CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 008 Bijlage 2 Omgevingseffectrapport (OER)

Gemeenteraad 6 februari 2024, gemeente HelmondBij agendapunt: Omgevingsvisie Helmond 204037.299 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Daarnaast zorgt een andere verkeersafwikkeling voor een verplaatsing van stikstofuitstoot. Mogelijke onttrekking van grondwater door bodemenergiesystemen kan effect hebben op de grondwaterstanden in Natura 2000-gebieden. Dit alles

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

80

kan negatieve gevolgen hebben voor de habitattypen die zich bevinden binnen de Natura 2000-gebieden rondom Helmond. Natuurnetwerk Brabant (NNB) is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering naar oranje. Door extra woningen en bedrijvigheid en een verandering van de verkeersafwikkeling kan de milieudruk op NNB toenemen. Mogelijke onttrekking van grondwater door bodemenergiesystemen kan effect hebben op grondwaterafhankelijke natuur die onderdeel is van het NNB. Dit kan voor een verslechtering zorgen ten opzichte van de referentiesituatie. Beschermde soorten is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een gelijkblijvende trend in de autonome situatie. De toevoeging van woningen en bedrijvigheid door inbreiding en intensivering kan de leefgebieden van beschermde soorten verstoren. Ook het klimaatbestendig inrichten van bestaande gebouwen kan een risico vormen voor gebouwbewonende soorten. Dit kan zorgen voor een verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

81

8.4

Conclusie en vergelijking met alternatieven

In deze paragraaf is beschreven in hoeverre het voorkeursalternatief (VKA) verschilt van de eerder onderzochten alternatieven en varianten. Het verschil is visueel weergegeven in het Rad van de Leefomgeving (zie Figuur 8-21). Daaronder is de vergelijking tekstueel toegelicht.

Figuur 8-2: Rad van de Leefomgeving, vergelijking van het VKA met de varianten

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

82

8.4.1

Waar zijn positieve afwijkingen?

Bij de meeste aspecten is er sprake van een positieve afwijking bij het VKA ten opzichte van de alternatieven. De gezondheidsaspecten luchtkwaliteit, geluidhinder en beweegvriendelijke leefomgeving scoren in het VKA beter dan bij de alternatieven. Dit komt met name door het nieuwe beleid op het gebied van mobiliteit dat de leefkwaliteit (plaatselijk) kan verbeteren. Bij verkeersveiligheid is sprake van minder risico’s vanwege de afwaardering van de Kasteel-Traverse en het autoluwe centrum in het VKA. Bij sociale veiligheid zijn er meer kansen voorzien ten opzichte van variant 2A en 2B. In vergelijking met 1A en 1B scoort sociale veiligheid gelijk, omdat hier net als in het VKA stedelijke (woon-)werkmilieus voorzien zijn. Voor maatschappelijke participatie zijn in het VKA meer kansen voorzien door de inzet op passende voorzieningen door de hele gemeente. Op het gebied van voorzieningen zijn er meer kansen voorzien, omdat het VKA een combinatie is van beide alternatieven als het om voorzieningen gaat. Voor Natuurnetwerk Brabant (NNB) en beschermde soorten zijn minder risico’s voorzien, omdat er in het VKA extensieve recreatie in het buitengebied voorzien is, in mindere mate dan het geval is in de alternatieven. Bij gemeentelijke natuur zijn meer kansen voorzien in het VKA door de toevoeging van 8 m2 groen per woning.

Bij hitte en wateroverlast is sprake van overwegend kansen in het VKA in plaats van overwegend risico’s in de alternatieven, vanwege de inzet op toevoeging van groen voor elke nieuwe woning en het klimaatadaptief inrichten van bedrijventerreinen. Voor arbeid en ruimtelijke vestigingswaarden zijn meer kansen voorzien ten opzichte van de alternatieven door de inzet op nieuwe voorzieningen en nieuwe bedrijvigheid. Bij het fiets- en wandelnetwerk zijn meer kansen voorzien ten opzichte van 2A en 2B, vanwege de versterking van het bestaande netwerk. Variant 1A en 1B scoren beter dan het VKA, omdat hier ook nieuwe routes zijn voorzien. Voor openbaar vervoer voorziet het VKA in meer kansen ten opzichte van 1B, 2A en 2B, omdat inbreiding van woningen is voorzien nabij ov-stations. Bij duurzame en slimme mobiliteit zijn er meer kansen voorzien door de aanleg van mobiliteitshubs in het VKA.

8.4.2

Waar is het VKA nagenoeg gelijk aan de alternatieven?

Een aantal aspecten scoren in het VKA (ongeveer) gelijk aan de alternatieven. Voor de aspecten economische participatie, energieverbruik, duurzame opwekking en fiets- en wandelroutes geldt dat er voor zowel het VKA als de alternatieven kansen zijn voorzien, deze zijn nagenoeg gelijk aan elkaar. Bij woningaanbod en behoefte zijn er evenveel kansen voorzien als bij variant 1A en 2B, omdat in deze varianten ook veel woningen zijn voorzien. In variant 1B en 2A zijn minder woningen voorzien. Bij cultuurhistorische en archeologische waarden scoort het VKA gelijk aan variant 1A en 1B. In variant 2A en 2B zijn risico’s voorzien die niet in het VKA terugkomen, zoals de aanleg van zonnevelden. In het VKA is dit beschouwd als autonoom beleid. Zowel het VKA als de alternatieven hebben geen effect op onderwijs en oppervlaktewater, omdat hier geen specifiek beleid over is opgenomen. Alle varianten scoren anders op het gebied van broeikasgassen, omdat de uitstoot hiervan samenhangt met veel verschillende factoren. In het VKA is overwegend sprake van kansen. Voor autobereikbaarheid zijn kansen voorzien in het VKA. Dit is gelijkwaardig aan alternatief 2. Bij variant 1A en 1B is overwegend sprake van risico’s. Het VKA scoort dus beter ten opzichte van alternatief 1.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

83

8.4.3

Waar zijn negatieve afwijkingen?

Een aantal scores van aspecten wijken in het VKA negatief af ten opzichte van de alternatieven. Voor het aspect geurhinder zijn er in het VKA een risico voorzien terwijl er bij variant 1A en 1B sprake is van een kans. Deze kans heeft te maken met de herstructurering van bedrijventerrein waardoor geurintensieve bedrijven mogelijk vertrekken. Hier is in het VKA geen sprake van. Bij variant 2A en 2B is ook sprake van risico’s die, net als bij het VKA, samenhangen met de uitbreiding van woningen nabij gebieden waar sprake is van geurhinder door veehouderijen. Voor omgevingsveiligheid zijn er met het VKA meer risico’s voorzien dan bij de alternatieven. Dit komt door in inbreiding van woningen in hoge dichtheden nabij het spoor en de intensivering van bedrijventerrein waar risicocontouren gelegen zijn. Hierdoor neemt het groepsrisico mogelijk toe. Bij bodem en grondwater is een risico voorzien in het VKA terwijl er bij variant 1A en 1B sprake is van overwegend kansen. Dit komt omdat in deze varianten de landbouwfunctie in het buitengebied ondergeschikt wordt. In het VKA is geen ruimte voor intensivering van veehouderijen en wordt ingezet op kleinschalige verduurzaming, maar van een verbetering ten opzichte van de referentiesituatie is naar verwachting geen sprake. Bij variant 2A en 2B zijn wel meer risico’s voorzien voor grondwater dan bij het VKA.

Dit heeft te maken met de zonnevelden die meegewogen zijn bij deze varianten. Voor beschermde natuurgebieden (N2000) zijn meer risico’s voorzien in het VKA ten opzichte van variant 1A, 1B en 2A. In het VKA komen verschillende ontwikkelingen samen die allen (grote) risico’s vormen voor Natura 2000, zoals de grote woningbouwopgave, intensivering en uitbreiding van bedrijvigheid, verandering van de verkeersafwikkeling en de aanleg van bodemenergiesystemen.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

84

9

Wat zijn de gevolgen voor Natura 2000-gebieden?

Significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in de omgeving van Helmond kunnen op voorhand niet worden uitgesloten. Daarom is er een Passende Beoordeling opgesteld. In de Passende Beoordeling is gekeken of er sprake is van significant negatieve effecten als gevolg van het nieuwe beleid zoals opgenomen in het voorkeursalternatief. Dit hoofdstuk is een korte samenvatting, de volledige Passende Beoordeling is opgenomen in bijlage A9.

9.1

Passende Beoordeling Natura 2000

Omdat het op voorhand niet is uitgesloten dat het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie een (significant) negatief effect veroorzaakt op de natuurlijke kenmerken van de omliggende Natura 2000-gebieden is een Passende Beoordeling opgesteld op grond van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de Natura 2000gebieden Deurnsche Peel & Mariapeel, Strabrechtse Heide & Beuven en Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux. In deze Passende Beoordeling is het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie beoordeeld aan de hand van beleidsuitspraken die in het OER zijn geselecteerd. Het gaat om uitspraken die voldoende concreet zijn en die een relatie hebben met de leefomgeving. Deze Passende Beoordeling beoordeeld per uitspraak of en zo ja hoe groot het risico is op significant negatieve effecten op Natura 2000-gebied in de omgeving van Helmond. Daarbij is getoetst aan de belangrijkste instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 20000gebied. Bij de beoordeling is aangesloten bij het karakter van het strategische beleid in de Omgevingsvisie, wat wil zeggen dat de beoordeling op hoofdlijnen is gedaan. De referentiesituatie van de passende beoordeling is de huidige situatie. Daarom is ook gekeken of de autonome ontwikkeling in de gemeente, zoals beschreven in de Foto van de Leefomgeving, ook bij de passende beoordeling betrokken.

Het doel van de passende beoordeling is het in beeld brengen: a) van de risico’s op het optreden van (significant) negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van het nieuwe beleid van de Omgevingsvisie Helmond 2040 en b) met welke maatregelen geconstateerde risico’s voorkomen of beperkt kunnen worden. Geconstateerde risico’s zijn aandachtspunten waar bij de verdere uitwerking van het beleid rekening mee gehouden moet worden. Op deze manier kan voorkomen worden dat (significant) negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden daadwerkelijk optreden. In de Passende Beoordeling is naar verschillende storingsfactoren gekeken, zoals effecten van stikstofdepositie, ruimtebeslag, effecten als gevolg van hydrologische veranderingen (bijvoorbeeld verdroging of vernatting) of verstoring door geluid of optische verstoring. Het gaat hierbij om effecten in de gebruiksfase. Effecten als gevolg van de aanlegfase worden in deze passende beoordeling niet meegenomen omdat op basis van het strategische karakter onvoldoende duidelijk is op welke wijze de beleidsuitspraken worden uitgewerkt. De Passende Beoordeling is opgenomen in bijlage A9 onderstaand zijn de hoofdlijnen van de resultaten en conclusies opgenomen.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

85

9.2

Resultaten Passende Beoordeling

Meerdere beleidsuitspraken van de Omgevingsvisie Helmond 2040 kunnen tot risico’s leiden op significant negatieve effecten binnen Natura 2000-gebieden. Deze zijn in onderstaande tabel opgenomen. De risico’s hebben betrekking op: • Stikstofdepositie; • Verstoring door recreatie; • Hydrologische veranderingen. Aangezien stikstofdepositie (huidig, autonoom) een knelpunt is in alle omliggende Natura 2000-gebieden en een kleine toename al een significant negatief effect kan veroorzaken, is cumulatie met betrekking tot stikstofdepositie een belangrijk aandachtspunt. De gemeente Helmond heeft in haar Omgevingsvisie ook beleidsuitspraken die leiden tot een afname aan stikstofdepositie, zoals maatregelen die het gebruik van openbaar vervoer en langzaam verkeer (fiets, wandelen) bevorderen. Bij de verdere uitwerking van het nieuwe beleid moet zo vroeg mogelijk in de planfase een integrale aandacht zijn voor ontwikkelingen die kunnen leiden tot een toename van storingsfactoren binnen Natura 2000-gebieden. Door een integrale aanpak en de projectscope van een ontwikkeling zo in te steken dat ook maatregelen om stikstofdepositie te verminderen worden betrokken bij de ontwikkeling kan een significant negatief effect voorkomen worden. De Omgevingsvisie, de programma’s en het omgevingsplan zijn instrumenten om tot een goede integrale uitwerking van het beleid te komen.

Er zijn mogelijkheden voorhanden om significant negatieve gevolgen binnen de omliggende Natura 2000-gebieden te voorkomen. Het nieuwe beleid waar de Omgevingsvisie Helmond 2040 in voorziet, is daarmee in beginsel uitvoerbaar in het licht van de Wet natuurbescherming (Natura 2000-gebieden). Het voorkomen en beperken van een toename van de stikstofdepositie is een belangrijke uitdaging voor vervolgbesluiten die mogelijk ook leidt tot het maken van keuzes in de prioritering. Wellicht blijkt dat niet alles tegelijkertijd of in de gewenste omvang gerealiseerd kan worden.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

86

Tabel 9-1: resultaten en conclusies passende beoordeling Natura 2000. Risico’s op negatief effect Natura 2000 Beleidsuitspraak

1

Realisatie van 8.169 woningen in hogere dichtheden (60-80 woningen/ha), waarvan 5.169 in het centrum en 3.000 inbreiding in omliggende wijken. Er wordt ingezet op meer betaalbare woningen, spreiding van woonmilieus en het mengen van verschillende doelgroepen. Autonome ontwikkeling: realisatie van 6.831 woningen en herstructurering wijk Leonardus

2

Een autoluw centrum met centrale parkeervoorzieningen aan de randen van het centrum. De ontbrekende schakel van de centrumring (bij Houtsdonk) wordt gerealiseerd. Het doorgaande verkeer wordt via de robuuste randen om de stad geleid, deze worden ingericht op optimale doorstroming (capaciteitsverhoging).

4

Ontwikkeling van gemengde woon-werkmilieus voornamelijk in en rondom het centrum en IC-station. De campussen worden doorontwikkeld, met ruimte voor middelbaar en hoger onderwijs. Op bestaande bedrijventerrein het ruimtegebruik intensiveren. Klimaatbestendigheid en gezondheid staan daarin centraal. Uitbreiding van het bedrijventerrein Hoogeind. Vestging van nieuwe ruimtevragende bedrijven is in beginsel niet toegestaan,

13 november 2023

Deurnsche Peel & Mariapeel

Strabrechtse Heide & Beuven

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

Aandachtspunten bij nadere uitwerking beleid (mitigatie)

Eindbeoordeling

Bewoners stimuleren gebruik te maken van emissieloze mobiliteit (investeringen OV, fietspaden, laadpalen, beperken reguliere parkeermogelijkheden).

Stikstofdepositie

Stikstofdepositie

Stikstofdepositie

Externe saldering met (agrarische) bedrijven landelijk gebied. Knelpunten met betrekking tot recreatiedruk kunnen beperkt worden door opvang van recreanten in de omgeving van de kernen door een aantrekkelijker landelijk gebied en een goede recreatieve zonering in het Natura 2000-gebied.

Verstoring door recreatie

(Significant) negatief effect is te voorkomen.

Zie beleidsuitspraak 1

Stikstofdepositie

Stikstofdepositie

Stikstofdepositie

Verkeersafwikkeling zo ver mogelijk van de Natura 2000-gebieden, zodat een toename van verkeersintensiteiten nabij Natura 2000-gebieden voorkomen wordt.

(Significant) negatief effect is te voorkomen.

Zie beleidsuitspraak 1

Stikstofdepositie

Stikstofdepositie

Stikstofdepositie

Verduurzaming van bestaande bedrijven en voorkomen van stikstofdepositie voor nieuwe bedrijven (bijvoorbeeld emissieloze mobiliteit en verduurzaming van de energievoorziening).

BI2067-MI-RP-230608-1028

87

(Significant) negatief effect is te voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13645264/1