CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 008 Bijlage 2 Omgevingseffectrapport (OER)

Gemeenteraad 6 februari 2024, gemeente HelmondBij agendapunt: Omgevingsvisie Helmond 204037.299 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

RAPPORT Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Helmond 2040 Klant:

Gemeente Helmond

Referentie: BI2067-MI-RP-230608-1028 Status:

Definitief/2

Datum:

13 november 2023

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Netherlands Mobility & Infrastructure

+31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Omgevingseffectrapport (OER) Sub titel: Omgevingsvisie Helmond 2040 Referentie: BI2067-MI-RP-230608-1028 Status: 2/Definitief Datum: 13 november 2023 Projectnaam: OER Helmond Projectnummer: BI2067 Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

ii

Samenvatting Omgevingsvisie Helmond 2040 De gemeente Helmond werkt momenteel aan de vernieuwing van haar omgevingsbeleid, specifiek de Omgevingsvisie. Met de Omgevingsvisie bereidt de gemeente Helmond zich voor op de invoering van de Omgevingswet (verwacht in januari 2024). De Omgevingsvisie is een strategische beleidsvisie waarin opgaven en ambities voor de leefomgeving zijn opgenomen voor de lange termijn (2040) en richtinggevende keuzes op hoofdlijnen waarmee de gemeente invulling wil geven aan het behalen van de ambities. Verdere uitwerking van die keuzes vindt na vaststelling van de Omgevingsvisie plaats in instrumenten zoals bijvoorbeeld het omgevingsplan en programma’s. Het OER bij de Omgevingsvisie Omdat de Omgevingsvisie kaderstellend is voor vervolgplannen en -programma’s wordt de m.e.r.procedure doorlopen, hiervoor wordt een omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. De Omgevingsvisie beschrijft het beleid, wat de ambities zijn en wat de gemeente op hoofdlijnen gaat doen. Het OER levert de informatie die nodig is voor een zorgvuldig besluit over de Omgevingsvisie, waarbij alle relevante belangen (waaronder die van de leefomgeving) zijn meegewogen. Het OER beschrijft de kwaliteiten van de leefomgeving, de gevolgen van het beleid op de leefomgeving en of het beleid bijdraagt aan het halen van de gestelde ambities.

Daarnaast beschrijft en verantwoordt het OER de resultaten van dit proces. De interactie tussen het OER en de Omgevingsvisie bestond uit regelmatige wederzijdse terugkoppeling tussen de beleidsontwikkeling aan de ene kant (Omgevingsvisie) en de gevolgen ervan voor de leefomgeving aan de andere kant (m.e.r.). Op deze manier is de m.e.r. gebruikt om beleid aan te scherpen en om beleidskeuzes te maken en aan te scherpen. In het OER zijn de kwaliteiten van de leefomgeving en de effecten van de Omgevingsvisie in beeld gebracht aan de hand van een beoordelingskader met beoordelingsaspecten. Het beoordelingskader volgt de brede en integrale benadering uit de Omgevingswet, waarbij naast milieuaspecten ook sociale en economische aspecten zijn meegenomen. Voorbeelden van beoordelingsaspecten zijn beweegvriendelijke leefomgeving, woningaanbod en behoefte, maatschappelijke participatie, wateroverlast, beschermde natuurgebieden (Natura 2000), cultuurhistorie en archeologische waarden, openbaar vervoer en energieverbruik en arbeid. Omdat het in de Omgevingsvisie om hoofdlijnen van beleid gaat, is in het OER aansluitend daarop ook op hoofdlijnen beoordeeld wat de effecten zijn - in termen van kansen en risico’s. Dat is gedaan op basis van deskundigenoordeel, ook wel ‘expert-judgement’ genoemd.

Alternatieven voor nieuw beleid en het uiteindelijk gekozen nieuwe beleid zijn beoordeeld op basis van beleidsuitspraken. Het gaat om uitspraken die nieuw beleid bevatten, een relatie hebben met beoordelingsaspecten van het OER en voldoende concreet zijn om te kunnen beoordelen op kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. De beleidsuitspraken zijn op systematische wijze langs het beoordelingskader gehaald. Bij elk beoordelingsaspect is bepaald wat de gevolgen van de betreffende uitspraak kunnen zijn op dat aspect, gerelateerd aan de beoordelingscriteria. Vervolgens is bepaald in hoeverre het nieuwe beleid bij kan dragen aan het behalen van ambities (‘doelbereik’) en in hoeverre het beleid consistent is (‘botsproeven’). Als onderdeel van het OER is een passende beoordeling uitgevoerd naar de mogelijke effecten van het nieuwe beleid in Natura 2000-gebieden. De staat van de Helmondse leefomgeving In de ‘foto van de leefomgeving’ zijn de huidige situatie en autonome ontwikkeling tot 2030 beschreven voor de beoordelingsaspecten zoals opgenomen in het beoordelingskader, met een doorkijk naar 2040. Het laat zien hoe de Helmondse leefomgeving er nu en bij ongewijzigd bestaand beleid in de toekomst voor staat. De huidige situatie en de autonome ontwikkeling vormen samen de referentiesituatie voor dit OER.

De huidige situatie en de autonome ontwikkeling is weergeven in het ‘rad van de leefomgeving’, met

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

iii

kwaliteitsniveaus per beoordelingsaspect. De kwaliteitsniveaus zijn ingevuld op basis van navolgbare en reproduceerbare schaallatten, op basis van referentiewaarden en beschikbare informatiebronnen. Met het ‘rad van de leefomgeving’ is een integraal beeld ontstaan van waar de leefomgeving gemeentebreed op orde is, waar er problemen en knelpunten optreden en wat de autonome trends daarin zijn. De huidige staat van de fysieke leefomgeving laat een wisselend beeld zien. Vooral de aspecten verkeersveiligheid, voorzieningenaanbod, cultuurhistorische en archeologische waarden, ruimtelijke vestigingswaarden en fiets- en wandelnetwerk staat de fysieke leefomgeving er op dit moment over het algemeen goed voor (‘groen’). Leefomgevingsaspecten met een laag kwaliteitsniveau (‘rood’) zijn geurhinder, sociale veiligheid, economische participatie, grondwater, oppervlaktewater, beschermde natuurgebieden, Natuurnetwerk Brabant, duurzame opwekking, broeikasgassen, arbeid, autobereikbaarheid en duurzame en slimme mobiliteit. De autonome ontwikkeling laat wisselende trends zien in de kwaliteit van de leefomgeving. Bij grondwater, en arbeid is ook in 2030 nog sprake van een tekortschietend kwaliteitsniveau, naar verwachting op hetzelfde niveau als in of verslechterend ten opzichte van de huidige situatie.

Voor de aspecten geurhinder, sociale veiligheid, oppervlaktewater, duurzame opwekking, broeikasgassen en autobereikbaarheid zijn positieve autonome trends te verwachten, maar niet voldoende om ‘uit het rood’ te komen. Vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij bovengenoemde aspecten belangrijke opgaven voor de Omgevingsvisie. De aspecten woningaanbod en behoefte, bodem en hitte zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’ maar laten autonoom een verslechterende trend zien. Ook voor deze aspecten liggen belangrijke opgaven voor de Omgevingsvisie. Alternatieven voor nieuw omgevingsbeleid en de effecten daarvan Op basis van de identiteit, trends en ontwikkelingen en opgaven en ambities is de gemeente tot richtinggevende hoofdlijnen voor nieuw beleid gekomen. Daarbij heeft binnen het m.e.r.-proces een alternatievenbeoordeling plaatsgevonden. Er zijn twee basisalternatieven. Deze zijn gebaseerd op de hoofdkeuze voor verstedelijking. Elk basisalternatief bevat nog twee varianten. • Alternatief 1: verstedelijking (woningbouw en voorzieningen) binnen de bestaande stad, terugdringen van autogebruik en een forse mobiliteitstransitie. Voorzieningen zijn geconcentreerd in het centrum.

o Variant 1A: 19.000 nieuwe woningen gebouwd (waarvan 6.831 woningen autonoom) o Variant 1B: maximaal 10.000 woningen (waarvan 6.813 woningen autonoom) • Alternatief 2: meer gespreide ontwikkeling van woningen en voorzieningen in en om de stad, voornamelijk door diverse uitbreidingslocaties in lage dichtheden, gericht op autogebruik met uitwisseling van doelgroepen tussen bestaande en nieuwe wijken. Voorzieningen zijn meer gespreid over de wijken. o Variant 2A: 10.000 nieuwe woningen gebouwd (waarvan 6.831 woningen autonoom) o Variant 2B: 19.000 woningen (waarvan 6.813 woningen autonoom) Het nieuwe beleid in de alternatieven is uitgezet in verschillende thema’s. Deze thema’s zijn: wonen, mobiliteit, economie, energie, buitengebied, natuur, stedelijk groen en voorzieningen. Per thema zijn de effecten van het nieuwe beleid om de beoordelingsaspecten bepaald. De varianten hebben elk verschillende effecten.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

iv

Het gekozen nieuwe beleid en de effecten daarvan Op basis van alternatievenbeoordeling heeft de gemeente Helmond een voorkeursalternatief opgesteld met daarin het nieuwe beleid voor in de Omgevingsvisie. Daarbij zijn elementen uit de twee alternatieven samengevoegd tot één omvattend geheel van strategische, richtinggevende hoofdlijnen voor nieuw omgevingsbeleid. Hierbij heeft de gemeente gekeken naar elementen/keuzes die zoveel mogelijk positief scoren in de alternatievenbeoordeling, bijgedragen kan worden aan het halen van ambities en keuzes elkaar zoveel mogelijk versterken tot een integraal, samenhangend geheel.

Figuur 0-1: Het voorkeursalternatief uit de Omgevingsvisie

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

v

Het voorkeursalternatief is in bovenstaande figuur visueel weergeven en bevat op hoofdlijnen het volgende beleid: • Realisatie van 8.169 nieuwe woningen in het centrum en omliggende wijken; • Een autoluw centrum, verkeer wordt via robuuste randen om het centrum geleid; • Ontwikkeling van een samenhangend netwerk van aantrekkelijke wandel- en fietsroutes en mobiliteitshubs voor last-mile-oplossingen en deelmobiliteit; • Ontwikkeling van woon-werkmilieus rondom het centrum en het IC-station, op bestaande bedrijventerreinen wordt het ruimtegebruik geïntensiveerd met aandacht voor klimaatbestendigheid en gezondheid; • Er wordt ingezet op een klimaatneutraal en circulair Helmond door in te zetten op CO2-neutrale gebouwen en duurzame energieopwekking; • Beschermen en versterken van de groene landschappelijke structuur en kenmerken, het inzetten op duurzame, innovatieve en verbrede landbouw; • Het definiëren en realiseren van een basiskwaliteit natuur; • Het verbinden van stedelijk groen met het buitengebied en het aanleggen van groen op 300 meter van iedereen; • Behoud van voorzieningen en versterking van voorzieningen op locaties waar dat nodig is. Het beleid uit het voorkeursalternatief is beoordeeld of effecten. Dit is gedaan in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten.

De effectbeoordeling geeft het volgende beeld, welke is samengevat in onderstaand ‘rad van de leefomgeving’: Mogelijke verbetering van aspecten Bovenstaande afbeelding geeft een vergelijking van de omgevingseffecten van het voorkeursalternatief ten opzichte van de referentiesituatie. Voor overgroot deel van de beoordelingsaspecten zijn (overwegend) kansen voorzien waardoor de leefomgeving mogelijk verbeterd door het nieuwe beleid van het voorkeursalternatief. Het gaat om de volgende beoordelingsaspecten: arbeid, ruimtelijke vestigingswaarden, autobereikbaarheid, fiets- en wandelnetwerk, openbaar vervoer, duurzame en slimme mobiliteit, luchtkwaliteit, beweegvriendelijke leefomgeving, sociale veiligheid, maatschappelijke participatie, economische participatie, woningaanbod en behoefte, voorzieningenaanbod, gemeentelijke natuur (niet beschermd), duurzame energieopwekking, hitte, wateroverlast en broeikasgassen. In de referentiesituatie zijn er aspecten die een laag kwaliteitsniveau hebben, ze vormen een knelpunt. De kansen die ontstaan door het nieuwe omgevingsbeleid kunnen deze knelpunten mogelijk verhelpen.

De volgende bovengenoemde aspecten vormen in de referentie een knelpunt: • Sociale veiligheid: ten opzichte van de referentiesituatie verbetert de situatie voor sociale veiligheid binnen deze woon-werkgebieden, maar het knelpunt wordt niet volledig verholpen; • Woningaanbod en behoefte: er is een grote toevoeging van woningen voorzien is. Het knelpunt uit de referentiesituatie wordt daarom verholpen; • Duurzame opwekking: Het knelpunt uit de referentiesituatie wordt mogelijk opgeheven door de aanleg warmtekavels met duurzame bronnen en warmte-infrastructuur; • Hitte: mogelijk verhelpen van de knelpunten op specifieke locaties door de toevoeging van groen, maar het risico bestaat ook dat er plaatselijk knelpunten blijven bestaan of erbij komen door inbreiding; • Broeikasgassen: het is onduidelijk of het knelpunt uit de referentiesituatie verholpen wordt of blijft bestaan, omdat er zowel kansen als risico’s zijn; • Arbeid: door kansen voor extra arbeid wordt het knelpunt mogelijk verholpen; • Autobereikbaarheid: de doorstromingsproblemen op de Kasteel-Traverse worden mogelijk verholpen. De andere knelpunten uit de referentiesituatie blijven naar verwachting bestaan.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

vi

Gelijkblijvende trend Bij een aantal beoordelingsaspecten zijn zowel kansen op positieve effecten als risico’s op negatieve effecten voorzien of het nieuwe beleid heeft geen invloed. Een gelijkblijvende trend door het nieuwe beleid is voorzien bij de volgende beoordelingsaspecten: geluidhinder, cultuurhistorische en archeologische waarden, onderwijs, oppervlaktewater en energieverbruik. In de referentiesituatie bestaan er knelpunten voor oppervlaktewater en geluidhinder. Deze knelpunten blijven bestaan, het knelpunt voor geluidhinder kan mogelijk zelfs verslechteren. Mogelijke verslechtering van aspecten Daarnaast zijn er beoordelingsaspecten waarbij overwegend risico’s zijn voorzien waardoor de leefomgeving mogelijk verslechterd door het nieuwe beleid van het voorkeursalternatief. Het gaat om de volgende beoordelingsaspecten: geurhinder, omgevingsveiligheid, verkeersveiligheid, bodem, grondwater, beschermde natuurgebieden (N2000), natuurnetwerk Brabant (NNB) en beschermde soorten. De aspecten die in de referentiesituatie al een knelpunt vormen zijn: geurhinder, bodem en grondwater. Deze knelpunten worden door de Omgevingsvisie niet verholpen en voor geurhinder is er zelfs kans op een mogelijke verslechtering. Naast knelpunten bestaan er ook aandachtspunten in de referentiesituatie.

Deze aandachtspunten kunnen mogelijk knelpunten worden als er een significante verslechtering optreedt: • Omgevingsveiligheid: de toevoeging van woningen in directe nabijheid van risicobronnen, zoals de spoorlijn Eindhoven-Venlo, resulteert in een toename van het aantal personen dat bij een ramp getroffen wordt; • Beschermde natuurgebieden (N2000): extra verkeersbewegingen zorgen voor meer stikstofuitstoot. Mogelijke onttrekking van grondwater door bodemenergiesystemen kan effect hebben op de grondwaterstanden in Natura 2000-gebieden. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de habitattypen die zich bevinden binnen de Natura 2000-gebieden rondom Helmond; • Natuurnetwerk Brabant (NNB): door extra verkeersbewegingen kan de milieudruk op NNB toenemen. Mogelijke onttrekking van grondwater door bodemenergiesystemen kan effect hebben op grondwaterafhankelijke natuur die onderdeel is van het NNB; • Beschermde soorten: inbreiding en intensivering kan de leefgebieden van beschermde soorten verstoren.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

vii

Figuur 0-2: Rad van de Leefomgeving met het VKA

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

viii

Effecten in Natura 2000-gebied Omdat het op voorhand niet is uitgesloten dat het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie een (significant) negatief effect veroorzaakt op de natuurlijke kenmerken van de omliggende Natura 2000-gebieden is een Passende Beoordeling opgesteld op grond van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de Natura 2000gebieden Deurnsche Peel & Mariapeel, Strabrechtse Heide & Beuven en Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux. Het doel van de passende beoordeling is het in beeld brengen: a) van de risico’s op het optreden van (significant) negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van het nieuwe beleid van de Omgevingsvisie Helmond 2040 en b) met welke maatregelen geconstateerde risico’s voorkomen of beperkt kunnen worden. In de Passende Beoordeling is naar verschillende storingsfactoren gekeken, zoals effecten van stikstofdepositie, ruimtebeslag, effecten als gevolg van hydrologische veranderingen (bijvoorbeeld verdroging of vernatting) of verstoring door geluid of optische verstoring. Het gaat hierbij om effecten in de gebruiksfase. Effecten als gevolg van de aanlegfase worden in deze passende beoordeling niet meegenomen omdat op basis van het strategische karakter onvoldoende duidelijk is op welke wijze de beleidsuitspraken worden uitgewerkt.

Meerdere beleidsuitspraken van de Omgevingsvisie Helmond 2040 kunnen tot risico’s leiden op significant negatieve effecten binnen Natura 2000-gebieden. De risico’s hebben betrekking op: • Stikstofdepositie (binnen de beleidsuitspraken wonen, mobiliteit, economie en voorzieningen) • Verstoring door recreatie (binnen de beleidsuitspraak wonen) • Hydrologische veranderingen (binnen de beleidsuitspraak energie) Consistentie in het nieuwe beleid De Omgevingsvisie Helmond schetst een samenhangend, integraal beeld van de Helmondse leefomgeving, de hoofdopgaven die er liggen en wat de gemeente aan nieuw beleid voorneemt om die hoofdopgaven te behalen. Omdat het om een samenhangend, integraal beeld gaat, is het van belang dat het voorgenomen beleid voldoende consistent is en niet conflicteert. Hierbij is het van belang dat dat de ene uitspraak voor nieuw beleid geen afbreuk doet aan een andere uitspraak, maar dat uitspraken elkaar juist versterken. In dit OER zijn zogenaamde ‘botsproeven’ uitgevoerd, waarbij de onderlinge samenhang tussen beleidsuitspraken is beschouwd. Overall is er sprake van meer kansen op synergie dan risico’s op strijdigheid.

• Bij de volgende uitspraken is uitsluitend sprake van synergie: mobiliteit – duurzaam, energie en buitengebied; • Bij de volgende uitspraken zijn er meer kansen op synergie, dan risico’s op strijdigheid: wonen en economie; • Uitspraken met evenveel kansen op synergie als risico’s op strijdigheid zijn: stedelijk groen en voorzieningen; • Een uitspraak met overwegend risico’s op strijdigheid is mobiliteit – auto. Nieuw beleid en bijdragen aan het halen van ambities De gemeente Helmond heeft voor haar Omgevingsvisie vier hoofdopgaven geformuleerd, waarvan er drie van toepassing zijn op het OER. De vierde hoofdopgave gaat in op hoe Helmond het bestuurlijk en organisatorisch regelt. Elke hoofdopgave heeft een specifiek doel. Idealiter draagt het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie bij aan het behalen van de gestelde doelen. In dit OER is beoordelen in welke mate het nieuwe beleid bijdragen aan de hoofdopgaven. De hoofdopgaven zijn:

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

ix

• • •

Economisch vitaal, innovatief en aantrekkelijk Duurzaam en leefbaar Meedoen, rondkomen en vooruitkomen

Voor het gros van de aspecten gerelateerd aan de hoofdopgave ‘economisch vitaal, innovatief en aantrekkelijk’ geldt dat er meer kansen op positieve effecten zijn dan risico’s op negatieve effecten. Op basis hiervan mag verwacht worden dat het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie positief bijdraagt aan het halen van deze hoofdopgave. De aspecten gerelateerd aan de hoofdopgave ‘duurzaam en leefbaar’ laten een wisselend beeld zien. Er zijn net iets meer kansen op positieve effecten. Het verschil tussen het aantal kansen en risico’s is klein waardoor het de vraag is of deze hoofdopgave behaald wordt met het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie. Voor de aspecten gerelateerd aan de hoofdopgave ‘meedoen, rondkomen en vooruitkomen’ geldt dat er uitsluitend sprake is van kansen op positieve effecten. Op basis hiervan mag verwacht worden dat het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie positief bijdraagt aan het halen van deze hoofdopgave. Verdere verbetering van de leefomgeving Het OER laat zien bij welke leefomgevingsaspecten het nieuwe beleid risico’s oplevert op negatieve effecten, en waar er ondanks het nieuwe beleid nog sprake is van een tekortschietend kwaliteitsniveau. Bij die aspecten is dan ook geen sprake van (het bijdragen) aan het behalen van ambities.

Het OER brengt mogelijkheden in beeld voor verdere verbetering van die leefomgevingsaspecten, in de vorm van beleidsopties of concrete mitigerende maatregelen. Met die mogelijkheden kan voorkomen worden dat negatieve effecten optreden. Daar zal in het vervolgbeleid aandacht voor moeten zijn. Wat gebeurt er na dit OER? De Omgevingswet gaat uit van het principe van de beleidscyclus. De beleidscyclus is het cyclische proces van beleidsvorming, uitvoering en evaluatie van het beleid. Het instrumentarium van de Omgevingswet is vormgegeven volgens de beleidscyclus en biedt de mogelijkheid om gestructureerd te werken aan de realisatie van doelen en ambities in het fysieke domein. De effecten van (de uitvoering van) beleid moeten gemonitord worden om te kunnen bepalen of bijsturing nodig is. Daarvoor zijn indicatoren nodig die, bij voorkeur, langjarig worden gemeten. De monitoring vindt in een min of meer voortdurend proces plaats via enquêtes, kwantitatieve analyses en vanuit data van medeoverheden en uitvoeringsorganisaties/ketenpartners. Alle beschikbare data en informatie moeten op enig moment, vanuit het principe van de beleidscyclus, leiden tot een conclusie op de vraag of ‘Helmond de goede kant op beweegt’ of dat het beleid aangepast moet worden. Dit vraagt een proces waarbij er expliciet bij die vraag wordt stilgestaan.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

x

Inhoud Samenvatting

iii

1

Waarom een Omgevingsvisie en OER?

1

1.1

Omgevingsvisie gemeente Helmond

1

1.2

Waarom een OER?

1

1.3

De m.e.r.-procedure

2

1.4

Leeswijzer

3

2

Waar gaat de Omgevingsvisie over en hoe is deze gemaakt?

4

2.1

De inhoud van de Omgevingsvisie

4

2.2

Totstandkoming van de Omgevingsvisie

8

3

Hoe is het OER gemaakt?

9

3.1

Algemene aanpak

9

3.2

Proces en aanpak

9

3.3

Het beoordelingskader

11

3.4

De ‘foto van de leefomgeving’

12

3.5

De effectbeoordeling

17

3.6

De botsproeven

18

3.7

Het doelbereik

19

3.8

De Passende Beoordeling

19

4

Wat staat er in de ‘foto van de leefomgeving’?

20

4.1

Algemene kenmerken Helmond

20

4.2

Algemeen beeld

21

4.3

Belangrijke aandachtspunten

24

5

Welke alternatieven zijn er?

26

5.1

Alternatief 1: Inbreiding en nieuwe stedelijkheid

26

5.2

Alternatief 2: Gebiedsgericht maatwerk

30

6

Wat zijn de gevolgen van de alternatieven?

35

6.1

Variant 1A

35

6.2

Variant 1B

41

6.3

Variant 2A

42

6.4

Variant 2B

47

6.5

Conclusies, aandachtspunten en mitigerende maatregelen

49

6.6

Doorkijk kwalitatieve aspecten afval en economische structuur

55

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

xi

6.7

Ontwikkeling knelpunten ten opzichte van de referentiesituatie

56

6.8

Doorkijk naar het doelbereik

60

7

Wat is het voorkeursalternatief?

64

7.1

Omschrijving van het voorkeursalternatief

64

7.2

Het te beoordelen nieuwe beleid uit het voorkeursalternatief

68

8

Wat zijn de gevolgen van het voorkeursalternatief?

70

8.1

Effectbeoordeling voorkeursalternatief

70

8.2

Doorkijk kwalitatieve aspecten afval en economische structuur

77

8.3

Ontwikkeling knelpunten referentiesituatie

78

8.4

Conclusie en vergelijking met alternatieven

82

9

Wat zijn de gevolgen voor Natura 2000-gebieden?

85

9.1

Passende Beoordeling Natura 2000

85

9.2

Resultaten Passende Beoordeling

86

10

Is het nieuwe beleid consistent?

90

10.1

Kansen op synergie, risico’s op strijdigheid

90

11

Draagt het voorkeursalternatief bij aan het halen van de hoofdopgaven? 93

11.1

Economisch vitaal, innovatief en aantrekkelijk

95

11.2

Duurzaam en leefbaar

96

11.3

Meedoen, rondkomen en vooruitkomen

97

12

Welke mitigerende maatregelen kunnen toegepast worden?

98

13

Het vervolg

101

13.1

De beleidscyclus

101

13.2

Monitoring en evaluatie

102

Begrippenlijst

104

Bijlagen

105

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

xii

Bijlagen A1

Foto van de leefomgeving

A2

Scopingstabel

A3

Effectbeoordeling alternatieven

A4

Beargumentatie effectbeoordeling alternatieven

A5

Doelbereik alternatievenbeoordeling

A6

Verantwoording beleidsuitspraken VKA

A7

Effectbeoordeling beleidsuitspraken VKA

A8

Beargumentatie effectbeoordeling VKA

A9

Passende Beoordeling

A10

Botsproeven

A11

Beargumentatie botsproeven

A12

Doelbereik VKA

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

xiii

1

Waarom een Omgevingsvisie en OER?

Dit hoofdstuk geeft een inleiding in de Omgevingsvisie Helmond 2040 en het OER bij de Omgevingsvisie.

1.1

Omgevingsvisie gemeente Helmond

De gemeente Helmond werkt momenteel aan de vernieuwing van haar omgevingsbeleid, specifiek de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie beschrijft hoe de fysieke leefomgeving in Helmond zich op de langere termijn ontwikkelt en wat de gemeente daar op hoofdlijnen aan wil doen. Met de Omgevingsvisie bereidt de gemeente Helmond zich voor op de invoering van de Omgevingswet (verwacht in januari 2024). In de Omgevingswet is de Omgevingsvisie hét instrument om samenhang in het beleid voor de fysieke leefomgeving aan te brengen. De Omgevingsvisie is een strategische beleidsvisie waarin opgaven en ambities voor de leefomgeving zijn opgenomen voor de lange termijn (2040) en richtinggevende keuzes op hoofdlijnen waarmee de gemeente invulling wil geven aan het behalen van de ambities. Verdere uitwerking van die keuzes vindt na vaststelling van de Omgevingsvisie plaats in instrumenten zoals bijvoorbeeld het omgevingsplan en programma’s.

1.2

Waarom een OER?

De gemeente Helmond wil de gevolgen van het nieuwe omgevingsbeleid uit de Omgevingsvisie op de leefomgeving in beeld brengen. Daarom is er bij de Omgevingsvisie een Omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Het OER levert de informatie die nodig is om een zorgvuldig besluit te nemen over de Omgevingsvisie. Daarbij zijn alle relevante belangen meegewogen. Ook beschrijft en verantwoordt het OER de resultaten van dit proces. Wat is m.e.r., wat is MER en wat is OER? M.e.r. staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure waarbinnen een MER wordt opgesteld. MER staat voor ‘Milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een m.e.r. De toevoeging ‘plan’ (planMER) wil zeggen dat het om een MER voor een plan gaat, zoals een Omgevingsvisie. Helmond heeft ervoor gekozen om niet alleen milieueffecten maar ook andere omgevingseffecten in beeld te brengen. Daarom praten we niet over een planMER maar over een Omgevingseffectrapport (OER). Voor de juridische juistheid wordt nog wel gesproken van een m.e.r.-procedure.

Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, is de Omgevingsvisie een structuurvisie zoals bedoeld onder de Wet ruimtelijke ordening 1 . De Wet milieubeheer 2 schrijft voor dat voor een structuurvisie een milieueffectrapportage (m.e.r.) uitgevoerd moet worden als het kaderstellend is voor toekomstige m.e.r.plichtige of m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (zie onderstaand tekstblok). De verplichting geldt ook als een structuurvisie onderdelen bevat waarvoor op grond van de Wet natuurbescherming 3 met een Passende Beoordeling uitgesloten moet worden dat er verstorende effecten in Natura 2000-gebieden optreden. De Omgevingsvisie van de gemeente Helmond is kaderstellend voor m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en er moet een Passende Beoordeling worden uitgevoerd. Daarom geldt een m.e.r.-plicht en wordt er in dit geval een OER opgesteld. Als een m.e.r.(beoordeling) bij een structuurvisie of Omgevingsvisie verplicht is, dan moet de uitgebreide m.e.r-procedure doorlopen worden. Er wordt dan een milieueffectrapport (MER) opgesteld, dat met de (ontwerp) Omgevingsvisie ter inzage gaat en waar de Commissie voor de milieueffectrapportage een advies 1

Wet ruimtelijke ordening artikel 2.2. Wet milieubeheer artikel 7.2 lid 2 3 Wet natuurbeheer artikel 7.2a lid 1 2

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

1

over moet geven. Bij de uitwerking van de Omgevingsvisie heeft de gemeente ingezet op een proces met interactie tussen het uitwerken van de Omgevingsvisie en het opstellen van het OER. De Omgevingsvisie beschrijft het nieuwe beleid, wat de ambities zijn en wat de gemeente op hoofdlijnen gaat doen. Het OER beschrijft de kwaliteiten van de leefomgeving, de gevolgen van het beleid op de leefomgeving en of het beleid bijdraagt aan het halen van de gestelde ambities. De interactie tussen beide bestond uit regelmatige wederzijdse terugkoppeling tussen de beleidsontwikkeling aan de ene kant (Omgevingsvisie) en de gevolgen ervan voor de leefomgeving aan de andere kant (m.e.r.).

Voorbeelden van m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten • De aanleg van autosnelwegen; • De aanleg, wijziging of uitbreiding van wegen, spoorwegen of binnenvaarwegen van een bepaalde lengte; • De realisatie van meer dan 2.000 woningen; • De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark, thermische centrales of verbrandingsinstallaties; • De onttrekking van grondwater aan de bodem.

Op deze manier is de m.e.r. gebruikt om beleid aan te scherpen en om beleidskeuzes te maken en aan te scherpen. De gemeente wil het OER ook gebruiken als basis voor het monitoren en bijsturen van het beleid tijdens de uitvoering. Daarbij is het begrip ‘milieu’ breder op te vatten dan meestal gebruikelijk is in milieueffectrapportages. Dit omdat het beleid in de Omgevingsvisie de menselijke leefomgeving als geheel omvat, dus zowel fysiek, economisch als sociaal. Dit alles vraagt om een vernieuwende m.e.r.-aanpak met een breed georiënteerd proces dat de afzonderlijke beleidsterreinen overstijgt.

1.3

De m.e.r.-procedure

In het OER zijn op basis van de m.e.r.-procedure de gevolgen van de Omgevingsvisie op de leefomgeving in beeld gebracht. Die informatie moet gebruikt worden bij de besluitvorming over de Omgevingsvisie. De m.e.r.-procedure is gebaseerd op Europese regelgeving. Het doel van m.e.r. is het bieden van voldoende informatie waarmee de gemeente Helmond het milieu- en leefomgevingsbelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming over de Omgevingsvisie kan betrekken. De m.e.r.-procedure voor de Omgevingsvisie is verlopen in lijn met de wettelijke vereisten, deze is als volgt: 1) Openbare kennisgeving van het voornemen door bevoegd gezag. De m.e.r.-procedure is gestart met een bekendmaking van het voornemen via een openbare kennisgeving en publicatie van de notitie reikwijdte en detailniveau. De NRD heeft ter visie gelegen van 28 mei tot 9 juli 2021. 2) Raadplegen betrokken instanties over reikwijdte en detailniveau van het OER en vaststellen reikwijdte en detailniveau.

De volgende instanties zijn actief geraadpleegd: de Provincie Noord-Brabant, Waterschap De Dommel, Waterschap Aa en Maas, Ministerie van LNV, Ministerie van IenW, Rijkswaterstaat Zuid-Nederland, ProRail, TenneT, gemeenten Nuenen, Geldrop, Laarbeek, Gemert-Bakel, Deurne, Asten, Someren, Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, Omgevingsdienst Zuidoost Brabant, GGD Brabant-Zuidoost en de Commissie voor de milieueffectrapportage. Iedereen heeft de mogelijkheid gehad schriftelijk te reageren op de ter inzage gelegde NRD. Op de NRD zijn 6 zienswijzen binnengekomen vanuit de stad en de betrokken instanties. Daarnaast heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage een advies uitgebracht op de NRD.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

2

3) Opstellen OER en passende beoordeling. Vervolgens is het OER en de Passende Beoordeling opgesteld. Het OER beschrijft de kwaliteiten van de leefomgeving nu en bij autonome ontwikkeling, de effecten daarop van het nieuwe beleid in de ontwerp Omgevingsvisie en in welke mate het nieuwe beleid bijdraagt aan het behalen van de ambities van de Omgevingsvisie. Omdat daarnaast significante negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van de drie Natura 2000-gebieden in de omgeving van Helmond (Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux, Strabrechtse Heide & Beuven en Deurnsche Peel & Mariapeel) op voorhand niet konden worden uitgesloten is een Passende Beoordeling uitgevoerd voor het voorkeursalternatief (zie hoofdstuk 9 van dit OER). 4) Ter inzage leggen OER en ontwerp Omgevingsvisie. Het OER (inclusief Passende Beoordeling) wordt samen met de ontwerp Omgevingsvisie zes weken ter inzage gelegd. Iedereen heeft in deze zes weken de gelegenheid zienswijzen in te dienen. De Commissie voor de milieueffectrapportage toetst in deze periode de kwaliteit van het OER en beoordeelt of de juiste (milieu)informatie aanwezig is om een besluit over de Omgevingsvisie te kunnen nemen. 5) Besluit en vervolg De Omgevingsvisie en het OER worden vastgesteld door het bevoegd gezag, de gemeenteraad van de gemeente Helmond.

1.4

Leeswijzer

Het voor u liggende OER is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt een inleiding gegeven over de inhoud van de Omgevingsvisie. Hoofdstuk 3 gaat in op de methodiek achter het OER. In hoofdstuk 4 gaat in op de huidige staat van de leefomgeving met een blik naar de toekomst op basis van de opgestelde ‘foto van de leefomgeving’. Hoofdstuk 5 bespreekt de alternatieven en varianten die zijn beoordeeld, de resultaten hiervan zijn te vinden in hoofdstuk 6. Op basis hiervan wordt een voorkeursalternatief bepaald waar de hoofdstukken 7 en 8 verder op in gaan. Hoofdstuk 9 bevat de passende beoordeling voor Natura 2000-gebieden. In hoofdstuk 10 wordt met botsproeven onderzocht of het nieuwe beleid consistent is. Vervolgens wordt in hoofdstuk 11 onderzocht in hoeverre de doelstellingen behaald worden met het beleid uit het voorkeursalternatief en worden in hoofdstuk 12 mitigerende maatregelen gepresenteerd die kunnen bijdragen aan het reduceren van negatieve effecten. Tenslotte gaat hoofdstuk 13 in op het vervolg na het OER.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

3

2

Waar gaat de Omgevingsvisie over en hoe is deze gemaakt?

Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de inhoud en het proces rondom de Helmondse Omgevingsvisie.

2.1

De inhoud van de Omgevingsvisie

De Omgevingsvisie Helmond 2040 beschrijft hoe de leefomgeving in Helmond zich zal ontwikkelen richting 2040 en wat de gemeente daarin wil doen. De Omgevingsvisie bundelt sectoraal beleid tot één richtinggevende visie voor de hele fysieke leefomgeving. De visie is gericht op onderwerpen die de fysieke leefomgeving raken, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, mobiliteit, economie, ruimte en duurzaamheid. Daarbij neemt de gemeente Helmond de beleidsdoelen vanuit het sociaal domein mee als randvoorwaarde. In de nota van uitgangspunten voor de Omgevingsvisie is dit als volgt geformuleerd: “De ontwikkelingen in het fysieke domein leveren een bijdrage aan het oplossen van de sociaal-maatschappelijke uitdagingen van Helmond”. De raad van Helmond heeft in de nota van uitgangspunten in hoofdzaak gekozen voor een consoliderende invoeringsstrategie. Dit betekent dat het bestaande beleid in beginsel het uitgangspunt vormt, maar dat nadrukkelijk wordt gekeken of dit beleid voldoende invulling geeft aan de opgaven en dat richting wordt gegeven waar het onderling schuurt. De Omgevingsvisie begint dus niet ‘vanaf nul’, maar bouwt voort op eerdere beleidsdocumenten die vaak ook al participatief tot stand zijn gekomen en scherpt deze aan waar nodig. Dit geldt zowel voor lokaal beleid als voor regionaal beleid.

2.1.1

Helmond als onderdeel van een groter geheel

Helmond is onderdeel van de Metropoolregio Eindhoven (MRE) en tweede stad in Brainport Eindhoven. Daarnaast is Helmond onderdeel van de Brabantse Peel en vervult hiervoor op een aantal domeinen een centrumfunctie. De Omgevingsvisie van Helmond moet zich daarom verhouden tot het beleid van andere overheden en regionale partners. De Omgevingsvisies van andere overheden (buurgemeenten, provincie en Rijk) zijn niet kaderstellend voor de Omgevingsvisie Helmond 2040, er is wettelijk gezien geen hiërarchie. Wel is er gekeken of de Helmondse Omgevingsvisie passend is in de hoofdlijnen van de nationale en provinciale Omgevingsvisie. Dit is het geval. Een belangrijke basis voor de Omgevingsvisie van Helmond is het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport geweest, dat in 2020 is uitgevoerd. Brainport is de derde economische mainport in Nederland. In het MIRT-onderzoek is bekeken wat Brainport nodig heeft om haar positie als (inter)nationale mainport voor techniek en technologie te behouden. Hieruit kwam naar voren dat het behouden en aantrekken van talent de grootste uitdaging vormt. Dit vraagt een schaalsprong voor Brainport in wonen (zowel aantallen als diversiteit in woonmilieus), voorzieningen, werklocaties en bereikbaarheid.

En dit alles binnen de context van een aantrekkelijke, veilige en gezonde leefomgeving en met inachtneming van de afspraken op het gebied van klimaatneutraliteit, klimaatbestendigheid en biodiversiteit. Voor Helmond ligt er, samen met Eindhoven, een grote uitdaging om een fors deel van de groei in het aantal woningen en arbeidsplaatsen in de regio (en alles wat daarbij komt kijken) in te passen. De Helmondse Omgevingsvisie kent mede daarom andere accenten als de Omgevingsvisies van buurgemeenten. Dit is niet vreemd en past ook bij de verschillende aard van de opgaven. Daar staat tegenover dat Helmond voor haar ambities op het gebied van klimaatneutraliteit, klimaatbestendigheid en

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

4

bereikbaarheid mede afhankelijk is van de regio, de provincie en het Rijk. De gemeente Helmond kan het niet alleen. Ondanks de accentverschillen in opgaven en aanpak tussen gemeenten, vormen deze gemeenten samen een daily-urban-system dat goed moet functioneren. Inwoners kijken niet naar bestuurlijk grenzen. De gemeente Helmond ziet de Omgevingsvisie daarom ook als een document om haar opgaven uit te dragen, onder meer richting de provincie en de Rijksoverheid, maar ook bijvoorbeeld richting Brainport, het MRE en de Brabantse Peel. De Omgevingsvisie is daarmee naast een inhoudelijke visie ook een ‘communicatiedocument’. Het maakt duidelijk waar de gemeente voor staat en waar ze naartoe beweegt. Door gebruik te maken van regionale kaders, waaronder het MIRT-onderzoek en verstedelijkingsstrategie van het MRE, borgt de gemeente dat de Helmondse Omgevingsvisie past binnen de ambities die er binnen de regio bestaan.

2.1.2

Bouwstenen van de Omgevingsvisie

De gemeente Helmond heeft bouwstenen geformuleerd die een plek krijgen in de Omgevingsvisie. Belangrijke bouwstenen van de Omgevingsvisie zijn: • Identiteit, trends en ontwikkelingen • Opgaven • Visie: richtinggevende hoofdlijnen voor nieuw beleid samengevat in 4 integrale ambities. • Gebiedsgerichte uitwerking op hoofdlijnen • De rol van de gemeente Identiteit, trends en ontwikkelingen In de Omgevingsvisie is als vertrekpunt de identiteit van Helmond beschreven: Een stad van doeners met een rauw randje. Een stad ook, die relatief gesegregeerd is en waar een gemiddeld groter deel van de bevolking soms moeite heeft om mee te komen. Een stad met een industrieel verleden, die al de nodige uitdagingen heeft gekend en waar volop wordt gewerkt aan de toekomst. Die identiteit maakt de gemeente Helmond tot wat zij is, zowel in sociaal-maatschappelijk als fysiek opzicht. De gemeente koestert het (industrieel) erfgoed en de instelling en ze verbindt dat met wat ze nodig heeft om de volgende stap te zetten en ervoor te zorgen dat iedereen gelijke kansen krijgt. Er zijn verschillende trends en ontwikkelingen die op de gemeente afkomt en waartoe ze zich moet verhouden. Deze zijn als bijlage gevoegd bij de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) van het omgevingseffectrapport (OER). De belangrijkste zijn: •

Toenemende tweedeling: Het verschil tussen de ‘have’s’ en ‘have not’s’ wordt groter. Niet iedereen krijgt dezelfde kansen. Dit leidt bij bepaalde bevolkingsgroepen tot het gevoel uitgesloten, achtergesteld of niet gehoord te worden. Dit kan leiden tot toenemende spanningen tussen bevolkingsgroepen. Maatregelen liggen vooral op het vlak van het sociaal domein, zoals het ontwikkelen van basisvaardigheden en samenredzaamheid. Vanuit het fysieke domein kan hieraan ondersteuning gegeven worden door het realiseren van passende arbeidsplaatsen, betaalbare woningen, voldoende bereikbare voorzieningen en een gezonde fysieke ruimte die is ingericht op ontmoeten en bewegen.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

5

•

Bevolking: toenemende vergrijzing en daarmee samenhangende vraagstukken met betrekking tot gezondheid en passende huisvesting. Maar ook meer instroom van arbeidsmigranten in sectoren waar tekorten ontstaan (in zowel laag- als hoogkennisintensieve sectoren). Zij hebben eigen behoeftes en wensen met betrekking tot huisvesting en directe leefomgeving.

•

Economie: De regionale arbeidsmarkt wordt steeds bepalender voor de vestiging van bedrijven, de deeleconomie is in opkomst en klassieke begrippen als branchering zijn steeds minder relevant. Helmond heeft van oudsher een materiaalgedreven economie (‘maakindustrie’). De trend om (delen van) mondiale productieketen terug te brengen naar het regionale niveau biedt kansen, maar daarvoor zullen ook andere randvoorwaarden op orde moeten zijn.

•

Mobiliteit: door de groeiende bevolking en economie zal de auto vooralsnog het dominante vervoermiddel blijven. Wel zal de modal split van de auto in het totaal aantal verplaatsingen afnemen ten gunste van wandelen, fietsen en (openbare) deelmobiliteit. De blijvende rol van de auto en de toename van andere modaliteiten roept vragen op hoe de verkeersafwikkeling in de stad veilig kan plaatsvinden zonder dat de leefbaarheid in gevaar komt.

•

Duurzaamheid: Klimaatneutraliteit en circulariteit vraagt om grote aanpassingen in energie- en warmte-infrastructuur, maar ook in gedrag. Klimaatbestendigheid van de directe leefomgeving wordt steeds urgenter om een leefbare, veilige en gezonde leefomgeving te houden. De biodiversiteit gaat nog steeds achteruit. Deze ontwikkeling moet omgebogen worden naar een toename van biodiversiteit zowel in de stad als in het buitengebied.

•

Technologische ontwikkelingen: Deze ontwikkelingen gaan steeds sneller. Ze kunnen helpen om gezonder en makkelijker te leven, efficiënter te werken en beter onderbouwde keuzes te maken. Maar ze hebben ook een keerzijde: Niet iedere inwoner kan meedoen of zich aanpassen aan de snelle ontwikkelingen, waardoor het risico op toenemende tweedeling op de loer ligt. Informatie en desinformatie zijn moeilijk te onderscheiden en door de beschikbaarheid van vele opties en mogelijkheden treedt keuze-moeheid op. Cybercrime neemt een grote vlucht en is lastig te bestrijden.

•

Veranderende rol van de gemeente: De taak van de gemeente wordt groter, belangrijker en ingewikkelder. Groter en belangrijker omdat de gemeente bij een veelvoud aan onderwerpen het belangrijkste contact vanuit de inwoner zal worden. Ingewikkelder omdat de burger grote verwachtingen van de overheid heeft, op tal van terreinen en afhankelijk is van diezelfde overheid omdat de overheid met veel andere partijen moet samenwerken om doelen te kunnen realiseren. De rol wordt ook ingewikkelder omdat de groeiende zelforganisatie van inwoners gepaard gaat met uitsluiting, ongelijkheid en inperking van de solidariteit. De overheid moet nog steeds het algemeen belang in het oog houden en de kloof tussen rijk en arm, gezond en ziek en insluiting en uitsluiting, zien te dichten. Het wordt ook ingewikkelder, omdat het lokale bestuur steeds meer regionaal moet samenwerken.

Hoofdopgaven en ambities De gemeente heeft vier hoofdopgaven geformuleerd die de aankomende jaren aandacht en invulling vragen. Van deze vier hoofdopgaven zijn er drie gerelateerd aan onderwerpen die voor de Omgevingsvisie relevant zijn:

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

6

De hoofdopgaven: 1. Meedoen, rondkomen en vooruitkomen 2. Duurzaam en leefbaar 3. Economisch vitaal, innovatief en aantrekkelijk 4. Bestuur en organisatie (niet direct gerelateerd aan de Omgevingsvisie) De analyse van de hoofdopgaven voor het fysieke domein, leiden in de Omgevingsvisie tot vier integrale ambities die verder zijn uitgewerkt: 1. Helmond van en voor iedereen 2. Helmond als duurzame stad 3. Helmond als vitale stad 4. Helmond als verbonden stad De beoordelingsaspecten in het OER sluiten aan op de leefomgevingsaspecten in de hoofdopgaven, zodat beoordeeld kon worden in hoeverre het nieuwe beleid bijdraagt aan het behalen van deze hoofdopgaven (‘doelbereik’). Visie: richtinggevende hoofdlijnen voor nieuw beleid Op basis van de identiteit, trends en ontwikkelingen en opgaven en ambities is de gemeente tot richtinggevende hoofdlijnen voor nieuw beleid gekomen. Daarbij heeft binnen het m.e.r.-proces een alternatievenbeoordeling plaatsgevonden. Helmond heeft daarvoor twee dominante alternatieven bepaald met elk een subvariant. Daarbij zijn de ‘hoeken van het speelveld’ verkend. De aangrijpingspunten voor het bepalen van de twee alternatieven liggen in de manier waarop de grote verstedelijkings- en bereikbaarheidsopgave vormgegeven kan worden (in- of uitbreiden). Dit sluit aan bij de maatschappelijke discussie in de stad over dit onderwerp.

• Variant 1A en 1B: via inbreiding en verdichting (tot 80 woningen per hectare) in de bestaande stad. Daarbij hoort een mobiliteitssysteem met prioriteit voor duurzame en gezonde alternatieven voor de auto. • Variant 2A en 2B: via uitbreidingen aan de stadsranden met dichtheden tussen de 20 en 40 woningen per hectare. Daarbij hoort een mobiliteitssysteem dat het autogebruik faciliteert. De subvarianten onderscheiden zich in beide gevallen door een groter of kleiner aantal woningen. In het OER zijn de effecten van de alternatieven in beeld gebracht. Op basis daarvan is de gemeente gekomen tot een voorkeursalternatief voor in de Omgevingsvisie op te nemen nieuw beleid. Daarbij zijn elementen uit de twee alternatieven samengevoegd tot één omvattend geheel van strategische, richtinggevende hoofdlijnen voor nieuw omgevingsbeleid. Dat is in het OER beoordeeld op effecten, mate waarin het bijdraagt aan het behalen van ambities en synergie en strijdigheid (‘botsproeven’). Het strategische beleid op hoofdlijnen wordt na vaststelling van de Omgevingsvisie doorvertaald en verder uitgewerkt in instrumenten zoals bijvoorbeeld het omgevingsplan en uitvoeringsprogramma’s. Gebiedsgerichte uitwerking op hoofdlijnen De integrale ambities werken in de verschillende deelgebieden op een andere manier uit.

Zo werkt de bereikbaarheidsopgave voor een woonwijk anders uit als voor een monofunctioneel bedrijventerrein met overwegend maakindustrie. En ook weer anders als voor gemengd woon-werkmilieu in het stadshart. Daarom is in de Omgevingsvisie een invulling gegeven per gebiedstype. Dit is geen uitputtende beschrijving, maar geeft wel de koers en accenten voor toekomstige ontwikkelingen. De invulling is ingekleurd aan de hand van ‘spinnenwebben’, waarbij voor elk gebied de gewenste ontwikkelrichting is aangegeven (meerminder-gelijk).

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

7

De rol van de gemeente Deze rol kan verschillen al naar gelang het onderwerp/de opgave en de fase waarin de aanpak van een opgave zich bevindt. Er is daarom niet één rol te kiezen. In de Omgevingsvisie is een voorzet gedaan van de rolinvulling door de gemeente per thema, maar deze is fluïde en moet regelmatig opnieuw bezien worden. De belangrijkste boodschap van dit hoofdstuk in de Omgevingsvisie is, dat er van tevoren goed over de gemeentelijke rol wordt nagedacht en dat we de middelen die we tot onze beschikking hebben zo doelmatig mogelijk inzetten.

2.2

Totstandkoming van de Omgevingsvisie

In onderstaande tabel is per fase in de totstandkoming van de Omgevingsvisie aangegeven wie er op welke manier betrokken zijn geweest. Tabel 2-1: Betrokken partijen per fase in de totstandkoming van de Omgevingsvisie Fase

Voorfase

Inventarisatie- en conceptfase Ook inventariserend onderzoek opgestart naar te beschermen waarden (natuur, cultuurhistorie, stedelijk groen, landschap) waaraan belangengroepen deelnemen

Wie • • •

Inwoners (straatinterviews en enquête) Deskundigen intern College en raad

•

Inwoners met behulp van enquêtes via stadspanel en sociale media, Externe klankbordgroep bestaande uit betrokken organisaties en belangengroepen Wijkraden Interne werkgroep bestaande uit deskundigen, uitvoeringsorganisaties en ketenpartners College Raadsopiniecommissie Overleg medeoverheden

•

• •

• • • •

Ontwerpfase*

Zienswijze-procedure met actieve bekendmaking naar alle betrokken partijen

Input voor • • •

Trends en ontwikkelingen Nota van uitgangspunten Participatieplan

• • • • •

Overzicht en status bestaand beleid Botsproeven Opstellen ambities Document Koers en Keuzes Concept-Ontwerp-Omgevingsvisie

• • •

Ontwerp-Omgevingsvisie Verwerking zienswijzen Vaststellingstraject door de raad

* Deze fase van moet nog plaatsvinden

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

8

3

Hoe is het OER gemaakt?

Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de werkwijze van het OER. In paragraaf 3.1 is een algemene toelichting gegeven van de aanpak, paragraaf 3.2 gaat in op het specifieke proces van de ontwerpOmgevingsvisie in relatie tot het OER. Paragraaf 3.3 beschrijft het beoordelingskader welke getoetst is in het OER. In paragraaf 3.4 wordt de aanpak van de ‘foto van de leefomgeving beschreven’, gevolgd door de aanpak van de effectbeoordeling in paragraaf 3.5. De paragrafen 3.6 en 3.7 gaan respectievelijk in op de botsproeven en het doelbereik. Tenslotte is in paragraaf 3.8 de methodiek achter de Passende Beoordeling omschreven.

3.1

Algemene aanpak

Het OER bij de Omgevingsvisie Helmond geeft inzicht in: 1. De staat van en trends in de leefomgeving van Helmond De staat van en trends in de leefomgeving vormen de referentiesituatie van het OER. Dit is beschreven in de ‘foto van de leefomgeving’, waarin zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling besproken wordt op basis van bestaand beleid waarover al besluiten zijn genomen. De ‘foto van de leefomgeving’ is opgenomen in bijlage A1 van dit OER. De huidige situatie laat zien hoe het er op dit moment voor staat in Helmond. De autonome ontwikkeling is de situatie in 2030 bij ongewijzigd voortzetten van het huidige vastgesteld beleid. Daar waar mogelijk wordt een doorkijk gemaakt naar 2040. De analyse laat de kwaliteiten van de leefomgeving op gebiedsniveau zien, waar het ‘op orde’ is en waar er nu en bij bestaand, ongewijzigd beleid knelpunten of problemen verwacht worden. Deze knelpunten zijn ook visueel weergeven in een knelpuntenkaart. In hoofdstuk 4 zijn de belangrijkste conclusies uit de ‘foto van de leefomgeving’ beschreven. 2.

De effecten van het nieuwe beleid op de voorziene staat van de leefomgeving in 2030 (en daar waar mogelijk 2040) Dit laat zien wat de verwachte gevolgen zijn van het nieuwe beleid wat onderdeel uitmaakt van de alternatieven en het voorkeursalternatief voor de ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Helmond en in hoeverre dat de autonome trends de kwaliteiten van de leefomgeving beïnvloeden. Om dit te kunnen beoordelen moet de Omgevingsvisie voldoende concrete uitspraken bevatten van nieuw beleid en waar een relatie met de leefomgeving mee gelegd kan worden. 3. De mate waarin het nieuwe beleid bijdraagt aan het behalen van de ambities van de Omgevingsvisie (‘doelbereik’) Dit laat zien in hoeverre verwacht wordt dat het nieuwe beleid bijdraagt aan het halen van de ambities die met de Omgevingsvisie nagestreefd worden.

3.2

Proces en aanpak

Onderstaand Figuur 3-1 geeft de procesaanpak van dit omgevingseffectrapport (OER) schematisch weer. In deze paragraaf worden de stappen op hoofdlijnen beschreven. In de overige paragrafen van dit hoofdstuk worden deze stappen uitgebreider beschreven. NRD De m.e.r.-procedure is gestart met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Het beschrijft wat er in het OER onderzocht wordt (‘reikwijdte’) en op welke manier en met welke diepgang (‘detailniveau’). De NRD is op 11 mei 2021 door het college van B&W vastgesteld.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

9

Beoordelingskader In het beoordelingskader zijn beoordelingsaspecten opgenomen die in dit OER beoordeeld zijn. Het vormt daarmee het kader voor de beschrijving van de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen en de effecten van de Omgevingsvisie. Huidige situatie en autonome ontwikkeling In de ‘foto van de leefomgeving’ zijn de huidige situatie en autonome ontwikkeling tot 2030 beschreven voor de beoordelingsaspecten zoals opgenomen in het beoordelingskader. Autonome ontwikkelingen zijn trends, ontwikkelingen en vigerend beleid. Het is opgesteld op basis van de best beschikbare actuele informatie, data en toekomst-prognoses. Aanvullend is een doorkijk gemaakt naar 2040. Effectbeoordeling alternatieven In het OER zijn twee alternatieven voor nieuw beleid onderzocht. Beide alternatieven zijn ingevuld vanuit een bepaalde dominante invalshoek, waarbij beide alternatieven een bepaalde nadruk kennen qua beleidsinvulling. Aan de hand van het beoordelingskader zijn de effecten van de alternatieven in beeld gebracht. Op basis van de resultaten van de eerste effectbeoordeling heeft de gemeente Helmond de alternatieven aangescherpt. De effectbeoordeling is hier vervolgens op aangepast. Effectbeoordeling voorkeursalternatief De resultaten van de alternatievenbeoordeling heeft de gemeente gebruikt bij het opstellen van een concept-Omgevingsvisie.

Hierin staat het voorkeursalternatief voor in de Omgevingsvisie op te nemen nieuw beleid. Daarbij zijn elementen uit de twee alternatieven samengevoegd tot één omvattend geheel van strategische, richtinggevende hoofdlijnen voor nieuw omgevingsbeleid. Aan de hand van het beoordelingskader zijn de effecten van het nieuwe beleid in beeld gebracht.

Figuur 3-1: Samenhang tussen het proces van het OER en de Omgevingsvisie Helmond 2040

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

10

Passende Beoordeling Natura 2000 Omdat op voorhand niet uitgesloten kon worden dat het nieuwe beleid tot significante negatieve effecten in Natura 2000-gebieden leidt, is een Passende Beoordeling opgesteld. Daarin is beoordeeld of het nieuwe beleid tot significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden kan leiden en zo ja, op welke manier die effecten voorkomen kunnen worden (‘mitigerende maatregelen’). Beoordeling consistentie in beleid Met zogenaamde ‘botsproeven’ is beoordeeld in hoeverre het nieuwe beleid consistent is en of ze ruimtelijk gezien naast elkaar kunnen bestaan. Er is beoordeeld of de verschillende beleidsonderdelen elkaar versterken en conflicteren. Beoordeling doelbereik Op basis van de beoordelingsaspecten van het OER die samenhangen met de hoofdopgaven van de Omgevingsvisie, is beoordeeld in hoeverre het nieuwe beleid bijdraagt aan het behalen van die hoofdopgaven. Mitigerende maatregelen Voor leefomgevingsaspecten waar het nieuwe beleid risico’s oplevert op negatieve effecten, en waar er ondanks het nieuwe beleid nog sprake is van een tekortschietend kwaliteitsniveau mogelijkheden voor verdere verbetering gegeven. Dat is gedaan in de vorm van beleidsopties of concrete mitigerende maatregelen. Monitoring Monitoring is een belangrijk onderdeel van de Omgevingsvisie volgens de Omgevingswet.

Door middel van monitoring worden de effecten van het beleid uit de Omgevingsvisie inzichtelijk en wordt de kans geboden om tijdig bij te sturen in de gewenste richting. Monitoring maakt geen onderdeel uit van dit OER. In hoofdstuk 12 wordt hier nader op ingegaan als onderdeel van het vervolg op dit OER. Effectbeoordeling in lijn met karakter Omgevingsvisie De Omgevingsvisie bevat strategisch beleid op hoofdlijnen, verdere uitwerking van beleid vindt plaats in bijvoorbeeld programma’s of het omgevingsplan. Omdat het om hoofdlijnen van beleid gaat, is in het OER aansluitend daarop ook op hoofdlijnen beoordeeld wat de effecten zijn - in termen van kansen en risico’s. Dat is gedaan op basis van deskundigenoordeel, ook wel ‘expert-judgement’ genoemd. Modelberekeningen kunnen vanwege het karakter van het strategische beleid op hoofdlijnen niet gedaan worden en zijn ook niet zinvol. Bij verdere uitwerking van het beleid kan sprake zijn van m.e.r.-(beoordelings)plicht, waarvoor voor het betreffende onderdeel dan een MER opgesteld moet worden. Dit OER kan dan als basis gebruikt worden, waarbij verdere detaillering noodzakelijk kan zijn. Bijvoorbeeld in de vorm van modelberekeningen.

3.3

Het beoordelingskader

De kwaliteiten van de leefomgeving en de effecten van de Omgevingsvisie zijn in beeld gebracht aan de hand van het beoordelingskader (zie onderstaande tabel). Het beoordelingskader volgt de brede en integrale benadering uit de Omgevingswet. Dit betekent dat naast de thema’s binnen de fysieke leefomgeving het beoordelingskader ook sociale en economische thema’s bevat. Met een dergelijk breed beoordelingskader kan het OER daadwerkelijk bijdragen aan een goede en brede weging van alle relevante belangen in de Omgevingsvisie van de gemeente Helmond.

13 november 2023

BI2067-MI-RP-230608-1028

11

Het beoordelingskader is het resultaat van een analyse van opgaven in de fysieke leefomgeving en de ambities voor de Omgevingsvisie. Bij het opstellen van te beschouwen beoordelingsaspecten is ook in ogenschouw genomen welke gegevens er beschikbaar waren. Het beoordelingskader is gaandeweg binnen de procesaanpak van het OER verder aangescherpt ten opzichte van de NRD, waarbij sommige beoordelingsaspecten zijn opgesplitst of samengenomen. Tabel 3-1: Beoordelingskader uit NRD Omgevingsvisie Helmond Laag

Sociaalcultureel kapitaal

Ecologisch kapitaal

Economisch kapitaal

Thema

Beoordelingsaspecten

Gezondheid

Luchtkwaliteit, geluidhinder, geurhinder, beweegvriendelijke leefomgeving

Veiligheid

Omgevingsveiligheid, verkeersveiligheid, sociale veiligheid

Participatie

Maatschappelijke participatie, economische participatie

Fysieke leefomgeving

Woningaanbod en behoefte, voorzieningenaanbod

Kunst en cultuur

Cultuurhistorische en archeologische waarden

Onderwijs

Onderwijs

Bodem en water

Bodem, grondwater, oppervlaktewater

Natuur

Beschermde natuurgebieden (Natura 2000), Natuurnetwerk Brabant (NNB), gemeentelijke natuur (niet beschermd), beschermde soorten

Energie en grondstoffen

Energieverbruik, duurzame opwekking, afval*

Klimaat

Hitte, wateroverlast, broeikasgassen

Economie

Arbeid, ruimtelijke vestigingswaarden, economische structuur*

Bereikbaarheid

Autobereikbaarheid, openbaar vervoer, wandel- en fietsnetwerk, duurzame en slimme mobiliteit

* voor deze aspecten geldt dat deze kwalitatief zijn omschreven, waardoor er geen waardeoordeel in de vorm van een kwaliteitsniveau is toegekend.

3.4

De ‘foto van de leefomgeving’

De ‘foto van de leefomgeving’ beschrijft de staat van de leefomgeving in de gemeente Helmond. Hierbij wordt de huidige situatie en de autonome ontwikkeling tot 2030 gemeentebreed beschreven, en daar waar mogelijk een doorkijk gegeven naar 2040. De huidige situatie en de autonome ontwikkeling vormen samen de referentiesituatie voor dit OER. De beschrijving van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling is in samengevatte en visuele vorm weergeven in het ‘rad van de leefomgeving’, in de vorm van kwaliteitsniveaus hoe de leefomgeving ervoor staat (zie Figuur 3-3Figuur Figuur ). Wijze van beschrijven van de referentiesituatie De huidige situatie en autonome ontwikkeling zijn beschreven aan de hand van het toekennen van kwaliteitsniveaus. Daarmee is een overzichtelijk beeld ontstaan van waar de leefomgeving gemeentebreed op orde is, waar er problemen en knelpunten optreden en wat de autonome trends daarin zijn. Voor de toekenning van een kwaliteitsniveau aan de beoordelingsaspecten is per beoordelingsaspect een schaallat gedefinieerd. Op basis van deze schaallat is een kwaliteitsniveau toegekend aan de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. In zijn algemeenheid geldt: bij kwaliteitsniveau groen is overwegend sprake van een goede kwaliteit, dat wil zeggen: er is geen sprake van overschrijding van wettelijke of beleidsnormen, knelpunten of anderszins.

Bij rood is sprake van overwegend slechte kwaliteit, dat wil zeggen: er is sprake van overschrijding van normen of knelpunten. Bij oranje is er sprake van een wisselend beeld ten aanzien van de aanwezigheid van problemen en/of het risico op problemen, de kwaliteit zit dan tussen groen en rood in.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13645264/1