RN 008 Bijlage 2 Omgevingseffectrapport (OER)
Tekst van het document
6.1.6
Natuur
Beleidsuitspraak ‘Natuur buiten de bebouwde kom wordt versterkt door de afschaling van de (hoog)productieve landbouwfunctie en opwaardering van landschap. Landschapselementen worden toegevoegd. Natuur wordt uitgebreid, waarbij aansluiting gezocht wordt bij bestaande natuurgebieden.’ Kansen op positieve effecten Als gevolg van het versterken van natuur buiten de bebouwde kom worden meerdere kansen voorzien. Versterken kan ertoe leiden dat groenstructuren weerbaarder worden tegen gevolgen van klimaatverandering zoals droogte, dit vormt een kans voor het aspect grondwater. Daarnaast zijn er kansen voor het versterken van natuurwaarden in groenstructuren die bij het Natuurnetwerk Brabant (NNB) behoren. Het oppervlakte gemeentelijke natuur kan uitbreiden door toename van natuur. Het versterken van groenwaarden kan de leefgebieden van beschermde soorten versterken. Tenslotte kan het versterken
13 november 2023
BI2067-MI-RP-230608-1028
39
van natuur leiden tot meer verkoeling tijdens warme dagen, waardoor hittestress kan verminderen. Dit is wel afhankelijk van de precieze locatie van groen en of dit in de buurt ligt van gebieden die kwetsbaar zijn voor hitte. Risico’s op negatieve effecten Er worden geen risico’s op negatieve effecten voorzien voor natuur. Samenvattend Het beleid is gericht op versterking en uitbreiding van de natuur. Hierdoor zijn er met name kansen die relateren aan de natuur zelf, zoals een betere bestendigheid tegen klimaatverandering en versterking van aanwezige natuurwaarden.
6.1.7
Stedelijk groen
Beleidsuitspraak ‘De bestaande stedelijke groenstructuren blijven intact en worden beter beschermd, maar er vindt geen substantiële uitbreiding plaats.’ Deze uitspraak leidt niet tot substantiële veranderingen in de vorm van versterking of uitbreiding van het stedelijk groen, waardoor er geen sprake is van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten.
6.1.8
Voorzieningen
Beleidsuitspraak ‘Uitbreiding van het aantal stedelijke voorzieningen in het centrum van Helmond.’ Kansen op positieve effecten Het uitbreiden van het aantal stedelijke voorzieningen vormt een kans voor het voorzieningenaanbod, zowel door een kwantitatieve als kwalitatieve toevoeging. Daarnaast is het een kans voor arbeid in de gemeente door een toename van banen als gevolg van extra voorzieningen. Risico’s op negatieve effecten Een toename van het aantal stedelijke voorzieningen in het centrum vormt een risico voor het voortbestaan van voorzieningen buiten het centrum. Voor het aspect beweegvriendelijke leefomgeving vormt dit een risico, omdat de overgebleven voorzieningen zich verder weg bevinden en dus minder makkelijk te bereiken zijn te voet of met de fiets. Het verdwijnen van voorzieningen in de wijk vormt ook een risico voor maatschappelijke participatie, omdat ontmoetingsplekken verdwijnen. Beide risico’s zijn alleen aan de orde als de uitbreiding van het aantal stedelijke voorzieningen een afname van voorzieningen in de wijk tot gevolg heeft. Voor de verkeersveiligheid vorm het uitbreiden van voorzieningen in het centrum een risico, door een toename van verkeersstromen richting het centrum. Samenvattend Een toename van het aantal stedelijke voorzieningen in het centrum biedt kansen voor arbeid door een toename van het aantal banen.
Het vormt een risico voor het voortbestaan van voorzieningen buiten het centrum en daarmee een risico voor maatschappelijke participatie en verkeersveiligheid. Wanneer er voldoende voorzieningen in de wijk blijven bestaan, zijn er minder risico’s.
13 november 2023
BI2067-MI-RP-230608-1028
40
6.2
Variant 1B
6.2.1
Wonen
Beleidsuitspraak Uitbreiding met 10.000 woningen (waarvan 6.831 autonoom en 3.169 nieuwe woningen). De 3.169 nieuwe woningen in hogere dichtheden (65 woningen per hectare) in stedelijke woon-werkgebieden (verdichting van het centrum) en door het optoppen van winkels in het centrum. In vergelijking met variant 1A worden er minder bedrijventerreinen in en om het centrum getransformeerd naar wonen.’ Kansen op positieve effecten De toename in het aantal woningen ligt in variant 1B veel lager dan in variant 1A Voor het aspect woningaanbod en behoefte resulteert dit in een (kleine) kans op een positief effect. Het gaat in deze variant om een beperkt aantal woningen. Hierdoor is het onduidelijk of het tekort aan woningen uit de huidige situatie verholpen wordt. Dit is afhankelijk van de precieze verdeling van het type woningen. Risico’s op negatieve effecten Een toename met een beperkt aantal woningen binnen de bestaande stad resulteert net als in variant 1A in risico’s voor de beoordelingsaspecten luchtkwaliteit, geluidhinder, verkeersveiligheid, beschermde natuurgebieden (N2000) en broeikasgassen door een verkeersaantrekkende werking. Deze risico’s zijn echter beperkt, ook gezien het om inbreiding in de buurt van voorzieningen en het openbaar vervoer gaat. Vanwege de omvang van deze woningen geldt dat het gaat om kleine risico’s op negatieve effecten.
De inbreidingslocaties die in variant 1B voorzien zijn liggen in kwetsbare gebieden voor hittestress. Een toename van verhard oppervlakte en het toestaan van wonen in hoge dichtheden in deze kwetsbare gebieden resulteert in een groot risico op hittestress. Samenvattend Een beperkte toename in het aantal woningen in hoge dichtheden binnen de bestaande stad resulteert in meer risico’s op negatieve effecten dan kansen op positieve effecten. Een aandachtspunt in deze is met name het bouwen in gebieden die kwetsbaar zijn voor hittestress. Variant 1B biedt kansen op positieve effecten op woningaanbod en -behoefte. Echter zijn deze kansen wel kleiner dan bij variant 1B. Aandachtspunt voor deze variant is het bouwen in grote dichtheden en de gevolgen die dat kan hebben voor met name de gezondheid van inwoners (hittestress, geluidhinder, luchtkwaliteit, broeikasgassen). Dit zijn aspecten die er in de huidige situatie ook al knelpunten vormen.
6.2.2
Economie
Beleidsuitspraak ‘Er wordt ingezet op stedelijke werkmilieus in het centrum. Dit zijn multifunctionele gebieden met een combinatie van wonen en werken die onderling verenigbaar is. Deze gebieden zijn aangemerkt als broedplaatsen. In vergelijking met V1A gaat het om minder woon-werk gebieden. Dit komt omdat er in V1B minder woningen ontwikkeld worden. De bestaande bedrijventerreinen Hoogeind en De Weyer worden hergestructureerd. De focus ligt op de kennisintensieve maakindustrie.’ Kansen op positieve effecten Het realiseren van stedelijke werkmilieus in en rond het centrum en langs het kanaal en de inzet op kennisintensieve maakindustrie zorgt voor een toename van het aantal banen en arbeid. Daarnaast zorg een woon-werkmilieu voor een continue bezetting wat de sociale veiligheid in deze gebieden kan verbeteren. De herstructurering van bestaande bedrijventerreinen biedt een kans op een afname van 13 november 2023
BI2067-MI-RP-230608-1028
41
geurhinder door het mogelijke vertrek van geurintensieve industrie. Een herstructurering biedt ook een kans op vermindering van risicovolle instanties en vervoer van gevaarlijke stoffen in het kader van omgevingsveiligheid. Risico’s op negatieve effecten Herstructurering van bestaande panden kan leefgebieden van beschermde soorten verstoren. Samenvattend De herstructurering van bestaande bedrijventerreinen en toevoeging van stedelijke werkmilieus biedt kansen voor arbeid en een kwaliteitsverbetering van de bedrijventerreinen. De herstructurering van stedelijke werkmilieus en bedrijventerrein Hoogeind en de Weyer vormt met name een risico voor beschermde soorten.
6.3
Variant 2A
6.3.1
Wonen
Beleidsuitspraak ‘Uitbreiding met 10.000 woningen (waarvan 6.831 autonoom en 3.169 nieuwe woningen). De 3.169 nieuwe woningen worden gebouwd in 'groen-buiten-wonen' uitleglocaties. Deze uitleglocaties liggen in Kloostereind, ten zuidwesten van Stiphout en bij Dierdonk. De woningen worden in lage dichtheden gebouwd (10-22 woningen per hectare). Binnen de bebouwde kom worden in bestaande gebieden met een hoog percentage sociale huurwoningen gesloopt en vervangen door nieuwbouw voor andere doelgroepen. Dit om de diversiteit te vergroten. In de nieuwe uitleggebieden worden ter compensatie sociale huurwoningen toegevoegd.’ Kansen op positieve effecten In variant 2A wordt ingezet op een beperkt aantal woningen in lage dichtheden die gebouwd worden in nieuwe woongebieden in het buitengebied. Nieuwe woningen biedt kansen voor het beoordelingsaspect woningaanbod en behoefte doordat het tekort aan woningen uit de huidige situatie verholpen kan worden. Het tekort doet zich met name voor in meergezinswoningen (zoals appartementen en nultredenwoningen). Door grotere grondgebonden woningen te bouwen in het buitengebied, wordt niet volledig voorzien in de vraag. Desondanks komen er woningen bij, waardoor mensen kunnen doorstromen en andere type woningen vrijkomen. Dit is echter een indirect effect.
Omdat in dit alternatief niet direct ingezet wordt op de vraag naar meergezinswoningen is er slechts sprake van een kleine kans op een positief effect. Naast nieuwbouw wordt er in variant 2A ook ingezet op de sloop en vervanging van oude woningen. Nieuwbouwwoningen zijn over het algemeen duurzamer dan oudere woningen (door isolatie en gasloos bouwen). In combinatie met nieuwe woningen bestaat de kans dat het gemiddelde energielabel van woningen in de gemeente Helmond verbetert. Ook voor het beoordelingsaspect energieverbruik is er daarom sprake van een kleine kans op een positief effect. Risico’s op negatieve effecten Het bouwen van nieuwe woningen in het buitengebied leidt tot een toename van het aantal inwoners en daarmee van het aantal verkeersbewegingen. Als gevolg hiervan bestaan er risico’s op verslechtering van de luchtkwaliteit, toename in geluidhinder (vanwege locaties nabij de N270 en spoorlijn), verslechtering van de verkeersveiligheid, toename van de uitstoot van broeikasgassen en stikstof. Dit laatste is met name een risico voor de stikstofgevoelige beschermde natuurgebieden (N2000) in de buurt van Helmond. Dit geldt ook voor het Natuurnetwerk Brabant (NNB).
13 november 2023
BI2067-MI-RP-230608-1028
42
Uitbreiding in het buitengebied resulteert in het risico op meer geurhinder bij de nieuwe woningen. Dit hangt met name samen met de intensieve veehouderijen in het buitengebied. Daarnaast kunnen uitbreidingslocaties in het buitengebied leiden tot een barrièrewerking voor het Natuurnetwerk Brabant (NNB), vermindering van het oppervlakte gemeentelijke natuur en verstoring van leefgebieden van beschermde soorten (o.a. door sloop van woningen). Met name voor het laatste beoordelingsaspect geldt dat er sprake is van een zeer groot risico voor beschermde soorten. Uitbreiding in het buitengebied resulteert daarnaast in meer verhard oppervlakte. Dit kan leiden tot een toename in hittestress. Tenslotte geldt dat de uitbreidingsgebieden voorzien in de buurt van risicobronnen voor omgevingsveiligheid. Het bouwen van woningen in de buurt kan resulteren in een toename van het groepsrisico en vormt daarmee een risico op een negatief effect. Tenslotte wordt er gebouwd buiten de huidige bebouwde kom, in uitleglocaties. Hierdoor neemt de afstand tot openbaar vervoer (treinstation) toe. Vanwege de beperkte omvang van het aantal woningen is er met name sprake van risico’s op negatieve effecten en voor beschermde soorten zeer grote risico’s op negatieve effecten.
Samenvattend Een toename in het aantal woningen in lage dichtheden in het buitengebied voorziet met name in risico’s op negatieve effecten. Aandachtspunt is dat het type woningen waar dit alternatief in voorziet (grotere grondgebonden woningen in het buitengebied) niet overeenkomt met het type woning waar in de huidige situatie vraag naar is.
6.3.2
Mobiliteit
Beleidsuitspraak ‘De N270 wordt ter hoogte van de Kasteel-Traverse ondertunneld t.b.v. leefbaarheid bij toenemend autoverkeer. Er worden wijkontsluitingswegen voor autoverkeer aangelegd van en naar de drie nieuwe woonwijken’. Kansen op positieve effecten Er is een kans op verbetering van de autobereikbaarheid in Helmond. De lokale ondertunneling en de toevoeging van wijkontsluitingswegen bij nieuwe woongebieden dragen hieraan bij. De ondertunneling kan lokaal een positief effect op luchtkwaliteit, geluidhinder en verkeersveiligheid hebben. Risico’s op negatieve effecten De toevoeging van wijkontsluitingswegen zorgt voor verkeersafwikkeling op nieuwe plekken. Daarnaast hebben nieuwe verkeersaansluitingen een verkeersaantrekkende werking. Dit vormt risico’s op verslechtering van de luchtkwaliteit en verkeersveiligheid en een toename van geluidhinder en uitstoot van broeikasgassen en stikstof. Een toename van stikstofuitstoot vormt risico’s voor natuur en aanwezige soorten: beschermde natuurgebieden (N2000) en Natuurnetwerk Brabant (NNB). Nieuwe verkeersroutes doorkruisen mogelijk leefgebieden van beschermde soorten, waardoor een risico op barrière-vorming ontstaat. Samenvattend De ondertunneling van de N270 en de toevoeging van wijkontsluitingswegen bij nieuwe woonwijken biedt kansen voor autobereikbaarheid.
Er zijn risico’s voor gezondheid, veiligheid en natuur als gevolg van de uitbreiding van infrastructuur in de uitleggebieden. Per saldo zijn er overheersend risico’s.
13 november 2023
BI2067-MI-RP-230608-1028
43
Beleidsuitspraak ‘Er worden geen nieuwe routes voor openbaar vervoer, fietsers en voetgangers ontwikkeld.’ Deze uitspraak leidt niet tot substantiële veranderingen voor mobiliteit, waardoor er geen sprake is van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten.
6.3.3
Economie
Beleidsuitspraak ‘Er komt 62 hectare nieuw bedrijventerrein bij. Het beoogde gebied ligt ten westen van Hoogeind en De Weyer. Focus in dit nieuwe gebied ligt op de kennisintensieve maakindustrie. Er vindt geen herstructurering van bestaande bedrijventerreinen plaats.’ Kansen op positieve effecten De uitbreiding van bedrijventerrein zorgt voor een toename van het aantal arbeidsplaatsen, en capaciteit (hectares) voor nieuwe bedrijven op het bedrijventerrein. Dit biedt kansen voor de versterking van de ruimtelijke vestigingswaarden van bedrijven in Helmond. Risico’s op negatieve effecten De uitbreiding van bedrijvigheid zorgt mogelijk voor een verslechtering van de luchtkwaliteit door een toename van verkeersbewegingen (bestemmingsverkeer en vrachtverkeer). De toename van verkeersbewegingen resulteert de aankomende jaren in een toename van de stikstofuitstoot. Dit vormt een zeer groot risico voor de in de omgeving van Helmond gelegen beschermde natuurgebieden (N2000) en het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het is aannemelijk dat door technologische ontwikkelingen en de opkomst van elektrisch rijden de stikstofuitstoot door de jaren heen minder wordt. Daarnaast kan een uitbreiding van bedrijventerrein de leefgebieden van beschermde soorten verstoren.
De toename van bedrijvigheid vormt een risico op een toename van geluidhinder, energieverbruik en uitstoot van broeikasgassen door bedrijfsmatige activiteiten. Bedrijven worden de laatste jaren duurzamer, maar per saldo neemt het bedrijventerrein in Helmond toe. Hierdoor zijn er risico’s voor de drie bovengenoemde aspecten. Uitbreiding van bedrijventerrein vorm een risico voor hitte en wateroverlast. Bedrijventerreinen zijn vaak zeer versteend, waardoor hittestress kan ontstaan en hemelwater kan weg kan stromen. In de huidige situatie zijn de bedrijventerreinen in Helmond al zeer kwetsbaar voor hittestress. Uitbreiding kan dit verergeren. Daarnaast zijn de economische gevolgen van (hemel)wateroverlast groot op bedrijventerreinen. Samenvattend De toevoeging van bedrijventerreinen biedt kansen voor arbeid en de ruimtelijke vestigingswaarden van Helmond. De uitbreiding van bedrijven vormt met name een risico voor natuur en ecologie. En daarnaast voor gezondheid (toename/verslechtering van luchtkwaliteit, geluidhinder, broeikasgassen en hitte).
13 november 2023
BI2067-MI-RP-230608-1028
44
6.3.4
Energie
Beleidsuitspraak ‘Rondom de bebouwde kom zijn er meerdere zoekgebieden aangewezen voor zonnevelden. Al deze zoekgebieden worden benut. Daarnaast heeft elke wijk een collectief warmtesysteem.’ Kansen op positieve effecten De aanleg van zonnevelden betekend een toename van duurzame opwekking. Hierdoor ontstaat een kans op afname van de uitstoot van broeikasgassen. Risico’s op negatieve effecten De aanleg van zonnevelden vormt een risico op verstoring van het cultuurhistorische en archeologische waarden. De aanleg van energie-infrastructuur kan archeologische waarden aantasten. Daarnaast vormen zonnevelden een risico voor de herkenbaarheid van cultuurhistorische structuren en linten. Ook vormen zonnevelden een risico voor het grondwater. Door de zonnepanelen is er plaatselijk risico op droogtestress. De aanleg van zonnevelden vindt plaats in het buitengebied. Het vormt een risico op vermindering van gemeentelijke natuur, verstoring van het leefgebied van beschermde soorten en verstoring of achteruitgang van natuurwaarden van NNB. In dit alternatief (2A) zijn alle zoekgebieden (voor zover niet gebruikt voor de uitleggebieden woningbouw) voor zonne-energie benut. Om deze reden zijn de risico’s groter.
Samenvattend De aanleg van zonnevelden in het buitengebied vormt risico’s voor de cultuurhistorische en archeologische waarden, de bodem en grondwaterkwaliteit en de natuur en ecologie. Omdat alle zoekgebieden voor zonneenergie zijn benut, zijn de risico’s groter.
6.3.5
Buitengebied
Beleidsuitspraak ‘Primaire focus in het buitengebied is ruimte voor de energietransitie, in de vorm van zonnevelden. De overige functies zijn ondergeschikt. Geen landschapsontwikkeling.’ Kansen op positieve effecten Er zijn geen kansen voorzien op positieve effecten. Risico’s op negatieve effecten Door in het buitengebied de focus te leggen op de energietransitie en de overige functies ondergeschikt te maken, gaat de beleefbaarheid van het buitengebied achteruit. Hierdoor worden de cultuurhistorische en archeologische waarden minder beleefbaar. Samenvattend Door in het buitengebied de functies ondergeschikt te maken aan de energietransitie, is het buitengebied mogelijk minder beleefbaar.
13 november 2023
BI2067-MI-RP-230608-1028
45
6.3.6
Natuur
Beleidsuitspraak ‘In het buitengebied wordt geen extra natuur aangelegd. De focus ligt op aanleg zonnevelden (intensief gebruik).’ Deze uitspraak leidt niet tot substantiële veranderingen voor natuur in de vorm van een toename of verbetering, waardoor er geen sprake is van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten.
6.3.7
Stedelijk groen
Beleidsuitspraak ‘Het stedelijk groen in de stad wordt versterkt en fors uitgebreid in de vorm van kleinschalige groengebieden/ parkjes in de stad en stevige groenstructuren die deze gebieden onderling verbinden.’ Kansen op positieve effecten Er wordt met deze uitspraak fors ingezet op het vergroten van groenstructuren binnen de bebouwde kom, zowel gebruiksgroen in de vorm van parkjes als verbindingen tussen groenstructuren. Dit leidt tot positieve effecten op luchtkwaliteit, beweegvriendelijke leefomgeving, Natuurnetwerk Brabant, gemeentelijke natuur en leefgebieden voor beschermde soorten. Toename van groen binnen de bebouwde kom kan daarnaast hittestress lokaal reduceren en biedt mogelijkheden voor meer infiltratie in het geval van wateroverlast. Risico’s op negatieve effecten Er worden geen risico’s op negatieve effecten voorzien voor stedelijk groen. Samenvattend Door fors in te zetten op uitbreiding van de groenstructuur zijn er positieve effecten voor gezondheid, natuur en klimaat.
6.3.8
Voorzieningen
Beleidsuitspraak ‘Voorzieningen meer verspreid over de stad.’ Kansen op positieve effecten Het verspreiden van voorzieningen over de stad biedt een kans voor de beweegvriendelijke leefomgeving. Door de spreiding van voorzieningen is de afstand tot voorzieningen kleiner en zijn deze goed bereikbaar te voet of met de fiets. Er is een kans op toename van maatschappelijke participatie. Het spreiden van voorzieningen biedt kansen voor lokale ontmoeting. Daarnaast biedt het, net als alternatief 1(A), kansen op een toename van het voorzieningenaanbod en het aantal banen en arbeid. Risico’s op negatieve effecten Deze beleidsuitspraak heeft geen risico’s op negatieve effecten. Samenvattend Het verspreiden van voorzieningen over de stad biedt uitsluitend kansen.
13 november 2023
BI2067-MI-RP-230608-1028
46
6.4
Variant 2B
6.4.1
Wonen
Beleidsuitspraak ‘Uitbreiding met 19.000 woningen (waarvan 6.831 autonoom en 12.169 nieuwe woningen). De 12.169 nieuwe woningen komen in de eerste plaats op uitleglocaties. Resterend aantal wordt binnenstedelijk gerealiseerd in lagere dichtheden als alternatief 1. De uitleglocaties liggen in Kloostereind, ten noorden en westen van Stiphout, bij Dierdonk, bij Medevoort en ten oosten van Rijpeberg. Binnen de bebouwde kom liggen de woningen in en rond het centrum en op de bedrijventerreinen Kanaaldijk Noord. Woningen worden gebouwd in lage dichtheden (10-30 woningen per hectare). Het gaat om monofunctionele woongebieden. Binnen de bebouwde kom worden in bestaande gebieden met een hoog percentage sociale huurwoningen gesloopt en vervangen door nieuwbouw voor andere doelgroepen. Dit om de diversiteit te vergroten. In de nieuwe uitleggebieden worden ter compensatie sociale huurwoningen toegevoegd.’ Kansen op positieve effecten Variant 2B zet in op een forse woningbouwopgave in lage dichtheden (10-30 woningen) in zowel het buitengebied als op binnenstedelijke inbreidingslocaties. Daarnaast worden bestaande oude woningen gesloopt en vervangen voor nieuwbouw. De forse woningbouwopgave vormt een kans op een positief effect voor woningaanbod en behoefte. Er wordt op verschillende type woningen ingezet, zowel in stedelijke milieus als in het buitengebied.
Door ook te voorzien in grotere grondgebonden woningen kan de woningmarkt gezond doorstromen. Het is aannemelijk dat het tekort uit de huidige situatie in dit alternatief wordt verholpen. Nieuwbouwwoningen zijn over het algemeen duurzamer dan oude woningen (door betere isolatie en gasloos bouwen). Door oude woningen te slopen en te vervangen door nieuwbouw, is het aannemelijk het gemiddelde energielabel verbetert. Echter zal door de forse uitbreiding ook het totale energieverbruik van Helmond toenemen. Per saldo leidt het tot een kans op een positief effect. Risico’s op negatieve effecten Een forse toename van woningen in het buitengebied zal leiden tot een grotere autoafhankelijkheid dan bij inbreiding. De grote bevolkingstoename zal sowieso leiden tot meer verkeersbewegingen. Dit hangt samen met zeer grote risico’s voor de beoordelingsaspecten luchtkwaliteit, geluidhinder, verkeersveiligheid, beschermde natuurgebieden (door stikstof), broeikasgassen en autobereikbaarheid (toename congestie en doorstromingsproblemen). Voor autobereikbaarheid geldt dat verspreid bouwen ook leidt tot verspreiding van de verkeersbewegingen die in deze variant niet enkel geconcentreerd zijn in het centrum van Helmond. De nieuwe woongebieden zijn deels voorzien in de nabijheid van risicobronnen voor omgevingsveiligheid.
Door nieuwe functies toe te voegen binnen risicocontouren kan het groepsrisico toenemen wat een risico vormt voor omgevingsveiligheid. In het buitengebied van Helmond liggen intensieve veehouderijen die geurhinder veroorzaken. Nieuwe woongebieden in de buurt van deze veehouderijen kan leiden tot een toename in geurhinder. Toename van het percentage verhard oppervlakte leidt zowel binnenstedelijk als in het buitengebied tot een toename van het percentage verhard oppervlakte. Met name voor het beoordelingsaspect hittestress vormt dit een groot risico, maar ook voor wateroverlast hetzij minder groot. Het risico is groter in binnenstedelijke inbreidingsgebieden dan in het buitengebied omdat er in het buitengebied meer groen aanwezig is.
13 november 2023
BI2067-MI-RP-230608-1028
47
Doordat uitbreidingsgebieden in het buitengebied liggen kan er sprake zijn op barrièrevorming voor gebieden die tot het Natuurnetwerk Brabant (NNB) behoren. Daarnaast kan het oppervlakte gemeentelijke natuur afnamen en kunnen leefgebieden voor beschermde soorten (ernstig) verstoord worden. Tenslotte wordt er met name gebouwd buiten de huidige bebouwde kom, in uitleglocaties. Hierdoor neemt de afstand tot openbaar vervoer (treinstation toe). Voor nagenoeg alle bovengenoemde beoordelingsaspecten geldt dat er sprake is van zeer grote risico’s. Uitzondering hierop vormen de aspecten wateroverlast, autobereikbaarheid en openbaar vervoer. Samenvattend De forse woningbouwopgave die focust op zowel inbreiding als uitbreiding leidt tot meer grote risico’s dan kansen. Een groot deel van deze risico’s doet zich voor zowel inbreiding als uitbreiding voor, een deel enkel voor inbreiding of uitbreiding. Zo is verstoring van natuurwaarden en beschermde soorten met name een risico bij uitbreiding, terwijl er bij inbreiding met name sprake is van het risico op gezondheidsproblemen zoals verslechtering van de luchtkwaliteit, toename van geluidhinder en hittestress. Voor beide type uitbreidingen zijn er dus verschillende aandachtspunten om mee te nemen.
6.4.2
Mobiliteit
Beleidsuitspraak ‘De N270 wordt ter hoogte van de Kasteel-Traverse ondertunneld, zodat het centrum bereikbaar blijft. Er worden wijkontsluitingswegen voor autoverkeer aangelegd van en naar de zes nieuwe woonwijken’. Kansen op positieve effecten Er is een grote kans op verbetering van de autobereikbaarheid in Helmond. De lokale ondertunneling en de toevoeging van wijkontsluitingswegen bij nieuwe woongebieden dragen hieraan bij. De ondertunneling kan lokaal een positief effect hebben op luchtkwaliteit, geluidhinder en verkeersveiligheid. Risico’s op negatieve effecten De toevoeging van wijkontsluitingswegen zorgt voor verkeersafwikkeling op nieuwe plekken. Daarnaast hebben nieuwe verkeersaansluitingen een verkeersaantrekkende werking. Dit vormt grote risico’s op verslechtering van de luchtkwaliteit en verkeersveiligheid en een toename van geluidhinder en uitstoot van broeikasgassen en stikstof. Een toename van stikstofuitstoot vormt risico’s voor natuur en aanwezige soorten: beschermde natuurgebieden (N2000) en Natuurnetwerk Brabant (NNB). Nieuwe verkeersroutes doorkruisen mogelijk leefgebieden van beschermde soorten, waardoor een risico op barrière-vorming ontstaat. Samenvattend De ondertunneling van de N270 en de toevoeging van wijkontsluitingswegen bij zes nieuwe woonwijken biedt kansen voor autobereikbaarheid.
Er zijn risico’s voor gezondheid, veiligheid en natuur bij de uitbreiding van infrastructuur voor de uitleggebieden. Dit negatieve effect is groter als bij variant 2A vanwege het groter aantal gebieden. Per saldo zijn er overheersend risico’s.
13 november 2023
BI2067-MI-RP-230608-1028
48
6.5
Conclusies, aandachtspunten en mitigerende maatregelen
6.5.1
Wonen
Vergelijking Enerzijds leiden alle varianten tot kansen op positieve effecten voor woningbouw en energieverbruik. Omdat de varianten 1A en 2B de grootste toename in woningen heeft, zijn de kansen voor deze varianten het grootst. Anderzijds leiden juist deze varianten ook tot de grootste negatieve effecten vanwege de grote toename in woningen. Dit geldt met name voor de aspecten luchtkwaliteit, geluidhinder omgevingsveiligheid, verkeersveiligheid, beschermde natuurgebieden (N2000), hitte en broeikasgassen. Voor de varianten 2A en 2B die focussen op uitbreiding zijn er in tegenstelling tot varianten 1A en 1B nog aanvullende negatieve effecten voor de aspecten Natuurnetwerk Brabant, gemeentelijke natuur en beschermde soorten. Dit omdat er in het buitengebied gebouwd wordt, in directe nabijheid van Natuurnetwerk Brabant, en daardoor gemeentelijke natuur en leefgebieden van beschermde soorten onder druk komen te staan. Aandachtspunten huidige situatie Aandachtspunt voor wonen is het tekort aan woningen uit de huidige situatie. Deze doet zich met name voor in de meergezinswoningen (appartementen en nultredenwoningen). Het is aannemelijk dat inbreiding in hoge dichtheden meer voorziet in deze vraag dan grotere grondgebonden woningen in het buitengebied. Indirect gevolg van grotere grondgebonden woningen is dat het de doorstroming van de woningmarkt kan bevorderen.
Vanuit de huidige situatie zijn er, naast woningaanbod en behoefte, aandachtspunten voor de aspecten geurhinder, hitte, broeikasgassen en autobereikbaarheid. Voor deze aspecten geldt dat er voor wonen meer risico’s dan kansen geconstateerd zijn en de aandachtspunten dus niet verholpen worden in de alternatieven. Tabel 6-1: Mitigerende maatregelen voor wonen Mitigerende maatregelen – wonen Mogelijkheden voor de beoordelingsaspecten
Argumentatie
Woningaanbod en behoefte
Er zijn mogelijkheden om te voorzien in de behoefte en het oplossen van de huidige tekorten, door met name in te zetten op de woningtypen waar in de huidige situatie vraag naar is of tekorten in zijn.
Geurhinder
De geurhinder door intensieve veehouderij kan verminderd worden door deze uit te kopen of te verplaatsen. Geurhinder door industriële activiteiten kan verminderd worden door geurproducerende bedrijven en de industriële cumulatieve geurhinderzone verder van woongebieden af te (ver)plaatsen.
Hitte
Hittestress vindt met name binnenstedelijk plaats. Er zijn mogelijkheden om uitgangspunten op te stellen voor stedelijke ontwikkeling zoals groene daken en water/vijvers en groen in inbreidingsgebieden, zodat hittestress hier kan verminderen.
Broeikasgassen
De uitstoot door autoverkeer kan verminderd worden door in te zetten op een lage parkeernorm in nieuwe inbreidingsgebieden. Daarnaast dient dan ingezet te worden op goede verbindingen voor openbaar vervoer, fiets en wandelen, zodat autogebruik ontmoedigd wordt. De uitstoot van woningen kan verminderd worden door bestaande woningen te isoleren en van het gas af te halen. Dit is al verplicht voor nieuwbouw.
Autobereikbaarheid
Door de parkeernorm te verlagen (in combinatie met goed OV, fiets- en wandelroutes) en basisvoorzieningen (zoals supermarkten) een plek te geven in nieuwe uitbreidingsgebieden kan de autoafhankelijkheid verminderen.
13 november 2023
BI2067-MI-RP-230608-1028
49
6.5.2
Mobiliteit
Vergelijking Variant 1A en 1B gaan uit van een dubbele centrumring om het centrum, waarbij de kasteeltraverse N270 wordt afgewaardeerd. Daarnaast wordt er maximaal ingezet op openbaar vervoer, fietsen en wandelen door de aanpassing van bestaande infrastructuur en de toevoeging van nieuwe infrastructuur. Variant 2A en 2B gaat uit van een ondertunneling van de N270, onder het centrum en de aanleg van nieuwe wijkontsluitingswegen. Er wordt niet ingezet op nieuwe routes of verbetering van bestaande routes voor openbaar vervoer, fietsers en voetgangers. Bij variant 2B zijn meer woongebieden voorzien waardoor er ook meer nieuwe wijkontsluitingswegen bijkomen, ten opzichte van variant 2A. De aanleg van een centrumring en de aanleg van een tunnel met nieuwe wijkontsluitingswegen zorgen beide voor risico’s op het gebied van gezondheid, (omgevings-)veiligheid en natuur & biodiversiteit. De toevoeging van routes voor openbaar vervoer, fietsers en voetgangers (variant 1A en 1B) zorgt juist voor kansen voor gezondheid en veiligheid terwijl alternatief 2 (variant 2A en 2B) hier niet op inzet. De toevoeging van routes in het buitengebied bij variant 1A en 1B zorgt wel voor risico’s op barrière-vorming van NNB en van leefgebieden van beschermde soorten. Aandachtspunten huidige situatie In de huidige situatie staan gezondheid, natuur & biodiversiteit en klimaat al onder druk.
Alle varianten kunnen mogelijk leiden tot verslechtering van deze thema’s. De toevoeging van routes voor openbaar vervoer, fietsers en voetgangers in variant 1A en 1B zorgt voor kansen voor onder andere gezondheid en kan dus voor een verbetering zorgen. Tabel 6-2: Mitigerende maatregelen voor mobiliteit Mitigerende maatregelen – mobiliteit Mogelijkheden voor de beoordelingsaspecten
Argumentatie
Luchtkwaliteit
De luchtkwaliteit is slecht rond doorstromingswegen. Door de snelheid op deze wegen te verminderen zal ook de uitstoot verminderen. Minpunt hierbij is dat de doorstroming kan verslechteren. Er zijn mogelijkheden om doorgaand verkeer om te leiden, langs bedrijven/kantoren, zodat gezondheidsschade door een slechte luchtkwaliteit beperkt wordt bij woongebieden.
Geluidhinder
Geluidhinder hangt samen met (weg)verkeer en bedrijvigheid. Nieuwe woningen kunnen daarom verder van doorgaande wegen of bedrijventerreinen gebouwd worden en andersom. Indien dit niet mogelijk is kan gedacht worden aan het toepassen van geluidswerende maatregelen aan (nieuwbouw)woningen waardoor een gevel geluidsluw kan worden.
A1
A2 • •
Beschermde natuurgebieden (Natura 2000) Broeikasgassen
Nieuwe ontsluitingswegen hebben een verkeersaantrekkende werking waardoor een toename in de uitstoot van stikstof en broeikasgassen plaatsvindt. Natura 2000-gebieden zijn vaak stikstofgevoelig. De uitstoot kan verminderd worden door de realisatie van goede ovbereikbaarheid (ook in de buitenwijken) en door het stimuleren van elektrisch rijden via het faciliteren van oplaadpunten.
Natuurnetwerk Brabant (NNB) Beschermde soorten
Het Natuurnetwerk Brabant en beschermde soorten zijn o.a. gevoelig voor verstoring, doorsnijding en stikstof. Bij de ontwikkelingen van wegen en uitbreidingslocaties kan rekening gehouden worden met de ligging van NNB en leefgebieden van beschermde soorten om de risico’s te verminderen.
Autobereikbaarheid
13 november 2023
Door de parkeernorm te verlagen (in combinatie met goed OV en fiets- wandelroutes) en basisvoorzieningen (zoals supermarkten) een plek te geven in nieuwe uitbreidingsgebieden kan de autoafhankelijkheid verminderen.
BI2067-MI-RP-230608-1028
50
6.5.3
Economie
Vergelijking Alle varianten leiden tot positieve effecten op arbeid. In alternatief 1 wordt ingezet op herstructurering en de creatie van andersoortige banen gerelateerd aan de kennisintensieve maakindustrie. Vertrekkende bedrijven blijven wel in (de buurt) van Helmond waardoor dit geen negatief effect heeft op het aantal banen. Alternatief 2 zet juist in op uitbreiding van het bedrijventerrein bij Hoogeind en de Weyer. Ook hier ligt de focus op kennisintensieve maakindustrie. Alternatief 1 waar geen uitbreiding plaatsvindt, leidt tot veel minder risico’s op negatieve effecten vergeleken met alternatief 2. Dit hangt met name samen met de uitbreiding van het bedrijventerrein en daaraan gerelateerde effecten zoals de toename van verkeer en het opofferen van groengebied. Aandachtspunten huidige situatie In Helmond ligt het aantal arbeidsplaatsen lager dan gemiddeld bij gemeenten van gelijke stedelijkheid (sterk stedelijk). De uitbreiding van bedrijvigheid biedt kansen om het aantal arbeidsplaatsen te vergroten. Daarentegen vormt de uitbreiding van bedrijventerrein risico’s voor natuur, gezondheid, klimaat en energie. Deze thema’s staan er in de huidige situatie al matig tot slecht voor. De voorziene toevoeging van bedrijvigheid kan de situatie voor deze thema’s daarom verslechteren.
Tabel 6-3: Mitigerende maatregelen voor economie Mitigerende maatregelen – economie Mogelijkheden voor de beoordelingsaspecten
Argumentatie
• •
Luchtkwaliteit Geluidhinder
Meer oppervlakte van bedrijventerrein betekent meer geluidbelasting en luchtvervuiling door bedrijfsmatige activiteiten en verkeer (toename verkeersbewegingen). Dit is wel in grote mate afhankelijke van de specifieke vorm van bedrijvigheid. De geluidbelasting op gevels van woningen kan verminderen door de grote geluid-belastende bedrijven te clusteren op ruime afstand van woongebieden. Een toename van geluidbelasting en luchtvervuiling door verkeer kan tegengegaan worden door inzet op goede verbindingen met openbaar vervoer bij bedrijventerreinen en kantoorgebieden. Daarnaast zijn er geluidswerende maatregelen aan (nieuwbouw)woningen zoals een geluidsluwe gevel.
•
Beschermde natuurgebieden (N2000) Natuurnetwerk Brabant (NNB) Broeikasgassen
Een verhoogde uitstoot van broeikasgassen hangt samen met bedrijfsactiviteiten en een toename van verkeersbewegingen. De hoeveelheid verkeersbewegingen met de auto kan verlaagd worden door in te zetten op goede verbindingen met openbaar vervoer en fietsen/wandelen bij bedrijventerreinen/werkplekken. De uitstoot van bedrijfsactiviteiten kan verlaagd worden door alleen bedrijven met een lage milieucategorieën toe te laten of door afspraken te maken over verduurzaming van bestaande bedrijfspanden.
• •
Beschermde soorten
De uitbreiding en herstructurering van bedrijventerrein kan de leefgebieden van beschermde soorten verstoren. Voorafgaand aan bedrijfsuitbreiding dient daarom een ecologisch (veld)onderzoek plaats te vinden, zodat leefgebieden van beschermde soorten niet verstoord worden. Op basis van die resultaten kunnen gerichte mitigerende maatregelen genomen worden.
Energieverbruik
Het energieverbruik van bedrijven kan verminderd worden door energiebesparing en energie-neutraal te stimuleren. Daarnaast kan restwarmte van bedrijven gebruikt worden voor warmte voor woningen.
• •
Normaliter zijn bedrijventerreinen versteend. Om hittestress en wateroverlast tegen te gaan kunnen uitgangspunten opgesteld worden voor de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen of bij de herstructurering hiervan. Deze uitgangspunten kunnen te maken hebben met vergroenen, gescheiden riolering en de aanleg van groene daken en wadi’s.
Hitte Wateroverlast
13 november 2023
BI2067-MI-RP-230608-1028
51
6.5.4
Energie
Vergelijking Alle varianten leiden tot positieve effecten op duurzame opwekking en broeikasgassen. Omdat bij variant 2A en 2B alle zoekgebieden voor zonnevelden benut worden, zijn de positieve effecten hier groter. De aanleg van zonnevelden in het buitengebied resulteert in risico’s op negatieve effecten ten aanzien van cultuurlandschap, water en natuur & biodiversiteit. Bij variant 1A en 1B zijn de negatieve effecten kleiner, omdat hier de helft van de zoekgebieden voor zonnevelden worden benut. Automatisch zijn daarom de risico’s voor variant 2A en 2B groter, omdat hier alle zoekgebieden benut worden. Aandachtspunten huidige situatie In Helmond is de opwekking van duurzame energie in de huidige situatie laag. De uitstoot van broeikasgassen is hoog. De inzet op duurzame energieopwekking door de aanleg van zonnevelden in het buitengebied geeft kansen op verbetering van deze twee aspecten. Echter, de aanleg van zonnevelden heeft ook risico’s op veel verschillende (milieu)aspecten. Zo ook beoordelingsaspecten die in de huidige situatie al onder druk staan: bodem, grondwater, Natuurnetwerk Brabant (NNB), gemeentelijke natuur en beschermde soorten. Tabel 6-4: Mitigerende maatregelen voor energie Mitigerende maatregelen – energie Mogelijkheden voor de beoordelingsaspecten
Argumentatie
Cultuurhistorische en archeologische waarden
Cultuurhistorie en archeologie kan een uitgangspunt worden bij de aanleg van zonnevelden. Hiermee kunnen historische structuren in het landschap behouden blijven en kan archeologisch onderzoek plaatsvinden bij de aanleg van energie-infrastructuur.
• • • •
Grondwater Natuurnetwerk Brabant (NNB) Gemeentelijke natuur (niet beschermd) Beschermde soorten
6.5.5
De aanleg van zonnevelden heeft een negatieve effecten op, grondwater en natuur. Uit onderzoek blijkt dat er positieve effecten kunnen zijn op biodiversiteit en bodemkwaliteit als er ruimte tussen de panelen blijft. In een standaard zonnepark zou dit echter leiden tot lagere opbrengst. Met technologisch innovatieve tweezijdig werkende (bifacial) zonnepanelen levert een grotere afstand tussen panelen juist meer op omdat ook de achterkant van de panelen zonlicht omzet in stroom.
Buitengebied
Vergelijking Alleen alternatief 1 (variant 1A en 1B) leidt tot kansen op positieve effecten. Deze kansen zijn voorzien doordat de focus ligt op natuur, landschap en recreatie. Er zijn kansen op positieve effecten voorzien voor beweegvriendelijke leefomgeving, cultuurlandschap, bodem & water, gemeentelijke natuur en fiets & wandelnetwerk. Bij alternatief 2 zijner geen kansen op positieve effecten voorzien. De risico’s bij variant 1A-1B en variant 2A-2B zijn anders van aard. Het faciliteren van recreatie in het buitengebied in variant 1A en 1B vormt risico’s voor Natuurnetwerk Brabant en beschermde soorten. Omdat in variant 2A en 2B alle functies ondergeschikt zijn aan de energietransitie is er een risico voor het cultuurlandschap. Aandachtspunten huidige situatie In de huidige situatie staan met name de thema’s bodem & water en natuur & biodiversiteit onder druk. Variant 1A en 1B bieden kansen op verbetering voor bodem en water. Variant 2A en 2B dragen niet bij aan
13 november 2023
BI2067-MI-RP-230608-1028
52
het verbeteren van thema’s/aspecten die in de huidige situatie onder druk staan. Hiervoor zijn mitigerende maatregelen noodzakelijk. Tabel 6-5: Mitigerende maatregelen voor buitengebied Mitigerende maatregelen – buitengebied Mogelijkheden voor de beoordelingsaspecten
Argumentatie
Cultuurhistorische en archeologische waarden
Wanneer alle functies in het buitengebied ondergeschikt zijn aan de energietransitie gaat de beleefbaarheid van het gebied achteruit. Om het landschap en de bijbehorende historie beleefbaar te houden kunnen wandel- en fietsroutes kwalitatief verbeterd worden en kan een educatieve functie gegeven worden aan het landschap (informatieborden en kenmerkende routes).
Natuurnetwerk Brabant (NNB)
Het toevoegen van recreatieve routes door NNB kan voor barrièrevorming zorgen. Als uitgangspunt kan opgenomen worden dat NNB niet doorkruist mag worden. Indien dit niet anders mogelijk is, moeten maatregelen genomen worden om ecologische verbindingen op een andere manier te herstellen en de barrièrevorming te minimaliseren.
Beschermde soorten
Extensieve recreatie kan de leefgebieden van beschermde soorten verstoren. Bij het toestaan van recreatie in het buitengebied moet goed gekeken worden naar de leefgebieden van beschermde soorten. Zoveel als dat mogelijk is, kunnen deze gebieden vermeden worden.
6.5.6
Natuur
Vergelijking In alternatief 1 (variant 1A en 1B) wordt actief ingezet op het afschalen van hoog(productieve) landbouw en opwaardering van het landschap door nieuwe natuur toe te voegen. Dit resulteert in kansen voor grondwater, natuur en biodiversiteit en klimaat. In alternatief 2 (variant 2A en 2B) wordt helemaal niet ingezet op natuur en is de natuur ondergeschikt aan de opgave die er ligt voor de energietransitie. Er is daardoor geen sprake van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Aandachtspunten huidige situatie In de huidige situatie staan met name de aspecten grondwater, natuur & biodiversiteit en klimaat onder druk. De toevoeging van groen in alternatief 1 biedt kansen om voor verbetering te zorgen binnen deze aspecten. Dit geldt niet voor alternatief 2, hier zijn geen kansen maar ook geen risico’s voor de beoordeelde aspecten. Het is daarmee aannemelijk dat de huidige situatie zich voortzet. Tabel 6-6: Mitigerende maatregelen voor natuur Mitigerende maatregelen – natuur Mogelijkheden voor de beoordelingsaspecten • •
Grondwater Natuurnetwerk Brabant (NNB)
13 november 2023
Argumentatie Het verbeteren van de grondwaterstand om droogte te verminderen en het beter verbinden van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) hangt allemaal samen met het toevoegen van groenstructuren in de natuur. Door daarop in te zetten kunnen aandachtspunten verholpen worden.
BI2067-MI-RP-230608-1028
53
6.5.7
Stedelijk groen
Vergelijking De varianten 1A en 1B zetten niet in op verdere versterking van de stedelijke groenstructuur. Voor de varianten 1A en 1B zijn er daarom geen kansen en geen risico’s. Daarentegen wordt dit in de varianten 2A en 2B wel gedaan. Hier wordt zowel fors ingezet op de structuur maar ook op uitbreiding in de vorm van parkjes. De inzet op versterking of uitbreiding van bestaande groenstructuren biedt kansen op verbetering voor aspecten zoals luchtkwaliteit, beweegvriendelijke leefomgeving, droogte, hitte, wateroverlast, natuur en biodiversiteit. Er zijn geen risico’s voorzien. Aandachtspunten huidige situatie In de huidige situatie staan met name de aspecten grondwater, natuur & biodiversiteit en klimaat onder druk. De toevoeging van groen biedt kansen om voor verbetering te zorgen binnen deze aspecten. Indien dit ook gedaan wordt in variant 1A en 1B kunnen de aandachtspunten die er voor bovengenoemde aspecten gelden, verminderen.
6.5.8
Voorzieningen
Vergelijking De toevoeging van voorzieningen biedt kansen voor het voorzieningenaanbod en arbeid. In variant 2A en 2B is ingezet op een spreiding van voorzieningen over de stad. Dit biedt de meeste kansen op positieve effecten. In variant 1A en 1B ligt de focus op uitbreiding van stedelijke voorzieningen in het centrum. Hierdoor verdwijnen mogelijk voorzieningen in de wijk. Dit vormt risico’s voor gezondheid en participatie. Aandachtspunten huidige situatie In de huidige situatie ligt aantal arbeidsplaatsen in Helmond lager dan gemiddeld bij gemeenten van gelijke stedelijkheid (sterk stedelijk). De toevoeging van voorzieningen biedt kansen op meer arbeid. Tabel 6-7: Mitigerende maatregelen voor voorzieningen
Mitigerende maatregelen – voorzieningen Mogelijkheden voor de beoordelingsaspecten • •
Beweegvriendelijke leefomgeving Maatschappelijke participatie
13 november 2023
Argumentatie Als de focus ligt op uitbreiding van stedelijke voorzieningen in het centrum, verdwijnen mogelijk voorzieningen in de wijk. Dit heeft een nadelige impact op de beweegvriendelijkheid van de omgeving en de maatschappelijke participatie. Een uitgangspunt kan zijn dat er voldoende voorzieningen en ontmoetingsplekken in de wijk moeten blijven.
BI2067-MI-RP-230608-1028
54
6.6
Doorkijk kwalitatieve aspecten afval en economische structuur
Voor de beoordelingsaspecten afval en economische structuur was onvoldoende specifieke gemeentelijke informatie beschikbaar. Aan deze thema’s zijn daarom geen indicatoren verbonden en er is geen kwaliteitsniveau toegekend in de ‘foto van de leefomgeving’. Omdat er geen specifieke indicatoren zijn voor afval en economische structuur zijn er geen specifieke kansen op positieve effecten of risico’s op negatieve effecten bepaald. Onderstaand is beschreven of het beleid uit de alternatieven in algemene zin toch impact kan hebben of afval en economische structuur. Afval In de ‘foto van de leefomgeving’ is het binnen het beoordelingsaspect afval gekeken naar de hoeveelheid (rest)afval en de circulaire economie. Beide alternatieven en varianten bevatten geen beleid dat in gaat op de hoe de gemeente Helmond om gaat met afval. Beide onderzochte alternatieven en varianten zetten in op een uitbreiding van het aantal woningen. Daardoor is het aannemelijk dat door de toename in inwoners de totale (rest)afvalberg zal toenemen als er geen extra maatregelen getroffen worden om de hoeveelheid (rest)afval per inwoner te verminderen. Hiervoor geldt dat hoe meer woningen hoe groter het risico op toename van de hoeveelheid restafval. Dit geldt dus expliciet voor de varianten met de grootste woningbouwopgave (ruim 12.000 extra woningen). Afval wordt ook geproduceerd door bedrijven.
In de ‘foto van de leefomgeving’ is beschreven dat veel bedrijventerreinen in Helmond potentie hebben om rol te vervullen in de circulaire economie. Beide alternatieven en varianten gaan hier niet op in. De potentie wordt daardoor niet actief benut en vormt een risico met het oog op de landelijke doelen die gesteld zijn voor circulariteit. Economische structuur In de ‘foto van de leefomgeving’ is het beoordelingsaspect economische structuur beschreven aan de hand van de concurrentiepositie van Helmond. De concurrentiepositie wordt door een grote verscheidenheid aan indicatoren bepaald, zoals werkgelegenheid maar ook het type bedrijvigheid en de ruimte die er nog is. Dit valt deels onder andere aspecten die kwantitatief beoordeeld zijn in de ‘foto van de leefomgeving’. De concurrentiepositie van Helmond staat in de huidige situatie onder druk, onder andere door een tekort aan banen, de bereikbaarheid van bedrijventerreinen maar ook door een tekort aan ruimte waardoor niet alle type bedrijvigheid zich kan vestigen. Alternatief 1 zet in op de herstructurering van bedrijventerreinen gericht op de kennisintensieve maakindustrie en de ontwikkeling van woon-werkmilieus verspreid over de stad.
Dit betekent dat de gemeente Helmond met dit alternatief inzet op zowel diversificatie van het type bedrijvigheid als ook uitbreiding van bedrijvigheid waardoor er ruimte is voor bepaalde type bedrijven om zich te vestigen. Alternatief 2 zet met name in op uitbreiding van bedrijventerreinen en nagenoeg niet op diversificatie. Hierbij wordt met name ingezet op de ruimtevraag en in mindere mate op diversiteit in bedrijvigheid. De verbreding van de ringstructuur in Helmond in alternatief 1 kan positieve gevolgen hebben voor de afwikkeling van logistiek verkeer vanaf bedrijventerreinen. Dit geldt in mindere mate voor alternatief 2 waar met name ingezet wordt op ondertunneling van de Kasteel-Traverse. Al met al is het aannemelijk dat beide alternatieven positieve gevolgen hebben voor de economische structuur van Helmond. De alternatieven onderscheiden zich van elkaar en sluiten aan op andere indicatoren van economische structuur.
13 november 2023
BI2067-MI-RP-230608-1028
55
6.7
Ontwikkeling knelpunten ten opzichte van de referentiesituatie
Onderstaand figuur geeft een vergelijking van de omgevingseffecten van de vier varianten weer ten opzichte van elkaar en de referentiesituatie. Hieruit is te herleiden of bepaalde varianten voor verbetering zorgen, geen effect hebben of juist verslechteren.
Figuur 6-1: Rad van de Leefomgeving met een vergelijking van de vier varianten
13 november 2023
BI2067-MI-RP-230608-1028
56
6.7.1
Knelpunten uit de huidige situatie
In hoofdstuk 4.3 zijn de knelpunten uit de referentiesituatie beschreven. Hieronder is per aspect beschreven welk effect de varianten hebben en of de bestaande knelpunten mogelijk verholpen worden. Geurhinder is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering. Bij variant 1A en 1B is sprake van een lichte verbetering en bij variant 2A en 2B is een lichte verslechtering voorzien ten opzichte van de referentiesituatie. Bij alle varianten is woningbouw voorzien bij geur-intensieve industrie of veehouderijen. Bij variant 1A en 1B is daarnaast een herstructurering van industrieterreinen voorzien naar kennisintensieve maakindustrie, waardoor hier sprake is van een lichte verbetering trend. Het knelpunt uit de referentiesituatie voor geurhinder blijft bestaan. Sociale veiligheid is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering. Bij variant 1A en 1B is een verbetering voorzien en bij variant 2A en 2B is sprake van een gelijkblijvende trend. Er zijn geen risico’s op verslechtering voorzien. De kansen bij variant 1A en 1B hangen samen met het creëren van woon-werkgebieden, waardoor in deze gebieden een continue bezetting ontstaat.
Ten opzichte van de referentiesituatie verbetert de situatie voor sociale veiligheid binnen de woonwerkgebieden (variant 1A en 1B), maar het knelpunt wordt niet volledig verholpen. Woningaanbod en behoefte is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Bij alle varianten is sprake van een verbetering. Bij variant 1A en 2B is deze verbetering groter, omdat hier meer woningen zijn voorzien. Binnen alle varianten wordt het knelpunt uit de referentiesituatie voor woningaanbod en behoefte naar verwachting verholpen. Waarbij dit in alternatief 1 het resultaat is van woningen bouwen in het segment waar ook vraag naar is, terwijl in alternatief 2 sprake is van doorstroming en een indirect effect. Bodem is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Bij variant 1A en 1B is sprake van een lichte verbetering en bij variant 2A en 2B is een gelijkblijvende trend voorzien. Bij variant 1A en 1B een afname van landbouw en toevoeging van natuur voorzien, wat goed is voor de bodemkwaliteit. Het knelpunt uit de referentiesituatie voor bodemkwaliteit blijft bestaan. Grondwater is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verslechtering. Bij variant 1A en 1B is een verbetering voorzien en bij variant 2A en 2B is sprake van een verslechterende trend.
De kansen bij variant 1A en 1B hangen samen met de toevoeging van natuur en het versterken van groenstructuren. De risico’s voor grondwater hangen samen met de aanleg van zonnevelden. In alle varianten zijn zonnevelden voorzien, maar bij variant 2A en 2B worden alle zoekgebieden voor zonneenergie benut, terwijl bij variant 1A en 1B de helft van de zoekgebieden gerealiseerd worden. Het knelpunt uit de referentiesituatie (verdrogingsrisico) voor grondwater wordt mogelijk verholpen bij variant 1A en 1B door de toevoeging van natuur in het buitengebied. Daarnaast ontstaan er mogelijk nieuwe locaties waar verdroging een risico vormt door de toevoeging van zonnevelden in alle varianten. Oppervlaktewater is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering. De varianten hebben allen geen invloed op oppervlaktewaterkwaliteit. De knelpunten uit de referentiesituatie blijven daardoor bestaan. Duurzame opwekking: is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering. Bij alle varianten zijn kansen voorzien voor duurzame opwekking, door de aanleg van zonnevelden. Bij variant 2A en 2B worden alle zoekgebieden voor zonne-energie benut, terwijl bij variant 1A en 1B de helft van de zoekgebieden gerealiseerd worden. Het knelpunt uit de referentiesituatie wordt mogelijk opgeheven.
Deze kans is het grootst bij variant 2A en 2B.
13 november 2023
BI2067-MI-RP-230608-1028
57
Hitte is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Bij alle varianten is sprake van een verslechtering. In variant 1A en 1B zijn inbreidingsgebieden voor woonwerkmilieus voorzien. Deze gebieden zijn in de huidige situatie al kwetsbaar voor hittestress en de situatie kan hier dus verslechteren. In variant 2A en 2B is sprake van uitbreiding van woongebieden en bedrijventerrein in het buitengebied. Dit resulteert in extra verharding en kan hittestress veroorzaken op nieuwe plekken. Dit risico op verslechtering is kleiner bij variant 2A, omdat hier sprake is van minder woongebieden in het buitengebied. Bij variant 2A en 2B sprake is van een uitbreiding van de stedelijke groenstructuur voorzien. Variant 2A en 2B kunnen daarmee hitte verminderen in gebieden die in de huidige situatie erg kwetsbaar zijn voor hittestress (knelpunten uit de referentiesituatie). Al met al blijven bij variant 1A en 1B de knelpunten uit de referentiesituatie bestaan en verslechteren deze mogelijk. Variant 2A en 2B zorgen mogelijk voor nieuwe knelpunten in het buitengebied, maar verhelpen ook knelpunten binnen de bestaande gebouwde omgeving. De uitstoot van broeikasgassen is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering.
Omdat de uitstoot van broeikasgassen met veel factoren samenhangt scoren de varianten allen anders. Varianten 1A en 1B voorzien een verbeterende trend, variant 2A voorziet een lichte verslechtering en bij variant 2B is er een groot risico op verslechtering. Dit is het gevolg van een toevoeging van veel woningen, extra wijkontsluitingswegen en nieuwe bedrijvigheid. Bij variant 2A en 2B worden meer zonnevelden voorzien t.o.v. de andere twee varianten, maar bij variant 2B weegt dit dus niet op tegen de risico’s die ontstaan. Bij varianten 1A en 1B is sprake van een lichte verbetering, omdat er maximaal wordt ingezet op openbaar vervoer, fietsen en wandelen en er zonnevelden aangelegd worden. Weliswaar minder dan bij variant 2A en 2B, maar alle kansen wegen op tegen de risico’s, waardoor een verbetering voorzien is. Het is onduidelijk of het knelpunt uit de referentiesituatie verholpen wordt of blijft bestaan. Arbeid is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een gelijkblijvende trend in de autonome situatie. Alle vier de varianten zorgen voor een verbetering van de referentiesituatie door de toevoeging van bedrijvigheid (in de vorm van werkmilieus of nieuw bedrijventerrein) en het faciliteren van extra voorzieningen (in de vorm van centrumvoorzieningen of wijkvoorzieningen). Hiermee wordt het knelpunt mogelijk verholpen.
Autobereikbaarheid: is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering. Bij variant 1A en 1B is een verslechtering voorzien. De voorziene ringweg door afwaardering van de Kasteel Traverse zorgt hier mogelijk voor een verslechtering van de doorstroming. Bij variant 1A is de verslechtering het grootst, omdat hier ook veel extra verkeer bijkomt door de toevoeging van een groot aantal woningen. Bij variant 2A en 2B is sprake van een verbetering, omdat de ondertunneling en wijkontsluitingswegen voor een betere bereikbaarheid zorgen. Bij variant 2B is (net als bij variant 1A) sprake van de toevoeging van een groot aantal woningen, maar deze blijven goed bereikbaar met de auto door de voorziene wijkontsluitingswegen. De knelpunten uit de referentiesituatie voor autobereikbaarheid blijven wel bestaan.
13 november 2023
BI2067-MI-RP-230608-1028
58
6.7.2
Nieuwe knelpunten door nieuw beleid
Naast de bestaande knelpunten uit de referentiesituatie, ontstaan mogelijk ook nieuwe knelpunten door het nieuwe beleid van de vier varianten. Hieronder zijn de aspecten omschreven die in de referentiesituatie matig scoren en waar risico’s zijn voorzien bij de varianten. Luchtkwaliteit is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verbetering. De toevoeging van woningen, bedrijvigheid en wijkontsluitingswegen zorgt voor meer verkeersbewegingen en daarmee een verslechtering van de luchtkwaliteit. Geluidhinder is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een gelijkblijvende trend in de autonome situatie. De toevoeging van woningen, bedrijvigheid en wijkontsluitingswegen zorgt mogelijk voor meer verkeersbewegingen en daarmee een toename van geluidhinder. Deze ontwikkelingen kunnen voor een verslechtering zorgen. Omgevingsveiligheid is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verbetering. De toevoeging van woningen in directe nabijheid van risicobronnen, zoals de spoorlijn Eindhoven-Venlo en een buisleiding die door het kanaal loopt, resulteert in een toename van het aantal personen dat bij een ramp getroffen wordt. Dit zorgt mogelijk voor een verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie.
Beschermde natuurgebieden (N2000) is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering naar oranje. De toevoeging van woningen, bedrijvigheid en wijkontsluitingswegen zorgt voor meer verkeersbewegingen en daarmee een extra stikstofuitstoot. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de habitattypen die zich bevinden binnen de Natura 2000-gebieden rondom Helmond. Natuurnetwerk Brabant (NNB) is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering naar oranje. De realisatie van woongebieden bij en in NNB en de aanleg van wijkontsluitingswegen en nieuwe infrastructuur voor fietsers/voetgangers kan voor barrièrevorming zorgen. Dit kan voor een verslechtering zorgen ten opzichte van de referentiesituatie. Beschermde soorten is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een gelijkblijvende trend in de autonome situatie. De toevoeging van woningen, bedrijvigheid, wijkontsluitingswegen, recreatie in het buitengebied en zonnevelden kan de leefgebieden van beschermde soorten verstoren. Dit kan zorgen voor een verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie. Wateroverlast is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een gelijkblijvende trend in de autonome situatie.
Inbreiding en uitbreiding van woningen en bedrijvigheid zorgt mogelijk voor een toename in verhard oppervlak, wat wateroverlast door extreme neerslag tot gevolg kan hebben. Deze ontwikkelingen kunnen dus voor een verslechtering zorgen.