CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 008 Bijlage 2 Omgevingseffectrapport (OER)

Gemeenteraad 6 februari 2024, gemeente HelmondBij agendapunt: Omgevingsvisie Helmond 204037.299 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

59

6.8

Doorkijk naar het doelbereik

In deze paragraaf is beschreven in welke mate het nieuwe beleid van de Omgevingsvisie bijdraagt aan het behalen van de hoofdopgaven die in de Omgevingsvisie zijn gesteld. Het gaat hierbij om een verkenning, waarbij er op hoofdlijnen gekeken is naar wat de belangrijkste belemmeringen en kansen zijn in het behalen van die hoofdopgaven. Voor elke hoofdopgave is er gekeken welke beoordelingsaspecten aansluiten op deze hoofdopgave. Deze zijn in onderstaande tabel weergeven. De effectbeoordeling (in kansen en risico’s) voor de alternatieven vormt het uitgangspunt voor het doelbereik. Dit laat zien in hoeverre de varianten op de alternatieven bijdragen aan het halen van de hoofdopgaven. Een overzicht van het doelbereik is opgenomen in bijlage A5 . De gemeente Helmond heeft voor haar Omgevingsvisie drie hoofdopgaven geformuleerd. Elke hoofdopgave heeft een specifiek doel. Idealiter draagt het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie bij aan het behalen van de gestelde doelen. Om te beoordelen in welke mate de alternatieven bijdragen aan de hoofdopgaven is in onderstaande tabel, per hoofdopgave, aangegeven welke beoordelingsaspecten gerelateerd zijn. Tabel 6-8: De hoofdopgaven uit de Omgevingsvisie Helmond 2040 en de gerelateerde beoordelingsaspecten

Hoofdopgave

Doel

Gerelateerde beoordelingsaspecten

1

We willen als tweede stad in Brainport een slimme, innovatieve en aantrekkelijke stad zijn met een vitale economie en een aantrekkelijk vestigingsklimaat dat talent en bedrijven aantrekt en voor langere tijd vasthoudt. Dit doen we door in te zetten op een ‘duurzame, flexibele en inclusieve arbeidsmarkt’, de doorontwikkeling van onze topsectoren en het creëren van stedelijke werkmilieus en broedplaatsen. Met voldoende wek en scholingsmogelijkheden op alle niveaus voor het stimuleren van talent en een leven lang ontwikkelen. Dit betekent een groei met zo’n 15.000 extra arbeidsplaatsen in 2040. Ook het cultuur en voorzieningenaanbod groeit mee, passend bij de schaalsprong die we maken. Voor de mobiliteitstransitie zijn de op termijn te realiseren Zuidelijke ontsluiting en de verhoging van de spoorcapaciteit belangrijke voorwaarden. We willen toewerken naar een klimaatneutrale en – bestendige stad, waarin iedereen profiteert van duurzame energie (2030 klimaatneutraal) en een fijne en groene woonomgeving (klimaatbestendig in 2050) voor nu en ook voor de volgende generaties. Met sterke robuuste groenstructuren die een belangrijke bijdrage leveren aan de biodiversiteit, leefbaarheid en gezondheid. We zorgen voor een prettig en veilig leefklimaat in bestaande én nieuwe wijken met een divers en passend woningaanbod voor alle doelgroepen.

Daarbij streven we ernaar dat 70% van de woningvoorraad in 2040 betaalbaar is, zowel in huur- als koopsegment. Dat vraagt om 15.000 extra woningen tot 2040, waarvan 10.000 in het centrum en stationsgebied en 2.000 in Brainport Smart District. De overige 3.000 worden verspreid over de stad gerealiseerd. Deze groei maakt dat we in Helmond een omslag moeten maken naar duurzame en betaalbare mobiliteit, waarin fiets, openbaar vervoer en deelmobiliteit een steeds grotere rol spelen om zo onze stad bereikbaar en leefbaar te houden.

•

2

Economisch vitaal, innovatief en aantrekkelijk

Duurzaam en leefbaar

13 november 2023

• • • • •

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Cultuurhistorische en archeologische waarden Voorzieningenaanbod Onderwijs Arbeid Ruimtelijke vestigingswaarden Autobereikbaarheid

Luchtkwaliteit Geluidhinder Geurhinder Beweegvriendelijke leefomgeving Omgevingsveiligheid Verkeersveiligheid Woningaanbod en behoefte Bodem Grondwater Oppervlaktewater Beschermde natuurgebieden Natuurnetwerk Brabant (NNB) Gemeentelijke natuur (niet beschermd) Beschermde soorten Energieverbruik Duurzame opwekking Hitte Wateroverlast Broeikasgassen Fiets- en wandelnetwerk Openbaar vervoer Duurzame en slimme mobiliteit

BI2067-MI-RP-230608-1028

60

3

Meedoen, rondkomen en vooruitkomen

We willen met elkaar zorgen voor een veerkrachtig en inclusief Helmond waarin iedereen mee kan doen, rondkomen en vooruitkomen. Als stad kunnen we pas écht ontwikkelen als iedereen kan meedoen en meegroeien in een veilige, leefbare en aantrekkelijke omgeving en ruimte heeft om te leven. Dat betekent een stad waarin je veilig kunt opgroeien en er voor iedereen dezelfde kansen zijn in het onderwijs en om gelukkig en gezond oud te worden. Met een thuis voor iedereen en waar nodig zorg en begeleiding, gericht op meedoen. We streven naar bestaanszekerheid voor iedereen en een flinke afname gezondheidsverschillen (30%) in 2040.

• • •

Maatschappelijke participatie Economische participatie Sociale veiligheid

Economisch vitaal, innovatief en aantrekkelijk In onderstaande Figuur 6-2 is per variant weergeven in hoeverre het nieuwe beleid bijdraagt aan het behalen van de hoofdopgave economisch vitaal, innovatief en aantrekkelijk. Uit deze figuur blijkt dat er voor alle varianten geldt dat er per saldo meer kans is op het behalen van deze hoofdopgave dan op het niet behalen. Hiervoor geldt wel dat er ook veel risico’s op negatieve effecten zijn. Variant 2B laat de meeste kansen op positieve effecten zien. Dit alternatief onderscheidt zich het meest qua autobereikbaarheid omdat hier de meeste nieuwe ontsluitingswegen aangelegd worden wat positief is voor de doorstroming. Voor alle vier de varianten zijn er naast kansen op het bijdragen aan deze opgave ook risico’s die hier afbreuk aan doen. De meeste risico’s zijn voorzien voor de varianten 1A en 2B. Dit hangt samen met de grote groeiopgave die in deze varianten zit (toename van +/- 12.000 woningen excl. autonoom). Het risico op negatieve effecten die gerelateerd zijn aan deze opgave zijn voor deze varianten groter dan voor de varianten 1B en 2A. Een voorbeeld van deze risico’s is de toename in autoverkeer en daarmee een toename in doorstromingsrisico’s.

Als de risico’s afgezet worden tegen het aantal kansen blijkt dat de variant 1B, 2A en 2B niet onderscheidend zijn van elkaar, variant 1A laat in verhouding de minste kansen op positieve effecten zien.

Figuur 6-2: Mate waarin het nieuwe beleid (per variant) bijdraagt aan de opgave economisch vitaal, innovatief en aantrekkelijk.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

61

Duurzaam en leefbaar In onderstaande Figuur 6-3 is per variant weergeven in hoeverre het nieuwe beleid bijdraagt aan het behalen van de opgave duurzaam en leefbaar. Uit deze figuur blijkt dat voor bijna alle varianten geldt dat er veel risico’s zijn op het niet behalen van deze hoofdopgave. Uitzondering hierop vormt alternatief 1B waar per saldo sprake is van iets meer kansen op dan risico’s, variant 1A laat nagenoeg evenveel kansen als risico’s zien. Met name voor de variant 2B geldt dat er veel risico’s zijn. Dit hangt samen met de grote groei die voorzien is in deze variant en het karakter daarvan, namelijk de focus op uitbreiding. Waar de opgave duurzaam en leefbaar inzet op klimaatbestendigheid, leefbaarheid en recreatie komt in deze variant met name het buitengebied onder druk te staan (gemeentelijke natuur). Ook de beoordelingsaspecten beschermde natuur (N2000-gebieden) en Natuurnetwerk Brabant (NNB) hebben een relatie met deze hoofdopgave. Vanwege de stikstofgevoelige aard van deze natuur, resulteert elke vorm van uitbreiding (wonen, bedrijvigheid, mobiliteit) in (grotere) risico’s. Dit laatste geldt uiteraard ook voor de overige varianten, waarbij met name variant 1A (grotere) risico’s kent vanwege dezelfde voorziene groei in woningen.

Andere aspecten waar er sprake is van meer risico’s dan kansen zijn hitte, wateroverlast en broeikasgassen (alleen varianten 2A en 2B). Voor alle vier de varianten geldt de toename in verhard oppervlakte en groei van woningen, autoverkeer en bedrijvigheid (broeikasgassen) als risico voor met name het klimaatbestendige doel. Ondanks dat het aantal risico’s overheerst, zijn er voor alle vier de varianten ook kansen dat het nieuwe beleid bijdraagt aan het behalen van de doelen. Dit hangt met name samen met de beoordelingsaspecten beweegvriendelijke leefomgeving dat gerelateerd is aan het doel recreatie en duurzame energieopwekking door de aanleg van zonneparken dat gerelateerd is aan het doel klimaatneutraal te zijn. Voor alle vier de varianten zijn deze kansen nagenoeg even groot. Kansen zijn er ook door de groei van de woningvoorraad (alle varianten) en door de relatie met het aspect woningaanbod en behoefte en bereikbaarheid zoals inzet op verbetering van het fiets- en wandelnetwerk, het openbaar vervoer en duurzame en slimme mobiliteit (alleen de varianten 1A en 1B). Als de risico’s afgezet worden tegen het aantal kansen blijkt dat het nieuwe beleid uit variant 1B het meeste bijdraagt aan het behalen van de opgave duurzaam en leefbaar, gevolgd door de variant 1A.

De varianten 2A en 2B laten meer risico’s dan kansen zien en voor deze varianten geldt dan ook dat het niet aannemelijk is dat de opgave gehaald wordt. Ook voor de varianten 1A en 1B geldt dat per saldo een nihil aantal kansen zijn, waardoor ook hier het halen van de opgave onder druk staat.

Figuur 6-3: Mate waarin het nieuwe beleid (per variant) bijdraagt aan de opgave duurzaam en leefbaar

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

62

Meedoen, rondkomen en vooruitkomen In onderstaande Figuur 6-4 is per variant weergeven in hoeverre het nieuwe beleid bijdraagt aan het behalen van de opgave meedoen, rondkomen en vooruitkomen. Uit dit figuur blijkt dat het nieuwe beleid weinig inzet op deze hoofdopgave, er zijn relatief weinig kansen en risico’s gerelateerd aan deze opgave. Voor de varianten 2A en 2B geldt dat er enkel sprake is van een kansen op het bijdragen aan de doelen. Dit komt met name doordat voorzieningen verspreid over Helmond ontwikkeld worden. Hierdoor kunnen inwoners elkaar ontmoeten en participeren in de maatschappij. Dit in tegenstelling tot varianten 1A en 1B waar de voorzieningen geconcentreerd worden in het centrum. Hierdoor bestaat het risico dat de sociale tweedeling groter wordt doordat niet alle voorzieningen voor elke inwoner toegankelijk en bereikbaar is. Door het toevoegen van meer bedrijvigheid vormt dit een kans voor economische participatie van de bevolking. Dit geldt voor alle vier de varianten. Voor variant 1A en 1B geldt dat er ingezet wordt op het creëren van woonwerkmilieus wat een positief effect kan hebben op sociale veiligheid, dit ontbreekt in de varianten 2A en 2B. Al met al zijn er voor alle varianten meer kansen op positieve effecten dan risico’s op negatieve effecten.

Voor de varianten 2A en 2B geldt dat er geen risico’s zijn, waardoor deze varianten het meest bijdragen aan het halen van de opgave.

Figuur 6-4: Mate waarin het nieuwe beleid (per variant) bijdraagt aan de opgave meedoen, rondkomen en vooruitkomen

Door de mitigerende maatregelen en aanbevelingen zoals omschreven in hoofdstuk 6.5 mee te nemen in de ontwikkeling van een voorkeursalternatief kunnen mogelijk risico’s weggenomen of verminderd worden. Hierdoor kan er bijgedragen worden aan de hoofdopgaven die nu nog per saldo meer risico’s dan kansen laten zien. Op welke aspecten met name ingezet moet worden, is in hoofdstuk 6.1 tot 6.4 verder toegelicht.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

63

7

Wat is het voorkeursalternatief?

In dit hoofdstuk is het voorkeursalternatief beschreven. Het voorkeuralternatief is uitgewerkt op basis van de alternatievenbeoordeling en is een combinatie van beleid uit de alternatieven. In bijlage A6 is een omschreven hoe de gemeente de alternatievenbeoordeling heeft gebruikt voor het opstellen van het voorkeursalternatief.

7.1

Omschrijving van het voorkeursalternatief

Tot 2040 groeit Helmond met 15.000 woningen. Hiervan worden er al 6.831 woningen autonoom ontwikkeld, de woningbouwopgave in de Omgevingsvisie bestaat uit 8.169 nieuwe woningen. Deze woningbouwopgave landt in de bestaande stad, met name in het centrum (5.169 woningen) en verspreid over de omliggende wijken (3.000 woningen), o.a. rondom stations. Voor de verstedelijking zijn voornamelijk gebieden in beeld die een bedrijfs- of industriefunctie hebben (gehad) en volledig verhard zijn. In wijken gaat het met name om kleinschalige inbreidingen en transformaties gericht op de woonbehoefte in de wijk zelf. Er worden meer diverse woonmilieus gecreëerd en doelgroepen worden op wijkniveau meer gemengd. Bestaande wijken met een hoog percentage sociale huur en bijzondere doelgroepen worden ontlast door deze doelgroepen meer te spreiden over de stad. Het woningbestand bestaat in 2040 voor 70% uit betaalbare woningen, dit zijn sociale huur- en koopwoningen en middeldure huur- en koopwoningen tot de NHG-grens. Het percentage sociale huurwoningen is in de huidige situatie 36% en zal naar verwachting dalen. De Omgevingsvisie benoemd geen streefpercentage, dit wordt verder uitgewerkt in de woonvisie. Wat betreft mobiliteit wordt er ingezet op een autoluw centrum, waar autogebruik niet overal meer wordt gefaciliteerd.

Dit wordt onder andere gedaan door het parkeerbeleid aan te passen dat inzet op verlaging van de parkeernorm in het centrum en centrale parkeervoorzieningen aan de randen van het centrum. Het doorgaande verkeer dat op dit moment via de Kasteel-Traverse (N270) rijdt wordt omgeleid via de ‘robuuste randen’ in de regio (N279 en A67). Hierdoor krijgt de Kasteel-Traverse minder verkeer te verwerken. De oversteekbaarheid van de Kasteel-Traverse (noord-zuid) wordt verbeterd. De ontbrekende schakel van de centrumring bij Houtsdonk wordt gerealiseerd. Er worden verder geen maatregelen genomen om de bestaande ringstructuur te verbeteren. De infrastructuur rond de stad (N279 en A67) worden aangepakt volgens de visie van de Provincie NoordBrabant en het Rijk. Dit moet de voorkeursroute worden voor autoverplaatsingen van en naar Helmond. Omdat de verantwoordelijkheid hiervoor bij de Provincie en het Rijk liggen is er beperkte invloed vanuit de gemeente Helmond. Op de aansluiting van de N279 en A67 naar respectievelijk de N270 en N612 wordt de capaciteit verhoogd. Op die manier wordt het autoverkeer snel naar de robuuste randen (N279 en A67) geleid. Daarnaast wordt er ingezet op de mobiliteitstransitie die zich richt op het vergroten van het aandeel gezonde en duurzame mobiliteit. Het gaat specifiek om wandelen, fietsen en (openbare) deelmobiliteit.

Daarvoor wordt ingezet op verbetering van een samenhangend netwerk van aantrekkelijke wandel- en fietsroutes. Het gaat zowel om de grotere wandel- en fietsroutes die vaak al deel uitmaken van een regionaal netwerk, als het fijnmazige netwerk in wijken en buurten voor dagelijks gebruik en de verbindingen hiertussen. De ontbrekende schakels in dit netwerk worden gerealiseerd, er wordt een koppeling gemaakt tussen stad en ommeland en het comfort voor het gebruik van deze routes wordt verhoogd. De nog ontbrekende regionale functionele snelfietsverbindingen met omliggende kernen worden aangelegd volgens het bestaande beleid. Het gaat specifiek om de routes naar Gemert, Deurne, Nuenen, Geldrop-Mierlo en Asten (via het BZOB).

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

64

Er wordt fors ingezet op (openbare) deelmobiliteit onder andere voor last-mile-oplossingen. Hiervoor worden in de wijken hubs gerealiseerd, die als op- en afstappunt voor deelmobiliteit fungeren. Het gaat om deelfietsen, deelauto’s, deelscooters en (autonoom) rijdende shuttles. Verder is een verhoging van de treinfrequentie van en naar Eindhoven en een HOV-lijn die de woongebieden en campuslocaties van Helmond en Eindhoven verbindt (als onderdeel van de Brainportlijn) wenselijk. Hiervoor is de gemeente Helmond afhankelijk van ProRail en de NS, de regio en het Rijk. Helmond wil een eigen stuwende economie behouden. Daarvoor moet het aantal arbeidsplaatsen meegroeien met het aantal inwoners. Helmond zet in op de ontwikkeling van gemengde woon-werkmilieus voor economische activiteiten die zich goed verdragen of interactie hebben met een dynamische (woon)omgeving. Te denken valt aan de verzorgende economie, diensten, startups, scaleups, broedplaatsen en ateliers. Het zwaartepunt qua locatie ligt binnen de bestaande stad met name in en rondom het centrum en IC-station (het Stationskwartier). De campussen worden doorontwikkeld, met mogelijkheid voor vestiging van middelbaar en hoger onderwijs. Op bestaande bedrijventerreinen wordt het ruimtegebruik geïntensiveerd. In het openbaar domein komen meer fiets- en wandelpaden.

Het intensiveren van het ruimtegebruik mag er niet toe leiden dat de doelen met betrekking tot klimaatbestendigheid en gezondheid niet meer gerealiseerd kunnen worden. Dit vraagt een slimme aanpak. Daarbij valt te denken aan zonnedaken, groene daken, infiltratie regenwater op eigen terrein, optoppen van bebouwing en bundelen/ stapelen van functies. Het bedrijventerrein Hoogeind in het gebied Varenschut wordt uitgebreid. Hier wordt ruimte geboden aan de innovatieve maakindustrie. Door de schaarse beschikbare ruimte en de genoemde economische focus, is de gemeente Helmond zeer terughoudend in de vestiging van nieuwe ruimtevragende (waaronder logistieke) bedrijven in de gemeente. Bestaande bedrijven kunnen in principe blijven. Vestiging van nieuwe ruimtevragende bedrijven is alleen te verantwoorden als ze een aanzienlijke toegevoegde waarde hebben voor de Helmondse economie en arbeidsmarkt. Helmond is in 2035 klimaatneutraal en circulair en in 2050 klimaatbestendig. De gebouwen en ruimte worden zo ingericht, dat deze geen ‘CO2’ uitstoten, goed tegen hevige regen of extreme droogte kunnen. Het hitte-eiland-effect in de stad wordt beperkt door het gebruik van bomen, groen en water voor verkoeling en iedereen heeft binnen loopafstand (300 meter) een schaduwrijke plek.

De ambitie voor besparing van energie wordt verhoogd naar tenminste 4% per jaar (ten opzichte van het peiljaar 1990). Hoe dit wordt gedaan, wordt verder uitgewerkt in een omgevingsprogramma. Alle nieuwe bebouwing is klimaatneutraal. Hiervoor worden aanvullende eisen opgenomen in het omgevingsplan. Het bestaande beleid voor zon op dak en zon op maaiveld is overgenomen in de Omgevingsvisie. Helmond hanteert de zonneladder, met prioriteit voor zon op dak en combi-functies. Voor zon op maaiveld zijn afweegbare gebieden benoemd. In deze gebieden kan een zonneveld onder voorwaarden toegestaan worden. In de Omgevingsvisie is de kaart van afweegbare gebieden aangepast t.o.v. het bestaande beleid. Concreet komt dit neer op een vermindering van het aantal hectares afweegbaar gebied voor zon. Helmond gaat warmtekavels uitwerken voor een aantal wijken. Hier neemt de gemeenten het voortouw voor het realiseren van een warmte-infrastructuur. Het buitengebied van Helmond krijgt een belangrijke rol als uitloopgebied voor inwoners. Er wordt ingezet op bescherming van nog resterende bomen en landschappelijke structuren. Daarnaast worden nieuwe bomen en heesters geplant om verdwenen landschappelijke structuren te herstellen.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

65

Er wordt ingezet op grondgebonden landbouw, passend in het landschap. Intensivering van veehouderijen wordt niet gestimuleerd. De productie van (plantaardige) biobased grondstoffen als nieuwe en innovatieve markt wordt gefaciliteerd. De verbrede landbouw wordt gefaciliteerd. Het gaat hierbij om de lokale voedselproductie met mogelijkheid van verkoop terplekke als ondergeschikte activiteit of kleinschalige nevenactiviteit, kleinschalige ondergeschikte horeca en verblijfsrecreatie zoals B&B en kleinschalige zorgvoorzieningen, zoals dagbesteding voor mensen met een beperking of een kinderdagverblijf. De toegankelijkheid van het buitengebied wordt vergroot door aanleg van wandelpaden, en verbindingen te maken met regionale en lokale fiets -en wandelpaden. Wat betreft natuur wordt het bestaande beleid doorgezet. Hierbij gaat het om het realiseren van het Natuurnetwerk Brabant, zowel de gebieden als de ecologische verbindingszones. In de hele gemeente (stedelijk gebied en buitengebied) wordt de basiskwaliteit natuur gedefinieerd en gerealiseerd. Binnen de bebouwde kom wordt een robuust raamwerk van groen-blauwe structuren aangelegd, de bestaande structuren worden verbonden en versterkt en nieuwe structuren worden aangelegd. De ontbrekende schakels van de Stads-Aa worden gerealiseerd. Deze stedelijke structuren worden verbonden met structuren in het buitengebied.

Voor elke nieuwe woning die gebouwd wordt, wordt als richtlijn 8m2 nieuw groen ontwikkeld. De voorkeur gaat uit naar groen op maaiveld, bij ruimtegebrek wordt er gekeken naar (gedeeltelijke) invulling via bijvoorbeeld groene daken en gevels. Dit wordt verder uitgewerkt in een omgevingsprogramma. De basisvoorzieningen in de wijken voor dagelijkse behoefte blijven behouden en worden indien nodig versterkt. Het gaat om zaken als wijkwinkelcentra voor dagelijkse boodschappen, basisgezondheidszorg, basisonderwijs, kinderopvang en speelvoorzieningen. De locaties van deze basisvoorzieningen fungeren als ontmoetingsplekken in de wijk en dragen bij aan sociale cohesie. Door de toename van het aantal inwoners, moeten ook de stedelijke voorzieningen meegroeien. Te denken valt aan het theater, de bibliotheek, musea, winkels, horeca, het kunstkwartier, het ziekenhuis, zwembaden en voortgezet onderwijs. Een deel van deze voorzieningen hoort vanwege de aard en toegevoegde waarde thuis in het stadshart van Helmond. Een ander deel hoeft niet in het stadshart, maar moet wel goed bereikbaar zijn voor inwoners en bezoekers van onze stad. Het gaat bijvoorbeeld om het ziekenhuis, zwembaden en voortgezet onderwijs. In het centrum komen fors meer mensen te wonen. Dat betekent dat in het centrum, naast stedelijke voorzieningen, ook het aantal basisvoorzieningen gaat toenemen.

In onderstaande Figuur 7-1 is het nieuwe beleid uit het voorkeursalternatief visueel weergeven in een kaart.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

66

Figuur 7-1: Het voorkeursalternatief in kaart.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

67

7.2

Het te beoordelen nieuwe beleid uit het voorkeursalternatief

In de vorige paragraaf is het voorkeursalternatief uitgebreid omschreven. Voor de beoordeling van het voorkeursalternatief geldt dat het nieuwe beleid concreet genoeg en nieuw moet zijn ten opzichte van de autonome ontwikkeling. In onderstaande tabel staan de beleidsuitspraken zoals deze beoordeeld zijn voor het OER. Tabel 7-1: Beleidsuitspraken bij het voorkeursalternatief

Voorkeursalternatief Hoofdopgave

Thema

Wonen

#

1

2 Mobiliteit

3

Economisch vitaal, innovatief en aantrekkelijk

Duurzaam en leefbaar

13 november 2023

Economie

4

Energie

5

Uitspraak Realisatie van 8.169 woningen in hogere dichtheden (60-80 woningen/ha), waarvan 5.169 in het centrum en 3.000 inbreiding in omliggende wijken. Er wordt ingezet op meer betaalbare woningen, spreiding van woonmilieus en het mengen van verschillende doelgroepen. Een autoluw centrum met centrale parkeervoorzieningen aan de randen van het centrum. De ontbrekende schakel van de centrumring (bij Houtsdonk) wordt gerealiseerd. Het doorgaande verkeer gaat van de Kasteel-Traverse af en wordt via de robuuste randen (N/A-wegen) om de stad geleid. De inprikkers vanaf de robuuste randen worden ingericht op optimale doorstroming (capaciteitsverhoging). Het realiseren van een samenhangend netwerk van aantrekkelijke wandel- en fietsroutes (van bestaande en nieuwe routes). Het creëren van mobiliteitshubs voor last-mile-oplossingen die als op- en afstappunt voor deelmobiliteit fungeren (deelfiets, deelauto, deelscooter, autonoom rijdende shuttles etc.). De ontwikkeling van gemengde woon-werkmilieus (met focus op kleinschalige innovatieve bedrijvigheid) voornamelijk in en rondom het centrum en IC-station (m.n. Stationskwartier). De campussen worden doorontwikkeld, met ruimte voor middelbaar en hoger onderwijs. Op bestaande bedrijventerrein het ruimtegebruik intensiveren. Dit betekent functies stapelen (bijv. parkeren onder of juist bovenop gebouwen i.p.v.

op maaiveld, meer voorzieningen bundelen). Het intensiveren van het ruimtegebruik mag er niet toe leiden dat onze doelen met betrekking tot klimaatbestendigheid en gezondheid niet meer gerealiseerd kunnen worden. Dit vraagt een slimme aanpak, daarbij denken we aan zonnedaken, groene daken, infiltratie regenwater op eigen terrein, optoppen van bebouwing en bundelen/ stapelen van functies. Klimaatbestendigheid en gezondheid staan daarin centraal (meer groen en fiets- en wandelpaden). Uitbreiding van het bedrijventerrein Hoogeind (incl. Varenschut) met ruimte voor innovatieve maakindustrie. Vestging van nieuwe ruimtevragende bedrijven is in beginsel niet toegestaan, bestaande bedrijven mogen blijven. Er wordt ingezet op een klimaatneutraal en circulair Helmond. Onze gebouwen en ruimte worden CO2-neutraal en klimaatbestendig ingericht. Er worden warmtekavels uitgewerkt voor een aantal wijken voor het realiseren van een warmte-infrastructuur. Er wordt o.a. gekeken naar geothermie, aquatermie, warmte uit afvalwater, warmte uit bedrijfsprocessen en warmte vanuit biocentrale. Elke potentiële warmtebron wordt onderzocht, niet alleen bodemenergiesystemen. Uitgangspunt bij warmtekavels is een gebiedsomvattende oplossing voor het warmtevraagstuk. Gesloten bodemenergiesystemen liggen daarbij niet voor de hand. Op meerdere locaties in de gemeente zijn er zoekgebieden voor zonnevelden.

De helft van deze gebieden wordt gebruikt voor de opwekking van zonne-energie.

BI2067-MI-RP-230608-1028

68

Voorkeursalternatief Hoofdopgave

Economisch vitaal, innovatief en aantrekkelijk

13 november 2023

Thema

#

Buitengebied

6

Natuur

7

Stedelijk groen

8

Voorzieningen

9

Uitspraak Beschermen en versterken van de groene landschappelijke structuur/kenmerken. Faciliteren van duurzame, innovatieve en verbrede landbouw met passende kleinschalige activiteiten. Er is geen ruimte voor intensivering van veehouderijen. Het definiëren en realiseren van een basiskwaliteit natuur Aanleg en versterking van een robuust raamwerk van groen-blauwe structuren (basiskwaliteit groen), door aanleg van ontbrekende schakels. Stedelijk groen wordt verbonden met het buitengebied. Toegang tot aantrekkelijke groene ruimtes voor iedereen binnen 300 meter door aanleg van bomen, groen en water voor verkoeling en schaduwrijke plekken. Voor elke nieuwe woning wordt er 8 m2 nieuw groen ontwikkeld waarbij thema’s als gezondheid, klimaatbestendigheid en basiskwaliteit natuur zo veel als mogelijk meegekoppeld worden. Uitgangspunt is op maaiveldniveau, waar dit niet kan wordt gekeken naar groene daken en gevels. Basisvoorzieningen in de wijken voor dagelijkse behoefte blijven behouden en worden indien nodig versterkt. Er komen basisvoorzieningen bij in het centrum in lijn met de woningbouw. Ook de stedelijke voorzieningen moeten groeien in het stadshart of op plekken die goed bereikbaar zijn.

BI2067-MI-RP-230608-1028

69

8

Wat zijn de gevolgen van het voorkeursalternatief?

In dit hoofdstuk zijn de effecten van het voorkeursalternatief (VKA) beschreven. Dit is gedaan door de beleidsuitspraken (zoals beschreven in hoofdstuk 7.2) te toetsen aan de beoordelingsaspecten uit de ‘foto van de leefomgeving’. Omdat het voorkeursalternatief voor de Omgevingsvisie niet in detail uitgewerkt is, is het niet mogelijk de effecten precies te berekenen. Er wordt gesproken van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. De effecten hoeven niet daadwerkelijk op te treden, maar geven een indicatie van de mogelijke gevolgen van een beleidsuitspraak. Of het effect daadwerkelijk optreedt is onder meer afhankelijk van de precieze beleidsinvulling en concretisering van het beleid in bijvoorbeeld een omgevingsplan. De effectbeoordeling van het VKA en beargumentatie hierachter zijn opgenomen in bijlage A7 en A8

8.1

Effectbeoordeling voorkeursalternatief

8.1.1

Wonen

Beleidsuitspraak ‘Het realiseren van 8.169 woningen in hogere dichtheden (60-80 woningen/ha), waarvan 5.169 in het centrum en 3.000 inbreiding in omliggende wijken. Er wordt ingezet op meer betaalbare woningen, spreiding van woonmilieus en het mengen van verschillende doelgroepen.’ Kansen op positieve effecten In het VKA wordt ingezet op een forse toename van het aantal woningen in hogere dichtheden. Met name in het centrum zijn veel nieuwe woningen voorzien en daarnaast wordt kleinschalige inbreiding mogelijk gemaakt in de omliggende wijken. Er wordt ingezet op meer betaalbare woningen voor verschillende doelgroepen. In de huidige situatie is de behoefte aan extra betaalbare woningen al aanwezig. Het is aannemelijk dat het tekort uit de huidige situatie hiermee opgelost wordt. Dit resulteert in een zeer grote kans op een positief effect op het beoordelingsaspect woningaanbod en behoefte. Nieuwe woningen zijn doorgaans duurzamer dan oudere woningen, vanwege betere isolatie en de verplichting tot gasloos bouwen. Het is daardoor aannemelijk dat het gemiddelde energielabel van woningen in Helmond hiermee verbetert. Dit resulteert in een kans op een positief effect voor het beoordelingsaspect energieverbruik. Wel geldt dat het totale energieverbruik in Helmond toe zal nemen door extra woningen.

Door een groot aantal woningen te bouwen in het centrum in de nabijheid van het centraal station van Helmond neemt de gemiddelde afstand van woningen tot treinstations af. Dit is een kans op een positief effect op openbaar vervoer. Risico’s op negatieve effecten Een forse toename in het aantal woningen heeft als gevolg dat Helmond in 2040 meer inwoners heeft. Deze inwoners moeten zich allemaal verplaatsen, waardoor er een grote toename in verkeersbewegingen plaatsvindt. Dit kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit en toename van geluidhinder door wegverkeer. Als gevolg van meer verkeersbewegingen en -deelnemers kan een toename in conflicten in het verkeer ontstaan. Dit kan resulteren in een verslechtering van de verkeersveiligheid. De toename van verkeersbewegingen van met name de auto resulteert de aankomende jaren nog in een toename van de stikstofuitstoot. Dit vormt een groot risico voor de in de omgeving van Helmond gelegen beschermde natuurgebieden (N2000) en het Natuurnetwerk Brabant (NNB) waarop de milieudruk toeneemt. Het is wel aannemelijk dat door een technologische ontwikkelingen en de opkomst van elektrisch rijden de stikstofuitstoot door de jaren heen minder wordt. Een toename in verkeersbewegingen en aantallen woningen kan ook resulteren in een toename in de uitstoot van broeikasgassen.

Vanwege de omvang van het aantal woningen in het VKA is er sprake van zeer grote risico’s op negatieve effecten voor bovengenoemde beoordelingsaspecten. Tenslotte geldt dat de toename in verkeersbewegingen, als gevolg 13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

70

van de forse toename in woningen, per saldo kan leiden tot toename van congestie en doorstromingsproblemen op binnenstedelijke wegen (autobereikbaarheid). Het feit dat inbreiding in de nabijheid van openbaar vervoersvoorzieningen plaatsvindt vormt wel een kans (zoals hierboven benoemd). Qua woningbouw ligt de focus in het VKA op inbreiding in hoge dichtheden (60-80 woningen/ha). Door inbreiding kan het percentage verhard oppervlakte toenemen. Dit is afhankelijk van de precieze locatie bij verdere uitwerking van de plannen. In een aantal van de inbreidingsgebieden is er in de huidige situatie sprake van kwetsbaarheid voor hittestress. Het is aannemelijk dat een toename van verharding/verstening in deze gebieden hittestress verder zal versterken, mits de gemeentemaatregelen neemt om dit te vereffenen. Desondanks zal het aantal blootgestelden aan hittestress wel toenemen door nieuwe woningen te bouwen in gebieden met hittestress. Door een toename van verharding kan ook wateroverlast door (extreme) regenbuien toenemen, omdat dit moeilijker kan infiltreren. Daarnaast kan inbreiding een risico vormen voor in de buurt aanwezige beschermde soorten, zoals vleermuizen. Hun leefgebied kan hiermee namelijk verstoord worden. Omdat er inbreiding is voorzien bij de wijken Brouwhuis en Dierdonk neemt de kans op geurhinder bij woningen mogelijk toe.

Hier zijn namelijk bedrijven aanwezig die geurhinder veroorzaken. Voor hittestress en beschermde soorten geldt dat er sprake is van een groot risico op negatieve effecten, voor wateroverlast en geurhinder is er sprake van een klein risico. De aangewezen inbreidingsgebieden liggen daarnaast in directe nabijheid van risicobronnen voor omgevingsveiligheid. Zoals de spoorlijn Eindhoven-Venlo die is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen. Hetzelfde geldt voor buisleidingen die door het kanaal lopen. Kanttekening hierbij is dat een buisleiding naar het bedrijventerrein langs het kanaal mogelijk wordt opgeheven bij vertrek van bedrijven op dit terrein die plaatsmaken voor woningen. Nieuwe woningen in hoge dichtheden nabij risicobronnen resulteren in een grotere bevolkingsgroep die mogelijk blootgesteld wordt aan gevaren bij een ramp. Voor dit beoordelingsaspect geldt dat het gaat om een groot risico op negatieve effecten. Samenvattend Aandachtspunt voor het VKA is het bouwen in grote dichtheden en de gevolgen die dat kan hebben voor met name de gezondheid van inwoners (hittestress, geluidhinder, luchtkwaliteit, broeikasgassen). Ook voor natuur zijn risico’s voorzien. Dit zijn aspecten die er in de huidige situatie ook al knelpunten vormen.

Aanvullend is ook het bouwen in de buurt van de spoorlijn Eindhoven-Venlo een aandachtspunt met betrekking tot omgevingsveiligheid. De benoemde kansen en risico’s gelden met name voor de inbreiding in hogere dichtheden en in mindere mate voor de inbreiding in omliggende wijken.

8.1.2

Mobiliteit

Beleidsuitspraak ‘Het centrum wordt autoluw met centrale parkeervoorzieningen aan de randen. De ontbrekende schakel van de centrumring (bij Houtsdonk) wordt gerealiseerd. Het doorgaande verkeer gaat van De Traverse af en wordt via de robuuste randen (N/A-wegen) om de stad geleid. De inprikkers vanaf de robuuste randen worden ingericht op optimale doorstroming (capaciteit verhoogd).’ Kansen op positieve effecten Het realiseren van een autoluw centrum en het afwaarderen van de Kasteel-Traverse kan zorgen voor een verbetering van de leefkwaliteit in het centrum. Het gaat hierbij om de luchtkwaliteit en de geluidhinder. Hierbij is het uitgangspunt dat de verkeersafwikkeling beter is. Mocht dit niet het geval zijn dan bestaat er een plaatselijk risico op toename van geluidhinder en verslechtering van de luchtkwaliteit bij woningen langs het omliggend wegennet (robuuste randen). Op de Kasteel-Traverse zijn in de huidige situatie bestaande knelpunten op het gebied van de verkeersveiligheid. Vanwege de afwaardering van de Kasteel-Traverse is er een kans op verbetering van de verkeersveiligheid. Dit hangt ook samen met de verbetering van de 13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

71

noord-zuid verbindingen over de Kasteel-Traverse. Omdat de capaciteit verhoogd wordt op de robuuste randen is er ook sprake van een kans op verbetering van de autobereikbaarheid. Bij alle bovengenoemde aspecten gaat het om een kleine kans. Risico’s op negatieve effecten Zoals hierboven benoemd zorgt het afwaarderen van de Kasteel-Traverse voor een plaatselijke verbetering van de luchtkwaliteit en geluidhinder. Hierbij is het uitgangspunt dat de verkeersafwikkeling beter is. Mocht dit niet het geval zijn dan bestaat er een plaatselijk risico op toename geluidhinder en verslechtering van de luchtkwaliteit bij woningen langs het omliggend wegennet (robuuste randen). Ook de uitstoot van broeikasgassen is afhankelijk van de verkeersaantrekkende werking van de nieuwe ontsluitingen. In beginsel is aangenomen dat er geen extra verkeer gaat rijden door Helmond. Mocht dit wel het geval zijn, dan is er een risico op toename van uitstoot van broeikasgassen. Het afschalen van de Kasteel-Traverse en het omleiden via de robuuste randen vormt een groot risico op beschermde natuurgebieden (N2000). Door deze verandering verplaatst de stikstofuitstoot naar de rand van Helmond. Dit kan significant negatieve effecten op Natura 2000 tot gevolg hebben. Ook de milieudruk op omliggende NNB-gebieden neemt hierdoor toe.

Samenvattend Het omleiden van het doorgaande verkeer via een ringstructuur in combinatie met het afwaarderen van de Kasteel-Traverse resulteert in een verbetering van de leefkwaliteit in het centrum. Daarnaast zorgt de afwaardering van de Kasteel-Traverse en de capaciteitsverhoging van de robuuste randen voor een verbetering van de verkeersdoorstroming en de verkeersveiligheid. Een verplaatsing van stikstofuitstoot door een verplaatsing van verkeer vormt risico’s voor natuur. Verdere risico’s zijn afhankelijk van de eventuele verkeersaantrekkende werking van de nieuwe ontsluitingen. Beleidsuitspraak ‘Het realiseren van een samenhangend netwerk van aantrekkelijke wandel- en fietsroutes (van bestaande en nieuwe routes). Het creëren van mobiliteitshubs voor last-mile-oplossingen die als op- en afstappunt voor deelmobiliteit fungeren (deelfiets, deelauto, deelscooter, autonoom rijdende shuttles etc.).’ Kansen op positieve effecten Nieuwe lokale en regionale verbindingen voor het fiets- en wandelnetwerk en creëren van mobiliteitshubs kan een substitutie-effect hebben op het autogebruik. Dit kan leiden tot verminderd autogebruik. Indien dit het geval is, zijn er zeer positieve effecten te verwachten voor luchtkwaliteit en broeikasgassen door een vermindering van de uitstoot.

Ook de stikstofuitstoot neemt mogelijk af waardoor er kans is op een positief effect voor beschermde natuurgebieden (N2000). Het substitutie-effect kan ook leiden tot een afname in geluidhinder en een verbetering van de autobereikbaarheid (doorstroming) en de verkeersveiligheid, omdat er minder gebruik gemaakt wordt van de auto. Nieuwe verbindingen kunnen het fiets- en wandelnetwerk en de beweegvriendelijke leefomgeving versterken en een kans vormen voor de overstapmogelijk van/naar het openbaar vervoer. Ook de mobiliteitshubs dragen hieraan bij. Meer (fiets)verbindingen van goede kwaliteit en mobiliteitshubs vormen daarnaast een kans voor duurzame en slimme mobiliteit, omdat er mogelijk meer gebruik gemaakt zal worden van deelmobiliteit. Ook vormt het een kleine kans voor het verbeteren van de ruimtelijke vestigingswaarden, vanwege de betere bereikbaarheid van bedrijventerreinen via verschillende modaliteiten.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

72

Risico’s op negatieve effecten Er zijn geen risico’s op negatieve effecten voorzien. Samenvattend De aanleg van nieuwe fiets- en wandelverbindingen en de inzet op mobiliteitshubs laat met name kansen zien voor de leefbaarheid en bereikbaarheid van Helmond.

8.1.3

Economie

Beleidsuitspraak ‘De ontwikkeling van gemengde woon-werkmilieus (met focus op kleinschalige innovatieve bedrijvigheid) voornamelijk in en rondom het centrum en IC-station. De campuslocaties worden doorontwikkeld, met mogelijkheden voor vestiging van middelbaar- en hoger onderwijs. Op bestaande bedrijventerreinen wordt het ruimtegebruik geïntensiveerd. Dit betekent dat functies gestapeld worden (bijv. parkeren onder gebouwen). Het intensiveren van het ruimtegebruik mag er niet toe leiden dat de doelen voor klimaatbestendigheid en gezondheid niet meer gerealiseerd kunnen worden. Dit vraagt om een slimme aanpak. Denk aan zonnedaken, groene daken, infiltratie regenwater op eigen terrein, optoppen van bebouwing en bundelen/ stapelen van functies. Er is ruimte voor uitbreiding van het bedrijventerrein Hoogeind in het gebied Varenschut met ruimte voor innovatieve maakindustrie. Vestiging van nieuwe ruimtevragende bedrijven is in beginsel niet toegestaan, bestaande bedrijven mogen blijven. Kansen op positieve effecten Het realiseren van stedelijke werkmilieus in en rond het centrum, de inzet op intensivering en uitbreiding met de focus op de innovatieve maakindustrie zorgt voor een toename van het aantal banen en arbeid. Dit is een kans voor de economische participatie en de ruimtelijke vestigingswaarden (kwantitatief en kwalitatief aanbod van bedrijventerreinen) in Helmond.

De inzet op innovatieve maakindustrie vormt wel een risico voor het aanbod van werkgelegenheid voor praktisch opgeleiden. Daarnaast zorgen woonwerkmilieus voor een continue aanwezigheid van mensen in deze gebieden wat de sociale veiligheid in deze gebieden kan verbeteren. Risico’s op negatieve effecten De intensivering en uitbreiding van bedrijvigheid zorgt mogelijk voor een verslechtering van de luchtkwaliteit en een toename van geluidhinder door een toename van verkeersbewegingen (bestemmingsverkeer en vrachtverkeer). Een toename van verkeersbewegingen vormt ook een risico voor de verkeersveiligheid, met name bij de woon-werkmilieus. De intensivering van bedrijvigheid binnen risicocontouren van omgevingsveiligheid kan leiden tot een toename van het groepsrisico. Daarmee is er een risico op een negatief effect voor het aspect omgevingsveiligheid. De toename van bedrijvigheid vormt ook een risico op een toename van geurhinder, energieverbruik en uitstoot van broeikasgassen door bedrijfsmatige activiteiten. Bedrijven worden de laatste jaren duurzamer, maar per saldo neemt het aantal bedrijven en bedrijfsmatige activiteiten in Helmond toe. De toename van verkeersbewegingen gerelateerd aan een toename in bedrijvigheid resulteert de aankomende jaren in een toename van de stikstofuitstoot.

Dit vormt een zeer groot risico voor de in de omgeving van Helmond gelegen beschermde natuurgebieden (N2000) en het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het is aannemelijk dat door technologische ontwikkelingen en de opkomst van elektrisch rijden de stikstofuitstoot door de jaren heen minder wordt. Daarnaast kan een uitbreiding van bedrijventerrein negatieve effecten hebben op beschermde soorten en leiden tot een verhoogde milieudruk op het nabijgelegen NNB.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

73

Omdat de gemeente inzet op klimaatbestendige bedrijventerreinen bij de intensivering biedt dit een kans voor hittestress en wateroverlast. Groene daken en infiltratiemogelijkheden kunnen dit mogelijk maken. Omdat er ook een uitbreiding van bedrijventerrein is voorzien in het gebied Varenschut bestaat er hier juist een risico op toename van hittestress en wateroverlast. Dit vanwege toevoeging van verharding in een gebied wat nu bestaat uit weiland en kweekkassen. Per saldo is er dus sprake van een evenwicht (0), maar in de werkelijkheid kan de kans zwaarder wegen dan het risico of visa versa. Samenvattend De intensivering en uitbreiding van bedrijventerrein en toevoeging van woon-werkmilieus biedt kansen voor de economie, klimaatadaptatie en sociale veiligheid. De toename van verkeersbewegingen en de toename van bedrijfsmatige activiteiten (intensivering) brengt echter ook risico’s mee voor de gezondheid, veiligheid, duurzaamheid, klimaatadaptatie en natuur.

8.1.4

Energie

Beleidsuitspraak ‘Er wordt ingezet op een klimaatneutraal en circulair Helmond. Onze gebouwen en ruimte worden CO2neutraal en klimaatbestendig ingericht. Er worden warmtekavels uitgewerkt voor een aantal wijken voor het realiseren van een warmte-infrastructuur. Er wordt o.a. gekeken naar geothermie, aquatermie, warmte uit afvalwater, warmte uit bedrijfsprocessen en warmte vanuit biocentrale. Elke potentiële warmtebron wordt onderzocht, niet alleen bodemenergie-systemen. Uitgangspunt bij warmtekavels is een gebiedsomvattende oplossing voor het warmtevraagstuk. Gesloten bodemenergiesystemen liggen daarbij niet voor de hand. Op meerdere locaties in de gemeente zijn er zoekgebieden voor zonnevelden. De helft van deze gebieden wordt gebruikt voor de opwekking van zonne-energie’ Kansen op positieve effecten De inzet op duurzame warmte (warmtekavels) betekent een toename van duurzame opwekking en mogelijk een vermindering van uitstoot van fijnstof en stikstofdioxide (luchtkwaliteit). Door deze duurzame opwekking in combinatie met de transformatie naar CO 2-neutrale gebouwen neemt de uitstoot van broeikasgassen naar verwachting af. Risico’s op negatieve effecten Bij de uitvoering van de warmtekavels worden verschillende warmtebronnen onderzocht. De aanleg van energie-infrastructuur (zoals een warmtenet) kan archeologische waarden in de bodem aantasten.

Bodemenergie-systemen vormen een risico voor de bodemkwaliteit en de grondwaterkwaliteit, omdat er kans is op roering van de bodem. Hoewel in het Besluit bodemkwaliteit staat dat er geen risico’s mogen ontstaan voor de bodem en het grondwater bij de aanleg van bodemenergie-systemen leert de praktijk dat hier niet altijd zorgvuldig mee wordt omgegaan. Het is aan de gemeente om een zorgvuldige aanleg van bodemenergie-systemen te borgen in bijvoorbeeld een omgevingsplan. Het klimaatbestendig inrichten van gebouwen kan een risico vormen voor beschermde soorten die in/rond gebouwen leven (gebouwbewonende soorten). De onttrekking van grondwater door bodemenergiesystemen vormt een risico voor één nabijgelegen Natura 2000-gebied (Strabrechtse Heide & Beuven) en voor verdrogingsgevoelige NNB. In deze gebieden kan grondwateronttrekking een achteruitgang van de natuurwaarden veroorzaken. Samenvattend De aanleg van warmtekavels en CO2-neutrale gebouwen zorgen voor meer duurzame opwekking en minder uitstoot van fijnstof, stikstofdioxide en broeikasgassen. De aanleg van energie-infrastructuur vormt een 13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

74

risico voor archeologische waarden en klimaatbestendige gebouwen kunnen een risico vormen voor aanwezige beschermde soorten. Daarnaast kunnen bodemenergiesystemen een risico vormen voor de bodem- en grondwaterkwaliteit en natuurgebieden.

8.1.5

Buitengebied

Beleidsuitspraak ‘Het uitgangspunt is het beschermen en versterken van de groene landschappelijke structuur/kenmerken. Duurzame, innovatieve en recreatieve landbouw wordt gefaciliteerd met passende kleinschalige activiteiten. Er is geen ruimte voor intensivering van veehouderijen.’ Kansen op positieve effecten Het beschermen en versterken van de groene landschappelijke structuur/kenmerken vormt een kans voor een betere beleefbaarheid van de cultuurhistorische en archeologische waarden en kan de leefgebieden van beschermde soorten mogelijk versterken. Door een verschuiving in de landbouwactiviteiten, waarbij ingezet wordt op duurzame landbouw is er kans op een afname van stikstofuitstoot. Dit is gunstig voor beschermde natuurgebieden (N2000) en Natuurnetwerk Brabant (NNB). Daarnaast kan een verschuiving van landbouwactiviteiten ook leiden tot een positieve verandering in bodem en water voor beschermde natuurgebieden (N2000) en Natuurnetwerk Brabant. Omdat er geen sprake is van een substantiële toevoeging van groen zijn er geen kansen voorzien voor niet beschermde natuur. Risico’s op negatieve effecten Er zijn geen risico’s voorzien. Samenvattend Het beschermen en versterken van de groene landschappelijke structuur/kenmerken vormt kansen voor de cultuurhistorische en archeologische waarden en natuur. Er zijn geen risico’s voorzien.

8.1.6

Natuur

Beleidsuitspraak ‘Het definiëren en realiseren van een basiskwaliteit natuur’ Samenvattend Deze uitspraak is niet concreet genoeg uitgewerkt om te kunnen beoordelen op effecten. Daarom zijn er geen kansen op positieve effecten of risico’s op negatieve effecten bepaald.

8.1.7

Stedelijk groen

Beleidsuitspraak ‘Een robuust raamwerk van groen-blauwe structuren (basiskwaliteit groen) wordt aangelegd en versterkt. Met aanleg van ontbrekende schakels wordt stedelijk groen verbonden met het buitengebied. Er is toegang tot aantrekkelijke groene ruimtes voor iedereen binnen 300 meter. De aanleg van bomen, groen en water zorgt voor verkoeling en schaduwrijke plekken. Voor elke nieuwe woning wordt er 8 m 2 nieuw groen ontwikkeld waarbij gezondheid, klimaatbestendigheid en basiskwaliteit natuur zo veel als mogelijk meegekoppeld worden. Het uitgangspunt voor nieuw groen is realisatie op maaiveldniveau. Waar dit niet kan wordt gekeken naar groene daken en gevels.’

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

75

Kansen op positieve effecten Er wordt ingezet op de toevoeging en versterking van groen(structuren) binnen en buiten de bebouwde kom. Dit kan leiden tot positieve effecten voor Natuurnetwerk Brabant, gemeentelijke natuur en leefgebieden van beschermde soorten. Het realiseren van groene ruimtes voor iedereen binnen 300 meter biedt kansen voor een beweegvriendelijke leefomgeving, met name de indicator routes. Toename van groen binnen de bebouwde kom kan daarnaast hittestress lokaal reduceren en biedt mogelijkheden voor meer infiltratie in het geval van wateroverlast. Risico’s op negatieve effecten Er worden geen risico’s op negatieve effecten voorzien voor stedelijk groen. Samenvattend Door fors in te zetten op uitbreiding van groen(structuren) zijn er positieve effecten voor gezondheid, natuur en klimaat.

8.1.8

Voorzieningen

Beleidsuitspraak ‘Basisvoorzieningen in de wijken voor dagelijkse behoefte blijven behouden en worden indien nodig versterkt. Er komen basisvoorzieningen bij in het centrum in lijn met de nieuwe woningbouw. Ook de stedelijke voorzieningen moeten groeien in het stadshart of op plekken die goed bereikbaar zijn.’ Kansen op positieve effecten Het behouden en mogelijk versterken van basisvoorzieningen over de hele stad biedt een kans voor de beweegvriendelijke leefomgeving. Door de spreiding van voorzieningen is de afstand tot voorzieningen kleiner en zijn deze goed bereikbaar te voet of met de fiets. Het behoud en mogelijk versterking van de spreiden van voorzieningen biedt kansen voor lokale ontmoeting (maatschappelijke participatie). Daarnaast biedt het toevoegen van stedelijke voorzieningen in het stadshart kansen op een toename van het voorzieningenaanbod en het aantal banen en arbeid. Risico’s op negatieve effecten Deze beleidsuitspraak voorzien geen risico’s op negatieve effecten. Samenvattend Het verspreiden van voorzieningen over de stad biedt uitsluitend kansen.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

76

8.2

Doorkijk kwalitatieve aspecten afval en economische structuur

Voor de beoordelingsaspecten afval en economische structuur was onvoldoende specifieke gemeentelijke informatie beschikbaar. Aan deze thema’s zijn daarom geen indicatoren verbonden en er is geen kwaliteitsniveau toegekend in de ‘foto van de leefomgeving’. Omdat er geen specifieke indicatoren zijn voor afval en economische structuur zijn er geen specifieke kansen op positieve effecten of risico’s op negatieve effecten bepaald. Onderstaand is beschreven of het nieuwe beleid in algemene zin toch impact kan hebben of afval en economische structuur. Afval In de ‘foto van de leefomgeving’ is het binnen het beoordelingsaspect afval gekeken naar de hoeveelheid (rest)afval en de circulaire economie. Het voorkeursalternatief uit Omgevingsvisie bevat geen beleid dat in gaat op de hoe de gemeente Helmond om gaat met afval. Het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie zet wel in op een uitbreiding met ruim 8000 woningen verspreid over de bestaande bebouwde kom van Helmond. Daardoor is het aannemelijk dat door de toename in inwoners de totale (rest)afvalberg zal toenemen als er geen extra maatregelen getroffen worden om de hoeveelheid (rest)afval per inwoner te verminderen. Afval wordt ook geproduceerd door bedrijven. In de ‘foto van de leefomgeving’ is beschreven dat veel bedrijventerreinen in Helmond potentie hebben om rol te vervullen in de circulaire economie.

Het voorkeursalternatief uit de Omgevingsvisie gaat hier niet op in. De potentie wordt daardoor niet actief benut en vormt een risico met het oog op de landelijke doelen die gesteld zijn voor circulariteit. Het voorkeursalternatief uit de Omgevingsvisie zet wel in op het faciliteren van de productie van (plantaardige) biobased grondstoffen als nieuwe innovatieve markt. Dit zal aan de voorkant niet persé leiden tot vermindering van het afval, maar als producten biologisch afbreekbaar worden kan dit wel positieve gevolgen hebben voor het verminderen van de (rest)afvalberg. Economische structuur In de ‘foto van de leefomgeving’ is het beoordelingsaspect economische structuur beschreven aan de hand van de concurrentiepositie van Helmond. De concurrentiepositie wordt door een grote verscheidenheid aan indicatoren bepaald, zoals werkgelegenheid maar ook het type bedrijvigheid en de ruimte die er nog is. Dit valt deels onder andere aspecten die kwantitatief beoordeeld zijn in de ‘foto van de leefomgeving’. De concurrentiepositie van Helmond staat in de huidige situatie onder druk, onder andere door een tekort aan banen, de bereikbaarheid van bedrijventerreinen maar ook door een tekort aan ruimte waardoor niet alle type bedrijvigheid zich kan vestigen.

Het voorkeursalternatief zet in op uitbreiding van bedrijventerreinen en bedrijvigheid door de ontwikkeling van woon-werkmilieus met ruimte voor scale-ups en kleinschalige innovatieve bedrijven. Dit betekent dat de gemeente Helmond inzet op zowel diversificatie van het type bedrijvigheid als ook uitbreiding van bedrijvigheid waardoor er ruimte is voor bepaalde type bedrijven om zich te vestigen. Tenslotte zet de gemeente ook in op het voltooien van de ringstructuur door een ontbrekende schakels in het wegennet te realiseren. Dit kan positieve gevolgen hebben voor de bereikbaarheid van bedrijventerreinen en woonwerklocaties. Al met al is het aannemelijk dat het beleid uit het voorkeursalternatief positieve gevolgen heeft voor de economische structuur van Helmond. Aandachtspunt hierbij is dat er meer banen gerealiseerd worden maar dat dit mogelijk enkele specifieke geschoolden aantrekt, bijvoorbeeld hoogopgeleiden voor de innovatieve maakindustrie. De vraag is of de vraag naar bepaalde type banen hiermee ook bediend wordt.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

77

8.3

Ontwikkeling knelpunten referentiesituatie

Onderstaand figuur geeft een vergelijking van de omgevingseffecten van het voorkeursalternatief ten opzichte van de referentiesituatie.

Figuur 8-1: Rad van de Leefomgeving met het VKA

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

78

8.3.1

Knelpunten uit huidige situatie

In hoofdstuk 4.3 zijn de knelpunten uit de referentiesituatie beschreven. Hieronder is per aspect beschreven welk effect de varianten hebben en of de bestaande knelpunten mogelijk verholpen worden. Geurhinder is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering. Het nieuwe beleid heeft weinig effect op geurhinder. Er is inbreiding van woningen voorzien op locaties waar in de huidige situatie sprake is van geurhinder door veehouderijen. Sociale veiligheid is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering. Het nieuwe beleid heeft een kleine kans op een positief effect voor sociale veiligheid. De kans ontstaat door het creëren van woon-werkgebieden, waardoor in deze gebieden een continue bezetting is. Ten opzichte van de referentiesituatie verbetert de situatie voor sociale veiligheid binnen deze woonwerkgebieden, maar het knelpunt wordt niet volledig verholpen. Woningaanbod en behoefte is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Bij het VKA is sprake van een verbetering, omdat er een grote toevoeging van woningen voorzien is. Het knelpunt uit de referentiesituatie voor woningaanbod en behoefte wordt daarom verholpen. Bodem is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering.

Het nieuwe beleid heeft naar verwachting weinig effect op bodemkwaliteit. Door de aanleg van energieinfrastructuur bestaat mogelijk een risico op roering van de bodem(kwaliteit). Het knelpunt uit de referentiesituatie voor bodemkwaliteit blijft bestaan. Grondwater is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verslechtering. Het nieuwe beleid vormt een risico voor grondwater vanwege de mogelijke toepassing van bodemenergiesystemen. Het knelpunt uit de referentiesituatie (verdrogingsrisico) voor grondwater wordt naar verwachting niet verholpen. Oppervlaktewater is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering. Het VKA bevat geen beleid dat ingaat op de oppervlaktewaterkwaliteit. De knelpunten uit de referentiesituatie blijven daardoor bestaan. Duurzame opwekking is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering. Er zijn kansen voorzien voor duurzame opwekking, door de aanleg warmtekavels met duurzame bronnen en warmte-infrastructuur. De aanleg van zonnevelden is autonoom beleid. Het knelpunt uit de referentiesituatie wordt mogelijk opgeheven. Hitte is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering.

Voor hitte zijn zowel kansen als risico’s voorzien, met een overwegende verbetering ten opzichte van de referentiesituatie. De inbreidingsopgave van woningen en de uitbreiding van bedrijventerrein bij Varenschut vormen risico’s op toename van hittestress door een toename van verharding. De aanleg en versterking van groen-blauwe structuren, de toevoeging van 8 m2 groen per nieuwe woning en het klimaatadaptief inrichten van bedrijventerreinen vormen kansen op afname van hittestress. Door het VKA kan hitte verminderen in gebieden die in de huidige situatie erg kwetsbaar zijn voor hittestress (knelpunten uit de referentiesituatie). Het VKA verhelpt daardoor mogelijk knelpunten op specifieke locaties, maar het risico bestaat ook dat er plaatselijk knelpunten blijven bestaan of erbij komen.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

79

De uitstoot van broeikasgassen is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering. Voor broeikasgassen zijn zowel kansen als risico’s voorzien, met een overwegende verbetering ten opzichte van de referentiesituatie. De toevoeging van woningen en bedrijvigheid zorgt waarschijnlijk voor meer verkeersbewegingen waardoor een risico ontstaat op toename van uitstoot van broeikasgassen. Wanneer de aanleg van de ontbrekende schakel in de centrumring en de capaciteitsverhoging van de robuuste randen een verkeersaantrekkende werking heeft, bestaat hierdoor ook een risico op meer uitstoot van broeikasgassen. In de effectbeoordeling is echter aangenomen dat er geen extra verkeer gaat rijden. Het realiseren van mobiliteitshubs en warmtekavels biedt kansen voor een afname van uitstoot van broeikasgassen. Het is onduidelijk of het knelpunt uit de referentiesituatie verholpen wordt of blijft bestaan. Arbeid is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een gelijkblijvende trend in de autonome situatie. Het nieuwe beleid biedt uitsluitend kansen voor arbeid en zorgt dus voor een verbetering ten opzichte van de referentiesituatie.

De toevoeging van bedrijventerrein bij Varenschut, de ontwikkeling van woon-werkmilieus, de inzet op innovatieve maakindustrie en de toevoeging van basisvoorzieningen en stedelijke voorzieningen bieden kansen voor extra arbeid. Hiermee wordt het knelpunt mogelijk verholpen. Autobereikbaarheid is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering. Voor autobereikbaarheid zijn zowel kansen als risico’s voorzien, met een overwegende verbetering ten opzichte van de referentiesituatie. De toevoeging van woningen vormt mogelijk een risico voor de autobereikbaarheid, omdat er meer gebruikers zijn. De aanleg van de ontbrekende schakel in de centrumring en de capaciteitsverhoging van de robuuste randen vergroot mogelijk de autobereikbaarheid. De aanleg van mobiliteitshubs kan ervoor zorgen dat meer minder mensen gebruik gaan maken van de auto, waardoor de autobereikbaarheid ook kan verbeteren. De doorstromingsproblemen op de KasteelTraverse worden mogelijk verholpen. De andere knelpunten uit de referentiesituatie blijven naar verwachting bestaan.

8.3.2

Nieuwe knelpunten door nieuw beleid

Naast de bestaande knelpunten uit de referentiesituatie, ontstaan mogelijk ook nieuwe knelpunten door het nieuwe beleid van het VKA. Hieronder zijn de aspecten omschreven die in de referentiesituatie matig scoren en waar risico’s zijn voorzien bij de varianten. Geluidhinder is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een gelijkblijvende trend in de autonome situatie. Het nieuwe beleid resulteert in evenveel kansen als risico’s. Wanneer de toename van verkeersbewegingen door nieuwe woningen, extra bedrijvigheid en een andere ontsluiting groter is dan nu aangenomen, dan kan geluidhinder toenemen. Dit kan mogelijk voor een verslechtering zorgen ten opzichte van de referentiesituatie. Omgevingsveiligheid is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verbetering. De toevoeging van woningen in directe nabijheid van risicobronnen, zoals de spoorlijn Eindhoven-Venlo, resulteert in een toename van het aantal personen dat bij een ramp getroffen wordt. Dit zorgt mogelijk voor een verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie. Beschermde natuurgebieden (N2000) is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering naar oranje. De toevoeging van woningen en bedrijvigheid zorgt voor meer verkeersbewegingen en daarmee een extra stikstofuitstoot.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13645264/1