Verslag - Raad 12-07-2022
Tekst van het document
Compaen en Savant zetten zich beiden al meer dan honderd jaar zonder winstoogmerk in voor wonen en zorg in Mierlo-Hout. Dat doen wij in goed overleg en in samenwerking met onze omgeving. In het voorliggende plan is daar nog meer aandacht voor nodig. Dat beseffen wij, en vandaar ook onze inspanningen sinds 2018. Het is voor ons vanzelfsprekend dat naast de officiële besluitvormingsprocedures die in de uitwerking van het plan nog volgen, wij in gesprek blijven met iedereen die bij het plan betrokken is en dat we extra inzet gaan plegen om de ontstaande zorg bij de omwonenden weg te nemen. Dank u wel voor de aandacht. De voorzitter: Dank u wel, de heer Lobée. Ik kijk naar de zijde van de gemeenteraad. De heer Stevens. De heer Stevens: Ja. Dank je wel, voorzitter. Het is echt een technische vraag en het gaat even voor mijn beeldvorming. Klopt het dat wat ik net hoorde, dat de 2200 vierkante meter aan, hoe heet dat, kantoorruimte wordt gemaakt? En zo ja, als je dat dan door vijftig deelt, dan kom je op een heel hoog aantal vierkante meters per persoon. Dus mijn vraag is, klopt die 2200 vierkante meter wel? De voorzitter: Oké. Klopt de 2200 meter? De heer Lobée: Er is in het bestemmingsplan rekening gehouden met 2200 meter.
In die 2200 meter zitten dus de ondersteunende diensten, die vijftig medewerkers die overkomen van Savant, wat nu op de Steenovenweg zit, en daar zitten de zorg ondersteunende faciliteiten in die nu ook in Alphonsus zitten. De zusters die hebben
ook een vergaderplek nodig, de locatiemanager heeft ook een plek nodig. Die zitten allemaal bij elkaar in dat kantoor, of in die kantoorruimte. De voorzitter: Ja. De heer Lobée: En dat is ook niet één gebouw. Dat zit verspreid over meerdere plekken in het complex. De voorzitter: Oké. Maar antwoord is ja. De heer Lobée: Ja. Oh, sorry, excuus. De voorzitter: Nee, prima. Dank u wel. Ik kijk nog even naar de zijde van de gemeenteraad. Zo niet, dan dank ik de heer Lobée voor zijn bijdrage. En uw beraadslaging … Of uw bijdrage wordt meegenomen in de beraadslagingen. Dan komen we bij de laatste inspreker en dat is de heer Fondsen. De heer Fondsen spreekt ook op persoonlijke titel. De heer Fondsen, aan u het woord. De heer Fondsen: Mijn naam is Michiel Fondsen en ik ben één van de bewoners die een woning heeft in deze wijk. Ik wil graag beginnen met het voorlezen van delen van de gezamenlijke ambitie van dit project, zoals omschreven door Compaen in de ook aan u gestuurde brief voor vanavond. Onze gezamenlijke ambitie is om de natuurlijke ontmoeting te stimuleren tussen mensen uit alle lagen van de bevolking en bij te dragen aan een inclusieve samenleving. Net als het zorgen van roering, een plek creëren waar mensen iets voor elkaar kunnen betekenen en waar het prettig wonen is.
Afgelopen zondag 10 juli was ik bij een bijeenkomst van verontruste bewoners uit de wijk, die een gesprek wilden met medewerkers van Savant en Compaen. Wat ik aantrof waren zo’n veertig bewoners met pijn, verdriet en boosheid over deze plannen. Ik trof geen gesprek, ik trof geen ontmoeting. Het was duidelijk hoorbaar en zichtbaar dat er twee kampen waren. De bewoners enerzijds en Savant en Compaen anderzijds. Van samen, samen naar een fijne wijk toe, was geen enkele sprake. Dit is ook een resultaat van het hele proces van veel afgewogen stappen. Tot zover de ambitie de natuurlijke ontmoeting. Als systemisch coach begeleid ik al bijna twintig jaar relaties, gezinnen, families en andere systemen met onderlinge spanningen. Niet zelden met veel strijd, beeldvorming over elkaar en verwijdering van elkaar. Ook weet ik dat als pijn en boosheid niet op één of andere manier wordt omgebogen, dat deze pijn en boosheid zich op een andere manier vorm gaat geven in die relaties en in dit geval in onze wijk. Stel, je zult straks een appartement gekocht hebben op de vierde verdieping van de nieuwbouw. Uitkijkend vanaf je balkon of uit je raam is jouw woongenot direct gekoppeld aan de pijn van de mensen die hun privacy kwijt zijn, hun woongenot kwijt zijn en zorg hebben over de waardevermindering van hun woning.
De nieuwe bewoner wordt zo degene die effectief maakt wat Compaen en Savant met deze hoogbouw veroorzaakt. Zij zullen geen spandoek aan hun balkon krijgen met welkom in de buurt. Nee, sterker nog, de nieuwe bewoners zijn symbool geworden van wat anderen hebben moeten inleveren. De pijn en boosheid krijgt zo een andere vorm. Ze worden geprojecteerd op de nieuwe bewoners, de nieuwe gebouwen en op Compaen en Savant. Een tweedeling dreigt tussen oude en nieuwe bewoners, tussen oude woningen en nieuwe woningen. De cohesie in de wijk zal hierdoor ongetwijfeld verminderen. Savant zegt terecht dat de vergrijzing een hele grote uitdaging is voor ons allen. Nieuwbouw en goede huisvesting voor mensen die zorg nodig hebben moet gerealiseerd. Maar waar de zorg een veel grotere uitdaging heeft, is de beschikbaarheid van voldoende personeel. Een duidelijke trend in de maatschappij is dan ook dat de zorg meer en meer gaat leunen op vrijwilligers die de hand en spandiensten verrichten. De zorg heeft baat bij een goede verstandhouding met mensen in de wijk. Zoals de plannen er nu liggen, zullen veel bewoners uit onze wijk Savant niet zien als een plek waar ze vrijwilligerswerk zullen gaan doen. Er is beeldvorming ontstaan dat Savant de tegenstander is. De pijn en boosheid krijgt zo ook weer vorm. Ook hierbij gaat dus de cohesie tussen
mensen en organisatie in onze wijk verloren, wat op termijn ook schadelijk is voor Savant en hun zorg. Tot zover de ambitie iets voor elkaar kunnen betekenen. Mijn jarenlange ervaring is dat dit proces van de pijn en boosheid moet er toch uit, hoe dan ook, altijd gebeurt. En dat het zeer schadelijk is en niet te onderschatten. Samen naar een nieuwe wijk toe als doel is mogelijk. Terugkomend op de gezamenlijke ambitie constateer ik dat de gezamenlijke ambitie absoluut niet gehaald is en ook niet zal gehaald worden. Ja, de roering die is er. Nee, het tegenovergestelde is behaald met een groot aantal inwoners van onze wijk. Daarom vraag ik u, de raad, nu nog niet in te stemmen met de huidige plannen. Enkele aanpassingen zijn nodig. Maar vooral zal het gezamenlijke doel weer leidend moeten zijn. En er zal gekeken moeten worden hoe de partijen die ambitie wel kunnen gaan halen. Om te beginnen onderling. Want als het daar lukt, lukt het ook in de wijk. Zolang de pijn en de boosheid er nog in deze hevige mate zijn, zal het doorgaan van dit plan in de huidige vorm de cohesie in de wijk en het vervolgproces ernstig gaan schaden. Dank u wel voor het luisteren. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage, de heer Fondsen. Ik kijk even aan de zijde van de gemeenteraad of er nog vragen zijn. De heer Van de Werff en dan de heer Boetzkes. De heer Van de Werff.
De heer van de Werff: Ja, ik wil u complimenteren met uw verhaal. Ik heb het hier in de raad al meermaals gezegd, namelijk … Een lijfspreuk van mij is, zonder relatie geen prestatie. En wat ik van u hoor hier is, geen relatie, dus de prestatie zal ver zoek zijn. Dank u wel. De voorzitter: We hoeven niet allemaal te bedanken ofzo hoor, want daar gaat het niet om. Het gaat over feiten. Dat u gewoon even feitelijk nog wat aanvullende vragen hebt. Om dan vervolgens de bijdrages in uw beraadslagingen verder mee te kunnen nemen. Ja? En u kunt in de inbreng van uw beraadslagingen dit soort dingen ook kwijt. De heer Boetzkes. De heer Boetzkes: Ik ga voor het fatsoen toch bedanken voor uw inspraak. Mijn vraag ligt in het verlengde van uw professie. Ik begrijp dat u ervaring heeft met conflicthantering. En als ik dan kijk wat ik afgelopen zondag heb gezien, zag ik toch ook wel kansen om tot elkaar te komen. Kunt u wellicht ook vanuit uw professie aangeven of u dat ook zo heeft gezien en wat wellicht een advies is om dan tot elkaar te komen? Ik vraag u kort te blijven, gezien de tijd. De voorzitter: De heer Fondsen. De heer Fondsen: Ja? Doet hij het? Op dat mome… Op die bijeenkomst heb ik dat niet gezien. Dat vraagt ook een verdere uitwerking van hoe mensen dit hele proces met elkaar zijn aangegaan. Dan kom je bij duidelijke, concrete vragen.
Van wie is die gezamenlijke doelstelling? Hoe is die tot stand gekomen en is die werkelijk tot stand gekomen in samenwerking met bewoners? Dat soort vragen. Dus … De heer Boetzkes: Ja. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Dank u wel voor uw bijdragen. Ik dank u voor uw bijdrage en daarmee zijn wij gekomen aan het einde zeg maar van de insprekers, de zes insprekers, op het agendapunt de planvaststelling ’t Hout. Dan zal zo meteen de bijdragen zullen betrokken worden bij uw bijdrages zeg maar die met de wethouder en de behandeling van dit agendapunt zal plaatsvinden.
3.
Behandeling ingekomen stukken en mededelingen zoals vermeld op de bij deze agenda behorende lijst. De voorzitter: Dan met uw goedvinden ga ik door met de agenda, en dat is agendapunt 3, de behandeling van de ingekomen stukken. De lijst van ingekomen stukken nummer één tot en met negentien, stel ik voor om die voor kennisgeving aan te nemen. Kan iedereen zich daarin vinden? Ja? Dan is die aangenomen. Dan … Mevrouw …: De heer Rieter. De voorzitter: De heer Rieter over dit punt? De heer Rieter: Dat klopt. De voorzitter: Zegt u het maar. De heer Rieter: Ja, klopt. Een tweetal brieven. Allereerst brief twaalf, netwerk burgerberaad opzetten burgerberaad. In het ambitieakkoord hebben we al gelezen dat het college daar in ieder geval wel ambitie in ziet. Ik denk dat het daarom wel goed is om dit te gaan agenderen voor het presidium. En daarnaast, ook in de brief staat ook om contact op te nemen. Dus mijn vraag is eigenlijk ook van, gaan wij dan ook contact opnemen met dit initiatief. Tweede brief is brief zeventien. Dat is brief koop Cooplink, leidraad voor een gemeentelijk actieplan coöperatief wonen. Deze brief ook graag agenderen voor het presidium, zeker met de woningcrisis die we hebben lijkt het me goed om alles aan te grijpen. Dus dat zijn mijn vragen, voorzitter. De voorzitter: Ik kan direct toezeggen, want u gaat over het presidium.
Dus wij zullen dit verder bespreken op in het presidium. Dus beiden op agendapunt 12 over het burgerberaad en zeg maar de coöperatief wonen zullen wij op het presidium verder bespreken. De heer Rieter: En wij gaan contact opnemen met het initiatief wat … De voorzitter: Nadat wij met het presidium even met elkaar besproken hebben, en dan gaan we daar besluiten welke vervolgstappen we kunnen nemen. De heer Rieter: Oké, dus we gaan het dus nu nog niet doen. Oké, dat is duidelijk. De voorzitter: Oké. Met deze opmerkingen dan wel vastgesteld. Ik stel voor om brief twintig voor advies door te geleiden naar het college van burgemeester en wethouders. Kunt u daarmee instemmen? Dan stel ik ook voor om brief 21 ter afdoening aan het college te geven met een afschrift van het antwoord aan uw raad. En dan stel ik voor om brief 22, en dat is de brief van de aanvullingsagenda, te beantwoorden conform voorgesteld conceptbrief. Kan iedereen zich daarin vinden? Zo ja, dan tot slot van de lijst van ingekomen stukken stel ik voor om de brieven één tot en met negen van de VNG voor kennisgeving aan te nemen. Kunt u daarin vinden? Dan is dit vastgesteld.
4.
Toelating beëdiging van mevrouw P. Spoek-van Dinther als raadslid ter vervanging van de heer M. Smol. De voorzitter: Dan gaan wij door naar agendapunt 4. Dat is de toelating en vervolgens beëdiging van mevrouw P. Spoek-Van Dinther als raadslid ter vervanging van de heer M. Smol, raadsvoorstel 58. Ik heb al gezegd, de heer Smol heeft zijn raadslidmaatschap beëindigd en dan komt er een plek vrij zeg maar in onze raad. En mevrouw Spoek zal die zeg maar innemen. Volgens de wettelijk vereisten verbonden zijn de benoeming van het raadslid moeten er ook de geloofsbrieven van mevrouw Spoek bekeken worden. En dat is gebruikelijk dat
wij dat in de middag ervoor of in de dag ervoor doen. De geloofsbrieven zijn bekeken door de commissie die daar speciaal voor ingesteld is. En dat was mevrouw Hendriks en de heren Van Aert en Koolen. Dan hoef ik niet zeg maar te schorsen, want volgens mij … Ik weet niet wie de voorzitter is geweest van de … De heer Jaspers: Mevrouw Hendriks. De voorzitter: Mevrouw Hendriks. Dan zou ik willen vragen of mevrouw Hendriks even naar voren komt om de bevindingen van de commissie van geloofsbrieven met ons te delen. Mevrouw Hendriks. Mevrouw Hendriks: Dank u, voorzitter. Geachte leden van de raad, de ingezonden geloofsbrieven zijn onderzocht. De commissie brengt hierover verslag uit. De commissie uit de raad van de gemeente Helmond in wier handen werden gesteld de geloofsbrieven en verdere bij de Kieswet gevorderden stukken, ingezonden door mevrouw P. Spoek-Van Dinther, op dinsdag 12 juli 2022 benoemt tot lid van de raad van de gemeente Helmond, rapporteert de raad van de gemeente Helmond dat zij bovengenoemde bescheiden heeft onderzocht en in orde bevonden. Gebleken is dat de benoemde aan alle in de Gemeentewet stellende eisen voldoet. De commissie adviseert tot toelating als lid van de raad van de gemeente Helmond. De voorzitter: Dank u wel. Dank u wel, mevrouw Hendriks, voor het uitbrengen van dit verslag en dit onderzoek.
Daarmee zijn er geen belemmeringen om over te gaan tot de benoeming van mevrouw Spoek-Van Dinther als raadslid van onze raad. Kunt u daarmee instemmen dat wij daartoe overgaan? Ja? Dan gaan wij nu vragen of mevrouw Spoek-Van Dinther naar voren komt. Dan zal ik dat ook even van daar doen. Als u hiervoor even plaats wilt nemen. Hallo. Mevrouw Spoek-Van Dinther zal de belofte af gaan leggen. Ik zal nu eerst de tekst van de belofte voorlezen en daarna vraag ik u, als ik zeg maar de tekst heb voorgelezen, te melden, dat verklaar en beloof ik. De belofte. Ik verklaar dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van deze raad naar eer en geweten zal vervullen. Wat is daarop uw antwoord? Mevrouw Spoek-Van Dinther: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Dan mag ik u feliciteren. Ik wens u veel succes met het raadslidmaatschap. We zijn weer voltallig. 4a. Aanvullingsagenda: Beëindiging werkzaamheden griffier J.
Jaspers en aanwijzing interim griffier en 2e plaatsvervangend griffier De voorzitter: Dan zijn wij gekomen bij het raadsvoorstel als in de aanvullende agenda die u toegezonden is, en dat agendapunt 4a. Dat is de beëindiging aanwijzing van de heer Jan Jaspers als raadsgriffier. Ik kan het bijna niet uitspreken, zo moeilijk vind ik het. Dus de heer Jaspers. En aanwijzing van de heer M. van Dam als interim griffier en de heer P. Leenders als tweede plaatsvervangende griffier. Zoals u weet zal de heer Jaspers aan het einde van deze week zijn griffierschap zeg maar beëindigen. En daarvoor is het nodig dat wij in de tussentijd, want we hebben oog op een opvolger. Maar zolang die opvolger er nog niet is, is het goed dat we wel een beëdigde griffier hebben. Dat zullen wij vandaag gaan doen. En wij hopen dat we per 1 oktober een nieuwe griffier hebben. En dus deze interim aanstelling zal tot ongeveer 1 oktober duren en dat zal de heer Marcel van Dam zijn die wij vandaag, zeg maar, die nu al bij ons werkzaam is als verandermanager op de
griffie. Maar dus in deze functie als, ja, interim griffier beëdigen. Aan het einde van de vergadering zal ik uiteraard nog aandacht schenken aan het vertrek van de heer Jaspers. Maar voor nu zou ik willen overgaan tot de benoeming van de heer Van Dam als tijdelijke Griffier en benoeming van de heer Leenders tot tweede plaatsvervangende griffier. En ik kijk even naar de zijde van de gemeenteraad of u daarmee kan instemmen? Kunt u daarmee instemmen? Dan zie ik dat. Dan stemt u daarmee in. En dan zou ik willen vragen om ook hierin de beëdiging te gaan … Want daar hoort ook weer officieel de beëdiging hoort daarbij. En ik zou willen vragen of de heer Van Dam ook even naar voren zou wil komen. En dat zal ik ook aan die zijde doen. De heer Van Dam. De heer Van Dam heeft aangegeven de belofte te zullen doen. En dat wil zeggen dat na het voorlezen van deze belofte dat u dan zegt, dat verklaar en beloof ik. Ik verklaar … Ik lees voor. Ik verklaar dat ik, om tot waarnemend griffier benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als waarnemend griffier naar eer en geweten zal vervullen. De heer Van Dam: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Dan mag ik u heel erg feliciteren en veel succes toewensen. Ja, ik blijf even zo … Ik ga zo weer staan hoor. Ik wil alleen even melden dat de waarnemend griffier dit gaat in op 15 … De heer Jaspers: 16. De voorzitter: 16 juli precies. Dus dan kunt u hier plaatsnemen. Anders zou nu ook de wisseling zijn. En dit is nog even een uitgestelde benoeming. Dan ga ik over naar de heer Leenders, bij ons wel bekend. Die gaat ook zeg maar de … Die gaat de eed afleggen en daar zal ik ook een tekst voor voorlezen. Dag de heer Leenders. Zodra ik de tekst heb uitgesproken, dan zou ik willen vragen zo waarlijk helpe mij God almachtig. En dan kunt u uw twee vingers opsteken. De eed. Ik zweer dat ik, om tot tweede plaatsvervangende raadsgriffier benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
En ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als tweede plaatsvervangende raadsgriffier naar eer en geweten zal vervullen. De heer Leenders: Zo waarlijk helpe mij God almachtig. De voorzitter: Dan mag ik u feliciteren. Dank u wel. 5.
Benoeming van de heer C.J.M. Vereijken als burgercommissielid voor de VVD. De voorzitter: Zo. Dan gaan we over naar agendapunt 5. Dat is de benoeming van de heer C. Vereijken als burgercommissielid voor de VVD, raadsvoorstel 56. Ik kijk of u daarmee kan instemmen. Zo ja, dan is de heer Vereijken benoemd.
6.
Benoeming van de heer L. Bleckmann als burgercommissielid voor Forum voor Democratie De voorzitter: Dan ga ik naar agendapunt 6, dat is de benoeming van de heer L. Bleckmann als burgercommissielid voor Forum voor Democratie. Dat is raadsvoorstel 59. Kan ik dat ook met instemming van
u doen? Dan is dat ook zeg maar geregeld. En ik wens beide burgercommissieleden heel veel succes in hun ambt. Hamerstukken De voorzitter: Dan zijn wij gekomen bij de hamerstukken. Het gaat om de punten 7 tot en met 9. De voordracht nieuw bestuurslid openbare basisscholen Helmond, dat is 7. 8 is de eerste bestuursrapportage Berap 2022. En 9 is de actualisering van de grens van de bebouwde kom op de bomenkaart. Kunt u daarmee instemmen? Ja? Dan is dat ook akkoord. 7.
Voordracht nieuw bestuurslid Openbare Basisscholen Helmond.
8.
1e bestuursrapportage (Berap) 2022
9.
Actualiseren grens bebouwde kom op de Bomenkaart
Bespreekstukken 12. Vaststellen bestemmingsplan ’t Hout – Hoofdstraat – Pastoor Elsenstraat De voorzitter: Dan kom ik bij de bespreekstukken. En ik had al gezegd, ook tegen de heer Stevens, gezien ook even de publieke tribune, zou ik aan u willen voorstellen om het eerste bespreekpunt direct te doen waar veel belangstelling voor is op dit moment aan de publieke tribune, en dat is agendapunt 12 naar voren te halen en dan 10 en 11 te doen. Kunt u daarmee instemmen? Ja? Dan gaan wij meteen door naar het vaststellen van het bestemmingsplan ’t Hout, Hoofdstraat, Pastoor Elsenstraat. Raadsvoorstel 48. En volgens mij heeft iedereen aangekondigd te willen inspreken op dit agendapunt. En ik wil allereerst het woord geven aan de heer Peters. De heer Peters. Daarna kan iedereen zich melden. Ja? Daar heb ik een griffier voor om dat even bij te houden, dus die zal dat verder … De heer Peters: Voorzitter, dank u wel. De bespreking van bestemmingsplan wijziging ’t Hout, Hoofdstraat, heeft de laatste weken flink wat stof doen opwaaien. Tijdens de behandeling in de commissievergadering werd de indruk gewekt dat de participatie niet helemaal goed was gegaan en dat hele grote groepen bewoners niet tot nauwelijks betrokken zijn geweest dan wel aangesloten. Dat dit gevoel heerst bij een groep bewoners betreurt mijn fractie zeer.
Het stelt ons tevens de vraag of we het betrekken van burgers op deze manier wel op de goede manier doen. En één van de insprekers sprak ons recht uit het hart. Wat dat betreft moeten we denk ik heel goed naar onze procedures kijken en afspraken die we gemaakt hebben. Bij veel adressen belanden ongeadresseerde brieven bij het oud papier of ze hebben een nee-nee sticker en lezen geen Loop. We moeten dus gaan kijken wat een betere manier is. En dan zonder echt kritiek te leveren op dat is niet goed gedaan en met het vingertje te wijzen. Het gaat erom dat we de bewoners echt van scratch af aan betrekken bij de plannen. Onze vraag is, is het college dat met ons eens, zeker met de aangekondigde wijziging van de Omgevingswet die eraan zit te komen, waarin participatie gewoon een hele belangrijke wordt. Volgens het CDA kun je op dit moment de schade die is aangebracht, tussen aanhalingstekens, niet meer echt herstellen. Er heerst bij een aantal omwonenden het gevoel dat ze niet voldoende betrokken zijn geweest. En ik zeg met nadruk een gevoel. Want wij hebben ook ons licht opgestoken bij de plannenmakers, en het beeld dat wij hebben gekregen is er toch één van een goede voorbereiding. Maar aan het einde van het traject is het toch niet voldoende geweest. Belangrijker vinden wij nog de participatie. Dat gaat de komende jaren steeds belangrijker worden.
Ik roep even de collega’s in de raad de participatieladder in gedachte. En dat wil niet
zeggen dat je mensen altijd hun zin moet geven. Maar mensen van begin af aan betrekken is denk ik wel een belangrijke zaak. Vraag aan het college, kunnen zij een inschatting maken samen met de plannenmakers of enige weken uitstel alle partijen nog bij elkaar kan gaan brengen? Zeker omdat een aantal omwonenden nu al dreigt met rechterlijke stappen. In de beleving van de CDA-fractie dienen wij alle zaken en argumenten met elkaar af te wegen en vooral te kijken naar het algemeen belang. In de voorstellen die wij nu gezien hebben, zien wij een zwaar algemeen belang voor huisvesting van ouderen en mensen met een zorgvraag die graag in het centrum van Mierlo-Hout zouden willen blijven wonen. Wij horen en lezen echter ook bezwaren van omwonenden die echt overlast gaan krijgen van de nieuwbouw, en roepen het college op om dan ook samen met de plannenmakers een uiterste krachtinspanning te doen om met deze bewoners tot overeenstemming te komen opdat het bestemmingsplan gewoon kan worden vastgesteld. Tot zover in eerste instantie. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar de zijde van de gemeenteraad. De heer Mol. De heer Mol: Voorzitter, aan ons wordt de vraag … Aan ons wordt gevraagd om bestemmingsplan ’t Hout, Hoofdstraat, Pastoor Elsenstraat, vanavond vast te stellen. Een ambieus plan. Een opsteker voor Mierlo-Hout.
Het huidige verouderde Alphonsus maakt plaats voor een hoogwaardig en eigentijds gebouw. Een gebouw wat bijdraagt aan de levendigheid van het plangebied en aan de interactie tussen mensen met zorgvraag en de mensen die verzorgen. Een ideale combinatie die het welzijn van cliënten en andere bewoners kan ondersteunen. Denk hierbij aan het voorkomen van eenzaamheid. Voorzitter, u zult begrijpen dat 50PLUS desondanks de drie ingediende zienswijzen, de verwijten heen en weer, drie bijeenkomsten georganiseerd door de wijkraad, het één en ander gecommuniceerd in wijkblad Ons Mierlo-Hout en de bijeenkomst van 29 maart in de Geseldonk en ga zo maar door, van mening is dat in onze ogen de juiste weg is bewandeld. En wij zullen daarom, en dat zal u niet verbazen, voor raadsbesluit 48 stemmen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Van de Brug, VVD. De heer Van de Brug: Dank je wel, voorzitter. Met betrekking tot dit voorstel was de VVD onaangenaam verrast vanwege het feit dat er in de commissievergadering van 5 juli door één van de insprekers melding werd gemaakt van op dit moment een petitie met 44 handtekeningen van omwonenden die tegen het bestemmingsplan zouden zijn. Al langere tijd wordt er gesproken over deze nieuwbouwplannen. De inwoners zijn hier ook verschillende keren over geïnformeerd middels diverse bijeenkomsten.
Ook raadsleden zijn eerder in deze toekomstontwikkelingen meegenomen. Bestemmingsplanwijzigingen verlopen via een vaste procedure. Inwoners, belanghebbenden hebben de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen tijdens de zogenaamde ter inzage legging. Tijdens deze wettelijke periode zijn er slechts drie zienswijzen ingediend, en op basis daarvan zijn de plannen op diverse onderdelen ook gewijzigd. Wanneer je de omvang van het project bekijkt, dan zou je kunnen veronderstellen dat dit nieuwbouwplan op een breed draagvlak kan rekenen. En zijn in onze stad namelijk ook bouwprojecten met een flink kleinere omvang die aanzienlijk meer zienswijzen opleveren. Het is jammer dat bewoners die de petitie ondertekend hebben geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om juist tijdens de wettelijke inzagetermijn een zienswijze in te dienen. Zo is het lastig om in de plannen met deze zienswijzen rekening te houden. In dergelijke procedures hebben zowel initiatiefnemer als belanghebbenden een eigen verantwoordelijkheid. Als raad zouden we de besluitvorming over dit agendapunt naar aanleiding van de petitie kunnen uitstellen, zodat de initiatiefnemer nog eens met indieners van de petitie in overleg kunnen treden om te bekijken en op welke manier de plannen zouden kunnen worden aangepast om eventueel aan de bezwaren tegemoet te komen.
Daarmee zou je meer draagvlak kunnen creëren en zou je mogelijke kostbare, langdurige juridische procedures kunnen voorkomen. De afgelopen week hebben er nog afzonderlijke gesprekken plaatsgevonden met zowel de indieners van de
petitie als met de initiatiefnemers. De VVD is de mening toegedaan dan uitstel van besluitvorming uiteindelijk voor beide partijen niet tot het gewenste resultaat gaat leiden, gezien de ver uiteenlopende standpunten. Daarbij komt dat we niet voor niets procedures met elkaar hebben afgesproken. Juist ook om tot een gedegen besluitvorming te komen. En daar willen we graag aan vasthouden om te voorkomen dat procedures nog langer duren en besluitvorming alleen maar ingewikkelder wordt. Wat wij als VVD in deze casus constateren is dat het doorlopen van het participatietraject nog erg veel schoonheidsfoutjes vertoont en dat dit snel geëvalueerd moet worden om ervoor te zorgen dat dit in de toekomst beter georganiseerd wordt. Dit ook met het oog op de invoering van de Omgevingswet. Deze bestemmingsplanwijziging is een eerste begin van deze majeure ontwikkeling. Willen we voldoende draagvlak houden, dan is het zaak dat omwonenden actief meegenomen in de verdere bouwplannen en bij de inrichting van het terrein. En dat zij nog voldoende mogelijkheden krijgen om inspraak hierin te hebben. Kan de wethouder dit ondersteunen? Belangrijk vinden wij ook de toezegging van de wethouder dat bakkerij Dirks zijn bedrijf, ongeacht alle ruimtelijke ontwikkelingen in zijn directe omgeving, gewoon kan blijven uitoefenen. Tot zover in eerste instantie. De voorzitter: Dank u wel.
Dan de heer Heller, Forum voor Democratie. De heer Heller. De heer Heller: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de raad wordt gevraagd om in te stemmen met het raadsvoorstel 48 om de nieuwbouw en uitbreiding van zorgcentrum Savant Alphonsus aan de Hoofdstraat op ’t Hout mogelijk te maken. Een project waarover de wethouder in haar inleiding bij de adviescommissie aangaf dat dit geheel bekostigd zou gaan worden door initiatiefnemers Savant en Compaen. Je zou bijna denken dat het een hamerstuk zou moeten zijn. Want wie wil er nou niet zonder bijkomende kosten van de gemeenschap, en nog wel op dezelfde plek, een nieuw zorgcentrum voor onze hulpbehoevende ouderen. Tijdens de zitting van de adviescommissie bleek het echter niet zo simpel als het wordt voorgespiegeld. Ook bij dit bestemmingsplan hebben omwonenden veel bezwaren en voelen zich niet gehoord. Wat we helaas ook bij dit bestemmingsplan weer zien is dat er vervolgens een strijd is ontketend om het gelijk, als het gaat om zogenaamde participatie, argumenten voor en tegen, communicatie enzovoorts. In onze mailbox verschijnt de ene na de andere spontane steunbetuiging voor de initiatiefnemers, terwijl we op het internet veel bijval zien voor het betoog van de insprekers. Veel emoties komen los en dat is begrijpelijk, want er staat nogal wat te gebeuren in ’t Hout, op ’t Hout.
Laten we vooropstellen dat Forum voor Democratie het allerbeste wil voor onze ouderen die keihard hebben gewerkt om Helmond deze mooie stad te laten zijn. Ook al weet ik dat er nog steeds veel mensen op ’t Hout liever niet bij Helmond horen, maar dat is nou eenmaal niet anders. Ik twijfel er ook niet aan dat de huidige bebouwing aan vervangen of in ieder geval vernieuwing toe is. De ouderen die afhankelijk zijn van deze vorm van zorg verdienen ook echt het allerbeste. Maar, voorzitter, de wijk ’t Hout heeft nog steeds een fraai dorps karakter met een eigen kerk, scholen, lokale bedrijven en winkels, zelfs een bakkerij van de familie Dirks die daar al ruim honderd jaar zit. En mensen die ervoor gekozen hebben om juist in zo’n omgeving te wonen en te leven. Dat is iets wat je in deze tijd moet koesteren. Daar moet je respect voor hebben. Het biedt een gezonde, sociale omgeving waar het goed toeven is, ook voor ouderen. Daarom heeft Forum voor Democratie vraagtekens bij het raadsvoorstel dat nu voorligt. Want waarom op deze plek midden in de woonwijk van ’t Hout een gigantisch bouwwerk dat niet alleen het dorpskarakter geweld aan doet, maar ook op vele manieren consequenties zal hebben voor de omwonenden op het gebied van privacy, uitzicht, lichtinval, toenemende verkeersintensiteit, overlast, geluid en stank van de parkeergarage. Misschien zelfs waardevermindering van de woning.
Zeg het maar. En dan lees ik dat de nieuwbouw gepland is op de grond van de familie Dirks. Dat van de familie Dirks wordt verwacht dat ze medewerking verlenen aan een geluidsmeting in verband met hun bakkerij. Het is net ook al genoemd. Met welke consequenties? Ik stel me zo voor dat het fatsoenlijker is dat de initiatiefnemers zich aanpassen aan de familie Dirks die daar, zoals gezegd, al honderd jaar een bakkerij heeft. Eén van de insprekers die 44
omwonenden zou vertegenwoordigen, heeft aangegeven dat de buurt geen probleem heeft met een zorgcentrum en haar bewoners, maar wel met de wijze waarop het proces is verlopen. Inmiddels zouden er al omwonenden van meer dan 80 adressen bezwaren hebben. We hebben daar het één en ander van gehoord. Er valt over te praten, lees ik. Laten we ze die gelegenheid geven. Want ook Forum voor Democratie vraagt zich af waarom juist op deze plek een groot kantorencomplex moet worden gerealiseerd voor Savant? Waarom moet de nieuwbouw op sommige punten zelfs vijftien meter hoog reiken? Waarom moet alles zo kort op elkaar staan? Waarom wordt het aanzien van ’t Hout op deze wijze geweld aangedaan. En ik wil nogmaals benadrukken, niemand zal ontkennen dat het algemeen belang van de zorg hoog op de agenda moet staan. Maar waarom moet dat dan gecombineerd worden met zoveel vierkante meters kantoren? Want daar zal het uiteindelijk op kunnen vallen en staan. En dan tot slot met betrekking tot participatie. Het mag bekend zijn dat Forum voor Democratie op zijn minst gezegd sceptisch staat tegenover participatie. Het gaat ons namelijk niet ver genoeg om achteraf in het dossier te kunnen verwijzen naar een kleine paragraaf waarin vermeld staat dat er wel degelijk participatie is geweest.
Participatie is namelijk geen inspraak, maar een administratief recht om je te laten horen, zonder dat je daarmee een recht verwerft. Een exercitie die wellicht vanaf 1 januari aanstaande in de nieuwe Omgevingswet een verplicht onderdeel is bij een aanvraag. Daarom pleit Forum voor Democratie nu voor meer gelegenheid om de omwonenden in gesprek te laten gaan met Savant en Compaen. Dit is niet het moment om een overhaast besluit te nemen. Laat de democratie zijn werk doen. Wij vragen het college om het raadsvoorstel daarom voor nu terug te nemen en met ondertiteling terug te koppelen aan de initiatiefnemers, en we zien graag een aangepast voorstel tegemoet. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Dank je wel, de heer Heller. De heer Stevens heeft een vraag. De heer Stevens: Ik heb een vraag. De voorzitter: De heer Heller, de heer Stevens heeft een vraag aan u. De heer Stevens: Ja, ik heb een vraag aan mijn collega. Zou u eventueel kunnen leven met de oproep die net de VVD heeft gedaan dat, stel dat we dit bestemmingsplan goedkeuren, en dat daarna de bewoners nog steeds mee kunnen blijven praten met een definitieve invulling. Zou u daarmee kunnen leven? De voorzitter: De heer Heller. De heer Heller: Nou, ik vind het niet interessant of ik daarmee kan leven. Ik vind het interessant of de mensen die er omheen wonen ermee kunnen leven. Dus die vraag zouden we aan hun moeten stellen.
Ik ben tevreden als er zal blijken dat er op één of andere manier bij de realisatie van wat er op dit moment in de planning staat echt inspraak geldt voor de mensen die daaromheen wonen, omdat die op allerlei manieren daar last van gaan krijgen. Dus als de bewoners die hier vanavond aanwezig zijn, die zich hebben verwoord, die allerlei argumenten hebben genoemd, zeggen van, dat vinden wij prima, dan vind ik het ook prima, want het is voor hun. De voorzitter: Dank u wel. Dank u wel. Mevrouw Maráczi heeft een vraag aan u. Mevrouw Maráczi: Ja, dank je wel. Ja, zoals ik begrepen heb gaat de participatie gewoon door na het vaststellen van het bestemmingsplan. Maar dan wil ik eigenlijk aan mijnheer Heller vragen van, hoe ver gaat die inspraak dan? Want we zien natuurlijk ook dat er wel op de zienswijzen bij een paar dingen wel aanpassingen zijn. Maar ik denk, eigenlijk ben ik bang, net als de heer Van de Brug zegt, van dat mensen niet nader tot elkaar komen. Want het is niet van, hoe gaan we het inpassen? Maar het is meer van, wij willen dit
gewoon niet. En ik … Ja, ik vraag me dan af of wij van bewoners mogen verwachten dat ze zoveel inspraak hebben dat bijvoorbeeld die kantoren niet geplaatst kunnen worden. Tot hoe ver gaat die inspraak dan volgens u? De voorzitter: De heer Heller. De heer Heller: Nou ja, kijk, wij zijn er voorstander van om zoveel mogelijk te luisteren naar mensen die daar op één of andere manier bij betrokken zijn. En ik snap ook wel dat op een gegeven moment houdt het natuurlijk op en is het aan de raad om te besluiten of we gaan voor een bepaald voorstel ja of nee. Wij vinden meer inspraak van de bewoners vinden wij belangrijk. En dat het in dit geval in eerste instantie vrij weinig en misschien ook wel aan de late kant gebruik is gemaakt van dat recht, dat constateer ik en dat vind ik heel jammer. En daarom zou ik het ook heel goed vinden, en dan sluit ik maar eventjes aan bij de woorden van de heer Peters van straks, om als gemeente, om als raad ook te propageren welke mogelijkheden er allemaal zijn, het makkelijker toegankelijk te maken, om te zorgen dat we niet iedere keer deze discussies krijgen. De voorzitter: Mevrouw Maráczi op dit punt. En dan mevrouw Meulenbroek. Mevrouw Maráczi: Ja, daar wil ik even op reageren, want daar ben ik het natuurlijk helemaal mee eens. En volgens mij gaan we ook heel snel, hoop ik tenminste, na de vakantie het participatiebeleid bespreken met de raad.
De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Meulenbroek. Mevrouw Meulenbroek: Ja, ik vond dat het een hele interessante vraag van mevrouw Maráczi, en ik heb heel goed geluisterd naar uw antwoord. Maar u heeft eigenlijk geen antwoord gegeven. En ik denk dat dat ook komt omdat het een dilemma is waar we ongetwijfeld met elkaar over verder moeten praten. De vraag van mevrouw Maráczi was inderdaad, meer participatie, daar zal helemaal niemand op tegen zijn. Betere participatie, het idee van mijnheer Peters. Als je een nee-nee sticker hebt, hoe gaan we dat allemaal doen? Dat leeft bij ons allemaal. Maar tot hoever gaan we daarin? Want gaat het dan om, iedereen heeft een keer z’n zegje gezegd of we vinden dat het zo ver moet gaan dat inwoners plannen kunnen tegenhouden. Kunt u daar toch op reageren hoe u dat ziet? Ik vond dat een bijzonder interessante vraag van mevrouw Maráczi. De voorzitter: De heer Heller. De heer Heller: Nou ja, kijk, het mag bekend zijn dat Forum een partij is die dus voor referenda is. En dan zal ik niet zeggen dat we over elk raadsvoorstel een referendum moeten gaan houden, maar in principe gaat inspraak en volksraadpleging voor ons nooit ver genoeg. En natuurlijk moet je even afwegen van, gaat het nou om het plaatsen van een stalletje op een achtererf of gaat het over een groot kantorencomplex midden in een woonwijk? Daar zitten natuurlijk verschillen in.
Daar zou je gradaties in aan kunnen brengen. Maar vinden gewoon dat de mensen het recht hebben … En daar moeten we ook meer aan doen om te zorgen dat die mensen erop attent worden gemaakt wat de mogelijkheden daar allemaal zijn, om daar hun zegje over te doen. De voorzitter: Mevrouw Meulenbroek ten slotte op dit punt. Mevrouw Meulenbroek: Ja, u gebruikt nu heel veel woord recht. Recht hebben op, en referendum. En het mag dus zo ver gaan. Maar het zou dus ook kunnen betekenen dat we het algemeen belang dan af en toe een
beetje uit het oog verliezen. Want zoals hier ook gezegd werd door Savant, er worden hier zorgwoningen gebouwd. Dus dat zou dan niet door kunnen gaan. En werknemers zouden dan niet ter plekke daar een werkplek kunnen hebben. Dat is wel een beetje de consequentie van wat u zegt. De voorzitter: Oké, ik hoor er geen vragen in. Dus de heer Rieter. De heer Rieter: Wat ook essentieel is, dat gewoon alle belangen aan tafel zitten. En als dan gewoon blijkt dat bij een ontwikkeling dat er gewoon niet alle belangen aan tafel zitten. Je kan al van tevoren al nadenken van, hé de omwonenden, de meest aangrenzende mensen. En als die dan niet bij zo’n participatiebijeenkomst zijn, dan kan je ook wat actiever die mensen toch no gaan betrekken. Zodat je dus wel alle belangen hebt gesproken. En dan zal je ook niet op het einde een week of twee weken van tevoren … De voorzitter: Oké. En uw vraag is? De heer Rieter: Ik ben bijna klaar. Dan zou je dan ook niet verrast kunnen worden. Dus ik denk dat dat goed wordt meegenomen. Ik meerdere interruptie gehoord die geen vraag waren, dus dat wou ik nog even toevoegen. De voorzitter: Oké. De heer Niessen. De heer Niessen: Nou ik hoor steeds kantorencomplex en dergelijke, dat daar nogal een euvel ligt. Maar misschien is het belangrijk of verstandig dat daar misschien … Dat dat beter gedefinieerd wordt ofzo. Want daar horen we veel vragen.
Daar vallen nog wel veel mensen over, denk ik. En ik werk in de zorg, ik ben verpleegkundige. Mijn inziens is het zo dat denk ik deze kantorencomplexen nogal aansluiten bij de directe zorg die geleverd gaat worden. Maar ik begrijp wel dat dat misschien, ja, misverstanden over zijn. Dat dat niet zo heel duidelijk, tenminste, of ik lees er overheen, in de plannen staat. De voorzitter: Is dat een vraag aan de wethouder of zo meteen een vraag aan de heer Heller of … De heer Niessen: Het is algemene vraag denk ik. Gewoon dat … Ik begrijp dat daar wat onduidelijkheid over is. Er staat nou 2200 vierkante meter kantoor en ik hoor iedereen, mensen, zeggen van kantorencomplex. Maar ja, het is geen bedrijfspand met alleen maar kantoren natuurlijk. Er komen mensen te wonen die zorg nodig hebben. De voorzitter: Oké. Volgens mij heeft … De heer Heller: Mag ik daarop reageren, voorzitter? De voorzitter: Ja, natuurlijk. De heer Heller: Nou de essentie van de opmerking heeft te maken met het feit dat ik me afvraag, en dat heb ik ook in de adviescommissie heb ik dat geopperd, van zou er geen afspraken te maken zijn met de omwonenden als het bestemmingsplan wordt aangepast en als het, de aantal vierkante meters, ter plekke worden gereduceerd. Want dat heeft onmiddellijk consequenties voor de hoogte, voor de omvang en voor alle dingen die ik genoemd heb. En daarom heb ik daaraan gerefereerd.
En we hebben ondertussen ook gehoord dat er vanaf andere locaties mensen daar waarschijnlijk gaan werken. Laten we helder zijn, zorgpersoneel wat daar moet werken, moet ook goed gefaciliteerd zijn, moet ook de gelegenheid hebben om hun werk goed te doen, maar waarom moeten daar ook van andere locaties nog meer mensen naartoe komen. Maar kunnen we die
locatie daar met betrekking tot de kantooroppervlakte niet wat kleine houden, zodat daar mogelijk een alternatief bestaat waar de omwonenden minder moeite mee hebben. De voorzitter: Oké, dank je wel. Dan ga ik naar de heer Boetzkes., De heer Boetzkes: Dank u wel, voorzitter. Ik wou nog reageren op de heer Niessen. Ik werk niet in de zorg, ik ontwikkel bedrijfspanden voor mijn werk. Weet u wat de norm is voor een kantoor, de NEN-norm die staat voor een kantoor? Dat is zeven vierkant meter. Dat betekent voor een plan als dit dat je praat over 350 vierkant meter. En als ik dan veelvuldig hoor dat er leugens worden verteld. Wat ik erg vervelend vind, en zeker dat die verwijten over en weer naar elkaar gemaakt worden. We zien het niet alleen in deze casus, maar in vele casussen. Dit is framing wat hier gebeurt. Framing van in dit geval de mensen die tegen zijn. Die 317 is de simpele rekensom van 220 gedeeld door zeven. En het feit dat we hier dus spreken over een gigantisch kantoor, heeft enorm veel effect op hoe dit plan eruit gaat zien, hoe hoog die bouwlaag wordt. Dus wanneer je over participatie praat, en juist die mensen die hier misschien wel tegen zijn, aan het begin in 2018 aan tafel had gehad, was misschien dat kantorencomplex wel iets kleiner geweest en hadden ze misschien wel kantoren ergens anders gehad. Dat is participatie.
Wat we hier hebben gezien is informatie, is en briefje in de bus duwen, is het verhaal vertellen en is achteraf tekenen bij het kruisje. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik … De heer Niessen is direct aangesproken. Wilt u daarop reageren? De heer Niessen: Ja. Nou goed, ik hoor hier gewoon eigenlijk weer de vraag terug van, u heeft blijkbaar meer kennis van kantoren en dergelijk, maar het is blijkbaar te onduidelijk van … Die kantoren lijkt voor ook dat die bestemd zijn voor mensen die in de directe zorg werken en dat het inderdaad ook efficiënter is dat deze mensen, die dus daar werken, zorg verlenen. Die hebben ook de ruimte nodig om te kunnen vergaderen, te kunnen overleggen, overdrachten, et cetera. Dus, ja. De voorzitter: We vallen in herhaling. De heer Niessen: Ja. De voorzitter: Ik denk dat dat … De heer Niessen: Ik denk het ook. De voorzitter: Oké. Mevrouw Maráczi en dan de heer De Mare. Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Ja, ik kan … Ik wil daar wel even op aanvullen, want daarom vroeg ik daarstraks ook aan mevrouw Hertogs? Mevrouw Hertogs: Ja, klopt. Mevrouw Maráczi: Want ik merk inderdaad dat er heel veel verwarring over is. En ik kan me ook voorstellen, en dan vraag ik het … Ja, wij weten allemaal hoe het gegaan is. Ik denk niet dat we terug kunnen draaien. Het is heel goed dat we het de volgende keer misschien anders kunnen doen.
Maar ik vind het wel in, en dan zeg ik het nog een keer, in hoeverre gaan omwonenden bepalen hoe die instelling ingevuld gaat worden? Want er zit natuurlijk denk ik ook een businesscase en weet ik wat allemaal van alles achter. Die plannen zijn ergens op gebaseerd. Als je het één ergens weghaalt, dan zal het gevolgen hebben voor een ander iets. Dus ja, ik vind dat echt heel lastig. En dat heeft niks met framing te maken.
De voorzitter: Oké. Even de heer Mare en dan geef ik de heer Boetzkes. De heer De Mare: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik vind het opmerkelijk dat de heer Boetzkes de Nederlandse citeert met een netto behoefte … De netto minimale maat voor kantoren, terwijl de heer Lobée gewoon in zijn inspraak heeft genoemd over hoe in deze situatie, bij deze organisatie met deze communicatiemogelijkheden van het hele zorgpersoneel heeft aangegeven hoeveel mensen daar komen te werken. Dus nu heb ik eigenlijk de vraag aan de heer Boetzkes, gelooft u mijnheer Lobée niet? Beticht u de heer Lobée gewoon van liegen? De voorzitter: Nou, de heer Boetzkes. De heer Boetzkes: Ja. Voorzitter, dank je wel. Nee, ik beticht helemaal niemand van liegen. Ik legde zojuist uit hoe dat iemand is gekomen tot een bepaald aantal, blijkbaar iemand van de omwonenden, met die 317. En in die zin, dat die kantoren er komen, dat die 2200 vierkante meter zijn en dat er vijftig mensen werken, zijn alle feiten die we volgens mij met elkaar gehoord hebben. Voorzitter, als u het mij toestaat, ik wil ook nog kort op mevrouw Maráczi reageren. Want ik ben het helemaal met haar eens en ik denk ook zeker dat het niet aan bewoners is om te gaan bepalen hoe een businesscase voor een bepaalde ontwikkelaar eruit ziet. Maar die uitleg aan de voorkant en aanwezig zijn bij dat gesprek is precies wat het verschil maakt.
En wanneer je ziet dat de partijen die vanaf het begin betrokken zouden zijn continu drie partijen zijn en niet twee partijen, de gemeenten en de ontwikkelaar, de initiatiefnemer, maar dat daar daadwerkelijk actief deze bewoners, juist die bewoners die zo tegen zijn, die luizen in de pels, dan gaan we praten over participatie. En dat zegt niks over hoeveel die te zeggen hebben. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Heller, gaat het over u of … U staat daar … De heer Heller: Ik denk, ik blijf gezellig nog even staan. De voorzitter: Ik vond het wel gezellig, dus … Dit was een debatje eigenlijk waarin u niet rechtstreeks aangesproken werd, dus ik heb het even zo laten gaan. Dus ik ga door met de volgende inspreker en dat is mevrouw Tamarinof van GroenLinks. Mevrouw Tamarinof: Geachte voorzitter, aanwezigen en mensen die via de livestream meekijken. Dank ook aan de insprekers. GroenLinks Helmond is blij dat Savant en Compaen in Helmond hard werken aan een oplossing voor de groeiende zorgproblematiek door de vergrijzing in de komende decennia. Wij denken dat er na drie jaar voorbereiding een zorgvuldig plan ligt waar we straks nog meer ouderen kunnen opvangen in een fijne omgeving in de laatste fase van hun leven. In de commissie werd ons duidelijk dat een aantal omwonenden zich niet gehoord voelt. En dat is niet hoe je wilt dat inwoners zich voelen.
Je moet de kans krijgen om je stem te laten horen. GroenLinks Helmond vindt het dan ook belangrijk te weten hoe de participatie is geregeld en in welke mate er tegemoet is gekomen aan de geluiden van deze omwonenden. Nou, allereerst hebben wij gezien dat er de afgelopen drie jaar veel communicatie is geweest over dit project, vanuit de initiatiefnemers, in de krant, het wijkblad, op straat, huis aan huis. Veel artikelen, uitnodigingen, informatiebijeenkomsten en besprekingen met tal van belanghebbenden. Om te zeggen dat de initiatiefnemers bewust zo min mogelijk participatie wilden realiseren, die conclusie trekken wij niet. Ander belanghebbenden, zoals de wijkraad en de ondernemersvereniging, vinden overigens wel dat ze op goede wijze betrokken zijn bij de plannen, lezen we in de stukken. En het is ook lastig in Nederland. Je mag meepraten en dat noemen we participatie. Maar je mag ook een formeel bezwaar indienen en dat noemen we een zienswijze. Er zijn in dit geval ook zienswijzen ingediend door een aantal van de direct omwonenden met bezwaren die overeenkomen met de geluiden die we vorige week en vanavond ook weer hebben gehoord.
Aan een groot aantal bezwaren is tegemoet gekomen door wijzigingen in het plan. Een naar achteren geplaatste en onbewoonde laag, meer groen, betere geluidswering en onder andere een vergoeding van kosten voor geluidsaanpassingen aan het aanliggende bedrijfspand. Natuurlijk is er nooit een plan waar iedereen honderd procent tevreden over is. Maar in een klein landje als Nederland moeten we soms ook genoegen nemen met, ik kan ermee leven voor het maatschappelijk belang. Aan ons als raad nu de taak om het maatschappelijk belang van dit project af te wegen tegen de individuele belangen. Wij denken dat het heel belangrijk is om vele Helmondse ouderen hier, net als nu, een fijne of zelfs nog betere oude dag te kunnen geven. En niet alleen deze ouderen zijn hierbij gebaat, wij denken ook aan de families daarachter, de mantelzorgers en bezorgde kinderen die we enorm ontlasten als hun geliefde ouder in goede handen is. Het maatschappelijk belang van dit plan is voor ons dus groot, en daarom zullen wij instemmen met dit bestemmingsplan dat op een aantal punten al is aangepast aan de zienswijze van de omwonenden. Ook vinden we het goed dat meer dan de helft van de extra woningen voor mensen zonder zorgvraag sociale huur is waar ook veel vraag naar is. We stellen hier vanavond een bestemmingsplan vast en dat is nog geen vergunning.
Mogelijk is er nog ruimte voor aanpassingen, en we hopen dat de wethouder dat kan bevestigen. We vragen de initiatiefnemers wel zo duurzaam mogelijk om te gaan met de bouw en de bouwoverlast actief te beperken en in gesprek te blijven met de buurt. En als er planten of bomen tijdelijk in de weg staan tijdens de bouw, dan zouden we de initiatiefnemers willen vragen om dit met de stichting Struikrover te bespreken om hier een circulaire oplossing voor te vinden. Er zullen wat ons betreft de komende jaren veel Helmondse ouderen dankbaar gebruik maken van deze prachtige woonvoorziening. De heer Peters: Voorzitter. De voorzitter: Dank je wel. De heer Peters. De heer Peters: Ik zou mevrouw Tamarinof een vraag willen stellen. Mevrouw Tamarinof: Ja. De heer Peters: Want we zijn het over het maatschappelijk belang denk ik met z’n allen hier eens. Bent u het als fractie met mijn fractie eens dat aan het einde er toch wel het beeld is ontstaan van dat niet iedereen zijn zegje heeft kunnen doen en de oproep die gedaan heb aan het college om daar eens heel kritisch naar met elkaar naar te kijken hoe we dat beter te kunnen invullen? Bent u dat met ons eens? Mevrouw Tamarinof: Dat ben ik met u eens. De heer Peters: Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Boetzkes. De heer Boetzkes: Voorzitter, dank u wel.
Mag ik aanvullend aan u vragen of u ook met ons eens bent dat misschien de reden dat die mensen hun zegje niet hebben gedaan, ligt in het feit dat ze, nou ja, een nee-nee sticker hebben, geen idee hebben hoe ze een zienswijze in moeten dienen, geen idee hebben hoe ze bij dit soort plannen van zichzelf laten horen? De voorzitter: Mevrouw Tamarinof.
Mevrouw Tamarinof: Of de mensen de post niet hebben gehad, en ik begrijp van de inspreker dat er vier keer huis aan huis iets is rondgebracht. En volgens mij mag dat wel door alle brievenbussen als het aan de bewoners van de panden is. Maar dat kan ik niet inschatten. Maar er zijn ook inspraakmomenten geweest door de wijkraad en daar kunnen natuurlijk ook naartoe gaan. En daar neem ik aan dat er dan wel wordt geluisterd en dat daar wordt geholpen door zo’n wijkraad. Maar ik ben het met u eens dat het niet makkelijk is voor inwoners hoe ze een bezwaar moeten indienen. De voorzitter: Dank u wel. Dank u wel, mevrouw Tamarinof. Dan geef ik het woord aan de heer Boetzkes van Helder Helmond. De heer Boetzkes. De heer Boetzkes: Voorzitter, zoals al aangegeven denken wij dat dit plan niet gereed is voor beraadslaging. Maar aangezien we hier als raad toch vandaag een oordeel over moeten gaan geven, duid ik graag de dilemma’s waar wij zitten, die ik net ook al bij andere collega’s hoorde. Enerzijds zien wij de kracht en het potentieel van die prachtige plan. Alphonsus is een begrip in Helmond. Een mooie locatie die het verdient om vernieuwd te worden, zowel voor de medewerkers van Savant en misschien belangrijker nog wel voor de ouderen die daar gaan verblijven. Niet alleen vanuit Mierlo-Hout, maar vanuit heel Helmond vinden mensen daar een fijne plek met de juiste zorg.
Anderzijds hier de weerstand bij omwonenden en aangrenzende ondernemers. Het lijkt erop dat in het voortraject de omgeving … het betrekken van de omgeving vooral is gericht op informeren en niet zozeer op participeren. De wethouder gaf in de commissievergadering aan verrast te zijn over de grootte en plotselinge weerstand van omwonenden. Heeft u gedurende het traject met de initiatiefnemer voldoende geïnformeerd hoe het participatietraject verliep? Hoe heeft u vanuit uw rol hierin geadviseerd en wat is uw verklaring van de grote, plotselinge breed gedragen weerstand. Hebben omwonenden mee kunnen denken? En wat is het gevolg van dat zij mee hebben gedacht? Ik doel dan niet op aanpassingen als gevolg van zienswijzen, maar de gesprekken die zijn gevoerd met die bewoners. Maar ook planinhoudelijk zien wij gaten welke vragen oproepen welke niet of onvoldoende beantwoord kunnen worden. Worden omliggende ondernemers op enige wijze gehinderd in hun bedrijfsvoering als gevolg van deze plannen en bent u daarvan op de hoogte? En welke toezegging kunt u richting de ondernemers doen? Ook was er veel weerstand over de bouwhoogte. Wanneer wij kijken naar een recente bestemmingsplanwijziging, zoals bijvoorbeeld aan de Europaweg, zien we terughoudendheid met het bouwen van hoger dan vier bouwlagen.
Waarom vindt u het hier wel passend? En mogen wij wellicht de suggestie doen een verdichtingsvisie voor Helmond te schrijven waarin we de toenemende mate van verdichting, welke wij ook zien als noodzakelijk, kunnen toetsen. Tot slot heeft Helder Helmond specifieke aandacht gehad voor de externe veiligheid, omdat wij weten dat externe ontwikkelingen zo dit bij het spoor restrisico’s met zich meebrengen. Dat in combinatie met de toename van minder zelfredzame personen doet bij ons enkele alarmbellen rinkelen. Zeker omdat wij ons ervan bewust zijn dat wij als raad ons dienen uit te spreken over de aanvaardbaarheid van dit restrisico. Bij de beantwoording van de vragen zien we dat er veelvuldig geantwoord wordt met suggestieve aanvullingen welke tot meer begrip leiden voor de initiatiefnemer. Maar nergens zien wij een aanvulling welke licht werpt op de kant van de omwonenden, en dat vinden wij niet gepast. En we hebben zojuist wel gezien dat juist deze omwonenden uw steun nodig hebben om verheldering te krijgen. En gezien het beantwoorden van de vragen langer duurde, omdat er externe input nodig was, lijkt het erop dat de initiatiefnemer u hierbij heeft ondersteund. Klopt dit? En aangezien u ook vragen … Excuus.
En aangezien u ons heeft toegelicht wat de gevolgen voor uitstel van de initiatiefnemer zijn, willen wij u ook vragen of u toe wilt lichten wat de gevolgen voor de omwonenden kunnen zijn? Zouden zij werkelijk met u en de initiatiefnemer in dialoog kunnen komen of is er voor hen geen enkel perspectief meer? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, de heer Boetzkes. Had u een vraag? De heer Van der Kant heeft een vraag aan u.
De heer Van der Kant: Ja, voorzitter, ik hoor de heer Boetzkes zeggen, we zien bezwaren bij ondernemers. Maar ik ga er vanuit dat u bedoelt, bij een deel van de ondernemers. Vandaag hebben wij een brief ontvangen van de heer Drouen, voorzitter van Stichting Wijkraad Mierlo-Hout, waarin te lezen is, ik citeer, namens Stichting Wijkraad Mierlo-Hout en ondernemersvereniging Mierlo-Hout mag ik aangeven dat wij volledig achter de plannen staan en dat we hopen dat u akkoord gaat met deze prachtige ontwikkeling voor MierloHout. De voorzitter: De heer Boetzkes. De heer Boetzkes: Ja, ik duidde mijn dilemma al in het begin van mijn bijdrage. Wij hebben zeker ook ondernemers gesproken die niet direct tegen die plannen zijn. We hebben zelfs mensen gesproken die zichzelf daar wel zien wonen over tien jaar. Maar we zien ook heel veel mensen en ook ondernemers, meerdere, die enorm veel moeite hebben met deze plannen en onvoldoende gecompenseerd worden om hun bedrijf te kunnen voortzetten. De voorzitter: Ja. De heer Van der Burgt. De heer Van der Burgt: Ja, ik zit nu al een hele tijd te luisteren. Maar de heer Boetzkes die gebruikt hele grote worden en die zegt soms ook weleens dingen waar ik hele grote vraagtekens bij zet. En die hij waarschijnlijk nog niet eens kan onderbouwen. Zoals het veiligheidsrisico, daar hebben wij een veiligheidsregio voor, de heer Boetzkes.
En de onze veiligheidsregio dat … Er zijn … Dat is een samenwerkingsverband die echte deskundigen in dienst hebben. En plannen, een bestemmingsplan, wordt ook naar brandweer gestuurd, de heer Boetzkes. En een bestemmingsplan wordt ook naar alle andere instanties zoals het spoor, NS, gestuurd. Die beoordelen allemaal afzonderlijk die plannen. Denkt u nu werkelijk dat zij niet rekening houden met de risico’s? De voorzitter: De heer Boetzkes. De heer Van der Burgt: En ik heb nog een vraag meer. De voorzitter: Stelt u maar even. De heer Van der Burgt: Daar kom ik dadelijk nog wel. De voorzitter: Eerst even op deze. De heer Boetzkes: De vraag vergeten. Komt misschien direct terug. Ik dank natuurlijk de heer Van der Burgt voor het college dat ik hier krijg en dank voor de blijkbaar grote woorden die ik hier krijg, maar het is wel zo dat die restrisico’s niet honderd procent kunnen worden uitgesloten. Die restrisico’s die er zijn die worden specifiek benoemd en er worden zelfs aanbevelingen gedaan in de betreffende paragrafen die vervolgens niet worden opgevolgd. Dat wij er een vraag over stellen om vervolgens weloverwogen een afweging te kunnen maken of wij de rest risico’s willen accepteren lijkt mij onze taak als gemeenteraad om daar uiteindelijk gezamenlijk een besluit over te kunnen nemen. De voorzitter: Oké. De heer Van der Burgt.
De heer Van der Burgt: Dank hier voor zijn opmerking, maar in het geheel ben ik het er niet mee eens, want hij trekt nu mensen die deskundig zijn trekt hij de toelichting en de input van in twijfel en daar ben ik het dus niet mee eens.
De voorzitter: En uw vraag is nu? Want u had nog een aanvullende vraag? Die laat u? De heer Van der Burgt: Die laat ik maar even. De heer Boetzkes: Ik wil wel reageren op dit soort suggesties, want ik vind het uitermate ongepast van de heer Van der Burgt dat hij mij woorden in de mond legt die ik nooit heb gebruikt. Ik trek geen enkele specialist in twijfel en dat heb ik hier zojuist ook op geen enkele wijze gedaan. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Burgt: Dan heb ik toch wel een heel ander gevoel daarbij. Dan ben ik het niet met u eens. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Dank u wel de heer Boetzkes voor uw bijdrage en ik zou willen vragen of de heer Van der Burgt zijn bijdrage aanvangt. De heer Van der Burgt. De heer Van der Burgt van Lokaal Sterk. De heer Van der Burgt: Dank u wel voorzitter, aanwezigen en ook de mensen thuis. Afgelopen week is er heel veel informatie naar ons als raad gestuurd. Dat gaat over het plan van Savant en Kompaan dat zijn oorsprong kent vanaf 2018. Deze maatschappelijke organisaties die al meer dan honderd jaar nauw verweven zijn met Mierlo-Hout en een brede samenwerking wel degelijk hoog in het vaandel hebben staan. Goed dat ze de verschillende organisaties, inwoners en ondernemersverenigingen erbij betrokken hebben. De brief van de wijkraad Mierlo-Hout van 8 juli onderschrijft de brede samenwerking nog eens heel duidelijk.