RN 097 Transitievisie warmte Helmond 2021 (versie 1.1 def)
Tekst van het document
-58-
Links voorkeursscenario, rechts back-up scenario, voor legenda zie bijlage X/XI
-59-
Het Stationsgebied scoort net als het centrum hoog bij de multicriteria-analyse vanwege het relatief lage gemiddelde
De Eeuwsels en Binderen scoren hoog bij de multicriteria-analyse vanwege het relatief lage gemiddelde jaarinkomen per
jaarinkomen per huishouden, het aandeel corporatiewoningen en de technische categorisering.
huishouden en het aandeel corporatiewoningen. Het Wijkontwikkelingsplan Helmond-Noord biedt bovendien kansen om
In het Stationsgebied kan Vlisco mogelijk als warmtebron fungeren voor een HT/MT-warmtenet voor de bestaande bouw.
in te spelen op natuurlijke momenten. Dat geldt vooral in de Eeuwsels waar kan worden aangesloten op de renovatie van
Mogelijk meer robuust is het gebruik van de retourleiding van het bestaande warmtenet bij de bestaande woningen
woningen in de Planetenbuurt (naar label A+) en de integrale aanpak van verharding. In Binderen speelt bovendien de
die geschikt zijn voor MT-warmte. Op hoogbouw in het Stationsgebied is zonthermie een optie, met een doublet in
categorisering van de woningen een rol (nog veel kansen voor verduurzaming).
het plantsoen voor de opslag van warmte. Daarmee kan een aanvoerwarmte van 50°C worden gerealiseerd, die in de hoogbouw kan worden opgewerkt naar HT-warmte. Ook WKO kan als bron worden ingezet (multibronsysteem).
Voor de Eeuwsels is restwarmte van de RWZI Laarbeek een potentiële warmtebron. De restwarmte kan in een clusterkelder
Wanneer er voldoende geïsoleerd kan worden (tenminste label B), kan het stationsgebied mogelijk ook aangesloten
of wijkcentrale worden opgewerkt tot een temperatuur van 70 graden Celsius (afleverset per woning). De woningen in
worden op een LT/MT warmtenet (samen met Annabuurt & Suytkade of een eigen net).
de Eeuwsels hebben al grotendeels label C en D waardoor bij deze aanlevertemperatuur nauwelijks aanpassingen nodig zijn. Om het systeem te optimaliseren, kunnen woningen extra geïsoleerd worden tot label B. In een deel van Binderen biedt aquathermie kansen (Zuid-Willemsvaart). Een wijkcentrale kan zorgen voor opslag (WKO) en opwerking naar 60 tot
8.7
Eeuwsels & Binderen
70 graden Celsius. De nieuwbouw op de huidige locatie van het Dr. Knippenbergcollege krijgt een stand-alone oplossing (WKO). De bron kan eventueel worden ingezet als extra bron en extra opwerkcentrale voor de slechtere delen van het
Voorkeursscenario:
LT/MT-warmtenet (RWZI, WKO en aquathermie)
netwerk. De woningen in Binderen ten westen van de Nachtegaallaan (Vogelbuurt) hebben al grotendeels label C en D
Back-up-scenario:
All-electric
waardoor bij deze aanlevertemperatuur nauwelijks aanpassingen nodig zijn. Woningen met een slechter label moeten
Isolatiegraad:
Label B
nog wel worden geïsoleerd tot minimaal label D (of mogelijk al naar B om het systeem te optimaliseren). Het deel van Binderen in de omgeving Eksterstraat, Lijsterstraat en Sperwerstraat komt pas later in beeld. In dit deel zijn meer woningen aanwezig met een slechter label (E, F, G) en moet dus meer geïsoleerd worden (naar C of D). Voor een deel van de Helmondselaan (vooroorlogs) geldt dat aansluiting op een warmtenet niet aan de orde is. In dit deel is groen gas in de toekomst wellicht een optie. Woningeigenaren in de Eeuwsels en Binderen kunnen al voorsorteren op de warmtetransitie door aan de slag gaan met het isoleren van hun woning (inclusief kierdichting en ventilatie). Het streven daarbij is isoleren tot minimaal C of D (zie kaartje), waarbij verder isoleren (tot B) bijdraagt aan een optimalisatie van het systeem.
Links voorkeursscenario, rechts back-up scenario, voor legenda zie bijlage X/XI
-60-
-61-
9
Aanpak middengroep en buitengebieden
In de buurten die behoren tot de middengroep en de buitengebieden, zijn de warmtescenario’s nog wat minder
De Warmtekoers geeft een indicatie op buurtniveau, lokaal kan de koers afwijken. Voorbeeld: in de Warmtekoers wordt
uitgekristalliseerd. Het is onwaarschijnlijk dat voor 2030 al grootschalige stappen in de richting van aardgasvrij worden
een warmtenet voorzien. Mogelijk kunnen niet alle woningen in de betreffende buurt op het net aangesloten worden en
gezet. Wel kunnen inwoners en bedrijven natuurlijk zelf initiatiefnemen om kleinschalig dingen te doen. Op onderstaande
krijgt een deel een individuele warmtevoorziening (bijv. een warmtepomp). De uitwerking van de Koploperbuurten maakt
kaarten en in de bijbehorende tabel is per buurt aangegeven welk energielabel-niveau de woningen in een bepaalde
dit goed duidelijk: binnen een buurt zijn er meerdere ‘vlekken’ van alternatieven mogelijk.
buurt moeten krijgen en welke warmtevoorziening we op grond van de huidige inzichten het meest kansrijk achten. We noemen dit de warmtekoers. Bij de periodieke update van de Transitievisie Warmte zal deze globale koers worden omgezet in een verder onderbouwd scenario. Hieronder beschrijven we de inzichten die we nu hebben en de isolatieniveaus die daarbij horen. Voor woningeigenaren in de betreffende buurten is dit relevante informatie omdat zij hiermee hun woning al (stapsgewijs) kunnen voorbereiden. Het minimale label beschrijft het energielabel dat minimaal nodig is om de voorgestelde Warmtekoers te kunnen invullen. Wanneer een gebouw met enige redelijkheid naar een beter label geïsoleerd kan worden, dan is dit altijd goed. Enerzijds hoeft er minder geïnvesteerd te worden in infrastructuur. Anderzijds hoeft er minder energie afgenomen te worden en zijn de energielasten dus lager. Bij een beter label kunnen er in het geval van een warmtenet meer gebouwen op eenzelfde warmtebron aangesloten. Bij individuele warmtepompen kunnen er meer gebouwen aangesloten worden op het bestaande elektriciteitsnet (en zijn er dus minder aanpassingen nodig en blijven de kosten lager). Wanneer er groengas of waterstof toegepast wordt, kunnen minder woningen met eenzelfde hoeveelheid brandstof verwarmd worden. In bijlage V gaan we dieper in op de energielabels en bijbehorende isolatiemaatregelen.
Verwachte Warmtekoers voor de verschillende buurten in Helmond
Het minimale labelniveau voor de verschillende buurten in Helmond
-62-
-63-
10 9.1
Warmtescenario & isolatieniveaus Middengroep en Buitengebieden
Kosten en baten aardgasvrije woningen
De benodigde investeringen voor de warmtetransitie zijn grofweg te verdelen in twee groepen: investeringen in de woningen en investeringen in de openbare ruimte. Investeringen in de woningen bestaan uit het toepassen van
Buurt (CBS benaming)
Warmtekoers
Minimaal label
isolatiemaatregelen (zie hoofdstuk 8) en het aanpassen van installaties. De investeringen in de openbare ruimte bestaan
Heipoort
Primair kleine collectieve systemen
C
uit investeringen in het realiseren of toegankelijk maken van een duurzame bron en investeringen in de infrastructuur.
Vossenberg
(Uitbreiding) bestaand warmtenet
C
Dat kan bijvoorbeeld het uitbreiden van het bestaande elektriciteitsnetwerk zijn, maar ook het realiseren van een
Steenweg e.o.
Warmte- en koudenet
C
warmtenet.
Beisterveld
(Uitbreiding) bestaand warmtenet
B
Beisterveldse Broek
(Uitbreiding) bestaand warmtenet
B
Afhankelijk van het gekozen alternatief varieert de verhouding van investeringen. Voor investeringen in de gebouwen
Straakven
(Uitbreiding) bestaand warmtenet
B
kunnen we een redelijke inschatting maken (zie bijlage XII). Voor de investeringen in de openbare ruimte is dit lastiger.
Bloemvelden
LT/MT-warmtenet
C
De kosten in de openbare ruimte zijn sterk afhankelijk van keuzes die we op dit moment bewust nog niet maken.
’t Hout Centrum
Primair individuele systemen
B
Kroon
Primair individuele systemen
B
Akkers
LT-warmtenet
A
Gansenwinkel
LT/MT-warmtenet
C
Groot Goor
Primair individuele systemen
B
Brouwhuis-Dorp
Primair individuele systemen
B
Brouwhorst
Primair individuele systemen (voor nog niet aangesloten woningen)
B
Kloostereind
Primair individuele systemen
B
West
Primair individuele systemen
B
Houtsdonk
LT/MT-warmtenet
C
Oranjebuurt
Primair individuele systemen
Daarom beperken we ons in de Transitievisie tot inschattingen voor wat betreft de investeringen in de openbare ruimte. In de vervolgstappen (wijkuitvoeringsplannen) worden de kosten in de openbare ruimte verder uitgewerkt. In de onderstaande tabel is een indicatie gegeven van de verhouding van de investeringen voor het opwekken van de energie (energiebron), de infrastructuur voor het transporteren van de energie en de benodigde aanpassingen in het gebouw. In bijlage XII worden de kosten voor isolerende maatregelen in maatgevende woningtypen van de gemeente Helmond besproken. In de volgende paragraaf en bijlage XIII worden de totale kosten en baten van aardgasloze woningen besproken.
Energiebron
Infrastructuur
Gebouw
Elektrische warmtepomp 1
€
€€
€€€
B
Elektrische CV-ketel 1
€
€€
€€€
€
€€
€€€
Zwanenbeemd
Primair individuele systemen
B
Infraroodpanelen 1
Overbrug
Primair individuele systemen
B
Hybride warmtepomp
€-€€
€€
€
Stiphout-Dorp
Primair individuele systemen
B
Restwarmte 2
€
€€€
€€
Schooten
Primair individuele systemen
B
Aquathermie 2
€
€€€
€€
Geeneind
Primair individuele systemen
B
Zonthermie 2
€
€€€
€€
Berkendonk
Primair individuele systemen
B
Biomassa
Kern Dierdonk
LT/MT warmtenet
C
€€€
€€
€
Scheepstal
Primair individuele systemen
B
Geothermie
€€€
€€
€
Brand
Primair individuele systemen
A
Groen gas
€€€
€€
€
De Veste
Primair individuele systemen
B
Biogas
€€€
€€
€
Schutsboom
Primair individuele systemen
A
Micro-WKK
€€€
€
€€
Waterstof
€€€
€
€
Stepekolk
Primair individuele systemen
A
Berenbroek
Primair individuele systemen
B
De Marke
Wordt aardgasvrij gebouwd
A
1. Sterk afhankelijk van lokale (op eigen dak) of decentrale opwekking (bijv. windmolens en grootschalige zonnevelden)
Hoogeind
HT warmtenet
B
2. Afhankelijk van het temperatuurniveau van het systeem kunnen er meer kosten verplaatsen richting het gebouw
BZOB
Primair individuele systemen
B 1 Sterk afhankelijk van de constructie: Er zijn in Helmond al Lease voorbeelden waarbij de bron goedkoper wordt
aangeboden. Er zijn echter ook marktvoorbeelden die duurder zijn.
-64-
-65-
11
Vervolg strategie
In bovenstaande tabel is een indicatie weergegeven van de kosten voor het ontsluiten van een bepaalde energiebron.
In de voorgaande hoofdstukken is de route uitgewerkt om Helmond in de toekomst (2050) aardgasvrij te maken. De
Daarnaast is ook inzichtelijk gemaakt waar deze kosten voornamelijk terecht komen. De €-tekens zeggen niets over
eerste stappen zijn gezet waardoor duidelijk is welke buurten het meest kansrijk zijn om een geslaagde warmtetransitie
de hoogte van de investering maar enkel over de allocatie van de kosten. Zo zal voor een elektrische warmtepomp het
te realiseren. De opties voor de toekomstige warmtevoorzieningen zijn in beeld gebracht. Er zijn echter nog een aantal
grootste deel van de kosten in het gebouw komen te liggen. Een kleiner deel in de infrastructuur en het kleinste deel bij de
stappen te zetten (zie ook bijlage IV).
energiebron.
10.1.1
11.1
Kosten en baten aardgasloze woningen
Ontwikkelen van een communicatie- en participatieplan
Het is vanzelfsprekend dat de warmtetransitie tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten uitgevoerd moet worden.
Samen met de reeds betrokken stakeholders ontwikkelen we een communicatiestrategie die uitgaat van een
Er wordt gesproken over maatschappelijke kosten omdat nog niet bekend is wie de verschillende investeringen gaat doen.
mindsetverandering. Mindsetverandering betekent dat inwoners anders kijken naar hun eigen gedrag (re-framing).
Het is op dit moment onmogelijk om gedetailleerde berekeningen voor de verschillende buurten in Helmond te maken.
Daarbij zoomen we in op de opgave, de uitgangspunten en leggen we vast hoe we de participatie en communicatie
Wel kunnen we op basis van indicatieve berekeningen (zie bijlage XIV) een aantal interessante conclusies trekken:
concreet vormgeven. Tevens betrekken we daar waar noodzakelijk ervaringsdeskundigen. Energiearmoede wordt
• Waarschijnlijk gaat de warmtetransitie meer geld kosten dan het direct oplevert. Er wordt bewust gesproken over
meegenomen met behulp van een gedragswetenschapper. Uiteraard laten we deze aanpak aansluiten op de bestaande
direct omdat de woningen en gebouwen comfortabeler en gezonder worden, er ontstaat een duurzame en gezonde
aanpak voor verduurzaming in de gemeente Helmond: www.allelichtenopgroen.nl.
leefomgeving (kolen- en gascentrales zorgen jaarlijks voor vele doden, voornamelijk vanwege luchtvervuiling, https://ourworldindata.org/safest-sources-of-energy en met de verduurzaming zijn vele extra banen gemoeid,
11.1.1
http://www.nvde.nl/nvdeblogs/11-000-extra-banen-door-aardgasvrije-wijken/
Met de opgave die er voor ligt moeten tot ongeveer 34.200 woningen in Helmond van het gas af. De gemeente Helmond
Wat ligt er voor ons?
• Het toepassen van minimale en basis isolatie is financieel interessant;
heeft de keuze gemaakt om in de transitievisie warmte in te zetten op energiebesparing, en stapsgewijs (aardgasvrij-
• Het plaatsen van zonnepanelen en overstappen naar elektrisch koken is financieel interessant;
ready) buurtgericht over te gaan naar alternatieve warmtevoorziening om woningen aardgasloos te maken.
• Collectieve alternatieven zijn in de meeste gevallen financieel interessant;
De keuze van de gemeente Helmond om op deze wijze invulling te geven aan de Transitievisie Warmte wordt mede
• Het plaatsen van zonnepanelen op een woning heeft een positief effect op de totale businesscase ook van een
ingegeven door de wens om: inwoners te laten wennen aan de beoogde opgave, hen de ruimte te geven hun handelen
collectieve oplossing;
te re-framen en hen regie te laten houden, maar daarnaast daar waar noodzakelijk regie te nemen. Het devies is klein
• Het aanpassen van gedrag heeft een positief effect op de vraag en dus de totale opgave. Tevens is het verkleinen van de vraag noodzakelijk.
beginnen en als een olievlek verbreden. Dit sluit aan bij de reeds ingezette communicatiestrategie rond verduurzaming die ook op Allelichtenopgroen.nl uitgewerkt staat. Tevens delen we deze visie in aanloop naar de uitwerking onder de omgevingsplannen op www.helmond.nl/energietransitie.
11.1.2
De eerste stap: waar staan onze inwoners?
De opgave is belangrijk in het kader van een vergezicht, alsook het concretiseren ervan voor inwoners, in het bieden van een handelingsperspectief. We zijn ons ervan bewust dat het van bovenaf communiceren van de opgave en het handelingsperspectief een averechts effect kan hebben, en ons verder verwijderd van het doel. Op het moment dat we buurten intrekken, beginnen we daarom bij het begin. Dat betekent: waar staan onze inwoners nu? Het klinkt tegenstrijdig, maar juist om onze doelen te bereiken, moeten we er even los van komen. We gaan van onderop kijken naar de intenties van inwoners: waarom doen mensen zoals ze doen? We gaan open gesprekken aan en zoeken zo naar ingangen om hun eigen gedrag in een duurzaam perspectief te plaatsen. We proberen een mindsetverandering tot stand te brengen. De mindsetverandering betekent dat inwoners anders kijken naar hun eigen gedrag (re-framing). Deze re-framing opent de weg naar meer duurzaam gedrag. Hierbij moet opgemerkt worden dat voor inwoners duurzaamheid een containerbegrip is: isolatie valt daarbinnen, net zo goed als afvalscheiding of op de fiets naar het werk. Gespreksonderwerpen moeten dus breder zijn dan de warmtetransitie. Daarnaast beginnen we klein. Kleine stappen kosten meer tijd, maar ze zijn makkelijker te nemen, bestendigen beter en openen deuren voor het vervolg.
-66-
-67-
12 11.1.3
Waar zit energie?
Ontwikkelen van een blauwdruk voor de uitvoeringsplannen/programma
Een aantal inwoners die betrokken willen worden bij de warmtetransitie zijn reeds in beeld. Om de transitie op gang te brengen is het belangrijk de energie en de motivatie die er al is in buurten van extra ‘spirit’ te voorzien. Voor zover deze
Samen met de reeds betrokken stakeholders ontwikkelen we een algemene strategie voor de uitvoeringsplannen op
nog niet bekend zijn, sporen we bestaande initiatieven op, en vragen we enthousiaste buurtbewoners een rol op te
buurtniveau. Daarbij leggen we vast hoe we gaan inzoomen op straat- en complexniveau (technische en economische
pakken in het vormgeven van de participatie. Dit begint bij een het ontwikkelen van een Wijkontwikkelingsplan. In de
haalbaarheid), welke stakeholders/belanghebbenden op buurtniveau daarbij belangrijk zijn en hoe we de participatie en
samenwerking met inwoners doet de gemeente handreikingen of stelt de gemeente kaders op waarbinnen ruimte is om
communicatie vorm geven. Vervolgens laten we deze aanpak (specifiek voor warmte) aansluiten op de bestaande aanpak
lokale kleuring te geven. Bovendien zorgt de gemeente voor procesbewaking. De inwoners ontdekken hun ‘unique points
voor wijkontwikkelplannen in de gemeente Helmond. Tevens zal deze uitwerking worden verwerkt in de benodigde
of attraction’ (waar slaan inwoners op aan?) en brengen de transitie van onderaf op gang.
transitie programma’s onder de Omgevingsvisie. Per wijk worden omgevingsplannen opgesteld.
11.1.4
12.1.1
Onze kernboodschap
Vormgeven van de ‘governance’
‘Samen met onze inwoners bouwt Helmond aan een duurzame, innovatieve en schone gemeente waar het nu en in de
Aansluitend op de uitvoeringsplannen beschrijven we de rol van de gemeente en zorgen we voor het benodigde
toekomst fijn wonen, werken en recreëren is.” Om deze ambitie waar te maken zetten we niet alleen in op het besparen
instrumentarium (financieel en capacitair). Uiteraard gebeurt dit alles ook weer in samenspraak met alle betrokken
van energie maar ook het gebruik van andere, meer duurzame, vormen van energie. Het op termijn aardgasvrij wonen in
stakeholders. In de nieuwe omgevingswet en met de nieuwe warmtewet in ontwikkeling krijgt de gemeente de
verschillende buurten is daarin een belangrijk onderdeel.
mogelijkheid om warmtekavels aan te wijzen. Omdat dit nog niet duidelijk is bij het opstellen van deze warmtevisie zal dit nader worden opgepakt zodra de wetgeving definitief is.
11.1.5
Benadrukken van uitgangspunten en de rol van de gemeente
Om begrip te krijgen bij de keuzes die gemaakt zijn is het belangrijk dat we onze uitgangspunten helder uitleggen. De
12.1.2
uitgangspunten van de gemeente Helmond die centraal staan in de opgave en de communicatiestrategie zijn benoemd
Het opstellen en uitvoeren van de uitvoeringsplannen maakt in principe geen onderdeel uit van het traject dat leidt tot
in hoofdstuk 2. Het is belangrijk om de uitvoering te matchen met de uitgangspunten. De rol van de gemeente op deze
de Transitievisie Warmte. In Helmond wachten we echter niet op de vaststelling van de visie omdat deze trajecten al voor
opgave is daarbij een regisserende als faciliterende. Om de gestelde ambitie te realiseren is de samenwerking met onze
het opstellen van de visie gestart zijn. Op grond van de intentieverklaring Helmond Aardgasvrij zijn we al begonnen met
inwoners en partners essentieel. De rol van de gemeente is om het initiatief te nemen en de afstemming tussen de
pilotprojecten die parallel aan de visievorming is en wordt uitgevoerd. Voor de buurten waar deze pilots lopen (onze meest
verschillende partijen te verzorgen en het stimuleren van samenwerking door te verbinden, zowel op inhoud als in het
kansrijke koploperbuurten) werken we de uitvoeringsplannen verder uit omdat het onverstandig is om geen gebruik te
proces. Door als gemeente daar waar mogelijk gezamenlijk op te trekken met partners als woningcorporaties, bundelen
maken van deze koppelkansen. Deze uitvoeringsplannen krijgen vorm binnen de wijkontwikkelingenplannen 2.0. En later
wij onze krachten en kunnen we onze boodschap beter overdragen aan onze inwoners. Met communicatieadviseurs
natuurlijk vanuit de benodigde transitieprogramma’s in de omgevingsplannen.
van de directe samenwerkingspartners zal een communicatiewerkgroep geformeerd moeten worden, om uitvoering te
Een belangrijke relatie wordt gelegd met de (nog vast te stellen) Omgevingsvisie. In het Klimaatakkoord is afgesproken
kunnen geven aan de uitgangspunten van de gemeentelijke communicatie.
de Transitievisie Warmte te borgen binnen de Omgevingswet. De wijkuitvoeringsplannen moeten dus in het nieuwe
Uitvoeringsplannen koploperbuurten
ruimtelijk beleid worden verankerd. Dit gaat op de volgende manier: de Transitievisie Warmte wordt vormgegeven als onderdeel van de gemeentelijke omgevingsvisie en daarmee samenhangende uitvoeringsprogramma’s in de omgevingsplannen. Voor elk uitvoeringsplan wordt dus de integratie gezocht met de nog op te stellen omgevingsplannen.
-68-
-69-
Bijlage I Begrippen en afkortingen Asfaltwarmte
Lage-, midden-, en hoge-temperatuur warmte
Systemen gebaseerd op asfaltwarmte maken
Warmte kan, afhankelijk van het verwarmingssysteem, geleverd worden in verschillende temperaturen. Over het
gebruik van warmte die via asfaltcollectoren wordt
algemeen worden 3 groepen onderscheiden: lage-temperatuur (LT), midden-temperatuur (MT) en hoge-temperatuur (HT).
opgewekt. De collectoren worden in het wegdek
Lage-temperatuur voorzieningen vragen een goede tot zeer goede isolatie van woningen. Bij Hoge-temperatuur systemen
verwerkt en bevatten water. Dit water neemt
is de isolatie minder van belang. De huidige systemen op aardgas werken op een hoge temperatuur.
warmte op die ontstaat wanneer de zon op het
Systemen op bijvoorbeeld een warmtepomp werken op een lage temperatuur. De volgende gradaties worden
asfalt schijnt. De warmte wordt vervolgens in een
onderscheiden (deze gradaties kunnen in de praktijk afwijken):
WKO opgeslagen en wordt in de winter gebruikt
• LT: <40 °C
voor de verwarming van gebouwen.
• MT: 40-70°C
Dit concept bevindt zich op dit moment nog in de
• HT: >70 °C
experimentele fase. RES (Regionale Energie Strategie) Condenswarmte
Om uitvoering te geven aan het Klimaatakkoord (gepubliceerd op 28 juni 2019), is Nederland opgedeeld in 30
Condenswarmte is restwarmte uit koelprocessen. Supermarkten, koel- en vrieshuizen en datacenters gebruiken
energieregio’s. In de RES beschrijft elke regio hoe en waar (hoeveel ruimte er is) het beste duurzame elektriciteit op
veel energie voor koelsystemen. Die energie wordt nagenoeg volledig omgezet in warmte. Een deel van de bedrijven
land (wind en zon) opgewekt kan worden, welke bruikbare regionale warmtebronnen er zijn en of de voorstellen
hergebruikt de warmte zelf, maar veel energie wordt op dit moment naar buiten geventileerd en gaat verloren. Deze
maatschappelijk gezien acceptabel en financieel haalbaar zijn. Het Nationaal Programma RES ondersteunt de regio’s bij
warmte kan in potentie ingezet worden voor de verwarming van gebouwen.
het opstellen van de RES.
Energiearmoede
Restwarmte
Landelijk wordt gesproken over energiearmoede als mensen 10% of meer van hun inkomen uitgeven aan energie.
Restwarmte is energie die overblijft bij (industriële) processen. Voorheen ging deze energie via bijvoorbeeld de schoorsteen of het afvalwater verloren. Tegenwoordig kijkt men ook naar mogelijkheden om de restwarmte te benutten voor andere
Energieneutraal
processen (bijvoorbeeld de verwarming van gebouwen). Veel bedrijven met restwarmte kijken eerst of de warmte in de
Energieneutraliteit beschrijft de balans tussen energieverbruik en de opwekking van energie. Een gemeente is
eigen processen of gebouwen gebruikt kan worden. Wanneer er warmte over is, kan deze middels een warmtenet ingezet
energieneutraal wanneer er evenveel energie wordt gebruikt als dat er wordt opgewekt. In theorie hoeft de opgewekte
worden in de directe omgeving.
energie niet per se duurzaam te zijn, zolang de opwekking en het verbruik maar in balans zijn. In de praktijk wordt met energieneutraliteit bedoeld dat het energieverbruik gelijk moet zijn aan de hoeveelheid duurzaam opgewerkte energie.
Terajoule (TJ)
Dit wordt ook wel CO2-neutraal genoemd. CO2-neutraliteit kan ook bereikt worden door CO2 die toch wordt uitgestoten
De joule is de eenheid van energie die over de hele wereld wordt gebruikt. Aan de hand van deze eenheid kunnen
op te vangen of te binden (in bijvoorbeeld begroeiing). Opname van CO2 is waarschijnlijk ook in de toekomst nog (in
verschillende vormen van energie bij elkaar opgeteld worden. Een kilowattuur elektriciteit kan niet opgeteld worden bij
beperkte mate) nodig omdat bijvoorbeeld bepaalde vormen van industrie en mobiliteit mogelijk blijven draaien op
een kuub aardgas. Door beide vormen van energie om te zetten naar joule kan dat wel (1 kWh elektriciteit staat gelijk aan
energiebronnen die CO2 uitstoten.
3.600.000 joule en 1 m3 aardgas staat gelijk aan 31.650.000 joule). Omdat het energieverbruik op gemeenteniveau erg hoog is, wordt er over het algemeen gesproken over megajoule (1 MJ is 1.000.000 joule), gigajoule (1 GJ is 1.000.000.000 joule) of terajoule (1 TJ is 1.000.000.000.000 joule).
Klimaatakkoord Het nationale Klimaatakkoord is op 28 juni 2019 gepubliceerd en is tot stand gekomen uit een samenwerking van de overheid met bedrijven en organisaties. In het akkoord zijn maatregelen afgesproken die ervoor moeten zorgen dat
Thermische Energie Afvalwater (TEA)
in Nederland in 2030 49% minder CO2 wordt uitgestoten ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot met 95%
TEA-systemen halen warmte rechtstreeks uit het rioolstelsel of uit het gezuiverde afvalwater bij een
gereduceerd zijn. Ook moet in 2030 70% van al het elektriciteitsgebruik opgewerkt worden uit duurzame bronnen.
rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Om gebruik te kunnen maken van deze warmtebron is er een bepaalde hoeveelheid warmte in het stelsel nodig. Indien het riool zowel voor afvalwater als voor de afvoer van regenwater gebruikt wordt, is de kans aanwezig dat er niet voldoende warmte aanwezig is. Het regenwater zorgt voor een flinke afkoeling van het stelsel.
-70-
-71-
Bijlage II Samenhang overige beleidstrajecten Thermische Energie Oppervlaktewater (TEO)
Op allerlei niveaus zijn er (beleids)doelstellingen opgesteld die raakvlakken hebben met de warmtetransitie of waar de
TEO-systemen maken gebruik van temperatuurverschillen in het oppervlaktewater gedurende het jaar. In de zomer wordt
warmtetransitie aan moet voldoen. In deze bijlage brengen we deze in beeld.
warmte uit (relatief warm) oppervlaktewater opgeslagen in bijvoorbeeld een WKO (warmte-koude opslag) installatie. Deze warmte kan vervolgens in de winter gebruikt worden om gebouwen te verwarmen middels een warmtepomp. In de
Internationale en nationale afspraken
winter kan ook koude worden opgeslagen die in de zomer gebruikt wordt om op een duurzame manier te koelen, iets wat in de toekomst waarschijnlijk steeds belangrijk wordt.
In 2015 ondertekende Nederland het Klimaatakkoord van Parijs. Daarmee beloofde Nederland zich in te zetten voor het beperken van de opwarming van de aarde tot maximaal twee graden met het streven om de opwarming te beperken
Transitievisie Warmte
tot anderhalve graad. De Nederlandse klimaatambities, gebaseerd op de internationale afspraken, zijn vastgelegd in de
Elke gemeente in Nederland moet voor 2021 een Transitievisie Warmte opstellen. Aan de hand van deze visie wordt
Klimaatwet. De afspraken die hieruit voortvloeien (met o.a. gemeenten, het bedrijfsleven, natuur- en milieuorganisaties
duidelijk op welk moment een wijk, buurt of gebied aardgasloos wordt. Tevens wordt voor de eerste woningen (die tot
en energiebedrijven) zijn verankerd in het landelijke Klimaatakkoord. Daarin is opgenomen dat vóór 2030 de uitstoot van
2030 aardgasloos worden) beschreven welke mogelijke alternatieve warmtevoorzieningen en -bronnen er zijn.
broeikasgassen met 49% verminderd moet worden ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot met (minimaal) 95% zijn teruggebracht. Inmiddels is op Europees niveau besloten dat een versnelling van de reductie noodzakelijk is (naar 55%
Warmte-koude opslag (WKO)
in 2030). Deze versnelling is nog niet verankerd in de Nederlandse klimaatdoelstellingen.
Een WKO wordt gebruikt om warmte of koude op te slaan die niet direct gebruikt kan of hoeft te worden. Een reden hiervoor kan zijn dat een bepaalde warmtebron alleen in de zomer beschikbaar is (bijvoorbeeld TEO) terwijl de warmte
Een belangrijke maatregel om de doelstellingen te behalen is het stoppen met het gebruik van aardgas in woningen
juist in de winter nodig is. In een WKO-installatie wordt grondwater in de bodem benut als energiebuffer. Dit kan via
en utiliteitsbouw. Het verminderen van de CO2 uitstoot is niet de enige reden om dit te doen. Rondom de
een open systeem (er is een open verbinding met het grondwater. Het grondwater wordt ook daadwerkelijk omhoog
aardgaswinningsinstallaties ondervinden inwoners grote problemen door aardbevingen gerelateerd aan de gaswinning.
gepompt) of een gesloten systeem (de warmtewisselaars staan niet in direct contact met het grondwater maar gebruiken
Daarom wordt de gaswinning in Groningen zo snel mogelijk verminderd. In het verlengde hiervan heeft de Rijksoverheid
een energiedrager, veelal een glycoloplossing, die wordt rondgepompt. De energie in de bodem wordt overgedragen aan
het doel gesteld om minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen, waaronder aardgas. Concreet is het sinds juli
de energiedrager). Een installatie bestaat uit twee bronnen: een warme en een koude bron. Een warmtewisselaar zorgt
2018 niet meer toegestaan om nieuwbouwwoningen op aardgas aan te sluiten, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om
ervoor dat energie in de bronnen opgeslagen wordt. Op het moment dat de energie nodig is, wordt deze uit de bron
dit wel te doen.
omhoog gepompt.
Wettelijke kaders Zonthermie Een zonthermie-systeem gebruikt de warmte van de zon op
Energie is een basisbehoefte. De regels voor energie zijn gebaseerd op Europese verordeningen en Nederlandse wetten. In
water in collectoren op te warmen. Een zonnecollector komt voor
de Nederlandse wetten hebben de Europese verordeningen een plaats gekregen.
in allerlei soorten en maten en kunnen soms verwarmd worden met een zonnepaneel dat elektriciteit opwekt. Zonnecollectoren
Energiewet
kunnen kleinschalig op een woning toegepast worden, maar
Het wetsvoorstel Energiewet dat dit jaar van kracht wordt, beoogt de huidige Gaswet en Elektriciteitswet 1998 te
ook grootschalig op velden of daken. Een zonnecollector is
vervangen en een modern en geactualiseerd ordeningskader te bieden dat:
een effectievere bron van warmte dan elektriciteit. Daarom
1) de energietransitie ondersteunt en stimuleert en tegelijkertijd,
is he t verstandig om per locatie te inventariseren of er
2) bijdraagt aan het doel van een schone energievoorziening die veilig, betrouwbaar, betaalbaar en ruimtelijk inpasbaar is.
grootschalig ingezet wordt op zonthermie of zonnepanelen die elektriciteit opwekken. Zonthermie op het land concurreert
Warmtewet
met zonnepanelen die elektriciteit opwekken. Per locatie moet
Op 1 januari 2014 is in Nederland de Warmtewet van kracht is geworden. De wet geeft regels over stadsverwarming,
gekeken worden wat de beste invulling is, daar kan op dit
blokverwarming en warmte-koude-opslag en is gericht op de levering aan kleinverbruikers zoals consumenten. De
moment nog geen uitsluitsel over gegeven worden. Wanneer
Warmtewet biedt bescherming aan consumenten en bedrijven die gebonden zijn aan lokale warmtenetten, met name
er in de directe omgeving bijvoorbeeld geen zonnewarmte
tegen een te hoge prijs voor de warmte. Op dit moment wordt gewerkt aan een uitbreiding van de Warmtewet. Met de
nodig is, kan gekozen worden voor elektriciteitsopwekking. In de
uitbreiding wil men de voorziene grotere rol van warmtenetten in de Nederlandse warmtevoorziening faciliteren.
vervolgstappen gaan deze keuzes gemaakt worden.
-72-
-73-
Omgevingswet Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen, zodat het straks bijvoorbeeld gemakkelijker is om bouwprojecten te starten. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking. De Omgevingswet gaat veel betekenen voor de warmtetransitie. De interactie tussen de warmtevoorziening en de fysieke leefomgeving is namelijk groot. Het begin van een grootschalige warmte- en energietransitie is tot op heden veelal vormgegeven door middel van experimenten. Om te blijven leren zal de Omgevingswet handvatten bieden om te blijven experimenteren. Deze experimenten geven een mooi inkijkje in de Omgevingswet. Waar gemeenteraden nu worden beperkt door de wettelijke reikwijdte van een bestemmingsplan, waarin enkel regels over ‘een goede ruimtelijke ordening’ mogen worden opgenomen, kunnen zij straks regels stellen met betrekking tot de ‘gezonde en fysieke leefomgeving’. Onderdeel hiervan zijn ook regels met betrekking tot (niet-ruimtelijk relevante) duurzaamheidseisen, zoals de beperking van CO2-emissie.
Regionaal beleid Regionale Energie Strategie (RES) & Regionale Structuur Warmte (RSW) De uitwerking van het landelijke Klimaatakkoord vindt voor een groot deel op regionaal en lokaal niveau plaats. Om de regionale uitwerking vorm te geven, is Nederland opgedeeld in 30 energie-regio’s waarin gemeenten, provincies en waterschappen samenwerken aan een Regionale Energie Strategie (RES). De gemeente Helmond werkt in de RES-regio Metropoolregio Eindhoven samen met andere gemeenten, de provincie en het Waterschap. De verplichte scope van de RES richt zich op grootschalige opwek van elektriciteit en de gebouwde omgeving (dus ook warmte). De RES 1.0 is inmiddels door alle betrokken overheden bestuurlijk vastgesteld. Inmiddels is een start gemaakt met de uitvoering van de plannen (uitvoeringsprogramma en RES-deals met bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties). RSW Het onderdeel Warmte is binnen de Regionale Energie Strategie uitgewerkt in de vorm van een Regionale Structuur Warmte (RSW). De RSW verschaft op regionaal niveau inzicht in de totale (toekomstige) warmtevraag binnen de regio, de beschikbare duurzame warmtebronnen en de bestaande en geplande infrastructuur. In de RSW is op hoofdlijnen en op regionaal vastgelegd hoe in de nabije toekomst wordt omgegaan met de beschikbare bronnen, ruimte en infrastructuur ten aanzien van warmte.
De RSW wordt door gemeenten op lokaal en wijkniveau vertaald naar een Transitievisie Warmte. De relatie tussen de RES, de RSW en de TVW wordt geïllustreerd in de figuren op de volgende pagina. De RSW brengt dus vraag en aanbod van warmte in beeld en geeft inzicht in de potentie van verschillende warmtebronnen in de regio. Deze informatie is echter nog grofmazig en moet voor de Transitievisie Warmte worden aangevuld met lokale informatie. De RSW levert input voor de lokale TVW maar treedt hiervoor niet in de plaats. De RSW richt zich vooral op het gebruik van bronnen die bovengemeentelijke potentie hebben en helpt bij het leggen van verbindingen tussen sectoren en gemeenten. Afstemming binnen de regio moet voorkomen dat een bron ten onrechte meerdere malen in lokale TVW’s wordt opgenomen. Het regionale inzicht voorkomt bovendien dat interessante bronnen onbenut blijven.
-74-
-75-
Bijlage III Buurtbenaming
Bijlage IV Stappenplan Dit stappenplan beschrijft de stappen die nodig zijn geweest om te komen tot een Transitievisie Warmte voor Helmond. De route is afgestemd op: • De lopende landelijke, provinciale en regionale trajecten (waaronder de RES); • De instrumenten die in dit kader beschikbaar zijn/komen; • De lokale analyses die we al hebben uitgevoerd; • De lopende en geplande pilots in Helmond.
Inleiding Nederland is een van de ondertekenaars van het Klimaatakkoord van Parijs. Een van de plichten die uit dit akkoord voortvloeien is dat we stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen (aardgas). Dat wil onder meer zeggen dat we woningen en andere gebouwen op een andere manier moeten gaan verwarmen. Op dit moment gebeurt dat oor het overgrote deel nog met aardgas. Om te komen tot een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving, zal voor 2030 een kwart van alle woningen in Nederland van het aardgas af moeten. Wanneer we dit door vertalen naar Helmond, gaat het om een kleine 10.000 woningen. In het landelijke Klimaatakkoord worden de doelstellingen uit Parijs vertaald naar concrete afspraken op verschillende uitvoeringsniveaus. Op grond van het akkoord hebben de Nederlandse gemeenten een belangrijke regisserende rol gekregen in de warmtetransitie. Concreet betekent dit dat elke gemeente in 2021 een vastgestelde Transitievisie Warmte moet hebben, die de basis vormt voor concrete wijkuitvoeringsplannen.
Definitie Transitievisie Warmte (TVW) De Transitievisie Warmte (TVW) laat voor elke wijk in Helmond zien in welk jaar de verduurzaming van de warmtevoorziening zal starten en welke duurzame warmteoptie daarbij het meest kansrijk is. De totale warmtetransitie moet in 2050 zijn afgerond. Omdat we niet alles tegelijk kunnen aanpakken en inzichten nog continu veranderen, wordt de transitievisie elke vijf jaar ge-update. De TVW wordt ontwikkeld door de gemeente samen met vastgoedeigenaren, bewoners, netbeheerders en medeoverheden en uiterlijk in de loop van 2021 vastgesteld door de raad. De visie vormt de basis voor de wijkuitvoeringsplannen.
Proces Hieronder beschrijven we de stappen die al gezet zijn en de stappen die nog moeten plaats vinden om te komen tot een Transitievisie Warmte. Parallel aan dit traject lopen al concrete uitvoeringsprojecten in enkele pilotgebieden in Helmond (Annawijk, Straakven, Groot-Schooten/Automotive Campus, BZOB). Fase 1: Ondertekening intentieverklaring, opzet procesorganisatie en betrekken stakeholders Het proces is in Helmond in 2017 gestart met de ondertekening van de intentieverklaring Aardgasvrij Helmond (op 12 oktober 2017) door vertegenwoordigers van de woningcorporaties, het bedrijfsleven, de netbeheerders, het Energiehuis en de gemeente. Dit heeft geleid tot de opzet van een procesorganisatie bestaande uit een werkgroep en een stuurgroep. Beide gremia komen periodiek bij elkaar en werken (deels al op wijkniveau) aan de warmtetransitie.
-76-
-77-
In de procesorganisatie zijn op dit moment de volgende partijen vertegenwoordigd: woningcorporaties,
Fase 3: Toets aan landelijke en regionale instrumenten (TVW versie 0.5)
bedrijvenorganisaties, het Energiehuis, Enexis, Ennatuurlijk, Brabant Water en de gemeente Helmond.
Het Rijk ondersteunt gemeenten met verschillende instrumenten. Op 15 oktober 2019 is de eerste versie van de landelijke Leidraad verschenen. Deze bestaat uit twee onderdelen:
Om draagvlak voor de energie- en warmtetransitie te creëren, is een start gemaakt met het betrekken van andere belangrijke stakeholders. Voor de raads- en commissieleden, leden van wijkraden en andere belangstellenden is op 24 augustus 2019 een energiesafari georganiseerd. De deelnemers hebben duurzame energie-installaties in de regio bezocht en presentaties bijgewoond. Aansluitend hierop heeft op 27 augustus 2019 een dilemmadialoog plaatsgevonden, waarbij
• Een technisch-economische startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL): met warmteopties op CBS-buurtniveau inclusief de bijbehorende maatschappelijke kosten; • Een handreiking lokale analyse van het Expertise Centrum Warmte (ECW), bedoeld om gemeenten te helpen met het uitwerken van de startanalyse, het toevoegen van relevante lokale data e.d.
verschillende partijen met elkaar hebben gediscussieerd over de mogelijkheden in Helmond (ophalen van meningen t.a.v. verschillende bronnen voor hernieuwbare energie, niet alleen warmte maar ook elektriciteit).
In maart 2020 heeft het PBL de Startanalyse uitgebreid met een aantal technieken en geeft de Startanalyse ook inzicht in de kosten voor eindgebruikers. Het gebruik van de leidraad is niet verplicht. Maar gemeenten moeten bij besluitvorming
Met de energiesafari en de dilemmadialoog zijn de eerste stappen gezet in het creëren van breder draagvlak voor
expliciet motiveren als zij een andere optie kiezen dan het scenario met de laagst maatschappelijke kosten. Omdat de
de warmtetransitie. Tijdens de vervolgstappen die moeten leiden tot een Transitievisie Warmte zullen de betrokken
warmtetransitie behoorlijk ingrijpend is en we willen komen tot een robuuste analyse, vinden we het essentieel om de
stakeholders telkens worden meegenomen. Ook de interne gemeentelijke stakeholders worden bij dit proces betrokken.
resultaten van onze eigen onderzoeken te spiegelen aan de leidraad.
Planning: gerealiseerd, stakeholders continu betrekken bij rest van het traject
Op regionaal niveau wordt door de 21 gemeenten van de MRE-regio gewerkt aan de Regionale Structuur Warmte (RSW)
Resultaat: procesorganisatie, netwerk met gezamenlijke ambitie, goed geïnformeerde stakeholders, draagvlak, inzicht
die onderdeel vormt van de RES (Regionale Energie Strategie). De concept-RES was in het najaar van 2020 gereed. De
in de mening van stakeholders
concept-RES 1.0 ligt momenteel (mei 2021) voor zienswijze bij de verschillende gemeentes. De concept-RES geeft op regionaal niveau inzicht in de ruimtelijke beschikbaarheid van duurzame warmtebronnen, de totale warmtevraag en de
Fase 2: Onderzoek en analyse, eerste grove schets (TVW versie 0.2)
bestaande en geplande infrastructuur voor warmte.
Door CE Delft is de afgelopen jaren onderzoek verricht naar de mogelijke warmteopties in Helmond, waarbij verschillende scenario’s in beeld zijn gebracht. Aansluitend hierop is een extra analyse uitgevoerd die heeft geleid tot versie 0.1
We hebben de resultaten van de landelijke leidraad en de RES/RSW gebruikt om het praatstuk uit fase 2 te checken,
van de Transitievisie Warmte Helmond: een globale inschatting van de meest voor de hand liggende toekomstige
verder uit te werken en bij te stellen. Omdat de landelijke en regionale stukken continu worden bijgesteld en aangevuld,
warmtevoorziening per wijk/buurt (2030/2050) en een zeer grove prioritering (kansrijke buurten). De analyse houdt
is dit stapsgewijs gedaan. Het opstellen van een Transitievisie Warmte is een dynamisch proces, waarvan de resultaten
rekening met de volgende wijk/buurt-gerelateerde criteria:
tussentijds meerdere keren zijn bijgesteld.
1. Bestaande initiatieven; 2. Het aandeel corporatiewoningen;
Planning: gerealiseerd januari 2021 – juni 2021
3. De technische categorisatie (o.a. prevalerend bouwjaar en woningdichtheid);
Resultaat:
4. Het inkomen per huishouden (voorkomen energiearmoede);
warmtetransitie, voorlopige keuze van de startwijken, bronnenstrategie, meest kansrijke toekomstige
5. Inspelen op natuurlijke momenten;
warmteopties, blauwdruk voor wijkuitvoeringsplannen)
WTV versie 0.5 (algemene uitgangspunten/leidende principes, kaartmateriaal, globale tijdslijn
6. De bijdrage die het aardgasvrij maken van de buurt/wijk levert aan de klimaatdoelstellingen van Helmond. Fase 4: Nadere uitwerking en bestuurlijke vaststelling Transitievisie Warmte (TVW versie 1.0) De bedrijventerreinen zijn meegenomen in de analyse. Omdat niet alle genoemde parameters voor deze gebieden
Hoewel de ontwikkelingen rond de energietransitie telkens leiden tot nieuwe inzichten, zullen de belangrijkste contouren
relevant zijn, is voor de bedrijventerreinen vooral gekeken naar bestaande initiatieven en technische mogelijkheden
voor de Transitievisie Warmte naar verwachting medio 2021 redelijk uitgekristalliseerd zijn. De visie kan dan verder
(andere categorisering dan bij woningen).
worden uitgewerkt. De definitieve TVW beschrijft de opgave, de analyse van vraag en aanbod, de warmtevisie voor 2050, de routekaart tot 2030 (waaronder de startwijken en de algemene besparingsopgave) en de ‘governance’ (waaronder een
De TVW 0.1 is een eerste grove schets van de route naar een aardgasvrij Helmond (praatstuk). De pilotgebieden waar al
beschrijving van de regierol van de gemeente, het instrumentarium en de samenwerking met belanghebbenden). Ook de
acties in gang zijn gezet, komen hierbij als meest kansrijk naar voren. De schets is besproken met de werkgroep en de
financiële en capacitaire consequenties worden inzichtelijk gemaakt. Uiteraard gebeurt dit alles ook weer in samenspraak
stuurgroep. Dit heeft geleidt tot verschillende reacties die zijn verwerkt in de TVW versie 0.2.
met alle betrokken stakeholders.
Planning: gerealiseerd oktober 2019 – januari 2021 Resultaat: TVW versie 0.1/0.2
-78-
-79-
Bijlage V Alternatieven De TVW moet worden vastgesteld door de gemeenteraad. In het proces voorafgaand aan de vaststelling is de raad al
All-electric
meerdere malen geïnformeerd en betrokken en dat zal in deze fase ook nog gebeuren. De Transitievisie warmte moet uiteindelijk worden opgenomen in de Omgevingsvisie, waardoor het warmtebeleid en de inpassing van de toekomstige
Bij all-electric wordt de woning geheel elektrisch verwarmd,
energie infrastructuur doorwerkt in de besluiten over ruimtelijke ontwikkeling.
bijvoorbeeld met behulp van een warmtepomp. Bij all-electric oplossingen gaat het meestal om lagetemperatuur verwarming. Er zijn
Planning: juni 2021 – december 2021
echter ook voorbeelden van hoge-temperatuur all-electric oplossingen.
Resultaat:
Denk aan een elektrische cv-ketel of infrarood panelen. Indien elektrisch
WTV versie 1.0
verwarmd gaat worden in lage temperatuur echter de meeste
Wijkuitvoeringsplannen
interessant (zowel energetisch als financieel) keuze. Deze manier van verwarmen vereist dat de woning goed is geïsoleerd. Vaak zijn ook
Het opstellen en uitvoeren van de wijkuitvoeringsplannen maakt in principe geen onderdeel uit van het traject dat leidt
bepaalde aanpassingen aan het verwarmingssysteem nodig. Denk
tot de Transitievisie Warmte. In Helmond wachten we echter niet op de vaststelling van de visie omdat deze trajecten al
aan het aanleggen van vloer- of wandverwarming of de vervanging
voor het opstellen van de visie gestart zijn. Op grond van de intentieverklaring Helmond Aardgasvrij zijn we al begonnen
van conventionele radiatoren door radiatoren die geschikt zijn voor
met pilotprojecten die parallel aan de visievorming worden voortgezet. Voor de buurten waar deze pilots lopen (onze
lagetemperatuur verwarming. De benodigde elektriciteit kan op de
meest kansrijke koploperbuurten) werken we de uitvoeringsplannen verder uit omdat het onverstandig is om geen
eigen woning opgewekt worden door middel van zonnepanelen, mits
gebruik te maken van deze koppelkansen.
het dakvlak voldoende groot is en de woning een juiste oriëntatie heeft.
Schematische weergave van een all-electric woning
Voor een warmtepomp zijn er grofweg twee opties: een luchtwarmtepomp (lucht-water warmtepomp) of een bodemwarmtepomp (water-water warmtepomp). Het voordeel van een luchtwarmtepomp is de relatief lage investering. Het nadeel is dat het rendement optimaal is wanneer de warmtepomp niet of nauwelijks gebruikt wordt: in de zomer. De techniek wordt echter voortdurend doorontwikkeld waardoor warmtepompen een prima alternatief voor de CV-ketel zijn. Een bodemwarmtepomp vereist het boren van een bron. Hierdoor is de investering hoger dan voor een luchtwarmtepomp. Het voordeel is dat een bodemwarmtepomp ‘gratis’ kan koelen omdat het systeem gebruik maakt van water uit de bodem met een temperatuur van ongeveer 10-14 ˚C het gehele jaar door. Hierdoor is het rendement van dit type warmtepomp hoger dan van een luchtwarmtepomp. Dit komt doordat de buitenlucht in de winter vaak lager is dan 10-14 ˚C.
Collectieve systemen Een collectief systeem (ook wel warmtenet genoemd) brengt de warmte van bijvoorbeeld een biomassacentrale of de restwarmte van bedrijven naar woningen. Dat gebeurt via ondergrondse buizen waar warm water doorheen stroomt. Uiteindelijk stroomt dat water door de radiatoren van woningen en weer terug naar het verdeelpunt waar het opnieuw wordt verwarmd. Met een warmtenet is het in principe ook mogelijk om een woning duurzaam te koelen, al is dat relatief duur t.o.v. andere koeltechnieken en wordt het in de praktijk nog niet gedaan. Schematische weergave van een woning aangesloten op een warmtenet
-80-
-81-
Aquathermie kan ook in combinatie met de levering van koude worden ingezet. In de zomermaanden wordt in dat geval
Restwarmte industrie (HT/MT)
de warmtebron gevoed vanuit de koudelevering van de WKO. Bij veel bedrijven komt restwarmte (-en koude) vrij, die in theorie kan worden ingezet bij de verduurzaming van de
Aquathermie wordt toegepast als collectief systeem met een warmtenet of een individueel systeem voor een complex
gebouwde omgeving. Als het gaat om proceswarmte van hoge en midden-temperatuur, ligt de nadruk in de regio bij
(appartementen/kantoor/winkelcentrum/zwembad). Het rendement en het potentieel qua aantal wooneenheden neemt
bedrijven in de metaal- en de voedingsmiddelenindustrie. In het (openbare) warmtebronnenregister van de provincie
toe als de piekvraag vanuit een andere bron wordt geleverd (een hybride systeem).
worden voor Helmond de volgende bedrijven genoemd: • Nedschroef
Bij de inzet van aquathermie is er sprake van:
• Vlisco
• onttrekking en lozing van water uit/op het oppervlaktewater, met een effect op de doorstroming (morfologie);
• Salzgitter Mannesmann Seamless Tubes
• lozing van koude op het oppervlaktewater, met een effect op de ecologie;
• Fokker Landing Gear
• onttrekking van warmte uit het afvalwater, met een effect op de doelmatige werking van de RWZI.
• Van Rooi Meat BV
Op voorhand is niet vast te stellen hoe groot de effecten van warmteonttrekking zijn op de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater. Daar komt bij dat door de verandering van het klimaat zowel sprake is van een opwarming van het
Uit de regionale screening blijkt dat het warmtebronnenregister niet volledig en actueel is. Bovendien ontbreekt
oppervlaktewater als een sterke variatie in aanvoer van oppervlaktewater.
informatie over de daadwerkelijk voor de omgeving beschikbare restwarmte. Belangrijk is de constatering dat naar verwachting bij vrijwel alle bedrijven sprake is van restwarmte die in oorsprong met fossiele brandstoffen is opgewekt.
Zonthermie
Uit een onderzoek dat de provincie Noord-Brabant heeft laten uitvoeren (door Blue Terra), kan worden afgeleid dat veel industriële bedrijven hun hoogwaardige restwarmte in de toekomst zelf zullen gaan opwaarderen en gebruiken binnen de
Zonthermie is de omzetting van zonlicht in warmte. Deze warmte wordt ook wel zonnewarmte genoemd. In tegenstelling
eigen bedrijfsvoering. Bij veel bedrijven gebeurt dit overigens nu al. Op basis van de beschikbare informatie concluderen
tot PV panelen - die elektriciteit opwekken - wekken zonnecollectoren (PT) warmte op. Zonnecollectoren kunnen zowel
we dat in Helmond momenteel weliswaar sprake is van (fossiele) restwarmte, maar dat een goed overzicht van de huidige
op daken als op land geplaatst worden. Veelal worden twee typen zonnecollectoren gebruikt: vlakke plaat collectoren
en toekomstige potentie en de toepasbaarheid en continuïteit daarvan ontbreekt.
en vacuümbuis collectoren. In Nederland wordt zonthermie vooral toegepast voor warm tapwater. Zonthermie is echter ook te gebruiken voor ruimteverwarming, mede dankzij de opwek van hoge temperatuur warmte. Zonthermie is een techniek die al decennia bestaat en wereldwijd wordt toegepast. Zonthermie heeft veel potentie voor het verwarmen van
Restwarmte (LT)
gebouwen. Binnen Europa wordt zonthermie op grote schaal toegepast o.a. in Denemarken. Middels grootschalige opwek In Helmond zijn verschillende bedrijven aanwezig met lage temperatuur restwarmte. Het gaat onder meer om bedrijven
wordt zonthermie als warmtebron gekoppeld aan een lokaal warmtenet. Gebouwen ontvangen een temperatuur van zo’n
met een koeling waar sprake is van condenswarmte (ca. 30˚C – 45 ˚C). Over het algemeen betreft het kleine bronnen
70 graden Celsius, waardoor bestaande gebouwen beperkte maatregelen en investeringen nodig hebben voor de opstap
(zoals supermarkten) en/of bedrijven waar de restwarmte intern al wordt hergebruikt (bv. het datacentrum van E-Quest).
naar duurzame warmte.
Aquathermie (TEO, TEA en TED)
Zonnecollectoren wekken per vierkante meter veel energie op ten opzichte van alternatieve duurzame
Aquathermie staat voor het benutten van warmte uit oppervlaktewater (TEO), (gezuiverd) afvalwater (TEA) en drinkwater
bronnen zoals energieteelt, windenergie of
(TED) voor de verwarming van gebouwen. Hiertoe wordt een warmtepomp ingezet om de temperatuur te verhogen tot
fotovoltaïsche zonne-energie (zie hiernaast2).
de gewenste waarde van 40 – 75 °C. Benutting van de warmte uit het oppervlaktewater gaat altijd gepaard met een
Vanuit dit perspectief kan het verstandig zijn om voor
bodemenergiesysteem (WKO : warmte-koude opslag). In de zomermaanden wordt de warmte aan het water onttrokken
de invulling van de warmtevraag zonnecollectoren in
via een warmtewisselaar en opgeslagen in de ondergrond met een temperatuur van circa 18 °C. In de wintermaanden
te zetten.
wordt de warmte benut. Warmte uit (gezuiverd) afvalwater wordt onttrokken bij de hoofdriolering, het rioolgemaal of bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie. In tegenstelling tot het oppervlaktewater kan hier het gehele jaar door warmte afgenomen worden. Vanwege de mogelijke belemmering op de biologische zuivering van het afvalwater wordt onttrekking van warmte uit riolering (afvalwater) alleen in combinatie met een WKO aangeraden. Een WKO verhoogt het rendement, het potentieel en de bedrijfszekerheid van het systeem. Warmte uit drinkwater wordt onttrokken bij de productie-installaties of uit het distributienet voor ruw- en gezuiverd drinkwater. Daarnaast is het technisch mogelijk om delen van het distributienet in te zetten als distributieleiding voor warmte.
-82-
2
Position Paper Berendschot, november 2018 “Kansen voor zonnewarmte in het hart van de energietransitie”
Vergelijking van jaarlijkse opwekking van hernieuwbare energiebronnen per vierkante meter in veldopstelling
-83-
Volgens het rapport van Berendschot “Kansen voor zonnewarmte in het hart van de energietransitie” van november 2018
Geothermie
behoeft een woonwijk van 5.000 woningen met PV-panelen en warmtepompen nog 10.500 MWh aan hernieuwbare elektriciteit of te wel 5,5 windmolens om volledig energieneutraal te zijn. Daarentegen zou dezelfde woonwijk met
Het gebruik van warmte uit de aarde (diepe en ondiepe geothermie)
zonnecollectoren en warmtepompen slechts 3,2 windmolens nodig hebben om volledig energieneutraal te zijn. Dit is een
kan een duurzaam alternatief zijn met weinig effect op de ruimtelijke
besparing van 41 % op het aantal windmolens. Met behulp van zonnecollectoren kan dus veel ruimte bespaard worden
omgeving. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie typen: ondiepe
voor windmolens (en ook voor zonnepanelen).
geothermie (tussen de 0 – 1.500 meter), diepe geothermie (1.500-4.000 meter in de bodem) en ultradiepe geothermie (4.000-6.000m).
Asfaltthermie
Geothermie (diep) wordt haalbaar wanneer er voldoende vraag is vanuit de industrie, glastuinbouw en/of de gebouwde omgeving. Cijfermatig
In de zomer wordt warmte (door zonnestraling) geabsorbeerd en via een buizensysteem overgedragen op water.
betekent dit dat het haalbaar wordt wanneer er minimaal 3.000-5.000
Deze warmte kan direct worden gebruikt als bron voor de warmtepomp of worden opgeslagen in de bodem. Voordeel bij
woningequivalenten (weq) aangesloten kunnen worden. In Q4 2020
gebruik van asfaltwarmte is de verlenging van de levensduur van het asfalt.
en Q1 2021 volgt een onderzoek van EBN (in opdracht van EZK) naar de
De opbrengst aan warmte van een wegdek voor een wegvak van 2 rijbanen over een km lengte is 10.000 tot 15.000
potentie van diepe en ondiepe geothermie in de MRE3.
GJ per jaar. Dat is ongeveer de warmtebehoefte van 500 tot 700 woningen. Asfaltwarmte is erg kostbaar. Toepassing
Als uit het SCAN onderzoek blijkt dat geothermie aangeboord kan
van asfaltwarmte kan alleen als er synergie kan worden verkregen met bijvoorbeeld wegenonderhoud. Tevens bevindt
worden, is transport van deze warmte tot 5 km vanaf de bron mogelijk.
asfaltthermie zich op dit moment nog in de ontwikkelfase. Grootschalige toepassing op korte termijn is niet te
Bij geothermie is, afgezien van de potentie, ook het risicoprofiel een
verwachten.
belangrijke factor in de realisatie van projecten. Diverse risico’s spelen een rol (aardbevingen, grondwaterverontreinigingen, ongewenst
Bodemwarmte/warmte-koude-opslag
vrijkomen van methaan) die afgewogen moeten worden tegen de mogelijke voordelen.
Warmte-koude opslag (WKO) is een bodemenergiesysteem waarmee energie in de vorm van warmte of koude wordt opgeslagen in de bodem. In de winter kan een gebouw worden verwarmd met een warmtepomp die warmte onttrekt
Bij ondiepe geothermie wordt er warmte onttrokken aan de ondergrond op een diepte van 250 tot 1.500 meter.
aan het opgepompte water uit de warme bron. Het water koelt af en wordt weer teruggepompt in de koude bodem. In de
De temperatuur van deze warmte is 15 tot 40°C. Door het (collectief) opwerken van de temperatuur van het water in
zomer kan dit afgekoelde water weer opgepompt en gebruikt worden als passieve koeling. Het opgewarmde water wordt
het warmtenet, is het water dat bij de woningen en overige gebouwen aankomt warm genoeg voor het verwarmen van
vervolgens weer teruggebracht in de warme bron. Dit is een open WKO-systeem. Een open WKO-systeem is vergunning
HT-radiatoren en het bereiden van warmtapwater. De woningen moeten voor deze techniek wel een redelijke isolatieschil
plichtig in verband met de grondwater onttrekking. Deze techniek vereist daarom een evenwichtige balans in de warmte-
hebben (minimaal energielabel E), maar hoeven niet zo goed geïsoleerd te worden als bij een LT-warmtenet. Voor ondiepe
en koudevraag over het jaar en wordt toegepast bij utiliteitsbouw en nieuwbouw van appartementencomplexen.
geothermie is het aansluiten van minimaal 1.000 – 2.500 weq nodig om het project rendabel te krijgen.
Bij een gesloten WKO-systeem staan bodemwarmtewisselaars niet in open verbinding met het grondwater maar wordt er gebruik gemaakt van water met een antivriesmiddel dat wordt rondgepompt door een gesloten systeem in de bodem. Een WKO kan ook worden toegepast in combinatie met andere laagtemperatuurwarmtebronnen, zoals oppervlaktewater (TEO), drinkwater (TED) of afvalwater (TEA), zie ook de beschrijving op pagina 49). Een belangrijke beperking voor WKO is dat het niet toegepast kan worden in gebieden waar drinkwater wordt gewonnen. WKO is goed toepasbaar bij redelijke bebouwingsdichtheid (of bij kantoorgebouwen en gestapelde woningen) en woningen die behoefte hebben aan koude in de zomer en die genoeg geïsoleerd zijn.
3
-84-
https://scanaardwarmte.nl/waar-doen-we-onderzoek/
-85-
Droge biomassa
Hernieuwbaar gas
Droge biomassa wordt gezien als een transitiebrandstof: op het moment wordt het veel ingezet in biomassa centrales of CO2 die opgeslagen zit in de bodem wordt bij het verstoken van olie
als bijstook. Er is veel discussie over duurzaamheidsaspecten. Bij verbranding van vaste biomassa komt meteen CO2 vrij
en gas in de atmosfeer gebracht. Bij het verstoken van hernieuwbaar
die vervolgens weer vastgelegd moet worden in nieuwe biomassa. Hier gaan jaren overheen, zodat bij de inzet van vaste
gas (ook wel groen gas of biogas genoemd, let op dit zijn verschillen
biomassa in eerste instantie geen sprake is van een reductie van de CO2. In 2050 zal vaste biomassa naar verwachting
typen gas4) is dat niet het geval; het gas is CO -neutraal. Hernieuwbaar
aftrek vinden in andere sectoren en onderdeel zijn van de biobased economy6.
2
gas wordt gewonnen op vuilstortplaatsen, uit huishoudelijk afval of uit rioolslib. Daarnaast is het mogelijk om gas te maken uit CO2 en
Natte biomassa / biogas / groen gas
waterstof. Het grote voordeel van hernieuwbaar gas is dat de huidige
In theorie heeft groen gas een groot potentieel in de regio van Helmond. De huidige productie is echter beperkt.
gasleidingen en de huidige CV-ketels en radiatoren behouden kunnen
De verwachting is dat landelijk in 2030 maximaal 2 bcm (biljoen m3 = miljard m3 = 70 PJ/ jaar) groen gas beschikbaar
blijven (mits het biogas wordt opgewaardeerd5).
is7. Dat is een verdubbeling van de huidige productie. Het gebruik van dierlijke mest voor biogas kan niet los gezien
Hierdoor zijn veel minder aanpassingen aan de infrastructuur en de
worden van de transitie in de landbouw. Het Rijk streeft naar kringlooplandbouw en de provincie heeft een Brabants
woningen nodig. Belangrijkste nadeel: er is veel te weinig hernieuwbaar
mestbeleid gedefinieerd. Dit beleid zal uiteindelijk de reële potentie van dierlijke mest goeddeels bepalen. De inzet van
gas beschikbaar om te voorzien in de totale verwarmingsbehoefte.
biogas in aardgasleidingen in de gebouwde omgeving is vanuit kostenoverwegingen op het moment zeer aantrekkelijk.