RN 097 Transitievisie warmte Helmond 2021 (versie 1.1 def)
Tekst van het document
Transitievisie Warmte Helmond Versie 1.1, 10 december 2021
Logo in F Grijs: C=0
Inhoud Voorwoord
5.4
6
Samenvatting Transitievisie Warmte Helmond
7
5.5
Bouwperiode woningen
30
5.5.1
Overheersende bouwperioden op buurtniveau
32
5.5.2
Verdeling bouwjaren op straatniveau
32
Inleiding
10
2
De basis voor de transitie
12
5.6
2.1
Wereldwijde temperatuurstijging
12
2.2
Internationale en nationale afspraken
12
5.7
2.3
Regionale uitwerking
13
2.4
De Helmondse klimaatambities
14
2.5
De Helmondse uitgangspunten
2.6 2.7 2.8
3
33
5.6.1
34
Woningdichtheid op straatniveau
Aardgasgebruik
35
5.7.1
Aandeel aardgasverbruik per buurt
36
5.7.2
kansen warmtenet op basis van de woningdichtheid
36
14
5.7.3
Energielabels
37
Omvang van de opgave
15
5.8
Woningen
16
2.7.1
16
Werkelijke opgave woningen, prognose volgens de NP-RES-methodiek
6
Energieprofielen en energiearmoede
38
Bronnen en infrastructuur
39
Alternatieve technieken
39
Opgave aantal aardgasloze woningen tot 2030 (vertaling)
18
6.1
2.8.1
18
6.1.1
Isoleren altijd uitgangspunt
39
6.1.2
Hybride warmtepomp (transitie optie)
40
Opgave vertaald naar energiebesparing
2.9
Bedrijven & instellingen
18
2.10
Energiearmoede
19
6.1.3
Zonnepanelen en elektrische koken
40
6.1.4
Koeling wordt steeds belangrijker
40
De stakeholders in Helmond
20
6.2
Van transitiebron naar duurzame eindbron
40
3.1
De gemeente
20
6.3
Bronneninventarisatie
41
3.2
Woningcorporaties
20
6.4
De mening van de Helmondse stakeholders
41
3.3
Particuliere woningeigenaren
21
6.5
Infrastructuur
43
3.4
Het Energiehuis
21
6.6
Warmtelevering
43
3.5
Bedrijven
21
6.7
Verduurzaming en potentiele groei warmtenet
44
3.6
De netbeheerder
22
3.7
Ennatuurlijk
22
Samenwerking
7
22
Selectie koploperbuurten
45
7.1
Prioriteringscriteria woonbuurten
45
7.2
Uitkomsten multicriteria-analyse
48
De Helmondse anayse
23
7.3
Planning
49
4.1
CEGOIA-studie
23
7.4
Prioriteringscriteria bedrijventerreinen
50
4.2
Aanvullende analyse: de quickscan buurten
23
4.2.1
23
4.3
5
Woningdichtheid
3.8
4
29 30
Overheersende woningtypen op buurtniveau
1
Woningtypen 5.4.1
Quickscan op 3 niveaus
De analyse van PBL
24
8
Scenario’s koploperbuurten
53
8.1
Voorkeursalternatief: LT/MT collectieve voorziening
53
8.2
Rijpelberg & Brouwhuis
54
Quickscan
25
8.3
Annabuurt & Suytkade
55
5.1
De leeftijd van de inwoners
25
8.4
Leonardus
57
5.1.1
26
8.5
26
5.2 5.3
Overheersende leeftijdsgroepen op buurtniveau
Inkomen per huishouden
Centrum
58
8.5.1
59
Oranjekade & Oostende
De woningvoorraad
27
8.6
Stationsgebied
59
5.3.1
Overheersend eigendom op buurtniveau
27
8.7
Eeuwsels & Binderen
60
5.3.2
Aandeel corporatiewoningen op buurtniveau
28
5.3.3
Verdeling corporatiewoningen op straatniveau
28
-2-
-3-
9
10
Aanpak middengroep en buitengebieden
62
9.1
64
Kosten en baten aardgasvrije woningen
11
Warmtescenario & isolatieniveaus Middengroep en Buitengebieden
65
10.1.1 Kosten en baten aardgasloze woningen
66
Bijlage VI
Isoleren
88
Mogelijkheden voor na-isolatie
88
Benodigde isolatieniveaus per warmteniveau
88
Isolatiemaatregelen
90
Technische en financiële gevolgen
91 91
Vervolg strategie
67
Altijd doen (no-regret)
11.1
67
Keuzes tijdens renovatie of verbouwing
93 93 93
Ontwikkelen van een communicatie- en participatieplan
11.1.1 Wat ligt er voor ons?
67
Isoleren is ventileren
11.1.2 De eerste stap: waar staan onze inwoners?
67
Denk in maandlasten en niet in investeringen
11.1.3 Waar zit energie?
68
11.1.4 Onze kernboodschap
68
11.1.5 Benadrukken van uitgangspunten en de rol van de gemeente
68
Bijlage VIII Scan van de huidige situatie
100
69
Bijlage IX
Vlekkenkaart op straatniveau
102
Bijlage X
12
Ontwikkelen van een blauwdruk voor de uitvoeringsplannen/programma
12.1.1 Vormgeven van de ‘governance’
69
12.1.2 Uitvoeringsplannen koploperbuurten
69
Bijlage I
Begrippen en afkortingen
70
Bijlage II
Samenhang overige beleidstrajecten
73
Bijlage III
Buurtbenaming
76
Bijlage IV
Stappenplan
77
Bijlage VII
Kenmerken buurten en bedrijventerreinen
96
Multicriteria-Analyse
110
Puntentoekenning criteria woonbuurten
110
Prioriteringscriterium 1: Eindgebruikerskosten
110
Prioriteringscriterium 2: Aansluiten bij natuurlijke investeringsmomenten
111
Prioriteringscriterium 3: Technische categorisering
112
Prioriteringscriterium 4: Aandeel corporatiewoningen
114
Prioriteringscriterium 5: Aansluiten bij lokale buurtinitiatieven
115
Prioriteringscriterium 6: Bijdrage aan doelstellingen
115
Inleiding
77
Prioriteringscriterium 7: De mate van bewonersacceptatie
116
Definitie Transitievisie Warmte (TVW)
77
Prioriteringscriterium 8: Aanwezigheid duurzame bronnen
117
Proces
77
Prioriteringscriterium 9: Jaarlijks inkomen per huishouden
117
Wijkuitvoeringsplannen
80
Prioriteringscriterium 10: Nationale kosten
118
81
Prioriteringscriterium 11: Verhuisgraad
119
All-electric
81
Totaalscores en ranking buurten
120
Collectieve systemen
81
Restwarmte industrie (HT/MT)
82
Restwarmte (LT)
82
Aquathermie (TEO, TEA en TED)
82
Zonthermie
83
Asfaltthermie
84
Bodemwarmte/warmte-koude-opslag
84
Geothermie
85
Hernieuwbaar gas
86
Biomassa
86
Waterstof
87
Bijlage V
Alternatieven
-4-
Bijlage XI
Voorkeursscenario koploperbuurten
122
Bijlage XII
Back-up scenario koploperbuurten
124
Bijlage XIII Kosten isolatie
126
Rijwoningen
126
Hoekwoningen/twee-onder-een-kap
128
Vrijstaande woningen
130
Bijlage XIV Kosten en baten aardgasvrije woningen
132
-5-
Voorwoord
Samenvatting Transitievisie Warmte Helmond
De komende decennia verandert de manier waarop we met energie omgaan
Aardgas is verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de CO2-uitstoot in de
fundamenteel. We hebben het niet over zomaar een verandering, maar over een
gebouwde omgeving. Met deze Transitievisie Warmte zetten we de eerste stappen
transitie. Volgens Wikipedia is een transitie “een structurele verandering die het
om binnen de gebouwde omgeving woningen, bedrijven en andere gebouwen op een
resultaat is van op elkaar inwerkende en elkaar versterkende ontwikkelingen op het
andere manier te verwarmen dan met aardgas.
gebied van bijvoorbeeld economie, cultuur, technologie, instituties, natuur en milieu.” Deze Transitievisie Warmte (TVW), die is opgesteld in samenwerking tussen de gemeente en de diverse stakeholders1 , De energietransitie waar we voor staan voldoet ruimschoots aan deze definitie. Om de CO2-uitstoot te verminderen en de aarde ook voor onze kinderen en kleinkinderen leefbaar te houden, moeten we stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen zoals gas en kolen. Dat heeft onder andere grote gevolgen voor het verwarmen van onze huizen. Op dit
geeft aan dat de opgave die voor ons ligt groot en complex is. In de komende jaren moeten er alternatieven gevonden worden voor grofweg 42,5 miljoen kubieke meter aan aardgas die op dit moment in Helmond nog wordt ingezet voor het verwarmen van woningen en bedrijven.
moment verwarmen we het overgrote deel van onze huizen, maar ook kantoren en bedrijven nog met gas. Dat moet in heel Nederland veranderen. Niet van vandaag op morgen, wel in de komende jaren. Nieuwe huizen krijgen sinds enkele jaren al geen gasaansluiting meer. Voor de overige tienduizenden bestaande woningen en alle kantoren en bedrijfspanden in Helmond moeten we die verandering ook gaan inzetten.
De Opgave: 9,2 miljoen m3 aardgas besparen in 2030 Voor 2050 moeten alle ongeveer 34.200 woningen in Helmond van het gas af. De gemeente Helmond heeft de keuze
In de nu voor u liggende Transitievisie warmte schetsen we in grote lijnen de eerste stappen in hoe we Helmond ‘van het gas af’ gaan halen. Een enorme opgave, maar gelukkig hebben we nog even de tijd. We starten in wijken waar de komende jaren toch al werkzaamheden op het programma staan. Denk bijvoorbeeld aan de verduurzaming van het warmtenet in delen van Rijpelberg en Brouwhuis. Op die manier maken we ‘werk met werk’. Per wijk zoeken we naar de best passende
gemaakt om in te zetten op energiebesparing, isoleren en stapsgewijs (aardgasvrij-ready) en buurtgericht over te gaan naar alternatieve warmtevoorziening. De landelijke doelstellingen vanuit het Klimaatakkoord hebben we vertaald naar een energiebesparingsdoelstelling: er moet in 2030 9.234.000 m3 aardgas in de woningen van de gemeente Helmond bespaard zijn.
oplossing. De stedelijke omgeving van de Binnenstad is immers niet vergelijkbaar met de veel landelijkere omgeving van Stiphout. Het gaat in deze visie niet alleen om ‘van het gas af’. Minder verbruiken door besparen en isoleren is daar onlosmakelijk mee verbonden. Gemeenten zijn nu aan zet om uitvoering te geven aan deze warmtetransitie. Zo ook Helmond. Maar de gemeente kan dat nooit alleen. Daarbij hebben we alle betrokkenen nodig. Woningcorporaties, de netbeheerder, installateurs, leveranciers en vele andere partijen, maar vooral onze inwoners! Alleen samen maken we deze transitie tot een succes. Ik vind het belangrijk om te benadrukken dat aan de leveringszekerheid niet getornd wordt. Daarnaast zorgen we ervoor
De uitgangspunten en de rol van de gemeente Het onderwerp is complex en vraagt van de gemeente een actieve rol als regisseur. De gemeente moet zorgen voor heldere informatie naar inwoners waarbij ontwikkelingen voor warmteoplossingen voortdurend worden gevolgd. Daarnaast heeft de gemeente een zorgplicht voor inwoners. Bovendien moet de gemeente de warmteoplossingen bereikbaar houden voor iedereen en ongewenste monopoly posities voorkomen. Daarnaast is de betaalbaarheid van de warmtetransitie is belangrijk; ook mensen met een kleine beurs moeten in de energietransitie mee kunnen.
dat iedereen mee kan doen. Ongeacht inkomen. Niemand hoeft bang te zijn om in de kou te komen zitten omdat we overgaan op andere manieren van verwarmen.
De warmtekoers
Verandering is moeilijk en gaat niet vanzelf. Zeker niet zo’n fundamentele verandering. Deze visie is één van de pijlers waarop de omgevingsvisie en wijkontwikkelingsplannen gebouwd wordt. De Transitievisie warmte wordt de komende jaren regelmatig herijkt. De wereld staat immers niet stil en technologische ontwikkelingen gaan snel. Maar we moeten wel nú beginnen. Omwille van een leefbare wereld voor onze kinderen en kleinkinderen.
Uit de inhoudelijke analyse blijkt dat twee strategieën mogelijk zijn: 1. Een strategie voor collectieve oplossingen in die buurten waar een warmtebron beschikbaar is of beschikbaar kan komen. 2. Een strategie waar juist de focus ligt op individuele oplossingen, omdat er geen collectieve bron beschikbaar is.
Andrew Harijgens, 1 Onder andere Volksbelang, Woonpartners, Compaen, Wocom, Enexis, LEVgroep, Wijkraden, Waterschap Aa en Maas, ZLTO, SBH,
Wethouder Duurzaamheid
Energiehuis Helmond, EnNatuurlijk.
-6-
-7-
In beide strategielijnen ligt voor Helmond in eerste instantie de focus op energiebesparing en het aansluiten bij lopende
Bedrijventerreinen
initiatieven. In een later stadium wordt daadwerkelijke een keuze gemaakt voor een alternatieve warmtevoorziening. We zetten in op een kleinschalige en geleidelijke aanpak (dus niet in één keer ), omdat we die op de langere termijn
Binnen het opstellen van de Transitievisie Warmte is er ook aandacht voor de grote bedrijventerreinen: BZOB, Hoogeind/
kansrijker achten dan meteen grote groepen woningen aardgasloos te maken. Tevens heeft het thema energiearmoede in
De Weijer, Groot Schooten/Automotive Campus, en Gansenwinkel/Kanaaldijk zuidwest. Helmond is met de stichting
deze visie een belangrijke rol en mede vormgegeven aan de gekozen criteria.
bedrijventerreinen Helmond (SBH) het programma Smart Synergy Helmond (SSH) gestart en waar mogelijk wordt SSH gekoppeld aan de warmtetransitie van de gebouwde omgeving.
Lijn 1: collectieve oplossingen (prioritaire buurten) De komende jaren legt de gemeente Helmond de focus op het continueren en uitbreiden van de warmte (en koude) net kansen voor buurten waar dit kan en initiatieven lopen. Intussen blijft de gemeente zoeken naar mogelijkheden voor
Vervolgaanpak mede vanuit inwonersperspectief
duurzame bronnen:. 1. In verschillende buurten wordt een collectieve systemen (uitbreiding of een nieuw systeem) kansrijk geacht. Hier worden gesprekken gestart met de buurt om de potentie te bespreken en plannen te maken; 2. De collectieve systemen worden uitgewerkt op basis van de volgende criteria: sturen op lage gebruikerslasten, transparant eigenaarschap en een robuuste warmte (en koude) voorziening.
Uiteindelijk moet de Transitievisie Warmte een uitvoerbaar en realistisch programma worden, waarbij de inwoner nauw betrokken wordt. De gebouwen kunnen technisch nog zo geschikt zijn om aardgasloos te worden, wanneer de inwoner niet wil of niet kan, gebeurt er niets. We zetten daarom in op een participatietraject. Waarbij deze Transitievisie warmte de basis vormt voor de uitwerking van de scenario’s in de omgevingsvisie en wijkontwikkelingsplannen. Dit ingegeven door de wens om inwoners te laten wennen aan de beoogde opgave, hen de ruimte te geven hun handelen
Lijn 2: individuele oplossingen
aan te passen en hen regie te laten houden. Tegelijkertijd zal de gemeente daar waar noodzakelijk regie te nemen.
1. Er wordt ingezet op energie besparen en isoleren door middel van een uitgebreid communicatie en participatieplan
Het devies is klein beginnen en als een olievlek verbreden. Dit sluit aan bij de ingezette communicatiestrategie rond
en -traject;
verduurzaming. De verandering van mindset opent zo de weg naar meer duurzaam gedrag. De aanpak is erop gericht het
2. Met stakeholders zoals de woningbouwcorporaties wordt gewerkt aan goede voorbeelden.
draagvlak en de participatie naar een hoger niveau te trekken en met op maat gemaakte informatie de buurten in te gaan. Handelingsperspectief is hierbij essentieel. Je kunt streven naar gedragsverandering en een andere mindset, maar als inwoners vervolgens niet vooruit kunnen, wordt de transitie niet in gang gezet.
De analyse De analyse is uitgevoerd door gebieds- en gebouwgebonden data uit diverse bronnen (onder andere lokaal en CBS)
In de warmtetransitie zien wij twee grote stappen:
te combineren met de data en de startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving. Dit leidt tot een technische
1. Inwoners bewegen tot het nemen van no-regret maatregelen. In de praktijk komt dit vaak neer op isoleren,
prioritering van de buurten en wijken: welke wijk kan op welke manier het eenvoudigst van het aardgas af. Daar bovenop hebben we deze analyse gecombineerd met een sociale analyse waarbij sociale parameters zoals besteedbaar inkomen, woonlasten en bereidheid worden meegenomen in de afwegingen.
plaatsen van zonnepanelen en kopen van een hybride ketel. 2. Op het moment dat een woning of een aantal woningen een voldoende isolatieniveau bereikt, kan de laatste stap naar aardgasvrij gezet worden.
Om een rationele keuze te kunnen maken tussen meerdere alternatieven zijn in samenwerking met de stakeholders alle verschillende criteria voorzien van een weging. Bijvoorbeeld wat weegt zwaarder: kosten voor de eindgebruiker of de aanwezigheid van een warmtebron, lopende initiatieven etc.
Om inwoners mee te krijgen in deze beweging, zullen we bottom-up werken aan de verandering van de mindset. We
Op basis van deze criteria volgt uiteindelijk een rangschikking:
starten daarom in de gehele gemeente met een communicatie/participatie campagne gericht op kleine stappen en
• Rijpelberg & Brouwhuis: Annabuurt & Suytkade: Leonardus: Centrum: Oranjekade & Oostende: Stationsgebied;
isoleren.
Eeuwsels & Binderen
-8-
-9-
1
Inleiding
Nederland is een van de ondertekenaars van het Klimaatakkoord van Parijs. Op grond
De voorbereiding van deze Transitievisie Warmte is een complex proces, waarbij stakeholders nauw zijn betrokken. Nadat
van dit akkoord werken landen wereldwijd aan het terugdringen van de uitstoot van
de visie gedeeld middels de energiekaravaan. De warmtetransitie heeft impact op zowel huishoudens als bedrijven.
broeikasgassen. Het belangrijkste broeikasgas is CO2 dat vrijkomt bij de verbranding
De lokale visie staat bovendien niet op zichzelf. Hij heeft een link met de Regionale Structuur Warmte die in het kader
van fossiele brandstoffen. Om te voldoen aan de klimaatafspraken moeten we in Nederland op termijn (2050) volledig stoppen met het gebruik van deze brandstoffen. Dat geldt dus ook voor het aardgas waarop de warmtevoorziening momenteel in
de eerste versie is opgesteld zijn de scenario’s gedeeld met de prioritaire wijken. Ook hebben we de uitgangspunten van
van de Regionale Energie Strategie (RES) wordt ontwikkeld. De visie is daarnaast getoetst aan landelijke richtlijnen, die in de loop van het ontwikkeltraject pas zijn opgesteld. Dat betekent dat de Helmondse Transitievisie Warmte een zeer zorgvuldig voorbereiding nodig had. Dit is gedaan door het proces op te knippen in verschillende delen en te zorgen voor een periodieke toetsing aan landelijke en regionale ontwikkelingen.
Helmond nog grotendeels is gebaseerd. In het stappenplan dat we hiervoor hebben opgesteld (zie bijlage IV), onderscheiden we de volgende fases: Om te komen tot een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving, zal voor 2030 een kwart van alle woningen in Nederland
• Fase 1: Ondertekening intentieverklaring, opzet procesorganisatie en betrekken stakeholders;
van het aardgas af moeten. Als we dit percentage voor Helmond aanhouden, gaat het om bijna 10.000 woningen en
• Fase 2: Onderzoek en analyse, eerste grove schets (TVW versie 0.2);
daarnaast een onbekend aantal bedrijfspanden. Naast deze opgave is er echter ook een grote verandering noodzakelijk
• Fase 3: Toets aan landelijke en regionale instrumenten (TVW versie 0.5);
inzake gedrag en moeten we veel meer besparen en isoleren. Tevens hebben wij natuurlijk eigen beleid opgesteld.
• Fase 3b: Energiekaravaan, bespreken scenario’s met stakeholders en inwoners (versie 0.9); • Fase 4: Nadere uitwerking en bestuurlijke vaststelling Transitievisie Warmte (TVW versie 1.0).
In het landelijke Klimaatakkoord worden de doelstellingen uit Parijs vertaald naar concrete afspraken op verschillende uitvoeringsniveaus om de CO2-uitstoot die vrij komt bij de verbranding van fossiele brandstoffen terug te dringen. Op grond van het akkoord hebben de Nederlandse gemeenten een belangrijke regisserende rol gekregen in de
De Transitievisie Warmte vormt dus uiteindelijk de basis vormen voor meer concrete uitvoerings(omgevings)plannen
warmtetransitie. Concreet betekent dit dat elke gemeente in 2021 een vastgestelde Transitievisie Warmte (TVW) moet
op wijk-, buurt-, straat- en complexniveau en wordt op basis van inzichten en ontwikkelingen met onze stakeholders
hebben, waarin de route naar een aardgasvrije, duurzaam verwarmde samenleving wordt beschreven. In Helmond is hier
ge-update.
al enige tijd geleden een start mee gemaakt. In november 2017 hebben de gemeente Helmond, het Energiehuis Helmond, de netbeheerders, beheerder van het bestaande warmtenet (Ennatuurlijk), de woningcorporaties en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven de intentieverklaring Aardgasvrij Helmond ondertekend. Daarmee is de eerste stap in het kader van de warmtetransitie gezet. Helmond wil een duurzame, innovatieve en gezonde gemeente zijn waar het, nu en in de toekomst, fjn is om te wonen, werken en te recreëren. In een stedelijke omgeving met zowel voorzieningen als rust, ruimte en natuur. Al dit moois, waar we trots op zijn en volop van genieten, willen we behouden, versterken en doorgeven aan de volgende generaties. Maar dat is best een uitdaging. Ons klimaat verandert en dat is duidelijk merkbaar. Perioden met hevige regenval wisselen af met perioden van grote droogte en hoge temperaturen. Door menselijk handelen raken grondstoffen op, groeit de afvalberg, en warmt de aarde op. Dit heeft effect op onze gezondheid, leefbaarheid, en bedrijvigheid. De gemeente Helmond pakt vanuit samenwerking, en in verbinding met bedrijven en inwoners de uitdaging aan om in 2045 een CO2-neutrale gemeente te zijn. Op basis van het lokale klimaatbeleid. Dit doen we door in te zetten op het gebruik van duurzamere vormen van energie, en het verminderen het energiegebruik.
-10-
-11-
2
De basis voor de transitie
2.1
Wereldwijde temperatuurstijging
2.3
Regionale uitwerking
De gemiddelde temperatuur op aarde stijgt. Deze temperatuurstijging wordt voornamelijk veroorzaakt door het handelen
De uitwerking van het landelijke Klimaatakkoord vindt voor een groot deel op regionaal en lokaal niveau plaats.
van de mens. Dit behoeft niet langer discussie. De hoeveelheid wetenschappelijk bewijs voor deze stelling is namelijk
Om de regionale uitwerking vorm te geven, is Nederland opgedeeld in 30 energie-regio’s waarin gemeenten, provincies en
overweldigend. Een belangrijke oorzaak voor de temperatuurstijging is de uitstoot van broeikasgassen. Eén van de
waterschappen samenwerken aan een Regionale Energie Strategie (RES). Helmond vormt onderdeel van de MRE-regio. Het
belangrijkste broeikasgassen is koolstofdioxide, oftewel CO2. Dit broeikasgas komt onder meer vrij bij de verbranding van
is de bedoeling dat in de RES keuzes worden gemaakt die betrekking hebben op de opwekking van duurzame elektriciteit
olie en aardgas.
(vooral wind en zon), de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de benodigde opslag en energie-infrastructuur. Het onderdeel Warmte wordt uitgewerkt in de vorm van een Regionale Structuur Warmte (RSW), waarin op regionaal
Ook in Nederland merken we de gevolgen van klimaatverandering al. Sinds het begin van het millennium worden
niveau inzicht wordt verschaft in de totale (toekomstige) warmtevraag binnen de regio, de beschikbare duurzame
hitterecords keer op keer gebroken. De natuur is in de war. Planten komen veel vroeger in bloei waardoor insecten en
warmtebronnen en de bestaande en geplande infrastructuur. Ook moet de RSW duidelijk maken hoe de regio de
vogels voedsel tekortkomen. De biodiversiteit verandert en verschraalt. Op verschillende plaatsen in ons land duiken
toekomstige vraag, het aanbod en de infrastructuur op elkaar gaat afstemmen en hoe partijen in de samenleving
planten- en diersoorten op die hiervan oudsher niet thuishoren. Naast de hitterecords ondervinden we periodiek ook al de
(stakeholders) hierbij betrokken worden. Conform de huidige planning wordt de RES 1.0 dit jaar nog vastgesteld. In
effecten van overvloedige regenval en hevige hagelstormen, met grote economische schade tot gevolg. Hierom hebben
onderstaand plaatje is de samenhang tussen het landelijk Klimaatakkoord, de Regionale Structuur Warmte, de lokale
we natuurlijk ook afgelopen jaar de klimaatagenda opgesteld.
transitievisie en de (wijk/buurt)uitvoeringsplannen schematisch weergegeven.
2.2
Internationale en nationale afspraken
In 2015 ondertekende Nederland, net als heel veel andere landen wereldwijd, het Klimaatakkoord van Parijs. Met het akkoord beloofden de ondertekenaars om zich in te zetten voor het beperken van de opwarming van de aarde tot maximaal twee graden. De Nederlandse klimaatambities, die gebaseerd zijn op de internationale afspraken zijn inmiddels vastgelegd in de Klimaatwet en de afspraken die hieruit voortvloeien (met o.a. gemeenten, het bedrijfsleven, natuur- en milieuorganisaties en energiebedrijven), zijn of worden verankerd in het landelijke Klimaatakkoord. Voor 2030 moet de uitstoot van broeikasgassen met 49% zijn verminderd ten opzichte van het ijkjaar 1990. In 2050 moet de uitstoot zijn teruggebracht met 95%. Inmiddels is op Europees niveau besloten dat een versnelling van de reductie noodzakelijk is (naar 55% in 2030). Deze versnelling is nog niet verankerd in de Nederlandse klimaatdoelstellingen. Eén van de manieren waarop Nederland werkt aan het realiseren van de doelstellingen is door te stoppen met het gebruik van aardgas voor het verwarmen van woningen en andere panden. Dat is niet alleen essentieel vanwege de klimaatafspraken, maar ook omdat in Nederland de gaswinning wordt teruggedraaid. Daar moeten we op anticiperen. Importeren van brandstof is duur en maakt ons voor onze energievoorziening afhankelijk van andere landen.
Overigens raakt vroeg of laat ook daar het gas op. De afkoppeling van het aardgas is een omvangrijke, complexe en dure operatie die ingrijpend is voor vastgoedeigenaren en -gebruikers. Maar de transitie is niet onmogelijk. De technieken zijn er en ze worden in nieuwbouw inmiddels ook standaard toegepast. Sinds juli 2018 mogen nieuwbouwwoningen niet meer op het aardgas aangesloten worden.
-12-
De warmtetransitie op verschillende niveaus
-13-
2.4
De Helmondse klimaatambities
2.6
Omvang van de opgave
In 2009 heeft de gemeenteraad van Helmond een Klimaatbeleidsplan vastgesteld met de ambitie: Helmond
De gemeente Helmond heeft 90.630 inwoners, die op dit moment in 40.857 woningen wonen. We zijn ons bewust van
Klimaatneutraal tussen 2035 en 2045. Op basis van dit plan is destijds een start gemaakt met projecten en acties gericht
de opgave die vanuit het MIRT voor ons ligt. De toe te voegen woningen (ad 10.000) zetten we in om een kwaliteitssprong
op energiebesparing en het opwekken van duurzame energie. Hoewel de intenties goed waren, werden daar mee nog
te maken inzake maatschappelijke opgaves met als basis duurzaamheid. Verder is er ongeveer 910.000 m2 aan bedrijven
geen grote stappen gezet. Tijdens de brede duurzaamheidsconferentie ‘Alle lichten op groen’ in 2015 constateerden
en instelling (kantoren, onderwijs, detailhandel enz.), ongeveer 1.124.000 m2 aan industrie en nog wat landbouw in de
de deelnemers dat er op klimaatgebied nog te weinig gebeurde in de stad. De stip op de horizon ten aanzien van
gemeente aanwezig. PBL, Startanalyse Leidraad Transitievisie Warmte. Al deze gebouwen verbruiken samen jaarlijks
klimaatneutraliteit werd daarom op 2035 tot 2045 geplaatst en de initiatieven van verschillende organisaties in de stad
7.619 TJ aan energie, verdeeld over 179.969.000 m3 aardgas en 534.248.000 kWh elektriciteit (zie grafiek hieronder voor
werden gebundeld in de Versnellingsagenda Duurzaamheid.
de verhoudingen van dit energiegebruik).
Zoals in de inleiding al is omschreven heeft de gemeente in 2017 aansluitend op de algemene ambitie samen met verschillende stakeholders de intentieverklaring Aardgasvrij Helmond ondertekend. Sindsdien werken de verschillende partijen in de stad samen aan de voorbereiding van de Transitievisie Warmte en zijn inmiddels ook enkele concrete pilots
Woningen
opgestart. Ook wordt er elke 2 jaar een klimaatbegroting opgesteld.
Bedrijven en instellingen
7.619 TJ
2.5
De Helmondse uitgangspunten
Industrie Landbouw, bosbouw en visserij
In samenwerking met de stakeholders hebben we de uitgangspunten voor de transitie bepaald. Daarbij is uiteraard gekeken naar gemeentelijk beleid, maar ook naar dat wat de stakeholders belangrijk vinden. De uitgangspunten zijn: • Betaalbaarheid, haalbaarheid en betrouwbaarheid voor de eindgebruiker staan voorop;
Weergave van de verhouding van het energiegebruik in de gebouwde omgeving van de gemeente Helmond (Klimaatmonitor 2018)
(we willen geen nieuw probleem creëren, zoals energiearmoede of zorgen rond het al dan niet werken van een installatie, bij het oplossen van een ander probleem: van het aardgas af) • De gemeente is regisseur maar hanteert het principe samen, lokaal en duurzaam invulling te geven aan de opgave; (we staan gezamenlijk voor de uitdaging en hebben iedereen nodig) • Flexibiliteit in de uitvoering; de warmtetransitie staat nog in de kinderschoenen.
Wat betreft energiegebruik zijn woningen en bedrijven & instellingen goed vergelijkbaar. Beiden gebruiken voornamelijk aardgas voor warm tapwater en om de gebouwen te verwarmen. Daarom zal de alternatieve aanpak voor de woningen en de bedrijven & instellingen min of meer vergelijkbaar zijn. In de industrie wordt voornamelijk proceswarmte gebruikt
(Er is nog veel onzeker over technieken en financieringsconstructies. Deze onzekerheden blijven voorlopig bestaan.
(energie die nodig is voor de productieprocessen). Het verduurzamen van deze energie vraagt een volledig andere aanpak.
Het is verstandig om enige flexibiliteit te behouden om nieuwe kansen te signaleren en op te pakken.
Dat is de reden dat de Impactscan en de Transitievisie Warmte in hoofdzaak de alternatieve warmtevoorziening voor
Het blijft desondanks belangrijk om niet te wachten, maar nu te beginnen.)
woningen en bedrijven & instellingen beschrijft.
• Inwoners en andere gebruikers worden betrokken bij het maken van de plannen en de uitvoering op basis van deze visie. (Een actieplan (deel van de wijkontwikkeling) komt vanuit de inwoners en wordt gefaciliteerd door de gemeente) • We kiezen voor een buurtgerichte aanpak. Deze kent een bepaalde fasering. (We kunnen niet overal tegelijkertijd starten. Om die reden starten we daar waar volgens de analyse de eerste stappen al gezet kunnen worden en in wijken waar al initiatieven lopen) • Uitvoerbaar; De uitvoerbaarheid van de transitie is belangrijk. (mede omdat er onzekerheden zijn is het belangrijk om voldoende tijd te nemen voor de uitvoering. Hierin zullen onze technische partners (netbeheerder en de installatiebranche) belangrijk zijn. Een pragmatische en realistische houding bij de uitvoering is van belang, gecombineerd met het reduceren van onzekerheden, waar mogelijk.) • Indien het kan wordt keuzevrijheid geboden voor inwoners en bedrijven (In veel buurten en wijken zijn ook individuele oplossingen mogelijk en wenselijk. Daarin bepaalt ieder zijn eigen tempo. Keuzevrijheid is een uitgangspunt.) -14-
-15-
2.7
Woningen
De nieuwe percentages zijn nog niet in de NP-RES methodiek en de analysekaarten verwerkt. De prognose van de energievraag in 2030 baseren we dan ook op de methodiek van de NP-RES, rekening houdend met de KEV percentages:
Het totale energiegebruik in de gebouwde omgeving van de gemeente Helmond was in 2018 7.619 TJ. Een aanzienlijk
een daling van de warmtevraag met 1% per jaar die veroorzaakt wordt door autonome ontwikkelingen.
deel van de energie wordt door woningen gebruikt: jaarlijks 1.921 TJ. Dit is verdeeld over ongeveer 47.531.000 m3 aardgas en 115.770.000 kWh elektriciteit. Dit verbruik kost jaarlijks ongeveer € 56.749.000. De huidige opgave voor de gemeente Helmond is dus het vinden van duurzame alternatieven voor een jaarlijks aardgasgebruik van ongeveer 47.531.000 m3 en een jaarlijks elektriciteitsgebruik van ongeveer 115.770.000 kWh (zie figuur hieronder). Ter vergelijking, om de CO2-uitstoot van dit energieverbruik te compenseren, moeten er ruim 7.310.000 volwassen bomen een jaar lang groeien. Dit is een oppervlak van ongeveer 73.100 hectare aan bos (ruim 13 maal het oppervlak van de gemeente Helmond).
Denk aan: • Sloop en gasloze nieuwbouw; • Isolatie van bestaande woningen; • Verbetering van warmt leverende installaties.
Aardgas Elektriciteit
1.921 TJ
De werkelijke opgave voor de gemeente Helmond, rekening houdend met toekomstige ontwikkelingen. Verhouding energiegebruik in de woningen (Klimaatmonitor 2018)
2.7.1
De opgave voor de gemeente Helmond
De werkelijke opgave voor de woningen is dus niet een jaarlijks gasverbruik in de gemeente Helmond van 47.531.000
Werkelijke opgave woningen, prognose volgens de NP-RES-methodiek
Om een inschatting te maken van de warmtevraag van de toekomst, hebben we gebruik gemaakt van de systematiek die vanuit het Nationaal Programma RES is aangereikt. In de NP-RES-analysekaarten wordt voor de periode tot 2030 uitgegaan van een efficiencyverbetering die gebaseerd is op de Nationale Energieverkenning (NEV) van 2017. De NEV2017 houdt rekening met vastgesteld en voorgenomen (landelijk) beleid inclusief energiezuinige nieuwbouw. De maatregelen uit het Klimaatakkoord zijn hier heel nadrukkelijk nog niet in meegenomen. De NP-RES-methode gaat er vanuit dat besparingspercentages gelden voor zowel de warmte- als de elektriciteitsvraag. Naar verwachting zal de warmtevraag sneller afnemen door verbeteringen in isolatie. Inmiddels is de Klimaat- en Energieverkenning 2019 en 2020
m3, maar een jaarlijks gasverbruik van ongeveer 42.556.000 m3 (zie bovenstaand figuur). Dit verbruik zit in ongeveer 34.000 woningen die nog aan het aardgasnet zijn gekoppeld. Van het totaal aantal woningen (40875) zijn er ruim 6500 gekoppeld aan het bestaande warmtenet en zijn er ruim 100 reeds aardgasvrij. Het restant is cijfermatig de opgave. Hierbij opgemerkt dat het huidige warmtenet op dit moment niet geheel aardgasvrij wordt verwarmt. Tegenover de daling van het aardgasverbruik staat een stijging van het elektriciteitsverbruik. Het totale verbruik kost jaarlijks (uitgaande van een stijging van de huidige kosten voor energie met 2% per jaar, cijfers CBS) ongeveer € 64.402.000,-.
verschenen, met daarin aangepaste, naar boven bijgestelde besparingspercentages: 2013 – 2020
2020 – 2030
Energiebesparing per jaar
Energiebesparing per jaar
Huishoudens
2,1%
1,0
Dienstverlening
1,9%
1,5
Besparing volgens de KEV
-16-
-17-
2.8
Opgave aantal aardgasloze woningen tot 2030 (vertaling)
2.10
Energiearmoede
Volgens het Klimaatakkoord moeten in 2050 alle woningen aardgasloos zijn. In het Akkoord is ook een meetpunt in
In Helmond is, zoals bij veel gemeentes in ons land, de energietransitie een belangrijke thema voor de komende jaren.
2030 aangegeven. In dat jaar moeten in heel Nederland 1.500.000 woningen aardgasloos zijn. Let op, dit betreft alleen
Hierbij heeft de relatie tussen deze transitie en mensen met een lager inkomen bijzondere aandacht (energiearmoede).
bestaande woningen die nu nog aardgas gebruiken. Aardgasloze nieuwbouw valt niet onder dit cijfer.
We spreken van energiearmoede wanneer een huishouden onvoldoende toegang heeft tot het aanbrengen
Vertaald naar de gemeente Helmond zou dit betekenen dat tot 2030 ongeveer 8.100 bestaande woningen aardgasloos
energievoorzieningen in huis. Doordat een groot deel (10% of meer) van de inkomsten naar de energierekening gaat, kan
gemaakt moeten worden. Dit betekent wel dat er na 2030 een versnelling in de aanpak moet plaatsvinden, want in dat
dat er tevens toe leiden dat mensen inleveren aan comfort. In energiearme huishoudens zetten mensen bijvoorbeeld
tempo wordt de doelstelling van 2050 (of 2045) niet gehaald.
de verwarming niet aan omdat ze willen bezuinigen, of verwarmen ze hun eten liever niet op omdat ze het gas te duur vinden. Daar waar de energienota 8% of meer van het besteedbaar inkomen bedraagt ligt energiearmoede op de loer.
2.8.1
Opgave vertaald naar energiebesparing
In paragraaf 5.8 wordt dit criterium gekwantificeerd.
Het is niet zeker dat er in 2030 ook daadwerkelijk 8.100 woningen in Helmond van het aardgas af gehaald zijn. Er zijn legio redenen waarom dit doel niet gehaald kan worden. Die kunnen technisch en financieel zijn. Maar tevens vraagt het
Insteek van de gemeente is al jaren om voor deze doelgroep in te zetten op sociaal maatschappelijke aspecten, maar we
veel aandacht en effort in draagvlak om grote groepen woningeigenaren gelijktijdig hun woningen geheel aardgasloos
zien dat zij ook onevenredig “hard” geraakt worden door de benodigde transitie op energiegebied en niet de kans krijgen
te laten maken. Om toch aan de landelijke doelstelling te voldoen, vertalen we het doel van 8.100 aardgasloze woningen
mee te doen. De coronacrisis is hierbij eveneens nog van invloed. Op 16 november 2020 is door de gemeenteraad van
in 2030 naar een energiebesparingsdoelstelling. Een woning in Helmond verbruikt gemiddeld 1.140 m3 aardgas per jaar,
Helmond een motie aangenomen om te onderzoeken op welke manier gemeente Helmond de energietransitie voor lage
klimaatbegroting 2018. Uitgaande van 8.100 woningen met een aardgasverbruik van 1.140 m3 per jaar, moet er in 2030
inkomens vorm kan geven. Men ziet de energietransitie als een kans om de positie van de minima te versterken en hen de
9.234.000 m3 aardgas in de woningen van de gemeente Helmond bespaard zijn. Een deel van deze besparing komt voor
mogelijkheid te bieden mee te doen. Waarbij het vizier niet alleen gericht is op minima, aangezien ook woningeigenaren
rekening van woningen die volledig aardgasloos worden gemaakt. Het andere deel wordt behaald door het isoleren van
met een lager inkomen binnen de energietransitie een uitdaging kennen.
woningen om ze klaar te maken voor de stap naar aardgasloos. Buiten isoleren zetten we ook in de hele gemeente in op In maart 2021 is een eerste uitwerking en een plan van aanpak gepresenteerd aan de gemeenteraad. Op basis
het vervangen van gasgestookte cv-ketels naar hybride ketels waar mogelijk.
van de bij deze commissie opgehaalde adviezen en informatie is het plan aangepast en wordt dit verder met de In eerste instantie ligt de focus daarom op energiebesparing. In een later stadium wordt een daadwerkelijke keuze
betrokken corporaties en bewoners (ervaringsdeskundigen) uitgewerkt. Een zorgvuldig traject is in deze namelijk erg
gemaakt voor een alternatieve warmtevoorziening om woningen aardgasloos te maken. We zetten in op een kleinschalige
belangrijk. Daarom wordt er door de gemeente nu een project gestart waarin enerzijds invulling wordt gegeven aan
en geleidelijke aanpak (dus niet in één keer naar aardgasloos), omdat we die op de langere termijn kansrijker achten dan
de duurzaamheidsdoelstellingen en anderzijds door bewoners kansen te bieden de kloof tussen lagere en hogere
gelijk grote groepen woningen aardgasloos te maken.
inkomensgroepen niet wordt vergroot. Een mogelijk bijkomend effect is dat er een aantal “groene” banen ontstaat door de inzet van energiecoaches en het uitvoeren van duurzaamheidsmaatregelen. Onderdeel hiervan is het bezoeken van inwoners om hen bekend te maken met het idee en nut en noodzaak, maar tevens de aanpassing van bijvoorbeeld
2.9
Bedrijven & instellingen
Aardgas Elektriciteit
De bedrijven en instelling hebben op dit moment een jaarlijkse
gespikkeld bezit. Hiervoor zijn inmiddels ook middelen vastgesteld in de begroting voor 2022. Energiearmoede komt tevens als thema terug in de communicatieaanpak (paragraaf 11.1).
energiegebruik van 3.214 TJ, verdeeld over 82.615.000 m3 aardgas en 166.491.000 kWh elektriciteit (zie grafiek) en vormen daarmee een aanzienlijk deel van de opgave. Volgens de Klimaat- en
3.214 TJ
Energieverkenning 2019 van het PBL zal het aardgasverbruik op basis van het huidige beleid tot 2030 met 6.5% dalen. Uit de praktijk (gesprekken met handhavers van bijvoorbeeld milieuwetgeving) weten we dat 10-20% ook haalbaar moet zijn. Dit betekent dat aanvullende wet- en regelgeving en maatregelen voor de overige 80-90% aan besparing en duurzame opwekking moet zorgen.
-18-
Verhouding energiegebruik in de bedrijven & instellingen (Klimaatmonitor 2018)
-19-
3
De stakeholders in Helmond
De gemeente kan de warmtetransitie niet zonder andere stakeholders realiseren. Iedereen in de gemeente zal een
3.3
Particuliere woningeigenaren
steentje bij moeten dragen: de gemeentelijke organisatie, verhuurders (woningcorporaties maar ook particuliere verhuurders), huurders, particuliere woningeigenaren, huurders, bedrijven, netbeheerders en energieleveranciers. Zonder
Een deel van de woningen in de gemeente Helmond is in eigendom van particuliere eigenaren. De woningeigenaren zijn
samenwerking is het onmogelijk om de transitie op een goede manier te realiseren. In dit hoofdstuk beschrijven we de
van groot belang voor het slagen van de warmtetransitie. Wanneer de gemeente er niet in slaagt om de bewoners mee te
belangrijkste stakeholders en de rollen die deze partijen hebben binnen de Helmondse warmtetransitie.
krijgen in de transitie, worden de doelen niet bereikt. In vrijwel alle bestaande woningen moeten namelijk maatregelen getroffen worden, zoals het aanbrengen van aanvullende isolatie, isolerende beglazing, goede naad- en kierdichting en het aanpassen van verwarmingsinstallatie (warmtepomp, lage temperatuur verwarmingssysteem, zonneboiler e.d.). Deze
3.1
De gemeente
maatregelen hoeven niet in één keer gerealiseerd te worden; het kan ook in tussenstappen. Daarom is het essentieel dat bij natuurlijke onderhoudsmomenten stappen in de goede richting worden gezet en zogenaamde “no regret”
De nationale overheid heeft alle gemeenten in Nederland een regierol gegeven om de warmtetransitie wijk voor wijk,
maatregelen worden genomen (maatregelen waar je zeker geen spijt van krijgt). Hierbij hebben we specifiek aandacht
buurt voor buurt en straat voor straat uit te gaan voeren. De gemeente gaat het proces en de organisatie van de transitie
voor de doelgroep minima.
sturen. De bestaande samenwerking met de stakeholders in Helmond is daarbij essentieel.
3.4
Het Energiehuis
Het is belangrijk dat: • er draagvlak bij inwoners en bedrijven gecreëerd wordt en blijft bestaan;
Om te realiseren dat bewoners ook daadwerkelijk maatregelen gaan treffen, is het belangrijk dat woningeigenaren
• het maatschappelijk belang in de gaten gehouden wordt;
goed en tijdig geïnformeerd en geadviseerd worden. Het EnergieHuis Slim Wonen is één van de ondertekenaars van de
• de warmtetransitie geleidelijk uitgevoerd wordt;
intentieverklaring Aardgasvrij Helmond en fungeert als onafhankelijk informatie- en adviespunt voor woningeigenaren en
• de betaalbaarheid van de warmtetransitie voor iedereen wordt geborgd;
MKB-bedrijven. Naast advies op maat, verzorgt het EnergieHuis ook thema-avonden over energiebesparing en duurzame
• er keuzevrijheid wordt geboden voor inwoners en bedrijven;
energie.
• er voldoende warmtebronnen beschikbaar zijn en de borging van energielevering vanuit deze bronnen geregeld is; • de kwaliteit van de gebouwde omgeving geborgd wordt;
3.5
• het gemeentelijke beleid duidelijk is.
Bedrijven
De bedrijven in Helmond zijn verantwoordelijk voor een groot deel van de warmtevraag. Hierbij gaat het om bedrijven Voor nieuwbouw is het beleid in Helmond in elk geval al heel helder. Helmond kent geen uitzonderingswijken, dus nieuwe
die deel uit maken van de gebouwde omgeving (commerciële en publieke dienstverlening) en bedrijven op de
plannen worden inmiddels in Helmond aardgasloos uitgevoerd.
bedrijventerreinen. De bedrijven in de dienstverlening zullen bij de warmtetransitie grotendeels meeliften op de ontwikkelingen die bij de woningen in de betreffende wijken en buurten gaan plaatsvinden. De warmtetransitie op de bedrijventerreinen is een ander verhaal. De Stichting Bedrijventerreinen Helmond (SBH) vervult hierbij een coördinerende
3.2
Woningcorporaties
rol, ook als het gaat om de pilots die op enkele bedrijventerreinen al zijn opgestart. SBH is dan ook een belangrijke stakeholder. Bedrijven gebruiken niet alleen warmte, maar hebben in sommige gevallen ook warmte over. Deze
In Helmond is een aantal woningcorporaties actief: Woonpartners, WoCom, Compaen, Volksbelang, Woonbedrijf
restwarmte kan worden ingezet als alternatieve energiebron voor andere bedrijven of woningen. Dit maakt de bedrijven,
en Bergopwaarts. De woningcorporaties zijn vanwege het grote woningenbezit een belangrijke partner in de
ook vanuit de aanbodzijde, een belangrijke partner in de warmtetransitie.
warmtetransitie. In totaal bezitten de corporaties ca. 38% van de woningen in Helmond, maar in sommige wijken en buurten ligt dit percentage aanzienlijk hoger. De warmtetransitie bij deze woningvoorraad kan als startmotor dienen voor de transitie in de rest van de wijk en de rest van de stad.
-20-
-21-
3.6
De netbeheerder
4
De Helmondse anayse
4.1
CEGOIA-studie
Netbeheerder Enexis is in Helmond verantwoordelijk voor het transport van de energie (elektriciteit en aardgas). Het is
In 2015 heeft in Helmond de brede duurzaamheidsconferentie ‘Alle lichten op groen’ plaats gevonden. Na afloop van
goed mogelijk dat de netbeheerder ook na de transitie verantwoordelijk gaat zijn voor het transport van energie, maar dan
deze conferentie is gestart met een onderzoekstraject gericht op de warmtetransitie. In opdracht van de gemeente
mogelijk in andere vormen. Denk aan collectieve voorzieningen, het transport van biogas of misschien wel het transport
voerde CE Delft een eerste inventarisatie uit met het CEGOIA-rekenmodel. Dit model berekent de zogenaamde
van waterstof. Elektriciteit gaat in de transitie een steeds belangrijkere rol spelen en dat heeft gevolgen voor het netwerk.
maatschappelijke kosten van duurzame warmteopties waarbij de hele keten wordt meegenomen. Dit zijn de kosten
Moet het net verzwaard gaan worden en zo ja, hoe kan dat op een betaalbare en ruimtelijk verantwoorde manier? Of zal
voor het energiesysteem die we met alle nederlanders gezamenlijk betalen. In samenspraak met partners in de stad
de focus meer komen te liggen op de opslag van energie? Uiteindelijk zal het waarschijnlijk een mengeling van allerlei
(woningcorporaties, netbeheerders, bedrijvenorganisaties) werden meerdere scenario’s doorgerekend.
opties worden, maar het is wel duidelijk dat de netbeheerder een belangrijke rol in de transitie gaat spelen. Omdat de resultaten en conclusies sterk werden bepaald door de hoog ingeschatte potentie van industriële restwarmte en geothermie, onderzocht CE Delft ook scenario’s zonder deze twee opties, maar met bijvoorbeeld een biomassacentrale.
3.7
Ennatuurlijk
Bovendien werd gekeken naar de ‘deviatie’: het verschil in maatschappelijke kosten tussen verschillende scenario’s. Dit verschil bleek in veel Helmondse wijken beperkt te zijn. Anders gezegd: op basis van de CEGOIA-berekeningen kon voor
De intentieverklaring Aardgasvrij Helmond is mede ondertekend door Ennatuurlijk (eigenaar van het bestaande
de meeste wijken en buurten van Helmond nog geen eenduidige keuze gemaakt worden als het gaat om de toekomstige
warmtenet) en Brabant Water (verantwoordelijk voor het beschermen van de grondwatervoorraden in relatie tot
warmtevoorziening.
energievoorzieningen). Beide partijen denken mee over de warmtetransitie, waarbij Ennatuurlijk vooral verantwoordelijk is voor de verduurzaming van het bestaande warmtenet.
4.2
Aanvullende analyse: de quickscan buurten
Andere stakeholders Naast de bovengenoemde stakeholders zijn meer partijen betrokken bij de warmtetransitie in Helmond. Andere partijen
Hoewel maatschappelijke kosten een belangrijk criterium vormen bij de keuze van de warmteoptie voor de toekomst,
die een rol (kunnen) spelen, zijn: verbindende partijen zoals Buurkracht (gericht op het mobiliseren van particuliere
is het zeker niet het enige criterium. Daarom is voor de eerste schets van de toekomstige warmtevoorziening op een
woningeigenaren), vastgoedeigenaren zoals particuliere verhuurders en vastgoedontwikkelaars en natuurlijk huurders en
meer pragmatische wijze gekeken naar de technische mogelijkheden per buurt. Voordat deze mogelijkheden beschreven
wijkraden.
worden, is het van belang om de daadwerkelijk opgave in beeld te brengen. Hoeveel aardgas wordt er op dit moment in de woningen van de gemeente Helmond gebruikt? Over hoeveel woningen is dit verbruik verdeeld? Wie is eigenaar van al die woningen? Wat zijn de overheersende woningtypen in de gemeente? Dit zijn zomaar een aantal vragen die belangrijk zijn
3.8
Samenwerking
om een goed beeld van de gemeente te krijgen. Hoofdstuk 5 brengt daarom in beeld hoe de gemeente Helmond er op dit moment uit ziet.
Met de ondertekening van de intentieverklaring Aardgasvrij Helmond hebben de belangrijkste stakeholders in de stad afgesproken dat zij zich committeren aan een nieuwe vorm van samenwerking waarbij flexibiliteit, inzet, betrokkenheid
4.2.1
én werken aan de gezamenlijke doelstelling voorop staan.
In hoofdstuk 5 wordt de gemeente Helmond op 3 niveaus bekeken: gemeenteniveau, buurtniveau en straatniveau.
Quickscan op 3 niveaus
Elk onderdeel start met gegevens op gemeenteniveau. Vervolgens wordt ingezoomd op buurtniveau omdat de Transitievisie Warmte uiteindelijk op dit niveau ingevuld moet worden. Als laatste stap zoomen we voor een aantal Praktisch gezien betekent dit:
aspecten in op straatniveau omdat dit waarschijnlijk het niveau zal zijn waarop uitvoeringsplannen gemaakt gaan
• dat de verschillende partners werken aan de totstandkoming van de Transitievisie Warmte en de uitvoering
worden. Het is niet aannemelijk dat buurt voor buurt de gemeente aardgasvrij gemaakt wordt, eerder straat voor straat. In bijlage VII zijn alle gegevens in een overzichtelijke tabel verwerkt. In bijlage VIII worden de verschillende vlekkenkaarten
van de warmtetransitie (nu nog in de pilots); • dat afstemming hierover plaatsvindt in een gezamenlijke werkgroep en een stuurgroep, die beide onder regie
op buurtniveau naast elkaar weergegeven zodat een goed vergelijk gemaakt kan worden. Tot slot worden in bijlage IX de verschillende vlekkenkaarten op straatniveau weergegeven.
van de gemeente Helmond staan; • dat er ook met sociaaldomein en sociale partners in de stad wordt samenwerkt. Bijvoorbeeld op het gebied van het Energiearmoede traject, maar eveneens ten aanzien van de RRE (Regeling Reductie Energiegebruik).
-22-
-23-
5 4.3
De analyse van PBL
Quickscan
In dit hoofdstuk wordt een visuele en tekstuele beschrijving van de data-analyse gemaakt. De data is onder andere gebruikt voor de multi-criteria analyse om te komen tot een planning van buurten. In de vlekkenkaarten op buurtniveau
Met de lokale analyse die in hoofdstuk 5 beschreven wordt, loopt Helmond voor op veel andere gemeenten. Om alle
is telkens een kleurstelling gebruikt die overeenkomt met de scores voor de betreffende criteria. Een hoge score komt
Nederlandse gemeenten te ondersteunen bij de totstandkoming van de Transitievisie Warmte, heeft het Planbureau
overeen met een groene kleur en een lage score komt overeen met een rode kleur.
voor de Leefomgeving (PBL) op basis van landelijke, openbare data een technisch-economische analyse gemaakt. In deze startanalyse, die in het derde kwartaal van 2019 is verschenen, zijn vijf strategieën voor een aangepaste
5.1
warmtevoorziening doorgerekend:
De leeftijd van de inwoners
Uit onderzoek van het CBS is gebleken dat de bereidheid 1. Individuele elektrische warmtepomp (lucht warmtepomp of bodem warmtepomp);
en mogelijkheden om te investeren in energie-
2. Warmtenet met midden- en hogetemperatuurbron (70 ˚C of hoger);
besparende maatregelen laag is onder jongeren en
3. Warmtenet met lagetemperatuurbron
onder ouderen. CBS, Energiebesparingspotentie –
4. Hernieuwbaar gas met hybride warmtepomp
Een introductie en handleiding. Onder jongeren
5. Hernieuwbaar gas met hr-ketel
worden mensen verstaan met een leeftijd van 24 jaar of jonger. Mensen met een leeftijd van 65 jaar of ouder vallen onder de groep ‘ouderen’. De focus zal dus
De berekeningen in de startanalyse zijn gebaseerd op gemiddelde kosten op nationaal niveau, voor bijvoorbeeld
moeten liggen op de leeftijdsgroepen tussen de 25 en
isolatiemaatregelen, aanleg van warmtenetten of aanschaf van warmtepompen. Bij een aantal kostenposten,
64 jaar. Deze groep is (niet geheel verrassend gezien de
bijvoorbeeld voor isolatiemaatregelen in woningen en gebouwen, kunnen de kosten in de praktijk soms ver afwijken van
leeftijdspiramide van Nederland) oververtegenwoordigd
deze berekende kosten. Maar dat is niet het enige aandachtspunt bij het interpreteren van de landelijke startanalyse.
in de gemeente Helmond (zie de figuur hiernaast).
De strategieën 2 en 3 gaan uit van warmtebronnen (bijvoorbeeld restwarmte van bedrijven en geothermie) die nog
We zien natuurlijk wel dat jongeren zich wel zorgen
onvoldoende zijn getoetst op werkelijke beschikbaarheid. Het bronnenoverzicht is niet up-to-date. In het kader van de
maken over de veranderingen in het klimaat en hier
voorbereiding van de Regionale Energie Strategie (RES) wordt het warmtebronnenregister aangevuld en geactualiseerd.
sterk bij betrokken willen worden.
Aantal inwoners verdeeld naar leeftijdsgroep (cijfers CBS, 2018)
De strategieën 4 en 5 gaan uit van groen gas, dat in de toekomst maar beperkt beschikbaar zal zijn. In de buurten waar bv. de hybride warmtepomp met groengas als goedkoopste optie naar voren komt (volgens de landelijke analyse), zal wellicht
De groep bewoners met een leeftijd tussen de 45 en 64 jaar toont de meeste investeringsbereidheid. Enerzijds heeft
toch voor een andere optie gekozen moeten worden omdat het groene gas er simpelweg niet is. De landelijke startanalyse
dit te maken met de grootte van het gezin en de invloed van dit gezin op de energierekening: kinderen in de pubertijd
is nog volop in ontwikkeling. In 2020 verschijnt een uitgebreidere versie, waarin ook de kosten voor de eindgebruiker
verbruiken meer energie dan hele jonge kinderen (aanwezig in de groep van 25 tot 44 jaar). Anderzijds zijn 45-64-jarigen
van woningen en eventueel nieuwe technologieën (waaronder de toepassing van waterstofgas) worden meegenomen.
op de top van hun carrières met bijbehorende inkomens. De investeringspotentie is daarmee hoger dan in de jongere
Vooralsnog gaan we in Helmond uit van onze eigen, lokale analyse en toetsen we de prioritaire buurten (de buurten waar
bevolkingsgroepen. Deze potentie is ook zichtbaar in het type verbouwing dat vaak door de 45-64-jarigen uitgevoerd
we willen starten) aan de berekeningen van het PBL. De invulling van de analyse is gedeelde met het PBL en wordt ook
wordt: een verbouwing ter bevordering van het comfort en de luxe van de woning. In dit type verbouwing is over het
ingebracht in de RES.
algemeen meer aandacht voor de bouwkundige schil en het verwarmingssysteem (“zullen we dan toch maar eens die vloerverwarming aanleggen?”). De groep onder de 25 jaar heeft vaak nog geen eigen woning waardoor de investeringen voor rekening komen van de woningeigenaar/verhuurder. Tevens heeft deze groep mensen (net als de groep boven de 65) andere prioriteiten. Jongeren hebben relatief weinig geld en geven dit liever aan andere zaken dan energiebesparing uit. Ouderen hebben relatief veel geld maar willen dit niet meer investeren in energiebesparing. Ze gaan ervan uit dat ze toch niet meer profiteren van het rendement van de investeringen en besteden het geld daarom liever aan andere zaken.
-24-
-25-
5.1.1
Overheersende leeftijdsgroepen op buurtniveau
5.3
De woningvoorraad
De verdeling van leeftijdsgroepen in Helmond is in veel buurten vergelijkbaar met het landelijk beeld: de groep 45-64 is oververtegenwoordigd (zie vorige bladzijde). Er zijn ook een aantal buurten waarin de meeste bewoners jonger of
De gemeente Helmond heeft 40.857 woningen. Iets meer dan de helft van het totale woningbezit zijn koopwoningen
juist ouder zijn. Brand is daarin de grootste uitschieter. In deze buurt vormen mensen jonger dan 15 jaar de grootste
(53%). De overige woningen zijn huurwoningen. Daarvan is 38% in eigendom van een woningcorporatie. Daarmee
groep bewoners. Er zijn echter nog meer buurten zichtbaar waarin waarschijnlijk veel gezinnen wonen: buurten waarin
hebben de woningcorporatie dus een aanzienlijk deel van de woningen in Helmond in eigendom. Een klein deel van
de groepen jonger dan 15 jaar en 45-64 jaar het grootste zijn. Naast de “jonge” buurten zijn er ook een aantal “oude”
deze woningen heeft op dit moment geen gasaansluiting. Wel zijn er een aantal buurten die aangesloten zijn op een
buurten: buurten met veel mensen ouder dan 65 jaar.
collectieve warmtevoorziening. Het aantal woningen in Helmond zal tot 2030 sterk toenemen, mede door grootschalige ontwikkeling in het Centrum. Nieuwe woningen worden niet meer op het aardgas aangesloten en leveren daarmee dus ook geen bijdrage aan het totale aardgasverbruik leveren.
Aantal woningen verdeelt naar eigendom (cijfers van Klimaatmonitor, 2018) Overheersende leeftijdsgroepen per buurt in de gemeente Helmond
5.3.1
Overheersend eigendom op buurtniveau
Het voordeel van corporatiewoningen is het feit dat er over het algemeen één aanspreekpunt voor meerdere woningen
5.2
Inkomen per huishouden
is. Voor corporatiewoningen geldt dit in grotere mate dan voor particuliere huurwoningen. De kans op aardgasloos maken van grotere aantallen woningen is hier dus groter dan bij particuliere koopwoningen. Daar is elke woningeigenaar
Het jaarlijks inkomen per huishouden is voor de gemeente Helmond een belangrijke criterium. De gemeente wil
een afzonderlijk aanspreekpunt. Het omgekeerde geldt ook, huurders hebben geen bevoegdheid tot het nemen van
voorkomen dat huishoudens met een laag inkomen extra hard getroffen worden door de stijgende energieprijzen, ook wel
energiebesparende maatregelen. Wanneer de woningeigenaar niet mee wil werken, is de kans op het verduurzamen van
energiearmoede genoemd. In de gemeente is een groot verschil tussen buurten zichtbaar. Er zijn een aantal buurten met
grote aantallen woningen ook gelijk verkeken. In Helmond zijn in de meest buurten de koopwoningen het overheersend
hoge inkomens, maar ook veel buurten met erg lage inkomens (lager dan het modale inkomen in Nederland, rond de
eigendomstype. Er zijn ook een aanzienlijk aantal buurten waar er meer corporatiewoningen dan particuliere
€ 35.000). Het laagste gemiddelde inkomen vinden we terug in Brouwhorst: € 23.500 per jaar.
koopwoningen staan.
Gemiddeld jaarlijks inkomen per huishouden in de verschillende buurten van de gemeente Helmond
Overheersend eigendom type van woningen per buurt in Helmond
-26-
-27-
5.3.2
Aandeel corporatiewoningen op buurtniveau
Een groot aandeel corporatiewoningen in een buurt heeft vaak een positief effect op de transitie naar aardgasloos. De reden hiervoor is onder andere dat een corporatie, in tegenstelling tot particuliere eigenaren, gebonden is aan bepaalde prestatieafspraken om de transitie te versnellen. Daarnaast is een corporatie vaak eerder bereid om een lange termijn investering te doen en heeft een corporatie een grotere financiële slagkracht dan individuele bewoners. Hierdoor hebben corporaties een grote invloed op een buurt door het schaalniveau waarop men acteert. De woningcorporatie is immers het aanspreekpunt voor een groot aantal woningen. Voor woningen in particulier eigendom is de eigenaar van elke afzonderlijke woning in principe één partij. Dit maakt het veel lastiger om een transitie in gang te zetten. Op onderstaand kaartje is weergegeven wat de verhouding van corporatiewoningen voor de verschillende buurten in de gemeente Helmond is. Bij 5.3.1 werd al duidelijk dat er een aantal buurten met voornamelijk corporatiewoningen in de gemeente aanwezig is. Dit wordt met bovenstaand kaartje bevestigd. In een aantal buurten is het aandeel corporatiewoningen zelfs groter dan 70%: Leonardus (79%), Beisterveld (71%), Beisterveldse Broek (77%) en Brouwhorst (90%).
Aandeel corporatiewoningen per buurt in de gemeente Helmond
5.4
Woningtypen
Het woningtype geeft een indicatie van de hoogte van de investeringen per woning en de mogelijkheden tot Aandeel corporatiewoningen per buurt in de gemeente Helmond
industrialisatie (een groot aantal woning op een industriële (geprefabriceerde) manier in één keer transformeren) en/ of een collectieve aanpak. Het is vanzelfsprekend dat een grotere woning een hogere investering voor bijvoorbeeld het isoleren van vloeren, gevels en daken vraagt. Een grotere woning verbruikt waarschijnlijk ook meer energie dan een
5.3.3
Verdeling corporatiewoningen op straatniveau
Wanneer we verder inzoomen op straatniveau, worden eerdere bevindingen min of meer bevestigd. De meeste clusters van corporatiewoningen bevinden zich in de buurten die in de vorige paragraaf ook al aangemerkt worden (de groene en oranje gebieden). Een interessante buurt is Stiphout. In 5.3.2 is dit een rode buurt wat aangeeft dat het aandeel corporatiewoningen laag is. Uit bovenstaande kaart blijkt dat er in deze buurt toch een aantal aanzienlijke clusters zichtbaar zijn. Dit geldt in mindere mate ook voor andere buurten.
kleinere woning waardoor de baten van een investering in een grotere woning ook hoger zijn. In grote lijnen kan de onderstaande volgorde gehanteerd worden van klein naar groot (zie ook paragraaf 5.7 waarin het gemiddelde gasverbruik per woningtype zichtbaar wordt gemaakt): 1. Appartementen; 2. Tussenwoningen; 3. Hoekwoningen; 4. Twee-onder-een-kap woningen; 5. Vrijstaande woningen.
Verdeling van woningtypen in de gemeente Helmond
-28-
-29-
Industrialisatie en een collectieve aanpak kan de investering per woning flink omlaag brengen. Hiervoor is het van belang dat er in een straat of buurt eenduidigheid in woningtypen is. De kans hierop is over het algemeen groter bij appartementen en rijwoningen dan bij vrijstaande woningen. In de gemeente Helmond zijn de rijwoningen oververtegenwoordigd met de appartementen en hoekwoningen op ruime afstand als tweede (zie figuur vorige pagina).
5.4.1
Overheersende woningtypen op buurtniveau
Op buurtniveau is eenzelfde beeld zichtbaar als op gemeenteniveau: de rijwoningen zijn oververtegenwoordigd in de gemeente Helmond. In een aantal stedelijke buurten zijn er naast de rijwoningen ook veel appartementen aanwezig. In de buitengebieden vinden we juist weer meer vrijstaande woningen. Isolatiewaarden voor daken, gevels en vloeren afgezet tegen het bouwjaar van de woning
Voor woningen gebouwd ná 1995 is met na-isolatie ook nog een stap te zetten, maar de impact daarvan is aanmerkelijk kleiner dan voor oudere woningen. Sinds begin jaren ‘90 is namelijk het bouwbesluit van kracht en zijn er minimumeisen aan isolatie gesteld. Wel staan de inwoners van deze groep woningen op dit moment vaak voor de keuze of ze de verwarmingsinstallatie moeten vervangen. Dit is een natuurlijk moment om opties te verkennen voor het aardgasvrij maken van een woning. Het hoeft niet vanzelfsprekend te zijn dat er een nieuwe gasgestookte Cv-ketel komt. Over het algemeen valt te stellen dat nieuwbouw-woningen meer geschikt zijn voor all-electric alternatieven dan oudere woningen. Dit omdat de isolatie van nieuwere woningen vaak een stuk beter op orde is. Dit wil niet zeggen dat voor oudere woningen geen all-electric alternatieven mogelijk zijn. Men moet echter wel rekening houden met grootschalige renovaties naarmate de woningen ouder worden. Woningcorporaties zullen eerder geneigd zijn om voor een renovatie te Overheersende woningtypen per buurt in de gemeente Helmond