Stedenbouwkundig masterplan BSD concept
Tekst van het document
De fysieke openbare ruimte is geschikt om te bewegen (wandelen, fietsen). Hiervoor wordt, gezien de ruimte, een beperkte (minimaal benodigde) verharding aangebracht. Samen met de inrichting van de bouwvelden ontstaat zo een totaalbeeld van de overgang van ring naar park/ productielandschap via een ‘steeg’. En van een breder pad, naar een smal pad, om uiteindelijk in het open landschap als een ‘zandpad’ of ‘karrespoor’ door te gaan. In de zone met lage dichtheden wordt 10% openbare ruimte van het bouwveld aan de ribben toegevoegd.
De paden zijn geschikt voor alle vormen van langzaam verkeer en het zijn de routes naar de bouwvelden voor de hulpdiensten en verhuiswagens/ mindervalide vervoer (eigen vervoersmiddel/taxi).
Verhard pad
Opties invulling ribben
38 |
Halfverhard pad
Karrespoor
Struinpad
Landschappelijke haag
Struweel
Bomen in gras
Sloot
Referentie rib bouwvelden
1,5m
5m
1,5m
Principe doorsneden Rib aan de Ring (maximale maat) de eerste 15m
Referentie rib productielandschap
3,5m
5m
3,5m
Principe doorsneden Rib aan het Park/Groene zoom (minimale maat)
9,5m
5m
9,5m
Principe doorsneden Rib aan het Park/Groene zoom (maximale maat)
Tweede orde, ribben
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 39
Ribben
4.2.2 De historische lijnen (Diepenbroek, Kranenbroek, etc.) In BSD zijn nog verschillende historische wegen aanwezig. Denk aan Diepenbroek en Kranenbroek Deze wegen kronkelen dwars door het gebied heen, van het oosten naar het westen. De oorspronkelijke structuur met kleinschalige (woon)boerderijen (voormalige buurtschappen) vormt een informele onderscheidende structuur. Deze cultuurhistorische patronen worden opgenomen in het nieuwe verstedelijkingspatroon, inclusief de bijbehorende elementen (bebouwing en de relevante groenstructuur met sloten en delen van aanliggend landschap). De wegen worden geschikt voor langzaam verkeer en - zeer beperkt - voor gemotoriseerd verkeer. De boerderijen geven de bouwvelden een specifiek karakter mee.
Bestaande straat Diepenbroek
De nieuwe ontwikkelingen op de bouwvelden houden hier rekening mee door voldoende afstand te creëren tussen bestaande situatie en de nieuwe bebouwing om zo te zorgen dat het geheel van cultuurhistorische elementen zichtbaar en beleefbaar blijft. Bijzondere aandacht is er voor het gehucht of buurtschap Kranenbroek. Hier is een van oudsher herkenbare driehoekige groene ruimte tussen de bestaande bebouwing gelegen. Deze zal ingepast worden in de nieuwe ontwikkeling. Dit geldt ook voor de bestaande bebouwing, bestaande beplanting en de wegenstructuur.
Bestaande boerderij aan Diepenbroek
Tweede orde, cultuurhistorische lijnen
40 |
4.2.3 Het productielandschap Het productielandschap vormt de verbinding tussen de inwoners van BSD en het eten op hun bord. Het landschap zorgt als een grote moestuin voor groente en andere eetbare producten. Dit kan door coöperaties van bewoners zijn, door aangestelde agrariërs, landarbeiders of door bewoners zelf. Dit landschap is de nieuwe vertaling van de oude akkers, weide en overige productievelden van de oudere buurtschappen zoals Kranenbroek, Berenbroek en Diepenbroek. Energieopslag of -opwekking kan eventueel ook onderdeel worden van het productielandschap. Ook recreatie krijgt een plek in het productielandschap. Nieuwe paden doorsnijden bestaande landschapspatronen en de nieuwe kavelgrenzen waardoor er kansen ontstaan voor het toevoegen van kleine bosschages of nutsbosjes (voedselbossen). De weides of akkers worden via de nieuwe paden ontsloten naar de buurtschappen. Ook hieraan kunnen landschapselementen worden toegevoegd. Denk bijvoorbeeld aan: losse boomgroepen, kleine bosschages, solitaire bomen die kavel grenzen aanduiden (linde en eik worden hiervoor veel gebruikt), sloten, en landschappelijke hagen in plaats van prikkeldraad. De paden zijn zowel ontsluiting van percelen als ook doorgaande wandelroutes door het gebied zelf. Verschillende groen- en voedsel gerelateerde programma’s zijn hier mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan; stadslandbouw, moestuinen, etc.
Hierbij is het thema innovatie te allen tijde aanwezig. Het uitgangspunt is om het gebied te reserveren als een middel voor de toekomstige en bestaande bewoners om hun voedsel zelf te kunnen genereren. Een beperkte ondersteunende bebouwing is mogelijk, ondergeschikt aan het productielandschap.
Referentie productielandschap
Referentie productielandschap
Tevens dient het productielandschap als forageergebied voor de das, een soort die op dit moment in BSD voorkomt. Deze diersoort vraagt specifieke landschappelijke inrichting. Deze worden in het ontwerp verder uitgewerkt.
Tweede orde, het productielandschap
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 41
4.2.4 Groene zoom Dit is het gebied tussen de bouwvelden en het productielandschap. De basis voor de Groene zoom is het productielandschap, mogelijk in kleinere percelen. Dit geeft de mogelijkheid voor nieuwe voorzieningen die direct aansluiten op de woongebieden. Hierbij kan gedacht worden aan sport, spel en educatie, (gezamenlijke) moestuinen, boomgaarden of voedselbossen. De Groene zoom is ook de locatie waar de Parkeer-hubs gerealiseerd worden. Deze worden in verschillende vormen ingepast in het gebied. Het uitgangspunt: op deze locatie worden voorzieningen gerealiseerd die ervoor zorgen dat bewoners van a naar b kunnen, boodschappen kunnen halen, hun pakketje kunnen halen of hun fiets kunnen stallen. Bij de hubs zijn ondersteunende voorzieningen mogelijk. Denk aan fietsparkeerplaatsen, kleine ondersteunende kiosken, energieopwekking, laden van auto en fiets en verschillende oplaadvoorzieningen voor mobiele telefoons of laptops. De bebouwing in deze zone is kleinschalig en kan een link hebben met de woon-en werkfuncties binnen BSD. Deze zal onderling een samenhang vormen, heeft een uniforme vorm of een kleurstelling die min of meer gelijk is. Het materiaalgebruik van de bebouwing is conform het beeldkwaliteitsplan.
Referentie P-HUB
Het aantal hubs is afhankelijk van de loopafstand tot de woningen. Voor verdere info over de hubs: zie hoofdstuk 7.2. Daarnaast is ook ruimte voor waterberging. Het water is afkomstig van de openbare ruimte en de bebouwing. Deze waterberging bestaat uit een verlaging in het landschap, droge greppels tussen percelen of open water (als dit mogelijk/wenselijk is). Op meerdere hubs zullen ook microdepots gerealiseerd worden voor verschillende pakketjes/goederen.
Tweede orde, Groene zoom (Parkeer-hubs)
De milieuhubs komen ook in de Groene zoom zone. Daarnaast is de groene zoom ook een geschikte plek voor het laten infiltreren én bergen van hemelwater. Deze waterbergingen bestaan uit een verlagingen in het landschap, droge greppels tussen percelen of open water (als dit mogelijk/wenselijk is). Deze ruimte tussen onder andere de parkeerplaatsen zal plaats bieden aan gecultiveerde natuur waarin een voedselbos of moestuin gevonden kan worden. Doordat op deze plek de productiefunctie samenkomt met de waterbergende functie, Biedt het bijzondere mogelijkheden tot voedselproductie en ecosysteemdiensten. Deze zones zullen rondom omsloten worden door een wandeltracé, zodat er ook recreatief gebruik gemaakt kan worden van deze multifunctionele plek. 42 |
Tweede orde, Groene zoom
4.3 Derde orde In deze derde orde is sprake van minimaal toezicht. Dit betekent dat er maximale vrijheid is als het gaat om de ruimtelijke elementen. Voor de randen van de bouwvelden gelden de ruimtelijke regels van de andere regimes, die eerder zijn beschreven. Voor de verdere invulling van deze orde als het gaat om het gebouw, buitenruimte en het proces wordt verwezen naar het beeldkwaliteitsplan. 4.3.1 Bouwvelden Samen delen, samen wonen. Dát is het hoofdconcept van BSD en dus komt dit thema terug binnen verschillende deelaspecten van dit plan. Het uitgangspunt is om de ruimtelijke invulling binnen de bouwvelden zoveel mogelijk aan de toekomstige bewoners te laten. Deze invulling wordt opgesteld in afstemming met de gemeente en de stichting BSD. Doel is om zoveel mogelijk eigenaarschapsgevoel voor de bewoners te creëren, waarbij de betrokkenheid voor het gebied wordt gestimuleerd. Daarnaast creëert deze methodiek synergie en bevordert het een prettige leefomgeving waardoor er een duurzame woonomgeving ontstaat. Bij de verdere planvorming van de bouwplannen, zal er eerst een bouwenvelop worden opgesteld door BSD. Daar kan de initiatiefnemer aan de slag met het plan en het projectpaspoort opgestellen. Het masterplan vormt samen met het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan de basis voor deze bouwenvelop.
Binnenterreinen moeten voldoende gronddekking hebben voor minimaal tweede orde grootte bomen. Bij een woonfunctie op de begane grond grenzen de privéachtertuinen direct aan het collectieve binnenterrein. De privé-en moeten groen worden ingericht en passen bij de natuurlijke uitstraling van het collectieve binnenterrein. Kant en klare-en van doe-het-zelf-zaken zijn niet toegestaan. 4.3.3 Groene daken / daktuinen Groene daken / daktuinen bieden een bijzondere plek waar iedereen zich prettig bij voelt. Naast een decoratieve functie, dragen groene daken / daktuinen ook bij aan klimaatbeheersing van het gebouw. Ze kunnen worden gebruikt als waterberging, ze verkoelen gebouwen en ze verminderen hittestress. Daarnaast kunnen ze ook de biodiversiteit van de omgeving versterken. Door een bepaalde compositie van de opbouw van de bouwblokken, kunnen er verschillende daktuinen worden gecreëerd. Ze maken onderdeel uit van het bouwblok als geheel en worden integraal meegenomen in het ontwerp van het gebouw. Daktuinen kunnen privé of collectief van aard zijn, afhankelijk van het programma.
10 procent van een bouwveld is openbare ruimte en ligt altijd aan de ring of de ribben. De overige ruimte is de collectieve ruimte, verdeelt in gemeenschappelijke ruimte en privéruimte. De locatie van de 10% volgt in de bouwenveloppen van de bouwvelden. De ontsluiting voor nooddiensten naar de bouwvelden vindt plaats via de ribben. 4.3.2 Binnenterreinen Het is een uitdaging in BSD om een goede balans te vinden tussen de drukte van de openbaar toegankelijke gebieden (aan de randen van de bouwvelden) en de rust in de binnenterreinen. Omwille van de rust en synergie tussen inwoners en omgeving, zijn de binnenterreinen collectief toegankelijk gemaakt. Ze zijn semi-openbaar, groen ingericht en worden collectief beheerd. Denk bijvoorbeeld aan de Vereniging van Eigenaren (VVE). Ze kunnen worden omheind door bijvoorbeeld een heg. Het binnenterrein wordt ingericht door de inwoners en wordt onaantrekkelijk gemaakt voor het openbare publiek, maar mogen niet afgesloten worden. Dit heeft te maken met het beter stroomlijnen van de langzaam-verkeersroute en de sociale veiligheid in de openbare ruimte. Derde orde, de bouwvelden
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 43
3D impressie Stedenbouwkundig masterplan
44 |
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 45
4.4 Openbare ruimte Voor openbare ruimte is de bestaande situatie het uitgangspunt. Dit wordt gecombineerd en verder vormgegeven samen met de thema’s innovatie, duurzaamheid en gemeenschap (innovatiepropositie Brainport Smart District, 2021). De bestaande situatie neemt elementen over die de ontstaanswijze kenmerken, het geeft inzicht in de manier van leven, hoe men op deze specifieke plek kan wonen en werken. Het geeft vorm aan samenkomen op verschillende manieren. Mensen onderling, maar ook natuur en voedsel. Daar waar de bestaande situatie leert van het verleden, geven innovatie, duurzaam en gemeenschap een toekomstgerichte invulling aan de bestaande en nieuwe waarde.
Referentie margestrook (overgang woning)
De opgave voor de openbare ruimte en gemeenschappelijk buitenruimte (gelegen op de bouwkavel) is om deze zo in te richten dat hier alle kans van ontmoeten wordt gecreëerd voor alle mensen. Dit zijn de (valide en anders valide) inwoners van BSD, de bezoekers en de werknemers.
Referentie pad door het park (natuurgedeelte)
Referentie voetpad over een waterpartij (bv in het park)
46 |
Referentie park
4.5 Recreatieve routes In de bestaande situatie zijn er geen of nauwelijks recreatieve routes door het landschap. Als enige zou kunnen worden aangewezen de route Berenbroek/Medevoort/ Markebaak/ Markeschoor/Markesingel. Of de route die via de Berenbroek/ Medevoort richting Mierlo Hout/Helmond Centrum. De ontbrekende routes richting Nuenen dorp en Landgoed Gulbergen zijn zeer wenselijk. Onderzocht kan worden of er een route over de N270 in de toekomst kan komen. Deze verbind dan de Nuenensedijk met de Oude Postbaan. Een andere route die onderzocht kan worden is de route Nuenensedijk/Scheerrijtenweg/Landgoed Gulbergen. Door nieuwe verbindingen ontstaat er een groter, regionaal, netwerk van routes. Deze zorgen voor meer gebruik van de fiets als vervoersmiddel. .
netwerk fiets Nieuwe routes, indicatief
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 47
4.6 Straatmeubilair en speelvoorzieningen Meubilair wordt op plekken geplaatst waar deze nodig zijn. Combinaties zijn altijd mogelijk, maar zijn niet noodzakelijk. Zitplekken worden gecreëerd op een manier die uitnodigt, contact stimuleert en wandelen voor iedereen bevorderd. Ook plantenbakken kunnen gemeenschapszin bevorderen, ook doorvoor zijn geen stringente regels op te leggen. Verlichtingsarmaturen aan palen blijft het uitgangspunt omdat de masten meer betekenen voor geheel BSD. Bij voorbeeld voor data, voor onderzoek en voor slimme aansturing. Er wordt bij het meubilair rekening gehouden met verschillende leeftijdsgroepen, mobiliteitsbouw en de daarbij behorende benodigde ruimte. Het stimuleren van circulair materiaalgebruik geldt ook voor dit onderwerp. Er kan ook ingezet worden op biobased materialen met een lange levensduur en de mogelijkheid tot hergebruik, en er kan gevraagd worden een materialenpaspoort toe te passen.
Referentie meubilair
De speelvoorzieningen kunnen gekoppeld worden aan de thema’s ‘natuurinclusief bouwen’ en ‘klimaatadaptief’ door bijvoorbeeld een (groene) natuurspeelplaats voor toestellen.
Referentie element openbare ruimte
Referentie uitkijktoren
48 |
Referentie speelelement
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 49
HOOFDSTUK 5 REGELS In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de volgende onderwerpen: bouwblokken, bouwprincipes, rooilijnen en de plint. Deze elementen bepalen de vorm van de wijk BSD. Ook de openbare ruimte regels komen aan bod van de verschillende ordes.
•
• •
5.1 Bouwvelden en gebouwen BSD wordt gezien als een uitbreidingsgebied van Helmond. Het is een van de uitleggebieden, gesitueerd aan de rand van de stad. Het is niet de bedoeling om een vergelijkbaar gebied te realiseren als Brandevoort, maar juist iets anders. Iets bijzonders, waarbij thema’s als innovatie, sociaal/ gemeenschap en duurzaamheid hoog in het vaandel staan. De bewoners worden in een vroegtijdig stadium bij de planvorming betrokken. Dit bevordert het eigenaarschap van het gebied. Ondanks het bijzondere karakter van het gebied, houden de vormgeving en de bouwprincipes van het plan rekening met het eigen Helmondse karakter.
• •
•
Aan de binnenkant van het bouwveld zijn er informele ontsluitingen aanwezig naar de collectieve functies in het binnenterrein Algemene Nutsvoorzieningen zijn integraal opgenomen in het ontwerp van het bouwblok Nutsvoorzieningen die bijdragen aan de slimme wijk, kunnen als bijzonder bouwwerk worden ingezet (zichtbaar, leefbaar), mits deze als een bijzonder bouwwerk worden ontworpen en zijn te allen tijde groen en bestaan uit plantsoorten die passen bij het landschap T.h.v. kruispunten van wegen/paden mogen t.b.v. de verkeersveiligheid niet hoger dan 80 cm zijn Parkeren op het bouwveld is enkel voor minder valide met een geldig bewijs mogelijk, volgends de geldende norm minimaal 50 % van het perceel groen wordt aangelegd, waarbij groene daken als “groen” meetellen
De bouwvelden zijn ingedeeld op basis van dichtheden. Zoals eerder beschreven, heeft het oostelijke deel een hoge dichtheid. De dichtheid wordt in westelijke richting steeds lager. De overgang tussen deze zones moet geleidelijk verlopen en goed ruimtelijk worden ingepast. De uitgangspunten van de algemene bouwregels voor bouwvelden en voor gebouwen in hoge- en lage dichtheid zijn: 5.1.1 Algemene bouwregels voor bouwvelden: • Geschikt voor verschillende doelgroepen: jong, oud, mindervaliden, etc. • Voldoende differentiatie in woninggrootte en prijsklasse per bouwveld • De verhouding tussen grondgebonden woningen en gestapelde woningen is ongeveer gelijk over BSD als totaal. Per bouwveld kan dit verschillen • Dichtheid van 20 tot 80 woningen/ha. Gemiddelde dichtheid is 50 woningen/ha • Werk-/bedrijfsruimte gecombineerd met wonen is mogelijk voor minimaal 5 procent en maximaal 30 procent • Innovatie, natuurinclusiviteit en duurzaamheid zijn te allen tijde van toepassing, zichtbaar en onzichtbaar. • Flexibele opbouw is mogelijk, waarbij door middel van een simpele ingreep, in de toekomst getransformeerd zou kunnen worden naar een andere functie • In verband met de menselijke maat is de maximale bouwgevellengte 50 meter afhankelijk van de situatie (hoge en lage dichtheid)
Bouwveld
Oriëntatie van de gebouwen naar de openbare structuren: de ring, ribben en het park
50 |
5.1.2 Bouwprincipes bouwvelden De bouwvelden hebben over het algemeen een collectief binnenterrein waar alle gezamenlijke functies zijn gesitueerd. Dit binnenterrein is hoogwaardig (groen) ontworpen door de bewoners. BSD toetst deze initiatieven. Het binnenterrein zal door de bewoners worden onderhouden. De eventuele afsluitbaarheid van het binnenterrein wordt in het ontwerp van de gehele initiatief opgenomen. Relaties tussen bouwvelden onderling zijn wenselijk voor het opbouwen van gemeenschappen. Hierbij kan worden gedacht aan gezamenlijke voorzieningen voor energie of voor het dagelijkse leven. Afsltuiting van het binnenterrein kan nooit helemaal omdat deze bereikbaarbaar moet zijn voor bijvoorbeeld nood en hulpdiensten. Waterpartijen en groenstroken zijn ontwerpelementen hiervoor.
5.1.3 Algemene bouwregels gebouwen: • De bouwblokken zijn met de voordeuren georiënteerd op de openbare hoofdstructuur (de ring, het park, de ribben, etc.) • Bij gestapelde woningen: de galerijen worden aan de binnenzijde van het bouwblok gesitueerd en niet aan de openbare straat • Het uitgangspunt is zo veel mogelijk dubbelzijdig georiënteerde woningen, dit in verband met de maximale daglichttoetreding • De onderkant van de gevelaccenten is hoogwaardig architectonisch uitgewerkt en maakt onderdeel uit van het gebouw • Blinde gevels aan de straat zijn niet toegestaan • De gebouwen zijn alzijdig, vooral langs de ring. De raampartijen bij de hoekblokken moeten de hoek worden omgezet, zodat er maximaal zicht ontstaat tussen gebouw en het maaiveld
Portiek woningen
Gallerij woningen
Corridor woningen Zoveel mogelijk toepassen van dubbelzijdig georiënteerde woningen is het uitgangspunt. Enkelzijdig georiënteerde woningen levert vaak minder kwaliteit op.
Voorbeeld bouwveld
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 51
5.1.4 Uitgangspunten van bouwblokken in hoge dichtheidgedeelte: • Bouwhoogte is 3,5 tot 16 meter (1-5 bouwlagen), al dan niet met een kap • Differentiatie van dichtheden (lage- en gemiddelde dichtheid) is mogelijk in deze zone • Stedelijke uitstraling • Halfopen en open bouwblokken zijn mogelijk • Gemengde bouwkorrel, kleine en grote korrel worden integraal als geheel per bouwveld ontworpen • Verschillende bouwtypologie is mogelijk. Grondgebonden of gestapelde woningen. Denk bij gestapelde woningen aan bijvoorbeeld een portiek, corridor (beperkt) en galerijwoningen • Het bouwblok bij het station vormt een onderdeel van het stationsplein als geheel en wordt integraal als onderdeel van het plein gepositioneerd. Dit volume kan volledig de gehele wand vormen • Alzijdig 5.1.5 Uitgangspunten van bouwblokken in lage dichtheidgedeelte: • Bouwhoogte is 3,5-12 meter (1-3 bouwlagen), al dan niet met een kap of terug liggende bovenste bouwlaag. • Differentiatie van dichtheden (lage dichtheid) is mogelijk in deze zone • Groene setting • Grondgebonden of gestapelde woningen • Kleinschalig karakter met fijnmazige bouwkorrel • Alzijdig
De gevelwand wordt zonder blinde gevel de hoek omgezet.
5.1.6 Uitgangspunten voor bedrijfsterreinen: • Bedrijven met een kantoorfunctie hebben een bouwhoogte van 4-16 meter (1-5 lagen) • Bedrijfshallen hebben een bouwhoogte van 4-12 meter (1-3 lagen) 5.1.7 Uitgangspunten voor bedrijven bij woningen (gemengd gebied), bedrijven binnen het gemengd gebied, waar wonen het hoofddoel is, bestaat uit: • Bouwhoogte is 3,5 tot 16 meter, afhankelijk van de locatie en de functie. • Geen hallen • Transparantie (minimaal 60 procent), behalve bij bedrijfsfunctie- en maatschappelijke voorziening. Die mag afwijken • Alzijdig, tenzij onderdeel van woongebouw • Entree via openbare ruimte (ring/ribben/park)
52 |
Bouwveld
Doorzichten tussen de gebouwen
5.2 Rooilijn Rooilijnen zijn de vastgestelde grenzen tussen openbare en private gronden. Aan de buitenkant van de bouwvelden gelden er regels voor de rooilijn, aan de binnenkant niet.
5.2.3 Langs cultuurhistorische lijnen De uitgangspunten:
Bij de bebouwing is er nóg een zone die niet direct tot de openbare ruimte behoort: deze margestroken behoren tot het bouwveld. Deze strook is van de bewoners en zorgt voor een prettige overgang van privé naar openbaar en visa versa.
•
De ligging van de rooilijn ten op zicht de van de openbare ruimte is afhankelijk van het karakter van de locatie. Het gaat hier om het informele karakter versus het formele karakter. De verhouding tussen de bouwhoogte en de afstand tot de openbare ruimte is in balans. Er is altijd een bepaalde maat gereserveerd langs de openbare ruimte ten behoeve van de ondergrondse technische onderhoudswerkzaamheden.
5.2.4 Margestrook uitgangspunten: • Een goede overgang tussen het private- en openbare domein door de margestrook • Margestroken worden meegenomen in het ontwerp van het gebouw en de inrichting van de openbare ruimte • Hoge dichtheid: 1,5m margestrook (onderdeel van de 10% openbare ruimte per bouwveld) • Lage dichtheid: 1,5 m margestrook (onderdeel van prive of gemeenschappelijke ruimte) • De margestroken voor kleinschalige detailhandel en kantoren, worden per ontwikkeling afgestemd met de gemeente
Hieronder worden de uitgangspunten van de rooilijnen per delen van het gebied beschreven. 5.2.1 Langs de ring De uitgangspunten: • • • •
•
De afstand van gevel tot gevel langs de cultuurhistorische lijnen is 18-22 meter. 15 procent tot 50 procent bebouwing haaks op de cultuurhistorische lijnen. (dit om voldoende doorzichten te houden vanaf de cultuurhistorisch drager)
Formeel De afstand van gevel tot gevel langs de ring is 18 meter De voorgevel-rooilijn wordt 70-90 procent op de rooilijn gebouwd in het hoge-dichtheid-gedeelte De voorgevel-rooilijn wordt 50-70 procent op de rooilijn gebouwd in het lage dichtheid gedeelte
lage dichtheid
bouwveld
5.2.2 Langs de ribben De uitgangspunten: • •
• • •
hoge dichtheid
50%
Informeel De afstand van gevel tot gevel langs de ribben is 8-10 meter voor de eerste 15 meter vanaf de ring en 12-24 meter aan het park of Groene zoom De voorgevel-rooilijn wordt 25-70 procent op de rooilijn gebouwd langs de ribben en Voorzones zijn mogelijk (bijvoorbeeld een groene strook of sloot binnen de bovengestelde maat is) Er is voldoende ruimte voor de informele groene ruimte (al dan niet verblijfsruimte). Deze ruimte maakt onderdeel uit van de groenstructuur van het gebied
25%
bouwveld
70%
90% bouwveld
25% 70%
70% ring
bouwveld 70%
Voorbeeld percentages in rooilijn bouwen
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 53
5.3 De plint (van bebouwing langs de ring en het stationsplein) Er zitten nuanceringen tussen de plinten in de gebouwen bij het station en bedrijfsterreinen én plinten bij de rest van de gebieden in BSD. Plinten bij het station en bedrijfsterreinen kunnen voor het publiek aantrekkelijke functies hebben in alle wanden. Dit versterkt de levendigheid en de uitstraling. Daarnaast liggen ze ook op de (hoofd) langzaam-verkeersroute die onderdeel uitmaakt van het langzaam-verkeersnetwerk van BSD. De plint van de rest van de bouwblokken heeft vooral een plek voor ruimtelijke en functionele verbijzondering, een woonfunctie of het zijn gemeenschappelijke ruimtes en werkfuncties van de bewoners op een bouwveld. Er zijn een paar bouwregels van toepassing op de plint: •
•
•
•
•
•
De minimale bouwhoogte van de plint voor de bouwblokken bij het station is 4 meter. De plinthoogte is 1 laag. Dit geldt ook voor het bedrijvengedeelte aan de ring De rest van de gebouwen hebben een plinthoogte van 3,5 meter, afhankelijk van de totale bouwhoogte van het gebouw Minimale transparantie is 60 procent, behalve bij bedrijfsfunctie- en maatschappelijke voorziening. Die mag afwijken De transparantie of raampartij moet de hoek om worden opgesteld zodat er maximaal toezicht ten behoeve van de sociale veiligheid ontstaat De plinten hebben een open karakter, waardoor zichtbaar wordt wat er achter de gevel plaatsvindt. De interactie tussen de openbare ruimte en de begane grond in de plint is belangrijk. Dit in verband met de sociale veiligheid en levendigheid op het maaiveld Eventuele reclameuitingen worden mee ontworpen en geïntegreerd te worden in het ontwerp van het gebouw. Deze zijn niet uitstekend, maar in het gevelvlak opgenomen
Geen plint waarbij geen interactie is tussen binnen en buiten
Een goede actieve plint
Een slechte passieve plint, blinde gevel
Transparante plint met interactie tussen binnen en buiten
54 |
5.4 (Fiets)bergingen Overal gelden dezelfde normen en bouwregels als het gaat om het parkeren van fietsen (fietsparkeervoorziening). Per woning moet een aantal fietsparkeer plekken gerealiseerd worden. Dit aantal wordt gebaseerd op de grootte van de woning. Ook zijn er normen voor niet-woonfuncties. Via de tabellen die te vinden zijn in de Beleidsregel parkeernormen BSD, kan dit aantal berekend worden. Voor alle ontwikkelingen gelden de volgende regels: •
•
• •
Het parkeren van fietsen en scooters voor bewoners en medewerkers van niet-woonfuncties is inpandig of in een gebouwde voorziening en wordt op eigen terrein gerealiseerd In verband met het toezicht en sociale controle, zijn de fietsen- en scooterstallingen goed en makkelijk te bereiken vanaf de begane grond. De openbare fietsparkeervoorzieningen zijn gekoppeld aan een stijgkern of entreeruimte Bij grotere complexen (appartementen) moet men ook stallingsvoorzieningen voor bezoekers realiseren
De voorwaarden zijn: • • • • •
Grond direct beschikbaar Grond makkelijk te bereiken/bereikbaar te maken Er zijn geen grote investeringen nodig enkel voor de periode van 15 jaar De tijdelijke woningen geen belemmeringen vormen in de volledige ontwikkeling van BSD De tijdelijke woningen na 15 jaar zonder grote overlast kunnen worden verwijderd en nieuwe bouw ook zonder noemenswaardige overlast kan worden gerealiseerd
Verder voldoen de tijdelijke woning aan: • Bestemmingsplan • Bouwbesluit [art 3.19 Flex woning/tijdelijke bouw] En zoveel als mogelijk aan: • Q-book • Stedenbouwkundig masterplan • Beeldkwaliteitsplan
5.5 Tijdelijke woningen De uitgangspunten: • •
•
• •
Tijdelijke woningen maken onderdeel uit van het masterplan als geheel Voor de tijdelijke woningen wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de uitgangspunten uit dit stedenbouwkundig masterplan, maar gezien de tijdelijke aard en beperkte exploitatieduur kan het wenselijk en nodig zijn om op onderdelen af te wijken In verband met de speciale aard van deze woningen, is er ruimte voor afwijkingen op onderdelen mits goed is onderbouwd. Voorwaarde voor afwijking is dat dit geen consequenties heeft voor het totale plan van BSD Voldoen aan het beeldkwaliteitsplan Kunnen in principe op elk bouwveld landen in fase 2 van BSD
Omdat deze woningen in korte tijd gebouwd dienen te worden zal de locatie direct beschikbaar moeten zijn hiervoor. Tevens is de bereikbaarheid een randvoorwaarde.
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 55
Uitgeefbaar
Ribben
BSD heeft in totaal twee bedrijfsterreinen, aan de oost- en westzijde. Door de strategische ligging, in de buurt van de uitvalswegen N-270, zijn deze bedrijfsterreinen aantrekkelijk voor de initiatiefnemers vanuit binnen en buiten de regio.
Overhoeks
Ribben
5.6 Bedrijventerrein Innovatieve gerelateerde bedrijven vormen de beoogde bedrijvigheid in BSD. Kruisbestuiving in kennisdeling tussen verschillende bedrijven in een bedrijfsverzamelgebouw hoort hier ook bij. Bedrijven die dienst kunnen verlenen aan de toekomstige bewoners van BSD worden gestimuleerd en gefaciliteerd. Denk bijvoorbeeld aan bedrijven in sectoren als: deelauto’s, opslagruimte, voedsel en data. Hiermee zou een natuurlijke functiemenging ontstaan die bepaalde synergie oplevert. Dit past goed in het BSD-concept.
Uitgangspunten: • • •
•
• • •
•
• • • • •
Bedrijven met een kantoorfunctie hebben een bouwhoogte van 4-16 meter (1-5 lagen) Bedrijfshallen hebben een bouwhoogte van 4-12 meter (1-3 lagen) De voorgevel rooilijn van het bedrijf aan het oostelijke deel wordt 70-90 procent op de rooilijn gebouwd. De FSI is 0,3-1,8 De voorgevel rooilijn van het bedrijf aan het westelijke deel wordt 50-70 procent op de rooilijn gebouwd. De FSI is 0,3-1 Minimaal 50 procent van de grondoppervlakte is groen, een groendakoppervlak telt ook mee Minimale transparantie is 40 procent in verband met het sociale toezicht op de begane grond In verband met de sociale veiligheid, worden verblijfsfunctie op de begane grond gesitueerd. Denk aan: receptie, werkplaats, ondersteunende kantine, etc De gebouwen zijn overhoeks en georiënteerd aan de hoofdstructuur op de openbare ruimte: de ring, ribben en productielandschap Opslagruimte is aan het zicht ontrekken en niet aan de hoofdstructuur (openbare ruimte) gesitueerd Groene erfafscheidingen zijn het uitgangspunt. Maximale hoogte van erfarscheiding is 1,8 meter Minimale afstand tussen de voorgevel en erfafscheiding is 2 meter Erfafschijdingen zijn groen en bevatten geen bouwkundige zichtbare elementen Reclame en bedrijfsuitingen, materiaal en kleur zijn conform het beeldkwaliteitsplan
Legenda Opslagvrije zone Opslagruimte
De ring Opslagruimte
Overdekte buitenopslag wordt integraal in het ontwerp van het gebouw opgenomen
OOST
WEST
Locatie bedrijventerreinen west en oost
56 |
Niet overhoeks
5.7 Binnenterreinen Uitgangspunten: • •
• • •
•
• •
De binnenterreinen hebben een semiopenbaar en groen karakter en worden collectief beheerd door de bewoners Respecteer de bestaande situatie in hoogte. Aandacht voor eventuele hoogteverschillen in aansluiting op de bebouwing kunnen inpandig worden opgelost Het doorzicht tussen de binnenterreinen en de openbare buitenruimte moet gewaarborgd blijven Gedeelde oppervlakte is minimaal 40 procent van het bouwveld-oppervlak, waarvan de helft groen ingericht De minimale gronddekking is 1 meter of volle grond, voldoende voor het planten van minimaal tweede orde grootte bomen Privétuinen/buitenruimte moeten goed aansluiten op een collectief binnenterrein middels bijvoorbeeld een overgangszone bij de woonfunctie op de begane grond, De privé-erfafscheidingen hebben een groen karakter met een maximale hoogte van 1,2 meter. Er is ruimte gereserveerd voor het aanbrengen van gehandicaptenparkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers
De overgangen openbaar - privé De overgang van openbaar naar privé, de overgang van
collectief naar individueel, de overgang van open naar besloten. Het gaat hierbij om meer dan een vanzelfsprekende route. Het is de opeenvolging van een aantal handelingen, bewe-gingen en het overschrijden van grenzen, waardoor de bewoner thuis komt, de bezoeker op bezoek komt en de buiten-staander zich buitengesloten voelt. Het gaat over het gevoel dat ontstaat wanneer men een grens overschrijdt, of men zich welkom acht, of slechts gezien wordt als toevallige voorbijganger. BSD kan gelezen worden als een aaneengesloten landschap van publieke en private gebieden. De wijze waarop deze met elkaar verbonden zijn bepaalt de samenhang of de scheiding tussen de gebieden en daarmee de overgang tussen het publieke en private domein. Deze overgangen moeten zorgvuldig geïntegreerd en ontworpen worden in de planvorming per initiatief. De grenzen tussen openbaar en privé zullen worden bepaald aan het aantal overgangen tussen de perceelsgrens en de voordeur van de woning. Daarnaast dient per overgang bepaald te worden of deze open, gesloten of besloten van ka-rakter is. Ook moet het moment onderzocht waarop men de grens overschrijdt van openbaar naar privé, of dat met een zone het ene of het andere laat zijn, bijvoorbeeld afhankelijk van de tijd van de dag.
‘welcome op bsd’ ‘dit is samen van ons’ ‘hier ben ik thuis ‘
intermediair
dwingend
licht bepalend
licht sturend
richtinggevend
Schema Helmond: hier ben ik thuis
vrijblijvend
opbenbaar (collectief) open dynamiek wind/regen/zon anoniem ontmoeten vluchtig
privé (individueel) geborgen rust beschutting bekend privacy vast
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 57
5.8 Groene daken Uitgangspunten: • •
• • • • •
•
•
Minimaal 40 procent van de dakoppervlakte per bouwblok is groen ingericht Daktuinen maken onderdeel uit van het bouwblok en worden integraal meegenomen in het ontwerp van het gebouw Daktuinen hebben een groen karakter en dragen bij aan de biodiversiteit Daktuinen zijn integraal onderdeel van het daklandschap Daktuinen kunnen collectief, privé of een combinatie van beide zijn Daktuinen worden zoveel mogelijk met gebiedseigen soorten ingeplant (geen sedumdak) Bij private daktuinen, moeten de en groen worden ingericht en integraal worden meegenomen in het ontwerp van het gebouw Balustrades zijn transparant en maken onderdeel uit van het ontwerp van het gebouw. De daken worden als vijfde gevel ontworpen Dakterrassen met hekwerken mogen de bouwhoogte maximaal met 1,5 meter overschrijden, mits deze op tenminste 2 meter afstand van de gevellijn worden gerealiseerd.
Referentie groen binnenterrein bouwveld
Referentie groen tuin
5.9 Dakverdieping De dakverdieping vormt een architectonische eenheid met het bouwvolume. Voor alle bouwdelen gelden de volgende regels: •
• • •
Eventuele terrassen en technische installaties zijn in samenhang met het bouwblok vormgegeven. Waar zonnepanelen worden toegepast wordt dit gecombineerd met een vegetatiedak t.b.v. biodiversiteit en waterberging Zonnepanelen aan de gevel worden integraal in het ontwerp van het gebouw opgenomen Dakranden zijn maximaal 1,5 meter hoog (gemeten vanaf bovenkant dak) en omlijsten het gehele bouwblok. De maximale bouwhoogte mag worden overschreden t.b.v. trappenhuizen, liftinstallaties, zonnepanelen en andere duurzaamheidsmaatregelen, technische installaties en vergelijkbare ondergeschikte bouwwerken, mits de overschrijding van de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter
Referentie groene gevel/maaiveld
Referentie hoogwaardige groene daken
58 |
5.10 Groene gevel Groene gevels passen in het kader van duurzame ontwikkeling en ecogoische stedenbouw. Ze hebben tot doel om de stadsinfrastructuur en de natuur met elkaar te verzoenen en de levenskwaliteit van de burgers te verbeteren. Groene gevels helpen de lucht te zuiveren, de omgevingstemperatuur te verlagen, en de biodiversiteit te verhogen. Bovendien voelen mensen zich veel prettiger in een groene omgeving. Er zijn diverse manier van het maken van groene gevels. Klimplanten hechten zich aan de gevel, planten winden zich om draden of een vrijstaande constructie en gevel elementen met grond of substraat waar de planten in groeien.
Referentie groene gevel
Randvoorwaarden: • Duurzame vorm kiezen • Zorg voor meer dan planten alleen • Ruimte voor nestgelegenheden [of voorzieningen in/aan de gevel die uitsteken tov de beplanting. • Voldoende water tbv groei omstandigheden
Referentie groene gevel met nestgelegenheden
Referentie groene gevel
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 59
5.11 Uitgangspunten openbare ruimte De uitgangspunten van de openbare ruimte zijn onderverdeeld in de verschillende ordes. • • •
•
•
•
•
•
•
• •
•
• •
• •
60 |
5.11.1 Eerste orde RING uitgangspunten: De doorgaande structuur wordt benadrukt door een uniform beeld en maatvoering: 6.2.1 en 5.1.1 Eenduidige materialisatie, per delen Het beeld en materiaal wordt doorgezet over de rotonde als dit mogelijk is. Dit zorgt voor continuïteit in deze specifieke openbare ruimte De ring is vooral ten behoeven van de voetgangers en fietsers ingericht. De ring biedt wel mogelijkheden om vrachtverkeer te kunnen verwerken waarbij ook tijdelijk parkeerlocaties beschikbaar zijn voor o.a. verhuiswagens waarbij de doorgang voor ander verkeer niet volledig belemmerd wordt Een reservering voor de waterberging van het hemelwater wordt geborgen ondergronds, in het cunet van bestrating Bomen in de ring zijn van de 1ste grootte: hoger dan 20 meter bij volwassen stadium, zijn inheems, bij voorkeur genetisch lokaal, en horen bij het landschap en bij de grondsoort Gebouwen/gevel staan op minimaal 5 meter uit de kroonprojectie van de theoretische kroondoorsnede van een volwassen boom De ontwerpen van de openbare ruimte zijn direct van invloed op de inrichting van de bouwvelden. De openbare ruimte is input voor de paspoorten van bouwvelden Bomen staan altijd in een groene boomspiegel (ruimte om de boom) van minimaal 5,0 x 5,0 meter, of een oppervlakte van 4 m² open grond.
Let op de beperkingen bij aanleg van de verhardingsconstructie Ondergronds wordt gezorgd voor een maximale groeiomstandigheid van bomen Bij de soortkeuze wordt uitgegaan van duurzame boomtypes, de levensduur is minimaal 60 jaar, het is wenselijk om uit te gaan van langer dan 100 jaar Bomen zorgen voor schaduw. Stelregel is dat minimaal 40 procent van de openbare ruimte voor langzaam verkeer schaduw kent. Dit om hittestress te voorkomen Onderlinge afstand van bomen of boomgroepen in en aan de ring is maximaal 40 meter. Meubilair in de ring bestaat uit alle mogelijke objecten: lantaarnpaal, bewegwijzering, zitobjecten, speeltoestellen. Dit vormt per onderdeel ‘een familie’ door uitstraling, kleur en mogelijk door vorm of materiaal De onderlinge afstand tussen zitobjecten is maximaal 75 meter Pleinen hebben minimaal 1 locatie met enkele zitplekken, in het park/Groene zoom is de afstand tussen zitplekken
•
•
• • • •
•
maximaal 300 meter loopafstand De onderlinge afstand van verlichtingsobjecten in de openbare ruimte wordt bepaald door het minimale verlichtingsniveau. Uitgangspunt is een egaal verlichte (en dus veilige) openbare ruimte Er zijn voldoende afvalbakken, afgestemd op de aanwezige zitelementen. Deze zijn bereikbaar voor ophaaldiensten Kunst is een verrijking van de sfeer en draagt bij aan de herkenbaarheid van de locatie Via een ‘Masterplan Kunst in de openbare ruimte’ zal een kunstprofiel worden opgesteld Obstakelvrije zone: In de ringzijn geen obstakels te vinden, zoals kastjes voor nutsvoorzieningen (data/elektra ed.). Deze worden bij voorkeur onzichtbaar of ondergronds gerealiseerd. Wanneer deze objecten bijdragen aan de slimme wijk, kunnen ze ook als bijzonder bouwwerk worden ingezet: zichtbaar en beleefbaar. Voorwaarde is dat ze worden ontworpen als bijzonder bouwwerk Toegankelijkheid: - Geen hoogteverschillen die beperkingen geven aan het gebruik van de ruimte (rolstoel/rollator/ kinderwagen) - Een goede geleiding ten behoeve van slechter ziende (geleidelijn/gidslijn)
Referentie schaduwplekken in de openbare ruimte
•
5.11.2 Eerste orde entrees uitgangspunten: Entree noord; Voort/Medevoort º In aansluiting met de NNB en de Diepenbroek kenmerkt deze entree zich vooral door kleinschaligheid en een duidelijke relatie met het productielandschap, de Groene zoom en voorzieningen die aansluiten bij cultuur-historische structuren
•
Entree west; N270/Neervoortsedreef; º Deze entree vormt de poort van BSD midden in de natuur º De groene omgeving is natuurlijk en ecologisch. Dit vormt een contrast met de nieuwe bouwvolumes º De panden zijn hoog (in schaal met de omgeving) º Bedrijven die aan deze entree grenzen volgen de algemene bouwregels, er is hier geen ruimte voor grote hallen. De uitstraling komt overeen met de woonbebouwing: eengezinswoningen º De beplanting is volledig inheems en lokaal.
•
Entree zuid; Brandevoort Tunnel; º Vanuit het zuiden komt men in BSD via een tunnel. Aan de oostzijde van de zuidentree is de waterberging te vinden, mogelijk met spelaanleidingen en nieuwe bomen om de ecologische waarde te vergroten º Aan de westzijde van deze entree zorgt de nieuwe bebouwing voor een goed zichtbaar BSD. Deze bebouwing is beperkt van schaal en maat, om zorg te dragen voor een goede aansluiting bij de bestaande bebouwing º Nieuwe beplanting kan hier worden toegepast º Nieuwe routing aan de westzijde voor langzaam verkeer
•
zijde van het plein kan dit meer stedelijk º Het plein is onderdeel van de ring in materialisatie en voorzieningen º Mogelijkheden op het plein zijn zitten, verblijven, ontmoeten, wachten, sport, terrassen e.d º Beplanting op het plein kan afwijken van de inheemse voorkeurskeuze, mits zeer beperkt toegepast º Er is ruimte voor een (tijdelijk) paviljoen van BSD als infopunt 5.11.3 Eerste orde park uitgangspunten: Algemeen: • Alle voorzieningen zijn natuurlijk of juist zeer contrasterend. Dit is afhankelijk van de grote van de voorziening zelf en het huidige landschap • Vijvers zijn voldoende diep om te zorgen voor de best mogelijke waterkwaliteit • Water is zichtbaar onderdeel van de openbare ruimte. Hierbij wordt in alle redelijkheid rekening gehouden met veiligheid (kinderen en mindervalide) • Door het park worden doorgaande langzaamverkeersstructuren aangelegd (fietspaden/voetpaden) • De waterstructuur is zichtbaar en leefbaar en vormt een doorgaande structuur door het hele park, met bijbehorende civieltechnische kunstwerken (stuw/brug/duiker ed.) • Het park biedt ook ruimte aan de grond die uit diverse ontgravingen vrij komt
Entree station: º Een gecultiveerde stedelijke ruimte: een plein met uitzicht op het park. Het is de bedoeling om bezoekers te verleiden om door te lopen º Een alzijdig paviljoen vormt de overgang van plein naar park º Bestaande bomenstructuur aan de oostzijde handhaven, deze vormt één van de wanden van het plein/park º Mogelijk staat er een (laag) gebouw voor. Daarbij blijft het zicht op de kronen van de bomen behouden º Opwaardering van bestaande watergang, als onderdeel van de afwateringsstructuur van BSD. Aan de zijde van het park is deze landschappelijk aan de
Referentie paden door het park
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 61
Beplanting: • Het heeft de voorkeur om de nieuwe beplanting aan te laten sluiten op natuurlijke, bestaande lokale beplanting. Er wordt gezocht naar planten die van oorsprong aanwezig zijn in het gebied. Lokaal kweken is hiervoor denkbaar • Bijzondere locaties kunnen afwijkende, uitheemse en bijzondere soorten beplanting krijgen. Denk aan entrees, waterpartijen, horeca, terrassen of een centrale ligweide • Heesters en kruiden/vaste planten voldoen aan de hierboven beschreven criteria. Ook hier zijn op bijzondere locaties afwijkingen mogelijk • Helofytenbeplanting wordt aangebracht op locaties waar dit vanuit de aanvoer van te zuiveren water wenselijk is (licht verontreinigd water dat daarna gebufferd wordt)
• •
Graspaden: Zijn paden door (kruidenrijke) grasvelden, deze worden vaker gemaaid dan het grasveld Kunnen per jaar variëren
Paden: •
•
•
•
•
• • • • •
• • • •
62 |
Hoofdpaden/doorgaande paden; Zijn breed en toegankelijk voor alle mensen. Zij verbinden het park direct met voorzieningen buiten het park (P-hubs, productielandschap, snelfietsroute Eindhoven - Helmond centrum ed.) volgen het landschap en vormen een goede routing Zijn niet te onderscheiden van fietspaden, om het gebruik van de paden niet te beperken. Dit heeft een gevolg voor de maatvoering. Deze paden zijn breder dan 3,5 meter. Om te voldoen aan gemengd gebruik Worden voorzien van verlichting, wanneer dit bijdraagt aan de veiligheid en het gebruik van voorzieningen buiten het park Zijn te gebruiken door hulpdiensten Wandel paden: Zijn voldoende breed om gebruikt te worden door meerdere wandelaars/gebruikers om naast elkaar te lopen/bewegen Worden vooral gebruikt om te flaneren door het park Zijn te gebruiken voor onderhoudsvoertuigen Verbinden alle voorzieningen van het park onderling en met de aanliggende bouwvelden en ribben Zijn gemaakt van duurzaam en toegankelijk materiaal Zijn in principe niet verlicht Struinpaden: Zijn smalle paden om achter elkaar te lopen Zijn ontdekkingspaden voor natuur, bossen en struweel Zijn niet verhard, maar gemaakt van zand, grondafgedekt of half verhard Vormen een netwerk van routes, gekoppeld aan wandelpaden. Bij voorkeur niet direct aan hoofdpaden i.v.m. verkeersveiligheid
Referentie hoofdroute door het park
Referentie paden door het park
•
•
• • • • • • • •
Grondlichamen: Bestaan uit grond uit ontgravingen. Ze zorgen voor hoogteverschillen in het park. Deze zijn interessant voor natuurontwikkeling omdat de bodemsituatie hier afwijkt Zijn een verrijking in het aanbod voor sport en spel. Denk aan een hellingbaan die gebruikt kan worden om sleetje te rijden in de sneeuw Hellingen zijn beplant Grondlichamen worden gemaakt van grond uit de realisatie van BSD als totaal Er wordt dus geen grond (zwarte/teelaarde) aangevoerd van buiten BSD Terpen/bergen/heuvels worden ingezet ten behoeve van Recreatie: sleetjes rijden, vliegeren, fietsen, picknick zone Flora: bijzondere biotoop door grondsoort en waterhuishouding (grondwater) Mobiliteit: hellingbaan tbv een ongelijkvloerse kruising, viaduct voor langzaamverkeer Helling is minder dan 1:3
Referentie overgangszone groen - bebouwing
Objecten; Horeca • Kleine paviljoens die opvallend in het (natuur) park staan. De architectonische uitstraling en materiaal is conform het beeldkwaliteitsplan • Het bijbehorende terras is onderdeel van de parkinrichting (en wordt niet afgezonderd van de openbare ruimte) • Vaandels/vlaggen/parasols zijn toegestaan, mits ondergeschikt aan het paviljoen
•
•
Openbare toiletten Kleine paviljoens die opvallend in het (natuur) park staan. De architectonische uitstraling is conform het beeldkwaliteitsplan.
Referentie struinpaden
Trafo/popstation Objecten ten behoeve van kabels en leidingen die ingepast zijn in de omgeving of zijn opgenomen in paviljoens of speelvoorzieningen
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 63
•
•
•
•
• • •
•
•
•
64 |
Kunst De kunstlocaties verbinden de landschappelijke en cultuurhistorische karakteristieken. Toevoegingen (kunst) moet(en) ingetogen, zeer zorgvuldig en met respect voor het landschap toegepast worden: natuur is ontsnappen, je kunt je ergens anders wanen. De belevingswerelden van het centraal park en bouwvelden liggen direct naast elkaar en zijn kwetsbaar. Om deze kwaliteit voldoende te kunnen borgen is er een grens aan het laadvermogen van dit landschap. Zodra een toevoeging te opzichtig of overheersend wordt, gaat het verkeerd. Kunst dient dan ook te allen tijde aan te sluiten op de natuur en het landschap om zo een bijdrage te leveren aan het versterken van en bevestigen van de identiteit van de plek Er is voldoende ruimte om (ongeorganiseerd) te sporten. Wenselijk is ruimte voor balspellen, atletiek en yoga 5.11.4 Tweede orde ribben uitgangspunten: De ruimte tussen gebouw en rib kan zijn; º Waterberging, als verlaging in het landschap, of als helofytenstroken, boomgaard, gezamenlijke tuin, of deels privétuinen of anderszins een landschappelijke uitstraling º Er zijn voldoende doorzichten en contact met het binnenterrein º Minimaal één zijde van een bouwblok heeft de mogelijkheid voor gemotoriseerd verkeer (hulpdiensten/verhuiswagens) om het binnengebied van een bouwveld te bereiken Bomen zorgen voor schaduw.
Stelregel is dat minimaal 40 procent van de openbare ruimte voor langzaam verkeer schaduw kent. Dit om hittestress te voorkomen. Tevens zorgt dit voor een beter binnenklimaat en is er minder koeling (airco) nodig Bebouwing is georiënteerd naar de ribben Hoofdtoegangen van bebouwing aan de ribben De ribben zijn in principe geen primaire verblijfsruimte. Bij te lange looproute worden hier zitgelegenheden gemaakt 5.11.5 Tweede orde cultuurhistorische structuren uitgangspunten: Bestaande bomen behouden (rekening houdend met de kroonprojectie volwassen boom + 5 meter afstand tot de bebouwing) De bebouwing staat niet parallel aan de structuur, altijd ondergeschikt, voorkeur haaks naar deze structuur. Om te zorgen voor voldoende doorkijk naar de velden/ cultuurhistorische structuur. Het aansluitende bouwveld behoudt de originele hoogteligging. In het stedenbouwkundig plan (voor
Referentie horeca
Referentie kunst
Referentie kunst
•
•
• •
•
•
• •
de bouwplot) moet onderzocht worden wat de exacte afstand tot de historische structuur is. Voorstel minimaal 2x de hoogte van de bomen vanaf de voet van de boom gerekend. Uitgaande van bomen 1ste grootte (A) volgens de theoretische hoogte bij volwassen stadium Direct aan de structuur gelegen delen van het bouwveld worden ‘agrarisch’ of in aansluiting op het boerenleven ingericht. Denk aan een boomgaard, moestuin, waterberging of notenbomen De randen worden gevormd door sloten en waterbergingen of lage hagen, boomgaard of weide De wegen functioneren als een langzaamverkeersroutes (fiets/wandelen). De Nuenensedijk, Medevoort en een deel van Diepenbroek (richting Kranenbroek) worden ook gebruikt om de Parkeer-hubs te bereiken met gemotoriseerd verkeer. Hiervoor wordt het huidige wegprofiel daar waar nodig is aangepast Daar waar nodig wordt de doorgaande boomstructuur aangevuld met soorten die passen bij het landschap en bij de al aanwezige soorten Bestaande bebouwing blijft via deze route toegankelijk voor autoverkeer, mits op eigen erf wordt geparkeerd. 5.11.6 Tweede orde productielandschap uitgangspunten: Geschikt voor waterberging Beleving: º Paden zijn smal, informeel en mogelijk niet geheel verhard. Het is mogelijk om delen onverhard te maken (maar er moet een deel verhard blijven i.v.m.
bereikbaarheid mindervaliden) º Op delen worden bomen geplant, zonder dat dit de openheid van het landschap aantast º Gebouwen worden geplaatst bij (bestaande) boombeplanting of krijgen een nieuwe beplanting van bomen. Hierdoor staan er geen vrijstaande gebouwen in het open landschap º Uitzonderingen zijn eventuele masten en windmolens (maximale hoogte: 15 meter) in beperkte mate. Masten zijn onopvallend en windmolens mogen gezien worden, mits integraal in het landschap opgenomen en geen belemmering opleveren voor de omgeving in alle aspecten (denk aan geluidsoverlast en afstanden tot woningen) º Aan één zijde van de paden is minimaal 5 meter van het veld ingericht als doorgaande groenstrook (kan kruidenrijk grasland zijn, hagen, laag struweel beplanting, of als watergang/waterberging)
• • •
• •
•
•
•
5.11.7 Tweede orde Groene zoom uitgangspunten: Parkeer-hubs (varianten S, M, L, XL) met de mogelijkheid van bebouwing Parkeer-hubs zijn gepositioneerd aan of bij de bestaande of nieuwe boomstructuur Overige bebouwing (tuinhuisjes) bij moestuinen wordt geclusterd en ingepast in het landschap (maximaal 9 m2 oppervlakte per unit, max 3 meter hoogte, per “tuin”niet meer dan 1 plaatsen.) Waterberging /watertransport in een patroon van sloten, in combinatie met vloeivelden Beleving: º Paden zijn smal, informeel en deels verhard i.v.m. bruikbaarheid voor mindervaliden º Aan één zijde van de paden is minimaal 5 meter van het veld ingericht als doorgaande groenstrook (kan kruidenrijkgrasland zijn) of als watergang/ waterberging 5.11.8 Derde orde bouwvelden uitgangspunten: Toegang van de bouwvelden via de ribben, zorgen voor toegankelijkheid voor alle diensten (hulpdiensten en verhuiswagens en dergelijke)op het binnen terrein Overgang/overstort van waterbergingen in de bouwvelden naar openbaar gebied vormgeven na het gezamenlijk vormgeven binnen het stedenbouwkundig plan Locatie voor invalide parkeerplaatsen op eigen terrein Deze in alle tijden aangeven, realiseren als het nodig is.
5.12 Straatmeubilair en speelvoorzieningen Uitgangspunten: •
• • • • • •
De verlichting zorgt voor een egaal verlichte openbare ruimte, zonder overlast voor bewoners van aanliggende panden De verlichting staat of hangt aan masten Deze masten hebben meerdere functies Speeltoestellen zijn ondergeschikt. Er zijn ook speelvoorzieningen op de bouwplot zelf Op binnenterreinen kunnen bewoners hiermee zelf aan de slag (co-creatie) Spelen is geen doel op zich, spelen is onderdeel van een leer- en ontwikkelproces Zitmogelijkheden worden op diverse manieren aangeboden
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 65
HOOFDSTUK 6 ASPECTEN Verschillende technische aspecten die invloed hebben op het Masterplan zullen in dit hoofdstuk worden beschreven. 6.1 Mobiliteit Als het gaat om mobiliteit wijkt BSD af van de overige wijken in Helmond. Het gemotoriseerde verkeer kan BSD alleen bereiken via de Neervoortsedreef en de Voort: de hoofdroute voor het doorgaand verkeer. BSD is bereikbaar via de deels al aanwezige kruispunten met de ringweg. Vanaf deze kruispunten wordt het gemotoriseerd verkeer naar de hubs geleid, waar geparkeerd wordt. Gemotoriseerd verkeer rijdt dus niet over de ring naar de woning of het bedrijf. Minder validen krijgen wél toegang tot de ringweg. Zij kunnen als enige parkeren bij de bebouwing, indien de afstand van de woning tot de Hub meer dan 100m bedraagt. De afstand van hub naar woning/bedrijf is namelijk voor deze doelgroep in veel gevallen te groot om te overbruggen. Daarnaast krijgt ook incidenteel (noodzakelijk) gemotoriseerd vervoer zoals verhuiswagens de mogelijkheid eenmalig de woning te benaderen via de ring. Qua mobiliteit is de wens het auto- en vrachtverkeer zo veel mogelijk weg te houden binnen de bebouwing (dus niet op de ringweg en de ribben). Deze zijn primair voor het langzame verkeer (voetgangers en fietsers). Het auto- en vrachtverkeer maakt wel gebruik van de Neervoorsedreef, de Voort en de routes naar de mobiliteitshubs.
In de toekomst is er wel ruimte voor bijvoorbeeld een automatische collectieve shuttle te gebruiken, geautomatiseerde postbezorging, etc. Verder worden geen parkeerfaciliteiten op eigen terrein gerealiseerd, behalve voor de van oudsher bestaande (woon)gebouwen. BSD wordt een wijk waar actieve mobiliteit (voetgangers, fietsers, etc) centraal staan. De routes binnen de wijk worden op deze doelgroepen afgestemd, om zo ontmoeting op straat te stimuleren. Dankzij de veilige en directe verbindingen is het eenvoudig om per fiets of te voet van woning naar woning (binnen BSD) of woning naar station, de snelfietsroute Helmond-Eindhoven of de hubs te reizen.
worden. Dit naast de mogelijkheden om over te steken bij de bestaande rotondes. Een extra te realiseren fietsvoetverbinding met oversteek aan de westzijde van de rotonde Neervoortsedreef/de Voort is ook zeer wenselijk zodat fietsers en voetgangers de Neervoortsedreef kunnen kruisen. Wat voor verbinding hier wenselijk is, moet onderzocht worden. De verkeersveiligheid van fietsers en voetgangers moet hierbij centraal staan en de doorstroming op de Neervoortsedreef mag niet te veel belemmerd worden. Voldoende fietsenstallingen zijn heel belangrijk in BSD. Zowel op de bouwvelden bij de woningen en bedrijven als op de parkeerhubs. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met bakfietsen en oplaadfaciliteiten voor elektrische fietsen. 6.2 Verkeer en parkeren Parkeer-hubs Bij de hubs kunnen bewoners en bezoekers van de woningen en bedrijven in BSD hun auto parkeren. Op de hubs zijn verschillende vormen van deelmobiliteit en stallingsmogelijkheden beschikbaar. Een hub is meer dan alleen een knooppunt van mobiliteit. Het gaat om slimme en nieuwe mobiliteit (elektrisch vervoer, deelauto’s) alsook Mobility as a Service. Zo kan een reiziger het best beschikbare middel voor de voorgenomen reis kiezen. Op deze manier wordt ingespeeld op de vraag van de reiziger en wordt bijvoorbeeld voorzien in overstappen naar trein/bus.
Op de hubs worden ook faciliteiten aangeboden voor het opladen van de auto en/of fiets. Al deze voorzieningen worden stapsgewijs gefaciliteerd. Zodat er steeds meer keuzemogelijkheden zijn voor de gebruikers, maar wel gestuurd wordt op alternatieven voor de auto. De loopafstand van parkeerhub naar een woning is niet meer dan 400 meter. De voorkeur gaat uit naar maximaal 250 meter.
Het noodzakelijke gemotoriseerde verkeer verplaatst zich via de ring en de ribben en past zich aan de snelheid van fietsers en voetgangers. Dit heeft tot gevolg dat de ring en ribben er qua inrichting anders uitzien dan de ‘reguliere straten’ in de omgeving. Voor fietsers en voetgangers is een verkeersroute wenselijk welke het noordelijke- en zuidelijke deel van fase II van BSD verbind. Deze moet de Neervoortsedreef wel op een verkeersveilige wijze kruisen en de doorstroming op de Neervoortsedreef mag niet te veel belemmerd worden. Onderzocht moet worden wat voor verbinding dit moet Gebruik van de electrische step: laatste meters
66 |
Parkeernorm Binnen de wijk komt een beperkte (lage) parkeernorm van 0,2 parkeerplaatsen per woning en 0,2 parkeerplaatsen per 100 m2 bedrijfsruimte. Dit betekent dus ook dat de bewoners niet allemaal één of meer eigen auto’s in bezit kunnen hebben. Voor het gebied rondom het station (fase 1) en voor de tijdelijke woningen zal tijdelijk een extra parkeernorm gerealiseerd worden (van 0,3 parkeerplaatsen van totaal 0,5 parkeerplaatsen per woning en 0,5 parkeerplaatsen per 100 m2 bedrijfsruimte). Deze parkeernorm zal na verloop van tijd afgebouwd worden tot de wenselijke parkeernorm van 0,2. Dit wanneer er voldoende alternatieve vormen van vervoer zijn (deelmobiliteit, last mile-variaties). Met deze lage parkeernorm willen we niet alleen het gebruik van gemotoriseerde voertuigen ontmoedigen, maar ook het gebruik van het OV en gezonde vervoersbewegingen stimuleren.
Onderzocht wordt of er ruimte en/of voldoende vraag is voor het inzetten van automatische shuttles voor het vervoer van en naar het station. De financiële haalbaarheid zal hierbij ook een belangrijk issue zijn. Station Brandevoort is een overstappunt voor mobiliteit in BSD. Het is een belangrijk overstappunt voor zowel de bewoners van BSD, Brandevoort en andere omliggende wijken van Helmond en andere gemeenten. Er zullen extra voorzieningen worden gerealiseerd rondom dit overstappunt., zoals fietsenstalling, kleine ontmoetingsruimte, kiosk, etc.
Ontsluiting parkeer-hubs
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 67
6.3 Duurzaamheid/circulariteit BSD streeft in al haar ontwerpbeslissingen naar een neutrale, of zelfs een herstellende ecologische ‘voetafdruk’. Bij alle ontwerp- en uitvoeringskeuzes voor fysieke bouw staan energiegebruik, losmaakbaarheid en verantwoord materiaalgebruik daarom centraal. Gestreefd wordt naar een optimale inzet van gebruikte bouwmaterialen, bio-based materialen die ook op grotere schaal toepasbaar zijn en een zo groot mogelijke inzet van modulaire onderdelen die elders al zijn gefabriceerd. Broeikasgasuitstoot en het gebruik van gevaarlijke stoffen worden vermeden tijdens bouw en gebruik. Toekomstige herbruikbaarheid gaat in BSD voor hergebruik, we ontwerpen en bouwen hier dus voor meerdere voorziene gebruikscyclus, waar mogelijk. Om de beoogde toekomstbestendigheid te garanderen worden eisen gesteld aan de aanhangende datastructuur die bouw en benutting van de wijk langs duurzame, circulaire weg mogelijk maken. Alleen ontsloten waarde kan immers benut worden en deze ontsluiting moet ook in de toekomst gegarandeerd blijven. Voor zowel gebouwen als infrastructuur geldt daarom de verplichting aan ontwikkelaars om een virtuele, digitale kopie van hun bouwwerk te maken en zorgen dat deze tijdens het gebruik up-to-date gehouden kan worden. Dit leert ons wat zich waar bevindt.