CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

Fanfare De Vooruitgang Stiphout - Monumentale woningen en schuur Dorpsstraat 9-11

Opiniecommissie Omgeving 9 september 2021, gemeente HelmondBij agendapunt: 3. Omgevingsvergunning Dorpsstraat 38 - Verzoek agendering projectafwijkingsbesluit (20.25 - 21.30 uur; 65 minuten)53.221 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 7

5.5. Gehuchten Blikhalm

Blikhalm ten zuiden van Brouwhuis wordt gevormd door de groepering van enkele boerderijen, met elkaar verbonden door een onverharde weg. Het is waarschijnlijk ontstaan in een zeventiende ceuwse ontginning, zoals verscheidene gehuchtjes van Bakel. De huidige bebouwing is echter van later datum. De Grote Overbrug

Het gebied van De Grote Overbrug is hoog gelegen ten opzichte van de omgeving. De langgevelboerderijen dateren van het einde van de negentiende eeuw of later. De bebouwing heeft een losse samenhang, maar vormt landschappelijk een geheel. De Kleine Overbrug

Bij de Kleine Overbrug is er naast enkele huizen met een meer stedelijk karakter, enige bebouwing van agrarische oorsprong, zoals de oudste nog bestaande boerderij in de gemeente. Kruisschot

Kruisschot is door diverse infrastructurele ingrepen van zijn oorspronkelijke omgeving vervreemd en heeft ziijn agrarisch karakter verloren.

5.4. Brouwhuis Oorspronkelijk gaat het hier waarschijnlijk om een ontginning van de Echternachtse abdij. De in een bocht grofweg oost-west lopende Bruhezerweg is een overblijfsel van de middcleuw.se structuur. Daarop aansluitende wegen waren veepaden. Er zijn nog slechts weinig zichtbare sporen te vinden van de enkeerdgronden (ophopingen met potstalmest van tot anderhalve meter) in kransvorm rond de kleine kern gelegen. Bij de uitbreidingen in de laatste jaren zijn juist akkergronden als locatie voor woningbouw gekozen. Aan het einde van de negentiende eeuw telde Brouwhuis als buurtschap slechts dertien huizen. De bebouwing verdichtte pas in de jaren twintig van deze eeuw, zodat er van een kleine kern sprake was. Brouwhuis werd in 1928 een kerkdorp, de nieuwe kerk werd in 1929 ingewijd. Brouwhuis was ook een halte van de tram richting Asten. Het kerkdorp maakte tot de annexatie in 1968 deel uit van de gemeente Bakel.

Rijpelberg

De oorsprong van Rijpelberg is een zogeheten 'Einzelhof of 'allodium', een middeleeuwse hoeve. Rijpelberg vormt een gehucht nabij een open akkergebied dat de vroegere landschappelijk kenmerken voor een deel bewaart. Het gehucht de Rijpelberg bevindt zich nog buiten het recent bebouwde areaal. Het vormt net als de Grote Overbrug een losse verzameling van boerderijen. Alhoewel de algemene bebouwingsvorm behouden werd, is het traditionele karakter van de boerderijen sterk aangetast. De bebouwingsgroep is omgeven door een oud akkergebicd. Het huidige landschap is open. Scheepstal

Scheepstal dateert uit de middeleeuwen: het was een goed van de Echternachse abdij. Ten zuiden van Scheepstal bevond zich een watermolen waarvan de restanten in de zeventiende eeuw nog aanwezig waren.De huidige boerderijen zijn echter eind negentiende ceuws of twintigste eeuws.

12

Aarle-Rixtel dan op Helmond. Veel van de verspreide boerderijen hebben hun agrarische bestemming verloren en daarbij een ingrijpende verbouwing ondergaan. Ten oosten van het industriegebied aan de zuidkant van het spoor bevindt zich een klein aantal geïsoleerde woonhuizen uit de jaren dertig.

5.6. Verspreide bebouwing De verspreide bebouwing van het plangebied de Rijpelberg is door de recente bebouwing omsloten. De weinige boerderijen van Ganzewinkel bevinden zich aan de rand van een nieuwbouwijk en hebben in meerderheid hun agrarische bestemming verloren. De verspreide agrarische bebouwing van Scheepstal is ruimtelijk vrij geïsoleerd en sluit beter aan op

Bron: Gemeente Helmond, Van sluis tot sluis, Helmond 1981

13

6.

STEDEBOUWKUNDIGE TYPOLOGIE EN GEBIEDEN MET BIJZONDERE WAARDE

6.1. Typologie De huidige structuur van Helmond wordt als volgt samengevat in de beknopte toelichting op het Ontwerp Algemeen Struktuurplan Helmond 19902015: 'Brede groenzones in noord-zuid richting, in aansluiting op de beekdalen: Goorloopzone, Kanaalzone (Aa), Kanaalomgellingszonc (nieuwe Aa). Op zich is er ook sprake van een heldere wegenstrucktuur: een kruis van twee hoofdverbindingen, namelijk noord-zuid: kanaal en Kanaaldijk, oost-west: Europaweg- TraveTse en spoorlijn. Nieuwe woongebieden zijn via een rondwegstelsel op het centrum aangesloten: Van Wellaan, Ebbenlaan, Uiverlaan, Oostende, Julianalaan. Helmond ligt in een fraaie omgeving (Bakelse Bossen, Stiphoutse Bossen, Warande, omgeving Croy). Daarnaast heeft Helmond een intiem, overzichtelijk centrum met enkele karaktersitieke elementen, zoals met name het Kasteel.'

aanwezigheid van grote industrieterreinen op diverse locaties in de binnenstad en langs het kanaal.. Het huidige gebied Noord-West bevindt zich ten westen van de Zuid-Willemsvaart en ten noorden van de Europa Weg - Kasteel Traverse. Deze indehing weerspiegelt de ruimtelijke scheiding die aangebracht is door de Traverse, maar splitst een vooroorlogs stedelijk villagebied. Het omvat vooroorlogse gebieden zoals het oude industrie gebied langs het kanaal, een ontwikkeling ten zuiden van de Julianalaan, een villagcbied langs de Aarle- Rixtelseweg en de Wesselmanlaan en ten zuiden van de Rooseveltlaanen gemengde lintbebouwing langs de Steenweg. Aan de rand hiervan bevinden zich in het noorden nieuwe uitbreidingen en het oude aangelgede groengebied van de Warande. Het gebied West zit enigzins klem tussen Europaweg,Zuid-Willemsvaart en spoor. Behalve industrie langs het kanaal, wordt het gezicht van dit gebied voornamelijk bepaald door negentiende eeuwse en twintigste eeuwse lint bebouwing langs de Mierloseweg, een uitloper van eerder aangeduid het villa gebied ten zuiden van de Rooseveltlaan, wedcropbouwwoonbebouwing en recentere uitbreidingen. Aan de zuidwestkant van het spoor vormt lintbebouwing langs de Houtse Parallelweg in zekere zin een ruimtelijke verbinding tussen de binnenstad en Mierlo-Hout. In het zuid-oost kwadrant is gekozen voor een concentratie van de industrie.

Langs het kanaal is oudere industrie gelocaliseerd. Het gebied Hoogeind is voorzien van veel infrastructurele inrichtingen, o.a. een diep in het land stekende haven.

Deze omschrijving behoeft enige aanvulling. Het eigenlijke centrum wordt gevormd door de middeleeuwse kern. In de huidige ambtelijke gebiedsomshrijving bevat de binnenstad de middeleeuwse kern, aangevuld door stedelijk ingerichte gebieden ten oosten, ten noorden en in de omgeving van het station. In deze fefinitie van de binnenstad zijn gebieden met verschillend karakter opgenome: oudere lintbebouwing langs uitvalswegen, waar al bebouwing te zien was op kaarten uit het midden van de vorige eeuw (zoals Binderseind), jongere lintbebouwing uit het einde van de vorige eeuw en later (zoals de Molenstraat) en een groot gebied met vooroorlogse arbeiderswijken in het oosten. De rand van de binnenstad wordt bepaald door de ZuidWillemsvaart, het Oostende, de Uiverlaan, de wethouder Ebbenlaan, het begin van de Bakelse Dijk, de Burgemeester van Houtlaan, een stuk van de Churchilllaan en van de Engelseweg en de de Hoogeindsestraat. Behalve uitzonderingen, is daarmee de grens aangegeven van het algemeen stedelijk ingericht in het noord-oost kwadrant van het verkeerskruis. Kenmerkend voor Helmond tot 1940 (en nog na de Tweede Wereldoorlog), was de

De eerste na-oorlogsc uitbreidingen vonden plaats in west en oost. De daaropvolgende uitbreidingen vonden in de jaren zestig plaats in het noorden. De huidige nieuwe wijken zijn rondom de stad te vinden, met zeer grote concentraties in het oosten (Rijpelberg, Brouwhuis).

14

noord-zuid richting de Zuid-Willemsvaart en de Kanaaldijk en in oost-west richting de spoorlijn en de Europaweg, gecontinueerd door de Traverse, de na-oorlogse schepping van prof. Trager. De bouw van de Traverse in 1962 had vrij drastische gevolgen. Ten eerste is een grote hoeveelheid gebouwen hiervoor opgeofferd, ten tweede sneed de Traverse door het bestaande weefsel heen en deelde hetsamenhangende gebieden in tweeen. Het verkcerskruis verdeelt de stad in kwadranten, waarbij het zuid-oostelijke kwadrant de laatste tien jaar als industrieterrein een sterke groei heeft doorgemaakt. De verkeersstructuur met radialen is in de jaren vijftig gewijzigd door de (fragmentarische) aanleg van een rondweg, een concept dat nog dateerde van de vooroorlogse periode van de streekplanoloog De Casseres.

Stiphout is nog ruimtelijk gescheiden, de bebouwing van Mierlo-Hout continueert die van Helmond. In de volgende paragrafen komen een aantal hier omlijnde ontwikkelingen nader aan de orde. Binnenstad

De structuur van de binnenstad is de laatste twintig jaar door het afbreken van de binnenstedelijke fabrieken drastisch veranderd. De Markt is het eigenlijke centrum van de stad gebleven. Bestuurlijke functies zijn echter uit de direkte omgeving van de Markt verdwenen, evenals omvangrijke gebouwen voor de gezondheidszorg. De eersten zijn nu geconcentreerd tussen station en centrum, terwijl een ziekenhuiscomplcx ten westen van de woningbouw aan de westkant van de ZuidWillemsvaart is gevestigd. Voor een belangrijk deel nog aanwezig, is de concentratie van woonwinkelpanden langs de Markt, de Veestraat en de Kerkstraat. Ondanks veel ingrepen, is bij veel van die panden -voornamelijk- in de bovengevels nog het oorspronkelijke karakter herkenbaar. Eenlaagse arbeiderwoningen zijn in de binnenstad zeer schaars geworden. Grotere scholencomplcxen zijn de laatste jaren in toenemende mate in buitengebieden geplaatst.

Uitvalswegen aan de oostzijde van de binnenstad De reeds in de vijftiende eeuw bestaande uitvalswegen van de Markt (de Kerkstraat, de Vecstraat in het westen de Anieidestraat in het oosten en het Binderseind in het noorden) zijn nog aanwezig. AJ aan het begin van de negentiende eeuw was er een aanzet van lintbebouwing langs de Heistraat, die aan het einde van de negentiende eeuw bijna geheel bebouwd was. Het ging voornamelijk om eenlaagse huizenrijen en winkels. De woonbebouwing kwam daarna langs de Bakelsedijk te staan. Behalve rijen die deel uitmaken van de sociale woningbouw uit de periode tussen de twee wereldoorlogen, gaat het hier om particuliere bouw. De bebouwing langs de Weg aan de Heuvel en langs de uitvalswegen richting Vlierden is met de saneringsoperaties uit de laatste decennia geheel verdwenen.

Kanaalzone

Complexen als de fabrieken van Carp en Diddens & van Asten, die een stempel drukten op het stedelijk beeld langs de Zuid-Willemsvaart zijn verdwenen. Tussen Zuid-Willemsvaart en station staat nog het Vlisco complex. Daarnaast zijn er nog enkele kleinere (nog functionerende) fabrieken en hergebruikte overblijfselen van fabrieken. Net buiten de binnenstad, aan de westkant van de ZuidWillemsvaart, concentreren zich de nog bestaande oudere industriepanden. Aan de oostrand van de binnenstad zijn nissen de naoorlogse en zeer recent herbouwde gebieden nog enkele straten met een hoge concentratie aan eenlaagse bebouwing, in compacte rijen opgestelde arbeidershuizen. De smalste straten met de kleinste huizen zijn echter verdwenen.

Wonlngbouwcomplexen aan de oostkant van de Zuid-Willemsvaart Tussen de twee wereldoorlogen zijn stedebouwkundig samenhangende woningbouwcomplexen ontstaan. De eerste woningen van woninbouwverenigingen De Hoop en Volksbelang, gebouwd vanaf 1916,zijn eerst niet gebouwd volgens een duidelijk en nieuw stedebouwkundig concept.Dit veranderde in de jaren twintig. De complexen uit deze tijd sluiten in grote lijnen aan bij de wijkgedachte en de daarbij

Verkeersstructuur

De verkeersstructuur wordt sinds de aanleg van de Zuid-Willemsvaart in 1826 en van de spoorweg in 1866 gekarakteriseerd door een kruis met in de

15

behorende architectonische stijl zoals zij door Granpre" Molière zijn uitgedragen: eengezinshuizen, een grote bebouwingsdichtheid, dorpspleinen, markante elementen zoals poorten en smalle torenvormige woongebouwen op de hoeken. Wel is het grote aantal poorrwoningen opvallend. De Helmondse "woontorens" zijn overigens geen karakteristiek beeld van de Delftse school van Granpré Molière, maar werden wel meer in de Randstad toegepast. De wooncomplexen van Helmond-Oost gebouwd na de eerste periode zijn een interpretatie van het concept van het arbeidersdorp, maar met een veel compactere structuur dan voorbeelden als het Hcngelose arbeidersdorp Het Lansink uit 1911 (van Stork i.s.m. de Hengelosche Bouwvereeniging) en het Enschedese tuindorp Het Pathmos. Helmond heeft een andere ontwikkeling gekend dan Hengelo. (Wel bouwde de Twentse architect Arend (1. Beltman in de jaren twintig voor Carp en voor Swinkcls). De Twentse voorbeelden waren zeker in Helmond bekend, maar h«t stedebouwkundig concept van de nieuwe arbeiderswijken sloot onder invloed van de Rotterdamse architect en stedebouwkundige Albert Otten meer aan bij de ontwikkelingen in het westen des lands. Zowel woningbouwverenigingen als Publieke Werken hebben hier een vooraanstaande plaats ingenomen. Het is wel zeket dat leden van fabrieksdirecties zoals J.B. Kam (directeur van Begemann) en J. de Wit (van J.H.

de Wit & zn, eerst bij de gebroeders Van Thiel in dienst voor hij als zelfstandig ondernemer begon) een belangrijke rol hebben gespeeld in de Helmondse volkswoningbouw. Voor een beter inzicht in deze materie, is echter meer onderzoek nodig, in her bijzonder in het eigen woningbezit van diverse bedrijven. Wel staat vast dat J.B. Kam ook als lid van de gezondheidscommissie actief was, wat in die tijd ook bemoeienis met de woningbouw inhield. De in 1912 opgerichte woningbouw vereniging 'Volksbelang' (waarin Kam actief was) ging in 1916 over tot het bouwen van een complex. De in 1917 opgerichte woningbouwvereniging 'De Hoop' kwam tot stand als reactie van katholieke zijde. De intensieve activiteit van de woningbouwcorporaties bezorgde Helmond in de jaren dertig een zeer goede naam op het gebied van de volkshuivesting.

Uitvalswegen aan de westzijde van de binnenstad Langs de Steenweg en de via de Kromme Steenweg daarop aansluitende Mierloseweg heeft zich vanaf het einde van de negenriende eeuw lintbebouwing gevestigd. De bebouwing aan het begin van de Steenweg is aaneengesloten, tweelaags en driclaags, met veel woon-winkelhuizen. Aan het begin van de Mierloseweg kwamen villa's en herenhuizen te staan, meer naar het oosten voornamelijk middenstandshuizen enkele winkels en een- en tweelaagse rijen arbeidershuizen. Werkplaatsen en kleine industrie vestigde zich aan de achterkant van de percelen langs de Mierloseweg. Langs de Haagstraten die zuidelijk van de Mierloseweg daarop aansluiten was de bebouwing losser en minder stedelijk. Woonwijken aan de westzijde van de ZuidWillemsvaart

De nieuwe, twintigste eeuwse woongebieden zijn te onderscheiden in de ontwikkelingen die aansluiten op de eerste woningbouwcomplexen van de woningbouwverenigingen, met een toenemende sturing vanuit Publieke Werken en woongebieden in het westen ontstaan door particulier initiatief na de verkoop van grote hoeveelheden grond door de familie Wesselman en latere nieuwe woongebieden die aansluiten op het fragmentarische rondwegstelsel, ontstaan als gedeeltelijke uitvoering van de plannen uit de jaten twintig. Daarnaast vond er een verdichting plaats langs bestaande uitvalswegen en aansluitend daarop. Aan de westkant bleef het grondbezit van de kasteelheer lange tijd onaangetast. Geleidelijk aan werd echter terrein verkocht, eerst mondjesmaat aan fabrikanten, later voor de aanleg van een hele wijk waar notabelen en middenstand konden laten bouwen. De lanen van het landgoed zijn echter nog voor een groot deel in het stedelijk patroon van het westelijk gedeelte van de stad terug te vinden. Arbeidershuizen werden eerst door particulieren als belegging gebouwd in de vorm van verdichting van bestaande bebouwing en aan de rand van de oude stad. De kort na de Tweede Wereldoorlog gebouwde woningen van Helmond West zijn vrij sober van architectuur en stedebouwkundig betrekkelijk eenvoudig opgezet, maar zij vormen eveneens een stedelijke eenheid. In het westen

16

Nadere omschrijving bijzondere waarden Alhoewel een groot aantal gebouwen en industriële complexen in de laatste decaden het veld heeft geruimd en vooral de hoge fabrieksschoorstenen zijn verdwenen uit het stedelijk beeld, zijn er anno 1990 nog een aantal industriecomplexen, fabrikanten- en directeuren villa's, herenhuizen en kantoorgebouwen, die samen met het kanaal een voor Helmond karakteristiek beeld nog bewaard hebben.

kwam de onwikkeling later dan in het oosten van de stad. Wel waren er al vanaf \ 920 plannen voor woningbouw in de Haag, waar de gemeente riolering en bestrating aanlegde en grond opkocht. De crisisjaren remden echter de geplande bouw. 1'as in 1938 was er een definitief voorbereidingsplan voor de Haagstraten. De woningbouwvereniging werd pas in 1939 goedgekeurd, toen al een klein complex van woningen was opgeleverd. Groen

Historische betekenis en intrinsieke kwaliteit De kanaalzone is representatief voor de industrialisering van Helmond in de tweede helft van de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste eeuw. De bebouwing reflecteert de vroegere aantrekkingskracht van de directe aansluiting op een belangrijke verkeersader. Het is vooral het weidse perspectief van de bouwmassa's in combinatie met het kanaal en de bruggen (waarvan de noordelijkste, de Julianabrug recent is) welke behalve een historische, ook een eigen monumentale kwaliteit hebben. Stedebouwkundige betekenis in ruimere omgeving Alhoewel het kanaal stedebouwkundig gezien kan worden als een splitsing van het stedelijk weefsel, heeft het een eigen structurerende dynamiek gehad en de aanwezigheid van water op deze schaal - zij het een kunstmatige waterweg - is een belangrijk stedelijk element, samen met de lineaire bebouwing. Gaafheid

Naar de randen toe, kent Helmond brede groen/ones die voornamelijlfin de noord-zuid richting lopen. Zo zijn er populierenopsranden nabij de Zuid Willemsvaart. Het dal van de Goorlop is eveneens voornamelijk door populieren bebost. Het Groot Goor is in het zuid-west kwadrant nog een belangrijke groene zone ten noorden van het Eindhovens Kanaal. In de buitengebieden heeft de annexatie van 1968 grote hoeveelheden bosgebied aan de gemeente toegevoegd (Coovels Bos, Bakelse Bossen). De Bundertjes in het noorden van de bebouwde kom vervullen nu een natuurpark functie. De Stiphoutse bossen zijn gelegen op zandverstuivingen waarin een aantal depressies aanwezig zijn. In deze depressies heeft veenvorming plaatsgevonden (Kamerven, Kromven, Witven en twee naamloze vennetjes). De Brouwhuissche Heide in het zuidoosten is bij de annexatie aan de gemeente Helmond toegevoegd. In het noorden vult het gebied Bundertjes het groenareaal aan. (zie ook paragraaf 7.9. over groenelementen).

De noordoostkant van de kanaaldijk heeft haar vroeger karakter grotendeels verloren. Tussen de Veestraatbrug en de Julianabrug dateert nog slechts een deel van het EDAH complex van voor 1940. De Kanaaldijk noordwest en de Kanaaldijk noordoost ter hoogte van het Vliscocomplex en het eerste gedeelte van de Kanaaldijk zuidcxist en de kruising van spoor en Zuid-Willemsvaarr behouden echter nog globaal hun vroegere karakter. Zeldzaamheid

6.2. Beschrijving van de gebieden van bijzondere stedebouwkundige waarde Gebied I Algemene karakteristiek

Gebied I omvat de Kanaalzone vanaf het deel direkt ten zuiden van de Engelseweg tot de Julianabrug. Meer in het bijzonder, gaat om het deel van de Zuid-Willemsvaart waaraan zich de industrie gevestigd heeft binnen de bebouwde kern van Helmond voor 1940. De panden die zich binnen gebied I bevinden zijn direkt of indirekt niet de industrie verbonden .

Voor Helmond is het gebied uniek, op provinciaal niveau is de combinatie van periode van bebouwing en schaal zeldzaam, samen met de knik in het tracé van het kanaal als landschappelijk element.

17

bevolking ruimtelijk is vertaald in het scheppen van een goede woonomgeving. Gaafheid De Europalaan-1 raverse doorbraak heeft het gebied gesplitst, maar afgezien daarvan is nog een grote mate van gaafheid aanwezig. Nieuwbouw heeft plaatsgevonden, maar het betreft kleinere groepen van huizen. Zeldzaamheid Regionaal of landelijk gezien, is het gebied niet zeldzaam. Integendeel, zoals reeds aangeduid, is hier sprake van overeenkomst met ontwikkelingen elders. Lokaal gezien is het wel als geheel zeldzaam te noemen.

Gebied II

Algemene karakteristiek Gebied 11 is ccn woongebied met een lage woondichtheid ren westen van de ZuidWillemsvaart en van het daarmee verbonden industriegebied, ontstaan door de verschuiving van de vestiging van de Helmondse elite vanuit de kern en de nabijheid van de fabrieken naar de rand.van de stad. De ongeschonden landelijkheid van het vroegere domein van de heren van Helmond maakte dit gebied in het noord-west kwadrant van de stad tot een bijzonder attractieve woonomgeving. Enkele wegen ontsloten dit gebied, maar de verkaveling ging gepaard met het verfijnen van het wegenpatroon, waarbij nog enkele overblijfselen van de indeling van het landgoed aanwezig zijn. Nadere omschrijving bijzondere waarden Het gaat hier om een door privé initiatief ontstane gebied met villa's en ruim opgezette dubbele woonhuizen, over het algemeen bestaande uit twee lagen. Alle huizen zijn omgeven door tuinen, die soms vakkundig zijn vormgegeven. De straten zijn breed en lommerrijk. De architectuur is individualistisch, maar de gehanteerde stijl op enkele uitzonderingen na traditionalistisch, wel meestal met een zorgvuldige detaillering. Historische betekenis en intrinsieke kwaliteit De eenheid van het gebied wordt gevormd door de historische oorsprong als landgoed.

Het gebied krijgt zijn kwaliteit niet door een bewust opgelegde vormgeving, maar juist door de verscheidenheid die ontstaan is over een periode van ongeveer twintig jaar (ca. 1920 tot 1940, met enige aanvulling naderhand), toen de huizen geleidelijk ontstonden. Stedebouwkundige betekenis in ruimere omgeving 1 en westen van de Zuid-Willemsvaart was dit gebied het meest logische voor een uitbreiding, mogelijk gemaakt door de financiële situatie van de familie Wesselman en haar bereidheid grond te verkopen. Bij de bouw van het Pea Park net voor de Eerste Wereldoorlog was door de verkoper de voorwaarde gesteld dat de grond niet voor handel of industrie mucht worden bestemd. Het gebied ix typisch voor een ontwikkeling die in praktisch alle industriële steden heeft plaatsgevonden en waarbij de toegenomen welvaart van een deel van de

Gebied III

Algemene karakteristiek Gebied III ten oosten van de binnenstad contrasteert sterk met gebied II. Het bestaat in zijn geheel uit volkswoningbouw, met een grote bebouwingsdichtheid en tweelaagse blokken met een grote mate aan homogeniteit in de vormgeving. De homogeniteit is vooral te danken aan het klein aantal aichitekten dat aan de vormgeving van het gebied heeft bijgedragen. Het gaat in hoofdzaak om Albert Otten en lambert de Vries, de eerste voor Volksbelang en de tweede voor De Hoop. In vele straten zijn voortuinen aanwezig en overal aan de binnenkant van de blokken is privégrocn aanwezig. Het gebied is in zijn geheel door woningbouw verenigingen en grotendeels in samenwerking met Publieke Werken tussen 1916 en de jaren dertig ontstaan. Nadere omschrijving bijzondere waarden Behalve enkele straten die een wijkontsluitende functie vervullen (zoals de Willem Prinzenstraat, de Pastoor van Leeuwenstraat en in mindere mate de Wolfstraat) is de wijk verdeeld in blokvormige verkaveling en met vrij korte straten en veel 1 kruisingen. Pleinvorming heeft in vrij bescheiden mate plaats gevonden (van Hoeckplein, W. Beringsplein, Sassenplein). Daarnaast zijn hier en daar hoven ontstaan (Zonnehof, Klaverhof) evenals openbare min of meer besloten ruimtes (Timmcimansxtraat, Hindestraat).

Beslotenheid en eigenheid van de buurten is benadrukt door de aanwezigheid van poorten over een aantal straten die de toegang tot het gebied markeren. Bijzonder

18

toenmalige bebouwde oppervlakte van de gemeente.

qua vormgeving is het Klaverhof, waar gebruik is gemaakt van hoogbouw, met name "woontorens" van bescheiden formaat. Anders dan in gebied II, is hier naast een woonbestemming sprake van andere functies (scholen, winkels, gemcenschapshui7.en, badhuis). Historische betekenis en intrinsieke kwaliteit Het gebied markeert een belangrijke periode in de stedebouwkundige geschiedenis van Helmond, toen de stad bekend stond als "het Mekka van de sociale woningbouw" en waar buitenlandse delegaties kwamen kijken hoe men de betere arbeiders huisvestte. Het hoogtepunt is te situeren rond 1925. Binnen de financiële ruimte en de bestuurlijke ruimte van de Woningwet is toen gepoogd een toen voor Helmondse arbeiders weinig gangbare woonkwaliteit te bereiken. Zowel uitrusting als buitenruimte waren voor toenmalige begrippen goed te noemen. Door gebruik te maken van verschillende woningtypen, van afwijkende typen op centrale posities, op hoeken en op geregelde afstanden en door de combinatie van hout en baksteen is eentonigheid bestreden. De korte straten, de kleine omvang van de blokken, de vermijding van lange assen zorgen ondanks de stijleenheid voor een indruk vaji kleinschaligheid. Stedebouwkundige betekenis in ruimere omgeving Het gebied vormde in de periode 1920-1940 een omvangrijke toevoeging aan het bebouwde oppervlak.

Ruimtelijk biedt het weinig hoogtepunten en ondanks de oorspronkelijk planmatige opzet is geen heldere structuur tevoorschijn gekomen. Van oorspronkelijk vooruitstrevend voorbeeld is dit gebied tot probleemgebied geworden. Gaafheid

Gebied IV

Algemene karakteristiek Gebied IV is voornamelijk ontstaan door de activiteiten van de Onderlinge Woningbouwvereniging Helmond bijna direkt na haar oprichting in 1916. Het is een monofunctioneel gebied, volledig door woningbouw bezet. Het gebied is ten noorden begrensd door de Julianalaan, ten westen door de Wesselmanlaan (de uitvalsweg naar Aarle-Rixtel) en schuin langs een onregelmatige lijn noord-oost. Het stratenpatroon is onregelmatig met grofweg vierkante mazen. Nadere omschrijving bijzondere waarden De uitleg van de buurt heeft vele kenmerken van een tuinwijk. Historische betekenis en intrinsieke kwaliteit Het gebied heeft voornamelijk een sociaalhistorische betekenis. Het benadrukt de opkomst van een middenkader bij de Helmondse industrie en de Helmondse overheid. Architectuur- en stedebouw historisch is de wijk een getuigenis van de grote invloed van de tuinwijkgedachte, zij het in aangepaste vorm. Stedebouwkundige betekenis in ruimere omgeving Het gebied vormt een buffer tussen de industriële zone langs het kanaal en de ruimere opzet langs de Wesselmanlaan, waarop het goed aansluit. Ten noorden van het gebied bevindt zich recente woonbebouwing. Gaafheid De meeste huizen zijn uiterlijk sinds hun ontstaan nauwelijks gewijzigd en de oorspronkelijke opzet is ongeschonden gebleven.

Wel is de verkeersdrukte langs Julianalaan en Wesselmanlaan sterk toegenomen, met de bijbehorende aanpassing van het profiel. Daardoor is de noordkant van de Julianalaan ruimtelijk gescheiden van de rest van het gebied. Zeldzaamheid De individuele huizen van dit gebied zijn niet zeldzaam. De relatieve zeldzaamheid wordt eerder gevormd door de combinatie van bouwdatum en aanleg.

Ais stadsvernieuwingsgebied heeft gebied 111 een aantal ingrepen ondergaan. Een aantal woonblokken is afgebroken terwijl bij renovatie bij een aantal anderen tot een ander materiaalgebruik voor de houten delen van de gevels is overgegaan. Desondanks is een groot deel van de oorspronkelijke opzet nog afleesbaar en is de oorspronkelijke architectuur nog aanwezig. Zeldzaamheid l-andelijk gezien is de opzet van het gebied niet zeldzaam. Zeldzaam is wel de omvang van de toenmalige operatie ten opzichte van de totale

19

Historische betekenis en intrinsieke kwaliteit Het gebied is in tegenstelling tot de volkswoningbouw aan de oostrand van de kern niet ontstaan door een bewuste planningsdaad en bezit niet dezelfde historische lading. De intrinsieke kwaliteit ontleent haar waarde juist aan de toevallig ontstane variëteit. Stedebouwkundige betekenis in ruimere omgeving De Mierloseweg vormt een duidelijke zuidgrens van het gebied, dat door de (vrij recente) doorsnijding van de Kasteeltraversc geïsoleerd is geraakt van de woongebieden ten noorden daarvan. Gaafheid Een groot aantal van de huizen die zich in gebied V bevinden hebben een hoge maat aan gaafheid. Zeldzaamheid Het gebied heeft geen zeldzaamheidswaardt' op regionaal of nationaal niveau. Het type bebouwing is op lokaal niveau evenmin zeldzaam, behalve enkele kleine blokken.

Gebied V

Algemene karakteristiek Gebied V (Oranjelaan, Hulsboslaan, Caroluslaan) bevindt zich ren zuiden van gebied IV en sluit daarbij ruimtelijk aan, zij het op door de aanleg van de Traverse verstoorde wijze. De uitleg is veel minder royaal dan voor gebied IV. De bebouwing bestaat uit kleinere alleenstaande middenstandshuizen, dubbele woonhuizen met twee of drie lagen en kleine woonblokken. Het karakter is niet stedelijk, dergelijke wijken zijn in vele dorpen te vinden. Nadere omschrijving bijzondere waarden Het gebied omvat slechts weinig korte straten, met een grote mate aan variatie van gevelken merken en een homogeen profiel, veel groen , alhoewel vanzelfsprekend minder dan in het villagebied waaraan het grenst.

20

7.

KARAKTERISERING DER OBJECTEN, BOUWVORMEN EN -TYPEN

7.1. Woonhuizen Langs Markt, Veestraat, Binderseind en Koninginnewal bevinden zich nog enkele huizen met een kern uit de zeventiende of achttiende eeuw en een gerenoveerde gevel, r-abrikantenvillas zijn in Helmond niet alleen buiten de kern gebouwd (zoals de zogeheten witte villa's die niet altijd wit waren en zijn) maar in de vroege groeifase in de kern (Markt, Marktstraat, Kerkstraat, Veestraat). Een moderne winkelpui heeft tegenwoordig bij veel van deze huizen de gevel veranderd. Het aantal nog in betrekkelijk gave toestand aanwezige negentiende-eeuwse huizen was tot de laatste jaren nog in de kern verrassend hoog. De homogeniteit van het geheel is echter de laatste tien jaar sterk aangetast door een aantal vrij radikale ingrepen. De meest interessante huizen op de Markt en in de Kerkstraat en de Marktstraat maken deel uit van de gemeentelijke monumentenlijst. Enkele markante panden zijn Marktstraat 10 (Rijksmonurnent), een classicistisch tweelaags fabrikantenhuis onder schilddak uit de eerste en tweede helft van de negentiende eeuw, met een voor Helmond zeldzame stoep met hek; Markt 31 uit 1906, een huis van architect F. Buskens in de trant van De Bazel en Berlage, nu een bank. In de jaren van circa 1830 tot de jaren tachtig van de vorige eeuw werd een aantal herenhuizen of villa's naast de fabriek of het pakhuis gebouwd.

Nog bestaande voorbeelden zijn het het "huis met de klok" op de Kanaaldijk NW 47, het vrij bescheiden directeurshuis van Swinkels (Kanaaldijk 81) en van Bogaers (Steenweg 1). Een nieuw, ruimer huis werd voor de familie Swinkels langs het kanaal ten zuiden van de fabriek gebouwd. Het is de villa Kanaaldijk 77, nu een rijksmonument. Achter het huis is een tuin in landschapsstijl aangelegd. Iets later bouwde men aan de rand van de toen aanwezige bebouwde kom. De fabrikantenvilla's zijn grotendeels per familie gegroepeerd. In de jaren '80 en '90 van de vorige eeuw verschenen langs de Molenstraat de herenhuizen van een aantal notabelen en welgestelde burgers. Na 1900 zocht men bouwterreinen in het westen. Langs de

Mierloscwcg, langs de President Rooseveltlaan. de Prins Hendriklaan en de Wilhelminalaan verrees een aantal huizen zowel alleenstaand als tweeonder-een kap. Na de eeuwwisseling gingen opdrachtgevers voor prestigeobjectcn architecten buiten de regio zoeken. Villa-ontwerpers uit Holland of't Gooi vonden in Helmond een gunstig werkterrein tussen 1925 en 1940. Circa 1920 lijkt de Markt helemaal als woongebied uit de gunst van de fabrikanten te zijn gevallen. Het landelijke gebied aan de westkant van de stad geniet dan de voorkeur. De landelijke omgeving van de AarleRixtelseweg kreeg toen haar eerste villa's. Zo is in 1914 aan August van Spaeiidonck (wiens visitekaartje met een adres in Amsterdam en in Parijs getooid werd) de opdracht verleend voor de pronkvilla van Piet de Wit. Dit was de meest imposante villa ooit in Helmond gebouwd, Pea Park genoemd, compleet met terrastuinen: een soort klein Trianon. Dit monumentale huis heeft slechts van 1914 tot 1928 bestaan op de plaats waar zich nu een dierenpark bevindt en slechts nog enkele betonblokken van de terrasfunderingen overblijven. De villa's van de families Van '1 hiel en Van Vlissingen staan er echter nog: neoclassicistische villa's van J.W. Hanrath op de Prins Hendriklaan 25 (1911) en de Aarle-Rixtelseweg 14 (1930).

In de periode tussen 1870 en 1920 verschenen langs Markt, Vecstraat, Kerkstraat, Amcidestraat en Koninginnewal veel woon winkelhuizen. Naast plaatselijke handelaren vestigde zich ook een winkelketen als De Gruyter op de Vecstraat 2, waar de huisarchitect Welsing op de begane grond zijn karakteristieke gevelvormgeving toepaste, maar de bovenste etage afsloot met een puntgevel en een nadrukkelijke geleding met Art-Nouveau elementen. De laatste ontwikkeling in de periode 1850-1940 voltrok zich zeer kort voor de Tweede Wereldoorlog, toen in snel tempo aan beide kanten van de Wesselmanlaan en van de Mauritslaan en aan het begjn van de President Rooseveltlaan een aantal kapitale villa's verschenen.Bij de bouw van villa's gaf men vaak een opdracht aan een Gooise

21

architect. Slechts enkele van deze villa's (Wcsselmanlaan 53 in 1938 oncworpen door W. v.d. Ven en President Roosevcltlaan 11) vertonen duidelijk kenmerken van het Nieuwe Bouwen. Enkele vertonen enige verwantschap met Dudok, maar de meeste zijn resoluut traditionalistisch. Een aantal van deze villa's heeft haar woonfunctie behouden, terwijl in andere kantoren zijn gevestigd. De stijlen variëren van classicistisch tot Amsterdamse-Schoo! trant met enkele vertegenwoordigers van de chalet-stijl en een aantal eclectische voorbeelden. Een type huis dat een aantal keren voorkomt, is de villa onder afgeplatte schilddak met eenzijdig geplaatste, iets torenachtige polygonale uitbouw. Voor een prestige-objekt zoals zijn villa op de Aarle-Rixtelseweg heeft dr. J.A. Carp de Haagse architect Teeuwisse gevraagd. Naast de villa's in classicistische, eclectische en in chalet- of landhuis stijl is dit gebouw in Amsterdamse-School stijl voor Helmond een uniek object. De vroegere wevershuizen zijn niet meer te vinden in Helmond, tenminste niet in de toestand van het begin van de negentiende eeuw. De Helmondse wevers woonden omstreeks 1840 bijna allen in huizen die eigendom waren van hun opdrachtgevers. Na 1860 - de opkomst van de mechanische weverij - groeide ook de behoefte aan huizen voor de fabrieksarbeiders. De kwaliteit van de woonhuizen was slecht tot zeer slecht.

Evenals elders in het land, maakte men zich in Helmond in toenemende mate zorgen om de slechte behuizing van arbeiders (en de slechte invloed ervan op de volksgezondheid). In 1869 kwam er een concept bouwverordening en in 1871 een 'verordening op het inrichten der woonhuizen in het belang der openbare gezondheid', begeleid door een verordening op het slopen van bouwvallige woningen en op het onbewoonbaar verklaren. Aan het einde van de negentiende eeuw was de verhouding opdrachtgever-wever in veel gevallen vervangen door de verhouding werkgeverwerknemer: arbeiders woonden vaak in huizen die het eigendom waren van fabrikanten. Er bestaan nog enkele kleine groepen speculatief gebouwde arbeidershuizen van het einde van de vorige en het begin van deze eeuw. De oude

eeniaagse huizenrijen in de Haagse Bcemdcn hebben plaats gemaakt voor nieuwbouw. De laatste van de oudste huizenrijen, zoals die langs de Pistoriusstraat en de Molenstraat zijn soms in zeer slechte staat. Te Stiphout zijn nog enkele arbeidershuizen aan de Kloosterstraat te vinden. De huizen in de Bindersestraat, de Drietip en de Lithoyenseweg zijn voorbeelden die nu wel in het kader van renovatie veel veranderd worden. Enkele straten, voornamelijk lopend in de oost-west richting, bewaren grotendeels hun oorspronkelijk karakter, met rijen van eenlaagse huizen, met drie vensterassen. Huizen met twee vensterassen zijn nu zeldzaam aan het worden. Er zijn veel huizen voor het middenkader van de fabrieken, gebouwd in de jaren twintig-dertig in goede staat, evenals huizen van fabrikanten, directeuren en hun familieleden. Een aantal complexen uit de jaren twintig en dertig is uitdrukkelijk gebouwd voor de middenstand en vormt net als de complexen van arbeiderswoningen een homogeen geheel. Bij de huizen van de Onderlinge Woningbouwvereniging Helmond in de Oranjebuurt is ondanks het verschil in bouwtype een grote mate aan stylistische eenheid aanwezig. De ontwerpen zijn van de hand van L. de Vries. Diverse blokken aan de Julianalaan en aan de Steenweg (voor werknemers van J.A. Carp) zijn door C. Roffelsen ontworpen en vertonen eveneens een grote mate aan homogeniteit. 7.2.

Boerderijen Slechts weinig boerderijen binnen de gemeentegrenzen hebben nog een agrarische bestemming. Zo is de oudste boerderij (Kleine Overbrug'6, Rijksmonument) woonboerderij geworden. Zij heeft een opkamergedeelte dwars op de langsdeel, De overige'boerderijen dateren van het midden van de vorige eeuw en later. Zij zijn alle variaties op het langgevel boerderijentypc, met een nogal traditionele vormgeving. Een uitzondering vormt een aantal boerderijen zoals Scheepstal 2 die door de annexatie van grond van de gemeente Bakel en Milheeze op het grondgebied van Helmond zijn komen te staan. Zij lijken op de ontginningsboerderijen die in de jaren dertig in de jongeontginningsgebieden van Bakel en Milheeze •volgens niet-Brabantsc modellen zijn gebouwd.

22

Aan het einde van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw zijn de meeste Helmondse gebouwen voor de Helmondse industrie door Helmondse aannemers-architecten gebouwd, (zie Helmond monumentaal, De Vlasbloem jrg 6, 1985). De stijl van die gebouwen was eerst afgeleid van in grotere steden neergezette statige huizen. Daarna ging men over tot utlitaristisch baksteenbouw, met sobere ornamentiek.

I.r rest nog een handvol boerderijen binnen de bebouwde kommen van Helmond.van Stiphout en Mierlo-Hout. Het zijn allen langgevelboerderijen. Ze liggen aan de Bakelsedijk 7, de Uithoornseweg, de Derde Haagstraat 86, de Lucas Gasseltstraat 5, de Calsstraat 17 (de Apostelhoeve, nu midden in een nieuwbouwwijk, met een nog behouden laantje). Ook in Stiphout en Micrlo-Hout bevindt zich nog een aantal boerderijen midden in het dorp. Enkele van de verstedelijkte boerderijen kregen in de jaren twintig een agrarisch-industriële bestemming, o.a. als dorserij zoals de boerderij op de Bindersestraat 13.

In de jaren twintig is voor utiliteitsbouw ook duidelijk buiten de di rekte omgeving gezocht naar de deskundigheid van bouwkundige en civieltechnische ingenieurs (zoals Beltman uit Enschede, Orie uit Vught en de in staal en beton gespecialiseerde firma De Vries Robb<5 uit Gorinchcm die in Eindhoven veel voor Philips heeft gebouwd). Deze bepaalden tussen de twee wereldoorlogen het architectonisch beeld aan het kanaal en in mindere mate in de binnenstad waar nog fabrieken temidden van de woonbebouwing stonden. Aan het kanaal bevonden zich de hoofdgebouwen, over het algemeen met twee lagen gebouwd. De platte daken domineerden, soms met enige decoratief gemetselde dakbalustrades. De vormgeving was niet uitbundig, hooguit werden de gevels in traveeën gescandeerd door middel van vertikaal reliëf in het metselwerk en decoratieve stenen of betonelementen. Stilistisch sloten deze gebouwen het meest aan bij de zogeheten rationalistische architectuur. Slechts enkele van deze gebouwen zijn in 1990 nog niet door de slopershamer geveld: een klein deel van het kantoorgebouw van Carp, een klein deel van het kantoorgebouw van Swinkels, een deel van het kantoorgebouw van de EDAH. Bij produktiegebouwen werd veelal van deze baksteenarchitectuur afgeweken, ook bij panden langs het kanaal. Een vroeg voorbeeld hiervan is het betonskelet etagegebouw van de Vlisco uit 1911.

Naast de externe deskundigen, hebben zich ook de technische diensten van fabrieken bemoeid met de gebouwen, met name bij verbouwingen. Een enkele keer, zoals in het geval van EDAH in 1941, ook met het geven van een nieuw uiterlijk aan de gevel. Uitzonderlijk voor de stijl van utiliteitsgebouwen van de jaren twintig te Helmond is het slachthuis

7.3. Industriële en bedrijfsgebouwen De in 1990 resterende belangrijke bedrijfsterreinen met een langere geschiedenis bevinden zich allen aan de Zuid-Willemsvaart. Het zijn de terreinen van: Begemann, EDAH, Hatéïna (voormalige N.V. De Wit's dekenindustrie), Nedschroef, Raymakers, Vlisco. Hoofdkantoren uit de periode 1910-1940 bestaan nog bij Begemann, EDAH, Nedschroef en Raymakers. Helmond is nog een vroeg-negentiende ecuws fabrieksgebouw rijk aan de Kanaaldijk NW 49, opgenomen op de rijksmonumentenlijst, het "auwe fabriekske" van Bots, dat ook (zoals reeds vermeld) deel heeft uit gemaakt van de produktiegebouwen van Raymakers. Naast grotere industrieën hebben zich kleinere, half ambachtelijke fabrieken zoals broodfabrieken aan het begin van de eeuw gevestigd. Zij zijn of verdwenen of nauwelijks nog als zodanig waarneembaar, zoals broodfabriek De Toekomst. Bijna alle opmerkelijke oudere produktiegebouwen van deze fabrieken zouden moeten verdwijnen indien de plannen voor woningbouw in de geest van de Kanaalzone prijsvraag worden uitgevoerd. Het gaat in het bijzonder om de constructies van de constructiehallen en de gieterij van Begemann, alsmede de bijbehorende laagbouw met houten zaagtandkappen en gietijzeren kolommen (vroeger van de textielfabriek van Bogaers). Andere oudere produktiegebouwen moeten weer plaats maken terwille van betere produktiestromen.

Dit is het geval bij Nedschroef (laagbouw met gietijzer- en ijzerconstructies; en Raymakers (de verdiepingsbouw uit 1952 met de beeldbepalende Phoenixtoren).

23

uit 1929, waar ondanks het gebruik van baksteen afgeweken is van de gangbare metselwerkdecoratie met gebouwen die volledig in de beweging van het Nieuwe Bouwen passen. Slechts de gebouwen aan de ingang geven nog een idee van het oorspronkelijke complex. Bij de bouw van villa's ging men meestal naar een ander type ontwerpbureau, liefst geen plaatselijke architect. Hier volgt een overzicht van de verschillende in 1990 nog aanwezige industriecomplexen alfabetisch geordend, met afgekorte namen.

eerste gebouwen zijn vervangen, de voormalige assendraaierij is gesloopt, maar er staan nog delen van voor de eeuwwisseling. In 1888 werd de kleine constructieloods aanmerkelijk vergroot, in 1912 tot de Kanaaldijk doorgetrokken en in 1914-1916 kreeg het een grote broer, waar grotere kranen hun werk konden doen. De door Begemann zelf gebouwde constructiewerkplaats is een sterk beeldbepalend object door zijn positie, zijn volume en het lijnenspel van de glazen lichtrupsen dwars op de langsrichting. De gieterij staat er enigszins verscholen bij maar is eveneens een fraai voorbeeld van het kunnen van de mannen van Begemann in de eerste decaden van deze eeuw. Het hoofdkantoor is van buiten weinig veranderd, maar is van binnen gerenoveerd. Dit complex staat thans sterk onder druk. De plannen voor een verhuizing van het bedrijf zijn vergevorderd, terwijl de stedebouwkundige plannen voor de herbestemming van de Kanaalzone weinig marge laten, zelfs voor het behouden van de indrukwekkende structuur van de grote en de aangrenzende kleine constructiehal. De oudere gedeelten, met hun oorspronkelijke constructie van gietijzeren kolommen en houten dakspanten stellen eveneens grotere problemen tot eventueel behoud en herbestemming, maar zijn door de sloop van andere fabrieken nu uniek voor Helmond.

Begemann

Het bedrijf draagt de naam van E.H. Begemann, die in 1872 de in 1871 opgerichte gieterij van Gustav Briickenhaus opkocht, waar hij bedrijfsleider was. De gieterij ontwikkelde zich spoedig tot machinefabriek en constructiebedrijf. Vanaf het begin van de twintigste eeuw werden pompen een specialiteit. Tegenwoordig functioneren constructiebedrijf en pompenfabriek als zelfstandige eenheden. Het terrein van Begemann is trapeziumvormig. Het bevindt zich ten westen van de Zuid- Willemsvaart en ten Noorden van de spoorlijn Kindhoven-Venlo, tegenover de zijkant van het Kasteel. Aan de zuidkant is het begrensd door de Eikendreef, aan de Westkant door de Kromme Steenweg. Aan de noordkant neemt de Traverse nu elke mogelijkheid tot uitbreiding weg. Het bedrijf heeft via aankoop en door bijgebouwen de ruimtelijke capaciteit uitgebreid. Ten tijde van de vestiging van het bedrijf, grensde het aan de noordkant aan de fabriek van Bogaers en Sanders, het terrein was omgeven door bleekvelden. H respectievelijk in 1873 en ontstane gebouw en de gieterij uit 1876 waren al gauw te klein. In 1885 en 1886 kwamen er zowel terrein bij als bouwuitbreidingen. Een grondaankoop in 1890 bracht meer dan een verdubbeling van de oppervlakte. Met de bouw van o.a.

de gieterij, de constructie werkplaats, het ijzermagazijn (nu beproevingslokaal) en het hoofdkantoor kwam er binnen vrij korte tijd een grote uitbreiding, aangevuld door de overname van fabrieksruimte van de textielfabriek van Bogaers en van villa Parkzicht aan de Kromme Steenweg. Hiervan is nog veel aanwezig, de oudere gedeelten zijn deels in een matige tot zeer matige toestand. l.)e

EDAH

De EDAH heeft in 1916 de NV vorm gekregen. De letters EDAH zijn afkomstig van de namen van de stichters, de heren Ebben, Damen, Aukes en Hettema. De gebouwen van EDAH zijn verdeeld over de noord-oost en noord-west kant van de Kanaaldijk. Aan de noord-west kant zijn vroegere lage gebouwen van de textielfabriek W. Swinkels (blauwvervenj, later werverij en textieldrukkerij) na 1935 aangekocht, waaronder enkele oudere gedeelten die uit het de tweede helft van de negentiende eeuw dateren (1861). Enkele hiervan zijn reeds gesloopt. Het vroegere kantoorgebouw van Swinkels was ontworpen door het architectuuren constructiebureau Beltman uit Enschede. Aan de Noordoost kant van de Kanaaldijk is van de gebouwen van de margarinefabriek van l .ookeren 'enOyens (voorganger van de EDAH) niets over. Aan de overkant, ten noorden van hc-t voormalige

24

Swinkcls terrein, zijn nog twee villa's van de margarinefabrikanten aanwezig (Kanaaldijk NW 83 en 85). hen deel van het kantoorgebouw van de blDAH aan de Kanaaldijk NO blijft over van het door S. Orie ontworpen gebouw uit 1930 .

verkocht werd. Het huidige terrein grenst ten Zuiden aan het terrein van de textielfabriek Raymakers. Het hoofdkantoor van Nedschroef uit 1918 is niet helemaal compleet, maar bewaart desondanks grotendeels zijn oorspronkelijk karakter. Een deel van het interieur is eveneens bewaard gebleven, in het bijzonder een gelambrizeerde vergaderkamer. Bij Nedschroef is men op dit ogenblik (1988-1989) druk doende oude gebouwen op het terrein te slopen om nieuwe gebouwen op te zetten. Een deel van het terrein is van de naburige fabriek Raymakers gekocht. Beginnend aan de Noordkant, zijn al een aantal oudere, lage gebouwen met zaagtanddaken, door nieuwe hogere en ruimere stalen hallen vervangen. Andere zijn in de loop van 1989 tegen de vlakte gegaan. Een daarvan, de machinewerkplaats behoorde met zijn staal- en baksteenconstructie tot de mooiere voorbeelden van Helmondse industrie architectuur. Het was een kleine langshal met een centrale en twee zijbeuken, alle drie met een zadeldak. Het is waarschijnlijk gebouwd tussen 1900 en 1905-

Hatéma (voormalig N.V. De Wit's dekenindustrie) In 1855 werd door Petrus de Wit een weverij van wollen, linnen en katoenen bontstoffen opgericht. Door zijn zoon Petrus de Wit jr. werd de zaak eerst met succes voortgezet. Deze kwam echter in liquiditeitsproblemen, o.a. nadat hij zeer grote kosten had gemaakt bij het bouwen van zijn villa Peapark aan de Aarle-Rixtelseweg. De vennootschap N.V. de Wit's Dekenindustrie werd (na een jaar sluiting van de fabriek) aan de Hoogeindsestraat voortgezet, op het huidige terrein van de Hatéma. In 1930 trad de Wit uit de vennootschap. Toen werd ook de verkoopsorganisatie N.V. Helmondse Textielmaatschappij (later Hatéma) opgericht. In 1942 kreeg de onderneming de naam De Wit's Textielnijverheid. Het terrein is grofweg trapeziumvormig en grenst zowel aan de Zuid-Willemsvaart alsook aan de Hoogeindsestraat, waar zich de toegang bevindt. De laatste jaren heeft veel modernisering plaatsgevonden. Zo is bijvoorbeeld de fabriekswatertoren grotendeels gesloopt. Op het terrein bevinden zich echter nog enkele gebouwen die tijdens de bezetting (en onder toezicht van de bezetter) zijn gebouwd en een hal met een kort na de Tweede Wereldoorlog aangebrachte prefab kapconstructie.

Raymakers De Koninklijke textielfabrieken Raymakers & co vinden hun oorsprong in de onderneming van Johannes Raijmakers (over de spelling van de naam wordt getwist) in het derde kwart van de achttiende eeuw. Het bedrijf was in het verleden geassocieerd met Ramaer en met de wollenstoffenfabriek van Prinzen & van Glabbeek. Vrij recent gebouwd (1952), maar beeldbepalend is de toren van de textielfabriek Raymakers, met het aloude symbool van de firma Kaulen, de Phoenix, later het Raymakers symbool. De (water)toren met de Phoenix behoort tor een produktiegebouw met een betonskelet constructie uit 1952 (van architect en constructeur Orie uit Vught). Aan de verbouwing van dit gebouw is men in 1990 begonnen. In dit gebouw bevond zich een ingangshal met een monumentale trap die deed denken aan de stijl van Sybold van Ravenstein. In de gevel waren allegorische glas-in-lood voorstellingen verwerkt.(Deze zijn bij de verbouwing behouden voor eventueel hergebruik). Deze ingang lijkt ondanks zijn formaat slechts kort of helemaal niet als hoofdingang gebruikt te zijn. De werkelijke

Nedschroef Het oorspronkelijke terrein van de fabriek van de gebroeders Van Thiel was het vroegere Robur terrein, aangekocht in 1872. Van de vroegere Robur gebouwen is thans niets meer over. De gebouwen van de gebroeders Van Thiel aan de Kanaaldijk NW zijn geheel door nieuwbouw vervangen. In 1890 werd het bedrijf gesplitst. Een bedrijf ging door onder de oude naam en in de oude gebouwen, het andere vestigde zich in bestaande gebouwen. De metaalproduktie werd pas aan het begin van de twintigste eeuw de hoofdactiviteit, tot in 1908 het textielbedrijf

25

hoofdingang aan de Kanaaldijk was veel bescheidener. Een deel van de productie (de calicoafdeling, de produktie van boeklinnen en van kunstleer) heeft ooit plaats gevonden in en naast het oude fabrieksgebouw op de Kanaaldijk NW 49. Tot voor kort was een directeurshuis nog bij de toegang van de fabriek aanwezig. Gebouwen die vroeger vanaf de Steenweg bereikt konden worden en waar spinnerij en breierij afdelingen gehuisvest waren, zijn gesloopt. De fabriek heeft haar produktie tegenwoordig geconcentreerd op woningtextiel. Voor- en nabewerking vinden in Helmond plaats, de rest van het produkrieproces in Gemert.

terrein van de Vlisco zeer groot geweest. Dit was bepaald door de noodzaak, zonder uitbreidingsmogelijkheden, toch de gebouwenvoorraad aan nieuwe produktie- en andere eisen aan te passen. Door de verbeteringen van de techniek is het nu mogelijk voor dezelfde produktie een geringer oppervlakte in beslag te nemen, maar Vlisco moet regelmatig moderniseren en de oude gebouwen bieden soms niet de mogelijkheid de produktielijnen vrij om te vormen. Pit betekent een voortdurende bedreiging voor de nog bestaande oudere gebouwen op het fabrieksterrein. Tot na de Tweede Wereldoorlog was het terrein in de noord-zuid richting door de Aa doorsneden. Het water van de ZuidWillemsvaart was van betere kwaliteit dan dat van de Aa dat door allerlei bedrijven van de Helmondse binnenstad inclusief Vlisco voor lozingen werd gebruikt. De oude loop van de Aa is op het terrein van Vlisco nauwelijks nog terug te vinden.

Ondanks veel sloop en herbouw waren er in 1989 nog een aantal oudere bedrijfsgebouwen te vinden op het terrein: het gebouw van de bedrijfsbrandweer -vroeger watertoren- uit 1881, het magazijn (nu voor de opslag van rollen in gebruik) uit 1911- betonskelet verdiepingbouw met zaagtanddaken in de dwarsrichting-, het turbinehuis uit 1913 met daarnaast de aanbouw uit 1927, het gebouw van de graveerdenj en het bedrijfsmuseum (drie lagen, gevel van baksteen, zaagtanddaken in de langsrichting) uit 1928. Buiten het eigenlijke terrein bestaan nog enkele gebouwen waarin tijdelijk onderdelen van het bedrijf gehuisvest zijn geweest, zoals café Tivoli op de hoek Groenewoud-Binnenparallelweg, de voormalige bedrijfsschool aan De Wiel en de voormalige Cacaofabriek ten zuiden van het spoor (in gebruik geweest als Cor Matthijsenschool).

Momenteel niet bedreigd is het gerenoveerde gebouw van 1926, eveneens van Orie, met een betonskelet en bakstenen metselwerk, geplaatst langs de Kanaaldijk. De raamindeling moest veranderd worden in verband met de vervanging van stalen raamkozijnen. Het gebouw is nu hoofdkantoor. Een groot deel van de fabrieksgebouwen, oorspronkelijk gesitueerd ten zuiden van het huidige complex, zijn gesloopt. Een ander deel is aan Nedschroef verkocht. Vlisco In 1843 werd de Commanditaire Vennootschap P.A. Sutorius en Co opgericht, met als vennoten CA. Sutorius (Helmond) en P.F. van Vlissingen (Amsterdam). De katoendrukkerij van Sutorius bevond zich iets ten westen van de Kerkstraat. In 1852 werd F.J. Matthijsen deelgenoot van P. F. van Vlissingen jr. De onderneming drukte voornamelijk voor eigen rekening maar ook voor anderen, zowel voor de Nederlandse markt als voor export. In 1883 werd de organisatievorm omgezet in een commanditaire vennootschap op aandelen en in 1916 in een N.V. onder de naam P.F. van Vlissingen & Co's Katoenfabrieken. De fabriek heeft zich altijd geheel gehouden aan haar specialiteit, het drukken van katoen. Het terrein van Vlisco is aan de westkant begrensd door de Zuid-Willemsvaart, aan de zuidkant door het spoor, aan de oostkant door het Groenewoud en aan de noordkant door het openbaar terrein met park rondom het kasteel. Uitbreidingen zijn praktisch uitgesloten.

Het aantal verbouwingen, sloopwerkzaamheden en nieuwbouw is op het

Slachthuis De dienstgebouwen van het in 1929 gebouwde en in 1930 in gebruik genomen gemeentelijke slachthuis (nu in particuliere handen) sluiten aan bij een in Helmond weinig toegepaste stijl: het Nieuwe Bouwen. Zij vormen slechts een gedeelte van het oorspronkelijke complex. De bouwwijze doet denken aan sommige werken van Duiker. Het ontwerp is van ir. A. Swinkels. Hij was tijdens de

26

Helmond waar ranke betonnen portalen de electriciteitslijnen dragen. Deze zijn massaal toegepast, waardoor zij ooit onopgemerkt zouden kunnen verdwijnen in een volgende moderniseringsgolf.

bouw van het slachthuis als toegevoegd ontwerper bij de dienst Publieke Werken werkzaam. Voor de advisering op koeltechnisch gebied was ir. D. Mink verantwoordelijk. PNEM

Er zijn nog enkele vooroorlogse electrische onderof verdeelstations aanwezig, een op de Eikendreef en een op de Burgemeesters van Houtlaan. Zij hebben een sobere functionalistische stijl met platte daken. Op de Helmondselaan bevinden zich nog twee eenvoudige dienstwoningen van de PNEM uit het midden van de jaren twintig.

Waterleidingsbedrijf De watertoren van architect J.H.J Kording uit 1948 is op dit moment een van de belangrijke elementen van de Helmondse skyline. Van de eerste watertoren van Helmond, in 1899 gebouwd door de Rotterdams ingenieur J. Schotel, kan overigens niets over zijn, aangezien het kort na de bouw inelkaar stortte. De tweede watertoren, die kort daarna werd gebouwd, heeft nog een tijdje voortbestaan, nadat de huidige toren in 1948 iets verderop was gebouwd. Deze was overigens reeds aan het begin van de oorlog gepland. Van de oorspronkelijke installaties voor de waterwinning aan de Bakelse dijk, zijn naast dienstwoningen (Bakelsedijk 135 en 137) nog reservoirs aanwezig, met de oorspronkelijke kranen. In het moderne pompgebouw bevindt zich een pomp, door de Koninklijke Machinefabriek N.V. E.H. Begemann in de beginjaren van het waterwinningsbedrijf of diarvoor vervaardigd.

Spoorwegen Het baanwachtershuisje (vroeger post 30 A, Lijn Helmond-Venlo 1), is nu verscholen achter bomen aan de Rooseindsestraat, maar goed zichtbaar vanuit de trein. Dit gebouw is volgens een informant oorspronkelijk in 1904 gebouwd door de trammaatschappij en pas later door de spoorwegen overgenomen. Het sluit echter qua stijl aan bij de dienstwoningen van de spoorwegen uit de jaren '80 van de vorige eeuw. De rangeersporen van het spoorwegemplacement zijn verdwenen en het terrein is door Vlisco overgenomen, dat ten oosten van de Oude Aa veel terrein moest prijsgeven. Het oude station is met haar entourage vervangen door nieuwbouw. De oudste gebouwen verbonden met het station zijn nu een opslagloods en een kantoor (nu van de firma Van Gend en Loos). De spoorhefbrug over de Zuid-Willemsvaart is er een uit een reeks die in 1955 op diverse plaatsen neergezet werden ter modernisering van het netwerk en ter vervanging van door oorlog beschadigde werken.

7.4. Openbare gebouwen Zoals in vele andere gemeenten van NoordBrabant, maakt een groot aantal Helmondse scholen deel uit van Rooms-Katholieke gebouwenclusters. Dit is het geval voor de Mariaschool aan de Kromme Steenweg, de school bij de Sint Jozefkerk, de school van Mierlo, de school aan de Zuid Koninginnewal 49 nabij de Sint Lambertus (ontworpen door H. van Tulder). I^mbert de Vries tekende voor een aanzienlijk aantal van de Helmondse scholen., o.a. het Carolus college aan de Mierloseweg 7, een van zijn markantere gebouwen. Op honderd meter afstand van het Caroluscollege bevindt zich een ander markant gebouw van De Vries, een patronaat. Alhoewel een na-oorlogse aanbouw aan de voorkant de bouwmassa heeft gewijzigd, behoudt het gebouw onder plat dak grotendeels zijn bijzondere, enigszins expressionistische detaillering. De maatschappelijke verhoudingen maakten dat er slechts een gering aantal openbare scholen in het interbellum gebouwd werd. Een markant voorbeeld is de

Van de vanaf 1882 aangelegde tramtrottoirs is niets meer te zien, evenmin van het tramstation dat zich ten oosten van het spoorstation bevond. Er zijn nog twee gebouwen met laadperrons die zich nabij het vroeger tracé van de tram bevinden, op de Rooseindse straat en de Bruhezerweg. Een direct verband met de tram is echter niet duidelijk. Aan de Trambrug herinnert nog de naam van de Trambrugweg. De NS heeft een tijdlang geëxperimenteerd met betonnen draagconstructies bij de electrificatie van de spoorlijnen. Een voorbeeld is de lijn Eindhoven -

27

openbare school aan de Kasteel Traverse 102, een van de weinige gebouwen die stilistisch aansluiten bij het Nieuwe Bouwen, onder leiding van W.A. Dille door Publieke Werken gebouwd. Volgens de ontwerptekening was een uitbreiding in twee etappes voorzien. Deze is echter nooit gekomen. De Sint-Gerardusschool die trekken van de Nieuwe Haagse School vertoonde is ten behoeve van een commerciële bestemming van het terrein tijdens de inventarisatie gesloopt. De voormalige Rijks HBS aan de Molenstraat is een van de grotere neoclassicistische gebouwen van Helmond. Dit gemeentelijk monument dateert uit 1867-1868, maar enkele dienstgebouwen zijn aan het begin van de eeuw aan het complex toegevoegd. Het tweelaags gebouw heeft een sobere symmetrische gevelindeling. Door demografische en maatschappelijke ontwikkelingen zijn vele in de jaren twintig en dertig gebouwde scholen met sloop of functieverandering bedreigd. Een aantal gebouwen van werkliedenvercnigingen, patronaten, parochiehuizen en gebouwen voor de opvang van jonge en minder jonge arbeiders is in betrekkelijk goede staat nog aanwezig. Een van de meest markante was de RK Werkliederenbond uit 1899, vooral bekend geworden als Sobrietas door de inzet van de minderbroeder capucijn pater Ildefonsus, dat kort voor de MIP inventarisatie is neergehaald om ruimte te maken voor een nieuwbouw.

Aan de Molenstraat bevindt zich het veel bescheidener gebouw van de Sint Jozef Jongelingen vereniging. Langs Binderseind en Heistraat zijn nog diverse gebouwen aanwezig die gediend hebben voor gemeenschaps- en verenigingsleven. De zuidkant van het spoor is arm aan gemeenschapsgebouwen. Het parochiehuis van de Sint-Anna parochie is in die buurt een zeldzaam voorbeeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10505361/1