CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

Stedenbouwkundig masterplan BSD concept

Gemeenteraad 7 oktober 2021, gemeente HelmondBij agendapunt: 19.00 uur: Welkom + presentaties plenair20.917 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BRAINPORT SMART DISTRICT STEDENBOUWKUNDIG MASTERPLAN 30 September 2021

N O C

T P CE

COLOFON

Projectgroep Amelia Lukmanto Albert Raaijmakers Albert Empel Olaf Blaauw Edith Kolkman Frank van Vliet Huib Raijmakers Luc Spee Nicole Vereijken Koen Chatrou Teun Meulepas Tjakko Middel Robert Lamers Rob Slaats

(O&O, Stedenbouwkundig ontwerper) (O&O), Natuur) (IBOR, Rioolbeheer) (BSD, Circulairiteit) (O&O, Buitenruimte ontwerper) (O&O, Buitenruimte ontwerper) (O&O, Mobiliteit) (O&O, Stedenbouwkundig ontwerper) (O&O, Cultuur) (Textvast, Communicatie i.o.v. BSD) (BSD, Mobiliteit) (O&O, Wonen) (IBOR, Technisch adviseur) (IBOR, Afval en groen)

Directies Edwin Schellekens Pieter Boesten Peter Portheine

(BSD) (BSD) (BSD)

Q-team Pieter van Wesemael

(TU/Eindhoven)

Productiedatum 30 september 2021 Vastgesteld Volgt

2|

Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 3

INHOUDSOPGAVE COLOFON INHOUDSOPGAVE INLEIDING DOEL EN LEESWIJZER SAMENVATTING BEGRIPSBEPALING

Pagina 2 4 6 7 10 11

HOOFDSTUK 1 BESTAANDE SITUATIE EN OPGAVE 1.1 Bestaande situatie 1.2 Bestaande infrastructuur 1.3 Ambitie en opgave

12

HOOFDSTUK 2 PROGRAMMA

20

2.1 Wonen, voorzieningen 2.2 Zonering in dichtheden 2.3 Werken 2.4 Tijdelijk wonen 2.5 Niet woon-functies 2.6 Retail 2.7 Horeca 2.8 10% regel

20 20 20 22 22 22 22 23

HOOFDSTUK 3 VISIE BSD (Q-BOOK)

24

3.1 Basis BSD (Q-book) 3.2 Concept Q-book 3.3 Veranderingen Q-book > Stedenbouwkundig masterplan

24 25 25

Masterplan kaart

28

HOOFDSTUK 4 VISIE BSD 2021

30

Ruimtelijke inpassing van de eerste, tweede en derde orde 4.1 Eerste orde 4.11 De ring 4.12 Entrees 4.13 Het park 4.2 Tweede orde 4.2.1 De ribben 4.2.2 De historische lijnen (Diepenbroek, Kranenbroek, etc) 4.2.3 Het productielandschap 4.2.4 Groene zoom 4.3 Derde orde 4.3.1 Bouwvelden 4.3.2 Binnenterreinen 4.3.3 Groene daken / daktuinen 4.4 Openbare ruimte 4.5 Recreatieve routes 4.6 Straatmeubilair en speelvoorzieningen

30 32 32 34 36 38 38 40 41 42 43 43 43 43 46 47 48

4|

12 16 18

Pagina HOOFDSTUK 5 REGELS 5.1 Bouwvelden en gebouwen 5.1.1 Algemene bouwregels voor bouwvelden 5.1.2 Bouwprincipes bouwvelden 5.1.3 Algemene bouwregels gebouwen 5.1.4 Uitgangspunten van bouwblokken in hoge dichtheidgedeelte 5.1.5 Uitgangspunten van bouwblokken in lage dichteidgedeelte 5.1.6 Uitgangspunten voor bedrijventerreinen 5.1.7 Uitgangspunten voor bedrijven bij woningen 5.2 Rooilijn 5.2.1 Langs de ring 5.2.2 Langs de ribben 5.2.3 Langs cultuurhistorische lijnn 5.2.4 Margestrook uitgangspunten 5.3 De plint 5.4 Fietsbergingen 5.5 Tijdelijke woningen 5.6 Bedrijventerreinen 5.7 Binnenterreinen 5.8 Groene daken 5.9 Dakverdieping 5.10 Groene gevel 5.11 Uitgangspunten openbare ruimte 5.11.1 Eerste orde ring 5.11.2 Eerste orde entrees 5.11.3 Eerste orde park 5.11.4 Tweede orde ribben 5.11.5 Tweede orde cultuurhistorische lijnen 5.11.6 Tweede orde producitielandschap 5.11.7 Tweede orde Groene zoom 5.11.8 Derde orde bouwvelden 5.12 Straatmeubilair en speelvoorzieningen

50

HOOFDSTUK 6 ASPECTEN 6.1 Mobiliteit 6.2 Verkeer en parkeren 6.3 Duurzaamheid/circulariteit 6.4 Natuurinclusief 6.5 Afval 6.6 Kunst 6.7 Kabels en leidingen 6.8 Water 6.9 Sociaal/inclusiviteit

66

HOOFDSTUK 7 PROCES 7.1 Ontwikkelstrategie 7.2 Procesbeschrijving van plan tot bouwen 7.3 Procesbeschrijving van toetsing

74

Bijlage, Grex tekening Bijlage Bestemmingsplantekening

50 50 51 51 52 52 52 52 53 53 53 53 53 54 55 55 56 57 58 58 59 60 60 61 61 64 64 64 65 65 65

66 66 68 68 69 70 71 72 73

74 74 75

76 78 Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 5

INLEIDING

Brainport Smart District (BSD) is een uniek, duurzaam woonen werkconcept. Een concept dat innoveren en ‘learning by doing’ omarmt. De samenleving met haar inwoners staat voorop. De toekomstige bewoners of belangstellenden worden vroegtijdig betrokken bij de planvorming. De nieuwe inzichten en technieken op het gebied van participatie, gezondheid, data, mobiliteit, energie en circulariteit worden ingezet om een duurzame, gezonde en aantrekkelijke samenleving (community) te creëren. BSD biedt een unieke kans als proeftuin voor verschillende innovatieve mogelijkheden. De ambitie is om een duurzame, circulaire en sociaal samenhangende buurt te realiseren die geniet van gezamenlijke voedselproductie, waterbeheer, energieopwekking en opslag, gezamenlijk digitaal gegevensbeheer en revolutionaire transportsystemen. Het kenmerkende karakter is het toepassen van de nieuwste technologieën en kennis, waarmee BSD echt een ‘living lab’ is. De stichting BSD bestaat uit een breed samengestelde groep partners. De partijen zijn: • Gemeente Helmond • Brainport Development • Provincie Noord-Brabant • TU/e • Tilburg University Bovengenoemde partijen werken samen in verschillende projecten en met verschillende partners. Gezamenlijk wisselen zij kennis uit en zoeken zij continu naar geavanceerde, innovatieve middelen om de hoge leefkwaliteit in BSD te waarborgen.

Dit stedenbouwkundig masterplan is een ruimtelijke uitwerking van de visie van UNstudio in het BSD Q-book en volgt daarnaast het beleid van de gemeente Helmond.

6|

DOEL EN LEESWIJZER

Dit Stedenbouwkundig masterplan is een aanscherping en tegelijkertijd een uitwerking van de stedelijke visie (deel 2 in het Q-book). Het masterplan is opgesteld op basis van het programma: wonen, werken en (maatschappelijke) voorzieningen. Op basis van dit programma zijn verschillende uitgangspunten voor de gebouwde omgeving en buitenruimten geformuleerd.

Toelichting op de hoofdstukken Elk hoofdstuk behandelt een apart onderdeel van de opgave voor BSD.

De architectonisch gerelateerde uitgangspunten (zaken die met de uitstraling van het gebied te maken hebben), worden in het beeldkwaliteitsplan beschreven. De buitenruimte speelt hierin een belangrijke rol. Het masterplan, beeldkwaliteitsplan en Q-book vormen de basis en het toetsingskader dat gebruikt wordt bij het begeleiden van de bouwplannen in BSD. Het doel van bovengenoemde documenten is om voldoende mogelijkheden te creëren die passen binnen de ambitie en beoogde ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast stimuleren ze ruimte voor innovatie. Afhankelijk van de aard van het gebied wordt er meer of minder ontwerpvrijheid geboden.

Hoofdstuk 2 zoomt in op het bouwprogramma van BSD met ruimte voor woningen, bedrijven, werkplekken en maatschappelijke voorzieningen. Daarin vervult de plint op de begane grond van de bouwblokken een belangrijke rol.

Hoofdstuk 1 bestaat uit de analyse van de bestaande situatie en de beschrijving van de opgave. Het gaat hier om de ligging, de cultuurhistorische context en de relevante landschappelijke situatie.

In hoofdstuk 3 wordt de stedenbouwkundige visie (Q-book) beschreven met daarin het de veranderingen richting het masterplan. Hoofdstuk 4 gaat in op het concept, bouwvelden en openbare ruimte. Hoofdstuk 5 gaat over de regels van het masterplan. Hierin vind je de ruimtelijke regels van de bouwvelden en de landschappelijke regels van de openbare ruimte. In hoofdstuk 6 komen verschillende aspecten van het masterplan aan bod. Van mobiliteit tot verkeer en parkeren en van duurzaamheid tot natuurinclusie en kunst. De technische aspecten vallen hier ook onder. Voorbeelden zijn afval, water, et cetera. In hoofdstuk 7 staat de procesbeschrijving centraal. Hierin worden de vervolgstappen na het Stedenbouwkundig masterplan behandeld, met aandacht voor communicatie met belanghebbenden.

Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 7

8Sfeerimpressie | BSD

Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 9

SAMENVATTING

In onderstaande samenvatting beschrijven we kort maar krachtig de ambitie van BSD. Wat is de opgave en waar moet ruimtelijk aan worden voldaan? Het stedenbouwkundig concept beschrijft de gedachte en de toekomstdroom van het hele gebied: waar gaan we voor? Daarna volgen de regels, in hoofdlijnen de concrete bouwprincipes en de beoogde buitenruimte. Ligging De strategische ligging van het gebied maakt BSD tot een aantrekkelijke woon- en werklocatie. Zo is de nieuwe wijk goed bereikbaar door de aanwezigheid van het station Brandevoort, de N270 en fietsroute, die Helmond en Eindhoven met elkaar verbinden. Ook de natuurlijke uitstraling draagt bij aan die aantrekkelijkheid. BSD wordt gerealiseerd op een plek die bestaat uit een lappendeken van landschappelijke elementen en structuren. Het geeft het gebied een lommerrijke en op sommige plekken zelfs een ongerepte uitstraling. Ruimtelijk kader Het aantal inwoners van Helmond neemt de laatste jaren versneld toe. De komende tijd zal die groei doorzetten. De prognose gaat uit van een inwonersaantal van 104.000 in 2040. De groei wordt mede veroorzaakt door natuurlijke aanwas en door migratie. Hoewel de groei door de coronapandemie enigszins is afgeremd, is de verwachting dat deze snel weer aantrekt. Door die verwachte groei, stijgt de vraag naar woningen.

Verdichting is één van de stedelijke opgaven die moet helpen om de woningnood te verkleinen. Tegelijkertijd wordt verduurzaming van de samenleving als een hoge urgentie gezien. Dit zorgt voor tegengestelde belangen: behoefte aan groei van woon- en werkruimte binnen de stadsgrenzen en tegelijkertijd de focus op vergroening van de stad. BSD draagt bij aan het oplossen van (een deel van) de woningnood én komt tegemoet aan de verhoogde duurzaamheidsopgave. Ambitie BSD wordt een slimme woon-en werkwijk waar de omgeving is ontworpen in samenhang met nieuwe technologieën voor vervoer, gezondheid, energieopwekking en -opslag en circulair bouwen. De toekomstige bewoners spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van hun eigen leefomgeving. De wijk wordt beschouwd als een proeftuin voor de ontwikkeling en het testen van nieuwe producten, diensten en systemen. Kortom, een nieuwe, slimme wijk die onze planeet niet verder belast, vervuilt of uitput. Een wijk die met technologie betekenis toevoegt aan het leven van iedereen die in de wijk woont, werkt of er vertoeft, ongeacht leeftijd, achtergrond, levensstijl of beperking. Op basis

10 |

hiervan zijn acht programmalijnen van toepassing, zoals ook in het Q-book omschreven staat. Programma Het totale programma bestaat uit circa 2.073 woningen en 80.000 vierkante meter bruto vloeroppervlak (BVO) voor bedrijven. 40.000 m2 BVO van dat BVO is enkel bestemd voor bedrijvigheid. Ook is er ruimte voor voorzieningen zoals een school en gezondheidscentrum en dergelijke. Tijdelijke woningen Op locaties waar in de toekomst permanente woningbouw mogelijk is, wordt voor een periode van 15 jaar 500 tijdelijke woningen gerealiseerd. Voor die tijdelijke woningen wordt zoveel als mogelijk aangesloten bij de uitgangspunten uit dit Stedenbouwkundig masterplan, maar gezien de tijdelijke aard en beperkte exploitatieduur, kan het noodzakelijk zijn om op onderdelen af te wijken (mits dit geen consequenties heeft voor het totale plan van BSD) zonder dat dit de architectonische en stedenbouwkundig opzet van het geheel BSD aantast. Regels Er gelden bepaalde bouwprincipes binnen BSD. Zo wordt het gebied opgedeeld in twee zones. Dat gebeurt op basis van woondichtheid. Van een hoge dichtheid rondom het station naar een wat lagere dichtheid richting de westelijke rand van de wijk. Verder wordt er, afhankelijk van de aard van het gebied, meer of minder architectonische vrijheid geboden.

Dit om aan de ene kant de eenheid van het totale plan te waarborgen en aan de andere kant ruimte te bieden voor architectonische vrijheid. In het Stedenbouwkundig masterplan wordt deze indeling beschreven in een eerste, tweede en derde orde. Ontwikkelstrategie Om van BSD een succes te maken, is het belangrijk om toekomstige bewoners en belangstellenden al in een vroeg stadium te betrekken bij de plannen. Daardoor wordt het eigenaarschap van het gebied verhoogd. Participatie wordt gedurende de verschillende ontwikkeltrajecten op verschillende manieren vormgegeven. Zo hebben bewoners de mogelijkheid om hun eigen woonomgeving te ontwikkelen, in samenspraak met overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen (quadruple helix).

BEGRIPSBEPALING Architectonische eenheid: Gebouwen die samen een architectonische samenhang/beeld vormen.

Hergebruik water: Water dat opnieuw gebruikt wordt. Denk aan hemelwater en gezuiverd grijs water.

Beeldkwaliteitsplan: Een plan, dat de richtlijnen en uitgangspunten voor de architectuur en inrichting van de openbare ruimte schetst. Het beeldkwaliteitsplan geeft richting aan de uitwerking (stedenbouwkundig plannen van de bouwvelden) en stelt de kaders vast waarbinnen deze uitwerking van de architectuur en inrichting van de openbare ruimte dient plaats te vinden. Denk bijvoorbeeld aan materiaal- en kleurgebruik van gevels en kappen en de groeninrichting, beplantingsoorten en boomtypen.

Hittestress: De verharde gebieden in steden tijdens warme zomerse dagen worden wezenlijk warmer in vergelijk met het landelijke gebied. Dit fenomeen noemt men een ‘Urban Heat Island of Hitte stress. Hittestress kan leiden tot gezondheidsproblemen zowel fysiek als ook geestelijk.

Boomassortiment eerste, tweede en derde orde/grootte: De boomsoorten ingedeeld naar grootte of orde: Bomen eerste grootte A: hoger dan 20 meter. Bomen eerste grootte B: hoger dan 12 meter Bomen tweede grootte: 6 tot 12 meter Bomen derde grootte: kleiner dan 6 meter Bouwblok: Gebouwen die samen één blok vormen. Het bouwblok bestaat uit verschillende bouwvolumes die samen een architectonisch eenheid vormen. Bouwveld: Veld geschikt of bestemd om bebouwd te worden. Bouwvolume: Gebouw met een bepaalde massa/volume. Bouwenvelop Set regels en uitgangspunten vanuit de gemeente welke dienen als basis voor het maken van een plan. Drinkwater: Water dat geschikt is om te drinken. Wordt geleverd oor Brabant Water. Dit wordt uit de bodem onttrokken en via een zuivering geschikt gemaakt voor consumptie. Gebouw: Bouwwerk met een architectonisch uiterlijk. Grijs afvalwater: Water dat na gebruik licht vervuild is. Denk bijvoorbeeld aan doucheof waswater dat na lokale zuivering hergebruikt kan worden als spoelwater of aanvulling voor het grondwater. Grondwater: Water dat via sloten, meren en rivieren in de bodem is gezakt. Meestal is dit water afkomstig van neerslag. Nadat het op de oppervlakte is beland, infiltreert het direct of indirect. Helofytenfilter: Moerasfilter is een filter dat met behulp van helofyten afvalwater zuivert tot een kwaliteit die onschadelijk is voor het milieu.

Leemlaag: Grond bestaande uit kalkaarde vermengd met klei Natuurlijk water: Natuurlijk water is water van goede kwaliteit. Voorbeelden van natuurlijk water zijn: hemelwater. grondwater, oppervlaktewater (vennen, vijvers, etc.) Plint: De begane grond en de eerste, soms tweede verdieping van een gebouw, tot een maximale hoogte van 9 meter. Rioolwater: Het water dat na gebruik dermate is vervuild dat het een risico vormt voor de gezondheid of het milieu. Dit water wordt via de riolering afgevoerd en gezuiverd in de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Quadruple helix: De viervoudige helix is een raamwerk van relaties tussen kennisinstellingen, bedrijven, overheden en inwoners, als motor voor kennisproductie en innovatie. Via participatie hebben bewoners de mogelijkheid om hun eigen woonomgeving te ontwikkelen, in samenspraak met overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Maatschappelijke voorzieningen: Bij maatschappelijke voorzieningen gaat het om ruimte voor zorg, onderwijs, sport, kunst en cultuur en buurtvoorzieningen. Zij vormen vaak het sociale hart van de buurt.Collectieve voorzieningen: Groene zoom (zone): Dit is het gebied tussen de bouwvelden en het productielandschap. Hier bevinden zich voorzieningen die direct aansluiten op de woongebieden. FSI: (Floor Space Index) Begrip gebruikt voor de mate van intensief ruimtegebruik.

De FSI geeft de verhouding tussen het bebouwde bruto vloeroppervlak en de oppervlakte van het terrein. Een FSI van 1,0 betekent dus dat er op één hectare grond (100x100 m) 10.000 m2 bebouwd oppervlak is in 1 laag. (Parkeer) Hub’s: Bij de hubs kunnen bewoners en bezoekers van de woningen en bedrijven in BSD hun auto parkeren. Op de hubs zijn verschillende vormen van deelmobiliteit en stallingsmogelijkheden beschikbaar.

Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 11

HOOFDSTUK 1 BESTAANDE SITUATIE EN Dit hoofdstuk beschrijft de bestaande situatie van het plangebied. De kenmerken, ligging, cultuurhistorische context, landschappelijke elementen en de te behouden infrastructuur komen aan bod. Daarnaast worden de beoogde ambities voor Helmond en voor BSD in het bijzonder verder uitgediept. 1.1 Bestaande situatie

Cultuurhistorische context Brandevoort was oorspronkelijk een agrarisch gebied dat behoorde tot de gemeente Mierlo. Tijdens opgravingen zijn resten van een Romeinse nederzetting gevonden. In 1995 is het gebied opgegaan in de gemeente Helmond. Stedenbouwkundige Rob Krier heeft het masterplan van deze stadsuitbreiding ontworpen. Het meest iconische deel van dit masterplan is de Veste, een vestingsdorp met herenhuizen aan grachten. Het masterplan werd met succes ontvangen. Rondom de Veste zijn verschillende deelgebieden ontwikkeld, die in de volksmond ‘de buitens’ worden genoemd. Aan de noordzijde van het spoor zouden oorspronkelijk nog drie deelgebieden ontwikkeld worden: de Marke als noordelijk deel van de Veste, Kranenbroek en het Businesspark. Daarvoor in de plaats is ontwikkelgebied Brainport Smart District (BSD) gekomen: een proeftuin voor de maatschappij van de toekomst.

Kenmerken en ligging BSD is door haar strategische ligging in Brainportregio een aantrekkelijke woon- en werklocatie. De ligging aan de uitvalsweg N270, Helmond centrum en Eindhoven, en de aanwezigheid van een NS-station Brandevoort maakt dat BSD makkelijk bereikbaar is via weg, spoor en de fiets. Het gebied ligt tegen de groene corridor tussen Helmond/ Mierlo en Nuenen/Geldrop en bestaat uit grote en kleinere boscomplexen. Het verbindt de Stiphoutse bossen met de Strabrechtse Heide. Bossen worden er afgewisseld door kleine en grootschalige agrarische gebieden die vaak gekoppeld zijn aan oude buurtschappen. BSD sluit aan op bouwplan de Veste en Liverdonk en maakt onderdeel uit van de wijk Brandevoort. De Veste, Liverdonk en BSD worden gescheiden door een spoorlijn. Het station vormt een verbindende factor tussen beide woonwijken. Net als diverse onderdoorgangen (tunnels). Ondanks die verbinding zijn er architectonisch gezien de nodige verschillen. De Veste is geïnspireerd op een fictief vestingstadje terwijl BSD direct reageert op bestaande patronen in het huidige landschap. (kavelgrenzen en weggetjes)

N-270

BSD

Neer

voor

tse D

reef

tion

Sta

Landgoed Gulbergen

Brandevoort de Veste Brandevoort Liverdonk

Plangrens BSD

12 |

N DE OPGAVE Landschappelijke situatie Het landschap kenmerkt zich door een bodem van vooral zandgronden. Door leemlagen in de ondergrond en/of andere verstoringen zijn in lagere delen van het landschap vennen ontstaan in natte heidegebieden. De delen ten noorden van de N270 zijn tussen Nuenen en Stiphout uitgegroeid tot een bosgebied. De Diepenbroek is een kenmerkende weg die door BSD loopt. Vanuit deze weg is de geschiedenis van het gebied te herleiden. Andere belangrijke routes zijn onder meer Kranenbroek, Berenbroek en de Nuenensedijk. De laatste lettergrepen -broek en -dijk geven aan dat dit gebied van oorsprong nat is of is geweest. In het landschap zijn deze hoger gelegen wegen nog zichtbaar en beleefbaar. Opvallend zijn de verhoogde akkers (essen geheten). Deze zijn te vinden in de omgeving van het huidige doorlopend deel Diepenbroek bij het spoor, de percelen ten noorden van de school (Carolus), ten westen van Kranenbroek en ten zuiden van de Medevoort. Het landschap in BSD en omgeving is gevarieerd te noemen. Zo vind je er landbouwgebieden met bossen, heide, dorpen en waterrijke zones, die samen een rijk samengesteld (essen)landschap vormen. Ook is er een diversiteit aan natuurgebieden, productiegronden en buurtschappen (een verzameling van meerdere boerderijen met opstallen) te vinden of waren er te vinden maar zijn in de loop der jaren verdwenen.

Gulbergen

Spoorlijn

Er is een duidelijke relatie tussen de verschillende landschappen (bossen, voormalige heide, natte graslanden, hoger gelegen wegen en voormalige buurtschappen) zichtbaar. Dit landschap vormt een lappendeken van variatie als basis voor de invulling van het nieuwe landschap. Diepenbroek wordt ingepast door gebruik te maken van bestaande elementen die in het Brabantse landschap zichtbaar en beleefbaar zijn. Bij nieuwe ontwikkelingen zoals die van BSD, (nieuwe woningen met bijbehorende werkgebieden) in het agrarisch gebied is gezocht om de toe te voegen bebouwing gebiedseigen te maken. Door het bestaande landschap als uitgangspunt te nemen reageren gebouwen op de specifieke omgeving. Het vormt de basis voor nieuwe buurtschappen en de te ontwikkelen bouwvelden. Waarbij de mens, bewoner en bezoeker, en het bestaande landschap centraal wordt gesteld. Bij de inpassingen worden de verschillende gebiedseigen elementen gebruikt om direct een passende invulling te geven aan BSD als totaal. Dit geeft zichtbaarheid aan de identiteit van dit landschap rondom Diepenbroek. Wat ook de identiteit van BSD wordt.

N270

De Veste

Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 13

Westelijk gedeelte

Diepenbroek

Bestaand landschap

Bestaande vijver

Bestaand landschap

Diepenbroek (straat)

Nuenensedijk

14 |

Kijkend vanaf het station

Station Brandevoort

Diepenbroek / Kranenbroek

Moerasbos

Bestaande poel

Voormalig zanddepot

Medevoort

Neervoortse Dreef

Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 15

1.2 Bestaande infrastructuur BSD wordt begrensd door de N270 in het noorden, de Brandevoortse Dreef aan de oostzijde, de spoorlijn aan de zuidkant en de Mierlosedijk/Vaarleseweg aan de westzijde. Er worden maatregelen genomen om de verkeershinder vanuit de noord- en zuidzijde te beperken. Daarnaast lopen verschillende ontsluitingswegen door het gebied: de Neervoortse Dreef, de Voort en een gedeelte van de Medevoort. De historische lijnen als Kranenbroek, Diepenbroek en Diepenbroeksingel functioneren straks als langzaam-verkeerroute in BSD.

Bestaande infrastructuur

16 |

Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 17

1.3 Ambitie en opgave BSD moet een inclusieve leefomgeving worden waar aandacht is voor mens en milieu. In de wijk zijn duurzaamheid, het sluiten van kringlopen, natuur én klimaatadaptie belangrijke elementen. Randvoorwaardelijke begrippen zijn innovatief, functioneel, toegankelijk en haalbaar. BSD moet daarnaast betaalbaar zijn voor iedereen. Om bovenstaande ambities waar te maken, zijn acht programmalijnen ontwikkeld, die in het Q-book beschreven staan:

• • • • • • • •

Circulaire wijk Participatie Mobiele wijk Digitale wijk Sociaal en veilige wijk Gezonde wijk Wijk met energie Wijk met water Programmalijn Q-book

Vier perspectieven: slim + groen + sociaal

18 |

Opgave Brainport Smart District is een nationale proeftuin voor innovatie in bouwen en wonen. In BSD wordt de slimste woon- en werkwijk van de regio (en zelfs de wereld) ontwikkeld. Zo wordt Helmond en daarmee ook Brainport op de kaart gezet. De toekomstige bewoners van BSD spelen een centrale rol bij de ontwikkeling van hun eigen leefomgeving. Vanuit concrete behoeften worden de nieuwste inzichten en technieken op het gebied van participatie, gezondheid, data, mobiliteit, energie én circulariteit ingezet. Doel is om zo te komen tot een duurzame, mooie én prettige woonomgeving. In BSD worden in totaal 2.073 woningen gebouwd, hiervan is er ruimte voor 500 tijdelijke woningen (voor een periode van 15 jaar). Integraliteit en bewonersparticipatie vormen het fundament van BSD. De wijk onderscheidt zich als innovatieproeftuin. Het is niet alleen een omgeving waar bouwers en onderzoekers innovaties testen, maar ook een échte woonwijk, waar mensen wonen die échte oplossingen willen die de kwaliteit van wonen en leven verbeteren. BSD wordt samen met de bewoners gerealiseerd. Daarmee wordt een beweging in gang gezet. Dat gebeurt langs vier perspectieven:

Identiteit Het zoeken naar de identiteit van BSD. De historische lijnen en cultuurhistorische elementen vormen het vertrekpunt en de basis. Deze worden gecombineerd met de eigen invulling van de toekomstige bewoners en gebruikers van BSD. Dat leidt uiteindelijke tot de identiteit van BSD. Dit masterplan faciliteert en stimuleert het definiëren van deze identiteit. Slim (smart/innovatie) In BSD wordt gebruik gemaakt van een nieuw innovatiemechanisme. Blijvende technische, sociale en procesmatige vernieuwing staan centraal. Met deze nieuwe manier van bouwen stuwen we het innovatievermogen van deelnemers, maar ook van regio’s die voor vergelijkbare uitdagingen staan. We leveren hiermee een bijdrage aan het toekomstig verdienmodel van Nederland. Groen (duurzaam) BSD werkt vraaggestuurd aan uitdagingen die in onze maatschappij leven. Het creëren van een unieke kans om tot structurele oplossingen te komen is het doel. Onze wereld wordt steeds digitaler, sneller en meer verbonden. We worden steeds slimmer en kunnen steeds meer. Deze snelle veranderingen stellen de maatschappij tegelijkertijd voor grote sociaal-maatschappelijke opgaven. Er is een systeemverandering nodig. BSD biedt ons de kans om het systeem als geheel (integraal) aan te pakken. We leveren resultaat op transitie van deze tijd.

Deze forse maatschappelijke opgave wordt in onze ogen alleen gecreëerd door duurzaam leven betaalbaar en comfortabel te maken. We passen niet de omgeving aan de wijk aan, maar we passen de wijk aan de omgeving, onze natuur en ons water aan. Met oog voor de belevingswaarde. Sociaal (gemeenschap) Het geluk van de bewoner en daarmee het geluk van de maatschappij staat in BSD centraal. Dit betekent de perfecte mix. Slim, betaalbaar, groen en comfortabel. Een prettige woonomgeving die leidt tot brede welvaart en een gelukkige samenleving.

Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 19

HOOFDSTUK 2 PROGRAMMA Dit hoofdstuk beschrijft het te realiseren bouwprogramma in BSD. 2.1 Wonen, voorzieningen Op basis van demografische gegevens is er in ZuidoostBrabant sprake van een bevolkingsgroei die tot minimaal 2040 aanhoudt. Daar komt bij dat de huishoudens kleiner worden. Het gevolg? Een groot tekort aan woningen. Voor Helmond geldt dat woningzoekenden met name behoefte hebben aan een stedelijk en groen woonmilieu buiten het centrum van de stad. Op basis van de bevolkingsontwikkeling, wordt BSD ingericht en geschikt gemaakt voor iedereen die er wil wonen. Voor iedereen is er ruimte om een woning te vinden of te kunnen ontwikkelen. Zowel in het sociale huur- en koopsegment als in de duurdere vrije sector. Met BSD wordt een antwoord gegeven op bovenstaande uitdagingen. In de nieuwbouwwijk worden 2.073 woningen gebouwd, waarvan 500 tijdelijke woningen die later vervangen worden door permanente. Door daarnaast te voldoen aan de wens om een substantieel deel van de nieuw te bouwen woningen te bestemmen als sociale woningbouw, wordt BSD toegankelijk en betaalbaar voor iedereen.

2.3 Werken In het Stedenbouwkundig masterplan is ook ruimte voor bedrijven en voorzieningen (tot circa maximaal 80.000 vierkante meter bruto vloeroppervlak). Deze ruimte is verdeeld in 40.000 vierkante meter BVO voor een separaat bedrijventerrein en 40.000 vierkante meter BVO voor de combinatie wonen/werken. Het economisch landschap van BSD onderscheidt twee typen werkmilieus, op het bedrijventerrein en in het woongebied. Door de nadruk te leggen op kennisontwikkeling, kennisdeling en interacties tussen de klanten, wordt de interactie tussen mensen, bedrijven en ketens van steeds groter belang. De ontwikkelingen leiden onder meer tot clustering van economische activiteiten en daarmee tot een verschuiving in de vraag naar uiteenlopende typen werkmilieus, zowel formeel als informeel. De meerwaarde zit in voorzieningen voor ontmoetingen en uitwisseling van personen, goederen, kapitaal en informatie.

Stedelijke verdichting vraagt om differentiatie in woningcategorieën. Hiervoor wordt een indeling gemaakt in dichtheden. De gedachte daarbij is dat de bouwvelden met hoge dichtheid worden gelokaliseerd aan de oostzijde, beginnend bij het station. Verder in westelijke richting, wordt de dichtheid lager. Deze indeling is ook aan de bouwrealisatiefase gekoppeld. Bouwvelden met een gemiddelde dichtheid vormen een tussenzone tussen de bouwvelden met een hoge en lage dichtheid. Hierdoor ontstaat er een mix van verschillende woningcategorieën.

Werken Opp: 9.851 m2

55

Opp: 19.263 m2 Woningen: 77 Gemeenschappelijk: 3.000 m2 BVO werk: 1.910 m2

57 Opp: 26.185 m2

52

Woningen: 120 BVO werk: 2.597 m2

2.2 Zonering in dichtheden BSD ligt aan de rand van de stad en is een van de grootste uitleggebieden van Helmond. Het is een goede locatie om te verstedelijken. Dit komt door de strategische ligging, de korte afstand van en naar het centrum, de aanwezigheid van een NS-station en de omvang van het gebied.

53

54

Werken Opp: 19.166 m2

Opp: 10.588 m2 Woningen: 63 BVO werk: 1.050 m2

51

Opp: 11.179 m2 Woningen: 43 BVO werk: 1.109 m2

47

44

Opp: 7.523 m2 Opp: 1 Woningen: 33 BVO werk: 746 m2 Wonin BVO w Opp: 9.247m2 Opp: 9.311 m Woningen: 26 BVO werk: 917 m2 Woningen: 2 BVO werk: 9

43

40

35 Opp

56

Won BVO

Opp: 12.564 m2 Woningen: 39 BVO werk: 1.246 m2

50

Opp: 10.903 m2 Woningen: 32 BVO werk: 1.081 m2 Opp: 9.006 m2 Woningen: 39 BVO werk: 893 m2

49

42 Opp: 5.502 m2

Woningen: 12 BVO werk: 546 m2

41 Opp: 7.519 m2

Woningen: 15 BVO werk: 746 m2

32 Opp: 5.093

Woningen: 1 BVO werk: 5

De bestaande (voormalige) boerderijen en agrarische bedrijfswoningen worden zorgvuldig betrokken bij het plan. Dit betekent dat er een passende aansluiting van bestaande bebouwing met nieuwe bestemmingen wordt gezocht.

Het programma op basis van de grondexplotatie (GREX), woningaantallen zijn indicatief

20 |

•

Deze kunnen overal aanwezig zijn. Functiemenging op bouwveldniveau is vanzelfsprekend interessant en relevant als het waarde toevoegt voor de inwoners van BSD en de voorzieningen. Met functiemenging wordt daarmee niet het thuiswerken, zoals we dat kennen uit de coronatijd, bedoeld.

Mix van verschillende functies is het uitgangspunt. Dit is bepaald waaronder door: de grootte van het bouwveld, de dichtheid en de nabijheid van het openbaar vervoer. Het indiceren van een milieucategorie voor de bedrijvigheid is hier vrijgelaten. De regels in het bestemmingsplan in verband met hinder, veiligheid en risico’s worden nader uitgewerkt.

•

Er zijn vier specifieke eisen gesteld aan het profiel van het ondernemerschap: •

•

46 Werken

Innovatief profiel. Dit houdt in dat bedrijvigheid centraal staat en innovatie vanzelfsprekend is. De quadruple overlegstructuur staat borg voor optimale interactie tussen alle stakeholders. Deze wijze van inrichten en communiceren vereist een robuuste sturing van processen binnen BSD. Bedrijvigheid als onderdeel van functiemenging bij waarde toevoeging op bouwveldniveau. De nadruk ligt op de iteratieve toepasbaarheid van de ontwikkelde applicatie of product.

45 Opp: 10.817 m2

Opp: 7.399 m2

Woningen: 35 BVO werk: 1.073 m2

38 Opp: 8.386 m2

Woningen: 31 BVO werk: 832 m2

37

Opp: 7.919 m2 Woningen: 28 BVO werk: 785 m2

20Opp: 5.424 m2 29 Woningen: 30 Opp: 9.585 m2

BVO werk: 538 m2 Woningen: 51 BVO werk: 951 m2

28

412.424 m2

ngen: 34 werk: 1.232 m2

m2 25 923 m2

Opp: 8.259 m2 Woningen: 36 Gemeenschappelijk: 4.000 m2 BVO werk: 819 m2

39

17 Opp: 3.754 m2 Woningen: 24

BVO werk: 372 m2 18 Opp: 5.274 m2 Woningen: 37 10 Opp: 5.632 m2 BVO werk: 523 m2

Opp: 9.124 m2 Woningen: 30 BVO werk: 905m2

368.616 m2 31 6.560 m2 Opp: 5p: 7.701 m2 Opp: Woningen: 30 Woningen: 29

30

BVO werk: 854 m2 BVO werk: 651 m2 ningen: 21 O werk: 764 m2 Opp: 8.614 m2 Opp: 7.913 m2 Woningen: 38 Opp: 4.920 m2 BVO werk: 854 m2 Woningen: 52 Woningen: 41 BVO werk: 785 m2 BVO werk: 488 m2 Opp: 2.854 m2 Woningen: 21 Opp: 4.488 m2 BVO werk: 283 m2 Opp: 2.862 m2 Woningen: 28 Woningen: 15 BVO werk: 445 m2 Opp: 3.103 m2 BVO werk: 284 m2 Woningen: 15 BVO werk: 299 m2 Opp: 5.894 m2 Opp: 2.954 m2 Woningen: 51 Woningen: 21 BVO werk: 585 m2 BVO werk: 293 m2

m2 13 505 m2

Met bovenstaande uitgangspunten hopen wij meer aantrekkelijke bedrijven binnen te halen, waardoor de lokale economische groei hiermee wordt gestimuleerd.

26

22

Woningen: 36 BVO werk: 559 m2

27

21

19

11

1Opp: 7.029 m2

8Opp: 6.801 m2 24 Opp: 4.200 m2

Woningen: 34 BVO werk: 417 m2

Woningen: 70 BVO werk: 674 m2

23 Opp: 6.962 m2

Woningen: 25 BVO werk: 601 m2

15 Opp: 3.890 m2

Woningen: 11 BVO werk: 386 m2

14 12 Opp: 4.794 m2 Opp: 13.621 m2 Woningen: 29 BVO werk: 475 m2

Woningen: 131 BVO werk: 1.351 m2

Woningen: 51

werk: 697 m2 4Opp: 10.838BVO m2 Woningen: 92 BVO werk: 1.075 m2

2Opp: 12.542

13 Opp: 6.480 m2

Woningen: 45 BVO werk: 643m2

3Opp: 7.720 m2

Woningen: 36 BVO werk: 766 m2

16

25

59 Opp: 3.595 m2

9

Opp: 7.744 m2 Woningen: 42 BVO werk: 768 m2

6Opp: 5.843 m2

5Opp: 461 m2

Woningen: 53 Gezondheidscentrum: 3.000 m2 BVO werk: 1.244 m2

62 7Opp: 8.902Woningen: BVO werk: 579 m2 m2 Woningen: 92 BVO werk: 883 m2

Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 21

2.4 Tijdelijke woningen BSD wil ook voor de woningnood op dit moment iets betekenen. Hiervoor worden maximaal 500 tijdelijke woningen gerealiseerd, vooruitlopend op de definitieve ontwikkeling. De doelstelling is vooral relatief snel woningen te kunnen realiseren. Het doel is ook voor de tijdelijke woningen een mix van type te realiseren, zoals huur/koop en sociaal. Hiervoor worden in dit plan ruimtelijk voorwaarde opgenomen waar deze woningen aan moeten voldoen. Daarnaast is het van belang om aan te geven dat het uiterlijk en de dichtheid van de woningen niet anders zal zijn dan de overige woningen. De tijdelijke woningen blijven voor een termijn van maximaal 15 jaar staan, daarna komt het bouwveld beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingen. Tijdelijke woningen worden vooral gebouwd op locaties waar op korte termijn nog geen definitieve bebouwing voorzien wordt of op plekken die nu nog niet geschikt zijn voor difinitieve bouw. Vandaar ook dat deze woningen daar maar tijdelijk mogen staan. 2.5 Niet woon-functies Maatschappelijke voorzieningen • Basisonderwijs De prognose leerlingenaantallen, afgeleid van de provinciale bevolkingsprognose 2020, biedt ruimte voor een vierde basisschool in Brandevoort. De basisschool wordt in Brainport Smart District gerealiseerd.

Onderwijs in BSD is een bepalende factor voor de educatie van toekomstbewuste kinderen, leerlingen en gezinnen die bouwen aan de maatschappij van morgen. • Gezondheidshub In BSD wordt een gezondheidshub gerealiseerd wat een toonbeeld is voor gezond leven en moderne zorg. Naast eerstelijnsfuncties als huisartsenzorg en paramedische functies, en verbinding met het sociaal domein, kan ook gedacht worden het verlenen van gezondheids- en vitaliteitsdiensten voor zelfmanagement en diagnostiek, voeding, beweging, educatie, ontmoeting voor wijkactiviteiten. De gezondheidshub wordt bij voorkeur in nabijheid van het station gerealiseerd omdat het verzorgingsgebied geheel Brandevoort bestrijkt. • Sport In Brandevoort zijn er voldoende sport voorzieningen beschikbaar. Deze hebben BSD ook als verzorgingsgebied.

22 |

Collectieve voorzieningen Dit zijn ruimtes (zoals een logeerkamer) welke verschillende bewoners van een bouwveld kunnen gebruiken. Deze zijn particulier (onderdeel van de ontwikkeling, collectief). Het zijn voorzieningen die je prive niet dagelijks gebruikt. Door het collectief op te lossen hoeft niet elke woning deze voorzieningen te hebben. Ook zorgt dit ervoor dat het gemeenschappelijke gevoel van de wijk verbeterd. Andere collectieve voorzieningen zijn: bergingen, kantoorruimtes, kook-en eetruimtes, speelruimtes buiten en binnen, energie opslag, yoga ruimte en sportfaciliteiten. 2.6 Retail Het economisch landschap van BSD onderscheidt twee typen werkmilieus, het bedrijventerrein en als onderdeel van het stedelijk weefsel . Door de nadruk op kennisontwikkeling en kennisdeling en ‘customer intimacy’ wordt de interactie tussen mensen, bedrijven en ketens van steeds groter belang. De ontwikkelingen leiden onder meer tot clustering van economische activiteiten en daarmee tot een verschuiving in de vraag naar uiteenlopende typen werkmilieus, zowel formeel als informeel. De meerwaarde zit in voorzieningen voor (deels toevallige) ontmoetingen en uitwisseling van personen, goederen, kapitaal en/of informatie en deze kunnen overal aanwezig zijn. Functiemenging op kavelniveau is vanzelfsprekend interessant en relevant als het waarde toevoegt voor de BSD inwoners en de voorzieningen.

Met functiemenging wordt daarmee NIET het thuiswerken, zoals we dat (her-)kennen uit de Corona tijd, bedoeld. Gegeven de economische kracht van Helmond met slimme maakindustrie als economisch speerpunt en de hiervoor genoemde marktontwikkelingen en specifieke zijn onderstaande drie interessante doelgroepen c.q. marktsegmenten geïdentificeerd voor vestiging in BSD. Dit zijn: 1) Slimme maakindustrie (Smart Industry) 2) Verduurzaming en circulaire economie 3) Het brede segment van de ZZP’ers. Detailhandel wordt alleen als nevenactiviteit toegestaan met de verkoop van zelf geproduceerde producten en aanverwante producten bij de woningen en boerderij in het park. 2.7 Horeca Horeca is mogeijk rondom het station en kleinschalig in het park. Als nevenactiviteit is het ook mogelijk bij de woningen.

2.8 10% openbare ruimte per bouwveld 10% van de uitgeefbare bouwvelden moet gedeelde openbare ruimte omvatten. Deze wordt openbaar en door de gemeente ingericht en onderhouden. Hoge dichtheid: hier zal de 10% liggen aan de ring. De 10% zal gebruikt worden als margestrook en om open ruimtes te creëren waar ook bomen in 1e orde mogelijk zijn. Lage dichtheid: hier zal de 10% aan de ribben liggen. De exacte locatie en vorm zal tijdens het maken van de bouwenveloppen bekend worden.

Referentiebeeld stedelijke uitstraling park

Referentiebeeld moestuinen

Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 23

HOOFDSTUK 3 VISIE BSD (Q-BOOK) In dit hoofdstuk bespreken we de stedenbouwkundige visie uit het Q-book. De veranderingen tussen het Q-book en het Masterplan. 3.1 Basis BSD (Q-book) Verdichting als stedelijke opgave In 2012 is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgelegd. Het uitgangspunt hierbij is zorgvuldig ruimtegebruik. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt daarom in eerste instantie in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Op basis van de woningbehoefteprognose binnen de regio Metropool Eindhoven, is een flinke groei te verwachten tot 2040 (zoals te lezen is in onze samenvatting). Van de totale beschikbare plancapaciteit is 65 procent gelegen op inbreidingslocaties en 35 procent op uitbreidingslocaties. Het beoogde woonprogramma in BSD loopt vooruit op deze woonbehoefte in de regio. Duurzaamheid als middel In het streven naar welvaart worden natuurlijke systeemgrenzen overschreden. Het gevolg? Schaarste en uitputting van bronnen en materialen. De afgelopen jaren zien we het klimaat meer en meer veranderen. Een verandering die een serieuze bedreiging vormt voor onze samenleving. Daarom wordt bij BSD bewust gekozen voor circulair materiaalgebruik. Daarnaast zal ingezet worden op energieopwekking door zon en wind en op energieopslag en energieuitwisseling /handel. Innoveren is hierbij het sleutelwoord.

Door een generieke structuur te bieden waar mogelijke en voorstelbare toekomstige innovaties

op kunnen aansluiten, garandeert BSD een optimale versnelling op het thema duurzaamheid. We vermijden zo een technologische lock-in. BSD biedt hiermee de gelegenheid om duurzaamheidsbeleid als sturend middel te gebruiken, in alle opzichten. Niet alleen in de planvorming en vormgeving maar ook in het proces. BSD als visitekaartje voor Helmond BSD is een bijzonder woonconcept waarbij duurzame, circulaire en sociale principes hand in hand worden uitgezet. Het is deels een zelfvoorzienende wijk die experimenteren omarmt. Het voortdurend zoeken naar het meest innoverend plan is één van de doelen. Hiermee wil BSD Helmond op de kaart zetten, regionaal en zelfs internationaal. Kansen voor groen Vanwege het groene karakter van de omgeving is het behouden en zelfs versterken van de aanwezige groene structuren cruciaal. Een belangrijk uitgangspunt is de Brabantse landschappelijke structuur. Deze ontwikkeling biedt kansen voor een kwaliteitsverbetering van dit waardevolle bestaande landschap. Het behoud van zoveel mogelijk waardevolle bomen is een aandachtspunt, omdat de groeiomstandigheden kunnen wijzigen door aanpassing van het watersysteem. Het landschap vormt altijd de basis. Toekomstige bewoners zijn niet alleen verbonden met elkaar, maar ook met het landschap. Er wordt voortgebouwd op de bestaande, groene omgeving en er worden veel nieuwe bomen toegevoegd.

Q-book deel 2 fisieke leefomgeving

24 |

3.2 Concept Q-book deel 2 Het concept is een ruimtelijke indeling die op een gridstructuur is gebaseerd. Het plan heeft een flexibel systeem van stadsstroken dat je kunt vergelijken met een mega stadsblok rond een centraal gedeeld stadspark. Alle gebieden buiten het stedelijk blok worden toegewezen als productief landschap (overeenkomstig met de indeling van de stroken). Het formaat van de stroken staat in verhouding met de bestaande landbouwgrond en de bestaande waterwegen. De stroken worden flexibel ingedeeld in breedte, op basis van de ontwikkelingsvraag. Deze stroken worden uiteindelijk vertaald in bouwvelden die in verschillende dichtheden zijn ingedeeld. Er is voldoende differentiatie in verschillende programma’s en woningcategorieën (mix), gekoppeld aan de toegestane bouwhoogtes. 3.3 Veranderingen Q-book deel 2 > Stedenbouwkundig masterplan Door de toename van 1.500 naar 2.100 woningen in het woonprogramma, is de structuur van het stedenbouwkundig masterplan iets veranderd ten opzichte van het plan in het Q-book.

Het oorspronkelijke plan had drie gebouwde parkeervoorzieningen die aan de rand van BSD zijn gepland. In het masterplan komen er rondom, aan alle randen van de bouwvelden in de Groene zoom, hubs gebaseerd op het aantal parkeerplaatsen en afgestemd op het aantal woningen op loop afstand. Deze worden gefaseerd aangelegd gelijk met de woningbouw. Het gemotoriseerd verkeer rijdt via diverse wegen buiten de bewoning om naar de hubs. Langzaam rijdend verkeer is over de ribben en de ring altijd leidend. De Groene zoom maakt gebruik van het oorspronkelijke productielandschap direct aan de bouwvelden. De stroken, ontstaan door de noord-zuid geleding door de ribben, aan de zuidzijde worden in het huidige landschapspatroon georiënteerd, hierdoor komen zij bijna loodrecht op de spoorlijn gelegen. Dit zorgt ook voor een zichtbare aansluiting op de Veste. Het station speelt hierin een belangrijke rol. Het heeft een gebied overstijgende functie en maakt onderdeel uit van het plan.

Het bouwvelden rond het centrale park zijn groter geworden en uitgebreid richting het noorden en zuiden om voldoende ruimte te bieden aan de benodigde waterberging in het park. Ook is de bestaande natuur opgenomen in het park in plaats van te verwijderen en opnieuw aan te leggen op andere plekken. We willen BSD het kenmerk geven dat de natuur zo dicht mogelijk bij de bewoners aanwezig is. De aanwezige natuur biedt kansen om deze te omarmen.

Stedenbouwkundig masterplan sfeerimpressie

Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 25

Q-Book deel 2

Stedenbouwkundig masterplan

Dichtheid tot 7 verdiepingen

Dichtheid tot 5 verdiepingen

Bebouwing

Bebouwing

Stroken

Blokken

26 |

Q-Book deel 2

Stedenbouwkundig masterplan

3 Hubs

Hubs kortere loopafstanden

Ribben

Ribben met relatie tot het landschap

Natuur

Natuur + uitbreiding park

groen toevoegen LUC

Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 27

28 |

Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 29

HOOFDSTUK 4 VISIE BSD 2021 (STEDENBOUW We gaan dieper in op het concept van het Stedenbouwkundig masterplan, dat de ruimtelijke indeling beschrijft. Het concept is opgesteld op basis van hiërarchie en van de functie van elementen in het gebied.

1e orde Ring

Ruimtelijke inpassing van de eerste, tweede en derde orde De ruimte is ingedeeld op basis van verschillende elementen (oa. ring, park, ribben, productielandschap). Deze elementen worden gerangschikt van belangrijk naar minder belangrijk. Dit heeft te maken met de samenhang en eenduidigheid van het plan als geheel. Hoe hoger de orde, hoe meer sturing er voor de ruimtelijke uitgangspunten noodzakelijk is. Hoe lager de orde, hoe flexibeler de opgestelde uitgangspunten. Dit om meer vrijheid en ruimte te bieden aan initiatiefnemers en eindgebruikers. Entrees

Hierna wordt de ruimtelijke indeling verder omschreven.

2e: Productielandschap

2e: Groene zoom 1e: Ring 3e: Bouwveld

2e: Ribben

Park 1e: Park

Ruimtelijke inpassing van de identiteitsdragers 1e, 2e en 3e orde

30 |

Voorbeeld invulling 10% (hoge dichtheid aan de ring)

WKUNDIG MASTERPLAN) 2e orde Ribben

3e orde Bouwvelden

Historische lijnen

Groene zoom

Productielandschap

Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 31

4.1 Eerste orde De eerste orde is de belangrijkste. De elementen die bij de eerste orde horen zijn: de ring, de entrees en het park. Deze elementen zijn te vinden op een prominente locatie, hebben een functie op gebiedsniveau en vertegenwoordigen het imago van BSD. De eenheid in deze elementen is belangrijk. Een sterke aansturing op deze orde is daarom noodzakelijk. 4.1.1 De ring De ring, een langgerekte openbare ruimte, vormt de ader van het gebied. Hij heeft in het hele gebied een basisbreedte van 18m. Waarvan overal miniaal 15 meter openbaar is. In het hoge dichtheid gedeelte komt er aan beide zijde 1,5m bij. In de lage dichtheid is de 1,5 aan beide zijde prive of gemeenschappelijk. In deze 1,5 mag niet gebouwd worden. Elk bouwveld in BSD heeft een zijde aan de ring. De ring is niet per se een straat, maar een ruimte, die primair een ontmoetingsplek is voor mensen, is ingericht voor langzaam verkeer (wandelaars, fietsers). Om de verbinding tussen mensen te stimuleren wordt de ring zo ontworpen dat dit gestimuleerd wordt. Daardoor draagt de ring als herkenbare iconische verblijfsruimte bij aan de uitstraling van iconische verblijfsruimte aan de uitstraling van BSD. Het is de bedoeling dat de innovatie en duurzaamheid van de bebouwing te lezen is aan de ring.

De ring kruist op drie plekken de bestaande wegen: op de Neervoortse Dreef (westzijde) en de Voort (noord- en zuidzijde). De ring wordt verbonden met de Veste via het station. De ring heeft een belangrijke verbindende functie voor het langzaam verkeer tussen BSD en Brandevoort. Op de ring zal ook noodzakelijk verkeer rijden. Dit zijn de vervoersbewegingen voor hulpdiensten, verhuiswagens en natuurlijk mindervalide. Inrichting Naast het verkeer zijn ontmoetingsvormen en activiteiten belangrijk voor de beleving van de ring. Om dit te stimuleren worden alle mogelijke uitnodigende middelen ingezet: gras, bomen, banken, stoelen, schaduwplekken en zonplekken. Ook zijn er plekken om te spelen, water te bergen en zelfs sporten is mogelijk. Het is de plek om te kijken en om gezien te worden.

Bomen op de ring De bomen in de ring zorgen voor een aantrekkelijke openbare ruimte. Voor 1e orde bomen is 18 meter niet altijd voldoende om voldoende te groeien. Er moet voldoende afstand zijn tussen de voorgevel en het hart van de bomen. Bovengronds betekent dit dat er beperkingen zijn voor het plaatsen van gebouwen. Ondergronds moet er voldoende grond zijn om in te wortelen. Het uitgangspunt uit het Q-book is om minimaal 40 procent schaduw in de openbare ruimte te creëren om hittestress te voorkomen. Bomen spelen daar een belangrijke rol in. De schaduw zorgt tevens voor verkoeling van pleinen en straten. De muren van gebouwen worden minder snel warm en dat is bevorderlijk voor het binnenklimaat en het energieverbruik. Bomen in de 10% extra openbare ruimte In het hoge dichtheid gedeelte komt de 10% openbare ruimte aan de ring te liggen. Hier zullen onder andere de 1e orde bomen geplaatst worden. Bebouwing aan de ring Gebouwen vormen de wanden van de ring en zorgen voor een overgang richting de bouwvelden. Rooilijnen aan de ring Rooilijnen zijn de vastgestelde grenzen tussen openbare en private gronden. De rooilijnen van de voorgevels zijn zoveel mogelijk op één lijn uitgelijnd, zie het hoofdstuk regels. Aan de buitenkant van de bouwvelden gelden er regels voor de rooilijn, aan de binnenkant niet.

De ligging van de rooilijn ten op zicht de van de openbare ruimte is afhankelijk van de locatie. Margestook Tussen een woning op bijvoorbeeld de rooilijn en de ring bevindt zich een ruimte, de margestrook. In BSD ligt die ruimte op de bouwvelden. De ring is altijd 15m breed. Daarbij komt de margestrook (encrouchmenstzone) van 1,5m op de bouwvelden. In de hoge dichtheid is de margestrook onderdeel van de 10% openbare ruimte regel. Deze margestroken krijgen een invulling die aansluit bij de ontwikkeling op de bouwvelden en de inrichting van de ring. In De Veste zijn dit smalle stoepjes, in andere gevallen zijn het geveltuinen of kleine terrassen die je als bewoner zelf in kunt richten. In BSD zijn dit de overgangen tussen privé en openbaar, het zijn ‘tussengebieden’. Zij worden gebruikt om een goede entree te maken naar een woning of als wachtruimte om zich te oriënteren voordat men de publieke ruimte in stapt. In de ring komen ook technische voorzieningen ten behoeve van de bouwvelden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld kabels en leidingen, riolering en drinkwatervoorzieningen.

32 |

1,5m

15m

1,5m

Principe doorsneden Ring met margestroken

RING collage

1,5m Referentie overgang ring bouwveld

15m

5m 1,5m

Principe doorsneden Ring met margestroken en rooilijn bij postie van bomen

5m 1,5m

15m

5m 1,5m

Principe doorsneden Ring met margestroken en rooilijn met verschillende posities van bomen

Ring18 m Eerste orde, de ring

Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 33

4.1.2 Entrees De entrees markeren het binnengaan van BSD. Deze 4 locaties kunnen worden gezien als een etalage die het identiteit van BSD representeren. Kortom, een belangrijke locatie voor BSD. Deze passage geeft aan hoe wij deze entrees zien. De uitwerking hiervan zal in een later stadium plaatsvinden. Het landschap en openbare ruimte vormen samen met de bebouwing een belangrijk onderdeel van de entrees van BSD. De bebouwing vormt het kader waarbinnen natuur en openbare ruimte medebepalend zijn voor de herkenning van de locaties. Drie entrees zijn onderdeel van het doorgaande gemotoriseerd verkeer. Het woongebied van BSD heeft hierdoor drie hoofdentrees en een entree vanuit het station. Deze drie hoofdentrees hebben elk een eigen karakter. Westelijke entree Deze entree is bereikbaar via de N270 vanuit Eindhoven. Door de verbinding met de snelweg is deze entree vooral gericht op gemotoriseerd verkeer. Via een flauwe bocht in de aansluiting is er indirect zicht op BSD (lagere bebouwing in mogelijk een lossere setting en daarnaast de hogere bouw als markering en oriëntatiepunten). Parallel aan de snelweg wordt de natuur verder ontwikkeld. Hier ontstaan nieuwe bosschages, natte weides en poelen. Ook is hier ruimte voor een strook productielandschap. De bebouwing rondom deze entree zal zich aan de Neervoortse Dreef manifesteren als lagere bebouwing met een informeel karakter.

Een eventuele markering als oriëntatiepunten in de vorm van een hogere bouw is mogelijk, mits goed inpasbaar in het landschap en de bebouwing erom heen. Bij vervanging van de laanbeplanting van de Neervoortsedreef, zal worden uitgegaan van een grotere diversiteit aan soorten en over te gaan naar een minder rigide patroon van aanplant. De infrastructuur zal hierdoor in de loop van de tijd zich meer gaan voegen in het park. Noordelijke entree De natuur, in de vorm van een brede strook parallel aan de Medevoort/Nuenesedijk, vormt hier een belangrijk landschappelijk kenmerk, gecombineerd met de bestaande boomstructuur aan de weg De entree laat belangrijke aspecten van BSD zien: bebouwing, natuurontwikkeling, bestaande historische structuren, productielandschap en parkeer-hubs. Daardoor vormt deze entree eerder een zone dan een aanwijsbare locatie: het zijn scenes die elkaar opvolgen terwijl men erdoor of langs beweegt. Dit versterkt de verbondenheid tussen de verschillende elementen van BSD.

Westelijke entree

Noordelijke entree

Zuidelijke entree

Station

NOORDELIJKE ENTREE

WESTELIJKE ENTREE

STATION

ZUIDELIJKE ENTREE Eerste orde, de entrees

34 |

Zuidelijke entree Het bijzondere van de weg de Voort via een tunnel onder het spoor Brandevoort loopt. Deze verbindt BSD en Brandevoort met alle verkeersstromen. Deze entree is minder landschappelijk en meer stedelijk. Een groene omgeving is naast de bestaande waterberging niet of nauwelijks te realiseren. Mogelijk dat deze berging een andere aankleding kan krijgen met meer bomen en heesters. Op die manier vormt het een onderdeel van de nieuwe natuur en wordt de verbinding met het ecopark rond de Veste gerealiseerd. Hier ligt een uitdaging vooral vanuit het landschappelijke perspectief: hoe zorgen we ervoor dat deze twee zones kwalitatief hoogwaardig verbonden worden?

bestaande watergang zal hier ook onderdeel van uitmaken. In verband met het maken van een aantrekkelijke route van en naar het centrale park is het creëren van een levendige plint en het plaatsen van kleinschalige gebouwen (paviljoens) in de overgang tussen plein en park belangrijk. Deze moeten integraal worden ingepast in het buitenruimte plan en mag geen belemmering opleveren voor de omgeving. De architectonische uitwerking hiervan wordt beschreven in het beeldkwaliteitsplan. Rondom het stationsplein zitten vooral niet-woonfuncties in de plint. Denk bijvoorbeeld aan horeca met terrassen. Dit brengt levendigheid in het gebied. Hierdoor zal de bestaande Veste samensmelten met BSD via het station.

Het station Het station heeft een bijzondere betekenis voor het gebied en heeft een gebiedsoverstijgende functie. Brandevoort en BSD wordt letterlijk door het station verbonden. Naast het station loopt een langzaam verkeer-verbinding tussen de Veste en BSD. Het stationsplein vormt de voorkamer die naar het centrale park leidt. Het sluit ook in maat aan op de ruimtelijke aanzet rondom de entreeruimte van het station aan de zijde van de Veste. Aan de oostzijde van het BSD stationsplein, hebben de bestaande bomen een belangrijke rol. Het plein wordt door deze bomen gevormd en de

45m Principe doorsneden Entree stationsplein minimale bouwhoogte

45m Principe doorsneden Entree stationsplein maximale bouwhoogte

Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 35

4.1.3 Het park Het park vormt het groene hart van BSD. De huidige ligging van het maaiveld wordt hier gevolgd en vormt de uitgangssituatie voor het ontwerp en de ontwikkeling ervan. Het westelijke deel ligt lager dan het oostelijke deel. Er zijn delen met natte gronden en delen met drogere gronden. Hierdoor ontstaat een grote verscheidenheid aan natuur. Het hoofddoel van het park is de verbinding tussen mens en natuur. Het park adopteert de bestaande natuur en het huidige landschapspatroon. De reeds aangelegde NNB (NatuurNetwerkBrabant) is bepalend voor de verdere inrichting van het hele park. Het biedt de bewoners de mogelijkheid om in de directe woonomgeving met natuur in de breedste zin van het woord kennis te maken. Voor meer contrast worden cultuurelementen toegevoegd. Denk aan meubilair, paden, bruggen en stuwen, kunst, horeca en openbare toiletvoorzieningen. Er zijn voorzieningen mogelijk die aansluiten bij een klassiekere parkbeleving. Er is ruimte voor speeltoestellen (natuurlijk en cultuurlijk), sportlocaties (open velden, trimparcours, bootcamp, calisthenics). Ook blijft er voldoende ruimte over voor picknicken, vliegeren, voedselbossen en andere vormen van verblijven en ontspannen. Op deze manier worden verschillende belevenissen gecreëerd. Een ander belangrijk aspect van het centrale park is wateropvang.

Hemelwater dat niet kan worden geborgen en/of de kans niet krijgt om in te zijgen, wordt in delen van het park verzameld. Dit water wordt bij voorkeur zichtbaar getransporteerd, omdat dit bijdraagt aan de beleving . Dit vormt zo een herkenbaar en zichtbaar watersysteem. In het park zijn hiervoor diverse bergvoorzieningen nodig, zoals vijvers waar water bij kan komen. Hierdoor verhoogt de waterstand. Op andere delen zijn verlaagde (kruidenrijke) grasvelden waar het water een tijdje kan blijven staan (afhankelijk van jaargetijde/capaciteit). Ook kan het water opgeslagen worden in de hiervoor aangelegde bossen. De ene keer is er dus meer water zichtbaar dan de andere keer. Het landschap verandert op deze manier mee en draagt het bij aan de kenbaarheid van het park. Ook zijn er moerasdelen/helofytenvelden, waar water wordt gezuiverd. Deze velden dragen direct bij aan een positieve natuurbeleving en ontwikkeling. De voorzieningen worden toegepast op delen waar de grond hiervoor geschikt is. In de lagere delen van het park wordt meer water zichtbaar geborgen. In de hogere delen zal water in aangelegde verlagingen eerder inzijgen. Wanneer waterpartijen worden ingezet voor waterberging, zal dit zichtbaar zijn door een tijdelijke hogere waterstand. 36 |

Het totaalbeeld van het park mag niet verstoord worden. Daarom mag er maar beperkt gebouwd worden. De materiaalkeuze, kleur en uitstraling van eventuele gebouwen zijn bepalend en dus belangrijk. Hieraan wordt in het beeldkwaliteitsplan verder richting gegeven. De randen van de bebouwing langs het park is informeel te noemen en de voorgevels mogen verspringen. De rand van het bouwveld grenzend aan het park zal reageren op het park door de parkbeleving op het bouwveld mogelijk door te zetten, ook al is dit particulier gebied. De vormgeving van het park, het ontwerp in zijn totaal, is zowel natuurlijk (beplanting, waterpartijen) als ook modern en cutluurlijk (padenstructuur, pleintjes, speeltoestellen, voorzieningen) dit zorgt voor een contract in beleving. Tevens is op deze manier de mogelijkheid om de natuur op een eigen manier te laten ontwikkelen.

Deelconcept natuur en water

Deelconcept 1e en 2e paden

Eerste orde, het park

3

Sfeerimpressies parkconcept Referentie parkrandzone

Referentie paviljoen / horeca

Referentie parkrandzone

Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 37

4.2 Tweede orde De elementen binnen deze orde hebben een functie op lokaal niveau. Ze hebben een grote invloed op de vormgeving van het Stedenbouwkundig masterplan. Deze elementen zijn: de ribben, de historische lijnen, het productielandschap en de tussenzone/Groene zoom. Binnen deze orde wordt een gemiddelde aansturingsregime aangehouden. 4.2.1 De ribben De ribben verbinden de bouwvelden met de ring, het park, Groene zoom en het productielandschap. De ribben zijn informele straatjes/paden die landschappelijke overgangen vormen tussen bouwvelden en het open landschap. In zichzelf zijn deze paden niet dominant van vorm. Ze verkleuren naar gelang de aanliggende bouwvelden, de bestaande bodem en de delen van het park en Groene zoom waar de route naar toe gaat. Deze verbindende routes krijgen een minimale afmeting in de openbare ruimte van 5 meter. De ruimte wordt vooral gevormd door de inrichting van de aanliggende bouwvelden en minimale noodzakelijk technische eisen. Elke verbinding kan dan ook anders zijn: een pad, sloot, grasstrook, singel, struweel, haag, karrespoor of smalle weg. Het oorspronkelijk aanwezige landschap bepaalt de randvoorwaarden van het bouwveld en de inrichting evenals de inrichting van de verbindingen zelf. Er wordt naar gestreefd naar een goede balans tussen verharding en groen.

De hoekaansluiting van de ribben op de ring is als een doorgang vormgegeven en wordt gemarkeerd door de bebouwing. Uitzondering op de regel: een plein/pocket park dat grenst aan de ring en ribben. In dat geval bepalen de boom of bomen de ruimte. Direct na de gebouwen aan de ring wordt het profiel breder en groener, doordat de bebouwing meer richting de bouwvelden verschuift. Voor de gebouwen ontstaat er ruimte voor voortuinen, gemeenschappelijke tuinen (moestuin, spelen en dergelijke) en waterberging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10629481/2