RN 006 Q-book BSD
Tekst van het document
4.3.2 Nieuwe digitale tools zoals BIM en UIM maken het mogelijk om snel en makkelijk scenario’s van de stedelijke ontwikkeling samen met (toekomstige) bewoners, overheid, bedrijfsleven en kennisinstituten te visualiseren en analyseren. 4.3.3 Bij toepassing van experimentele technologieën (zoals AI/algoritmen/ machine learning) en van innovaties waarvan de maatschappelijke impact nog niet bekend is en die kunnen leiden tot relevante ethische vraagstukken, kunnen ter zake deskundigen gevraagd worden om vooraf advies uit te brengen en wordt verantwoording afgelegd hoe dit advies is meegewogen in de besluitvorming.
Brainport Smart District | Q-Book | juni 2020 | 43
INDICATOR 05
DOEL 05
Privacy
GEBOUW
5.1.1 De bewoner bepaalt zelf welke gegevens uit zijn persoonlijke omgeving hij of zij deelt met welke organisatie en voor welk doel, conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Bij de ontwikkeling en vormgeving van toepassingen met data worden altijd de principes gevolgd van Privacy by Design. .............................. ............................................................................................................................. 5.2.1 De bewoner bepaalt zelf welke gegevens uit zijn persoonlijke omgeving BUURT hij of zij deelt met welke organisatie en voor welk doel, conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Bij de ontwikkeling en vormgeving van toepassingen met data worden altijd de principes gevolgd van Privacy by Design. 5.2.2 Bewoners weten welke apparatuur in ‘hun omgeving’ is geplaatst, bewoners hebben daar invloed op hebben en kunnen daar gebruik van maken. 5.2.3 Er wordt een data universum ingericht en beheerd, waarbij de interoperabiliteit van data en een eenduidige manier van data-ontsluiting gewaarborgd is. De manier van dataverwerking en de inrichting van de digitale infrastructuur voldoen aan de hoogste normen voor wat betreft efficiency en beveiliging. ................................ .............................................................................................................................
5.3.1 De bewoner bepaalt zelf welke gegevens uit zijn persoonlijke omgeving WIJK hij of zij deelt met welke organisatie en voor welk doel, conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Bij de ontwikkeling en vormgeving van toepassingen met data worden altijd de principes gevolgd van Privacy by Design. 5.3.2 Bewoners weten welke apparatuur in ‘hun omgeving’ is geplaatst, bewoners hebben daar invloed op hebben en kunnen daar gebruik van maken. 5.3.3 Er wordt een data universum ingericht en beheerd, waarbij de interoperabiliteit van data en een eenduidige manier van data-ontsluiting gewaarborgd is. De manier van dataverwerking en de inrichting van de digitale infrastructuur voldoen aan de hoogste normen voor wat betreft efficiency en beveiliging.
INDICATOR 06
DOEL 06
Ethiek
GEBOUW
44 |
6.1.1 Er is een een data governance structuur, gericht op de structurele inzet van onafhankelijke deskundigen die SBSD in haar besluitvorming adviseren over ethische en andere relevante vraagstukken. .............................. ............................................................................................................................. 6.2.1 Er is een een data governance structuur, gericht op de structurele inzet BUURT van onafhankelijke deskundigen die SBSD in haar besluitvorming adviseren over ethische en andere relevante vraagstukken. ................................ ............................................................................................................................. 6.3.1 Er is een een data governance structuur, gericht op de structurele inzet WIJK van onafhankelijke deskundigen die SBSD in haar besluitvorming adviseren over ethische en andere relevante vraagstukken. 6.3.2 Bij toepassing van experimentele technologieën (zoals AI/algoritmen/ machine learning) en van innovaties waarvan de maatschappelijke impact nog niet bekend is en die kunnen leiden tot relevante ethische vraagstukken, kunnen ter zake deskundigen gevraagd worden om vooraf advies uit te brengen en wordt verantwoording afgelegd hoe dit advies is meegewogen in de besluitvorming.
INDICATOR 07
DOEL 07
Intellectueel eigendomsrecht
GEBOUW
7.1.1 Teneinde innovatie te bevorderen en een situatie van ‘vendor lock-in’ te voorkomen, moet gewerkt kunnen worden met meerdere aanbieders van (basis)infrastructurele voorzieningen. 7.1.2 De gebruikte technologie voor Internet of Things is kenbaar, veilig (secure), interoperabel, kent ‘open interfaces’, ‘open protocollen’ en maakt gebruik van ‘open standaarden, tenzij....’ landelijke of Europese standaarden anders aangeven. 7.1.3 De principes van open innovatie worden nagestreefd waarbij innovatie zoveel mogelijk als een publiek goed wordt behandeld. Bij innovatieve inzet van data wordt, naast de beoordeling van technologische en juridische aspecten, nadrukkelijk ook gekeken naar de manier waarop de re-allocatie van waarde van data kan plaatsvinden in coöperatieve en andere innovatieve samenwerkingsverbanden. .............................. ............................................................................................................................. 7.2.1 Teneinde innovatie te bevorderen en een situatie van ‘vendor lock-in’ BUURT te voorkomen, moet gewerkt kunnen worden met meerdere aanbieders van (basis)infrastructurele voorzieningen.
7.2.2 De gebruikte technologie voor Internet of Things is kenbaar, veilig (secure), interoperabel, kent ‘open interfaces’, ‘open protocollen’ en maakt gebruik van ‘open standaarden, tenzij....’ landelijke of Europese standaarden anders aangeven. ................................ ............................................................................................................................. 7.3.1 Teneinde innovatie te bevorderen en een situatie van ‘vendor lock-in’ WIJK te voorkomen, moet gewerkt kunnen worden met meerdere aanbieders van (basis)infrastructurele voorzieningen. 7.3.2 Er dient vrije toegang te zijn van de door de bedrijven ontwikkelde digitale platformen. 7.3.3 De gebruikte technologie voor Internet of Things is kenbaar, veilig (secure), interoperabel, kent ‘open interfaces’, ‘open protocollen’ en maakt gebruik van ‘open standaarden, tenzij....’ landelijke of Europese standaarden anders aangeven.
REFERENTIES Projectteam Smart City Tu/e onder leiding van haar directeur Barbara vd Ploeg. Brabant Manifest van de Provincie Noord Brabant. Sensorregister initiatief gemeente Eindhoven en gemeente Amsterdam Data spelregels B- 5 steden Provincie NBR. Smart City principes gemeente Nijmegen. VNG Realisatie. Overleggen met Min. BzK. Brainport Smart District | Q-Book | juni 2020 | 45
DATA MANIFEST BRAINPORT SMART DISTRICT
1.CONTEXT Het digitale tijdperk biedt voor Brainport Smart District (hierna ‘BSD’) een groot aantal kansen, maar het verzilveren daarvan gaat niet vanzelf. Ook als Stichting Brainport Smart District (hierna ‘SBSD’) zullen we een aantal keuzes moeten maken om te zorgen dat BSD optimaal gebruik kan maken van de nieuwe mogelijkheden. BSD heeft een prachtige uitgangspositie om een voortrekkersrol te nemen in het digitale tijdperk, om koploper te zijn en te blijven is veel nodig. SBSD moet haar rol en positie de komende tijd bepalen en zal op een geheel nieuwe manier moeten kijken naar haar eigen activiteiten en haar eigen rol. De urgentie is groot, want ontwikkelingen gaan in een razend tempo. Hoewel de exacte rol van de partijen uit de Quadruple Helix (bewoners, (kennis)instellingen, overheden en marktpartijen) in de digitalisering van BSD nog moet uitkristalliseren, is het evident dat veel nieuwe toepassingen als eerste in het Living Lab van BSD zullen worden ontwikkeld en getest. Alle partijen zullen van SBSD verwachten dat deze transitie op een zorgvuldige manier gebeurt en dat de betrokken belangen worden geborgd. SBSD is aan zet om de toegang tot de infrastructuur te waarborgen en met nieuwe innovaties kansen te bevorderen.
Er wordt verwacht dat SBSD duidelijkheid biedt aan zowel burgers, overheden, kennisinstellingen en bedrijven over welke waarden en normen gehanteerd worden als het gaat om het gebruik van de digitale infrastructuur in BSD. Willen we koploper zijn op het gebied van digitalisering en alle betrokkenen als eerste laten profiteren van innovatieve ontwikkelingen, dan moeten we zorgen dat het voor alle spelers duidelijk is onder welke condities we nieuwe initiatieven toelaten. Het Data Manifest geeft uitdrukking aan de ambities van SBSD waar het digitale innovaties betreft en vormt de basis voor het handelen van SBSD en andere partijen die willen participeren. Het legt de principes vast rondom het verwerken en gebruik van data en de toegang tot en het gebruik van de digitale infrastructuur. Van partijen die participeren in de ontwikkeling van Brainport Smart District wordt gevraagd om maximale inspanning te leveren om de ambities van het Data Manifest te realiseren. Het Data Manifest is een onderdeel van de programmalijn Digitale Wijk en is integraal
46 |
onderdeel van het Q-book. Het Data Manifest is richting gevend voor eventuele nadere regels die gesteld worden in de formele contracten met partijen. De principes in het Data Manifest waarborgen de belangen van bewoners. Daarnaast beschrijft het Data Manifest de intenties voor de verdere acties die SBSD zal ondernemen om de belangen van alle betrokkenen partijen te borgen, waarbij de bewonersbelangen leidend zijn. 2. HOOFDPRINCIPES A. Bij de toepassing van digitale technologie en bij het verzamelen en verwerken van data staan de belangen van de bewoners centraal. De digitale infrastructuur en het gebruik van data in BSD moeten bijdragen aan een leefbare, gezonde en veilige wijk. B. De bewoner bepaalt zelf welke gegevens uit zijn persoonlijke omgeving hij of zij deelt met welke organisatie en voor welk doel, conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Bij de ontwikkeling en vormgeving van toepassingen met data worden de principes gevolgd van Privacy by Design. C. De digitale infrastructuur in de openbare ruimte in de wijk is er voor iedereen, ongeacht sociale positie en inkomen. De infrastructuur is goed beschikbaar, toegankelijk, toekomst vast en veilig. Zij is ingericht conform de Europese en landelijke wet- en regelgeving rond privacy en security. D.
De gebruikte technologie voor Internet of Things (IoT) is kenbaar, veilig (secure), interoperabel, kent ‘open interfaces’, ‘open protocollen’ en maakt gebruik van ‘open standaarden’, tenzij landelijke of Europese standaarden anders aangeven, of wanneer deze (nog) niet beschikbaar zijn. Teneinde innovatie te bevorderen en een situatie van ‘vendor lock-in’ te voorkomen, moet gewerkt kunnen worden met meerdere aanbieders van (basis)infrastructurele voorzieningen en moeten de (basis)infrastructurele voorzieningen overdraagbaar zijn naar nieuwe aanbieders in de IoT markt.
E. De data verzameld in en over de publieke ruimte komt ten goede aan partijen uit de Quadruple Helix. Deze data is ‘open en gedeeld’ tenzij de wet- en regelgeving rondom privacy en security anders aangeeft. F. De partijen uit de Quadruple Helix, zijn zowel producent als gebruiker van de digitale infrastructuur en van de ‘slimme diensten’ die daar gebruik van maken. Samen, in co-creatie of alleen en waar dat voor hen wenselijk, respectievelijk nodig is. G. Data, informatie, kennis, diensten, producten of waarde die worden gecreëerd uit data vanuit BSD komen ten goede van de wijk en haar bewoners. Dit gebeurt via coöperatieve, innovatieve vormen van samenwerking gericht op de re-allocatie van waarde van data ten behoeve van bewoners. H. In het Living Lab BSD kunnen innovaties als eerste getest en ontwikkeld worden. Het Living Lab biedt ruimte aan partijen uit de Quadruple Helix om (toegepast) onderzoek naar de impact en de valorisatie van deze innovaties te doen en andere onderzoeksdoeleinden te faciliteren. I.
Bij toepassing van experimentele technologieën (zoals AI/algoritmen/machine learning) en van innovaties waarvan de maatschappelijke impact nog niet bekend is en die kunnen leiden tot ethische vraagstukken, kunnen op verzoek van de bewoners en andere stakeholders ter zake deskundigen gevraagd worden om vooraf advies uit te brengen en wordt vastgelegd hoe dit advies is meegewogen in de besluitvorming. 3. INTENTIES 1. SBSD onderschrijft bovenstaande hoofdprincipes en houdt deze hoofdprincipes voor vanzelfsprekend in de ontwikkeling van BSD naar een slimme, digitaal-dynamische samenleving. 2. SBSD streeft ernaar om deze hoofdprincipes te verankeren in haar activiteiten. Zij zal deze hoofdprincipes als leidraad aanhouden in besluitvorming en contacten met partners in BSD. Daarbij wordt steeds een afweging gemaakt op welke wijze implementatie van de hoofdprincipes gebeurt. 3. Het datamanifest vormt de basis voor formele contracten met deelnemende partijen. Waar nodig kan SBSD besluiten toevoegingen te doen in het Data Manifest of nadere regels vaststellen.
4. SBSD regisseert en reguleert daar waar dat nodig is om de toegang, beschikbaarheid en de veiligheid van de digitale infrastructuur te waarborgen voor iedereen in de wijk. 5. SBSD zorgt ervoor dat bewoners weten welke apparatuur in ‘hun omgeving’ is geplaatst, dat bewoners daar invloed op hebben en daar gebruik van kunnen maken. 6. SBSD zorgt ervoor dat bewoners te allen tijden op de hoogte worden gesteld van de digitale infrastructuur, de beschikbaarheid, aanwezigheid en eventuele aanpassingen en toevoegingen. 7. SBSD draagt zorg voor het beheer van een data universum, waarbij: a) de interoperabiliteit van data en een eenduidige manier van dataontsluiting gewaarborgd is; b) De manier van dataverwerking en de inrichting van de digitale infrastructuur voldoen aan de hoogste normen voor wat betreft efficiency en beveiliging. 8. SBSD draagt zorg voor de invulling van een data governance structuur, gericht op de structurele inzet van onafhankelijke deskundigen die SBSD in haar besluitvorming adviseren over ethische, maatschappelijke, sociale , juridische , technische en andere relevante vraagstukken. SBSD legt vast hoe deze adviezen zijn meegewogen in de besluitvorming. 9. SBSD vindt het belangrijk om de kennis en ervaring die wordt opgedaan bij het operationaliseren van de hoofdprincipes te delen.
SBSD richt haar processen zodanig in dat resultaten en ervaringen van pilots en dergelijke kunnen worden uitgewisseld en verspreid. 10. SBSD is bereid om een bijdrage te leveren aan de uitwerking van deze principes in beleid en/of een regelgevend kader op lokaal, landelijk en/of internationaal niveau. 11. SBSD werkt volgens de principes van open innovatie waarbij innovatie zoveel mogelijk als een publiek goed wordt behandeld. Bij innovatieve inzet van data wordt, naast de beoordeling van technologische en juridische aspecten, nadrukkelijk ook gekeken naar de manier waarop de re-allocatie van waarde van data kan plaatsvinden in coöperatieve en andere innovatieve samenwerkingsverbanden. 12. In de toekomst zal SBSD haar taken en verantwoordelijkheden die voortvloeien uit dit Data Manifest overdragen naar een nieuw samenwerkingsverband.
Brainport Smart District | Q-Book | juni 2020 | 47
PROGRAMMALIJNEN WIJK MET ENERGIE
WIJK MET ENERGIE In BSD zullen we een overschot hebben aan duurzaam opgewekte energie. De uitdaging ligt niet zo zeer in het opwekken van genoeg energie als wel in het op de juiste momenten beschikbaar hebben van energie voor de verschillende gebruikers. Om zo efficiënt mogelijk energie uit te wisselen experimenteren we met verschillende methodes om energie op te wekken, op te slaan en te verdelen/verhandelen binnen de wijk. De opties hiervoor zijn legio, van zon tot wind tot waterstof, veel verschillende soorten opslag en systemen voor slimme netten op huis/buurt en wijkniveau. We onderzoeken methodes om overtollige energie in te zetten om de doelen van de wijk op sociaal, gezondheids en mobiliteitsgebied te ondersteunen. We verkennen de mogelijkheid van een slim, lage temperatuur, warmtenet waarbij we restwarmte uit onder andere ons watersysteem in kunnen zetten. We dagen de markt uit om de nieuwste technologieën in
48 |
BSD te testen en op te schalen en zorgen daarmee gezamenlijk voor een optimale infrastructuur. Het doel is dat BSD de slimste infrastructuur heeft waarbij we nadrukkelijk kijken naar de mogelijkheden om naast het reguliere net een gelijkstroom net aan te leggen waar in ieder geval stroomopwek via de zonnepanelen en verbruik van elektrische auto’s en warmtepompen kan lopen. Zo voorkomen we conversieverlies en hebben we meer mogelijkheden om te experimenteren binnen de buurten en de wijk. Het eigendom van het smart grid van de wijk zal publiek/van de bewoners zijn. Zo borgen we dat we ruimte hebben en houden voor allerlei verschillende iniatieven en experimenten. In het kader van de circulaire agenda van BSD geven we nadrukkelijk de voorkeur aan duurzame materialen in alle elementen van het energiesysteem.
Brainport Smart District | Q-Book | juni 2020 | 49
AMBITIE Het energiesysteem is aanpasbaar en flexibel, zodat ook rekening kan worden gehouden met toekomstige behoeften en technologieën. De totale energievraag (stroom, warmte, koeling) van de wijk wordt intern ingevuld, en enkel op basis van hernieuwbare energiebronnen. De diverse actoren in de wijk (huishoudens, kantoren, winkels) streven gezamenlijk naar een optimale uitwisseling van energie. De wijk heeft minimale interactie (import dan wel export) met het nationale elektriciteitsnet en heeft die interactie zoveel mogelijk op het moment dat het nationale grid het nodig heeft (counter-balancing).
INDICATOR 01
DOEL 01
Maximale energievraag (voor verwarming en koeling)
GEBOUW
1.1.1 50 kWh/m2 per jaar vanaf 2020. (Gebaseerd op BENG 1 - Voor het bepalen van de energiebehoefte wordt de energiebehoefte voor verwarming en koeling opgeteld. Deze kijkt naar een optimale kwaliteit van de gebouwschil waarbij zowel de verhouding glas ten opzichte van dichte gevel, de mate van isolatie, de mate van kierdichting als de aanwezigheid van koudebruggen een rol speelt. Niet alleen isolatie, maar juist het samenspel van bovenstaande factoren, de vorm (geometrie) en de ligging van een gebouw zijn van belang om de energiebehoefte van een gebouw zo veel mogelijk te beperken. Deze indicator gaat over al deze factoren. Hierbij wordt gerekend met een vastgesteld ‘neutraal’ ventilatiesysteem. De energiebehoefte invullen mag in het geval van BSD enkel met hernieuwbare energie). .............................. ............................................................................................................................. n.v.t. BUURT ................................ ............................................................................................................................. n.v.t. WIJK
INDICATOR 02
DOEL 02
Maximaal primair (fossiel) energiegebruik (voor verwarming, koeling, warm water, ventilatoren)
GEBOUW
.............................. BUURT ............................. WIJK
INDICATOR 03
DOEL 03
Minimum percentage hernieuwbare energie
GEBOUW .............................. BUURT ................................ WIJK
50 |
2.1.1 0 kWh/m2 per jaar vanaf 2020. (Gebaseerd op BENG 2 - Het primair fossiel energiegebruik is een optelsom van het primair energiegebruik voor verwarming, koeling, warmtapwaterbereiding en ventilatoren. Voor utiliteitsgebouwen telt ook het primair energiegebruik voor verlichting en voor bevochtiging (indien aanwezig) mee. Voor zowel woningen en utiliteitsgebouwen geldt dat, als er PV-panelen of andere hernieuwbare energiebronnen aanwezig zijn, de opgewekte energie van het primair energiegebruik wordt afgetrokken). ............................................................................................................................. 2.2.1 0 kWh/m2 per jaar vanaf 2020. ............................................................................................................................. 2.3.1. 0 kWh/m2 per jaar vanaf 2020.
3.1.1 100% vanaf 2020. ............................................................................................................................. 3.2.1 100% vanaf 2020. ............................................................................................................................. 3.3.1 100% vanaf 2020.
INDICATOR 04
DOEL 04
Productie van CO2-uitstoot
GEBOUW
0 vanaf 2020. (Dit betekent geen verbranding van fossiele brandstoffen en geen biomassa). .............................. ............................................................................................................................. 4.2.1 0 vanaf 2020. BUURT ................................ ............................................................................................................................. 4.3.1 0 vanaf 2020. WIJK
INDICATOR 05
DOEL 05
Minimumpercentage on-site energy matching (OEM) Hiervoor zijn oplossingen vereist om energie op te slaan en/of verbruik op andere manieren gelijktijdig met opwek te laten plaatsvinden
GEBOUW
5.1.1 Tenminste 50% vanaf 2020 tenzij tenminste 50% op buurt/wijk geregeld is als deel van het voorstel. (OEM tenminste 50% betekent dat tenminste 50% van de energie die opgewekt wordt op dat moment ofwel gebruikt ofwel opgeslagen wordt om daarmee het net te ontlasten). .............................. ............................................................................................................................. 5.2.1 Tenminste 50% vanaf 2020. BUURT ................................ ............................................................................................................................. 5.3.1 Tenminste 50% vanaf 2020. WIJK
REFERENTIES Studio Solarix - zonnepanelen als deel van de gevel https://www.wonen360.nl/article/9055296/hetontwerp-laat-zien-hoe-zonne-energie-design-eninteractiviteit-naadloos-in-elkaar-overvloeien/ DENS Mierenzuur accu voor duurzame bouwstroom ipv diesel https://dens.one/our-solution/ Warmteopslag in zout https://www.tno.nl/nl/aandachtsgebieden/ industrie/roadmaps/sustainable-chemicalindustry/warmtebatterij-voor-in-huis/ Besparing door een gelijkstroomnet https://www.bath.ac.uk/case-studies/researchsparks-new-power-savings-in-the-universitylibrary/ en https://pcmweb.nl/artikelen/nieuws/ drie-gelijkstroom-projecten-onder-de-loep/ en https://www.duurzaambedrijfsleven.nl/ infra/24589/abn-amro-opent-deuren-vaninnovatief-en-circulair-paviljoen-circl
Lokale energiemarkt https://www.enpuls.nl/concepten/grid-flex-heeten/ Warmtepomp net https://www-duurzaamgebouwd-nl.cdn.ampproject.org/c/s/www. duurzaamgebouwd.nl/artikel/20190731-warmtepompnet-versneltrenovatieopgave/amp Energieneutrale huizen https://www.brabant.nl/onderwerpen/energie/energie-van-de-brabanders/ verhalen-brabantse-energietransitie/energieneutraal-bouwen-vertel-hethele-verhaal Mobiele windmolen voor bijv. de bouwfase https://www.ad.nl/binnenland/mobiele-windmolen-zorgt-deze-zomer-voorenergie-op-festivals~af5c8f93/?referrer=https://www.google.nl/ Waterstofwoning https://www.cobouw.nl/woningbouw/nieuws/2019/08/de-waterstofrevolutiebegint-misschien-wel-op-goeree-overflakkee-101276008?E_flows_ proefabonnees_AE_2019&tid=TIDP1155101X19D09A0B14B14E4DB9E1C 134BD66D087YI4&vakmedianet-approve-cookies=1 Betere energieopslag systemen https://www.volterion.com/en/systems-en-neu/ (productie door VDL)
Brainport Smart District | Q-Book | juni 2020 | 51
PROGRAMMALIJNEN WIJK MET WATER
WIJK MET WATER Water is het verbindende element in de Water-Energie-Voedsel-Klimaat-keten van de wijk. Daarom wordt de watercyclus als ordenend principe gebruikt voor het ontwerp daarvan. De stedelijke watercyclus wordt in zijn geheel bekeken, van regenwater en de toevoer van drinkwater, via het gebruik van water door bewoners en bedrijven, tot de zuivering van afvalwater dat wordt hergebruikt en /of teruggegeven aan het milieu. In dit verband wordt aandacht besteed aan het verstandig gebruik van grondwater, innovatieve toepassingen voor regenwater, en het hergebruik van afvalwater.
52 |
Klimaatadaptatie is van cruciaal belang, dus het watersysteem van BSD is bestand tegen droogte en extreme neerslag. Het watersysteem zal bewoners ook helpen door hittestress tegen te gaan. De gezondheid van toekomstige bewoners staat voorop en vormt de kern van alle ontwerpen. Dit slimme, circulaire watersysteem ondersteunt een gezond milieu en gezonde bewoners. Bewoners en bedrijven krijgen tijdens de ontwerpfase een menukaart met technologieën en maatregelen waaruit ze kunnen kiezen om op een inclusieve wijze een innovatief, functioneel, en betaalbaar watersysteem te realiseren.
Brainport Smart District | Q-Book | juni 2020 | 53
AMBITIE Onze ambitie is om een duurzaam, inclusief en veerkrachtig watersysteem te creëren dat is toegesneden op de klimaatverandering en dat op een geïntegreerde manier is ontworpen in combinatie met de oplossingen voor energie, voedsel en mobiliteit. Toekomstige bewoners staan centraal, wat inhoudt dat wonen met water toegevoegde waarde biedt voor de samenleving, in de zin van dat het een gezond milieu en gezonde bewoners bevordert, en slimme innovatieve diensten biedt die zowel functioneel als betaalbaar zijn.
INDICATOR 01
DOEL 01
Wateroverlast en droogte: Klimaatadaptief ontwikkelen, hemelwaterbestendige percelen, voorkom schade ten gevolg van neerslag
GEBOUW
1.1.1 Maximaal 30 % van de neerslag uitgaande van een piekbui van 150mm/h wordt afgevoerd (naar buiten de perceelsgrens). Plusniveau: Max 15% van de neerslag uitgaande van een piekbui van 180 mm/h wordt afgevoerd (naar buiten de perceelsgrens) .............................. ............................................................................................................................. 1.2.1 Basisniveau: 150 mm/h neerslag zonder schade. Plusniveau: BUURT 180 mm/h neerslag zonder schade. ................................ ............................................................................................................................. 1.3.1 Basisniveau: 150 mm/h neerslag zonder schade. Plusniveau 180 mm/h WIJK neerslag zonder schade. Basis en Plusniveau: Hydrologisch functioneren: afvoer oppervlaktewater uit wijk minimaliseren en stuurbaar maken (afvoercoefficient minder dan de huidige situatie).
INDICATOR 02
DOEL 02
Watergebruik: Circulaire waterketen: Minimaliseer de hoeveelheid drinkwater wat aangevoerd wordt en hoeveelheid afvalwater dat de buurt uitgaat, voorkomen verspilling drinkwater
GEBOUW
2.1.1 Basisniveau: 40% reductie drinkwater verbruik t.o.v. BAU, streven naar max 70 liter per persoon per dag. Plusniveau: 70% reductie drinkwater verbruik t.o.v. BAU, streven naar max 40 liter per persoon per dag. .............................. ............................................................................................................................. 2.2.1 Basisniveau: Max 70 liter per persoon per dag afvoer afvalwater naar BUURT bovenwijkse afvalwaterzuiveringsinstallatie. Plusniveau: Max 40 liter per persoon per dag afvoer afvalwater naar bovenwijkse afvalwaterzuiveringsinstallatie. ................................ ............................................................................................................................. 2.3.1 Basisniveau: Max 70 liter per persoon per dag afvoer afvalwater WIJK naar bovenwijkse afvalwaterzuiveringsinstallatie. Plusniveau: Max 40 liter per persoon per dag afvoer afvalwater naar bovenwijkse afvalwaterzuiveringsinstallatie.
INDICATOR 03
DOEL 03
Waterkwaliteit en gezondheid: Waterkwaliteit oppervlaktewater op een hoger niveau dan in de omliggende wijken, de gezondhied van inwoners bewaken en bevorderen. Denk aan blauwalg, organische stoffen, temperatuur
GEBOUW
54 |
3.1.1 Bewoners zorgen ervoor dat water wat hun huis/perceel verlaat zo schoon mogelijk is. Drinkwaterkwaliteit voldoet aan normen vastgelegd in het Drinkwaterbesluit (meer dan 99,9% van het aantal jaarlijkse metingen). Gescheiden leidingssystemen en daarop toetsen. .............................. ............................................................................................................................. 3.2.1 Basisniveau: Waterkwaliteit oppervlaktewater op niveau BUURT Kaderrichtlijnwater. Plusniveau: Waterkwaliteit oppervlaktewater op niveau zwemwaterkwaliteit. ................................ ............................................................................................................................. 3.3.1 Basisniveau: Waterkwaliteit oppervlaktewater op niveau WIJK Kaderrichtlijnwater. Plusniveau: Waterkwaliteit oppervlaktewater op niveau zwemwaterkwaliteit.
INDICATOR 04
DOEL 04
Een biodiversiteitslandschap waarin landschap en de stad aan elkaar verbonden zijn
GEBOUW
INDICATOR 05
DOEL 05
Biodiversiteit en water, natuurinclusief bouwen en inrichten, ecologische waarde, kwaliteit van het ecosysteem en het milieu
GEBOUW
4.1.1 In 100% van het onverharde oppervlak van het perceel krijgt water de ruimte en tijd om te infiltreren in de tuin. .............................. ............................................................................................................................. 4.2.1 In 100% van het onverharde oppervlak van het perceel krijgt water de BUURT ruimte en tijd om te infiltreren in de openbare ruimte. ................................ ............................................................................................................................. 4.3.1 In 100% van het onverharde oppervlak van het perceel krijgt water de WIJK ruimte en tijd om te infiltreren in de openbare ruimte.
5.1.1 Basisniveau: 50% van daken en tuinen zijn ingericht met insectvriendelijke beplanting. Het groen in tuinen bestaat uit een goed opgebouwde verticale structuur (kruid laag, struiklaag, boom laag) waardoor het vasthouden van vocht en de afgifte van koelte optimaal wordt. Plusniveau: 75%. .............................. ............................................................................................................................. 5.2.1 Basisniveau: 50% van straten en buurten zijn ingericht met BUURT insectvriendelijke beplanting. Het groen in straten en buurten bestaat uit een goed opgebouwde verticale structuur (kruid laag, struiklaag, boom laag) waardoor het vasthouden van vocht en de afgifte van koelte optimaal wordt. Plusniveau: 75%. ................................ ............................................................................................................................. 5.3.1 Basisniveau: 50% van straten en buurten zijn ingericht met WIJK insectvriendelijke beplanting. Het groen in straten en buurten bestaat uit een goed opgebouwde verticale structuur (kruid laag, struiklaag, boom laag) waardoor het vasthouden van vocht en de afgifte van koelte optimaal wordt. Plusniveau: 75%.
Brainport Smart District | Q-Book | juni 2020 | 55
INDICATOR 06
DOEL 06
Temperatuurregeling en water: Hittestress: temperatuurregeling (zowel verwarming als koeling) van huizen wordt op en natuurlijke wijze geregeld (incl. oriëntatie etc). Bijvoorbeeld: Water als koelelement; Water als lichtinval
GEBOUW
INDICATOR 07
DOEL 07
Meervoudige ruimtegebruik en water, duurzaam ruimtegebruik, multifunctioneel programmeren
56 |
6.1.1 Het temperatuurverschil tussen de bebouwdeomgeving en de omringende/groene omgeving is niet meer dan 2gr C. Ambitie targets voor 2030, en voor bijzonder innovatieve paspoorten vanaf 2020 - Het temperatuurverschil tussen de bebouwde omgeving en de omringende/groene omgeving is niet meer dan 1gr C. .............................. ............................................................................................................................. 6.2.1 Het temperatuurverschil tussen de bebouwdeomgeving en de BUURT omringende/groene omgeving is niet meer dan 2gr C. Ambitie targets voor 2030, en voor bijzonder innovatieve paspoorten vanaf 2020 - Het temperatuurverschil tussen de bebouwde omgeving en de omringende/groene omgeving is niet meer dan 1gr C. Basisniveau: Per woning wordt 75m2 openbaar groen aangelegd ................................ ............................................................................................................................. 6.3.1 Het temperatuurverschil tussen de bebouwdeomgeving en de WIJK omringende/groene omgeving is niet meer dan 2gr C. Ambitie targets voor 2030, en voor bijzonder innovatieve paspoorten vanaf 2020 - Het temperatuurverschil tussen de bebouwde omgeving en de omringende/groene omgeving is niet meer dan 1gr C. Basisniveau: Per woning wordt 75m2 openbaar groen aangelegd
7.1.1 Basisniveau: 200% dubbel ruimtegebruik (per perceel). Plusniveau: 300% dubbel ruimtegebruik (per perceel). .............................. ............................................................................................................................. 7.2.1 Basisniveau: 200% dubbel ruimtegebruik (shared spaces en openbare BUURT ruimte). Plusniveau: 300% dubbel ruimtegebruik (shared spaces en openbare ruimte). ................................ ............................................................................................................................. 7.3.1 Basisniveau: 200% dubbel ruimtegebruik (shared spaces en WIJK openbare ruimte). Plusniveau: 300% dubbel ruimtegebruik (shared spaces en openbare ruimte). GEBOUW
REFERENTIES Provincie Noord-Brabant Stichting Brainport Smart District Gemeente Helmond Waterschap Aa en Maas Waterschap De Dommel Brabant Water Metabolic en KWR Water Research Institute hebben scenario’s van mogelijke maatregelen en technologieën doorgerekend die aangeven dat deze targets theoretisch haalbaar zijn
Brainport Smart District | Q-Book | juni 2020 | 57
BSD GEBOUWDE OMGEVING
In BSD ondersteunt de gebouwde omgeving de ontwikkeling van het district als een innovatieve plek om te wonen, werken en spelen. Op gebied van programma, stedelijke dichtheid, bouwtechnieken en gevoel van plaats, streeft BSD naar een inclusieve, levendige en duurzame omgeving met een sterke identiteit.
58 |
Brainport Smart District | Q-Book | juni 2020 | 59
AMBITIE Een levendige omgeving creëren die ook veilig, efficiënt, slim en duurzaam is.
INDICATOR 01
DOEL 01
Levendige en aantrekkelijke stedelijke omgeving
GEBOUW
60 |
1.1.1 Creëer lage gebouwen in elkaars nabijheid: - Aantal verdiepingen bovengronds: 1-7. Gebouwen met 5 of meer lagen zijn vooral in te zetten als hoogte accent rond stations. - Afstand tussen gebouwen: niet meer dan 20 meter, bij voorkeur aan elkaar. 1.1.2 Ontwerp het gebouw om het stratenplan te definiëren en uitzichten te kaderen. 1.1.3 Creëer geanimeerde gevels met bijvoorbeeld erkers, nissen en balkons boven de begane grond. licht en lucht, en zorg voor geanimeerde gevels. 1.1.4 Minimaal 60% van de gevels aan de straat dient transparant en actief te zijn. Voor alle functies behalve wonen is dit minimum percentage 90%. Minimalisering gevelruimte voorbestemd voor nutsvoorzieningen, opslag, diensten. 1.1.5 Zorg voor variatie in gevels, materialen en raamafmetingen. 1.1.6 Vermijd of beperk het gebruik van donkere of sterk reflecterende materialen. .............................. ............................................................................................................................. 1.2.1 Creëer vóór elk gebouw een publieke of semipublieke ruimte die het BUURT straatbeeld verlevendigt. 1.2.2 Zorg dat toegang tot gebouwen te bereiken is via de openbare ruimte. Dus bijvoorbeeld niet alleen door een ander bouwwerk. 1.2.3 De openbare ruimte is verbonden met huidige of geplande openbare groen voorzieningen en het omliggende landschap.
1.2.4 Ontwerp gebouwen en openbare ruimtes om toevallige ontmoetingen te stimuleren. 1.2.5 Gebruik bomen, beplanting en bestrating voor de ontwikkeling van overzichtelijke ruimtes met een menselijke schaal. 1.2.6 20% van alle uitgeefbare grond moet gedeelde openbare ruimte omvatten. 1.2.7 Integreer ruimtes die geschikt zijn voor evenementen en optredens. ................................ ............................................................................................................................. 1.3.1 Creëer verschillende grote en kleine ruimtes die de mensen uit de wijk WIJK zelf in kunnen vullen en die voor een levendige sfeer zorgen. 1.3.2 Voorzie in speciale ruimtes voor spelende kinderen en honden. 1.3.3 Gebruik kunst (bij voorkeur van lokale kunstenaars) als kenmerkende elementen in de openbare ruimte, waarbij rekening wordt gehouden met zichtbaarheid en educatieve mogelijkheden. 1.3.4 Creëer een “BSD Central Park” als een collectieve ruimte van de bewoners.
INDICATOR 02
DOEL 02
Veilige omgeving
GEBOUW
2.1.1 Om sociale veiligheid te waarborgen zijn gebouwen naar de straat toe gekeerd en kijken ramen uit op de openbare ruimte zoals, straat, looppaden en groenvoorzieningen. 2.1.2 Gebouwen en openbare ruimte zijn goed verlicht. 2.1.3 Binnen de grenzen van BSD is enkel bedrijvigheid in milieucategorie I en II toegestaan. Indien de meerwaarde voor BSD evident is, kan een enkele uitzondering gemaakt worden voor bedrijven in milieucategorie III. .............................. ............................................................................................................................. 2.2.1 Creëer een mix van functies op buurtniveau, integreer wonen, werken BUURT en andere functies. 2.2.2 Combineer verschillende gebouwtypes en functies om het gebruik op verschillende momenten van dag te stimuleren. 2.2.3 De openbare ruimte dient aantrekkelijk en veilig te zijn, met name voor langzaam verkeer, bijvoorbeeld middels straatmeubilair en groen. 2.2.4 Borg dat gedeelde ruimtes door iedereen kunnen worden gebruikt en goed verlicht zijn. 2.2.5 Beperk geluidsoverlast, bijvoorbeeld door het gebruik van stille wegoppervlakken en natuurlijke geluidsschermen. ................................ .............................................................................................................................
2.3.1 Stimuleer het gevoel van eigenaarschap door kavels in kenmerkende WIJK gebieden op te delen. 2.3.2 Creëer een doorlopend netwerk voor langzaam verkeer zonder doodlopende routes. 2.3.3 Parkeerplaatsen op straat zijn niet toegestaan, met uitzondering van de mobiliteitshubs. Enkel noodzakelijke laad- en los plaatsen zijn toegestaan in de openbare ruimte.
INDICATOR 03
DOEL 03
Flexibele en robuuste infrastructuur
GEBOUW
3.1.1 Ontwerp flexibele gebouwen die anticiperen op variatie, aanpassingen en uitbreidingen, bijvoorbeeld middels modulaire systemen. De gebouwen dienen geschikt te zijn voor afwisseling van vormen, materialen en afmetingen. 3.1.2 De begane grond moet flexibel kunnen worden ingericht, zodat deze voor meerdere doeleinden kan worden gebruikt. .............................. ............................................................................................................................. 3.2.1 Ontwerp gebouwen dusdanig dat ze in de loop van de tijd (dag, week BUURT of jaar) voor meerdere doeleinden kunnen worden gebruikt. 3.2.2 De openbare ruimte is geschikt voor verschillende soorten gebruik. ................................ ............................................................................................................................. 3.3.1 Creëer een dicht netwerk van openbare ruimtes, met de mogelijkheid WIJK van recreatie op 2 minuten lopen (160 meter) van huis.
Brainport Smart District | Q-Book | juni 2020 | 61
INDICATOR 04
DOEL 04
Veerkracht en duurzaamheid
GEBOUW
62 |
4.1.1 Zorg voor een goede luchtkwaliteit en binnentemperatuur en het juiste licht- en geluidsniveau, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van duurzame technieken (ligging, natuurlijke ventilatie, slimme schillen, groene technologieën). 4.1.2 Neem zo veel mogelijk passieve zonne-energie op in gevelontwerp, behandeling en materialen. 4.1.3 Ontwerp daken en/of muren zo veel mogelijk voor het genereren van hernieuwbare energie. 4.1.4 Ontwerp daken en/of muren zoveel mogelijk voor habitatondersteunende vegetatie. .............................. ............................................................................................................................. 4.2.1 Creëer openbare ruimtes met een aangenaam microklimaat: een hoge BUURT luchtkwaliteit en het juiste temperatuur-, geluids- en lichtniveau. ................................ ............................................................................................................................. 4.3.1 Zorg voor een slimme en efficiënte infrastructuur. WIJK 4.3.2 Zorg voor een wijk die anticipeert op klimaatverandering, zoals verhoogde temperatuur en wateroverlast. 4.3.3 Zowel de openbare ruimte als private kavels dienen voorzien te zijn van voldoende bomen en drainerende inrichting.
REFERENTIES Knowledge Matters by Ben van Berkel and Caroline Bos, 2016 WELL certification - https://www.wellcertified. com/ LEED ND certification - https://new.usgbc.org/ leed/rating-systems/neighborhood-development BREEEAM certification - https://www.breeam. com/
Brainport Smart District | Q-Book | juni 2020 | 63
BSD LANDSCHAP
Brainport Smart District streeft naar een nieuw hybride landschap dat stedelijke, natuur- en landbouwgronden combineert. Ontworpen als rijke leefwereld, wordt het een productieve omgeving voor voedsel, energie, water, afvalverwerking en biodiversiteit. De afzonderlijke systemen zullen op perceel-, buurt- en districtsniveau worden georganiseerd om hun individuele efficiëntie te maximaliseren en tegelijkertijd mogelijke koppelingen te stimuleren.
64 |
Brainport Smart District | Q-Book | juni 2020 | 65
AMBITIE De ontwikkeling van een multifunctioneel en hoogrenderend landschap waarin het lokale aanbod van ecosysteemdiensten wordt gemaximaliseerd en tegelijkertijd ruimte wordt gelaten aan aanpassingsvermogen, veerkracht en kennis over de lokale natuurlijke dynamiek en de dagelijkse interactie tussen gemeenschap en natuur.
INDICATOR 01
DOEL 01
Een biodiversiteitslandschap waarin landschap en de stad aan elkaar verbonden zijn
GEBOUW
.............................. BUURT
66 |
1.1.1 Ieder gebouw is onderdeel van een mozaiek van groene daktypologien (extensief, intensief en bruine daken). - Het definitieve/exacte percentage groene daken (intensief, extensief, bruin) moet complementair zijn met het benodigd oppervlak voor PV modules. 1.1.2 Minimaal, een op de twee gevels moet ruimte bieden voor groene ontwikkeling van de gevels: groene gevels, klimplanten, groene balkons, etc. om ecologische en visuele continuiteit van de bebouwde omgeving te bieden. 1.1.3 Alle privetuinen dragen bij om de biodiversiteit te stimuleren waarbij minstens 50% van het gebied onverhard en beplant is met inheemse soorten of gevestigde soorten met een non invasief karakter. (bomen, struiken, klimplanten, varens en vaste planten). 1.1.4 Ieder gebouw en privetuin neemt actief natuurinclusieve oplossingen in zich op. Van speciale aantrekkelijke beplanting tot bestuivers tot fysieke objecten als nestkasten, vleermuiskasten of insectenhotels… ............................................................................................................................. 1.2.1 Minimaal 20% van het oppervlak van de openbare ruimte moet ruimte bieden voor water sensitieve omgevingen: van permanente water structuren (kanalen en vijvers) tot tijdelijk overstroombare ruimte (wadi’s, bioswales, regentuinen en natuurlijke speeltuinen).
De exacte afmetingen, hoogtes en volume moeten nog vastgesteld worden gebaseerd op voorkeurs waterhuishouding scenario’s en specifieke condities van de ondergrond van een ingreep. 1.2.2 Alle oevers moeten ecologisch ontworpen zijn, met een maximaal helling van 1/3, of met een terrasvormig adaptief profiel. 1.2.3 Straatprofielen en stedelijke openbare ruimte zijn gemiddeld voor 40% beschut door bladerdak binnen een tijdsbestek van 20-25 jaar als basis referentietijd, om ecologische en visuele continuiteit te bieden aan de bebouwde omgeving. Het getal kan aangepast en gemonitord worden gebaseerd op boomsoort keuze, benodigde ruimte voor productieve tuinen en gebouworientatie. 1.2.4 85% van de boomsoorten in de publieke ruimte zijn inheemse loofverliezende soorten of gevestigde soorten met een non-invasief karakter, om schaduw in de zomer en zonlicht in de winter te bieden. 1.2.5 15% van boomsoorten en 30% van struiken/hagen geplant in de openbare ruimte zijn inheemse groenblijvend soorten of gevestigde soorten met een non-invasief karakter om beschutting te bieden voor fauna in de winter. 1.2.6 Minimaal 75% van bomenrijen zijn on twikkeld met seizoensgebonden ondergroei en kruidachtige soorten langs de stammen om een habitat voor bestuivers te ontwikkelen.
1.2.7 Alle bloementuinen zijn seizoensgebonden ontworpen om een ecologische prestatie en verschijning door de seizoenen te behouden: seizoensgebonden bloei, zaad, vruchten en pollen productie, en goede winter verscheiding inclusief loofbehoudende grassen en struiken. 1.2.8 Al het functionele groen / zonder specifiek publiek gebruik (groene randen, hagen en gazonnen langs de weg) hebben ecologisch onderhoud, om jaarlijkse cycli mogelijk te maken.
INDICATOR 01
DOEL 01
Een biodiversiteitslandschap waarin landschap en de stad aan elkaar verbonden zijn
WIJK
1.3.1 Alle boom en struiksoorten in de openbare ruimte zijn inheemse soorten of gevestigde soorten met een niet invasief karakter, met nadruk op vruchtdragende soorten die herkend zijn door inheemse fauna. 1.3.2 Groen blauwe netwerken moeten ononderbroken zijn, of verbonden worden door middel van specifieke elementen zoals fauna passages of natuur inclusieve infrastructuur. 1.3.3 Alle productieve landschappen zijn gebaseerd op circulaire productie, inclusief ecologische zones binnen landbouw kavels geconcentreerd langs de kavelgrenzen om beweegmogelijkheden van fauna te maximaliseren. 1.3.4 Een specifiek deel van de productieve landschappen is bestemd voor natuurlijke incubators en organische kwekerijen om planten die aangepast zijn aan de lokale condities te bieden voor het BSD district.
Brainport Smart District | Q-Book | juni 2020 | 67
INDICATOR 02
DOEL 02
Een productief en regulerend landschap om de milieukwaliteit van de gehele wijk te maximaliseren en basis faciliteiten te voorzien voor een duurzaam en zelfredzaam BSD district
GEBOUW
68 |
2.1.1 Regenwater wordt verzameld op de eigen kavel door middel van water sensitive maatregelen gecombineerd met natuurinclusieve en technische oplossingen: smart polderdaken, regentuinen, voortuinen, waterdoorlatende tegels, regenkratten etc. Basis niveau: Minimaal 70% van neerslag wordt verzameld op de eigen kavel. Plus niveau: Minimaal 85% van neerslag wordt verzameld op de eigen kavel. 2.1.2 Minimaal een op de twee gevels moeten ruimte bieden voor groene ingrepen: groene gevel, klimplanten, groene balkons, etc. om warmte en fijnstof te absorberen en voor luchtzuivering. .............................. ............................................................................................................................. 2.2.1 Al het regenwater in de openbare ruimte wordt lokaal verzamelt door BUURT middel van water sensitive ingrepen gecombineerd met natuurinclusieve en technische oplossingen: wadi’s, bioswales, goten, kanalen, waterpleinen, speeltuinen, permeabele oppervlaktes, ondergrondse bergingen, regenkratten etc. Basis niveau: 150 mm / u neerslag zonder schade. Plus niveau: 180 mm / u neerslag zonder schade. 2.2.2 Alle groenzones voor waterhuishouding worden voor minimaal 50% beplant met plantensoorten die een filtratievermogen hebben om verontreiniging van infiltratiewater te voorkomen.
2.2.3 Alle groenzones voor waterhuishouding worden beplant met veerkrachtige plantensoorten die resistent zijn tegen tijdelijke overstroming en langdurende droogte. 2.2.4 Alle groenzones voor waterhuishouding zijn opgezet volgens huidige hydrologische condities, om infiltratie te maximaliseren en voor waterretentie of extra buffer capaciteit. 2.2.5 Straatprofielen en stedelijke openbare ruimte worden gemiddeld voor 40% overdekt met boomkronen binnen een tijdsbestek van 20-25 jaar als principiele referentietijd, om warmte te absorberen, fijnstof te absorberen en luchtzuivering. Het getal kan aangepast en gemonitord worden gebaseerd op boomsoort keuze, benodigde ruimte voor productietuinen en orientatie gebouw. ................................ ............................................................................................................................. 2.3.1 Het oppervlaktewater systeem heeft extra water capaciteit om al het WIJK regenwater te verzamelen en bergen tijdens piek regenbuien. Een systeem van water reservoirs in laag gelegen gebieden (vijvers, kleine meren etc.) zijn bestemd als seizoensbuffers voor het bergen van regenwater en gezuiverd grijs water overschot. 2.3.2 Oppervlakte water wordt gefilterd door middel van natuurlijke processen en biofilters, om oppervlaktewater met zwemkwaliteit te garanderen.
2.3.3 40% van het geconsumeerde plantaardige voedsel wordt geproduceerd binnen de wijk. 100% van onoverdekte landbouw bestaat uit seizoensgroenten. 2.3.4 100% van de grondstoffen afkomstig uit groenbeheer van het gebied wordt gerecycled en geupcycled binnen de grenzen van BSD. 2.3.5 Elementen voor de opwekking van hernieuwbare energie hebben een minimale impact op de omgeving
INDICATOR 03
DOEL 03
Een sociaal-cultureel landschap bruikbaar en bereikbaar voor zowel huidige als toekomstige generaties
GEBOUW
3.1.1 Het gebruik van groenzones en speciale waterafvoer elementen (tuinen, goten, geveltuinen etc.) kunnen gemaximaliseerd worden om de grens tussen privaat en publieke zones af te bakenen. .............................. ............................................................................................................................. 3.2.1 Alle openbare ruimte is gemultiprogrammeerd, waarbij de ruimte niet BUURT alleen voor publieke functies wordt ingezet, maar ook als klimaatadaptieve infrastructuur en als motor voor biodiversiteit. 3.2.2 Bevordering van de natuurlijke speelervaring, om het immuunsysteem van kinderen te stimuleren: natuurlijke speeltuinen. 3.2.3 Bevordering van de spirituele en therapeutische werking van natuur in combinatie met zorgvoorzieningen: Kruidentuinen voor de teelt van natuurlijke medicinale planten. 3.2.4 Bevordering van de continuiteit en kwaliteit van beloopbare routes en afstanden. 3.2.5 Bevordering van gedeeld gebruik van openbare ruimte tussen verschillende doelgroepen: ouderen en schoolkinderen voorbeeld. ................................ ............................................................................................................................. 3.3.1 Er is binnen BSD een natuur educatie programma voor alle seizoenen: WIJK ontwerp van een eco-kalender.
3.3.2 Een digitaal platform (EcoApp) met informatie over natuurlijke verschijnselen in het gebied, wat resulteert in bewustzijn van de natuurlijk omgeving en het vieren van de natuurlijke context: vogelwaarnemingen, planten identificeren en aangeven van bloeiperiodes, etc. waar alle bewoners op verschillende manieren kunnen bijdragen aan natuur educatie.
REFERENTIES Atlas Natuurlijk Kapitaal: Ecosysteemdiensten & Natuurlijk Kapitaal Model Stads Natuur maken. Jacques Vink, Piet Vollaard, Niels de Zwarte Natuurinclusief bouwen en ontwerpen in twintig ideeën. Gemeente Amsterdam The experience of nature. Rachel kaplan and Stephen kaplan, University of Michigan. Nature based Solutions to Climate Change Adaptation in Urban Areas. Linkages between Science, Policy and Practice. Nadja Kabisch, Horst Korn , Jutta Stadler & Aletta Bonn. Springer Open.” Green neighbourhood environments -Implications for Gezondheid promotion, physical activity and well-being.Weimann, Hanna. Lund University Principles for Site Remediation and Landscape Desing. Niall Kirkwood & Kate Kennen. Routledge Groenblauwe netwerken Handleiding voor veerkrachtige steden.Hiltrud Pötz &Pierre Bleuzé. Atelier GROENBLAUW Design with nature. Ian McHarg. Water sensitive Rotterdam & Amsterdam rainproof, elke druppel telt.
Brainport Smart District | Q-Book | juni 2020 | 69
DEEL II: FYSIEKE LEEFOMGEVING
70 |
Brainport Smart District | Q-Book | juni 2020 | 71
BSD PRINCIPES GEBOUWDE OMGEVING
De schoonheid van logica Systeem - Een regelmatig samenwerkend of onderling afhankelijke groep van componenten die een verenigd geheel vormen. - Mariam Webster woordenboek Logica - Onderling verband of opeenvolging van feiten of gebeurtenissen wanneer dit als onvermijdelijk of voorspelbaar wordt beschouwd. - Mariam Webster woordenboek We kunnen een systeem beschouwen als een reeks van verbonden componenten die samen werken in een soort process, bijvoorbeeld biologiosche processen. Deze bril kan ons diep inzicht geven in de werking en organisatie van de wereld. Systemen zoals die in levende organismen tonen de natuurlijke orde van de wereld, als een logische afstemming van verbonden delen die samen de schoonheid om ons heen vormen.
Diagram of Neural Net- Foveated, Retina-like Sensor, 1989 - MoMA collection
Kunstmatige systemen zijn gebaseerd op een vergelijkbare logica als biologische systemen. Als ontwerpers zoeken we naar verbindingen tussen componenten die een specifieke logica creëren. Zo ontstaat een compleet en veerkrachtig ontwerp.
Intel Media Processor CE 3100 die (Canmore)
Boven: afbeeldingen van INFORMATION ART: DIAGRAMMING MICROCHIPS, De eerste tentoonstelling die de computerchip als een icoon van de technologische beschaving onderzoekt. Het Museum of Modern Art, 6 september 1990
72 |
Het concept van een systeem van proposities en argumentaties is essentieel voor de logica. Argumenten worden geconstrueerd door een van de vormen van logische redeneringen toe te passen: deductief, inductief en abductief. Binnen het vakgebied van ruimtelijk ontwerp, verhouden we ons tot de logica van systemen door ons ontwerp te kaderen als een systeem gemaakt van componenten die met elkaar verbonden zijn door middel van specifieke relationele logica. Wij bouwen verder op de tradities van een systematische aanpak binnen de architectuur en stedenbouw - van een stedelijk grid tot modulaire bouwmethoden voor gebouwen.
Kerndoelen voor het werken in een ruimtelijk systeem Snellere, efficiëntere bouw De efficientere productie van prefab constructies geeft ontwikkelaars de mogelijkheid om verder te kijken dan herhaling van slechts enkele typologieën. Nieuwe ontwerpen en digitale middelen maken het mogelijk om gebouwen sneller te bouwen, met minder afval en een lagere foutmarge. Betaalbaar wonen Nieuwe financiële instrumenten kunnen (de particuliere sector) helpen om ambitieuze overheidsdoelstellingen voor betaalbare (huur) woningen te ondersteunen. Circulair bouwen Een modulair bouwsysteem kan de materiaalkringloop sluiten: bijna alle bouwcomponenten en materialen kunnen worden gedemonteerd, vervangen, hergebruikt en gerecycled worden gedurende de levensduur van een gebouw. Dit komt niet alleen de planeet ten goede door het minimaliseren van afval: het geeft mensen ook veel meer vrijheid en flexibiliteit.
Le Corbusier, Unite d’Habitation (1947-1952)
Brainport Smart District | Q-Book | juni 2020 | 73
BSD STEDELIJK SYSTEEM - WIJK SCHAAL
Brainport Smart District’s Stedelijk visie zoals gepubliceerd in 2019 was het eerste ruimtelijk systeem bedacht voor deze locatie. De stedenbouwkundige visie definieerde het plan als een flexibel systeem van stadsstroken die samenwerken als een megastadsblok rond een centraal gedeeld stadspark. Alle gebieden buiten het stedelijk blok werden toegewezen als productief landschap, conform de stroken lay-out. De oriëntatie en breedte van de stroken werd gedefinieerd in relatie tot zowel bestaande landbouwgrond als bestaande waterwegen. De stroken werden voorgesteld als een accordeon die aanpassing van de breedte van elke strook mogelijk maakt op basis van de ontwikkelingsvraag. Elke strook kreeg vervolgens een dichtheidsniveau toegewezen dat overeenkomt met de hoogte en het aantal toegestane gebouwen, en een specifieke programma mix met een eigen verhouding tussen wonen, werken en gedeelde ruimte.
Het Brandevoort-blok, uitvergroot
Relatie met natuur
Een raamwerk van bebouwing en natuur
Een integraal plan
74 |
BSD Urban Vision
Brainport Smart District | Q-Book | juni 2020 | 75
Verkeer Inleiding Een goed mobiliteitssysteem is essentieel voor het functioneren van een woonwijk. De manier waarop er in mobiliteit voorzien wordt, heeft een enorme impact op de kwaliteit van leven van de mensen die in een wijk wonen en werken. De slimste wijk moet goed bereikbaar zijn én een goede leefomgeving bieden. Daarbij zijn gezondheid, veiligheid en sociale inclusie (vrijheid van bewegen) belangrijke aandachtspunten. De grenzen van de infrastructuur en de impact op milieu, om vervoer van personen en goederen over de weg mogelijk te maken, beginnen echter in zicht te komen. Nieuwe technologieën en diensten, zoals zelfrijdende voertuigen en deelvervoer, bieden mogelijkheden om de mobiliteit en reiscomfort te verhogen, de milieubelasting te beperken en (openbaar) vervoer goedkoper en flexibeler te maken. In BSD worden deze nieuwe mogelijkheden ingezet in de praktijk. De omgeving van BSD is nog steeds in grote mate afhankelijk van autoverkeer en persoonsgebonden mobiliteit. Het huidige wegennet blijft de basis vormen voor de transitie naar een nieuwe mobiliteitsstructuur. Ook op dit vlak fungeert BSD als proeftuin voor nieuwe manieren van transport.
Doelstellingen BSD wil het aantal reizen dat een bewoner maakt optimaliseren. Mobiliteit is een middel om te verbinden, met andere mensen binnen de wijk en ook daarbuiten. BSD richt zich daarom op een aantal subdoelen: 1. Emissievrije mobiliteit van goederen en mensen binnen de grenzen van BSD; 2. Nul verkeersongevallen en -doden binnen de grenzen van BSD; 3. Alle verplaatsingen binnen BSD te voet, per fiets of met gedeeld transport; 4. Slimme aflevering van goederen; 5. Beperken van vervoersbewegingen van goederen en mensen; 6. Smart hubs voor mobiliteit en parkeren; 7. Autonoom openbaarvoersysteem dat de smart hubs verbindt met woningen via een centraal gelegen ringweg, waarop gestopt wordt. De inrichting van de wijk is gebaseerd op deze doelstellingen. Een belangrijke onderliggende gedachte is dat de leefomgeving van de bewoners en werkenden in BSD is gericht op de mens en niet op de auto. Zo ontstaat een omgeving die veilig, gezond en sociaal is. De straten worden niet gedomineerd door rijdende en geparkeerde auto’s, maar door lopende, fietsende en recreërende mensen. Emissievrije mobiliteit Uitgangspunt is dat al het (bestemmings)verkeer binnen de bebouwde zone gebeurd middels emissievrije voertuigen.
Voor de wegen die doorgaand verkeer faciliteren tussen wijken, zal een gefaseerde transitie plaatsvinden waarbij op termijn ook enkel emissievrije voertuigen worden toegestaan.
76 |
Doorgaande wegen Ringweg Micro-mobiliteit Voetpaden Traditionele motor voertuigen
Micro-mobiliteit
Voetpaden
Brainport Smart District | Q-Book | juni 2020 | 77
Slimme mobiliteit Hubs Bij de toegangswegen tot het gebied zijn de smart mobility Hubs gepositioneerd. Alle auto’s van bewoners, bezoekers en werkenden dienen hier geparkeerd te worden. Hiervoor geld een parkeernorm van 0,2 per woning/100 m2 BVO bedrijfsruimte. De tijdelijke gemeentelijke hub wordt op termijn vervangen door de zuidelijke Hub Doorgaande wegen De doorgaande wegen zijn toegankelijk voor al het verkeer. Hier zal een gefaseerde transitie plaatsvinden waarbij op termijn enkel emissie vrije voertuigen worden toegestaan. Ringweg De ringweg binnen het bebouwde gebied is enkel bestemd voor de volgende weggebruikers: - Ongemotoriseerd langzaam verkeer (voetgangers, fietsers, etc.) - De emissieloze (AV) shuttle tussen hubs en de wijk. - Incidenteel voor (emissieloze) verhuiswagens, grote bezorgingen etc. Hiervoor is een ontheffing of vergunning benodigd. - Noodzakelijk verkeer, zoals hulpdiensten, eventuele afval ophaaldienst, etc. - Niet voor prive auto’s Noord-zuid ribben De noord-zuid stroken in het plan worden begrenst door open ruimtes van 5m breed (ribben). Deze zijn ingericht voor langzaam verkeer, maar breed genoeg voor hulpdiensten of incidentele verhuiswagen etc. Deze ribben lopen door in de paden in het omringende landschap.