CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 2026-001 Motivering BOPA tijdelijke AMV-opvanglocatie Helmond

Gemeenteraad 27 januari 2026, gemeente HelmondBij agendapunt: Tijdelijke Omgevingsvergunning AMV-opvanglocatie Smalstraat31.358 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Waterberging ter compensatie binnen het plangebied lijkt beperkt of niet haalbaar. Daarom is het COA de komende periode in overleg met de gemeente Helmond op zoek naar een passende oplossing. Grondwater, waterkwaliteit, waterveiligheid en afvalwater in de toekomstige situatie Bij het ontwerp van het tijdelijk woongebouw is ervoor gekozen om geen kelder aan te leggen, wat betekent dat er geen diepere uitgravingen plaats zullen vinden die het grondwaterniveau en grondwaterstromen beïnvloeden. Aangezien het bouwproces zich boven het grondwaterpeil afspeelt en er dus geen tijdelijke verlaging van de grondwaterstand vereist is, is er ook geen tijdelijke bronbemaling nodig. Hierdoor wordt er ook tijdens de bouwfase geen invloed op het grondwater verwacht.

47

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025

Het waterschap heeft de wettelijke taak om de waterkwaliteit te waarborgen. Bij het beoordelen van de waterkwaliteit wordt zowel naar de ecologie als de chemie van het water gekeken. Met de aanleg van het tijdelijke woongebouw wordt geadviseerd om geen uitlogende materialen of schadelijke stoffen toe te passen. Hiermee worden bijvoorbeeld zink en koper in daken, gevels, goten en leidingen bedoeld. Hierdoor zal er geen negatief effect op de waterkwaliteit optreden. In en nabij het projectgebied liggen geen waterkeringen. Hierdoor worden er geen activiteiten uitgevoerd die de stabiliteit van waterkeringen kan ondermijnen. Het riool in de Smalstraat loopt in de huidige situatie tot aan de afslag richting het P+R-terrein (op ca. 50 meter van de planlocatie). Om de ontwikkeling op het bestaande riool aan te sluiten zal er nog een stuk hoofdriool gelegd moeten worden. Dit dient nader afgestemd te worden met de gemeente.

4.10.3

Conclusie

Op basis van de weging van waterbelang kunnen de volgende conclusies getrokken worden: • De ontwikkeling van de tijdelijke amv-opvanglocatie Helmond naar de toekomstige situatie zorgt voor een toename aan verhard oppervlak en dient gecompenseerd te worden conform de eisen van Waterschap Aa en Maas en/of de gemeente Helmond. • Er dient mogelijk afgestemd te moeten worden met de waterbeheerders of de gemeente over de omgang met hemelwater. • In het vervolgproces moet rekening gehouden worden met het tijdig uitvoeren van meldingen, en met het naleven van de afspraken en geldende regels. De waterbergingsopgave wordt uiterlijk eind januari concreet gemaakt.

4.11

Bodem

Op 2 oktober 2025 is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd voor het voornemen (zie Bijlage H).

4.11.1

Toetsingskader

Voor het onderzoek is systematisch informatie verzameld uit eerdere bodemonderzoeken, saneringsrapporten, milieudata en bodemkwaliteitskaarten. Met digitale terreinverkenning is de huidige staat van het terrein beoordeeld en zijn mogelijke bodembedreigende activiteiten geïnventariseerd, met extra aandacht voor het vroegere gebruik als spooremplacement. Ook is gekeken naar mogelijke PFAS-bronnen. De gegevens zijn geïnterpreteerd volgens NEN 5725:2023 en NEN 5725 om te bepalen of aanvullend bodemonderzoek nodig is en welke risico’s er zijn voor de bodemkwaliteit.

4.11.2

Resultaten

Uit het onderzoek blijkt dat de locatie vroeger ook al langs een spoorlijn lag, welke door de jaren heen is uitgebreid richting de locatie. Het projectgebied zelf is hierbij nog steeds agrarisch (grasland). In de periode 1992–1993 zijn de sporen direct ten zuiden van de locatie verwijderd en is hier de huidige parkeerplaats aangelegd. Deze heeft rond 1998 zijn huidige vorm gekregen. De locatie is vanaf die tijd begroeid geweest met planten en bomen. De bodem bestaat overwegend uit zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind. Op basis van verkregen informatie van de gemeente Helmond is dit gebied aangemerkt als verdacht vanwege de (mogelijke) aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. PFAS Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen (PFAS) zijn sinds de jaren ’60 veelvuldig in (bedrijfs)activiteiten toegepast. Sinds enkele jaren is steeds meer aandacht voor de aanwezigheid van deze stofgroep waar onder andere PFOS, PFOA en Gen-X deel van uitmaken. Deze stoffen worden beschouwd als “Zeer zorgwekkende stoffen” en beleid hiervoor wordt pas de laatste jaren ontwikkeld. In 2018 is een onderzoek gedaan naar potentiële risicolocaties (‘Aanwezigheid van PFAS in Nederland, Deelrapport B – Onderzoek van PFAS op potentiële risicolocaties’, Expertisecentrum PFAS, DDT219-1/18-008.228, 1 juni 2018).

Deze verdachte locaties zijn opgenomen in een signaleringskaart. In de directe omgeving zijn geen PFAS-verdachte activiteiten bekend. Daarnaast hebben voor zover bekend geen calamiteiten of brandincidenten op de locatie plaatsgevonden.

48

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025 - Public

Interpretatie bodemrapportages voor onderzoekslocatie In het verleden zijn op en nabij de locatie diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Een deel van deze onderzoeken is inmiddels verouderd of valt buiten de scope van het huidige projectgebied. Voor de onderzoekslocatie die in het vooronderzoek centraal staat, kunnen echter wel relevante interpretaties van de bodemkwaliteit worden gemaakt. Uit het deel van onderzoek nr. 1 dat betrekking heeft op de locatie van het voornemen, zijn verhoogde gehalten aan verschillende verontreinigingen vastgesteld. De locatie van het voornemen betreft het westelijke deel van onderzoekslocatie nr. 1, waardoor in deze rapportage uitsluitend de meetresultaten zijn opgenomen die specifiek op dit deel betrekking hebben. In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen (cadmium, zink, kwik en koper), PAK en minerale olie aangetroffen, met een kwaliteitsklasse tot en met industrie. Plaatselijk zijn de gehalten aan cadmium vastgesteld tot onder de interventiewaarde, wat overeenkomt met de klasse matig verontreinigd. Daarnaast is op enkele locaties het gehalte aan zink boven de interventiewaarde aangetroffen, wat duidt op een sterke verontreiniging volgens de geldende classificatie. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aan zink en minerale olie gemeten, eveneens vallend binnen de kwaliteitsklasse industrie.

Voor het grondwater is vastgesteld dat de gehalten aan xylenen licht verhoogd zijn, maar deze blijven onder de saneringsparameters voor grondwater. Tot slot is bij de zintuiglijke waarnemingen opgemerkt dat de bodem zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend, zwak koolhoudend en zwak tot matig sintelhoudend is. Interpretatie van de resultaten Op basis van de geïnventariseerde gegevens kan een interpretatie worden opgesteld voor de onderzoekslocatie. In onderstaande toelichting is deze interpretatie uitgewerkt en worden tevens de onderzoeksvragen beantwoord. 1. Zijn er potentiële bronnen van bodembelasting (verdachte (deel)locatie(s)), zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn deze potentiële bronnen van bodembelasting, waar liggen ze en wat zijn de mogelijke bodembedreigende stoffen? • Het voormalige spooremplacement betreft een potentiële bron van bodembelasting. Uit de uitgevoerde bodemonderzoeken is ook gebleken dat bodemverontreiniging op de onderzoekslocatie heeft opgetreden. Ter plaatse van het parkeerterrein is deze verontreiniging grotendeels gesaneerd, maar op de onderzoekslocatie is niet gesaneerd en kunnen in zowel de boven- als de ondergrond op de gehele locatie lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK en minerale olie verwacht worden, en plaatselijk ook matige verontreinigingen met cadmium en sterke verontreinigingen met zink in de bovengrond.

In het grondwater kan licht verhoogde concentratie aan xylenen voorkomen. • De onderzoekslocatie is eerder gebruikt als spooremplacement, een type locatie dat vaak wordt geassocieerd met asbestverontreiniging. Daarom wordt de locatie als asbestverdacht beschouwd. Tijdens eerder op de onderzoekslocatie uitgevoerd bodemonderzoek is niet op asbest onderzocht. • De onderzoekslocatie ligt niet in de nabijheid van potentiële PFAS-bronnen. Echter, aangezien er nooit PFAS-onderzoek is uitgevoerd in dit gebied, wordt geadviseerd om PFAS nader te onderzoeken. Vooral omdat bij eventueel grondverzet het gehalte aan PFAS bepalend kan zijn voor de mogelijkheden voor acceptatie van overtollige grond. 2. Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? • Op basis van de bodemkwaliteitskaart is de kwaliteitsklasse LAW zone 2 toegekend aan zowel de bovengrond als de ondergrond. De onderscheiden lagen zijn als volgt → Bovengrond: Wonen (0,0 – 1,0 m mv), Ondergrond: Oostkant – AW2000 (1,0 – 3,0 m -mv), Westkant – Wonen (1,5 – 3,0 m -mv). 3. Is de bode asbestverdacht? • De onderzoekslocatie is eerder gebruikt als spooremplacement, een type locatie dat vaak wordt geassocieerd met asbestverontreiniging.

Omdat de locatie als mogelijk asbestverdacht was aangemerkt, is bij het op naastgelegen terrein uitgevoerde nader bodemonderzoek tevens een oriënterend asbestonderzoek uitgevoerd (onderzoek nr. 4). Uit de resultaten blijkt dat er geen asbest in de bodem is aangetroffen. Wel zijn er enkele stukjes asbest op het maaiveld gevonden. Deze zijn geïdentificeerd als chrysotiel. De onderzoeklocatie van onderzoek nr. 4 bevindt zich aan de zuidkant van onze onderzoeklocatie. Dat betekent dat het onderzoeksgebied zelf niet eerder op asbest is onderzocht en dat daarom geconcludeerd moet 49

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025

worden dat het mogelijk is om asbest in dit gebied aan te treffen. De locatie wordt daarom als asbestverdacht beschouwd. 4. Wat is de bodemopbouw en geohydrologie, en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden die zich? • De bodem bestaat uit zand uit de formatie van Boxtel. Deze laag betreft het eerste watervoerende pakket. • Binnen het onderzoeksgebied is de bodem tot ongeveer 1 meter diepte geroerd en is bodemvreemde bijmenging aanwezig. 5. Wordt de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater op de locatie beïnvloed door de omgeving? Zo ja, hoe en waar? • De stromingsrichting van het freatisch grondwater is westwaarts, wat betekent dat verontreinigingen uit oostelijk gelegen gebieden potentieel richting de onderzoekslocatie kunnen migreren. • Op de locatie treedt infiltratie op, wat inhoudt dat regenwater of oppervlaktewater de bodem binnendringt. Dit kan de verspreiding van verontreinigingen beïnvloeden, afhankelijk van de kwaliteit van het infiltrerende water. • Direct ten noorden van de locatie bevindt zich een bermsloot van de Kasteel Traverse. Deze watergang kan invloed hebben op het grondwaterpeil en mogelijk ook op de verspreiding van verontreinigingen, afhankelijk van de waterkwaliteit en hydrologische interactie.

6. Wordt op de locatie of een deel daarvan een geval van ernstige bodemverontreiniging of een sterke verontreiniging (boven interventiewaarde) vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? • Op de vooronderzoekslocatie zijn in de bovengrond zinkconcentraties aangetroffen met gehalten boven de interventiewaarde. 7. Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk?\ • Bodemonderzoek is noodzakelijk, aangezien op de locatie van het vooronderzoek verontreiniging in de bodem is aangetroffen met zware metalen, PAK’s, minerale olie en xylenen in het grondwater. Het gehalte aan zink in de bovengrond overschrijdt de interventiewaarde. Er is geen informatie beschikbaar over eventuele saneringswerkzaamheden op deze locatie. Daarom is een verkennend bodemonderzoek nodig om de huidige bodemkwaliteit van de locatie vast te stellen en de omvang van de sterke verontreiniging te bepalen. 8. Welke hypothese over de bodemkwaliteit en welke strategie is van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende strategieën)? • Op basis van de gegevens die zijn verzameld tijdens het vooronderzoek, concluderen we dat de locatie verdacht s voor verontreiniging met zware metalen, PAK en minerale olie in de bodem, en xylenen in het grondwater.

Aangezien er asbestgerelateerde activiteiten hebben plaatsgevonden, maar er onvoldoende asbestonderzoek is uitgevoerd, wordt de locatie ook als verdacht beschouwd voor asbest. Hoewel de locatie niet in de nabijheid ligt van een bekende PFAS-bron, is het sterk aanbevolen om PFAS te onderzoeken, aangezien dit nog nooit eerder is gedaan op deze locatie. • De strategie gekozen op basis NEN 5740 is VED-HE: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. Hierbij zal de locatie rondom de eerder aangetoonde zinkverontreiniging specifiek worden meegenomen en is het aan te bevelen hier meerdere boringen te plaatsen en analyses uit te voeren om het eerder aangetoonde sterk verhoogde zinkgehalte te verifiëren en eventueel af te bakenen. • Voor asbestonderzoek wordt gekozen voor de NEN 5707 met strategie Verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld.

4.11.3

Conclusie

Conclusies Het vooronderzoek milieuhygiënische bodemkwaliteit heeft inzichten verschaft over de bodemkwaliteit op te ontwikkelen locatie. Met het oog op de voorgenomen ontwikkeling van de locatie is het huidige inzicht in de bodemkwaliteit echter nog onvoldoende gedetailleerd. De locatie dient te worden beschouwd als verdacht ten aanzien van bodemverontreiniging met zware metalen, PAK, minerale olie en asbest in de bovenste meter van de bodem, evenals vluchtige aromaten in het grondwater. Met name voor zink wordt aangenomen dat dit in sterk verhoogde gehalten aanwezig kan zijn.

50

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025 - Public

Op basis van de PFAS-kaart en de kaart met potentiële PFAS-bronnen in de omgeving, wordt de locatie niet verdacht van PFAS-verontreiniging. Daarnaast wordt de locatie als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Aanbevelingen Aangezien de beschikbare informatie over de actuele bodemkwaliteit momenteel onvoldoende is om de geschiktheid van de locatie voor het beoogde gebruik te kunnen beoordelen, wordt aanbevolen een verkennend bodemonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd conform NEN 5740, met toepassing van strategie VED-He (verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging). Voor het onderzoek naar asbest in de bodem wordt geadviseerd te werken volgens NEN 5707, eveneens met de strategie ‘verdachte locatie met diffuse bodembelasting en heterogeen verdeelde verontreiniging’. De locatie van het voornemen wordt als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO). Daarom is het raadzaam om voorafgaand aan de werkzaamheden een onderzoek naar deze oorlogsresten uit te voeren. Het is mogelijk dat het terrein bij de ontwikkeling van de AMV-opvanglocatie niet direct geschikt is voor het beoogde gebruik. Door het treffen van passende maatregelen kan de bodem echter geschikt worden gemaakt.

Het is aannemelijk dat in het kader van de ontwikkeling sanerende of beschermende maatregelen (volgens paragraaf 4.121 van het Bal) noodzakelijk zullen. Wanneer het bodemonderzoek is uitgevoerd, de resultaten zijn opgenomen in het BOPA en uit de beoordeling blijkt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (EFTAL), voldoet dit onderdeel aan de gestelde eisen.

4.12

Activiteiten en milieuzonering

4.12.1

Toetsingskader

De handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ heeft betrekking op milieuhinderlijke activiteiten op bedrijventerreinen en werkterreinen, bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige activiteiten. Tevens worden aanbevelingen gegeven voor rustige woongebieden en gemengde gebieden met wonen. In deze handreiking worden milieuhinderlijke activiteiten omschreven als “een aan een locatie toegedeelde activiteit, anders dan wonen, die milieuhinder kan veroorzaken, in het bijzonder in de vorm van geluid- of geurhinder”. Hieronder vallen ook activiteiten, anders dan wonen, die trillinghinder, stofhinder, veiligheidsrisico’s of lichthinder kunnen veroorzaken. Milieugevoelige activiteiten worden omschreven als “een activiteit waarvoor de ondervonden milieubelasting bepalend is voor het bereiken en in stand houden van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat’’.

4.12.2

Resultaten

Het voornemen is gelijk te stellen aan het gebruik als recreatiewoning of reguliere woning, omdat het hier om tijdelijke opvang gaat. Het voornemen valt hiermee volgens de definities uit de handreiking niet onder de definitie van een milieuhinderlijke activiteit, maar wel onder de definitie van een milieugevoelige activiteit. Aangezien het voornemen niet onder een milieuhinderlijke activiteit valt, heeft het voornemen geen invloed op de milieuruimte van andere bedrijven in de buurt. Wel zijn in de omgeving van de projectlocatie meerdere kantoren, woningen en bedrijven gelegen die mogelijk milieuhinder kunnen veroorzaken en daarmee de instandhouding van een aanvaardbaar woonen leefklimaat kunnen beïnvloeden. Deze aspecten – geluid, geur en omgevingsveiligheid – zijn echter al beoordeeld in paragraaf 4.6 tot en met 4.8 respectievelijk. Hiermee zijn er geen aanvullende overwegingen.

4.12.3

Conclusie

De afstand tot bedrijven is minimaal 50 meter waarmee de afstand tot de tijdelijk opvang meer dan voldoende is en er voldaan wordt aan de VNG richtlijnen. Er wordt voldaan aan de richtafstanden die vanuit de VNG ‘Activiteiten en milieuzonering’ worden geadviseerd. Gelet op bovenstaande vormt het aspect ‘Bedrijven en milieuzonering’ geen belemmering voor het voornemen.

51

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025

4.13

Sociale veiligheid

4.13.1

Toetsingskader

Sociale veiligheid wordt binnen de Omgevingswet niet expliciet genoemd, maar maakt onderdeel uit van de algemene zorgplicht voor een veilige en gezonde leefomgeving. Overheden zijn bij het opstellen van het omgevingsplan verplicht om aandacht te besteden aan aspecten zoals overlast, misdrijven en verkeersonveilige situaties, die onder sociale veiligheid vallen. Het doel hiervan is het voorkomen van menselijk leed veroorzaakt door menselijke factoren. Sociale veiligheid omvat bescherming tegen leed veroorzaakt door menselijk handelen, zoals criminaliteit, onveilige verkeerssituaties en overlast. Dit onderscheidt zich van fysieke veiligheid, die gericht is op bescherming tegen leed door bijvoorbeeld ongevallen, branden of overstromingen. De Omgevingswet kent een algemene zorgplicht voor overheden, bedrijven en burgers om te zorgen voor een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Sociale veiligheid valt daarmee onder de brede verantwoordelijkheid voor het waarborgen van de leefomgevingskwaliteit. Naast het creëren van een aantrekkelijke en aanpasbare fysieke leefomgeving is het essentieel dat de leefomgeving (sociaal) veilig is in het gebruik. Het doel is dat mensen zich veilig voelen en dat deze veiligheid ook daadwerkelijk wordt ervaren. Verschillende factoren kunnen bijdragen aan (het gevoel van) meer veiligheid, zoals: • • •

Informeel toezicht op de openbare ruimte, waarbij er een gevoel van sociale controle is door aanwezigheid van anderen. Persoonlijke controle over de ‘eigen’ omgeving, waarbij mensen het gevoel hebben dat ze invloed hebben op hun directe omgeving en de veiligheid ervan. Het imago van het totale gebied, waarbij een positieve reputatie en uitstraling bijdragen aan een gevoel van veiligheid.

4.13.2

Resultaten

Door deze factoren uit paragraaf 4.14.1 te bevorderen, kan een leefomgeving worden gecreëerd die niet alleen aantrekkelijk is, maar ook als veilig wordt ervaren door de mensen die er gebruik van maken. Om een veilige omgeving te garanderen voor de omgeving en de amv’s is er vanuit het COA op de locatie 24 uur per dag toezicht aanwezig. Op deze locatie zal 24/7 beveiliging aanwezig zijn en zijn er 7 dagen per week COA-medewerkers aanwezig als aanspreekpunt voor de bewoners, begeleiding en om toe te zien op de naleving van de huisregels. Deze huisregels zijn gebaseerd op Nederlandse normen en waarden zoals beschreven in artikel 1 van de Grondwet. De huisregels zijn voor alle bewoners toegankelijk doordat de regels worden gedeeld met de bewoner in de taal van herkomst. Ook is er een informatievideo beschikbaar over de huisregels in meerdere talen en kan er telefonisch een tolk worden ingeschakeld. De huisregels worden bij aankomst ondertekend tijdens het rechten- en plichtengesprek. Het COA treft verder een pakket aan maatregelen om de sociale veiligheid in de omgeving van het voornemen te waarborgen en heeft hierover afstemming met de gemeente. Zo biedt het COA begeleiding op maat, om de kans op onacceptabel gedrag van de amv’s te verkleinen. Maatregelen bij overtredingen van bewoners zijn afhankelijk van de ernst van het gedrag en wordt met maatwerk beoordeeld.

Voorbeelden van maatregelen bij een overtreding met een lichte impact waarbij geen vestrekking aan bod komt zijn een correctiegesprek of een waarschuwingsbrief. Voor een overtreding met een grote impact kan wel worden ingezet op inhouding verstrekking, zoals het inhouden van leefgeld of ontzeggen van toegang tot een opvanglocatie. Ook is er vanuit het COA een meldplicht voor AMV om mogelijke verdwijningen te voorkomen. De verschillende maatregelen zijn terug te vinden in het Maatregelenbeleid van het COA.8 De gemeente Helmond is daarbij verantwoordelijk voor het monitoren van de effecten van de tijdelijke amvopvanglocatie in de omgeving en kan zo nodig in overleg met het COA en de politie (aanvullende) maatregelen treffen. De politie is verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde, onder gezag van de burgemeester en de opsporing bij eventueel gepleegde strafbare feiten onder gezag van het Openbaar Ministerie.

8 Zie: COA Maatregelenbeleid

52

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025 - Public

4.13.3

Conclusie

Het COA treft een pakket aan maatregelen om de sociale veiligheid in de omgeving van de projectlocatie te waarborgen en heeft hierover afstemming met de gemeente. Door het nemen van deze maatregelen kan geconcludeerd worden dat het aspect sociale veiligheid geen belemmering vormt voor het voornemen.

4.14

Duurzaamheid & gezondheid

4.14.1

Toetsingskader

Per gemeente moet vastgesteld worden of en hoe getoetst dient te worden aan de aspecten duurzaamheid en gezondheid. In aanvulling op de regels uit de Bruidsschat en het Bbl worden de regels voor duurzaamheid en gezondheid vastgesteld in het omgevingsplan van de gemeente. Met betrekking tot het thema gezondheid wordt rekening gehouden met de algemene regels uit het Bbl.

4.14.2

Resultaten

Binnen het voornemen worden geen activiteiten toegestaan die de gezondheid van de omgeving nadelig beïnvloeden. Bij de uitvoering van het plan wordt het gebouw voorzien van verwarming volgens de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), zodat een goed binnenklimaat is gegarandeerd. Alle verblijfsruimtes beschikken over ramen die daglicht toelaten en geopend kunnen worden voor frisse lucht. Daarnaast wordt in het tijdelijke gebouw gebruikgemaakt van elektrische systemen, zoals ventilatie- en verwarmingsinstallaties, om het binnenklimaat verder te optimaliseren. In hoofdstuk 4 van deze motivering worden alle relevante milieu- en omgevingsaspecten beoordeeld. Op deze manier wordt actief bijgedragen aan een gezonde leefomgeving voor toekomstige bewoners.

4.14.3

Conclusie

De gemeente stelt in het omgevingsplan aanvullende regels voor duurzaamheid en gezondheid, naast de landelijke Bbl-regels. Voor de tijdelijke amv-opvanglocatie worden geen activiteiten voorzien die de gezondheid schaden; het bestaande gebouw voldoet aan eisen voor binnenklimaat en daglicht. Zo wordt bijgedragen aan een gezonde leefomgeving. Voor de realisatie van de opvang zijn de aspecten gezondheid en duurzaamheid geen belemmering.

4.15

Mer-beoordeling

4.15.1

Toetsingskader

Of een milieueffectrapportage (mer) of een mer-beoordeling vereist is voor een ontwikkeling kan beoordeeld worden aan de hand van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Een nadere toelichting is te vinden in de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. De opvang voor amv’s wordt niet specifiek genoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit, maar kan onder een stedelijk ontwikkelingsproject vallen (categorie J11) indien de ontwikkeling van significante schaal is. Op basis van de rechtelijke uitspraken van de rechtbank van Gelderland9 en van de Raad van State10 is in het beginsel sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject bij een (extra) ruimtebeslag van meer dan 500 m 2.

4.15.2

Resultaten

Bij de ontwikkeling zijn er geen significante milieueffecten te verwachten, aangezien de opvang van amv’s niet als activiteit wordt genoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Voor het bouwen van de tijdelijke amv-opvanglocatie wordt weliswaar een woongebouw geplaatst, maar is met 50 amv’s van zo’n kleine aard dat dit niet als stedelijke ontwikkelingsproject gezien wordt. Wel kan er tijdens de uitvoering bronbemaling nodig zijn om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. Voor werkzaamheden in categorie K1 met betrekking tot het onttrekken of kunstmatig aanvullen van water moet worden beoordeeld of de uitbreiding al dan niet vergunningplichtig is. De specifieke regels hiervoor zijn te vinden in artikel 5.1

9 ECLI:NL:RBGEL:2018:1528. 10 ECLI:NL:RVS:2017:1724.

53

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025

van de Waterschapsverordening, met verwijzing naar vergunningplichtige situaties van tijdelijke bronbemaling in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.6. Als er geen vergunningplicht geldt, is er ook geen mer-beoordeling vereist. Ingeval bronbemaling nodig is tijdens de realisatiefase, zal dit in het geval van bemaling buiten een beschermd gebied nooit meer dan 50.000 m3 per maand bedragen (zie artikel 5.40, lid 3). Naar verwachting zullen de grondwerkzaamheden binnen zes maanden worden voltooid en zal niet langer dan vijf dagen op één locatie worden bemalen. Gezien deze omstandigheden hoeft er geen mer-beoordeling te worden opgesteld. Hiermee is het aspect mer niet relevant voor dit project.

4.15.3

Conclusie

Het voornemen valt niet onder een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld onder categorie J11 van bijlage V. Op basis hiervan is er geen noodzaak om een mer-beoordeling op te stellen voor de realisatie van de opvang.

54

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025 - Public

5

Beperkingengebieden

Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen, waar specifieke regels gelden voor activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor een specifiek werk of object. Dit zijn doorgaans gebieden in de nabijheid van (spoor-, weg- of water) wegen en waterstaatswerken waar beperkingen van toepassing zijn. De Omgevingswet verplicht Rijk en provincie om beperkingengebieden aan te wijzen, zoals zones rond wegen, hoofdspoorwegen, waterkeringen, rijkswegen en vaarwegen. Binnen deze beperkingengebieden stelt de provincie eisen aan aanduidingen, informatieborden en uitwegen. Kortgezegd zijn dit de gebieden rondom wegen en waterstaatswerken waar beperkingen gelden. Dit betekent dat er beperkingen gelden voor activiteiten van derden, ter plaatse van de weg of het waterstaatswerk als ook in de daaraan grenzende (beschermings)zones. Relatie tot het voornemen Het voornemen is gelegen langs het spoor van ProRail maar wordt niet gerealiseerd in het beperkingengebied van het Rijk, de provincie, het waterschap, de gemeente of de spoorwegbeheerder. Het aspect beperkingengebied vormt daarmee geen belemmering voor het voornemen.

Figuur 5-1: projectgebied (rode markering) ten opzichte van beperkingengebied (rode lijn) (bron: ProRail)

55

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025

6

Uitvoerbaarheid

In dit hoofdstuk wordt de maatschappelijke en economische haalbaarheid van de geplande tijdelijke opvang besproken. Ook wordt ingegaan op de verschillende mogelijkheden voor participatie die zijn gebruikt en/of zullen worden toegepast.

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Kostenverhaal Het verhaal van de gemaakte kosten is aan de orde indien een nieuwe (gebieds)ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt met daarin kostenverhaalplichtige activiteiten. Het voornemen omvat geen kostenverhaalplichtige activiteit en is het niet nodig om het kostenverhaal te verzekeren. Financiering Het COA draagt de verantwoordelijkheid voor de financiering van de uitvoering gedurende de exploitatieperiode van de noodopvang. Het COA huurt het projectgebied en voert een maatschappelijke taak uit in opdracht van de overheid. De financiering van de opvang wordt ook door de overheid verzorgd, gezien de maatschappelijke rol van het COA in het realiseren van de opvangfaciliteiten. Beheer Het COA verzorgt het beheer en onderhoud van het gebouw en het terrein gedurende het gebruik ten behoeve van de tijdelijke opvang. Het tijdelijk gebruik van de locatie door het COA leidt niet tot onomkeerbare gevolgen die het toekomstig gebruik conform de geldende functie in het tijdelijke deel van het omgevingsplan verhinderen. Handhaving De omgevingsvergunning BOPA is bindend voor zowel de overheid als de burger. De gemeente Helmond heeft de primaire verantwoordelijkheid voor de controle en handhaving van deze vergunning. Het handhavingsbeleid van de gemeente Helmond vormt de basis voor de handhaving binnen de gemeentegrenzen.

Handhaving omvat alle acties gericht op het bevorderen van naleving van regelgeving en het beëindigen van overtredingen. Het doel van handhaving is het waarborgen van de bescherming van mens en milieu tegen ongewenste activiteiten en overlast. In het kader van handhaving vindt vanuit het COA afstemming plaats met zowel de gemeente als de politie.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Participatie

Bij het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een BOPA is het vereist dat de initiatiefnemer aangeeft of en op welke manieren er participatie heeft plaatsgevonden, en wat de resultaten hiervan zijn. Het COA en de gemeente Helmond zetten zich actief in op participatie. De gemeente wil dat Helmond een goede plek is om te wonen, te werken en te leven. Om hiervoor te zorgen, wil de gemeente inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties zoveel mogelijk betrekken bij de ontwikkelingen in de stad. De gemeente ziet dat haar inwoners veel weten en kunnen en wil daarom de kracht van de inwoners beter benutten door intensiever met ze samen te werken. De gemeente Helmond vindt dat dit zorgt voor betere besluiten, een betere relatie tussen de inwoners en de gemeente Helmond en voor meer steun voor de plannen in de stad. De gemeente wil met andere woorden het participatieproces beter vormgeven. De gemeente onderscheidt hierbij twee soorten participatie: 1. Inwonersparticipatie: Inwoners doen mee in een initiatief van de overheid. Inwonersparticipatie is een manier om inwoners te betrekken bij gemeentelijk beleid, visies en/of plannen. Inwoners krijgen individueel of georganiseerd direct of indirect de kans om mee te praten, mee te beslissen en invloed uit te oefenen op de ontwikkeling, uitvoering en/of evaluatie van beleid. 2.

Overheidsparticipatie: De overheid doet mee in initiatieven van inwoners. Bij overheidsparticipatie is sprake van een ‘omgekeerde’ samenwerking. De overheid praat mee, faciliteert of is kader stellend in initiatieven van inwoners. Bovendien geeft de overheid haar inwoners de ruimte en verbindt ze waar mogelijk met elkaar.

56

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025 - Public

De Participatieladder Een handig hulpmiddel van de gemeente Helmond voor het invullen van inwoners- en overheidsparticipatie is de participatieladder. Deze ladder gaat al even mee maar werkt goed om te bepalen welk niveau van participatie nodig is. In Helmond werkt de gemeente met vier participatieniveaus: informeren, raadplegen, adviseren en coproduceren.

Figuur 6-1: De verschillende niveaus van de participatieladder van de gemeente Helmond.

Niveau 1: Informeren De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het informeren van de belanghebbenden. Zij krijgen de mogelijkheid hierop te reageren. De bijdragen van belanghebbenden zijn daarbij niet bepalend. Op dit niveau is de rol van belanghebbenden luisteren en reageren. Inwoners goed informeren hoort dan ook bij alle plannen van de gemeente Helmond. Niveau 2: Raadplegen De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het verzamelen van de mening, ervaringen, ideeën, wensen en voorkeuren van de belanghebbenden. De initiatiefnemer bepaalt de agenda en gebruikt de reactie van participanten om plannen te maken of te verbeteren. De reacties zijn daarbij niet bindend. Het is wel van belang om dit te motiveren. Niveau 3: Adviseren De initiatiefnemer vraagt belanghebbenden om mee te denken over het initiatief. Deelnemers kunnen problemen, belangen en oplossingen aandragen. De initiatiefnemer bepaalt de agenda, maar de reacties van betrokkenen spelen een belangrijke rol bij het ontwikkelen van plannen. Het gaat hier om de dialoog waarbij participanten aanbevelingen en adviezen kunnen geven voordat er een concreet plan ligt. Niveau 4: Coproduceren Het laatste niveau betreft het Coproduceren. De initiatiefnemer vraagt de belanghebbenden om deel te nemen aan de ontwikkeling van het initiatief. De partijen gaan vervolgens vroegtijdig met elkaar aan tafel.

De agenda, uitgangspunten en de inrichting van het proces worden samen bepaald. Samen met de belanghebbenden worden daarna keuzes gemaakt en naar oplossingen gezocht. De uitkomsten worden dan gebruikt bij het uitwerken van het participatieplan en het initiatief Het COA gaat de locatie beheren en zorgt samen met Nidos voor de begeleiding van de jongeren. De medewerkers zijn hierbij overdag als ’s avonds aanwezig op de locatie 11. Daarnaast is er elke dag, 7 dagen in de week beveiliging op de locatie. De gemeente Helmond heeft op 12 juni 2025 een omwonendenbijeenkomst gehouden. Daarover hebben zij ook een verslag geschreven, weergegeven in Bijlage I. Daarnaast heeft de gemeente een nieuwsbrief verspreid naar de omgeving, waarin belangstellenden zich konden aanmelden om op de hoogte te blijven van de voortgang van het voornemen, weergegeven in Bijlage J.

11 Asielzoekers | Gemeente Helmond

57

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025

6.2.2

Vaststellingsprocedure

De aanvraag om de omgevingsvergunning heeft onder andere betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend omgevingsplan. Op de aanvraag is conform artikel 16.65, lid 1 onder b Omgevingswet de uitgebreide procedure van titel 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Deze is aangevraagd door het COA vanuit zorgvuldigheid en het bieden van een zienswijzetermijn om de belangen nog beter af te kunnen wegen. De beslistermijn is 6 maanden met een mogelijkheid van een eenmalige verlenging van 6 weken. Na besluitvorming is beroep en hoger beroep mogelijk op het besluit.

58

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025 - Public

7

Belangenafweging en conclusie

7.1

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)

Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet voldaan worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de beleidskaders en instructieregels. Voorliggende motivering onderbouwt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De projectlocatie is geschikt voor tijdelijke opvang van amv’s vanwege de geschiktheid van het gebouw, de aanwezigheid van voorzieningen, goede verbindingen van het openbaar vervoer en de rustige, groene omgeving. Ook zijn alle omgevingsaspecten zorgvuldig afgewogen (zoals toegelicht in hoofdstuk 4) en resulteren deze in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Aanvullend wordt de omgeving van de projectlocatie door de realisatie van het voornemen niet permanent gewijzigd. Uit de aanvullende onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van voorliggende motivering volgen geen belemmeringen voor het voornemen. Op grond van de Omgevingswet moet een motivering voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Het voornemen betreft de realisatie van een tijdelijke opvanglocatie, gelegen aan de Smalstraat in de gemeente Helmond voor de opvang van maximaal 50 amv’s. Het voornemen past binnen de geldende beleidsstukken.

Het draagt bij aan de taakstelling van de provincie Noord-Brabant en vervult de taakstelling voor de gemeente Helmond. Het voornemen draagt bij aan de maatschappelijke voorzieningen van de gemeente: huisvesting van bijzondere groepen en maatschappelijke voorzieningen, sociale cohesie kan versterkt worden bijvoorbeeld door de mogelijkheid te creëren van het doen van vrijwilligerswerk. Deze ruimtelijke motivering dient ter motivering van het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarmee tijdelijk gebruik van het perceel aan de Smalstraat in de gemeente Helmond als amv-opvanglocatie in afwijking van het omgevingsplan mogelijk wordt gemaakt. •

In hoofdstuk 3 is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid en is onderbouwd dat dit past binnen deze beleidskaders. • In de hoofdstukken 4 en 5 is het voornemen getoetst aan effecten op de fysieke leefomgeving. Bij deze toetsing voor verschillende thema’s is geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn en er geen negatieve effecten op de thema’s optreden door het voornemen. • In hoofdstuk 6 is vervolgens ingegaan op de uitvoerbaarheid van het voornemen. Alles overwegende is de beoogde ontwikkeling aanvaardbaar. De impact van de beoogde ontwikkeling op omgevingsaspecten is beperkt van aard en er treden geen nadelige gevolgen voor het milieu op. Daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

7.2

Conclusie

Gelet op het bovenstaande wordt het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, betreffende het gebruik van het perceel aan de Smalstraat in Helmond voor de realisatie van een tijdelijke amv-opvanglocatie, als aanvaardbaar beschouwd.

59

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025

Bijlage A Quickscan ecologie

60

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025 - Public

Bijlage B Uitgangspuntenmemo stikstofdepositieberekeningen

61

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025

Bijlage C Stikstofdepositieberekeningen

62

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025 - Public

Bijlage D Onderzoek luchtkwaliteit

63

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025

Bijlage E Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai

64

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025 - Public

Bijlage F Quickscan Externe veiligheid

65

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025

Bijlage G Weging van het waterbelang

66

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025 - Public

Bijlage H Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem

67

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025

Bijlage I Participatieverslag informatiebijeenkomst 12 juni 2025

68

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025 - Public

Bijlage J Nieuwsbrief amv-opvanglocatie Smalstraat gemeente Helmond

69

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025

Colofon MOTIVERING BOPA TIJDELIJKE AMV-OPVANGLOCATIE SMALSTRAAT HELMOND MOTIVERING TEN BEHOEVE VAN OMGEVINGSVERGUNNING BUITENPLANSE OMGEVINGSPLANACTIVITEIT KLANT COA AUTEUR Arcadis B.V. PROJECTNUMMER 30247246 - 0012 ONZE REFERENTIE <DocId>:0.3 DATUM 19 november 2025 STATUS Definitief

70

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025 - Public

Over Arcadis Arcadis is dé wereldwijde partner die vooraan staat bij de meest impactvolle projecten van onze tijd. We helpen onze klanten duurzame keuzes te maken via de combinatie van digitale innovatie, expertise en toekomstgerichte vaardigheden in onder meer milieu, energie, water, gebouwen, transport en infrastructuur. Wij zetten die extra stap om onze klanten op maat gemaakte oplossingen te bieden voor ontwerp, engineering en advies. Door data-gedreven inzichten in te zetten geven we de natuurlijke en gebouwde omgeving samen vorm. Met meer dan 35.000 mensen bundelen we wereldwijde expertise en pakken we samen uitdagingen als klimaat, betaalbare energie en leefbare steden aan. We verbeteren de levenskwaliteit door onze aanwezigheid in meer dan 30 landen. In 2024 behaalden we een bruto-omzet van €5,0 miljard. www.arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland T +31 (0)88 4261 261

Arcadis. Improving quality of life 71

Onze referentie: <DocId>:0.3 - Datum: 19 november 2025

Rapportage Quickscan flora en fauna COA Smalstraat te Helmond Versie: 2.0

Rapportage Quickscan flora en fauna Smalstraat te Helmond

Colofon Titel

Rapportage Quickscan flora en fauna Noodopvanglocatie COA Helmond

Projectcode Versie Datum

P09420 2.0 24-09-2025

Opdrachtgever

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers Postbus 30203 2500GE te Den Haag

Uitvoerder

Email Website Telefoon

Projectcode: Versie: 1.0

GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo ecologie@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/ 074 2020258

Pagina 2 van 22

Huismanstraat 6 6851 GT Huissen

Rapportage Quickscan flora en fauna Smalstraat te Helmond

Inhoudsopgave 1

Inleiding ............................................................................................................................................ 4

2

Gebiedskenmerken en beoogde ontwikkeling ................................................................................. 5

2.1

Gebiedsbeschrijving ......................................................................................................................... 5

2.2

Beoogde ontwikkeling ...................................................................................................................... 7

3

Onderzoeksmethodiek ..................................................................................................................... 8

4

Beschermde gebieden ................................................................................................................... 10

4.1

Natura 2000 .................................................................................................................................... 10

4.2

Natuurnetwerk Nederland .............................................................................................................. 11

4.3

Gebieden van provinciaal belang ................................................................................................... 11

4.4

Houtopstanden ............................................................................................................................... 11

5

Beschermde soorten ...................................................................................................................... 12

5.1

Grondgebonden zoogdieren .......................................................................................................... 12

5.1.1

Eekhoorn ........................................................................................................................................ 12

5.1.2

Steenmarter .................................................................................................................................... 12

5.1.3

Kleine marterachtigen .................................................................................................................... 12

5.2

Vleermuizen ................................................................................................................................... 14

5.3

Vogels............................................................................................................................................. 14

5.4

Reptielen ........................................................................................................................................ 15

5.5

Amfibieën ....................................................................................................................................... 15

5.6

Vissen ............................................................................................................................................. 16

5.7

Ongewervelden .............................................................................................................................. 16

5.8

Flora ............................................................................................................................................... 17

5.8.1

Monumentale bomen...................................................................................................................... 17

5.9

Overige soorten .............................................................................................................................. 19

5.10

(Invasieve) exoten .......................................................................................................................... 19

6

Conclusie en aanbevelingen .......................................................................................................... 20

Bronnen ........................................................................................................................................................... 22

Bijlagen Bijlage 1: Impressie projectgebied Bijlage 2: Veldwerk inventarisatie en indicatoren

Projectcode: Versie: 1.0

Pagina 3 van 22

Rapportage Quickscan flora en fauna Smalstraat te Helmond

1 Inleiding In opdracht van Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) heeft GRAS Advies een Verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna uitgevoerd aan de Smalstraat te Helmond. Het COA is voornemens om hier een nieuwe opvanglocatie te realiseren waarbij de aanwezige flora in het projectgebied verwijderd wordt, waarbij nieuwbouw gerealiseerd wordt. De Omgevingswet verplicht bij dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen of aanwezige beschermde (natuur)gebieden en plant- en diersoorten geen negatieve effecten ondervinden van de beoogde ingreep. Een quickscan, ofwel verkennend onderzoek, onderbouwt of deze ontwikkeling redelijkerwijs uitvoerbaar is of dat mogelijk verbodsbepalingen worden overtreden en een aanvullend onderzoek, omgevingsvergunning op basis van het uitvoeren van flora- en fauna activiteiten of andere maatregelen of vervolgstappen noodzakelijk zijn. Een verkennend onderzoek bestaat uit een bureaustudie en een eenmalig verkennend veldbezoek, ofwel locatiebezoek. Het inventariseert de mogelijke aanwezigheid van: ● ● ● ●

beschermde (natuur)gebieden (nationaal en provinciaal beschermde gebieden en houtopstanden); beschermde flora (vegetatie en monumentale bomen); beschermde fauna (nationaal en internationaal beschermde diersoorten en vrijgestelde soorten); ongewenste invasieve exoten.

Met inachtneming van wettelijke kaders, de kenmerken van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling en de gerelateerde werkzaamheden wordt beoordeeld of deze beschermde gebieden, soorten en hun functioneel en/of essentieel leefgebied mogelijk negatieve effecten ondervinden van de beoogde ingreep. Indien relevant, wordt beoordeeld of dit invloed heeft op instandhoudingsdoelstellingen, wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied en de gunstige staat van instandhouding van de soort. Een verkennend onderzoek is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de afwezigheid van (beschermde) soorten en hun leefgebied. Wanneer een aanvullend onderzoek of omgevingsvergunning noodzakelijk wordt geacht of andere maatregelen worden geadviseerd, kan GRAS Advies adviseren over de planning en doorlooptijd van deze onderzoeken en/of procedures en begeleiding bieden in het vervolgtraject. Verspreidingsgegevens In dit rapport is informatie verwerkt afkomstig uit de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF). Deze informatie mag (zolang de datavoorziening niet open en toegankelijk is) zonder toestemming van BIJ12 niet worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar worden gemaakt.

Indien relevant, zal GRAS Advies verspreidingsgegevens die zijn verkregen door locatiebezoeken en overige veldinventarisaties binnen en/of rondom het projectgebied na een periode van 2 jaar openbaar maken binnen de omgeving van de NDFF. Dit rapport presenteert de uitkomsten van het verkennend onderzoek en de eventuele noodzakelijke vervolgstappen. Gebiedskenmerken van het huidige projectgebied en een globale beschrijving van de beoogde ontwikkeling zijn opgenomen in Hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 beschrijft de toegepaste onderzoeksmethodiek en de resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in Hoofdstuk 4 en 5. Hier worden alle relevante gebieden en soorten beschreven die mogelijk aanwezig zijn, inclusief het effect van de beoogde ontwikkeling op zowel deze soorten en gebieden, als op het beoogde project. De conclusies en aanbevelingen zijn opgenomen in Hoofdstuk 6 waar de belangrijkste resultaten worden samengevat en verder wordt ingegaan op mogelijke gevolgen, maatregelen en (wettelijke) vervolgstappen.

Projectcode: Versie: 1.0

Pagina 4 van 22

Rapportage Quickscan flora en fauna Smalstraat te Helmond

2 Gebiedskenmerken en beoogde ontwikkeling 2.1

Gebiedsbeschrijving

Gegevens Adres: Plaats: Gemeente: Provincie:

Smalstraat Helmond Helmond Noord-Brabant

Locatie en omgeving Het projectgebied betreft een bosschage grenzend aan de parkeerplaats van het centrale station in Helmond. Aan de zuidzijde van het deelgebied is een verhard pad aanwezig. In de bosschage staan diverse bomen, heesters en lage beplanting. Soorten aanwezig in de bosschage betreffen onder andere de braam, brandnetel, gewone esdoorn, hazelaar, hemelboom, teunisbloem spec., sneeuwbes en de zomereik. Aan de noordzijde van het projectgebied is een sloot aanwezig. Ten tijde van de QuickScan was er geen water aanwezig in de sloot. Aan de rand van het projectgebied staan twee exemplaren van de Chamaecyparis pisifera. Afbeelding 2.1 toont de ligging van het projectgebied.

Afbeelding 2.1: Ligging van het projectgebied (rood kader).

Projectcode: Versie: 1.0

Pagina 5 van 22

Rapportage Quickscan flora en fauna Smalstraat te Helmond

Terrein en kenmerken De oppervlakte van het projectgebied bedraagt ca. 1000m2. Afbeelding 2.2 toont een luchtfoto van het projectgebied, inclusief begrenzing. Het terrein wordt bepaald door bomen en struweel. Afbeelding 2.3 en Bijlage 1 geven een impressie van het projectgebied. Het terrein is volledig begroeid met soorten als de zomereik (Quercus robur), hazelaar (Corylus avellana), teunisbloem (Oenothera fruticosa) en sneeuwbes (Symphoricarpos albus) voor. Direct rondom het projectgebied en in de omgeving van het projectgebied ligt het centrale station van Helmond, een parkeerplaats en de N270 (Kasteel-Traverse weg).

Afbeelding 2.2: Luchtfoto met begrenzing van het projectgebied (rood kader).

Projectcode: Versie: 1.0

Pagina 6 van 22

Rapportage Quickscan flora en fauna Smalstraat te Helmond

Afbeelding 2.3: Impressie van het projectgebied.

2.2

Beoogde ontwikkeling

Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) is voornemens 50 opvangplekken voor Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV’ers) te realiseren. Hiervoor worden er in het projectgebied woonunits van drie verdiepingen hoog geplaatst. De werkzaamheden vinden plaats tussen oktober en april.

Projectcode: Versie: 1.0

Pagina 7 van 22

Rapportage Quickscan flora en fauna Smalstraat te Helmond

3 Onderzoeksmethodiek Onderzoek is uitgevoerd om te beoordelen of de beoogde ruimtelijke ontwikkeling een mogelijk significant negatief effect heeft op (wettelijk) beschermde (natuur) gebieden, houtopstanden, plant- en diersoorten en bijzondere monumentale bomen. De door GRAS Advies gehanteerde onderzoeksmethodiek is onder te verdelen in 3 stappen. Bureauonderzoek Voor relevante datavisualisatie en gebieds- en soorteninformatie is o.a. de website van PDOK, het kadaster, Natura2000, SynBioSys, RAVON, Sovon, de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), het natuurplatform Waarneming, de website van de provincie Noord-Brabant en webgispublisher geraadpleegd. Daarnaast is er gebruik gemaakt van ArcGIS Pro en het vleermuisprotocol 2021. Er is informatie verzameld over: ● ● ●

de locatie van het projectgebied, gebiedskenmerken, kenmerken van- en afstand tot beschermde en bijzondere gebieden en de mogelijke aanwezigheid en kenmerken van beschermde houtopstanden; de kenmerken en bijbehorende werkzaamheden van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling; verspreidingsgegevens en waarnemingen van beschermde plant- en diersoorten, monumentale bomen en invasieve exoten van de laatste 5 jaar, tot 5 km rondom het projectgebied.

Locatiebezoek Tijdens een locatiebezoek zijn gegevens verkregen tijdens het bureauonderzoek geverifieerd. Verkennend onderzoek is in- en rondom het projectgebied uitgevoerd. Het uiteindelijke onderzoeksgebied is ter plaatse bepaald door een deskundige ecoloog. Dit is gedaan a.d.h.v. de informatie verworven tijdens het bureauonderzoek, de lokale situatie en de verwachte invloedsfeer van de beoogde ontwikkeling (hierbij te denken aan hinder van licht, trillingen en geluid). Zowel binnen als rondom het projectgebied is geïnventariseerd naar: ● ● ●

de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bijzondere vegetatie en ongewenste invasieve exoten; de mogelijke aanwezigheid van beschermde diersoorten d.m.v. zichtwaarnemingen en indicatoren (Bijlage 2); habitattypen, habitatgeschiktheid- en functies voor beschermde soorten in het projectgebied én de omgeving.

Registratiegegevens van het locatiebezoek zijn opgenomen in Tabel 3.1. Tijdens het locatiebezoek is (indien van toepassing) gebruikt gemaakt van een verrekijker, endoscoop, meetlint, rolmaat, digitale registratie- en determinatiehulpmiddelen waaronder de Fieldmap Applicatie en persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s). Analyse Verzamelde gebiedsinformatie, soorteninformatie en veldgegevens zijn vergeleken met kenmerken van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Binnen een effectenbeoordeling zijn (indien mogelijk/relevant) de volgende aspecten met inachtneming van wettelijke kaders overwogen: ● ● ● ● ●

De projectlocatie, het type project, de duur en periode, inclusief de invloedsfeer van de werkzaamheden (licht, geluid, trillingen en stikstofemissie). De mate en het effect van verstoring of aantasting van (beschermde) (natuur) gebieden en hun instandhoudingsdoelstellingen, habitattype, wezenlijke kenmerken en waarden. De mate en het effect van verstoring of aantasting van (beschermde) vegetatie en diersoorten, hun (essentieel) leefgebied en (indien relevant) de gunstige staat van instandhouding van de soort. De mogelijke gevolgen, maatregelen en (wettelijke) vervolgstappen. Indien invasieve soorten zijn vastgesteld, zijn maatregelen beschreven die aan de Europese verordening voldoen.

Tabel 3.1: Registratiegegevens locatiebezoek. Datum Weersomstandigheden 27-08-2025 14⁰C, 2 bft, bewolkt, droog

Projectcode: Versie: 1.0

Pagina 8 van 22

Rapportage Quickscan flora en fauna Smalstraat te Helmond

GRAS Advies is een ecologisch adviesbureau en voert veldonderzoek uit volgens erkende en geldende soortprotocollen en kennisdocumenten. De deskundige ecologen van GRAS Advies zijn middels opleiding en ervaring bevoegd voor de verrichte werkzaamheden. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NEN-EN-ISO 9001:2015 gecertificeerd. Beperkingen Een verkennend onderzoek is geen gedetailleerd onderzoek. Uitgebreid vleermuisonderzoek of onderzoek naar de emissie en depositie van stikstof op Natura 2000-gebieden vallen dan ook buiten het kader van dit onderzoek. Inspecties door de ecoloog kunnen onuitvoerbaar zijn door de ontoegankelijkheid van plekken of objecten. Voorbeelden zijn spouwmuren, in verbinding staande watergangen en hoge ruimtes. Onderzoek van dergelijke objecten of plekken vereist soortgericht aanvullend onderzoek met inzet van juist materieel. Aanvullend soortenonderzoek kan als meerwerk verrekend worden boven op dit verkennend onderzoek. Daarnaast kunnen extreme weersomstandigheden een gedegen verkennend onderzoek uitsluiten. Bij hevige sneeuwval of hagel, plaatselijke onweer en stormachtig weer worden geen locatiebezoeken uitgevoerd. GRAS Advies maakt gebruik van de Nederlandse Databank Flora en Fauna voor verspreidingsgegevens.

Deze database bevat alleen gevalideerde waarnemingen en kan enkel worden ingezet als hulpmiddel. Wanneer een soort niet geregistreerd staat binnen de NDFF omgeving, houdt dit niet in dat deze daar ook daadwerkelijk afwezig is. De ecologen van GRAS Advies spannen zich maximaal in om het onderzoek zo zorgvuldig mogelijk uit te voeren. Desondanks zal nooit een volledig beeld van de aanwezige flora en fauna gegeven kunnen worden. GRAS Advies kan daarom geen aansprakelijkheid aanvaarden voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en/of fauna. Geldigheidsduur onderzoek: Aan het verrichtte onderzoek en de gegevens in deze rapportage zit een beperkte geldigheidsduur. In de regel is een quickscan geldig voor een periode van 3 jaar tenzij in deze periode wezenlijke ecologische veranderingen plaatsvinden.

Projectcode: Versie: 1.0

Pagina 9 van 22

Rapportage Quickscan flora en fauna Smalstraat te Helmond

4 Beschermde gebieden 4.1

Natura 2000

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Strabrechtse Heide & Beuven op ca. 15 km afstand van het projectgebied (Afbeelding 4.1). Dit gebied is beschermd vanuit de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. Het bestaat uit verschillende habitattypen waaronder zeer zwakgebufferde vennen en stuifzanden en struikhei. Enkele Habitatrichtlijnsoorten en aanwezige vogelsoorten zijn de kraanvogel (Grus grus) en roerdomp (Botaurus stellaris). Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het wordt hiervan gescheiden door de bebouwde kom en een netwerk van wegen.

Afbeelding 4.1: Ligging van het projectgebied (rood kader in zwarte cirkel) t.o.v. Natura 2000-gebied de Strabrechtse heide & beuven (groen) en Natuurnetwerk Nederland gebied de Herselse bossen (grijs). Bron: Interprovinciaal overleg (IPO) (2022) & Ministerie van Economische Zaken (2018).

Effectenbeoordeling Het projectgebied bevindt zich buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden. Geen van de bovengenoemde habitattypen komen in het projectgebied voor. Gezien de beperkte omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling en afstand tot het projectgebied, vallen Natura 2000-gebieden buiten de invloedsfeer van het projectgebied. Directe verstoring van Natura 2000-gebieden en negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen door (bouw) gerelateerde werkzaamheden zoals licht, geluid en trillingen kunnen op voorhand worden uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de beoogde ontwikkeling op de stikstofemissie en depositie en daarmee op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden kan niet worden uitgesloten. Dit kan desgewenst nader worden onderzocht d.m.v. een stikstofberekening. Projectcode: Versie: 1.0

Pagina 10 van 22

Rapportage Quickscan flora en fauna Smalstraat te Helmond

4.2

Natuurnetwerk Nederland

De dichtstbijzijnde gebied behorend tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn de Herselse bossen op ca. 4 km afstand van het projectgebied (Afbeelding 4.1). Doordat het gebied in Noord-Brabant ligt, is het onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Dit gebied valt niet onder Natura 2000-gebied. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het NNB-gebied en wordt hiervan gescheiden door de bebouwde kom en een netwerk van wegen. Effectenbeoordeling Het projectgebied bevindt zich buiten de begrenzing van NNN-gebied. Het bovengenoemde natuurbeheertype komt niet in het projectgebied voor. Gezien de beperkte omvang van de beoogde ontwikkeling en afstand tot het projectgebied, valt het NNN-gebied buiten de invloedsfeer van het projectgebied. Verstoring van NNNgebied en negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en kwaliteiten van dit gebied kan op voorhand worden uitgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16338679/1