E VNG ledenbrieven
Tekst van het document
Verdeling beschikbare bedienvergunning Burgemeester en wethouder verdelen de beschikbare bedienvergunning [op volgorde van ontvangst van de toewijsbare aanvragen OF via loting waarvoor de aanvragers die een toewijsbare aanvraag hebben gedaan worden uitgenodigd].] Paragraaf 3. Vaste-standplaatsvergunning Artikel 14. Algemene bepalingen vaste-standplaatsvergunning 1. Burgemeester en wethouders kunnen een vaste-standplaatsvergunning verlenen voor de duur van [[termijn] OF [termijn (bijvoorbeeld acht of elf jaar)]] en voor de op de vergunning vermelde standplaats. 2. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen tijdelijk een andere standplaats aanwijzen. 3. Een vaste-standplaatsvergunning is niet overdraagbaar. 4. De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen. Artikel 15. Overschrijven vaste-standplaatsvergunning Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025
1. Als de vergunninghouder niet langer zelf van de vaste-standplaatsvergunning wil gebruikmaken, overleden is of onder curatele gesteld is, kunnen burgemeester en wethouders op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont of samenwoonde, of zijn kind. Als de over te schrijven vergunning is verleend met inachtneming van de verdeelprocedure van artikel 9, kan overschrijving alleen gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 9, vierde lid. [Als de over te schrijven vergunning is verleend voor een branche of artikelgroep, kan overschrijving alleen gebeuren voor die branche of artikelgroep.] 2. Als de in het eerste lid bedoelde overschrijving niet kan worden gedaan, kunnen burgemeester en wethouders de vaste-standplaatsvergunning op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator overschrijven op naam van een medewerker van de vergunninghouder of een mede-eigenaar van diens bedrijf als deze ten minste [aantal] jaren in loondienst heeft gewerkt bij de vergunninghouder of heeft gefunctioneerd als mede-eigenaar.
Als de over te schrijven vergunning is verleend met inachtneming van de verdeelprocedure van artikel 9, kan overschrijving alleen gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria genoemd in artikel 9, vierde lid. [Als de over te schrijven vergunning is verleend voor een branche of artikelgroep, kan overschrijving alleen gebeuren voor die branche of artikelgroep.] 3. De overschrijving van de vaste-standplaatsvergunning geldt voor de resterende vergunningsduur. Na het einde van de duur van de vergunning komt deze beschikbaar voor verdeling volgens de in het inrichtingsplan vastgelegde verdeelprocedure van de artikelen 9 of 10. 4. In geval van overlijden of ondercuratelestelling van de vergunninghouder wordt de aanvraag tot overschrijving binnen twee maanden nadien ingediend. 5. Burgemeester en wethouders wijzen de aanvraag tot overschrijving af als niet wordt voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde. [6. Als de nieuwe vergunninghouder al over een vaste-standplaatsvergunning [voor de betrokken markt] beschikt, kunnen burgemeester en wethouders deze intrekken.] Artikel 16. Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning 1. Burgemeester en wethouders trekken de vaste-standplaatsvergunning in: a. op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of b.
twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij overeenkomstig artikel 15 een aanvraag tot overschrijving is ingediend. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de vaste-standplaatsvergunning intrekken als: a. de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; b. de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden; c. van de vergunning gedurende ten minste [termijn (bijvoorbeeld twee maanden)] geen gebruik is gemaakt; d. de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; of e. de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd. 3. Als de in het tweede lid bedoelde intrekking voor bepaalde tijd is, kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat de op de vaste-standplaatsvergunning vermelde vaste standplaats tijdelijk vervalt. 4. Als de vergunninghouder of zijn rechtmatige vervanger de standplaats niet uiterlijk [om [tijdstip] OF bij aanvang van de markt OF [tijdsperiode (bijvoorbeeld een uur)] na aanvang van de markttijd] heeft ingenomen, vervalt de vaste-standplaatsvergunning voor de rest van de dag. Artikel 17.
Persoonlijk innemen vaste standplaats; vervanging 1. De vergunninghouder neemt de op de vaste-standplaatsvergunning vermelde standplaats persoonlijk in. Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025
2. In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kunnen burgemeester en wethouders erin toestemmen dat een vervanger de standplaats inneemt. Een aanvraag om toestemming vermeldt de reden en verwachte duur van de afwezigheid van de vergunninghouder en de naam van de beoogde vervanger. [Artikel 18. Plaatsverandering na beschikbaar komen vaste standplaats 1. Als een vaste standplaats beschikbaar komt voor het einde van de duur van de vastestandplaatsvergunning, kunnen burgemeester en wethouders deze standplaats voor de resterende vergunningsduur toewijzen aan een houder van een vaste-standplaatsvergunning op de betrokken markt. De toewijzing gebeurt op aanvraag. 2. Als meerdere aanvragen zijn ingediend voor plaatsverandering, wijzen burgemeester en wethouders de vaste standplaats toe via loting, waarvoor de aanvragers worden uitgenodigd. [3. Als de beschikbaar gekomen vaste standplaats op grond van het inrichtingsplan bij voorrang is bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen, kunnen burgemeester en wethouders deze standplaats alleen toewijzen aan een vergunninghouder die tot die branche behoort of die handelt in die artikelgroep.]] Paragraaf 4. Dagplaats-, standwerk- en bedienvergunning Artikel 19. Dagplaatsvergunning 1.
Burgemeester en wethouders kunnen een dagplaatsvergunning verlenen voor de duur van een dag, voor de op de vergunning vermelde [en op de kaart van de markt als zodanig aangegeven] dagplaats of voor het innemen van een vaste standplaats, wanneer die niet is ingenomen door de houder van de vaste-standplaatsvergunning of zijn rechtmatige vervanger. 2. Voor een dagplaatsvergunning komen in aanmerking de aanvragers die op de marktdag vóór de aanvang van de markttijd bij de marktmeester een toewijsbare aanvraag om een dagplaatsvergunning hebben ingediend [, mits zij voldoen aan een geldend branche- of artikelgroepvereiste] [, en aan wie gedurende de voorafgaande [periode (bijvoorbeeld in weken of maanden)] niet vaker dan [aantal] keren een dagplaatsvergunning is verleend]. 3. Burgemeester en wethouders weigeren een dagplaatsvergunning als de aanvrager op een of meer van de voorafgaande vier marktdagen: a. zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden; of b. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld heeft voldaan dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. 4. Burgemeester en wethouders kunnen een dagplaatsvergunning weigeren wanneer de aanvrager eerder een vaste-standplaatsvergunning had die niet langer dan [termijn (bijvoorbeeld een jaar)] geleden is ingetrokken. 5.
Een dagplaatsvergunning is niet overdraagbaar en de vergunninghouder kan zich niet laten vervangen. 6. De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen. Artikel 20. Standwerkvergunning 1. Burgemeester en wethouders kunnen een standwerkvergunning verlenen voor de duur van een dag, voor de op de vergunning vermelde [en op de kaart van de markt als zodanig aangegeven] standwerkplaats en artikelen. 2. Voor een standwerkvergunning komen in aanmerking de aanvragers die op de marktdag vóór de aanvang van de markttijd bij de marktmeester een toewijsbare aanvraag om een standwerkvergunning hebben ingediend [, mits zij voldoen aan een geldend branche- of artikelgroepvereiste] [, en aan wie gedurende de voorafgaande [periode (bijvoorbeeld in weken of maanden)] niet vaker dan [aantal] keren een standwerkvergunning is verleend]. 3. Burgemeester en wethouders weigeren een standwerkvergunning als de aanvrager op een of meer van de voorafgaande vier marktdagen: Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025
a. zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden; of b. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld heeft voldaan dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. 4. Een standwerkvergunning is niet overdraagbaar en de vergunninghouder kan zich niet laten vervangen. 5. De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen. [Artikel 21. Bedienvergunning 1. Burgemeester en wethouders kunnen een bedienvergunning verlenen voor de duur van [termijn] en voor op de vergunning vermelde consumpties. 2. Artikel 16, eerste en tweede lid, is van toepassing.] Paragraaf 5. Algemene bepalingen voor vergunninghouders Artikel 22. Toonplicht vergunning of toestemming Degene die een standplaats inneemt of wil innemen [of handelt met een bedienvergunning], is op eerste verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is. Artikel 23. Markttijden in acht nemen 1. Het is verboden meer dan [aantal] uur voor de aanvang en meer dan [aantal] uur na afloop van de markt op welke wijze dan ook ruimte in te (doen) nemen op het marktterrein, of goederen aan of af te (laten) voeren. 2. De vergunninghouder neemt zijn standplaats in tot de sluitingstijd van de markt, behoudens door burgemeester en wethouders verleende ontheffing. 3.
Burgemeester en wethouders kunnen aan de ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden ter bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de ontheffing is vereist. De houder van de ontheffing is verplicht de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen na te leven. [Artikel 24. Marktterrein schoonhouden 1. De vergunninghouder is verplicht afval, waaronder verpakkingsmateriaal, dat op zijn standplaats vrijkomt tijdens de door hem bedreven handel zodanig te bewaren dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden verwijderd. De vergunninghouder voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt af, of laat het afvoeren. 2. De vergunninghouder is verplicht de door hem ingenomen standplaats en de naaste omgeving daarvan na afloop van de markt veegschoon achter te laten.] Paragraaf 6. Handhaving Artikel 25. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de door burgemeester en wethouders aangewezen marktmeester en de overige door hen aangewezen toezichthouders. Artikel 26.
Onmiddellijke verwijdering Burgemeester en wethouders kunnen een vergunninghouder of degene die hem bijstaat of vervangt gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden. Artikel 27. Strafbepaling Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025
Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden. Paragraaf 7. Slotbepalingen Artikel 28. Overgangsrecht 1. Besluiten op grond van de [citeertitel oude verordening] blijven na de inwerkingtreding van deze verordening gelden, totdat burgemeester en wethouders deze ambtshalve hebben gewijzigd of ingetrokken. 2. Bij de ambtshalve wijziging van een vaste-standplaatsvergunning kunnen burgemeester en wethouders in afwijking van artikel 14, eerste lid, een kortere duur van de vergunning bepalen, afhankelijk van de omstandigheden van het geval. 3. De op grond van de [citeertitel oude verordening] vastgestelde wacht- en anciënniteitslijsten komen te vervallen. 4. Op bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de [citeertitel oude verordening], waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van de [citeertitel oude verordening] beslist. Artikel 29. Intrekking oude regeling De [citeertitel oude verordening] wordt ingetrokken. Artikel 30. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op [datum]. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening [naam gemeente en eventueel jaartal]. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,
Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025
Toelichting NB Deze toelichting is geschreven met de keuzes die in de Model Marktverordening gemaakt zijn in gedachten. Als een individuele gemeente andere keuzes maakt, dan sluit deze toelichting mogelijk niet aan. Wel kan ze uiteraard als basis dienen voor een door de gemeente zelf op te stellen toelichting. Voor een goed beeld van de achtergronden kunnen ook de bijbehorende VNG ledenbrief en implementatiehandleiding worden geraadpleegd. Algemeen De bevoegdheid tot het instellen, veranderen of afschaffen van een markt is aan burgemeester en wethouders toegekend. Zie hiervoor artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet. Daarnaast is de raad op grond van artikel 149 van de Gemeentewet bevoegd om een marktverordening vast te stellen. Het vaststellen van een marktverordening zal samengaan met een besluit van burgemeester en wethouders tot het instellen van een markt. Het doel van deze verordening is drieledig. Ten eerste worden de kaders gecreëerd om markten zodanig te organiseren dat de gemeentelijke algemene belangen beschermd worden en dat de markten aantrekkelijk zijn voor zowel consumenten als marktkooplieden. Ten tweede heeft deze verordening tot doel dit op een overzichtelijke, duidelijke manier te regelen, zonder overbodige regels en met zo min mogelijk administratieve lasten.
Tot slot is de verordening ook gericht op het voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de Europese Dienstenrichtlijn (2006/123/EG) en de Dienstenwet. Zie verder ook de toelichting bij paragraaf 2. Voor het overige is van belang dat in 2024 de Omgevingswet in werking is getreden. Op grond daarvan moeten regels over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen in het omgevingsplan opgenomen worden. Om die reden moet de grondslag voor het vaststellen van de grenzen van de markt in het omgevingsplan opgenomen worden. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om regels die de fysieke leefomgeving betreffen ook in het omgevingsplan op te nemen. De gemeente kan ervoor kiezen om een aantal aspecten uit de Marktverordening te reguleren in het omgevingsplan. Het gaat dan bijvoorbeeld om de verplichting het marktterrein schoon te houden. Indien de gemeente hiervoor kiest, dan mogen deze bepalingen niet in de Marktverordening blijven staan. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 1. Toepassingsgebied Op grond van artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet kunnen burgemeester en wethouders jaarmarkten of gewone marktdagen instellen (en veranderen of afschaffen).
Deze Marktverordening is van toepassing op dergelijke van gemeentewege ingestelde markten, voor zover het warenmarkten zijn en deze met enige regelmaat (regulier) plaatsvinden. De regulering van andere ambulante handel dan waarop deze verordening van toepassing is, is te vinden in de [citeertitel Algemene plaatselijke verordening (hierna: citeertitel APV)]. Hierin zijn regels voor evenementen, waaronder ook braderieën vallen, opgenomen. Verder bevat de [citeertitel APV] bepalingen over venten, snuffelmarkten en het innemen van standplaatsen, niet zijnde standplaatsen op markten. Uit de in de [citeertitel APV] opgenomen bepalingen blijkt steeds dat deze niet van toepassing zijn op de markten die door burgemeester en wethouders op grond van artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet zijn ingesteld. Artikel 2. Definities Er zijn drie soorten marktvergunningen, dat wil zeggen vergunningen om op de markt handel te drijven. Dat zijn de vaste-standplaatsvergunning, de dagplaatsvergunning en de standwerkvergunning. Deze vergunningen onderscheiden zich van elkaar door hun looptijd en door de Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025