RN 019 Bijalge 2 Masterplan en Beeldkwaliteitsplan Brainport Smart District
Tekst van het document
Referentie groene gevel
Referentie groene gevel met nestgelegenheid
Referentie groene gevel
78 |
BEELDKWALITEIT Principe 1 – Behoud en vernieuw lokale elementen • Integreer bestaande landschapselementen zoals bos- en waterelementen in bouwvelden en openbare ruimte • Het ontwerp voor de gebouwen en open ruimten bouwt voort op de kwaliteiten van de bestaande kwaliteiten Principe 2 - Stedelijkheid met natuur • De omliggende natuur wordt het bouwveld ingetrokken, o.a. door langs de randen meer afstand tussen de bebouwing te laten en een meer natuurlijke inrichting van de open ruimtes te voorzien • De hoeken van bouwvelden worden geaccentueerd door gebouwen • Een bouwveld bevat gebouwen van diverse typen en omvang, met verschillende soorten korrelgroottes, functies en composities van gebouwmassa’s
Referentie groen binnenterrein bouwveld
Principe 3 - Toekomstgerichte look en feel • Op de Ring zijn innovatieve materialen en bouwmethoden te zien • Elk bouwveld functioneert als een architectonische eenheid. Alle gebouwen op één bouwveld hebben een duidelijke en samenhangende architectonische taal Principe 4 - Verbonden sociale ruimtes • Gemeenschappelijke functies worden geconcentreerd aan de Ring en richting het midden van de bouwvelden • De binnenruimte van de bouwvelden is overwegend groen, toegankelijk en geprogrammeerd met informele en dagelijkse activiteiten • Lokale productie kan plaatsvinden op bouwveldniveau, waarbij het verbouwen van voedsel een goede gemeenschappelijke activiteit kan zijn
Referentie groen tuin
Referentie groene gevel/maaiveld
Referentie hoogwaardige groene daken
BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 79
Adres en voordeur aan de buitenzijdes van het bouwveld
Gemeenschappelijke ruimtes in het midden van de bouwvelden
Water retentie en infiltratie oplossingen zijn op natuurlijke wijze geintegreerd in de gebouwen en terreininrichting
Bouwveld bevatten gebouwen van diverse typen en omvang, met verschillende soorten korrelgroottes, functies en composities van gebouwmassa’s
80 |
STEDELIJKE ELEMENTEN
OPENBARE RUIMTE
Beeldkwaliteit Alle losse elementen in het straatbeeld van BSD zoals straatmeubilair, overkappingen of bruggen, maken deel uit van de BSD-familie.
Voor de openbare ruimte is de bestaande situatie het uitgangspunt. Dit wordt gecombineerd en verder vormgegeven, met de thema’s innovatie, duurzaamheid en gemeenschap (innovatiepropositie Brainport Smart District, 2021).
Het familiegevoel van identiteit en samenhang tussen verschillende elementen wordt bereikt door één aspect consistent te houden tussen de verschillende soorten objecten. Dus de kleur, materiaal of vorm/geometrie is overal gelijk. Alle stedelijke elementen zijn: • Innovatief • Veilig in gebruik • Ondersteunen het gevoel van veiligheid • Milieuvriendelijk • Geen verstoring van de lokale flora en fauna • Ondersteunen een gezonde levensstijl • Innovatief wat betreft stroomgebruik en onderhoud
De bestaande situatie neemt elementen over die de ontstaanswijze kenmerken. Het geeft inzicht in de manier van leven: hoe men woont en werkt op deze specifieke plek. Het geeft daarnaast vorm aan samenkomen op verschillende manieren. Mensen onderling, maar ook het samenkomen van natuur en voedsel. Daar waar de bestaande situatie leert van het verleden, geven innovatie, duurzaam en gemeenschap een toekomstgerichte invulling aan de bestaande en nieuwe waarde. De opgave voor de openbare ruimte en gemeenschappelijke buitenruimte (gelegen op de bouwkavel) is dat deze zo ingericht wordt, dat er voldoende gelegenheid is om elkaar te ontmoeten.
• •
KLEUR
•
MATERIAAL GEOMETRIE
Constant
Variabel
Geometrie
Materiaal
Kleur Materiaal
Geometrie
Kleur Geometrie
Kleur
Materiaal
De toegang van de bouwvelden via de ribben, zorgen voor toegankelijkheid voor alle diensten op het binnenterrein. Ook voor hulpdiensten en verhuiswagens De overgang/overstort van waterbergingen in de bouwvelden naar openbaar gebied worden vormgegeven op basis van het gemeenschappelijke stedenbouwkundig plan Op het eigen terrein wordt een plek voor invalideparkeerplaatsen gerealiseerd: realiseren als het nodig is en verwijderen als de situatie dat toelaat
Straatmeubilair en speelvoorzieningen bouwvelden (geldt ook voor de openbare ruimte) Uitgangspunten: • De verlichting zorgt voor een egaal verlichte openbare ruimte, zonder overlast voor bewoners van aanliggende panden • De verlichting staat of hangt aan masten • De masten hebben meerdere functies • Speeltoestellen zijn ondergeschikt. Er zijn ook speelvoorzieningen op de bouwvelden zelf • Spelen is geen doel op zich, maar onderdeel van een leer- en ontwikkelproces • Zitmogelijkheden worden op diverse manieren aangeboden
Schema BSD familie objecten
BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 81
Referentie margestrook (overgang woning)
Referentie pad door het park (natuurgedeelte)
Referentie voetpad over een waterpartij (bv in het park)
Referentie park
82 |
BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 83
BEDRIJVENTERREIN
STEDENBOUW
BEELDKWALITEIT
De bedrijvigheid in BSD wordt gevormd door innovatieve bedrijven. Kruisbestuiving in kennisdeling tussen verschillende bedrijven in een bedrijfsverzamelgebouw hoort hier ook bij. Bedrijven die diensten kunnen verlenen aan de toekomstige bewoners van BSD worden gestimuleerd en gefaciliteerd. Denk bijvoorbeeld aan bedrijven in deelauto’s, opslagruimte, voedsel en data. Hiermee zou een natuurlijke functiemenging ontstaan die een bepaalde synergie oplevert. BSD heeft in totaal twee bedrijfsterreinen, aan de oost- en westzijde. Door de strategische ligging, in de buurt van de uitvalsweg N-270, zijn deze bedrijfsterreinen aantrekkelijk voor de initiatiefnemers van binnen en buiten de regio.
De bedrijventerreinen zijn een integraal onderdeel van de wijk, derhalve zijn dezelfde stedenbouwkundige ontwerpprincipes en beeldkwaliteitseisen van toepassing als in de rest van BSD. Zo zijn alle facades langs de buitenzijden van de bedrijventerrein bouwvelden gericht op de omliggende openbare ruimte.
Uitgangspunten: • Bedrijven met een kantoorfunctie hebben een bouwhoogte van 4 tot 16 meter (1 tot 5 lagen) • Bedrijfshallen hebben een bouwhoogte van 4 tot 12 meter (1 tot 3 lagen) • De voorgevel-rooilijn van een bedrijf aan het oostelijke deel wordt 70 tot 90 procent op de rooilijn gebouwd. De FSI is 0,3 tot 1,8 • De voorgevel-rooilijn van een bedrijf aan het westelijke deel wordt 50 tot 70 procent op de rooilijn gebouwd. De FSI is 0, tot 1 • Minimaal 50 procent van de grondoppervlakte is groen. Een groendakoppervlak telt ook mee • Minimale transparantie is 40 procent in verband met het sociale toezicht op de begane grond • In verband met de sociale veiligheid, worden verblijfs- en publieksfunctie op de begane grond gesitueerd. Denk aan: receptie, werkplaats, ondersteunende kantine, etc. • De gebouwen zijn overhoeks en georiënteerd aan de hoofdstructuur op de openbare ruimte: de Ring, ribben en productielandschap • Opslagruimte is aan het zicht onttrokken en niet aan de hoofdstructuur (openbare ruimte) gesitueerd • Groene erfafscheidingen zijn het uitgangspunt. Maximale hoogte van erfafscheiding is 1,8 meter • Minimale afstand tussen de voorgevel en de erfafscheiding is 2 meter • Erfafscheidingen zijn groen en bevatten geen bouwkundige zichtbare elementen • Het materiaal en de kleur van reclame en bedrijfsuitingen zijn conform het Beeldkwaliteitsplan
84 |
OPENBARE RUIMTE Voor de openbare ruimte is, net als bij het bouwveld, de bestaande situatie het uitgangspunt. Dit wordt gecombineerd en verder vormgegeven met de thema’s innovatie, duurzaamheid en gemeenschap (innovatiepropositie Brainport Smart District, 2021). De bestaande situatie neemt elementen over die de ontstaanswijze kenmerken. Het geeft inzicht in de manier van leven: hoe men woont en werkt op deze specifieke plek. Het geeft daarnaast vorm aan samenkomen op verschillende manieren. Mensen onderling, maar ook het samenkomen van natuur en voedsel. Daar waar de bestaande situatie leert van het verleden, geven innovatie, duurzaam en gemeenschap een toekomstgerichte invulling aan de bestaande en nieuwe waarde. De opgave voor de openbare ruimte en gemeenschappelijke buitenruimte (gelegen op de bedrijvenkavels) is dat deze zo wordt ingericht dat herkenbaarheid van de bedrijven ontstaat en alle mogelijkheden tot ontmoeten worden gecreëerd voor alle mensen/werknemers.
• •
De toegang van de bouwvelden via de ribben zorgen voor toegankelijkheid voor hulpdiensten en verhuiswagens op het binnenterrein De overgang/overstort van waterbergingen in de bouwvelden naar het openbaar gebied worden vormgeven op basis van het gemeenschappelijke stedenbouwkundig plan
Straatmeubilair en speelvoorzieningen bouwvelden (geldt ook voor de openbare ruimte) Uitgangspunten: • De verlichting zorgt voor een egaal verlichte openbare ruimte, zonder overlast voor bewoners van aanliggende panden • De verlichting staat of hangt aan masten • De masten hebben meerdere functies • Zitmogelijkheden worden op diverse manieren aangeboden
Derde orde, bedrijventerrein
BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 85
PRODUCTIELANDSCHAP
Dit landschap is een bron voor verschillende soorten voedsel voor de bewoners van BSD en biedt tegelijkertijd een leerervaring over de herkomst van ons voedsel. STEDENBOUW Het productielandschap vormt de verbinding tussen de inwoners van BSD en het eten op hun bord. Het landschap zorgt als een grote moestuin voor groente en andere eetbare producten. Dit kan door coöperaties van bewoners zijn, door aangestelde agrariërs, landarbeiders of door bewoners zelf. Het BSD-landschap is de nieuwe vertaling van de oude akkers, de weides en overige productievelden van de oudere buurtschappen zoals Kranenbroek, Berenbroek en Diepenbroek. Energieopslag of -opwekking kan eventueel onderdeel worden van het productielandschap en ook recreatie krijgt een plek. Nieuwe paden doorsnijden bestaande landschapspatronen en de nieuwe kavelgrenzen, waardoor er kansen ontstaan voor kleine bosschages of nutsbosjes (voedselbossen). De weides of akkers worden via de nieuwe paden ontsloten naar de buurtschappen. Ook hieraan kunnen landschapselementen worden toegevoegd. Denk bijvoorbeeld aan: losse boomgroepen, kleine bosschages, solitaire bomen die kavelgrenzen aanduiden (de linde en eik worden hiervoor veel gebruikt), sloten en landschappelijke hagen. De paden zijn zowel ontsluiting van percelen als doorgaande wandelroutes.
OPENBARE RUIMTE Uitgangspunten: • Geschikt voor waterberging • Paden zijn smal en informeel. Het is mogelijk om delen onverhard te maken (maar er moet een deel verhard blijven i.v.m. bereikbaarheid mindervaliden) • Op delen worden bomen geplant, zonder dat dit de openheid van het landschap aantast • Gebouwen worden geplaatst bij (bestaande) boombeplanting of krijgen een nieuwe beplanting van bomen. Hierdoor staan er geen vrijstaande gebouwen in het open landschap • Uitzonderingen zijn eventuele masten en windmolens (maximale hoogte: 15 meter), in beperkte mate. Masten zijn onopvallend en windmolens mogen gezien worden, mits integraal in het landschap opgenomen en geen belemmering opleveren voor de omgeving in alle aspecten (denk aan geluidsoverlast en afstanden tot woningen) • Aan één zijde van de paden is een deel van het veld ingericht als doorgaande groenstrook. Dit kan kruidenrijk grasland zijn, een haag, laag struweel beplanting, of een watergang/waterberging
In het productielandschap zijn verschillende groen- en voedselgerelateerde programma’s mogelijk. Denk aan stadslandbouw en het houden van moestuinen. Hierbij speelt het thema innovatie altijd een rol. Het uitgangspunt is om het gebied te reserveren voor de toekomstige en bestaande bewoner, zodat zij hun voedsel zelf kunnen genereren. Een beperkte ondersteunende bebouwing is mogelijk, ondergeschikt aan het productielandschap. Tevens dient het productielandschap als foerageergebied voor de das, een soort die op dit moment in BSD voorkomt. Deze diersoort vraagt om een specifieke landschappelijke inrichting. Deze worden in het ontwerp verder uitgewerkt.
Referentie productief landschap
BEELDKWALITEIT Het productieve landschap is geen vastgesteld beeld, maar een actief en dynamisch proces dat zich kan aanpassen en evolueren. Het is een stedelijk ecosysteem, waarin water en groen functionele en zichtbare factoren zijn voor zowel de stedelijke kwaliteit als klimaatadaptatie. De bebouwing en inrichting past zich aan op het omringende landschap qua typologie, volume, kleur en materiaal. 86 |
Referentie productief landschap
Derde orde, productief landschap
BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 87
HOOFDSTUK 05 BSD THEMA’S Verschillende technische aspecten die invloed hebben op het Stedenbouwkundige Masterplan & Beeldkwaliteitsplan, worden in dit hoofdstuk beschreven.
88 |
“Hoe zorgen we voor een samenhangend ontwerp waarin genoeg ruimte is voor innovatie en co-creatie processen? Verslag bijeenkomst stedenbouwkundig masterplan en Beeldkwaliteitsplan, 15 juli
BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 89
BOUWREGELS
Algemene bouwregels voor bouwvelden: • Geschikt voor verschillende doelgroepen: jong, oud, mindervaliden, etc. • Voldoende differentiatie in woninggrootte en prijsklasse per bouwveld • De verhouding tussen grondgebonden woningen en gestapelde woningen is over de gehele wijk ongeveer gelijk. Per bouwveld kan dit verschillen • Er is een dichtheid van 20 tot 100 woningen/ha, met een gemiddelde dichtheid is 50 woningen/ha • Werk-/bedrijfsruimte gecombineerd met wonen is mogelijk voor minimaal 5 procent en maximaal 30 procent • Innovatie, natuurinclusiviteit en duurzaamheid zijn te allen tijde van toepassing, zichtbaar en onzichtbaar. • Flexibele bouw is mogelijk, waarbij door middel van een simpele ingreep in de toekomst getransformeerd kan worden naar een andere functie • Aan de binnenkant van het bouwveld zijn er informele ontsluitingen aanwezig naar de collectieve functies in het binnenterrein • Algemene Nutsvoorzieningen zijn integraal opgenomen in het ontwerp van het bouwblok • Nutsvoorzieningen die bijdragen aan de slimme wijk, kunnen als kunst worden ingezet (zichtbaar, leefbaar), mits deze als een bijzonder bouwwerk worden ontworpen • Op kruispunten mogen hagen t.b.v.
de verkeersveiligheid niet hoger dan 80 cm zijn • Parkeren op het bouwveld is enkel voor minder valide met een geldig bewijs mogelijk, volgends de geldende norm • Minimaal 50 % van het perceel wordt groen wordt aangelegd, waarbij groene daken en gevels als ‘groen’ meetellen Uitgangspunten van bouwblokken in het hoge-dichtheidgedeelte (ten oosten van de Voort/Neervoortse Dreef): • Bouwhoogte is 3,5 tot 16 meter (1 tot 5 bouwlagen), al dan niet met een kap • Differentiatie van dichtheden (lage- en gemiddelde dichtheid) is mogelijk in deze zone • Stedelijke uitstraling • Halfopen en open bouwblokken zijn mogelijk • Gemengde bouwkorrel: kleine en grote korrel worden integraal als geheel per bouwveld ontworpen • Verschillende bouwtypologie is mogelijk • Het bouwblok bij het station vormt een onderdeel van het stationsplein als geheel en wordt integraal als onderdeel van het plein gepositioneerd. Dit volume kan volledig de gehele wand vormen • Alzijdig
90 |
Uitgangspunten van bouwblokken in lage-dichtheid-gedeelte (ten westen van de Voort/Neervoortse Dreef: • Bouwhoogte is 3,5 tot 12 meter (1 tot 3 bouwlagen), met enkele hoogteaccenten tot 16 meter, al dan niet met een kap of terug liggende bovenste bouwlaag • Differentiatie van dichtheden (lage dichtheid) is mogelijk in deze zone • Groene setting • Grondgebonden of gestapelde woningen • Kleinschalig karakter met fijnmazige bouwkorrel • Alzijdig Uitgangspunten voor bedrijfsterreinen: • Bedrijven met een kantoorfunctie hebben een bouwhoogte van 4 tot 16 meter (1 tot 5 lagen) • Bedrijfshallen hebben een bouwhoogte van 4 tot 12 meter (1 tot 3 lagen) Uitgangspunten voor bedrijven bij woningen (gemengd gebied), bedrijven binnen het gemengd gebied, waar wonen het hoofddoel is, bestaat uit: • Bouwhoogte is 3,5 tot 16 meter, afhankelijk van de locatie en de functie • Geen hallen • Actieve plint (minimaal 60 procent), geen blinde gevels • Alzijdig, tenzij onderdeel van woongebouw • Entree via openbare ruimte aan de Ring, ribben of park Uitgangspunten voor de Groene zoom en het productielandschap: • Parkeerhubs hebben een zeer beperkte mogelijkheid van bebouwing, mede te bepalen aan de hand van de functie • Overige bebouwing is maximaal 9 m2 oppervlakte per unit, max 3 meter hoogte • Per perceel is niet meer dan 1 bouwwerk toegestaan
bouwveld
Doorzichten tussen de gebouwen
BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 91
ELEMENTEN OPENBARE RUIMTE Recreatieve routes In de bestaande situatie zijn er geen of weinig recreatieve routes door het landschap. De enige routes die als recreatieve routes kunnen worden bestempeld zijn de route Berenbroek/Medevoort/ Markebaak/Markeschoor/ Markesingel en de route via de Berenbroek/Medevoort richting Mierlo Hout/Helmond Centrum. De ontbrekende routes richting Nuenen dorp en Landgoed Gulbergen zijn zeer wenselijk. Er kan onderzocht worden of er in de toekomst een route over de N270 kan komen. Deze verbindt dan de Nuenensedijk met de Oude Postbaan. Een andere route die onderzocht kan worden is de route Nuenensedijk/Scheerrijtenweg/Landgoed Gulbergen. Door nieuwe verbindingen ontstaat er een groter, regionaal netwerk van routes. Deze stimuleren het gebruik van de fiets als vervoersmiddel. Meubilair Meubilair wordt geplaatst op plekken waar ze nodig zijn. Combinaties zijn altijd mogelijk, maar zijn niet noodzakelijk. Zitplekken moeten uitnodigen, contact stimuleren en wandelen voor iedereen bevorderden. Ook plantenbakken kunnen de gemeenschapszin bevorderen. Verlichtingsarmaturen komen aan palen waarbij de masten meer kunnen betekenen voor de wijk. Denk aan de integratie van data, onderzoek en slimme aansturing.
Referentie element openbare ruimte
Referentie uitkijktoren
Er wordt bij het ontwerp van meubilair rekening gehouden met verschillende leeftijdsgroepen, mobiliteitsbouw en de daarbij behorende benodigde ruimte. En ook voor dit onderwerp geldt: circulair materiaalgebruik. Er kan ook ingezet worden op bio-based materialen met een lange levensduur en de mogelijkheid tot hergebruik én er kan gevraagd worden een materialenpaspoort toe te passen. Speelvoorzieningen De speelvoorzieningen kunnen gekoppeld worden aan de thema’s ‘natuurinclusief bouwen’ en ‘klimaatadaptief’ door bijvoorbeeld een (groene) natuurspeelplaats voor toestellen.
Referentie speelelement
Referentie gebruik meubilair
92 |
Nieuwe routes indicatief
LEGENDA Auto Fietspad Fietsstraat Fietsen op straat Fietsroute wenselijk Trein
BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 93
TIJDELIJKE WONINGEN De uitgangspunten: • Tijdelijke woningen maken onderdeel uit van het masterplan als geheel in fase 2 • Voor de tijdelijke woningen wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de uitgangspunten uit dit stedenbouwkundig masterplan, maar gezien de tijdelijke aard en beperkte exploitatieduur kan het wenselijk en nodig zijn om op onderdelen af te wijken • In verband met de speciale aard van deze woningen, is er ruimte voor afwijkingen op onderdelen, mits deze goed zijn onderbouwd. Voorwaarde voor afwijking is dat dit geen consequenties heeft voor het totale plan van BSD • Er wordt voldaan aan het Beeldkwaliteitsplan • Kunnen in principe op elk bouwveld landen in fase 2 van BSD Omdat deze woningen in korte tijd gebouwd worden zal de locatie voor deze woningen direct beschikbaar moeten zijn. Daarnaast is de bereikbaarheid een randvoorwaarde.
De voorwaarden zijn: • De grond is direct beschikbaar • De grond is gemakkelijk te bereiken/bereikbaar te maken • Er zijn geen grote investeringen nodig, enkel voor de periode van 15 jaar • De tijdelijke woningen vormen geen belemmeringen voor de volledige ontwikkeling van BSD • De tijdelijke woningen kunnen na 15 jaar zonder grote overlast worden verwijderd en nieuwe bouw kan ook zonder noemenswaardige overlast worden gerealiseerd Verder voldoen de tijdelijke woning aan: • Het bestemmingsplan • Het bouwbesluit [art 3.19 Flexwoning/tijdelijke bouw] En zoveel als mogelijk aan: • Het Q-book • Het Masterplan & Beeldkwaliteitsplan
94 |
Locatie tijdelijke woningen (fase 2)
BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 95
MOBILITEIT Als het gaat om mobiliteit wijkt BSD af van de overige wijken in Helmond. Het gemotoriseerde verkeer kan BSD alleen bereiken via de Neervoortsedreef en de Voort: de hoofdroute voor het doorgaand verkeer. BSD is bereikbaar via de deels aanwezige kruispunten met de ringweg. Vanaf deze hoofdroutes wordt het gemotoriseerd verkeer naar de hubs geleid, waar geparkeerd wordt. Gemotoriseerd verkeer rijdt dus niet over de ring naar de woning of het bedrijf. Mindervaliden krijgen wél toegang tot de ringweg. Zij kunnen parkeren bij de bebouwing, indien de afstand van de woning tot de Hub meer dan 100 meter bedraagt. De afstand van hub naar woning/bedrijf is dus voor deze doelgroep in veel gevallen te groot om te overbruggen. Daarnaast krijgt ook incidenteel (noodzakelijk) gemotoriseerd vervoer, zoals verhuiswagens, de mogelijkheid om eenmalig de woning te benaderen via de ring. Nood- en hulpdiensten hebben altijd en overal toegang. De wens is om het auto- en vrachtverkeer zo veel mogelijk weg te houden binnen de bebouwing (dus niet op de ringweg en de ribben). Deze zijn primair voor het langzame verkeer (voetgangers en fietsers). Het auto- en vrachtverkeer maakt wel gebruik van de Neervoorsedreef, de Voort en de routes naar de mobiliteitshubs. In de toekomst is er wel ruimte voor een automatische collectieve shuttle of een geautomatiseerde postbezorging.
Verder worden geen parkeerfaciliteiten op eigen terrein gerealiseerd, behalve voor de van oudsher bestaande (woon)gebouwen. Wijk voor actieve mobiliteit BSD wordt een wijk waar actieve mobiliteit (voetgangers, fietsers etc. ) centraal staan. De routes binnen de wijk worden daarom op deze doelgroep afgestemd. Bijkomend voordeel: ontmoetingen op straat worden zo gestimuleerd. Dankzij de veilige en directe verbindingen is het eenvoudig om per fiets of te voet van woning naar woning (binnen BSD), van woning naar station, of naar de snelfietsroute Helmond-Eindhoven of de hubs te reizen. Het noodzakelijke gemotoriseerde verkeer verplaatst zich via de Ring en de ribben en past zich aan de snelheid van fietsers en voetgangers aan. Dit heeft tot gevolg dat de Ring en ribben er qua inrichting anders uitzien dan de ‘reguliere straten’ in de omgeving.
96 |
Voor fietsers en voetgangers is een verkeersroute wenselijk die het noordelijke- en zuidelijke deel van fase II van BSD verbindt. Wat voor verbinding hier wenselijk is, moet onderzocht worden. De verbinding moet in elk geval de Neervoortsedreef op een verkeersveilige wijze kruisen en mag de doorstroming op de Neervoortsedreef niet te veel belemmeren. Daarnaast moeten de mogelijkheden om over te steken bij de bestaande rotondes worden onderzocht. Een extra te realiseren fiets- en loopverbinding met oversteek aan de westzijde van de rotonde Neervoortsedreef/de Voort is ook zeer wenselijk, zodat fietsers en voetgangers de Neervoortsedreef kunnen kruisen. Voldoende fietsenstallingen zijn heel belangrijk in BSD. Zowel op de bouwvelden bij de woningen en bedrijven als op de parkeerhubs. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met bakfietsen en oplaadfaciliteiten voor elektrische fietsen. VERKEER EN PARKEREN Parkeerhubs Bij de hubs kunnen bewoners en bezoekers van de woningen en bedrijven in BSD hun auto parkeren. Hier zijn verschillende vormen van deelmobiliteit en stallingsmogelijkheden beschikbaar. Een hub is meer dan alleen een knooppunt van mobiliteit. Het gaat om slimme en nieuwe mobiliteit (elektrisch vervoer, deelauto’s) en om ‘Mobility as a Service’. Zo kan een reiziger het best beschikbare middel voor de voorgenomen reis kiezen.
Op deze manier wordt ingespeeld op de vraag van de reiziger en wordt beter voorzien in overstappen naar trein/bus. Op de hubs worden ook faciliteiten aangeboden voor het opladen van de auto en/of de fiets. Al deze voorzieningen worden stapsgewijs gefaciliteerd. Zodat er steeds meer keuzemogelijkheden zijn voor de gebruikers, gestuurd wordt op alternatieven voor de auto. De loopafstand van parkeerhub naar een woning is niet meer dan 400 meter. De voorkeur gaat uit naar maximaal 250 meter.
Parkeernorm Binnen de wijk komt een beperkte (lage) parkeernorm van 0,2 parkeerplaatsen per woning en 0,2 parkeerplaatsen per 100 m2 bedrijfsruimte. Dit betekent dus dat de bewoners niet allemaal één of meerdere auto’s in hun bezit kunnen hebben. Voor het gebied rondom het station (fase 1) en voor de tijdelijke woningen, zal tijdelijk een extra parkeernorm gelden van 0,3 parkeerplaatsen extra. Dit geeft een totaal van 0,5 parkeerplaatsen per woning en 0,5 parkeerplaatsen per 100 m2 bedrijfsruimte in de tijdelijke situatie. Deze parkeernorm zal na verloop van tijd afgebouwd worden tot de wenselijke parkeernorm van 0,2. Dit wordt gerealiseerd wanneer er voldoende alternatieve vormen van vervoer zijn (deelmobiliteit, last mile-variaties). Met deze lage parkeernorm willen we niet alleen het gebruik van gemotoriseerde voertuigen ontmoedigen, maar ook het gebruik van het OV en gezonde vervoersbewegingen stimuleren.
Extra voorzieningen Onderzocht wordt of er ruimte en/of voldoende vraag is voor de inzet van automatische shuttles voor het vervoer van en naar het station. De financiële haalbaarheid zal hierbij ook een belangrijk issue zijn. Station Brandevoort is een overstappunt voor mobiliteit in BSD. Het is een belangrijk knooppunt voor zowel de bewoners van BSD, Brandevoort en andere omliggende wijken van Helmond en andere gemeenten. Er zullen extra voorzieningen worden gerealiseerd rondom dit overstappunt zoals een fietsenstalling, kleine ontmoetingsruimte, kiosk, etc.
LEGENDA Projectgrens Auto Wandelroute Parkeer Hub
Ontsluiting parkeer-hubs
BRAINPORT SMART DISTRICT | MASTERPLAN & BEELDKWALITEITSPLAN | December 2021 | 97
DUURZAAMHEID/CIRCULARITEIT BSD streeft in al haar ontwerpbeslissingen naar een neutrale, of zelfs een herstellende ecologische ‘voetafdruk’. Bij alle ontwerp- en uitvoeringskeuzes voor fysieke bouw staan energiegebruik, hergebruik en verantwoord materiaalgebruik daarom centraal. Gestreefd wordt naar een optimale inzet van gebruikte bouwmaterialen, bio-based materialen die ook op grotere schaal toepasbaar zijn en een zo groot mogelijke inzet van modulaire onderdelen die elders al zijn gefabriceerd. Broeikasgasuitstoot en het gebruik van gevaarlijke stoffen worden vermeden tijdens bouw en gebruik. Herbruikbaarheid voor hergebruik Toekomstige herbruikbaarheid gaat in BSD voor hergebruik. We ontwerpen en bouwen hier dus voor meerdere gebruikscycli, waar mogelijk. Om de beoogde toekomstbestendigheid te garanderen worden eisen gesteld aan de aanhangende datastructuur die bouw en benutting van de wijk langs een duurzame, circulaire weg mogelijk maken. Alleen ontsloten waarde kan immers benut worden en deze ontsluiting moet ook in de toekomst gegarandeerd blijven. Digitale kopie Voor ontwikkelaars van zowel gebouwen als infrastructuur geldt daarom de verplichting om een virtuele, digitale kopie van hun bouwwerk te maken en te zorgen dat deze tijdens het gebruik up-to-date gehouden wordt. Dit leert ons wat zich waar bevindt.
Informatie over materiële samenstelling, staat van onderhoud, eigenaarschap en het ter beschikking komen voor hergebruik wordt aan deze ‘Digitaal Twin’ gekoppeld om zo te komen tot een materialenpaspoort, dat ontsluiting waarborgt. Voor alles geldt dat BSD integraal ontworpen wordt, waarbij grijze, groene en blauwe infrastructuur op systeemniveau geïntegreerd worden. Koppelkansen op het gebied van de materiaaltransitie, de energietransitie, klimaatadaptiviteit en het sociale domein worden op deze wijze optimaal benut. Uitgangspunten: • Het toepassen van demontabele bouwplannen, hergebruik van producten en het gebruik van een materialenpaspoort • Het gebruik van gezonde materialen • Het stimuleren van circulair-economische verdienmodellen • Het vinden van de balans tussen groene gevels en daken en zonne-energie opwekking • Het sluiten van de waterkringloop
98 |