Verslag - Raad 12-07-2022
Tekst van het document
De fractie van Lokaal Sterk begrijp de plannen van deze samenwerkende organisaties omdat het voor ons duidelijk is dat de meeste gebouwen van Alphonsus inmiddels verouderd zijn en inmiddels 28 woningen niet meer aan de norm voldoen. Daarmee maken de initiatiefnemers duidelijk dat ze de verantwoording nemen in de noodzakelijke energie- en zorgtransitie. Met dit plan versterken ze niet alleen de zorglogistiek, maar ook tezamen de redzame bevoegdheid van onze inwoners. Als we dan kijken naar de procedure rond dit bestemmingsplan dan is de conclusie dat er maar een beperkt aantal zienswijzen zijn ingebracht en dat er naar aanleiding hiervan aanpassingen zijn gedaan. Als je naar de hele omgevingsdialoog kijkt, dan kan je alleen maar constateren dat deze ruimschoots en op tijd ingezet is. Dat zien we niet alleen uit het duidelijke overzicht van Kompaan, maar ook uit het overzicht samenvatting participatie Pastoor Elsenstraat. Participatie is een belangrijk traject, maar betekent niet dat iedereen zijn zin krijgt en de heer Peters die begon ermee, participatie daar moeten we als raad heel goed naar kijken en dat moeten we handen en voeten geven en de kaders meegeven, want nu wordt het te pas en te onpas gebruikt door iedereen en de participatietrajecten ter discussie gesteld. Aan ons als raad om daar duidelijk richting aan te geven, de heer Peters, en daar ben ik helemaal met u eens.
Nog wel een reactie ten aanzien van de zienswijze van de Bakkerij Dirks. Dit is een bedrijf dat er van oudsher zit. Zijn bedrijfsvoering mag wat ons betreft niet in gevaar komen. Goede communicatie en afspraken zijn dan ook hier op zijn plaats en dan wil ik de opmerking in de commissie van mijn fractiegenoten Kim Breuer nog wel eens herhalen dat goede communicatie met de omgeving ook belangrijk is als de uitvoering van zo een omvangrijk project in gang gezet wordt, dit om overlast zoveel mogelijk te beperken. Voorzitter, laat duidelijk zijn dat het maatschappelijk belang voor de fractie Lokaal Sterk voorop staat en dat wij ons in blijven zetten voor het hart van Mierlo-Hout zodat het aantrekkelijk blijft voor aangenaam wonen en zorg voor de toekomst. Tot zover in eerste instantie. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van de Werff heeft een vraag aan u, de heer Van der Burgt.
De heer Van de Werff: Dank u wel voorzitter. De heer Van der Burgt, kunt u mij dan een antwoord geven op de vraag hoe het komt dat er zoveel mensen in de commissievergadering erbij waren, dat de petitie is ondertekend door zoveel mensen, heeft u daar een verklaring voor? De voorzitter: De heer Van der Burgt. De heer Van der Burgt: Nee, niet direct, maar in de praktijk, ik heb wel gezien in de praktijk is het zo, en zeker bij de bestemmingsplanprocedures, die zijn niet altijd even makkelijk, dat bewoners, een heel aantal bewoners soms pas heel laat in beeld krijgen wat nu werkelijk de essentie is, maar als ik nu het participatietraject zoals Kompaan dat beschreven heeft en zoals ik ook aangeef en, even kijken, een duidelijk overzicht is aan ons verricht, participatie Pastoor Elsenstraat, dan zie ik toch dat er hier vanaf 2018 hier heel frequent overleg is gevoerd middels de wijkraad, middels websites, middels allerlei trajecten, dus uw suggestie die kan ik niet helemaal plaatsen. De voorzitter: Mijnheer Van de Werff en dan mevrouw Spoek. Mijnheer Van de Werff. De heer Van de Werff: Nou, graag, maar ik vond het een mooi voorbeeldje de nee-nee sticker en die mevrouw die niks gehoord heeft die woont tegen het toekomstige pand aan, dus mij lijkt dat de heer Peters in deze heel veel gelijk heeft dat er vooraf iets gedaan moet worden.
Bent u dat met mij eens? De heer Van der Burgt: Nee, want nee-nee, dat is ergens ook hier opgemerkt, nee-nee-sticker betekent niet dat die informatie niet in de brievenbus geduwd wordt, dat zulke informatie niet in de brievenbus terechtkomt en je bent ook heden ten dage niet helemaal afhankelijk van alleen maar brievenbusinformatie. De voorzitter: Oké. Mevrouw Spoek. Mevrouw Spoek-van Dinther: Ja, dank u wel voorzitter. Een vraag aan de heer Van der Burgt. Herkent u wel dat participatie dat dat is eigenlijk een beleving. Daarvan kunnen we schrijven en zeggen vanuit initiatiefnemers en college: dat hebben we goed aangepakt, maar erkent of herkent jullie fractie wel dat dat in ieder geval wederzijds door omwonenden niet zo ervaren is? De voorzitter: De heer Van der Burgt. De heer Van der Burgt: Nee, dat zie ik zo niet en laat ik dit nog een keer onderstrepen. Laat ik dit nog een keer onderstrepen. U wijst nu regelmatig naar het college, maar in de omgevingswet, maar ook in het bestemmingsplan is het aan initiatiefnemers om dat traject op gang te brengen en dat hebben ze inderdaad ook gedaan, dus in deze trajecten is dat heel gewoon dat initiatiefnemers dat oppakken. De voorzitter: De heet Boetzkes. De heer Boetzkes: Voorzitter, dank u wel.
De initiatiefnemer dient inderdaad het participatietraject te voeren en mijnheer Van der Burgt geeft ook aan dat hij daar ontzettend tevreden over is ondanks dat hij geen verklaring heeft over de vele, laten we het netjes zeggen, boze reacties. Heeft mijnheer Van der Burgt dan wel enig idee hoe vaak sinds 2018 het plan gewijzigd is en op welke momenten en wanneer het definitieve plan uiteindelijk is gedeeld met de bewoners? De voorzitter: De heer Van der Burgt.
De heer Van der Burgt: Nee, daar heb ik zo geen zicht op, maar ik weet wel dat het college die voert een procedure. Die bestaat, die procedure. Die is in de wet vastgelegd en daar kan de heer Boetzkes heel lang en breed over discussiëren. Die is in de wet vastgelegd en die wijze die volgt het college en het college legt zo een bestemmingsplan ter inzage, ter visie en dan heb je zes weken. Daar hebben ze zich ook aan te houden en daar naar aanleiding van die zienswijzen, die procedure die er gevoerd is daar heeft het college op geacteerd, dus dat zie ik. De heer Boetzkes: Voorzitter. De voorzitter: Ja, de heer Boetzkes. De heer Boetzkes: De heer Van der Burgt houdt behalve geen lijn in zijn verhalen. Eerst moeten we wel naar het college kijken, nu verwijst de heer Van der Burgt naar de procedures, de zienswijzeprocedures die zijn doorlopen. Ik stelde de vraag over het participatietraject dat zoals u terecht opmerkte gevoerd dient te worden door de initiatiefnemer en ik stelde u de vraag: hoe vaak is het plan gewijzigd? Het plan is meer dan vier keer gewijzigd en ik zal u ook nog vertellen ten opzichte van de eerste keer en de laatste keer dat er niet bepaald bouwlagen af zijn gegaan. Dat is natuurlijk niet heel bevorderlijk voor het plan en de participatie en het draagvlak van omwonenden. De heer Van der Burgt: Ik heb gezien dat er tussentijds wijzigingen zijn gekomen.
De initiatiefnemers hebben destijds ook al aanpassingen gedaan, maar de formele weg is de zienswijzen en dan gaat het college kijken naar de zienswijzen en naar de hand daarvan hebben ze aanpassingen gedaan. De voorzitter: Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Ja, volgens mij blijven we in herhaling vallen, dus ik val ook maar een keer in herhaling, maar ik vraag me dan nog een keer af inderdaad of participeren dan is van dat die bouwlagen eraf hadden gemoeten, want dan vraag ik me dus af in hoeverre ga je met bewoners jouw plan bespreken, aanpassen aan de wensen terwijl er allerlei andere belangen ook spelen? Dus ik wil eigenlijk pleiten, want we zitten steeds op participatie, om daar heel snel met de raad op terug te komen, dat is wat mijnheer Peters voorstelt, en het hier eigenlijk vanavond bij te houden over participatie, want daar komen wij niet uit. En dit wat er hier is gebeurd dat draaien wij niet meer terug. De heer Van der Burgt: Nee, dat is mijn, mevrouw Maráczi, helemaal gelijk, maar dat is mijn … Dat heb ik in de afgelopen tijd heel vaak gezien dat die ene keer wordt participatie zo uitgelegd en dat volgende keer zo weer helemaal anders en er is naargelang het uitkomt en ik snap dat allemaal wel, maar dan moeten wij proberen in de toekomst heel goed handen en voeten te geven en te voorkomen dat het voor velerlei zaken uitlegbaar is. De voorzitter: Oké.
De heer Boetzkes tot slot. De heer Boetzkes: Voorzitter, ik ga niet in herhaling vallen, dus ik ga niet reageren, want dat had ik al gedaan. Ik wil wel iets nieuws toevoegen en dat is dat wij hier wel het paard achter de wagen aan het spannend zijn met participatie, dus we zijn het er allemaal over eens dat het hier niet goed is gegaan. We wijzen allemaal naar we moeten daar beter naar gaan kijken. Gelukkig staat er vandaag nog een agendapunt waar we dat ook nog feilloos met elkaar zullen bespreken. Ik vraag me alleen af: wie moet hier nu de dupe van worden? Moet de initiatiefnemer de dupe worden van enkele maanden uitstel waardoor er misschien iets goeds ligt? Of moeten de omwonenden nu de dupe worden van het feit dat er slechte participatie is?
De voorzitter: De heer De Mare en dan mevrouw Tamarinof. De heer De Mare: Dank u wel voorzitter. Ik wil even afstand nemen van de term van de heer Boetzkes dat iedereen het hier over eens is dat er geen goede participatie heeft plaatsgevonden. Dat is een conclusie die de heer Boetzkes krijgt, maar ik krijg bepaald niet het idee dat iedereen dat hier vindt. De voorzitter: Oké. Mevrouw Tamarinof wilde hetzelfde zeggen. Oké. Mevrouw Tamarinof: Ja, dat onderschrijf ik. De voorzitter: Nou, dan is dat punt gemaakt. Dan dank ik de heer Van der Burgt voor zijn bijdrage en dan wil ik graag overgaan naar de bijdrage van de heer De Mare en dan van de heer Van den Bogaard, D66. De heer De Mare: Voorzitter, ik heb in de adviescommissie vorige week naast wat andere opmerkingen gezegd dat waar je ook in Nederland woont er altijd op een zorgvuldige manier moet met belangen van de omwonenden moet worden omgegaan, maar dat dat niet betekent dat die nooit enigszins mogen worden aangetast. Na een nette afweging van belangen kan er wel eens worden geconstateerd dat aantasting van die belangen aanvaardbaar, beperkt is ten opzichte van de belangen van een initiatiefnemer of het algemeen belang.
Voorzitter, in die adviescommissie vorige week ontstond commotie doordat eerst de initiatiefnemer een verhaal hield waarin hij aangaf hoe mooi het plan is en hoe het na twee jaar zorgvuldig contact met de wijk tot stand is gekomen en waarna een omwonende insprak dat daar niets van klopte en dat er helemaal geen goede participatie en inspraak had plaatsgevonden. Voorzitter, na die onverwachte en tegenstrijdige insprekers vorige week was het niet meer dan logisch dat alle partijen hun oordeel over dit plan hebben opgeschort om eerst nadere informatie te ontvangen en die te kunnen bestuderen. En wat is nu de oogst van afgelopen week? De initiatiefnemers hebben een uitgebreid document ingediend met onder andere een zeer lange lijst met al hun contactmomenten met omwonenden en met een andere informatieverschaffing en dat in deze vergadering nader toegelicht. Punt twee, het bestuur van de wijkraad heeft een brief gestuurd waarin zij mede namens de ondernemersvereniging Mierlo-Hout stellen dat zij van mening zijn dat de initiatiefnemers zich vanaf het begin hebben ingespannen om draagvlak te creëren en dat zij volledig achter deze plannen staan.
Ten derde, de bewoners van drie woningen aan de Pastoor Elsenstraat hebben een lang document verstrekt met mails over veel contactmomenten en een compleet door de architect gemaakte studie over de specifieke situatie achter hun huizen waarmee zij dus hebben aangetoond dat er wel degelijk een intensief participatieproces heeft plaatsgevonden. Ook hebben wij als raadsleden een niet geanonimiseerde nota van zienswijzen ontvangen waarop wij konden zien dat de drie zienswijzen namens de heer en mevrouw Dirks, want die naam was al openbaar, dus die mag ik hier noemen, en vijf andere buurtbewoners waren ingediend uit de drie verschillende straten. Die hebben dus blijkbaar niet of weinig met hun buren gecommuniceerd, want als dat wel was gebeurd, dan was deze onvrede zoals verwoord tijdens de zienswijzeperiode naar voren gekomen en was er toen op gereageerd. En als laatste hebben we natuurlijk de verschillende insprekers vanavond aangehoord, zowel de voor- als tegenstanders. Voorzitter, wij concluderen dat er zowel sprake is geweest van een uitgebreid participatieproces en een correct doorlopen zienswijzeprocedure.
De beantwoording van de drie zienswijzen namens dus diezelfde gezinnen is heel uitgebreid en inhoudelijk en het plan is op diverse plekken enigszins aangepast zoals bijvoorbeeld dat een voorwaardelijke verplichting voor het plan is opgenomen om te waarborgen dat de bedrijfsvoering van Bakkerij Derks niet belemmerd zou worden. Helaas mag uit de bijdrage van enkele van de insprekers worden afgeleid dat in dit stadium nader overleg niet veel kans lijkt te hebben. De standpunten liggen daarvoor, denken wij, helaas erg ver uit elkaar. Wij vinden overigens dat alle partijen overigens, ook na vaststelling van een bestemmingplan, zoveel mogelijk in gesprek met elkaar moeten blijven. Voorzitter, op basis van de tot nu toe correct doorlopen procedure en
de ongeveer raadsbreed uitgesproken waardering voor dit voor Helmond en Mierlo-Hout zeer gewenste plan kunnen wij instemmen met dit raadsvoorstel. De insprekers hebben helaas al aangegeven dat zij zich tegen de plannen zullen blijven verzetten en in beroep zullen gaan. Dat vinden wij jammer, maar we moeten wel constateren dat het binnen het Nederlandse rechtssysteem hun goed recht is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van de Werff. De heer Van de Werff: Dank u wel voorzitter. Een kleine detailvraag, mijnheer De Mare, u heeft het over een uitgebreid participatieproces. Is dat voor u een synoniem voor een kwalitatief goed participatieproces? De voorzitter: De heer De Mare. De heer De Mare: Nee, dat is geen synoniem, mijnheer Van de Werff. Ik denk ook niet dat wij als raad kunnen constateren in deze fase of het participatieproces goed of slecht dat is geweest. Het is geen synoniem. Ik denk dat het een uitgebreid participatieproces is geweest met de pogingen om de wijk erbij te betrekken. Dat is wat wordt gevraagd. Het is niet zo dat een participatieproces pas goed is als de omwonenden hun zin krijgen. De voorzitter: Dank u wel. Dank u wel. Dan geef ik de heer Van den Bogaard het woord. De heer Van den Bogaard, D66. De heer van den Bogaard: Ja, dank u wel voorzitter. Er leven flink wat emoties rondom dit bestemmingsplan.
Wat D66 betreft is dit een mooie en noodzakelijke ontwikkeling voor Mierlo-Hout. Het plan bevat onder andere 170 zorgwoningen en een groene buitenruimte wat ook belangrijk is voor de continuïteit voor de zorg van Savant in Helmond. Het huidige zorgproces voldoet niet meer aan de eisen en het is niet aan vervanging toe. Het maatschappelijk belang is hier dus mee gemoeid wat meerdere fracties hebben aangegeven. Er zijn maar een beperkt aantal zienswijzen, drie in totaal. En deze zienswijzen zijn uitvoerig beantwoord en hebben ook geleid tot aanpassingen, dus dit stemt ons positief. We werden echter verrast door de insprekers tijdens de commissievergadering waarbij er 44 omwonenden tegen het bestemmingsplan zouden stemmen en dat participatietraject ook niet goed doorlopen zou zijn. Wat ons betreft was het wel erg aan de late kant. De informatie die wij na de commissievergadering ontvangen hebben werpen echter ook een ander licht op de zaak. Er zijn vele contactmomenten geweest met de stakeholders en ook met omwonenden. Zo zijn er bijeenkomsten georganiseerd bij Savant waar vooral buren en ook andere belanghebbenden een uitnodiging hebben gekregen en ook op die manier geïnformeerd zijn over het plan. Er zijn dus volgens onze fractie voldoende inspanningen geleverd vanuit de initiatiefnemers.
Daarnaast ontvingen wij ook nog een positieve brief aan de wijkraad Mierlo-Hout en ondernemersvereniging waarin zij aangaven volmondig in te stemmen met het plan. Wel vragen we aandacht voor het beperken van de overlast voor de directe omgeving zoals Bakkerij Dirks en ook de omwonenden. De locatie is midden in Mierlohout, dus ook hier moet rekening worden gehouden tijdens de bouw- en ontwikkelfase. Wij begrijpen dan ook zorgen van de omwonenden. D66 vindt het belangrijk dat de partijen met elkaar in gesprek blijven zodat het plan in gezamenlijkheid en met betrokkenheid van omwonenden gerealiseerd kan worden. Daarbij moeten eventuele aanpassingen aan het plan mogelijk blijven. Daarnaast zien we ook een coördinerende rol weggelegd voor de gemeente. Hoe denkt de wethouder hierover? De fractie van D66 kan in ieder geval instemmen met het voorstel. Tot zover in eerste instantie. De voorzitter: Dank u wel de heer van den Boogaard. Ik kijk even naar de zijde van de gemeente of er nog insprekers zijn. De heer Boetzkes.
De heer Boetzkes: Voorzitter, dank u wel. Ik heb eigenlijk een vraag aan de wethouder. Er wordt veelvuldig ook in deze bijdrage gesproken over het aantal zienswijzen en ik kan mij herinneren dat in vorige zienswijzen stond in de eerste kolom indien een zienswijze ook wie had dat ingediend en hoeveel personen dat betrof. Wellicht kan zij duiden waarom dat hier niet is en dat die discussie zijn het er nou drie, zijn het er meerdere? Vandaar. De voorzitter: Wethouder De Mare. Of wethouder De Mare … De heer De Mare: Dank u wel. De voorzitter: Ik was al bezig om de wethouder het woord te geven. De heer De Mare: Ik heb weleens begrepen dat mensen vinden dat we een breed college hebben, maar het wordt wel steeds breder eerlijk gezegd. Het zijn er al negen. De voorzitter: Ik zat met mijn hoofd al verder. Zegt u het maar, de heer De Mare. De heer De Mare: Dank u wel. Mijnheer Boetzkes, diezelfde vraag had ik gelijk dinsdag, kwam dinsdag na de commissievergadering bij mij op, want volgens mij hebben wij het recht om dat te weten. Die heb ik ook aan de griffie gevraagd en daarom is er sinds gisteren in Notubox een exemplaar van de nota van zienswijze waarop alle namen te zien zijn. Daarom sprak ik in mijn bijdrage, maar in alle eerlijkheid, de heer Bril als inspreker noemde dat ook al, het feit dat de inspraak is benoemd door zes verschillende gezinnen.
De heer en mevrouw Bril met hun bedrijf ook en vijf gezinnen, dus geen andere buren. Het zijn drie gezinnen aan de ene straat en drie gezinnen aan de andere straat, dus dat staat nu gewoon in onze stukken. Ik ben het met u eens en ik heb ook begrepen van de griffie dat dat inmiddels dan tot een soort standaardmethodiek gedaan zal worden dat er extra in een verstrekking van nota van zienswijze geanonimiseerd wordt en dat intern voor ons de namen bekend zullen zijn. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Dank u wel voor uw toelichting en daarom dacht ik al, want de wethouder had dat ook kunnen vertellen, dus dat het al in mijn hoofd zat dat de wethouder dat had kunnen doen dus. Ja hoor, helemaal super. Ik geef na de uitgebreide inbreng van de zijde van uw gemeenteraad het woord aan wethouder van der Waardenburg en ik zou u willen vragen om even ook de wethouder uit te laten spreken, maar ook vooral niet in de beleving en het debat te komen om nieuwe zienswijzen en nieuwe zaken wel goed met elkaar te bespreken, maar telkens te herhalen dat houdt alleen maar op, dus het zou wethouder Van den Waardenburg willen vragen over te gaan tot het beantwoorden en de reactie op de inbreng. Mevrouw Van den Waardenburg Dank u wel voorzitter.
U heeft lang met elkaar gesproken over dit bestemmingsplan en als ik het zo mag distilleren is er op zich ook wel draagvlak voor het bestemmingsplan gelet op de visie die Kompaan en Savant ook in het bestemmingsplan in hebben gebracht. Maar het is vooral heel lang gegaan over participatie en is het nou een goed participatieproces geweest of niet? Daar heeft u vooral ook lang met elkaar over gesproken. Er is echt jarenlang een uitgebreid participatieproces geweest. Alle contactmomenten zijn naar u toegestuurd en het participatie beleid an sich, dus even los van deze casus, dat komt nog naar u toe en ik zou haast willen, laten we dat heel snel doen, want de dilemma’s en discussies heeft u ook hier met elkaar gevoerd. Hoe bereiken we iedereen? Bereiken we niet alleen de mensen die het meeste schreeuwen? De nee-nee-sticker, alles is hier voorbij gekomen. Ik denk hele goede input ook voor het participatiebeleid en ik zou u dan ook willen uitdagen om dat heel goed uit elkaar uit te kristalliseren, want het is ontzettend moeilijk discussiëren met elkaar als er insprekers zijn en dan maar concluderen met elkaar dat
het geen goed participatieproces is geweest. Nogmaals, er zullen altijd mensen, hopelijk niet, maar er zullen mensen tegen kunnen zijn en dan wil het nog niet zeggen dat het participatieproces niet goed is geweest. Als het over zienswijzen gaat, wil ik u nog even meegeven dat dat ook telefonisch kan, dus dat is uitgebreid gecommuniceerd, maar dat zullen wij nog een keer extra op de website benadrukken, dus ook de mensen die wat minder goed zijn in woord op papier te zetten, dat kan telefonisch. Er werd aangegeven door het CDA, even kijken, ja, en ook door de Partij van de Arbeid wel van: is daar nog een uitgestoken hand ook richting bewoners om daar met elkaar in gesprek te gaan? Toen heeft ook VVD aangegeven en ook GroenLinks dat juist bijvoorbeeld over de inrichting van dat plan de uitgestoken hand is zowel van Kompaan als Savant om daar met elkaar ook zeker de toekomst over elkaar te spreken en ook een van de stukken die u heeft ontvangen ziet u ook een lijstje, volgens mij betrof het een gespreksverslag van thema’s en punten die nog met elkaar kunnen worden besproken ook al is het bestemmingsplan vastgesteld.
Voor Dirks, dat wil ik best nog een keer toezeggen, mijnheer Van den Burgt, als het gaat over de bedrijfsvoering, jazeker, die vinden wij ook van belang en daarom is die voorwaardelijke verplichting ook in het bestemmingsplan opgenomen dat een bedrijf gewoon kan draaien zoals het nu draait. En ten aanzien van de geluidsmeting, de vraag van Forum, is het niet zo dat Dirks zich nu zou moeten aanpassen op de nieuwe bebouwing die daar komt, maar juist die geluidsmeting die wordt uitgevoerd zodat het bouwplan kan worden aangepast op Dirks. Dan nog heel kort wat vragen die hier en daar zijn gesteld aan elkaar vooral als het gaat over die kantoorfunctie, dan wil ik daar nog vooral meegeven dat die kantoren ook echt gebonden is aan Savant, dus het is niet zo dat daar maar kantoren verhuurd worden, maar dat is juist een mix met de omgeving, maar juist voor Savant te gebruiken en dat is ook in het bestemmingsplan opgenomen. En dan nog vragen over waarom meerdere bouwlagen? Daar hebben wij als gemeente ook lang mee met de initiatiefnemers gesproken en uiteindelijk is wel gedacht aan een hoogte-element, in ieder geval aan de hoogtegraad om die toe te voegen. De externe veiligheid die is uitgebreid inderdaad aan u beantwoord. Het is vooral van belang voor nieuwe bewoners en de initiatiefnemer heeft niet daarin ondersteund in die beantwoording.
Die heeft in die zin ook niet zo heel lang geduurd, want de vragen zijn gister vastgesteld. Man en macht ambtelijk is er echt aan gewerkt en het betrof ook veertien zeer specifieke vragen, dus nee, daar hebben initiatiefnemers niet aan meegewerkt. De voorzitter: Mijnheer Boetzkes. De heer Boetzkes: Ik wel reageren op uw opmerking over de hoogte, maar nogmaals, dank voor de beantwoording van de vragen richting de ambtelijke ondersteuning. De bouwhoogte heeft u natuurlijk een sterke relatie met de verdichting die we allemaal tegemoet gaan zien met de groei van onze stad. Ik opperde de suggestie voor een verdichtingsvisie. Ik ben wel benieuwd hoe u daarover denkt. De voorzitter: Wethouder. Mevrouw Van den Waardenburg: Ik hoor het u zeggen. Ik weet dat Eindhoven het ook heeft. Ja, een hoogtevisie had u het volgens mij over. Nu heeft u het over een verdichtingsvisie, maar in principe, ik wil daar best eens naar kijken of dat iets voor Helmond is. Ik kan daar nu geen ja of geen nee op zeggen, want ik weet niet of dat van belang is ook in het kader van de omgevingsvisie die er bijvoorbeeld ook al aankomt en ik ook ambtelijk eigenlijk geen dubbel werk wil laten doen, maar ik neem deze suggestie zeker mee om te bekijken of dat voor Helmond iets is. De voorzitter: Oké, u vervolgt uw betoog. Mevrouw Van den Waardenburg: Ja, ik was eigenlijk wel door de vragen heen, voorzitter.
De voorzitter: Oké. Dan kijk ik even naar de zijde van de gemeenteraad voor de tweede termijn. Wie wil er gebruik maken van de tweede termijn? De heer Peters, de heer Van de Brug. De heer Peters. De heer Peters: Ja, dank u wel voorzitter. Als u het toestaat van mijn plaats, zo zeiden we dat in de provinciale Staten altijd, dan zei de commissaris: nee, naar het spreekgestoelte, maar u bent wat toeschietelijker wat dat betreft. De voorzitter: Dat zeg ik niet. De heer Peters: Het zal er misschien mee te maken hebben dat het de een na laatste raadsvergadering voor het zomerreces is, maar goed. Ik dank de wethouder in ieder geval voor een tweetal toezeggingen naar mijn fractie toe die ik wel heel erg waardevol vind en ik heb u ook horen zeggen: natuurlijk, als een bestemmingsplan is vastgesteld dan staat het denken en handelen niet stil, dus je blijft met elkaar in gesprek. En misschien een suggestie in tweede instantie, kunnen wij niet eens onderzoeken, want dat geluid komt vaker vanuit Mierlo-Hout, zeker bij plannen die er straks nog gaan komen, over dat stuk van de hoofdstraat vast kunnen onderzoeken of dat een dertig kilometerzone kan worden.
En ik refereer even aan het ambitieakkoord waar dat met hele dikke letters in staat, dus dit lijkt mij een gouden kans, maar dan moet de wethouder mij even helpen, want volgens mij is het zo dat als een straat een dertig kilometerzone is dat dan de normering voor wat betreft geluidsoverlast anders is bij bouwprojecten dan als dat vijftig kilometer is, maar ik kan het mis hebben. Ik ben geen techneut op dat gebied. Tot zover. De voorzitter: Oké. Dank u wel. De heer Van de Brug. U kunt van uw plaats spreken, tenzij u kort bent. Als u een wat langer betoog heeft zou ik u toch willen vragen ook zeker met een volle publieke tribune is het ook mooi weer als u gebruik maakt van het spreekgestoelte. De heer Van de Brug: Dank u wel voorzitter. Dan is weer de vraag: wat is lang en wat is kort? Dus dat is weer het dilemma waarmee ik te maken krijg, maar ik denk dat ik het wel kort kan houden toch, dus ik doe het van deze plek. Bij iedere bestemmingsplanwijziging dienen wij als raad een afweging te maken tussen de belangen van de direct betrokkenen en het algemeen belang. In deze casus prevaleert voor de VVD het algemene belang. Gezien de vergrijzing van onze bevolking en de druk die dit oplevert op de voorzieningen van onze kwetsbare ouderen is het noodzakelijk dat er een nieuwe voorziening komt zodat ook toekomstige zorg geborgd blijft.
Ook op basis van het aantal ingediende zienswijzen kunnen wij niet anders concluderen dan dat er breed draagvlak is voor deze plan ontwikkeling. Maar dan moeten we nu wel aan de slag. Kortom, voorzitter, wij kunnen akkoord gaan met het voorstel. Tot zover. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Mevrouw Maráczi, van uw plaats? Mevrouw Maráczi: Ja, heel kort. De voorzitter: Goed zo. Mevrouw Maráczi: Ja, ja. Ik had geen bijdrage. Ik wil ook deze vergadering afwachten, maar wij kunnen eigenlijk alles gehoord hebbende, ik vond dat de heer Van de Mare heel erg aansloot bij onze visie, dus die deel ik, en alles afwegende kunnen wij instemmen met het bestemmingsplan. De voorzitter: Oké. Dank u wel. De heer Van de Mare heet de heer De Mare. Dank u wel. Mevrouw Spoek.
Mevrouw Spoek-van Dinther: Ja, ik hoor nu al meerdere eigenlijk soort van stemverklaringen, denk ik, als ik het zo mag zien. Ik weet het niet. De voorzitter: Nee, ik ben gewoon bezig met de tweede termijn en de heer Heller had uw eerste termijn en doet u nu de tweede termijn? Mevrouw Spoek-van Dinther: Ik doe geen tweede termijn. De voorzitter: Wat gaat u dan doen? Mevrouw Spoek-van Dinther: Ik ben benieuwd voordat we dadelijk hierover gaan stemmen, wordt er nog geschorst? Want anders zouden we denk ik als volksvertegenwoordiger de inbreng van de mensen die ingesproken hebben … De voorzitter: Nou, is dat toch uw eigen recht, dus ieder individueel raadslid kan op enig moment, maar het moet een beetje een logisch moment zijn, vragen om schorsing en op dit moment zijn we bezig met de tweede ronde om eens te kijken wat er nog leeft in de raad om dan vervolgens de wethouder nog het woord te geven. Dan zal ik overgaan om te kijken of ik kan stemmen. Misschien is dat een logisch moment als u daar nog iets op een andere manier iets zou willen zeggen. Dan kan dat. Ja? Mevrouw Spoek-van Dinther: Dat vroeg ik me af. De voorzitter: Wie nog aan de zijde van de gemeenteraad? De heer Boetzkes. De heer Boetzkes: Voorzitter, dank u wel. Helder Helmond ziet veel potentieel in dit plan. Gelijktijdig ervaren wij onnodig veel en ook onvoldoende onderbouwde druk om nu snel een besluit te nemen.
Dat gaan wij toch doen. Stedenbouwkundig hebben wij vraagtekens gerelateerd aan de bouwhoogte als ook het restrisico, dus wij zullen direct tegen stemmen. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Dan kijk ik even aan de zijde van de gemeenteraad. Zijn er nog vragen of aanvullende …? De heer Heller. De heer Heller: Ja, ik krijg misschien het verwijt dat ik weer in herhaling ga vallen, maar ik wil toch nog een keertje het onderscheid maken tussen het algemeen belang voor de zorg waarvan ik denk dat er niemand in deze zaal is die daar bezwaar tegen heeft, maar wel de manier waarop. En voor mij is nog steeds niet honderd procent duidelijk of die extra ruimte die daar gecreëerd wordt als genoemde kantoorruimte of dat ook alleen maar is voor het personeel van de zorg te plaatsen of dat dat ook een soort centralisatie betreft voor de organisatie Savant, want volgens mij zit daar namelijk heel veel druk op volgens de omwonenden, want dat zou namelijk consequenties hebben voor de omvang. Tot zover. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Anderen nog? Nog even tot slot de wethouder het woord. Wethouder Van den Waardenburg. Mevrouw Van den Waardenburg: Dank u voorzitter. Ik heb nog een vraag van het CDA gehoord. Dat is een veelgehoorde wens van de wijkraad inderdaad om de hoofdstraat een dertig kilometerzone te maken.
Destijds toen het plan zeg maar ook richting het college kwam van: wilt u misschien meewerken aan een upgrade van het zorgcentrum? Toen is die vraag ook al gesteld. Toen is ook wel met de verkeersdeskundige gekeken van: wat gaat het verkeer doen als je er een dertig kilometerzone maakt? Want je gaat dan ook de weg op een
andere manier inrichten. Je kunt er wel een bord in de grond timmeren, maar er moet meer gebeuren dan dat en de verkeersstromen die gingen zo, uit mijn hoofd, leggen zoveel druk op de andere straten in Mierlo-Hout dat dat ook niet wenselijk was, dus het is niet dat wij dat bij deze aan u teruggeven van: dit zal nooit meer besproken worden met de gemeente, maar weet wel dat daar studies naar zijn gedaan en dat er op dit moment eigenlijk in ieder geval door verkeerskundigen werd gezegd: op dit moment is het niet wenselijk om daar al een dertig kilometerzone van te maken. De voorzitter: Oké. Andere punten nog? Dat was het einde van uw tweede bijdrage? Oké, dan hebben wij nu de gedachtewisseling gehad. Eerst de tweede termijn van de zijde van het gemeenteraad en de zijde van het college. Nu zou ik willen overgaan tot stemming van het voorstel dat er ligt. Kan ik overgaan tot stemming? Ja, mevrouw Spoek. Mevrouw Spoek-van Dinther: Ik verzoek een schorsing. De voorzitter: Hoeveel tijd heeft u nodig? Mevrouw Spoek-van Dinther: Een minuut of drie. De voorzitter: Drie minuten. Dan mogen we gewoon blijven zitten. Dat is prima. Dan schors ik de vergadering drie minuten. Oké, de drie minuten zijn voorbij. Ik zou de griffier willen vragen of de partijen weer in de raadzaal willen vervoegen. Ik heropen de vergadering. Neemt u plaats.
Het is gebruikelijk dat degene die de schorsing heeft gevraagd nu het woord krijgt, dus u kunt nu het woord nemen. Mevrouw Spoek. Mevrouw Spoek-van Dinther: Nou, ik wil eigenlijk alleen maar een ding zeggen, dat het bijzonder is dat de rest niet de behoefte voelt om met de fracties te overleggen, dus eigenlijk vooraf al dingen besloten leken te hebben. That’s it. De voorzitter: Mevrouw Tamarinof. Mevrouw Tamarinof: Wij hebben hier in de zaal overlegd. De voorzitter: Oké, maar we hoeven niet te vertellen hoe we allemaal overleggen. U mag zelf beslissen hoe u met uw fractie communiceert en dat is in ieder zijn recht. Oké. Daarvan akte zou ik zeggen en ik zou nu over willen gaan naar de stemverklaring om te stemmen en alvorens ik dat doe vraag ik of er behoefte is aan een stemverklaring. De heer Peters. De heer Peters: Ja, de CDA-fractie heeft de behoefte aan een stemverklaring. Ik denk dat er een goed debat geweest is, dat er ook over en weer zaken goed zijn gewisseld. Ik onderstreep nog een keer aan alle partijen om toch te kijken naar een stukje consensus al gaat het nooit helemaal lukken, maar het algemeen belang is van ons van dermate groot gewicht dat wij voor deze bestemmingplanwijziging zullen stemmen. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Wie nog meer behoefte aan een stemverklaring? De heer Van der Burgt. De heer Van der Burgt: Ja, dank u wel voorzitter.
Alles gehoord hebbende en in het kader van het algemene belang en maatschappelijk belang zal Lokaal Sterk voor stemmen. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Anderen nog voor een stemverklaring? De heer Fkihi van DENK.
De heer Fkihi: Ook wij zijn voor het algemeen belang, maatschappelijk belang, dus zodoende gaan wij voor stemmen. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Anderen nog voor een stemverklaring. Nee? Dan zou ik willen vragen: kan er gestemd worden met hand opsteken? Ja? Dan wil ik vragen: wie is voor dit plan? Wie is tegen dit plan? Tegen is Helder Helmond en Forum voor Democratie en daarmee is een meerderheid voor en is het plan aangenomen, het raadsvoorstel althans. Ja? Oké. Het plan is aangenomen. Ja, de publieke tribune kijkt even, maar ik ga vervolgens door naar het volgende agendapunt. Ja, ik wil ook wel drie minuten schorsen dat u zich kunt vervoegen, hoor. We wachten wel even. De heer …: Misschien zijn ze wel benieuwd naar de andere agendapunten. Dat kan ook. De voorzitter: Jawel, mag, maar ik zie dat er beweging achter u is. 10. Jaarverantwoording 2021 De voorzitter: Oké, wij hervatten de vergadering en we gaan door naar agendapunt tien. Dat gaat over de jaarverantwoording 2021 en de fracties van GroenLinks, VVD en CDA hebben een voorbehoud gemaakt en het CDA, de heer Vervoort wil het woord voeren. De heer Vervoort. De heer Vervoort: Dank u wel voorzitter. Dank en onze complimenten aan de ambtelijke organisatie en de accountant voor het vele werk dat toch jaarlijks op ons af gaat komen en om tijdig een goedgekeurde jaarrekening te mogen ontvangen.
Het CDA heeft in de commissievergadering aan de wethouder met klem gevraagd om een betere inschatting van de jaarlijkse begroting te maken. Een afweging van een paar miljoen is acceptabel, maar een verschil van bijna zestig miljoen is echt te veel. Dit standpunt wordt ook gedeeld door onze accountant. De wethouder heeft dit ook toegezegd om er alles aan te doen om een betere aansluiting. Daarnaast hebben wij ook een voorstel gedaan om de accountant op de eerstvolgende bijeenkomst van het auditcomité uit te nodigen om samen met het auditcomité en de accountant even terug te kijken op onze jaarverantwoording 2021. Al met al kan het CDA instemmen met de jaarrekening en met het voorgestelde in het raadsvoorstel nummer 53. De voorzitter: Dank u wel de heer Vervoort. Zijn er nog andere insprekers? De heer Manders. De heer Manders maakt gebruik van het spreekgestoelte. Nou, wat fantastisch. De heer Manders: Ik luisterde vroeger altijd heel goed naar de docenten en de baas. De voorzitter: Vroeger, vroeger. De heer Manders: Nou, ik ben wat opstandiger geworden, dat klopt. De voorzitter: Maar nu ook nog wel. Nu ook nog wel. De heer Manders: Zeker. Geachte raad, beste college. Op het eerste gezicht mag het een wonder heten dat we in de jaarverantwoording 2021 een positief resultaat zien van 18,9 miljoen. Het is geen normaal jaar geweest.
Sterker nog, we hebben meer dan zes miljoen kunnen toevoegen aan de algemene reserve om de tegenvallers in de toekomst op te kunnen vangen. Onze financiële gezondheid is momenteel dus gewoon goed. BDO accountants heeft de stad zelfs een acht gegeven hebben we begrepen van de wethouder, een oproep aan het nieuwe college om die financiële gezondheid zo te houden lijkt me. Onze fractie wil echter er wel op wijzen
dat veertig procent van dit bedrag resultaat bestemmingen zijn. Voor de luisteraars thuis en de financiële leken onder ons betekent dat dat we dat geld niet konden uitgeven omdat we de capaciteit niet hadden, omdat we niet bij machte waren, omdat we gewoon de mensen niet hadden om die plannen uit te voeren. In de voorjaarverantwoording, in de jaarverantwoording, sorry, staat herhaaldelijk geformuleerd: de voornaamste oorzaak is de personele onderbezetting. De personeelscrisis zorgt dus momenteel letterlijk en figuurlijk dat de grenzen bereikt zijn aan de Helmondse groei, dat de grenzen om iets te realiseren bereikt zijn, dat onze ambities heel hoog kunnen zijn, maar dat we ze niet kunnen verwezenlijken. Misschien kunnen we daarom in de toekomst beter wat minder ambitieus zijn en ons richten op een kleiner aantal speerpunten en die speerpunten dan ook echt te realiseren. Onze accountant wees terecht op de spanningen die ontstaan zijn tussen politieke plannen enerzijds en de realiseerbaarheid van die plannen anderzijds. Een van de grootste uitdagingen voor ons, voor Helmond wordt dan ook om in een volledig overspannen arbeidsmarkt niet alleen voldoende mensen te werven, maar ook deze mensen te behouden.
Dat moeten we doen met bijvoorbeeld marktconforme salarissen, voldoende ontwikkelingsprogramma’s en een prettige leef- en werkomgeving, en met het huis voor de stad dat in aanbouw is, zijn we daar in ieder geval op de goede weg. Maar onze fractie denkt ook dat we op termijn echt niet kunnen ontkomen aan verregaande regionale samenwerking en een goed luisteraar heeft daar denk ik genoeg aan. Dezelfde accountant merkte trouwens op dat de doelstellingen in Helmond niet concreet genoeg geformuleerd zijn. Zo staat er in de jaarverantwoording dat we succesvol waren in het creëren van een jeugdvriendelijke stad met gelijke kansen voor iedereen en het analyseren, formuleren van ambities en in het schrijven van ontwikkelingsprogramma’s zijn we heer en meester in Helmond, maar onduidelijk is waarop we het college nu echt kunnen aanspreken. Wanneer hebben we onze doelen bereikt? Hoe kunnen we de resultaten van het beleid meten? In het bedrijfsleven heeft men het dan over KPI’s. Een van die KPI’s zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat we het percentage kwetsbare jongeren dat in Helmond best gevoelig is voor een carrière in de drugs, we hebben er allemaal over gelezen, terug gaan brengen de komende vier jaar van 13,7 naar onder de tien procent.
Dat zou een heel mooi doel zijn en dan kunnen we over vier jaar zeggen: dat hebben bereikt of dat hebben we niet bereikt en daar hebben we zoveel geld in gestopt. Ook Helmond hoort gewoon zijn zaakjes smart richting te geven, smart te formuleren, dus we roepen het college op om in ieder geval de begroting van 2023 te doen en de heer Snijders heeft, ik zie hem nog zitten, in de adviescommissie het gehele college, ook in het bijzonder de wethouders van buiten al uitgedaagd om ook persoonlijke doelstellingen te formuleren die een positieve bijdrage gaan leveren voor de stad Helmond en ik heb begrepen dat wethouder De Kort heeft dat toegezegd om hiermee aan de slag te gaan en wij hopen ook dat de rest van het college die toezegging gaat doen. Tot zover de bijdrage van de VVD. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik kijk even aan de zijde van de gemeenteraad of er nog in eerste instantie inbreng is. Zo niet, dan geef ik wethouder De Kort het woord. U heeft al wat toegezegd heb ik begrepen, dus … De heer De Kort: Ik begrijp het ook, voorzitter. Nee, goed, een korte reflectie. Het CDA, inderdaad, dat hebben we zo besproken en betere inschatting heb ik vorige keer ook op gereageerd. Daar hecht ik zelf ook enorm aan. Dat vind ik ook echt van belang.
We kunnen heel veel begroten, we kunnen heel veel afspreken en dan sluit ik eigenlijk meteen vloeiend aan op het verhaal van de heer Manders. We hebben het daar vorige week ook over gehad, zeker ook gezien die uitvoeringscapaciteit, dat is gewoon een feit. We zien dat we als Helmond … We hebben heel veel ambtenaren die heel hard werken, maar we hebben ook gewoon een onderbezetting gezien alles wat op dit moment aan het doen zijn. Daar komen we ook zeker met elkaar op terug in het kader van de begrotingsbehandeling. Hoe gaan we om met capaciteit? Hoe gaan we ook om met de middelen die nodig zijn? Niet alleen voor mankracht, maar ook voor automatisering en dergelijke los van de ambities die we met elkaar bespreken en we hebben ook heel duidelijk aangegeven: we gaan ook heel
duidelijk kijken, dat kwam ook naar aanleiding van meerdere vragen, onder andere van mevrouw Spierings, dat we heel kritisch moeten gaan kijken naar een stukje prioritering en dat kan ook betekenen dat we ook een keer bij u terug komen en zeggen: ja, gezien de mankracht die we hebben, zelfs al wil je uitbreiden, je hebt ze nog niet morgen, kan het ook zijn dat we met elkaar andere prioriteiten afspreken. De begroting is daar vanzelfsprekend een eerste moment voor. Tegelijkertijd, u geeft ook aan met betrekking tot KPI. U weet, ik kom ook uit het bedrijfsleven, ik geloof daar erg in. Het is tegelijk soms ook wel lastig, maar dat is ook een mooi proces dat we met elkaar ook aan kunnen gaan, als er nieuw beleid voorligt, ga ook met elkaar kijken: vinden we dit concreet genoeg? Wat gaan we nu echt bereiken? Daar zie ik ook een rol voor uw raad om daar ook kritisch op te reflecteren bij ons. 23, ja, u weet hoe het werkt met een begrotingsproces, we zitten al volop in voorbereiding. Ik wil graag wonderen verrichten, maar ik zit er een paar weken en ik wil mijn best doen om zoveel mogelijk concreet te worden, te sturen, herprioriteren, et cetera, maar ik heb ook vorige week in de commissie aangegeven dat het ook een proces is dat langer duurt dan de komende paar weken in welke tijd we bezig zijn met de begrotingsvoorbereiding.
Dus een kleine winstwaarschuwing, we doen wat we kunnen in 23, maar er zijn een ook een hoop dingen zijn die we tussen de begroting van 23 en het begin van 24 zullen doen en daar zijn natuurlijk ook allerlei momenten dat u als raad ook in de gelegenheid komt, dus die kanttekening wil ik gewoon maken onder het mom van een stukje verwachtingsmanagement en verder hoor ik u allerlei zaken zeggen die we ook als college waar wij erg aan hechten, mensen goed vanzelfsprekend fatsoenlijk betalen, maar ook goede ontwikkelingsprogramma’s. U geeft zelf het huis van de stad al aan als een prettige werkomgeving. Ik zou er nog in ieder geval aan toe willen voegen, ja, we hebben als Helmond misschien veel ambities, maar we zijn ook echt een ongelooflijk gave stad waar een heleboel hele mooie dingen gebeuren en nog staan te gebeuren, ook met het oog op waar we mee bezig zijn met de schaalsprong, met onze automotors, met onze slimme wijken, met eigenlijk het hele collegeprogramma, maar ook de programma’s van vorige coalities. We zijn hier met heel veel mooie dingen bezig, dus ik mag ook hopen die uitstraling willen we in ieder geval ook als college hebben dat dit wel een hele mooie gemeente is, zeker in deze tijden om ook voor te werken, dus we zullen ook zeer zeker inzetten op een hele positieve houding op het moment dat we mensen gaan aanwerven.
We hopen dat men zeer graag hier willen werken, dat we snel de capaciteit op orde hebben, snel de juiste mensen hebben die ons helpen om onze ambities te verwezenlijken. En dan heb ik volgens mij de punten die u heeft aangeraakt in ieder geval beantwoord en er zaten niet echt specifieke vragen volgens mij verder in. De voorzitter: Mevrouw Meulenbroek. Mevrouw Meulenbroek: Ja, dank u wel wethouder de Kort. Het is maar een heel klein puntje, maar als ik denk aan de diversiteit en dan denk ik ook aan mijn collega Fkihi van het ambtelijk apparaat is het misschien toch beter om vanaf nu niet meer over mankracht te praten maar over menskracht. De heer De Kort: Ik vind het een bijzonder mooie suggestie en de her Fkihi heeft van de week ook wat vragen gesteld met betrekking tot ons beleid op het gebied van inclusiviteit, daar heeft u ook de antwoorden van kunnen lezen, dus dat is inderdaad een groot speerpunt, dus het is gehoord en ik ga het proberen, maar corrigeer me er gerust op. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Ik kijk even aan de zijde van de gemeenteraad of er nog vragen zijn in de tweede termijn. Zo niet, mag ik dan met u overgaan tot stemming? Het gaat met betrekking tot het raadsvoorstel 53. Kan er gestemd worden met hand opsteken? Ja? Zo ja, wie is voor? Wie is tegen? Dan is het unaniem aangenomen.
11. Meerjarenplanning en financiering hoogspanningsmasten De voorzitter: Dan gaan we met uw goedvinden naar agendapunt elf, dat is de meerjarenplanning en de financiering van de hoogspanningsmasten. Wie kan ik daar het woord over geven? Mevrouw Willems, de heer Van de Werff, de heer Van Sas, de heer Heller, de heer Stevens. Mevrouw Willems. Mevrouw Willems-Kardol: Ja, dank u wel voorzitter. Allereerst complimenten aan wethouder Van den Waardenburg voor de uitgebreide beantwoording van de technische vragen en heel fijn dat dit jaar een meting van elektrische straling gaat plaatsvinden. In Nederland ontstaan jaarlijks ongeveer 135 nieuwe gevallen van leukemie bij kinderen. Er zijn aanwijzingen dat kinderen die in de buurt van bovengrondse elektriciteitsleidingen wonen een tot ongeveer 2,5 maal hogere kans hebben om deze ziekte te krijgen dan andere kinderen, aldus de gezondheidsraad in 2018. Veel Brandevoortse inwoners in de omgeving van hoogspanningskabels hebben zorgen over de mogelijke invloed op de gezondheid. Die zorgen nemen wij als VVD serieus. Daarnaast zijn de masten en kabels op veel plekken duidelijk zichtbaar en het ondergronds brengen, oftewel verkabelen zou het woon- en leefmilieu van Brandevoort kunnen vergroten.
De recentelijk opgeleverde huizen in Liverdonk, ‘…’ staan dusdanig dicht bij de hoogspanningsmasten gebouwd dat ze net vallen binnen de magneetveldzone die reikt tot vijftig meter en dat kan gezondheidsrisico’s opleveren. RIVM 4.1 adviseert namelijk een afstand tot de hoogspanningsmasten van 75 meter. In 2024-2025 wordt echter de 380 kV nog zwaarder belast waardoor de huidige magneetveldzone opschuift van vijftig meter naar zeventig meter en hierdoor komen nog meer woningen, waaronder de recent gebouwde woningen op Hazenwinkel, ‘…’ en de hoeves, Schrijvershoeve en Zandershoeve ook in de zone van woningen die te dicht bij de hoogspanningsmasten staan. Het is dan ook niet in het belang van deze omwonenden dat TenneT het net eerst zwaarder gaat belasten om vervolgens deze terug te dringen met het ondergronds brengen van de 150 kV naar zestig meter. Wenselijk zou zijn dat TenneT eerst 150 kV ondergronds brengt alvorens de 380 kV zwaarder te belasten. En ondanks dat TenneT het niet wenselijk acht, zouden we de wethouder wel willen verzoeken om te blijven aandringen op een voorspoedige verkaveling of fasesplitsing van de 350 kV met de aorta. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dankjewel. Dan kijk ik even. De heer Van de Werff. De heer Van de Werff: Ja, dank u wel voorzitter, college, de raad, kijkers.
Ik heb net in de schorsing even met TenneT gecommuniceerd en zij gaan een 150 kV lijntje leggen om hierboven in het plafond een grote straalkachel aan te leggen, want ik heb het koud. Voorzitter, allereerst dank voor het beantwoorden van alle technische vragen. Ik heb me er helemaal op vastgebeten en ik heb de video van dit punt hoogspanningsmasten uit de commissie nog eens goed nagekeken. De wethouder zei: we willen de 150 kV onder de grond. Wie zijn we? Want ik hoor daar niet bij. Ik wil graag een duidelijk antwoord. We zijn niet wettelijk verplicht om dit te doen allemaal. We doen dit uit: ze en een gemaakte belofte. Wie is dit beloofd? Graag een duidelijk antwoord. Wonen degenen waaraan de belofte gedaan is nog wel in Brandevoort? We willen alvast in de pijplijn staan, want het duurt minstens vijf jaar voor we weer aan de buurt zijn. De aorta van 350 kV kan volgens TenneT niet onder de grond. Vraag: waarom stond dit hiervoor genoemde niet in de uitgereikte stukken? Hierdoor werd een veel te technisch verhaal ineens heel anders. Nog een vraag. Tot 2019 had alleen de netwerkbeheerder TenneT zeggenschap over de verkabeling. Daar had de gemeente niks over te zeggen. Dit is schriftelijk vastgelegd, heb ik gevonden op internet, bij de gemeente. Wanneer is dan toch die belofte aan die mensen gedaan? Tot 2019 hadden wij immers niks te zeggen.
Wij hebben in de commissie geconstateerd dat de kosten voor ons maar liefst drie miljoen zijn, dat er geen causaal verband is tussen leukemie en magneetvelden van deze magnetische magnitude, dat het gezegde meten is weten staat als een
huis en dat de huizen op 45 meter staan en op 75 meter zouden moeten staan volgens de laatste metingen van het RIVM. Het onder de grond brengen van de 150 kV lijn zou de zone verkleinen naar zestig meter en dat is niet genoeg. En er is beloofd dat er go, no go momenten worden gecreëerd. En dat er ernstige zaken qua verontreiniging spelen, aldus GroenLinks. Dit heeft in de kranten gestaan. Iedereen in Helmond leeft gemiddeld een jaar korter dan de rest van het land omdat we zo een smerige stad zijn. Constaterend dat de gevraagde en ontvangen procesbeschrijving van TenneT alleen de algemene doorloop van een willekeurig project aangeeft zonder kritisch pad en milestones, daar kan Helder Helmond niets mee. IDO vorm kent iedereen, initiatief, definitie, oriëntatie enzovoorts enzovoort. Het paard wordt achter de kar gespannen, eerst de hoogspanning, toen de wijk, dan de nieuwe metingen gevolgd door angst zaaien door een dubieus artikel in de krant met een essentiële conclusie aan het einde dat er geen causaal verband is. Het aardmagnetisch veld in Nederland is vijftig microtesla. Dat is 120 keer zoveel dan de eis van het RIVM. Leg mij dat eens uit. Het RIVM, nou niet de meest betrouwbare partner is. De coronacrisis was er een mooi bewijs van. Er in 2016 al vragen zijn gesteld door uw partij, D66, en er is niets mee gebeurd.
We PFAS- en stikstofproblemen hebben en PFAS in Helmond ernstig is. De N279 zorgt voor tonnen fijnstof en decibellen geluidsoverlast. Gelukkig is daar de laatste weken iets aan gedaan over Rijpelberg en Dierdonk. We hebben een explosieve toename gezien van zwerfafval. Ikzelf heb iemand van de gemeente gesproken die dat bevestigde. Dat al bovenstaande bewezen feiten er zijn met een causaal verband. De meegeleverde stukken bij de commissie versluierend en camouflerend werkten en echter in de commissie alles duidelijk werd. We nog steeds stankoverlast hebben in het brouwhuis waardoor we de drie miljoen dus wel voor betere doelen kunnen gebruiken, namelijk luchtverontreiniging en verontreiniging bij iedereen. Het enige wat Helder Helmond kan goedkeuren is het onderzoek, want meten is weten. De rest is gebaseerd op een erg wankele niet plausibele motivatie, ook al krijg ik antwoord op de vragen. Tot zover in eerste instantie. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Van Sas van GroenLinks. De heer Van Sas: Ja, dank u wel voorzitter. Een korte bijdrage, want ik heb het net zo koud als de heer Van de Werff, dus de volgende keer een colbert aan doen in deze vrieskast. De GroenLinks fractie heeft twijfels bij het nu van het verkabelen van de 150 kV hoogspanningsleidingen.
Er is wetenschappelijk nooit een oorzakelijk verband aangetoond tussen magnetische velden van hoogspanningskabels en gezondheidsschade. Wel vinden wij het uitvoeren van magneetveldmetingen nuttig. Dat kan mogelijk onrust wegnemen. Onder toezegging van de wethouder dat voor de daadwerkelijke verkabeling teruggekomen wordt naar de raad kunnen we instemmen met het raadsvoorstel. Tot slot nog een opmerking over zorgvuldig woordgebruik. In het hele raadsvoorstel wordt gesproken over elektromagnetische straling. Met straling wordt normaal gesproken ioniserende, oftewel radioactieve straling bedoeld in relatie tot de hoogspanningskabels. We hebben het echter over elektromagnetische velden. Dat is essentieel anders. De negatieve gezondheidsaspecten van radioactieve straling zijn al lang en breed bekend. Daar is bij elektromagnetische velden absoluut geen sprake van. Door onzorgvuldig woordgebruik kan onnodig angst aangewakkerd worden. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel de heer Van Sas. Dan geef ik het woord tot slot … Oh, mevrouw Willems, u heeft een vraag? Mijnheer Van Sas, u heeft een vraag. Mevrouw Willems.
Mevrouw Willems-Kardol: Ja, voorzitter, ik vroeg me eigenlijk af, want de heer Van Sas die geeft net aan dat er geen bewijs is eigenlijk voor de gezondheidsrisico’s en ik vraag me dan eigenlijk toch af wat die draai teweeg heeft gebracht, want voorheen, uw collega Paul Smulders heeft op de weblog van Helmond best wel een aantal artikelen geschreven waarbij hij … Ik kan het voorlezen: de elektriciteitskabels brengen nogal wat gezondheidsrisico’s met zich mee, stroompjes in het lichaam opwekken, nou ja, ik kan nog wel even doorgaan,
maar u kent wellicht wel het artikel, dus toentertijd was GroenLinks fervent voorstander om de kabels in de grond te brengen vanwege de gezondheidsrisico’s en nu hoor ik dat de gezondheidsrisico’s dus schijnbaar niet een reden zijn van GroenLinks. Kunt u dat uitleggen? De voorzitter: De heer Van Sas. De heer Van Sas: Ik ken het verhaal van Paul Smulders niet, maar waar het over gaat, er is een correlatie met gezondheidsschade met de aanwezigheid van hoogspanningsmasten, maar dat is iets anders dan een causaal verband zoals de heer Van de Werff aangaf en daar hebben wij het hier over. Er is geen causaal verband. Dat is nooit wetenschappelijk aangetoond en dat is voor ons de reden om toch twijfels te hebben bij het verkabelen van die 150 kV lijn. De voorzitter: Mevrouw Willems. Mevrouw Willems-Kardol: Dus eigenlijk de gezondheidsraad waar de heer Smulders aan refereert in de weblog van Helmond waar ik ook aan refereer, het onderzoek van 2018 daar zegt u: daar geloof ik niet in. Is dat uw conclusie? De heer Van Sas: Nee, dat is geen kwestie van in geloven. Ook het RIVM en wetenschappelijk is er nooit een causaal verband vastgesteld. Er is een correlatie vastgesteld, maar correlatie wil niet zeggen dat er ook een oorzakelijk verband is en dat wordt vaak verward. Ik las laatst op een website in deze werd een vergelijking gemaakt tussen causaal verband en correlatie.
Er is een correlatie tussen de hoeveelheid ijsjes die verkocht worden en de hoeveelheid kinderen die verdrinken. Een correlatie wil niet zeggen dat er een causaal verband is. We gaan ook niet de verkoop van ijsjes verbieden omdat daardoor meer kinderen zouden verdrinken. De voorzitter: Mevrouw Willems. Mevrouw Willems-Kardol: Ja, ik vind dat GroenLinks een beetje laconiek omgaat met de gezondheid door deze vergelijking te maken. De gezondheidsraad zegt letterlijk dat er aanwijzingen zijn dat kinderen die in de buurt van bovengrondse elektriciteitslijnen wonen tot ongeveer 2,5 maal hogere kans hebben om leukemie te krijgen. Ik vind uw vergelijking met ijsjes dan een beetje niet gepast, maar er zijn aanwijzingen. Tuurlijk, dat zou misschien dan nog niet helemaal wetenschappelijk kunnen zijn, maar het risico dat er überhaupt een mogelijkheid is dat kinderen leukemie kunnen krijgen, is dat voor GroenLinks niet voldoende om te zeggen: weet je wat, wij nemen geen risico’s met gezondheid, dit moeten we gewoon willen op dit moment? De voorzitter: De heer Van Sas. De heer Van Sas: Ja, nogmaals, om even terug te komen op die vergelijking met ijsjes, dat ging over het verschil tussen causaal en correlatie. Dat had niks te maken met gezondheidsschade. Nu ben ik even uw vraag kwijt, sorry. De voorzitter: Over leukemie. De heer Van Sas: Ja, de gezondheidsschade.
Ja, ook het RIVM zegt: er is een correlatie, maar dat wil niet zeggen dat er een oorzakelijk verband is. De voorzitter: Wat zegt u?
De voorzitter: Nee, tot zover. De voorzitter: Tot zover. Ik zag daar nog de heer Van de Werff. De heer Van de Werff: Ja, mevrouw Willems, ik kan aansluiten bij de heer Van Sas. Als je gaat lezen over wat wordt geadviseerd om met telefoons te doen en met name bij kinderen en als je daarin gaat verdiepen en je duikt in de fuik van de zogenaamde wetenschappelijke artikelen en er staat ongetwijfeld wetenschappelijk artikelen tussen, maar dan geef je kinderen geen telefoon meer. En dan wil ik je nog een analogie vertellen. Mensen hebben het in de gemeente hier vaak ook over privacy, met name met de digitale media nu, maar iedereen van ons heeft ongeveer dertig tot honderd apps geïnstalleerd … De voorzitter: Heeft dat te maken … De heer Van de Werff: Heeft er digitale handtekening onder gezet waarmee je toestemt en dus uw privacy weggeeft. De voorzitter: Nee, maar hebben we het nu over de hoogspanningsmast? De heer Van de Werff: Ja. Ik wil daarmee zeggen dat mensen zijn heel vaak geneigd om te duiken in iets wat ze zelf willen wat wenselijk is om over te kunnen klagen. De voorzitter: We kunnen de hele wereld erbij halen, maar we kunnen even kijken naar dit agendapunt. De heer De Mare. De heer De Mare: Dank u voorzitter. In de commissie is ook gesproken over, de heer Van de Werff noemde het ook al, de go en de no go momenten.
Ik zou eigenlijk willen vragen voor deze discussie die zo gedetailleerd gaat over het wel of niet wetenschappelijk aangetoond zijn van een relatie tussen kinderen, leukemie en straling of de wethouder nog even kan uitleggen voor ons allemaal waar we eigenlijk ja tegen moeten zeggen, want volgens ons was dat een financieel voorstel en had u gezegd dat daar in eerste instantie het onderzoek uit wordt betaald en misschien kunt u zeggen wanneer u bij ons terugkomt om te kijken of de rest van dat geld ook besteed mag worden. De voorzitter: Oké, dank u wel. We gaan door naar de inbrengen en de heer Heller heb ik nog op mijn lijst staan en de heer Stevens, dus ik begin met de heer Heller en daarna tot slot de heer Stevens. Is dat goed? De heer Heller: Dank u wel voorzitter. De fractie van Forum voor Democratie heeft kennisgenomen van het raadsvoorstel twintig, betrekking op meerjarenplanning en financiering van de verkabeling van de 150 kV hoogspanningslijn die door de wijk Brandevoort loopt. Dit is kennelijk een onderdeel van de aorta van een veel groter gebied dan de gemeente Helmond, zeg maar de A2 op het gebied van de elektriciteitsvoorziening met een verbinding naar het buitenland.
Dit voorstel gaat ook weer gepaard met een zeer dik dossier met veel technische termen en de vraag om ook leesbaarder en voor de gemiddelde Helmonder te begrijpen stukken met een objectieve samenvatting is daarom wederom op zijn plaats. Zoals ook in de adviescommissie is gebleken, staan de planning en financiering niet los van zorgen die meerdere partijen hebben bij dit project, ernstige zorgen over de gezondheid van de Helmondse gezinnen die binnen de magneetzone van de hoogspanningsleidingen leven met alle mogelijke negatieve gevolgen voor hun gezondheid. Deze zorgen worden door Forum voor Democratie gedeeld aangezien duidelijk geworden is dat het onder de grond brengen van enkel de 150 kV lijn deze potentiële gezondheidsrisico’s niet wegneemt. Over de mogelijke
nadelige gevolgen van het leven onder of in de nabijheid van hoogspanningsmasten wordt al jarenlang wereldwijd gediscussieerd en processen gevoerd. De risico’s zouden niet bewezen zijn, maar daartegenover staan wel heel veel klachten al dan niet gerelateerd aan ernstige ziekte is. Niemand heeft het gelijk nog aan zijn kant. Hopelijk wordt een en ander snel duidelijker en kwalitatieve metingen kunnen hier hopelijk aan bijdragen. Voorzitter, terug naar de situatie in Brandevoort. Er wordt nu een besluit gevraagd voor een forse investering voor een langere termijn, ook met belastinggeld dat maar een keer kan en verantwoord dient te worden uitgegeven ten behoeve van de inwoners van de stad van Helmond, in dit geval van de wijk Brandevoort. De wethouder heeft in de commissie de garantie gegeven dat er een meerjarig stappenplan is waarbij de raad steeds zal worden geïnformeerd, de voortgang kan controleren en een oordeel kan vormen alvorens de volgende stap zal worden gezet. Daar zal Forum voor Democratie de wethouder ook aan houden. Forum voor Democratie wil benadrukken dat de gezondheid van de gezinnen altijd voorop dient te staan. Het doen van een onafhankelijke en betrouwbare meting is van groot belang om de juiste stappen te kunnen nemen om de magneetzone tot een minimum te beperken.