RN 097 Transitievisie warmte Helmond 2021 (versie 1.1 def)
Tekst van het document
kiezen dan particuliere eigenaren. Verreweg de meeste woningen in de gemeente Helmond zijn tussen 1955 en 1995 gebouwd (zie onderstaande figuur).
5.5
Bouwperiode woningen
Het bouwjaar van woningen geeft een eerste indicatie van de isolatiewaarden van een woning (zie grafiek volgende pagina). In nagenoeg alle gevallen is een nieuwe woning beter geïsoleerd dan een oudere woning. De mate van isolatie is van invloed op de kansen voor een alternatieve warmtebron. Goed geïsoleerde woningen kunnen al verwarmd worden met een lage-temperatuur warmtebron (30-50°C). Dit kan bijvoorbeeld met een warmtepomp, een lage-temperatuur warmtenet, een WKO (Warmte-Koud opslag), aardwarmte of energie uit oppervlaktewater. Slecht geïsoleerde woningen moeten met een hoge-temperatuur warmtebron verwarmd worden omdat de warmtevraag hoger is. Hierbij kan men denken aan een hoge-temperatuur warmtenet of geothermie. Bij woningen gebouwd tussen 1955 en 1995 is een forse besparing op het aardgasgebruik te realiseren. Datzelfde geldt voor woningen gebouwd vóór 1955. Probleem bij woningen van vóór 1955 is echter dat naarmate woningen ouder worden, maatregelen lastiger uit te voeren zijn vanwege bepaalde bouwkundige eigenschappen van deze gebouwen: grote kans op een monumentale status en er zijn over het algemeen meer details in gevels zichtbaar.
-30-
Aantal woningen verdeeld naar bouwjaar (cijfers van het Kadaster, 2018)
-31-
5.5.1
Overheersende bouwperioden op buurtniveau
De cijfers op gemeenteniveau zien we ook terug op buurtniveau (zie onderstaand kaartje). Buurten met woningen gebouwd tussen 1955 en 1995 zijn in de gemeente Helmond oververtegenwoordigd. Er zijn echter ook een aantal buurten waarin overheersend oudere of jongere woningen staan. Deze buurten lenen zich waarschijnlijk voor een andere aanpak.
Overheersende bouwperioden per buurt in de gemeente Helmond
5.5.2
Clusters van historische, vooroorlogse en jonge woningen (zie bijlage IX voor een grotere kaart)
Verdeling bouwjaren op straatniveau
Op de kaart op de volgende bladzijde (zie bijlage IX voor een grotere kaart) zijn de locaties weergegeven waar relatief jonge woningen staan (gebouwd na 1995, groene vlekken) of juist relatief oude woningen (woningen gebouwd voor 1955, rode vlekken). Tevens is zichtbaar gemaakt waar historische bebouwing aanwezig is (rode vlekken met zwarte stippellijnen en nummering). De gebieden die geen kleur hebben gekregen, zijn gebieden met woningen gebouwd tussen 1955 en 1995.
5.6
Woningdichtheid
In gebieden of buurten met een hoge woningdichtheid is de kans op het realiseren van een collectief alternatief (bijvoorbeeld warmtenetten) groter dan in buurten met een lage woningdichtheid. De kosten per woning voor
De vlekkenkaart laat in een aantal gevallen een afwijkend beeld zien ten opzichte van bovenstaande kaart. Zo lijkt Heipoort hierboven voornamelijk te bestaan uit jonge woningen gebouwd na 2007. Als we inzoomen blijkt dat er inderdaad veel jonge woningen staan, maar dat er ook nog een aanzienlijk aantal vooroorlogse woningen in de buurt aanwezig zijn. Het omgekeerde geldt voor Vossenberg. Bovenstaand figuur suggereert dat er voornamelijk vooroorlogse woningen in deze buurt staan. Na inzoomen wordt zichtbaar dat er inderdaad veel oudere woningen aanwezig zijn, maar ook een aanzienlijk aantal jonge woningen.
een collectief alternatief worden bepaald op basis van schaal en woningdichtheid. Een grotere schaal en hoge woningdichtheid zorgen voor lagere kosten per woning. Als vuistregel wordt een woningdichtheid van 20-25 woning per hectare als ondergrens voor de realisatie van een collectief alternatief gehanteerd. In de gemeente Helmond is een aantal buurten met een hoge woningdichtheid. Het valt op dat de meeste buurten met de hoogste woningdichtheid niet op het bestaande warmtenet aangesloten zijn. Het is dus interessant om de mogelijkheden van (duurzame) uitbreiding van het warmtenet te verkennen. Deze keuze kan niet alleen gemaakt worden
De bovengenoemde buurten zijn een goed voorbeeld dat het in de praktijk niet haalbaar is om hele buurten eenzelfde stempel te geven. We zullen op straatniveau alternatieve warmtevoorzieningen moet toekennen. De gebieden hoeven ook
op basis van de woningdichtheid. Hiervoor zal alle beschikbare informatie gecombineerd moeten worden. In een later stadium van de Transitievisie wordt daarom bepaald of uitbreiding van het warmtenet wenselijk is.
niet beperkt te worden door de buurtgrenzen zoals onderstaande kaart laat zien. Groene en rode vlekken lopen door van de ene naar de andere buurt.
-32-
-33-
5.7
Aardgasgebruik
Het totale gasverbruik zegt niets over het verbruik in de woningen afzonderlijk. Een gedetailleerd verbruik per woning is op dit moment nog niet van belang. Dit komt pas aan de orde bij de buurtwarmteplannen en de uitvoeringsplannen. Het is wel interessant om te kijken in hoeverre het gemiddeld gasverbruik verschilt per woningtype. Daarom is hieronder weergegeven hoe het gasverbruik per woningtype eruit ziet. De hoogte van het gasverbruik zegt niet altijd iets over de kansen voor aardgasloze renovatie. Daarvoor zijn een aantal aanvullende gegevens nodig zoals de grootte en het bouwjaar van de woning.
Woningdichtheid per buurt in de gemeente Helmond
5.6.1
Woningdichtheid op straatniveau
De bovenstaande kaart bevestigt min of meer wat we op de kaart van paragraaf 5.7.2 zien. De meeste buurten die op buurtniveau een relatief hoge woningdichtheid hebben, zien we ook op de kaart in 5.7.2 terugkomen. Deze kaart geeft de kansen voor warmtenetten weer op basis van woningdichtheid. In een aantal buurten die op de bovenstaande kaart met een lage woningdichtheid zijn weergegeven, zien we in 5.7.2 lokaal toch kansen voor een warmtenet. Waarschijnlijk worden deze buurten aangemerkt met een lage dichtheid omdat een aanzienlijk oppervlak binnen de buurtgrenzen onbebouwd is. Het onbebouwd oppervlak wordt wel meegeteld in de berekening van de woningdichtheid.
Gemiddeld gasgebruik in de gemeente Helmond per woningtype (cijfers uit Klimaatmonitor, 2018)
-34-
-35-
5.7.1
Aandeel aardgasverbruik per buurt
Gemeentelijke gemiddelden vertellen niet het hele verhaal. Daarom zoomen we in naar buurtniveau en beoordelen de verschillende buurten op basis van de combinatie ‘gemiddeld gasverbruik per woning’ en ‘totaal gasverbruik per buurt’. Een hoog verbruik per woningen en een hoog verbruik per buurt geeft waarschijnlijk aan dat er veel slecht geïsoleerde woningen in een wijk staan. Een hoog verbruik per woning en een laag totaal per buurt geeft waarschijnlijk aan dat er veel vrijstaande woningen in een buurt staan. Zo kunnen we op basis van de kaart op de volgende bladzijde afleiden wat er in een buurt gebeurt op het gebied van aardgasverbruik.
Kansen warmtenet
Verhouding tussen gemiddeld verbruik per woning en het totale gasverbruik in de verschillende buurten van Helmond
5.7.3
Energielabels
Het energielabel is een maatstaf om te zien hoe energiezuinig een woning is. De mate van isolatie is hierin een belangrijk Aan de hand van bepaalde uitgangspunten kan voor dit criterium een keuze gemaakt worden voor buurten waar we gaan starten. Een logisch startpunt zijn buurten met een hoog of gemiddeld verbruik per woning en een hoog totaalverbruik per buurt. Dit zijn waarschijnlijk buurten met slecht geïsoleerde woningen waar dus nog grote stappen qua energiebesparing gezet kunnen worden.
5.7.2
aspect. Een woning met een goed energielabel (A is goed, G is slecht) is dus een goed geïsoleerde woning. Door beter te isoleren zal een woning een hoger energielabel krijgen. Een beter energielabel zorgt niet alleen voor een lager energiegebruik (en dus lagere kosten) en een comfortabele woning. Ook de woningwaarde stijgt en woningen met een goed energielabel zullen in de toekomst waarschijnlijk sneller verkocht worden. Er zijn twee verschillende energielabels; voorlopige en geldige energielabels. In 2015 is voor veel woningen in Nederland
kansen warmtenet op basis van de woningdichtheid
In de figuur van paragraaf 5.6.1 wordt duidelijk dat er in meerdere buurten kansen voor warmtenetten zijn. Vervolgens is er verder ingezoomd op de bebouwing om te kijken waar precies de kansen liggen. Gegevens op buurtniveau zien er vaak anders uit dan op straat- of gebouwniveau waardoor er in buurten met een lage woningdichtheid toch lokaal kansen zijn voor warmtenetten. De groene vlekken geven weer waar op basis van de woningdichtheid (een belangrijk aspect om de haalbaarheid van warmtenetten te bepalen) mogelijk kansen voor een warmtenet zijn. Dit betekent nog niet dat er in alle groene vlekken ook daadwerkelijk een warmtenet gaat komen. Een duurzame bron of bronnen is een ander belangrijk aspect. De aanwezigheid en haalbaarheid van bronnen moet nog verder onderzocht worden.
een voorlopig energielabel opgesteld. Dit label is gebaseerd op gegevens uit het Kadaster (woningtype, grootte van de woning en bouwjaar) en op gegevens van vergelijkbare woningen. In de praktijk kan een woning een slechter maar ook een beter energielabel hebben doordat de woning bijvoorbeeld een grootschalige verbouwing hebben gehad waarbij ook aandacht is geschonken aan isolatie. Voorlopige labels vertellen dus vaak niet het volledig verhaal. Wanneer een woning verkocht wordt moet er een definitief en geldig label aangevraagd worden. Op basis van een aantal vragen van de Rijksoverheid kunnen woningeigenaren tegenwoordig relatief snel en gemakkelijk een label definitief maken, https://www.energielabelvoorwoningen.nl. Dit brengt echter ook het risico op foutieve labels met zich mee omdat het label niet door een deskundige is opgesteld. Het is wel belangrijk om een label definitief te maken zodat de koper een goede indicatie heeft van het energieverbruik (en daarmee ook de belasting op het milieu), de maandelijkse energielasten en het comfort van een woning.
-36-
-37-
6
Bronnen en infrastructuur
Het uiteindelijke doel is om van de gemeente Helmond een aardgasloze gemeente te maken. Daar waar woningen nu nog met aardgas verwarmd worden, moeten alternatieve technieken/bronnen in de toekomst het aardgas vervangen. Er zijn op dit moment al verschillende alternatieven beschikbaar (zie par. 6.1), mogelijk dat er in de toekomst nog andere technieken ontwikkeld worden. Eén van de belangrijkste kenmerken van de nieuwe technieken is een stijgend elektriciteitsverbruik. Daar waar we aardgas vervangen, gaan we in vrijwel alle gevallen meer elektriciteit verbruiken. Deze elektriciteit moet in de toekomst duurzaam opgewekt worden en dat brengt een flinke uitdaging met zich mee. De ruimte voor duurzame elektriciteitsopwekking in Nederland is immers schaars. De huidige elektriciteitsvraag kan al niet of nauwelijks op duurzame wijze worden ingevuld en de impact van grootschalige opwekking (windturbines en zonnevelden) is groot. De toename van de elektriciteitsvraag heeft bovendien consequenties voor de infrastructuur. Een aanzienlijk hoger elektriciteitsverbruik zorgt voor een verzwaring van de huidige kabels en het toevoegen van transformatorstations. Dit brengt aanzienlijke kosten met zich mee en ook in het onderhoud is een zwaarder netwerk een stuk duurder.
We vinden het daarom belangrijk dat we de mogelijkheden voor duurzame warmtenetten (het belangrijkste andere alternatief) zoveel mogelijk benutten. Individuele warmtepompen zijn in de meeste gevallen kansrijk, maar dit Meest voor komende energielabels per buurt van de gemeente Helmond
impact van dit alternatief op het elektriciteitsnetwerk is groter dan de impact van warmtenetten.
Om op basis van feiten te kunnen werken, is voor de gemeente Helmond in
6.1
figuur hiernaast een overzicht van de verdeling van de geldige energielabels
Alternatieve technieken
weergegeven (de voorlopige labels zijn niet in deze cijfers verwerkt). Bovenstaande kaart laat per buurt zien welke energielabels het meeste voor komen. De kaart
Er zijn op dit moment grofweg drie manieren om woningen zonder aardgas te verwarmen.:
laat zien dat de gemeente Helmond op buurtniveau er redelijk voor staat qua
• All-electric, Elektrische warmtepomp (met de bodem of de buitenlucht als bron), Elektrische Cv-ketel,
energielabels. In een behoorlijk aantal buurten is label C het label dat het meeste
Infraroodpanelen en Hybride warmtepomp (tussenoplossing);
voor komt. Ook is er een aantal buurten waar zelfs label B of label A het meeste
• Collectieve systemen, op basis van: Restwarmte, Biomassa en/of Geothermie;
voor komt. Echter is maar 40% van de labels een geldig label en dus opgenomen
• Hernieuwbaar gas, o.a. Groen gas, Biogas, Micro-WKK en Waterstof. Waarschijnlijk zullen er in de toekomst
in de bovenstaande cijfers. Tevens is er in Helmond de laatste jaren flink wat
nog innovatieve warmtetechnieken ontwikkeld worden die op termijn voor nieuwe oplossing gaan zorgen.
gebouwd, wat zorgt voor een positieve impact op de verdeling van geldige energielabels. Om daadwerkelijk conclusies te kunnen trekken moeten kaarten en informatie uit de voorgaande paragrafen met elkaar vergeleken worden. In het vervolgtraject zijn gesprekken met stakeholders hierin ook van groot belang.
5.8
Verdeling van geldige energielabels in de gemeente Helmond
In bijlage V worden de verschillende alternatieven kort beschreven en op de Inventarisatiekaart (apart bestand) zijn kansrijke bronnen in de gemeente Helmond weergegeven.
6.1.1
Energieprofielen en energiearmoede
Isoleren altijd uitgangspunt
Voor een aantal alternatieve bronnen is het een vereiste om de schil van de woning goed te isoleren. Maar ook wanneer
Naast bovenstaande data is een analyse gemaakt van de energieprofielen van elke wijk. Deze zijn in kaart gebracht op de website helmond.incijfers.nl. Naast de match met bovenstaande data is met name het aspect van energiearmoede uitgewerkt.
het niet direct nodig is (omdat er een bron met hoge-temperatuur energie toegepast wordt), is het aan te bevelen om toch zoveel mogelijk te isoleren. Alle energie die niet gebruikt wordt vanwege een goede isolatie hoeft immers niet opgewekt en getransporteerd te worden. En we hebben al geconstateerd dat we in geen geval alle benodigde energie binnen onze gemeente duurzaam (of in onze regio) op kunnen wekken. Isolatie kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat we tegen dezelfde kosten veel meer woningen op een warmtenet aan kunnen sluiten of dat er minder biogas nodig is om eenzelfde aantal woningen te verwarmen. In bijlage VI wordt dieper ingegaan op het isoleren van gebouwen. Ook zien we dat met het transformeren van de energievraag alleen we nooit onze opgave kunnen invullen. Besparen is een 1e essentiële stap.
-38-
-39-
6.1.2
Hybride warmtepomp (transitie optie)
om het warmtenet wel aan te leggen (om aan te sluiten bij de renovatieplannen van de woningcorporatie) en het net aan
Een hybride warmtepomp (een warmtepomp naast een CV-ketel) is een goed alternatief om het aardgasverbruik flink te
te sluiten op een transitiebron. Aardgas kan in dit geval nog als transitiebron toegepast worden. Het is dan wel aan te
verminderen. In veel gevallen zal het een tijdelijk alternatief zijn tot het moment dat een gebouw volledig aardgasloos
bevelen om het benodigde energiegebruik zoveel mogelijk te beperken (zie ook paragraaf 6.1.1).
wordt. In een aantal gebouwen (bijvoorbeeld monumentale gebouwen die niet zo goed geïsoleerd kunnen worden) kan het ook een eindoplossing zijn. Uiteindelijk wordt de CV-ketel naast de warmtepomp niet meer gevoed door aardgas maar bijvoorbeeld door groen gas of waterstof. Qua investering is een hybride warmtepomp goedkoper dan een stand-
6.3
Bronneninventarisatie
alone warmtepomp. Dit heeft niet zo zeer met de aanschaf van de warmtepomp te maken (die moet je in beide gevallen immers laten plaatsen), maar wel met de benodigde maatregelen in een woning. Voor een hybride warmtepomp hoeft
Zowel op landelijk als op provinciaal niveau zijn warmtebronnen in beeld gebracht op basis van openbare informatie.
minder goed geïsoleerd te worden (kan natuurlijk wel, alle energie die je bespaart hoeft niet opgewekt te worden) en
RVO heeft de landelijke WarmteAtlas opgesteld. De provincie Noord-Brabant heeft het warmtebronnenregister
is het niet nodig om de radiatoren te vervangen. Kijk je naar maandlasten en de langere termijn dan is een stand-alone
ontwikkeld (www.brabant.nl/warmtebronnenregister). Dit register geeft een geografisch overzicht van huidige en
warmtepomp mogelijk goedkoper. De prijs voor aardgas zal, zoals we nu al zien, naar verwachting de komende jaren
potentiële warmtebronnen in Brabant. Op basis van het provinciale warmtebronnenregister zijn in regionaal verband de
flink stijgen. Uiteindelijk zal per gebouw en per woning(type) geïnventariseerd moeten worden wat de beste oplossing is.
belangrijkste (potentiële) bronnen voor Zuidoost-Brabant in kaart gebracht. De belangrijkste bronnen in Helmond worden
Tevens wordt door het Rijk nu ook ingezet op subsidies voor hybride oplossingen.
weergegeven in de los bijgevoegde Inventarisatiekaart.
Te vinden op https://www.tweedekamer.nl.
6.1.3
6.4
Zonnepanelen en elektrische koken
De mening van de Helmondse stakeholders
Naast isoleren zijn zonnepanelen en elektrische koken duurzame maatregelen waar je eigenlijk nooit spijt van krijgt. Elektrische koken is een vanzelfsprekende stap omdat we in de toekomst geen aardgas meer mogen gebruiken, ook niet
Om de mening van belangrijke stakeholders te inventariseren, heeft de gemeente Helmond met raads- en
voor het koken. Daarnaast wordt aardgas alsmaar duurder waardoor het vanuit financieel oogpunt ook interessant kan
commissieleden en met andere stakeholders zoals de woningcorporaties, de bedrijvenorganisaties en het Energiehuis een
zijn om zo snel mogelijk over te stappen op elektrisch koken. Zonnepanelen zijn, mede door de sterk dalende prijzen van
dilemmadialoog gevoerd over de energietransitie. Voor het onderdeel Warmte, heeft dit geleid tot de volgende conclusies:
de afgelopen jaren, financieel erg interessant. Met zonnepanelen kan je energie min of meer gratis ‘van het dak halen’. Hierdoor kan het huidige verbruik duurzaam opgewekt worden, maar ook het extra energieverbruik voor bijvoorbeeld een
Algemeen: individueel versus collectief
(hybride) warmtepomp (zie ook par. 6.1.2). Hierdoor worden deze investeringen ook interessanter.
De meeste individuele warmtevoorzieningen (bv. lucht- of bodemwarmtepompen) kunnen prima worden toegepast en zijn in sommige delen van de stad ook de enige optie. Collectieve warmtevoorzieningen zoals een warmtenet zijn in een
6.1.4
Koeling wordt steeds belangrijker
deel van de stad een goed alternatief. Daarbij vinden we wel een aantal aspecten belangrijk:
Daar waar verreweg de meeste verwarmingssystemen op dit moment nog voornamelijk op een wintersituatie worden berekend (het systeem moet bij lage temperaturen een gebouw nog steeds warm kunnen krijgen) is het goed voor te stellen dat de systemen in de toekomst steeds meer op het zomerse klimaat uitgelijnd worden. We zien steeds minder echte koude dagen in de winter en juist steeds meer echte warme dagen in de zomer. Koeling kan daarmee een belangrijk onderdeel van de toekomstige warmtevoorziening worden en moet in de vervolgfasen voldoende aandacht krijgen.
• We willen in Helmond geen warmte-aanbieder met een monopolypositie. We streven naar meerdere kleine voorzieningen of een open warmtenet met meerdere bronnen; • Het eigenaarschap is een belangrijk punt. We geven de voorkeur aan gezamenlijk (coöperatief) eigendom of eigendom middels een semi publieke partij; • De gemeente als eigenaar, heeft niet onze voorkeur maar wordt niet bij voorbaat uitgesloten. De gemeente moet als onafhankelijke partij de kwaliteit van de warmtevoorziening kunnen bewaken. We zien voor de gemeente wel de taak om partijen bij elkaar te brengen en partners te laten aanhaken;
6.2
Van transitiebron naar duurzame eindbron
• Een nadeel van warmtenetten is het gebrek aan keuzevrijheid voor de afnemer. We streven naar een situatie waarbij afnemers nog een keuze hebben;
In de praktijk is het goed mogelijk dat de transitie in een woning of een gebied van start gaat zonder dat er gelijk gebruik gemaakt kan worden van een duurzame warmtebron. In dat geval is het mogelijk om gebruik te maken van
• De kosten voor afnemers zijn eveneens een belangrijk aandachtspunt. We lobbyen bij de landelijke overheid om te komen tot rechtvaardige kosten (Warmtewet).
een transitiebron, mits er op termijn voldoende zicht is op inpassing van een duurzame bron. Een voorbeeld: een woningcorporatie heeft grootschalige renovaties in een buurt gepland staan en in die buurt wordt een warmtenet als meest gunstig alternatief bepaald. In de toekomst wordt zonthermie als kansrijke duurzame bron voor het warmtenet gezien, maar het is nu nog niet haalbaar om het warmtenet op deze bron aan te sluiten. Dan kan ervoor gekozen worden
-40-
-41-
6.5
Warmtebronnen
Infrastructuur
Onze visie ten aanzien van de warmtebronnen is als volgt: • Luchtwarmte: luchtwarmtepompen zijn een prima oplossing (zowel individueel als collectief), mits geluidsoverlast wordt voorkomen;
In Helmond is al bijna 40 jaar (sinds begin jaren ’80 van de vorige eeuw) een warmtenet
• Bodemwarmte: hiervoor geldt hetzelfde als voor luchtwarmte. In dit geval is het bewaken van de bodemkwaliteit een extra punt van aandacht;
aanwezig dat wordt beheerd door Ennatuurlijk. De warmtebron van het warmtenet is de
• Zonthermie: zonnecollectoren kunnen zowel individueel als collectief worden toegepast. Omdat de warmte niet continu ontstaat, is wel een buffervoorziening nodig;
warmtekrachtcentrale aan de Achterdijk. Deze centrale levert jaarlijks ongeveer 243 TJ warmte
• Restwarmte van bedrijven: we geven er de voorkeur aan dat bedrijven het ontstaan van restwarmte zoveel mogelijk
aan 6.500 huishoudens en bedrijven in de
voorkomen (besparen of intern gebruiken). Restwarmte die desondanks vrij komt, zetten we graag in. Daarbij is het
volgende buurten (met achter elke buurt het
belangrijk dat we niet afhankelijk worden van één bedrijf omdat het dan lastig is om de levering te garanderen. Door
percentage woningen dat aangesloten is):
meerdere warmteleveranciers toe te laten op een open warmtenet, kan het risico van afhankelijkheid worden beperkt; • Aquathermie: de potentie is mogelijk groot, maar het gaat om een relatief lage temperatuur warmtebron. Onderzoek naar de toepassing van deze bron is zeker zinvol en daar zetten we dan ook op in; • Geothermie: de potentie zou erg groot kunnen zijn, maar de haalbaarheid is nog lang niet zeker. Op korte termijn is
• Beisterveldse Broek (31%) • Straakven (10%) • Brouwhuis-Dorp (9%)
dit geen bron waar we gebruik van kunnen maken. We blijven in elk geval actief betrokken bij alle lopende onderzoeken
• Brouwhuis-west (100%)
middels de Green Deal Geothermie Brabant;
• Brouwhuis-oost (82%)
• Biomassa: de meningen over biomassa lopen nogal uiteen. Voorstanders geven aan: Wanneer biomassa op een
• Brouwhorst (96%)
duurzamere manier kan worden toegepast, bijvoorbeeld in de vorm van GFT dit een optie zou zijn (vergisten).
• Rijpelberg-oost (100%)
Denk hierbij aan biomassa afkomstig uit de regio die niet anders kan worden toegepast (bijvoorbeeld in een
• Rijpelberg-west (100%)
overgangssituatie naar een duurzamere bron). Het voorkomen van overlast is daarbij wel essentieel. In alle geval zien
• Berkendonk (11%)
Het warmtenet van Helmond, de rode fabriek geeft aan waar de warmtekrachtcentrale ligt (bron: Ennatuurlijk)
we geen toepassingen voor de verbranding van biomassa in algemene zin, in elk geval niet voor grootschalige houtstook; • Inzet duurzaam gas: biogas is (nog) niet voldoende beschikbaar. We zien wel kansen voor waterstof als drager voor
6.6
Warmtelevering
energie. Maar waterstof moet dan wel duurzaam worden opgewekt. De ontwikkelingen rond waterstof zullen we wel op de voet volgen.
Een warmtekrachtcentrale produceert middels een warmtekrachtkoppeling niet alleen warmte maar ook elektriciteit. Deze productie vindt tegelijkertijd plaats in hetzelfde proces. Aardgas wordt verbrand waardoor warmte en stoom
Omdat klimaatverandering al een feit is en we steeds vaker te maken krijgen met warme zomers, hebben bronnen
ontstaat. De warmte (70°C) wordt via het warmtenet naar de woningen en bedrijven getransporteerd en de elektriciteit
en technieken die ook kunnen worden ingezet voor de koeling van panden (bv. toepassing warmte-koude-opslag) een
wordt direct in het hoogspanningsnet gevoed (zie onderstaande figuur).
streepje voor. Hierin zijn ook de gesprekken met inwoners die het Energiehuis jaarlijks voert meegenomen, inclusief eventuele opmerkingen.
Schematische weergave van de werking van het warmtenet in Helmond (bron: Ennatuurlijk)
-42-
-43-
7 6.7
Verduurzaming en potentiele groei warmtenet
Selectie koploperbuurten
Een belangrijk onderdeel van de Transitievisie Warmte is het opstellen van een planning waarin is opgenomen wanneer, en in welke buurten/gebieden er gestart wordt met de transitie. Daarbij is het belangrijk inzicht te verkrijgen in welke
Ennatuurlijk heeft de mogelijkheden voor een duurzame warmteproductie in de afgelopen jaren onderzocht.
alternatieve warmtevoorzieningen voor de verschillende buurten het meest geschikt zijn. Om een rationele keuze te
Ennatuurlijk heeft, naar aanleiding van deze interne studie naar mogelijke verduurzamingsoplossingen, in eerste instantie
kunnen maken tussen meerdere alternatieven is in samenwerking met de stakeholders een multicriteria-analyse (MCA)
de voorkeur uitgesproken voor de ontwikkeling van een houtgestookte biomassamassa centrale. Er is echter onvoldoende
uitgevoerd. Bij de prioritering maken we onderscheid tussen woonbuurten (waar in veel gevallen ook dienstverlenende
maatschappelijk draagvlak voor een houtgestookte biomassacentrale in Helmond, mede gelet op de reeds langlopende
bedrijven gevestigd zijn maar de focus op wonen ligt) en bedrijventerreinen. Bij het invullen van deze MCA is uitgegaan
geurproblematiek. Samen met Ennatuurlijk en de provincie Noord-Brabant is gewerkt aan een plan van aanpak om te
van de stand van zaken zoals die ten tijden van uitvoering (voorjaar 2020) was. Ontwikkelingen in buurten gaan echter
onderzoeken of alternatieve duurzame bronnen voor het bestaande net toepasbaar zijn. Waarbij gekeken is naar de
door, waardoor in verloop van tijd ook anders gescoord kan worden op de verschillende criteria. Minimaal iedere 5 jaar
transformatie van het warmtenet als keten. Inmiddels is ervoor gekozen de aquathermie oplossing verder uit te werken.
worden deze criteria opnieuw gewogen.
We hebben u hierover reeds geïnformeerd middels een raadsinformatie brief in mei 2021. Op basis van de kaders die vanuit het Rijk zijn gesteld, lijkt aquathermie in eerste instantie het meest kansrijk. Het
7.1
Prioriteringscriteria woonbuurten
ontwerpen en bouwen van deze installatie in de Zuid-Willemsvaart brengt nog de nodige onzekerheden met zich mee op het vlak van de technische uitvoering, de ruimtelijke inpassing, milieutechnische eisen, de vergunning en subsidie. Ook
Voor de prioritering van woonbuurten sluiten we aan bij de criteria die in de Handreiking van het landelijke
is voor de uitvoering van deze installatie de opwek van duurzame elektriciteit een voorwaarde. Deze plannen worden in
Expertisecentrum Warmte worden genoemd. We hanteren in Helmond de volgende criteria:
2021 en 2022 verder uitgewerkt.
1. Eindgebruikerskosten; 2. Aansluiten bij natuurlijke momenten;
Alternatieven voor de toekomst
3. De technische categorisering van een buurt;
Informatie over de diepe ondergrond in Helmond is naar verwachting pas in 2022 beschikbaar vanuit het programma
4. Het aandeel corporatiewoningen in een buurt;
SCAN. Hoewel informatie over de ondiepe ondergrond (tot 1500 meter) wel beschikbaar is en een relevantie
5. Aanwezigheid van initiatieven in de buurt;
optie lijkt, dient eerst de ondergrondse informatie verder onderzocht te worden. Restwarmte uit een nieuwe
6. De mate waarin het aardgasvrij maken van een buurt bijdraagt aan de nationale en lokale besparingsdoelstellingen.
composteringsinstallatie is wat dat betreft reëler, vanwege de relatief hoge aanvoertemperatuur, al zou daarvoor een
7. De mate van bewonersacceptatie;
nieuwe installatie moeten worden gebouwd. Beide oplossingen passen voor deze casus nog niet in de uitvoeringskaders
8. Aanwezigheid duurzame bronnen;
van het Rijk en kennen daarnaast ook financiële onzekerheden, waardoor uitvoering nog niet haalbaar is, maar voor de
9. Het jaarlijks inkomen per huishouden;
toekomst wel een optie.
10. Nationale kosten; 11. Verhuisgraad Hieronder beschrijven we kort wat deze criteria inhouden. In bijlage X gaan we hier dieper op in en is per criterium opgenomen hoe de situatie in Helmond is. Prioriteringscriterium 1: Eindgebruikerskosten Het PBL heeft in de Startanalyse de eindgebruikerskosten kosten van de verschillende warmtestrategieën per buurt berekend. Onder deze kosten vallen alle kosten die de gebruiker (huurder/particuliere woningbezitter) moeten betalen voor een aardgasvrije strategie. Dat zijn kosten voor energie én voor het gebruik van installaties en isolatie; Daarbij is rekening gehouden subsidies en belastingen. Eindgebruikerskosten zijn – met andere woorden – de kosten die iedereen dagelijks ervaart. Hoe hoger de eindgebruikerskosten, hoe lager de score op dit criterium. Prioriteringscriterium 2: Aansluiten bij natuurlijke investeringsmomenten Bestaande planningen zoals de investeringsagenda voor infrastructuur kunnen van invloed zijn op de keuzes die gemaakt worden in buurten. Wanneer je aan kunt sluiten op natuurlijke investeringsmomenten, kan dit de kosten drukken en de overlast beperken (benutten van meekoppelkansen). Een belangrijke beweging waar we op aansluiten, zijn de integrale wijkontwikkelingsplannen die voor verschillende wijken in Helmond worden gemaakt.
-44-
-45-
Voor individuele woningeigenaren zijn natuurlijke investeringsmomenten zoals de vervanging van een cv-ketel of
Tussen 18 september en 31 oktober bezochten Gemeente Helmond en EnergieHuis Slim Wonen samen 10 prioritaire
de aanschaf van een ander huis, belangrijke momenten om een extra stap te zetten. Hoewel dit niet kan worden
buurten om met inwoners in gesprek te gaan over de energietransitie, de plannen voor een aardgas vrije gemeente en
meegenomen bij de prioritering van wijken en buurten, is het voor de totale warmtetransitie belangrijk dat deze
verschillende energiebespaarmogelijkheden die inwoners kunnen toepassen alvorens de energietransitie concreet wordt
momenten zoveel mogelijk worden benut.
uitgevoerd. Tevens was de karavaan onderdeel van de Fairtrademarkt op 31 oktober jongstleden. De overall conclusies van deze eerste gesprekken zijn: energiebesparing en vooral de energietransitie naar aardgas vrij wonen zijn voor de
Prioriteringscriterium 3: Technische categorisering
meerderheid van de gesproken inwoners een ‘ver-van-mijn-bed-show’. De meest gehoorde reactie tijdens de gesprekken
De technische categorisering speelt ook een rol bij het selecteren van de meest kansrijke buurten. Per categorie is, op basis
is: wat moet dat dan kosten en wie gaat dat betalen? Per wanneer moet ik iets doen? En wat doen de bedrijven? Inwoners
van bouwjaren en woningdichtheid, een inschatting gemaakt van de technische en economische haalbaarheid van de
verwachten wel dat ze door de gemeente en woningbouwcorporaties op de hoogte worden gebracht van eventuele
warmtetransitie. Op basis hiervan is er een prioriteit toegekend aan de verschillende categorieën. Deze prioriteit geeft aan
plannen en dit ook vroegtijdig zullen horen.
of het vanuit technisch oogpunt slim is om snel te starten met de transitie in de buurten uit deze categorie of juist voor We zien dat de visie en hierin gegeven scenario’s nog vrij hoog over zijn. Het geeft natuurlijk richting maar nog geen
de hand ligt om nog even te wachten.
aanleiding tot een gesprek. Bij de uitwerking van deze visie tot uitvoeringsplannen zal dit natuurlijk anders zijn. Prioriteringscriterium 4: Aandeel corporatiewoningen
Het is mogelijk dat één of meerdere koploperbuurten alsnog later gepland worden, omdat blijkt dat het draagvlak
De landelijke Handreiking spreekt over het criterium Contracteerbaarheid: in buurten waar een relatief beperkt aantal
dusdanig laag is dat hier eerst aandacht aan besteed moet worden. Dit zullen we in het vervolgtraject ophalen ten
partijen een groot deel van het vastgoed bezit, wordt het contracteren van de warmtevraag eenvoudiger omdat er maar
behoeve van de wijkuitvoeringsplannen. Andersom kan natuurlijk ook, wanneer inwoners in een bepaalde wijk juist zelf
met een beperkt aantal partijen afspraken hoeven te worden gemaakt. Wanneer in een buurt veel corporatiewoningen
vragen om prioritering.
aanwezig zijn, kan dit de transitie vergemakkelijken. Voor de corporatiewoningen hoeft de gemeente namelijk maar met één partij om tafel. Voor woningen in particulier eigendom is de eigenaar van elke afzonderlijke woning in principe één
Prioriteringscriterium 8: Aanwezigheid duurzame bronnen
partij. Dit maakt het veel lastiger om een transitie in gang te zetten.
Bronnen van duurzame warmte zijn beperkt aanwezig, niet alleen in Helmond maar in heel Nederland. Het is daarom verstandig om alle geschikte bronnen zo optimaal te benutten. Dit kunnen bronnen van restwarmte bij bedrijven zijn,
Prioriteringscriterium 5: Aansluiten bij lokale buurtinitiatieven
maar ook oppervlaktewater voor aquathermie, grote wegen voor asfaltthermie en geschikte locaties voor zonnepanelen
De bereidheid onder stakeholders en inwoners om aardgasvrije renovaties uit te voeren is van groot belang. Alle
en wind.
technische en demografische randvoorwaarden ten spijt, als de stakeholders en inwoners niet willen of kunnen renoveren dan houdt het eigenlijk op. Wij denken dat het verstandig is om in die buurten te starten waar al veel initiatieven spelen.
Prioriteringscriterium 9: Jaarlijks inkomen per huishouden De gemeente Helmond vindt het voorkomen van energiearmoede belangrijk. Met de stijgende energielasten (en andere
Prioriteringscriterium 6: Bijdrage aan doelstellingen
woonlasten) wordt het voor de lagere inkomens steeds moeilijker om de vaste lasten te kunnen betalen, maar belangrijker
Voor het halen van de besparingsdoelen is het aantrekkelijk om in buurten te beginnen waar een hoge besparing
nog om investeringen in hun woning te doen. Door het aandeel van de energienota ten opzichte van het jaarlijks inkomen
gerealiseerd kan worden. Wanneer alleen de besparing op buurtniveau bekeken zou worden, dan komende de
als prioriteringscriterium mee te nemen, kunnen buurten met lagere inkomens en daar waar energiearmoede op de loer
buurten met de meeste woningen over het algemeen boven drijven. Daarom is er een combinatie gemaakt tussen het
ligt eerder aangepakt worden.
aardgasverbruik per woning (verdeeld over hoog verbruik per woning, gemiddeld verbruik en laag verbruik) en het totale aardgasverbruik in een buurt. Hiermee wordt zichtbaar gemaakt welke buurten interessant zijn om als eerste aan te
Prioriteringscriterium 10: Nationale kosten
pakken wanneer alleen gekeken wordt naar het aardgasverbruik.
Naast de eindgebruikerskosten heeft het PBL ook de nationale kosten van de verschillende strategieën per buurt berekend. De nationale kosten zijn de totale financiële kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om in een buurt een
Prioriteringscriterium 7: De mate van bewonersacceptatie
strategie uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt. Hoe hoger de nationale kosten, hoe lager een buurt scoort op dit
Bewonersacceptatie is een belangrijk aspect van de warmtetransitie. Wanneer bewoners niet mee willen doen dan
onderdeel.
wordt het lastig om de warmtetransitie in de betreffende buurt uit te voeren. Om zorgen weg te nemen, reacties van bewoners op te halen en vragen te beantwoorden, is er een zogenaamde Energie Karavaan gehouden. Deze karavaan
Prioriteringscriterium 11: Verhuisgraad
heeft door Helmond gereden en verschillende buurten aan gedaan om aandacht te vragen voor de Transitievisie Warmte.
Een verhuizing is een individueel natuurlijk moment om een woning te verduurzamen. Een hoge verhuisgraad brengt dan
De Karavaan is gestart met de buurten die als beste uit de multicriteria-analyse komen (de zogenaamde kopgroep, zie ook
ook veel kansen met zich mee om woningen bijvoorbeeld te isoleren.
paragraaf 7.2).
-46-
-47-
7.2
Uitkomsten multicriteria-analyse
De groep die het meest geschikt is om te starten met de transitie naar aardgasvrij bestaat uit de volgende 10 buurten (groene balken in bovenstaande grafiek en groene gebieden op de onderstaande kaart):
Met de prioriteringscriteria die in de vorige paragrafen zijn gedefinieerd, is een multicriteria-analyse (MCA) uitgevoerd. Daarbij zijn in overleg met de stakeholders aan de verschillende criteria weegfactoren toegekend: Wat weegt zwaarder:
1. Brouwhuis-West
de kosten voor de eindgebruiker of de toevallige aanwezigheid van een bron. De weging die de stakeholders gekoppeld
2. Brouwhuis-Oost
hebben aan de criteria staat in bijlage X. Ook het toekennen van scores per criterium is in samenspraak met alle
3. Rijpelberg-Oost
stakeholders uitgevoerd. Daarbij komt ook dat de stakeholders konden aangeven of op voorhand in te schatten is of
4. Rijpelberg-West
een eventueel vervolgtraject in een bepaalde wijk opportuun is of niet. Voor de wijk Bloemenvelden is vanuit het Wijk
5. Annabuurt en Suytkade
Ontwikkel Plan aangegeven dat dit niet wenselijk is. Deze buurt is dan ook niet meegenomen in onderstaande ranking.
6. Leonardus
Voor de wijken Brand en Veste geldt dat deze bij voorkeur voorlopig buiten de prioritering worden gelaten omdat
7. Centrum
Helmond primair wil inzetten in de lagere inkomens en gemengde wijken. Deze twee buurten zijn om die reden naar
8. Stationsgebied
achteren geschoven.
9. Eeuwsels 10. Binderen
Als we de punten die de verschillende buurten scoren bij elkaar optellen, komen we tot een ranking van alle buurten in de gemeente Helmond (zie onderstaande grafiek). Deze ranking geeft de mate van geschiktheid van de gehele buurt aan voor de transitie naar aardgasvrij. Het lijkt het meest logisch om de transitie naar aardgasvrij te starten in de buurten met
In het volgende hoofdstuk gaan we in op de alternatieve warmtevoorzieningen voor deze koploperbuurten.
de hoogste scores. Dat wil niet zeggen dat alle woningen/panden in deze buurten tegelijk van het aardgas losgekoppeld kunnen of zullen worden, maar de omstandigheden in deze buurten als geheel zijn het meest gunstig. In bijlage X is toekenning van wegingsfactoren en scores verder uitgewerkt.
7.3
Planning
Uit de multicriteria-analyse (MCA) wordt duidelijk welke buurten het meest geschikt zijn om de transitie naar aardgasvrij te starten. Dat wil niet zeggen dat er voor de andere buurten geen stappen gezet hoeven te worden. We adviseren een stapsgewijze aanpak waarbij overal gestart kan worden met informeren en isoleren. Wanneer een buurt in de analyse als geheel lager scoort dan een andere buurt, kunnen er toch woningen zijn waar de transitie naar aardgasvrij relatief gemakkelijk kan plaatsvinden. Omdat de gemeente Helmond in 2035-2045 klimaatneutraal wil zijn, is er relatief weinig tijd voor het transitieproces. Zoals in de globale planning (zie figuur volgende pagina) goed zichtbaar is, zijn er een aantal trajecten waarmee direct gestart kan worden. Dit zijn de uitvoeringsplannen voor de koploperbuurten en het informeren, participeren en isoleren. De laatste drie trajecten zijn doorlopende trajecten die tot het einde van de uitvoering voortdurend van belang zijn. Ook kan gestart worden met de uitvoeringsplannen voor de Buitengebieden. De laatste groep bestaat niet alleen uit buitengebieden maar ook uit buurten met een relatief lage woningdichtheid. Deze buurten vragen een individuele planning. In hoofdstuk 9 gaan we verder in op de aanpak voor de middengroep en buitengebieden.
Uitkomst multicriteria-analyse. In buurten met een lichte kleur is een warmtenet aanwezig.
-48-
-49-
Prioriteringscriterium 2: Verhouding gebouweigenaren – huurders/gebruikers Grote bouwkundige maatregelen en aanpassingen mogen over het algemeen niet door een huurder uitgevoerd worden. Daarom zal de transitie waarschijnlijk eenvoudiger zijn in gebouwen waarvan de gebruiker ook eigenaar is. In Helmond worden de gebouwen op de grote bedrijventerrein voornamelijk verhuurd. In de praktijk moet blijken in hoeverre dit belemmering voor de warmtetransitie vormt. Prioriteringscriterium 3: Soort bedrijvigheid op basis van milieucategorie De aanpak voor woningen (isoleren en het toepassen van alternatieve verwarmingssystemen) past ook goed bij bedrijven waar aardgas voornamelijk wordt gebruikt voor ruimteverwarming en tapwater (bv. kantoorpanden). Bij bedrijven waar veel proceswarmte wordt gebruikt, is de warmtetransitie veel lastiger en vergt het een bedrijfsspecifieke aanpak (veelal maatwerk). De bedrijventerreinen met weinig procesindustrie zijn op de korte en middellange termijn dan ook het meest kansrijk als het gaat om de warmtetransitie. Om een inschatting te maken van de aard van de bedrijvigheid, hebben we gekeken naar de overheersende milieucategorieën die zijn toegestaan volgens het vigerende bestemmingsplan.
7.4
Prioriteringscriteria bedrijventerreinen
Naast enkele kleine en/of solitaire bedrijvenclusters kent Helmond 5 grote bedrijventerreinen: BZOB, Hoogeind/De Weijer, Groot Schooten/Automotive Campus, en Gansenwinkel/Kanaaldijk zuidwest. Hoewel de warmtetransitie bij bedrijven in de regel maatwerk is, valt er toch wel iets te zeggen over de haalbaarheid van de transitie en de meest kansrijke bedrijventerreinen om te starten. Voor de beoordeling van de bedrijventerreinen hanteren we de volgende criteria: 1. Aanwezigheid van initiatieven op een bedrijventerrein;
De categorisering op de grote bedrijventerreinen ziet er als volgt uit: • Groot Schooten/Automotive Campus: categorie 1-2; • Hoogeind/De Weijer: categorie 2-4; • Gansenwinkel/Kanaaldijk zuidwest: 1-4; • BZOB: categorie 1-5. Op basis van deze gegevens zijn de bedrijventerreinen Groot Schooten/Automotive Campus het meest kansrijk om op relatief korte termijn aardgasloos te worden.
2. Verhouding gebouweigenaren – huurders/gebruikers; 3. Soort bedrijvigheid op basis van milieucategorie;
Prioriteringscriterium 4: Inspelen op natuurlijke momenten
4. Inspelen op natuurlijke momenten; 5. De mate waarin het aardgasvrij maken van een bedrijventerrein bijdraagt aan de nationale en lokale besparingsdoelstellingen.
De natuurlijke momenten op de bedrijventerreinen zien er niet anders uit dan de natuurlijke momenten voor buurten met voornamelijk woningen. In een klein deel van Hoogeind zijn nog gietijzeren gasleidingen aanwezig die vervangen moeten worden. Bij de prioritering is daarmee rekening gehouden.
Prioriteringscriterium 1: Aansluiten bij initiatieven Net als bij de woonbuurten geldt dat initiatieven de belangrijkste motor zijn voor de warmtetransitie. Op dit moment spelen er op de bedrijventerreinen al een drietal initiatieven: • Groot Schooten/Automotive Campus: onderzoek businesscase warmtenet bedrijventerrein, initiatief E-Quest (datacenter); • BZOB: onderzoek businesscase proceswaterfabriek met hergebruik restwarmte via warmtenet. Naast de bovenstaande initiatieven liggen er op dit moment vier concrete plannen klaar om uitgevoerd te worden. Voor deze plannen bestaat bij de betrokken ondernemers van de zes bedrijventerreinen een breed draagvlak. Verder zijn er bedrijven geïnteresseerd om zelf te gaan investeren en plannen uit te voeren. Stichting Bedrijventerreinen Helmond wil de projecten daarom bundelen onder één vlag: Smart Synergy Helmond. https://bedrijventerreinenhelmond.nl/smart-synergy-helmond.
Prioriteringscriterium 5: Bijdrage aan doelstelling Voor het halen van de besparingsdoelen is het aantrekkelijk om op bedrijventerreinen te beginnen waar een hoge besparing gerealiseerd kan worden. De tabel in bijlage VII geeft weer wat het huidige aardgasgebruik in de buurten en bedrijventerreinen van de gemeente Helmond is. Voor de bedrijventerreinen is echter niet reëel om het aardgasgebruik per terrein als criterium te gebruiken. De bedrijvigheid en de omvang van de bedrijventerreinen varieert behoorlijk. Daarom wordt er gebruik gemaakt van de energie-intensiteit (aardgasgebruik van bedrijven per hectare). Voor de grotere bedrijventerreinen zien deze cijfers er als volgt uit (zie ook de tabel in bijlage VII): • Groot Schooten/Automotive Campus: 12.183 m3 aardgas/hectare; • Hoogeind/De Weijer: 121.422 m3 aardgas/hectare; • Gansenwinkel/Kanaaldijk zuidwest: 8.846 m3 aardgas/hectare; • BZOB: 27.752 m3 aardgas/hectare. Op basis van deze cijfers springt Hoogeind eruit. Op dit bedrijventerrein is de energie-intensiteit veruit het hoogst.
-50-
-51-
8
Scenario’s koploperbuurten
Bedrijventerrein aangehaakt
Om te kunnen bepalen welk alternatief voor aardgas het beste past bij de situatie in een buurt is er voor de meest
Helmond is met de stichting bedrijventerreinen Helmond (SBH) het project Smart Synergy Helmond gestart. In dit project
kansrijke buurten een verdiepende analyse gemaakt. Daarbij zijn de buurten die op elkaar aansluiten voor een deel
worden vier projectlijnen uitgewerkt waarvan er een aantal direct betrekking hebben op en raakvlakken hebben met de
gebundeld. De buurtgrenzen zijn in veel gevallen namelijk geen harde grens. Gebieden met soortgelijke woningtypes
warmtetransitie.
liggen vaak in meerdere buurten. We hebben bij de verdiepende analyse concreet gekeken naar: • Rijpelberg & Brouwhuis;
Deze deelprojecten zijn vormgegeven via gelijknamige werkpakketten:
• Annabuurt & Suytkade;
1. Warmtenet Groot-Schooten: het opzetten van een warmte- (en koude-) net op het bedrijventerrein Groot-Schooten
• Leonardus;
gevoed door meerdere WKO bronnen. Op dit bedrijventerrein en op de aangrenzende Automotive Campus, ligt de
• Centrum & Stationsgebied;
potentie om 400.000 m3 aardgas te besparen door aanleg van een warmtenet. Door de koppeling van twee bronnen
• Eeuwsels & Binderen.
kunnen in ieder geval de ondernemers worden voorzien van warmte. Bij voldoende overcapaciteit zou de omgeving (Stiphout) kunnen profiteren al is dit vooralsnog niet de projectscope.
Voor elk van deze gebieden is een voorkeursscenario en een back-up-scenario opgesteld. Bij de nadere uitwerking (WijkUitvoeringsPlan WUP) zal in eerste instantie de focus liggen op het voorkeursscenario. Wanneer realisatie
2. Waterrotonde en afvalzuiveringsinstallatie (AWZI) BZOB: bij de inventarisatie van waterstromen voor de
daarvan niet mogelijk blijkt te zijn, komt het back-up-scenario in beeld. De voorkeur gaat bij alle buurten uit naar een
proceswaterfabriek is op BZOB ook gas- en elektriciteitsverbruik in kaart gebracht. Met de uitwisseling van warmte
lagetemperatuur/middentemperatuur (LT/MT) collectieve voorziening. In dit hoofdstuk beschrijven we waarom dit de
tussen bedrijven kan tot 8 miljoen m3 aardgas worden bespaard. De haalbaarheid van een warmtenet wordt nu
voorkeur geniet en geven we per buurt aan welke karakteristieken tot deze keuze hebben geleid. In bijlagen XI en XII zijn
onderzocht. Drie lopende trajecten worden meegenomen in deze verkenning:
overzichtskaarten van de scenario’s te vinden.
• Voor het anaerobe zuiveringsconcept van de proceswaterfabriek is restwarmte nodig die bij Coppens aanwezig is. • Door Engie wordt reeds een uitwisseling tussen De Wit en Arte onderzocht. • Energyport Peelland kan met een beoogde, nabijgelegen biocomposteerder 9 MW warmte leveren die vrijkomt bij het
8.1
Voorkeursalternatief: LT/MT collectieve voorziening
verwerken van lokaal restafval uit de agrarische sector. We zetten in op het zo goed mogelijk benutten van de bestaande warmtebronnen binnen de gemeente/regio. Binnen Voor de gebouwde omgeving levert dit warmtenet op korte termijn geen kansen op. Mogelijke invoeding en/of koppeling
de gemeente Helmond en de omliggende gemeenten zijn (nog) geen grootschalige HT-warmtebronnen aanwezig. Voor
van dit systeem in het netwerk van Ennatuurlijk op de lange termijn kan niet worden uitgesloten. Dat maakt dat de
de toekomst is geothermie een mogelijk HT-warmtebron. Er wordt op dit moment onderzoek gedaan naar de potentie
warmterotonde in de toekomst mogelijk ook een bijdrage kan leveren aan de transitie van de gebouwde omgeving
van deze warmtebron. Bronnen die wel ingepast kunnen worden binnen de gemeentegrenzen zijn aquathermie (TEA/
(woningen).
TEO), zonthermie en restwarmte van de RWZI in Laarbeek. Dit zijn LT/MT warmtebronnen. Voor het toepassen van deze warmtebronnen moeten gebouwen minimaal tot een basis isolatieniveau geïsoleerd worden (zie ook bijlage Vi).
Daarnaast wordt met Ennatuurlijk als leverancier en eigenaar van het warmtenet in grote delen van Helmond gekeken welke gevolgen de beoogde temperatuurverlaging heeft in het warmtenet voor de bedrijfsmatig aangesloten klanten.
We kiezen ervoor om de warmtebronnen in te zetten als collectieve voorziening. De keuze voor een collectief systeem is
Ook uitbreidingen vanuit de warmtekoers moeten nader door Ennatuurlijk worden berekend omdat Ennatuurlijk een
gemaakt omdat dit, ten opzichte van individuele oplossingen, vaak tegen lagere maatschappelijke kosten gerealisseerd
leveringsverplichting heeft richting bestaande (bedrijfsmatige) klanten.
kan worden. Bovendien is in Helmond al sprake van een bestaand warmtenet van Ennatuurlijk. De warmtebron van dit warmtenet is op dit moment nog de warmtekrachtcentrale aan de Achterdijk. Samen met Ennatuurlijk en de provincie Noord-Brabant wordt onderzocht of alternatieve duurzame bronnen zoals aquathermie voor het bestaande net toepasbaar zijn. Zie ontwikkelingen auquathermie.
-52-
-53-
8.2
Rijpelberg & Brouwhuis
In Brouwhuis-Oost kunnen de woningen die nog niet zijn aangesloten op het bestaande warmtenet, worden aangesloten op de secundaire leiding van het warmtenet. Deze leiding levert warmte van 60 – 70 graden wat voldoende is voor
Voorkeursscenario:
Verduurzamen en uitbreiden bestaand warmtenet (HT/MT)
woningen met label B of C. In principe is de huidige geïsoleerde status voldoende of vrijwel voldoende voor dit concept.
Back-up-scenario:
All-electric
Bij woningen in Brouwhuis-Oost die niet (kunnen) worden aangesloten, kan eventueel ook gekozen worden voor een all-
Isolatiegraad:
Label B waar mogelijk
electric oplossing (back-up-scenario) of mogelijk zonthermie. Bewoners in de betreffende buurten kunnen in elk geval al aan de slag gaan met het isoleren van hun woning (inclusief kierdichting en ventilatie). Het streven daarbij is isoleren tot label B (zie kaartje). Informatie wordt verstrekt onder andere via het Energiehuis Helmond. Voor de uitbreiding van het warmtenet maar ook voor de uitbreidingen van het elektriciteitsnet is een overleg met de technische partners (Ennatuurlijk en Enexis) een belangrijke eerste stap voor de gemeente. Hierbij is het belangrijk dat Ennatuurlijk alternatieven onderzoekt om de bron van hun warmtenet eerst te verduurzamen.
8.3
Annabuurt & Suytkade
Voorkeursscenario:
Verduurzamen en uitbreiden bestaand warmtenet (HT/MT), eventueel nieuw LT/MT warmtenet (Suytkade)
Back-up-scenario:
All-electric
Isolatiegraad:
Label B (LT/MT) of label C (bestaande net)
Links voorkeursscenario, rechts back-up scenario, voor legenda zie bijlage X/XI
Rijpelberg en Brouwhuis scoren hoog bij de multicriteria-analyse. Dat komt onder meer omdat veel panden al zijn aangesloten op een warmtenet en dit warmtenet (van Ennatuurlijk) verduurzaamd gaat worden (natuurlijk moment, het gebied maakt ook deel uit van het UDI). UDI: De samenwerking in het Urban Development Initiative (UDI), geïnitieerd door de gemeenten Eindhoven en Helmond via de Stichting Brainport Smart District, Brainport Development en de TU/e samen met het Duitse Fraunhofer Gesellschaft, heeft als ambitie om in de regio adequate, slimme, integrale, innovatie gedreven antwoorden te bieden op stedelijke vraagstukken en een bijdrage te leveren aan de verbetering van de kwaliteit van leven, werken en verblijven nu en in de toekomst. Daarnaast zijn de eindgebruikerskosten relatief gunstig en zijn de woningen technisch gezien heel geschikt voor verduurzaming. De meeste woningen in de betreffende buurten zijn gebouwd tussen 1955 en 1995. Daarmee liggen er veel kansen voor het toepassen van aanvullende isolatiemaatregelen (zie bijlage V). In Brouwhuis is het aandeel corporatiewoningen bovendien hoog en met name in Brouwhuis-West is het gemiddelde jaarlijkse inkomen per huishouden relatief laag. Ook op deze punten scoren de betreffende buurten dus hoog. Veel woningen in Rijpelberg en Brouwhuis zijn dus al aangesloten op het bestaande warmtenet van Ennatuurlijk.
Het verduurzamen en uitbreiden van het bestaande warmtenet is dan ook de meest kansrijke optie (voorkeursscenario). Wanneer de woningen in de betreffende buurten worden geïsoleerd tot tenminste label B, kan in de toekomst worden volstaan met een lage of midden-temperatuur (LT/MT) warmtenet gebaseerd op een duurzame bron zoals aquathermie of
Links voorkeursscenario, rechts back-up scenario, voor legenda zie bijlage X/XI
restwarmte.
-54-
-55-
Annabuurt en Suytkade scoren eveneens hoog bij de multicriteria-analyse. Dat komt vooral door het hoge aandeel
8.4
Leonardus
corporatiewoningen, de beperkte nationale kosten, het gemiddelde jaarlijkse inkomen per huishouden (relatief laag, vooral in Annawijk) en de technische categorisering. De verschillen in deze buurten zijn wel groot. Dat geldt met name
Voorkeursscenario:
LT/MT-warmtenet
voor de technische categorisering. De woningen in Annabuurt zijn voor het merendeel gebouwd tussen 1955 en 1995. Bij
Back-up-scenario:
All-electric
deze woningen liggen veel kansen voor het toepassen van aanvullende isolatiemaatregelen. De woningen op Suytkade
Isolatiegraad:
Label B
zijn veelal nieuw (van 2005 en later). Een deel van Annabuurt & Suytkade is inmiddels al aardgasvrij. Als onderdeel van het Wijkontwikkelingsplan (WOP) is woningcorporatie WoCom gestart met het verduurzamen van haar woningvoorraad in Annawijk-Zuid (isolatie en all-electric oplossing). Een ander deel (Annabuurt-Noord) komt in 2035 – 2040 aan de beurt. Voor dit deel van de buurt is aansluiting op het bestaande warmtenet van de meest kansrijke optie (voorkeursscenario). Eventueel kunnen we woningen waar nu een all-electric oplossing is aangebracht, in de transformatie naar het warmtenet worden meegenomen. De inpandige aanpassing is dan beperkt. De nieuwbouwclusters aan de Kanaalboulevard en Suytboulevard kunnen, vanwege hun hogere energetische kwaliteit, aansluiten op een LT/MT-warmtenet, waarbij mogelijk gebruik wordt gemaakt van aquathermie of zonthermie als bron. Dit warmtenet kan een op zichzelf staand warmtenet zijn, maar eventueel ook worden gekoppeld aan het bestaande, nog te verduurzamen warmtenet van Ennatuurlijk. Om nieuwbouw op Suytkade in de toekomst ook te kunnen aansluiten, is het essentieel dat dit al meegenomen wordt in het technische programma van eisen voor nieuwbouwlocaties (grondroerdersoverleg). Het betreffende gebied omvat ook een deel van het bedrijventerrein. Dit deel kan worden aangesloten op het bestaande net van Ennatuurlijk.
Het back-up-scenario voor de panden in Annabuurt en Suytkade bestaat uit all-electric oplossingen. Links voorkeursscenario, rechts back-up scenario, voor legenda zie bijlage XI/XII
Bewoners van in de betreffende buurten kunnen in elk geval al aan de slag gaan met het isoleren van hun woning (inclusief kierdichting en ventilatie). Het streven daarbij is isoleren tot label B of C (zie kaartje).
De Leonardus-buurt scoort hoog bij de multicriteria-analyse omdat het aandeel corporatiewoningen hoog is en het gemiddelde jaarlijkse inkomen per huishouden relatief laag. Voor de ontwikkeling van de buurt is bovendien een wijkontwikkelingsplan (WOP) opgesteld, wat kansen biedt om in te spelen op natuurlijke momenten. In het WOP staat welke projecten de gemeente, Woningbouwvereniging Volksbelang en andere maatschappelijke partners in de wijk gaan uitrollen. De renovatie van het vastgoed van Volksbelang is een essentieel onderdeel van het plan. De Leonardusbuurt is een verouderde buurt (rond of van voor 1950) met voornamelijk oude sociale huurwoningen die toe zijn aan grootschalige renovatie (verbeteren leefcomfort) en deels vervangen zullen worden door nieuwbouw. Voor de nieuwbouw is aansluiting op een warmtenet de meest kansrijke optie. Daarbij wordt gedacht aan aansluiting op: • Een nieuw te ontwikkelen LT/MT-warmtenet gevoed vanuit de RWZI (> 2035); • Het bestaande warmtenet (uitrol en verduurzaming, HT/MT); • Een nieuw te ontwikkelen extra wijkcentrale Binderen (zie 8.7).
-56-
-57-
Ook voor de te renoveren woningen is aansluiting een warmtenet een kansrijke optie, zeker als meer dan 75% van de
In het Centrumgebied is aansluiten op een (bestaand) warmtenet de meest kansrijke optie voor de bestaande bouw.
woningvoorraad van de woningcorporatie binnen 10 jaar grootschalig wordt gerenoveerd. Als deze renovatie langer duurt
Dit betreft het cluster ten zuiden van Keyserinnedael. Nieuwbouw kan in de toekomst (>15 jaar) aansluiten op een nieuw
dan 10 jaar, zal voorlopig nog gebruik worden gemaakt van een bivalent systeem met warmtepompen voor bestaande
MT/LT-warmtenet, bijvoorbeeld met aquathermie of zonthermie als bron. Om te kunnen aansluiten, is het essentieel dat
bouw en nieuwbouw (all-electric), waarna in een later stadium kan worden overgegaan op een LT/MT-warmtenet. Ook de
dit al meegenomen wordt in het technische programma van eisen voor nieuwbouwlocaties. Tot die tijd is een individuele
supermarkt kan hier wellicht op worden aangesloten (condenswarmte als bron). Vooralsnog wordt vooral ingezet op het
warmteoplossing (bv. all-electric) de meest voor de hand liggende oplossing. Onafhankelijk van de uiteindelijke bron
aardgasvrij-ready maken van de woningvoorraad in de Leonardus-buurt (isoleren en verbeteren leefcomfort).
kunnen bestaande woningen in het Centrum door isolatie al voorbereid worden op een warmtenet (tenminste B of C, zie
Woningeigenaren kunnen voorsorteren op de warmtetransitie door aan de slag gaan met het isoleren van hun woning
kaartje)
(inclusief kierdichting en ventilatie). Het streven daarbij is isoleren tot label B (zie kaartje).
8.5.1
Oranjekade & Oostende
In het gebied rondom de Oranjekade & Oostende wordt veel nieuwbouw toegevoegd. Het gaat hier om ruim 1.500
8.5
Centrum
woningen. In de basis wordt dit met een WKO-systemen op eigen installaties ontwikkeld. Met de ontwikkelaar wordt echter onderzocht in hoeverre de WKO-systemen onderling gekoppeld kunnen worden om hier voordeel uit te halen. Verduurzaming en uitbreiding bestaand warmtenet, nieuwbouw in toekomst op
Ook wordt onderzocht of het kanaal ingezet kan worden als warmtebron. Een derde onderzoekslijn is het creëren van
eigen MT/LT warmtenet
overcapaciteit van het warmtenet zodat de bestaande woningen in de periferie van de ontwikkelingen op termijn
Back-up-scenario:
All-electric
aangesloten kunnen worden. De bronnen moeten in de omgeving van zwembad de Wissen geboord gaan worden omdat
Isolatiegraad:
Label B (LT/MT) of label C (bestaande net)
meer naar het zuiden niet mogelijk is vanwege een bodemverontreiniging. Dit maakt mogelijke aansluiting van andere
Voorkeursscenario:
gebouwen in de omgeving (bijv. een school en eventueel bestaande woningen) in theorie realistisch.
8.6
Stationsgebied
Voorkeursscenario:
Koppeling op (retourleiding) bestaande warmtenet
Back-up-scenario:
LT/MT warmtenet, al dan niet samen met Annabuurt & Suytkade
Isolatiegraad:
Label B (LT/MT) of label C (bestaande net)
Links voorkeursscenario, rechts back-up scenario, voor legenda zie bijlage XI/XII
Het Centrum scoort hoog bij de multicriteria-analyse vanwege het relatief lage gemiddelde jaarinkomen per huishouden, het aandeel corporatiewoningen en de technische categorisering. De uitwerking van het Centrumplan biedt bovendien kansen om in te spelen op natuurlijke momenten. De komende jaren is er sprake van grootschalige ontwikkelingen (Kwaliteitssprong/Schaalsprong) waar de warmtetransitie op kan aanhaken. Deze ontwikkeling is ook onderdeel van het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Daarin wordt gesteld dat Helmond met de ontwikkelopgave in het Centrum een kans heeft om de economie en de samenleving een impuls te geven: o.a. het vergroenen van de buitenruimte en het verduurzamen van de energie infrastructuur bieden meekoppelkansen.