CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 019 Bijalge 2 Masterplan en Beeldkwaliteitsplan Brainport Smart District

Gemeenteraad 22 februari 2022, gemeente HelmondBij agendapunt: Brainport Smart District: Masterplan, beeldkwaliteitsplan en financiële impact.(Raadsvoorstel 19)21.474 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Marge stroken In BSD hebben alle woningen toegang tot een privéruimte die in verbinding staat met de collectieve of openbare ruimte. Het ontwerp van de ruimte creëert een gevoel van veiligheid en privacy in de privéruimte, en voorziet tegelijkertijd in een sterke verbinding met de collectieve en openbare ruimte, zowel visueel als fysiek Plint Gebouwen in BSD moeten een goed ontworpen verbinding hebben met de directe omgeving, zowel fysiek als visueel. Dit kan door middel van deuren, ramen en paden. Er zijn geen blinde gevels toegestaan in de plinten. Actieve programma’s zoals winkels, werkruimten, collectieve ruimtes, zijn primair in de plint gesitueerd en zichtbaar en uitnodigend voor de omgeving. 46 |

Referenties verbonden sociale ruimtes

Erfafscheidingen zijn natuurlijk en bij voorkeur zo laag mogelijk

Gemeenschappelijke binnen- en buitenruimtes zijn met elkaar verbonden

Gemeenschappelijke ruimtes hebben verschillende afmetingen en inrichtingen zodat er ruimte is voor diverse soorten gebruik

BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 47

HOOFDSTUK 04 ORDES Dit hoofdstuk beschrijft hoe de ontwerpprincipes worden geïmplementeerd in de verschillende ruimtelijke elementen van de BSD-wijk. Per element zullen de specifieke regels en concrete richtlijnen beschreven worden voor stedenbouw, beeldkwaliteit en openbare ruimte

48 |

“Niemand wil regels, maar wel voor de ander. Basis afspraken is goed. Maar hoe kun je afwijken? Er moet een mogelijkheid zijn om af te wijken.” Verslag digitale sessie UNStudio - Innovatie partners, 2 & 3 juni

BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 49

ORDES

BSD wil een maximum aan vrijheid, creativiteit en diversiteit creëren met waarborging van de ruimtelijke samenhang en de identiteit van de BSD-wijk. Om de optimale combinatie tot stand te brengen van vrijheid en ruimtelijke samenhang wordt in dit hoofdstuk een trapsgewijs sturingsregime geïntroduceerd, van belangrijk naar minder belangrijk. Om de optimale combinatie tot stand te brengen van vrijheid en ruimtelijke samenhang wordt een trapsgewijs sturingsregime geïntroduceerd, van belangrijk naar minder belangrijk. Hoe hoger de orde, hoe meer sturing er is. Hoe lager de orde, hoe flexibeler de uitgangspunten. Zo ontstaan identiteitsdragers die de authentieke identiteit voor de wijk uitdragen en is er maximale ruimte voor burgers, individueel en collectief om hun eigen woondroom vorm te geven: • De eerste orde van ruimtelijke identiteitsdragers waarborgt de samenhang op wijkniveau. Dit zijn de Ring, de entrees en het park. Alle initiatieven met betrekking tot deze elementen moeten precies voldoen aan de regels. Dit is het niveau met de meeste sturing. • De tweede orde ondersteunt de ruimtelijke integratie van het gebied. Dit zijn de groene zoom, de stroken en de historische lijnen. Het ontwerp van deze elementen en de aangrenzende projecten hebben enige flexibiliteit binnen een bandbreedte. Dit is het middenniveau qua sturing.

• De derde orde zijn de bouwvelden, het productielandschap en de stedelijke elementen die een maximum aan vrijheid toelaten. Voor de randen van de bouwvelden gelden de uitgangspunten van de andere regimes. Dit niveau heeft de minste sturing.

EERSTE ORDE Ring De Ring vormt de ader van het gebied en heeft een functie als de hoofddistributeur vanuit de mobiliteit. Hij verbindt alle bouwvelden van de verschillende categorieën en omvang. De Ring is de showcase voor de innovaties die worden ontwikkeld en getest in BSD. Entrees De entrees zijn de belangrijkste punten waar mensen de wijk binnen komen. Het ontwerp van deze belangrijke plekken vraagt extra aandacht. Park Het park staat centraal en is de groene voorziening voor de hele wijk. Het zal verlopen met de huidige ligging van het landschap. Daarnaast is het park onderdeel van het natuurlijk watersysteem (grondwater en hemelwater) en biedt het ruimte voor hergebruikwater.

Ring

Entrees

Park

50 |

TWEEDE ORDE

DERDE ORDE

De ribben/ historische lijnen Deze doorlopende stedenbouwkundige elementen verbinden de ecologische zones, het productieve landschap, de groene zoom, de bouwvelden en het park in continue routes. Informele routes die landschappelijke overgangen vormen en de bouwvelden van elkaar scheiden.

Bouwvelden Het uitgangspunt is dat de ruimtelijke invulling binnen de bouwvelden zoveel mogelijk aan de toekomstige bewoners wordt overgelaten. Dit stimuleert ook een gevoel van eigenaarschap bij de bewoners, waardoor de betrokkenheid voor het gebied sterker wordt.

Groene zoom Dit is het gebied tussen de bouwvelden en het productielandschap. In de Groene zoom worden diverse landschappelijke voorzieningen geplaatst zoals moblititeitshubs en een waterberging. Het is bovendien het eerste uitloopgebied voor de bewoners en functioneert als de overgangszone tussen bebouwing en landschap.

Bedrijventerrein Ook hier is het uitgangspunt dat de ruimtelijke invulling binnen de bouwvelden van de bedrijventerreinen zoveel mogelijk wordt overgelaten aan de toekomstige bedrijven. Dit stimuleert een gevoel van eigenaarschap bij de bedrijven, waardoor de betrokkenheid voor het gebied sterker wordt. Productielandschap Het productielandschap vormt de verbinding tussen de mensen in de BSD-buurtschappen en het eten op hun bord.

Ribben

Bouwvelden

Historisch lijnen

Bedrijventerrein

Groene zoom

Productielandschap

BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 51

DE RING

STEDENBOUW De Ring is een langgerekte openbare ruimte en vormt de ader van het gebied. Hij fungeert tevens als hoofddistributeur vanuit de mobiliteit en verbindt alle bouwvelden van de verschillende categorieën. Samen met de entrees is de ring de showcase voor innovaties die worden ontwikkeld en getest in BSD. In het hele gebied heeft de Ring een basisbreedte tussen de rooilijnen van 18 meter. Minimaal 15 meter hiervan is openbaar. Aan beide zijden is er een minimale margestrook van 1,5 meter waardoor we op de 18 meter uitkomen. In deze 1,5 mag niet gebouwd worden. Elk bouwveld in BSD heeft een zijde aan de Ring. De Ring wordt niet zozeer als straat gezien, maar als een ruimte die primair een ontmoetingsplek is voor mensen, ingericht voor langzaam verkeer (wandelaars, fietsers). Het is de bedoeling dat de innovatie en duurzaamheid van de bebouwing te lezen is vanaf de Ring. De Ring kruist op drie plekken de bestaande wegen: op de Neervoortse Dreef (westzijde) en de Voort (noord- en zuidzijde). Daarnaast wordt de Ring verbonden met de Veste via het station en heeft het een belangrijke verbindende functie voor het langzaam verkeer tussen BSD en Brandevoort. Op de ring zal ook noodzakelijk verkeer rijden. Dit zijn de vervoersbewegingen voor hulpdiensten, verhuiswagens en mindervaliden. Margestook aan de Ring De margestrook is de overgangszone tussen openbaar en privé.

Deze ruimte verdient extra aandacht. Aan de Ring is deze overgangszone minimaal 1,5 meter en onderdeel van de ontwikkeling van de bouwvelden. Wel wordt de inrichting uitgevoerd door de gemeente als onderdeel van de openbare ruimte. Hij is onderdeel van de 10% openbare ruimte regel. De margestroken krijgen een invulling die aansluit op de ontwikkeling van de bouwvelden en de inrichting van de Ring. In De Veste zijn dit smalle stoepjes. Op andere locaties zijn het geveltuinen of kleine terrassen die je als bewoner zelf in kunt richten. In BSD zijn margestroken de overgangen tussen privé en openbaar. Het zijn ‘tussengebieden’ en worden gebruikt om een goede entree te maken naar een woning of als wachtruimte om zich te oriënteren voordat men de publieke ruimte in stapt.

52 |

Inrichting Ring Naast het verkeer zijn ook ontmoetingsvormen en activiteiten belangrijk voor de beleving van de Ring. Om ontmoetingsvormen en activiteiten te stimuleren, worden alle uitnodigende middelen ingezet. Denk aan gras, bomen, banken, stoelen, schaduwplekken en zonplekken. Ook zijn er plekken om te spelen, water te bergen en zelfs sporten is mogelijk. Het is de plek om te kijken en om gezien te worden. Plint aan de ring De plinten aan de ring zijn vooral een plek voor ruimtelijke en functionele verbijzondering. Ze hebben een woon- of werkfunctie of het zijn gemeenschappelijke ruimtes. Enkele bouwregels voor de plinten: • Voor de bouwblokken aan de Ring is de minimale bouwhoogte van de plint 3,5 meter, afhankelijk van de totale bouwhoogte van het gebouw. • De plint heeft een actieve transparante gevel • Het transparante gedeelte of de raampartij moet de hoek om worden opgesteld, zodat er maximaal toezicht ten behoeve van de sociale veiligheid ontstaat • De plinten hebben een open karakter, waardoor zichtbaar wordt wat er achter de gevel plaatsvindt. De interactie tussen de openbare ruimte en de begane grond in de plint is belangrijk. Dit in verband met de sociale veiligheid en levendigheid op het maaiveld • Eventuele reclame-uitingen dienen geïntegreerd te worden in het ontwerp van het gebouw.

Deze mogen niet uitsteken, maar moeten in het gevelvlak worden opgenomen Bomen op de Ring De bomen in de Ring zorgen voor een aantrekkelijke openbare ruimte. Voor de eerste orde bomen is 18 meter niet altijd genoeg om voldoende te groeien. Belangrijk is dat er voldoende afstand moet zijn tussen de voorgevel en het hart van de bomen. Bovengronds betekent dit dat er beperkingen zijn voor het plaatsen van gebouwen. Ondergronds moet er voldoende grond zijn om in te wortelen. Het Q-book geeft aan dat er minimaal 40 procent schaduw in de openbare ruimte moet zijn om hittestress te voorkomen. Bomen spelen daar een belangrijke rol in. De schaduw zorgt voor verkoeling van pleinen en straten, maar ook de muren van gebouwen worden minder snel warm en dat is bevorderlijk voor het binnenklimaat en het energieverbruik.

Bomen in de 10% extra openbare ruimte In het hoge-dichtheid-gedeelte komt de 10% openbare ruimte van de bouwvelden aan de Ring te liggen. Hier zullen onder andere de bomen uit de eerste orde geplaatst worden. Bebouwing aan de Ring Gebouwen vormen de wanden van de ring en zorgen voor een overgang richting de bouwvelden. Rooilijnen aan de Ring Rooilijnen zijn de vastgestelde grenzen tussen openbare en private gronden. De rooilijnen van de voorgevels zijn zoveel mogelijk op één lijn uitgelijnd. Aan de buitenkant van de bouwvelden gelden er regels voor de rooilijn, aan de binnenkant niet. De ligging van de rooilijn ten op zichte de van de openbare ruimte is afhankelijk van de locatie. De verhouding tussen de bouwhoogte en de afstand tot de openbare ruimte is in balans.

Eerste orde, de ring

In de ring komen ook technische voorzieningen die nodig zijn voor de bouwvelden. Denk hierbij aan kabels en leidingen, riolering en drinkwatervoorzieningen. De uitgangspunten: • Formeel • De afstand van gevel tot gevel langs de ring is 18 meter • De voorgevel-rooilijn wordt 70-90 procent op de rooilijn gebouwd in het hoge-dichtheid-gedeelte • De voorgevel-rooilijn wordt 50-70 procent op de rooilijn gebouwd in het lage-dichtheid-gedeelte • De onderkant van de gevelaccenten is hoogwaardig architectonisch uitgewerkt en maakt onderdeel uit van het gebouw • Blinde gevels aan de straat zijn niet toegestaan • De gebouwen zijn alzijdig, vooral langs de ring. De raampartijen bij de hoekblokken moeten de hoek worden omgezet, zodat er maximaal zicht ontstaat tussen het gebouw en het maaiveld

Referentie overgang ring - bouwveld

Principe doorsnede RIng met margestroken

Principe doorsnede RIng met margestroken en rooilijn bij positie van bomen

Principe doorsnede RIng met margestroken en rooilijn met verschillende posities van bomen

BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 53

BEELDKWALITEIT Principe 1 – Behoud en vernieuw lokale elementen • Laat bestaande eigenschappen van het landschap terugkeren in het ontwerp van de Ring • De Ring is een groene en lommerrijke openbare ruimte • Zorg voor bomen van de eerste orde die aansluiten bij de lokale omstandigheden Principe 2 – Stedelijkheid met natuur • Toon innovatie in gebouwen en de openbare ruimten aan de Ring • Het stedelijke karakter van de Ring wordt ondersteund door gebouwen die de Ring omkaderen en als een continue (openbare) ruimte definiëren • Creëer open ruimtes aan de Ring als plekken van bestemming en ontmoeting • De Ring is een inclusieve en gedeelde verkeersruimte, gericht op actieve mobiliteit Principe 3 – Toekomstgerichte look en feel • Pas nieuwe materialen en innovatieve bouwmethoden toe op de Ring.

• Gebruik een verscheidenheid aan verhardingsmaterialen, ter bevordering van (regen)waterinfiltratie met behoud van inclusieve toegankelijkheid • Toon, waar mogelijk, innovatie met vernieuwende representatie middelen • Waterelementen langs de Ring zijn gebaseerd op natuurlijke oplossingen en dragen bij aan de lokale opvang van regenwater Principe 4 – Verbonden sociale ruimtes • Ontwerp een levendig, stedelijk karakter met actieve en openbare functies in de plint • Creëer een margestrook tussen de private en de openbare ruimte om sociale verbindingen te stimuleren • Laat alleen actieve mobiliteit en noodzakelijk gemotoriseerd verkeer toe • Zorg voor open zichtlijnen voor een gevoel van veiligheid

54 |

Een levendig, stedelijk karakter met actieve en openbare functies in de plint

Verhardings materialen ter bevordering van (regen) waterinfiltratieg met behoud van inclusieve toegankelijkheid

Open ruimtes aan de Ring als plekken van bestemming en ontmoeting

Inclusieve en gedeelde verkeersruimte, gericht op actieve mobiliteit

Groene en lomerrijke openbare ruimte Met bomen van de 1ste orde aansluitend bij de locale omstandigheden

BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 55

OPENBARE RUIMTE

•

Uitgangspunten: • De doorgaande structuur wordt benadrukt door een uniform beeld en maatvoering • Eenduidige materiaalgebruik • Indien mogelijk wordt het beeld en het materiaal doorgezet over de rotonde. Dit zorgt voor continuïteit in deze specifieke openbare ruimte • De Ring is vooral ingericht voor voetgangers en fietsers. Het biedt mogelijkheden om vrachtverkeer te kunnen verwerken en er zijn tijdelijke parkeerlocaties beschikbaar voor o.a. verhuiswagens. Hierbij mag de doorgang voor ander verkeer niet volledig belemmerd worden • Een reservering voor de waterberging van het hemelwater wordt ondergronds gerealiseerd, in het cunet van bestrating • Bomen in de Ring zijn van de eerste grootte: ze zijn hoger dan 20 meter bij het volwassen stadium, ze zijn inheems, bij voorkeur genetisch lokaal en horen bij het landschap en bij de grondsoort • Gebouwen/gevels staan op minimaal 5 meter uit de kroonprojectie van de theoretische kroondoorsnede van een volwassen boom • De ontwerpen van de openbare ruimte zijn direct van invloed op de inrichting van de bouwvelden. De openbare ruimte dienst als input voor de paspoorten van bouwvelden • Bomen staan altijd in een groene boomspiegel (ruimte om de boom) van minimaal 5,0 x 5,0 meter (vrije ondergrondse ruimte), of een oppervlakte van 4 m² open grond.

Let op de beperkingen bij aanleg van de verhardingsconstructie • Ondergronds is er een maximale groeiomstandigheid van bomen • Bij de soortkeuze van de bomen wordt uitgegaan van duurzame boomtypes. De levensduur is minimaal 60 jaar. Het is wenselijk om uit te gaan van langer dan 100 jaar • Bomen zorgen voor schaduw. Stelregel is dat minimaal 40 procent van de openbare ruimte voor langzaam verkeer schaduw kent. Dit om hittestress te voorkomen • De onderlinge afstand tussen bomen of boomgroepen in en aan de Ring is maximaal 40 meter. • Meubilair in de ring bestaat uit alle mogelijke objecten: lantaarnpalen, bewegwijzering, zitobjecten, speeltoestellen. Dit vormt per onderdeel ‘een familie’, door uitstraling, kleur en mogelijk door vorm of materiaal

•

56 |

•

• • • •

•

De onderlinge afstand tussen zitobjecten is maximaal 75 meter Pleinen hebben minimaal 1 locatie met enkele zitplekken, in het park en de Groene zoom is de afstand tussen zitplekken maximaal 300 meter loopafstand De onderlinge afstand van verlichtingsobjecten in de openbare ruimte wordt bepaald door het minimale verlichtingsniveau. Uitgangspunt is een egaal verlichte (en dus veilige) openbare ruimte Er zijn voldoende afvalbakken, afgestemd op de aanwezige zitelementen. Deze zijn bereikbaar voor ophaaldiensten Kunst is een verrijking van de sfeer en draagt bij aan de herkenbaarheid van de locatie Via een ‘Masterplan Kunst in de openbare ruimte’ zal een kunstprofiel worden opgesteld Obstakelvrije zone - In de ring zijn geen obstakels te vinden, zoals kastjes voor nutsvoorzieningen (data, elektra etc.). Deze worden bij voorkeur onzichtbaar of ondergronds gerealiseerd. Wanneer deze objecten bijdragen aan de slimme wijk, kunnen ze ook als bijzonder bouwwerk worden ingezet: zichtbaar en beleefbaar. Voorwaarde is dan wel dat ze daadwerkelijk worden ontworpen als bijzonder bouwwerk Toegankelijkheid - Geen hoogteverschillen die beperkingen geven aan het gebruik van de ruimte (rolstoel/rollator/ kinderwagen)

Referentie schaduwplekken in de openbare ruimte

BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 57

ENTREES

De entrees markeren het binnengaan van BSD. Het zijn 4 locaties die je kunt vergelijken met een etalage. Ze representeren als het ware de identiteit van BSD. Belangrijke locaties voor de wijk dus! Deze passage geeft aan hoe wij deze entrees zien. De uitwerking hiervan zal in een later stadium plaatsvinden. Het landschap en de openbare ruimte vormen, samen met de bebouwing, een belangrijk onderdeel van de entrees van BSD. De bebouwing vormt het kader waarbinnen natuur en openbare ruimte medebepalend zijn voor de herkenning van de locaties. Drie entrees zijn onderdeel van het doorgaande gemotoriseerd verkeer. Het woongebied van BSD heeft hierdoor drie hoofdentrees en een entree vanuit het station. De drie hoofdentrees hebben elk een eigen karakter. Westelijke entree Deze entree is bereikbaar via de N270 vanuit Eindhoven. Door de verbinding met de snelweg is deze entree vooral gericht op gemotoriseerd verkeer. Via een flauwe bocht in de aansluiting is er indirect zicht op BSD (lagere bebouwing in mogelijk een lossere setting en daarnaast de hogere bouw als markering en oriëntatiepunten). Parallel aan de snelweg wordt de natuur verder ontwikkeld. Hier ontstaan nieuwe bosschages, natte weides en poelen. Ook is hier ruimte voor een strook productielandschap.

De bebouwing rondom deze entree zal zich aan de Neervoortse Dreef manifesteren als lagere bebouwing met een informeel karakter. Een eventuele markering als oriëntatiepunt in de vorm van een hogere bouw is mogelijk, mits deze goed inpasbaar in het landschap en de bebouwing eromheen. Bij vervanging van de laanbeplanting van de Neervoortsedreef, wordt uitgegaan van een grotere diversiteit en een minder rigide patroon van aanplant. Het gevolg? Een infrastructuur die zich in de loop der jaren meer zal voegen in het park. Bedrijven die aan deze entree grenzen volgen de algemene bouwregels; er is hier geen ruimte voor grote hallen. De uitstraling komt overeen met de woonbebouwing. Noordelijke entree De natuur, in de vorm van een brede strook parallel aan de Medevoort/Nuenesedijk, vormt hier een belangrijk landschappelijk kenmerk van deze entree. Deze is gecombineerd met de bestaande boomstructuur aan de weg. De entree laat belangrijke aspecten van BSD zien: bebouwing, natuurontwikkeling, bestaande historische structuren, productielandschap en parkeer-hubs. Daardoor vormt deze entree eerder een zone dan een aanwijsbare locatie: het zijn scenes die elkaar opvolgen terwijl men erdoor of langs beweegt. Dit versterkt de verbondenheid tussen de verschillende elementen van BSD.

58 |

Zuidelijke entree Het bijzondere van de weg de Voort is dat deze via een tunnel onder het spoor Brandevoort door loopt. Deze verbindt BSD en Brandevoort met alle verkeersstromen. Deze entree is minder landschappelijk en meer stedelijk. Een groene omgeving is naast de bestaande waterberging niet of nauwelijks te realiseren. Mogelijk dat deze berging een andere aankleding kan krijgen met meer bomen en heesters. Op die manier vormt het een onderdeel van de nieuwe natuur en wordt de verbinding met het ecopark rond de Veste gerealiseerd. Hier ligt vooral een uitdaging voor het landschappelijke perspectief: hoe zorgen we ervoor dat deze twee zones kwalitatief hoogwaardig verbonden worden? Aan de westzijde van deze entree zorgt de nieuwe bebouwing voor een goed zichtbaar BSD. Deze bebouwing is beperkt van schaal en maat, om zorg te dragen voor een goede aansluiting bij de bestaande bebouwing. Het station Het station heeft een bijzondere betekenis voor het gebied en heeft een gebiedsoverstijgende functie. Brandevoort en BSD worden letterlijk door het station met elkaar verbonden. Naast het station loopt een langzaam verkeer-verbinding tussen de Veste en BSD. Het stationsplein vormt de voorkamer die naar het centrale park leidt. Het sluit ook in maat aan op de entreeruimte van het station aan de zijde van de Veste.

Aan de oostzijde van het BSD-stationsplein, hebben de bestaande bomen een belangrijke rol. Het plein wordt door deze bomen begrenst en de bestaande watergang zal hier ook onderdeel van uitmaken. In verband met het maken van een aantrekkelijke route van en naar het centrale park is het creëren van een levendige plint en het plaatsen van kleinschalige gebouwen (paviljoens) in de overgang tussen plein en park belangrijk. Deze moeten integraal worden ingepast in het buitenruimte plan en mag geen belemmering opleveren voor de omgeving. Het gebied rondom het station heeft de hoogste dichtheid. Rondom het stationsplein zitten vooral niet-woonfuncties (actieve en sociale ruimten) in de plint. Denk bijvoorbeeld aan horeca met terrassen. Dit brengt levendigheid in het gebied. Hierdoor zal de bestaande Veste samensmelten met BSD via het station.

De uitgangspunten: • De minimale bouwhoogte van de plint voor de bouwblokken bij het station is 4 meter. De plinthoogte is 1 laag. • De plint heeft een actieve transparante gevel • De transparantie of raampartij moet de hoek om worden opgesteld zodat er maximaal toezicht ten behoeve van de sociale veiligheid ontstaat • De plinten hebben een open karakter, waardoor zichtbaar wordt wat er achter de gevel plaatsvindt. De interactie tussen de openbare ruimte en de begane grond in de plint is belangrijk. Dit in verband met de sociale veiligheid en levendigheid op het maaiveld • Eventuele reclame-uitingen dienen geïntegreerd te worden in het ontwerp van het gebouw. Deze mogen niet uitsteken, maar moeten in het gevelvlak worden opgenomen.

Station

Westelijke entree

Eerste orde, de entrees

Noordelijke entree

Principe doorsneden Entree stationsplein minimale bouwhoogte

Principe doorsneden Entree stationsplein maximale bouwhoogte

Zuidelijke entree

BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 59

BEELDKWALITEIT STATIONSPLEIN

OPENBARE RUIMTE

Principe 1 – Behoud en vernieuw lokale elementen • Sluit aan op het plein aan de Brandevoort-zijde door middel van uitlijning, kadering en oriëntatie van de bebouwing langs het plein • Integreer de bestaande waterlijnen in het ontwerp van het plein

Noordelijke entree: Voort/Medevoort • In aansluiting met de NNB (Natuur Netwerk Brabant) en de Diepenbroek kenmerkt deze entree zich vooral door kleinschaligheid en een duidelijke relatie met het productielandschap, de Groene zoom en de voorzieningen die aansluiten bij cultuur-historische structuren

Principe 2 – Stedelijkheid met natuur • Gebouwgevels vormen een heldere omkadering voor het plein en accentueren de hoeken van de aangrenzende bouwvelden • Het plein faciliteert de logische, veilige en ononderbroken mobiliteitsstromen • Zorg voor voldoende bomen op het plein, waarbij het bladerdak schaduw en thermisch comfort biedt in de zomer Principe 3 – Toekomstgerichte look en feel • Toon de innovatie in gebouwen en openbare ruimten • Er is ruimte voor een BSD-informatiepaviljoen op het stationsplein om innovatief toerisme te promoten en te ontvangen • De verharding bestaat uit diverse natuurlijke en innovatieve materialen met voldoende infiltratievermogen en ondersteuning van de inclusieve toegankelijkheid • Integreer slimme en stedelijke meubilair Principe 4 – Verbonden sociale ruimtes • Voorzie de gevels aan het plein van levendige publieke functies met hun adressen aan het plein, inclusief mogelijke terrassen • Het plein is geschikt voor grotere evenementen, festivals en sociale bijeenkomsten

60 |

Westelijke entree : N270/Neervoortsedreef • Deze entree vormt de poort van BSD midden in de natuur • De groene omgeving is natuurlijk en ecologisch. Dit vormt een contrast met de nieuwe bouwvolumes • De beplanting is volledig inheems en lokaal. Zuidelijke entree: Brandevoort Tunnel • Vanuit het zuiden komt men in BSD via een tunnel. Aan de oostzijde van de zuidentree is de waterberging te vinden, mogelijk met spelaanleidingen en nieuwe bomen om de ecologische waarde te vergroten • Nieuwe beplanting kan hier worden toegepast • Nieuwe routing aan de westzijde voor langzaam verkeer Entree station • Een gecultiveerde stedelijke ruimte: een plein met uitzicht op het park. Het is de bedoeling om bezoekers te verleiden om door te lopen • Een alzijdig paviljoen vormt de overgang van plein naar park • Bestaande bomenstructuur aan de oostzijde moet worden gehandhaafd. Deze vormt één van de wanden van het plein/park. Mogelijk staat er een gebouw voor. Daarbij blijft het zicht op de kronen van de bomen behouden • Opwaardering van bestaande watergang, als onderdeel van de afwateringsstructuur van BSD. Aan de zijde van het park is deze landschappelijk.

Aan de zijde van het plein kan dit meer stedelijk • Het plein is onderdeel van de Ring in materialisatie en voorzieningen • Mogelijkheden op het plein zijn zitten, verblijven, ontmoeten, wachten, sporten, terrassen • Beplanting op het plein kan afwijken van de inheemse voorkeurskeuze, mits zeer beperkt toegepast

BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 61

PARK

STEDENBOUW Het groene hart van BSD, dat moet het park worden. Het park volgt de huidige ligging van het maaiveld en vormt de uitgangssituatie voor het ontwerp en de ontwikkeling ervan. Het westelijke deel van het park ligt lager dan het oostelijke deel en er zijn delen met natte gronden en delen met drogere gronden. Hierdoor ontstaat een grote verscheidenheid aan natuur. Het hoofddoel van het park is de verbinding tussen mens en natuur. Inrichting van het park Het park adopteert de bestaande natuur en het huidige landschapspatroon. De reeds aangelegde NNB is bepalend voor de verdere inrichting van het hele park. Het biedt de bewoners de mogelijkheid om in de directe woonomgeving met natuur - in de breedste zin van het woord - kennis te maken. Voor meer contrast worden cultuurelementen toegevoegd. Denk aan meubilair, paden, bruggen en stuwen, kunst, horeca en openbare toiletvoorzieningen. Er is ruimte voor speeltoestellen (natuurlijk en cultuurlijk), sportlocaties (open velden, trimparcours, bootcamp, calisthenics). Ook blijft er voldoende ruimte over voor picknicken, vliegeren, voedselbossen en andere vormen van verblijven en ontspannen. Op deze manier worden verschillende belevenissen gerealiseerd.

verlagingen eerder inzijgen. Wanneer waterpartijen worden ingezet voor waterberging, zal dit zichtbaar zijn door een tijdelijke hogere waterstand. Bebouwing Om het totaalbeeld van het park niet te verstoren, mag er maar beperkt gebouwd worden. De materiaalkeuze, de kleur en de uitstraling van eventuele gebouwen zijn bepalend en dus belangrijk. De randen van de bebouwing langs het park is informeel te noemen en de voorgevels mogen verspringen. De rand van het bouwveld grenzend aan het park zal reageren op het park door de parkbeleving op het bouwveld mogelijk door te zetten, ook al is dit particulier gebied. Vormgeving De vormgeving van het park, het ontwerp in zijn totaal, is zowel natuurlijk (beplanting, waterpartijen) als modern. Gecultiveerde natuur (padenstructuur, pleintjes, speeltoestellen, voorzieningen) zorgt voor een contrast in beleving. Bovendien is op deze manier de mogelijkheid om de natuur op een eigen manier te laten ontwikkelen.

Wateropvang Een ander belangrijk aspect van het centrale park is wateropvang. Hemelwater dat niet kan worden geborgen of de kans niet krijgt om in te zijgen, wordt in delen van het park verzameld. Dit water wordt bij voorkeur zichtbaar getransporteerd, omdat dit bijdraagt aan de beleving. Dit vormt zo een herkenbaar en zichtbaar watersysteem. In het park zijn hiervoor diverse bergvoorzieningen nodig, zoals een vijver. Hierdoor verhoogt de waterstand. Op andere delen zijn verlaagde (kruidenrijke) grasvelden waar het water een tijdje kan blijven staan (afhankelijk van jaargetijde/capaciteit). Ook kan het water opgeslagen worden in de hiervoor aangelegde bossen. De ene keer is er dus meer water zichtbaar dan de andere keer. Het landschap verandert op deze manier mee en draagt het bij aan de kenbaarheid van het park. Daarnaast zijn er in het park moerasdelen/helofytenvelden, waar water wordt gezuiverd. Deze velden dragen direct bij aan een positieve natuurbeleving en ontwikkeling. De voorzieningen worden toegepast op delen waar de grond hiervoor geschikt is. In de lagere delen van het park wordt meer water zichtbaar geborgen. In de hogere delen zal water in aangelegde Eerste orde, park

62 |

Deelconcept natuur en water

Deelconcept 1e en 2e paden

Sfeerimpressies parkconcept

BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 63

BEELDKWALITEIT Principe 1 – Behoud en vernieuw lokale elementen • Het park volgt de bestaande topografie en plaatselijke vegetatie • Combineer laaggelegen gebieden voor wateropvang met hoger gelegen terreinen om een ecologische gradiënt te creëren voor flora en fauna • Bestaande boomstructuren en bosgebieden zijn in het parkontwerp opgenomen als herkenningspunten en bijzondere plekken Principe 2 – Stedelijkheid met natuur • Creëer flexibele en doorwaadbare stedenbouwkundige plannen voor de bouwvelden, gericht op het park • Gebouwen langs de randen hebben hun adres aan het park • Gebruik bomen en een voetgangerspad als afbakening van de parkrand • De routes voor actieve mobiliteit zijn aaneengesloten en verbonden met de mobiliteitsnetwerken in de wijk • Doorlopende, veilige, routes voor actieve mobiliteit verbinden de verschillende kanten van het park • Kruisingen met doorgaande wegen zijn veilig opgelost, bijvoorbeeld door een brug of een zebrapad Principe 3 – Toekomstgerichte look en feel • Gebouwen in het park passen in de schaal van de omringende vegetatie en maken gebruik van innovatieve en natuurlijke materialen en kleuren • Ook de paden in het park maken gebruik van innovatieve en natuurlijke materialen • Gebruik zeer permeabele materialen voor bestrating, met behoud van inclusieve toegankelijkheid • Creëer geïntegreerd en slim stadsmeubilair dat gemakkelijk te

onderhouden en te gebruiken is Principe 4 – Verbonden sociale ruimtes • Het park biedt een verscheidenheid aan gebruiksmogelijkheden voor menselijke activiteiten zoals sportvelden, een speeltuin, wateractiviteiten en tuinen • Er zijn mogelijkheden voor lichamelijke activiteiten voor verschillende leeftijdsgroepen • Laat delen van het park open voor inrichting en beheer door de bewoners van BSD.

Referenties beeldkwaliteit park

64 |

Combineer laaggelegen gebieden voor wateropvang met hoger gelegen terreinen om een ecologische gradiënt te creëren voor flora en fauna.

Gebruik bomen en een voetgangerspad als afbakening van de parkrand

De routes voor actieve mobiliteit zijn aaneengesloten en verbonden met de mobiliteitsnetwerken in de wijk

Gebouwen langs de randen hebben hun adres aan het park

Creëer een flexibele en doorwaadbare stedenbouwkundige plan, gericht op het park

BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 65

OPENBARE RUIMTE Algemeen • Alle voorzieningen in het park zijn natuurlijk of juist zeer contrasterend. Dit is afhankelijk van de grote van de voorziening zelf én het huidige landschap • Vijvers zijn voldoende diep om te zorgen voor de best mogelijke waterkwaliteit • Water is een zichtbaar onderdeel van de openbare ruimte. Hierbij wordt in alle redelijkheid rekening gehouden met veiligheid (kinderen en mindervaliden) • Door het park worden doorgaande langzaamverkeersstructuren aangelegd (fietspaden/ voetpaden) • De waterstructuur is zichtbaar en leefbaar en vormt een doorgaande structuur door het hele park, met bijbehorende civieltechnische kunstwerken (stuwen, bruggen etc.) • Het park biedt ook ruimte aan de grond die uit diverse ontgravingen vrijkomt • Er is voldoende ruimte om (ongeorganiseerd) te sporten. Extra aandacht gaat hierbij uit naar balspellen, atletiek en yoga Beplanting • De voorkeur gaat uit naar nieuwe beplanting die aansluit op natuurlijke, bestaande beplating. Er wordt gezocht naar planten die van oorsprong aanwezig zijn in het gebied. Lokaal kweken zou een optie kunnen zijn • Bijzondere locaties kunnen afwijkende, uitheemse en bijzondere soorten beplanting krijgen. Denk aan entrees, waterpartijen, horeca, terrassen of een centrale ligweide • Heesters en kruiden voldoen aan de criteria zoals hierboven zijn omschreven.

Ook hier zijn op bijzondere locaties afwijkingen mogelijk • Helofytenbeplanting wordt aangebracht op locaties waar dit nodig is: vanuit de aanvoer van water dat gezuiverd moet worden (licht verontreinigd water dat daarna gebufferd wordt) Paden Hoofdpaden/doorgaande paden • Zijn breed en toegankelijk voor alle mensen. Ze verbinden het park direct met voorzieningen buiten het park (P-hubs, productielandschap, snelfietsroute Eindhoven - Helmond centrum), volgen het landschap en vormen een goede routing • Zijn niet te onderscheiden van fietspaden om het gebruik van de paden niet te beperken. Dit heeft een gevolg voor de maatvoering. De paden zijn breder dan 3,5 meter, zodat ze voldoen aan gemengd gebruik

66 |

• •

Worden voorzien van verlichting, wanneer dit bijdraagt aan de veiligheid en het gebruik van voorzieningen buiten het park Zijn te gebruiken door hulpdiensten

Wandelpaden • Zijn voldoende breed om gebruikt te worden door meerdere wandelaars • Worden vooral gebruikt om te flaneren door het park • Zijn te gebruiken voor onderhoudsvoertuigen • Verbinden alle voorzieningen van het park onderling en de aanliggende bouwvelden en ribben • Zijn gemaakt van duurzaam en toegankelijk materiaal • Zijn in principe niet verlicht Struinpaden • Zijn smalle paden om achter elkaar te lopen • Zijn ontdekkingspaden voor natuur, bossen en struweel • Zijn niet verhard, maar gemaakt van zand en zijn grondafgedekt of half verhard • Vormen een netwerk van routes, gekoppeld aan wandelpaden. Bij voorkeur niet direct aan hoofdpaden in verband met de verkeersveiligheid Graspaden • zijn paden door (kruidenrijke) grasvelden. Deze worden vaker gemaaid dan het grasveld • Variëren per jaar in uiterlijk Grondlichamen • Bestaan uit grond uit ontgravingen. Ze zorgen voor hoogteverschillen in het park. Grondlichamen zijn interessant voor natuurontwikkeling, omdat de bodemsituatie hier afwijkt • Zijn een verrijking voor het aanbod voor sport en spel. Denk aan een hellingbaan die gebruikt kan worden om sleetje te rijden in de sneeuw • Hellingen zijn beplant • Grondlichamen worden gemaakt van grond uit de realisatie van BSD. Er wordt dus geen grond aangevoerd van buiten BSD • Terpen, bergen en heuvels worden ingezet als recreatiemogelijkheden.

Denk aan sleetjes rijden, vliegeren, fietsen of picknicken • Is, met betrekking tot de flora, een bijzondere biotoop door grondsoort en waterhuishouding (grondwater) • Hebben een hellingbaan ten behoeve van een ongelijkvloerse kruising. Deze helling is minder dan 1:3

Objecten Horeca • Kleine paviljoens die opvallend in het (natuur)park staan. De architectonische uitstraling en het materiaalgebruik is conform het Beeldkwaliteitsplan • Het bijbehorende terras is onderdeel van de parkinrichting en wordt niet afgezonderd van de openbare ruimte • Vaandels/vlaggen/parasols zijn toegestaan, maar alleen als deze ondergeschikt zijn aan het paviljoen

Referentie hoofdroute door het park

Openbare toiletten • Kleine paviljoens die opvallend in het (natuur)park staan. De architectonische uitstraling is conform het beeldkwaliteitsplan. Trafo/popstation • Objecten voor kabels en leidingen die ingepast zijn in de omgeving of zijn opgenomen in paviljoens of speelvoorzieningen Kunst • De kunstlocaties verbinden de landschappelijke en cultuurhistorische karakteristieken. Toevoegingen van kunst zijn ingetogen, zeer zorgvuldig en met respect voor het landschap toegepast. De belevingswerelden van het centrale park en de bouwvelden liggen direct naast elkaar en zijn kwetsbaar. Om deze kwaliteit voldoende te kunnen borgen is er een grens aan het laadvermogen van dit landschap. Zodra een toevoeging te opzichtig of overheersend wordt, heeft dat een grote negatieve impact. Kunst dient dan ook te allen tijde aan te sluiten op de natuur en het landschap om zo een bijdrage te leveren aan het versterken van en bevestigen van de identiteit van de plek

Referentie paden door het park

Referentie paden door het park

Referentie overgangszone groen - bebouwing

Referentie struinpaden

BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 67

RIBBEN EN HISTORISCH LIJNEN

STEDENBOUW RIBBEN De ribben verbinden de bouwvelden met de Ring, het park, de Groene zoom en het productielandschap. Het zijn informele straatjes of paden die landschappelijke overgangen vormen tussen bouwvelden en het open landschap. Ze hebben geen dominerend karakter, maar verkleuren naar gelang de aanliggende bouwvelden, de bestaande bodem en de delen van het park en Groene zoom veranderen. De minimale afmetingen van de openbare ruimte van deze verbindende routes is vastgelegd. Deze verbindende routes krijgen in de openbare ruimte een minimale afmeting van 5 meter. De ruimte wordt vooral gevormd door de inrichting van de aanliggende bouwvelden en minimale noodzakelijk technische eisen. Elke verbinding kan dan ook anders zijn: een pad, sloot, grasstrook, singel, struweel, haag, karrespoor of smalle weg. Het oorspronkelijk aanwezige landschap bepaalt de randvoorwaarden van het bouwveld en de inrichting evenals de inrichting van de verbindingen zelf. Er wordt gestreefd naar een goede balans tussen verharding en groen.

Tweede orde , ribben en historische lijnen

De paden zijn geschikt voor alle vormen van langzaam verkeer en het zijn de routes naar de bouwvelden voor de hulpdiensten en verhuiswagens/ mindervalide vervoer (eigen vervoersmiddel of taxi). In de ribben komen ook technische voorzieningen ten behoeve van de bouwvelden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld kabels en leidingen. De hoekaansluiting van de ribben op de ring is als een doorgang vormgegeven en wordt gemarkeerd door de bebouwing. Uitzondering op de regel: een plein/pocket park dat grenst aan de ring en ribben. In dat geval bepalen de boom of bomen de ruimte. Direct na de gebouwen aan de ring wordt het profiel breder en groener, doordat de bebouwing meer richting de bouwvelden verschuift. Voor de gebouwen ontstaat er ruimte voor voortuinen, gemeenschappelijke tuinen (moestuin, spelen en dergelijke) en waterberging. De fysieke openbare ruimte is geschikt om te bewegen (wandelen, fietsen). Hiervoor wordt, gezien de ruimte, een beperkte (minimaal benodigde) verharding aangebracht. Samen met de inrichting van de bouwvelden ontstaat zo een totaalbeeld van de overgang van ring naar park/ productielandschap via een ‘steeg’. En van een breder pad, naar een smal pad, om uiteindelijk in het open landschap als een ‘zandpad’ of ‘karrespoor’ door te gaan.

68 |

Verbinding park, bebouwing en landschap

Rooilijn langs de ribben Rooilijnen zijn de vastgestelde grenzen tussen openbare en private gronden. De rooilijnen van de voorgevels aan de ribben hoeven niet op één lijn te liggen. Aan de buitenkant van de bouwvelden gelden er regels voor de rooilijn, aan de binnenkant niet. De ligging van de rooilijn ten op zicht de van de openbare ruimte is afhankelijk van de locatie. Het gaat hier om het informele karakter versus het formele karakter. De verhouding tussen de bouwhoogte en de afstand tot de openbare ruimte is in balans. Referentie rib bouwvelden

Referentie rib productielandschap

Rooilijn uitgangspunten: • Informeel • De afstand van gevel tot gevel langs de ribben is 8-10 meter voor de eerste 15 meter vanaf de ring en 12-24 meter aan het park of Groene zoom • De voorgevel-rooilijn wordt 25-70 procent op de rooilijn gebouwd langs de ribben en • Voorzones zijn mogelijk (bijvoorbeeld een groene strook of sloot binnen de boven gestelde maat is) • Er is voldoende ruimte voor de informele groene ruimte (al dan niet verblijfsruimte). Deze ruimte maakt onderdeel uit van de groenstructuur van het gebied • Bebouwing is georiënteerd naar de ribben • Hoofdtoegangen van bebouwing aan de ribben

Principe doorsnede Rib aan de Ring (maximale maat)

Principe doorsnede Rib aan het park/groene zoom (minimale maat)

Principe doorsnede Rib aan het park/groene zoom (maximale maat)

BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 69

STEDENBOUW HISTORISCHE LIJNEN

BEELDKWALITEIT

In BSD zijn verschillende historische wegen aanwezig. Denk aan Diepenbroek en Kranenbroek. Deze wegen kronkelen dwars door het gebied, van Oost naar West. De oorspronkelijke structuur van buurtschappen, met kleinschalige (woon)boerderijen vormt een informele onderscheidende structuur. Deze cultuurhistorische patronen worden opgenomen in het nieuwe verstedelijkingspatroon, inclusief de bijbehorende elementen (bebouwing en de relevante groenstructuur met sloten en delen van aanliggend landschap). De wegen worden geschikt voor langzaam verkeer en - zeer beperkt - voor gemotoriseerd verkeer. De boerderijen geven de bouwvelden een specifiek karakter mee.

Principe 1 – Behoud en vernieuw lokale elementen • Er worden waardevolle bestaande elementen behouden en geïntegreerd (landschappelijk en gebouwd) die kenmerkend zijn voor de ribben en historische lijnen

De nieuwe ontwikkelingen op de bouwvelden houden hier rekening mee door voldoende afstand te creëren tussen de bestaande situatie en de nieuwe bebouwing. Het geheel van cultuurhistorische elementen blijft zichtbaar en beleefbaar. Bijzondere aandacht is er voor het gehucht of buurtschap Kranenbroek. Hier is een van oudsher herkenbare driehoekige groene ruimte tussen de bestaande bebouwing gelegen. Deze zal ingepast worden in de nieuwe ontwikkeling. Dit geldt ook voor de bestaande bebouwing, bestaande beplanting en de wegenstructuur. Rooilijn uitgangspunten • Afstand van gevel tot gevel langs de cultuurhistorische lijnen is 18-22 meter • 15 tot 50 procent bebouwing is haaks op de cultuurhistorische lijnen • De bebouwing staat niet parallel aan de structuur en is nooit overheersend • Voldoende doorkijk naar de velden/cultuurhistorische structuur • Bestaande bebouwing blijft via deze route deels toegankelijk voor autoverkeer, mits op eigen erf wordt geparkeerd

70 |

Principe 2 – Stedelijkheid met natuur • Gebouwen hebben hun adres aan de ribben • De ribben voorzien in een doorgaande route tussen bouwvelden, park, warande en productief landschap en is enkel toegankelijk voor actieve mobiliteit en nooddiensten • De routes zijn enkel toegankelijk voor actieve mobiliteit en noodzakelijk gemotoriseerd verkeer • De inrichting begeleid de vrije zichtlijn tussen landschap en bebouwing Principe 3 – Toekomstgerichte look en feel • Er wordt gebruik gemaakt van innovatieve en natuurlijke materialen en bouwmethoden voor de inrichting en bebouwing • De paden worden voorzien van diverse natuurlijke materialen met voldoende infiltratievermogen • Voor de integratie van water en natuur in zowel de gebouwen als de openbare ruimte worden op de natuur gebaseerde oplossingen toegepast • De ribben zijn voorzien van verschillende soorten en maten bomen en planten die aansluiten op de natuurlijke omstandigheden Principe 4 - Verbonden sociale ruimtes • Er wordt gebruik gemaakt van een natuurlijke demarcatie van de private en collectieve ruimtes, bij voorkeur laag, zodat de zones herkenbaar zijn en de zichtlijnen openblijven • Er is een mix van collectieve en private open ruimten langs de ribben • Er is ruimte voor kleinschalige, gemeenschappelijke voorzieningen die uitnodigen om samen te komen

De bebouwing heeft een wisselende afstand tot het pad

Bestraat met diverse natuurlijke materialen en voldoende infiltratievermogen

Route is enkel toegankelijk voor actieve mobiliteit en nooddiensten

Voorzien van verschillende soorten en maten bomen en planten aansluitend bij de natuurlijke omstandigheden

Verhard pad Halfverhard pad

Karrespoor

Struinpad

Begeleiding van de vrije zichtlijn tussen landschap en bebouwing

Landschappelijke haag

Struweel

Bomen in gras

Sloot

Opties invulling ribben

BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 71

OPENBARE RUIMTE Ribben uitgangspunten • De ruimte tussen gebouw en rib is groen en open. Dit kan op verschillende manieren ingevuld worden. Bijvoorbeeld als waterberging, verlaging in het landschap, helofytenstrook, boomgaard of gezamenlijke tuin • Er zijn voldoende doorzichten en er is contact met het binnenterrein • Minimaal één zijde van een bouwblok heeft de mogelijkheid voor gemotoriseerd verkeer (hulpdiensten/ verhuiswagens) om het binnengebied van een bouwveld te bereiken • Bomen zorgen voor schaduw. Stelregel is dat minimaal 40 procent van de openbare ruimte voor langzaam verkeer schaduw kent. Dit om hittestress te voorkomen • De ribben zijn in principe geen primaire verblijfsruimte. Bij een te lange looproute worden hier zitgelegenheden gemaakt Historische lijnen uitgangspunten • Bestaande bomen worden behouden (rekening houdend met de kroonprojectie van een volwassen boom + 5 meter afstand tot de bebouwing) • Het aansluitende bouwveld behoudt de originele hoogteligging • Direct aan de structuur gelegen delen van het bouwveld worden ‘agrarisch’ (of in aansluiting op het boerenleven ingericht). Denk aan een boomgaard, moestuin, waterberging of notenbomen • De randen worden gevormd door sloten en waterbergingen of lage hagen, boomgaarden of weide • De wegen functioneren als een langzaam-verkeersroutes (fiets/wandelen).

De Nuenensedijk, Medevoort en een deel van Diepenbroek (richting Kranenbroek) worden ook gebruikt om de Parkeerhubs te bereiken met gemotoriseerd verkeer. Hiervoor wordt het huidige wegprofiel aangepast • Daar waar het nodig is wordt de doorgaande boomstructuur aangevuld met boomsoorten die passen bij het landschap en bij de al aanwezige soorten.

72 |

BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 73

GROENE ZOOM

STEDENBOUW

BEELDKWALITEIT

De Groene zoom is het gebied tussen de bouwvelden en het productielandschap. De basis voor de Groene zoom is het productielandschap, mogelijk in kleinere percelen. Dit geeft de mogelijkheid voor nieuwe voorzieningen die direct aansluiten op de woongebieden. Hierbij kan gedacht worden aan sport, spel en educatie, (gezamenlijke) moestuinen, boomgaarden of voedselbossen.

Principe 1 – Behoud en vernieuw lokale elementen • Routes en paden in het landschap hebben minimale impact op de omgeving • Gebruik lage begroeiing die aansluit bij de bestaande grond en water eigenschappen • Paden en bouwwerken zijn gekoppeld aan de landschappelijke netwerken

Hubs De Groene zoom is ook de locatie waar de Parkeerhubs gerealiseerd worden. Deze worden in verschillende vormen ingepast in het gebied. Het uitgangspunt: voorzieningen die ervoor zorgen dat bewoners van a naar b kunnen, boodschappen kunnen halen, hun pakketje kunnen halen of hun fiets kunnen stallen.

Principe 2 – Stedelijkheid met natuur • Open zichtlijnen tussen de bouwvelden en het productieve landschap blijven behouden • Er is een doorwaadbare inrichting op de bouwvelden langs de randen van de Groene zoom • Er wordt gebruik gemaakt van velden voor landschappelijke productieprocessen die aansluiten bij de natuurlijke condities

Bij de hubs zijn ondersteunende voorzieningen mogelijk. Denk aan fietsparkeerplaatsen, kleine ondersteunende kiosken, plaatsen waar energie wordt opgewekt, laadpalen voor de auto en fiets en verschillende oplaadvoorzieningen voor mobiele telefoons of laptops. De bebouwing in deze zone is kleinschalig en kan een link hebben met de woon-en werkfuncties binnen BSD. Deze vormen een samenhangend geheel en hebben een uniforme vorm of een kleurstelling. Het aantal hubs is afhankelijk van de loopafstand tot de woningen. Meer informatie over de hubs is te vinden in het hoofdstuk BSD thema’s. Daarnaast is er ruimte voor een waterberging, waarvan het water afkomstig is van de openbare ruimte en de bebouwing. De waterberging bestaat uit een verlaging in het landschap, droge greppels tussen percelen of open water. Op meerdere hubs zullen ook microdepots komen voor verschillende pakketjes/goederen. De milieuhubs komen ook in de Groene zoom zone. Multifunctionele plek De ruimte tussen de hubs zal plaats bieden aan gecultiveerde natuur waarin een voedselbos of moestuin gerealiseerd kan worden. Doordat op deze plek de productiefunctie samenkomt met de waterbergende functie, biedt het bijzondere mogelijkheden tot voedselproductie en ecosysteemdiensten. Deze zones zullen rondom omsloten worden door een wandeltracé, zodat er ook recreatief gebruik wordt gemaakt van deze multifunctionele plek.

74 |

Principe 3 – Toekomstgerichte look en feel • Mobiliteitshubs worden in het landschap geïntegreerd en innovatieve en natuurlijke materialen worden toegepast • Paden worden voorzien van diverse natuurlijke materialen met voldoende infiltratievermogen met behoud van de inclusieve toegankelijkheid • Het landschap is actief en dynamisch in plaats van een statisch eindbeeld Principe 4 – Verbonden sociale ruimtes • Hubs en gemeenschappelijke ruimten geven een veilig, geborgen gevoel en stimuleren spontane ontmoetingen • Het landschap wordt ingericht in ten behoeve van voedselproductie en educatieve mogelijkheden

Openbare ruimte

Tweede orde, groene zoom met parkeerhubs

Uitgangspunten • Parkeerhubs (met beperkte mogelijkheid voor bebouwing) • Parkeerhubs sluiten aan op de bestaande of nieuwe boomstructuur • Overige bebouwing (tuinhuisjes) bij moestuinen wordt geclusterd en ingepast in het landschap • Waterberging /watertransport in een patroon van sloten, in combinatie met vloeivelden Beleving • Paden zijn smal, informeel en deels verhard i.v.m. bruikbaarheid voor mindervaliden • Aan één zijde van de paden is een deel van het veld ingericht als doorgaande groenstrook (kan kruidenrijkgrasland zijn) of als watergang/waterberging

Tweede orde, groene zoom met parkeerhubs

Hubs en gemeenschappelijke ruimten geven een geborgen gevoel en stimuleren spontane ontmoetingen

Integreer mobiliteitshubs in het landschap en pas innovatieve en natuurlijke materialen toe Gebruik lage begroeing die aansluit bij de bestaande grond en water eigenschappen

Borg open zichtlijen tussen de bouwvelden en het productieve landschap

BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 75

BOUWVELDEN

STEDENBOUW De bouwvelden vormen de basis van BSD. Hier zullen de concepten van de initiatiefnemers gaan landen. Over de randen van de bouwvelden zijn in eerdere hoofstukken zoals de Ring en de ribben uitgangspunten gevormd. De interne stedenbouwkundige structuur van het bouwveld is veel meer vrij. Hier wordt vooral gekeken naar het gekozen concept. Past het in het geheel en vormt het een eenheid met het totaal. Bouwveld overstijgend zijn er een aantal uitgangspunten. Deze worden in hoofdstuk 5 behandeld. In dit hoofdstuk volgen enkele principes die belangrijk zijn voor de algehele structuur. Algemene bouwregels gebouwen • De bouwblokken zijn met de voordeuren georiënteerd op de openbare hoofdstructuur (de Ring, het park, de ribben, etc.) • Bij gestapelde woningen worden de galerijen aan de binnenzijde van het bouwblok gesitueerd en niet aan de openbare straat • Het uitgangspunt: zo veel mogelijk dubbelzijdig georiënteerde woningen, dit in verband met de maximale daglichttoetreding Bouwprincipes bouwvelden De bouwvelden hebben over het algemeen een collectief binnenterrein waar alle gezamenlijke functies zijn gesitueerd. Dit binnenterrein is hoogwaardig (groen) ontworpen door de bewoners. BSD toetst deze initiatieven. Het binnenterrein zal door de bewoners worden onderhouden.

De eventuele afsluitbaarheid van dit terrein wordt in het ontwerp van het gehele initiatief opgenomen, met inachtneming van de bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten. Relaties tussen bouwvelden onderling zijn wenselijk voor het gemeenschapsgevoel. Hierbij kan worden gedacht aan gezamenlijke voorzieningen voor energie of voor het dagelijkse leven. Hiervoor zijn waterpartijen en groenstroken belangrijke ontwerpelementen.

• • •

en medewerkers van niet-woonfuncties is inpandig of in een gebouwde voorziening en wordt op eigen terrein gerealiseerd In verband met het toezicht en de sociale controle, zijn de fietsen- en scooterstallingen goed en makkelijk te bereiken vanaf de begane grond De openbare fietsparkeervoorzieningen zijn gekoppeld aan een stijgkern of entreeruimte Bij grotere complexen (appartementen) moeten ook stallingsvoorzieningen voor bezoekers worden gerealiseerd

Binnenterreinen Het is een uitdaging om in BSD een goede balans te vinden tussen de drukte van de openbaar toegankelijke gebieden (aan de randen van de bouwvelden) en de rust in de binnenterreinen. Om de rust en synergie tussen inwoners en omgeving te waarborgen, zijn de binnenterreinen collectief toegankelijk. Ze zijn semiopenbaar, groen ingericht en worden collectief beheerd. Ze worden gemarkeerd door natuurlijke afscheidingen, zoals een heg. Het binnenterrein wordt ingericht door de inwoners en straalt uit dat het geen openbare ruimte is, maar zonder het gebied fysiek af te sluiten. Dit heeft te maken met het beter stroomlijnen van de langzaam-verkeersroute en de sociale veiligheid in de openbare ruimte. Binnenterreinen moeten voldoende gronddekking hebben voor bomen van minimaal de tweede orde. Bij een woonfunctie op de begane grond grenzen de privéachtertuinen direct aan het collectieve binnenterrein. De privétuinen worden groen ingericht en passen bij de natuurlijke uitstraling van het collectieve binnenterrein.

(Fiets)bergingen Overal gelden dezelfde normen en bouwregels als het gaat om het parkeren van fietsen (fietsparkeervoorziening). Per woning moet een aantal fietsparkeerplekken gerealiseerd worden. Dit aantal wordt gebaseerd op de grootte van de woning. Ook zijn er normen voor niet-woonfuncties. Via de tabellen die te vinden zijn in de Beleidsregel parkeernormen BSD, kan dit aantal berekend worden. Voor alle ontwikkelingen gelden de volgende regels: • Het parkeren van fietsen en scooters voor bewoners Derde orde, bouwvelden

76 |

Uitgangspunten: • De binnenterreinen hebben een semiopenbaar en groen karakter. Omwonenden zijn verantwoordelijk voor het beheer • De bestaande situatie in hoogte wordt gerespecteerd. Aandacht voor eventuele hoogteverschillen in aansluiting op de bebouwing kunnen inpandig worden opgelost • Voldoende doorzicht tussen de binnenterreinen en de openbare buitenruimte moet gewaarborgd blijven • Gedeelde oppervlakte is minimaal 40 procent van het bouwveld-oppervlak, waarvan de helft groen ingericht • De minimale gronddekking is 1 meter of volle grond, voldoende voor het planten van minimaal tweede orde grootte bomen • Privétuinen/buitenruimte moeten goed aansluiten op een collectief binnenterrein door middel van bijvoorbeeld een overgangszone bij de woonfunctie op de begane grond • De privé-erfafscheidingen hebben een groen karakter met een hoogte die past in de context • Er is ruimte gereserveerd voor het aanbrengen van gehandicaptenparkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers, als dat nodig blijkt. • Speelvoorzieningen op de bouwvelden zelf: spelen is geen doel op zich, maar onderdeel van een leer- en ontwikkelproces

Overgangen openbaar - privé Bij de overgangen van openbaar naar privé, van collectief naar individueel en van open naar besloten, gaat het om de route vanuit een beweging door het terrein door een bewoner, bezoeker of passant en van diegene die binnen of buiten verblijven in een sociale setting. Het is de opeenvolging van een aantal handelingen, bewegingen en het overschrijden van grenzen, waardoor de bewoner thuiskomt, de bezoeker op bezoek komt en de buitenstaander zich buitengesloten voelt. Het gaat over het gevoel dat ontstaat wanneer men een grens overschrijdt, of men zich welkom acht, of slechts gezien wordt als toevallige voorbijganger. BSD is een aaneengesloten landschap van privé-, collectieve en openbare gebieden. De wijze waarop deze met elkaar verbonden zijn bepaalt de samenhang of de scheiding tussen de gebieden en daarmee de overgang tussen het publieke en private domein. Deze overgangen moeten zorgvuldig per initiatief geïntegreerd en ontworpen worden in de planvorming. De grenzen tussen openbaar en privé worden bepaald in de overgangen tussen de perceelgrens en de voordeur van de woning. Per overgang moet gekeken worden in hoeverre deze een open, gesloten of besloten karakter heeft.

Daarnaast moet het moment onderzocht worden waarop men de grens overschrijdt van openbaar naar privé, of dat met een zone het ene of het andere laat zijn, bijvoorbeeld afhankelijk van de tijd van de dag.

Schema BSD: hier ben ik thuis

BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 77

GROENE DAKEN

GROENE GEVEL

Uitgangspunten • Minimaal 40 procent van het dakoppervlakte per bouwblok is groen ingericht • Daktuinen maken onderdeel uit van het bouwblok en worden integraal meegenomen in het ontwerp van het gebou • Daktuinen hebben een groen karakter en dragen bij aan de biodiversiteit • Daktuinen zijn integraal onderdeel van het daklandschap • Daktuinen kunnen collectief, privé of een combinatie van beide zijn • Daktuinen worden zoveel mogelijk met gebiedseigen soorten ingeplant (geen sedumdak) • Bij private daktuinen, moeten deze groen worden ingericht en integraal worden meegenomen in het ontwerp van het gebouw • Balustrades zijn transparant en maken onderdeel uit van het ontwerp van het gebouw. De daken worden als vijfde gevel ontworpen • Dakterrassen met hekwerken mogen de bouwhoogte maximaal met 1,5 meter overschrijden, mits deze op tenminste 2 meter afstand van de gevellijn worden gerealiseerd.

Groene gevels passen in het kader van duurzame ontwikkeling en ecologische stedenbouw. Ze hebben tot doel om de stadsinfrastructuur en de natuur met elkaar te verzoenen en de levenskwaliteit van de burgers te verbeteren. Daarnaast helpen groene gevels de lucht te zuiveren, de omgevingstemperatuur te verlagen, en de biodiversiteit te verhogen. Bovendien voelen mensen zich veel prettiger in een groene omgeving.

Dakverdieping De dakverdieping vormt een architectonische eenheid met het bouwvolume. Voor alle bouwdelen gelden de volgende regels: • Eventuele terrassen en technische installaties zijn in samenhang met het bouwblok vormgegeven. Waar zonnepanelen worden toegepast wordt dit gecombineerd met een vegetatiedak ten behoee van de biodiversiteit en waterberging • Zonnepanelen aan de gevel worden integraal in het ontwerp van het gebouw opgenomen • Dakranden zijn maximaal 1,5 meter hoog (gemeten vanaf bovenkant dak) en omlijsten het gehele bouwblok. • De maximale bouwhoogte mag worden overschreden ten behoeven van trappenhuizen, liftinstallaties, zonnepanelen en andere duurzaamheidsmaatregelen, technische installaties en vergelijkbare ondergeschikte bouwwerken, mits de overschrijding van de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter

Groene gevels kunnen op verschillende manieren gerealiseerd worden: klimplanten hechten zich aan de gevel, planten winden zich om draden of een vrijstaande constructie en in gevelelementen met grond of substraat kunnen planten groeien. Uitganspunten • Duurzame vorm • Meer dan planten alleen • Ruimte voor nestgelegenheden • Voldoende water ten behoeve van groeiomstandigheden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11216570/1