CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

'verslag - Raad (11.04.2023)'

Gemeenteraad 11 april 2024, gemeente HelmondBij agendapunt: Verslag28.347 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

overbruggingszorg krijgen. Hopelijk wordt er voor de mensen die hulp zoeken, normale hulpzoekenden, toch nog steeds binnen tien werkdagen contact opgenomen, want iemand met een hulpvraag wil graag gehoord worden. Verwacht u nog steeds deze doelstelling te halen? Voorzitter, de VVD is verder verheugd dat u de aanbevelingen vanuit de raad om een financieel hoofdstuk toe te voegen en onder andere ook rekening te houden met de andere kwetsbare inwoners van betere wijken hebt overgenomen. De VVD kan dan ook instemmen met deze kadernota. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Janssen. Dan zie ik mevrouw Brugmans. Mevrouw Brugmans, aan u het woord. Aan de zijkant, ja. Mevrouw Brugmans-Aarts: Ja. Net was ‘ie aan. Oké. Voorzitter, wij zijn verheugd dat dit heldere en leesbare stuk duidelijk tot stand is gekomen door goed te luisteren naar betrokkenen. Aanbevelingen die de afgelopen maanden tijdens verschillende bijeenkomsten zijn opgehaald, zijn terug te zien in dit stuk. De laatste puntjes op de i die gezet zijn tussen nu en de afgelopen adviescommissie zijn wat ons betreft helder en kunnen we ons in vinden. Het stuk straalt hoge ambities uit met een duidelijke koers en passende strategische doelen, maar we willen toch nog iets meegeven en waar hopelijk bij de uitwerking van de onderliggende documenten rekening mee gehouden gaat worden.

Wij zouden het echt waarderen als er kritischer nagedacht gaat worden of het verzamelen en borgen van ervaringen en andersoortige data waar vervolgens beleid op vastgesteld kan worden. Ja, het verzamelen van data moet zo laagdrempelig als mogelijk zijn en daarom zijn we ook blij dat er bijvoorbeeld gehoor gegeven is aan de oproep van mevrouw Wijnands tijdens adviescommissie om keukentafelgesprekken te voeren op een plek die door de inwoner als vertrouwd aanvoelt. Ook dat draagt bij aan het borgen van betrouwbare data. Maar ik zal het verder laten vanavond voor wat het is. De boodschap is duidelijk en die zal ik blijven herhalen daar waar nodig, net zolang tot er passende oplossingen zijn, want wat zou het toch fijn zijn om heel doelgericht passende interventies te kunnen kopiëren van de ene wijk naar de andere met bijbehorende doelgerichte inzet van budget en middelen, om zo de maatschappelijke verschillen tussen wijken en de kansenongelijkheid tussen inwoners kleiner te kunnen maken. Voorzitter, we kunnen in zijn algemeenheid stellen dat we kunnen instemmen met dit koersdocument en we zullen de uitwerking en onderliggende beleidsstukken, zoals u van ons gewend bent, met een passende kritische houding volgen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Brugmans. Dan geef ik het woord aan mevrouw Brouwers, D66. Mevrouw Brouwers: Het is even wennen. Dank u wel, voorzitter.

Het sociaal domein is een van de belangrijkste onderdelen in het takenpakket van de gemeente, maar het is ook meteen een heel lastig domein. Het is nooit af, de effectiviteit is lastig meetbaar en het is volledig mensenwerk. Voor ons ligt de kadernota sociaal domein, een overkoepelende visie hoe we ons sociaal domein in willen richten, waarin we onze aanbevelingen uit de commissievergaderingen hebben terug kunnen zien dat was heel erg prettig. Sociale zaken zijn misschien dan misschien lastig meetbaar, deze kadernota geeft wel handvatten om te kunnen monitoren en te evalueren, zicht houden op het groter geheel en tijdig aan de knoppen te kunnen draaien en dan durven stoppen met zaken die aantoonbaar niet werken. Met deze insteek heb je een instrument in handen om op te kunnen treden tegen instellingen of stichtingen die niet de expertise of insteek hebben om zorg of hulp te leveren aan de meer kwetsbare medemens. Subsidies zijn bedoeld voor algemeen belang en daarvoor moeten ze natuurlijk ook gebruikt worden. Ook het belang van preventie komt in deze kadernota duidelijk naar voren. Het is niet realistisch om op de huidige manier door te gaan zonder oog te hebben voor het belang van preventie. We zullen een realistische blik moeten houden op wat nog mogelijk is in de toekomst en in hoeverre ook de eigen verantwoordelijkheid op een verantwoorde wijze kan worden

aangesproken in het kader van preventie. Wij zien mooie ambities terug en het belang van samenwerking. Wij van D66 zullen van harte mee instemmen met dit stuk. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Brouwers. Dan geef ik het woord aan mevrouw Spoek, Forum voor Democratie. Mevrouw Spoek-van Dinther: Ja, dank u wel, voorzitter. Zoals we in de commissie al hebben aangegeven, wil ik heel graag vanaf deze plek nogmaals het volgende benadrukken. De problemen binnen het sociaal domein nemen steeds verder toe en we begroten de komende jaren steeds minder op dit vlak. Toch durven we in dit stuk te stellen dat alle Helmonders die hulp nodig hebben, deze zullen ontvangen. Dat lijkt een te rooskleurig sprookje. Waarschijnlijk wel berust op, zoals al eerder aangegeven, oprechte intenties, maar wat onze fractie betreft misschien niet haalbaar door onjuiste prioritering en politieke keuzes. De intenties zijn goed, daarom stemmen we op dit moment in, maar wij zullen dit gericht op haalbaarheid, scherp in de gaten houden in de toekomst. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk aan even de zijde van de ‘…’. Mevrouw Maráczi, aan u het woord. Mevrouw Maráczi: Even kort, voorzitter, want ik ga de adviescommissie niet overdoen.

De SP is heel blij met deze kadernota, juist omdat wij eigenlijk een doorontwikkeling zien op de koers die we al jaren geleden ingezet hebben en dat is een koers van dat we naast de mensen gaan staan, uitgaan van de leefwereld van mensen en niet de systeemwereld. Waar zien daar nu weer een duidelijke vervolgstap op en volgens ons is dit de juiste manier en de koers die we moeten blijven volgen, vol geduld, met een lange adem, maar wel om uiteindelijk tot die andere overheid te komen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maráczi. Ik kijk aan de zijde van de gemeenteraad of er in eerste termijn nog een inbreng is. Zo niet, dan geef ik eerst mevrouw Dortmans, wethouder Dortmans, en daarna wethouder Van Dijk voor de andere resterende vragen. Wethouder Dortmans, aan u het woord. Wethouder Dortmans: Ja, dank u wel, voorzitter en dank u wel voor de inbreng in eerste termijn van de zijde van uw raad en ook dank u wel voor de complimenten die u maakt over de kadernota. Het is ook goed om te horen dat de opmerkingen, zoals die eerder zijn gemaakt, in uw ogen ook goed zijn verwerkt in de versie zoals die nu voorligt. Een aantal van u heeft terecht een aantal opmerkingen gemaakt over de haalbaarheid, de meetbaarheid, het gebruik van data en ook ervaringskennis.

U hebt in de laatste commissievergadering ook toegezegd dat u twee keer per jaar wilt worden bijgepraat over de voortgang van de kadernota sociaal domein en alles wat daar onder hangt. Ik stel dan ook voor dat we op dat moment met elkaar het gesprek kunnen voeren over die haalbaarheid en misschien, nou ja, die ambitie en het realiteitsgehalte in een, zoals mevrouw Brouwers ook zeer terecht zei, het is allemaal mensenwerk en het is in het sociaal domein in die zin ook allemaal niet zo eenvoudig qua effectiviteit en het meten daarvan, maar we gaan elkaar nog twee keer per jaar spreken over de uitvoering van de kadernota zelf en een aantal aspecten als onderdeel van die kadernota en daar wil ik het eigenlijk bij laten. Mijn collega Van Dijk zal nog kort ingaan op STH. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Dortmans. Ik kijk even … Ja, wethouder Van Dijk. Wethouder Van Dijk: Ja, dank u wel, voorzitter. Er resteert eigenlijk nog één vraag en dat, vanuit de VVD, of er binnen tien dagen alsnog contact wordt opgenomen. Ja. We hebben onlangs degenen die ook bij de informatieavond zijn geweest die STH gaf, hebben zij ook heel duidelijk aangegeven, er wordt contact

opgenomen en samen met de inwoner wordt ingeschat of die hulpvraag direct opgepakt moet worden of dat het eventueel later kan om zo daar een schifting in te maken. De voorzitter: Kunt u STH uitleggen wat dat is? Wethouder Van Dijk: Dat zijn dat zijn onze sociale teams Helmond. De voorzitter: Dank u wel. Oké. Ik kijk even aan de zijde van de gemeenteraad of daar behoefte is aan een tweede termijn. Zo niet, mag ik dan vragen om of er gestemd mag worden met handopsteken? Zo ja, wie is voor dit voorstel? Wie is tegen dit voorstel? Daarmee is het unaniem aangenomen. Dank u wel. 11. Vaststellen toetsingscriteria aanwijzing lokale publieke omroep voor Helmond De voorzitter: Dan gaan we met u goed vinden naar agendapunt 11, dat is de toetsingscriteria lokale omroep, dat is raadsvoorstel 23. Er zijn ook wat amendementen in de maak, maar ik ga eens even kijken welke raadsleden hier het woord over zouden willen voeren. Als u even naar het spreekgestoelte gaat, dan kunt u daar ... Ja, geeft niks. Er zijn er meerdere. De heer Coolen, VVD. De heer Coolen: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, in de commissie gaven wij al aan dat wij ons kunnen vinden bij de voorliggende toetsingscriteria voor de aanwijzing van de lokale publieke omroep. Wij misten echter nog één ding, dus daarvoor hebben we dan ook een amendement opgesteld.

Wij vinden dat een effectieve lokale omroep zowel een programmabeleidsbepalend orgaan, oftewel een PBO, als een bestuur nodig heeft om succesvol te functioneren. Voor dat laatste misten wij nog een toetsingscriteria, dus ik zal het dictum van het amendement nu even voorlezen. Verandert het besluit als volgt, voegt het volgende beslispunt toe het volgende criterium toe te voegen onder de aanvullende toetsingscriteria governance en bedrijfsvoering. Het criterium luidt: bestuurlijke situatie en de omschrijving van het criterium is: het bestuur van de lokale omroep bestaat uit minimaal drie bestuursleden, waarbij de rollen van voorzitter, secretaris en penningmeester zijn geborgd. De score van dit criterium zal net als de andere toetsingscriteria uit deze categorie bestaan uit een score van een tot en met vijf punten en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel. Dan mag ik het amendement ontvangen. Dank u wel, dank u wel. Het amendement is meer dan voldoende ondertekend en maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. Dan zie ik de volgende … Mevrouw Koolen. Mevrouw Koolen-van der Zee: Ja, dank u wel, voorzitter. Helder Helmond vindt het belangrijk om een goede lokale en betrokken omroep te hebben voor Helmond. In de commissievergaderingen hebben we met elkaar gesproken over criteria die wij goed vinden voor een transparante omroep.

Een goed bestuur is daarom ook erg belangrijk en politiek neutraal is voor een omroep ook belangrijk voor de stad. Daarom gaan wij met verschillende amendementen mee indienen, zodat we de juiste criteria voor een goede lokale omroep kunnen samenstellen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koolen. Dan zie ik en geef ik het woord aan de heer Van der Kant, CDA. De heer Van der Kant: Yes. Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we met elkaar over toetsingscriteria voor het aanwijzen van een lokale omroep en aanvullende toetsingscriteria. In de commissievergadering gaven wij al aan in grote lijnen ons te kunnen vinden in het raadsvoorstel. Echter, bij het toetsen van de toetsingscriteria, viel ons iets op en daarover willen we een belangrijke opmerking maken en daarover dienen

we ook een amendement in. Want wat hebben we geconstateerd? Er is een kolom criteria en er is een kolom omschrijving van criteria en bij een van die criteria constateren wij een discrepantie tussen wat er bij het criterium staat en de omschrijving daarvan. Het criterium luidt, ik citeer, de aanvrager maakt gebruik van zoveel mogelijk verschillende kanalen en platforms en de omschrijving ervan luidt, ik citeer weer, er wordt in evenwichtige mate gebruik gemaakt van minimaal radio, tv, internet en sociale media. Daarover hebben we vragen gesteld in de commissievergadering en de suggestie van de wethouder was, dan kunt u een amendement indienen als u daar vragen over heeft of verbeteringen wilt aanbrengen. Nou, bij dezen. Voordat we dat amendement schreven, hebben we de kijk van deskundigen ingeroepen en het waren acht deskundigen. Twee neerlandici en twee mensen met … Sorry, zes mensen met een onderzoekachtergrond en of een auditachtergrond en dat leidt tot drie onafhankelijke groepsgesprekken waarbij we telkens twee vragen hebben voorgelegd.

De eerste vraag was een heel open vraag, namelijk, hoe kijk je nou naar dit specifieke criterium en de omschrijving ervan? De tweede was, en als je iets opvalt, moet er dan iets gebeuren en zo ja, wat is dat dan? Nou, die gesprekken gaven drie inzichten, namelijk het criterium en de omschrijving ervan zijn niet alligned, zijn niet in lijn met elkaar, en daar moet iets gebeuren. Een ander groepje gaf aan dat het criterium normaal gesproken leidend zou moeten zijn, dus zou de omschrijving moeten worden aangepast. Weer een ander groepje gaf aan, het criterium en de omschrijving sluiten niet op elkaar aan en dus is dit criterium niet valide, mag je het niet meenemen in de toetsingscriteria en moet je terug naar de tekentafel. Nou, dat hebben we gedaan in de fractie en toen hebben we gedacht, dan schrijven we inderdaad een amendement waar we grond voor hebben, denken we. Wat is nu de bedoeling? Dat zal ik zo meteen voorlezen. Waar het ons om gaat is: toets wat je wilt toetsen. Volgens ons is dat een kleine, snelle wijziging aan de voorkant en dat voorkomt hopelijk een heleboel gedoe aan de achterkant. Dan zal ik even voorlezen wat we zouden willen veranderen. Wij stellen voor: verander het besluit als volgt.

Onder aanvullende toetsen criteria aanbod wordt de tekst: de aanvrager maakt gebruik van zoveel mogelijk verschillende kanalen en platforms, vervangen door, de aanvrager maakt gebruik van verschillende relevante kanalen en platforms. Dan gaan we weer verder met de vergadering. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik het amendement ontvangen? Wat een lange inleiding voor relatief … Ik dacht, nou komt ‘ie, maar dat … Maar de wethouder, de wethouder reageert daarop hoor. Dus excuus, daarvoor. Het is voldoende ondertekend en maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. Ik geef het woord aan mevrouw Tamarinof. Mevrouw Tamarinof: Ja, hij doet het. Ik ga het inderdaad iets korter houden. Wij gaan instemmen met de voorliggende toetsingscriteria. We gaan wel een aantal van de amendementen mee indienen, want wij vinden dat allemaal … Een aantal vinden we een goede verbetering, zodat het ook beter wordt voor de vrijwilligers en voor de besturen. Dus wij gaan zo meteen daarmee instemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Tamarinof. Dan geef ik het woord aan mevrouw Wijnands. Mevrouw Wijnands: Dank u wel, voorzitter. Het zal u niet verbazen, ook een amendement van de PvdA.

In de commissie hebben wij met name aandacht gevraagd voor de positie van vrijwilligers binnen de lokale omroep, omdat voor een groot deel de omroep draaiende gehouden wordt door vrijwilligers en in de criteria, de aanvullende criteria, stond enkel: de aansturing van vrijwilligers is goed geregeld. Dat vonden wij wat vaag en wij willen dat graag wijzigen via dit amendement in: de aansturing van vrijwilligers is goed geregeld, er is medezeggenschap en er wordt geïnvesteerd in een opleiding. Dat is de tekstuele van de amendementen. We willen nog daar de aanvulling bij doen dat er wellicht gedacht kan worden aan een keurmerk, maar we hebben het hierbij gehouden, er is medezeggenschap en invulling is verder aan de toetser.

De voorzitter: Oké. Dank u wel. Mag ik van u het amendement ontvangen? Dan is dit het derde amendement wat ingediend wordt, ook voldoende ondertekend en maakt ook onderdeel van uit van de beraadslagingen. Dan zie ik mevrouw Spoek, Forum voor Democratie. Mevrouw Spoek-van Dinther: Voorzitter, dank u wel. In de adviescommissie hebben wij met alle partijen al uitgebreid gesproken over de toetsingscriteria voor de lokale publieke omroep. De fractie van Forum voor Democratie heeft tijdens deze vergadering al aangegeven dat wij het heel belangrijk vinden dat een lokale publieke omroep in de basis politiek neutraal en onafhankelijk is. Tijdens deze vergadering werd geïnterrumpeerd met de vraag: maar hoort een publieke omroep niet altijd al politiek neutraal te zijn? Is een aanvullend criterium hierin dan niet overbodig? In de meest ideale situatie, waarin alle journalisten zich houden aan de geldende codes, waaronder de code van Bordeaux, is dit uiteraard het geval. Maar het is niet voor niets dat zelfs formerende partijen in Den Haag op dit moment in discussie zijn over het hervormen van de NPO. Het medialandschap werkt veelal niet meer zoals bedoeld. Onderwerpen worden onvoldoende van twee kanten belicht, zaken worden verzwegen en er is met regelmaat sprake van zogenaamde selectieve aandacht.

In Helmond gaat dit op dit moment nog niet zo slecht, maar in het verleden hebben we bijvoorbeeld tijdens de campagne van de gemeenteraadsverkiezingen meegemaakt dat de desbetreffende interviewer niet evenredig kritisch was in het bevragen van de lijsttrekkers, de desbetreffende persoon is overigens niet meer werkzaam voor omroep Dit is Helmond, maar daarom hebben wij wel het amendement een politieke, neutrale, publieke omroep voor Helmond. Dit om fiasco's zoals in de landelijke media en in het verleden te voorkomen en met name dus gericht om als lokale politiek onze criteria zo overduidelijk neer te leggen dat we de aandacht echt vestigen op hoe media volgens ons horen te zijn. Ik zal het dictum even voorlezen ofwel de wijziging. Besluit het volgende criterium toe te voegen onder de aanvullende toetsingscriteria aanbod en dan is het criterium: het media aanbod is politiek neutraal en onpartijdig, met als omschrijving: de aanvrager heeft een onderbouwd plan waaruit deze neutraliteit en onpartijdigheid blijkt. Alle politieke partijen krijgen een evenredig platform, er is sprake van onafhankelijke en onpartijdige berichtgeving en journalistieke duiding. En het PBO, zoals ook in het amendement al eerder is aangepast, zeg maar, wijzigingen daarin, houdt hier toezicht op. Met ook daar een score van één tot vijf. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een interruptie van mevrouw Maráczi.

Mevrouw Maráczi: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja. Ik vraag nog steeds af wat Forum voor Democratie onder neutrale politieke neutrale en neutrale berichtgeving geeft. Ik heb toevallig vanmorgen ook het debat gevoerd op … Vanuit de Tweede Kamer en daar hoorde ik de heer Van Houwelingen zeggen dat eigenlijk alles nepnieuws is, behalve Ongehoord Nieuws. Dus ik vraag me dan af wat u dan verstaat onder onafhankelijk en feitelijk nieuws. De voorzitter: Mevrouw Spoek. Mevrouw Van Spoek-van Dinther: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou goed, wij als partij krijgen regelmatig te maken met dat dingen achtergehouden worden, verdraaid worden, dus dat de weergave eigenlijk niet klopt met de werkelijkheid en dat als wij kritische geluiden laten horen, dat we direct weggezet worden als extreem. Dus onze persoonlijke ervaring daarin, zeker in de landelijke media, is niet zeer positief te noemen en in deze is bijvoorbeeld inderdaad Ongehoord degene die wel ons volledige betoog laat zien. Maar ook dat is weer, wat mij betreft, een hele grote tegenhanger, hè? Dus je ziet Ongehoord als hele grote tegenhanger ten opzichte van de gevestigde media en wat mij betreft moet het gewoon in de basis, zeker bij een publieke omroep, zo zijn dat daar neutraliteit is, zodat echt alle kanten belicht worden, zodat mensen ook zelf kunnen zien, hè, wat is er besproken en wat moet ik daarvan vinden?

De voorzitter: Ik zag mevrouw Tamarinof … Oh, was het nog een reactie hierop? Dan geef ik eerst mevrouw Maráczi en daarna krijgt u het woord. Mevrouw Maráczi: Ik vind het ook een beetje lastig dat als wij een lokale omroep hebben, die natuurlijk heel belangrijk is en die gewoon eigenlijk verslag moet geven van bijvoorbeeld de vergaderingen en wat er allemaal in de stad gebeurt, dat wij die dan op gaan leggen wat ze wel en niet zouden moeten zeggen en uitzenden. De voorzitter: Oké, wilt u daar nog op reageren, mevrouw Spoek? Mevrouw Spoek-van Dinther: Jazeker, voorzitter. Nee. Wij leggen ze juist journalistieke vrijheid op door namelijk aan te geven dat zij scherp mogen zijn op inhoud, dat zij onafhankelijk zijn en dus niet omdat ze gesubsidieerd worden door de gemeente het gevoel hebben van, hé, ik moet uitdragen wat het college zegt. We geven ze juist volledige journalistieke vrijheid, dat is ook onderdeel van deze onafhankelijkheid. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk naar mevrouw Tamarinof. Mevrouw Tamarinof: Ja, volgens mij dacht ik dat de lokale omroep straks ook door het rijk wordt gesubsidieerd, in de toekomst, en niet door de gemeente. Maar als jullie dan zeggen: een onderbouwd plan waaruit neutraliteit blijkt. Hoe onderbouw je zo'n plan? Wat stelt u zich daarbij voor? De voorzitter: Mevrouw Spoek. Mevrouw Spoek-van Dinther: Ja, dank u wel, voorzitter.

Ja, toen destijds Dit Is Helmond, die is uit een fusie gekomen, hebben ze het zelfs daarin omschreven. Dus vandaar dat ik dacht van, oh, dat kunnen ze heel goed omschrijven. Ik durf de bewoording daar niet meer precies bij te pakken, maar daar stond heel duidelijk inderdaad in omschreven dat er onafhankelijkheid is in de journalistieke duiding et cetera. Dus ze hebben dat gewoon in korte omschrijving duidelijk laten zien en een PBO kan daar dan toezicht op houden. De voorzitter: Ik zie mevrouw Brouwer … Mevrouw Tamarinof en dan mevrouw Brouwers. Mevrouw Tamarinof. Mevrouw Tamarinof: Nou, u zegt nu, het staat in de beschrijving dat het onafhankelijk moet zijn en dat dat staat hier ook in, dus dat vind ik eigenlijk voldoende. Want hoe kun je borgen dat je neutraal bent? Mag je dan bijvoorbeeld niet lid zijn van een politieke partij, als vrijwilliger? Ja, ik snap echt niet hoe je dat moet gaan borgen. De voorzitter: Tot slot mevrouw Spoek. Mevrouw Spoek-van Dinther: Ja, dank u wel, voorzitter. Dat mag wel, uiteraard, alleen in je in je werk vanuit de media moet dat … Dat kun je op persoonlijke titel doen, maar moet je dat niet laten blijken, één.

Plus, je mag, als je een mening hebt, mag je ook een mening geven, maar dan moet je nadrukkelijk benadrukken dat je hier iets becommentarieert en daar een mening over geeft, dus dat dat geen verslaglegging van bijvoorbeeld een raadsvergadering als deze is. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Brouwers. Mevrouw Brouwers: Dank u wel, voorzitter. Ik wil me hier echt even distantiëren van bepaalde aantijgingen en oordelen die worden gedaan over onze landelijke media. Wij geloven van harte in de journalistieke

onafhankelijkheid en zeker ook dat die in Helmond is gewaarborgd. Dus wij zullen zeker tegen het amendement stemmen. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Dat is een stelling. Wilt u daar nog op reageren, maar hoeft niet hoor. Mevrouw Spoek-van Dinther: Heel graag. Dank u wel, voorzitter. Nou, ik ben benieuwd of mevrouw Brouwers in de gaten houdt hoe bijvoorbeeld voor nieuwe verkiezingen, hoe de verdeling is aan de praattafels 's avonds qua verschillende politieke gasten die uitgenodigd wordt. Voor mij is één en één twee daarin gewoon optellen. Mevrouw Brouwers kan mij onmogelijk vertellen dat die verdeling daarin bijvoorbeeld evenredig verdeeld is. De voorzitter: Oké, waarvan akte, denk ik. Ja, oké, dank u wel. Dank u wel, mevrouw Spoek. Mag ik het amendement hebben? Ja, helemaal super, dank u wel. Ook voldoende ondertekenend en maakt ook onderdeel uit van de beraadslagingen. Ik kijk even aan de zijde van de gemeenteraad voor de eerste termijn. Voldoende zo? Dan vraag ik de wethouder, wethouder Van Lierop, om te reageren op de inbrengen, maar ook zeker over de vier amendementen die ingediend zijn. Wethouder Van Lierop, aan u het woord. Wethouder Van Lierop: Dank u wel, voorzitter. Vanavond hebben we het over de toetsingscriteria aanwijzing lokale publieke omroep.

Vanavond gaat u als raad aanvullende criteria vaststellen waaraan u als raad toetst als dat er aanvragen worden ingediend, waar we ook vanuit gaan. In de adviescommissie is dit onderwerp besproken en dit heeft uiteindelijk geleid in vier amendementen. Van die amendementen kan ik als eerste zeggen inderdaad, wat betreft de VVD, dat we deze ook als advies omarmen. Dat gaat om het bestuur. Het CDA, laat dat voorop zijn, duidelijkheid, toets datgene wat je wilt toetsen, dus ook dat amendement zullen we bij dezen omarmen. Als het gaat om het amendement van de PvdA, vrijwilligers zijn en blijven van belang, als het dan gaat om medezeggenschap en wat u verder tekstueel aanvult, is dat ook prima en zullen we dat omarmen. Dan gaan we naar Forum voor Democratie. Laat vooropgesteld zijn dat je te allen tijde politiek neutraal dient te zijn en het is dan ook aan u als raad of u dit wil benadrukken, ja of nee. Dat is, voorzitter, datgene wat ik verder te melden heb. De voorzitter: Oké. Kijk ik aan de zijde van de gemeenteraad of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Zo niet, dan zou ik graag over willen gaan naar stemming. Er zijn vier amendementen ingediend, alle vier de amendementen kunnen afzonderlijk en … Zijn niet in elkaars conflictgebieden, dus ze kunnen gewoon afzonderlijk vóór gestemd worden.

Met uw goed vinden ga ik eerst de amendementen in stemming brengen, daarna het raadsvoorstel. Het eerste amendement dat is ingediend, dat was van de VVD en betreft over de rollen van de voorzitter, secretaris en de penningmeester. Wil iemand een stemverklaring? Zo niet, wie is voor dit amendement? Wie is tegen dit amendement? Dan is hij unaniem aangenomen. Het tweede amendement is van het CDA, dat zijn aanvullende toetsingscriteria dat aanvragen gebruik van verschillende relevante kanalen in plaats van verschillende kanalen. Wil iemand een stemverklaring? Zo niet, dan breng ik hem in stemming. Wie is voor dit amendement? Wie is tegen dit amendement? Dan is het unaniem aangenomen. Dan gaan we met uw goedvinden naar het amendement van PvdA, ‘…’ professioneel geborgen organisatie tekst te laten wijzigen dat aansturing van vrijwilligers is goed geregeld te wijzigen in aansturing vrijwilligers is goed geregeld, er is medezeggenschap en er wordt geïnvesteerd in een opleiding. Is er behoefte aan een stemverklaring? Ja, mevrouw Spoek. Mevrouw Spoek-van Dinther: Dank u wel, voorzitter. Wij vinden het van belang dat de organisaties zorgdragen voor een goed vrijwilligersbeleid. Wij vinden echter dat dit niet door een overheid bepaald moet worden hoe ze dit inrichten. Dit is vrij om in te richten door de organisatie.

Hoe beter het beleid, hoe meer en betere vrijwilligers, dus daarmee heeft een organisatie dit ook zelf in de hand.

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Spoek. Anderen nog? Mag er gestemd worden met handopsteken. Wie is voor dit amendement? Wie is tegen dit amendement? Tegen is Forum voor Democratie, daarmee is het aangenomen. Dan kom ik bij het amendement wat Forum voor Democratie heeft ingediend. Is er behoefte aan een stemverklaring? De heer Coolen. De heer Coolen: Dank u wel, voorzitter. De VVD vindt dat de politieke neutraliteit voldoende geborgd is in de huidige toetsingscriteria die nu voorliggen. Dus wij zullen tegen het amendement stemmen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Kant. De heer Van der Kant: Dank u wel, voorzitter. Wij vinden politieke neutraliteit belangrijk. We hebben niet het idee dat die nu in het geding is, we hebben ook geen aanwijzingen of zien geen reden om te twijfelen of die neutraliteit in de toekomst in het geding kan komen. Voor ons heeft het amendement daarom ook geen toegevoegde waarde. De voorzitter: Mevrouw Spierings. Mevrouw Spierings: Dank u wel, voorzitter. Ja, wij zullen ook tegen dit amendement stemmen, omdat wij van mening zijn dat die neutraliteit er gewoon altijd hoort te zijn. Dus in die zin het allemaal al geborgd is. Mevrouw …: Ja, wij zullen ook tegen dit amendement stemmen. De voorzitter: De heer Van Aert, u mag al op het knopje drukken, want dan kan ik het al zien. Dus dat mag gewoon. De heer Van Aert: Oké, dank u wel, voorzitter.

Wij zullen ook tegenstemmen, omdat wij vinden dat het al gewaarborgd is. De voorzitter: Oké. Dank u wel voor uw stemverklaringen. Mag er nu gestemd worden met handopsteken? Zo ja, wie is voor dit amendement? Voor is Forum voor Democratie en Helder Helmond. Wie is tegen? Dat zijn de andere partijen. Daarmee is dit amendement verworpen. Dan gaan we met uw goedvinden naar het besluit. Kan er gestemd worden met … Heeft er iemand behoefte aan een stemverklaring. Zo niet, wie is voor het raadsvoorstel? Wie is tegen? Dan is het unaniem aangenomen. Dank u wel. 12. Verzoek CDA bespreken situatie m.b.t. 7e wethouder De voorzitter: Dan zijn wij gekomen bij de moties vreemd aan de orde van de dag. Het eerste … Heb ik een … Ja, vreemd aan de orde van de dag en het CDA heeft de situatie … Wil graag de situatie … Dat is trouwens geen motie vreemd aan de orde van de dag, excuus. Dat was een agendapunt toegevoegd aan de agenda, dat is het verzoek van het CDA om de situatie te bespreken met betrekking tot de zevende wethouder. Ik geef de heer Vervoort. De heer Vervoort, aan u het woord. De heer Vervoort: Ja. Voorzitter, doorgaan met zeven of zes wethouders. Donderdag 14 maart jongstleden werden wij verrast door de mededeling van wethouder Dortmans per 1 juli stoppen als wethouder van Helmond, omdat zij meer tijd aan haar privéleven wil schenken.

Voor ons een onbegrijpelijke stap, maar het is een keuze van de wethouder en dat respecteren wij. Over de kwaliteit van de nu vertrekkende wethouder kunnen we kort zijn. Kwalitatief een uitstekende wethouder. Het uitgangspunt moet zijn, vanuit CDA, voor zowel raadsleden als wethouders, een volle termijn van vier jaar. Je bent, volgens ons, dit verplicht aan onze

kiezers. Wethouder Dortmans is de architect van dit college. Eerste loco en als enige een voltijd job. Vier jaar geleden zaten we in dezelfde situatie toen ook een GroenLinks wethouder halverwege de periode stopte. Toen is er door de coalitie voor gekozen om de resterende periode een nieuwe wethouder te benoemen en terugkijkend was de toegevoerde waarde in anderhalf jaar, zal ik maar zeggen, niet al te geweldig. Gaan we nu dezelfde fout maken? Als het aan ons ligt niet. We hebben diverse redenen waarom dat we met zes wethouders verder kunnen. Diverse grote projecten zijn afgerond, of bijna afgerond. Neem dit prachtige huis van de stad, neem het zwembad De Braak is al een heel eind op weg, maar er is ook nog voldoende werk. Kan je dit niet met zes fulltime wethouders oplossen? In onze beleving wel. Momenteel is het toch zo geregeld dat met elk groot onderwerp een eerste en een tweede wethouder is betrokken. Is het dan niet verstandiger om de resterende periode met zes wethouders de stad te besturen? Moeten we weer dezelfde fout maken als vier jaar geleden? Wat zijn de financiële gevolgen? Alles afwegend, alles moeten we afwegen, zowel de voorals de nadelen voor onze stad en onze inwoners. Wij als CDA Helmond zijn benieuwd naar de standpunten van u als raad. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga eens even kijken wie hierop wil reageren. De heer Tuerlings en dan mevrouw Maráczi.

Mevrouw Maráczi: Ik wilde graag iets aan mijnheer Vervoort vragen. De voorzitter: Dat mag u ook doen, vraagt u maar, dan loopt de heer Tuerlings naar het spreekgestoelte. Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Als mijnheer Vervoort aan majeure onderwerpen denkt, denkt u alleen aan gebouwen en fysiek, of vindt u de hervorming van de Jeugdwet misschien ook een majeur project? De voorzitter: De heer Vervoort. De heer Vervoort: We hebben niet alleen steden, we hebben van alles hier in de stad, maar we hebben hier zeven wethouders zitten, waarvan er zes parttime werken. Vervolgens, als die zes wethouders fulltime werken, en dat doen ze in mijn beleving al, kunnen al die onderwerpen door die zes wethouders worden opgepakt en we zijn ervan overtuigd dat het gewoon goed kan gaan. In het verleden hadden wij ook geen zeven wethouders en ook geen zes. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Maráczi: In het verleden hadden we ook niet waar we nu mee zitten, al die taken. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Tuerlings. U mag gewoon blijven staan, hoor. Een mooi debatje misschien. De heer Tuerlings: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, we zitten in een dynamische tijd. Maatschappelijke ontwikkelingen hebben elkaar nog nooit zo snel opgevolgd als de afgelopen jaren. De majeure opgaven voor onze gemeente zijn de afgelopen jaren eerder toegenomen dan afgenomen.

Met alle ruimtelijke ontwikkelingen in onze regio komt ook de sociale ontwikkeling van onze regio steeds nadrukkelijker aan de orde. Daarbij heeft Helmond een spilfunctie als centrumstad van de Peel en als tweede stad in de Brainport. Dit vraagt veel van onze stad en van de bestuurders in onze stad. Twee jaar geleden hebben we in de coalitieonderhandelingen de afweging gemaakt dat in de huidige maatschappelijke context zeven wethouders

in Helmond te rechtvaardigen is, wil je als stad mee kunnen in de vaart der volkeren. GroenLinks is van mening dat de maatschappelijke context niet dusdanig veranderd is dat wij het haalbaar achter om de portefeuille van wethouder Dortmans te verdelen over de overige zes wethouders. Er ligt simpelweg meer werk in Helmond dan zes wethouders kunnen verzetten. Het is in onze ogen dan ook niet meer dan logisch dat er opnieuw een zevende wethouder komt. Ook voor de komende twee jaar ligt er een flink takenpakket op deze wethouder te wachten. Denk bijvoorbeeld aan de hervormingsagenda jeugd, het integraal zorgakkoord, onderwijshuisvesting en nieuwkomersonderwijs, zeker weer met die schaalsprong in het achterhoofd. Wij zijn in onze procedure dan ook nadrukkelijk niet op zoek gegaan naar een wethouder die even twee jaar op de winkel komt passen, maar naar een wethouder die zaken wil aanpakken en bereid is om verder te kijken, ook na 2026. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vervoort. Moties vreemd aan de orde van de dag De heer Vervoort: Daar wil ik wel op reageren. Uw wethouder is de architect van dit college. Vervolgens zijn er gigantische grote taken en dan snappen we niet dat de wethouder zegt van, na twee jaar vinden we het voldoende.

De taken wisten we twee jaar geleden ook al, maar de andere collega's die werken parttime, die zouden fulltime kunnen gaan werken. Vervolgens kan die taak nu ook verdeeld worden, voordat we direct iemand nieuws in moeten leren, de organisatie moet kennen, zijn we weer een jaar verder en dan hebben we een half jaar daarna is het weer richting verkiezingstijd. Dus de stad is gebaat bij continuïteit, op lange termijn, en vervolgens is dit weer pleisters plakken en de vraag is: over twee jaar, zijn er dan verkiezingen? Hoe gaat het college dan zien? Dus voor ons is het geen toegevoegde waarde om nu weer een nieuwe wethouder te gaan benoemen en maar kijken ‘…’ wat houdt het direct in. De voorzitter: Mevrouw Wijnands. Mevrouw Wijnands: Ja, dank u wel, voorzitter. U zei het zelf, volgens mij in de eerste termijn corrigeerde u zelf al, ik zal het in tweede termijn voor u nog een keer doen. Ze worden parttime betaald, de wethouders, maar ze werken fulltime. De voorzitter: De heer Vervoort. De heer Vervoort: Dat is het. Dat is ook echt erg dat een wethouder hier zeven dagen in de stad per week moet werken en dat ze maar voor 32 uur hoeven te werken en dat is gewoon krom.

Dan denk ik vanuit ons hier met de verantwoordelijkheden die de overige zes wethouders hebben, kunnen ze dit erbij pakken? Want heel vaak wordt er namens het college iemand gestuurd en ja, de dag heeft 24 uur, dus ze kunnen toch niet harder werken als ze nu al doen. De voorzitter: Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Ja, misschien … De voorzitter: Centraal, via de voorzitter graag. Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Ja, misschien moet de heer Vervoort straks maar even terugkijken wat hij nou allemaal zegt, want hij spreekt zichzelf enorm tegen.

De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk eventjes, de heer Rieter. De heer Rieter: Ja, voorzitter, ik wil de heer Vervoort wel even bijvallen, want waarom doen we dat dan eigenlijk met zijn allen gewoon wethouders dan maar niet 100 procent betalen? Want uiteindelijk, mevrouw Wijnands die noemt het al, ze werken hier voor minder dan fulltime, maar ze moeten wel fulltime aan de bak. Waarom doen we dit met zijn allen? De voorzitter: Aan wie stelt u de vraag? Gewoon wie wil erop reageren? De heer Tuerlings. De heer Tuerlings: Ja, dank u wel, voorzitter. Volgens mij gaan wij daar als raad over. Als wij nu met zijn allen besluiten om elke wethouder een voltijd aanstelling te geven, kunnen we dat nu besluiten. De voorzitter: Oké, wat stelt u voor? De heer Vervoort: Voorzitter, daar wil ik wel op reageer als dat mag. De voorzitter: Ja, tuurlijk. De heer Vervoort. De heer Vervoort: Als ik uw woorden kan herhalen van twee jaar geleden, zeven wethouders zouden niks meer kosten als die vijf of die zes wethouders in het verleden. Dat was het argument om bepaalde wethouders deeltijd te laten werken. Dat is niet correct. Vervolgens zijn ze gewoon 24 uur per dag in die stad bezig, dat is ook hun roeping. Vervolgens, uw eigen wethouder trekt een conclusie, ik wil halverwege stoppen. Dat is haar juiste afweging als ze denkt, vanuit hier, ik wil dat doen.

Prima, maar u zadelt de stad, het college met een probleem op en dan moeten er weer iemand binnen worden gevlogen die de stad weer leert kennen en we gaan weer vooraf aan beginnen. Dat is niet wat wij willen. De voorzitter: De heer Boetzkes. De heer Boetzkes: Ja, voorzitter, ik wil ook wel even van de heer Tuerlings begrijpen hoe dan precies die verdeling is, want het is niet een soort van laten we alle zeven evenveel, hè? Er is echt uw wethouder heeft een volle baan, dat is degene die nu ook vertrekt. De rest heeft tot 0,7 fte, 28 uur, geloof ik. Hoe is dan die verdeling gemaakt? Misschien kunt u dat even uitleggen, want dat is niet zozeer aan raad ‘…’ coalitieonderhandelingen. De voorzitter: De heer Tuerlings. De heer Tuerlings: Voor zover ik weet, is er volgens mij een wethouder met een 0,8 aanstelling, dat is … Zijn er drie. Oh, ik dacht dat er een paar met 0,9 waren. Nou, dan heb ik mijn cijfers in ieder geval niet 100 procent scherp. Ik weet alleen maar dan zeker, in ieder geval, dat er één wethouder is met een voltijd aanstelling en dat is een overweging geweest vanwege het eerste locoburgemeesterschap, omdat dat bijzonder veel tijd en investering vraagt. De voorzitter: Wie wil daarop reageren? De heer… : Voorzitter, in hoeverre is het dan om bijvoorbeeld die taak door te schuiven? Het gaat natuurlijk om een druk op het werk.

Dan zou je kunnen zegen daar ga je mee schuiven, daar ga je op die manier slim om met hoe je de taken verdeelt om mensen inzetbaar te houden. Want het lijkt erop dat dit … Dat we misschien wel te veel vragen van onze wethouders. Bent u dat met ons eens?

De voorzitter: De heer Tuerlings. De heer Tuerlings: Dank u wel, voorzitter. Dat ben ik zeker met u eens. Als we alles gaan verdelen onder de wethouders, de wethouder die nu gaat stoppen, die heeft een flink pakket. Als we dat pakket zouden verdelen, dan weet ik zeker dat we binnen nu en een jaar opnieuw op zoek kunnen naar nieuwe wethouders, want dan vallen ze allemaal om en dat lijkt me volgens mij nog veel schadelijker voor de stad. Zoals ik eerder in mijn betoog al aangaf, het lijkt GroenLinks in ieder geval absoluut niet realistisch om nu deze taken te verdelen. Wij gaan gewoon op zoek naar een zevende wethouder en dan leggen we dat voor aan de raad, omdat dat de meest logische keuze is voor de continuïteit voor onze stad. De voorzitter: De heer Boetzkes. De heer Boetzkes: Ja, voorzitter, dank u wel. U gaat op zoek naar een nieuwe wethouder. Heeft u ook overwogen om die herverdeling te maken, dus om uw wethouder inzetbaar te houden nog twee jaar en wellicht dus inderdaad dat zware locoburgemeesterschap misschien over te geven aan uw andere wethouder die wel 0,7 fte op het papier heeft. De voorzitter: De heer Tuerlings. De heer Tuerlings: Geloof me, voorzitter. Ik zou het heel fijn vinden als onze wethouder gebleven was, maar de wethouder maakt een afweging haar persoonlijke afweging.

Die kan ik alleen maar respecteren en dan is het aan ons om daar een nieuwe koers op te varen. De heer…: Wij hebben ook gezegd straks bij de inbreng, wij respecteren de keuze van de wethouder. Vervolgens krijgt de stad, onze inwoners, een probleem erbij. En uw probleem erbij wordt niet opgelost door tussentijds weer een nieuwe wethouder aan te stellen, nee, het probleem wordt opgelost door de taken te verdelen onder de huidige zes wethouders en deze ook gewoon fulltime te betalen. Want daar hebben die wethouders recht op. Ik hoop oprecht dat elke politieke partij de afweging maakt, is dit nu correct, moet er nu een zevende wethouder bijkomen of geven we de andere zes wethouders wel een fulltime job, want ze werken gewoon zeven dagen in de week. De voorzitter: De heer Van Aert. De heer Van Aert: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: U hebt het verkeerde pasje, denk ik. Het ging echt bijna helemaal foutloos vandaag. Oké. De heer Van Aert: Oké, dank u wel. Voorzitter, onze fractie vindt het eigenlijk niet passend om in deze vergadering te praten over de situatie betrekkende de zevende wethouder. Wij vinden dat dit aan het college en aan de wethouders is. Die moeten onderling uitmaken of ze de posten wel kunnen verdelen, want wij vinden dat dit eigenlijk niet mogelijk is.

Want de post die de wethouder, die nu weggaat, is een zeer zware post en die kan zomaar niet verdeeld worden over de zes blijvende wethouders. Wij zullen dan ook eigenlijk niet eens zijn als er geen zevende wethouder komt. Dus wij willen bij dezen aangeven, niet verdelen, maar een zevende wethouder erbij. De voorzitter: Dank u wel. Ik de heer Tuerlings en ik zie de heer Tuerlings, u staat daar nog. De heer Tuerlings: Ja, ik sta hier zeker nog, maar ik heb niks toe te voegen op dit moment.

De voorzitter: Oké, prima. Ja, de heer Vervoort en dan de heer Boetzkes. De heer Vervoort: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag voor de heer Van Aert, die gaf aan vanuit ons hier, het is niet op dit moment aan ons, maar aan het college om die taken in te vullen of het in te vullen is. Vervolgens eind van zijn betoog geeft hij aan van ja, het is voor ons onaanvaardbaar in principe met zes door te gaan. Dus ik snap die eerste vraag niet aan andere overgebleven wethouders, want u geeft eigenlijk een heel duidelijk signaal mee: wat er ook gebeurt, er moet een zevende wethouder komen. Of klopt het begin van uw betoog niet? De voorzitter: De heer Van Aert. De heer Van Aert: Het begin van mijn betoog dat klopt wel heel degelijk, maar dat heeft niks met de situatie te maken. De situatie is, we hebben zeven wethouders en die hebben het al ontzettend druk met de posten die ze hebben. Dus om die ene weg te laten en dan de rest te verdelen, ja, dat zien wij gewoon niet zitten. Dus omdat het een veel te zware post is van de vertrekkende wethouder.

Daarom zeggen wij, er moet een zevende wethouder bijkomen en daarom zeggen wij ook, laat het aan de wethouders zelf over, want u zegt wel van ja, ze moeten het maar verdelen, maar laat de wethouders daar zelf inbreng over hebben, want die zitten niet te wachten op een op een extra rij zaken erbij, want die post die ze hebben, die is al zwaar zat. De voorzitter: Oké. De heer Vervoort tot slot. De heer Vervoort: Ja, als slot. Kijk, er worden keuzes gemaakt, overal, ook door dit college, van waar kan ik wel zijn, waar kan ik niet zijn? Wat heeft prioriteit, wat heeft geen prioriteit? Maar onze inwoner is erbij gebaat bij kordate wethouders die aanwezig zijn op de momenten dat het college wordt verwacht, op de dossiers die er nodig zijn. Op het moment als je een nieuwe collega moet inwerken, dan weten we allemaal, daar zijn we een periode mee kwijt. Vervolgens zijn het zware dossiers. De ander wethouders houden die zware dossiers ook bij, want er wordt altijd met twee wethouders naar zware dossiers gekeken, er kan iemand ziek worden. De voorzitter: Oké, maar we vervallen in herhaling, de heer Vervoort. Even nieuwe argumenten. De heer Vervoort: Dus in onze beleving is het echt mogelijk om dit in te passen in de huidige coalitie. De voorzitter: Oké. Dan kijk ik naar de heer Boetzkes en dan mevrouw Yahia. De heer Boetzkes.

De heer Boetzkes: Ja, voorzitter, ik wil de heer Van Aert toch wel even corrigeren. Hij heeft tot twee keer toe gezegd dat de wethouders zelf maar moeten gaan kijken of dat dat nodig is. Dat is echt aan ons als gemeenteraad. Dus dat wil ik toch wel even duidelijk hebben in deze vergadering. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Yahia. Nee, toch niet? Dan de heer Rieter. De heer Rieter: Dank, voorzitter. Helder Helmond vindt het een erg lastige casus. De voortgang van het bestuur staat op het spel wanneer een wethouder besluit tussentijds te stoppen, met alle gevolgen van dien voor de gemeenschap en de lopende projecten. Als wethouder conformeer je je vier jaar lang aan het ambt. Je weet als wethouder dit van tevoren en het vroegtijdig aftreden, keuren wij dan ook in beginsel af. Aan de andere kant is een wethouder die niet met de volle overgave aan het werk gaat, hè, ze geeft aan om in ieder geval te willen stoppen, dat dat ook niet goed is voor de stad. Helder Helmond is van mening dat het daarbij passend is als er daarbij afstand wordt genomen van het wachtgeld, want, voorzitter, wachtgeld is bedoeld als

vangnet voor degenen die hun publieke werk verliezen om redenen buiten hun controle, niet als een terugvaloptie voor degenen die ervoor kiezen om vrijwillig af te treden. Ik heb een tweetal vragen voor de wethouder. U bent de enige wethouder die op dit moment fulltime werkt, de discussie is net al geweest. Heeft u overwogen om minder te gaan werken en dus daarbij werk bij een andere wethouder of andere wethouders neer te leggen? En de andere vraag is, neemt u afstand van uw wachtgeld? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar de wethouder. Wethouder Dortmans. Wethouder Dortmans: Dank u wel, voorzitter. Ik heb aan mijn verklaring van 14 maart niets toe te voegen. Dat in antwoord op uw eerste vraag. In reactie op uw tweede vraag, het is zo dat wethouders, als ze om welke reden dan ook stoppen of moeten stoppen, recht hebben op wachtgeld en ook niet in de gelegenheid zijn om daar afstand van te doen. Dat is het antwoord op uw tweede vraag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Kijk ik even naar daar de raad of er nog … Ja, de heer Vervoort. De heer Vervoort: Die laatste vind ik eigenlijk een gekke opmerking, want volgens mij hebben de vorige wethouders of de huidige wethouders die nu nog zitten, afstand gedaan van het wachtgeld over die acht uur.

Er zijn verschillende wethouders die zijn teruggegaan naar een aantal uren en die hebben gezegd van, ik neem geen gebruik van het wachtgeld. Dus die twee … Wat de wethouder Dortmans zegt met de andere wethouders, dat klopt volgens mij niet, maar dat durf ik niet te zeggen. De voorzitter: Kijk ik even, wie kan daarop reageren? Niemand? Dan blijft hij hangen. Wat zegt u? De heer… : Dat is een vrij technische vraag. Volgens mij zouden we dat moeten checken, maar ik durf daar zo uit de losse pols niet op te reageren. Ik ben geen jurist. De heer… : Voorzitter. De voorzitter: Ja, de heer Manders en daarna de heer Rieter. De heer Manders. De heer Manders: Op de vraag wie er afstand heeft gedaan van zijn wachtgeld kunnen de wethouders zelf antwoord geven, lijkt me, en als er inderdaad afstand is gedaan, dan zal het wettelijk mogelijk zijn, anders hadden ze dat niet kunnen doen. De voorzitter: De heer Rieter. De heer Rieter: Voorzitter, als ik mag. Nee, of het nu wel of niet kan, bent u bereid, wethouder Dortmans, om afstand te doen van het wachtgeld? De voorzitter: Kijk ik even naar wethouder van … Wethouder Dortmans. Wethouder Dortmans: Dank u wel, voorzitter. Ik herhaal wat ik net gezegd heb. Om welke reden ook een wethouder moet stoppen of zelf besluit te stoppen, dan is er een wachtgeldregeling en daarvan kan geen afstand worden gedaan.

Deze discussie is ook landelijk niveau al op meerdere plekken en op meerdere momenten gevoerd en daar sluit ik mij dus ook bij aan. De voorzitter: Mijnheer Vervoort.

De heer Vervoort: Dan wil ik wel een lans breken voor de andere wethouders. Er zijn verschillende wethouders die hier zitten die twee jaar lang al minder betaald krijgen, in onze beleving, omdat ze geen gebruik maken van de wachtgeldregeling. Als dat juridisch niet juist is, hebben we hier fouten begaan en dan is dat onterecht, maar misschien is het verstandiger om dit, want het is het juridische traject, zo zal ik het zeggen, op een later moment bij ons terug te komen hoe dat nou precies zit. Want anders doen we de andere wethouders tekort of mevrouw Dortmans geeft een verkeerd antwoord en welke keuze dat de wethouder maakt, daar sta ik buiten. Dus dat is iets aan de wethouder. Maar de heer Rieter vraagt hier wel een duidelijk signaal en we krijgen een ander antwoord van de wethouder. De voorzitter: Mevrouw Meulenbroek. Mevrouw Meulenbroek: Los van de vragen die gesteld zijn, hebben wij in Nederland over het algemeen de beleefdheid om niet in elkaars portemonnee te gaan rommelen en ik vind het inderdaad nogal onbehoorlijk om rechtstreeks naar salarissen te vragen en of men wel of niet instemt met verlaging of verhoging. We zitten hier niet in een soort onderhandeling over salarissen, lijkt mij, of vergoedingen. We hebben het over of de stad bestuurd kan worden met zes of zeven wethouders. Ik denk wel dat we bij het onderwerp moeten blijven.

De voorzitter: De heer Vervoort en dan de heer Rieter. De heer Vervoort: Ik wil wel even reageren op mevrouw Meulenbroek. Bij het installeren van dit college is al duidelijk aangegeven van de kosten van het college wordt niet verhoogd, want we gaan dit op deze manier invullen. Vervolgens is er toen door de huidige wethouders die blijven zitten, is er gezegd ‘…’ ik neem afstand. Dat is vanuit het college gekomen, niet van ons gekomen, dat is hier in openbaarheid besproken en het is aan de wethouder zelf de keuze, in onze beleving om te zeggen van, ‘…’ ik neem gebruik van die regeling of van die regeling. Daar heeft de wethouder Dortmans gewoon recht op. Als ze zegt van, ik ga gebruikmaken van mijn wachtgeld waar ik recht op heb, kan ik niet zeggen van dat mag niet, maar dat is iets aan de wethouder. Maar als de andere wethouders zeggen van, ik heb een bijdrage gedaan, want de kosten mogen niet hoger en achteraf blijkt het onjuist te zijn, hebben we ze gewoon jaren tekort gedaan. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik zag de heer Rieter. De heer Rieter: Ja, voorzitter, ik ben het natuurlijk helemaal eens met wat de heer Vervoort zegt, dat het natuurlijk de eigen keuze is van de wethouder.

Het blijft natuurlijk wel, om terug te komen op mevrouw Meulenbroek, die zegt van we kunnen niet … Dat ze het ongepast vindt om hier over de portemonnee van een wethouder te hebben, maar het gaat hier over de portemonnee van onze inwoners, het gaat hier over gemeenschapsgeld. Daarom wil ik nogmaals de vraag stellen aan mevrouw Dortmans, als het nou wel mag, er zijn altijd nog wegen te verzinnen om het in ieder geval terug te storten naar de gemeente. Bent u daar bereid toe? De voorzitter: Eerst mevrouw Meulenbroek. Mevrouw Meulenbroek: Ja, we hebben inderdaad destijds als raad met elkaar die keuze gemaakt om de kosten niet te laten verhogen en daardoor zijn er parttime formules losgekomen en ik ben ook geen jurist. Maar dat staat dus ook niet ter discussie, want er komt niet een wethouder bij. We gaan niet, tenzij u dat als raad allemaal zou willen, alle wethouders een fulltime functie geven. Dus u houdt een heel lang betoog, ik was

ook een klein beetje in de war, wat nu precies uw punt was, maar als het punt is, wordt het duurder als wethouder Dortmans vervangen wordt? Nee. Mevrouw Maráczi: Voorzitter? De voorzitter: Even wachten. De heer Vervoort en daarna mevrouw Maráczi. De heer …: Voorzitter, er is wel een vraag gesteld, he? De voorzitter: De heer Vervoort. Dat zeg ik ook. De heer Vervoort. De heer Vervoort: Nou, mevrouw Meulenbroek, uw fractie heeft heel duidelijk aangeven, met het samenstellen van dit college, dat de kosten niet omhoog zoude gaan. Vervolgens als mevrouw Dortmans op 1 juli aftreedt en ze maakt gebruik van haar wachtgeld, we moeten een nieuwe installeren, gaat dat de gemeente, gemeenschap, de inwoners van de Helmond meer geld kosten. Dus dat het dan duurder wordt, ja. De voorzitter: De heer Manders. Mevrouw Maráczi: Nou, ik was volgens mij. De voorzitter: Oh ja, mevrouw Maráczi en dan de heer Manders. Mevrouw Maráczi: Ja, ik wil daar wel op reageren, want nu gaan we het dus hebben over gemeenschapsgeld.

Ik vind het eigenlijk, eerlijk gezegd, een klein beetje hypocriet, want als wij over onze eigen vergoedingen praten, dan moet dat in besloten kring in de fractievoorzitters, want daar hebben de mensen … Dat willen we liever niet dat de mensen dat horen en dan gaan wij ook niet, ja, net als de SP, wij doen ook afstand van zaken die vergoedingen en zo, maar daar hoor ik andere partijen ook niet over dus ik vind het eigenlijk een beetje hypocriet om nu het argument van gemeenschapsgeld te gebruiken. De heer Vervoort: Voorzitter, mag ik daarop reageren. De voorzitter: Ja, de heer Vervoort. De heer Vervoort: Mevrouw Maráczi, iedereen in Nederland kan zien wat u als raadslid per maand ontvangt. Mevrouw Maráczi: Ik heb het over extra vergoeding. De heer Vervoort: Welke extra vergoeding? We hebben landelijke afspraken en vervolgens is dat in de openbaarheid, dus … Mevrouw Maráczi: We hebben laatst een hele discussie gehad over de reiskosten, met terugwerkende kracht. De heer Vervoort: Dat is een wettelijke regeling. De voorzitter: Maar laten we het even bij het onderwerp houden. Mevrouw Maráczi: Maar dat moet wel in besloten fractievoorzittersoverleg besproken worden. De voorzitter: Oké.

De heer Manders: Ik vind ook dat de discussie eigenlijk van pad afgaat waar het over moet gaan. Een wethouder, als er spanningen zijn, heeft het recht, net als elke werknemer in Nederland, om bijvoorbeeld met ziekteverlof te gaan. Dat is onze verzorgingsstaat, dat zit in elkaar. Die wachtgeldregeling, ik wil toch even zeggen dat ik heel in het verleden ook al veel respect heb uitgesproken voor heer De Vries, de heer Van dijk en mevrouw van Waardenburg, die inderdaad hun wachtgeld niet ontvangen. Dit soort discussies heeft ook in de Tweede Kamer plaatsgevonden. Onder andere mijn partijlid ‘…’ die als commissaris terugging naar de kamer en daar een opslag kreeg, die toen vrijwillig dat wachtgeld ook heeft ingeleverd. Dat is een keuze aan de werknemer zelf. Dat is gewoon een wettelijke mogelijkheid, dus het gaat meer om de vraag, dat was de discussie en daar moeten we naar terug, of we die extra wethouder nodig hebben en gezien het feit dat men allemaal heel druk is en er inderdaad gezegd wordt, ja, zelfs de parttime wethouders die dus maar voor 80 procent of 70 procent betaald krijgen, die hebben al 24 uur per dag bijna nodig.

Dan snap ik niet helemaal, dat is misschien wat mevrouw Maráczi ook bedoelde, hoe wil mijnheer Vervoort dan, als die anderen al helemaal vol zitten, die taak die nu wegvalt, ik denk de grootste taak, zeker in dit dossier, hoe wil die die laten opvangen door wethouders die al 24 uur per dag werken? Die vraag zou ik graag beantwoord willen hebben. De voorzitter: De heer Vervoort en dan de heer Tuerlings. De heer Vervoort: De heer Manders, dat heb ik ook aangegeven. Er zijn in de stad een paar hele grote projecten die zijn afgerond of bijna aan afronding toe zijn. Pak hier dit mooie huis van de stad, dat is afgerond. Het heeft de wethouders ontzettend veel energie gekost om het zover te krijgen. Dit project is afgerond. Vervolgens hebben wij het zwembad, is afgerond. De Braak zit in de stijgers. Vervolgens zijn er verschillende projecten die uitgevoerd zijn, en ja, er ligt nog veel werk op het bordje, maar dan is het … Op dit moment worden alle taken door twee wethouders waargenomen. Misschien zouden we van verschillende taken zeggen van hier doen we niet allemaal met zijn tweeën, dat doen we alleen en ik ben ervan overtuigd dat de huidige zes wethouders de taken van wethouder Dortmans op een goede manier … De voorzitter: Dat is uw overtuiging. Dank u wel. De heer Tuerlings. De heer Tuerlings: Ja, ik heb eigenlijk niks meer toe te voegen aan de woorden van de heer Mander.

De voorzitter: Oké, dank u wel. Anderen nog? Volgens mij hebben alle beelden met elkaar gedeeld en is het aan u raad en de coalitie hoe u daar verder richting uw raad mee op geacteerd wordt. Dus ik wilde toch deze beraadslaging op deze wijze nu afsluiten. Ja? Dank u wel. De voorzitter: Dan, met uw goedvinden, ga ik naar de moties vreemd aan de orde van de dag. De eerste motie die vreemd aan de orde van de dag is, was van … Wie was dat nou? Griffier, wie was dat? Mevrouw Tamarinof. Nee, die weesfietsen. Ja, zie je. U mag het woord voeren. De motie vreemd aan de orde van de dag, kaartje meenemen, of het opruimen van weesfietsen in de openbare stallingen. Voor mij was het een woord weesfietsen nieuw, dus vandaar. Dat gaat u uitleggen, denk ik, hè? Mevrouw Tamarinof. Mevrouw Tamarinof: Ja. Nou, ik zal inderdaad even uitleggen het woordje weesfietsen, want de titel van de motie, het voorstel, is het opruimen van weesfietsen uit de openbare fietsenstallingen en in de openbare ruimte. Ik was vandaag nog even bij ons station Brandevoort. Daar staat de hele fietsenstalling vol met fietsen. Mensen kunnen hun fiets ook niet meer erbij zetten, dus wat gebeurt er dan? Ze gaan hem buiten de lijnen parkeren, er zijn, dat weten we ook, op station Brandevoort hebben we ook de overlast met jongeren natuurlijk gehad. Er wordt regelmatig met fietsen gegooid.

En ja, ik probeer er zelf ook regelmatig te parkeren met mijn fiets. Maar dan zie je dus dat er zoveel wrakken in die fietsenstallingen staan dat je ook niet meer

fatsoenlijk je fiets kwijt kunt. Een aantal inwoners hebben dat ook een paar keer gemeld bij de gemeente, ik heb het zelf ook gemeld en ja, dat is gewoon jammer dat we die ruimte die nou wordt ingenomen door wrakken die daar al meer dan een jaar staan, die fietsen gaan nooit meer rijden, dat kun je zo zien, dat we daar niet iets aan kunnen doen. Toen was ik in Geldrop, of in Mierlo, en daar zag ik dus aan een fiets een kaartje hangen van de gemeente waarop stond: hee, wij denken dat deze fiets achtergelaten is of het niet meer gaat doen. Zij noemden dat ook de weesfiets. Als deze fiets hier over twee weken nog staat, dan nemen we hem mee, dan gaat hij naar de werf. Als hij wel voor jou is, dan kun je het label eraf halen en dan blijft die fiets staan, voorlopig. Ik dacht, nou, dat vind ik een hele leuke manier en door die term weesfietsen dacht ik ook meteen aan dat beginstation, het fietsenstation heet dat ook, die bij het station zitten ze en die hebben ook een soort regeling gehad met de … Hoe heette die? ProRail, denk ik, hè, die de fietsenstalling van het grote station doet, die krijgen daar de oude fietsen die niet meer worden opgehaald, die krijgen ze daar, daar kunnen ze de onderdelen afhalen die ze nog wel kunnen gebruiken of ze knappen ze helemaal op.

Die fietsen worden dan weer aangeboden aan de inwoners voor een hele schappelijke prijs en ze worden ook aangeboden aan Stichting Leergeld die kinderen op deze manier een goede fiets kunnen leveren. Dus ik dacht nou, dat lijkt me een hartstikke mooie manier om … Het lijkt me een goede oplossing voor de parkeeroverlast. Het is niet alleen op station Brandevoort, het is ook ‘…’ waar ik ook langs fiets, daar staan ook heel veel fietsen met lekke banden. Dus ik dacht nou, ik ga dit eens proberen. En ja, ik heb best wel veel handtekeningen al gekregen van andere partijen, dus ik hoop dat … Moet ik nou het dictum voorlezen, mevrouw de voorzitter? De voorzitter: Ja, maar ik zie de heer Heller heeft een interruptie. De heer Heller. De heer Heller: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik mevrouw Tamarinof willen vragen of ze kan duiden waar in de wet geregeld is dat na drie maanden de eigendom van de fiets vervalt aan degene die hem heeft weggenomen bij het station om hem vervolgens naar een werkplaats te brengen om iemand daar onderdelen van af te laten halen. De voorzitter: Mevrouw Tamarinof. Mevrouw Tamarinof: Dat is een goed punt. Ik weet niet hoe Geldrop-Mierlo dat doet, want in hun APV staat het niet, want de heer Coolen van de VVD wees mij erop dat in Venlo is dit opgenomen in de APV.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14480384/2