CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

E VNG ledenbrieven

Gemeenteraad 27 januari 2026, gemeente HelmondBij agendapunt: VNG37.807 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Het gaat dus niet om hoe lang iemand lid is, maar om hoe lang de commissie echt aan het werk is. Het derde lid gaat over de toelage van de vaste voorzitter. Dit volgt uit het nieuwe artikel 3.1.4a. van het Rechtspositiebesluit. Sommige gemeenten hadden behoefte aan zo’n bepaling. Hoe groot de gemeente is, maakt daarbij niet uit. De raad beoordeelt hoeveel werk en tijd het voorzitterschap kost. Op basis daarvan bepaalt de raad vervolgens of er een vergoeding nodig is en hoe hoog deze moet zijn. [Het vierde lid is voor voorzitters die elkaar afwisselen binnen één commissie. De raad kan met deze

regel bepalen dat alle voorzitters een vast percentage van het maximale bedrag krijgen. Dit betekent niet dat het maximale bedrag uit artikel 3.1.4. moet worden verdeeld over de voorzitters. Als de raad bijvoorbeeld kiest voor het percentage 70% van het maximum, dan krijgen alle voorzitters 70% van het maximum.]

[Artikel 3. Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak De hoogte van de vergoeding voor leden van gemeentelijke commissies, die zijn ingesteld op basis van artikel 82, 83 en 84 van de Gemeentewet is verplicht vastgesteld op een vast bedrag per inwonersklasse. Dit bedrag geldt voor elke vergadering van de commissie die het lid bijwoont. In bepaalde gevallen, bijvoorbeeld als er bijzondere deskundigheid nodig is of als het werk in de commissie zwaarder is, kan een hoger bedrag per vergadering worden toegekend dan is bepaald in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het kan bijvoorbeeld gaan om een raadscommissie met een bijzondere opdracht, waardoor het werk voor één of meerdere commissieleden meer tijd of inzet kost. Omdat hiervoor een verordening nodig is, kan de gemeente zelf een algemene en politieke afweging maken.]

Artikel 4. Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden Voor raads- en commissieleden is duidelijk bepaald dat de kosten voor scholing die niet-partijpolitiek is, zoals deelname aan congressen en opleidingen, door de gemeente kunnen worden betaald.

Scholing die wel partijpolitiek is, wordt niet door de gemeente vergoed. Of scholing partijpolitiek is, hangt af van de inhoud van die scholing. Dat betekent dat wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij dit dus niet automatisch partijpolitieke scholing is. Om scholingskosten vergoed te krijgen, moet duidelijk worden uitgelegd dat het gaat om scholing die nodig is voor het werk. Scholing is nodig voor het werk als het bedoeld is om vakkennis en vaardigheden te leren of bij te houden die je voor je functie nodig hebt. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als het helemaal of voor een deel het doel heeft om diegene op te leiden in de ideeën en standpunten van die partij. De gemeente kan ook dit soort scholing zelf geven of regelen. De kosten daarvan worden ook door de gemeente betaald. Uit paragraaf 3.1 van de circulaire Wijzigingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor gemeenten blijkt dat het college verantwoordelijk is voor de uitvoering aan de hand van de centrale kaders uit het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Er kan ook mandaat worden verleend aan een commissie van de gemeenteraad om te toetsen of scholingsverzoeken binnen het kader vallen.1 Die commissie moet dan wel een formele commissie zijn in de zin van de Gemeentewet.

In het geval van een informele commissie, kan de gemeente het beste de modelbepaling volgen waarin die commissie enkel als adviesgevend orgaan is benoemd. Het College en de Raad zijn niet bevoegd om uitzonderingen of beperkingen op te leggen aan individuele verzoeken op de centraal gestelde kaders. Als de aanvraag binnen de kaders valt, wordt het uitgevoerd. Op grond van artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, tweede lid kan de gemeenteraad regels maken over de scholing van raadsleden. Deze regels kunnen bijvoorbeeld in een scholingsplan staan. In dit plan kunnen procedureregels voor individuele aanvragen om scholing worden opgenomen en ook regels over de hoogte van de tegemoetkoming. Dit plan kan vervolgens als handvat of hulpmiddel worden gebruikt bij de beoordeling van deze individuele scholingsaanvragen. Het Rechtspositiebesluit is op twee onderdelen aangevuld. Ten eerste moeten de prijs en kwaliteit van de scholing in verhouding tot elkaar staan. Zo blijven de kosten redelijk. Daarnaast mogen de kosten niet al op een andere manier worden vergoed. Verder is in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, derde lid een koppeling gemaakt met artikel 3.1.7 en 3.2.9. De gemeente betaalt, als daar een goede reden voor is, de reis- en verblijfskosten die nodig zijn voor de scholing.

Artikel 5. Informatie- en communicatievoorzieningen Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een raadslid, wethouder of de burgemeester voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Ook commissieleden kunnen aanspraak maken op ICT-middelen op grond van art. 3.4.4 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan een smartphone een computer en de daarbij

1

Toelichting bij artikel 3.3.3 van het Rechtspositiebesluit.

behorende (internet)abonnementen. Er mag slechts één computer verstrekt worden. Een computer is een desktop, laptop, tablet- of minicomputer. Een smartphone is niet te kwalificeren als computer. De gemeente verstrekt informatie- en communicatievoorzieningen in bruikleen aan de politieke ambtsdrager, omdat dit noodzakelijk gereedschap is voor het vervullen van de politieke functie. Het fiscale noodzakelijkheidscriterium vereist dat dit digitale gereedschap bij aftreden of ontslag weer door de ambtsdrager wordt ingeleverd bij de gemeente. Hiervoor wordt een redelijk termijn (bijvoorbeeld een termijn tussen de 6 en 8 weken) afgesproken in de verordening. De gemeente draagt zorg voor het schonen van dit ICT-middel en het al dan niet beschikbaar stellen voor hergebruik Als hergebruik niet aan de orde is, kan de gemeente ambtsdragers de mogelijkheid bieden het ICT-middel over te nemen. Dit overnemen is dus geen recht van de ambtsdrager, maar het gevolg van een keuze van de gemeente. In dit geval is er bereidheid het ICT-middel af te stoten. Een circulaire vereist in dat geval dat de gemeente ervoor zorgt dat het ICT-middel door of namens de gemeente is geschoond met speciale software (conform Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO)). 1 Verder dient de politieke ambtsdrager voor het overnemen van het ICT-middel op grond van de circulaire een vergoeding te betalen.

Deze vergoeding dient gelijk te zijn aan de resterende waarde van het ICTmiddel in het economisch verkeer.

Artikel 6. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964 zijn een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de verordening aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan de politieke ambtsdrager kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de politieke ambtsdragers loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt. Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte - tot 1,2% fiscale loonsom - onderbrengen zonder fiscale consequenties. Indien de grens van 1,2% wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen. Op de website van de VNG treft u advies over de vrije ruimte.

Artikel 7 Betaling vaste vergoedingen & artikel 8 Betaling en declaratie van onkosten Het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers regelen wanneer de vergoedingen en onkosten betaald worden aan raads- en commissieleden. Daar waar geen expliciete termijn is genoemd, kunnen deze artikelen uitkomst bieden. De betaling van onkosten kan worden voorgeschoten uit eigen middelen, later gedeclareerd worden of de factuur wordt rechtstreeks naar de gemeente verstuurd. Hierbij gaat de voorkeur uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente. Het verdient aanbeveling dat het college een formulier vaststelt waarmee raads- en commissieleden gemaakte onkosten kunnen verantwoorden. Raads- en commissieleden declareren in beginsel hun onkosten bij de griffier. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.2

Brief aan de leden

Datum

12 december 2025 Kenmerk

U202500788 Lbr. 25/063 LOGA-nr. 25/07 Telefoon

Bijlagen)

-

Onderwerp

Garantietoelage nachtdiensten

Geachte leden, Met deze LOGA-brief informeren wij u over de afspraak die het LOGA gemaakt heeft op 5 december jl. over de garantietoelage bij de vrijstelling voor nachtdiensten. In deze LOGA-brief komen de volgende zaken aan bod: 1. 2. 3. 4.

Achtergrond Inhoud garantietoelage vrijstelling nachtdiensten Voorbeeldberekening Tot slot

LOGA Postbus 11560 | 2502 AN Den Haag

1/1

Brief aan de leden

Datum

12 december 2025 Kenmerk

U202500788 Lbr. 25/063 LOGA-nr. 25/07 Telefoon

Bijlagen)

-

Onderwerp

Garantietoelage nachtdiensten

Geachte leden, Met deze LOGA-brief informeren wij u over de afspraak die het LOGA gemaakt heeft op 5 december jl. over de garantietoelage bij de vrijstelling voor nachtdiensten. In deze LOGA-brief komen de volgende zaken aan bod: 1. Achtergrond 2. Inhoud garantietoelage vrijstelling nachtdiensten 3. Voorbeeldberekening 4. Tot slot 1. Achtergrond In de Cao Gemeenten en de Cao SGO 2025-2027 is een garantieregeling afgesproken voor werknemers die nachtdiensten draaien. Met ingang van 1 januari 2026 kunnen werknemers vanaf de leeftijd van 55 jaar vrijstelling vragen voor het draaien van nachtdiensten waarvoor zij een toelage onregelmatige dienst krijgen. Dit staat in artikel 5.6 lid 1 van de cao. Bij de uitvoering van deze afspraak in de praktijk, bleken de vakbonden en de VNG en de WSGO een ander beeld te hebben. De afgelopen periode hebben cao-partijen daarom overlegd om te zien of er landelijk tot een eenduidige garantie afspraak kon worden gekomen. Partijen zijn daarin geslaagd op 5 december jl. Onderstaand treft u de onderdelen van de afspraak aan. Deze afspraak wordt nog omgezet naar een cao-tekst die wordt opgenomen in een nieuw artikel in hoofdstuk 3 van de cao.

LOGA Postbus 11560 | 2502 AN Den Haag

1/3

2. Inhoud garantietoelage vrijstelling nachtdiensten In het nieuw op te nemen cao-artikel in hoofdstuk 3 worden de onderstaande onderdelen opgenomen. In de eindredactie van de cao-tekst kan de volgorde en de formulering afwijken. a. De werknemer die gebruik maakt van de vrijstelling van nachtdiensten in artikel 5.6, heeft recht op de garantietoelage als hij zonder onderbreking van meer dan 3 maanden gedurende minimaal 10 jaar de toelage onregelmatige dienst heeft ontvangen. b. Het bedrag van de garantietoelage wordt berekend door een percentage te nemen van de verlaging van de toelage onregelmatige dienst bij het stoppen van nachtdiensten. c. Het bedrag van de verlaging van de garantietoelage wordt berekend door te kijken naar het verschil tussen de toelage onregelmatige dienst met de nachtdiensten en de nieuwe toelage onregelmatige dienst zonder de nachtdiensten. d. Als de hoogte van het bedrag van de toelage onregelmatige dienst met nachtdiensten wisselde, geldt het gemiddelde van de voorgaande 12 maanden. e. De leeftijd van de werknemer waarop hij stopt met de nachtdiensten, is bepalend voor de hoogte van het percentage. Het percentage geldt tot aan de AOW-leeftijd of zoveel eerder als de arbeidsoverkomst eindigt. De percentages staan in onderstaande tabel.

Leeftijd waarop de werknemer stopt met nachtdiensten

Percentage tot aan AOW-leeftijd

55 jaar

20%

56 jaar

30%

57 jaar

40%

58 jaar

50%

59 jaar

70%

60 jaar

80%

61 jaar

90%

62 jaar en ouder

100%

f.

De garantietoelage wordt verrekend met een salarisverhoging die de werknemer krijgt als hij een hoger gewaardeerde functie gaat uitoefenen. g. Dit artikel geldt niet als voor de werknemer voorzieningen zijn getroffen in een sociaal plan. h. Als de werkgever op 5 december 2025 lokaal een garantieregeling voor de vrijstelling nachtdiensten heeft met een hogere toelage, blijft dit gelden. i. In 5.6 lid 4 wordt in de redactie van de cao-tekst een verwijzing opgenomen naar de nieuwe bepaling. 3. Voorbeeldberekening De werknemer is 58 jaar en ontvangt een toelage onregelmatige dienst van € 450 per maand. Hij voldoet aan de voorwaarde van minimaal 10 jaar de toelage onregelmatige dienst te hebben gekregen. Met ingang van 1 april 2026 wenst hij geen nachtdiensten meer te draaien. De werkgever past met ingang van 1 april 2026 zijn rooster aan. De werknemer werkt nog steeds onregelmatig, maar niet meer de nachten. Daardoor wordt zijn nieuwe toelage onregelmatige dienst € 250 per maand. Zijn toelage daalt met € 200 per maand.

LOGA Postbus 11560 | 2502 AN Den Haag

2/3

De berekening is dan als volgt: Oorspronkelijke toelage van € 450 – de nieuwe toelage van € 250 = € 200 verlaging. De werknemer stopt op de leeftijd van 58 jaar, dan geldt het 50% percentage. De garantietoelage nachtdiensten is dan € 100 per maand tot aan de AOW-leeftijd (50% x € 200).

4. Tot slot Deze LOGA-brief staat ook op www.vng.nl onder ledenbrieven en op www.wsgo.nl onder publicaties. Hoogachtend, Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden

Janine Jongepier Secretaris

LOGA Postbus 11560 | 2502 AN Den Haag

3/3

Aan de leden

Datum

12 december 2025 Ons kenmerk

U202500801 Lbr. 25/064 Telefoon

070-373 83 93 Bijlage(n)

2

Onderwerp

Nieuwe Model Winkeltijdenverordening 2025

Geachte leden van college en gemeenteraad, Aanleiding en inleiding De VNG startte in 2021 het project Duidelijke Overheidscommunicatie. Het projectdoel is dat gemeenten duidelijkere taal gebruiken. Binnen dit project heeft de VNG al 47 modelbrieven herschreven. Een ander onderdeel is het herschrijven van Model Verordeningen in duidelijke taal zodat iedereen ze kan begrijpen. Bij de keuze voor welke Model Verordeningen we herschrijven, gebruikt de VNG de volgende criteria: • Het gaat om Model Verordeningen die direct invloed hebben op inwoners. • Het mag niet gaan om Model Verordeningen die politiek gevoelig zijn. • Het mag niet gaan om Model Verordeningen die al kortgeleden zijn aangepast door andere wetten, zoals de Algemene wet bestuursrecht of de Omgevingswet. Op basis hiervan hebben we ervoor gekozen om de Model Winkeltijdenverordening te herschrijven. Eerder herschreven we al de Model Verordening straatnamen en huisnummers, de Model Parkeerverordening en de Model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden. Op basis van onze ervaringen hebben we tot slot een handreiking (pdf, 2 MB) gemaakt voor gemeenten. Hierin staan tips en voorbeelden voor het schrijven van verordeningen in duidelijke taal. Herschreven Model Winkeltijdenverordening 2025 Hierbij ontvangt u de nieuwe Model Winkeltijdenverordening 2025.

U krijgt daarbij een toelichting en een implementatiehandleiding. De inhoud van de Model Verordening is hetzelfde als in het eerdere model uit 2013. Alleen het taalgebruik is aangepast.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

vng.nl

Evaluatie Winkeltijdenwet Het Ministerie van Economische Zaken heeft overigens een evaluatie van de Winkeltijdenwet aangekondigd. De verwachting is dat die evaluatie in 2026 plaats zal vinden en dat dan ook bij gemeenten navraag zal worden gedaan over de ervaringen met de Winkeltijdenwet. De evaluatie zou vervolgens ook tot een wetswijziging kunnen leiden. Als dat zo is, dan zal de VNG nagaan of het ook nodig is de Model Winkeltijdenverordening aan te passen. Bijlagen 1. Model Winkeltijdenverordening 2025 met toelichting 2. Implementatiehandleiding Model Winkeltijdenverordening 2025 Informatie De VNG-Model Verordeningen met toelichting staan in de Kennisbank Decentrale Regelgeving (www.decentraleregelgeving.nl). De Model Verordeningen zonder toelichting vindt u in Modellen Decentrale Regelgeving (https://puc.overheid.nl/mdr/). Heeft u vragen over de inhoud van deze brief of over deze Model Verordening? Neem dan contact op met het Klantcontactcentrum van de VNG via telefoon (070-373 8393) of e-mail (info@vng.nl). Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

dr. mr. L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/2

Model Winkeltijdenverordening 2025 (nieuw model, december 2025)

[Deze verordening regelt de afwijkingen in de gemeente [naam gemeente] van de openingstijden van de Winkeltijdenwet. Het gaat om de gemeentelijke uitzonderingen op de landelijke regels dat winkels niet op zon- en feestdagen open mogen zijn, en op werkdagen niet tussen 22:00 en 06:00. Deze uitzonderingen kunnen bijvoorbeeld gelden voor bepaalde gebieden, branches, winkels, evenementen en tijden. Het doel is om een balans te vinden tussen de behoeften van ondernemers en inwoners en de leefbaarheid binnen de gemeente.] Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 2, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld de twee varianten voor artikel 2. - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 5. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 6, eerste lid. Combinaties zijn ook mogelijk. Nadere uitleg is opgenomen in de implementatiehandleiding. De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op artikel 3 van de Winkeltijdenwet; gezien het advies van de [naam commissie]; besluit vast te stellen de volgende:

Winkeltijdenverordening [naam gemeente [jaartal]] Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop gebaseerde besluiten wordt verstaan onder: - college: het college van burgemeester en wethouders van de [naam gemeente]; - feestdagen: dagen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, van de Winkeltijdenwet; - werkdagen: maandag tot en met zaterdag; - winkel: winkel, bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet. [Artikel 2. Algemene vrijstellingen Winkels mogen, in aanvulling op de openingstijden in de Winkeltijdenwet, ook open zijn op [werkdagen tussen (tijd tussen 22.00 uur en 6.00 uur noemen) EN/OF zondagen op (tijden noemen) EN/OF feestdagen op (tijden noemen)].] [2. Bij deze vrijstelling [geldt de beperking dat OF gelden de beperkingen dat]: (a….. b…..).]

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl

[3. Bij deze vrijstelling [geldt het voorschrift dat OF gelden de voorschriften dat]: (a….. b…..).] OF [Artikel 2. Algemene vrijstelling werkdagen [1.] Winkels mogen, in aanvulling op de openingstijden in de Winkeltijdenwet, ook open zijn op werkdagen tussen [(tijd tussen 22.00 uur en 6.00 uur noemen)].] [2. Het eerste lid geldt alleen voor winkels in de volgende gebieden: (a….. b…..).] [3. Het eerste lid geldt alleen voor winkels in de volgende branches of categorieën: (a….. b…..).] [4. Het eerste lid geldt alleen voor [de volgende perioden OF het volgende maximale aantal dagen OF de volgende evenementen]: (a….. b…..).] [5. Bij deze vrijstelling [geldt de beperking dat OF gelden de beperkingen dat]: (a….. b…..).] [6. Bij deze vrijstelling [geldt het voorschrift dat OF gelden de voorschriften dat]: (a….. b…..).] EN/OF [Artikel 3. Algemene vrijstelling zondagen [1.] Winkels mogen, in aanvulling op de openingstijden in de Winkeltijdenwet, ook open zijn op zondagen tussen [(tijden noemen).] [2. Het eerste lid geldt alleen voor winkels in de volgende gebieden: (a….. b…..).] [3. Het eerste lid geldt alleen voor winkels in de volgende branches of categorieën: (a….. b…..).] [4. Het eerste lid geldt alleen voor [de volgende perioden OF het volgende maximale aantal dagen OF de volgende evenementen]: (a….. b…..).] [5.

Bij deze vrijstelling [geldt de beperking dat OF gelden de beperkingen dat ] (a….. b…..).] [6. Bij deze vrijstelling [geldt het voorschrift dat OF gelden de voorschriften dat ] (a….. b…..).] EN/OF

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Pagina 2 van 7

[Artikel 4. Algemene vrijstelling feestdagen [1.] Winkels mogen, in aanvulling op de openingstijden in de Winkeltijdenwet ook open zijn op feestdagen tussen (tijden noemen).] [2. Het eerste lid geldt alleen voor winkels in de volgende gebieden: (a….. b…..).] [3. Het eerste lid geldt alleen voor winkels in de volgende branches of categorieën: (a….. b…..).] [4. Het eerste lid geldt alleen voor [de volgende perioden OF het volgende maximale aantal dagen OF de volgende evenementen]: (a….. b…..).] [5. Bij deze vrijstelling [geldt de beperking dat OF gelden de beperkingen] dat: (a….. b…..).] [6. Bij deze vrijstelling [geldt het voorschrift dat OF gelden de voorschriften] dat: (a….. b…..).] Artikel 5. Individuele ontheffingen 1. Het college kan een eigenaar of beheerder van een winkel op aanvraag ontheffing verlenen van het verbod in de Winkeltijdenwet om op [werkdagen tussen (tijd tussen 22.00 uur en 6.00 uur noemen) EN/OF zondagen tussen (tijden noemen) EN/OF feestdagen tussen (tijden noemen)] open te zijn. [2. Het eerste lid geldt alleen voor winkels in de volgende gebieden: (a….. b…..).] [3. Het eerste lid geldt alleen voor winkels in de volgende branches of categorieën: (a….. b…..).] [4. Het eerste lid geldt alleen voor [de volgende perioden OF het volgende maximale aantal dagen OF de volgende evenementen]: (a…..

b…..).] [5.] Het college kan de ontheffing weigeren als de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel daardoor ontoelaatbaar nadelig wordt beïnvloed. Artikel 6. Maximum aantal [en beperkingen en voorschriften individuele ontheffingen] [1.] Het college kan voor het aantal ontheffingen een maximum vaststellen. Daarbij bepaalt het college wat de duur van een ontheffing is en hoe het de ontheffingen eerlijk en transparant verdeelt. [2. Aan de ontheffing wordt de beperking verbonden dat [(bijvoorbeeld beperking naar tijdsruimte of waren die een winkelier mag verkopen)].] [3. Het college kan aan de ontheffing beperkingen stellen of daar voorschriften aan verbinden om nadelige gevolgen voor de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel tegen te gaan.] Artikel 7. Toezicht en handhaving De door het college aangewezen toezichthouders zijn belast met het toezicht op de naleving van de regels, ontheffingen, beperkingen en voorschriften die bij of krachtens deze verordening gelden.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Pagina 3 van 7

Artikel 8. Overgang van oud naar nieuw 1. De [citeertitel oude verordening] wordt per datum van inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken. 2. Besluiten die op grond van de [citeertitel oude verordening] zijn genomen, gelden als besluiten genomen op grond van deze verordening en blijven gelden tot zij worden veranderd of ingetrokken. Artikel 9. Ingangsdatum en de naam van deze verordening 1. Deze verordening treedt in werking op [datum]. 2. Deze verordening wordt genoemd: Winkeltijdenverordening [naam gemeente [jaartal].] Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum vergadering]. De voorzitter, De griffier,

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Pagina 4 van 7

TOELICHTING Algemeen Inleiding De Winkeltijdenwet geeft landelijke openingstijden voor winkels en biedt gemeenten daarbij de mogelijkheid om in een winkeltijdenverordening ruimere openingstijden vast te stellen. Met deze winkeltijdenverordening maakt de gemeenteraad (hierna: raad) van die mogelijkheid gebruik. Doel verordening Het doel van deze verordening is om enerzijds flexibiliteit te bieden aan winkeliers om op bepaalde tijden open te zijn, afhankelijk van lokale omstandigheden. Anderzijds is ook het doel om recht te doen aan de leefbaarheid, door overlast in woonwijken te beperken en rekening te houden met rustdagen. Verder is voor deze verordening ook een optimale marktwerking van belang. Eerlijke concurrentie tussen winkels moet zo min mogelijk worden verstoord en de regels moeten het economische klimaat ook zo min mogelijk verstoren. Tot slot moeten de regels duidelijk zijn, zodat inwoners en ondernemers weten waar zij aan toe zijn. Wettelijk kader verordening In de Winkeltijdenwet staat dat winkels niet open mogen zijn op werkdagen tussen 22:00 uur en 06:00 uur en op zon- en feestdagen. Het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet bevat hierop echter een aantal uitzonderingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om winkels in ziekenhuizen of benzinestations, op stations en vliegvelden en in wegrestaurants. Gemeenten kunnen niet van de regels van dit besluit afwijken.

Gemeenten kunnen wel kiezen voor ruimere openingstijden dan die van de Winkeltijdenwet. Daarbij is het aan gemeenten om te bepalen welke ruimte zij willen bieden. Zo zijn er algemene en individuele uitzonderingen mogelijk. Verder kan een gemeente zowel voor een verruiming van de openingstijden op werkdagen als de opening op zon- en feestdagen kiezen. Tenslotte zijn er mogelijkheden om de gemeentelijke regels alleen voor bepaalde gebieden, branches, categorieën, perioden of evenementen te laten gelden. [In dit geval staat in de verordening dat voor alle winkels een algemene uitzondering (vrijstelling) op de Winkeltijdenwet geldt. Dit betekent dat alle winkels op [werkdagen tussen (tijd tussen 22.00 uur en 6.00 uur noemen) EN/OF zondagen (tijden noemen) EN/OF feestdagen (tijden noemen)] open mogen zijn. OF In dit geval staat in de verordening een algemene uitzondering (vrijstelling) op de in de Winkeltijdenwet genoemde openingstijden op werkdagen. Dit betekent dat er voor winkels mogelijkheden zijn om op [werkdagen tussen (tijd tussen 22.00 uur en 6.00 uur noemen)] open te zijn.] [Dit geldt alleen voor de winkels die (invullen voor welke gebieden EN/OF branches of categorieën EN/OF perioden, dagen of evenementen dit geldt.) EN/OF In de verordening is een algemene uitzondering (vrijstelling) opgenomen voor [zondagen EN/OF feestdagen].

Dit betekent dat er voor winkels mogelijkheden zijn om op [zondagen EN/OF feestdagen]

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Pagina 5 van 7

open te zijn. [Dit geldt alleen voor de winkels die (invullen voor welke gebieden EN/OF branches of categorieën EN/OF perioden, dagen of evenementen dit geldt.)] [Zo is het mogelijk een goede balans te vinden tussen de behoeften van inwoners, ondernemers en bezoekers, en tegelijk de leefbaarheid en rust te beschermen.] Artikelsgewijs Artikel 1. Definities In artikel 1 zijn de belangrijkste begrippen gedefinieerd. Artikel 1 van de Winkeltijdenwet geeft een definitie van het begrip ‘winkel’. Dat is een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin goederen aan particulieren plegen te worden verkocht. Ook al bedraagt de verkoop in dergelijke winkels slechts 1% van de omzet, dan nog is er sprake van een winkel. Daarbij is van belang dat als in bedrijven zoals kappers en zonnebankstudio’s verkoop van aanverwante producten plaatsvindt, zoals shampoos, borstels of zonnebrandolie, deze bedrijven ook winkels zijn. Bij ‘plegen te worden verkocht’ gaat het om het feitelijk handelen. Bij het vaststellen of er sprake is van een winkel is het dus van belang wat de feitelijke activiteiten binnen het bedrijf zijn. Een kapperszaak of zonnebankstudio blijft dus onder de werking van de Winkeltijdenwet en de Winkeltijdenverordening vallen. Ook als zij de shampoos, borstels of zonnebrandolie ’s avonds niet meer aanbieden.

Voor deze definitie is van belang dat de Winkeltijdenwet niet alleen van toepassing is op winkels. Op grond van het tweede lid van artikel 2 van de Winkeltijdenwet is het op de genoemde dagen en tijden ook verboden om in de uitoefening van een bedrijf, anders dan in een winkel, goederen te koop aan te bieden of te verkopen aan en in rechtstreekse aanraking met particulieren. Daarmee vallen ook andere vormen van handel met particulieren onder het regime van de Winkeltijdenwet. Het gaat dan vooral om ambulante handel, dus markten, straathandel, standplaatsen en handel op het water. Door de zinsnede ‘in rechtstreekse aanraking met particulieren’, vallen verkoopmethoden zoals postorderverkoop, telefonische verkoop en telewinkelen, maar ook bijvoorbeeld darkstores of bezorgwinkels, niet onder de wet en de verordening. Bovendien heeft het verbod geen betrekking op het afleveren van goederen aan particulieren. [Artikel 2 tot en met 4: algemene vrijstellingen In de verordening is gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een vrijstelling te verlenen. Bij een vrijstelling gaat het om een algemene uitzondering.

Dat betekent dat het een uitzondering is die op voorhand is gegeven en geldt voor alle gevallen die er onder zullen vallen.] [De keuze voor de vrijstelling in artikel 2 is OF De keuzes voor de vrijstellingen in de artikelen 2 tot en met 4 zijn] gemaakt binnen het kader en de doelstellingen van de Winkeltijdenwet. Verder is rekening gehouden met de leefbaarheid, de omgeving, de veiligheid, de openbare orde en de rust. Overigens kan de raad op grond van de Winkeltijdenwet aan de vrijstellingen ook beperkingen en voorschriften verbinden om nadelige gevolgen van de vrijstelling tegen te gaan. Het gaat dan om gevolgen voor de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel. Artikelen 5 en 6: individuele ontheffingen

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Pagina 6 van 7

In de artikelen 5 en 6 zijn de ontheffingen geregeld. Dit zijn de uitzonderingen op de Winkeltijdenwet voor individuele gevallen. Het gaat dan om uitzonderingen voor specifieke [winkels EN/OF tijden EN/OF activiteiten EN/OF gelegenheden]. De raad bepaalt in welke gevallen het college de ontheffing kan verlenen. Het college beslist vervolgens of de ontheffing ook daadwerkelijk wordt verleend. Het college kan daarvoor beleidsregels maken. In het eerste lid van artikel 6 staat verder dat het college een maximum aan het aantal ontheffingen kan stellen. Omdat de ontheffing dan een schaars recht wordt, is ook geregeld dat het college daarbij de maximale duur van ontheffingen bepaalt en regelt hoe het college de ontheffingen eerlijk en transparant verdeelt. In het tweede en het derde lid wordt de mogelijkheid van het stellen van beperkingen en voorschriften uitgewerkt. Artikel 7. Toezicht en handhaving De naleving van deze verordening wordt gecontroleerd door toezichthouders, die het college aanwijst. Artikel 8. Overgang van oud naar nieuw Oude besluiten blijven geldig totdat het college deze besluiten aanpast of intrekt. Aanvragen die zijn ingediend voordat deze verordening in werking treedt, en waarop het college op het moment van het van kracht worden van de nieuwe regels nog niet heeft beslist, handelt het college af volgens de nieuwe regels (onmiddellijke werking).

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Pagina 7 van 7

Implementatiehandleiding model Winkeltijdenverordening 2025 (nieuw model, december 2025) Inleiding De VNG startte in 2021 het project Duidelijke Overheidscommunicatie. Het projectdoel is dat gemeenten duidelijkere taal gebruiken. Binnen dit project heeft de VNG al 47 modelbrieven herschreven. Een ander onderdeel is het herschrijven van modelverordeningen in duidelijke taal zodat iedereen het kan begrijpen. Bij de keuze voor welke verordeningen we herschrijven, gebruikt de VNG de volgende criteria: • Het gaat om verordeningen die direct invloed hebben op inwoners. • Het mag niet gaan om verordeningen die politiek gevoelig zijn. • Het mag niet gaan om verordeningen die al kortgeleden zijn aangepast door andere wetten, zoals de Algemene wet bestuursrecht of de Omgevingswet. Op basis hiervan hebben we gekozen om de Model Winkeltijdenverordening te herschrijven. Eerder herschreven we al de Model Verordening straatnamen en huisnummers en de Model Parkeerverordening. Daarbij wordt op dit moment de Model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden herschreven. Op basis van onze ervaringen hebben we tot slot een handreiking gemaakt voor gemeenten. Hierin staan tips en voorbeelden voor het schrijven van verordeningen in duidelijke taal.

Inhoud implementatiehandleiding Deze handleiding licht het nieuwe model voor de Winkeltijdenverordening toe, op de onderdelen waarover gemeenten keuzes moeten maken. De handleiding richt zich dus specifiek op degenen die de gemeentelijke keuzes begeleiden en de verordening en de toelichting opstellen. Daarbij moet de handleiding uiteraard worden gelezen in nauwe samenhang met de modelverordening en de modeltoelichting. Vooraf: wettelijk kader en onderbouwing keuzes Voor de keuzes die in de Model Winkeltijdenverordening te maken zijn, is van belang dat in de Winkeltijdenwet een aantal verboden opgenomen is. Zo moeten winkels op werkdagen vóór 6.00 en na 22.00 uur, op zondagen en op bepaalde feestdagen gesloten zijn. Het Winkeltijdenbesluit geeft voor enkele categorieën van winkels een vrijstelling, maar gemeenten zijn vrij om in aanvulling hierop ook voor andere winkels ruimere openingstijden toe te staan. Het beperken van de openingstijden is niet toegestaan. Als een gemeente de openingstijden in de Winkeltijdenwet wil verruimen, dan moet de gemeenteraad daarvoor een verordening vaststellen. In die verordening kan de gemeenteraad zowel algemene als individuele uitzonderingen mogelijk maken. Bij de algemene uitzonderingen gaat het om vrijstellingen die voor alle winkels gelden die onder de regels voor de vrijstelling vallen.

Bij de individuele uitzonderingen, de ontheffingen, gaat het om uitzonderingen in specifieke gevallen. Bij het toestaan van ruimere openingstijden moet de gemeenteraad vanzelfsprekend wel rekening houden met de belangen van inwoners, ondernemers en bezoekers. Toelichting keuzes per artikel Inleidende tekst Bij het opstellen van de modelverordening is gebleken dat er behoefte is aan een korte tekst die duidelijk maakt waar de verordening over gaat en waarvoor deze dient. Dit vergroot de begrijpelijkheid en toegankelijkheid. Daarom is daarvoor een facultatieve tekst opgenomen onder de titel van de verordening. Artikel 1. Definities Vereniging van Nederlandse Gemeenten Pagina 1 van 5

Winkel Als gemeenten de mogelijkheden voor vrijstellingen of ontheffingen willen uitbreiden naar ambulante handel of bepaalde vormen daarvan, of de mogelijkheden voor vrijstellingen of ontheffingen juist tot ambulante handel willen beperken, moeten zij de artikelen in de verordening daarop aanpassen. Bij het besluiten over regels voor vrijstellingen en ontheffingen is het in elk geval belangrijk om goed het verschil tussen het eerste en het tweede lid van artikel 2 van de Winkeltijdenwet in de gaten te houden. De model Winkeltijdenverordening van de VNG bevat alleen regels over winkels in de zin van de Winkeltijdenwet. Het gaat dan om voor het publiek toegankelijke besloten ruimten, waarin goederen aan particulieren plegen te worden verkocht van het eerste lid, en de detailhandel zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 2 Winkeltijdenwet. Regels voor overige detailhandel zijn te vinden in bijvoorbeeld de VNG modelAPV en model Marktverordening. Deze modellen zijn te raadplegen via de Kennisbank Decentrale Regelgeving. Zo is een (al dan niet op zondag gehouden) braderie een evenement, waarvoor een evenementenvergunning als bedoeld in de APV vereist is. Feestdagen In artikel 2, eerste lid van de Winkeltijdenwet is bepaald op welke dagen en tijden winkels gesloten moeten zijn.

Naast zondagen betreft dit Nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag na 19.00 uur, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, 24 december na 19.00, eerste en tweede Kerstdag en 4 mei na 19.00 uur. Feestdagen zoals Koningsdag en 5 mei vallen niet onder de verplichte winkelsluiting. Mocht Koningsdag op een zondag vallen, dan wordt Koningsdag op de zaterdag daarvoor gevierd. Het is aan de winkeliers zelf om te bepalen of ze op deze feestdagen open willen zijn. Artikel 2 tot en met 4: algemene vrijstellingen Omdat gemeenten volledig vrij zijn in het vorm geven van de Winkeltijdenverordening is het denkbaar dat de gemeenteraad kiest voor een verordening met alleen een vrijstellingsregeling, alleen een ontheffingsregeling of een verordening met beide regelingen. Omdat de meeste gemeenten in elk geval in een ontheffingsregeling voorzien, is in het model alleen de vrijstellingsregeling als keuzemogelijkheid (facultatief) opgenomen. Bij het bepalen van de regels van de vrijstellingsregeling zijn er op hoofdlijnen twee varianten: 1. In de eerste plaats is een vrijstelling mogelijk die voor alle winkels geldt. In dat geval moet een gemeente bij artikel 2 voor de eerste variant kiezen en in dat artikel aangegeven of de vrijstelling voor werkdagen, zondagen of feestdagen geldt. En dan bovendien de tijden nog invullen en eventueel aangeven welke beperkingen of voorschriften er gelden.

Dus bijvoorbeeld: 1. Winkels mogen, in aanvulling op de openingstijden in de Winkeltijdenwet, ook open zijn op werkdagen tussen 22.00 en 24.00 uur, op zon- en feestdagen tussen 12.00 en 18.00 uur en op Koningsdag van 10.00 tot 20.00 uur. 2. Bij deze vrijstelling gelden de beperkingen dat: a. winkels op 4 mei vanaf 19.00 uur gesloten moeten zijn; b. er na 23.00 uur geen alcoholhoudende drank mag worden verkocht. 3. Bij deze vrijstelling gelden de voorschriften dat: a. bevoorrading op werkdagen na 22.00 uur niet toegestaan is; b. buitenreclame op zon- en feestdagen niet toegestaan is.

2. In de tweede plaats is een vrijstelling per verbod uit de Winkeltijdenwet mogelijk. In dat geval moet een gemeente voor de tweede variant van artikel 2, artikel 3 of artikel 4 kiezen en per artikel aangeven voor welke gevallen de vrijstelling geldt. Daarbij kan een gemeente onderscheid maken naar winkels per

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Pagina 2 van 5

gebied, per branche of categorie, maar ook naar bepaalde perioden, dagen of evenementen. Ook dan moet de gemeente overigens nog wel de tijden invullen. Bij een onderscheid per gebied kan het bijvoorbeeld gaan om het noemen van bepaalde wijken of gebieden, maar ook om bijvoorbeeld winkelcentra of recreatieparken. Dus bijvoorbeeld: 2. Het eerste lid geldt alleen voor winkels in de volgende gebieden: a. het centrumgebied zoals aangegeven op de kaart in de bijlage; b. de winkelcentra Koopmeent, Oostplein en Vaartwijk. Bij het onderscheid per branche of categorie valt bijvoorbeeld te denken aan avondwinkels, supermarkten, bakkerijen of winkels met bepaalde artikelen voor sport of hobby. Dus bijvoorbeeld: 3. Het eerste lid geldt alleen voor winkels in de volgende branches of categorieën: a. supermarkten; b. bouwmarkten; c. tuincentra. Bij de perioden, dagen of evenementen is het mogelijk de data rond kerst te noemen, maar ook bijvoorbeeld Bevrijdingsdag, koningsnacht of bepaalde lokale feestdagen en evenementen zoals braderieën en kermissen. Dus bijvoorbeeld: 4. Het eerste lid geldt alleen voor de volgende evenementen: a. koningsdag; b. jaarlijkse paardenmarkt; c. jaarlijks proeffestijn.

Ook kunnen gemeenten winkeliers hierin zelf een keuze laten maken en bijvoorbeeld regelen dat winkels gedurende maximaal tien zondagen per jaar open mogen zijn of dat zij gedurende maximaal drie weken per jaar ruimere openingstijden op werkdagen mogen hanteren. Dus bijvoorbeeld: 1. Winkels mogen, in aanvulling op de openingstijden in de Winkeltijdenwet, op maximaal tien door de winkelier te bepalen zondagen per kalenderjaar open zijn tussen 12.00 en 18.00 uur. 2. Winkels mogen, in aanvulling op de openingstijden in de Winkeltijdenwet, tijdens maximaal drie door de winkelier te bepalen weken per kalenderjaar ook open zijn op werkdagen tussen 22.00 en 24.00 uur. Bij het vastleggen van een vrijstelling hoeft een gemeente alleen de beperkingen op te nemen. Als er bijvoorbeeld geen beperking naar gebied is (en de vrijstelling dus voor heel de gemeente geldt), hoeft de gemeente het werkingsgebied van de vrijstelling niet uit te schrijven. Overigens biedt de Winkeltijdenwet ook de mogelijkheid om een vrijstelling onder beperkingen te verlenen of en er voorschriften aan te verbinden. Deze beperkingen en voorschriften moeten vanzelfsprekend wel binnen het kader en de doelstellingen van de Winkeltijdenwet blijven. Te denken is bijvoorbeeld aan beperkingen en voorschriften die de omgeving, de veiligheid, de openbare orde en de rust beschermen.

Het gaat bij de beperkingen bijvoorbeeld om de openingstijden van de winkels of het aangeboden assortiment (zoals een verbod op de verkoop van alcohol). Bij de voorschriften kan het bijvoorbeeld gaan om regels over de bevoorrading, het opruimen van afval of het maken van reclame.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Pagina 3 van 5

Dus bijvoorbeeld: 2. Bij deze vrijstelling gelden de beperkingen dat: a. winkels op 4 mei vanaf 19.00 uur gesloten moeten zijn; b. er in het horecaconcentratiegebied na 23.00 uur geen alcoholhoudende drank mag worden verkocht; c. er geen gelegenheid tot het nuttigen van drank of etenswaren ter plaatse mag worden gegeven. 3. Bij deze vrijstelling gelden de voorschriften dat: a. bevoorrading op werkdagen na 22.00 uur niet toegestaan is; b. buitenreclame op zon- en feestdagen niet toegestaan is; c. er tijdens de verlengde openstelling geen bezorging vanuit de winkel mag plaatsvinden. NB: Als de keuzemogelijkheden zijn ingevuld, moet de artikelnummering nog wel kloppen. Delegatie Een eerdere versie van de Winkeltijdenwet bevatte een grondslag om de vrijstellingsbevoegdheid aan het college te delegeren. In 2013 is de wet gewijzigd en is deze grondslag uit de wet gehaald. Sindsdien is het advies om deze bevoegdheid niet aan het college toe te kennen. Dit ondanks de algemene delegatiegrondslag in artikel 156 van de Gemeentewet. Zie hierover ook de annotatie bij: CBb van 2 februari 2015, (ECLI:NL:CBB:2015:453), Gst. 2016/55 m.n. Adriaanse.

Artikel 5 en 6: individuele ontheffingen Voor het geval een wens van een ondernemer voor verruimde openingstijden buiten de regels van de Winkeltijdenwet én buiten de mogelijkheden van vastgestelde algemene uitzonderingen (vrijstellingen) valt, geven deze artikelen het college de mogelijkheid om ontheffingen te verlenen. Een ontheffing is bedoeld voor specifieke en meer individuele gevallen. Tegen die achtergrond moet een gemeente in artikel 5, eerste lid invullen waarvoor een winkelier de ontheffing kan aanvragen en of het dus om een ontheffing voor werkdagen, zondagen of feestdagen gaat. Bovendien moet een gemeente invullen wat de maximale tijdsblokken voor een ontheffing kunnen zijn. Dus bijvoorbeeld: 1. Het college kan een eigenaar of beheerder van een winkel op aanvraag ontheffing verlenen van het verbod in de Winkeltijdenwet om op werkdagen tussen 22.00 en 24.00 uur, op zondagen tussen 12.00 en 20.00 uur en op feestdagen tussen 12.00 en 18.00 uur open te zijn. Het facultatieve tweede lid van artikel 5 biedt de mogelijkheid om de ontheffingsbevoegdheid te beperken. Bijvoorbeeld door deze tot winkels in een bepaald gebied of in een bepaalde branche of categorie te beperken. Ook is een beperking tot bepaalde perioden, dagen of evenementen mogelijk.

In dit kader wordt verwezen naar de opmerkingen over gebieden, branches, categorieën, perioden, dagen en evenementen bij de bepalingen over vrijstellingen en ook naar de voorbeelden die daar zijn genoemd Tot slot kan een ontheffing ook tot hele specifieke gevallen worden beperkt. Dus bijvoorbeeld: 1. Het college kan een eigenaar of beheerder van een winkel die levensmiddelen verkoopt op aanvraag ontheffing verlenen van het verbod in de Winkeltijdenwet om tijdens de ramadan vanaf twee uur voor zonsopgang en twee uur voor zonsondergang open te zijn. In de toelichting op deze bepalingen is gemeld dat er bij een ontheffing eventueel sprake kan zijn van een schaars recht. Voor een schaars recht geldt dat een gemeente dat altijd alleen voor bepaalde tijd kan verlenen. Verder moet een gemeente schaarse rechten eerlijk verdelen en moet helder zijn hoe die verdeling plaatsvindt. In de Model Winkeltijdenverordening wordt het aan het college gelaten om hiervoor regels vast te stellen. Het college moet die regels wel goed kunnen onderbouwen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten Pagina 4 van 5

Overigens kan het college ook aan een ontheffing beperkingen en voorschriften verbinden. In dit kader wordt verwezen naar de opmerkingen over beperkingen en voorschriften bij een vrijstelling. Artikel 7. Toezicht en handhaving Aanvullend op de modelverordening en modeltoelichting wordt opgemerkt dat er bij de implementatie aandacht moet zijn voor de handhaving en het toezicht. Wanneer winkels open mogen of dicht moeten zijn, is in beginsel geregeld in de Winkeltijdenwet. Als een winkel open is buiten de tijden van de Winkeltijdenwet én daarvoor geen gemeentelijke vrijstelling of ontheffing geldt, is dat een overtreding van de Winkeltijdenwet. Dan kan op basis daarvan handhavend worden opgetreden. Overtredingen van de landelijke Winkeltijdenwet, maar ook de daarop gebaseerde regels in de gemeentelijke Winkeltijdenverordening, zijn economische delicten op grond van de Wet op de Economische Delicten (hierna: WED). Deze economische delicten zijn in de WED aangemerkt als overtredingen (zie artikel 2, vierde lid, van de WED). Deze overtredingen worden bestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de vierde categorie (€ 19.000). Toezicht wordt gehouden door de politie en door gemeentelijke toezichthouders. Voor de gemeentelijke toezichthouders geldt dat die dan wel over een aanwijzing moeten beschikken die ook geldt voor de Winkeltijdenwet.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Pagina 5 van 5

Aan de leden

Datum

18 december 2025 Ons kenmerk

U202500818 Lbr. 25/066 Telefoon

070-373 83 93 Bijlage(n)

4

Onderwerp

Wijziging Model Marktverordening

Geachte leden van college en gemeenteraad, Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. In verband hiermee moeten gemeenten bepaalde verordeningen wijzigen. Om gemeenten daarin te ondersteunen, stelt de VNG handreikingen op. Een van die handreikingen, de handreiking ‘Marktverordening en omgevingsplan’, ziet op de Model Marktverordening. In de handreiking staat dat de Model Marktverordening in elk geval moet worden aangepast als het om de grenzen van de markt gaat. Deze grenzen moeten in het omgevingsplan komen te staan. Verder kan een gemeente ervoor kiezen ook een aantal andere onderwerpen in het omgevingsplan te regelen, bijvoorbeeld de indeling van de markt en het opruimen van afval. Wijzigingen Model Marktverordening Inmiddels is aan de hand van de handreiking een gewijzigde Model Marktverordening opgesteld. Daarbij is van de gelegenheid gebruikgemaakt ook een aantal andere bepalingen te actualiseren. Zo zijn de bepalingen over de verdeling van schaarse vergunningen aangescherpt en is de looptijd van de vergunning voor een vaste standplaats gewijzigd aan de hand van een nieuw onderzoek naar de terugverdientijd van deze vergunning. In de toelichting bij de was-wordt tabel en in de implementatiehandleiding worden de wijzigingen nader toegelicht. Bijlagen 1. Gewijzigde Marktverordening met wijzigingen bijhouden 2.

Was-wordt tabel wijziging Marktverordening inclusief toelichting 3. Raadsbesluit wijziging Marktverordening

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

vng.nl

4.

Implementatiehandleiding wijziging Marktverordening

Informatie De VNG-modelverordeningen met toelichting staan in de Kennisbank Decentrale Regelgeving (www.decentraleregelgeving.nl). De modellen zonder toelichting vindt u in Modellen Decentrale Regelgeving (https://puc.overheid.nl/mdr). Heeft u vragen over de inhoud van deze brief of over deze verordening? Neem dan contact op met het Klantcontactcentrum van de VNG via telefoon (070-373 8393) of e-mail (info@vng.nl). Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

dr. mr. L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/2

Model Marktverordening (gewijzigd model, december 2025) Leeswijzer modelbepalingen - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 3, eerste lid, aanhef. - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 4, derde lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 8, eerste lid. - […] of [iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 15, tweede lid. Combinaties zijn ook mogelijk, zie bijvoorbeeld artikel 4, vierde lid. Nadere uitleg is opgenomen in de VNG ledenbrief en de implementatiehandleiding. Besluit van de raad van de gemeente [naam gemeente] tot vaststelling van de Markverordening [naam gemeente en eventueel jaartal] (Marktverordening [naam gemeente en eventueel jaartal]) De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; gezien het advies van de [naam commissie]; besluit vast te stellen de volgende verordening: Marktverordening [naam gemeente en eventueel jaartal] Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Toepassingsgebied Deze verordening is van toepassing op door burgemeester en wethouders ingestelde reguliere warenmarkten. Artikel 2.

Definities In deze verordening wordt verstaan onder: [- bedienvergunning: vergunning voor het op de markt tegen betaling en voor consumptie ter plaatse verstrekken van voedsel of drank aan marktvergunninghouders, hun vervangers of degenen die hen bijstaan;] - dagplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een dagplaatsvergunning; - dagplaatsvergunning: vergunning voor de duur van een dag voor het op de markt bedrijven van handel; - markt: door burgemeester en wethouders ingestelde reguliere warenmarkt; - marktvergunning: vaste standplaats-, dagplaats- of standwerkvergunning; - standplaats: ruimte die voor de duur van de markt beschikbaar is voor houders van een marktvergunning; - standwerkplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een standwerkvergunning; - standwerkvergunning: vergunning voor de duur van een dag voor het op de markt om zich heen verzamelen van publiek, om door een aansprekende uiteenzetting te proberen het publiek over te halen om artikelen te kopen; - vaste standplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een vastestandplaatsvergunning; - vaste-standplaatsvergunning: vergunning voor de duur van [termijn van artikel 14, eerste lid] voor het op de markt bedrijven van handel. Artikel 3.

Inrichtingsplan [1.] Burgemeester en wethouders stellen een inrichtingsplan voor [de OF elke] markt vast, met daarin in ieder geval: Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

a. de dagen en uren waarop [en de periode waarin] de markt wordt gehouden; b. een kaart van de markt [met daarop aangegeven de vaste standplaatsen;] c. de verdeelprocedure die zij toepassen bij de verlening van vaste-standplaatsvergunningen. [2. Op de kaart van de markt zijn [in ieder geval] aangegeven: a. de grenzen van de markt zoals deze zijn vastgesteld in het omgevingsplan; b. de vaste standplaatsen.] [3. Op de kaart van de markt kunnen zijn aangegeven: a. de standplaatsen die bij voorrang zijn bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen; b. het maximumaantal vaste-standplaatsvergunningen dat voor een of meer branches of artikelgroepen of combinaties daarvan kan worden afgegeven; [en] c. de dagplaatsen; [en] [d. de standwerkplaatsen.]] Artikel 4. Vergunningplicht 1. Het is verboden op een markt een standplaats in te nemen zonder marktvergunning van burgemeester en wethouders. [2. Het is verboden op een markt zonder bedienvergunning van burgemeester en wethouders marktvergunninghouders, hun vervangers of degenen die hen bijstaan tegen betaling te voorzien van voedsel of drank voor consumptie ter plaatse.] 3.

Voor een marktvergunning [of bedienvergunning] komt uitsluitend een handelingsbekwame natuurlijke persoon in aanmerking die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten en die schriftelijk een aanvraag op een daartoe door burgemeester en wethouders beschikbaar gesteld aanvraagformulier heeft ingediend. Bij de aanvraag worden de volgende stukken overgelegd: a. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; b. een document waaruit de geldige verblijfstitel in Nederland blijkt, als de aanvrager niet de Nederlandse nationaliteit bezit; c. een document waaruit blijkt wat het adres en de woon- of verblijfplaats van de aanvrager is; d. een document waaruit blijkt dat de aanvrager verzekerd is tegen wettelijke aansprakelijkheid als de aanvrager een aanvraag voor een marktvergunning indient. [(4. Aanvullend moeten bij een aanvraag voor een marktvergunning ook stukken worden overgelegd waaruit blijkt: a. voor welke branche de vergunning wordt aangevraagd; b. welk assortiment met de vergunning zal worden aangeboden; c. hoe de uitstalling eruit zal zien inclusief een schets of foto; d. welke kennis, ervaring en opleiding de aanvrager ten aanzien van het assortiment heeft; e. hoe de aanvrager invulling geeft aan maatschappelijk verantwoord ondernemen; en f. hoe de aanvrager invulling geeft aan consumentvriendelijk ondernemen)]. Artikel 5. Voorschriften en beperkingen 1.

Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften en beperkingen verbinden aan een marktvergunning [en bedienvergunning]. 2. De vergunninghouder is verplicht de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen na te leven. Artikel 6. Mandaatverboden 1. De bevoegdheid tot het vaststellen of wijzigen van een inrichtingsplan wordt niet gemandateerd. 2. De bevoegdheid tot het verlenen of intrekken van een vaste-standplaatsvergunning [en bedienvergunning] wordt niet gemandateerd aan de marktmeester of een andere toezichthouder. Paragraaf 2. Verdeelprocedures beschikbare marktvergunningen [en bedienvergunning] Artikel 7. Verdeling beschikbare vaste-standplaatsvergunning Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

Burgemeester en wethouders leggen in het inrichtingsplan vast of zij bij het beschikbaar komen van vaste-standplaatsvergunningen de verdeelprocedure van artikel 9 of artikel 10 toepassen als het aantal gegadigden hoger is dan het aantal vergunningen dat beschikbaar komt. Artikel 8. Kennisgeving en verlening zonder verdeelprocedure 1. Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning maken burgemeester en wethouders binnen [termijn (bijvoorbeeld acht weken)] door een openbare kennisgeving in [communicatiemedium noemen (bijvoorbeeld website)] bekend dat deze vergunning beschikbaar komt en voor welke duur [en welke branche of artikelgroep] de vergunning is. 2. Als de verwachting is dat het aantal gegadigden: a. lager is dan of gelijk is aan het aantal vergunningen dat beschikbaar komt, worden gegadigden in de openbare kennisgeving uitgenodigd om hun belangstelling voor de vaste-standplaatsvergunning binnen [termijn (bijvoorbeeld vier weken)] na de kennisgeving kenbaar te maken op de door burgemeester en wethouders aangegeven wijze; b.

hoger is dan het aantal vergunningen dat beschikbaar komt, maken burgemeester en wethouders ook in de openbare kennisgeving bekend of de procedure uit artikel 9 of 10 wordt toegepast en worden gegadigden uitgenodigd om binnen [termijn (bijvoorbeeld zes weken)] na de kennisgeving een aanvraag voor de vergunning in te dienen op de door burgemeester en wethouders aangegeven wijze. 3. Als na de termijn uit het tweede lid onder a, blijkt dat het aantal gegadigden of het aantal aanvragers lager is dan of gelijk is aan het aantal vergunningen dat beschikbaar komt, en is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, verlenen burgemeester en wethouders de vastestandplaatsvergunningen aan de degenen die binnen de termijn hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt of binnen de termijn een aanvraag hebben ingediend. 4. Als na termijn uit het tweede lid, onder a, blijkt dat het aantal gegadigden hoger is dan het aantal vergunningen dat beschikbaar komt, passen burgemeester en wethouders alsnog de in het inrichtingsplan vastgelegde procedure van uit artikel 9 of 10 toe en stellen burgemeester en wethouders de gegadigden ervan in kennis dat deze procedure wordt toegepast en dat zij vóór een door burgemeester en wethouders genoemde datum een aanvraag kunnen indienen. Artikel 9. Verdeling vaste-standplaatsvergunning via selectie 1.

Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning kunnen burgemeester en wethouders deze verdelen via de procedure van selectie. Een aanvrager kan per procedure van selectie slechts één aanvraag indienen. 2. Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van [termijn (bijvoorbeeld twee weken)] om zijn aanvraag aan te vullen. Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen. 3. Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend en waarbij is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, komen voor beoordeling als bedoeld in het vierde lid in aanmerking. 4. Bij de beoordeling van de aanvragen kennen burgemeester en wethouders punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximumaantal: [(a. het assortiment van de aanvrager vormt een gewenste toevoeging aan het marktassortiment ([punten]); b. de kwaliteit van de uitstraling van de uitstalling van de aanvrager ([punten]); c. de kennis, ervaring en eventuele opleiding van de aanvrager met betrekking tot het marktassortiment ([punten]); d. het maatschappelijk verantwoord ondernemen door de aanvrager ([punten]); e. het consumentvriendelijk ondernemen door de aanvrager ([punten]); f. […] ([punten]).)] 5.

Burgemeester en wethouders verlenen de vaste-standplaatsvergunningen aan de aanvragers met het op basis van de beoordeling hoogste aantal punten. Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

6. Als meer aanvragers hetzelfde aantal punten krijgen toegekend, vindt de verdeling van de vergunningen tussen hen plaats via loting door middel van een trekking, waarvoor zij worden uitgenodigd [en in aanwezigheid van een door burgemeester en wethouders aangewezen notaris]. Artikel 10. Verdeling vaste-standplaatsvergunning via loting 1. Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning kunnen burgemeester en wethouders deze verdelen via de procedure van loting. Elke aanvrager kan per procedure slechts één aanvraag indienen. 2. Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van [termijn (bijvoorbeeld twee weken)] om zijn aanvraag aan te vullen. Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen. 3. Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend en waarbij is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, krijgen een lotnummer. 4. De loting vindt plaats door middel van een trekking, waarvoor de aanvragers met een lotnummer worden uitgenodigd [en in aanwezigheid van een door burgemeester en wethouders aangewezen notaris]. 5. Burgemeester en wethouders verlenen de vaste-standplaatsvergunning op basis van de rangschikking die volgt uit de trekking. Artikel 11.

Verdeling beschikbare dagplaatsvergunningen Burgemeester en wethouders verdelen de beschikbare dagplaatsvergunningen [op volgorde van ontvangst van de toewijsbare aanvragen [die binnen de door burgemeester en wethouders daarvoor vastgestelde termijn zijn gedaan] OF via loting [, die per branche of artikelgroep kan gebeuren en] waarvoor de aanvragers die een toewijsbare aanvraag hebben gedaan worden uitgenodigd]. [Aanvragers die een nog niet op de markt verkrijgbaar artikel of artikelgroep wensen te verkopen, hebben daarbij voorrang.] Een aanvrager kan per procedure slechts één aanvraag indienen. Artikel 12. Verdeling beschikbare standwerkvergunningen Burgemeester en wethouder verdelen de beschikbare standwerkvergunningen [op volgorde van ontvangst van de toewijsbare aanvragen OF via loting [, die per branche of artikelgroep kan gebeuren en] waarvoor de aanvragers die een toewijsbare aanvraag hebben gedaan worden uitgenodigd]. [Aanvragers die een nog niet op de markt verkrijgbaar artikel of artikelgroep wensen te verkopen, hebben daarbij voorrang.] Een aanvrager kan per procedure slechts één aanvraag indienen. [Artikel 13.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16498091/1