CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 008 Bijlage 2 Omgevingseffectrapport (OER)

Gemeenteraad 6 februari 2024, gemeente HelmondBij agendapunt: Omgevingsvisie Helmond 204037.299 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

12

Rad van de leefomgeving De resultaten van de beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling worden weergeven in het zogenaamde ‘rad van de leefomgeving’. Het rad visualiseert hoe de kwaliteit van de leefomgeving er in de gemeente Helmond voor staat voor alle thema’s en beoordelingsaspecten. In de beoordeling van de beoordelingsaspecten zijn de volgende kwaliteitsniveaus gehanteerd: Gemeentebreed overwegend geen sprake van knelpunten of problemen (‘goed’) Gemeentebreed overwegend wisselend sprake van wel en geen knelpunten/problemen of risico (‘oranje’) Gemeentebreed overwegend sprake van knelpunten/problemen (‘slecht’) In het rad wordt de huidige situatie weergeven door de witte aaneengesloten lijn, de autonome ontwikkeling wordt weergeven door de donkerblauwe stippellijn.

De navolgbaarheid van de ‘foto van de leefomgeving’ Voor het zo objectief, navolgbaar en reproduceerbaar mogelijk toekennen van kwaliteitsniveaus zijn de volgende factoren bepalend: 1. Beschikbare informatie en status daarvan; 2. Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van een groen, oranje en rood kwaliteitsniveau; 3. Waardering van de autonome ontwikkeling. Deze drie factoren worden hieronder verder toegelicht. 1. Beschikbare informatie en status daarvan Er wordt onderscheid gemaakt in drie verschillende vormen van beschikbare informatie: 1) Kwantitatieve informatie: dit betreft cijfermatige informatie, bijvoorbeeld data uit rekenmodellen of meetgegevens; 2) Kwalitatieve informatie: dit betreft niet-cijfermatige informatie, bijvoorbeeld kaartmaterieel met landschapstypen; 3) Expert-judgement: in dit geval is er geen kwantitatieve of kwalitatieve informatie beschikbaar en wordt teruggevallen op het oordeel van een expert. Over het algemeen geldt dat kwantitatieve informatie het meest objectief, navolgbaar en reproduceerbaar is, en expert-judgement het minst. Kwalitatieve informatie zit er tussenin. Er is daarom gestreefd om de beoordeling zoveel mogelijk op basis van objectieve, kwantitatieve informatie te baseren. Bij beoordelingsaspecten waar dat niet beschikbaar is, is teruggevallen op kwalitatieve informatie.

Daar waar ook geen kwalitatieve informatie beschikbaar is, is teruggevallen op expert-judgement. In de ‘foto van de leefomgeving’ (zie bijlage A1) is per beoordelingsaspect aangegeven welk type informatie is gebruikt.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

13

Bronvermelding De leefomgevingskwaliteiten voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling zijn in beeld gebracht op basis van beschikbare (cijfermatige en kwalitatieve) informatie bij de gemeente Helmond (helmond.incijfers.nl), de duurzaamheidsbalans van Telos (2020), waarstaatjegemeente.nl, de Atlas van de leefomgeving, Brabantscan, PlanMER NOVI, CBS Statline, GGD Brabant Zuidoost en het RIVM. Per thema en beoordelingsaspect is in de navolgende hoofdstukken aangegeven welke bronnen specifiek zijn gebruikt. In de beschouwing van de autonome ontwikkeling zijn de gevolgen van verschillende trends en ontwikkelingen voor de verschillende beoordelingsaspecten meegewogen, zoals technologische ontwikkelingen (zoals in mobiliteit en digitalisering), maatschappelijke ontwikkelingen (zoals ontwikkeling van de economie en het aantal huishoudens) en andere autonome trends die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beïnvloeden (zoals klimaatverandering). Ook is meegewogen wat de verwachte invloed is als het bestaande beleid wordt voortgezet. Waar mogelijk worden belangrijke onzekerheden expliciet benoemd (denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van schone, emissieloze voertuigtechnologie).

2. Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van een groen, oranje en rood kwaliteitsniveau Onder referentiewaarde wordt hier verstaan een waarde waaraan een kwaliteitsniveau wordt gerelateerd. Hierbij is onderscheid gemaakt in: 1. Wettelijke normen; 2. Vastgestelde beleidsnormen of -doelstellingen; 3. Advieswaarden van instituten (bijvoorbeeld GGD, RIVM, WHO); 4. Vraag versus aanbod (vanuit maatschappij, markt); 5. Benchmark ten opzichte van gemeentelijke doelstellingen/ambities; 6. Benchmark ten opzichte van landelijk gemiddelde, tijdreeksen (ontwikkelingen van de indicator over de afgelopen tijd) en geografische vergelijkingen (cijfers en trends van vergelijkbare gemeenten of de provincie Brabant); 7. Expert judgement. Bovenstaande opsomming moet als rangorde gezien worden qua objectiviteit, navolgbaarheid en reproduceerbaarheid. Per beoordelingsaspect is het afgelopen als een ladder, te beginnen bij 1 en eindigen bij 7. Daar waar er wettelijke normen beschikbaar zijn, zijn die gehanteerd. Bij afwezigheid van wettelijke normen is teruggevallen op vastgestelde beleidsnormen en zo verder. Daar waar geen enkele andere referentie beschikbaar is om een kwaliteitsniveau aan te relateren, is teruggevallen op expert-judgement. In de hoofdstukken met de resultaten van de beoordeling zijn telkens aan het begin de gehanteerde informatie en referentiewaarde gedefinieerd.

Voorbeeld schaallat kwaliteitsniveau: luchtkwaliteit Binnen het thema ‘gezondheid’ is één van de beoordelingsaspecten ‘luchtkwaliteit’. Het beoordelingscriterium daarbij is de concentratie van en blootstelling aan fijnstof (PM10, PM2,5) en stikstofdioxide (NO2). Beschikbare informatie: kwantitatief, concentratiekaarten op basis van modelberekeningen. Referentiewaarde: wettelijke normen (grenswaarden Wet milieubeheer) en gezondheidskundige advieswaarden (WHO). Hiermee is voor dit aspect kwantitatieve informatie beschikbaar en wettelijke normen en gezondheidskundige advieswaarden als referentiewaarden voor de definitie van kwaliteitsniveaus. Op basis hiervan is de onderstaande schaallat voor kwaliteitsniveaus toegekend.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

14

Tabel 3-2: Voorbeeld schaallat kwaliteitsniveau: luchtkwaliteit Kwaliteitsniveau

Luchtkwaliteit

Groen

Wettelijke grenswaarden worden overal behaald en WHO-advieswaarden worden (zo goed als) overal behaald.

Oranje

Wettelijke grenswaarden worden overal of bijna overal behaald, WHO-advieswaarden worden niet gehaald

Rood

Op meerdere locaties worden wettelijke grenswaarden overschreden.

Op basis van de beschikbare kwantitatieve informatie en de gedefinieerde schaallat is het kwaliteitsniveau toegekend voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. Het toegekende kwaliteitsniveau is een gemeentebreed beeld, daar waar er specifieke relevante afwijkingen zijn van het gemeente brede beeld wordt dat in de onderbouwende beschrijving benoemd. De toegekende kwaliteitsniveaus zijn voor alle beoordelingsaspecten in het ‘rad van de leefomgeving’ toegekend, zoals onderstaand weergegeven.

Figuur 3-2: Algemene schaallat van de indicatoren zoals visueel weergegeven in een uitsnede van het Rad van de leefomgeving.

3. Waardering van de autonome ontwikkeling. Bij de beschouwing van indicatoren is een waardering gegeven aan de autonome ontwikkeling, op basis van een kwalitatieve inschatting van ontwikkelingen die optreden als gevolg van: • De mate waarin autonome trends en ontwikkelingen leiden tot een vooruitgang of achteruitgang van de huidige situatie, zoals demografische veranderingen, klimaatveranderingen en veranderingen in de woningmarkt; • De mate waarin voortzetting van bestaand (gemeentelijk) beleid leidt tot een vooruitgang of achteruitgang; • De mate waarin besluiten over plannen, programma’s en projecten die worden geïnitieerd door andere partijen zoals Rijkswaterstaat, het Waterschap Aa en Maas en andere overheden leidt tot een vooruitgang of achteruitgang.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

15

Figuur 3-3: Rad van de leefomgeving van Helmond (zonder invulling).

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

16

3.5

De effectbeoordeling

Het OER toetst het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie op effecten, dit heet de effectbeoordeling. De gemeente Helmond heeft ervoor gekozen eerst alternatieven voor nieuw beleid op te stellen om ‘de hoeken van het speelveld’ te ontdekken. Deze alternatieven zijn ook op effecten beoordeeld. De beoordeling van effecten van deze alternatieven geeft inzicht in de consequenties van (beleids)keuzes en helpt om het beleid in de Omgevingsvisie verder aan te scherpen. De beoordelingsmethodiek Voor de beoordeling van het nieuwe beleid geldt dat er enkel beleidsuitspraken beoordeeld worden die nieuw en concreet genoeg zijn en dat er zicht is op de uitvoering. Dit beleid moet echter nog wel verder geconcretiseerd worden in vervolgplannen, -programma’s en -besluiten. In dit stadium kunnen effecten van het nieuwe beleid nog niet kwantitatief beschouwd worden, er is daarom gekozen voor een kwalitatieve beschouwing. De effecten zijn beschreven in kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Deze effecten hoeven niet daadwerkelijk op te treden maar ze geven wel een indicatie van de mogelijke gevolgen van het nieuwe beleid. Deze informatie voorziet de makers van de Omgevingsvisie van input over hun nieuwe beleid.

Doordat de gemeente Helmond heeft gekozen voor alternatieven voordat er een voorkeursalternatief is, kan de gemeente tijdig bijsturen en mogelijke negatieve effecten mitigeren. Of het effect daadwerkelijk optreedt is onder meer afhankelijk van de precieze beleidsinvulling en concretisering van het beleid in bijvoorbeeld een omgevingsplan of omgevingsprogramma. Scoping van de beoordelingsaspecten Het nieuwe (voorgenomen) beleid bestaat uit meerdere beleidsuitspraken die over bepaalde thema’s gaan. Voorbeelden van thema’s zijn wonen, economie, mobiliteit, natuur en economie. Voorafgaand aan de effectbeoordeling is er op basis van expert-judgement bepaald met welke beoordelingsaspecten uit de ‘foto van de leefomgeving’ de beleidsuitspraak raakvlakken heeft, dit heet scoping. Het kan zijn dat een beoordelingsaspect gerelateerd is aan meerdere onderwerpen. In bijlage A2 een tabel opgenomen die de relatie laat zien tussen de thema’s van het nieuwe beleid en de beoordelingsaspecten. De beoordeling Elke beleidsuitspraak is vervolgens enkel op deze beoordelingsaspecten beoordeeld in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Het kan ook zijn dat er wel een relatie is maar dat er nagenoeg geen effect te verwachten is. In enkele gevallen is er sprake van zowel kansen als risico’s.

In deze gevallen is per saldo op basis van expert-judgement een afweging gemaakt of er sprake is van overwegend kansen of risico’s. Voor de beoordeling is een vijfpuntschaal gehanteerd, deze is weergeven in onderstaande tabel. Tabel 3-3: Scoringstabel Score

Definitie

++

Zeer grote kans op een positief effect

+

Kans op een positief effect

-

Risico op een negatief effect

--

Zeer groot risico op negatief effect

0

Nagenoeg geen effect

n.v.t.

Geen raakvlak tussen beleidsuitspraak en beoordelingsaspect

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

17

De effecten in het ‘rad van de leefomgeving’ De kansen op positieve effecten en de risico’s op negatieve effecten zijn geprojecteerd in het rad van de leefomgeving. Dit geeft, per beoordelingsaspect, inzicht in de ontwikkeling van het nieuwe beleid ten opzichte van de referentiesituatie. Op basis van deze informatie is in één oogopslag zichtbaar of de Omgevingsvisie leidt tot een relatieve kwaliteitsverbetering of – verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie. Het gaat om een inschatting van het nieuwe kwaliteitsniveau op basis van de relatieve ontwikkeling. De nadruk ligt hierbij op de verbeteringen en verslechteringen ten opzichte van de referentiesituatie in plaats van op de nieuwe kwaliteitsniveaus. Door de ontwikkelingen van de alternatieven in het rad van de leefomgeving te projecten, is ook zichtbaar op welke beoordelingsaspecten aanvullende maatregelen genomen moeten worden om de leefomgeving verder te verbeteren. De ontwikkeling van de varianten ten opzichte van de referentiesituatie is gebaseerd op de effectbeoordeling alternatieven (bijlage A3). De daar benoemde kansen en risico’s zijn bij elkaar opgeteld. Daaruit is afgeleid of er overwegend sprake is van meer kansen op positieve effecten of risico’s op negatieve effecten. In hoeverre er sprake is van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten is benoemd in hoofdstuk 6.1 tot 6.4.

3.6

De botsproeven

De Omgevingsvisie Helmond 2040 schetst een samenhangend en integraal beeld van de Helmondse leefomgeving, de opgaven die er liggen, de ambities die de gemeente wil behalen en het nieuwe beleid dat helpt de ambities te halen. Omdat het om een samenhangend, integraal beeld gaat, is het van belang dat het voorgenomen beleid voldoende consistent is en niet conflicteert. Hierbij is het van belang dat dat de ene uitspraak voor nieuw beleid geen afbreuk doet aan een andere uitspraak, maar dat uitspraken elkaar juist versterken. Want alleen dan kun je spreken van integraal beleid dat in samenhang bijdraagt aan het verbeteren van leefomgevingskwaliteiten en het behalen van ambities. In dit OER zijn zogenaamde ‘botsproeven’ uitgevoerd, waarbij de onderlinge samenhang tussen beleidsuitspraken is beschouwd. De beleidsuitspraken (uit het voorkeursalternatief) zijn, op systematische wijze, onderling met elkaar geconfronteerd en beoordeeld op potentiële onderlinge versterking en strijdigheid. In onderstaande tabel is de score weergeven die bij de systematische beoordeling gehanteerd is. Tabel 3-4: Beoordelingskarakteristieken botsproeven Score

Definitie

+

Kans op versterking/synergie

-

Risico op afbreuk/strijdigheid

+/-

Zowel kans op versterking als risico op afbreuk

0

Nagenoeg geen effect

n.v.t.

Geen onderlinge relatie tussen uitspraken

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

18

3.7

Het doelbereik

Draagt het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie bij aan het halen van de gestelde hoofdopgaven? Dat is de vraag die centraal staat in het doelbereik. In het OER is beoordeeld in hoeverre de hoofdopgaven zoals deze geformuleerd zijn, haalbaar zijn in 2040 en in welke mate de beleidsuitspraken uit het voorkeursalternatief bijdragen. Om tijdig te kunnen bijsturen is ervoor gekozen ook een doorkijk naar het doelbereik te geven op basis van de effectbeoordeling van de alternatieven. Op die manier is de gemeente Helmond in de gelegenheid gesteld om het beleid, waar nodig, aan te passen om de hoofdopgaven te halen.

3.8

De Passende Beoordeling

De gemeente Helmond legt in haar Omgevingsvisie het ruimtelijk beleid vast. In het OER wordt bepaald of dit beleid uitvoerbaar is. In dat kader is in het OER met behulp van een voortoets bepaald of een Passende Beoordeling uitgevoerd moet worden. De Wet natuurbescherming schrijft namelijk voor dat wanneer een activiteit of plan significant negatieve effecten kan hebben op een Natura 2000-gebied een Passende Beoordeling moet worden opgesteld. Bij deze beoordeling wordt niet alleen gekeken naar de gevolgen van de activiteit zelf, maar ook naar de gevolgen die de activiteit in combinatie met andere activiteiten of plannen heeft. Het nieuwe plan kan alleen worden vastgesteld, wanneer op grond van de Passende Beoordeling is vastgesteld dat de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied niet zullen worden aangetast. De Passende Beoordeling is de wettelijke plantoets die hoort bij kaderstellende plannen waarvan een significant negatief effect op een Natura 2000-gebied op voorhand niet uitgesloten kan worden. Het doel van de Passende Beoordeling is: • Het in beeld brengen van de risico’s op significant negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-netwerk als gevolg van het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie; • Beschrijven van mitigerende maatregelen en/of beleidsaanpassingen die nodig zijn om significante effecten te voorkomen.

Het gaat hier met name om aanbevelingen voor de uitwerking van de uitvoeringsbesluiten; • Waar relevant: kansen op positieve effecten. Het detailniveau van de Passende Beoordeling sluit aan bij het detailniveau van de Omgevingsvisie en het voorkeursscenario. In de Passende Beoordeling is bepaald welke factoren een knelpunt zijn bij het behalen van de doelen van de gebieden binnen de verschillende Natura 2000-landschappen. Dit geeft handvatten om een risico-inschatting te maken van de nieuwe beleidsuitspraken. Wanneer bijvoorbeeld verstoring een belangrijk knelpunt binnen een Natura 2000-landschap is, dan is er eerder sprake van een risico op een negatief effect bij beleid dat leidt tot een toename van verstoring. Wanneer van het nieuwe beleid de locatie bekend is, kan nauwkeuriger worden aangegeven welke Natura 2000-gebieden beïnvloed kunnen worden. Aan de hand van deze informatie dient de Passende Beoordeling aannemelijk te maken dat aantasting van natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden is uit te sluiten en dat het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie uitvoerbaar is. De Passende Beoordeling sluit aan op de beoordeling die in het OER is gemaakt.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

19

4

Wat staat er in de ‘foto van de leefomgeving’?

Als onderdeel van het OER zijn de huidige situatie en autonome ontwikkeling in kaart gebracht. Het resultaat hiervan is opgenomen in de ‘foto van de leefomgeving’ en opgenomen als bijlage bij dit OER (bijlage A1). Dit hoofdstuk omvat een samenvatting hiervan. Paragraaf 4.1 gaat in op de algemene kenmerken van de gemeente. Vervolgens is in paragraaf 4.2 een algemeen beeld geschetst van de referentiesituatie. In paragraaf 4.3 zijn de belangrijkste aandachtspunten uit de referentiesituatie omschreven.

4.1

Algemene kenmerken Helmond

De gemeente Helmond bevindt zich in het oosten van de provincie Noord-Brabant en had op het moment dat de foto van de leefomgeving werd gemaakt ongeveer 94.000 inwoners en een oppervlakte van 54,57 km2. De gemeente Helmond kent vier kernen: De stad Helmond, onderverdeeld in een aantal wijken en de voormalige dorpen Stiphout, ‘t Hout en Brouwhuis. Rondom de stad en de kernen bevinden zich natuurgebieden, landbouw en veeteelt.

Figuur 4-1: Gemeente Helmond [Gemeenteatlas.nl, 2021]

De belangrijkste verbindingen van de gemeente met de omgeving zijn de provinciale wegen N270, N279 en N612. De gemeente heeft vier treinstations; Helmond, Helmond Brouwhuis, Helmond ’t Hout en Helmond Brandevoort. Helmond heeft een IC-station op de treinverbinding Schiphol Airport-Eindhoven-Venlo.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

20

4.2

Algemeen beeld

De staat van de fysieke leefomgeving van Helmond is samengevat weergegeven in Figuur 4-2, zowel voor de huidige situatie (lichte lijn) als voor de autonome ontwikkeling tot 2030 (stippellijn).

Figuur 4-2: Rad van de Leefomgeving Helmond voor de huidige situatie en autonome ontwikkeling

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

21

De resultaten van de ‘foto van de leefomgeving’ zijn samengevat weergegeven in het ‘rad van de leefomgeving Helmond’. De witte lijn geeft de huidige situatie weer, de stippellijn de autonome ontwikkeling in 2030. Het verschil tussen de autonome ontwikkeling en de huidige situatie geeft weer in hoeverre er sprake is van een negatieve of positieve autonome trend voor de verschillende indicatoren. De positie van de lijnen in het ‘rad’ (de witte lijn en de stippellijn) is per indicator bepaald aan de hand van de definitie en de gehanteerde schaallat voor de waardering van de huidige en autonome situatie, zoals in de hoofdstukken per thema en beoordelingsaspect beschreven en verantwoord is. Onderstaand worden voor de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen beknopte samenvattingen gegeven. De volgende hoofdstukken bevatten de volledige beschrijvingen voor alle beoordelingsaspecten. Huidige situatie: wisselend kwaliteitsbeeld De huidige staat van de fysieke leefomgeving laat een wisselend beeld zien. Vooral de aspecten verkeersveiligheid, voorzieningenaanbod, cultuurhistorische en archeologische waarden, ruimtelijke vestigingswaarden en fiets- en wandelnetwerk staat de fysieke leefomgeving er op dit moment over het algemeen goed voor (‘groen’).

Leefomgevingsaspecten met een laag kwaliteitsniveau (‘rood’) zijn geurhinder, sociale veiligheid, economische participatie, grondwater, oppervlaktewater, beschermde natuurgebieden, Natuurnetwerk Brabant, duurzame opwekking, broeikasgassen, arbeid, autobereikbaarheid en duurzame en slimme mobiliteit. Autonome ontwikkeling 2030: negatieve en positieve trends De autonome ontwikkeling laat wisselende trends zien in de kwaliteit van de leefomgeving. Bij grondwater, en arbeid is ook in 2030 nog sprake van een tekortschietend kwaliteitsniveau, naar verwachting op hetzelfde niveau als in of verslechterend ten opzichte van de huidige situatie. Voor de aspecten geurhinder, sociale veiligheid, oppervlaktewater, duurzame opwekking, broeikasgassen en autobereikbaarheid zijn positieve autonome trends te verwachten, maar niet voldoende om ‘uit het rood’ te komen. Vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij bovengenoemde aspecten belangrijke opgaven voor de Omgevingsvisie. De locaties van deze knelpunten zijn verder toegelicht in hoofdstuk Error! Reference source not found.. De aspecten woningaanbod en behoefte, bodem en hitte zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’ maar laten autonoom een verslechterende trend zien. Ook voor deze aspecten liggen belangrijke opgaven voor de Omgevingsvisie.

Deze aspecten zijn dan ook verder toegelicht in hoofdstuk Error! Reference source not found.. Daarentegen zijn de aspecten economische participatie, beschermde natuurgebieden, Natuurnetwerk Brabant en duurzame en slimme mobiliteit in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘rood’, maar is de verwachting dat deze autonoom verbeteren naar kwaliteitsniveau ‘oranje’. De aspecten geluidhinder, onderwijs, beschermde soorten en wateroverlast zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, maar laten autonoom geen verandering zien. Voor de aspecten luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid, maatschappelijke participatie, gemeentelijke natuur, energieverbruik en openbaar vervoer zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en laten autonoom een verbetering binnen ‘oranje’ zien. Het aspect beweegvriendelijke leefomgeving laat autonoom een verbetering van ‘oranje’ naar ‘groen’ zien. De aspecten verkeersveiligheid, voorzieningenaanbod, cultuurhistorische waarden en fiets- en wandelnetwerk zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en blijven autonoom gelijk of laten een verbetering binnen ‘groen’ zien. Tenslotte geldt voor het aspect ruimtelijke vestigingswaarden dat deze in de huidige situatie beoordeeld is met kwaliteitsniveau ‘groen’, maar dat deze autonoom verslechterd naar kwaliteitsniveau ‘oranje’.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

22

In Figuur 4-3 zijn de ruimtelijke autonome ontwikkelingen weergegeven, zoals deze opgenomen zijn in de Omgevingsvisie van de gemeente Helmond. Onder deze autonome ontwikkelingen vallen de toevoeging van woningen, werklocaties, natuur(park), fietsverbindingen en een omleiding en de herstructurering van Leonardus en verschillende kruisingen in Helmond.

Figuur 4-3: Autonome ontwikkelingen zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Helmond

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

23

4.3

Belangrijke aandachtspunten

De beoordelingsaspecten die in de huidige situatie en autonome ontwikkeling beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en ‘oranje met verslechterende trend’ zijn aangemerkt als aandachtspunt. Vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij deze aspecten belangrijke opgaven voor de Omgevingsvisie. De aspecten waar het om gaat en het specifieke aandachtspunt zijn hieronder omschreven. Figuur 4-4 geeft een deel van deze aspecten visueel weer in een knelpuntenkaart. Voor sommige aspecten geldt dat deze niet ruimtelijk-specifiek te maken zijn, doordat er geen locatie-specifieke informatie is of omdat het een gemeentebreed aspect is (bijv. broeikasgassen). Geurhinder: in en rond de gemeente Helmond zijn verschillende veehouderijen aanwezig. Binnen Helmond zijn er drie locaties waar de achtergrondbelasting geur van (meerdere) bedrijven aangemerkt zijn als slecht tot matig. Deze locaties zijn weergeven in Figuur Figuur 4-4. Daarnaast is er sprake van industriële geurhinder op en in de directe nabijheid van de bedrijventerrein BZOB en Hoogeind. De bedrijventerreinen liggen in het zuidoosten van Helmond in de buurt van de wijk Brouwhuis. Sociale veiligheid: voor het aspect sociale veiligheid geldt dat dit niet ruimtelijk-specifiek te omschrijven is.

Gemeentebreed vindt een hoog aantal misdrijven plaats in de categorieën diefstal van brom-, snor- en fietsen, diefstal en inbraak bij bedrijven, zedenmisdrijven, vernielingen en verboden wapenbezit en -handel. Wat betreft de sociale veiligheidsindex is er sprake van een negatieve trend binnen onveiligheidsbeleving, specifiek binnen onveiligheidsgevoelens, onveiligheidsperceptie en vermijdingsdrang. Woningaanbod en behoefte: ook het aspect woningaanbod en behoefte is niet ruimtelijk-specifiek te maken. Binnen de gemeente Helmond is er een tekort aan zowel koop- als huurwoningen en aan zowel eengezinsen meergezinswoningen. Het gaat dan met name om de categorieën betaalbare en middeldure huur- en koopwoningen en nultredenwoningen (huur- en koopwoningen). Bodem: een groot deel van de gemeente Helmond ligt op zandgronden, hier is nagenoeg geen sprake van bodemdaling. Dit vormt wel een probleem op veengronden. Veen komt op enkele plekken in de gemeente Helmond voor en is weergeven in Figuur 4-4. Grondwater: vanwege de zandige ondergrond ligt de grondwaterstand in de gemeente Helmond laag. Uitzondering hierop vormen de beken en veengebieden. Als gevolg van klimaatverandering (hoge temperaturen) kan het grondwater verdampen. De gevolgen hiervan zijn verdroging van graslanden en funderingsschade door paalrot. Locaties die hierbij en aandachtspunt vormen zijn opgenomen in Figuur 4-4.

Oppervlaktewater: op meerdere locaties in Helmond komt gedurende de zomermaanden blauwalg voor, dit is geen vaststaand probleem maar vormt zich afhankelijk van de omstandigheden. Riooloverstorten kunnen een potentieel gezondheidsrisico vormen, de Goorloop is een van de waterlichamen die als aandachtspunt is aangewezen als het gaat om mogelijk gezondheidsrisico’s. Duurzame opwekking: het percentage duurzaam opgewekte energie ligt lager dan het landelijk gemiddelde en voldoet nog niet aan de doelstelling vanuit de EU. Dit aspect is een gemeentebreed aspect en is niet ruimtelijk- specifiek te maken. Hitte: hittestress wordt veroorzaakt door een groot percentage verhard oppervlakte. In gebieden waar kwetsbare functies aanwezig zijn (zoals verzorgingshuizen) kan dit een groot probleem vormen. De aandachtsgebieden voor hittestress zijn weergeven in Figuur 4-4.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

24

Broeikasgassen: het aspect broeikasgassen is een gemeentebreed aspect en daardoor niet ruimtelijkspecifiek te maken. De gemeente Helmond voldoet nog niet aan de gestelde reductiedoelen uit de Klimaatwet. Arbeid: het aantal banen ligt lager dan het landelijk gemiddelde, het gaat om een gemeentebreed aspect en is daardoor niet-ruimtelijk specifiek te maken. Autobereikbaarheid: op enkele locaties in Helmond is sprake van capaciteit- en/of doorstromingsproblemen voor het autoverkeer. Deze locaties zijn visueel weergeven in Figuur 4-4. Autonoom wordt ingezet op verbetering van de doorstroming op de N270. Het is onduidelijk op welke locaties wat aangepast wordt en dus in hoeverre de knelpunten opgelost worden. Vandaar dat deze twee locaties in de knelpuntenkaart aangeduid zijn als knelpunt.

Figuur 4-4: Aandachtsgebieden uit de huidige situatie en autonome ontwikkeling

Naast bovenstaande aandachtspunten geldt dat de aspecten geluidhinder, onderwijs, beschermde soorten en wateroverlast in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en autonoom geen verbetering of verslechtering laten zien. Ook hier ligt een opgave voor de Omgevingsvisie. Deze aspecten zijn niet in bovenstaand Figuur 4-4 weergeven.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

25

5

Welke alternatieven zijn er?

In dit hoofdstuk zijn de ontwikkelalternatieven beschreven. De alternatieven zijn uitwerkingen van de opgaven in Helmond, waarbij de hoeken van het speelveld onderzocht zijn. Deze alternatieven zijn ontwikkeld om de effecten te kunnen bepalen in het kader van dit OER. Door het uitvoeren van deze ‘wat als’-studie, ontstaan op basis van de effecten onderbouwde argumenten. De twee alternatieven hebben allebei een a- en een b-variant, waarbij het verschil zit in de woningbouwontwikkeling. De verschillen in de alternatieven Er zijn twee basisalternatieven. Deze zijn gebaseerd op de hoofdkeuze voor verstedelijking. Het eerste alternatief gaat uit van verstedelijking (woningbouw en voorzieningen) binnen de bestaande stad. Vanuit het oogpunt van bereikbaarheid is dit alternatief gericht op het terugdringen van autogebruik en een forse mobiliteitstransitie. Voorzieningen zijn voor een groot deel geconcentreerd in het centrum. Het tweede alternatief gaat uit van een meer gespreide ontwikkeling van woningen en voorzieningen in en om de stad, voornamelijk door diverse uitbreidingslocaties in lage dichtheden. Dit alternatief is gericht op autogebruik. Naast uitbreiding vindt in dit alternatief uitwisseling plaats van doelgroepen tussen bestaande en nieuwe wijken, met het oog op diversificatie. Voorzieningen zijn meer gespreid over de wijken.

5.1

Alternatief 1: Inbreiding en nieuwe stedelijkheid

De woningbouwopgave landt in de bestaande stad, in en rondom het centrum en de treinstations. Er wordt gebouwd in relatief hoge dichtheden (tot 80 woningen/ha) voor zeer diverse doelgroepen in allerlei prijsklassen (koop en huur): gezinnen, alleenstaanden, expats, ouderen etc. In het gebied vindt functiemenging plaats in stedelijke woon-werkmilieus met start- en scale-ups, broedplaatsen en kleinschalige bedrijvigheid die zich goed verdraagt met een woonfunctie. Om het gebied met deze woningaantallen bereikbaar en leefbaar te houden, wordt vol ingezet op de mobiliteitstransitie. Het OV wordt fors opgeschaald en gemoderniseerd, waarbij alle wijken goed bereikbaar zijn met OV en ook omliggende gemeenten aangehaakt zijn op het OV-netwerk. Bij OV moet ook gedacht worden aan innovatieve ‘last-mile-oplossingen’ zoals autonoom rijdende voertuigen en smart mobility. Fietsen en wandelen krijgt ruim baan. Hiertoe wordt het binnenstedelijke fietsnetwerk fors uitgebreid en verbeterd. Ontbrekende schakels worden ingevuld en bestaande paden worden verbreed. Indien nodig wordt hiervoor bestaande auto-infra opgeofferd. Voorrangssituaties wijzigen ten gunste van fietsers en voetgangers. Het centrum wordt autoluw gemaakt. Het huidige doorgaand verkeer door het centrum (via de Kasteel-Traverse) wordt via een buiten- en een binnenring om het centrum geleid.

De buiten- en binnenring zijn qua structuur al aanwezig in de stad, maar qua inrichting nog niet voorbereid op extra verkeer. De Kasteel-Traverse wordt ter hoogte van het centrum alleen nog maar gebruikt voor lokaal (centrum)verkeer. Bedrijventerrein Hoogeind en De Weijer wordt geherstructureerd en verdicht. De focus ligt op de ontwikkeling van innovatieve maakindustrie. Deze verdichting kan plaatsvinden door optopping van bestaande bedrijfspanden (‘de lucht in’). De bedrijven die moeten verplaatsen vanuit de transformatielocaties krijgen nieuwe ruimte in of nabij Helmond (bijvoorbeeld op het regionale bedrijventerrein). Het buitengebied wordt ingericht als uitloopgebied voor de Helmondse inwoners en krijgt een parkachtig functie, met de volgende kenmerken: kleinschalig landschap met goede recreatieve verbindingen tussen stad en ommeland, natuurontwikkeling, lokale duurzame voedselproductie, kleinschalige horeca en maatschappelijke functies passend bij aard en schaal, energieopwekking. De bestaande stedelijke groenstructuren blijven intact en worden beter beschermd, er vindt geen substantiële uitbreiding plaats.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

26

5.1.1

Variant 1A

In variant 1A worden 19.000 woningen gebouwd (waarvan 6.831 woningen autonoom) op overwegend binnenstedelijk transformatie- en verdichtingslocatie. Met uitzondering van één verdichtingslocatie (Houtsdonk), zijn alle locaties in de huidige situatie vrijwel volledig verhard door ofwel bestaande bedrijven ofwel bestaande woningen in lagere dichtheden. De locatie Houtsdonk is nog deels onverhard door de huidige aanwezigheid van enkele sportvelden en groenstructuren.

Figuur 5-1: Variant 1A in kaart

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

27

Tabel 5-1: Beleidsuitspraken bij variant 1A.

Variant 1A Hoofdopgave

Thema

#

Uitspraak

Uitbreiding met 19.000 woningen (waarvan 6.831 autonoom en 12.169 nieuwe woningen). De 12.169 nieuwe woningen in hogere dichtheden (60Wonen 1 80 woningen per hectare) door het optoppen van winkels in het centrum, transformatie en verdichting van gebieden in en rond het centrum en bij stations Brouwhuis en ‘t Hout. Er wordt een dubbele ringstructuur om het centrum aangelegd voor de afwikkeling van het stedelijke verkeer. De ringstructuur bestaat al deels en wordt verder aangevuld. Het gaat om een 2x1 baansweg. Op de buitenste 2 ring is de maximale snelheid 50 km/uur. De binnenste ring heeft een maximale snelheid van 30 km/uur. De Kasteel-Traverse wordt ter hoogte van het centrum afgewaardeerd naar 2x1 baans ten behoeve van afwikkeling van centrumverkeer. Mobiliteit Economisch vitaal, Er wordt maximaal ingezet op openbaar vervoer, fietsen en wandelen. innovatief en aantrekkelijk Hierbij wordt de bestaande infrastructuur aangepast naar het gebruik door openbaar vervoer, fiets en voetganger ten koste van ruimte voor de auto. 3 Waar nodig wordt nieuwe infrastructuur voor deze groepen aangelegd. Ook regionale fietsverbindingen naar het omliggende gebied worden aangelegd. Er wordt ingezet op stedelijke werkmilieus in en rond het centrum en langs het kanaal. Dit zijn multifunctionele gebieden met een combinatie van wonen en werken die onderling verenigbaar is.

Deze gebieden zijn aangemerkt als broedplaatsen. De bestaande bedrijventerreinen Hoogeind Economie 4 en De Weyer worden hergestructureerd. De focus ligt hier op de kennisintensieve maakindustrie. De bedrijven die moeten verplaatsen a.g.v. transformatie naar woningbouw blijven in of in de omgeving van Helmond. Op meerdere locaties in de gemeente zijn er zoekgebieden voor zonnevelden. De helft van deze gebieden wordt gebruikt voor de Energie 5 opwekking van zonne-energie. Een groot deel van deze gebieden zijn parklandschappen. Hier geldt dat zonnevelden in lage dichtheden ontwikkeld worden. Het buitengebied wordt ontwikkeld als stadspark en uitloopgebied. Hier ligt Buitengebied 6 de focus op natuur, landschap en (extensieve) recreatie. Overige functies Duurzaam en leefbaar zoals landbouw zijn hier ondergeschikt. Natuur buiten de bebouwde kom wordt versterkt door de afschaling van de (hoog)productieve landbouwfunctie en opwaardering van landschap. Natuur 7 Landschapselementen worden toegevoegd. Natuur wordt uitgebreid, waarbij aansluiting gezocht wordt bij bestaande natuurgebieden. De bestaande stedelijke groenstructuren blijven intact en worden beter Stedelijk groen 8 beschermd, maar er vindt geen substantiële uitbreiding plaats. Economisch vitaal, Uitbreiding van het aantal stedelijke voorzieningen in het centrum van Voorzieningen 9 innovatief en aantrekkelijk Helmond.

*In de tabel is met lichtpaars aangegeven welke uitspraken onderscheidend zijn van variant 2B. De overige uitspraken (met wit aangegeven) zijn hetzelfde voor variant 1A en 1B.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

28

5.1.2

Variant 1B

Variant 1B is opgebouwd uit dezelfde principes als variant 1A, maar gaat uit van maximaal 10.000 woningen (waarvan 6.813 woningen autonoom). Hierdoor is er sprake van minder transformatie- en inbreidingslocaties en blijven er meer bestaande bedrijventerreinen in/nabij het centrum van de stad aanwezig. De locaties in variant 1B zijn allen transformatielocaties.

Figuur 5-2: Variant 1B in kaart.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

29

Tabel 5-2: Beleidsuitspraken bij variant 1B*.

Variant 1B Hoofdopgave

Thema

#

Uitspraak

Uitbreiding met 10.000 woningen (waarvan 6.831 autonoom en 3.169 nieuwe woningen). De 3.169 nieuwe woningen in hogere dichtheden (65 woningen per hectare) in stedelijke woonWonen 1 werkgebieden (verdichting van het centrum) en door het optoppen van winkels in het centrum. In vergelijking met variant 1A worden er minder bedrijventerreinen in en om het centrum getransformeerd naar wonen. Economisch vitaal, innovatief Er wordt ingezet op stedelijke werkmilieus in het centrum. Dit zijn en aantrekkelijk multifunctionele gebieden met een combinatie van wonen en werken die onderling verenigbaar is. Deze gebieden zijn aangemerkt als broedplaatsen. Economie 2 In vergelijking met V1A gaat het om minder woon-werk gebieden. Dit komt omdat er in V1B minder woningen ontwikkeld worden. De bestaande bedrijventerreinen Hoogeind en De Weyer worden hergestructureerd. De focus ligt op de kennisintensieve maakindustrie. *In deze tabel zijn enkel de thema’s en bijbehorende uitspraken weergeven waarin variant 1B onderscheidend is van variant 1A. De overige thema’s en uitspraken zijn voor variant 1B gelijk aan variant 1A, zie hiervoor Tabel 5-1.

5.2

Alternatief 2: Gebiedsgericht maatwerk

De voornaamste focus bij alternatief 2 ligt bij de ontwikkeling van uitleglocaties met woningen in lage dichtheden. In dit alternatief vindt in de wijken met een hoog percentage aan sociale huurwoningen lokaal verdunning en uitwisseling plaats met de nieuw aan te leggen woningen in de uitleggebieden. Daarmee komt in de bestaande wijken meer ruimte voor andere doelgroepen (diversificatie). Dit alternatief is, vanwege de spreiding in bebouwing, gericht op automobiliteit. De uitleglocaties krijgen toegangswegen die aantakken op de bestaande omliggende wegstructuren. Indien nodig wordt de capaciteit van bestaande wegen verder uitgebreid om de toename van het autoverkeer te kunnen verwerken. De Kasteel-Traverse behoudt haar huidige functie als 2x2 baansweg en krijgt een ondertunneling ter hoogte van het centrum. Dit gebeurt om de leefbaarheid in het centrum op peil te houden bij een verdere toename van het verkeer. Er vindt geen inzet plaats op de mobiliteitstransitie. Qua economie richt alternatief 2 zich op uitbreiding van een monofunctioneel bedrijventerrein in het gebied Varenschut-noord, bedoeld voor uitbreidingsbehoefte van de huidige bedrijven in Helmond. Er vindt geen herstructurering plaats van de bestaande bedrijventerreinen. Er vindt geen inzet plaats op ontwikkeling van stedelijke woon-werkmilieus.

In alternatief 2 worden de binnenstedelijke groenstructuren versterkt en fors uitgebreid. Doordat er een minder grote verdichting en lokaal zelfs verdunning van woningen plaatsvindt, wordt er ruimte gemaakt voor substantiële uitbreiding van groenstructuren, groene plekken en parkjes in de stad. Er wordt, boven op de autonome ontwikkeling, niet geïnvesteerd in (de kwaliteit van) het buitengebied. Er vindt geen landschapsontwikkeling plaats, geen uitbreiding van natuur. In het buitengebied worden de afweegbare gebieden zon, voor zover deze niet nodig zijn voor woningbouw, ingevuld met grootschaliger zonnevelden.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

30

5.2.1

Variant 2A

Het belangrijkste uitgangspunt bij ontwikkelalternatief 2 is het in beeld brengen van een meer gespreide ontwikkeling van Helmond. De locaties voor woningbouwontwikkeling liggen, in tegenstelling tot het huidige beleid, vooral buiten de bestaande stad in uitbreidingslocaties. Deze zijn op een logische manier op de bestaande ontsluitingsstructuur aangesloten. Voorzieningen en inbreiding zijn daarnaast ook meer gespreid door de stad, vooral met het oog op kwaliteitsverbetering van de bestaande wijken (vervangende nieuwbouw, diversiteit woningtypen vergroten). Een investering in groene routes en plekken hoort bij de kwaliteitsverbetering in de stad.

Figuur 5-3: Variant 2A in kaart.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

31

Tabel 5-3: Beleidsuitspraken bij variant 2A.

Variant 2A Hoofdopgave

Thema

Wonen

#

1

Economisch vitaal, innovatief en aantrekkelijk Mobiliteit

2

3

Economie

4

Energie

5

Buitengebied

6

Natuur

7

Stedelijk groen

8

Duurzaam en leefbaar

Uitspraak Uitbreiding met 10.000 woningen (waarvan 6.831 autonoom en 3.169 nieuwe woningen). De 3.169 nieuwe woningen worden gebouwd in 'groen-buiten-wonen' uitleglocaties. Deze uitleglocaties liggen deels in Kloostereind, deels ten westen van Stiphout en bij Dierdonk. De woningen worden in lage dichtheden gebouwd (1022,5 woningen per hectare). Binnen de bebouwde kom worden in bestaande gebieden met een hoog percentage sociale huurwoningen gesloopt en vervangen door nieuwbouw voor andere doelgroepen. Dit om de diversiteit te vergroten. In de nieuwe uitleggebieden worden ter compensatie sociale huurwoningen toegevoegd. De N270 wordt ter hoogte van de Kasteel-Traverse ondertunneld t.b.v. leefbaarheid bij toenemend autoverkeer. Er worden wijkontsluitingswegen voor autoverkeer aangelegd van en naar de drie nieuwe woonwijken. Er worden geen nieuwe routes voor openbaar vervoer, fietsers en voetgangers ontwikkeld. Er komt 62 hectare nieuw bedrijventerrein bij. Het beoogde gebied ligt ten westen van Hoogeind en De Weyer. Focus in dit nieuwe gebied ligt op de kennisintensieve maakindustrie. Er vindt geen herstructurering van bestaande bedrijventerreinen plaats. Rondom de bebouwde kom zijn er meerdere zoekgebieden aangewezen voor zonnevelden. Al deze zoekgebieden worden benut. Daarnaast heeft elke wijk een collectief warmtesysteem.

Primaire focus in het buitengebied is ruimte voor de energietransitie, in de vorm van zonnevelden. De overige functies zijn ondergeschikt. Er is wel aandacht voor het Natuurnetwerk Brabant. Geen landschapsontwikkeling. In het buitengebied wordt geen extra natuur aangelegd. De focus ligt op aanleg zonnevelden (intensief gebruik). Het stedelijk groen in de stad wordt versterkt en fors uitgebreid in de vorm van kleinschalige groengebieden/ parkjes in de stad en stevige groenstructuren die deze gebieden onderling verbinden.

Economisch vitaal, Voorzieningen 9 Voorzieningen meer verspreid over de stad. innovatief en aantrekkelijk *In de tabel is met lichtpaars aangegeven welke uitspraken onderscheidend zijn van variant 2B. De overige uitspraken (met wit aangegeven) zijn hetzelfde voor variant 2A en 2B.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

32

5.2.2

Variant 2B

Variant 2B is opgebouwd uit dezelfde principes als variant 2A maar gaat uit van fors meer woningen, namelijk 19.000 woningen (minus 6.813 woningen autonoom). Bij variant 2B zijn er ook enkele binnenstedelijke locaties nodig om aan het aantal woningen te komen. Deze binnenstedelijke locaties kennen een lagere dichtheid dan bij alternatief 1.

Figuur 5-4: Variant 2B in kaart.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

33

Tabel 5-4: Beleidsuitspraken bij variant 2B*.

Variant 2B Hoofdopgave

Thema

#

Uitspraak

Uitbreiding met 19.000 woningen (waarvan 6.831 autonoom en 12.169 nieuwe woningen). De 12.169 nieuwe woningen komen in de eerste plaats op uitleglocaties. Resterend aantal wordt binnenstedelijk gerealiseerd in lagere dichtheden als alternatief 1. De uitleglocaties liggen deels in Kloostereind, deels ten westen van Stiphout, bij Dierdonk en rond Helmond Noord. Binnen de bebouwde kom liggen de woningen in en rond het centrum en op de bedrijventerreinen Kanaaldijk Noord. Woningen Wonen 1 worden gebouwd in lage dichtheden (10-30 woningen per hectare). Het Economisch vitaal, innovatief en gaat om monofunctionele woongebieden. Binnen de bebouwde kom aantrekkelijk worden in bestaande gebieden met een hoog percentage sociale huurwoningen gesloopt en vervangen door nieuwbouw voor andere doelgroepen. Dit om de diversiteit te vergroten. In de nieuwe uitleggebieden worden ter compensatie sociale huurwoningen toegevoegd. De N270 wordt ter hoogte van de Kasteel-Traverse ondertunneld t.b.v. Mobiliteit 2 leefbaarheid bij toenemend autoverkeer. Er worden wijkontsluitingswegen voor autoverkeer aangelegd van en naar de zes nieuwe woonwijken *In deze tabel zijn enkel de thema’s en bijbehorende uitspraken weergeven waarin variant 2B onderscheidend is van variant 2A. De overige thema’s en uitspraken zijn voor variant 2B gelijk aan variant 2A, zie hiervoor Tabel 5-3.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

34

6

Wat zijn de gevolgen van de alternatieven?

In dit hoofdstuk worden de effecten van de alternatieven en varianten beschreven. Dit is gedaan door de beleidsuitspraken (zoals beschreven in hoofdstuk 5) te toetsen aan de beoordelingsaspecten uit de ‘foto van de leefomgeving’. Omdat de alternatieven en varianten voor de Omgevingsvisie niet in detail uitgewerkt zijn, is het niet mogelijk de effecten precies te berekenen. Daardoor wordt er gesproken van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. De effecten hoeven niet daadwerkelijk op te treden, maar geven een indicatie van de mogelijke gevolgen van een beleidsuitspraak. Of het effect daadwerkelijk optreedt is onder meer afhankelijk van de precieze beleidsinvulling en concretisering van het beleid in bijvoorbeeld een omgevingsplan of omgevingsprogramma. De effectbeoordeling van de alternatieven en beargumentatie hierachter zijn opgenomen in bijlage A3 en A4.

6.1

Variant 1A

6.1.1

Wonen

Beleidsuitspraak ‘Uitbreiding met 19.000 woningen (waarvan 6.831 autonoom en 12.169 nieuwe woningen). De 12.169 nieuwe woningen in hogere dichtheden (60-80 woningen per hectare) door het optoppen van winkels in het centrum, transformatie en verdichting van gebieden in en rond het centrum en in de nabijheid van de stations. Kansen op positieve effecten In variant 1A wordt ingezet op een forse toename van het aantal woningen, met name in hoge dichtheden (meergezinswoningen). In de huidige situatie zit het tekort in woningen met name in deze categorie. Het is aannemelijk dat het tekort uit de huidige situatie hiermee opgelost wordt. Dit resulteert in een zeer grote kans op een positief effect op het beoordelingsaspect woningaanbod en behoefte. Nieuwe woningen zijn over het algemeen duurzamer dan oudere woningen. Dit komt door betere isolatie en de verplichting tot gasloos bouwen. Het is aannemelijk dat het gemiddelde energielabel van woningen in Helmond hiermee verbetert. Dit resulteert in een kans op een positief effect voor het beoordelingsaspect energieverbruik. Wel geldt dat het totale energieverbruik in Helmond toe zal nemen door extra woningen. Door een groot aantal woningen te bouwen in de nabijheid van de stations, met name rondom het IC-station, neemt de gemiddelde afstand tot treinstations af. Dit leidt heeft een positief effect op openbaar vervoer.

Risico’s op negatieve effecten Een forse toename in het aantal woningen heeft als gevolg dat er meer inwoners zijn en daarmee een toename in verkeersbewegingen. Gezien de omvang van het aantal woningen en de te verwachten bevolkingsgroei gaat het om een grote toename in verkeersbewegingen. Dit kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit en toename van geluidhinder door wegverkeer. Voor geluidhinder geldt dat woningen in combinatie met werkmilieus ook kan leiden tot meer (geluids)overlast. Als gevolg van meer verkeersbewegingen en -deelnemers kan een toename in conflicten in het verkeer ontstaan en daarmee resulteren in een verslechtering van de verkeersveiligheid. De toename van verkeersbewegingen van met name de auto resulteert de aankomende jaren nog in een toename van de stikstofuitstoot. Dit vormt een zeer groot risico voor de in de omgeving van Helmond gelegen beschermde natuurgebieden (N2000) en het Natuurnetwerk Brabant (NNB) dat ook gevoelig is voor stikstof. Het is wel aannemelijk dat door een technologische ontwikkelingen en de opkomst van elektrisch rijden die door de jaren heen minder wordt. Tenslotte kan een toename in verkeer en woningen ook resulteren in een toename in de uitstoot van broeikasgassen.

Vanwege de omvang van het aantal woningen in dit alternatief is er sprake van zeer grote risico’s op negatieve effecten voor bovengenoemde beoordelingsaspecten.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

35

Variant 1A zet in op inbreiding binnen het bestaande stedelijke gebied. Hiervoor zijn verschillende gebieden aangewezen waar in hoge dichtheden wordt gebouwd (60-80 woningen per hectare). Door inbreiding kan het percentage verhard oppervlakte toenemen. Met name in de gebieden die aangewezen zijn voor inbreiding is er in de huidige situatie sprake van kwetsbaarheid voor hittestress. Het is aannemelijk dat een toename van verhard oppervlakte in deze gebieden hittestress verder zal versterken, tenzij de gemeentemaatregelen neemt om dit te vereffenen. Desondanks zal het aantal blootgestelden aan hittestress wel toenemen door de nieuwe woningen te bouwen in gebieden met hittestress wat kan leiden tot verhoogde kwetsbaarheid. De aangewezen inbreidingsgebieden liggen daarnaast in directe nabijheid van risicobronnen voor omgevingsveiligheid. Zoals de spoorlijn Eindhoven-Venlo die is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen. Hetzelfde geldt voor de buisleiding die door het kanaal loopt. Nieuwe woningen in hoge dichtheden in deze gebieden resulteren in een grotere bevolkingsgroep die mogelijk blootgesteld wordt aan gevaren bij een ramp. Ook voor bovengenoemde beoordelingsaspecten geldt dat het gaat om zeer grote risico’s op negatieve effecten.

Risico’s op negatieve effecten hangen tenslotte samen met inbreiding, wat een risico kan vormen voor in de buurt aanwezige beschermde soorten, zoals vleermuizen. Een toename van verhard oppervlakte, zoals omschreven bij hittestress, vormt ook een risico voor wateroverlast. Door meer verhard oppervlakte kan regen, dat tijdens extreme buien valt, moeilijker afgevoerd worden. Tenslotte geldt dat de toename in verkeersbewegingen, als gevolg van de forse toename in woningen, per saldo kan leiden tot toename van congestie en doorstromingsproblemen op binnenstedelijke wegen (autobereikbaarheid). Het feit dat inbreiding in de nabijheid van openbaar vervoersvoorzieningen plaatsvindt vormt een kans. Echter is het risico per saldo groter. Samenvattend Met deze variant wordt het woningtekort naar verwachting opgelost, waardoor er positieve effecten optreden op het aspect woningaanbod en -behoefte. Aandachtspunt voor deze variant is het bouwen in grote dichtheden en de gevolgen die dat kan hebben voor met name de gezondheid van inwoners (hittestress, geluidhinder, luchtkwaliteit, broeikasgassen). Dit zijn aspecten die er in de huidige situatie ook al knelpunten vormen. Aanvullend is ook het bouwen in de buurt van de spoorlijn Eindhoven-Venlo een aandachtspunt met betrekking tot omgevingsveiligheid.

6.1.2

Mobiliteit

Beleidsuitspraak ‘Er wordt een dubbele ringstructuur om het centrum aangelegd voor de afwikkeling van het stedelijke verkeer. De ringstructuur bestaat al deels en wordt verder aangevuld. Het gaat om een 2x1 baansweg. Op de buitenste ring is de maximale snelheid 50 km/uur. De binnenste ring heeft een maximale snelheid van 30 km/uur. De Kasteel-Traverse wordt ter hoogte van het centrum afgewaardeerd naar 2x1 baans ten behoeve van afwikkeling van centrumverkeer.’ Kansen op positieve effecten Het afwaarderen van de Kasteel-Traverse zorgt in het centrum voor lokale verbetering van de leefkwaliteit (luchtkwaliteit, geluidhinder) en de ruimtelijke kwaliteit (beweegvriendelijke leefomgeving, verkeersveiligheid). Het centrum blijft ook bereikbaar via de Kasteel-Traverse voor bestemmingsverkeer.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

36

Risico’s op negatieve effecten Het directe gevolg van het afwaarderen van de Kasteel-Traverse als doorgaande verbinding via de N270 is dat het (doorgaande) verkeer gaat omrijden via een ringstructuur. De afstand die afgelegd wordt binnen de bebouwde kom is hierdoor langer. De inrichting van de wegstructuur is een 2x1 baansweg. De maximale snelheid op deze weg is 30 km/uur op de binnenste ring en 50 km/uur op de buitenste ring, Door het afwaarderen van de Kasteel-Traverse voor bestemmingsverkeer zal de verkeersintensiteit op de ringstructuur toenemen. De weginrichting verandert echter niet ten opzichte van de huidige situatie. Het is hierdoor aannemelijk dat het drukker wordt op deze wegen en dat er mogelijk meer sprake zal zijn van congestie en een verslechtering in de doorstroming van het verkeer (autobereikbaarheid). Een toename in de intensiteit van het verkeer in de buurt van woningen kan leiden tot een lokale afname van de luchtkwaliteit en toename van geluidhinder. De combinatie van een toename in intensiteit op een weg met meerdere kruispunten kan leiden tot een toename in conflicten en een verslechtering van de verkeersveiligheid. Omdat de afstand die afgelegd wordt door doorgaand verkeer groter en het risico op meer congestie bestaat is er sprake van een risico op toename van stikstofuitstoot.

Dit is nadelig voor beschermde natuurgebieden (N2000) in de omgeving en stikstofgevoelige natuur behorende tot het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Samenvattend Het omleiden van het doorgaande verkeer via een ringstructuur resulteert in een lokale verbetering in het centrum van de leefkwaliteit en ruimtelijke kwaliteit. De omleiding van het doorgaande verkeer via de centrumring kan voor een verslechtering bij deze aspecten zorgen langs de centrumring. Per saldo is er sprake van meer negatieve effecten dan positieve effecten, vanwege de grotere lengte van de centrumring en meer potentieel gehinderden. Het omleiden van het doorgaande verkeer via een ringstructuur resulteert daarom in risico’s op negatieve effecten. Deze zijn allemaal gerelateerde aan een toenemende intensiteit op de ringstructuur en een afname in de doorstroming. Gevolgen zijn enerzijds voor de gezondheid en anderzijds voor de natuur. Beleidsuitspraak ‘Er wordt maximaal ingezet op openbaar vervoer, fietsen en wandelen. Hierbij wordt de bestaande infrastructuur aangepast naar het gebruik door openbaar vervoer, fiets en voetganger ten koste van ruimte voor de auto. Waar nodig wordt nieuwe infrastructuur voor deze groepen aangelegd.

Ook regionale fietsverbindingen naar het omliggende gebied worden aangelegd.’ Kansen op positieve effecten Nieuwe lokale en regionale verbindingen voor het OV, fiets en wandelnetwerk kunnen een substitutie-effect hebben op het autogebruik. Dit kan leiden tot verminderd autogebruik. Indien dit werkelijk het gevolg is, zijn er zeer positieve effecten te verwachten voor luchtkwaliteit en broeikasgassen door een vermindering van de uitstoot. Nieuwe verbindingen kunnen het fiets- en wandelnetwerk en de beweegvriendelijke leefomgeving versterken en een kans vormen voor de overstapmogelijk van/naar het openbaar vervoer. Het substitutie-effect kan ook leiden tot een afname in geluidhinder, en een verbetering van de verkeersveiligheid. Goede en meer (fiets)verbindingen vormt daarnaast een kans voor duurzame en slimme mobiliteit (modal split fiets) en een verbetering van de ruimtelijke vestigingswaarden. Risico’s op negatieve effecten Naast kansen zijn er ook (beperkte) risico’s. Een zeer groot risico wordt voorzien voor het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Dit komt met name door de barrièrewerking die kan ontstaan als gevolg van de nieuwe verbindingen en de verstoring van de gebieden. Ook voor beschermde soorten is er sprake van een risico op verstoring van de leefgebieden.

Door actief in te zetten op voorrang voor openbaar vervoer, fiets en voetganger ten koste van de ruimte voor de auto kan een risico vormen voor de doorstroming van het autoverkeer.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

37

Samenvattend De aanleg van nieuwe fiets- en wandelverbindingen en de inzet op openbaar vervoer laat met name kansen zien voor de leefbaarheid en bereikbaarheid van Helmond. Risico’s zijn ervoor natuur, met name door verstoring van leefgebieden en autobereikbaarheid

6.1.3

Economie

Beleidsuitspraak ‘Er wordt ingezet op stedelijke werkmilieus in en rond het centrum en langs het kanaal. Dit zijn multifunctionele gebieden met een combinatie van wonen en werken die onderling verenigbaar is. Deze gebieden zijn aangemerkt als broedplaatsen. De bestaande bedrijventerreinen Hoogeind en De Weyer worden hergestructureerd. De focus ligt hier op de kennisintensieve maakindustrie. De bedrijven die moeten verplaatsen als gevolg van transformatie naar woningbouw blijven in of in de omgeving van Helmond.’ Kansen op positieve effecten Het realiseren van stedelijke werkmilieus in en rond het centrum en langs het kanaal en de inzet op kennisintensieve maakindustrie zorgt voor een toename van het aantal banen en arbeid. Daarnaast zorg een woon-werkmilieu voor een continue bezetting wat de sociale veiligheid in deze gebieden kan verbeteren. De herstructurering van bestaande bedrijventerreinen biedt een kans op een afname van geurhinder door het mogelijke vertrek van geurintensieve industrie. Een herstructurering biedt ook een kans op vermindering van risicovolle instanties en vervoer van gevaarlijke stoffen in het kader van omgevingsveiligheid. Indirect effect van herstructurering is het bouwen of renoveren van gebouwen volgens de actuele normen die op dat moment gelden.

Dit is hier niet expliciet beoordeeld vanwege het indirecte karakter, maar kan wel leiden tot positieve effecten op energieverbruik, duurzaamheid en klimaat. Risico’s op negatieve effecten Herstructurering van bestaande panden kan leefgebieden van beschermde soorten verstoren. Samenvattend De herstructurering van bestaande bedrijventerreinen en toevoeging van woon-werkmilieus biedt kansen voor omgevingsveiligheid, arbeid en een kwaliteitsverbetering van de bedrijventerreinen. De Herstructurering kan leiden tot de verstoring van leefgebieden voor beschermde soorten.

6.1.4

Energie

Beleidsuitspraak ‘Op meerdere locaties in de gemeente zijn er zoekgebieden voor zonnevelden. De helft van deze gebieden wordt gebruikt voor de opwekking van zonne-energie. Een groot deel van deze gebieden zijn parklandschappen. Hier geldt dat zonnevelden in lage dichtheden ontwikkeld worden.’ Kansen op positieve effecten De aanleg van zonnevelden betekent een toename van duurzame opwekking. Hierdoor ontstaat een kans op afname van de uitstoot van broeikasgassen. Risico’s op negatieve effecten In variant 1A worden de helft van de zoekgebieden voor zonnevelden benut. De aanleg van zonnevelden vormt een risico op verstoring van het cultuurhistorische en archeologische waarden. De aanleg van energie-infrastructuur kan archeologische waarden in de bodem aantasten. Daarnaast vormen zonnevelden

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

38

een risico voor de herkenbaarheid van cultuurhistorische structuren en linten. Ook vormen zonnevelden een risico voor het grondwater. Door de zonnepanelen krijgt het bodemoppervlak minder licht en is er plaatselijk risico op droogtestress. De aanleg van zonnevelden vindt plaats in het buitengebied. Daarom vormt het een risico op vermindering van gemeentelijke natuur en verstoring van het leefgebied van beschermde soorten. Samenvattend De aanleg van zonnevelden leidt tot kansen op positieve effecten op klimaat en duurzame energie. De aanleg van zonneveleden in het buitengebied vormt echter ook risico’s voor de cultuurhistorische en archeologische waarden, de bodem en grondwaterkwaliteit en de natuur en ecologie.

6.1.5

Buitengebied

Beleidsuitspraak ‘Het buitengebied wordt ontwikkeld als stadspark en uitloopgebied. Hier ligt de focus op natuur, landschap en (extensieve) recreatie. Overige functies zoals landbouw zijn hier ondergeschikt.’ Kansen op positieve effecten De ontwikkeling van het buitengebied naar stadspark en uitloopgebied vergroot de beleefbaarheid van het gebied. De focus op (extensieve) recreatie vormt kansen voor een beweegvriendelijke leefomgeving en het fiets- en wandelnetwerk, door de toevoeging en verbetering van routes. Een toename van recreatie zorgt ook voor een betere beleefbaarheid van de cultuurhistorische en archeologische waarden en de gemeentelijke natuur in het buitengebied. Het ondergeschikt stellen van landbouwfuncties en het toevoegen van natuur vormt kansen voor het verbeteren van de bodemkwaliteit en de kwaliteit van grondwater. Risico’s op negatieve effecten Het toestaan en toevoegen van (extensieve) recreatie in het buitengebied vormt een risico op verstoring van Natuur Netwerk Brabant (NNB) en beschermde soorten die in het gebied voorkomen. Samenvattend De ontwikkeling van het buitengebied naar stadspark en uitloopgebied, waarbij de focus ligt op natuur, landschap en (extensieve) recreatie, vergroot de beleefbaarheid van het gebied. Hierbij ontstaat wel een risico op verstoring van natuur en de (beschermde) soorten die daar leven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13645264/1