CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 097 Transitievisie warmte Helmond 2021 (versie 1.1 def)

Gemeenteraad 14 december 2021, gemeente HelmondBij agendapunt: 11. Transitievisie warmte.Raadsvoorstel 9738.306 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Daarom kunnen we deze techniek het beste reserveren voor plaatsen

Na 2030 wordt echter een groeiende vraag naar groen gas verwacht vanuit industrie en mobiliteit (zwaar verkeer), omdat

waar afkoppeling van het aardgasnetwerk lastig is en je liever niet de grond in gaat. Dit is bijvoorbeeld het geval bij kwetsbare gebouwen en

Schematische weergave van een woning die gebruik maakt van een warmtenet

er voor deze sectoren beperkte andere mogelijkheden zijn om te verduurzamen. Het Ministerie van EZK stelt op dit moment een duurzaamheidskader op, wat in de eerste helft van 2020 wordt verwacht. Ook werkt het Ministerie van EZK met betrokken partijen een Routekaart Groengas uit, waar zowel potentieel als toepassing van groen gas onderdeel van

monumenten.

is. Het advies is voorlopig om de inzet van groen gas in de gebouwde omgeving te beperken tot die situaties waarin echt

Biomassa

geen alternatief mogelijk is (bijvoorbeeld oude binnensteden).

Biomassa voor collectieve verwarming is het verbranden en of vergisten van vaste of gasvormige biomassa om water

Waterstof

te verwarmen, dat via een groot of klein warmtenet gebouwen verwarmt. De verbranding van biomassa levert meestal dezelfde warmwatertemperatuur als een cv-ketel, zodat er in de gebouwen geen aanpassing nodig is van de radiatoren.

Waterstof kan door middel van een brandstofcel als vervanger van aardgas dienen en wordt daarom onder de noemer

Wel moet er een warmtenet zijn om de warmte te transporteren. De bioketels moeten voldoen aan strenge eisen voor de

hernieuwbaar gas geschaard. Het is echter nog geen algemeen geaccepteerde techniek en wordt op dit moment alleen

uitstoot van fijnstof en stikstof. Er kunnen heldere afspraken gemaakt worden over de duurzaamheid van de te gebruiken

via pilots in woningen toegepast. Het is onzeker of waterstof in de toekomst grootschalig kan worden ingezet voor het

biomassa. Bio-energie wordt gezien als een flexibele bron, zeker in combinatie met een warmwaterbuffer. De installatie

verwarmen van woningen. De productie van waterstof kost erg veel elektrische energie. Tel daarbij de productie- en

levert op verzoek direct warmte, onafhankelijk van het dag- en nachtritme, weer of seizoen.

transportverliezen bij op en dan zijn er aanzienlijk meer zonnepanelen en windmolens nodig om van waterstof een

Er komen landelijke kaders voor gebruik en prioritering van biomassa. Vergisting van biomassa levert meestal middel hoge

duurzame brandstof te maken. Voorlopig blijft waterstof daarom in de pilotfase voor woningen. Mogelijk dat het op korte

temperaturen. Voorbeelden hiervan worden op dit moment uitgewerkt en onderzocht, zoals het beoogde upcycleplein

termijn wel als brandstof voor auto’s en bedrijven kan gaan dienen.

volgens idee https://www.youtube.com/watch?v=6J89qmGnXRE.

4

5

Biogas ontstaat als gevolg van vergisting van organisch materiaal (bijv. mest, slib of huisvuil). Groen gas wordt gemaakt van biogas door de verontreinigingen en overtollig CO2 eruit te filteren. Hiermee krijgt groen gas dezelfde energetische waarde als aardgas met als belangrijk verschil dat groen gas een duurzame brandstof is.

6

Concept verkenning potentieel bio-energie RES-en Brabant, Royal Haskoning DHV, waarschijnlijk 2019.

7

Contouren en instrumenten voor een Routekaart Groengas 2020-2050, CE Delft, 2018.

Bij het opwaarderen van biogas worden alle verontreinigingen uit het gas gefilterd. Tevens wordt het biogas gedroogd en wordt de CO2 grotendeels uit het biogas gefilterd. Hierdoor blijft er groen gas over.

-86-

-87-

Bijlage VI Isoleren Grofweg kan de volgende indeling gemaakt worden met bijbehorende isolatieniveaus:

De warmtetransitie gaat hand in hand met het isoleren van gebouwen. Een betere isolatie zorgt immers voor een lagere energievraag en daarmee voor meer mogelijkheden voor een alternatieve warmtebron. Vrijwel iedere woning kan (aanvullend) geïsoleerd worden om uiteindelijk een hoger energielabel te bereiken. De toekomstige warmtevoorziening

1. HT-warmte: Woningen die niet of slecht geïsoleerd zijn

moet inspelen op de technische kansen en mogelijkheden van woningen. Zo zullen oudere woningen eerder op een

Een hoge-temperatuur warmtevoorziening van circa 90°C is nodig voor woningen die niet of slecht geïsoleerd

midden- of hoge-temperatuur warmtevoorziening aangesloten worden (minder isolatie nodig) en nieuwe woningen op

zijn. Aardgas voorziet in een dergelijke voorziening. Duurzame alternatieven zijn een HT-warmtenet en hernieuwbaar gas. Woningen gebouwd vóór 1975 vallen meestal in deze groep, maar een groot deel van de groep kan nog

een lage-temperatuur warmtevoorziening (meer isolatie nodig).

aanvullend geïsoleerd worden. Voor woningen gebouwd vóór 1920 geldt dat over het algemeen niet. Isoleren is echter niet alleen relevant voor de technische warmteoplossingen. Het zorgt ook voor een verhoging van het

2. MT-warmte: Woningen met een minimumisolatieniveau

comfort en is in veel gevallen ook financieel interessant. Je krijgt er een beter en prettiger gebouw door. Hoe beter de

Een midden-temperatuur warmtevoorziening van circa 70°C is nodig om woningen die minimaal geïsoleerd zijn goed

isolatie, hoe stabieler het binnenklimaat en hoe comfortabeler de woning. Bovendien sluit het ongewenste geluiden van

en comfortabel te verwarmen. Er zijn legio duurzame mogelijkheden om woningen op deze temperatuur te

buiten of van buren buiten. In onderstaande paragrafen wordt een minimaal isolatieniveau voor bepaalde warmteniveaus

verwarmen waaronder aquathermie en zonthermie in combinatie met een buurtwarmtepomp. Woningen gebouwd

beschreven, maar het is aantrekkelijk om aanvullend te isoleren om het comfort van een woning te bevorderen.

tussen 1975 en begin jaren ’90 vallen meestal in deze groep. Deze groep kan tot een basis isolatieniveau verbeterd worden.

Mogelijkheden voor na-isolatie

3. MT/LT-warmte: Woningen met een basis isolatieniveau Wanneer woningen tot een basisniveau geïsoleerd zijn, kunnen deze woningen met een temperatuur van 40°C tot

In de onderstaande tabel is weergegeven in welke mate woningen na-geïsoleerd kunnen worden. Hieruit blijkt dat

70°C goed en comfortabel verwarmd worden. Bij een lage temperatuur verwarming is de kans groot dat de radiatoren

in woningen gebouwd vanaf de jaren ’20 tot de jaren ’80 van de vorige eeuw procentueel gezien de meeste kansen

vervangen moeten worden. Natuurlijk kan ook gekozen worden voor andere LT-afgiftesystemen zoals

voor energiebesparing liggen. Bij woningen gebouwd vóór 1920 is isoleren een stuk lastiger omdat de woningen vaak

vloerverwarming. Woningen met een basisisolatieniveau zijn geschikt voor meerdere technieken waaronder een

monumentale waarde (bv. gevels met veel ornamenten) hebben. Nieuwere woningen zijn vaak al relatief goed geïsoleerd

individuele warmtepomp. Woningen gebouwd tussen begin jaren ’90 en 2005 vallen meestal in deze groep. Het is

en daar kan vanzelfsprekend minder winst behaald worden door te isoleren.

over het algemeen niet interessant om deze woningen nog uitgebreid aanvullend te isoleren.

Doordat nieuwere woningen steeds beter geïsoleerd worden, is er een omslagpunt waarop het financieel gezien steeds

4. LT-warmte: Woningen met een goed isolatieniveau

minder interessant is om na-isolatie te realiseren. Theoretisch gezien ligt dit punt bij woningen gebouwd in de jaren ’80

Een lage-temperatuur warmtevoorziening van <40°C is kan ingezet worden bij woningen met een goed

of begin jaren ’90 van de vorige eeuw. In de praktijk kan dit afwijken en moet per woning, straat of buurt gekeken worden

isolatieniveau. Deze woningen hebben een goede isolatie en zijn voorzien van mechanische ventilatie met

naar kansen voor na-isolatie.

warmteterugwinning. Het isoleren van bestaande woningen naar dit niveau is ingrijpend en kan niet gerealiseerd worden zonder het nemen van bouwkundige maatregelen.

Indicatie van het toekomstige energielabel en de mogelijke energiebesparing

Huidig label

G

F

E

D

C

B

A

Geschat bouwjaar

<1920

1921-1940

1941-1974

1975-1982

1983-1991

1992-2005

>2005

Indicatie label 2050

D/C

C/B

B/A

B/A

B

B/A

A

10-20%

30-40%

40-50%

35-45%

10-20%

15-25%

0-10%

HT

HT/MT

MT/LT

MT/LT

MT/LT

MT/LT

LT

Indicatie besparing door isolatie Te behalen warmteniveau

Benodigde isolatieniveaus per warmteniveau In de voorgaande paragraaf is gekeken naar het maximale isolatieniveau dat in bepaalde woningen bereikt kan worden. In de praktijk zal de mate van na-isolatie niet alleen afhangen van het bouwjaar van de woningen maar ook van de toekomstige warmtevoorziening. Indien een buurt op een HT warmtevoorziening aangesloten gaat worden, is het niet nodig om een woning maximaal te isoleren. Een goede afweging en optimalisatie tussen investeren in isolatie en/of installaties is hierin van belang.

-88-

-89-

Goed isolatieniveau (label A of beter)

Isolatiemaatregelen

Om bestaande woningen naar een goed isolatieniveau te brengen, zijn in veel gevallen ook bouwkundige maatregelen Minimum isolatieniveau (label C)

nodig. Dit maakt het uitvoeren van de maatregelen relatief duur en voor veel mensen minder interessant. Bij

In principe geldt dat voor een minimumisolatieniveau alle maatregelen genomen moeten worden die geen grootschalige

grootschalige verbouwingen of renovaties kan het interessant zijn om deze maatregelen te implementeren. Gezien het

bouwkundige aanpassingen vragen. De kruipruimte wordt geïsoleerd zonder de vloer te vervangen, het glas wordt

kostenplaatje (zie Bijlage XII) ligt het niet in de lijn der verwachting dat bestagebieden grootschalige naar een goed

vervangen waarbij de bestaande kozijnen gehandhaafd blijven en het dak wordt van binnenuit geïsoleerd. Let

isolatieniveau gebracht gaan worden.

op, wanneer er een spouw aanwezig is en deze wordt geïsoleerd, dan hoeft er puur cijfermatig gezien geen HR++ glas toegepast te worden. Het isolatieniveau van de hele woning wordt bepaald door de totale beperking van het

Bouwperiode

warmteverlies van alle maatregelen samen te bekijken. Natuurlijk wordt wel geadviseerd om te kiezen voor HR++ glas,

<1920 1920-1945

Vloer

Gevel

Kozijnen en glas

Dak

Minimaal

Binnenzijde

HR++ glas

isoleren

<1920 Geen spouw 1920-1945

1945-1995

Spouw

Minimaal

Dak

Ventilatie

Binnenzijde

isoleren, bij grootschalige

Aanvullende

Nieuwe kozijnen

isoleren, indien

Mechanische

verbouwing

isolatie aan

met triple glas

Rc=6,0 niet

ventilatie met

aanvullende

buitenzijde

gehaald kan

WTW toepassen

isoleren

dubbel glas

Voldoende

worden, dak

1995-2007

vernieuwen

n.v.t. Voldoende

Voldoende

Kozijnen en glas

vloerisolatie

1945-1995 1995-2007

Ventilatie

Kruipruimte isoleren

Gevel

Kruipruimte

mits de bestaande kozijnen hiervoor geschikt zijn.

Bouwperiode

Vloer

>2007

Voldoende

Voldoende

Voldoende

>2007

Technische en financiële gevolgen

Basis isolatieniveau (label B) Ook voor de maatregelen die leiden tot een basis isolatieniveau geldt dat deze allemaal uitgevoerd kunnen worden zonder grootschalige bouwkundige aanpassingen. Het belangrijkste verschil tussen een minimum en een basis isolatieniveau is het feit dat in een aantal gevallen (isolatie kruipruimte en dakisolatie) de bestaande isolatie vervangen en aangevuld moet worden. Het vervangen van spouwisolatie is ook mogelijk maar technisch lastig en daardoor duur. Ook moeten woningen zonder spouw aan de binnenzijde (buitenzijde is vaak monumentaal of gedecoreerd) na-geïsoleerd worden om het vereiste niveau te bereiken.

Bouwperiode

Vloer

<1920

Gevel

Kozijnen en glas

Dak

Ventilatie

Isolatie

In bijlage XII is voor verschillende woningtypen een financieel overzicht van de isolatiemaatregelen weergegeven. De kosten kunnen in een aantal gevallen aanzienlijk zijn, maar de berekeningen in bijlage XIII laten zien dat minimale en basis isolatiemaatregelen financieel interessant zijn. Een bestaande woningen naar een goed isolatieniveau tillen vraagt veel bouwkundige aanpassingen en is alleen interessant bij grootschalige verbouwingen of renovaties. In de praktijk zal dit waarschijnlijk niet vaak voor komen.

Altijd doen (no-regret) Het allerbelangrijkste is dat er nu maatregelen genomen worden die ook in 2050 nog voldoen en waar je dus geen

binnenzijde

spijt van krijgt (no-regret). Tevens moeten de maatregelen aansluiten bij het pallet aan toekomstige aardgasloze

1920-1945 Kruipruimte (na)

Spouw

Minimaal

Binnenzijde (na)

isoleren

isoleren

HR++ glas

isoleren

warmtevoorzieningen dat voor een buurt voorzien is (zie ook hoofdstukken 8 en 9). Welke maatregelen dat zijn kan per n.v.t.

woning verschillen. Het is in ieder geval belangrijk om geen goedkope en technisch slechte maatregelen nemen die over 15 jaar weer aangepast of verwijderd moeten worden.

1945-1995 Voldoende 1995-2007

Voldoende

Voldoende Voldoende

>2007

-90-

-91-

Er zijn een aantal maatregelen die de bewoner en gebouweigenaar altijd kan nemen. Dit zijn maatregelen die technisch

Keuzes tijdens renovatie of verbouwing

relatief gemakkelijk (zonder grote bouwkundige aanpassingen) uit te voeren zijn en die op korte termijn geld opleveren. Bovendien levert het ook vaak een hogere mate van comfort, doordat het minder tocht en/of geluid buitensluit. Het

Investeringen in de bouwkundige schil (vloeren, gevels en daken) vragen over het algemeen een aanzienlijke investering.

gaat om de volgende maatregelen (niet alle maatregelen hebben te maken met isolatie, maar wel met het besparen van

Daarom is het goed om deze investering op een natuurlijk moment te doen. Een natuurlijk moment is een moment

aardgas):

waarop toch al geïnvesteerd wordt en je werkzaamheden kan combineren, zoals bij een renovatie of verbouwing van de woning. Door het combineren van werkzaamheden wordt geld bespaard.

• Spouwmuurisolatie (indien de woning een niet geïsoleerde spouw heeft), tenzij binnen een aantal jaar de buitengevel

In het algemeen geldt dat alle aanpassingen aan de bouwkundige schil direct goed moeten gebeuren. De bouwkundige

geïsoleerd wordt waarbij men de buitenste muur van de gevel gaat verwijderen. In dat geval zal men de investering van

schil heeft normaal gesproken een levensduur van meer dan 50 jaar en wordt een lange tijd niet vervangen/aangepast.

spouwmuurisolatie niet terug verdienen.

Enkele voorbeelden zijn:

• Na-isolatie binnenzijde dak. Let goed op de vochthuishouding: mogelijk moeten er aanvullende folies aangebracht worden.

• bij het vervangen van kozijnen het toepassen van triple glas; • bij grootschalige renovatie of verbouwing van een woning kijken naar de mogelijkheden voor na-isolatie door middel

• Na-isolatie kruipruimte. Let op voor ongezonde materialen. Kruipruimtes kunnen bijvoorbeeld geïsoleerd worden met PUR. De chemische reactie die plaats vindt tijdens het aanbrengen, kan zorgen voor gezondheidsklachten.

van bijvoorbeeld voorzetwanden of buitengevelisolatie; • bij het plaatsen van een aanbouw zorgen dat deze in ieder geval aan de huidige isolatie-eisen voldoet (liefs nog beter).

• Naad- en kierdichting zijn relatief kleine en goedkope ingrepen die veel energie kunnen sparen. Het zijn ingrepen die bewoners prima zelf uit kunnen voeren. Denk aan het dichten van naden en kieren rondom kozijnen, onder deuren,

Het is aan te bevelen dat een expert (architect, bouwkundige, bouwfysicus of andere deskundige die bekend is

een slecht sluitende brievenbusklep en doorvoeren van leidingen door muren en daken. Onbedoeld zorgen deze naden

met de eisen en gevolgen van na-isolatie) advies geeft over de situatie. Isolatie zorgt bijvoorbeeld voor een andere

en kieren voor ventilatie. Wanneer deze gedicht worden, kan dit zorgen voor een ongezond binnenklimaat. Let er dus op

vochthuishouding in een woning. Het verkeerd aanbrengen van isolatie kan voor vochtproblemen zorgen.

dat er op een andere manier goed luchtverversing wordt, bijvoorbeeld met mechanische ventilatie. • Het vervangen van enkel glas naar HR++ glas levert net als de bovenstaande zaken een forse energiebesparing op en

Isoleren is ventileren

is daarmee een maatregel die je eigenlijk altijd moet treffen. Het is in veel gevallen goed mogelijk om alleen het glas te vervangen. Dit is financieel de meest interessante optie. In een aantal gevallen is het ook nodig om de kozijnen te

Slecht geïsoleerde woningen worden vaak op een natuurlijke manier geventileerd. Denk aan het openen van ramen,

vervangen. Wanneer dit samenvalt met een onderhoudsmoment (bijv. het moeten verven van de kozijnen), kan dit de

natuurlijke ventilatiekokers en roosters in de gevels of kozijnen. Maar ook de vele naden en kieren in voornamelijk de

extra kosten flink beperken.

oudere woningen zorgen voor de nodige ventilatie. Wanneer een woning goed geïsoleerd wordt, kan er geen gebruik meer

• Het vervangen van oude installaties is voor veel mensen gevoelsmatig niet goed. Men wil zo lang mogelijk gebruik

gemaakt worden van natuurlijke ventilatie. Dan gaat er teveel warmte verloren via het ventileren.

maken van een apparaat en pas vervangen als het apparaat stuk is. Energetisch, maar ook financieel is het echter

Schone lucht van buiten is echter wel van groot belang voor de luchtkwaliteit in een woning. Met andere woorden,

wel interessant om oude installaties te vervangen. Indien niet binnen afzienbare tijd gekozen wordt voor aardgasvrije

wanneer een woning niet geventileerd wordt, ontstaat er een ongezond binnenklimaat. Dit heeft te maken met allerlei

verwarming is het aan te bevelen de oude CV-ketel te vervangen voor een nieuw energiezuinig exemplaar. Dit geldt

bronnen die de lucht in een woning vervuilen. Denk aan koken, douchen, het gebruik van schoonmaakmiddelen, een

overigens ook voor oude apparatuur zoals een koelkast of een diepvries (apparaten die vaak het grootste deel van de

houtkachel of open haard, zweten en de lucht die we uitademen. Wanneer deze vervuilingen niet naar buiten afgevoerd

dag draaien). Het vervangen van oude apparaten wordt over het algemeen binnen een paar jaar terugverdiend aan

worden, kunnen allerlei gezondheidsklachten ontstaan zoals hoofdpijn, benauwdheid, dufheid en irritatie van de

bespaarde energiekosten.

luchtwegen en ogen. Daarom geldt altijd: goed isoleren is goed ventileren. Dat kan met mechanische ventilatie en het

• Het inregelen van installaties zorgt ervoor dat deze minder energie gebruiken. Denk daarbij aan het waterzijdig

liefst met warmteterugwinning.

inregelen van CV-installaties en het aanpassen van stooklijnen in de CV. Over het algemeen moet hiervoor een installateur ingeschakeld worden.

Denk in maandlasten en niet in investeringen

• Overige kleine besparingsmaatregelen zijn bijvoorbeeld het aanbrengen van radiatorfolie tussen de radiator en de buitenmuur en het toepassen van kleine ventilatoren op de radiatoren. De radiatorfolie zorgt voor een extra isolatielaag

Investeringen en terugverdientijden variëren per woning en woningtype. Over het algemeen geldt dat investeringen in

en weerkaatst de warmte zodat deze niet naar buiten verloren gaat. De ventilatoren zorgen voor een actieve

no-regret maatregelen binnen 3-7 jaar zijn terugverdiend. Na die termijn ga je dus geld verdienen.

verplaatsing van de warmte waardoor een ruimte sneller op temperatuur is. Hierdoor is er minder energie nodig voor de

Woningeigenaren verdienen het meeste geld wanneer de maatregelen met eigen geld worden betaald. Voor veel

verwarming van de ruimte.

woningeigenaren kan de investeringen echter een drempel zijn om maatregelen te nemen. Men heeft niet genoeg geld beschikbaar of men wil het geld aan andere zaken uitgeven.

-92-

-93-

Voor alle energiebesparende maatregelen is het goed om niet alleen naar de benodigde investering te kijken, maar ook naar de verlaagde maandlasten door toepassing van één of meerdere maatregelen. Dit kan ook bij het inzetten van een lening voor het realiseren van energiebesparende maatregelen (in Helmond is bijvoorbeeld de landelijke Energiebespaarlening beschikbaar8).

Voorbeeld Het isoleren van de kruipruimte, de spouwmuur en het dak kost €9.000,-. Deze investering wordt gefinancierd met de Energiebespaarlening tegen een rentepercentage van 1,7% en een looptijd van 10 jaar (de Energiebespaarlening mag kosteloos eerder afgelost worden). Dit zorgt voor een netto maandbedrag (rente en aflossing) van ongeveer €80,-. Hier tegenover staat een verlaging van de maandelijkse energierekening met €140,-. Zonder ook maar een Euro eigen geld te investeren, dalen de totale maandelijkse lasten met €60,-.

Indien maatregelen via de hypotheek gefinancierd kunnen worden, zijn de maandlasten nog lager (op dit moment lagere rente en langere looptijd). Het kan dus interessant zijn om te kijken naar een externe financiering voor het uitvoeren van energiebesparende maatregelen in plaats van het investeren van spaargeld. Let wel, het investeren van spaargeld levert op termijn meer geld op dan het gebruik maken van een externe financiering.

7

https://www.svn.nl/duurzaamheidslening

-94-

-95-

Bijlage VII Kenmerken buurten en bedrijventerreinen Buurten Helmond

Aantal

Aandeel

Aardgasverbruik

Elektriciteits-

woningen

corporatie-

woningen

woningen

(m3/jaar)

Gemiddeld

Woningdichtheid

Overheersend

Overheerend

verbruik woningen

inkomen

(aantal woningen

energielabel

bouwjaar

(kWh/jaar)

(€/jaar/huishouden)

per hectare)

Technische categorie

Warmtenet

Initiatieven

aanwezig?

gasloos bouwen

1. Helmond-centrum

1.693

50%

1.608.350

3.490.000

€29.600

31,9

C

’55-‘95

Naoorlogs

Nee

Nee

2. Leonardus

1.111

79%

1.510.960

2.740.000

€31.000

32,9

C

<’55

Oud en monumentaal

Nee

Nee

3. Heipoort

1.677

61%

1.827.930

3.870.000

€34.200

40,0

B

Spreiding

Nieuwbouw

Nee

Nee

4. Stationsgebied

664

43%

484.720

880.000

€33.900

18,8

C

’55-‘95

Naoorlogs

Nee

Nee

5. Vossenberg

1.422

44%

1.621.080

3.700.000

€40.400

30,9

A

Spreiding

Oud en monumentaal

Nee

Nee

6. Annabuurt & Suytkade

941

59%

893.950

1.830.000

€38.300

14,4

C

Spreiding

Naoorlogs

Nee

Ja

7. Steenweg & omgeving 1

682

20%

1.104.840

1.880.000

€56.000

18,3

C

Spreiding

Oud en monumentaal &

Nee

Nee

8. Beisterveld

1.211

71%

1.477.420

3.050.000

€33.700

26,8

C

<’55

Oud en monumentaal

Nee

Nee

9. Beisterveldse Broek

1.193

77%

1.049.840

2.750.000

€32.600

34,0

D

’55-‘95

Naoorlogs

Ja

Nee

10. Straakven

1.341

58%

1.568.970

3.310.000

€38.600

19,7

C&E

’55-‘95

Naoorlogs

Ja

Ja

11. Bloemvelden

1.769

65%

2.228.940

4.490.000

€34.200

31,7

C

’55-‘95

Naoorlogs

Nee

Nee

12. Binderen

1.861

46%

2.289.030

4.760.000

€41.800

15,5

B&D

’55-‘95

Naoorlogs

Nee

Nee

13. Eeuwsels

1.643

34%

2.103.040

4.710.000

€43.400

12,9

C&D

’55-‘95

Buitenwijken- en gebieden

Nee

Nee

14. ’t Hout-centrum

1.617

33%

2.021.250

4.560.000

€46.400

20,1

C

’55-‘95

Naoorlogs

Nee

Nee

15. Kroon

1.008

26%

1.481.760

3.220.000

€53.700

10,2

C

’55-‘95

Buitenwijken- en gebieden

Nee

Nee

16. Akkers

1.473

22%

2.135.850

4.660.000

€57.400

13,8

C&D

’55-‘95

Naoorlogs

Nee

Nee

17. Gansenwinkel

571

30%

776.560

1.780.000

€52.900

17,8

B&C

’55-‘95

Naoorlogs

Nee

Nee

18. Groot Goor

15

Onbekend

38.100

80.000

Onbekend

0,1

D&G

’55-‘95

Buitenwijken- en gebieden

Nee

Nee

19. Brouwhuis-Dorp

1.379

23%

1.737.540

4.510.000

€56.700

19,4

C

’55-‘95

Naoorlogs

Ja

Nee

20. Brouwhuis-West

1.214

35%

0

3.360.000

€44.200

20,6

C&D

’55-‘95

Naoorlogs

Ja

Nee

21. Brouwhuis-Oost

1.125

39%

326.250

3.280.000

€48.600

18,5

C

’55-‘95

Naoorlogs

Ja

Nee

22. Brouwhorst

198

90%

0

300.000

€23.500

3,2

Spreiding

’55-‘95

Buitenwijken- en gebieden

Ja

Nee

naoorlogs

23. Kloostereind

44

0%

119.680

220.000

€66.700

0,3

Spreiding

’55-‘95

Buitenwijken- en gebieden

Nee

Nee

24. West

1.820

58%

2.220.400

4.400.000

€38.900

26,5

C

<’95

Oud en monumentaal &

Nee

Nee

25. Houtsdonk

387

70%

468.270

940.000

€35.800

6,8

D

’55-‘95

Buitenwijken- en gebieden

Nee

Nee

26. Oranjebuurt

641

0%

1.506.350

1.870.000

€71.800

10,1

F

’55-‘95

Naoorlogs

Nee

Nee

27. Zwanenbeemd

623

0%

1.451.590

2.260.000

€83.900

8,3

C

’55-‘95

Naoorlogs

Nee

Nee

28. Overburg

49

0%

177.380

210.000

€74.900

0,2

E

<’55

Buitenwijken- en gebieden

Nee

Nee

29. Stiphout-Dorp

2.101

12%

4.307.050

7.720.000

€69.700

9,3

C

’55-‘95

Naoorlogs

Nee

Nee

30. Schooten (bedrijventer.)

91

0%

167.440

300.000

€57.500

0,8

Spreiding

<’55, >’07

Nieuwbouw &

Nee

Ja

31. Geeneind

58

0%

179.220

240.000

€43.900

0,1

Spreiding

’55-’95, >’07

Nee

Nee

32. Rijpelberg-Oost

1.382

26%

0

4.040.000

€48.100

23,4

C

’55-‘95

Naoorlogs

Ja

Nee

33. Rijpelberg-West

2.069

28%

0

6.060.000

€49.000

23,8

D

’55-‘95

Naoorlogs

Ja

Nee

naoorlogs

buitenwijken- en gebieden Nieuwbouw & buitenwijken- en gebieden

-96-

-97-

Buurten Helmond

Aantal

Aandeel

Aardgasverbruik

Elektriciteits-

Gemiddeld

Woningdichtheid

Overheersend

Overheerend

woningen

corporatie-

woningen

verbruik woningen

inkomen

(aantal woningen

energielabel

bouwjaar

woningen

(m3/jaar)

Technische categorie

Warmtenet

Initiatieven

aanwezig?

gasloos bouwen

(kWh/jaar)

(€/jaar/huishouden)

per hectare)

34. Berkendonk

19

0%

50.160

120.000

Onbekend

0,1

Spreiding

<’95

Buitenwijken- en gebieden

Ja

Nee

35. Kern-Dierdonk

1.694

2%

2.896.740

6.730.000

€85.100

11,8

B

’95-‘07

Eeuwwisseling

Nee

Nee

36. Scheepstal

27

0%

0

150.000

Onbekend

0,1

Spreiding

<’95

Buitenwijken- en gebieden

Nee

Nee

37. Brand

437

16%

751.640

1.800.000

€85.700

7,0

A

’95-‘07

Eeuwwisseling

Nee

Nee

38. De Veste

1.225

25%

1.384.250

3.460.000

€70.600

27,8

A

>’95

Eeuwwisseling & nieuwbouw

Nee

Nee

39. Schutsboom

1.169

9%

1.765.190

4.520.000

€85.400

14,8

A

“95-‘07

Eeuwwisseling

Nee

Nee

40. Stepekolk

1.077

15%

1.486.260

3.030.000

€79.500

8,7

A

>’07

Nieuwbouw

Nee

Nee

41. Berenbroek

17

0%

44.370

90.000

Onbekend

0,1

Spreiding

<’55

Buitenwijken- en gebieden

Nee

Ja

42. De Marke

7

Onbekend

19.110

0

Onbekend

0,2

Spreiding

’55-’95, >’07

Nieuwbouw &

Nee

Nee

43. Hoogeind (bedrijventer.)

110

7%

249.700

400.000

€47.100

0,3

C&D

’55-‘95

Buitenwijken- en gebieden

Nee

Nee

44. B.Z.O.B. (bedrijventer.)

2

Onbekend

0

0

Onbekend

0,01

Geen woningen

<’55, >’07

Nieuwbouw &

Nee

Ja

buitenwijken- en gebieden

buitenwijken- en gebieden Gemeente Helmond

40.857

53%

47.531.000

121.559.000

€ 53.300

7,58

C

’55-‘95

Naoorlogs

Geen duidelijke overheersende cijfers

Bedrijventerreinen Helmond

Oppervlak

Energie-intensiteit

Overheersend

Milieucategorie

Initiatieven gasloos

(hectare)

(m3 aardgas/ha)

eigendom

1. Groot Schooten/Automative Campus

40,54

12.183

Huur

2. Hoogeind/De Weijer

254,21

121.422

Huur

2-4

Nee

3. Gansenwinkel/Kanaaldijk zuidwest

22,36

8.846

Huur

1-4

Nee

4. BZOB

149,68

27.752

Huur

1-5

Ja

-98-

bouwen 1-2

Ja

-99-

Bijlage VIII Scan van de huidige situatie

Overheersende leeftijd bewoners Overheersende woningtypen Overheersend eigendom woningen

Overheersende bouwperioden woningen Aandeel corporatiewoningen Woningdichtheid

Aandeel gasverbruik Overheersende energielabels

-100-

-101-

Bijlage IX Vlekkenkaart op straatniveau

-102-

-103-

-104-

-105-

-106-

-107-

-108-

-109-

Bijlage X Multicriteria-Analyse Om tot een aantal geschikte buurten en gebieden te komen. Is er aan de hand van verschillende bijeenkomsten met de stakeholders een multicriteria-analyse (MCA) uitgevoerd. De analyse beoordeelt de buurten van de gemeente Helmond aan de hand van elf criteria. Tijdens de bijeenkomsten zijn er wegingen aan de zes criteria toegevoegd met een totale waarde van 100 (zie onderstaande opsomming). Daarnaast zijn alle criteria nog afzonderlijk beoordeeld zodat er een goed onderbouwde afweging ontstaat.

Score Eindgebruikerskosten

18

Inspelen op natuurlijke momenten

18

Technische categorisering

17

Aandeel corporatiewoningen

11

Aanwezigheid initiatieven

10

Bijdrage aan besparingsdoelstellingen

6

Bewonersacceptatie

5

Aanwezigheid duurzame bronnen

4

Jaarlijks inkomen per huishouden

4

Nationale kosten

4

Verhuisgraad

3

Scenario

Puntentoekenning

<€5.000

10 punten

Puntentoekenning criteria woonbuurten

€5.000 - €10.000

8 punten

€10.000 - €15.000

5 punten

Om een goed onderbouwde multi-criteria analyse op de stellen moeten niet alleen waardes toegekend worden aan de

€15.000 - €20.000

2 punten

criteria. Ook binnen de criteria dient een beoordeling van mogelijkse situaties plaats te vinden. Uiteindelijk worden de

>€20.000

0 punten

toegekende punten vermenigvuldigd met de waarde voor het betreffende criterium om te komen tot een totaalscore. Onderstaande is deze beoordeling voor de verschillende criteria weergegeven.

Prioriteringscriterium 2: Aansluiten bij natuurlijke investeringsmomenten

Prioriteringscriterium 1: Eindgebruikerskosten Bestaande planningen zoals de investeringsagenda voor infrastructuur kunnen van invloed zijn op de keuzes die gemaakt Het PBL heeft in de Startanalyse de eindgebruikerskosten kosten van de verschillende warmtestrategieën per buurt

worden in buurten. Wanneer je aan kunt sluiten op natuurlijke investeringsmomenten, kan dit de kosten drukken en de

berekend. Onder deze kosten vallen alle kosten die de gebruiker (huurder/particuliere woningbezitter) moeten betalen

overlast beperken (benutten van meekoppelkansen). Een belangrijke beweging waar we op aansluiten, zijn de integrale

voor een aardgasvrije strategie. Dat zijn kosten voor energie én voor het gebruik van installaties en isolatie; Daarbij is

wijkontwikkelingsplannen die voor verschillende wijken in Helmond worden gemaakt. Op buurtniveau valt verder te

rekening gehouden subsidies en belastingen. Eindgebruikerskosten zijn – met andere woorden – de kosten die iedereen

denken aan de volgende zaken:

dagelijks ervaart. Hoe hoger de eindgebruikerskosten, hoe lager de score op dit criterium.

• Gepland onderhoud of vervanging van het gasnetwerk door de netbeheerder (waaronder de gietijzeren gasleidingen die versneld vervangen moeten worden); • Onderhoud of vervangingen door de gemeente. Denk aan werkzaamheden aan de straat/trottoir, openbaar groen of de riolering; • Andere projecten die in de openbare ruimte spelen. Denk aan het voorkomen van wateroverlast door overvloedige regenval en herinrichting van gebieden.

-110-

-111-

Wanneer een aardgasleiding of riolering in een buurt vervangen moet worden, kan dit een natuurlijk moment zijn om

Prioritering van de categorieën (op basis van een inschatting van de technische en economische haalbaarheid)

te kijken of een (deel van de) buurt van het aardgas afgekoppeld kan worden. Dit is namelijk het moment dat ‘we toch al in de grond moeten zijn’. Op dat moment kan eventueel een collectieve voorziening of een dikkere elektriciteitskabel

Prioriteit Categorieën

Afweging

aangelegd worden. Over het algemeen stemmen alle beheerders hun planningen op elkaar af, waardoor het belangrijk is

1.

Eeuwwisseling, woningen gebouwd tussen 1995

Investeringen voor all-electric zijn relatief laag.

en 2007.

Kansen voor aanvullende isolatie.

Na-oorlogs, woningen gebouwd tussen 1955 en

Technisch gunstig voor collectieve voor-zieningen,

1995 in een hoge dichtheid.

goede kansen voor na-isolatie.

Oud en monumentaal, woningen gebouwd voor

Haalbaarheid afhankelijk van mogelijkheden

1955 in een hoge dichtheid.

collectieve voorzieningen en na-isolatie.

Buitenwijken en -gebieden, woningen gebouwd in

Erg afhankelijk van individuele maatregelen.

om de momenten te zoeken dat de beheerders van de nutsvoorzieningen de grond gaan roeren. 2. Voor individuele woningeigenaren zijn natuurlijke investeringsmomenten zoals de vervanging van een cv-ketel of de aanschaf van een ander huis, belangrijke momenten om een extra stap te zetten. Hoewel dit niet kan worden

3.

meegenomen bij de prioritering van wijken en buurten, is het voor de totale warmtetransitie belangrijk dat deze momenten zoveel mogelijk worden benut.

4.

een lage dichtheid. Erg afhankelijk van kansen voor

Scenario

Puntentoekenning

Geen momenten

0 punten

Kleinschalige momenten op korte termijn (<4 jaar)

2 punten

Kleinschalige momenten op middellange termijn (4-8 jaar)

6 punten

Kleinschalige momenten op lange termijn (>8 jaar)

2 punten

Grootschalige momenten op korte termijn (<4 jaar)

4 punten

Grootschalige momenten op middellange termijn (4-8 jaar)

10 punten

Grootschalige momenten op lange termijn (>8 jaar)

4 punten

individuele maatregelen. 5.

Nieuwbouw, woningen gebouwd na 2007.

Isoleren is nauwelijks nodig, hoge terugverdientijden voor vervanging installaties

Prioriteringscriterium 3: Technische categorisering De technische categorisering, speelt ook een rol bij het selecteren van de meest kansrijke buurten. Per categorie is, op basis van bouwjaren en woningdichtheid, een inschatting gemaakt van de technische en economische haalbaarheid van de warmtetransitie. Op basis hiervan is er een prioriteit toegekend aan de verschillende categorieën. Deze prioriteit geeft aan of het vanuit technisch oogpunt slim is om snel te starten met de transitie in de buurten uit deze categorie of juist voor de hand ligt om nog even te wachten. Uit de prioritering volgt dat de woningen gebouwd rond de eeuwwisseling technisch gezien het meest kansrijk zijn om aardgasloos te worden. Men verwacht vaak dat het juist slim is om in de

Weergave van de technische categorie van de woningen per buurt in de gemeente Helmond

nieuwste woningen te starten met de transitie, maar in deze woningen hoeft bijvoorbeeld een CV-ketel gezien de geringe leeftijd vaak nog niet vervangen te worden. Naar mate de tijd verstrijkt en de (gemiddelde) levensduur van relevante apparatuur beëindigd is, zullen deze woningen echter aansluiten bij de Eeuwwisseling-categorie.

-112-

Scenario

Puntentoekenning

Oud en monumentaal

6 punten

Na-oorlogs

8 punten

Eeuwwisseling

10 punten

Nieuwbouw

2 punten

Buitenwijken- en gebieden

4 punten

Geen overheersende bouwperiode

5 punten

-113-

Prioriteringscriterium 4: Aandeel corporatiewoningen

Prioriteringscriterium 5: Aansluiten bij lokale buurtinitiatieven

De landelijke Handreiking spreekt over het criterium Contracteerbaarheid: in buurten waar een relatief beperkt aantal

De bereidheid onder stakeholders en inwoners om aardgasvrije renovaties uit te voeren is van groot belang. Alle

partijen een groot deel van het vastgoed bezit, wordt het contracteren van de warmtevraag eenvoudiger omdat er maar

technische en demografische randvoorwaarden ten spijt, als de stakeholders en inwoners niet willen of kunnen renoveren

met een beperkt aantal partijen afspraken hoeven te worden gemaakt. Wanneer in een buurt veel corporatiewoningen

dan houdt het eigenlijk op. Wij denken dat het verstandig is om in die buurten te starten waar al veel initiatieven spelen.

aanwezig zijn, kan dit de transitie vergemakkelijken. Voor de corporatiewoningen hoeft de gemeente namelijk maar met

De kracht zit in het aansluiten op een beweging en het versterken van die beweging. We gaan het wiel niet opnieuw

één partij om tafel. Voor woningen in particulier eigendom is de eigenaar van elke afzonderlijke woning in principe één

uitvinden, maar kijken om ons heen wat er al gebeurt en sluiten ons daarbij aan. We denken hierbij onder andere aan

partij. Dit maakt het veel lastiger om een transitie in gang te zetten. Tevens hebben corporaties landelijke afspraken met

initiatieven van woningcorporaties (investeringsagenda) en buurtbewoners. Op die manier zetten we in op het vergroten

betrekking tot het verduurzamen van hun woningvoorraad en hebben ze in Helmond hun betrokkenheid al kenbaar

van de spreekwoordelijke olievlek.

gemaakt door het ondertekenen van de intentieverklaring Aardgasvrij Helmond. Op het kaartje op de volgende bladzijde is weergegeven wat de verhouding van corporatiewoningen voor de verschillende buurten in de gemeente Helmond is. In

Op dit moment (najaar 2020) houden we rekening met de volgende plannen en initiatieven:

bijlage VI is een overzicht opgenomen van alle cijfers per buurt. Deze cijfers laten zien dat er in Helmond ten opzichte van

• Annabuurt & Suytkade: pilot 16 woningen WoCom aardgasvrij en energieneutraal, uitrol naar de rest van de buurt;

andere gemeenten veel buurten zijn waarbij het percentage corporatiewoningen hoger is dan 40%.

• Straakven: verduurzaming 32 woningen Woonpartners, uitrol naar de rest van de buurt, ondersteuning particuliere woningeigenaren; • De Marke: experimentele uitbreiding Brandevoort (nieuwbouw) met living lab, smart grids e.d. Mogelijk interessant voor omliggende buurten; • De Warande (buurt Overbrug): Buurkracht initiatief; • Akkers: renovatie Zeeltstraat fase 3: 3 woningen. In fase 4 Ruisvoornstraat worden de ervaringen uit de aanpak van fase 3 meegenomen; • De Veste: onderzoek aardgasvrij maken 8 appartementen complex Neerwal.

Scenario

Puntentoekenning

Geen initiatieven

0 punten

Kleinschalige initiatieven

2 punten

Middelgrote initiatieven

5 punten

Grootschalige initiatieven

10 punten

Aandeel corporatiewoningen per buurt in de gemeente Helmond

Prioriteringscriterium 6: Bijdrage aan doelstellingen Scenario

Puntentoekenning

Voor het halen van de besparingsdoelen is het aantrekkelijk om in buurten te beginnen waar een hoge besparing

Geen woningen of onbekend

0 punten

gerealiseerd kan worden. Wanneer alleen de besparing op buurtniveau bekeken zou worden, dan komende de

<10% van het aantal woningen in een buurt

2 punten

buurten met de meeste woningen over het algemeen boven drijven. Daarom is er een combinatie gemaakt tussen het

10-30% van het aantal woningen in een buurt

7 punten

aardgasverbruik per woning (verdeeld over hoog verbruik per woning, gemiddeld verbruik en laag verbruik) en het totale

>30% van het aantal woningen in een buurt

10 punten

aardgasverbruik in een buurt. Hiermee wordt zichtbaar gemaakt welke buurten interessant zijn om als eerste aan te pakken wanneer alleen gekeken wordt naar het aardgasverbruik. Buurten met een hoog verbruik per woning en een hoog totaal verbruik zijn hierin het meest interessant. Dit zijn waarschijnlijk buurten met veel slecht geïsoleerde woningen. Buurten met een laag verbruik per woning en een laag totaalverbruik zijn het minst interessant.

-114-

-115-

Prioriteringscriterium 8: Aanwezigheid duurzame bronnen Bronnen van duurzame warmte zijn beperkt aanwezig, niet alleen in Helmond maar in heel Nederland. Het is daarom verstandig om alle geschikte bronnen zo optimaal te benutten. Dit kunnen bronnen van restwarmte bij bedrijven zijn, maar ook oppervlaktewater voor aquathermie, grote wegen voor asfaltthermie en geschikte locaties voor zonnepanelen en wind. Alle bekende bronnen zijn verwerkt in de Inventarisatiekaart (als apart bestand bij deze rapportage bijgevoegd).

Scenario

Puntentoekenning

Geen bronnen of bestaand warmtenet (loopt al onderzoek naar verduurzaming)

0 punten

Kleinschalige bronnen, kansrijk op korte termijn (< 8 jaar)

8 punten

Kleinschalige bronnen, kansrijk op lange termijn (> 8 jaar)

2 punten

Grootschalige bronnen, kansrijk op korte termijn (< 8 jaar)

10 punten

Grootschalige bronnen, kansrijk op lange termijn (> 8 jaar)

5 punten

Aandeel gasverbruik per buurt ten opzichte van het totale gasverbruik van de woningen in de gemeente Helmond

Scenario

Puntentoekenning

Hoog totaalverbruik per buurt, hoog gemiddeld verbruik per woning

10 punten

Hoog totaalverbruik per buurt, gemiddeld verbruik per woning

6 punten

Hoog totaalverbruik per buurt, laag gemiddeld verbruik per woning

2 punten

Gemiddeld totaalverbruik per buurt, hoog gemiddeld verbruik per woning

8 punten

Gemiddeld totaalverbruik per buurt, gemiddeld verbruik per woning

5 punten

Gemiddeld totaalverbruik per buurt, laag gemiddeld verbruik per woning

1 punten

Laag totaalverbruik per buurt, hoog gemiddeld verbruik per woning

7 punten

Laag totaalverbruik per buurt, gemiddeld verbruik per woning

4 punten

Laag totaalverbruik per buurt, laag gemiddeld verbruik per woning

0 punten

Prioriteringscriterium 9: Jaarlijks inkomen per huishouden De gemeente Helmond vindt het voorkomen van energiearmoede belangrijk. Met de stijgende energielasten (en andere woonlasten) wordt het voor de lagere inkomens steeds moeilijker om de vaste lasten te kunnen betalen. Door het jaarlijks inkomen als prioriteringscriterium mee te nemen, kunnen buurten met lagere inkomens eerder aangepakt worden. Hierdoor worden twee vliegen in een klap geslagen: energiearmoede voorkomen en invulling geven aan de warmtetransitie. Onderstaande kaart geeft een indicatie van de verdeling van de overheersende inkomens in de verschillende buurten.

Prioriteringscriterium 7: De mate van bewonersacceptatie Bewonersacceptatie is een belangrijk aspect van de warmtetransitie. Wanneer bewoners niet mee willen doen dan wordt het lastig om de warmtetransitie in de betreffende buurt uit te voeren. Om zorgen weg te nemen, reacties van bewoners op te halen en vragen te beantwoorden, wordt er een zogenaamde Energiekaravaan gehouden. Deze karavaan ging door Helmond rijden en deed verschillende buurten aan om aandacht te vragen voor de Transitievisie Warmte. De Karavaan start met de buurten die als beste uit de multicriteria-analyse komen (de zogenaamde kopgroep, zie ook paragraaf 7.2). De eerste reacties vanuit deze Karavaan zijn vooral vragen inzake kosten en benodigde tijd vanuit inwoners. Ook zien we dat het voor velen een ver van mijn bed show is. Waarbij ook vaak wordt aangegeven dat de overheid eenduidiger zou moeten zijn en meer zou moeten doen om ook bedrijven aan te sporen. Omdat de huidige plannen nog niet heel concreet zijn, zien we dat deze nog niet heel tastbaar zijn voor veel inwoners. Aangezien de visie de basis vorm voor de warmte programma(‘s) onder de omgevingsvisie is er voor de prioritaire buurten ook nog tijd om meer inhoudelijk over

Gemiddeld jaarlijks inkomen per huishouden in de verschillende buurten van de gemeente Helmond

deze beoogde plannen mee te praten. Daarbij gesteld dat voor nu alle prioritaire buurten die buurten zijn waar wij als gemeente al initiatieven hebben lopen. Het is mogelijk dat één of meerdere koploperbuurten alsnog later gepland worden omdat blijkt dat het draagvlak dusdanig laag is dat hier eerst aandacht aan besteed moet worden.

-116-

-117-

Jaarlijks inkomen per huishouden

Scenario

Puntentoekenning

< €35.000/jaar

10 punten

€35.000-€40.000/jaar

9 punten

€40.001-€45.000/jaar

8 punten

€45.001-€50.000/jaar

6 punten

€50.001-€55.000/jaar

4 punten

€55.001-€60.000/jaar

2 punten

> €60.000/jaar of onbekend

0 punten

Scenario

Puntentoekenning

<€500/jaar

10 punten

€500-€600/jaar

9 punten

€601-€700/jaar

8 punten

€701-€800/jaar

6 punten

€801-€900/jaar

4 punten

€901-€1000/jaar

2 punten

>€1000/jaar

0 punten

Prioriteringscriterium 11: Verhuisgraad Prioriteringscriterium 10: Nationale kosten

Een verhuizing is een individueel natuurlijk moment om een woning te verduurzamen. Een hoge verhuisgraad brengt dan ook veel kansen met zich mee om woningen bijvoorbeeld te isoleren.

Naast de eindgebruikerskosten heeft het PBL ook de nationale kosten van de verschillende strategieën per buurt berekend. De nationale kosten zijn de totale financiële kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om in een buurt een strategie uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt. Hoe hoger de nationale kosten, hoe lager een buurt scoort op dit onderdeel.

-118-

Scenario

Puntentoekenning

<2,5%

2 punten

2,5-5,0%

5 punten

5,0-7,5%

8 punten

>7,5%

10 punten

-119-

criterium (18) en krijgt daardoor voor het criterium 144 punten. Op deze manier wordt de score voor elk criterium berekend en opgeteld om uiteindelijk te komen tot het puntentotaal van 619 punten. De buurt met de hoogste totaalscore heeft de meeste kans om op korte termijn (tot 2030) aardgasloos te worden. Op basis van de totaalscores zijn alle buurten in een bepaalde volgorde gezet (zie tabel op volgende bladzijde). De buurten Bloemvelden, Brand en de Veste scoren ook hoog, maar zijn buiten de kopgroep gelaten en daarom rood gekleurd (zie ook paragraaf 7.2). Deze keuze is voor Bloemvelden gemaakt naar aanleiding van de overleggen met de stakeholders. In deze buurt spelen momenteel al veel andere zaken, waardoor de warmtetransitie nu geen prioriteit heeft. Brand en de Veste zijn niet als koploperbuurt opgenomen omdat de gemeente de voorkeur heeft eerst de aandacht te geven aan de buurten met de lagere inkomens. Door het uitvoeren van energiebesparingsmaatregelen kunnen de bewoners profiteren van lagere kosten voor het energiegebruik. Dat neemt niet weg dat ook in deze buurten aan de slag kan worden gegaan met de warmtetransitie door het isoleren van gebouwen. (zie ook paragraaf 7.3 en hoofdstuk 9). Weging

18

18

17

11

10

6

5

4

4

4

3

100

Ranking

4

4

3

Verhuisgraad in een wijk

Daardoor krijgt deze buurt op dit criterium een score van 8. Deze score wordt vermenigvuldigd met de weging voor het

4

Nationale kosten

In Brouwhuis-West liggen de kosten voor de eindgebruikers volgens de leidraad van PBL tussen de €5.000 en €10.000.

5

Jaarlijks inkomen per huishouden

om te komen tot totaalscores. Een voorbeeld:

6

Aanwezigheid duurzame bronnen

Technische categorisering

De puntentoekenning en de waardering wordt voor elk criterium en elke buurt met elkaar vermenigvuldigd en opgeteld

10

Bewonersacceptatie

Inspelen op natuurlijke momenten

Op basis van de puntentoekenning aan de criteria en de waardering van de criteria is een multicriteria-analyse uitgevoerd.

11

Bijdrage aan besparingsdoelstelling

17

Aanwezigheid initiatieven

18

Aandeel corporatiewoningn

18

Eindgebruikerskosten

Weging

Totaalscores en ranking buurten

100

12. Binderen

5

6

8

8

0

2

0

2

8

0

2

480

13. Beisterveldse Broek

5

3

8

10

0

1

0

0

10

2

2

452

14. De Veste

10

0

6

5

2

1

0

5

0

8

10

445

15. Straakven

0

4

8

10

5

1

0

5

9

2

2

444

16. Akkers

8

0

8

5

5

6

0

2

2

0

2

443

17. Schutsboorm

10

0

10

0

0

5

0

2

0

6

10

442

18. Brouwhuis-Dorp

10

1

8

5

0

1

0

5

2

0

5

436

19. Kern Dierdonk

10

0

10

0

0

6

0

5

0

0

5

421

20. ‘t Hout-Centrum

8

0

8

8

0

2

0

2

6

0

2

418

21. Brouwhorst

0

9

4

10

0

0

0

0

10

4

5

415

22. Vossenberg

8

0

6

8

0

1

0

2

8

6

2

410

23. De Marke

10

0

3

0

5

7

0

2

0

10

10

401

24. Zwanenbeemd

8

2

8

0

0

8

0

5

0

0

5

399

Eindgebruikerskosten

Inspelen op natuurlijke momenten

Technische categorisering

Aandeel corporatiewoningn

Aanwezigheid initiatieven

Bijdrage aan besparingsdoelstelling

Bewonersacceptatie

Aanwezigheid duurzame bronnen

Jaarlijks inkomen per huishouden

Nationale kosten

Verhuisgraad in een wijk

1. Brouwhuis-West

8

10

8

8

0

0

0

0

8

6

5

2. Brouwhuis-Oost

10

8

8

8

0

0

0

0

6

4

5

607

35. Steenweg en omgeving

2

0

7

5

0

5

0

5

2

8

2

306

3. Rijpelberg-Oost

8

10

8

5

0

0

0

0

6

6

5

578

36. Geeneind

8

0

3

0

0

7

0

2

8

0

8

301

4. Rijpelberg-West

8

10

8

5

0

0

0

0

6

6

5

578

37. Scheepstal

10

0

4

0

0

0

0

2

0

2

5

279

5. Annabuurt en Suytkade

5

6

8

10

0

0

0

5

9

10

2

546

38. Kroon

5

0

4

5

0

5

0

2

4

0

2

273

Ranking

619

25. Stiphout-Dorp

5

2

8

5

0

6

0

5

0

0

8

397

26. West

5

0

7

10

0

2

0

5

9

0

2

393

27. B.Z.O.B.

10

0

6

0

2

0

0

5

0

10

5

377

28. Beisterveld

5

0

6

10

0

1

0

5

10

0

2

374

29. Berenbroek

10

0

4

0

0

7

0

2

0

10

10

368

30. Gansenwinkel

8

0

8

5

0

0

0

2

4

0

2

365

31. Stepekolk

10

0

2

5

0

1

0

5

0

6

10

349

32. Heipoort

8

0

2

10

0

1

0

0

10

2

2

348

33. Houtsdonk

5

0

4

10

0

0

0

5

9

4

2

346

34. Schooten

8

0

3

0

2

4

0

5

2

6

8

315

6. Leonardus

5

10

6

10

0

1

0

0

10

0

2

534

39. Hoogeind

2

2

4

0

0

7

0

5

6

4

5

257

7. Centrum

2

10

8

8

0

1

0

5

10

4

2

528

40. Oranjebuurt

0

2

8

0

0

8

0

5

0

0

5

255

8. Bloemvelden

5

6

8

10

0

2

0

5

10

0

2

522

41. Kloostereind

5

0

4

0

0

7

0

2

0

0

5

223

9. Stationsgebied

8

2

8

8

0

0

0

5

10

10

2

510

42. Overbrug

0

2

4

0

0

7

0

2

0

0

5

169

10. Eeuwsels

5

10

4

8

0

2

0

5

8

0

2

496

43. Berkendonk

0

1

4

0

0

7

0

2

0

0

5

153

11. Brand

10

0

10

5

0

4

0

5

0

4

10

495

44. Groot Goor

0

0

4

0

0

2

0

2

0

0

2

94

-120-

-121-

Bijlage XI Voorkeursscenario koploperbuurten

-122-

-123-

Bijlage XII Back-up scenario koploperbuurten

-124-

-125-

Bijlage XIII Kosten isolatie Om de financiële consequenties voor isolerende maatregelen te kunnen bepalen, gaat we uit van maatgevende

Woning gebouwd tussen 1920 en 1945

Minimum

woningtypen. Op basis van indicatieve afmetingen kunnen we het vloeroppervlak van woningen in de gemeente Helmond koppelen aan het bouwjaar. Op basis van deze gegevens en andere gemiddelden zijn vervolgens de afmetingen

Minimaal

Basis

Maximaal

Minimaal

Maximaal

Goed Minimaal

Maximaal

van vloeren, gevels, daken en kozijnen te herleiden. De kosten voor de verschillende maatregelen worden aan de hand van

Isoleren kruipruimte

€ 1.229

€ 1.721

€ 1.229

€ 1.721

€ 1.229

€ 1.721

kentallen en vierkante meter prijzen berekend. Vervolgens wordt in bijlage XIII een indicatieve kosten-baten berekening

Glas & kozijnen

€ 1.800

€ 2.160

€ 1.800

€ 2.160

€ 7.200

€ 12.240

gemaakt voor aardgasvrije woningen, waarbij de gegevens voor rijwoningen (woningtypen die verreweg het meeste voor

Isoleren gevel

€ 864

€ 1.440

€ 864

€ 1.440

€ 6.624

€ 8.352

komen in Helmond) uit onderstaande tabellen verwerkt worden.

Isoleren dak

-

-

€ 2.781

€ 4.172

€ 5.563

€ 6.953

Mechanische ventilatie

-

-

-

-

€ 4.425

€ 7.375

Totaal

€ 3.893

€ 5.321

€ 6.674

€ 9.493

€ 25.041

€ 36.641

In de kostentabellen is een onderscheid gemaakt tussen het minimum, basis en goed isolatieniveau (in hoofdstuk 9 wordt beschreven welk niveau in de verschillende buurten gehaald moet worden. Minimum is ongeveer gelijk aan energielabel C, Basis is ongeveer gelijk aan energielabel B en Goed is ongeveer gelijk aan energielabel A, zie ook bijlage XIII). Ook wordt een bepaalde bandbreedte gehanteerd in de kosten. Nogmaals, dit zijn kosten voor een fictieve woning. Als bewoners zelf

Woning gebouwd tussen 1945 en 1975

Minimum

aan de slag willen met hun woning, kunnen de prijzen afwijken. Voor de berekeningen is geen rekening gehouden met subsidies. Op dit moment zijn er subsidies beschikbaar voor

Minimaal

Basis

Maximaal

Minimaal

Maximaal

Goed Minimaal

Maximaal

Isoleren kruipruimte

€ 1.267

€ 1.773

€ 1.267

€ 1.773

€ 1.267

€ 1.773

Glas & kozijnen

€ 1.800

€ 2.160

€ 1.800

€ 2.160

€ 7.200

€ 12.240

Isoleren gevel

€ 864

€ 1.440

€ 864

€ 1.440

€ 6.624

€ 8.352

Rijwoningen

Isoleren dak

-

-

€ 2.866

€ 4.299

€ 5.732

€ 7.165

Mechanische ventilatie

-

-

-

-

€ 4.560

€ 6.080

Voor de rijwoningen zijn de volgende afmetingen gehanteerd:

Totaal

€ 3.931

€ 5.373

€ 6.797

€ 9.673

€ 25.383

€ 35.611

energiebesparende maatregelen in woningen9.

Bouwjaar

Vloeroppervlak begane grond (m2)

<1920

80

1920-1945 1945-1975

Oppervlak dichte gevels (m2)

Dakoppervlak (m2)

Kozijnoppervlak (m2)

67

113

17

49

58

70

14

51

58

72

14

Isoleren kruipruimte

-

-

€ 896

€ 1.254

€ 896

€ 1.254

-

-

€ 1.500

€ 1.800

€ 6.000

€ 10.200

Minimum Minimaal

Basis

Maximaal

Minimaal

Maximaal

Goed Minimaal

Maximaal

1975-1995

36

48

51

12

Glas & kozijnen

1995-2007

36

48

51

12

Isoleren gevel

-

-

-

-

€ 5.520

€ 6.960

>2007

40

48

57

12

Isoleren dak

-

-

€ 2.027

€ 3.041

€ 4.054

€ 5.068

Mechanische ventilatie

-

-

-

-

€ 3.225

€ 4.300

Totaal

€0

€0

€ 4.423

€ 6.095

€ 19.695

€ 27.782

Woning gebouwd voor 1920

Minimum Minimaal Isoleren kruipruimte

9

Woning gebouwd tussen 1975 en 1995

€ 2.000

Basis

Maximaal € 2.800

Minimaal € 2.000

Maximaal € 2.800

Goed Minimaal € 2.000

Maximaal

Woning gebouwd tussen 1995 en 2007

Minimum

€ 2.800

Minimaal

Basis

Maximaal

Minimaal

Maximaal

Goed Minimaal

Maximaal

Glas & kozijnen

€ 2.100

€ 2.520

€ 2.100

€ 2.520

€ 8.400

€ 14.280

Isoleren gevel

-

-

€ 3.360

€ 5.376

€ 7.728

€ 9.744

Isoleren kruipruimte

-

-

-

-

€ 908

€ 1.272

Isoleren dak

€ 4.525

€ 6.788

€ 4.525

€ 6.788

€ 9.051

€ 11.314

Glas & kozijnen

-

-

€ 1.500

€ 1.800

€ 6.000

€ 10.200

-

-

-

-

€ 5.520

€ 6.960

Mechanische ventilatie

-

-

-

-

€ 7.200

€ 9.600

Isoleren gevel

Totaal

€ 8.625

€ 12.108

€ 11.985

€ 17.484

€ 34.379

€ 47.738

Isoleren dak

-

-

-

-

€ 4.111

€ 5.138

Mechanische ventilatie

-

-

-

-

€ 3.270

€ 4.360

Totaal

€0

€0

€ 1.500

€ 1.800

€ 19.809

€ 27.930

https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/seeh/eigenaar-%C3%A9n-bewoner.

-126-

-127-

Woning gebouwd tussen 1945 en 1975

Woning gebouwd na 2007

Minimum Minimaal

Basis

Maximaal

Minimaal

Maximaal

Goed Minimaal

Minimum

Maximaal

Minimaal

Basis

Maximaal

Minimaal

Maximaal

Goed Minimaal

Maximaal

Isoleren kruipruimte

-

-

-

-

€ 1.004

€ 1.406

Isoleren kruipruimte

€ 1.267

€ 1.773

€ 1.267

€ 1.773

€ 1.267

€ 1.773

Glas & kozijnen

-

-

-

-

€ 6.000

€ 10.200

Glas & kozijnen

€ 3.146

€ 3.775

€ 3.146

€ 3.775

€ 12.583

€ 21.391

Isoleren gevel

-

-

-

-

€ 5.520

€ 6.960

Isoleren gevel

€ 1.510

€ 2.517

€ 1.510

€ 2.517

€ 11.576

€ 14.596

Isoleren dak

-

-

-

-

€ 4.544

€ 5.680

Isoleren dak

-

-

€ 2.866

€ 4.299

€ 5.732

€ 7.165

Mechanische ventilatie

-

-

-

-

€ 3.615

€ 4.820

Mechanische ventilatie

-

-

-

-

€ 4.560

€ 6.080

Totaal

€0

€0

€0

€0

€ 20.684

€ 29.066

Totaal

€ 5.922

€ 8.065

€ 8.788

€ 12.364

€ 35.718

€ 51.005

Woning gebouwd tussen 1975 en 1995

Hoekwoningen/twee-onder-een-kap

Minimum Minimaal

Voor hoek- en twee-onder-een-kap- woningen zijn de volgende afmetingen gehanteerd:

Bouwjaar

Vloeroppervlak begane grond (m2)

Oppervlak dichte gevels (m2)

Dakoppervlak (m2)

Basis

Maximaal

Minimaal

Maximaal

Goed Minimaal

Maximaal

Kozijnoppervlak (m2)

Isoleren kruipruimte

-

-

€ 896

€ 1.254

€ 896

€ 1.254

Glas & kozijnen

-

-

€ 2.571

€ 3.085

€ 10.284

€ 17.483

<1920

80

127

113

32

Isoleren gevel

-

-

-

-

€ 9.461

€ 11.929

1920-1945

49

100

70

25

Isoleren dak

-

-

€ 2.027

€ 3.041

€ 4.054

€ 5.068

1945-1975

51

101

72

25

Mechanische ventilatie

-

-

-

-

€ 3.225

€ 4.300

Totaal

€0

€0

€ 5.494

€ 7.380

€ 27.920

€ 40.034

1975-1995

36

82

51

21

1995-2007

36

83

51

21

>2007

40

85

57

21

Woning gebouwd tussen 1995 en 2007

Minimum Woning gebouwd voor 1920

Minimaal

Minimum Minimaal

Basis

Maximaal

Minimaal

Maximaal

Goed Minimaal

Maximaal

Basis

Maximaal

Minimaal

Maximaal

Goed Minimaal

Maximaal

Isoleren kruipruimte

-

-

-

-

€ 908

€ 1.272

Glas & kozijnen

-

-

€ 2.580

€ 3.096

€ 10.320

€ 17.544

Isoleren kruipruimte

€ 2.000

€ 2.800

€ 2.000

€ 2.800

€ 2.000

€ 2.800

Isoleren gevel

-

-

-

-

€ 9.495

€ 11.971

Glas & kozijnen

€ 3.966

€ 4.760

€ 3.966

€ 4.760

€ 15.865

€ 26.971

Isoleren dak

-

-

-

-

€ 4.111

€ 5.138

Isoleren gevel

-

-

€ 6.346

€ 10.154

€ 14.596

€ 18.404

Mechanische ventilatie

-

-

-

-

€ 3.270

€ 4.360

Isoleren dak

€ 4.525

€ 6.788

€ 4.525

€ 6.788

€ 9.051

€ 11.314

Totaal

€0

€0

€ 2.580

€ 3.096

€ 28.104

€ 40.285

Mechanische ventilatie

-

-

-

-

€ 7.200

€ 9.600

Totaal

€ 10.492

€ 14.348

€ 16.838

€ 24.502

€ 48.712

€ 69.088

Woning gebouwd na 2007

Minimum

Woning gebouwd tussen 1920 en 1945

Minimaal

Minimum Minimaal

Basis

Maximaal

Minimaal

Maximaal

Goed Minimaal

Maximaal

Basis

Maximaal

Minimaal

Maximaal

Goed Minimaal

Maximaal

Isoleren kruipruimte

-

-

-

-

€ 1.004

€ 1.406

Glas & kozijnen

-

-

-

-

€ 10.613

€ 18.043

Isoleren kruipruimte

€ 1.229

€ 1.721

€ 1.229

€ 1.721

€ 1.229

€ 1.721

Isoleren gevel

-

-

-

-

€ 9.764

€ 12.311

Glas & kozijnen

€ 3.120

€ 3.744

€ 3.120

€ 3.744

€ 12.479

€ 21.214

Isoleren dak

-

-

-

-

€ 4.544

€ 5.680

Isoleren gevel

€ 1.497

€ 2.496

€ 1.497

€ 2.496

€ 11.480

€ 14.475

Mechanische ventilatie

-

-

-

-

€ 3.615

€ 4.820

Isoleren dak

-

-

€ 2.781

€ 4.172

€ 5.563

€ 6.953

Totaal

€0

€0

€0

€0

€ 29.541

€ 42.260

Mechanische ventilatie

-

-

-

-

€ 4.425

€ 7.375

Totaal

€ 5.846

€ 7.960

€ 8.628

€ 12.132

€ 35.176

€ 51.738

-128-

-129-

Woning gebouwd tussen 1975 en 1995

Vrijstaande woningen

Minimum Voor vrijstaande woningen zijn de volgende afmetingen gehanteerd:

Bouwjaar

Vloeroppervlak begane grond (m2)

<1920

80

1920-1945 1945-1975

Minimaal

Oppervlak dichte gevels (m2)

Basis

Maximaal

Minimaal

Maximaal

Goed Minimaal

Maximaal

Dakoppervlak (m2)

Kozijnoppervlak (m2)

Isoleren kruipruimte

-

-

€ 896

€ 1.254

€ 896

€ 1.254

Glas & kozijnen

-

-

€ 4.040

€ 4.847

€ 16.158

€ 27.469

204

113

51

Isoleren gevel

-

-

-

-

€ 14.866

€ 18.744

49

154

70

39

Isoleren dak

-

-

€ 2.027

€ 3.041

€ 4.054

€ 5.068

51

157

72

39

Mechanische ventilatie

-

-

-

-

€ 3.225

€ 4.300

1975-1995

36

129

51

32

Totaal

€0

€0

€ 6.962

€ 9.142

€ 39.199

€ 56.834

1995-2007

36

130

51

33

>2007

40

138

57

34

Woning gebouwd tussen 1995 en 2007

Minimum Woning gebouwd voor 1920

Minimaal

Minimum Minimaal

Basis

Maximaal

Minimaal

Maximaal

Goed Minimaal

Maximaal

Basis

Maximaal

Minimaal

Maximaal

Goed Minimaal

Maximaal

Isoleren kruipruimte

-

-

-

-

€ 908

€ 1.272

Glas & kozijnen

-

-

€ 4.071

€ 4.885

€ 16.283

€ 27.681

Isoleren kruipruimte

€ 2.000

€ 2.800

€ 2.000

€ 2.800

€ 2.000

€ 2.800

Isoleren gevel

-

-

-

-

€ 14.981

€ 18.888

Glas & kozijnen

€ 6.367

€ 7.640

€ 6.367

€ 7.640

€ 25.466

€ 43.293

Isoleren dak

-

-

-

-

€ 4.111

€ 5.138

Isoleren gevel

-

-

€ 10.187

€ 16.298

€ 23.429

€ 29.541

Mechanische ventilatie

-

-

-

-

€ 3.270

€ 4.360

Isoleren dak

€ 4.525

€ 6.788

€ 4.525

€ 6.788

€ 9.051

€ 11.314

Totaal

€0

€0

€ 4.071

€ 4.885

€ 39.553

€ 57.340

Mechanische ventilatie

-

-

-

-

€ 7.200

€ 9.600

Totaal

€ 12.892

€ 17.228

€ 23.079

€ 33.527

€ 67.146

€ 96.547

Woning gebouwd na 2007

Minimum Woning gebouwd tussen 1920 en 1945

Minimaal

Minimum Minimaal

Basis

Maximaal

Minimaal

Maximaal

Goed Minimaal

Maximaal

Basis

Maximaal

Minimaal

Maximaal

Goed Minimaal

Maximaal

Isoleren kruipruimte

-

-

-

-

€ 1.004

€ 1.406

Glas & kozijnen

-

-

-

-

€ 17.219

€ 29.272

Isoleren kruipruimte

€ 1.229

€ 1.721

€ 1.229

€ 1.721

€ 1.229

€ 1.721

Isoleren gevel

-

-

-

-

€ 15.841

€ 19.974

Glas & kozijnen

€ 4.822

€ 5.786

€ 4.822

€ 5.786

€ 19.287

€ 32.788

Isoleren dak

-

-

-

-

€ 4.544

€ 5.680

Isoleren gevel

€ 2.314

€ 3.857

€ 2.314

€ 3.857

€ 17.744

€ 22.373

Mechanische ventilatie

-

-

-

-

€ 3.615

€ 4.820

Isoleren dak

-

-

€ 2.781

€ 4.172

€ 5.563

€ 6.953

Totaal

€0

€0

€0

€0

€ 42.224

€ 61.152

Mechanische ventilatie

-

-

-

-

€ 4.425

€ 7.375

Totaal

€ 8.365

€ 11.364

€ 11.147

€ 15.536

€ 48.248

€ 71.210

Woning gebouwd tussen 1945 en 1975

Minimum Minimaal

Basis

Maximaal

Minimaal

Maximaal

Goed Minimaal

Maximaal

Isoleren kruipruimte

€ 1.267

€ 1.773

€ 1.267

€ 1.773

€ 1.267

€ 1.773

Glas & kozijnen

€ 4.904

€ 5.885

€ 4.904

€ 5.885

€ 19.617

€ 33.348

Isoleren gevel

€ 2.354

€ 3.923

€ 2.354

€ 3.923

€ 18.047

€ 22.755

Isoleren dak

-

-

€ 2.866

€ 4.299

€ 5.732

€ 7.165

Mechanische ventilatie

-

-

-

-

€ 4.560

€ 6.080

Totaal

€ 8.525

€ 11.582

€ 11.391

€ 15.881

€ 49.223

€ 71.122

-130-

-131-

Bijlage XIV Kosten en baten aardgasvrije woningen In de gemeente Helmond bestaat de grootste groep woningen uit rijwoningen (zie ook bijlage VII). Daarom zijn in de onderstaande indicatieve berekeningen de kosten voor isolerende maatregelen van de rijwoningen meegenomen (zie bijlage XII). Een aantal aandachtspunten voor de berekeningen: • De kosten voor isolatie zijn berekend op basis van het gemiddelde van de bandbreedte zoals die in bijlage XII berekend is; • Er is alleen gerekend met de minimum en basis isolatieniveau ’s omdat het goed isolatieniveau te ingrijpend en te kostbaar voor bestaande woningen is. In de praktijk zullen bewoners niet naar een goed isolatieniveau toewerken omdat de gehele woning dan op de schop moet. In een incidenteel geval gaan bewoners wel naar dit niveau isoleren, maar dit is niet representatief voor de gehele gemeente of een buurt. • De energierekening is berekend op basis van kale- en belastingtarieven uit 2020; • De energierekening voor warmtenetten is gebaseerd op de maximale tarieven (2020) voor warmte, opgesteld door het ACM10; • Het aantal zonnepanelen is gebaseerd op de inschatting dat er op een gemiddeld dak 10 zonnepanelen geplaatst kunnen worden; • All-electric configuraties komen als een van de goedkoopste alternatieven uit de berekeningen.

Waarschijnlijk gaan de kosten voor deze alternatieven nog stijgen omdat de investeringen in het elektriciteitsnetwerk nog niet in de huidige netwerktarieven verwerkt zijn. Aangezien woningen met een all-electric configuratie een aanzienlijk elektriciteitsrekening hebben, tikt elke verhoging behoorlijk aan. • Hernieuwbaar gas komt als goedkoopste uit de berekeningen. Dit komt doordat er zowel in als buiten de woningen nauwelijks investeringen nodig zijn. De woning hoeft niet per se aanvullend geïsoleerd te worden, de installaties kunnen behouden blijven en het bestaande aardgasnet kan ook behouden blijven. Er is echter bij lange na (nog) niet voldoende hernieuwbaar gas beschikbaar om in de vraag te voldoen (zie bijlage IV).

10

https://www.acm.nl/nl/warmtetarieven.

-132-

-133-

Woning gebouwd voor 1920

Huidige situatie (aardgas)

Isoleren Minumum

Elektrisch koken

LT-radiatoren

Basis

Aardgasloos alternatief HT-Warmtenet

MT-Warmtenet

All-electric

Duurzame opwekking Hernieuwbaar

Totaal HT/MT warmtenet

Totaal LT/MT warmtenet

Totaal all-electric

Totaal hernieuwbaar gas

Zonnepanelen

gas Benodigde investeringen

-

€ 10.367

€ 14.735

€ 1.600

€ 3.500

€ 4.511

€ 4.511

€ 12.500

€0

€ 3.250

€ 19.728

€ 27.596

€ 35.585

€ 15.217

Elektriciteitsgebruik (kWh/jaar)

3.329

0

0

175

0

0

0

4.500

0

-2.925

579

579

5.079

586

Aardasgebruik (m3/jaar)

Energiegebruik 2.513

-754

-1.005

0

0

-1.759

-1.508

-1.508

-1.759

0

0

0

0

0

Warmte (GJ)

-

-

-

-

-

103

48

-

-

-

103

48

-

-

Hernieuwbaar gas

-

-

-

-

-

-

-

-

2.513

-

-

-

-

1.759

Financiële lasten €0

€ 438

€ 624

€ 66

€ 150

€ 192

€ 192

€ 528

€0

€ 144

€ 840

€ 1.176

€ 1.512

€ 648

Energierekening

Netto financieringslasten

€ 3.587

€ 2.951

€ 2.739

€ 3.626

€ 3.587

€ 4.357

€ 2.907

€ 2.154

€ 3.587

€ 2.946

€ 3.754

€ 2.304

€ 1.551

€ 2.350

Totale jaarlijkse kosten

€ 3.587

€ 3.389

€ 3.363

€ 3.692

€ 3.737

€ 4.549

€ 3.099

€ 2.682

€ 3.587

€ 3.090

€ 4.594

€ 3.480

€ 3.063

€ 2.998

Totale maandelijkse kosten

€ 299

€ 282

€ 280

€ 308

€ 311

€ 379

€ 258

€ 224

€ 299

€ 257

€ 383

€ 290

€ 255

€ 250

Elektrisch koken

LT-radiatoren

Duurzame opwekking

Totaal HT/MT warmtenet

Totaal LT/MT warmtenet

Totaal all-electric

Totaal hernieuwbaar gas

Woning gebouwd tussen 1920 en 1945

Huidige situatie (aardgas)

Isoleren Minumum

Basis

Aardgasloos alternatief HT-Warmtenet

MT-Warmtenet

All-electric

Hernieuwbaar

Zonnepanelen

gas Benodigde investeringen

-

€ 4.607

€ 8.084

€ 1.600

€ 3.500

€ 4.511

€ 4.511

€ 12.500

€0

€ 3.250

€ 13.968

€ 20.944

€ 28.934

€ 9.457

Energiegebruik Elektriciteitsgebruik (kWh/jaar)

2.781

0

0

175

0

0

0

4.500

0

-2.925

31

31

4.531

38

Aardasgebruik (m3/jaar)

1.891

-567

-756

0

0

-1.323

-1.134

-1.134

-1.323

0

0

0

0

0

Warmte (GJ)

-

-

-

-

-

78

36

-

-

-

78

36

-

-

Hernieuwbaar gas

-

-

-

-

-

-

-

-

1.891

-

-

-

-

1.323

Financiële lasten €0

€ 192

€ 342

€ 66

€ 150

€ 192

€ 192

€ 528

€0

€ 144

€ 594

€ 894

€ 1.230

€ 402

Energierekening

Netto financieringslasten

€ 2.942

€ 2.464

€ 2.304

€ 2.981

€ 2.942

€ 3.570

€ 2.479

€ 2.034

€ 2.942

€ 2.301

€ 2.967

€ 1.876

€ 1.431

€ 1.862

Totale jaarlijkse kosten

€ 2.942

€ 2.656

€ 2.646

€ 3.047

€ 3.092

€ 3.762

€ 2.671

€ 2.562

€ 2.942

€ 2.445

€ 3.561

€ 2.770

€ 2.661

€ 2.264

Totale maandelijkse kosten

€ 245

€ 221

€ 221

€ 254

€ 258

€ 314

€ 223

€ 213

€ 245

€ 204

€ 297

€ 231

€ 222

€ 189

-134-

-135-

Woning gebouwd tussen 1945 en 1975

Huidige situatie (aardgas)

Isoleren Minumum

Elektrisch koken

LT-radiatoren

Basis

Aardgasloos alternatief HT-Warmtenet

MT-Warmtenet

All-electric

Duurzame opwekking Hernieuwbaar

Totaal HT/MT warmtenet

Totaal LT/MT warmtenet

Totaal all-electric

Totaal hernieuwbaar gas

Zonnepanelen

gas Benodigde investeringen

-

€ 4.652

€ 8.235

€ 1.600

€ 3.500

€ 4.511

€ 4.511

€ 12.500

€0

€ 3.250

€ 14.013

€ 21.095

€ 29.085

€ 9.502

Elektriciteitsgebruik (kWh/jaar)

2.752

0

0

175

0

0

0

4.500

0

-2.925

2

2

4.502

9

Aardasgebruik (m3/jaar)

Energiegebruik 1.769

-265

-707

0

0

-1.503

-1.061

-1.061

-1.503

0

0

0

0

0

Warmte (GJ)

-

-

-

-

-

64

34

-

-

-

64

34

-

-

Hernieuwbaar gas

-

-

-

-

-

-

-

-

1.769

-

-

-

-

1.503

Financiële lasten €0

€ 198

€ 348

€ 66

€ 150

€ 192

€ 192

€ 528

€0

€ 144

€ 600

€ 900

€ 1.236

€ 408

Energierekening

Netto financieringslasten

€ 2.833

€ 2.609

€ 2.236

€ 2.871

€ 2.833

€ 3.214

€ 2.412

€ 2.027

€ 2.833

€ 2.192

€ 2.611

€ 1.809

€ 1.425

€ 2.008

Totale jaarlijkse kosten

€ 2.833

€ 2.807

€ 2.584

€ 2.937

€ 2.983

€ 3.406

€ 2.604

€ 2.555

€ 2.833

€ 2.336

€ 3.211

€ 2.709

€ 2.661

€ 2.416

Totale maandelijkse kosten

€ 236

€ 234

€ 215

€ 245

€ 249

€ 284

€ 217

€ 213

€ 236

€ 195

€ 268

€ 226

€ 222

€ 201

Elektrisch koken

LT-radiatoren

Duurzame opwekking

Totaal HT/MT warmtenet

Totaal LT/MT warmtenet

Totaal all-electric

Totaal hernieuwbaar gas

Woning gebouwd tussen 1975 en 1995

Huidige situatie (aardgas)

Isoleren Minumum

Basis

Aardgasloos alternatief HT-Warmtenet

MT-Warmtenet

All-electric

Hernieuwbaar

Zonnepanelen

gas Benodigde investeringen

-

€0

€ 5.259

€ 1.600

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10924476/2