveer vijfhonderd meter. En dat is meer dan het dubbele van de norm die geldt voor loopafstanden van een parkeervoorziening naar de bestemming. Ik hanteer hier de norm van het kennisplatform CROW, Centrum voor Regelgeving en Onderzoek Weg- en Watertransport, en die hanteren honderdvijftig tot tweehonderd meter. Waarom ziet u deze afspraak dus als goede ruimtelijke ordening, en ik denk dat u begrijpt waarom ik hem zo specifiek benoem, door af te wijken van deze norm? Met uw antwoord op deze twee vragen kunnen wij ons definitieve besluit nemen over dit plan.
De voorzitter: Oké, ik kijk even, anderen nog? Nee, dan geef ik wethouder Van den Waardenburg het woord. Wethouder. Mevrouw Van den Waardenburg: Dank u, voorzitter. We hebben tijdens de commissie inderdaad al gesproken over waarom nu een nieuw bureau, een nieuw kantoorgebouw voor de politie. En ik heb daar ook geprobeerd aan te geven dat juist de politie was die echt een nieuw bureau wilde gaan oprichten. En het liefst ook zo dicht mogelijk bij het Huis voor de Stad. Dat is in ieder geval gelukt, want het is er bijna tegenaan gebouwd. Maar daardoor ook mede de goede onderlinge verstandhouding en juist ook de uitwisseling van medewerkers die dan nog vollediger ten goede komt. Dus fijn ook dat u aangeeft dat u daarvoor begrip heeft. Als het gaat om Doorneind, hebben we tijdens de commissie aangegeven dat het op basis van de normen moeten ze zesenveertig parkeerplaatsen in ieder geval realiseren. Dat is noodzakelijk op basis van die normen die u ook aanhaalt. De politie zal er zestig afnemen in Doorneind. Dat zal in ieder geval worden bestendigd door ook een overeenkomst daaraan ten grondslag te leggen dat ze dat in ieder geval voor de komende tien jaar, en dat is ook de planperiode van een bestemmingsplan, moeten realiseren. Die vijfhonderd meter, daar overvraagt u mij even, maar wat ik wel kan meegeven is dat het niet voor bezoekers geldt.
Voor bezoekers geldt dus veel dichter bij het politiebureau, maar juist voor de medewerkers hebben ze aangegeven op Doorneind, dus daar kopen ze in en dat is voor tien jaar bevestigd dan in een overeenkomst. En de wagens die zij direct nodig hebben, de politiewagens, die worden op het terrein van het perceel zelf gestald. Dus dan kunnen zij ook snel natuurlijk uitrukken wanneer dat noodzakelijk is. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar de heer Boetzkes. De heer Boetzkes: Ja, voorzitter. Dank u wel. Ik wil op beide vragen nog wel iets wat verduidelijking hebben. Allereerst de planperiode van tien jaar. Ja, dat is natuurlijk de planperiode van een bestemmingsplan. Maar ik denk dat we allemaal kunnen verwachten dat dit politiebureau er langer staat. Hoe blijft dat dan geborgd voor die lange termijn? Houdt dat contract dan op? Hoe is dat in dit bestemmingsplan dus voor langere termijn weggezet? En de tweede vraag over die loopafstanden. Het is mij heel erg duidelijk dat het gaat over de loopafstanden van de medewerkers die daar gaan werken. Maar het is ook juist daarom waarom dit soort normen zo belangrijk zijn. Want het zijn juist deze mensen die straks in die wijken waar ik net op doelde hun auto gaan parkeren. Ongeveer driehonderdvijftig meter.
Het komt natuurlijk ook nauwer, als ik naar het gebied kijk, zeker op dit moment is er misschien niet eens een heel veel beter alternatief. Maar er gaat hier veel gebeuren. Hoe gaan we die normen hanteren? Overigens, het eigen parkeerbeleid hanteert die normen niet. Er wordt wel verwezen naar afstanden tussen parkeervoorzieningen en de bestemming, maar daar staan geen normen in. Vandaar dat ik op de normen van het CROW uit ben gekomen. Ik wil het nog wel even begrijpen, en zeker ook, de goede ruimtelijke onderbouwing heeft natuurlijk alles te maken met mogelijke bezwaren richting de Raad van State. Mocht het daar toe komen, dan is dit een typisch punt waar vaak over gesproken wordt. De voorzitter: Wethouder Van den Waardenburg. Mevrouw Van den Waardenburg: Dank u. Om even terug te komen op de laatste vraag. U geeft eigenlijk zelf al aan dat het niet de norm is die wij onszelf hebben, maar u verwijst naar een andere norm, die CROW norm noemt u. Volgens mij voor juist het personeel kan worden verondersteld dat zij in Doorneind parkeren en naar het politiebureau lopen. Zover is dat nou ook weer niet. Voor bezoekers zijn we wel juist voornemens, ook bij het Huis voor de Stad, maar ook voor het politiebureau, om daar wel ook parkeerplaatsen te behouden nabij de functie die daar is.
Maar weet ook dat we bezig zijn om ook te kijken van hoe kun je dat maaiveld parkeren, dat is ook een mobiliteitsvisie die u als raad heeft vastgesteld, hoe kun je dat maaiveld parkeren nou eigenlijk
wat minder, omdat je dan ook meer leefruimte krijgt. Dus we zijn ook aan het kijken of je bijvoorbeeld de parkeervoorziening kunt realiseren. En dat is dan weer ook een afspraak met het politiebureau, dat zij dan op termijn ook daar de parkeerplaatsen zullen afnemen. Dan niet meer in Doorneind, maar op een andere locatie. Die afspraak is er zeker met het politiebureau gemaakt. En daarnaast zal het politiebureau ook aan het bestemmingsplan moeten voldoen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dank u wel, wethouder. Ik kijk even aan de zijde van de gemeenteraad of er nog behoefte is aan een tweede termijn? Hebt u nog behoefte aan een tweede termijn? Oké. Dan neemt u gewoon... De heer Boetzkes: Ja, voorzitter. Dank u wel. Heel kort kan ik zijn. Ik denk zeker dat het antwoord dat de wethouder geeft over de andere locatie om te kunnen parkeren een prima antwoord is. Wat maakt dat er na tien jaar in ieder geval over nagedacht wordt hoe dat blijft staan. Ik denk dat wij zeker nog mee willen geven is dat die normen voor dit soort loopafstanden echt meegenomen moeten worden bij goede ruimtelijke afweging, omdat het gewoon echt iets is wat vormgegeven kan worden en dat kan ook door te kijken naar wat zijn dan de alternatieve plekken waar dit soort mensen gaan parkeren. Voor nu is het voldoende en wij kunnen instemmen met dit bestemmingsplan. De voorzitter: Oké, dank u wel, wethouder.
Dan ga ik het raadvoorstel 37 in stemming brengen. Kan er gestemd worden met hand op steken? Ja. Wie is voor dit raadvoorstel? Wie is tegen? Dan is er unaniem aangenomen. 22. Vaststellen bestemmingsplan Centrum III – De Waart Zuidrand De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 22, dat is vaststellen van bestemmingsplan Centrum III, De Waard Zuidrand. Dat is raadvoorstel 35. Helder Helmond en VVD hebben een voorbehoud gemaakt. Ik kijk even wie er nog iets zou willen bespreken. De heer Boetzkes. VVD ook nog? Nee? Mijnheer Boetzkes, aan u het woord. De heer Boetzkes: Voorzitter, dank u wel. Ook hier even een korte bijdrage naar aanleiding van de commissie, waar al heel veel is gezegd. We hebben over de financiële onderbouwing van de negatieve grondexploitatie niet meer mogen ontvangen. Laten we daar nu geen punt van maken. Dit gaat ongetwijfeld nog ter sprake komen in de diverse begrotingen die we met elkaar bespreken. We zijn erg blij dat een sporthal plaats gaat maken voor honderdvier nieuwe goedkope en middel dure huurappartementen op een prachtige locatie in onze stad. En daar hebben we dan ook weinig bezwaar tegen natuurlijk.
De negatieve grondexploitatie, zonder daar dus inhoudelijk heel veel van te vinden op dit moment, maar daar gaat misschien het bestemmingsplan ook niet over, lijkt gedekt te worden vanuit de reserve van het grondbedrijf en dat vinden wij niet heel comfortabel. Gelijktijdig staan we als stad voor een grote opgave en daar zijn deze reserves dan misschien ook wel voor bedoeld. Dus ook daar zullen wij geen punt van maken. Het enige, en daar willen we toch wel een punt van maken, is dat wij beter willen begrijpen wat er nu gaat gebeuren met het onttrekken van grond, in dit geval de parkeerplaatsen rondom die sporthal, wat daar nu mee gaat gebeuren en wanneer dat gaat gebeuren? Zeker omdat wij ook van andere fracties, onder andere 50PLUS en D66, maakten daar een opmerking over in de commissie. Het onttrekken van deze parkeerplaatsen aan de openbare ruimte heeft directe impact op de omgeving en de mensen die daar nu, en dat zijn er niet te weinig, gebruik van maken. De voorzitter: De heer Van den Boogaard heeft een interruptie.
De heer Van den Boogaard: Dank u wel, voorzitter. Ik werd genoemd als fractie. Dus we wilden even duidelijk maken wat ons punt was in de commissie. Dat ging niet over het onttrekken van de parkeerplaatsen. Dat ging echt over de parkeergarage Elzas. Als dat gesloten zou worden, waar we dan tijdelijk parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden? Dat was onze vraag. Dus niet zozeer over de parkeerplaatsen die nu aantrokken worden. Want de wethouder heeft duidelijk aangegeven dat er voldoende capaciteit is in de parkeergarage. De voorzitter: Mijnheer Boetzkes. De heer Boetzkes: Voorzitter, ik ga de heer Van den Boogaard op zijn wenken bedienen, want het onttrekken van die parkeerplaatsen heeft gevolgen. En daarbij is het duidelijk dat door het college, in de persoon van wethouder Bonte is verteld, dat parkeerplaatsen op het maaiveld pas gaan verdwijnen, nadat die zogenaamde volgordelijkheid, waar zo uitgebreid over is gesproken bij de al eerder genoemde mobiliteitsvisie, nadat die zijn gerealiseerd. En onze vraag is dus ook, in lijn met wat de heer Van den Boogaard net ook al zei: kunt u ons vertellen waar die nieuwe plekken te vinden zijn? Want wij zien op dit moment alleen maar parkeerplekken verdwijnen. En we gaan er vandaag, met het instemmen van dit voorstel, dus weer een paar laten verdwijnen. Dat is dan ook onze enige vraag. De voorzitter: Dank u wel.
Dan vraag ik wethouder Van den Waardenburg om te reageren. Mevrouw Van den Waardenburg: Dank u wel, voorzitter. Blij ook om te vernemen dat er zoveel fracties dit een mooie ontwikkeling vinden op een plek waar nu toch een wat troosteloos parkeerterrein ligt. Straks een hele mooie nieuwbouw komt van woonpartners met zowel sociale huur als middel dure huur. Dus daarvoor dank. Daarnaast over het grondbedrijf wil ik u allemaal uitnodigen om op 30 mei hebben we daarvoor een uitgebreide sessie over hoe om te gaan met grex en wat schrijf je daar nu op. Dus ook daar kunnen dit soort thema's zeker aan bod komen. Dan de onttrekking van de parkeerplaatsen. Ja, die volgordelijkheid, daar zijn we op ingegaan tijdens de commissie. Het is zo dat, en dat hebben we ook eigenlijk beantwoord in de stukken die u heeft nagezonden gekregen, er is op dit moment een overcapaciteit in onze bestaande parkeergarages, in Boscotondo en Doorneind, die op dit moment gewoon ruimte bieden om daar nog veel beter gebruik van te maken. Als deze locatie verdwijnt en ook de locatie aan het 25 Septemberpark, dan zal de bezettingsgraad omhoog gaan en daar is ook gewoon nog ruimte voor. Dat heeft u ook kunnen zien in de beantwoording. Ik heb ook aangegeven dat het toch ook doodzonde is eigenlijk om zo'n mooie realisatie tegen te houden terwijl onze parkeerplaatsen, onze parkeergarages daarvoor nog ruimte bieden.
Dus in die zin de volgordelijkheid dat er is nog ruimte om onze bestaande parkeergarages beter te benutten. En de bestaande personen die daar dus een vergunning hebben, aldaar, zullen ook worden begeleid naar een andere locatie waar nog mogelijkheden zijn om als vergunninghouder te parkeren. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel wethouder. Ik kijk even naar de heer Boetzkes, voldoende? De heer Boetzkes: Voorzitter, de beantwoording, ik wil daar graag in de tweede termijn even kort op reageren. De voorzitter: Dan mag u nu uw tweede termijn aanvangen. De heer Boetzkes: Dank u wel, voorzitter. Het is precies die overcapaciteit die natuurlijk iets anders is dan de volgordelijkheid. Die overcapaciteit is een theoretische werkelijkheid. Op het moment dat het enorm druk is, is het zoeken naar een parkeerplaats en ga je hem zelf niet vinden. Daarnaast is er duidelijk gesproken tijdens de mobiliteitscommissie over het verdwijnen van parkeerplaatsen op het maaiveld. Gaat pas gebeuren nadat die
parkeerplaatsen elders zijn gerealiseerd. En dat is hier niet het geval. Ik kan dan ook niet anders concluderen dan dat wij om die reden helaas tegen dit plan zullen moeten stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van den Waardenburg nog een reactie, of laten we het hierbij? Mevrouw Van den Waardenburg: Ja, ik kan er nog kort op reageren. Ik heb het ook nog eventjes nagevraagd, ook bij de projectleider van het centrum. Kijk, de onttrekking van deze parkeerplaatsen, er is nog ruimte in onze bestaande parkeergarages. Uiteindelijk, als je meer gaat toevoegen aan woningbouw, zal er een parkeergarage bij moeten. Dat zien we onder meer onder het Piet Blomplein. Dan willen we die realiseren en zo snel mogelijk ook verbinden aan de bestaande parkeergarage. Dus op die manier komen we in ieder geval tegemoet aan de toenemende vraag naar parkeerplaatsen als je ook woningbouw toevoegt. Maar op dit moment bieden de huidige garages daarvoor nog voldoende ruimte. De voorzitter: Dank u wel. Wilt u een derde termijn of is dit een interruptie? De heer Boetzkes: Voorzitter, ik weet niet of het college gebruikelijk het laatste woord heeft. Er wordt gereageerd op iets. Ik had een punt gemaakt, maar er wordt nu weer een nieuw punt aangehaald. En dat is in ieder geval dat die... Er is altijd plek met parkeerplaatsen. Dus als je maar op het juiste moment gaat kijken, is er altijd plek.
Dat is in ieder geval het punt wat we hier hebben willen maken. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dank u wel voor uw inbreng wethouder. Dan ga ik het voorstel, dat is voorstel 22, in stemming brengen. Kan er gestemd worden met hand opsteken? Zo ja, wie is voor dit voorstel? Wie is tegen het voorstel? Tegen is Helder Helmond. Daarmee is het aangenomen. 23. Zienswijze op de Regionale Mobiliteitsvisie MRE 2040 De voorzitter: Dan gaan wij, met uw goedvinden, over naar agendapunt 23. Dat is de zienswijze op de Regionale Mobiliteitsvisie Metropoolregio 2040, raadsvoorstel 44. Er zijn een paar partijen die een voorbehoud hebben gemaakt, CDA onder andere. Wie kan ik daar het woord over geven? De heer Peters. Mijnheer Peters: Ons voorbehoud was technisch van aard. De voorzitter: Forum voor Democratie had ook een voorbehoud. Mevrouw Spoek-van Dinther: Dank u wel, voorzitter. Als u het goed vindt vanaf deze plek even, want ik houd het heel kort. De zienswijzebrief begint natuurlijk al met dat deze mobiliteitsvisie goed spoort met de uitgangspunten uit onze mobiliteitsvisie. Daar staan wij simpelweg niet achter. Bij het volgende agendapunt zal ik iets meer toelichten over waarom ik tegen zienswijze en dingen van de metropoolregio ga stemmen, maar hier gaan wij tegen stemmen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan zag ik dat Helder Helmond nog een voorbehoud had. Mijnheer Rieter.
De heer Rieter: Ja, klopt. Ik heb gelijk een stemverklaring dan van deze kant. Zoals ook genoemd in de commissie kan Helder Helmond niet instemmen met de huidige zienswijze. Zo kunnen we het veelvuldig benoemen van het terugdringen van het autogebruik niet onderschrijven en hebben een andere visie daarop. De auto zal ons ziens namelijk een uitdrukkelijke rol blijven spelen en dat komt te weinig tot uiting in het rapport. Tot zover.
De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog anderen die een inbreng willen leveren? Dan vraag ik of er nog een stemverklaring is? Ook niet. Dan breng ik het in stemming. Mag het met handen opsteken? Wie is voor dit voorstel? Wie is tegen? Tegen is Helder Helmond en Mì Hellemonders. En Forum voor Democratie. Daarmee is het aangenomen. 24. Zienswijze ontwerpbegroting 2025 gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven 2024 De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 24, dat is de zienswijze ontwerpbegroting 2025 van de gemeenschappelijke regeling van de Metropoolregio. Er zijn een aantal sprekers onder andere de PvdA. Mevrouw Wijnands. Mevrouw Wijnands : Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, onze regio staat volop in de economische schijnwerpers, met ASML voorop. Economische groei is het toverwoord, maar tot welke prijs? In ons ambitieakkoord zetten we de brede welvaart voorop. Brede welvaart bevat onder andere ons welzijn, onze gezondheid en onze natuur. In de begroting MRE 2025 wordt brede welvaart wel benoemd, maar er wordt vooral ingezet op verkennen en onderzoek naar de effecten van economische groei op onze brede welvaart. Ondertussen zien we dat er steeds meer druk komt te staan op ons menselijk, sociaal en natuurlijk kapitaal. Voorzitter, we zijn tevreden over de voorliggende zienswijze, maar we missen de aandacht voor het belang van brede welvaart als doel.
Daarom dient de PvdA samen met de SP, GroenLinks, DENK, Lokaal sterk, 50PLUS en Helder Helmond een amendement op de zienswijze in. Het dictum luidt, het is wel een lang dictum, ik zal proberen snel te praten zo laat op de avond, Onderstaande tekst toe te voegen aan de zienswijze conceptbegroting MRE 2025, brede welvaart. We willen benadrukken dat brede welvaart benoemd is als belangrijkste doel van de schaalsprong. We zijn tevreden over het opnemen van regionale brede welvaart in de begroting onder regionale strategie en samenwerking, maar maken ons zorgen over de concrete aanpak op dit hoofddoel. We lezen over verkennen, onderzoek en deelname in landelijke netwerken, maar ondertussen zien wij dat er te veel druk komt te staan op ons menselijk, sociaal en natuurlijk kapitaal in de regio. We roepen op tot meer focus op, tussen haakjes, het laten toenemen van, haakje sluiten, onze brede welvaart en welzijn. Activiteiten 2025. In het activiteitenoverzicht 2025 bij regionale strategie en samenwerking geeft u enkel de participatie in het nationale netwerk brede welvaart aan. We missen hier de andere punten die benoemd zijn bij de inzet op brede welvaart. Namelijk de strategische verkenning van de impact van de schaalsprong op de brede welvaart, de boring van brede welvaart voor beleidsontwikkeling en de jaarlijkse duiding per thema op basis van de brede welvaartsindicatoren.
We gaan ervan uit dat ook deze activiteiten in 2025 plaatsvinden. Daarbij verzoeken we u de gemeenteraden actief te betrekken bij de uitkomsten van de strategische verkenning van de impact van de schaalsprong op de brede welvaart. Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Wijnands, als ik hem zou mogen hebben. Dank u wel. Dit maakt onderdeel uit van de beraadslaging. Dan geef ik het woord aan mevrouw Spoek. Mevrouw Spoek-van Dinther: Dank u wel, voorzitter. Het is ondertussen algemeen bekend dat wij regelmatig eigenlijk tegen dingen van de metropoolregio stemmen. Ik voel nu vanaf deze plek even de behoefte om dat een keer iets duidelijker toe te lichten. Sinds de jaren tachtig is ons land in de ban van een schaalvergroting geraakt. De menselijke maat, de behapbare orde, werd steeds meer geframed als kneuterig. In een land dat ooit ruim elfhonderd gemeenten telde, zijn er nu, ondanks aanzienlijke bevolkingsgroei, slechts driehonderdtweeënveertig over. Deze grootschalige fusies zijn gepaard gegaan met een vergadercultuur, bureaucratisering, enorme overheadkosten en bovenal een verlies aan identiteit. Daarnaast is die belofte van schaalvergroting dat het tot economisch gewint zou leiden ook een van de grootste bestuurlijke mythes van deze tijd. Maar goed, even naar het feitelijke. Laten we kijken naar de metropoolregio Eindhoven. Dit
samenwerkingsorgaan ontvangt jaarlijks ruim anderhalf miljoen euro aan inwonerbijdragen vanuit Helmond. Voor een gemiddeld vierpersoonshuishouden komt dat neer op meer dan vijfenzestig euro. Deze som geld gaat naar een niet-democratisch gekozen orgaan dat zaken behandelt die ofwel de verantwoordelijkheid zijn van de provincie, zoals het Provinciale Wegennetwerk, of die bij ons als gemeente zouden moeten liggen. Voorzitter, wat ons betreft kan dit zo niet langer. De kern van ons betoog is dan ook eenvoudig. Gemeenten moeten meer ruimte krijgen om binnen hun eigen verantwoordelijkheid eigen keuzes te maken. Ook als dat leidt tot verschillen tussen gemeenten. Minder bestuurlijke regels moeten meer maatwerk mogelijk maken. In plaats van ons vast te pinnen aan gedeelde ambities van grootschalige samenwerkingsverbanden moeten we kiezen voor het behoud van onze Helmondse identiteit, de Helmondse menselijke maat. Door terug te keren naar een kleinschaliger bestuursmodel kunnen we efficiënter en effectiever inspelen op de behoeften van onze burgers. Lokale vraagstukken vragen om lokale oplossingen. Een te grote afstand tussen bestuurders en burgers leidt tot vervreemding en wantrouwen. Wij moeten ervoor zorgen dat Helmond zijn koers kan varen zonder de belemmeringen van een opgelegde regionale bureaucratie. Voorzitter, ik rond af. Laten we inzetten op herstel van de menselijke maat.
Laten we kiezen voor een Helmond waar betrokkenheid en herkenbaarheid voorop staan. Een Helmond waar de identiteit van onze gemeente weer volop kan bloeien. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Oh, nou gaan alle lampen uit. Het is elf uur, we moeten, denk ik, stoppen. Althans, in de hal gaan de lampen uit. En overal, helemaal in het donker. Ik kijk even aan de zijde van de gemeenteraad of er nog andere inbrengers zijn op dit punt? Zo niet, dan vraag ik wethouder De Kort even kort te reageren als daar behoefte aan is. De heer De Kort: Nou ja, als daar behoefte aan is, voorzitter, er is volgens mij een amendement ingediend, dus ik neem aan dat daarop een reactie vanuit het college gewenst is. Daar kan ik heel kort over zijn. Dat kunnen wij van harte omarmen. Dat is volledig in lijn met de ambitieakkoord wat we als gemeente hebben. En is wat ons betreft een uitstekende aanvulling op onze zienswijze en iets waar wij ons ook hard voor inzetten. De voorzitter: Oké, dank u wel. Zijn er nog anderen, want dat is de reactie van het amendement. Ik zal zo meteen het amendement in stemming brengen en daarna het voorstel, of de zienswijze dan. Is er nog behoefte om daarop te reageren? Dat zie ik. Is het een stemverklaring? De heer Manders en daarna mevrouw Koolen. De heer Manders: Ja, het was even onduidelijk wie dat zou doen.
Bij de VVD zijn we van mening dat dit weer een extra reden is om de begroting van de MRE te laten stijgen en dat met een ravijnjaar in aantocht. Het is niet eerder genoemd, het is een nieuw voorstel. Volgens mij moeten de andere gemeentes daar ook dan weer iets van gaan vinden. Het is evident duidelijk dat de gemeentes hier de brede welvaart hoog hebben zitten. En voor ons zou dit alleen maar extra bureaucratische kosten betekenen. Vandaar dat wij, we zijn niet tegen brede welvaart, maar wel tegen dit amendement zullen stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koolen. Mevrouw Koolen-van der Zee: Dank u wel, voorzitter. Ja, we waren al positief in de commissie op de reactie van de wethouder. We kunnen instemmen met dit raadsvoorstel en het amendement hebben wij mee ingediend. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik kijk even, anderen nog? Zo niet, dan wil ik het graag in stemming brengen. Dan gaan we eerst het amendement in stemming brengen en daarna het voorstel. Ik wil vooraf even een