Stedenbouwkundig masterplan BSD concept
Tekst van het document
Informatie over materiële samenstelling, staat van onderhoud, eigenaarschap en het ter beschikking komen voor hergebruik wordt aan deze ‘Digitaal Twin’ gekoppeld om zo te komen tot een materialenpaspoort, dat ontsluiting waarborgt. Voor alles geldt dat BSD integraal ontworpen wordt, waarbij grijze, groene en blauwe infrastructuur op systeemniveau geïntegreerd worden. Koppelkansen op het gebied van de materiaaltransitie, de energietransitie, klimaat-adaptiviteit en het sociale domein worden op deze wijze optimaal benut.
6.4 Natuurinclusief We worden ons er meer en meer van bewust hoe belangrijk het is onze natuur te koesteren. Een groene omgeving is gezond en aangenaam en daardoor essentieel voor een goed leef- en vestigingsklimaat. Er zijn tal van voordelen: van de recreatieve functie, tot het koelende vermogen, de afvoer van fijnstof, minder wateroverlast door de sponswerking én een hogere waarde van vastgoed. Toch zien we ook dat er een behoorlijke druk gelegd wordt op die natuur. Bijvoorbeeld door stikstofbelasting, intensieve landbouw en bouwdruk. Hierdoor neemt de biodiversiteit af, worden natuurgebieden verder versnipperd, komen natuurvreemde stoffen in de natuur terecht en treedt verdroging op. Binnen BSD willen we de voordelen van de natuur optimaal benutten. Het doel: een natuurinclusieve inrichting en bebouwing. Zodat een aantrekkelijke, gezonde en toekomstbestendige stedelijke omgeving voor mens én natuur ontstaat.
Groenblauw netwerk De groene hoofdstructuur binnen BSD wordt gevormd door het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Met het NNB wordt langs de Neervoortse Dreef, de Voort, Nuenensedijk/Medevoort en de N270, een robuuste doorlopende oost-west en noord-zuid verbinding gerealiseerd, met de natuurgebieden rondom BSD. Daar waar wegen kruisen, worden faunatunnels aangelegd. Op deze manier vormt BSD geen barrière voor de (grote) mobielere diersoorten, zoals de das en de ree, en kan er uitwisseling tussen populaties plaatsvinden. De NNB wordt ingericht met een mix aan opgaande landschapselementen, zoals houtsingels, hakhoutbosjes, bomenrijen en solitaire bomen. Maar ook struweelranden, poelen en langs waterlopen rietzomen/bloemrijke slootkanten. De
Uitgangspunten: •
• • • •
Het toepassen van demontabele bouwplannen, hergebruik van producten en het gebruik van een materialenpaspoort Het gebruik van gezonde materialen Het stimuleren van circulair economische verdienmodellen Het vinden van de balans tussen groene gevels en daken en zonne-energie opwekking Het sluiten van de waterkringloop
Circulair bouwen
68 |
landschapselementen worden aangelegd als lijnvormige structuren, zodat deze als beschutting en geleiding kunnen dienen voor grondgebonden dieren en vleermuizen. Door de landschapselementen wordt de verbindingsfunctie van de NNB versterkt. De NNB ligt op de lagere delen van BSD. Binnen de NNB wordt daarom ook een deel van de waterberging gerealiseerd. Dit biedt kansen voor de aanleg van natte natuur. Leefgebied Naast de verbindingsfunctie, vormt de NNB ook leefgebied voor een groot aantal plant- en diersoorten. Omdat het groen binnen BSD een uitloopgebied is voor bewoners en bezoekers, wordt de recreatieve gebruiksintensiteit binnen de perken gehouden (ingedeeld in zones), zodat de natuur genoeg rust en ruimte krijgt. Het landschapspark en het productielandschap maken onderdeel uit van deze zogenaamde zonering. Maar ook binnen het bebouwde gedeelte van BSD wordt leefgebied voor dieren en planten gecreëerd, door verblijfsplaatsen bij gebouwen op te nemen en groene gevels en daken te stimuleren. In het bijzonder voor gebouw bewonende diersoorten, zoals vleermuizen, huismussen, gierzwaluwen en bijensoorten. De stedelijke buitenruimte wordt extra groen door de aanplant van bomen, het creëren van natuurlijke speelplekken, bloemrijke bermen etc. Zo ontstaat een kwalitatief hoogwaardig leefgebied, waardoor de biodiversiteit in de omgeving toe zal nemen.
Uitgangspunt hierbij: groen is er niet alleen voor aankleding, maar in eerste plaats als ecologisch functionele natuur. Kortom, met de natuurinclusieve inrichting en bebouwing van BSD, wordt natuur en biodiversiteit geïntegreerd met de andere maatschappelijke opgaven. Hierdoor ontstaat een sterkere natuur en een leefbare en gezonde stad. 6.5 Afval Conform de mobiliteitsvisie BSD is er geen (vracht)verkeer in de woonomgeving. Dit betekent iets voor de huisinzameling van afval. Dit is niet op de reguliere manier mogelijk/gewenst. Daarom worden er zogenaamde bergvoorzieningen voor afval- en grondstoffen gerealiseerd. Dit zijn (ondergrondse) verzamelcontainers op centrale plekken (zogenaamde milieuhubs). Deze worden aan de verkeersstructuur verbonden, zodat het afval ingezameld en getransporteerd kan worden. Ook moeten bewoners deze hubs gemakkelijk kunnen bereiken via veilige fiets- en wandelroutes.
Eisen voor deze milieuhubs zijn: • • • •
Bereikbaar voor vrachtverkeer (afvoer/onderhoud/ schoonmaak en vervanging) Bereikbaar via veilige routes voor bewoners (voet- en fietspaden vanaf woningen) Adequate opstelplaatsen voor vrachtverkeer t.b.v. lediging Rondom volledig obstakelvrije zones, zowel onder- als bovengronds (geen bouwwerken, lichtmasten/bomen/ K&L ed. in ‘werkbereik’)
Uitgangspunt is dat op deze manier zo’n 2.100 huishoudens worden voorzien (NB: afvalinzameling bij bedrijven is geen gemeentelijke taak, dit dienen bedrijven zelf (gezamenlijk) in te vullen). Ten aanzien van de situering is rekening te houden met acceptabele (loop)afstanden tot de voorzieningen. In lokale regelgeving is hierover vastgelegd dat dit bij voorkeur 75 meter is, waarbij het maximum 350 meter is. Landelijk is een maximum afstand van 250 meter voor dergelijke voorzieningen gebruikelijk (acceptabel voor bewoners, beperkt ruimtebeslag/investering in aantal locaties/ containers). Voor BSD wordt het volgende gehanteerd: • • • •
•
Loopafstand maximaal 250 meter Bereikbaarheid voor mindervaliden Aantal milieuhubs: minimaal 12 Via de milieuhubs wordt restafval, PMD, OPK, GFT, glas en textiel ingezameld. Net zoals in de rest van Helmond geldt dat andere afvalstromen elders worden aangeleverd (milieustraat ed.) Op basis van het aantal huishoudens en de te verwachten hoeveelheden afval dient per milieuhub (minimaal 12) dan ruimte te zijn voor minimaal 8 containerplekken en een opstelplek voor voertuigen. Afhankelijk van vormgeving, de invulling van de logistiek (opstelpunt ed.) en de verhardingen rondom en ‘groene’ inpassing betekent dit een ruimtebeslag van ongeveer 125 m2.
Dit alles sluit aan op de mobiliteitsvisie met de parkeerhubs. Hierbij kan ook de combinatie gezocht worden met andere voorzieningen (bijvoorbeeld de pakketdienst). Referentie ruimte voor dieren in het park
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 69
6.6 Kunst Kunst zorgt voor context, een beleving én geeft een identiteit aan de locatie. Kunst kan zowel confronterend zijn als spraakmakend of aantrekkelijk. Het trekt aandacht, geeft energie, maakt nieuwsgierig, zet aan het denken, verbindt en inspireert. Kunst draagt bij aan de kwaliteit van en geeft identiteit aan de leefomgeving. In de openbare ruimte komen mensen op laagdrempelige wijze in aanraking met kunst. Kunst in BSD is ondersteunend aan de basisprincipes van de gehele ontwikkeling. Het staat voor verbinden: • • • • •
Mens-mens (ontmoeten) Natuur-mens Bestaande landschap-nieuwe ontwikkelingen Innovatie Energie/participatie/zorg om wereld
Vroegtijdig wordt een kunstenaar (Kunstloc Brabant) of een andere partij betrokken om een Masterplan/ kunstprofiel op te stellen. Het Masterplan Kunst wordt mede opgesteld door een landschapsarchitect. In het plan worden de posities van toekomstige kunstwerken aangegeven. Vervolgens kunnen de verschillende kunstlocaties worden ontwikkeld in samenwerking met een of verschillende kunstenaars. Uitgangspunten: Het is ingetogen, zeer zorgvuldig en met respect voor het landschap toegepast. • • • •
70 |
Vandalismebestendig Oud verouderen Innovatief, speels en educatief Zou een placemaking kunnen genereren
Promoten kunstobjecten
6.7 Kabels en leidingen Er zijn geen bijzondere situaties waar wijzing van hoofdtracés noodzalijk zijn. Enkel met de gastransport leiding moet rekening worden gehouden, deze ligt op de definitieve locatie. •
Belemmeringszone gastransport leiding: op 4 meter aan beide zijdes mogen geen obstakels, ook geen bomen komen. Het is wel toegestaan hier open verharding aan te leggen (zoals nu het P&R Brandevoort), in overleg met de GasUnie.
Dwars door het gebied gaat nu nog een waterleiding. Deze wordt verlegt/opgewaardeerd (grotere buis) door Brabant water. Mogelijk ligging is de toekomstige ring.
Locatie gasleiding
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 71
6.8 Water Om aan de ambities voor water te voldoen is er een aantal uitgangspunten geformuleerd. Dit zijn: • • •
Maak van water een leidend principe, dit bepaalt wat er in de omgeving mogelijk is Hemelwater blijft zoveel mogelijk daar waar het valt Een grote reductie van de benodigde hoeveelheid drinkwater
Deze uitgangspunten zijn vooral benoemd om een daling van de grondwaterstand te voorkomen. Als er minder drinkwater wordt gebruikt, hoeft er namelijk minder grondwater opgepompt te worden. En als hemelwater niet wordt afgevoerd, maar de kans krijgt om in de bodem te zakken, dan wordt zo het grondwater aangevuld. Water als leidraad voor ruimtelijke ordening is evident. Water in BSD wordt ‘Leven met Water’. Het is er en zal er altijd zijn, maar mag geen overlast veroorzaken. Concreet betekent dit dat we ruimte voor water moeten reserveren en dat er zichtbaar oppervlaktewater is. Nu we hiervoor moeten zorgen, willen we water ook een belevingswaarde geven, zowel landschappelijk als ecologisch. We ontwerpen hiervoor een ‘Watersysteem in Beweging’. Bijvoorbeeld: in een lagergelegen gedeelte van het centrale park wordt een grote vijver aangelegd. Deze vijver wordt zowel door hemelwater als door gezuiverd gebruikswater gevoed. Ofwel: naast de vijver komt een helofytenfilter te liggen waarin het gebruikte water wordt gezuiverd. Echt afvalwater gaat hier niet naartoe. Een gedeelte van het grijze afvalwater wordt via leidingen hier naartoe gebracht. De vijver kan ook gebruikt worden om wateroverlast te voorkomen, door bij hevige regenval het hemelwater ook hier naartoe te brengen.
Om de benodigde hoeveelheid drinkwater terug te brengen, wordt het water uit de vijver ook gebruikt voor een aantal gebruikersdoelen in de woningen. Dit na een zuiveringsstap en monitoring. Denk aan de spoeling van het toilet of het besproeien van de tuin. Zo ontstaat een draaiend watersysteem, een ‘Watersysteem in Beweging’. Door de vijver te combineren met een helofytenfilter krijgt water behalve een landschappelijke ook een ecologische functie. Vijvers in parken geven automatisch een belevingswaarde en daar bovenop is het streven om van de vijver een zwemplas te maken. Zo horen water en BSD bij elkaar als de grachten bij Amsterdam en de gondels op het water bij Venetië. Er zijn verschillende mogelijkheden in inrichtingsprincipes voor het watersysteem in BSD. Denk bijvoorbeeld aan het infiltreren van het regenwater op het bouwveld. Zo voorkomen we verdroging en beperken we de afvoer uit het plangebied, waardoor wateroverlast zou kunnen worden voorkomen. Daarnaast kan het lokaal zuiveren van het grijswater de drinkwatervraag en de afvoer naar de waterzuiveringen (AWZI) verminderen. 72 |
Watersysteem traditioneel
Watersysteem BSD
De bestaande hoofdontwatering van BSD, de Papenvoortseloop en Schootenseloop, blijven in gebruik. De ontwatering van de bouwvelden wordt via de watersystemen in het centrale park naar de bovenstaande hoofdontwatering afgevoerd. De Schootenseloop en de Papenvoortseloop maken geen onderdeel uit van de waterbergingen. Door middel van een kunstwerk wordt de afvoer uit de regenwaterbergingen naar de Schootenseloop en Papenvoortseloop begrensd. Water heeft een nauw verband met de ecologie. In BSD zijn verschillende ecologische verbindingszones aanwezig, bijvoorbeeld aan de Papenvoortseloop. De ecologische verbindingszones zouden een dubbelfunctie kunnen krijgen als een waterberging of infiltratieveld, mits de waterkwaliteit is gewaarborgd. Uitgangspunten: • • •
• • • •
• • •
Drinkwater-, afvalwater- en gebruikswatersystemen worden aangeleverd Er worden voldoende (regen)waterbergingen of infiltratievoorzieningen aangelegd Er wordt een extra opvangcapaciteit verzorgd ten behoeve van de aanvoer van het oppervlaktewater buiten BSD Voldoende regenwaterinzameling en waterberging op het bouwveld Aanleg zwartwater- en grijswaterriolering Lokaal zuiveren grijswater Vanwege wateroverlast wordt het minimaal nieuwe vloerpeil 0,8 meter aangelegd boven de gemiddelde grondwaterstand Een minimale waterbergingscapaciteit is 60 millimeter Maximaal 30 procent van de neerslag wordt op bouwveld afgevoerd Andere watergerelateerde uitgangspunten in het Q-book zijn hier van toepassing.
6.9 Sociaal en inclusiviteit Sociale inclusiviteit BSD is een unieke wijk voor iedereen. Uniek omdat inwoners van BSD bouwen aan de maatschappij van morgen. In BSD gaat het naast het hebben van een fijne woning over samen een plezierige buurt vormen en actief bijdragen aan de uitdagingen in de samenleving, zoals mobiliteit, energie, voeding engezondheid. Dit vraagt een sterke gemeenschap gericht op sociale inclusiviteit van alle inwoners. Door de mix in woonvormen is BSD bereikbaar voor iedereen die deze manier van wonen en samen leven aanspreekt. Om gemeenschapsvorming te ondersteunen worden in elke buurt gemeenschappelijke ruimtes ingericht. Dit kan binnenruimte en buitenruimte zijn. De gemeenschappelijke ruimte draagt bij aan ontmoeten en delen en wordt ingevuld door en aangepast aan de gezamenlijke behoefte van bewoners. Denk hierbij aan het delen van gereedschap en huishoudelijke apparaten, een gezamenlijk eettafel, logeerruimte en co-workerspace.
Deze uitgangspunten worden voor ieder bouwplot specifiek beschreven in het paspoort
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 73
HOOFDSTUK 7 PROCES In dit hoofdstuk staat de procesbeschrijving centraal. Ook bespreken we de vervolgstappen van het Stedenbouwkundig masterplan, met aandacht voor communicatie met belanghebbenden en de gewenste ontwikkelstrategie. 7.1 Ontwikkelstrategie Bouwenvelop Voor elk te ontwikkelen bouwveld wordt door de gemeente een bouwenvelop opgesteld. De bouwenvelop is een document met uitgangspunten, afgeleid van het Stedenbouwkundige masterplan en het Beeldkwaliteitsplan. Het bevat informatie over het bouwprogramma (incl. verhouding wonen / werken / buitenruimte), maximale bouwhoogtes, afstanden tot naast gelegen bebouwing, het architectonische beeld en de inrichting van de buitenruimte. Dit biedt de initiatiefnemer houvast bij de uitwerking van zijn plan. Projectpaspoort Voor ieder ruimtelijk project stelt de initiatiefnemer een projectpaspoort op. Het projectpaspoort bestaat 3 onderdelen, te weten a) kwaliteit (de 8 programmalijnen van het Q-boek), b) financieel en c) ruimtelijk (alleen van toepassing op ruimtelijke projecten). Het projectpaspoort is een document dat zich gedurende het proces verder ontwikkelt en de status van mijlpaal heeft bij afronding van iedere fase (IOK, SOK, ROK).
7.2 Procesbeschrijving van plan tot bouwen Nadat een initiatiefnemer op basis van een succesvolle pitch een intentieovereenkomst (IOK) krijgt aangeboden, wordt gezamenlijk de haalbaarheid op het sociaalmaatschappelijke en innovatieve vlak (Q-book), het ruimtelijke vlak (Stedenbouwkundig masterplan, Beeldkwaliteitsplan en Bouwenvelop), het financiële vlak (grondexploitatie/GREX) en het juridische vlak (bestemmingsplan) onderzocht. Dit gebeurt aan de hand van een stedenbouwkundige massa/volume studie, dat is wat meer dan slechts een schetsontwerp. Op basis van de beoogde ruimtelijke kwaliteit aan te tonen massa/volumestudie, wordt in deze fase bekeken op welk bouwveld het initiatief het beste passend is. Bij een positieve beoordeling wordt de IOK omgezet in een samenwerkingsovereenkomst (SOK). In deze fase wordt door de initiatiefnemer zijn beoogde ruimtelijke plan voor het betreffende bouwveld nader uitgewerkt. Dit kent enkele fasen: de massa/volumestudie (MVS) ontwikkelt via een voorlopig ontwerp (VO) tot een definitief ontwerp (DO). Dit geldt voor het ontwerp van de gebouwen en de buitenruimte. Onderdeel van deze fase is dat het bouwveld voor de initiatiefnemer wordt gereserveerd, waarvoor de initiatiefnemer een reserveringsvergoeding betaalt. Ook worden er afspraken gemaakt over de definitieve prijs dan wel canon van het bouwveld.
Beoordeling door het Q-team, de ruimtelijke commissie en 74 |
de planeconomen van de gemeente Helmond. Het informeren en raadplegen van de gebruikersraad maakt waar nodig onderdeel uit van de voorbereidingen van de initiatiefnemer en de projectleider bij het tot stand brengen van de stukken ter besluitvorming in de Samenwerkingsfase. Bij een positieve beoordeling wordt de initiatiefnemer een realisatieovereenkomst (ROK) met opschortende voorwaarde aangeboden. De initiatiefnemer bereidt op basis van het DO een aanvraag voor de omgevingsvergunning voor. De opschortende voorwaarden bestaat eruit dat de grond pas wordt uitgegeven, nadat er een goedgekeurd beheerplan ligt (zie volgende paragraaf) én de afgegeven omgevingsvergunning onherroepelijk is geworden. Pas dan kan de bouw starten. De betaalde reserveringsvergoeding wordt verrekend met de uitgifteprijs dan wel canon, zodra aan de gestelde voorwaarden is voldaan. Eigenaarschap en onderhoud (beheerplan) In beginsel bestaat elk bouwveld uit 10 procent openbare ruimte en 90 procent gemeenschappelijke en private ruimte. Deze gemeenschappelijke en private ruimte wordt door de initiatiefnemer ontwikkeld en gerealiseerd. Het is aan de initiatiefnemer om een beheerplan op te stellen voor de gemeenschappelijke ruimte binnen zijn bouwveld en daarover bindende en langdurende afspraken te maken met de eindgebruikers.
Voorafgaande aan uitgifte grond dient het beheerplan te zijn getoetst door de Assetmanager beheer van de gemeente.
7.3 Procesbeschrijving van toetsing Alle initiatieven in BSD worden getoetst aan het Qbook, het masterplan, het beeldkwaliteitsplan en het bestemmingsplan. Deze documenten zijn openbaar en in hun door de raad vastgestelde vorm beschikbaar via de website van BSD (www. brainportsmartdistrict.nl) en de gemeente Helmond (www. helmond.nl). Eerste aanspreekpunt voor de initiatiefnemers zijn de projectleiders van stichting BSD. De projectleider verzorgt de afstemming met de programmamanagers, de leden van de ruimtelijke commissie en de medewerkers van de diverse vakdisciplines van de gemeente. Daarnaast stelt de projectleider een preadvies op, op basis van het projectpaspoort SO (IOK-fase), VO en DO (SOK-fase), ten behoeve van de behandeling van het initiatief door het Q-team, de planeconomen en de ruimtelijke commissie. Op basis van de input vanuit deze gremia wordt een integraal advies opgesteld voor de directie en het stichtingsbestuur van de stichting BSD. Het stichtingsbestuur beoordeelt en geeft een definitief advies aan het College van B&W, waarna besluitvorming plaats vindt (1x aan de einde de initiatieffase en 1x aan het einde van de samenwerkingsfase).
Besluitvorming vindt plaats door het stichtingsbestuur BSD en het college van de gemeente Helmond. Onderstaande beschrijving betreft het bevoegd gezag tussen de stichting en gemeente in relatie tot de geleverde overeenkomsten: • Intentieovereenkomst (IOK) is de stichting BSD aan zet • Samenwerkingsovereenkomst (SOK) zijn de stichting BSD en gemeente Helmond aan zet • Realisatieovereenkomst (ROK) is de gemeente Helmond aan zet.
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 75
BIJLAGEN GREXTEKENING
76 |
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 77
BESTEMMINGSPLAN TEKENING CONCEPT
78 |
Brainport Smart District | Stedenbouwkundig masterplan| September 2021 | 79
Gemeente Helmond Contact Pieter Boesten F.Boesten@helmond.nl BSD Contact: Edwin Schellekens e.schellekens@brainportsmartdistrict.nl
Gemeente Helmond Frans Joseph van Thielpark 1 5707 BX Helmond Nederland 14 0492 www.helmond.nl Helmond, September 2021 In samenwerkingsverband met
80 |